Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog

Pavel Fjodorovitsj Batitsk

Pavel Fjodorovitsj Batitski (Russisch: Павел Фёдорович Батицкий) (Charkov, 27 juni 1910 - Moskou, 17 februari 1984) was een Russisch militair. Hij bracht het tot maarschalk van de Sovjet-Unie.

Loopbaan
Batitsky werd in 1924 militair. Van maart 1929 tot mei 1935 diende hij als pelotonscommandant in het Wit-Russische militaire district. In 1938 promoveerde hij eervol aan de militaire academie van Froenze (Bisjkek). Van september 1939 tot december 1940 was hij op een zakenreis in China als stafchef van de militaire Sovjetadviseurs aan het hoofdkwartier van Chiang Kai-shek. Na zijn terugkeer werd hij stafchef van Kaunas in het Baltisch militair district. In maart 1941 werd Batitski benoemd tot stafchef van de 202 Gemotoriseerde Divisie. Later dat jaar nam hij het bevel over van de 254 Geweerdivisie. van 1943 tot 1944 was hij commandant van het 73 Geweerkorps en daarna tot 1945 van het 120 Geweerkorps.

Hij schoot in 1953 als generaal-kolonel en bevelhebber van de luchtverdediging van Moskou de machtige chef van de KGB, Lavrenti Beria, na een "geheim proces" door het hoofd. Zo verwierf hij de dank en het vertrouwen van de Sovjet-leiders Nikita Chroesjtsjov en Leonid Brezjnev.Batisky was vervolgens als kolonel-generaal bevelhebber van het Militair district Moskou en assistent van Georgi Zjoekov. Van 1963 tot 1978 was hij bevelhebber van de luchtverdediging van de Sovjet-Unie.

Onderscheidingen
Maarschalk Batitsky droeg zeer veel onderscheidingen:

7 mei 1965, Gouden Ster van een Held van de Sovjet-Unie gedecoreerd
vijfmaal de Leninorde (1944[4], 1953, 1960, 1965, 1978)
vijfmaal de Orde van de Rode Banier (1942[4], 1944[4], 1951, 1954 en 1968)
Orde van de Patriottische Oorlog
Orde van Soevorov IIe Klasse (1944)
Jubileumsmedaille voor Militaire Dapperheid ingesteld ter herinnering aan de Honderdste Verjaardag van Vladimir Iljitsj Lenin
Orde van Koetoezov Ie[4] en IIe Klasse[4] in maart en mei 1945
Orde van de Oktoberrevolutie (1970)
Orde van Verdienste voor het Moederland in de Strijdkrachten van de Sovjet-Unie IIIe Klasse (1975)
vijftien Sovjet-medailles
gouden erezwaard met het wapen van de Sovjet-Unie (1968)
Militaire Orde van de Witte Leeuw voor de Overwinning
Orde van de Vlag van de Volksrepubliek Hongarije
Mongoolse Orde van Suha Bator
Poolse Orde Polonia Restituta
14 andere buitenlandse onderscheidingen

Afbeeldingsresultaat voor Pavel Fjodorovitsj Batitski (Russisch: Павел Фёдорович Батицкий)

Pavel Fjodorovitsj Batitski
Павел Фёдорович Батицкий
Geboren 27 juni 1910
Charkov, Keizerrijk Rusland
Overleden 17 februari 1984
Moskou
Begraven Novodevitsjibegraafplaats, Moskou[1]
Land/partij Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie
Onderdeel Red Army flag.svg Rode Leger
Dienstjaren 1924 - 1978
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog

Semjon Michajlovitsj Boedjonny

Semjon Michajlovitsj Boedjonny (Russisch: Семён Михайлович Будённый) (choetor Kozjoerin, stanitsa Platovskaja (tegenwoordig Boedjonnovskaja) nabij Salsk, Oblast Rostov, 25 april 1883 (juliaanse kalender, 13 april gregoriaanse kalender) - 26 oktober 1973) was een Sovjetbevelhebber en een vriend van Jozef Stalin.
Vroege jaren
Boedjonny werd op 25 april 1883 geboren op een boerderij bij een klein dorpje aan de rivier de Don. Zijn familie bestond uit boeren en was niet erg rijk.
In 1903 moest Boedjonny in dienst bij het Tsaristische leger. Hij werd ingedeeld bij het 26e Don-Kozakken cavalerieregiment, waarmee hij in 1904-1905 in de Russisch-Japanse oorlog vocht. Als beste cavalerieman van zijn regiment werd Boedjonny in 1907 naar Sint-Petersburg gestuurd om daar een cavalerieopleiding te volgen. Hij slaagde voor deze opleiding in 1908.
In de Eerste Wereldoorlog vocht Boedjonny mee op het Duitse, Oostenrijkse en Kaukasische front en werd onderscheiden met vier St. George-kruisen.
Interbellum
In de zomer van 1917 ging Boedjonny met zijn Kaukasische regiment naar Minsk. Daar werd hij verkozen tot voorzitter van het Regimentscomité en vicevoorzitter van het Divisiecomité. Na de Oktoberrevolutie keerde Boedjonny terug naar de Don, waar hij in de lokale Sovjet werd gekozen. In februari 1918 richtte hij een Revolutionair Cavalerieregiment op, waarmee hij vocht tegen de Witte Garde in de Don-regio. Zijn regiment groeide snel en werd een brigade en later zelfs een divisie. Met deze divisie vocht Boedjonny verschillende succesvolle slagen rond de stad Tsaritsyn (nadien Stalingrad, nu Wolgograd).
Op 19 november 1919 werd de cavalerie-eenheid omgedoopt tot het 1e Cavalerieleger, met Boedjonny aan het hoofd. Hij zou deze functie blijven bekleden tot oktober 1923. In 1920 nam hij met het het 1e Cavalerieleger deel aan de Pools-Russische Oorlog. Aanvankelijk met groot succes: zijn troepen waren berucht om hun wrede razernij en chaotische optreden, hij dreef het Poolse leger uit de Oekraïne en wist daarna door het Poolse zuidelijke front heen te breken. Zijn leger werd echter verslagen bij Lvov tijdens de slag om Warschau.
In 1919 werd Boedjonny benoemd tot Inspecteur der Cavalerie en bevelhebber van het Noord-Kaukasische Militaire District. Daar zette hij zich in voor het fokken van paarden voor de cavalerie, wat uiteindelijk resulteerde in twee nieuwe paardenrassen; de Boedjonny en de Tersk. In 1932 studeerde Boedjonny af aan de Froenze Academie in Leningrad.
De vijf maarschalken van de Sovjet-Unie, 1935. V.l.n.r. Toechatsjevski, Boedjonny, Vorosjilov, Blücher, Jegorov.
Op 20 november 1935 introduceerde de Raad van Volkscommissarissen een nieuwe rang in het Rode Leger. Deze rang was die van Maarschalk van de Sovjet-Unie. Semjon Boedjonny werd een van de vijf nieuwe maarschalken, naast Michail Toechatsjevski, Vasili Blücher, Aleksander Jegorov en Kliment Vorosjilov. Boedjonny en Vorosjilov waren de enige twee van de vijf maarschalken die Jozef Stalins Grote Zuiveringen zou overleven. Boedjonny werd in 1937 benoemd tot bevelhebber van het Militaire District van Moskou. In 1939 werd hij plaatsvervangend Volkscommissaris voor Defensie van maarschalk Vorosjilov.
Tweede Wereldoorlog
Nadat de Duitsers in juni 1941 de Sovjet-Unie aanviel, werd Boedjonny benoemd tot commandant van het Zuidwestelijk Front. Zijn troepen werden echter omsingeld bij Kiev en 600.000 Sovjets werden krijgsgevangengenomen. Toch kreeg Boedjonny weer een nieuwe post van Stalin. In september 1941 werd hij benoemd tot bevelhebber van het Reservefront en was zo betrokken bij de verdediging van Moskou. Wederom moesten zijn troepen het onderspit delven. In oktober werd hij alweer uit zijn functie ontheven. Hij werd naar het Noord-Kaukasische Militaire District gestuurd om daar een ondersteunende rol te vervullen, zonder zelf echt invloed uit te kunnen oefenen. In mei 1942 kreeg hij het bevel over het Noord-Kaukasische Front, hij zou dit tot augustus houden. Hierna werd Boedjonny niet meer actief ingezet in de oorlog. Hij ging zich bezighouden met het opleiden van jonge soldaten die in het Rode Leger dienst namen.
In mei 1953 werd Boedjonny inspecteur der cavalerie van de Sovjet-Unie. Deze positie zou hij een jaar behouden, tot hij in september 1954 met pensioen ging. Semjon Boedjonny overleed in 1973 op 90-jarige leeftijd. Hij werd begraven in de muur van het Kremlin op het Rode Plein in Moskou.
Onderscheidingen
Sint-Georgekruis ("Cavalier van Sint-George"), plus één (de eerste) ingetrokken voor insubordinatie.
1e Klasse in maart 1916
2e Klasse in februari 1916
3e Klasse in januari 1916
4e Klasse in 1914 en 1915
Medaille van Sint-George
Gouden Medaille Ie Graad (met strik op het lint)
Gouden Medaille IIe Graad
Zilveren Medaille IIIe Graad (met strik op het lint)
Zilveren Medaille IVe Graad
Held van de Sovjet-Unie (3x)
2 januari 1958 (nr. 10827)
24 april 1963 (nr. 45)
22 februari 1968 (nr. 4)
Leninorde (8x)
23 februari 1935[2] (nr. 881)
17 november 1939[2] (nr. 2376)
24 april 1943[2] (nr. 13136)
21 februari 1945[2] (nr. 24441)
24 april 1958[2] (nr. 257292)
1 februari 1963[2] (nr. 348750)
22 februari 1968[2] (nr. 371649)
24 april 1973[2]
Orde van de Rode Banier (6x)
29 maart 1919 (nr. 34)
13 maart 1923 nr. 390/2)
22 februari 1930 nr. 100/3)
8 januari 1941 (nr. 42/4)
11 maart 1944 (nr. 2/5)
24 juni 1948 (nr. 299579)
Orde van Soevorov
1e Klasse op 22 februari 1944
Jubileumsmedaille voor Militaire Dapperheid ingesteld ter herinnering aan de Honderdste Verjaardag van Vladimir Iljitsj Lenin[2]
Medaille voor de Verdediging van Moskou
Medaille voor de verdediging van Odessa
Medaille voor de verdediging van Sebastopol
Medaille voor de verdediging van de Kaukasus op 1 mei 1944
Medaille "Voor de Overwinning op Duitsland in de Grote Patriottische Oorlog 1941-1945"
Jubileummedaille "Twintig Jaar van de overwinning in de Grote Patriottische Oorlog 1941-1945"
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger
Jubileummedaille "30 Jaar Sovjet-Unie Leger en Marine"
Jubileummedaille "40 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
Jubileummedaille "50 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
Medaille ter Herinnering aan de Achthonderdste Verjaardag van Moskou
Medaille ter Herinnering aan de Tweehonderdste Verjaardag van Leningrad
Orde van Suha Bator (2X), 1961 en 1973
Orde van de Rode Banier in 1936
Orde van Vriendschap in 1967
Medaille voor de viering "50 Jaar van de Volksrevolutie van Mongolië" in 1970
Medaille voor de viering "50 Jaar van het Volksleger van Mongolië" in 1970
Ere-sabel op 30 mei 1970

Semjon Boedjonny

Semjon Boedjonny
Geboren 25 april 1883
choetor Kozjoerin, stanitsa Platovskaja (tegenwoordig Boedjonnovskaja) nabij Salsk, Oblast Rostov, Keizerrijk Rusland
Overleden 26 oktober 1973
Moskou, Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek
Begraven Kremlin Muur Necropolis, Moskou
Land/partij Vlag van Keizerrijk Rusland Keizerrijk Rusland
Vlag van Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek Russische SFSR
Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie
Onderdeel Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Coat of arms of the Soviet Union.svg Rode Leger
Dienstjaren 1903 - 1954
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Eenheid Cavalerie
Leiding over 1e Cavaleriekorps
1e Cavalerieleger
Inspecteur der Cavalerie
Bevelhebber van het Reserve Front
Plaatsvervangend Volkscommissaris voor Defensie
Slagen/oorlogen Russisch-Japanse Oorlog
Eerste Wereldoorlog
Oostfront
Tweede Wereldoorlog
Operatie Barbarossa

Leonid Iljitsj Brezjnev

Leonid Iljitsj Brezjnev (Russisch: Леонид Ильич Брежнев; Oekraïens: Леонід Ілліч Брежнєв) (Kamenskoje, 19 december 1906 - Moskou, 10 november 1982) was een Sovjetpoliticus en secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Hij leidde de Sovjet-Unie na Nikita Chroesjtsjov van 1964 tot 1982.
Vroege jaren
Brezjnev, geboren in Oekraïne, was etnisch gesproken van Russische komaf. Zoals veel Sovjetleiders van zijn generatie kreeg hij een technische opleiding. Hij specialiseerde zich in metallurgie en in ideologische theorie. Dit laatste zorgde ervoor dat hij snel opklom in de rangen van het communistische partijapparaat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bracht hij het tot generaal, onder meer door tegen de Duitsers stand te houden in de heldenstad Novorossiejsk, maar hij was meer bekend als volkscommissaris voor de partij.[bron?]
Aan de macht
In de periode van Nikita Chroesjtsjov, waarin hij van 1960-1964 fungeerde als staatshoofd, hield hij zich aanvankelijk op de achtergrond. Toen het tijdens de Cuba-crisis duidelijk werd dat Chroesjtsjov zijn steun in de partijtop aan het verliezen was, greep Brezjnev zijn kans. Hij zorgde ervoor dat hij als nieuwe sterke man naar voren geschoven werd. Eerst werd hij partijleider en dan staatshoofd vanaf 1977. Hij volgde Nikolaj Podgorny op. Tijdens zijn bewind streefde hij naar consolidatie van de Sovjetmacht in binnen- en buitenland, terwijl hij de economische basis van het land intussen vrijwel geen aandacht gaf. Wel liet hij de gigantische olie- en gasvoorraden van West-Siberië ontsluiten. Onder zijn bewind werd het Rode Leger versterkt en het ruimtevaartprogramma uitgebreid. Brezjnevs bewering dat de Sovjet-Unie het recht had in te grijpen bij de bedreiging van een socialistisch land door het kapitalisme, kreeg de naam Brezjnevdoctrine. Niettemin behoorde hij niet tot de felste voorstanders bij de besluitvorming binnen het Centraal Comité van de CPSU over de inval van de legers van het Warschaupact in Tsjecho-Slowakije in 1968, maar hij ging hiermee vanuit zijn ziekbed wel akkoord. Ook was hij terughoudend over een mogelijke inval van deze legers in Polen in de jaren 1980 en 1981 ten tijde van de opkomst van de vrije vakbond Solidariteit. Wel drong hij er bij de de Poolse communisten op aan om zelf in te grijpen, hetgeen ten slotte ook gebeurde.
Met de VS werd ter ontspanning van de wapenwedloop een reeks verdragen afgesloten, maar achter de schermen werd er door de Sovjets toch voortdurend gestreden om meer invloed in Afrika, het Midden-Oosten en Azië. In 1979 viel de Sovjet-Unie het buurland Afghanistan binnen, dat door een wisseling van regime dreigde uit de Russische invloedssfeer te ontsnappen. De Oost-Europese landen die achter het "IJzeren Gordijn" lagen, werden eveneens door Brezjnev stevig in het gareel gehouden, zoals bleek tijdens het hardhandig neerslaan van de "Praagse Lente" in Tsjecho-Slowakije. Mede naar aanleiding van zijn krachtig aandringen in de richting van partijleider Wojciech Jaruzelski drukte de Poolse communistische partij, in 1981, de roep om meer vrijheid voor de Polen de kop in.
Hoogtepunt
1974: Brezjnev en Ford sluiten een overeenkomst betreffende de beperking van het aantal kernwapens
De jaren zeventig betekenden het hoogtepunt voor Brezjnev en de Sovjet-Unie wat betreft invloed en prestige. Dit vooral door het gezichtsverlies van de VS in de eerste helft van het decennium vanwege de Watergateaffaire en de Vietnamoorlog. President Jimmy Carter streefde vanaf 1976 wel naar ontwapening en meer nadruk op detente, maar dat leverde voor de VS weinig respect of sympathie op in de rest van de wereld. Het SALT II-verdrag, dat in 1979 getekend werd na 7 jaar onderhandelen, was bedoeld als een stap in het ontspanningsproces. Maar toen zes maanden later de Sovjet-Unie Afghanistan binnenviel, bleek dat het einde ervan te zijn. SALT II is nooit geratificeerd. In de derde wereld had de Sovjet-Unie op veel plaatsen een grote invloed bij revolutionaire bevrijdingsbewegingen. Die invloed reikte zelfs tot Amerika's eigen 'achtertuin': Midden- en Zuid-Amerika. Beide supermachten zagen dan ook elke machtswisseling of lokaal conflict door de bril van het koudeoorlogsdenken. Het Rode Leger streefde de VS voorbij (qua getallen op papier althans) wat betreft materiële sterkte en aanvalskracht. In het Westen werd wel getwijfeld aan de kwaliteit ervan en aan de loyaliteit van de Warschaupactbondgenoten in geval van een echte oorlog. Beide partijen in de Koude Oorlog waren het er echter over eens dat die nooit in een directe confrontatie op de proef gesteld moesten worden.
Kritiek
Begin jaren 80 begon Ronald Reagan een ambitieus bewapeningsprogramma. Op den duur kon de Sovjet-Unie dit niet meer bijbenen door de nog steeds slecht georganiseerde economische basis van het land. Later, na zijn overlijden, werd Brezjnev verweten dat hij nooit iets aan de economie had gedaan. Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig in Rusland betiteld als de jaren van de Grote Stagnatie. De leeftijd van de leden van het Politbureau steeg tot gemiddeld boven de zeventig jaar zodat van een "gerontocratie" werd gesproken.
Brezjnev was geen groot voorstander voor de inval van het Sovjet leger in 1979 in Afghanistan om de via een staatsgreep aan het bewind gekomen communistische partij van dit land aan de macht te houden, en het land zodoende binnen de Russische invloedssfeer te houden, maar bij de besluitvorming over de inval zwichtte hij onder de druk van andere leden van het Politbureau. Gorbatsjov trok later de troepen weer terug zonder dat de doelstellingen bereikt waren. Naast deze misrekeningen werd later Brezjnev tevens zijn persoonlijke ijdelheid, nepotisme en hebzucht verweten. Hij probeerde zijn zoon Joeri Brezjnev een lucratieve baan in het bedrijfsleven te bezorgen. Zijn dochter Galina Brezjneva mocht de leiding van het Russisch Staatscircus op zich nemen.
Laatste jaren
Brezjnevs laatste jaren waren een periode van neergang en stagnatie. Het Sovjetregime had totale controle over de media in eigen land, maar kon toch niet verhullen dat de hoogste leider aan het aftakelen was. Hij verscheen erg weinig in het openbaar, ook niet bij gelegenheden waarbij dat wel zou moeten. Wanneer hij dat wel deed, was hij nauwelijks verstaanbaar.
De familie Brezjnev verrijkte zich ondertussen. Al kort voor de dood van Brezjnev werd diens schoonzoon Joeri Michailovitsj Tsjoerbanov gearresteerd wegens grootscheepse fraude en corruptie. Brezjnev was niet meer in staat om in te grijpen.
Brezjnev stierf in 1982 en werd opgevolgd door Joeri Andropov. Deze legde meteen veel nadruk op arbeidsdiscipline, waaruit bleek dat het regime zelf ook wel inzag wat er tijdens Brezjnevs bewind fout liep. Een aantal van zijn familieleden en vrienden werden wegens corruptie veroordeeld.
Onderscheidingen
Brezjnev was een ijdel man. Hij liet zich overal bewieroken en het Presidium van de Opperste Sovjet kende hem tal van orden toe. Op sommige daarvan had hij misschien wel geen recht. Zo droeg Brezjnev vol trots de kostbare, met diamanten versierde, ster van de Orde van de Overwinning. Deze ster was na de oorlog aan de elf grote maarschalken (en één generaal) van de Sovjet-Unie verleend. Nu droeg Brezjnev, sinds 1976 ook Maarschalk van de Sovjet-Unie, vanaf 1978 dit unieke ereteken "voor het veroveren van de destroyer Storojevoy". Na Brezjnevs dood werd de ster hem postuum weer ontnomen door datzelfde Presidium.
Brezjnev was viermaal Held van de Sovjet-Unie en eenmaal Held van de Socialistische Arbeid. Hij droeg achtmaal de Leninorde, de hoogste onderscheiding van de Sovjet-Unie en ook de exclusieve Leninprijs, tweemaal de Orde van de Oktoberrevolutie, tweemaal de Orde van de Rode Banier, de Orde van Bogdan Chmelnitski, de Orde van de Patriottische Oorlog Ie Klasse, de Orde van de Rode Ster en de Jubileumsmedaille voor Militaire Dapperheid ingesteld ter herinnering aan de Honderdste Verjaardag van Vladimir Iljitsj Lenin.
Hij was driemaal Held van de DDR, Held van de Republiek Cuba, droeg driemaal de Gouden Ster van een Held van de CSSR, was driemaal Held van de Volksrepubliek Bulgarije en eenmaal Held van de Mongoolse Volksrepubliek.
Hij droeg ook de Poolse orden Virtuti Militari en Polonia Restituta, het Grunwald Kruis, een met diamanten versierde ster van de Orde van de Ster van Roemenië, viermaal de ster van de Orde van Klement Gottwald, de ster en keten van de Orde van de Witte Leeuw, tweemaal de Orde van de Vlag van de Volksrepubliek Hongarije, de met diamanten en robijnen versierde Orde van Vrijheid van Joegoslavië, het Oorlogskruis van Tsjecho-Slowakije, driemaal de Karl Marx-orde van de DDR, driemaal de Orde van Georgi Dimitrov van Bulgarije, de Orde van de Overwinning van het Socialisme van Roemenië, Held van de Roemeense Volksrepubliek, driemaal drager van de Orde van Sukhbaatar van Mongolië, Held van de Mongoolse Volksrepubliek en Drager van de Zon van de Vrijheid van Afghanistan.
Leonid Brezjnev heeft zich uitgebreid laten decoreren door de regeringen van landen waarin de Sovjet-Unie militair had ingegrepen en de bevolking had onderdrukt; Duitsland, Tsjecho-Slowakije en Hongarije. Polen ontnam hem op 10 juli 1990 postuum zijn Poolse onderscheidingen.
Brezjnev liet zich in 1979 ook de Leninprijs voor literatuur toekennen.
Op officiële portretten draagt hij 57 onderscheidingen.

Brezhnev 1973.jpg

Geboren 19 december 1906
Kamenskoje
Overleden 10 november 1982
Moskou
Politieke partij Communistische Partij van de Sovjet-Unie
Secretaris-generaal van het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie
Aangetreden 14 oktober 1964
Einde termijn 10 november 1982
Voorganger Nikita Chroesjtsjov
Opvolger Joeri Andropov
Voorzitter van het Presidium van de Opperste Sovjet van de Sovjet-Unie
Aangetreden 7 mei 1960
Einde termijn 15 juli 1964
Voorganger Kliment Vorosjilov
Opvolger Anastas Mikojan
Aangetreden 16 juni 1977
Einde termijn 10 november 1982
Voorganger Nikolaj Podgorny
Opvolger Joeri Andropov
Voorzitter van het Bureau van het Centraal Comité van de Russische SFSR
Aangetreden 16 november 1964
Einde termijn 8 april 1966
Voorganger Nikita Chroesjtsjov
Opvolger Geen (positie afgeschaft)
Volwaardig lid van het Politbureau
Aangetreden 16 oktober 1952
Einde termijn 5 maart 1953
Aangetreden 27 februari 1956
Einde termijn 16 juni 1960
Aangetreden 22 juni 1963
Einde termijn 10 november 1982
Lid van het Secretariaat
Aangetreden 29 juni 1957
Einde termijn 10 november 1982

Ivan Stepanovitsj Konev

Ivan Stepanovitsj Konev (Russisch: Иван Степанович Конев) (Lodejnoje pole, 28 september 1897 - Moskou, 21 mei 1973) was een Russisch maarschalk.
In 1916 maakte hij deel uit van het leger van de tsaar en vanaf 1918 vocht hij hij voor de communisten. Hij trad in 1919 toe tot de artillerie-divisie van het Rode Leger en vocht tegen generaal Aleksandr Koltsjak en ook in het Verre Oosten tegen Georgi Semjonov en de Japanners.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij samen met generaal Georgi Zjoekov vanaf augustus 1941. In 1944 klom Konev op tot maarschalk en leidde hij vanaf dat moment het Eerste Oekraïense Front.
Na de oorlog was hij tussen 1945 en 1946 de leider van de Sovjettroepen in Oostenrijk en Hongarije. Daarna was hij van 1950 tot 1952 viceminister van defensie. In 1962 trok hij zich definitief terug uit het militaire werk en overleed in 1973 op 75-jarige leeftijd in Moskou.
Militaire loopbaan
Luitenant-generaal (Komdiv): 26 november 1936
Kolonel-generaal (Komkor): 22 februari 1938
Generaal (Komandarm 2e rang): 8 februari 1939
Luitenant-generaal (Генерал-лейтенант): 4 juni 1940
Kolonel-generaal (Генерал-полковник): 11 september 1941
Generaal (Генерал армии): 26 augustus 1943
Maarschalk van de Sovjet-Unie (Маршал Советского Союза): 20 februari 1944
Onderscheidingen
Held van de Sovjet-Unie op 29 juli 1944[2], 1 juni 1945
Orde van de Overwinning op 30 maart 1945
Leninorde op 29 juli 1944[2], 21 februari 1945, 27 december 1947, 18 december 1956, 27 december 1957, 27 december 1967, 28 december 1972
Orde van de Oktoberrevolutie op 22 februari 1968
Orde van de Rode Banier op 22 februari 1938, 3 november 1944, 20 juni 1949
Orde van Soevorov, 1e klasse op 27 augustus 1943, 17 mei 1944
Orde van Koetoezov, 1e klasse op 9 april 1943, 28 juli 1943
Orde van de Rode Ster op 16 augustus 1936
Maarschalkster op 20 februari 1944
Medaille voor de Verdediging van Moskou op 1 mei 1944
Medaille voor de Bevrijding van Praag op 9 juni 1945
Medaille voor de Verovering van Berlijn op 9 juni 1944
Medaille voor de Overwinning op Duitsland in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945 op 9 mei 1945
Medaille ter Herinnering aan de Achthonderdste Verjaardag van Moskou op 21 september 1947
Jubileummedaille voor 20 jaar Overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945 op 7 mei 1965
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger op 22 februari 1938
Jubileummedaille 30 jaar van Sovjet Leger en Marine op 22 februari 1948
Jubileummedaille 40 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie op 17 februari 1958
Jubileummedaille 50 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie in 1968
Jubileumsmedaille voor Militaire Dapperheid ingesteld ter herinnering aan de Honderdste Verjaardag van Vladimir Iljitsj Lenin
Ereburger van Bălți, Moldavië
Gouden Ster van een Held van de CSSR op 28 april 1970
Held van de Mongoolse Volksrepubliek op 7 mei 1971
Vaderlandse Orde van Verdienste in zilver
Grootkruis met Ster in de Virtuti Militari
Orde van het Grunwald Kruis, 1e klasse
Grootkruis in de Orde Polonia Restituta
Orde van Suha Bator in 1961 en 1971
Orde van de Rode Banier van Militaire Dapperheid
Orde van de Partizanenster in goud in 1946
Orde van de Volksrepubliek Bulgarije, 1e klasse
Orde van Klement Gottwald
Orde van de Witte Leeuw, 1e klasse
Ster der Eerste Klasse in Militaire Orde van de Witte Leeuw voor de Overwinning
Oorlogskruis 1939-1945
Partizanenster in goud
Orde van Verdienste van de Volksrepubliek Hongarije
Ridder Commandeur in de Orde van het Bad in 1945
Military Cross
Grootofficier in het Legioen van Eer
Croix de guerre 1939-1945
Chief Commander in het Legioen van Verdienste

Ivan Konev, 1945

Ivan Konev, 1945
Geboren 28 september 1897
Lodejnoje pole
Overleden 21 mei 1973
Moskou
Begraven Kremlin Muur Necropolis, Moskou
Land/partij Vlag van Keizerrijk Rusland Keizerrijk Rusland
Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie
Onderdeel Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Coat of arms of the Soviet Union.svg Rode Leger
Dienstjaren 1916 - 1962
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Leiding over 2e Geweer Divisie (Sovjet-Unie)
2e Rode Banier
Transbaikal Militaire District
Eerste Oekraïense Front
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Russische Burgeroorlog
Tweede Wereldoorlog

Lidija Vladimirovna Litvjak

Lidija Vladimirovna Litvjak (Russisch: Лидия Владимировна Литвяк) (Moskou, 18 augustus 1921 - Stalingrad, 1 augustus 1943) was een Sovjet-gevechtspiloot tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Biografie
Litvjak raakte al geïnteresseerd in de luchtvaart op jonge leeftijd. Op haar 14e schreef ze zich in bij een vliegclub. Later is ze afgestudeerd aan de Kherson militaire vliegschool. Zij werd een vlieginstructeur bij Kalinin vliegclub.
Na een Duitse aanval op de Sovjet-Unie in juni 1941, probeerde ze zich bij een militaire luchtmacht-eenheid aan te sluiten, maar werd afgewezen bij gebrek aan ervaring. Na het bewust overdrijven van haar vooroorlogse vliegtijd (100 uur) werd ze alsnog aangenomen en ging ze bij het 586e gevechtseenheid van de luchtmacht van de Sovjet-Unie. Deze werd gevormd door Marina Raskova. Daar werd ze getraind om op de Yakovlev Yak-1 te vliegen.
Lidija vocht bij verschillende Sovjet eenheden en was zeer succesvol tegen de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze vocht ook bij de zogenoemde nachtheksen. Het 588e nachtbommenwerpers regiment, de befaamde “nachtheksen” vloog met de Polikarpov Po tweedekkers. Dit regiment vloog uitsluitend met vrouwen. Deze vrouwen waren ook nog eens succesvol. Litvjak en Boedanova waren met 14 en 11 kills (betwist) de twee meest succesvolle vrouwelijke piloten aller tijden.
Op 1 augustus 1943, kwam Lidija niet meer terug naar haar basis Krasnyy Luch in de Donbass. Ze is nooit meer terug gevonden. Er is veel te doen geweest om haar dood. Sommige mensen dachten dat ze gevangengenomen was.
Ze werd de "Witte Lelie van Stalingrad" genoemd in de Sovjet-persberichten en kreeg vele onderscheidingen waaronder Held van de Sovjet-Unie.


Held van de Sovjet-Unie
Onderscheidingen
Held van de Sovjet-Unie (nr. 11616) op 5 mei 1990
Orde van de Rode Banier op 17 februari 1943
Orde van de Rode Ster
Orde van de Vaderlandse Oorlog, 1e klasse

Lydia Litvyak

Lydia Litvyak
Geboren 18 augustus 1921
Moskou
Overleden 1 augustus 1943
Stalingrad
Begraven Oblast Donetsk, Oekraïne
Onderdeel Luchtmacht van de Sovjet-Unie
Dienstjaren 1941 – 1943
Rang RA-SA AF F1-1Lt 1955.png Eerste Luitenant (Старший лейтенант)
Eenheid 586e gevechtseenheid
588e nachtbommenwerpers
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Oostfront
Slag om Stalingrad
Slag om Koersk
Mius front

Kirill Afanasjevitsj Meretskov

Kirill Afanasjevitsj Meretskov (Кири́лл Афана́сьевич Мерецко́в, Nazaryevo, 7 juni 1897 – Moskou, 30 december, 1968) was een maarschalk van de Sovjet-Unie die vocht in de Tweede Wereldoorlog.
Russische Burgeroorlog
Kirill Meretskov werd geboren als zoon van Russische boeren in het District Zarajski ten zuidoosten van Moskou, in het Gouvernement Rjazan, nu in de Oblast Moskou.

In 1909 ging Kirill als arbeider in een fabriek werken, eerst in Moskou en dan in Vladimir. In augustus 1917 ging hij bij de bolsjewieken. Hij werd stafchef van de Rode Garde die de stad bestuurde. Tijdens de Russische Burgeroorlog was hij stafchef, eerst van een regiment en dan van een divisie. In 1921 studeerde hij af aan de Froenze Academie.
Vanaf 1922 was hij stafchef, eerst van een divisie cavalerie en later van nog andere legers en militaire districten.

Spaanse Burgeroorlog
Van september 1936 tot mei 1937 bevocht Meretskov de Republikeinen in de Spaanse Burgeroorlog onder de schuilnaam "Generaal Pavlovitsj".

Winteroorlog

280 mm mortieren M1939 (Br-5) beslisten de Winteroorlog
In 1939 werd hij bevelhebber van het militair district Leningrad. In november 1939 brak de Winteroorlog uit en vocht Meretskov tegen de Finnen. Vanwege zelfoverschatting en onderschatting van de Finnen werden maar vijf divisies Fusilliers ingezet tegen de Mannerheimlinie en de aanval mislukte. Op 9 december 1939 werd Meretskov van zijn bevel ontheven en nam de Stavka met Kliment Vorosjilov, Nikolaj Koeznetsov, Jozef Stalin en Boris Sjaposjnikov het bevel van hem over.

Meretskov kreeg het bevel over het 7e Leger. In januari 1940 kreeg Semjon Timosjenko het bevel om de Mannerheimlinie te doorbreken, maar de Finnen sloegen de aanval af in de Slag bij Taipale.

Daarop bracht de Stavka ook het 13e Leger naar het front en rustte beide legers uit met 203 mm M1931 (B-4) houwitsers en 280 mm mortier M1939 (Br-5) voor een offensief in februari 1940. De zware artillerie forceerde de doorbraak en het 7e Leger van Meretskov nam Vyborg in.

Op 21 maart 1940, twee weken na de Vrede van Moskou (1940) werd Meretskov onderscheiden als Held van de Sovjet-Unie, bevorderd tot generaal en kreeg hij de post van vice-commissaris van defensie. In augustus 1940 werd hij stafchef. Op 14 januari 1941 werd hij ontslagen. Op 24 januari 1941 zag Stalin hem in het Bolsjojtheater en hij sprak in het openbaar:

U bent moedig en bekwaam, maar zonder principes en zonder ruggengraat. U wilt aardig overkomen, maar in plaats daarvan zou u een plan moeten hebben en u daar strikt aan houden ondanks het feit dat de een of de andere dat kwalijk neemt.

Arrestatie

Politiechef Vsevolod Merkoelov
Op 22 juni 1941 begon Operatie Barbarossa en Meretskov werd raadgever van de Stavka. Op 23 juli arresteerde de NKVD hem in het kader van een zuivering van het rode leger in 1941 vooral vanwege zijn vriendschap met de terechtgestelde generaal Dmitri Pavlov. Na twee maanden van foltering waaronder slagen met rubberen matrakken in de Loebjanka gevangenis ondertekende Meretskov een schuldbekentenis.

Zijn bekentenis werd gebruikt tegen andere legerleiders die in mei en juni 1941 opgepakt werden en op bevel van Lavrenti Beria op 28 oktober 1941 terechtgesteld werden bij Koejbisjev of voor de Bijzondere Raad van de NKVD geleid werden voor terechtstelling op 23 februari 1942.

In september werd hij vrijgelaten en eerst voor de politiechef Vsevolod Merkoelov geleid. Hij zei Merkoelov dat hun vriendschap voorbij was.

Nikita Chroetsjov zei:

"Voor zijn arrestatie was Meretskov een fiere jonge generaal, sterk en indrukwekkend. Na zijn vrijlating was hij nog een schaduw van zichzelf. Hij was vermagerd en kon nauwelijks praten.

Hij moest dan voor Stalin verschijnen in zijn uniform en kreeg het bevel over het 7e Leger.

Tichvin Offensief

Het Tichvin Offensief
Meretskov werd bevelhebber van het 4e Leger dat Leningrad verdedigde tegen Heeresgruppe Nord van Wilhelm Ritter von Leeb. Samen met het 52e en het 54e Leger stopte Meretskov het Duitse offensief, lanceerde een tegenaanval, dreef de Duitsers terug naar hun beginstelling en heroverde op 10 december 1941 Tichvin in het Tichvin offensief. Dit betekende het eerste groot succes van de Sovjet-Unie in de Tweede Wereldoorlog. Het hielp ook de Operatie Taifun omdat twee Duitse pantserdivisies en twee gemotoriseerde divisies vochten in de bossen en moerassen tussen Tichvin en Tosno en zo niet konden meevechten in de Slag om Moskou.
Ljoeban
In januari 1942 startte Meretskov het Ljoeban offensief om Leningrad te ontzetten en Duitse krachten te omsingelen. Het offensief vorderde langzaam omdat de Duitsers goed ingegraven lagen. Tegen maart waren de twee Sovjetlegers nog 25 km van elkaar. Op 15 maart zetten de Duitsers een tegenaanval in en sneden het 2e Stoottroepenleger af. Tegen 30 maart waren de Sovjetlegers opnieuw verbonden, maar in zijn rapport aan Stavka liet Meretskov na om te melden dat de corridor tussen het 2e Stoottroepenleger en de andere legers maar 2 km breed was en onder luchtbombardementen en artilleriebeschieting lag. Daardoor trok Stavka het 2e Stoottroepenleger niet terug toen het nog kon. Eind april en in mei kwam het Volkhovfront tijdelijk onder bevel van het Leningradfront van generaal M. Chosin. Meretskov werd als plaatsvervangend bevelhebber naar het westelijk front gestuurd.

In mei 1942 zat het 2e Stoottroepenleger zonder voorraden. Op 30 mei sneden de Duitsers het weer af met een offensief. Op 5 juni brak 10.000 man ervan uit de omsingeling, terwijl de rest vernietigd werd, met 33.000 krijgsgevangenen, ongeveer evenveel gesneuvelden.

Meretskov legde de schuld bij de gevangen bevelhebber van het 2e stoottroepenleger, Andrej Vlasov, die hij zelf voor de post had voorgedragen in april. Aangezien Vlasov overliep naar de Duitsers trad de Sovjet-Unie dit bij. Chosin werd op 8 juni van zijn bevel ontheven, gedegradeerd en mocht niet meer naar het front.
Ontzet van Leningrad
Na de nederlaag bij Ljoeban bleef Meretskov bevelhebber van het Volkhovfront en plande hij samen met de nieuwe bevelhebber van het Leningradfront, Leonid Govorov, een offensief om de stad te ontzetten door de Duitse stellingen ten zuiden van het Ladogameer uit te schakelen.[2] Tegelijk planden de Duitsers Operatie Noorderlicht om de stad in te nemen. Daartoe kwamen versterkingen van Sebastopol, dat de Duitsers na de Belegering van Sebastopol (1941-1942) in juli 1942 hadden ingenomen. Het Sinyavino Offensief faalde en het 2e Stoottroepenleger werd voor de tweede keer gedecimeerd, maar de Duitsers leden ook zware verliezen en zagen af van Operatie Noorderlicht. Meretskov wou verder aanvallen, maar mocht niet van Stavka. Op 15 oktober 1942 kreeg hij een blaam voor de manier waarop hij de operatie had geleid.
Operatie Iskra
Eind november 1942 plande Govorov een volgende operatie om Leningrad te ontzetten en Meretskov hielp hem. In december keurde Stavka Operatie Iskra (vonk) goed. Operatie Iskra begon op 13 januari 1943. Op 18 januari braken de Sovjetsoldaten door de blokkade. Tegen 22 januari was er een 9 km brede corridor naar Leningrad. In allerijl werd daar een spoorlijn aangelegd. Op 28 januari kregen Meretskov en Govorov beiden de Orde van Soevorov 1e klasse.

Daarna zetten Meretskov en Govorov Operatie Polyarnaya Zvezda (Poolster) in om Heeresgruppe Nord te verslaan, maar dit lukte niet. In 1943 lanceerde Meretskov nog andere offensieven in het gebied, waarbij de corridor geleidelijk breder werd. In november 1943 planden Meretskov en Govorov het Leningrad-Novgorod Offensief om de Heeresgruppe Nord uit het gebied rond Leningrad te verdrijven. Op 14 januari 1944 begon het offensief. Tegen 1 maart was Heeresgruppe Nord 300 km teruggedreven over een front van 400 km breed. Meretskov en Govorov kregen opnieuw de Orde van Soevorov 1e klasse.
Karelië
In februari 1944 werd Meretskov overgeplaatst naar het Karelische Front.[3] Hij plande mee het Vyborg–Petrozavodsk Offensief dat startte in juni 1944 en Petrozavodsk en Oost-Karelië bevrijdde. In oktober kreeg Meretskov bevel om de stad Petsamo in noord-Finland te bevrijden en de Duitsers terug te drijven naar Noorwegen. Meretskov lanceerde Operatie Kirkenes-Petsamo en dreef de Duitsers terug. Op 6 oktober 1944 werd Meretskov Maarschalk van de Sovjet-Unie.

Mantsjoerije
Operatie Augustusstorm
In 1945 werd Meretskov naar Mantsjoerije gestuurd om het 1e Verre Oosten Front te leiden in Operatie Augustusstorm onder opperbevel van Aleksandr Vasilevski.[4] De operatie was een succes en Meretskov ontving de Orde van de Overwinning.
Na de Tweede Wereldoorlog
Na de Tweede Wereldoorlog voerde Meretskov tot 1955 het bevel over enkele militaire districten, waaronder het Militair District Moskou in 1947–1949. Van 1955 tot 1964 was hij assistent minister van defensie. In 1964 werd hij inspecteur-generaal van het ministerie van defensie.
Zijn as is bijgezet in de muur van het Kremlin, derde van rechts op de foto
Op 30 december 1968 overleed hij.De urne met zijn as is bijgezet in de muur van het Kremlin. In Moskou, Leningrad en Petrozavodsk zijn straten naar hem genoemd.

Kirill Meretskov

Kirill Meretskov
Geboren 7 juni 1897
Nazaryevo, Gouvernement Rjazan, Keizerrijk Rusland
Overleden 30 december, 1968
Moskou, Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek, Sovjet-Unie
Begraven Kremlin Muur Necropolis, Moskou
Land/partij Vlag van Keizerrijk Rusland Keizerrijk Rusland
Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie
Onderdeel Red flag.svg Rode Garde
Coat of arms of the Soviet Union.svg Rode Leger
Dienstjaren 1916 – 1964
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Leiding over Wolga Militaire District
Leningrad Militaire District
7e Leger (Sovjet-Unie)
Stafchef van de Generale Staf
(augustus 1940 - januari 1941)
Volkhovfront
Karelische Front
Verre Oostfront
Moskou Militaire District

280 mm mortieren M1939 (Br-5) beslisten de Winteroorlog

 

 

Politiechef Vsevolod Merkoelov

 

Het Tichvin Offensief

Michail Petrovich Minin

Michail Petrovich Minin (Russisch: Михаил Петрович Минин) (Vanino (Oblast Pskov), 29 juli 1922 – 10 januari 2008) was een militair van de Sovjet-Unie.

Minin werd geboren in 1922 in Vanino (Oblast Pskov). In juni 1941 ging hij als vrijwilliger in dienst van het Rode Leger om de strijd aan te gaan tegen Nazi-Duitsland. Hij nam deel aan het ontzet van Leningrad en hierna trok zijn legeronderdeel richting Berlijn. Hier was hij de eerste soldaat die tijdens de slag om Berlijn op 30 april 1945 het Rijksdaggebouw wist binnen te komen en hij was degene die om 22.40 uur de Vlag van de Sovjet-Unie wist uit te steken op het dak van het gebouw.Er bestaat een wereldberoemde foto waarop de vlag op de Rijksdag wordt geplaatst. Deze is echter genomen op 2 mei. De soldaat op die foto is de Georgiër Meliton Kantaria. In de nacht dat het peloton van Minin de Rijksdag bezette was er geen fotograaf beschikbaar. Hierdoor werd hij op dat moment niet geëerd voor zijn heldendaad.

Na de oorlog ging Minin naar de Militaire academie voor Genietroepen in Koejbysjev. Hierna was hij tot 1969 gelegerd bij de Strategische Raketstrijdkrachten (RVSN). Hier klom hij op tot de rang van luitenant-kolonel. In 1977 verhuisde hij naar Pskov. Pas in 1995, vijftig jaar na de Tweede Wereldoorlog, kreeg Michail Minin van president Boris Jeltsin een officieel eerbetoon voor zijn optreden in Berlijn. Michail Minin overleed in 2008 op 85-jarige leeftijd.

Onderscheidingen
Orde van de Rode Banier
Orde van de Patriottische Oorlog (tweemaal)                                                                       
Orde van de Rode Ster
Medaille voor de Gewapende Strijd
Ereburger van de stad Pskov

Michail Petrovich Minin
Михаил Петрович Минин
Geboren
29 juli 1922
Vanino (Oblast Pskov)
Overleden
10 januari 2008
Pskov
Begraven
Pskov
Land/partij
 Sovjet-Unie
Dienstjaren
1941 - 1969
Rang
 Luitenant-kolonel
(Подполковник)
Slagen/oorlogen
Tweede Wereldoorlog
Oostfront
Beleg van Leningrad
Slag om Berlijn
Koude Oorlog

Fedor Matvejevitsj Ochlopkov

Fedor Matvejevitsj Ochlopkov (Russisch: Фёдор Матвеевич Охлопков) (Krest-Haldzhay, Sovjet-Unie (hedendaags Jakoetië), 2 maart 1908 - aldaar, 28 mei 1968) was een Sovjet-Russische scherpschutter tijdens de Tweede Wereldoorlog die tussen oktober 1942 en juni 1944 in totaal 429 soldaten en officieren van de Wehrmacht om het leven bracht. Dit maakt hem tot meest succesvolle scherpschutter van het Rode Leger. Hij werd hiervoor onderscheiden als Held van de Sovjet-Unie.

Biografie
In september 1941 meldde Ochlopkov zichzelf, tezamen met zijn neef Vasily, zich aan voor het Rode Leger. Ze werden geplaatst in het 1243ste Regiment van het 30ste Leger. Op 12 december 1941 werden beiden, als machinegeweerteam (Ochlopkov als schutter, Vasily als drager), naar het front gestuurd. In februari 1942 kwam Vasily om het leven en was Fedor al vier maal gewond geraakt. In mei 1942 slaagde Fedor voor zijn scherpschuttersexamen en in oktober werd hij als scherpschutter aangesteld binnen de 234ste Geweers Regiment van de 179ste Divisie. Met zijn Mosin-Nagant 91/30 wist hij in totaal 429 duitse soldaten te doden. Met zijn, mede succesvolle, tijd als schutter van een machinegeweerteam opgeteld komt het aantal omgebrachte soldaten boven de 1000.Na de oorlog keerde hij terug naar zijn dorp. Op 6 mei 1965 werd hij onderscheiden als Held van de Sovjet-Unie. Drie jaar later, op 60-jarige leeftijd, overleed Ochlopkov.

Onderscheidingen
Gouden Ster op 6 mei 1965
Leninorde op 6 mei 1965
Orde van de Rode Banier op 28 juni 1944
Orde van de Vaderlandse Oorlog, 2e klasse op 7 oktober 1943
Orde van de Rode Ster op 27 augustus 1942 en 4 december 1942

Fedor Ochlopkov
Geboren 2 maart 1908
Krest-Haldzhay
Overleden 28 mei 1968
Land/partij Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie
Onderdeel Red Army flag.svg Rode Leger
Dienstjaren 1941 - 1946

Rank insignia of сержант of the Soviet Army.svg
Rang Rank insignia of сержант of the Soviet Army.svg Sergeant (Сержант)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Oostfront

Liudmyla Mykhailivna Pavlychenko

Liudmyla Mykhailivna Pavlychenko ( Rus : Людмила Михайловна Павличенко, 12 juli 1916 - 10 oktober 1974) was een Rode Leger Oekraïense Sovjet sluipschutter tijdens de Tweede Wereldoorlog . gecrediteerd met 309 kills, wordt ze beschouwd als een van de hoogste militaire sluipschutters aller tijden en de meest succesvolle vrouwelijke sluipschutter in de geschiedenis. 
Het vroege leven en het onderwijs 
Geboren in Bila Tserkva op 12 juli 1916, Pavlichenko (née Belova) verplaatst naar Kiev met haar familie op de leeftijd van veertien. Er trad zij een OSOAVIAKhIM schietvereniging en ontwikkelde zich tot een amateur scherpschutter , terwijl het werken als een molen op het Kiev Arsenal fabriek .In 1937, als student van Kiev University voltooide ze een master's degree in de geschiedenis, met de nadruk op het leven van Bohdan Khmelnytsky . 

World War II 
In juni 1941, 24-jarige Pavlichenko was in haar vierde jaar studeert geschiedenis aan de Universiteit van Kiev toen Duitsland begon de invasie van de Sovjet-Unie .Pavlichenko was een van de eerste ronde van de vrijwilligers bij het werven van kantoor, waar zij verzocht om de join infanterie en vervolgens werd ze toegewezen aan het Rode Leger 's 25 Rifle Division ;Pavlichenko hadden de optie om verpleegster maar weigerde; "Ik werd lid van het leger toen de vrouwen nog niet aanvaard". Er werd ze één van de 2.000 vrouwelijke sluipschutters in het Rode Leger, van wie ongeveer 500 de oorlog overleefd. Ze maakte haar eerste twee kills als een sluipschutter in de buurt van Belyayevka, met behulp van een Tokarev SVT-40 semi-automatische geweer met 3,5X telescopische zicht.

Private Pavlichenko gevochten voor ongeveer twee en een halve maand in de buurt van Odessa , waar ze geregistreerd 187 kills. Als de Roemenen de controle over Odessa behaalde haar eenheid werd gestuurd Sevastopol op de Krim-schiereiland , waar ze vochten voor meer dan acht maanden.In mei 1942, luitenant Pavlichenko werd door de Raad zuidelijke leger voor het doden van 257 Duitse soldaten aangehaald. Haar totaal van bevestigde kills tijdens de Tweede Wereldoorlog was 309, waaronder 36 vijandelijke sluipschutters.

In juni 1942 werd Pavlichenko gewond door mortier vuur. Door haar groeiende status werd ze uit de strijd minder dan een maand ingetrokken na het herstellen van haar wond.

Bezoeken aan geallieerde landen 
Pavlichenko werd verstuurd naar Canada en de Verenigde Staten voor een publiciteitscampagne bezoek en werd de eerste Sovjetburger door een te ontvangen Amerikaanse president toen Franklin Delano Roosevelt haar verwelkomd in het Witte Huis .Pavlichenko werd later uitgenodigd door Eleanor Roosevelt naar Amerika tournee met betrekking haar ervaringen.Tijdens een ontmoeting met verslaggevers in Washington, DC ze was stomverbaasd over de aard van de vragen die aan haar. "Een verslaggever bekritiseerde zelfs de lengte van de rok van mijn uniform, zegt dat in Amerika vrouwen dragen kortere rokken en naast mijn uniform maakte me kijken vet".Pavlichenko verschenen voor de International Student Vergadering wordt gehouden in Washington, DC , en later woonde CIO vergaderingen en maakte optredens en toespraken in New York City en Chicago . In Chicago, stond zij voor een groot publiek, berispt de mannen naar de tweede front te ondersteunen. "Heren," zei ze, "Ik ben 25 jaar oud en ik heb 309 fascistische indringers gedood door nu. Denkt u niet, heren, die je hebt verstopt achter mijn rug te lang? 'Haar woorden afgerekend op de menigte, dan veroorzaakt een stijgende gebrul van ondersteuning.De Verenigde Staten gaven haar een Colt semi-automatisch pistool . In Canada werd ze gepresenteerd met een ziende Winchester geweer nu te bezichtigen in het Central Armed Forces Museum in Moskou . Tijdens een bezoek in Canada, samen met collega-sniper Vladimir Pchelintsev en Moskou brandstof commissaris Nikolai Krasavchenko werden ze begroet door duizenden mensen in Toronto Union Station .
Op vrijdag 21 november 1942, luitenant Pavlichenko bezocht Coventry , Verenigd Koninkrijk, en aanvaard donaties van £ 4516 van Coventry werknemers te betalen voor drie X-ray units voor het Rode Leger. Zij bezocht ook Coventry Cathedral ruins, dan is de Alfred Herbert werkt en Standard Car Factory waar de meeste fondsen waren opgevoed. Ze had eerder op de dag geïnspecteerd een Birmingham fabriek.
Hebben bereikt de rang van grote , Pavlichenko nooit meer terug naar te bestrijden, maar werd een instructeur en trainde Sovjet scherpschutters tot het einde van de oorlog. In 1943 werd ze bekroond met de Gouden Ster van de Held van de Sovjet-Unie , en werd herdacht op een Sovjet postzegel.
Latere jaren en dood 
Na de oorlog eindigde ze haar opleiding aan Kiev University en begon een carrière als historicus . Van 1945 tot 1953 was zij een wetenschappelijk medewerker van de Chief hoofdkwartier van de Russische marine . Zij was later actief in de Sovjet-Comité van de Veteranen van de oorlog.Pavlichenko overleed op 10 oktober 1974 op de leeftijd van 58, en werd begraven in de Novodevichye Begraafplaats in Moskou .
Een tweede Sovjet herdenkingsmunt stempel met Lyudmila Pavlichenko portret werd uitgegeven in 1976.

Herdenking 
Pavlichenko's oorlog record werd in de erkende Sovjet-Unie door twee postzegels met haar portret (zie foto boven) en in de Verenigde Staten, door een lied ( "Miss Pavlichenko") samengesteld tijdens de Tweede Wereldoorlog door folkzanger Woody Guthrie , als een eerbetoon aan haar oorlogsverleden en haar te bezoeken aan de Verenigde Staten en Canada te herdenken.Het werd uitgebracht als onderdeel van The Asch Recordings . 

Battle for Sevastopol (originele Oekraïense titel - "Незламна" ( "Indestructible", "Unbreakable")), een biografische film over Lyudmila Pavlichenko, een joint Oekraïens-Russische productie, werd uitgebracht in beide landen op 2 april 2015. International première vond plaats twee weken later aan de Beijing International Film Festival .

De populaire Russische lied "Cuckoo" ( Rus : "Кукушка") wordt gezongen in haar herinnering

File:Pavlichenko LM.jpg

Bijnamen) Lady Death 
Geboren 12 juli 1916 
Bila Tserkva , Russische Rijk 
(nu Bila Tserkva , Oekraïne )
Ging dood 10 oktober 1974 (58 jaar) 
Moskou , Russische SFSR , Sovjetunie 
(nu in Moskou , Russische Federatie )
Trouw Sovjet Unie
Service / tak rode Leger
Dienstjaren 1941 - 1953
Rang groot
Eenheid 25 Rifle Division
Gevechten / oorlogen 
Tweede Wereldoorlog
Beleg van Odessa
Belegering van Sevastopol
Awards Leninorde (tweemaal) 
Held van de Sovjet-Unie 
Medaille voor de gewapende strijd 
Medal "Voor de Verdediging van Odessa" 
Medal "Voor de Verdediging van Sevastopol" 
Medal "Voor de overwinning op Duitsland in de Grote Patriottische Oorlog 1941-1945"
Ander werk Sovjet-Comité van de Veteranen van de oorlog

File:Pav-Stamp.jpg

1943 postzegel met Pavlichenko

Dmitri Grigorjevitsj Pavlov

Dmitri Grigorjevitsj Pavlov (Дми́трий Григо́рьевич Па́влов, Pavlovo, 23 oktober 1897 – Moskou, 22 juli 1941) was een generaal van de Sovjet-Unie, die gefusilleerd werd nadat hij de Slag om Białystok-Minsk in de Tweede Wereldoorlog verloren had.

Pavlov vocht in de Eerste Wereldoorlog en in de Russische Burgeroorlog. Vanaf 1919 diende hij in het Rode Leger. Hij studeerde in 1928 af aan de Froenze-academie. Hij werd bevelhebber van verschillende gemechaniseerde eenheden en van cavalerie. In 1936 en 1937 vocht hij onder de schuilnaam Pablo met een brigade Sovjettanks in de Spaanse Burgeroorlog met de republikeinen. Hiervoor werd hij Held van de Sovjet-Unie. Bij zijn terugkeer werd hij hoofd van de tanks. Hij vocht in de Winteroorlog en in de Russisch-Japanse grensoorlog.

In 1940 werd Pavlov bevelhebber in Wit-Rusland. Toen Duitsland de Sovjet-Unie aanviel in juni 1941 met operatie Barbarossa, bevond hij zich aan het Westelijk Front. Op 22 februari kreeg hij de nieuwe rang van legergeneraal, een rang lager dan Maarschalk van de Sovjet-Unie.

Hij leed een zware nederlaag in de Slag om Białystok-Minsk, werd op 30 juni van zijn commando ontheven, gearresteerd en voor de krijgsraad in Moskou gesleept.

De aanklacht tegen hem en zijn stafchef Klimovskikh luidde:

Als deelnemers aan een samenzwering tegen de Sovjet-Unie, verraad aan de belangen van het vaderland, breken van de gezworen eed, schade aan het Rode leger, misdaden volgens artikels 58-1b, 58-11 van het strafwetboek van de USSR; Het onderzoek heeft uitgewezen dat de beklaagden Pavlov en Klimovskikh, de eerste bevelhebber van het westelijk front en de tweede stafchef van hetzelfde front, tijdens de uitbraak van de vijandelijkheden met de Duitse strijdkrachten tegen de Sovjet-Unie, lafheid getoond hebben, machtsmisbruik, wanbeleid, de instorting van de bevelstructuur hebben toegelaten, wapens in handen van de vijand gelaten hebben zonder vechten, bewust militaire stellingen verlaten hebben, de meest wanordelijke verdediging van het land, en de vijand mogelijk gemaakt hebben door het front van het Rode Leger te breken.

Pavlov en zijn ondergeschikten werden op 22 juli 1941 beschuldigd van plichtsverzuim in plaats van verraad en op dezelfde dag ter dood veroordeeld. Pavlovs bezittingen werden aangeslagen, zijn rang werd afgenomen en hij werd door de NKVD gefusilleerd op een stortplaats bij Moskou. Zijn ouders, echtgenote, zoon en schoonmoeder werden tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Doodvonnissen werden ook voltrokken voor

stafchef generaal-majoor B. E. Klimovskikh,
hoofd van de transmissietroepen generaal-majoor A. T. Grigorjev,
hoofd van de artillerie luitenant-generaal A. Klich,
plaatsvervangend luchtmacht commandant voor het westelijk front generaal-majoor A. I. Tajoerski, wiens chef I. I. Kopets al zelfmoord gepleegd had.
De bevelhebber van het 14e gemechaniseerd korps generaal-majoor Stepan Oborin werd op 8 juli gearresteerd en gefusilleerd. De bevelhebber van het 4e leger, generaal-majoor A. A. Korobkov werd op 8 juli ontslagen, op 9 juli gearresteerd en op 22 juli gefusilleerd.

De plaatsvervanger van Pavlov, luitenant-generaal Ivan Boldin overleefde 45 dagen achter de Duitse linies en leidde op 10 augustus 1650 man naar de Sovjetlinie te Smolensk. Stavka dagorder 270 prees de divisie van Boldin.

Pavlov en de andere bevelhebbers van het westelijk front werden op 31 juli 1957 onder het bewind van Nikita Chroetsjov postuum in ere hersteld.
Onderscheidingen
Held van de Sovjet-Unie (nr. 30)[1]op 21 juni 1937
Leninorde in 1936, 1937, 1940
Orde van de Rode Banier in 1930, 1937
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger

Dmitri Pavlov

Dmitri Pavlov
Geboren 23 oktober 1897
Pavlovo, Keizerrijk Rusland
Overleden 22 juli 1941
Moskou, Sovjet-Unie
Begraven Nieuwe Begraafplaats Donskoye, Moskou[1]
Land/partij Vlag van Keizerrijk Rusland Keizerrijk Rusland
Onderdeel Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Red Army flag.svg Rode Leger
Dienstjaren 1916 – 1941
Rang RA A F9GenArmy 1943.png Generaal
(Генерал армии)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Russische Burgeroorlog
Spaanse Burgeroorlog
Russisch-Japanse grensoorlog
Winteroorlog
Tweede Wereldoorlog
Oostfront
Slag om Białystok-Minsk

Jakov Fedotovitsj Pavlov

Yakov Fedotovich Pavlov ( Rus : Яков Федотович Павлов, 4 oktober 1917 - 29 september 1981) was een Sovjet- Rode Leger soldaat die werd Held van de Sovjet-Unie voor zijn rol in de verdediging van " Pavlov's House " tijdens de Slag om Stalingrad . 

Biografie 
Geboren in 1917 naar een boerenfamilie in het kleine dorpje Krestovaya in het noordwesten van Rusland (het huidige Novgorod Oblast ), Pavlov toegetreden tot het Rode Leger in 1938. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij op de Zuid-Westers , Stalingrad , 3 Oekraïense en 2 Wit-Russisch fronten. Pavlov was een commandant van een machinegeweer eenheid, een artillerist , en een commandant van een verkenning eenheid met de rang van Senior Sergeant .

Tijdens de Slag om Stalingrad , in de nacht van 27 september 1942, Pavlov's peloton heroverde een vier verdiepingen tellende woongebouw, in beslag genomen door het Duitse leger en verdedigd tegen de voortdurende aanvallen van de Duitsers tot afgelost door oprukkende Sovjet-troepen twee maanden later. Vasily Chuikov , bevelhebber van de Sovjet-troepen in Stalingrad, later grapte dat de Duitsers verloor meer mannen proberen te Pavlov's huis te nemen dan ze in Parijs nemen . 

Het gebouw en de verdediging ging de geschiedenis in als " Pavlov's House " (Дом Павлова).Voor zijn daden in Stalingrad, werd hij bekroond met de Held van de Sovjet-Unie , de Orde van Lenin , de Orde van de Oktoberrevolutie , twee Orders van de Red Star en tal van andere medailles.

Post-oorlog, trad hij de Communistische Partij . Hij werd drie keer als plaatsvervangend verkozen tot de Opperste Sovjet van de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek .

Pavlov is overleden op 29 september 1981 en werd begraven in Novgorod .

File:Yakov Fedotovich Pavlov.jpg

Pavlov in 1945.
Geboortenaam Yakov Fedotovich Pavlov
Bijnamen) Яков Федотович Павлов
Geboren 4 oktober 1917 
Krestovaya , Russische Rijk
Ging dood 29 september 1981 (63 jaar) 
Novgorod , Russische SFSR , Sovjetunie

Konstantin Konstantinovitsj Rokossovski

Konstantin Konstantinovitsj Rokossovski (Russisch: Константин Константинович Рокоссовский; Pools: Konstanty Rokossowski) (Warschau/Velikije Loeki, 21 december 1896 – Moskou, 3 augustus 1968) was een Sovjet en Pools maarschalk en Pools minister van Defensie.


Levensloop
Zijn geboortedorp is onbekend. Sommige bronnen stellen dat hij geboren is in Warschau, anderen dat het Velikije Loeki bij Pskov in Noord-Rusland was en dat zijn familie kort daarna verhuisd is naar Warschau.

De familie Rokossowski was een Poolse adellijke familie die vele cavaleristen voortbracht. Zijn adellijke afkomst werd in de Sovjet-Unie verzwegen. Men legde de nadruk op het feit dat Konstantins vader een spoorwegarbeider in Rusland was. De moeder van Rokossovski was etnisch Russisch.

Hij werd met veertien jaar een wees en moest werken om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij begon in een sokkenfabriek. Later werd hij leerling-steenhouwer. Dit feit zou de communistische regering gebruiken als propaganda. Beweerd werd dat Rokossovski geholpen had om Warschaus Poniatowskibrug te bouwen. Rokossovski besloot om zijn naam te russificeren. Hij veranderde het patroniem Ksaverovitsj in Konstantinovitsj. Hij hoopte dat deze verandering zijn carrière in de Sovjet-Unie zou vergemakkelijken.

Vroege militaire carrière
Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak in 1914, ging Rokossovski bij het Russische leger. Hij diende als een officier in bij de dragonders. In 1917 werd hij lid van de Bolsjewistische Partij en kort daarna het Rode Leger. Tijdens de Russische Burgeroorlog werd hij commandant. Tijdens campagnes tegen het Witte Leger van Aleksandr Koltsjak kreeg Rokossovski de hoogste militaire decoratie, de Orde van de Rode Banier. In 1922 nam hij deel aan de Pools-Russische oorlog.

Na de Russische Burgeroorlog studeerde Rokossovski aan de Froenze Militaire Academie en werd een cavaleriebevelhebber in het Rode Leger. Tijdens de jaren '20 werd zijn divisie gestationeerd in de Mongoolse Volksrepubliek. In 1929 nam hij met instemming van de Chinese overheid deel aan het verdedigen van de Chinese Oostelijke Spoorweg tegen krijgsheren. In de vroege jaren 30 was Rokossovski een van de eerste om zich de mogelijkheden van een gepantserde aanval te realiseren. Hij pleitte voor een sterke gepantserde kern voor het Rode Leger. Het verdedigen van dit idee bracht hem in conflict met veel van de bevelhebbers van de oude stempel, vooral Semjon Boedjonny, die nog steeds liever cavalerietactieken zag. Het was wegens dit dat hij beschuldigd werd tijdens de zuiveringen.

Grote Zuivering
Rokossovski behield het opperbevel tot 1937, toen hij tijdens de Grote Zuivering van Jozef Stalin van "verbindingen met buitenlandse intelligentie" beschuldigd werd, waarbij zijn Poolse afkomst een grote rol speelde. De NKVD had Rokossovski op beschuldiging van spionage voor Polen gearresteerd. Hij werd geslagen door ondervragers. Hij werd voor een speciale krijgsraad gebracht en daar werd hem verteld dat het bewijs van zijn schuld de verklaring van Adolf Joesjkevitsj was.

- "Kunnen doden bewijsmateriaal geven?" vroeg Rokossovski.
- "Wat bedoelt u?"
- "Wel, Adolf Kazimirovitsj werd gedood in 1920 in Perekop", antwoordde Rokossovski. Hij vertelde aan de ondervrager dat hij met hem diende, maar vergat zijn dood te vertellen.
Dit redde blijkbaar het leven van Rokossovski, maar hij werd veroordeeld om in een arbeidskamp te dienen, waar hij tot maart 1940 bleef. In deze periode liep hij een aantal verwondingen op vanwege de mishandelingen in de gevangenis. Toen werd hij zonder verklaring vrijgelaten. Rokossovski’s eerste commando was in Sotsji aan de kust van de Zwarte Zee. Na een kort gesprek met Stalin kreeg hij de rang van een Korpsbevelhebber in Kiev.

De Tweede Wereldoorlog

Konstantin Rokossovski rechts te Berlijn in 1945
Toen de Duitse inval begon in juli 1941, werd Rokossovski commandant van het 16e Leger, gestationeerd bij Smolensk. Tijdens de bittere gevechten in de winter van 1941 speelde Rokossovski een belangrijke rol in de verdediging van Moskou.

In een beroemd incident tijdens de Slag om Moskou, was Rokossovski het met Stalin oneens over het volgende. Stalin vroeg een aanval op een belangrijke frontsector en Rokossovski wilde twee spitsen. Volgens de legende gaf Stalin Rokossovski de opdracht om te gaan en erover te denken. Hij deed dat drie keer maar telkens als de bevelhebber terugkeerde gaf hij hetzelfde antwoord "twee spitsen Kameraad Stalin, twee spitsen." Na de derde keer zweeg Stalin, maar liep naar Rokossovski en zette een hand op zijn schouder. De gehele ruimte wachtte in spanning op de Leider om Rokossovski te degraderen maar in plaats daarvan zei Stalin "Uw vertrouwen spreekt voor uw correct oordeel." en gaf het bevel om de aanval om volgens het plan van Rokossovski te laten doorgaan. De slag was succesvol en de reputatie van Rokossovski was verzekerd. Er waren maar weinig mensen, die Stalin durfden tegen te spreken. En gezien het verleden van Rokossovski was dit incident opmerkelijker en moediger.

Begin 1942 werd Rokossovski overgeplaatst naar het Brjanskfront. Hij commandeerde de rechterflank van het Sovjetleger terwijl ze terugtrokken naar de Don en naar Stalingrad. Tijdens de Slag om Stalingrad commandeerde Rokossovski het Donfront en leidde de noordelijke vleugel van Sovjetaanval om het Zesde Leger van Paulus te omsingelen. In 1943 werd hij bevelhebber van het Centrale Front. In datzelfde jaar leidde Rokossovski met succes defensieve acties bij Koersk, en leidde toen de aanval ten westen van Koersk die de laatste belangrijkste Duitse aanval aan het oostfront versloeg. Daarna werd hij overgeplaatst naar het Eerste Wit-Russische Front, dat hij commandeerde tijdens de Sovjetaanval door Wit-Rusland en door Polen. Hij beval Operatie Bagration, die de Sovjetlegers in 1944 aan de oostoever van de Wisla tegenover Warschau bracht. Hiervoor kreeg hij de titel van Maarschalk van de Sovjet-Unie.

Terwijl de troepen van Rokossovski halt hielden op de oevers van de Wisla, brak in Warschau de Opstand van Warschau (augustus – oktober 1944) uit, geleid door het Poolse Binnenlandse Leger (AK) dat door de Poolse regering in ballingschap werd bevolen. Aangezien het AK de bedoeling had om de stad te bevrijden voor de aankomst van de Sovjetlegers en om te verhinderen dat er een communistische regering kwam, beval Stalin Rokossovski om Warschau niet aan te vallen, bevelen die hij opvolgde. Na de inname van Warschau door het Rode Leger in januari 1945, werd Rokossovski overgeplaatst naar het Tweede Wit-Russische Front. Dit front marcheerde door Oost-Pruisen en dan naar noordelijk Polen tot aan de monding van de Oder. Begin april schudde hij de handen van de Britse maarschalk Bernard Montgomery in Noord-Duitsland terwijl Zjoekov en Ivan Konev Berlijn aanvielen.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]
Na het einde van de oorlog bleef Rokossovski bevelhebber van de Sovjettroepen in Noord-Polen en Duitsland. In oktober 1949 werd Rokossovski, naar eigen verzoek, Pools Minister van Nationale Defensie met als extra titel 'Maarschalk van Polen'. In 1952 werd hij Voorzitter van de Afvaardiging van de Raad van Ministers van de Volksrepubliek Polen. Hoewel Rokossovski van naam Pools was, had hij niet al 35 jaar niet meer in Polen gewoond. Zelf heeft hij zich echter altijd Pools beschouwd en in alle Sovjet-enquêtes gaf hij 'Pool' als etniciteit aan.

De meeste Polen beschouwden hem als een agent van Stalin, vooral omdat hij slecht Pools sprak, hij beval Poolse militairen zelfs om hem in het Russisch aan te spreken. Zoals Rokossovski het zei: "In Rusland ben ik Pool, in Polen ben ik Rus." Hij was verantwoordelijk voor vervolging van onafhankelijkheidsbeweging in Polen en introduceerde de strafkampen voor de Poolse militairen die uit "onsocialistische" families kwamen. Hij dwong hen werk in gevaarlijke arbeidskampen te verrichten waaronder het werken in uranium- en steenkoolmijnen.

Hij werkte keihard om het Poolse leger een goede structuur te geven, vooral op het vlak van Parachutisten en marine. Tijdens de protesten van 1956 tegen de Sovjetbezetting, keurde Rokossovski het bevel goed om militaire eenheden tegen de demonstranten in te zetten. Volgens officiële schattingen werden als resultaat van deze actie 74 mensen gedood. Toen de Communistische hervormers probeerden aan de macht te komen, ging Rokossovski naar Moskou en probeerde Nikita Chroesjtsjov te overtuigen om militaire actie tegen Polen te ondernemen. Nadat de hervormers begonnen te onderhandelen met Moskou, verliet Rokossovski Polen. Hij keerde naar de Sovjet-Unie terug, die hem in ere herstelde. In juli 1957 benoemde Nikita Chroesjtsjov hem tot Afgevaardigde van het ministerie van Defensie en Bevelhebber van de Kaukasus. In 1958 werd hij inspecteur van het ministerie van defensie, een post die hij tot zijn pensionering in april 1962 bezette. Hij stierf in augustus 1968, op de leeftijd van 74 jaar, en ligt begraven op het Rode Plein in Moskou.

Konstantin Rokossovski in 1940

Konstantin Rokossovski in 1940
Geboren 21 december 1896
Warschau/Velikije Loeki
Overleden 3 augustus 1968
Moskou
Begraven Kremlin Muur Necropolis, Moskou[1] en 1 juni 1945
Onderdeel Lesser Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Red Army flag.svg Rode Leger
Dienstjaren 1914 – 1937
1940 – 1962
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Army-POL-OF-10.svg Maarschalk van Polen
Eenheid 7e Samara Cavalerie Divisie
15e Cavalerie Divisie
5e Cavalerie Korps
9e Gemechaniseerd Korps (Sovjet-Unie)
4e Leger (Sovjet-Unie)
"Groep Yartsevo"
16e Leger (Sovjet-Unie)
Brjansk Front
Don Front
Centraal Front (Sovjet-Unie)
1e Wit-Russische front
2e Wit-Russische front
Poolse strijdkrachten

 

 

Konstantin Rokossovski rechts te Berlijn in 1945

Onderscheiding
Keizerrijk Rusland
Viermaal het Sint-Georgekruis, een onderscheiding voor dapperheid die Konstantin Rokossovski al ten tijde van de Tsaar verwierf. Het bezit van alle vier de klassen maakte hem een "Cavalier van Sint-George" (Russisch: "кавалерами Георгиевского" of "Полний Георгиевский кавалер").
Sovjet Unie
Tweemaal Held van de Sovjet-Unie op 29 juli 1944 en 1 juni 1945
Orde van de Overwinning, een met diamanten en robijnen versierde ster op 30 maart 1945
Zevenmaal de Leninorde tussen 1936, 2 januari 1942, 29 juli 1944, 21 februari 1945, 1966
Orde van de Oktoberrevolutie
Zesmaal de Orde van de Rode Banier op 22 juli 1941, 3 november 1944
De Orde van Soevorov Ie Klasse in platina op 28 januari 1943
De Orde van Koetoezov Ie Klasse in platina en goud op 27 augustus 1943
De Maarschalkster op 29 juni 1944
en meerdere medailles Polen
Orde van de Bouwers aan het Polen van het Volk
Grootkruis met Ster in de Orde Virtuti Militari van Polen
De Orde van het Kruis van Grunwald Ie Klasse
Andere landen
Honorair Ridder Commandeur in de Militaire Divisie van de Orde van het Bad (Verenigd Koninkrijk) op 12 juli 1945
Grootofficier in het Legioen van Eer van Frankrijk
Het Oorlogskruis van Frankrijk
Chief Commander van het Legioen van Verdienste van de Verenigde Staten
De Orde van Suha Bator van Mongolië
De Orde van de Rode Banier van Mongolië
De Medaille voor "Sino-Sovjet vriendschap" van de Volksrepubliek China
Militaire loopbaan
Vrijwilliger: 1914
Onderofficier:
Generaal-majoor (Генерал-майор): 4 juni 1940
Luitenant-generaal (Генерал-лейтенант): 14 juli 1941 - 11 september 1941
Kolonel-generaal (Генерал-полковник): 15 januari 1943
Generaal (Генерал армии): 28 april 1943
Maarschalk van de Sovjet-Unie (Маршал Советского Союза): 29 juni 1944
Maarschalk van Polen (Marszałek Polski): 2 november 1949

Foto uit 1916 met het lint van het Sint-Georgekruis

Pools uniform, om de hals het Poolse Kruis van Grunwald

Boris Michailovitsj Sjaposjnikov

Boris Michailovitsj Sjaposjnikov (Бори́с Миха́йлович Ша́пошников Zlato-oest, 20 september 1882 – Moskou, 26 maart 1945) was een Maarschalk van de Sovjet-Unie die vocht in de Tweede Wereldoorlog.

Militaire opleiding
Sjaposjnikov stamde af van kozakken van Orenburg.Van 1893 tot 1900 volgde hij de vakschool te Krasno-oefimsk. In 1901 ging hij naar de officiersschool van het Keizerlijk Russisch Leger te Moskou, waar hij in 1903 afstudeerde met de rang van onderluitenant.

Van 1903 tot 1907 diende hij in het 1e bataljon van Turkestan te Tasjkent. In 1906 werd hij luitenant.

Van 1907 tot 1910 studeerde hij aan de militaire academie van de generale staf. Hij keerde daarna terug naar zijn regiment in Tasjkent.

In 1912 ging hij met de graad van kapitein naar de generale staf als adjudant bij de staf van de 14e divisie cavalerie.

Eerste Wereldoorlog
In 1915 was hij kort stafofficier bij de algemene kwartiermeester van het noordwestelijk front van de Eerste Wereldoorlog, Michail Dmitrijevitsj Bontsj-Broejevitsj. In november 1915 werd hij stafchef van de brigade kozakken en in december werd hij luitenant-kolonel. Van 1916 tot 1917 was hij stafchef van verschillende eenheden.

Vanaf september 1917 was hij bevelhebber van het 16e Mingrelische regiment grenadiers van de Kaukasus en in augustus werd hij kolonel. In 1917 steunde hij de Russische Revolutie.

In 1918 werd Sjaposjnikov ziek en kreeg hij buiten het leger een post als secretaris bij het gerecht. In mei 1918 vervoegde hij het Rode Leger als een van de weinige officieren met een militaire opleiding. Hij werd meteen plaatsvervangend hoofd van de operaties van de staf van de opperste raad.

Interbellum
Vanaf 1919 as hij plaatsvervangend stafchef van de volkscommissaris voor militaire en marineaangelegenheden van Oekraïne.

1921 werd Sjaposjnikov plaatsvervangend opperbevelhebber van het Rode Leger.

In 1925 werd hij opperbevelhebber van het Militair District Leningrad en in 1927 van het Militair District Moskou.


De militaire revolutionaire raad in 1927 Sjaposjnikov achteraan tweede van links
Van 1928 tot 1931 was hij stafchef van het Rode Leger in plaats van Michail Toechatsjevski.

In 1929 schreef hij Mozg Armii (Мозг армии, het brein van het leger) in twee delen. Jozef Stalin had er een exemplaar van op zijn bureautafel liggen.



Terwijl Stalin alle anderen aansprak met “Kameraad” sprak hij Sjaposjnikov als enige aan met het beleefde “Boris Michailovitsj”.

In 1930 werd Sjaposjnikov lid van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Het centraal comité besliste dat de verplichte wachttijd voor hem niet van toepassing was.

In 1931 werd hij bevelhebber van het militair district Wolga. In 1932 werd hij commandant en commissaris van de Froenze Academie. Op 20 november 1935 werd hij opperbevelhebber van het militair district Leningrad.

Grote Zuivering

Boris Sjaposjnikov (achteraan 2e van links) bij de ondertekening van het Molotov-Ribbentroppact in 1939
Hij getuigde tegen Michail Toechatsjevski in de Moskouse Processen van 1937. In 1937 werd hij chef van de generale staf en plaatsvervangend volkscommissaris voor landsverdediging in plaats van Aleksander Jegorov, ook slachtoffer van de Grote Zuivering van het Rode Leger. In 1939 werd hij lid van de Communistische partij van de Sovjet-Unie.

In 1939 keurde Stalin het plan van Sjaposjnikov goed om de sterkte van het Rode Leger snel weer op te bouwen. Sjaposjnikov verkreeg de vrijlating uit de Goelags van 4000 officieren die hij dacht nodig te hebben.

Winteroorlog
In 1940 werd hij Maarschalk van de Sovjet-Unie en plaatsvervangend volkscommissaris voor landsverdediging.In 1940 plande Sjaposhnikov de invasie van Finland, maar hij was minder optimistisch dan Stalin en Kliment Vorosjilov. De Winteroorlog verliep niet naar wens en in augustus 1940 nam Sjaposjnikov ontslag als stafchef.

Tweede Wereldoorlog
Toen Duitsland de Sovjet-Unie binnenviel met Operatie Barbarossa werd Sjaposjnikov teruggeroepen als stafchef ter vervanging van Georgi Zjoekov, die naar het front gestuurd was. Hij werd tegelijk Volkscommissaris voor Landsverdediging.

Op 10 mei 1942 nam hij opnieuw ontslag als stafchef om gezondheidsredenen. Hij had zijn opvolger Aleksandr Vasilevski opgeleid, maar bleef Stalin raad geven. Sjaposjnikov geldt ook als leraar van Alexej Antonov en Sergej Stsjtemenko. Hij werd in juni 1943 bevelhebber van de Militaire academie van de generale staf van de gewapende machten in de Sovjet-Unie.

De urne met zijn as is bijgezet in de muur van het Kremlin. Een Russische torpedobootjager Maarschalk Sjaposjnikov (BPK 543) is naar hem genoemd.
 

Boris Sjaposjnikov

Boris Sjaposjnikov
Geboren
20 september 1882
Zlato-oest, Gouvernement Oefa, Keizerrijk Rusland
Overleden
26 maart 1945
Moskou
Begraven
Kremlin Muur Necropolis, Moskou

Boris Sjaposjnikov in 1929

 

Boris Sjaposjnikov (achteraan 2e van links) bij de ondertekening van het Molotov-Ribbentroppact in 1939


Onderscheidingen                                                                                                                   
Orde van Sint-Anna
Tweede Klasse class met Zwaarden op 1 november 1916
Derde Klasse met Zwaarden en Boog in 1915
Vierde Klasse op 26 oktober 1914
Orde van Sint-Vladimir
Vierde Klasse met Zwaarden en Boog op 2 november 1914
Orde van Sint-Stanislaus
Derde Klasse met Zwaarden en Boog op 22 juli 1916
Leninorde op 31 december 1939, 3 oktober 1942, 21 february 1945
Orde van de Rode Banier op 14 oktober 1921, 3 november 1944
Orde van Soevorov, der Eerste Klasse op 22 februari 1944
Orde van de Rode Ster op 15 januari 1934, 22 februari 1938
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger op 22 februari 1938
Medaille voor de Verdediging van Moskou op 1 mei 1944

Semjon Konstantinovitsj Timosjenko

Semjon Konstantinovitsj Timosjenko (Russisch: Семён Константинович Тимошенко) (Furmanivka, Oblast Odessa, 18 februari 1895 - Moskou, 31 maart 1970) was een Sovjetgeneraal, de hoogste beroepsofficier van het Rode Leger aan het begin van de Duitse invasie in 1941.
Jeugd
Timosjenko zag het levenslicht nabij Odessa in Zuid-Oekraïne. Hij ging in het leger van het Russische Rijk in 1915. Hij was een cavalerist aan het westelijke front. Na het uitbreken van de Russische Revolutie in 1917, sympathiseerde hij met de revolutionairen, een jaar later ging hij bij het Rode Leger en in 1919 bij de Bolsjewistische Partij. Tijdens de burgeroorlog vocht hij op vele fronten, waarvan de belangrijkste Tsaritsyn was (later Stalingrad genoemd, nu Volgograd). Daar ontmoette hij Jozef Stalin en ze werden vrienden, waardoor zijn carrière in een stroomversnelling kwam.
Legerdienst
Van 1920 tot 1921 diende hij in het 1e Cavalerieleger onder Semjon Boedionny, en deze twee domineerden het Rode Leger lange tijd. Na de burgeroorlog en Pools-Russische oorlog werd Timosjenko opperbevelhebber van de Cavalerie van het Rode Leger. Later was hij ook succesvolle bevelhebber van een deel van het Rode Leger in Wit-Rusland (1933), Kiev (1935), de noordelijke Kaukasus (1937), Charkov (1937), Kiev (1938). In 1939 werd hij opperbevelhebber van de Westelijke Grenzen. Tijdens de bezetting van Polen in 1939 was hij bevelhebber van het Oekraïense Front. Op dat moment werd hij ook lid van het Centrale Partijbureau. In die tijd begon Stalin aan zijn Grote Zuivering, waarbij drie van de vijf maarschalken van de Sovjet-Unie werden geëxecuteerd omdat ze nog door Leon Trotski aangesteld waren en omdat hij een staatsgreep vreesde. De overblijvende maarschalken Semjon Boedionny en Kliment Vorosjilov waren beschermelingen van Stalin.
Tweede Wereldoorlog
In 1940 werd Timosjenko bevelhebber van de Sovjetstrijdkrachten die in Finland vochten. Deze veldtocht was aan het mislukken door het slechte commando van Kliment Vorosjilov. Onder het bevel van Timosjenko keerde het tij. De Sovjets braken door de Mannerheimlinie en in maart van dat jaar tekende Finland een vredesverdrag. Dankzij de overwinning werd hij benoemd tot minister van defensie en Maarschalk van de Sovjet-Unie. Timosjenko was een competente maar traditionele commandant die zag dat het Rode Leger dringend gemoderniseerd moest worden, wilde het winnen tegen nazi-Duitsland. Ondanks al het verzet uit traditionele hoek zorgde hij voor de mechanisatie van het leger en voor de productie van meer tanks. Ook zorgde hij voor een terugkeer naar de harde discipline van het tsaristische leger.
Duitse inval
Toen de Duitsers de Sovjet-Unie in juni 1941 binnenvielen, benoemde Stalin zichzelf tot minister van defensie. Timosjenko werd naar het Centrale Front gezonden, waar hij direct de terugtocht naar Smolensk beval. Hierbij vielen zeer veel slachtoffers, maar het grootste deel van zijn leger werd gered om Moskou te verdedigen. In september moest hij naar Oekraïne, waar het Rode Leger ongeveer 1,5 miljoen slachtoffers telde wegens de grote omsingelingen bij Oeman en Kiev. Hij slaagde erin om het front te stabiliseren.
In mei 1942 begon Timosjenko, samen met 640 000 manschappen, een flankoffensief bij Charkov, de eerste poging om het initiatief terug te nemen. Na enkele successen vielen de Duitsers Timosjenko’s zuidelijke flank aan. Het offensief moest halt houden met 200 000 slachtoffers. Hoewel het offensief de Duitse aanval op Stalingrad vertraagde, moest Timosjenko zich verantwoorden voor het mislukken van het offensief. Zjoekov slaagde erin om Moskou te verdedigen in december 1941. Dit overtuigde Stalin ervan dat hij een betere bevelhebber was dan Timosjenko. In 1942 verwijderde Stalin Timosjenko van frontdienst. Later kreeg hij rollen als: commandant van Stalingrad (juni 1942), commandant van het Noordwesten (oktober 1942), Leningrad, (juni 1943), de Kaukasus (juni 1944) en de Baltische landen (augustus 1944).
Post-Bellumperiode
Na de oorlog werd Timosjenko Sovjetbevelhebber in Wit-Rusland (maart 1946), de zuidelijke Oeral (juni 1946), en opnieuw Wit-Rusland (maart 1949). In 1960 werd hij inspecteur-generaal van het ministerie van defensie, een ereambt. Vanaf 1961 werd hij hoofd van het staatscomité voor oorlogsveteranen. Hij stierf ten slotte in Moskou in 1970.
Militaire loopbaan
Kolonel-generaal (Комкор): 20 november 1935
Generaal (Командарм 2-го ранга 2e rang): 10 september 1937
Generaal (Командарм 1-го ранга 1e rang): 8 februari 1939
Maarschalk van de Sovjet-Unie (Маршал Советского Союза): 7 mei 1940

Afbeeldingsresultaat voor Semjon Konstantinovitsj Timosjenko

Maarschalk Semjon Timosjenko, 1940
Geboren 18 februari 1895
Furmanivka, Oblast Odessa, Keizerrijk Rusland (hedendaags Oekraïne)
Overleden 31 maart 1970
Moskou
Begraven Kremlinmuur Necropolis, Moskou
Onderdeel Lesser Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Red Army flag.svg Rode Leger
Dienstjaren 1914 - 1960
Rang Marshal RKKA 1940-1943.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Leiding over Kiev Militaire District
Noordwestelijk Front
Wit-Russische Militaire District
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Pools-Russische Oorlog
Russische Burgeroorlog
Winteroorlog
Tweede Wereldoorlog
Oostfront
Tweede slag om Charkov

Onderscheidingen
Sint-Georgekruis, 1e, 2e, en 3e klasse
Held van de Sovjet-Unie op (21 maart 1940 en 18 februari 1965)
Maarschalkster op 7 mei 1940
Orde van de Overwinning op 4 juni 1945
Leninorde op (22 februari 1938, 21 maart 1940, 21 februari 1945, 18 februari 1965, 18 februari 1970)
Orde van de Oktoberrevolutie op 22 februari 1968
Orde van de Rode Banier op (25 juli 1920, 11 mei 1921, 22 februari 1930, 3 november 1944, 6 november 1947)
Orde van Soevorov op (9 oktober 1943, 12 september 1944, 27 april 1945)
Medaille voor de Verdediging van Stalingrad
Medaille voor de Verdediging van Leningrad
Medaille voor de Verdediging van Kiev
Medaille voor de Verdediging van de Kaukasus
Medaille voor de Verdediging van Moskou
Medaille voor de Verovering van Boedapest
Medaille voor de Verovering van Wenen
Medaille voor de Bevrijding van Belgrado
Medaille voor de overwinning op Japan
Medaille voor de Overwinning over Duitsland in de Grote Patriottische Oorlog 1941-1945
Jubileumsmedaille voor 20 jaar Overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger
Jubileummedaille "30 jaar van Soviet Leger en Marine"
Jubileummedaille "40 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
Jubileummedaille "50 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
Medaille als Aandenken aan 250 jaar Leningrad
Medaille ter Herinnering aan de Achthonderdste Verjaardag van Moskou
Militaire Orde van de Witte Leeuw voor de Overwinning, Ster der Eerste Klasse
Orde van de Partizanenster in goud
Medaille voor 30 jaar Overwinning bij Khalkhin Gol

Fjodor Ivanovitsj Tolboechin

Fjodor Ivanovitsj Tolboechin (Russisch: Фёдор Иванович Толбухин) (Androniki (Oblast Jaroslavl), 16 juni [O.S. 1894] 4 juni - Moskou, 17 oktober 1949) was een maarschalk van de Sovjet-Unie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij voerde het bevel tijdens de Slag om Stalingrad, bevrijdde de Krim en nam Boedapest in.

De stad Dobritsj in Bulgarije, had tussen 1949 en 1991 zijn naam, Tolboechin.

Militaire loopbaan
Majoor-generaal (Kombrig): 28 november 1935
Luitenant-generaal (Komdiv): 15 juli 1938
Majoor-generaal (Генерал-майор): 4 juni 1940
Luitenant-generaal (Генерал-лейтенант): 19 januari 1943
Kolonel-generaal (Генерал-полковник): 28 april 1943
Generaal (Генерал армии): 21 september 1943
Maarschalk van de Sovjet-Unie (Маршал Советского Союза): 19 september 1944
Onderscheidingen[bewerken]
Held van de Sovjet-Unie op 7 mei 1965 (Postuum)
Leninorde op 19 maart 1944[4] en 21 februari 1945
Orde van de Overwinning (nr. 9) op 26 april 1945
Orde van de Rode Banier op 18 oktober 1922, 3 november 1944
Orde van Soevorov, 1e klasse op 28 januari 1943 en 16 mei 1944
Orde van Koetoezov, 1e klasse op 17 september 1943
Orde van de Rode Ster op 22 februari 1938
Orde van Sint-Anna, 3e klasse
Orde van Sint-Stanislaus, 3e klasse
Maarschalkster op 12 september 1944
Orde van de Nationale Held
Held van de Volksrepubliek Bulgarije op 31 mei 1945
Militaire Orde voor Dapperheid in de Oorlog
Orde van Georgi Dimitrov
Orde van de Hongaarse Vrijheid
Voor de Moedige Soldaat van het Karelische Front
Grootofficier in het Legioen van Eer
Ereburger van de steden Belgrado, Sofia en Dobritsj
Medaille voor de Verdediging van Stalingrad
Medaille voor de Overwinning op Duitsland in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
Medaille voor de Verovering van Boedapes
Medaille voor de Verovering van Wenen
Medaille ter Herinnering aan de Achthonderdste Verjaardag van Moskou
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger
Medaille voor de Bevrijding van Belgrado
Jubileummedaille "30 jaar van Soviet Leger en Marine"
Orde van Michaël de Dappere, 1e, 2e en 3e klasse
Oorlogskruis 1939 - 1945 met Palm
Commander in het Legioen van Verdienste

Tolboechin op een sovjetpostzegel van 4 kopeken

Tolboechin op een sovjetpostzegel van 4 kopeken
Geboren 16 juni [O.S. 1894] 4 juni
Androniki, Oblast Jaroslavl, Keizerrijk Rusland
Overleden 17 oktober 1949
Moskou, Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek
Begraven Kremlinmuur Necropolis, Moskou
Land/partij Vlag van Keizerrijk Rusland Keizerrijk Rusland
Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie
Onderdeel Lesser Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Red Army flag.svg Rode Leger
Dienstjaren 1914 - 1949
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Leiding over 57e Leger (Sovjet-Unie)
68e Leger (Sovjet-Unie)
4e Oekraïense front
3e Oekraïense front
Transkaukasië Militair District
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Zuidwestelijk Front
Russische Burgeroorlog
Tweede Wereldoorlog
Oostfront
Slag om Stalingrad

Aleksandr Michailovitsj Vasilevski

Aleksandr Michailovitsj Vasilevski (Russisch: Алекса́ндр Миха́йлович Василе́вский) (Novopokrovka, 30 september 1895 - Moskou, 5 december 1977) was een Russische generaal en maarschalk tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Hij was bevriend met Jozef Stalin en was van 1943 tot 1947 chef van de generale staf. Van 1949 tot 1953 (dood van Stalin) was hij minister van defensie. Maarschalk Aleksandr Vasilevski werd tientallen malen gedecoreerd, zo was hij achtmaal drager van de Leninorde en tweemaal Held van de Sovjet-Unie. Stalin verleende hem twee van de kostbare met edelstenen versierde sterren van de Orde van de Overwinning.
Decoraties
Held van de Sovjet-Unie op 29 juli 1944 en 8 september 1945
Orde van de Overwinning op 10 april 1944 en 19 april 1945 (nr. 2 en nr.7)
Leninorde op 21 mei 1942, 29 juli 1944, 21 februari 1945, 29 september 1945, 29 september 1955, 29 september 1965, 29 september 1970, 29 september 1975
Orde van de Oktoberrevolutie op 22 februari 1968
Orde van de Rode Banier op 3 november 1944 en 20 juni 1949
Orde van Soevorov der Eerste Klasse op 28 januari 1943
Orde van de Rode Ster (Sovjet-Unie) in 1939
Orde van Verdienste voor het Moederland in de Strijdkrachten van de Sovjet-Unie der Derde Klasse
Jubileumsmedaille voor Militaire Dapperheid ingesteld ter herinnering aan de Honderdste Verjaardag van Vladimir Iljitsj Lenin
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger
Medaille voor de Verdediging van Moskou
Medaille voor de Verdediging van Leningrad
Medaille voor de Verovering van Königsberg
Medaille voor de Overwinning op Duitsland in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
Medaille voor de overwinning op Japan
Jubileumsmedaille voor 20 jaar Overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
Jubileumsmedaille voor 30 jaar Overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
Medaille ter Herinnering aan de Achthonderdste Verjaardag van Moskou
Jubileumsmedaille 30 jaar van Soviet Leger en Marine
Jubileumsmedaille 40 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie
Jubileumsmedaille 50 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie
Ere wapen - Zwaard gegraveerd met gouden nationale embleem van de Sovjet-Unie in 1968
Orde van Suha Bator in 1966 en 1971
Militaire Orde van de Witte Leeuw voor de Overwinning Ster der Eerste Klasse in 1945
Oorlogskruis (Tsjecho-Slowakije) in 1943
Orde van de Rode Banier van Militaire Dapperheid (Mongolië) in 1945
Orde van Burger Vrijheid 1e Klasse (Bulgarije) in 1974
Karl Marx-orde in 1975
Grootkruis in de Orde van de Witte Leeuw in 1955
Virtuti Militari in 1946
Commandeur met Ster in de Orde Polonia Restituta in 1973
Commandeur in de Orde Polonia Restituta in 1968
Orde van het Grunwald Kruis der Eerste Klasse in 1946
Grootofficier in het Legioen van Eer in 1944
Croix de guerre in 1944
Grootofficier in het Legioen van Verdienste in 1944
Ridder Grootkruis in de Orde van het Britse Rijk in 1943
Orde van the Nationale Vlag der Eerste Klasse in 1948
Orde van Nationale Bevrijding in 1946
Orde van de Partizanenster

Vasilevski in 1928

Vasilevski in 1928
Geboren 30 september 1895
Novopokrovka, Keizerrijk Rusland
Overleden 5 december 1977
Moskou
Begraven Kremlin Muur Necropolis, Moskou
Land/partij Keizerrijk Rusland
Sovjet-Unie
Onderdeel Keizerlijk Russisch Leger
Rode Leger
Dienstjaren 1915 - 1959
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png
Maarschalk
Slagen/oorlogen Russische Burgeroorlog
Eerste Wereldoorlog
Pools-Russische Oorlog
Winteroorlog
Tweede Wereldoorlog
Slag om Stalingrad
Slag bij Koersk
Slag om Moskou
Oost-Pruisenoffensief

Andrej Andrejevitsj Vlasov

Andrej Andrejevitsj Vlasov (Russisch: Андрей Андреевич Власов) (Lomakino, 1 september 1900 – Moskou, 1 augustus 1946) was een Russisch generaal, die eerst in het Rode Leger diende en zich tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen het regime van Stalin keerde door zich aan het hoofd te stellen van het met Duitse steun gevormde Russisch Bevrijdingsleger (ROA).
Jeugd en carrière in het Rode Leger
Vlasov, een zoon uit een boerengezin, studeerde na de lagere school aan een Russisch-orthodox seminarium, waar hij in 1917 zijn diploma behaalde. In 1919, tijdens de Russische Burgeroorlog, sloot hij zich aan bij het Rode Leger, omdat de communisten vrede, brood en land beloofden. Binnen korte tijd bereikte hij de rang van luitenant. Na de burgeroorlog bleef hij in het Rode Leger, dat grote carrièrekansen bood.
Vlasovs broer was in de jaren 20 terechtgesteld wegens "anticommunistische samenzwering". Zijn vader overleed in 1929 als gevolg van Jozef Stalins agrarische politiek. Ondanks zijn twijfels over het communisme werd Vlasov in 1930 lid van de communistische partij om zijn militaire carrière te verzekeren. In de jaren 30 was hij docent aan militaire opleidingen in Moskou en Leningrad, om in 1938 te worden benoemd tot de hoge functie van chef van de militaire opleidingen. In die functie werd hij uitgezonden naar China, als militair adviseur van Chiang Kai-shek. Hierdoor overleefde hij Stalins Grote Zuivering. Na zijn terugkeer reorganiseerde Vlasov de 99e Infanteriedivisie en werd hiervoor bevorderd tot generaal-majoor. In januari 1941 kreeg hij de post van bevelhebber van het Vierde Gemechaniseerde Korps.
Na de Duitse inva
Nadat in juni 1941 Duitsland de Sovjet-Unie was binnengevallen, moest het Vierde Gemechaniseerde Korps zich terugtrekken, met als gevolg dat Vlasov van zijn functie werd ontheven. Hierna werd hij aangesteld als bevelhebber van het 37e Leger. Ook in deze functie had Vlasov geen succes; door de Duitse overmacht raakte het 37e Leger omsingeld en viel de stad Kiev in Duitse handen. Wel slaagde Vlasov er in september 1941 in, met een deel van zijn leger door de Duitse omsingeling te breken. Hierna kreeg hij van Stalin de taak de verdediging van Moskou op zich te nemen. Met beperkte middelen wisten de troepen onder Vlasovs leiding in december 1941 de Duitsers 200 kilometer terug te dringen, waardoor de Duitse omsingeling van Moskou werd doorbroken. Hij werd hiervoor beloond met de Orde van de Rode Banier en een bevordering tot luitenant-generaal. In deze functie kreeg hij van Stalin de opdracht de Duitse opmars naar Leningrad te verhinderen. Na maanden van gevechten werden Vlasovs troepen in juni 1942 in de moerassen bij Ljoeban met insluiting bedreigd door de Duitsers. Hoewel terugtrekking een totale insluiting had kunnen voorkomen weigerde Stalin hiervoor toestemming te geven. Op 24 juni stond Vlasov zijn troepen toe de moerassen in een zelf gekozen richting te verlaten, hetgeen neerkwam op overgave aan de Duitsers. Zelf zwierf Vlasov, vergezeld van enkele officieren en zijn kokkin, nog drie weken door de moerassen, in de overtuiging dat hij bij Stalin in ongenade was gevallen. Op 12 juli 1942 werd hij uiteindelijk gevangengenomen door de Duitsers.
In gevangenschap
Na zijn gevangenneming werd Vlasov overgebracht naar Vinniza in Oekraïne, waar hij als gevangene 16901 in een kamp voor prominente krijgsgevangenen werd geïnterneerd. In dit kamp, waar hij ruimschoots de gelegenheid kreeg om na te denken, keerde Vlasov zich tegen het communisme, dat in zijn ogen de beloftes van vrede, brood en land niet was nagekomen en was uitgegroeid tot een wrede dictatuur die reeds miljoenen mensen het leven had gekost. Kolonel Vladimir Bojarski, oud-commandant van het Russisch Nationaal Volksleger (RNNA), zag in Vlasov de juiste man om zich aan het hoofd te stellen van een nog te vormen Russische bevrijdingsbeweging, die zowel het communisme zou moeten bestrijden als ook de belangen van de Russische bevolking moest verdedigen. Een dergelijke beweging kon Russische krijgsgevangenen een patriottisch alternatief voor collaboratie geven door onder eigen vlag te strijden in plaats van onder de Duitse.
Op 6 augustus 1942, twee weken na zijn aankomst in Vinniza, schreven Vlasov en Bojarski een memorandum aan het Oberkommando des Heeres, waarin zij aandrongen op de oprichting van een dergelijke beweging. Hoewel het OKH het verzoek afwees, conform Hitlers racistische opvattingen over Russen en andere Slavische volkeren, resulteerde het wel in contacten met de afdeling Fremde Heere Ost van de Wehrmacht waar veel Baltische en Ruslandduitsers werkten. Een van hen was kapitein Wilfried Strik-Strikfeldt, een oud-officier van het tsaristische leger en tevens werkzaam voor de afdeling Wehrmachtpropaganda waar hij mede verantwoordelijk was voor het opstellen van antistalinistische pamfletten. Sinds november 1941 spande hij zich bovendien, samen met vooraanstaande burgers van Smolensk, in voor de vorming van een Russische bevrijdingsbeweging, een zowel brede politieke als militaire organisatie die, in weerwil van de politiek van de nazi’s, op voet van gelijkwaardigheid aan Duitse zijde tegen het communisme zou moeten vechten en die zou moeten worden geleid door een "Russische De Gaulle", een prominente Sovjetofficier van onbesproken gedrag. Vlasov, die aan het gewenste profiel voldeed, werd vrijgelaten uit krijgsgevangenschap en overgebracht naar het hoofdkwartier van de afdeling Wehrmachtpropaganda in Berlijn, waar hij aan het hoofd werd gesteld van een groep overgelopen Russische officieren, de beoogde leiding van de nog op te richten Russische bevrijdingsbeweging.

Generaal-majoor Andrej Vlasov

Generaal-majoor Andrej Vlasov
Geboren 1 september 1900
Lomakino
Overleden 1 augustus 1946
Moskou, Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek
Land/partij Flag of Russia.svg Keizerrijk Rusland
Onderdeel Red Army flag.svg Rode Leger
ROA chevron.svg Russisch Bevrijdingsleger (ROA)
Dienstjaren Flag of the Soviet Union.svg 1919 - 1942
Flag of the German Reich (1935–1945).svg 1943
Naval Ensign of Russia.svg 1944 - 1945
Rang RA-SA A F7LtGen 1955field.gif General-leitenant
Leiding over 99e Geweer Divisie (Sovjet-Unie)
20e Leger (Sovjet-Unie)
2e Leger van de Stoottroepen
Russisch Bevrijdingsleger
Slagen/oorlogen Russische Burgeroorlog

De Russische Bevrijdingsbeweging
De Russische Bevrijdingsbeweging profileerde zich voor het eerst in januari 1943 met haar politieke programma, het zogenaamde Smolensker Manifest, waaruit op de meeste punten een liberaal-democratische geest sprak en dat op grote schaal boven het front werd afgeworpen, zowel aan Duitse als aan Sovjetzijde. Hoewel het manifest niet leidde tot de gewenste groei van het aantal deserteurs uit het Rode Leger, waarschijnlijk vanwege het gestegen moreel na de overwinning van dat leger bij Stalingrad, vestigde het Vlasovs naam in de bezette gebieden en gaf het de Russische soldaten van de Wehrmacht een gevoel van eenheid en, althans in naam, een leider. Dit had onder meer tot gevolg dat de uniformering door de Russische bataljons werd aangepast met typisch Russische kenmerken en een insigne met de cyrillische letters ROA, de afkorting van Russkaya Osvoboditelnaya Armiia (Russisch Bevrijdingsleger) en dat de Russen een eigen krant kregen, Dobrovoljets (De Vrijwilliger) genaamd. In een andere uitgave van de beweging, het op Russische krijgsgevangenen en dwangarbeiders gerichte Zarja (Dageraad), publiceerde Vlasov in maart 1943 zijn open brief Waarom ik besloot tegen het Bolsjewisme te vechten,
Vergezeld door Strik-Strikfeldt reisde Vlasov door Duitsland en ontmoette hij tal van prominente nazi’s, wier invloed hij probeerde aan te wenden voor steun aan zijn beweging en voor betere leefomstandigheden voor Russische krijgsgevangenen en dwangarbeiders. Daarnaast bracht hij op uitnodiging van sympathiserende Wehrmachtofficieren tussen februari en mei 1943 twee bezoeken aan de bezette delen van Rusland. Het eerste bezoek ontsnapte nog aan de aandacht van de nazitop, maar nadat Vlasov tijdens het tweede bezoek de lokale bevolking op massabijeenkomsten opriep Rusland zelf te bevrijden van het communisme en geen slaaf van Duitsland te worden, grepen de nazi’s in. De vermeende propaganda-onderneming dreigde uit te groeien tot een echte volksbeweging en Vlasov presenteerde zich steeds meer als toekomstig Russisch staatshoofd. Hierop werd hem verboden nog enige politieke uitspraak te doen op straffe van opsluiting in een concentratiekamp. Na de Duitse nederlaag bij Koersk in september 1943, waarvan de Russische vrijwilligers door toedoen van SS-leider Himmler ten onrechte de schuld kregen, werden de ROA-bataljons overgebracht naar West- en Zuid-Europa. Vlasov weigerde hierna aan het bevel van het OKH te voldoen om in een brief aan de vrijwilligers de verplaatsingen te rechtvaardigen en zo de ontstane onrust onder de Russen te beteugelen. Bovendien verbrak hij het directe contact met de overgeplaatste eenheden. Vlasovs weigering aan de troepenverplaatsing mee te werken werd door het OKH voortaan omzeild door zijn handtekening te vervalsen.
Reactie van Sovjetzijde
Door de Sovjetautoriteiten en –pers werd het fenomeen Vlasov tot de zomer van 1943 stilgezwegen. Lange tijd had men geloofd dat Vlasovs naam tegen zijn wil werd gebruikt, en toen de communisten eenmaal beseften dat de populaire "Redder van Moskou" werkelijk probeerde het Stalinbewind omver te werpen, beperkte de reactie zich aanvankelijk tot pogingen tot karaktermoord. Pas nadat infiltratie in de Bevrijdingsbeweging mislukte werd ook geprobeerd Vlasov te vermoorden, eveneens zonder succes. Er werd geen poging ondernomen om het politieke programma van Vlasovs beweging onderuit te halen; in plaats daarvan werd het communisme als ideologie grotendeels vervangen door het Sovjetpatriottisme, waarin enkele populaire, vooral nationalistische punten uit Vlasovs programma werden overgenomen om de loyaliteit van de bevolking te winnen. Naarmate meer Russische eenheden van de Wehrmacht naar het westen werden verplaatst, het Duitse optreden in de bezette gebieden wreder werd en het Rode Leger meer successen boekte, nam de noodzaak de ideeën van Vlasov en de zijnen te bestrijden af. Wel namen de Sovjets het idee van een bevrijdingsbeweging gevormd door krijgsgevangenen over met de oprichting van het Nationalkomitee Freies Deutschland in juli 1943.
Samenwerking met de SS
Na het overplaatsen van "zijn" troepen en zijn weigering om te figureren als werktuig van de Duitse propaganda, leek Vlasovs rol te zijn uitgespeeld. Het enige wat nog over was van de Russische Bevrijdingsbeweging was de school voor propagandisten in Dabendorf, waar elke drie weken 300 Russische vrijwilligers officieel werden opgeleid tot frontpropagandist maar dat tevens als Vlasovs hoofdkwartier en officiersopleiding functioneerde. Uit solidariteit met Vlasov onthield Wehrmachtpropaganda zich van verdere propaganda-acties waarin diens naam zonder zijn toestemming werd gebruikt. Juist binnen de SS ontstond nu belangstelling voor Vlasov. Günther d'Alquen, hoofdredacteur van het SS-blad Das Schwarze Korps en bevelhebber van de propaganda-afdeling van de Waffen-SS, kreeg van zijn superieur Heinrich Himmler toestemming om de propaganda-actie Skorpion Ost, waarin soldaten van het Rode Leger werden opgeroepen te deserteren, te organiseren in samenwerking met leden van de Russische Bevrijdingsbeweging. Hoewel Vlasov persoonlijk niet betrokken was bij de actie was het isolement rond hem en zijn staf doorbroken. D’Alquen arrangeerde voor Vlasov een ontmoeting met SS-leider Himmler, die inmiddels van mening was veranderd over de gewapende inzet van Russen. Een dag voor deze afspraak, op 20 juli 1944, pleegde Claus Schenk von Stauffenberg een mislukte aanslag op Hitler, waardoor Himmler andere prioriteiten had. De contacten tussen Vlasov en de Wehrmacht waren inmiddels vrijwel verbroken; veel leden van de pro-Vlasovfractie binnen de Wehrmacht hadden behoord tot het verzet tegen Hitler en waren geëxecuteerd. Op 16 september vond de ontmoeting tussen Vlasov en Himmler alsnog plaats. Hierbij toonde Himmler, gedwongen door de sterk verslechterde militaire situatie en de toenemende onrust onder de 7 miljoen dwangarbeiders uit de Sovjet-Unie, zich bereid tot steun aan de oprichting van het Comité voor de Bevrijding van de Volkeren van Rusland en de militaire tak daarvan.
Het Comité voor de Bevrijding van de Volkeren van Rusland
Het Comité voor de Bevrijding van de Volkeren van Rusland trad op 14 november 1944 in de openbaarheid met een grootste bijeenkomst in de burcht van Praag die werd bijgewoond door vertegenwoordigers van de Duitse regering, Russische militairen en arbeiders en vertegenwoordigers van enkele neutrale staten. Bij deze gelegenheid werd het Prager Manifest uitgegeven waaruit, net als eerder het Smolensker Manifest, een overwegend liberaal-democratisch gedachtegoed sprak. Op drie belangrijke punten week het Prager Manifest echter af van de voorganger. Ten eerste werd het bondgenootschap met Duitsland verdedigd als de enige mogelijkheid om de strijd tegen Stalin te organiseren, terwijl Duitsland in het Smolensker Manifest nog werd geroemd als voorvechter van een nieuw Europa. Ten tweede bevatte het manifest een aantal passages die onder invloed van de solidaristische verzetsbeweging NTS waren opgenomen, een groepering waarvan de invloed eerder beperkt was gehouden, en die gingen over een nationaal arbeidssysteem, de ondergeschiktheid van de staat aan de natie en over de versterking van huwelijks- en gezinsbanden. Het derde belangrijke verschil is dat het Prager Manifest zich uitspreekt voor het recht van zelfbeschikking van de volkeren van de Sovjet-Unie. Als concessie aan Himmler was in het manifest een passage opgenomen tegen de Britse en Amerikaanse "plutocraten". Vlasov weigerde echter principieel ook antisemitische passages op te nemen.. Ook in andere opzichten benadrukte het comité zijn onafhankelijkheid van Duitsland; zo knoopte het zelf betrekkingen aan met het Internationale Rode Kruis, Spanje, Slowakije, Kroatië en het Vaticaan. In januari 1945 ondertekende het comité een financieel verdrag met Duitsland, waarin de partijen een lening overeenkwamen die het KONR na de overwinning volledig zou terugbetalen. Het comité werd georganiseerd als een regering in ballingschap en telde verschillende afdelingen, onder andere Propaganda, Financiële Zaken, Buitenlandse Zaken en Volkshulp. Die laatste twee afdelingen spanden zich in voor een betere behandeling van de dwangarbeiders uit de Sovjet-Unie die in Duitsland te werk waren gesteld. In maart 1945 leidde dit tot een gelijkstelling van deze zogenaamde Ostarbeiter aan hun lotgenoten uit het westen, wat resulteerde in een gelijke betaling, beter voedsel, betere huisvesting en de afschaffing van lijfstraffen. Door dit succes kon het comité onder de dwangarbeiders op een groeiende populariteit rekenen. Anderzijds werd de positie van het comité verzwakt door de weigering van de andere nationale comités om zich onder het KONR te scharen; voor deze comités was de strijd tegen de Russische overheersing net zo belangrijk als die tegen het communisme. Alleen de Kalmukken schaarden zich achter Vlasov.
Het VS-KONR
Het KONR kreeg een gewapende tak, VS-KONR (Strijdkrachten van het Comité voor de Bevrijding van de Volkeren van Rusland), genaamd, die in eerste instantie uit twee divisies zou bestaan. Het VS-KONR werd opgebouwd rond een kern van cursisten uit Dabendorf en de restanten van de twee Russische SS-divisies plus de Drushina, waarbij het RONA op last van Vlasov eerst grondig werd gezuiverd van criminele elementen. Ook een klein aantal Russische bataljons van het Heer werden bij het VS-KONR gevoegd. Het overgrote deel van de Russische soldaten in Duitse dienst bleef echter buiten Vlasovs bereik. Gerekruteerd werd dan ook vooral onder krijgsgevangenen en dwangarbeiders. Dit leverde in korte tijd bijna een half miljoen aanmeldingen op, genoeg voor 30 divisies. Hiervan werd echter maar een beperkt aantal kandidaten aangenomen, met name omdat de Duitse oorlogsindustrie de dwangarbeiders niet kon missen. Doordat tegelijkertijd het aantal deserteurs uit het Rode Leger weer flink toenam konden toch twee volledige divisies worden gevormd.
De twee divisies, eenvoudigweg aangeduid als 1e en 2e Divisie, werden opgebouwd onder auspiciën van het Ersaztsheer, het reserveleger van de Wehrmacht dat inmiddels onder bevel stond van Himmler, en kregen om administratieve redenen de Wehrmachtaanduidingen van respectievelijk 600e en 650e Infanteriedivisie. Door de Luftwaffe werd een kleine luchtmacht van het VS-KONR opgericht. Op 28 januari 1945 werd het commando over het VS-KONR overgedragen aan het KONR, dat de status van bondgenoot kreeg. Vlasov werd opperbevelhebber van het leger dat op dat moment bestond uit ongeveer 50.000 manschappen, die allen de eed hadden afgelegd op Vlasov en het bondgenootschap met Duitsland in plaats van op Hitler. In een bepaling was vastgelegd dat militairen van het VS-KONR alleen bevelen van hun eigen commandanten hoefden op te volgen. Om zijn onafhankelijkheid van de Duitsers verder te benadrukken weigerde hij de benoeming tot veldmaarschalk die Himmler hem had toebedacht. Op 2 maart beval hij zijn soldaten de Duitse Rijksadelaar van hun uniformen te verwijderen.
Alleen de 1e divisie en de luchtmacht kwamen daadwerkelijk in actie tegen het Rode Leger, tijdens een gezamenlijke actie bij Erlenhof op 13 april 1945. Diezelfde dag trouwde Vlasov met de weduwe van een gesneuvelde SS-arts. Met het naderen van de Duitse nederlaag, en in de overtuiging dat die gevolgd zou worden door een conflict tussen het westen en de Sovjet-Unie, trachtte Vlasov zijn troepen zo veel mogelijk te concentreren in Bohemen, in de hoop zich als grote anti-communistische strijdmacht aan de westelijke geallieerden te kunnen presenteren. Indien dat plan zou mislukken zou het VS-KONR naar het zuiden trekken om zich aan te sluiten bij de Servische Četniks van Draža Mihailović. De 1e Divisie speelde op 6 mei nog een doorslaggevende rol in de Praagse opstand aan de zijde van de Tsjechen, overigens zonder medeweten van Vlasov die door drankproblemen vrijwel onbereikbaar was geworden, en trok daarna in westelijke richting. Voor zover de troepen van het VS-KONR de westerse linies wisten te bereiken werden ze genadeloos uitgeleverd aan de Sovjet-Unie. Alleen de 8000 manschappen van de luchtmacht, die zich als geheel had overgegeven aan de anti-communistische generaal George Patton die weigerde aan de uitlevering van de Russen mee te werken, ontsnapten aan dit lot. Vlasov zelf werd op 12 mei, onder de ogen van de Amerikanen, gearresteerd door een kapitein van het Rode Leger. Vlasov en andere vooraanstaande leden van het KONR werden na hun gevangenneming ruim een jaar lang opgesloten en gemarteld in de beruchte Loebjankagevangenis in Moskou. Tijdens een showproces op 31 juli en 1 augustus 1946 werden zij ter dood veroordeeld wegens terroristische en tegen de staat gerichte activiteiten en vervolgens opgehangen.

Georgi Zjoekov (generaal)

Georgi Konstantinovitsj Zjoekov (Russisch: Георгий Константинович Жуков) (Strelkovka (oblast Kaloega), 1 december 1896 - Moskou, 18 juni 1974) was de belangrijkste Sovjetgeneraal uit de Tweede Wereldoorlog. 


Voor de Tweede Wereldoorlog
Zjoekov in militaire dienst in 1916
Zjoekov werd op negentienjarige leeftijd opgeroepen voor dienst in het tsaristische leger. Daar klom hij al snel op in rang. Na de machtsovername van de bolsjewieken sloot hij zich aan bij het Rode Leger. Hij overleefde de door Stalin gevoerde grote zuiveringen van 1936 - 1937. Net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wonnen de Sovjets, onder leiding van Zjoekov, de slag bij Halhin Gol op de grens van Mongolië tegen de Japanners. Op 1 februari 1941 schopte hij het tot chef van de generale staf. Zjoekov ontpopte zich tot een meedogenloze bevelhebber die een ijzeren discipline eiste. Hij ging zeer luchtig om met verliezen. Zjoekov was emotioneel en dapper. Hij durfde tegen Stalin in te gaan, die hem omwille van zijn bekwaamheid vaak zijn zin gaf. [2]
Tijdens de Tweede Wereldoorlog
Op 22 juni 1941 viel nazi-Duitsland de Sovjet-Unie binnen. Het Rode Leger liet zich de eerste maanden van de oorlog totaal overrompelen en grote gebieden vielen in handen van het Duitse leger. Ook voor Leningrad dreigde hetzelfde lot. Op 8 september 1941 herstelde Zjoekov, als bevelhebber van het Leningradfront, de krijgstucht. Hij wist de stad met veel succes te verdedigen tegen de Duitse legergroep Noord.
In oktober 1941 was de situatie nabij Moskou dramatisch voor het Rode leger. Stalin stelde Zjoekov aan als commandant van het westfront. Ondanks hardnekkige gevechten van Duitse kant wist Zjoekov niet alleen de aanvallen te weren. Hij drong de Duitse Legergroep Midden honderden kilometers terug. Dit was het eerste grote verlies van de Wehrmacht in de Tweede Wereldoorlog.
In 1942 bemachtigde de Duitse Legergroep Zuid grote delen van Zuid-Rusland tot aan de poorten van Stalingrad. Plaatsvervangend bevelhebber Zjoekov werkte in september aan Operatie Uranus. Dit plan moest de Duitsers een groot verlies toebrengen. Het ging van start op 19 november. Het Duitse Zesde Leger werd omsingeld en uitgehongerd. Begin februari 1943 moesten deze laatsten zich gewonnen geven. Deze belegering staat op naam van Zjoekov. Nochtans was de directe tactische planning vooral het werk van Generaal Aleksandr Vasilevski. Zjoekov was intussen bezig een enorme tegenaanval in het middenfront van Rusland voor te bereiden. Deze bestorming was veel groter dan de aanval op het Zesde Leger, maar is vrij onbekend gebleven.
Operatie Uranus heeft Zjoekov veel lof bezorgd. Operatie Mars, de aanval op het middenfront, mondde uit in één van de grootste militaire nederlagen van de Tweede Wereldoorlog. Enkele zeer ervaren SS-afdelingen onder leiding van Generaal Model brachten het Rode leger een zware klap toe. Over dit verlies is weinig geschreven; het imago van Zjoekov bleef intact. In de pers werd de top van de Sovjet-Unie altijd verheerlijkt en het nieuws over mislukkingen kon moeilijk verspreid worden over het land.
Op 18 januari 1943 benoemde Stalin Zjoekov tot Maarschalk van de Sovjet-Unie. Zjoekov bedacht een offensief dat een einde stelde aan de al jaren durende belegering van Leningrad. Op 4 juli 1943 viel het Duitse leger aan nabij de Russische saillant bij Koersk. Zjoekov was op de hoogte van de Duitse plannen. Hij organiseerde de verdediging. De Duitsers trokken zich na een enorme veldslag terug en Zjoekov triomfeerde alweer.
In 1944 dreef het Rode Leger de Wehrmacht terug tot in Polen. Het eerste en tweede Wit-Russische Front van Zjoekov behaalde grote overwinningen. Onder andere de Vesting Poznań werd onder de voet gelopen. Begin februari 1945 stonden Zjoekovs soldaten aan de Oder.
Tijdens de aanval op Berlijn ontstond er concurrentie tussen de troepen van Zjoekov en die van zijn grootste rivaal binnen het Rode Leger, maarschalk Konev. Uiteindelijk was het de Rus Mikhail Minin (en niet Meliton Kantaria, die net als Stalin van Georgische afkomst was) die op 30 april 1945 omstreeks 10.40 uur een rode vlag op het Rijksdaggebouw plantte. Nazi-Duitsland gaf zich onvoorwaardelijk over op 8 mei 1945. Zjoekov had, operatie Mars niet meegerekend, geen enkele nederlaag geleden. Minin werd niet uitgeroepen tot held van de Sovjet-Unie, maar vergeten tot 1995, toen Boris Jeltsin hem de eer gaf die hem toekwam.
Na de Tweede Wereldoorlog
Zjoekov viel in de naoorlogse periode eerst in en later weer uit de genegenheid van zijn politieke leiders. Hij degradeerde zowel onder Stalin als Chroesjtsjov naar onbelangrijke posten. De Held van de Sovjet-Unie, veel minder genoemd dan anderen in Westerse geschiedenisboeken, is nog steeds als geniaal legercommandant gekend.
Zjoekov arresteerde Lavrenti Beria, de vroegere topman van de KGB na Stalins dood. Zjoekovs carrière ging erop vooruit, in 1955 werd hij minister van Defensie en in 1956 lid van het Politbureau. In november 1956 viel het leger onder zijn leiding Hongarije binnen.
Chroesjtsjov ontsloeg Zjoekov uit al zijn functies in 1957, omwille van zijn enorme naam en faam. Na het aftreden van Chroesjtsjov, aan de vooravond van de 20e verjaardag van de Duitse overgave werd hij in ere hersteld door Leonid Brezjnev. Het persbureau Novosti publiceerde op 7 mei 1965 foto's van Zjoekov in uniform met al zijn onderscheidingen en hij mocht ook op de eretribune op het Lenin-mausoleum, samen met het politbureau, de parade van het Rode leger gadeslaan.
Vanaf 1958 werkte Zjoekov aan zijn memoires, maar zijn gezondheid nam sinds dat jaar geleidelijk af. In 1967 kreeg hij een beroerte en ook een hartkwaal. In 1969 publiceerde hij zijn memoires, die een bestseller werden. In 1974 overleed hij aan een laatste beroerte. Tegen Zjoekovs wensen in kreeg hij geen Russisch-orthodoxe begrafenis, maar werd zijn lichaam gecremeerd en de as begraven bij de Kremlinmuur bij andere communistische helden en generaals.

Georgi Zjoekov (1941)

Georgi Zjoekov (1941)
Geboren 1 december 1896
Strelkovka, oblast Kaloega
Overleden 18 juni 1974
Moskou
Begraven Kremlin Muur Necropolis, Moskou
Onderdeel Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Coat of arms of the Soviet Union.svg Rode Leger
Dienstjaren 1915 – 1957
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Leiding over Kiev Militair District
Chef van de Generale Staf (januari-juli 1941)
Westelijk Front (Sovjet Unie)
Odessa Militair District
Leningradfront
1e Wit-Russische front
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog


v.l.n.r. Dwight D. Eisenhower, Georgi Zjoekov en Arthur Tedder

Militaire loopbaan
Soldaat (драгун): 7 augustus 1915
Sergeant (Cержа́нт): eind augustus 1916
Tweede luitenant (Командир отделения): 1920
Eerste luitenant (Старшйи лейтенант):
Kapitein (Капитан):
Majoor (Майор):
Luitenant-kolonel (Podpolkownik):
Kolonel (Polkownik):
Brigadegeneraal (Комбриг):
Generaal-majoor (Комдив):
Luitenant-generaal (Комкор): 1939
Generaal (KomKor):
Maarschalk (Командарм 1-го ранга): 4 juni 1940
Maarschalk van de Sovjet-Unie (Marshal Sovetskogo Soyuza): 18 januari 1943
Onderscheidingen
Sint-Georgekruis, 3e en 4e Klasse
Held van de Sovjet-Unie (4 x) op 29 augustus 1939, 29 juli 1944, 1 juni 1945 en 1 december 1956
Orde van Lenin (6 x) op 16 augustus 1936, 29 augustus 1939, 21 februari 1945, 1 december 1956, 1 december 1966, 1 december 1971
Orde van de Overwinning (2 x ) op serienummer 1, 10 april 1944 en serienummer 5, 30 maart 1945
Orde van de Oktoberrevolutie op 22 februari 1968
Orde van de Rode Banier (3 x) op 31 augustus 1922, 3 november 1944 en 20 juni 1949
Orde van Soevorov, 1e klasse (2 x) op serienummer 1, 18 januari 1943 en serienummer 39, 28 juli 1943
Maarschalk Ster op 18 januari 1943
Ere wapen - Zwaard gegraveerd met gouden nationale embleem van de Sovjet-Unie op 22 januari 1968
Orde van Zjoekov in 1994
Ster van de Orde van Zhukov
Jubileumsmedaille voor Militaire Dapperheid ingesteld ter herinnering aan de Honderdste Verjaardag van Vladimir Iljitsj Lenin
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger
Medaille voor de Verdediging van Leningrad op 22 december 1944
Medaille voor de Verdediging van Stalingrad op 22 december 1942
Medaille voor de Verdediging van Moskou op 1 mei 1944
Medaille voor de verdediging van de Kaukasus op 1 mei 1944
Medaille "Voor de Overwinning op Duitsland in de Grote Patriottische Oorlog 1941-1945" op 9 mei 1945[4]
Medaille voor de overwinning op Japan op 30 september 1945
Medaille voor de Verovering van Berlijn op 9 juni 1945
Medaille voor de Bevrijding van Warschau op 9 juni 1945
Jubileummedaille "Twintig Jaar van de overwinning in de Grote Patriottische Oorlog 1941-1945" op 7 mei 1965
Medaille ter Herinnering aan de Achthonderdste Verjaardag van Moskou
Medaille "ter herdenking van de 250ste verjaardag van Leningrad"
Jubileummedaille "30 jaar van Sovjet Leger en Marine"
Jubileummedaille "40 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
Jubileummedaille "50 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
Orde van de Rode Banier (Mongolië) in 1939 en 1942
Orde van de Republiek (Volksrepubliek Toeva) op 3 maart 1942
Ridder Grootkruis in de Orde van het Bad op 12 juli 1945
Grootkruis in het Legioen van Eer in 1945
Croix de guerre (Frankrijk) met Palm
Chief Commander in het Legioen van Verdienste in 1945
Grootkruis (met ster) in de Virtuti Militari in 1945
Orde van het Grunwald Kruis 1e Klasse in 1945
Orde van de Witte Leeuw in 1945
Grootkruis in de Militaire Orde van de Witte Leeuw voor de Overwinning op 8 mei 1955
Oorlogskruis (Tsjecho-Slowakije) in 1945
Medaille voor de Victorie over Japan (Mongolië)
Warschau Medaille 1939-1945
Medaille voor Oder, Nysa, Oostzee
Medaille "Garibaldi" in 1956
Grootkruis in de Orde van Verdienste in 1956
Medaille Sino-Sovjet vriendschap (China) in 1953 en 1956
Commandeur met ster (Grootofficier) in de Orde Polonia Restituta in 1968
Grootkruis in de Orde Polonia Restituta in 1973
Orde van Suha Bator in 1968, 1969 en 1971
Held van de Mongoolse Volksrepubliek in 1969
Medaille voor 30 jaar Overwinning bij Khalkhin Gol in 1969
Medaille voor 50 Jaar van de Mongoolse Volksrevolutie in 1971
Medaille voor 50 Jaar van het Mongoolse Volksleger in 1971
Medaille voor 90e verjaardag van de geboorte van Georgi Dimitrov
Medaille voor 25 Jaar van het Bulgaarse Volksleger

1-Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog