Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

Roemenie in de Tweede Wereldoorlog

RoemeniŽ in de Tweede Wereldoorlog

Toen de Tweede Wereldoorlog dreigde, bevond RoemeniŽ zich in een penibele positie. Het was een doelwit van Hongaars en Bulgaars revisionisme, terwijl de Sovjet-Unie een oogje op BessarabiŽ had. De Duitsers en Italianen hadden interesse in RoemeniŽ vanwege de oliebronnen die het land bezat. Het land had zich zo onafhankelijk mogelijk opgesteld en bleef zich verzetten tegen pogingen van zowel Duitsland als de Sovjet-Unie om de invloed uit te breiden. Men trachtte zich met name op Frankrijk te richten, terwijl RoemeniŽ met JoegoslaviŽ en Tsjechoslowakije de Kleine Entente had gesloten tegen eventueel Hongaars revisionisme. De koning, Carol II, die inmiddels als een dictator regeerde, trad hard op tegen de fascistische IJzeren Garde.
De Duitse invloed breidde zich echter gestaag uit, en tegen 1939 lag de strop strak op RoemeniŽ's nek. Eind 1939 trachtten de geallieerden weliswaar alle Roemeense olie op te kopen, maar tegen deze tijd was de Duitse militaire en economische invloed al zo sterk dat Duitsland RoemeniŽ ertoe wist te zetten om olie onder de wereldprijs te verkopen.
In 1940 verloor RoemeniŽ - zonder dat er ťťn schot was afgevuurd - door een verdrag tussen Adolf Hitler en de Sovjet-Unie de gebieden Zuid-Dobroedzja aan Bulgarije en de helft van TranssylvaniŽ aan Hongarije. Het volk gaf Carol II hiervan de schuld en op 5 september 1940 droeg hij de macht over aan generaal Ion Antonescu, die hem de volgende dag afzette. De 19-jarige Michael werd in naam opnieuw koning. MichaŽl had echter nauwelijks macht en Ion Antonescu gedroeg zich als een dictator.
Antonescu vormde daarop een 'nationaal-legionaire' regering, waar ook de IJzeren Garde van Horia Sima deel van uitmaakte. De coalitie met de IJzeren Garde werd gekenmerkt door antisemitisme, pesterijen en dodelijk geweld in de richting van Joden en andere minderheden van de IJzeren Garde en kleinere antisemitische partijen. Met name in het verarmde MoldaviŽ vonden de meeste incidenten plaats. De ongeregeldheden dreigden de economie en de maatschappij te verstoren, waarop Antonescu besloot zich van de fascisten en antisemieten te ontdoen.
In januari 1941 zette Antonescu (met steun van de Duitsers) de felle antisemitische IJzeren Garde uit de regering. De Zionistische Wereldfederatie mocht vrij opereren om een 'oplossing te vinden voor het Joodse vraagstuk'. Zijn plannen om de Joden massaal naar Palestina over te brengen werden door de Britten tegengehouden. Onderwijl gingen de deportaties van Joden en anderen gewoon door. Door al deze maatregelen kwam ruim 60% van de Joodse bevolking (deze telde in totaal circa 500.000 personen) om het leven.
Antonescu genoot het volledige vertrouwen van Adolf Hitler en stuurde 15 divisies naar het oostfront (1941) om tegen de Sovjet-Unie te vechten. Hij annexeerde het gebied TransnistriŽ van de Sovjet-Unie. Na de mislukte Slag om Stalingrad, trachtte Antonescu de kleinere As-staten te bundelen om tegen de geallieerden te vechten. Toen dit mislukte steunde hij zijn Minister van Buitenlandse Zaken Mihai Antonescu (geen familie) met diens vredesinitiatieven.
In augustus 1944 betrad het Rode Leger Roemeense bodem, en versloeg het Roemeense leger beslissend bij Iasi. Het lukte Michael en enkele loyale generaals en partijleiders op 23 augustus 1944 een staatsgreep te plegen, Antonescu te arresteren en de capitulatie van RoemeniŽ uit te roepen. Antonescu werd opgesloten in de kamer waar de koninklijke postzegelverzameling werd bewaard. Voor deze heldendaad kan Michael tot op de dag van vandaag bij de Roemenen niet stuk. Hierna verklaarde hij nazi-Duitsland, Hongarije en Tsjechoslowakije de oorlog. TransnistriŽ werd teruggegeven aan de Sovjet-Unie. De Duitsers namen echter wraak en bombardeerden Boekarest, maar een deel van hun leger was door de Roemeense capitulatie ingesloten.
Door de Vrede van Parijs in 1947 moest Hongarije de helft van TranssylvaniŽ weer teruggeven aan RoemeniŽ, en RoemeniŽ moest Noord-Boekovina, BessarabiŽ en Zuid-Dobroedzja de Sovjet-Unie afstaan.
Ion Antonescu werd op 1 juni 1946 geŽxecuteerd. In 1947 werd koning Michael van RoemeniŽ gedwongen tot aftreden en vroeg vervolgens asiel aan in Zwitserland.

RoemeniŽ tussen 1941-1944

Verloren gebieden na WO2

Gouvernement TransnistriŽ

Het gouvernement TransnistriŽ (Roemeens: Guvernăm‚ntul Transnistriei) was een gebied dat door het Koninkrijk RoemeniŽ bestuurd werd tussen 19 augustus 1941 en 29 januari 1944 nadat het door de asmogendheden tijdens Operatie Barbarossa veroverd was op de Sovjet-Unie.

Het gebied werd begrensd door de rivieren Dnjestr en Boeg en was groter dan de huidige autonome regio TransnistriŽ die officieel onderdeel uitmaakt van MoldaviŽ. Het gouvernement grensde aan het ook door RoemeniŽ veroverde gouvernement BessarabiŽ, het Rijkscommissariaat OekraÔne en de Zwarte Zee. Odessa was de hoofdplaats van het gouvernement.

Onder Roemeens bewind
Adolf Hitler overtuigde de Roemeense premier Ion Antonescu ervan om TransnistriŽ te veroveren als compensatie voor het aan Hongarije verloren deel van TranssylvaniŽ door de Tweede Scheidsrechterlijke Uitspraak van Wenen. Hierdoor kwam het gebied, in tegenstelling tot het overige gebied van de Moldavische ASSR, voor het eerst onder Roemeens bestuur. Het gebied werd niet geheel in RoemeniŽ geÔncorporeerd maar bleef, mede door de ontwikkelingen aan het Oostfront, vooral onder militair bewind. Gheorghe Alexianu werd aangesteld als gouverneur.

Het gebied werd eind 1941 bevolkt door 2,2 miljoen inwoners, waarvan bijna 1,8 miljoen OekraÔners, 200.000 Roemenen, 150.000 Russen, 126.000 Duitsers, 28.000 Bulgaren, 21.000 Joden, 14.000 Polen en minder dan duizend Lipovanen en Nogai. In 1944 werd het gebied heroverd door de Sovjet-Unie. Het gebied dat nu als TransnistriŽ bekendstaat werd bij de Moldavische SSR ingedeeld en het overige gebied bij de OekraÔense SSR.

Jodenvervolging

Overzicht van getto's (Davidster) en bloedbaden (doodshoofd) in de regio tussen 1939 en 1945
Onder het bewind van Antonescu werden 200.000 Joden en Roma het slachtoffer van de bezetting van TransnistriŽ. Het gebied werd gebruikt om vanuit RoemeniŽ, BessarabiŽ en Boekovina Joden naartoe te deporteren. In Bogdanovka en Odessa (waar na de verovering tussen 22 en 24 oktober tussen de 25.000 en 34.000 Joden omkwamen tijdens het Bloedbad van Odessa) waren grote getto's en in concentratiekampen bij Domanevka, Akhmetchetkha en ook in Mohyliv-Podilskyi vielen veel slachtoffers. Veel Roemeense Joden werden vanuit deze plaatsen ook op transport gezet naar kampen bij Wapnjarka en Petsjora.

Transnistria WW2.svg

Hoofdstad Odessa
Oppervlakte 42.000 km≤
Bevolking 2.326.424
Talen Moldavisch, OekraÔens en Russisch
Munteenheid Roebel

Noord-TranssylvaniŽ

Noord-TranssylvaniŽ (Roemeens: Transilvania de Nord of Ardealul de Nord) is een deel van TranssylvaniŽ, gesitueerd in het huidige noorden van RoemeniŽ. De bevolking bestaat voornamelijk uit Roemenen en Hongaren.
De regio werd vanaf 1918 door bezetting van het Roemeense leger, en daarna vanaf 1920 dankzij het verdrag van Trianon onderdeel van RoemeniŽ. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het gebied in 1940 door de Tweede Scheidsrechterlijke Uitspraak van Wenen na 22 jaar weer onderdeel van Hongarije. In totaal ging het om 43.104 km≤ (ter vergelijking: dit is de oppervlakte van Nederland). Het gebied omvatte onder meer het Szeklerland en de steden Oradea en Cluj-Napoca die in die tijd allemaal een Hongaarse meerderheid van de bevolking kenden.
Tijdens het Hongaarse bewind vluchtten circa 200.000 Roemenen naar het overgebleven deel van RoemeniŽ. Omgekeerd kwamen er ook circa 200.000 Hongaren uit Zuid-TranssylvaniŽ naar Hongarije.

In 1944 viel het gebied weer in Roemeense handen en is tot op de dag van vandaag onderdeel van deze staat.

Bevolking
In 1930 voerde de Roemeense regering een volkstelling uit. Op basis hiervan bleek het gebied 2.395.153 te hebben met de onderstaande samenstelling van de bevolking:

Bevolking van Noord-TranssylvaniŽ tijdens de Roemeense volkstelling van 1930:

Historische provincies van RoemeniŽ Bevolking Roemenen Hongaren Duitsers Joden Overig
Bihor (gedeeltelijk) 305,548 136,351 130,127 2,101 20,420 16,549
Ciuc 145,806 20,976 120,627 439 2,383 1,381
Cluj (gedeeltelijk) 256,651 141,607 85,284 2,669 16,057 11,034
Maramureș 161,575 93,207 11,174 3,239 33,828 20,127
Mureș (gedeeltelijk) 269,738 115,773 121,282 11,271 9,848 11,564
Năsăud 145,574 103,897 7,488 21,211 6,450 6,528
Odorhei (gedeeltelijk) 121,984 5,430 112,375 454 1,250 2,475
Sălaj 343,347 192,821 107,662 16,010 13,380 13,474
Satu Mare 294,875 178,523 74,191 9,530 23,967 8,664
Someș 219,355 169,942 33,870 351 10,546 4,646
Trei Scaune (gedeeltelijk) 127,769 17,505 105,834 760 707 2,963
T‚rnava Mică en T‚rnava Mare (gedeeltelijk) 2,931 401 1,642 659 49 180
Totaal Noord-TranssylvaniŽ 2,395,153 1,176,433 911,556 68,694 138,885 99,585
Procent 100 % 49,11 % 38,05 % 2,86 % 5,79 % 4,15 %
In 1941 voerde de Hongaarse regering een volkstelling uit. Hieruit bleek dat het gebied 2.577.260 inwoners had. Etnisch was er sprake van de volgende verdeling:

Hongaren 1.380.507 (53,6%)
Roemenen 1.029.469 (39,9%)
Duitsers 44.686 (1,7%)
Overigen 122.598 (4,8%)
De bovenstaande cijfers zijn waarschijnlijk onder druk ontstaan. In 1930 waren er in de Roemeense volkstelling 468.000 Hongaren minder. Het is mogelijk dat etnisch gemengde gezinnen zich aanpasten aan de regerende macht, ook verklaarden de meeste Joden te behoren tot de Hongaarse bevolking. Verder was er sprake van Hongaarse vluchtelingen uit het zuiden van TranssylvaniŽ. Dit waren er naar schatting 100.000 (nog eens 100.000 gingen naar andere delen van Hongarije). Ongeveer 200.000 Roemenen verlieten het gebied na 1940.

In 1941 verbleven er in Zuid-TranssylvaniŽ ook nog eens ruim 188.000 Hongaren volgens de Roemeense volkstelling die daar meer dan 10% van de bevolking vormden.

kaart Hongarije tijdens de WO II
Omhoog ↑ Charles Upson Clark, Racial Aspects of Romania's Case, Caxton Press, 1941.

RoemeniŽ in 1940 met Noord-Transsylvanie in geel aangegeven

 

 

Viering in Boekarest van de terugkeer van Noord-TranssylvaniŽ in Roemeense handen, maart 1945

 

Etnische kaart

 

Opstand van de IJzeren Garde

De Legionairsopstand of Opstand van de IJzeren Garde was een opstand van de Roemeense IJzeren Garde op 21, 22 en 23 januari 1941. Aanleiding hiervoor was het terugdraaien van alle privileges van de IJzeren Garde door de Roemeense dictator Ion Antonescu. De opstand ging gepaard met een pogrom tegen de joden in Boekarest. De opstand werd door het Roemeense leger neergeslagen, waarna Antonescu en het leger zonder de Garde verder regeerden. Horia Sima, de leider van de IJzeren Garde, week uit naar Duitsland, ca. 9000 gardisten werden gevangengezet, en 200 tot 800 gardisten, 30 soldaten, en 125 joodse burgers kwamen om het leven.

Achtergrond
Na de Eerste Wereldoorlog was RoemeniŽ sterk uitgebreid met TranssylvaniŽ en BessarabiŽ. Dit leidde tot een opname van grote hoeveelheden Hongaarse, Duitse en OekraÔense minderheden binnen RoemeniŽ. Dit leverde angst op bij het Roemeense volksdeel, die nog verergerd werd door de Grote Depressie. De IJzeren Garde was een fascistisch/nationaalsocialistische beweging die zich tegen de 'decadente hofkliek' rondom koning Carol II, de minderheden en de joden richtte. De Garde werd wegens haar extreem gewelddadige karakter en het gevaar dat ze voor de positie van de koning vormde, regelmatig verboden. De laatste keer gebeurde dit in 1938, waarbij de leiding gearresteerd en 'op de vlucht' doodgeschoten werd. Toch had de Garde een behoorlijk draagvlak onder de bevolking.
Horia Sima in 1940


In 1940 werd koning Carol echter gedwongen drie vernederende gebiedsafstanden te accepteren. BessarabiŽ werd afgestaan aan de Sovjet-Unie, TranssylvaniŽ aan Hongarije, en de Cadrilater aan Bulgarije. Dit vergrootte de frustratie en haat tegen minderheden, waarvan sommigen volgens waarnemers de buitenlandse troepen toejuichten en de terugtrekkende Roemeense soldaten aanvielen. De koning verliet het land en de jonge Michael werd koning met Antonescu als premier. Deze deelde de macht met de IJzeren Garde nu onder leiding van Sima. Het land werd op 6 september 1940 uitgeroepen tot 'nationaal-legionaire staat'.

Gardisten kregen belangrijke posities en antisemitische wetgeving werd ingevoerd, alsmede een romanisatie-politiek jegens minderheden. Dit betekende onder andere dat joden geen bezittingen mochten hebben en die dus moesten verkopen. De Garde trad regelmatig zeer gewelddadig op tegen joden, mishandelde ze, en beroofde ze van hun kostbaarheden.

Het conflict
Al snel ontstond een conflict tussen de Garde en Antonescu. De Garde gedroeg zich gewelddadig, mishandelde, beroofde en doodde joden. Het geweld breidde zich zelfs uit naar minderheden binnen het land, vooral Duitsers die vaak tegen de Roemenen opboden bij de gedwongen verkoop van joodse eigendommen. Zelfs buitenlanders werden soms lastiggevallen. Antonescu had weliswaar geen bezwaar tegen anti-joodse maatregelen, maar wenste dat de joden op een ordelijke manier van hun bezittingen werden ontdaan. Bovendien moesten die bezittingen volgens hem aan de staat ten goede komen, en niet aan de Garde. Daarbij vreesde hij dat de ordeverstoringen de Roemeense economie en reputatie in het buitenland zouden schaden. Antonescu verzocht de Gardisten dan ook tevergeefs zich enigszins terughoudender op te stellen.

Dit escaleerde het conflict. De Garde verhevigde de antisemitische propaganda, en trachtte nu ook Antonescu zwart te maken door te beweren dat hij een vrijmetselaar was, en door te wijzen op het feit dat Antonescu zelf via zijn ex-vrouw en stiefmoeder min of meer gerelateerd was aan joden. Verder zochten ze steun bij nazi-Duitsland en gaven op 17, 18 en 19 januari 1941 overal in het land antisemitische lezingen, deels om Hitler hun loyaliteit te tonen. Sommige nazi's hadden inderdaad sympathie voor de Garde.

Hitler was echter realistischer. Op 14 januari 1941 ontving hij Antonescu, waarbij de verslechterende verhoudingen met de Sovjet-Unie en de ordeverstoringen van de Garde ter sprake kwamen. In ruil voor de belofte dat RoemeniŽ in een eventuele oorlog tussen Duitsland en de Sovjet-Unie de Duitsers militair zou steunen, kreeg Antonescu van Hitler het groene licht om de IJzeren Garde aan te pakken. Op 19 januari 1941 voerde Antonescu een grote zuivering door. Gardisten werden ontslagen uit sleutelfuncties ten gunste van Antonescu's getrouwen, vooral binnen de politie van Boekarest en de Geheime Politie. Alle gardisten met de (goedbetalende) positie van romanisatie-officier werden ontslagen. Minister van Binnenlandse Zaken Constantin Petrovicescu moest eveneens het veld ruimen.

De opstand
Op 20 januari 1941 werd een Duits officier vermoord door een nog onbekende Griek. Dit incident lokte een opstand uit. Bewapende IJzeren Gardisten, waarvan de leiding inmiddels ondergronds was gegaan, bezette het ministerie van Binnenlandse Zaken, alle politiebureaus, en andere belangrijke gebouwen waaronder de radiostudio's. Antonescu werd met 15 officieren in zijn paleis belegerd. De politie greep niet in omdat de politieagenten aan de kant van de Garde en hun net ontslagen bazen stonden en de orders van hun nieuwe leidinggevenden negeerden. Deze nieuwe commandanten werden, tezamen met andere Antonescu-aanhangers, opgesloten, deels voor hun eigen veiligheid. De radiotoespraak waarin Antonescu het volk tot kalmte maande werd niet uitgezonden omdat de Garde de radiostudio's bezet had.

Gardisten trokken door dorpen rondom Boekarest en rekruteerden daar sympathisanten die naar de stad trokken. Brandende olie uit oliedepots werd als wapen tegen het leger gebruikt, en soldaten werden beschoten. Het leger trok op zijn beurt een belegeringsring rondom ieder punt dat in handen van de Garde was, maar greep vooralsnog niet in. De media van de IJzeren Garde riep het volk op tot geweld tegen joden en vrijmetselaars en riep hen op de joodse wijken in te trekken onder het motto 'je weet wie je moet doodschieten'.

De stroom van anti-Joodse propaganda miste zijn uitwerking niet. Reeds enkele uren voor het begin van de opstand begonnen Gardisten aan een pogrom tegen de joden in twee joodse buurten. Ook pro-Garde politieagenten, arbeiders en vakbondsleden, studenten, scholieren, zigeuners en criminelen deden mee aan de actie. Politieagenten die niet meededen werden gearresteerd, en soldaten hielden zich afzijdig. Mircea Petrovicescu, de zoon van de afgezette minister, leidde deze gewelddadige aanval.

De pogrom hield enkele dagen aan, tot het einde van de opstand. Joden werden gedwongen hun bezittingen te onthullen, waarna ze werden gedood of gemarteld. Soms hielden de martelingen dagen aan, waarbij de folteraars elkaar aflosten. Joodse vrouwen werden met de rug tegen schietschijven gebonden, waarna Gardisten een 'krans' van kogelgaten om hun hoofd probeerden te schieten. Wanneer men er genoeg van kreeg werden de vrouwen gedood of doodgemarteld, soms door de borsten af te snijden. Op 23 januari werd een groep van 15 joden naar een slachthuis gebracht. Tien werden doodgeschoten, maar de rest werd levend opgehangen aan vleeshaken en bij vol bewustzijn de buik opengesneden. De Gardisten grapten vervolgens dat hun vlees nu 'koosjer' was. Synagogen werden in brand gestoken waarbij kostbaarheden werden geplunderd en heilige artefacten werden vernield en bezoedeld.

Neerslaan van de rebellie
Antonescu wachtte inmiddels geduldig het juiste moment af. Terwijl de rebellie voortduurde, werd Boekarest langzaam omsingeld door het leger, met behulp van 100 tanks. Ook groeide de bezorgdheid van het buitenland en de frustratie bij het leger. Veel soldaten waren gebrand op wraak wegens de provocaties van de Gardisten.

Op 23 januari 1941 viel het leger, geleid door generaal Ilie Șteflea, Boekarest binnen. De licht bewapende Gardisten waren geen partij voor de zwaarbewapende militairen, en binnen enkele uren was de rebellie volledig onderdrukt. 30 soldaten en ten minste 200 Gardisten sneuvelden. Antonescu deed alsnog zijn radio-toespraak, maar verzweeg de pogrom. Ook marcheerde de in Boekarest gelegerde Duitse divisie die zich afzijdig had gehouden door de stad waarbij de soldaten Antonescu's naam riepen.

Uiteindelijk werden 9000 gardisten tot gevangenisstraf veroordeeld, hoewel Sima zelf de dans ontsprong door naar Duitsland te vluchten. Antonescu was vanaf nu militair alleenheerser en het leger hoefde haar machtspositie niet meer te delen. In 1941 zou Antonescu deelnemen aan Operatie Barbarossa om alsnog de verloren gebieden te heroveren en als wederdienst aan Hitler voor diens steun.

De berichten over de pogrom lekten na verloop van tijd alsnog uit, en deden de steun voor de Garde tijdelijk afnemen, met name in Walachije. In MoldaviŽ bleef het antisemitisch geweld echter aanhouden, culminerend in de pogrom van Iași. Uiteindelijk zijn onder Antonescu honderdduizenden joden naar de vernietigingskampen gedeporteerd.

1-Roemenie in de Tweede Wereldoorlog