Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

Japan in de Tweede Wereldoorlog

Hiroaki Abe

Hiroaki Abe (阿部 弘毅, Abe Hiroaki; Yonezawa, 15 maart 1889 - 6 februari 1949) was een admiraal in de Japanse Keizerlijke Marine tijdens de Tweede Wereldoorlog, onder meer de slag om Guadalcanal.
Loopbaan
Abe studeerde op 19 juli 1911 af aan de Academie van de Japanse Keizerlijke Marine als 26e van 148 cadetten. Hij diende als adelborst op de kruiser Soya en op slagschip Mikasa.Als Op 1 december 1912 werd hij vaandrig en diende hij op de kruisers Nisshin en Chikuma en op slagschip Kongō.

Hij specialiseerde zich in torpedo's en scheepsgeschut, werd op 1 december 1914 bevorderd tot onderluitenant en diende op de torpedobootjager Akebono en dan op de kruiser Chitose. Op 1 december 1917 werd hij luitenant.

Na de Eerste Wereldoorlog vervulde hij functies bij de generale staf. Op 20 juli 1922 kreeg hij het bevel over de torpedobootjager Ushio en dan de Hatsuyuki. Op 1 december 1923 werd hij lieutenant commander. In 1925 was hij kapitein van de torpedobootjager Kaki.

In 1926 studeerde hij aan het College voor Oorlog op Zee. Op 10 december 1928 werd hij commandant en op 1 december 1932 kapitein-ter-zee.

In 1936 kreeg hij het bevel over de kruiser Jintsu en in 1937 over het slagschip Fusō.

Tweede Wereldoorlog
Pearl Harbor en Wake

Op 15 november 1938 werd Abe schout-bij-nacht en kreeg hij het bevel over de 8e divisie kruisers tijdens de aanval op Pearl Harbor en de Slag bij Wake.

Oostelijke Salomonseilanden en Santa Cruz[bewerken]
Tijdens de Slag om Guadalcanal leidde hij de voorhoede in de Zeeslag bij de Oostelijke Salomonseilanden van 23 tot 25 augustus 1942 en de Zeeslag bij de Santa Cruz-eilanden van 26 tot 28 oktober en op 1 november werd hij viceadmiraal.
Zeeslag bij Guadalcanal
Tijdens de Zeeslag bij Guadalcanal op 12 en 13 november moest hij het strategisch belangrijke vliegveld Henderson Field op Guadalcanal beschieten,[2] maar hij vluchtte toen schout-bij-nacht Daniel J. Callaghan verscheen met Task Group 67.4. Abe verloor zijn vlaggenschip, slagschip Hiei en twee torpedobootjagers. Abe raakte gewond en zijn stafchef sneuvelde door mitrailleurvuur van de torpedobootjager USS Laffey (DD-459). Abe bracht die torpedobootjager nadien tot zinken.
Admiraal Isoroku Yamamoto onthief Abe van zijn bevel en ontsloeg hem in maart 1943 uit de Japanse Keizerlijke Marine.

HiroakiAbe

HiroakiAbe
Geboren 15 maart 1889
Yonezawa
Overleden 6 februari 1949
Land/partij Vlag van Japan Japans Keizerrijk
Onderdeel Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine
Dienstjaren 1911 - 1943
Rang Imperial Japanese Navy Insignia Vice admiral 海軍中将.png Viceadmiraal
(大元帥 Kaigun-taishō)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Aanval op Pearl Harbor
Slag bij Wake
Slag bij Midway
Zeeslag bij de Oostelijke Salomonseilanden
Zeeslag bij de Santa Cruz-eilanden

Iva Toguri D'Aquino

Ikuko (Iva) Toguri D'Aquino (Los Angeles, 4 juli 1916 – Chicago, 26 september 2006) was een Amerikaanse van Japanse afkomst, die tijdens de Pacifische Oorlog in de Tweede Wereldoorlog onder het pseudoniem Orphan Anne bij Radio Tokyo de muziek van het programma The Zero Hour presenteerde. Dit programma was onderdeel van de Japanse propaganda.
Toguri zou ook Tokyo Rose zijn geweest, een bekende propagandiste op de Japanse oorlogsradio. Ook andere vrouwen heeft men voor Tokyo Rose gehouden, zij het in mindere mate.
Jeugd
Toguri groeide op in een methodistenfamilie als dochter van de Japanse immigrant Jun Toguri, die in 1899 naar de VS reisde, en zijn vrouw. Ze volgde de high school en college in Los Angeles. Ze was Republikein en stond bekend als loyaal Amerikaanse. Om geneeskunde studeren ging ze naar de University of California, Los Angeles (UCLA), waar ze in 1940 afstudeerde in zoölogie,waarna ze tot juli 1941 in de winkel van haar vader werkte..
In het begin van 1941 hoorde het gezin Toguri dat een van de zussen van Fumi ernstig ziek was. Hierop besloten haar ouders dat Iva naar Japan zou gaan om voor haar te zorgen. Er was geen tijd om haar van een paspoort te voorzien, zodat ze alleen een identiteitsbewijs kreeg, dat haar naar Japan en terug zou brengen. Ze vertrok op 5 juli 1941, één dag na haar verjaardag.
In Japan
Iva kon moeilijk wennen aan het leven in Japan. Ze ondervond moeilijkheden met betrekking tot de taal en cultuur, en kon bijvoorbeeld niet met stokjes eten. Ook kon ze geen lokale kranten lezen, waardoor ze pas in november van 1941 op de hoogte was van de stijgende spanning tussen Japan en Amerika.
In november 1941 wilde Toguri terugkeren, maar uit het identiteitsbewijs bleek onvoldoende voor de Amerikaanse autoriteiten om haar Amerikaanse nationaliteit vast te stellen. Bij het uitbreken van de oorlog op 7 december 1941 was ze nog in Japan.
De Japanse autoriteiten eisten dat ze haar Amerikaanse staatsburgerschap zou afleggen en de Japanse zou aannemen. Toen ze dit weigerde, werd ze bedreigd met internering, maar door haar Japanse afkomst ging dit vooralsnog niet door. De buren van de oom waar ze inwoonde wilden haar echter weg vanwege haar pro-Amerikaanse overtuiging en ze zocht een eigen woning. Ze gaf pianolessen en werkte als vertaler van Engelse teksten bij het persbureau Domei. Daar zag ze ook de naam van haar familie op een lijst van het Amerikaanse interneringskamp Gila River Relocation Center in de staat Arizona. Ze raakte bevriend met Felipe D'Aquino, een Portugees van Japanse afkomst, die haar mening over de oorlog deelde.
Door geldgebrek raakte ze ondervoed en kwam in het ziekenhuis terecht. Om de kosten daarvan terug te kunnen betalen, ging ze werken bij Radio Tokyo.

Iva Toguri bij de buitenlandafdeling van Radio Tokyo

Radio Tokyo
Ook bij Radio Tokyo werkte ze eerst als vertaalster van Amerikaanse nieuwsteksten.
In 1943 begon de Japanse majoor Shigetsugu Tsuneishi met het programma The Zero Hour (Het Uur Nul), waarin het moreel van de Amerikaanse soldaten ondermijnd zou worden door slechtnieuwsberichten over bijvoorbeeld overstromingen in hun thuisland. Aangezien ze in die tijd geen Japanners konden vinden die ervaring hadden met radio-uitzendingen, en daarnaast ook de Engelse taal beheersten, werd er besloten om krijgsgevangen die wel aan deze eisen voldeden te gebruiken. De Amerikaanse krijgsgevangenen die als presentator werden ingezet probeerden er een absurdistisch programma van te maken door verborgen betekenissen, dubbelzinnigheden en sarcasme, evenals haastig gelezen berichten. Toen dit de Japanners begon op te vallen, begonnen ze de teksten zo te intoneren alsof ze met wapens tot oplezen gedwongen werden.
Tegen het eind van 1943 werd de zendtijd uitgebreid en werd Toguri door de Australische krijgsgevangene, Charles Cousins, gevraagd om omroepster van het radioprogramma te worden. Hij garandeerde haar dat hij zelf eerst de scripts zou lezen, en dat ze nooit gedwongen zou worden iets schadelijks over de Verenigde Staten te uiten. Eerst was ze anoniem, later noemde ze zich Ann, naar het Engelse announcer, dat op de scripts stond. De tekstschrijvers maakten hier Orphan Anne van (Anne, de wees), naar een Amerikaans radiofiguur Little Orphan Annie.Het programma werd elke avond een uur lang uitgezonden. In dit uur was Iva's stem slechts enkele minuten te horen. De rest van van de tijd werd gebruikt voor muziek en nieuws over de Verenigde Staten.
De krijgsgevangenen-tekstschrijvers verdwenen door ziekte, ontslag wegens insubordinatie en vrijlating. In 1944 kreeg Cousins een hartaanval, en moest hij "Zero Hour" verlaten. Iva was ondertussen omwille van haar pro-Amerikaans standpunt ontslagen bij het Domei nieuwsbureau, maar wist een baan als typiste bij de Deense legatie te krijgen. Ze probeerde tevens ook ‘Zero Hour’ te verlaten, maar dit werd niet toegelaten door haar leidinggevenden. Toguri en nieuwe presentatrices zetten het programma voort en probeerden hun stijl te evenaren. Bij de geallieerden stonden ze bekend als Tokyo Rose, maar die naam gebruikten ze zelf niet.
Na haar huwelijk met Felipe in 1945 nam ze steeds meer afstand van de uitzendingen, en werd ze vervangen door nieuwe omroepsters. Toen de Denen contact verbroken met Japan in 1945, en ze haar job daar verloor, begon ze opnieuw meer te werken bij ‘’Zero hour’’
Kort voor het einde van de oorlog bekeerde Toguri zich tot het rooms-katholieke geloof en trouwde met Felipe D'Aquino. In Augustus 1945 werden Hiroshima en Nagasaki gebombardeerd met atoombommen. Niet lang daarna gaf Japan zich over.
Na de oorlog
Na de overgave van Japan waren reporters op zoek naar de ware identiteit van Tokyo Rose. Uiteindelijk waren Clark Lee  en Harry Brundidge  de eersten die in Iva de identiteit van Tokyo Rose zagen. In eerste instantie ontkende ze de beschuldiging van Brundidge en Lee, maar na een belofte van 2000 dollar voor een exclusief interview als Tokyo Rose, stemde ze toe.
Voor dit interview moest ze een document met de bevestiging dat zij Tokyo rose was ondertekenen. Ze hoopte via dit interview er voor te kunnen zorgen dat andere reporters hun interesse verloren, maar 3 dagen later gaf ze toch een persconferentie in Yokohama. Brundidge had het beloofde geld nooit van zijn bazen ontvangen, en gebruikte de schending van exclusiviteit door het houden van een persconferentie als excuus om haar niet te betalen.
Op 17 oktober 1945 werd Iva opgepakt door het CIC en naar een gevangenis in Yokohama gebracht. De reden van haar arrestatie werd haar niet verteld, en ook een advocaat werd haar ontzegd. Ze werd hoofdzakelijk ondervraagd over haar participatie in oorlogspropaganda.
Een maand later werd ze overgebracht naar Sugamo, waar ze vaak bezoekers kreeg die de beruchte Tokyo Rose wilden zien. 6 maanden na Iva's arrestatie werd er gerapporteerd dat er geen enkel bewijs dat ze ooit informatie over militaire verplaatsingen en aanvallen, of over militaire geheimen en plannen had gedeeld via de radiozender. Maar omdat het leger bang was voor negatieve persaandacht rond de chaos van de arrestatie, werd Iva pas op 25 oktober 1946 vrijgelaten.
Tijdens haar gevangenschap was haar moeder gestorven, waardoor Iva terug naar de V.S. wilde keren. Maar omdat ze nog steeds geen paspoort had, ontstonden er opnieuw moeilijkheden om nu een Amerikaans paspoort te verkrijgen. Ze zou dankzij haar huwelijk met Felipe een Portugees paspoort kunnen krijgen, maar omdat ze zulke enorme inspanningen had gedaan om haar Amerikaanse nationaliteit te behouden, weigerde ze dit. Vervolgens kondigde het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken een jaar later aan dat ze niet verplicht waren om haar een paspoort te geven.
In Amerika eisten meer en meer mensen dat Iva vervolgd zou worden. Zelfs de directeur van de FBI, Edgar J. Hoover, vroeg hulp om te kunnen bewijzen dat Iva Tokyo Rose was.
In maart 1948 besloot Harry Brundidge om naar Japan te reizen om getuigen te zoeken die zouden kunnen bewijzen dat Iva Tokyo Rose was. Daarnaast wilde hij Iva de aantekeningen die hij tijdens haar eerdere interview had gemaakt laten ondertekenen. Dit om te kunnen bewijzen dat Iva de enige echte Tokyo Rose was.
Brundidge vond Iva, die twee maanden daarvoor bevallen was van een zoon die de volgende ochtend was gestorven, en verzekerde haar dat ze haar familie terug zou kunnen zien als ze de aantekeningen zou ondertekenen. In eerste instantie weigerde ze dit, omdat het grootste gedeelte van de aantekeningen volgens haar verzonnen zou zijn geweest, maar tekende uiteindelijk toch.
In augustus 1948 werd ze in haar woning in Ikejiri gearresteerd wegens landsverraad en verscheept naar de VS.
Proces
Het proces begon op 5 Juli 1949 en duurde bijna 3 maanden. Omdat de overheid een groot aantal getuigen van Japan moest laten overkomen was het in die tijd het duurste proces dat men ooit had gekend. De kosten voor de getuigen van de verdediging werden allemaal betaald door Iva's vader.
De overheid wilden bewijzen dat Iva de Verenigde Staten had verraden, Amerikaanse soldaten had aangedrongen om hun wapens neer te leggen, dat ze vrijwillig in Japan was gebleven na het uitbreken van de oorlog, en dat ze de beruchte Tokyo Rose was. Ze werd in totaal beschuldigd van 8 daden van verraad.
De jury kon echter niet tot een beslissing komen. De rechter, Michael Roche, berispte hen, wees op de enorme gemaakte kosten en drong erop aan dat ze zo snel mogelijk een beslissing zouden nemen. Op 29 september 1949 volgde deze: vrijspraak op zeven punten, schuldig aan één: het bekendmaken van het verlies van schepen bij de slag bij de Golf van Leyte op de vijandelijke radio. De rechter veroordeelde haar op 6 oktober 1949 tot tien jaar gevangenschap en een boete van 10.000 dollar.
Deze uitspraak van de jury was bizar aangezien de argumenten niet gegrond waren. Zo werd de dag of tijd van de beruchte uitzending niet vermeld. Ook werd er nooit concreet vermeld of ze het over Japanse of Amerikaanse schepen zou hebben gehad.
Later gaf de rechter, Roche, uiteindelijk toe dat hij bevooroordeeld was tegen haar tijdens het proces.
Na het proces
Op 28 januari 1956 werd ze wegens goed gedrag vrijgelaten. Ze moest zo snel mogelijk naar Japan vertrekken. Het kostte haar advocaat Wayne Mortimer Collins twee jaar om de deportatie te verhinderen. Daarna vertrok ze naar haar familie in Chicago, waar ze in onbekendheid verder leefde.
In 1976 kwam er aan het licht dat een aantal van de getuigen tijdens het proces een valse getuigenis tegen Iva hadden afgelegd[9].In 1977 kreeg ze een pardon van toenmalig president Gerald Ford.
In 1980 scheidde ze van haar man, omdat ze niet meer opnieuw de Verenigde Staten wenste te verlaten. Felipe D'Aquino stierf in november 1996 in Japan. Iva Toguri D'Aquino stierf tien jaar later op negentigjarige leeftijd.

Jiro Horikoshi

Jirō Horikoshi (堀越 二郎, Horikoshi Jirō ; Fujioka, 22 juni 1903 – Tokio, 11 januari 1982) was een Japans vliegtuigontwerper. Hij is vooral bekend geworden door zijn ontwerp voor de Mitsubishi A6M Zero.

Horikoshi studeerde aan de Universiteit van Tokio waar hij in 1927 afstudeerde. Hierna werkte hij in Nagoya bij Mitsubishi Shipbuilding & Engineering Company dat vanaf 1934 Mitsubishi Heavy Industries zou heten. Hier droeg Horikoshi bij aan de ontwikkeling van jachtvliegtuigen. Hij was hoofdontwerper van de Mitsubishi A6M Zero.

Na de Tweede Wereldoorlog werkte Horikoshi met Hidemasa Kimura aan het verkeerstoestel YS-11. Hij nam ontslag bij Mitsubishi, gaf diverse cursussen en was van 1963 tot 1965 lector bij het Instituut voor Lucht- en Ruimtevaart van de Universiteit van Tokio. Hierna was hij tot 1969 hoogleraar aan de Nationale Defensieacademie.

In 1973 kreeg hij de Orde van de Rijzende Zon, derde klasse.

Hij overleed op 78-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Tokio.

Trivia
Horikoshi is onderwerp van de Japanse tekenfilm The Wind Rises (2013) van Hayao Miyazaki.

Jirō Horikoshi, vóór 1946

Shigeyoshi Inoue

Shigeyoshi Inoue (井上 成美, Inoue Shigeyoshi; Sendai, 9 december 1889 – Yokosuka, 15 december 1975) was een admiraal van de Japanse Keizerlijke Marine in de Tweede Wereldoorlog vocht onder meer inde slag in de Koraalzee.
Internationale loopbaan

Inoue studeerde in 1909 af als 2e van 179 cadetten aan de Academie van de Japanse Keizerlijke Marine. Hij diende als adelborst op de kruiser Soya en voer ermee van Dalian naar Incheon, Jinhae, Sasebo en Tsu en in 1910 naar Manilla, Ambon, Townsville, Brisbane, Sydney, Hobart, Melbourne, Fremantle, Jakarta, Singapore, Hongkong, Magong en Keelung.
Na zijn terugkeer diende hij op het slagschip Mikasa en de kruiser Kasuga.[1] Op 15 december 1910 werd hij vaandrig en diende hij op de kruiser Kurama. In 1911 woonde hij te Londen de kroning bij van George V van het Verenigd Koninkrijk.
In 1912 studeerde hij scheepsgeschut en onderzeebootoorlog en op het einde van 1912 werd hij onderluitenant. In 1913 diende hij op de kruiser Takachiho en dan op het slagschip Hiei. Eind 1915 werd hij luitenant en diende hij op het slagschip Fusō. Op 1 december 1917 kreeg hij het bevel over de kruiser Yodo.
Eind 1918 werd Inoue militair attaché in Zwitserland en leerde hij Duits. Hij maakte deel uit van de Japanse afvaardiging op de conferentie te Parijs over het Verdrag van Versailles (1919). In 1920 werd hij militair attaché in Frankrijk en leerde hij Frans.
In december 1921 keerde hij als lieutenant commander terug naar Japan. Hij diende op de kruiser Suma. In 1923 studeerde Inoue verder aan het College voor Oorlog op Zee en hij studeerde in 1924 af als 3e van 21.
Op 1 december 1925 werd hij commandant en werkte hij bij de generale staf. Van 1927 tot 1929 was hij militair attaché in Italië en hij werd bevorderd tot kapitein-ter-zee. Op 15 november 1933 kreeg Inoue het bevel over de Hiei. Na anderhalf jaar ging hij weer aan wal voor administratieve taken.
Tweede Chinees-Japanse Oorlog
Op 15 november 1935 werd Inoue onderbevelhebber van de 3e vloot. In 1939 nam die deel aan de Tweede Chinees-Japanse Oorlog, werd hij viceadmiraal en ontving hij de Orde van de Rijzende Zon 1e klasse.
Tweede Wereldoorlog
Vliegdekschepen

In 1940 was Inoue hoofd van het luchtvaartbureau van de Japanse Keizerlijke Marine. Begin 1941 legde hij Minister voor Marine Koshiro Oikawa een plan voor om vliegdekschepen te bouwen in plaats van slagschepen.
Guam, Wake en Port Moresby
In 1941 kreeg Inoue het bevel over de vierde vloot in de Chuukeilanden. Hij voerde het bevel over de zeemacht in de Slag bij Guam en de Slag bij Wake. Hij verplaatste zijn hoofdkwartier naar Rabaul voor Operatie Mo om Port Moresby te bezetten.
Slag in de Koraalzee
Na de nederlaag in de Slag in de Koraalzee in mei 1942 werd hij van zijn commando ontheven en werd hij hoofd van de Academie van de Japanse Keizerlijke Marine. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog werd hij viceminister van Marine. Op 15 mei 1945 werd hij admiraal.
Na de oorlog
Op 15 Oktober 1945 trad hij uit de marine.
Hij kwam aan de kost als leraar Engels en muziek aan kinderen in zijn huis te Yokosuka.
Hij werd begraven op de begraafplaats Tama in Fuchu (Tokyo).
Militaire loopbaan
Adelborst (海軍少尉候補生 Kaigun shōi kōhosei), Japanse Keizerlijke Marine: 19 november 1909
Luitenant ter Zee 3e klasse (海軍少尉 Kaigun-shōi), Japanse Keizerlijke Marine: 15 december 1910
Luitenant ter Zee 2e klasse (海軍中尉 Kaigun-chūi), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1912
Luitenant ter Zee 2e klasse (oudste categorie) (海軍大尉 Kaigun-daii), Japanse Keizerlijke Marine: 13 december 1915
Luitenant ter zee 1e klasse (海軍少佐 Kaigun-shōsa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1921
Kapitein-luitenant ter zee (海軍中佐 Kaigun-chūsa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1925
Kapitein-ter-zee (海軍大佐 Kaigun-daisa), Japanse Keizerlijke Marine: 30 november 1929
Schout-bij-nacht (海軍少将 Kaigun-shōshō), Japanse Keizerlijke Marine: 15 november 1935
Viceadmiraal (海軍中将 Kaigun-chūjō), Japanse Keizerlijke Marine: 15 november 1939
Luitenant-admiraal (大元帥 Kaigun-taishō), Japanse Keizerlijke Marine: 15 mei 1945

Onderscheidingen
Orde van de Rijzende Zon, 1e klasse in 1940
Groot Oostelijke-Aziatische Oorlogsmedaille
1937 China Incident medaille
Commandanten insigne
Badge voor Afgestudeerden van de Marine Staf College

Admiraal Shigeyosi Inoue

Admiraal Shigeyosi Inoue
Geboren 9 december 1889
Sendai
Overleden 15 december 1975
Yokosuka
Land/partij Vlag van Japan Japans Keizerrijk
Onderdeel Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine
Dienstjaren 1909 – 1945
Rang Japan-navy-1931-1944-sleeve 30-1-.gif Luitenant-admiraal
(海軍大将 Kaigun-taishō)
Leiding over Kruiser Yodo
Slagschip Hiei
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Pacifische Oorlog
Slag in de Koraalzee
Onderscheidingen Zie onderscheidingen
Ander werk Viceminister van Marine
leraar Engels en muziek

Foto tijdens de Tweede Wereldoorlog

Nobutake Kondo

Nobutake Kondō (近藤 信竹, Kondō Nobutake; Osaka, 25 september 1886 - 19 februari 1953) was een admiraal van de Japanse Keizerlijke Marine die vocht in de Tweede Wereldoorlog, in het bijzonder de slag om Guadalcanal.
Loopbaan
Kondo studeerde in 1907 af aan de Academie van de Japanse Keizerlijke Marine als eerste van 172 cadetten.
Als adelborst diende hij op de kruiser Itsukushima en op slagschip Mikasa.Als vaandrig diende hij op de kruiser Aso, torpedobootjager Kisaragi en slagschip Kongō.
In 1912 – 1913 was hij militair attaché in het Verenigd Koninkrijk. Terug in Japan diende hij op het slagschip Fusō. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte hij op de generale staf. Van 1916 tot 1917 was hij verantwoordelijk voor scheepsgeschut op de kruiser Akitsushima.
Na de Eerste Wereldoorlog studeerde hij aan het “College voor Oorlog op Zee”. Op 1 december 1919 werd hij lieutenant commander.
Van 1920 tot 1923 zag Kondō in Duitsland toe op de naleving van het Verdrag van Versailles (1919).
Terug in Japan diende hij zes maanden op het slagschip Mutsu. Op 1 december 1923 werd hij commandant. Van 1924 tot 1925 was hij adjudant van kroonprins Hirohito. Dan gaf hij les aan de Academie van de Japanse Keizerlijke Marine. Hij werd bevorderd tot kapitein-ter-zee en werkte op de generale staf. Van 1929 tot 1930 was hij kapitein van de kruiser Kako en van 1932 tot 1933 van het slagschip Kongō. Op 15 november 1933 werd hij schout-bij-nacht. In 1935 werd hij stafchef van de gecombineerde vloot. Op 15 november 1937 werd hij viceadmiraal.
Tweede Wereldoorlog
Bij het begin van de Tweede Chinees-Japanse Oorlog voerde Kondō het bevel over de 5e vloot in de operaties bij Hainan en Shantou ten zuiden van China.
Tijdens de Aanval op Pearl Harbor voerde Kondō het bevel over de 2e vloot en nam hij deel aan de invasies van Malaya, de Filipijnen en Nederlands-Indië. Hij was opperbevelhebber van de raid tegen Britse koopvaardijschepen in de Indische Oceaan. Hij leidde de bezetting van het eiland Midway.
Guadalcanal
Hij vocht in de Slag om Guadalcanal, in het bijzonder de Zeeslag bij de Oostelijke Salomonseilanden van 23 tot 25 augustus 1942 en de Zeeslag bij de Santa Cruz-eilanden van 26 tot 27 oktober. Hij leidde de Japanse schepen in de Zeeslag bij het eiland Savo van 12 tot 13 november 1942.
Na de eerste Zeeslag bij Guadalcanal op 15 november 1942 leidde Kondo slagschip Kirishima met de kruisers Atago, Nagara, Sendai en Takao voor een nachtelijke beschieting van Henderson Field. De Amerikaanse slagschepen USS Washington (BB-56) en USS South Dakota (BB-57) wachtten hem op en brachten de Kirishima tot zinken.[2]
Dienst aan wal
Kondo werd teruggeroepen voor dienst aan wal als hoofd van de vloot bij de Chuukeilanden.
Kondo werd in oktober 1942 vicecommandant van de gecombineerde vloot. Op 29 april 1943 werd hij admiraal. Van december 1943 tot mei 1945 werd hij opperbevelhebber van de vloot bij China.[3] Na de oorlog werd hij lid van de Hoogste Krijgsraad van Japan.
Militaire loopbaan
Adelborst (海軍少尉候補生 Kaigun shōi kōhosei), Japanse Keizerlijke Marine: 20 november 1907
Luitenant ter Zee 3e klasse (海軍少尉 Kaigun-shōi), Japanse Keizerlijke Marine: 25 december 1908
Luitenant ter Zee 2e klasse (海軍中尉 Kaigun-chūi), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1910
Luitenant ter Zee 2e klasse (oudste categorie) (海軍大尉 Kaigun-daii), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1913
Luitenant ter zee 1e klasse (海軍少佐 Kaigun-shōsa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1919
Kapitein-luitenant ter zee (海軍中佐 Kaigun-chūsa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1923
Kapitein-ter-zee (海軍大佐 Kaigun-daisa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1927
Schout-bij-nacht (海軍少将 Kaigun-shōshō), Japanse Keizerlijke Marine: 15 november 1933
Vice-Admiraal (海軍中将 Kaigun-chūjō), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1937
Luitenant-admiraal (海軍大将 Kaigun-taishō), Japanse Keizerlijke Marine: 29 april 1943
Onderscheidingen
Orde van de Rijzende Zon, 2e Klasse
Orde van de Gouden Wouw
1e Klasse
3e Klasse
Orde van de Heilige Schatten, 3e klasse
1937 China Incident medaille
Groot Oostelijke-Aziatische Oorlogsmedaille
Badge voor Afgestudeerden van de Marine Staf College

Admiraal Nobutake Kondō

Admiraal Nobutake Kondō
Geboren 25 september 1886
Osaka
Overleden 19 februari 1953
Land/partij Vlag van Japan Japans Keizerrijk
Onderdeel Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine
Dienstjaren 1907 - 1945
Rang Japan-navy-1931-1944-sleeve 30-1-.gif Luitenant-admiraal
(海軍大将 Kaigun-taishō)
Slagen/oorlogen Tweede Chinees-Japanse Oorlog
Tweede Wereldoorlog
Pacifische Oorlog
Slag bij Midway
Slag om de Salomonseilanden
Slag om Guadalcanal

Kondo vooraan als 3e van links

Fumimaro Konoe

Prins Fumimaro Konoe Konoe Fumimaro , vaak Konoye , 12 oktober 1891 - 16 december 1945) was een Japanse politicus in het rijk van Japan, die diende als 34ste, 38ste en 39ste premier van Japan en oprichter / Leider van de Imperial Rule Assistance Association . Hij was premier in de aanloop naar Japan in de Tweede Wereldoorlog.
Vroeg leven 
Prins Fumimaro Konoe is geboren in de oude Fujiwara-clan , en was de erfgenaam van de Konoe-familie in Tokio . Zijn jongere broer Hidemaro Konoye was een symfonie dirigent. Konoe's vader, Atsumaro , was politiek actief geweest, nadat hij in 1903 de Anti-Russische Maatschappij had georganiseerd. In 1904 verliet Atsumaro's dood Konoe, op 12-jarige leeftijd, met de titel prins, veel sociale status, maar niet veel geld. Hij studeerde de Marxische economie aan de Kyoto Imperial University . In 1916 werd hij automatisch lid van House of Peers volgens zijn erfelijke titel.
Prins Konoe is succesvol gelobbed om in de Japanse delegatie in de Vredesconferentie van Parijs te zijn opgenomen, 1919 . In 1918 publiceerde hij, voor Versailles , een essay getiteld "De Anglo-American-Centered Peace" afwijzen (Engeland en de Verenigde Staten). Na een vertaling van de Amerikaanse journalist Thomas Franklin Fairfax Millard schreef Japanse politieke adviseur Saionji Kinmochi een verslag in zijn dagboek, Millard's Review of the Far East . 
In 1925 kreeg Konoe gunstige publieke aandacht door een wetsvoorstel uit te breiden die alle mannen uit de leeftijd van 25 jaar en ouder (zie algemene verkiezingswet) heeft verlengd. In 1933 werd hij verkozen tot president van het House of Peers. Hij werd in 1934 de Grote Kordon van de Orde van de Heilige Schat toegekend.
Premier en oorlog met China 
In juni 1937 werd Prince Konoe premier. Een maand later trokken de Japanse troepen tegen de Chinese troepen in de buurt van Peking in het Marco Polo Bridge Incident . Konoe verzond drie divisies troepen, die het leger waarschuwden om zeker het conflict niet te escaleren. Binnen drie weken lanceerde het leger een algemene aanval. Konoe en zijn kabinet vreesden dat Japanse troepen geen vredesakkoord zouden respecteren. Hij was ook niet zeker dat Chiang Kai-shek zijn eigen krachten kon beheersen. In augustus vermoordde de Chinese schepen twee Japanse mariniers die een poort op een Chinese vliegveld in Shanghai neerstortden . Konoe kwam akkoord met de minister-president van het leger, Hajime Sugiyama, om twee afdelingen te verzenden om de Japanse eer te verdedigen. Zijn kabinet gaf vervolgens een verklaring uit, waarbij zowel nationalistisch als communistisch Chinezen van "steeds provocerend en beledigend" gedrag naar Japan beschuldigden.
In december keerde het Imperial General Headquarters , een geheel autonome structuur uit de gekozen regering, zijn krachten in China aan om naar de Chinese hoofdstad Nanjing te rijden. Nanjing werd binnen een paar weken gevangen, waarna het Japanse leger de beruchte Nanjing-bloedbad begon, die 250.000 burgers doden.
In januari 1938 kondigde Konoe's regering aan dat het niet meer met Chiang zou gaan, maar zou de ontwikkeling van een nieuw regime wachten. Toen later om verduidelijkingen gevraagd werd, zei Konoe dat hij meer bedoeld was dan het niet-erkennen van het regime van Chiang, maar "verwerpte het" en zou het uitroeren. Intussen heeft Konoe en het leger een National Mobilization Law door het dieet geduwd.Dit zorgde ervoor dat de centrale overheid alle arbeidskracht en materiaal kon beheersen.
Japanse overwinningen bleven in Xuzhou, Hankow, Canton, Wuchang, Hanyang - maar de Chinezen bleven nog steeds vechten. Konoe, die verklaart dat hij moe was om een ​​"robot" te zijn voor het leger, ontslag maakte in januari 1939, en werd benoemd tot voorzitter van de Privy Council . Kiichirō Hiranuma slaagde hem als premier. Konoe werd in 1939 de 1e klasse van de Orde van de Rijzende Zon toegekend.
Galerij
Vanwege ontevredenheid over het beleid van premier Mitsumasa Yonai , eiste het Japanse leger de terugroep van Konoe als premier. Op 23 juni vertrok Konoe zijn functie als voorzitter van de Privy Council, [4] en op 16 juli 1940 vertrok het Yonai-kabinet en werd Konoe aangesteld als eerste minister. Een van zijn eerste stappen was het lanceren van de Liga van dieetleden die de vervolging van de Heilige Oorlog ondersteunen om tegenstand van politici tegen te gaan, zoals ondervoorzitter Saitō Takao die op 2 februari tegen de Tweede Sino-Japanse Oorlog in het dieet had gesproken .
Tegen het advies van zijn politieke bondgenoten en de keizer, heeft Konoe Yōsuke Matsuoka aangewezen als zijn minister van Buitenlandse Zaken. Matsuoka was populair bij het leger en het Japanse publiek en had zich gevestigd als de man die in 1933 Japan uit de Volkenbond leidde. Konoe en Matsuoka baseerden hun buitenlands beleid op een document dat door het leger was opgesteld. Als gevolg van dit beleid werd afgesproken dat Japan haar positie in China zou willen verzekeren, het conflict met de Sovjetunie zou ontwijken, troepen in Indochina zouden verplaatsen en voorbereiden op een militaire reactie van Groot-Brittannië en mogelijk ook de Verenigde Staten.
Konoe met zijn kabinetsministers, waaronder de minister van oorlog, Hideki Tojo , de tweede rij, tweede van links (22 juli 1940)
Na de val van Frankrijk stond Japan in september 1940 in Franse Indochina. Op 27 september 1940 werd het Tripartite Pact ondertekend , waarbij Japan, Duitsland en Italië werden aangepast .
Matsuoka probeerde de positie van Japan te beveiligen met een neutraliteitsovereenkomst tussen Japan en de Sovjetunie (via Molotov en Stalin). Japan kwam ermee akkoord om minerale extractierechten in de noordelijke helft van Sakhalin af te geven , maar maakte anders geen concessies. Voor Japan maakte het pact minder kans dat de Verenigde Staten en de Sovjetunie hen zouden tegenhouden. Deze neutraliteitsovereenkomst werd door beide partijen tot 1945 geëerd.
Pogingen om oorlog te voorkomen met de Verenigde Staten
In april 1941 keerde een triomfantelijke Matsuoka terug naar Japan, maar Konoe had een vredesvoorstel van de Verenigde Staten. Het voorstel omvatte de Amerikaanse erkenning van Manchukuo, de samensmelting van de regering van Chiang met de Japan- gesteunde herorganiseerde nationale regering van China , de terugtrekking van Japanse troepen uit China en wederzijds respect voor zijn onafhankelijkheid en een overeenkomst dat de Japanse immigratie naar de Verenigde Staten zal doorgaan " Op basis van gelijkheid met andere onderdanen en vrij van discriminatie ". Een ontmoeting voor onderhandeling tussen de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt en Konoe werd voorgesteld voor Honolulu , om al in mei te beginnen.
Elke kant geloofde dat het de startpositie van de andere kant vertegenwoordigde, maar het was eigenlijk opgesteld door twee Amerikaanse Maryknoll-priesters en twee Japanse ambtenaren op het midden. Konoe, die het document geloofde was een overeengekomen startpunt voor onderhandeling, begon steun te geven aan het idee van een topconferentie in Hawaii . Staatssecretaris Cordell Hull en Roosevelt hadden echter geen voornemen om uit dit ontwerp te onderhandelen.
Terug in Japan was Matsuoka woedend dat Konoe concessies had aangeboden achter zijn rug. Konoe kon hem niet dragen en was bang voor de reactie van het leger als hij de minister van Buitenlandse Zaken overrodeerde. Uiteindelijk heeft Matsuoka het ontwerp vervangen door Japan's "co-prosperity" -beleid. Dit document werd op 12 mei aan de Amerikanen overgedragen en bleek onacceptabel te zijn.
Op 22 juni 1941 invallde Duitsland de Sovjetunie en opnieuw werd Japan volledig verbaasd. Gehinderde conferenties vonden plaats op de hoogste niveaus. De vraag was of dit een kans voor Japan vertegenwoordigde. Uiteindelijk kwam de formele leidersgroep, genaamd de Imperial Headquarters-Cabinet Liaison Conference, over de "zuidelijke" strategie. Het is ook overeengekomen dat de Duitse vooruitgang nauwlettend moet worden gevolgd. Matsuoka heeft een provocatieve verklaring overgedragen aan Hull, en de Sovjetambassadeur geïnformeerd dat de Axis-overeenkomst voorrang heeft gegeven aan het Japan-Sovjet-neutraliteitspact. Konoe ontslag, en vormde een nieuwe regering zonder Matsuoka als minister van Buitenlandse Zaken. De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken verzekerde de Sovjet-ambassadeur dat Japan de neutraliteitsovereenkomst zou eerbiedigen, alhoewel Duitsland haar Japanse bondgenoot dringde om de Russen uit het oosten aan te vallen.
Op 28 juli 1941 bezette de Japanse troepen alle Franse Indochina. De Verenigde Staten werden gewaarschuwd van deze beweging door het toezicht op het kabelverkeer van Japan. Roosevelt koos onmiddellijk Japanse activa in de Verenigde Staten. Groot-Brittannië en de Nederlandse Oost-Indische regering deed ook. Roosevelt legde ook een embargo op de olie-export naar Japan. Meer dan 80% van de behoeften van Japan werd voldaan door Amerikaanse importen. Daarom meldde de marine op 31 juli de keizer dat Japan's olievoorraden in twee jaar volledig zouden worden uitgeput. Konoe had op de Marine gerekend om het leger te beperken van zijn agressieve ontwerpen. Nu, echter, de Marine Personeel Osami Nagano aangevoerd dat als de oorlog met de Verenigde Staten onvermijdelijk was, zou het meteen moeten beginnen.
Konoe maakte nog een wanhopige poging om oorlog te voorkomen. Hij heeft een persoonlijke top voorgesteld met Roosevelt - in de Verenigde Staten, indien nodig - om wat begrip te krijgen. Konoe beveiligde steun van de Marine en de Keizer voor deze beweging. Het leger kwam akkoord, op voorwaarde dat Konoe zich bij het consensus buitenlands beleid voelde en bereid zijn te gaan naar de oorlog als zijn initiatief mislukt.
Roosevelt en Hull hebben de uitnodiging geaccepteerd, aangezien zij de potentiële aanval van Japan wilden uitstellen. Roosevelt vertelde ambassadeur Nomura dat hij meer details van het voorstel van Konoe zou willen zien, en hij stelde voor dat Juneau, Alaska , een goede plek zou zijn voor een vergadering.
Op 5 september ontmoette Konoe de keizer met stafleden General Hajime Sugiyama en admiraal Osami Nagano. Gealarmeerde, de keizer vroeg wat er gebeurde met de onderhandelingen met Roosevelt. Konoe antwoordde dat natuurlijk de onderhandelingen primair waren en de militaire optie was slechts een terugvalpositie als de onderhandelingen mislukten. De keizer stelde vervolgens Sugiyama over de kansen op succes van een open oorlog met de westerse. Nadat Sugiyama positief beantwoordde, schiep Hirohito hem, onthoudend dat het leger had voorspeld dat de invasie van China in slechts drie maanden zou worden afgerond. 
De volgende dag werd het beleid over de voorbereiding van de oorlog tegen "Verenigde Staten, Engeland en Nederland" formeel voorgesteld tijdens de Imperial Conferentie. De keizerlijke conferentie heeft het beleid aangenomen dat zou resulteren in de aanval op Pearl Harbor . Het beleid heeft een aantal minimumeisen vastgesteld die door onderhandelingen moeten worden voldaan. Als de onderhandelingen van Konoe in het midden van oktober geen vrucht hebben gehad, zou Japan vijandelijkheden tegen de Verenigde Staten, Nederland en het Verenigd Koninkrijk beginnen.
Terwijl de keizer gedetailleerde rapporten van Sugiyama en Nagano over de operaties in Zuidoost-Azië en de aanval van Pearl Harbor kreeg, maakte premier Konoe een laatste wanhopige poging om oorlog te voorkomen. Die avond organiseerde hij een geheime dinerconferentie met de Amerikaanse ambassadeur Joseph Grew . Hij vertelde Grew dat hij bereid was om te reizen om Roosevelt op een moment van kennis te ontmoeten. Het schip was al klaar. Ambassadeur Grew dringde zijn superieuren op aan Roosevelt te adviseren om het topvoorstel te accepteren. Eindelijk werd de laatste druk van Konoe voor een diplomatieke oplossing tevergeefs gemaakt.
In een kabinetvergadering op 14 oktober verklaarde de minister van Buitenlandse Zaken Hideki Tojo dat de onderhandelingen hadden mislukt, de deadline was verstreken. Na afloop van deze ontmoeting realiseerde Konoe dat hij niet in staat was de Navy-steun te verdedigen tegen de adamant Army houding
Kabinet van prins Naruhiko Higashikuni met Mamoru Shigemitsu , Mitsumasa Yonai en Fumimaro Konoe in de voorste rij.
Een SCAP coroner die een postmortem op Konoe uitvoert (17 december 1945)
Konoe ontslag op 16 oktober 1941, een dag nadat hij Prince Naruhiko Higashikuni aan de keizer heeft aanbevolen als zijn opvolger.Twee dagen later koos Hirohito generaal Tōjō als premier. In 1946 legde Hirohito deze beslissing uit: "Ik dacht eigenlijk dat Prince Higashikuni geschikt was als stafchef van het leger, maar ik denk dat de aanstelling van een lid van het keizerhuis naar een politiek kantoor zeer zorgvuldig moet worden overwogen. Van vrede is dit goed, maar als er sprake is van angst dat er zelfs een oorlog kan zijn, dan is het nog belangrijker, gezien het welzijn van het keizerlijke huis, dat ik me afvraagt ​​over de wijsheid van een lid van de keizerlijke familie die [als eerste minister] ." [8] Ses weken later, aangevallen Japan Pearl Harbor.
Konoe heeft zijn ontslag gerechtvaardigd aan zijn secretaris Kenji Tomita. 'Natuurlijk is zijn keizerlijke majesteit een pacifist en hij wilde oorlog vermijden. Toen ik hem vertelde dat oorlogsinitiatieven zouden beginnen was een fout, ging hij akkoord. Maar de volgende dag zou hij me zeggen:' Jij was er gisteren zorgen voor, maar jij Hoef je niet zo veel zorgen te maken. ' Zo leidde hij geleidelijk tot oorlog. En de volgende keer dat ik hem ontmoette leunde hij nog meer in oorlog. Ik voelde me dat de keizer mij vertelde: 'Mijn eerste minister begrijpt geen militaire zaken.' Kortom, de keizer had het uitzicht op het leger en de hoge bevelen van de marine geabsorbeerd. 
Laatste jaren van de oorlog en zelfmoord
Konoe speelde een rol in de herfst van de regering Tōjō in 1944. In februari 1945, tijdens zijn eerste privé publiek, was hij in drie jaar toegestaan, hij adviseerde de keizer om onderhandelingen te beginnen om de Tweede Wereldoorlog te beëindigen. Volgens de grote kamerader Hisanori Fujita , Hirohito, die nog steeds op zoek bent naar een tennozan (een grote overwinning ), heeft Konoe de aanbeveling sterk afgewezen. 
Na het begin van de Amerikaanse bezetting diende Konoe in de kabinet van Prins Naruhiko Higashikuni, de eerste naoorlogse regering. Nadat hij geweigerd had samen te werken met de Amerikaanse legerofficier Bonner Fellers in "Operation Blacklist" om Hirohito en de keizerlijke familie van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid te ontheffen, kwam hij onder verdenking van oorlogsmisdaden. In december 1945 nam hij tijdens de laatste oproep van de Amerikanen om vermeende oorlogsmisdadigers aan de Amerikanen verslag uit te brengen, nam hij kaliumcyanide- gif en begon zelfmoord. Het was 1945, precies 1300 jaar na zijn voorvader , Fujiwara no Kamatari , leidde een staatsgreep tijdens de Soga-clan. Zijn graf is op de Konoe clan begraafplaats in de tempel van Daitoku-ji in Kyoto. 
Zijn kleinzoon , Morihiro Hosokawa , werd vijftig jaar later premier.

File:Fumimaro Konoe.jpg

23ste premier van Japan
In het kantoor 
22 juli 1940 - 18 oktober 1941
Monarch Shōwa
Voorafgegaan door Mitsumasa Yonai
Opgevolgd door Hideki Tōjō
In het kantoor 
4 juni 1937 - 5 januari 1939
Monarch Shōwa
Voorafgegaan door Senjūrō ​​Hayashi
Opgevolgd door Kiichirō Hiranuma
Leider van de Imperial Rule Assistance Association
In het kantoor 
12 oktober 1940 - 18 oktober 1941
Opgevolgd door Hideki Tōjō
Persoonlijke gegevens
Geboren 12 oktober 1891 
Tokio , Japan
Ging dood 16 december 1945 (54 jaar oud) 
Tokio , Japan
Politieke partij Imperial Assistance Association (1940-1945)
Andere politieke 
voorkeuren Onafhankelijk (vóór 1940)
Alma mater Kyoto Imperial University

File:Second Cabinet of Fumimaro Konoe.jpg

Konoe met zijn kabinetsministers, waaronder de minister van oorlog, Hideki Tojo , de tweede rij, tweede van links (22 juli 1940)

 

 

File:Cabinet of Prince Higashikuni Naruhiko.jpg

Kabinet van prins Naruhiko Higashikuni met Mamoru Shigemitsu , Mitsumasa Yonai en Fumimaro Konoe in de voorste rij.

File:Corpse of Fumimaro Konoe.jpg

Een SCAP coroner die een postmortem op Konoe uitvoert (17 december 1945)

Takeo Kurita

Takeo Kurita (栗田 健男, Kurita Takeo; Mito, 28 april 1889 – 19 december 1977) was een viceadmiraal in de Japanse Keizerlijke Marine, die vocht in de Tweede Wereldoorlog, onder meer de slag in de Golf van Leyte.
Loopbaan

In 1905 ging Takeo Kurita naar Etajima en in 1910 studeerde hij als 28e van 149 cadetten af aan de Academie van de Japanse Keizerlijke Marine.
Hij diende als adelborst op de kruisers Kasagi en Niitaka. In 1911 werd hij vaandrig en diende hij op de kruiser Tatsuta.In 1913 werd hij onderluitenant en diende hij op het slagschip Satsuma, de torpedobootjager Sakaki en de kruiser Iwate. Op 1 december 1916 werd hij luitenant en diende hij op de kruiser Tone, torpedobootjagers Kaba, Minekaze, Yakaze en Hakaze. In 1920 kreeg hij het bevel over de torpedobootjager Shigure en in 1921 over de Oite.
In 1922 werd hij lieutenant commander en kreeg hij het bevel over de torpedobootjagers Wakatake, Hagi en Hamakaze. In 1927 werd hij commandant en kreeg hij het bevel over de torpedobootjager Urakaze en dan de 25e en de 10e groep torpedobootjagers.
In 1932 werd hij kapitein-ter-zee en kreeg hij het bevel over de 12e groep torpedobootjagers, dan de kruiser Abukuma en vanaf 1937 slagschip Kongō.
Op 15 november 1938 werd hij schout-bij-nacht en kreeg hij het bevel over het 1e en dan 4e flottielje torpedobootjagers.
Tweede Wereldoorlog
Tijdens de aanval op Pearl Harbor voerde hij het bevel over de 7e divisie kruisers. Hij nam in december 1941 deel aan de invasie van Java. Hij leidde een vloot van escorte-vliegdekschip Ryujo en zes kruisers en bracht in de Baai van Bengalen 135.000 ton schepen tot zinken.
In de Slag bij Midway diende hij onder Nobutake Kondō en verloor hij de kruiser Mikuma.
Op 1 mei 1942 werd hij viceadmiraal en in juli werd hij ingedeeld bij de 3e divisie slagschepen.
In de Slag om Guadalcanal beschoot hij Henderson Field in de nacht van 13 oktober met 918 granaten. Kurita vocht in de Slag bij de oostelijke Salomonseilanden en de Slag in de Filipijnenzee.
Slag in de Golf van Leyte
In 1943 verving hij admiraal Kondō als bevelhebber van de 2e vloot. Hij vocht in de Slag in de Golf van Leyte met de twee grootste slagschepen ter wereld, de zusterschepen Yamato en Musashi en verder de Nagato, de Kongō en de Haruna, nog tien kruisers en 13 torpedobootjagers.
Admiraal Soemu Toyoda beval hem om door de San Bernardinostraat te varen om de Amerikaanse landing op Leyte te beletten.
Duikboten
Toen hij op weg was van Brunei vielen Amerikaanse duikboten zijn vloot aan bij Palawan. USS Dace (SS-247) bracht de zware kruiser Maya tot zinken. USS Darter (SS-227) beschadigde de zware kruiser Takao en bracht Kurita's vlaggenschip, zware kruiser Atago tot zinken, zodat Kurita moest zwemmen voor zijn leven. Kurita werd uit de zee gevist door een torpedobootjager en bracht zijn vlag over op de Yamato.[4]
Luchtaanvallen
In de Sibuyanzee bij de San Bernardinostraat werden ze aangevallen door vliegtuigen van de Amerikaanse vliegdekschepen van de 3e vloot. Torpedo's en bommen brachten de Musashi tot zinken. Twee bommen troffen de Yamato zodat hij trager moest varen.
Kurita brak zijn geplande aanval af en draaide westwaarts van de Golf van Leyte. William Halsey achtervolgde daarop de vliegdekschepen van admiraal Jisaburo Ozawa.
Zeeslag
Viceadmiraal Thomas C. Kinkaid van de 7e vloot concentreerde zijn slagschepen in het zuiden. In de nacht van 24 op 25 oktober 1944 liet Kurita zijn schepen naar het oosten draaien naar de Golf van Leyte. In de ochtend van 25 oktober voer Kurita met de Yamato vooraan uit de San Bernardinostraat naar het zuiden langs de kust van het eiland Samar. Een halfuur na zonsopgang zagen de Japanse slagschepen task force 3, een eenheid van Kinkaid met zes escorte-vliegdekschepen en zeven torpedobootjagers van schout-bij-nacht Clifton Sprague, bedoeld om de kust te bewaken tegen duikboten.
Kurita opende het vuur om de vliegdekschepen te beletten om hun vliegtuigen te lanceren. Hij stuurde zijn torpedobootjagers naar achter zodat ze niet in de vuurlijn zouden liggen in plaats van ze de tragere escorte-vliegdekschepen te doen aanvallen. De Amerikanen trokken een rookgordijn op. Kurita bracht vliegdekschip USS Gambier Bay (CVE-73) en torpedobootjagers USS Hoel (DD-533), USS Johnston (DD-557) en USS Samuel B. Roberts (DE-413) tot zinken en beschadigde andere. De schepen van Kurita ondergingen luchtaanvallen van task force 3 en task force 2. Kurita's vlaggenschip Yamato was achterop geraakt door eerdere schade en moest dan een aanval met torpedo's van USS Hoel ontwijken en was uit het zicht van eigen en vijandelijke schepen.
Terugtocht
Na 2,5 h vechten beval Kurita al zijn schepen om te hergroeperen ten noorden van Leyte. Ondertussen hadden de task forces drie zware kruisers Chikuma, Suzuya en Chōkai tot zinken gebracht. Kurita kreeg nieuws dat de slagschepen van Kinkaid de Japanse schepen in het zuiden hadden vernietigd. Kurita kreeg bericht dat admiraal Halsey alle vier vliegdekschepen van de noordelijke macht tot zinken had gebracht en nu terugkeerde naar Leyte. Kurita kreeg ook bericht dat schepen van de Amerikaanse 7e vloot naar de Golf van Leyte voeren. Kurita beschikte nog over vier slagschepen en drie kruisers, maar alle beschadigd en met weinig brandstof. Kurita voer twee uur heen en weer langs Samar en trok zich dan terug door de San Bernardinostraat.
Er volgden verdere luchtaanvallen. Slagschepen van Halsey brachten de torpedobootjager Nowaki tot zinken, die achtergebleven was om drenkelingen van de Chikuma op te vissen.
Kurita kreeg kritiek dat hij niet tot der dood had gevochten.In december werd hij ontheven van zijn commando en werd hij hoofd van de Academie van de Japanse Keizerlijke Marine.
Na de oorlog
Na de Overgave van Japan kwam Kurita aan de kost als briefschrijver en masseur. Hij leefde teruggetrokken met zijn dochter en haar familie. Hij sprak niet over politiek of over de oorlog. Na de oorlog vond een Amerikaanse marineofficier hem in zijn moestuin.
Kurita bezocht om de twee jaar het Yasukuni-schrijn om te bidden voor zijn dode kameraden.
In 1954 gaf hij een kort interview aan de journalist Ito Masanori, waarin hij toegaf dat hij een fout had begaan bij Leyte door terug te keren en niet verder te vechten, maar later ontkende hij dat.
In 1966 weende hij bij het sterfbed van zijn collega Jisaburo Ozawa.
Als hij al in de 80 was zei hij tegen zijn biograaf Ooka Jiro dat hij zijn vloot uit het gevecht terugtrok omdat hij niet geloofde in de verspilling van de levens van zijn mannen in een nutteloze inspanning, omdat hij al lang geloofde dat de oorlog verloren was.
Kurita overleed op 88-jarige leeftijd en zijn graf is op begraafplaats Tama te Fuchū.
Militaire loopbaan
Adelborst (海軍少尉候補生 Kaigun shōi kōhosei), Japanse Keizerlijke Marine: 18 juli 1910
Luitenant ter Zee 3e klasse (海軍少尉 Kaigun-shōi), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1911
Luitenant ter Zee 2e klasse (海軍中尉 Kaigun-chūi), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1913
Luitenant ter Zee 2e klasse (oudste categorie) (海軍大尉 Kaigun-daii), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1916
Luitenant ter zee 1e klasse (海軍少佐 Kaigun-shōsa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1922
Kapitein-luitenant ter zee (海軍中佐 Kaigun-chūsa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1927
Kapitein-ter-zee (海軍大佐 Kaigun-daisa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1932
Schout-bij-nacht (海軍少将 Kaigun-shōshō), Japanse Keizerlijke Marine: 15 november 1938
Viceadmiraal (海軍中将 Kaigun-chūjō), Japanse Keizerlijke Marine: 1 mei 1942
Onderscheidingen
Orde van de Heilige Schatten, 2e klasse
1937 China Incident medaille
Groot Oostelijke-Aziatische Oorlogsmedaille
Badge voor Afgestudeerden van de Marine Staf College

Viceadmiraal Takeo Kurita

Viceadmiraal Takeo Kurita
Geboren 28 april 1889
Mito
Overleden 19 december 1977
Land/partij Vlag van Japan Japans Keizerrijk
Onderdeel Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine
Dienstjaren 1910 – 1945
Rang Imperial Japanese Navy Insignia Vice admiral 海軍中将.png Viceadmiraal
(海軍中将 Kaigun-chūjō)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Pacifische Oorlog
Slag in de Straat van Soenda
Indische Oceaan aanval
Slag bij Midway
Slag om Guadalcanal
Slag in de Filipijnenzee
Slag in de Golf van Leyte
Slag nabij Samar

 

 

De aanval en de terugtocht van Kurita

Yosuke Matsuoka

Yōsuke Matsuoka (松岡 洋右, Matsuoka Yōsuke;Tokio, 3 maart 1880 - Hikari, 26 juni 1946) was een Japans politicus en diplomaat.

Matsuoka woonde van zijn dertiende tot zijn twintigste jaar bij familie in de Verenigde Staten. Hij studeerde in 1900 af in de rechten aan de Universiteit van Oregon. Terug in Japan werkte hij daar voor het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Begin jaren twintig werd Matsuoka directeur van de Spoorwegmaatschappij van Mantsjoerije, die in handen was van de Japanners. In 1933 was hij Japans afgevaardigde in de Volkenbond. Japans stapte echter spoedig uit de Volkenbond als protest tegen de publieke opinie die zich Japans' imperialisme in Mantsjoerije keerde.

Premier Fumimaro Konoe nam Matsuoka in juli 1940 in zijn kabinet op als minister van Buitenlandse Zaken. Matsuoka onderhandelde met nazi-Duitsland voor de ondertekening van het Driemogendhedenpact (september 1940). Op 14 april 1940 ondertekende hij met premier Konoe het niet-aanvalsverdrag met Jozef Stalin (Sovjet-Unie). In april 1941 tekende hij als minister van Buitenlandse Zaken met de Sovjet-Unie het Neutraliteitsverdrag, maar toen Hitler hem aanbood om Japan ook deel te laten nemen aan de oorlog tegen de Sovjet-Unie bij de start van Operatie Barbarossa werd hij hiervan een groot voorstander en zette voortdurend druk op Konoe en de leiding van het Japanse Keizerlijke Leger om dit te accepteren. Dezen waren hiervan echter niet gecharmeerd en zetten hun streven op doelen ten zuiden van Japan. Toen Matsuoka daarop steeds luider riep om een aanval op de Sovjet-Unie en ook nog steeds roekelozer werd in zijn diplomatieke relaties met de VS, die hij verafschuwde, keerde zijn positie zich tegen hem. Konoe wilde namelijk geen oorlog met de VS op dat moment en besloot gezamenlijk met de Japanse militaire leiding dat hij weg moest van zijn positie. Konoe trad voor dit doel gezamenlijk met zijn ministerploeg af in juli 1941 en Matsuoka volgde hun voorbeeld. Daarop trad Konoe onmiddellijk weer aan als premier, ontsloeg Matsuoka en verving hem door admiraal Teijiro Toyoda.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Matsuoka officieel in staat van beschuldiging gesteld en voor het Proces van Tokyo gedaagd. Hij stierf echter in de gevangenis, voor het begin van het proces.

Yōsuke Matsuoka

Gunichi Mikawa

Gunichi Mikawa (三川 軍一, Mikawa Gun'ichi; Hiroshima, 29 augustus 1888 - 25 februari 1981) was een viceadmiraal in de Japanse Keizerlijke Marine die onder meer tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht in de aanval op Pearl Harbor, de Slag bij Midway en vooral de Zeeslag bij het eiland Savo.
Loopbaan
Mikawa studeerde in 1910 af aan de Academie van de Japanse Keizerlijke Marine als 3e van 149 cadetten. Hij diende als adelborst op de kruisers Asama en Soya en op de slagschepen Satsuma en Kongō.[1] Van 1913 tot 1914 volgde hij een opleiding in scheepsgeschut en torpedo's.
Eind 1914 voer hij met de kruiser Aso naar China. Daarna voer hij op de torpedobootjager Sugi en het troepentransportschip Seito. Hij studeerde verder aan het College voor Oorlog op Zee.
Van 1919 tot 1920 maakte hij als luitenant deel uit van de Japanse afvaardiging van de conferentie in Frankrijk over het Verdrag van Versailles.
In de jaren 20 diende hij als navigator op het slagschip Haruna en de kruisers Tatsuta, Ikoma en Aso. Hij gaf dan opleiding over torpedo's. Als commandant reisde hij naar de onderhandeling over het Verdrag van Londen (1930). Daarna werd hij militair attaché in Parijs. Tegen 1930 keerde hij als kapitein-ter-zee terug naar Japan voor administratieve taken.
In de jaren 30 voerde hij het bevel over de zware kruisers Aoba en Chokai en het slagschip Kirishima.
Op 1 december 1936 werd hij schout-bij-nacht. Van 1 september 1936 tot 15 november 1937 was hij stafchef van de 2e vloot.
Van 1937 tot 1939 werkte hij op de generale staf. Hij ging dan terug op zee als bevelhebber van eskaders kruisers en slagschepen en werd op 15 november 1940 viceadmiraal.
Tweede Wereldoorlog
Tijdens de aanval op Pearl Harbor leidde Mikawa de 3e divisie slagschepen die de aanval dekte. Mikawa viel ook vrachtschepen aan in de Indische Oceaan en nam deel aan de Slag bij Midway.
Van 14 juli 1942 tot 1 april 1943 voerde Mikawa het bevel over de 5e vloot vanuit de basissen op Rabaul op Nieuw-Brittannië en Kavieng op Nieuw-Ierland onder meer in de Slag om Guadalcanal en de Zeeslag bij de Oostelijke Salomonseilanden.
In de nacht van 8 op 9 augustus 1942 leidde Mikawa zware kruisers en een torpedobootjager in de Zeeslag bij het eiland Savo.[2] Hoewel hij overwon, oogstte hij kritiek omdat hij de vrachtschepen met munitie niet had vernietigd. Op de terugtocht naar Rabaul torpedeerde de Amerikaanse onderzeeboot USS S-44 de Japanse kruiser Kako. Na de oorlog hield Mikawa vol, dat hij op grond van de gegevens waarover hij beschikte juist beslist had.
In de nacht van 13 op 14 november 1942 beschoot Mikawa vanaf kruisers het strategisch belangrijke vliegveld Henderson Field.
Mikawa kreeg de schuld voor het verlies van de Salomonseilanden en werd teruggeroepen naar de Filipijnen. Mikawa zei tegen het opperbevel dat de gevechten om de Salomonseilanden erop neer kwamen om soldaten, matrozen, piloten en schepen in een zwart gat te storten. Van april tot september 1943 vervulde hij in Japan taken aan wal.
Van 3 september 1943 tot 18 juni 1944 kreeg Mikawa het bevel over de zuidelijke vloot in de Filipijnen. Van 18 juni tot 1 november 1944 kreeg hij het bevel over de kleine zuidwestelijke vloot en de uitgedunde 13e luchtvloot in de Filipijnen. Na de Slag in de Golf van Leyte in oktober 1944 vervulde hij taken aan wal. In mei 1945 verliet hij de marine.
Na de oorlog
Mikawa leefde teruggetrokken en overleed op negentigjarige leeftijd.
In de film Tora! Tora! Tora! uit 1970 vertolkt Fujio Suga de rol van Mikawa.
In 1992 bracht de Republiek van de Marshalleilanden een herdenkingspostzegel uit met Mikawa en de Long Lance torpedo.

Gunichi Mikawa

Gunichi Mikawa
Geboren 29 augustus 1888
Hiroshima
Overleden 25 februari 1981
Land/partij Vlag van Japan Japans Keizerrijk
Onderdeel Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine
Dienstjaren 1910 - 1945
Rang Imperial Japanese Navy Insignia Vice admiral 海軍中将.png Viceadmiraal
(海軍中将 Kaigun-chūjō)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Pacifische Oorlog
Aanval op Pearl Harbor
Slag bij Midway
Zeeslag bij het eiland Savo
Indische Oceaan aanval

Militaire loopbaan
Adelborst (海軍少尉候補生 Kaigun shōi kōhosei), Japanse Keizerlijke Marine: 18 juli 1910
Luitenant ter Zee 3e klasse (海軍少尉 Kaigun-shōi), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1911
Luitenant ter Zee 2e klasse (海軍中尉 Kaigun-chūi), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1913
Luitenant ter Zee 2e klasse (oudste categorie) (海軍大尉 Kaigun-daii), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1916
Luitenant ter zee 1e klasse (海軍少佐 Kaigun-shōsa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1922
Kapitein-luitenant ter zee (海軍中佐 Kaigun-chūsa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1927
Kapitein-ter-zee (海軍大佐 Kaigun-daisa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1931
Schout-bij-nacht (海軍少将 Kaigun-shōshō), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1937
Viceadmiraal (海軍中将 Kaigun-chūjō), Japanse Keizerlijke Marine: 15 oktober 1941
Onderscheidingen
Orde van de Rijzende Zon
3e Klasse
4e Klasse
Orde van de Heilige Schatten
2e Klasse
Commandanten insigne
Badge voor Afgestudeerden van de Marine Staf College
1937 China Incident medaille
Groot Oostelijke-Aziatische Oorlogsmedaille

Chuichi Nagumo

Chuichi Nagumo (南雲 忠一, Nagumo Chūichi; Yonezawa, 25 maart 1887 – Saipan, 6 juli 1944) was een admiraal van de Japanse Keizerlijke Marine die vocht in de Tweede Wereldoorlog, onder meer de aanval op Pearl Harbor en de slag bij Midway en die zelfmoord pleegde na de verloren slag bij Saipan.
Loopbaan
In 1908 studeerde hij als 8e van 191 af aan de Keizerlijke Japanse Marineacademie. Hij diende als adelborst op de pantserdekschepen Soya, Niitaka en het pantserschip Nisshin. In 1910 diende hij als vaandrig op de kruiser Asama.
Na opleiding over torpedo's en scheepsgeschut werd hij onderluitenant op het slagschip Aki en dan op de torpedobootjager Hatsuyuki. In 1914 werd hij luitenant op de slagkruiser Kirishima en dan op de torpedobootjager Sugi. Op 15 december 1917 kreeg hij het bevel over de torpedobootjager Kisaragi.
Hij vervolmaakte zich in torpedobootjagers en torpedo's aan het “College voor Oorlog op Zee” en werd in 1920 lieutenant commander. Van 1920 tot 1921 was hij kapitein van de torpedobootjager Momi en dan ging hij aan wal bij de generale staf. In 1924 werd hij commandant. Van 1925 tot 1926 maakte hij een studiereis naar Europa en de Verenigde Staten.[1]
Na zijn terugkeer in Japan werd hij van 20 maart 1926 tot 15 oktober 1926 kapitein van de kanonneerboot Saga en dan van 15 oktober 1926 tot 15 november 1927 van de kanonneerboot Uji. Van 1927 tot 1929 gaf hij les aan de Keizerlijke Japanse Marineacademie. In november 1929 werd hij kapitein en kreeg hij het bevel over de lichte kruiser Naka. Van 1930 tot 1931 voerde hij het bevel over de 11e divisie torpedobootjagers. Van 1931 tot 1933 vervulde hij administratieve taken. Van 1933 tot 1934 kreeg hij het bevel over de zware kruiser Takao en van 1934 tot 1935 over het slagschip Yamashiro
Op 1 november 1935 werd hij schout-bij-nacht en kreeg hij het bevel over de 8e divisie kruisers in de Gele Zee om het Japans Keizerlijk Leger te ondersteunen.
Van 1937 tot 1938 stond hij aan het hoofd van de opleiding over torpedo's. Van 1938 tot 1939 kreeg hij het bevel over de 3e divisie kruisers. Op 15 november 1939 werd hij viceadmiraal. Van november 1940 tot april 1941 stond hij aan het hoofd van het “College voor Oorlog op Zee”.
Tweede Wereldoorlog
op 10 april 1941 werd hij opperbevelhebber van de 1e luchtvloot van de Keizerlijke Japanse Marine.
Admiraal Nishizo Tsukahara uitte zijn twijfels
"Nagumo was een officier van de oude stempel, een specialist van torpedo's en manoeuvres met oppervlakteschepen... Hij had geen enkel benul van de mogelijkheden van vliegdekschepen"
Nagumo kantte zich tegen het plan van admiraal Isoroku Yamamoto voor de aanval op Pearl Harbor, maar voerde het wel uit. Na de aanval kreeg Nagumo kritiek omdat hij geen derde aanval gelanceerd had tegen de brandstofvoorraad en de droogdokken.
Hij bombardeerde Darwin in Australië en bracht een vliegdekschip, twee kruisers en een torpedobootjager van de Britse Eastern Fleet tot zinken in de Indische Oceaan en dreef admiraal Sir James Somerville naar Oost-Afrika.
In de Slag bij Midway verloor Nagumo vier vliegdekschepen. Toen zijn bommenwerpers het strategisch belangrijke eiland Midway met zijn vliegveld bombardeerden stond de tweede helft van zijn vliegtuigen startklaar met torpedo's voor het geval Amerikaanse vliegdekschepen ontdekt zouden worden. Nagumo had echter veel minder verkenningsvliegtuigen in de lucht gestuurd dan de Amerikanen. Nagumo liet de torpedo's demonteren en vervangen door gewone bommen voor een tweede bombardement op het eiland Midway. Toen meldde een verkenningsvliegtuig de Amerikaanse vliegdekschepen en Nagumo liet de pas gemonteerde bommen opnieuw demonteren en vervangen door torpedo's om er de Amerikaanse vliegdekschepen mee aan te vallen. Met de dekken vol vliegtuigen, bommen en torpedo's bleken de vliegdekschepen kwetsbaar voor Amerikaanse Douglas SBD Dauntless duikbommenwerpers van de USS Enterprise (CV-6).
Nagumo werd dan opperbevelhebber van de 3e vloot van vliegdekschepen in de Slag om Guadalcana
Op 11 november 1942 kreeg Nagumo in Japan het bevel over het marinedistrict Sasebo. Op 21 juni 1943 werd hij overgeplaatst naar het marinedistrict Kure. Van oktober 1943 tot februari 1944 kreeg Nagumo opnieuw het bevel over de 1e vloot.
Op 4 maart 1944 werd hij opperbevelhebber van de 14e luchtvloot en de Central Pacific Area Fleet bij de Marianen.
Zelfmoord op Saipan
Viceadmiraal Jisaburo Ozawa verloor tegen de Amerikaanse vijfde vloot drie vliegdekschepen en 600 vliegtuigen in de Slag in de Filipijnenzee. Op 15 juni 1944 begon de Slag bij Saipan. Nagumo en generaal Yoshitsugu Saito moesten Saipan houden.Toen de toestand op 6 juli hopeloos was, pleegde Nagumo zelfmoord. De Amerikaanse mariniers vonden zijn lijk in de grot. Hij werd postuum bevorderd tot admiraal.
Militaire loopbaan
Luitenant-admiraal (海軍大将 Kaigun-taishō), Japanse Keizerlijke Marine: (Postuum)
Onderscheidingen
Orde van de Rijzende Zon
der Derde Klasse
der Vierde Klasse
Orde van de Gouden Wouw, der Eerste klasse
Orde van de Heilige Schatten, der Eerste klasse
Badge voor Afgestudeerden van de Marine Staf College
Commandanten insigne
Groot Oostelijke-Aziatische Oorlogsmedaille
China-incident 1937 medaille

Viceadmiraal Chuichi Nagumo

Viceadmiraal Chuichi Nagumo
Geboren 25 maart 1887
Yonezawa
Overleden 6 juli 1944
Saipan
Land/partij Vlag van Japan Japans Keizerrijk
Onderdeel Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine
Dienstjaren 1908 – 1944
Rang Japan-navy-1931-1944-sleeve 30-1-.gif Luitenant-admiraal
(海軍大将 Kaigun-taishō) (Postuum)
Slagen/oorlogen Tweede Chinees-Japanse Oorlog
Oorlog in Azië
Aanval op Pearl Harbor,
Slag bij Midway
Slag bij Saipan

 

De familie Nagumo in 1943 met Chūichi in het midden

 

Jisaburo Ozawa

Jisaburo Ozawa (小沢 治三郎, Ozawa Jisaburō; Koyu, 2 oktober 1886 – 9 november 1966) was een viceadmiraal in de Japanse Keizerlijke Marine die in de Tweede Wereldoorlog vocht onder meer in de Slag in de Filipijnenzee en de Slag in de Golf van Leyte en hij was de laatste opperbevelhebber van de gecombineerde vloot. Hij was twee meter lang en had als bijnaam waterspuwer Onigawara.
Loopbaan
Ozawa studeerde op 19 november 1909 af aan de academie van de Japanse Keizerlijke Marine als 45e van 179 cadetten. Hij diende als adelborst op de kruisers Soya en Kasuga en op het slagschip Mikasa. [1] Op 15 december 1910 werd hij vaandrig en diende hij op de torpedobootjager Arare, slagschip Hiei en de kruiser Chitose. Op 1 december 1912 werd hij onderluitenant en op 13 december 1915 werd hij luitenant. Hij diende op slagschip Kawachi en op torpedobootjager Hinoki. Hij volgde een specialisatie in torpedo's en studeerde in 1919 af aan het “College voor Oorlog op Zee”. Op 1 december 1921 werd hij lieutenant commander en kreeg hij het bevel over de torpedobootjager Take en nadien de Shimakaze en de Asakaze.[2] Hij werd in 1925 hoofdofficier torpedo's op het slagschip Kongō en werd op 1 december 1926 commandant.
Ozawa diende van 1925 tot 1933 bij de generale staf en in 1930 maakte hij een studiereis naar Europa en de Verenigde Staten van Amerika. Op 1 december 1930 werd hij kapitein-ter-zee en op 15 november 1934 kreeg hij het bevel over de kruiser Maya en in 1935 over het slagschip Haruna.
Op 1 december 1936 werd hij schout-bij-nacht. In 1937 was hij stafchef van de gecombineerde vloot en ook hoofd van de Keizerlijke Japanse Marineacademie. Hij werd op 15 november 1940 viceadmiraal.
Ozawa was een voorstander van vliegdekschepen en beval aan dat die in een vloot verzameld werden om samen te oefenen en te vechten.
Tweede Wereldoorlog
Na de aanval op Pearl Harbor werd Ozawa opperbevelhebber van de vloot in de Zuid-Chinese Zee die de Japanse invasie van Malaya moest steunen. Van januari tot maart 1942 hielp zijn vloot bij de invasie van Java en Sumatra.
Van maart tot april 1942 bracht hij 23 Britse vrachtschepen tot zinken in de Indische Oceaan.[3]
Slag in de Filipijnenzee
Op 11 november 1942 verving hij Chuichi Nagumo als opperbevelhebber van de 3e vloot. In de Slag in de Filipijnenzee op 19 en 20 juni 1944, de grootste zeeslag tussen vliegdekschepen, leed hij een zware nederlaag. Hij trok zich terug naar Okinawa en bood zijn ontslag aan, maar dat werd geweigerd.
Slag in de Golf van Leyte
Ozawa vocht de Slag in de Golf van Leyte op vliegdekschip Zuikaku.
In oktober vocht hij de Slag in de Golf van Leyte, de grootste zeeslag ooit tegen admiraal William Halsey. Hij moest zijn schepen opofferen zodat admiraal Takeo Kurita de San Bernardinostraat kon oversteken om de invasiemacht van generaal Douglas MacArthur aan te vallen op de stranden van het eiland Leyte. Ozawa verloor al zijn vliegdekschepen, maar overleefde.[4]
Op 29 mei 1945 ging hij bij de generale staf en hij was de laatste opperbevelhebber van de Japanse Keizerlijke Marine. Hij weigerde een bevordering tot admiraal[5].
Zijn collega admiraal Takeo Kurita zat bij zijn sterfbed.
Militaire loopbaan
Adelborst (海軍少尉候補生 Kaigun shōi kōhosei), Japanse Keizerlijke Marine: 19 november 1909
Luitenant ter Zee 3e klasse (海軍少尉 Kaigun-shōi), Japanse Keizerlijke Marine: 15 december 1910
Luitenant ter Zee 2e klasse (海軍中尉 Kaigun-chūi), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1912
Luitenant ter Zee 2e klasse (oudste categorie) (海軍大尉 Kaigun-daii), Japanse Keizerlijke Marine: 13 december 1915
Luitenant ter zee 1e klasse (海軍少佐 Kaigun-shōsa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1921
Kapitein-luitenant ter zee (海軍中佐 Kaigun-chūsa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1926
Kapitein-ter-zee (海軍大佐 Kaigun-daisa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1930
Schout-bij-nacht (海軍少将 Kaigun-shōshō), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1936
Viceadmiraal (海軍中将 Kaigun-chūjō), Japanse Keizerlijke Marine: 15 november 1940
Onderscheidingen
Orde van de Heilige Schatten, 2e klasse
Commandanten insigne
Badge voor Afgestudeerden van Marine Staf College
1937 China Incident medaille
Groot Oostelijke-Aziatische Oorlogsmedaille

Viceadmiraal Jisaburo Ozawa

Viceadmiraal Jisaburo Ozawa
Bijnaam Onigawara waterspuwer
Geboren 2 oktober 1886
Takanabe, district Koyu (Miyazaki)
Overleden 9 november 1966
Land/partij Vlag van Japan Japans Keizerrijk
Onderdeel Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine
Dienstjaren 1909 - 1945
Rang Imperial Japanese Navy Insignia Vice admiral 海軍中将.png Viceadmiraal
(海軍中将 Kaigun-chūjō)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Pacifische Oorlog
Slag in de Filipijnenzee
Slag in de Golf van Leyte

Ozawa vocht de Slag in de Golf van Leyte op vliegdekschip Zuikaku.

Mamoru Shigemitsu

Mamoru Shigemitsu (重光 葵, Shigemitsu Mamoru; Bungo-Ōno, 29 juli 1887 - Yugawara, 27 juni 1957) was de Japanse Minister van Buitenlandse Zaken tijdens het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Voor de Tweede Wereldoorlog
Shigemitsu werd geboren in Bungo-Ōno, Japan. Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Tokio, en voltooide de studie (gespecialiseerd in Duits recht) in 1907.

Hij begon zijn carrière bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken in 1911 en werkte in Berlijn, Portland en China.

Vanaf 1931 was hij Japans ambassadeur, onder andere in China (1931-1932), de Sovjet-Unie (1936-1938) en het Verenigd Koninkrijk (1938-1941).

In 1932 verloor hij in Shanghai zijn been door toedoen van de Koreaanse nationalistische activist Hokitsu In, die een bom naar hem en andere hoge ambtenaren gooide. Voor de rest van zijn leven zou Shigemitsu met een kunstbeen lopen.

De Oorlog
In 1942 keerde Shigemitsu terug naar zijn vaderland om daar als Minister van Buitenlandse Zaken aan de slag te gaan. Deze post bekleedde hij tot aan 1946.

Op 2 september 1945 tekende hij samen met Yoshijiro Umezo de Japanse overgave aan de geallieerden. In 1946 werd hij veroordeeld bij het Proces van Tokio als oorlogsmisdadiger voor zijn deelname aan Unit 731 en oorlogsmisdaden tegen bijna alle geaillieerde landen. Hij kreeg 7 jaar gevangenisstraf.

Na de Oorlog
Shigemitsu kwam vrij in 1950, en werd lid van de Liberaal-Democratische Partij van Japan. Hij werd benoemd tot viceminister en opnieuw tot Minister van Buitenlandse Zaken (1954-1956).

In 1959 stierf hij op 69-jarige leeftijd in Yugawara. In die plaats werd ook een museum ter ere van hem gebouwd.

Mamoru Shigemitsu.jpg

Volledige naam 重光 葵 (Shigemitsu Mamoru)
Geboren 29 juli 1887
Overleden 27 juni 1957
Partij Japanse Democratische Partij
Politieke loopbaan
1931-1932 Ambassadeur in de Republiek China
1933-1936 viceminister van Buitenlandse Zaken
1936-1938 Ambassadeur in de Sovjet-Unie
1938-1941 Ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk
1943 -1945 Minister van Buitenlandse Zaken
1945 Minister van Buitenlandse Zaken
1954 -1956 Minister van Buitenlandse Zaken

Chiune Sugihara

Chiune (Sempo) Sugihara (Japans: 杉原 千畝 , Sugihara Chiune) (Mino (Prefectuur Gifu), 1 januari 1900 – Fujisawa, 31 juli 1986) was een Japans diplomaat en consul.
Als consul in Litouwen in 1940 hielp Chiune Sugihara vele Joodse vluchtelingen aan een doorreisvisum voor Japan. Hij deed dit tegen de orders van zijn regering in. Sugihara zei de vluchtelingen dat ze hem "Sempo" moesten noemen, de Chinese lezing van de karakters in zijn voornaam, hij had ontdekt dat dit voor westerlingen veel gemakkelijker uit te spreken was. Hij verliet Kaunas als laatste buitenlandse diplomaat en stempelde zelfs hangend uit het raampje van de vertrekkende trein nog enkele visa af. Hij wordt wel de Japanse Schindler genoemd.
Sugihara werd geboren in een gewoon gezin in Mino op het Japanse eiland Honshu. Hij studeerde Engelse literatuur op de Waseda-universiteit en in 1919 kreeg hij een beurs van het Ministerie voor Buitenlandse Zaken. Hij werd naar Harbin, China gestuurd waar hij ook Russisch en Duits leerde. En waar hij zich bekeerde tot het Orthodoxe christendom en lid werd van de Russisch-orthodoxe Kerk met de naam: Pavlo Sergievitsj Sugihara. Omdat de Japanse overheid inlichtingen over Russische en Duitse troepenbewegingen in het Baltische gebied wilde hebben werd hij, omdat hij vloeiend Russisch sprak, na jaren overheidsdienst in Mantsjoerije in november 1939 benoemd tot consul in Kaunas in Litouwen.
De consul wisselde al spoedig ook inlichtingen uit met het Litouwse verzet. Na enige tijd kwamen joodse vluchtelingen naar hem toe met al of niet geldige papieren voor Curaçao en de Nederlandse Antillen. Omdat Sugihara ook wel zag dat de westelijke vluchtroute vanwege de oorlog in Europa te gevaarlijk was geworden, hielp hij in juni en augustus 1940 in totaal ten minste 2140 mensen aan een 10-daags doorreisvisum voor Japan. Toen de Japanse autoriteiten het verboden visa te verstrekken aan mensen met ondeugdelijke of helemaal geen papieren suggereerde hij beleefd dat men de vluchtelingen dan maar aan de grens moest tegenhouden. Maar de Sovjets stonden erop dat iedereen met een visum voor Japan daadwerkelijk de grens naar Japan over ging en zo heeft de consul zeer velen het leven gered. Volgens zijn vrouw voelde hij het zijn plicht om als Orthodox christen vluchtelingen te redden.
In het najaar van 1940 werd het consulaat in Kaunas gesloten en werkte Sugihara in Koningsberg en Budapest. Samen met andere diplomaten werd hij echter door de Sovjets gearresteerd en twee jaar lang in detentie gehouden. Na zijn vrijlating keerde hij terug naar Japan, maar werd ontslagen van zijn functie als diplomaat. Van 1962 tot 1975 had hij een aantal banen, waaronder één in de Sovjet-Unie.

Chiune Sugihara

Takeo Takagi

Takeo Takagi (高木 武雄, Takagi Takeo; Iwaki, 25 januari 1892 – Saipan, 8 juli 1944) was een admiraal van de Japanse Keizerlijke Marine die tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht in de Slag in de Javazee de Slag in de Koraalzee en de Slag om Midway. Hij sneuvelde in de Slag om Saipan.
Loopbaan
Takagi studeerde in 1911 af aan de Academie van de Japanse Keizerlijke Marine als 17e van 148 cadetten. Als adelborst diende hij op de kruiser Aso en op het slagschip Shikishima.Als adelborst diende hij op de kruiser Asama en op het slagschip Kawachi.
Als luitenant diende hij op de onderzeeboot S-15. Hij volgde een bijkomende opleiding in navigatie en torpedo's en werd dan kapitein op de onderzeeboot S-24. Hij studeerde tot 1923 voort aan het College voor Oorlog op Zee en kreeg als lieutenant commander het bevel over de onderzeeboten Ro-28 en Ro-68. In 1928 werd hij commandant en werkte hij bij de generale staf. In 1931 maakte hij een studiereis naar de Verenigde Staten en naar Europa. In 1932 werd hij kapitein-ter-zee.
In 1933 kreeg hij het bevel over de kruiser Nagara en in 1936 de Takao en in 1937 over het slagschip Mutsu. Op 15 november 1938 werd hij schout-bij-nacht. In 1939 werd hij hoofd van de 2e sectie van de generale staf.
Tweede Wereldoorlog

Eind 1941 ondersteunde hij vanop zee de Slag om de Filipijnen. Takagi ondersteunde ook de landingen op Java en Nederlands-Indië.
In de Slag in de Javazee bracht hij twee kruisers en drie torpedobootjagers tot zinken en verloor zelf één torpedobootjager.
Van 6 september 1941 tot 10 november 1942 voerde hij het bevel over de 5e divisie kruisers. In de Slag in de Koraalzee voerde hij het bevel over de kruisers Myōkō en Haguro. Hij leidde de 5e divisie kruisers in de Slag bij Midway.
In november 1942 werd hij bevelhebber over het district Mako en in april 1943 over het district Takao. 
Op 21 juni 1943 werd hij bevelhebber over de 6e vloot onderzeeboten in de Marianen. Begin 1944 verlegde hij zijn hoofdkwartier van de Chuukeilanden naar Saipan. Hij sneuvelde in de Slag om Saipan en kreeg postuum promotie tot admiraal.
Militaire loopbaan
Adelborst (海軍少尉候補生 Kaigun shōi kōhosei), Japanse Keizerlijke Marine: 18 juli 1911
Luitenant ter Zee 3e klasse (海軍少尉 Kaigun-shōi), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1912
Luitenant ter Zee 2e klasse (海軍中尉 Kaigun-chūi), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1914
Luitenant ter Zee 2e klasse (oudste categorie) (海軍大尉 Kaigun-daii), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1917
Luitenant ter zee 1e klasse (海軍少佐 Kaigun-shōsa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1923
Kapitein-luitenant ter zee (海軍中佐 Kaigun-chūsa), Japanse Keizerlijke Marine: 10 december 1928
Kapitein-ter-zee (海軍大佐 Kaigun-daisa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1932
Schout-bij-nacht (海軍少将 Kaigun-shōshō), Japanse Keizerlijke Marine: 15 november 1938
Viceadmiraal (海軍中将 Kaigun-chūjō), Japanse Keizerlijke Marine: 1 mei 1942
Luitenant-admiraal (大元帥 Kaigun-taishō), Japanse Keizerlijke Marine: 8 juli 1944
Onderscheidingen
Orde van de Rijzende Zon
Tweede Klasse
Vierde Klasse
Orde van de Gouden Wouw
Tweede Klasse
Commandanten insigne
Badge voor Afgestudeerden van de Marine Staf College
1937 China Incident medaille
Groot Oostelijke-Aziatische Oorlogsmedaille

Takeo Takagi

Takeo Takagi
Geboren 25 januari 1892
Iwaki (Fukushima)
Overleden 8 juli 1944
Saipan
Land/partij Vlag van Japan Japans Keizerrijk
Onderdeel Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine
Dienstjaren 1911 - 1944
Rang Japan-navy-1931-1944-sleeve 30-1-.gif Luitenant-admiraal
(海軍大将 Kaigun-taishō) (postuum)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Pacifische Oorlog
Slag in de Javazee
Slag in de Koraalzee
Slag bij Midway
Slag om Saipan

Ibo Takahashi

Ibo Takahashi (高橋 伊望, Takahashi Ibō; Fukushima, 20 april 1888 – 18 maart 1947) was een admiraal van de Japanse Keizerlijke Marine die in de Tweede Wereldoorlog vocht, onder meer in de Slag om Ambon en de Tweede slag in de Javazee. Hij werd aangeklaagd voor oorlogsmisdaden, maar overleed voor het Tokio-tribunaal tot een vonnis kwam.
Loopbaan
Takahashi werd geboren in een familie die de Oosters-orthodoxe Kerk aanhing. Zijn voornaam "Ibō" is een Chinese transliteratie van Johannes. Zijn vader was dokter en een samoerai van de Aizu-clan.
Ibo Takahashi studeerde in 1908 af aan de Academie van de Japanse Keizerlijke Marine als 10e van 191 cadetten. Hij diende als adelborst op de kruisers Soya en Suma.Als vaandrig diende hij in 1910 op de kruiser Asama, de torpedobootjager Nenohi en het slagschip Shikishima. In 1914 diende hij als luitenant op de kruiser Tone en het slagschip Fuso.
In 1919 werd hij lieutenant commander na een bijkomende studie aan het College voor Oorlog op Zee. Hij werd dan hoofdofficier van de kanons op het slagschip Iwami.
Van augustus 1923 tot augustus 1925 werd Takahashi met de rang van commandant militair attaché bij het Verenigd Koninkrijk. Bij zijn terugkeer werd hij 1e officier op de kruiser Tama. In 1929 werd hij kapitein op de kruiser Tenryu. Hij onderhandelde mee het Verdrag van Londen (1930).
Takahashi werd op 30 november 1929 kapitein-ter-zee en kreeg in 1932 het bevel over de kruiser Atago en in 1933 over het slagschip Kirishima.
Op 15 november 1935 werd hij schout-bij-nacht en hoofd van de 2e sectie van de generale staf. Op 15 november 1939 kreeg hij als viceadmiraal het bevel over het district Mako (馬公警備府, Makō Keibifu). Het district Mako bestond uit een marinebasis in het huidige Taiwan (Magong). Het district was verantwoordelijk voor de controle van de strategische Straat van Taiwan en voor patrouilles langs de kusten van Taiwan en China en in de Zuid-Chinese Zee.
Tweede Wereldoorlog
Voor de aanval op Pearl Harbor was Takahashi opperbevelhebber van de 3e vloot die in Taiwan lag.
In januari en februari 1942 splitste hij die op voor de invasies van Manado, Kendari[3] en Makassar, de Slag om Ambon, Timor en Bali en voor de invasie van Borneo.Hij leidde ook de amfibische oorlogvoering in de Bandazee.Hij vocht in de Slag in de Javazee[8] en de Tweede slag in de Javazee.
Op 10 maart 1942 werd hij overgeplaatst naar de 2e zuidelijke vloot en een maand later naar de zuidwestelijke vloot. In november 1942 werd hij in Japan opperbevelhebber van het marinedistrict Kure (呉鎮守府, Kure chinjufu). Japan was door de Japanse Keizerlijke Marine onderverdeeld in vier administratieve districten. Het district Kure omvatte de Japanse Binnenzee en de Pacifische kusten van zuidelijk Honshu (van de prefecturen Wakayama tot Yamaguchi), oostelijk en noordelijk Kyūshū en Shikoku.
In 1944 trad hij uit dienst. Op 2 december 1945 arresteerden de Amerikanen hem te Tokio op verdenking van oorlogsmisdaden.Hij overleed in 1947 terwijl het Tokio-tribunaal nog bezig was.
Militaire loopbaan
Adelborst (海軍少尉候補生 Kaigun shōi kōhosei), Japanse Keizerlijke Marine: 21 november 1908
Luitenant ter Zee 3e klasse (海軍少尉 Kaigun-shōi), Japanse Keizerlijke Marine: 15 januari 1910
Luitenant ter Zee 2e klasse (海軍中尉 Kaigun-chūi), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1911
Luitenant ter Zee 2e klasse (oudste categorie) (海軍大尉 Kaigun-daii), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1914
Luitenant ter zee 1e klasse (海軍少佐 Kaigun-shōsa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1920
Kapitein-luitenant ter zee (海軍中佐 Kaigun-chūsa), Japanse Keizerlijke Marine: 1 december 1924
Kapitein-ter-zee (海軍大佐 Kaigun-daisa), Japanse Keizerlijke Marine: 30 november 1929
Schout-bij-nacht (海軍少将 Kaigun-shōshō), Japanse Keizerlijke Marine: 15 november 1935
Viceadmiraal (海軍中将 Kaigun-chūjō), Japanse Keizerlijke Marine: 15 november 1939
Onderscheidingen
Orde van de Heilige Schatten, Eerste Klasse
Commandanten insigne
Badge voor Afgestudeerden van de Marine Staf College
1937 China Incident medaille
Groot Oostelijke-Aziatische Oorlogsmedaille

Ibō Takahashi

Ibō Takahashi
Geboren 20 april 1888
Fukushima
Overleden 18 maart 1947
Land/partij Flag of Japan (1870-1999).svg Japans Keizerrijk
Onderdeel Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine
Dienstjaren 1908 - 1945
Rang Imperial Japanese Navy Insignia Vice admiral 海軍中将.png Viceadmiraal
(海軍中将 Kaigun-chūjō)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Pacifische Oorlog
Slag om Ambon
Slag in de Javazee
Tweede slag in de Javazee
Slag om de Filipijnen
Verovering van Nederlands-Indië door Japan

 

Tokyo Rose

Tokyo Rose was de naam die Amerikaanse troepen gaven aan een aantal Engelssprekende presentatrices die via de radio Japanse propaganda onder Amerikaanse militairen verspreidde tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De programma's bestonden uit populaire platen die "aan elkaar gepraat" werden door de presentatrices. Op sensuele toon werd geschetst hoe mooi het leven thuis was, waar nu de thuisblijvers met de vriendinnen van de soldaten aan de haal zouden gaan en hun banen in zouden pikken, terwijl hun kameraden als vliegen stierven. Men trachtte de soldaten ervan te overtuigen dat de aanval van de geallieerden wederrechtelijk was en dat de Japanners alleen maar hun eigen land verdedigden. Zij zouden door hun leiders als "kanonnenvoer" ingezet worden terwijl grootindustriëlen vette oorlogswinsten boekten. De uitzendingen misten hun doel volledig maar de pogingen om de soldaten te ontmoedigen en tot desertie aan te zetten werden door de geallieerden wel serieus genomen.

Men heeft dan ook getracht te achterhalen wie Tokyo Rose nu in werkelijkheid was of waren. De Japans-Amerikaanse Iva Toguri D'Aquino was de waarschijnlijkste kandidaat, zij werd uiteindelijk gearresteerd en veroordeeld wegens landverraad. In 1977 kreeg ze gratie van president Ford, na al jaren in de gevangenis te hebben doorgebracht. Een andere verdachte was Amelia Earhart die in 1937 boven Japans mandaatgebied was verdwenen.

De uitzendingen hadden weinig tot geen effect op de geallieerde moreel, maar werkten eerder op de geallieerde lachspieren.

1-Japan in de Tweede Wereldoorlog

1---2---3---4---5---6---7