Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog     Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog      Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog      Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog      Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog      Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog       Operatie Overlord 1944      Het einde Van de Tweede Wereldoorlog     

Het Derde Rijk van Adolf Hitler
 

Adolf Hitler neemt afscheid van de Britse premier Chamberlain, na een gesprek te Soderberg 1938. Duitsland was op dat moment zojuist Tsjecho-Slowakije binnengevallen.

Waar is Adolf Hitler geboren?
Adolf Hitler werd geboren op 20 april 1889 in Ranshofen (Brauna am Inn) in Oostenrijk. Veel Oostenrijkers zagen zichzelf als Duitsers, maar waren loyaal aan Oostenrijk. Voor Hitler was er alleen Duitsland. Samen met vrienden zong hij het volkslied ‘Deutschland Über Alles’ en begroetten ze elkaar met ‘heil’. Maar wie was deze latere führer van het Derde Rijk? 
Jeugd Adolf Hitler
Vanaf 1905 leefde Adolf Hitler in Wenen en verkreeg hij financiële steun van zijn moeder. In deze periode probeerde Hitler de Academie van de Schone Kunsten binnen te komen, maar werd hij tweemaal geweigerd. In 1907 overleed zijn moeder en kreeg hij geldproblemen. Twee jaar later nam hij intrek bij de daklozenopvang. In 1910 kon hij terecht bij een huis voor armoedige arbeiders aan de Meldemannstraße. Tijdens zijn verblijf in Wenen groeide zijn haat jegens de Joodse inwoners van de stad. Hij gaf de Joden de schuld van zijn eigen tegenslagen.
Hitler in de de Eerste Wereldoorlog
1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Hitler diende aan het westelijk front in Frankrijk en België. Hij nam deel aan veldslagen bij Ieper, de Somme en Passchendaele. Dat de Duitsers de oorlog verloren, maakte Hitler woedend. Hij omschreef de oorlog als zijn beste ervaring tot dusver. Het sterkte hem in zijn nationalisme en zijn ideologie begon steeds meer vaste vorm te krijgen. Onder het regime kort na de Eerste Wereldoorlog moest Duitsland aan hoge herstelbetalingen voldoen en leed het veel economische schade. Er heerste een pessimistische sfeer, waarin racistische impulsen floreerden. In deze instabiele omstandigheden werd de Weimar Republiek opgezet, met een democratische staatsvorm.
Hitlers Mein Kampf
Na de oorlog sloot Hitler zich aan bij de Duitse Arbeiderspartij, de voorloper van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. In 1921 werd Hitler de leider en was hij een fanatiek politicus geworden, die ‘de glorie’ van Duitsland wilde herstellen. Hij moest niets hebben van de Weimar democratie. In 1923 deed hij met zijn medestanders van de NSDAP een couppoging, de zogenaamde Bierkeller Putsch. De machtsgreep faalde en Hitler belandde in de cel. Tijdens zijn gevangenschap werkte Hitler zijn ideeën uit op papier, het later gepubliceerde boek Mein Kampf.
Hitler in de Tweede Wereldoorlog
Na zijn vrijlating in 1924, begon Hitler met het uitbouwen van zijn populariteit. Zijn felle retoriek met betrekking tot antisemitisme, de Duitse cultuur, anticommunisme en de Weimar Republiek sloeg aan. De NSDAP won een fors aantal zetels in het parlement, en in 1933 wist Hitler democratisch aan de macht te komen. Als führer van de Duitse natie, begon hij de Tweede Wereldoorlog, door onder meer Polen, Tsjechië, Nederland en Frankrijk binnen te vallen en te bezetten. Hitler bracht zijn ideeën in de praktijk. De Joden werden bestempeld als ‘üntermenschen’, vervolgd en veel van hen werden in speciale concentratie- en vernietigingskampen om het leven gebracht. Ook minderheden als de Roma en de Sinti, en Slavische krijgsgevangen, werden vervolgd. De dictatuur van Hitler kostte aan tientallen miljoenen mensen het leven.
Zelfmoord Hitler
Toen de Russische legers in 1945 Berlijn naderden, pleegde Hitler op 30 april 1945 zelfmoord in de ‘Führerbunker’. De Tweede Wereldoorlog werd uiteindelijk definitief gewonnen door de geallieerden.

     

Geschiedenis van de Volken bond

Op 14 februari 1919 wordt in het Paleis van Versailles nabij Parijs de Volkenbond opgericht nadat de geallieerden de Eerste Wereldoorlog hadden gewonnen. De Amerikaanse president Woodrow Wilson nam het initiatief voor de oprichting van de organisatie, waarmee de landen definitief een einde willen maken aan alle oorlogen
Vrede van Versailles
De Grote Oorlog, zoals de Eerste Wereldoorlog tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd genoemd, vernietigde tussen 28 juli 1914 en 11 november 1918 grote delen van Europa en de wereld. Nooit eerder had een strijd tussen landen voor zoveel doden, gewonden, materiële vernietiging en ellende gezorgd. Formeel werd de oorlog beëindigd toen in Versailles de vrede tussen de geallieerden en Duitsland werd getekend.
Oprichting Volkenbond
Niet alleen werden er tijdens de vredesbesprekingen afspraken gemaakt over de ontwapening van Duitsland, het Duitse grondgebied en de Duitse herstelbetalingen, ook stelde Amerikaans president Thomas Woodrow Wilson een plan voor, om permanente vrede te bewerkstelligen. Eén van zijn ‘Veertien Punten’ hield de oprichting van een supranationale organisatie in: de Volkenbond.
Functioneren van de Volkenbond
De Algemene Vergadering, de Raad en het Permanent Secretariaat waren de drie hoofdorganen van de organisatie. In de Algemene Vergadering zetelden vertegenwoordigers van alle lidstaten. Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Japan waren de permanente leden.
Hoewel de Volkenbond een Amerikaans idee was, ratificeerde het congres van de Verenigde Staten het Verdrag van Versailles niet, waarmee het land geen lid van de Volkenbond werd. Duitsland (1926) en de Sovjet Unie (1934) traden later tot de permanente leden toe. Het hoogste aantal leden werd bereikt in 1934, toen 58 landen lid waren.
Kleine successen Volkenbond
De landen boekten in de beginperiode een aantal successen. Ze zorgde de Volkenbond in 1925 voor een wapenstilstand in het grensgebied tussen Bulgarije en Griekenland. De belangrijkste ontwikkeling was echter dat landen voor het eerst in de geschiedenis leerden om zaken die de hele wereld aangingen op hoog diplomatiek niveau te bespreken.
Problemen voor de Volkenbond
Wilson ontving in 1919 de Nobelprijs voor de Vrede vanwege zijn rol als geestelijk vader van de Volkenbond. De organisatie heeft de hoge verwachtingen echter nooit kunnen waarmaken. Kort na de oprichting ontstonden de eerste problemen. Aan het begin van de jaren dertig stapten Duitsland, Italië en Japan uit de Volkenbond omdat zij bepaalde regels van de bond niet wilden naleven.
Veel landen zagen de organisatie vanaf dit moment als verkapt machtsmiddel van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, omdat zij de enige permanente leden waren die overbleven. De Volkenbond bleek niet opgewassen tegen de opkomst van Adolf Hitler en Benito Mussolini en al snel werd duidelijk dat er geen toekomst voor de Volkenbond was. De organisatie kon niet voorkomen dat er opnieuw een wereldoorlog uitbrak. Op 20 april 1946 werd de Volkenbond officieel opgeheven.
Opvolger van de Volkenbond
De Verenigde Naties (VN) werd in 1945, na het einde van de Tweede Wereldoorlog opgericht. Deze organisatie, waarvan de Verenigde Staten wel lid werd, wordt gezien als de succesvolle opvolger van de Volkenbond. Het doel van de VN is om met alle landen ter wereld gezamenlijke beslissingen te nemen over de wereldproblematiek.

 Adolf Hitler wordt Kanselier van Duitsland

Berlijn 1933 – Zowel politiek als economisch zit Duitsland aan de grond. De Grote Depressie treft het land zwaar, terwijl de democratische regering instabiel en ineffectief blijkt. Er moet iets gebeuren, realiseert president von Hindenburg zich. Onder druk van enkele politici, schuift hij Adolf Hitler naar voren als de nieuwe Rijkskanselier op 30 januari 1933.
De economische verloedering waarin Duitsland verkeerde, pakte gunstig uit voor de nationaal-socialistische partij (NSDAP), die onder leiding stond van Adolf Hitler. Grote werkloosheid en armoede had als gevolg dat de politieke flanken sterker werden. De machtsuitbreiding van zowel extreem-rechts als extreem-links ondermijnde de democratie van de Duitse Weimar Republiek.
Antisemitisme van de NSDAP
Gematigde politieke partijen waren niet in staat om het tij te keren. Een extremistische wind woei door Europa en schoot diepe wortels op Duitse bodem. De NSDAP ontplooide zijn rassenleer en antisemitisme. Kenmerkend voor de partij was de sterke nationalistische ideologie, gebaseerd op de sociale toepassing van de evolutieleer. Terwijl Joden, zwarten, zigeuners en Arabieren onderaan de hiërarchie werden geplaatst, werd het Duitse volk als het meest raszuiver bestempeld.
Grote Depressie gunstig voor Adolf Hitler
In de jaren twintig kende de NSDAP nog maar een kleine aanhang en won het bij verkiezingen zo’n 3 tot 6 procent van de stemmen. Maar toen de Grote Depressie in 1930 toe sloeg, verkreeg de NSDAP in september 1930 19 procent van de stemmen. Twee jaar later, in juli 1932, was dit aantal gestegen naar 37 procent. De NSDAP van Hitler had nu een stevige machtspositie in het Duitse parlement. Leiders van ‘reguliere’ partijen keken bevreesd toe.
Adolf Hitler wordt Rijkskanselier van Duitsland
Paul von Hindenburg stond voor een dilemma. Hitler’s populariteit groeide enorm, mede dankzij zijn furieuze toespraken. De meeste partijen zagen niets in het extremisme van Hitler, maar twee invloedrijke politici, Franz von Papen en Alfred Hugenberg, drongen er bij president Von Hindenburg op aan om Hitler aan te stellen als kanselier. Zij meenden dat met de populaire Hitler als leider, de chaos en tegenstellingen in het land in toom zouden blijven. Na veel wikken en wegen, stelde Von Hindenburg Hitler op 30 januari 1933 aan als kanselier.

 Biografie van Heinrich Himmler

In Duitsland zijn de eerste brieven openbaar gemaakt van nazileider Heinrich Himmler. De honderden brieven, geschreven door Himmler tussen 1927 en 1945, zijn onder andere gericht aan zijn gezin. Ze zijn gevonden in Israël en worden bewaard in Tel Aviv. Heinrich Himmler was een van de belangrijkste mannen binnen Hitlers NSDAP en was verantwoordelijk voor de concentratiekampen. Ook was hij de baas van de SS en de Gestapo.
Jeugd en opvoeding
Heinrich Luitpold Himmler werd op 7 oktober 1900 geboren in de Beierse stad München. Hij was de tweede zoon van Gebhard en Anna Maria Himmler. Gebhard was een docent en directeur aan een gymnasium. Heinrich werd vernoemd naar prins Heinrich van Beieren van de koninklijke familie van Beieren. Deze had les gekregen van Gebhard Himmler en zou Heinrichs peetvader zijn geweest, iets wat niet helemaal duidelijk is. Heinrich en zijn broers werden streng en katholiek opgevoed. 
Gezondheidsklachten
Himmler studeerde aan het gymnasium van zijn vader en kon goed leren. Hij had als jongetje wel een slechte gezondheid en veel lichamelijke klachten, onder meer chronische maagpijn. Heinrich droomde van een carrière in het leger, maar werd vanwege zijn gezondheidsklachten geweigerd. Door de connecties van zijn vader werd hij in 1914 toch toegelaten als officiersrekruut. Toen hij eindelijk richting het front mocht, was de Eerste Wereldoorlog afgelopen. Hierna besloot hij landbouwkunde te gaan studeren, een opleiding die hij in 1922 afrondde.
Antisemitisme van Himmler
Himmler werd lid van enkele studentenverenigingen. Bij deze verenigingen werd vaak geduelleerd door de leden, iets wat niet was toegestaan door de katholieke kerk. Hierdoor werd hij door de kerk geëxcommuniceerd en begon zich steeds meer te verdiepen in de Groot-Germaanse idealen en het Duits Nationalisme. In 1923 besloot hij lid te worden van de NSDAP na het horen van een toespraak van Hitler. Tijdens de Bierkellerputsch in datzelfde jaar, een (mislukte) poging van de NSDAP om het Beierse Ministerie van Oorlog te bezetten, was hij vaandeldrager. Tegelijkertijd begon hij zich steeds meer te verdiepen in het antisemitisme.
Leider van de SS
In 1926 trouwde Himmler met Margarethe Boden (Marga) met wie hij in 1929 dochter Gudrun kreeg. Vanaf 1926 begon Himmler zich actief in te zetten voor de NSDAP en werd hij lid van de SS, de persoonlijke lijfwachten van Hitler. Ook hier was hij succesvol en in september 1927 was hij reeds opgeklommen tot onderbevelhebber van van de SS, met de opdracht de groep uit te breiden tot een elite-krijgsmacht. In 1932 werd de NSDAP gekozen als regeringspartij en kwam Hitler officieel aan de macht in Duitsland. Dit gaf Himmler vrij spel in de uitbreiding van de SS en in 1933 was de groepering gegroeid van 500 tot 50.000 man.
Eerste concentratiekamp
Himmler had veel organisatorisch talent. Hij zorgde ervoor dat er concentratiekampen werden opgezet, de eerste in Dachau in 1933. Dit was officieel een kamp voor politieke tegenstanders maar ook Joden en andere ‘vijanden van het Duitse Rijk’ werden vanaf dat moment systematisch opgepakt en naar de kampen gestuurd. Vanaf 1934 kreeg Himmler ook de macht over de geheime staatspolitie van Hitler, de Gestapo. Zo had Himmler zichzelf, op het moment dat de oorlog begon, omhooggewerkt tot een van de belangrijkste leiders van de NSDAP.
Tweede Wereldoorlog
In 1939 brak de Tweede Wereldoorlog uit. Op dat moment was de SS uitgegroeid tot een van de belangrijkste organen binnen de NSDAP en daarmee Duitsland. Het was verantwoordelijk voor alle politietaken, bescherming van het Duitse Volk en van Hitler. Ook werden er meerdere concentratiekampen opgezet, die allemaal onder de leiding van de SS vielen. In 1940 werd Auschwitz opgericht door Himmler en stelde hij Rudolf Höss aan als kampleider.
Lebensborn en jodenvervolging
Himmler vaardigde een bevel uit voor alle SS’ers om zich voort te planten. Leden van de SS voldeden aan de normen voor een goede Ariër, en als zij zich zouden voortplanten zou het Arische ras zich kunnen uitbreiden. Dit werd de Lebensborn genoemd. Daarnaast was Himmler als leider van de SS verantwoordelijk voor alle concentratiekampen en het systematisch vervolgen en uitroeien van Joden, wat volgens Himmler en Hitler de definitieve oplossing van het Jodenprobleem was.
Poging tot overgave
Himmler hield zich dus met name bezig met binnenlandse politiek en problemen. Toch was hij er in de lente van 1945 van op de hoogte dat de kans op een overwinning van Duitsland erg klein was. Hij besloot, zondert toestemming van Hitler, contact te zoeken met de geallieerden om vredesonderhandelingen te starten. Toen Hitler hier achter kwam ontnam hij Himmler al zijn titels en bevoegdheden op 29 april 1945. Hitler was woedend, Himmler was altijd zijn meest loyale volgeling geweest. Op dat moment was Himmler Reichsführer-SS, Chef van de Duitse Politie, Rijkscommissaris van de Duitse natie, Rijksminister van Binnenlandse zaken, Opperbevelhebber van de Volkssturm en Opperbevelhebber van het Duits thuisleger.


Himmler pleegt zelfmoord

Himmler werd op 20 mei 1945 opgepakt door het Britse leger. In eerste instantie hadden de Britten niet door dat hij het was, tot hij dit zelf bekend maakte. Hij werd op 23 mei naar Barnstedt gebracht, waar hij een medisch onderzoek moest ondergaan. Tijdens dit onderzoek beet hij een cyanidecapsule door die hij in zijn mond had verborgen. Vijftien minuten later was hij overleden.

In een achtdelige serie zullen de brieven in de Duitse krant Welt am Sonntag gepubliceerd worden.

De geschiedenis van de SS

 

Op 2 december 2013 is de Nederlandse oorlogsmisdadiger Heinrich Boere overleden in Duitsland. Hij zat daar een levenslange gevangenisstraf uit voor de moord op drie Nederlandse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Boere maakte deel uit van de Schutzstaffel, ook wel de SS, en de Waffen-SS, de gewapende afdeling van de SS. Dit was een paramilitaire organisatie binnen de NSDAP, de Duitse nazi-partij, en was verantwoordelijk voor veel oorlogsmisdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Oprichting
In 1925 werd de SS opgericht door Adolf Hitler. De organisatie maakte onderdeel uit van de SA, de Sturmabteilung, een knokploeg opgericht door Hitler. De SS bestond op dat moment uit acht man en was verantwoordelijk voor de persoonlijke veiligheid van Hitler en moest de partijbijeenkomsten van de NSDAP bewaken. Het was op dit moment nog een kleine beweging, een soort partijpolitie, en ondergeschikt aan de NSDAP.
Aanstelling Himmler
in 1929 werd Heinrich Himmler Reichführer-SS en kreeg hij de leiding over de SS. Onder hem groeide de afdeling uit tot een elitekorps, dat gebaseerd was op loyaliteit aan Hitler, afkomst, effectiviteit en gehoorzaamheid. De SA werd steeds minder populair waardoor veel leden van die organisatie overstapten naar de SS. Het ledenaantal groeide snel: in 1929 had de SS 280 leden en 3 regimenten, in 1931 al 15.000 leden. Tijdens WO II was het aantal regimenten gestegen naar minstens 38. Himmler bleef tot het eind van de oorlog aan het hoofd staan van de SS. Later kreeg hij ook de macht over onder meer de Duitse politiemacht en de Gestapo.

Duitsland wint de gevechten om Geluveld

Op 31 oktober 1914 veroverden de Duitsers het Belgische dorp Geluveld. De gevechten maakten deel uit van de Eerste Slag bij Ieper, tijdens de Eerste Wereldoorlog. Aan het begin van deze oorlog hadden de Duitsers de sterkste troepenmacht van Europa. Een van de regimenten van het Duitse leger die meevocht tijdens de slag om Geluveld was het 16e Beierse regiment, het regiment waar Adolf Hitler bij diende.
De Eerste Slag om Ieper
Bij de Eerste Slag om Ieper vochten de Britse, Franse en Duitse legers om de controle over het gebied rondom Ieper in België. Dit gebied was van strategisch belang vanwege de spoorwegen die erdoorheen liepen en de toegang richting de haven van Calais. Het Belgische dorpje Geluveld lag boven op een helling en was een belangrijk geografisch en tactisch punt in dit gebied.
De Duitsers begonnen een groot offensief richting Geluveld. Van meerdere kanten vielen ze het dorp aan. Op 29 oktober probeerden de Duitsers Geluveld te bezetten. Ze bleven aanvallen, hoewel het ze weinig succes opleverde. Pas na een aantal dagen, op 31 oktober, kwam hier verandering in.
De strijd om Geluveld
Op de ochtend van 31 oktober begon een aantal Duitse regimenten aan een nieuwe opmars richting het dorp. Hieronder bevond zich het 16e Beierse regiment, waar Adolf Hitler in diende. Van meerdere kanten werden de Fransen en de Britten teruggedrongen. Omdat de Duitse druk te groot was besloten de Britten zich een paar honderd meter terug te trekken uit Geluveld. Na een aantal heftige vuurgevechten tussen de twee partijen, kon de Duitse macht even worden afgeremd. Veel van de Duitse officieren waren bij de vuurgevechten om het leven gekomen.
Duitse overwinning
De gevechten gingen door en de Duitsers konden weer oprukken. Met veel moeite slaagden zij erin Geluveld te heroveren op de Fransen en de Britten. Het Duitse leger bij Geluveld bestond voornamelijk uit ongetrainde vrijwillige soldaten, waaronder Adolf Hitler. Hierdoor duurde het lang voordat het leger, dat qua aantal ruim in de meerderheid was, erin slaagde het dorp te bezetten. Ook leidde dit tot grote verliezen in de manschappen, naar schatting werden deze van 3000 man teruggebracht tot 750 man. De Duitsers wisten tijdens het vervolg van de Eerste Slag bij Ieper echter geen doorbraak te forceren en de strijd bleef uiteindelijk onbeslist. Dit vormde het begin van de loopgravenoorlog.

Massa-executie bij de Ardeatijnse grotten in 1944

Demonstranten hebben gisteren de uitvaartmis van oud-SS’er Erich Priebke verstoord. De betogers probeerden ervoor te zorgen dat de lijkwagen niet op de plaats van bestemming zou aankomen en sloegen tegen de wagen. Daarnaast riepen ze ‘moordenaar’ en ‘beul’. Priebke is verantwoordelijk voor de executie van 335 Italiaanse burgers op 24 maart 1944 in de buurt van Rome.
Aanval SS-bataljon
Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de Duitsers het in Rome voor het zeggen. Op 23 maart 1944 marcheerde het 3e SS-bataljon van het SS politie Regiment over de Via Raselle in Rome toen er plotseling een bom ontplofte en het bataljon werd aangevallen door Italiaanse verzetsstrijders. Bij de aanval kwamen 33 Duitse soldaten om het leven. Hitler was verontwaardigd door de actie en gaf het bevel om binnen 24 uur voor elke vermoorde Duitse officier 100 Italiaanse burgers om te laten brengen als represaille voor de aanval. Hoofd van de Gestapo in Italië en politiecommandant Herbert Kappler gaf echter de opdracht om 10 Italiaanse burgers te executeren per omgekomen SS’er. Er werden 335 Italianen opgepakt, vijf meer dan de bedoeling was, omdat de Duitsers een opzettelijke telfout maakten. De selectie van de slachtoffers was gebaseerd op willekeur. Uiteindelijk bestond de groep uit toevallige passanten, Joden en verzetsstrijders.
Massamoord in de Ardeatijnse grotten
Op 24 maart 1944 werd de groep bestaande uit 335 gevangenen onder leiding van SS-officieren Karl Hass en Erich Priebke naar Ardea gebracht, een kleine voorstad van Rome. De Duitse soldaten die de executie uit moesten voeren waren veelal onervaren en gespannen voor wat er komen ging. Kappler had daarom gezorgd voor kratten cognac om zijn soldaten te kalmeren. De gevangen werden in groepjes van vijf opgesteld voor het vuurpeloton. Op hun knieën en met de handen vastgebonden werden ze van achteren in het hoofd geschoten. De soldaten waren inmiddels in beschonken staat bezig met de executie wat tot gevolg had dat dit niet meer ging zoals gepland. Meerdere gevangenen kwamen hierdoor niet gelijk aan hun einde en stierven pas nadat er enige tijd verstreken was. Hass en Priebke lieten de ingang van de grot opblazen om zo te verbergen wat er zich hier had afgespeeld. Toen Rome bevrijd werd op 4 juni 1944 ontdekten de geallieerde troepen in de Ardeantijnse grotten een berg levenloze lichamen. De lichamen werden teruggebracht naar de families die ze alsnog een gepast einde konden geven.
Priebke na de oorlog
Priebke vluchtte na de oorlog naar Argentinië waar hij tot 1994 woonde. Hij werd ontmaskerd en in 1998 in Italië veroordeeld tot levenslang huisarrest voor de moord op de 335 Italiaanse burgers. Erich Priebke overleed op 11 oktober 2013 op 100-jarige leeftijd in Rome. Bij de rellen omtrent zijn uitvaartsmis moest de politie optreden, omdat de demonstranten werden belaagd door neonazi’s. Het gemeentebestuur van de stad wil niet dat hij in Rome wordt begraven en ook in zijn geboorteplaats Henningsdorf willen ze het niet hebben. Waarschijnlijk zal Priebke in Rome gecremeerd worden.

Adolf Hitler en Mercedes-Benz

Twee Duitse studenten hebben met hun afstudeerproject voor de nodige ophef gezorgd. Zij hebben voor hun studie op de filmacademie in Baden-Württemberg een reclamefilmpje gemaakt over de nieuwe Mercedes-Benz C-klasse die gevaren herkent. In het filmpje wordt een jonge Hitler aangereden. Mercedes distantieert zich van het filmpje vanwege het aanrijden van een kind. Opmerkelijk is echter de link naar de geschiedenis tussen Hitler en Mercedes.
Mercedes-Benz en de racerij in de jaren ’30
Mercedes-Benz is in 1926 ontstaan uit een fusie van Daimler Motoren Gesellschaft en Benz & Cie. Het bedrijf richtte zich op de productie van personenwagens en racewagens. Na de Beurskrach in 1929 en de economische crisis die daarop volgde kwam Mercedes-Benz in zwaar weer terecht. Aan het begin van de jaren ’30 keerden de kansen voor Mercedes en waagde het bedrijf zich, naast het produceren van personenwagens, weer aan de racerij. In 1932 kondigde de Association Internationale des Automobile Clubs Recannus (AIACR) aan dat er vanaf 1934 een nieuwe Formule klasse zou komen in de Grand Prix racerij. Hierbij was er volledige technische vrijheid voor de constructeurs, met de enige uitzondering van een maximaal gewicht van 750 kilogram voor de bolides. Deze technische vrijheid wakkerde het racevuur bij Mercedes definitief aan.
Mercedes-Benz en Nazi-Duitsland
Na het aan de macht komen van Adolf Hitler in Duitsland in het begin van 1933 braken er betere tijden aan voor Mercedes. Mercedes produceerde luxe personenwagens waar de nazi’s erg gecharmeerd van waren. Hitler en andere hooggeplaatste nazi’s werden dan ook veelvuldig rondgereden in de luxe auto’s van Mercedes. Daarnaast zag Hitler een kans om het aanzien van Nazi-Duitsland via de racerij naar een hoger niveau te tillen. De racerij zou een van zijn propagandamiddelen worden. De nazi’s steunden de auto-industrie, legden de Autobahn aan, verlaagden de belastingen op auto’s en stimuleerden autofabrikanten om mee te doen met de racerij. De nazi’s lieten graag hun voorsprong op technisch gebied zien en de autosport was er een goed podium voor. De successen voor Mercedes in de jaren ’30 waren dan ook groot met diverse Grand Prix overwinningen in 1934 en 1937 tot en met 1939.
De Tweede Wereldoorlog
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam de racerij volledig stil te liggen. Desalniettemin legde deze periode geen windeieren voor Mercedes. In opdracht van de nazi’s produceerde het automerk vele militaire voertuigen en personenwagens voor hooggeplaatste nazi’s. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam de racerij weer op gang en Mercedes zou pas in 1954 weer toetreden tot het hoogste niveau van de racerij: het in 1950 opgerichte Formule 1 wereldkampioenschap.
Mercedes na de Tweede Wereldoorlog
Vandaag de dag zijn velen de link van Mercedes en Nazi-Duitsland vergeten en zijn vooral de technische innovaties vanuit de racerij blijven hangen. Het filmpje van de studenten koppelt de technische innovaties wederom aan het verleden van het bedrijf met Nazi-Duitsland met de slogan ‘Mercedes Benz – automatisch remsysteem – detecteert gevaren voordat ze ontstaan’. De auto rijdt de jonge Hitler dood. Op de videowebsite Vimeo is het filmpje inmiddels razend populair.

Joseph Goebbels, Minister voor Volksvoorlichting en Propaganda

Joseph Goebbels, de nazi-minister van Propaganda die tijdens de Tweede Wereldoorlog het moraal van de Duitse bevolking hoog moest houden, was zelf voortdurend op zoek naar erkenning en bevestiging. Deze conclusie trekt Peter Longerich, de auteur die voor zijn nieuwe biografie over Goebbels onder andere diens dagboeken uitgebreid heeft bestudeerd.
Paul Joseph Goebbels werd geboren op 29 oktober 1897 in het Duitse dorpje Rheydt. Van huis uit kreeg hij een streng katholieke opvoeding, maar tijdens zijn studentenperiode nam hij steeds meer afstand van zijn geloof. In 1921 promoveerde Goebbels in de literatuur, waarna hij werk vond als journalist en tevens begon aan een loopbaan als toneelschrijver en auteur. Geen enkele uitgeverij bleek echter geïnteresseerd in zijn boeken, wat bij hem tot veel frustraties leidde.
Nazi-partij
Mede als gevolg van deze persoonlijke frustraties begon Goebbels zich gedurende de jaren ’20 steeds meer te verdiepen in de politiek. In 1923 sloot hij zich aan bij de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij, met name vanwege diens socialistische ideologie. Dit resulteerde aanvankelijk in een aantal conflicten met Adolf Hitler, die liever de nadruk legde op het belang van het nationalisme.
Zo schreef Goebbels in 1926, na het verschijnen van Mein Kampf: “Ik geloof niet langer volledig in Hitler. Dat is het ergste, mijn innerlijke steun is weggenomen.” Toch groeide hij al snel uit tot één van de belangrijkste bondgenoten van Hitler en schreef hij later in zijn dagboek “Adolf Hitler, ik houd van je omdat je zowel groots als simpel tegelijkertijd bent.”
Minister van Propaganda
Goebbels onderscheidde zich met name van de andere nazi-kopstukken door zijn intelligentie en zijn achtergrond in de journalistiek. Na de machtsgreep van Hitler in 1933 werd hij dan ook benoemd tot ‘Minister voor Volksvoorlichting en Propaganda’ met als hoofdverantwoordelijkheid het verspreiden van de nazi-ideologie. Al snel bracht hij alle media- en cultuuruitingen onder staatscontrole en organiseerde hij grootschalige boekverbrandingen van ‘gevaarlijke werken’. Tevens begon Goebbels met een haatcampagne tegen de Joden, die in november 1938 uiteindelijk resulteerde in de Kristallnacht.
Tweede Wereldoorlog
Na de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in 1939 verscheen Hitler steeds minder in het openbaar, waardoor Goebbels uitgroeide tot het gezicht van de partij. Met zijn propaganda en publieke toespraken probeerde hij het moraal onder de Duitse bevolking hoog te houden. Zo riep hij na de nederlaag bij Stalingrad in 1943 op tot de ‘Totaler Krieg’, de volledige mobilisatie van de Duitse economie en samenleving voor de oorlogsbelangen.

Maar ondanks al zijn eigen propaganda realiseerde Goebbels zich in 1944 als een van de eersten dat de oorlog verloren was. Na de zelfmoord van Hitler kwam hij tot de conclusie dat hij zelf ook niet meer verder wilde leven. Op 1 mei 1945 vergiftigde hij eerst samen met zijn vrouw zijn zes kinderen, waarna hij ook zichzelf van het leven beroofde.
Dagboeken
In 2006 werden de dagboeken van Joseph Goebbels, die hij tussen 1923 en 1945 nauwkeurig bijhield, vrijgegeven. Deels op basis van deze unieke informatie heeft auteur Peter Longerich een biografie over het nazi-kopstuk geschreven. Hierin karakteriseert hij Goebbels als “een narcist, die voortdurend op zoek was naar erkenning en bevestiging”. Zo liet hij regelmatig het enthousiasme van zijn publiek, dat volgens Goebbels altijd ‘gewone Duitsers’ waren, volledig in scene zetten. Dit weerhield hem er vervolgens echter niet van om de positieve recensies, geschreven in de door hem gecontroleerde kranten, uitgebreid aan te halen in zijn eigen dagboeken.

Rijksdagbrand in 1933

Op 27 februari 2013 is het precies 80 jaar geleden dat er in het Rijksdaggebouw in Berlijn een heftige brand woedde. Enkele politiemannen troffen in een van de gangen, tussen het brandende meubilair, een man aan. Met verwarde ogen, een ontbloot bovenlijf en een glimlach rende hij weg tussen de vlammen. Later bleek dat het de jonge Nederlandse communist Marinus van der Lubbe was.

Het Rijksdaggebouw werd in 1894 in gebruik genomen en tot de brand in 1933 zetelde hier de Rijksdag, het Duitse parlement. In 1933 was Hitler in Duitsland aan de macht gekomen.Hij was een fel tegenstander van het communisme en had tijdens besprekingen met de Rijksdag in januari 1933 al meerdere conflicten gehad met het parlement en de communistisch-socialistische oppositie.

Brand

Nog geen maand later, op maandagavond 27 februari 1933, ontdekten bewakers meerdere kleine brandhaarden op verschillende plaatsen in het Rijksdaggebouw. De brandweer werd onmiddellijk ingeschakeld. Hitler, die op dat moment aan het diner zat met Joseph Goebbels en zijn vrouw, werd opgebeld en haastte zich naar het gebouw. Rijksmaarschalk Hermann Göring werd ondertussen ook ingelicht en was snel ter plaatse. Hij schreeuwde dat dit het begin van een communistische revolutie was. Kort daarop arriveerde de eerste politieauto. In het brandende gebouw troffen de toegesnelde agenten een jonge man aan die met een ontbloot bovenlijf rondrende tussen het brandende meubilair.

Het brandende Rijksdaggebouw in 1933. 



De agenten arresteerden de man en namen hem mee naar het politiebureau. Daar bleek dat de agenten de jonge Nederlandse communist Marinus van der Lubbe hadden opgepakt. Volgens rechercheur Walter Zirpins, die het eerste verhoor afnam, kwam Van der Lubbe over als een intelligent persoon: “Hij sprak goed Duits. Toen we een Nederlandse tolk wilden halen, was hij beledigd en zei: ‘Ik kan even goed Duits als u!’”. Van der Lubbe deed zijn verhaal en gaf aan vanuit zijn communistische overtuiging gehandeld te hebben. Toen het proces-verbaal na drie uur klaar was, ondertekende Van der Lubbe elk van de meer dan 50 opgestelde pagina’s afzonderlijk. Opvallend is dat alle acht exemplaren van dit proces-verbaal zijn verdwenen en nooit meer zijn teruggevonden.


Marinus van der Lubbe. 
Veroordeling


Naast Van der Lubbe werden nog drie Bulgaren en een Duitse communist gearresteerd. De processen tegen hen en tegen Van der Lubbe liepen voor de Nazi’s uit op een fiasco. Göring was aanwezig bij de processen maar maakte zichzelf met zijn geschreeuw alleen maar belachelijk. Op Van der Lubbe na werd iedereen vrijgesproken. Van der Lubbe was vermoedelijk teleurgesteld in de gevolgen van zijn daad, hield vast aan zijn motief en verdedigde zich nauwelijks. Uiteindelijk werd Van der Lubbe ter dood veroordeeld en op 10 januari 1934 onthoofd.

Discussie

Tegenwoordig is er nog steeds discussie gaande over de vraag of Van der Lubbe zijn daad daadwerkelijk zonder hulp heeft bedacht en uitgevoerd. Bij het verhoor en tijdens het proces bleef hij echter volhouden de brand zelfstandig en met een duidelijk politiek motief gesticht te hebben. Er zijn ook theorieën die stellen dat de brand bewust gesticht is door de nazi’s, om de schuld op de communisten te schuiven en zo voor eens en altijd af te kunnen rekenen met de communistische tegenwerking van het nazi-bewind.

Duidelijk is dat de brand uiteindelijk positief uitpakte voor de nazi’s. Hitler legde de schuld van de brand bij de communisten en zette de gebeurtenis in als propagandamiddel voor zijn eigen partij. De Duitse bevolking slikte de beschuldiging als zoete koek en bij de verkiezingen in maart 1933 behaalde de NSDAP een klinkende overwinning. Uiteindelijk had de brandstichting de machtsgreep van Hitler alleen maar in de hand gewerkt.  

Adolf Hitler Dictator van Duitsland

Adolf Hitler (Braunau am Inn, 20 april 1889 – Berlijn, 30 april 1945) was een in Oostenrijk geboren Duits politicus en de leider van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). Hij was rijkskanselier van Duitsland van 30 januari 1933 tot aan zijn overlijden en staatshoofd (als Führer en rijkskanselier) van 2 augustus 1934 tot eveneens aan zijn dood. Hitler is het meest bekend om zijn centrale leidende rol in de opkomst van de Duitse variant van het, oorspronkelijk Italiaanse, fascisme in Duitsland (het nationaalsocialisme), de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.
Hitler veranderde Duitsland van een beginnende democratie, de Weimarrepubliek, in een totalitaire staat met hemzelf als de absolute dictator, die elke tegenstand tegen zijn regime op meedogenloze wijze de kop indrukte. Tegenstanders werden opgesloten in concentratiekampen of, zoals Ernst Röhm, vermoord. Vanaf het begin was Hitlers politiek gebaseerd op gebruik van geweld en terreur door middel van de Sturmabteilung (SA) en later de Schutzstaffel (SS). Hitlers streven om de vernederingen van de Vrede van Versailles (1919) voor Duitsland ongedaan te maken en zijn expansiepolitiek om Lebensraum voor Duitsland te creëren, leidden tot het begin van de Tweede Wereldoorlog. Een ander kenmerk van Hitlers politiek was zijn extreem-racistische nazi-ideologie waarbij een ras van als Arisch beschouwde übermenschen moest worden gecreëerd. Dat leidde tot de systematische uitroeiing van miljoenen die als untermenschen gezien werden, zoals Joden, maar ook Slavische volkeren, Roma, gehandicapten en andere niet-Joodse slachtoffers van het naziregime, in de Holocaust. Toen duidelijk werd dat Duitsland de oorlog zou verliezen gaf Hitler de opdracht dat het Duitse volk tot het einde door moest vechten en dat het de Duitse industriële complexen moest vernietigen. Zelf pleegde hij in zijn ondergrondse bunker in Berlijn zelfmoord. Aan het einde van zijn regering lagen Duitsland en een groot deel van Europa in puin en waren er tientallen miljoenen doden te betreuren.
Hitler was een gedecoreerde veteraan van de Eerste Wereldoorlog. In 1919 werd hij lid van de voorloper van de nazipartij (DAP) en in 1921 werd hij de leider van de NSDAP. In 1923 pleegde hij een poging tot staatsgreep, bekend als de Bierkellerputsch bij de Bürgerbräukellerbierhal in München. De mislukte staatsgreep leidde tot de opsluiting van Hitler, een periode waarin hij zijn memoires, Mein Kampf, schreef. Na zijn vrijlating in 1924 kreeg hij steeds meer steun onder de Duitse kiezers door het promoten van pangermanisme, antisemitisme en anticommunisme met charismatische redevoeringen en propaganda. Hij werd in 1933 tot rijkskanselier benoemd en transformeerde de Weimarrepubliek in het Derde Rijk, een eenpartijdictatuur gebaseerd op de totalitaire en autocratische ideologie van het nationaalsocialisme.
Het was duidelijk de bedoeling van Hitler om in Europa een Nieuwe Orde van absolute nazi-Duitse hegemonie te vestigen. Zijn buitenlandse en binnenlandse politiek had tot doel Lebensraum te scheppen voor wat hij zag als het "Arische ras". Dit vereiste de herbewapening van Duitsland, wat leidde tot de invasie van Polen door de Wehrmacht in 1939 en daarmee tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa.
Onder leiding van Hitler bezetten Duitse troepen en hun Europese bondgenoten tussen 1940 en 1943 het grootste deel van Europa en Noord-Afrika. Vanaf 1943 werden de Duitsers door de geallieerde legers weer teruggedrongen en ten slotte werd Duitsland in 1945 door hen verslagen en bezet. Hitlers bewind leidde tot de systematische moord op 17 miljoen burgers, inclusief ongeveer zes miljoen Joden en tussen 500.000 en 1.500.000 Roma.

Kort levensoverzicht
Hitler vertrok vanwege zijn Groot-Duitse sentimenten in 1913 naar de Duitse stad München in Beieren. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak meldde hij zich direct als vrijwilliger. Hij diende vier jaar lang als ordonnans in de rang van Gefreiter,[noten bij het Duitse 16e Beierse reserve-infanterieregiment en vocht onder meer bij de Eerste Slag om Ieper. Hitler raakte meermalen gewond. Bij Mesen schampte een kogel zijn voorhoofd en hij zou het latere litteken met een haarlok verbergen.Hij kreeg beide versies van het IJzeren Kruis maar zwaaide, op eigen verzoek, uiteindelijk slechts af als Gefreiter (korporaal), omdat hij zijn regiment niet wilde verlaten.Na zijn demobilisatie en terugkeer in München besloot Hitler in november 1918 de politiek in te gaan. In 1919 sloot hij zich aan bij een van de talloze kleine politieke groeperingen die in Beieren welig tierden:de DAP, die later de NSDAP werd.
Hitler kwam aan de macht in een tijd waarin het Duitse volk leed onder werkloosheid, armoede en vernedering van de Eerste Wereldoorlog. Door het Verdrag van Versailles werd Duitsland gedwongen tot zware herstelbetalingen voor de geleden oorlogsschade. Deze verplichting drukte zwaar op het land, waardoor de Duitse economie nauwelijks heropgebouwd kon worden. Eind oktober 1929, net toen Duitsland wat begon op te krabbelen, deed de beurscrash van New York de Duitse economie opnieuw ineenstorten en Hitler greep nu zijn kans. Via een gesmeerde propagandamachine wist hij zichzelf en zijn partij zeer populair te maken en won steeds meer zetels in het parlement.
Op 30 januari 1933 werd Hitler benoemd tot rijkskanselier. Hij stond aan het hoofd van een kabinet dat was samengesteld uit ministers van de NSDAP, de Duitse Nationale Volkspartij en enkele partijlozen uit het voorgaande kabinet-Schleicher. Een maand later werd het Rijksdaggebouw in Berlijn in brand gestoken. Hitler gebruikte deze brand om zijn macht te vergroten. Hij haalde president Paul von Hindenburg over om de politie meer bevoegdheden te geven met een noodverordening en de politie pakte communisten en andere vijanden of vermeende vijanden van de nazi's op. In diezelfde periode voerden de nazi's een propagandacampagne voor de Rijksdagverkiezingen van maart 1933.
Ondanks alle propaganda en de uitschakeling van politieke vijanden haalde de NSDAP geen absolute meerderheid, de partij kreeg 43,9 procent van de stemmen. Om toch alle macht in handen te krijgen voerde Hitler op 23 maart 1933 een grondwetswijziging door, dit lukte Hitler met de steun van de katholieke Zentrumpartei en de conservatieve DNVP. Met die grondwetswijziging kreeg Hitler de bevoegdheid om vier jaar lang buiten de Rijksdag (het parlement) om te regeren en wetten uit te vaardigen. Dit was het begin van het Derde Rijk. Naar deze machtsovername door Hitler wordt verwezen met de term Machtergreifung. Hitler begon onmiddellijk zijn lang gekoesterde plannen uit te voeren zoals het naar zich toe trekken van alle macht in Duitsland, het weren van Joden uit het openbare leven en de voorbereiding van Duitsland op een veroveringsoorlog. In 1938 annexeerde het Duitse Rijk Oostenrijk (Anschluss) dat sindsdien bekendstond als Ostmark. Op 28 september 1938 wilde het Duitse Rijk Tsjecho-Slowakije aanvallen om Sudetenland te heroveren. Op initiatief van Mussolini werd inderhaast op 30 september het verdrag van München gesloten tussen Hitler, Daladier en Chamberlain, als een stap in de Britse appeasementpolitiek om te proberen de dreigende oorlog af te wenden. Op grond van dat verdrag stond men toe dat Hitler Sudetenland innam, maar hierna moest de Duitse expansie worden stopgezet. In maart 1939 annexeerde Hitler echter alsnog de rest van Tsjecho-Slowakije.
In augustus 1939 werd een niet-aanvalsverdag getekend tussen Stalin en Hitler, het Molotov-Ribbentroppact, ook wel het Duivelspact genoemd vanwege de onnatuurlijke aard ervan. Hiermee had Hitler de handen vrij aan het oostfront en kreeg Stalin de gelegenheid tot diverse gebiedsuitbreidingen. Kort daarop, op 1 september 1939, gaf Hitler het bevel Polen binnen te vallen, waarop het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk twee dagen later Duitsland de oorlog verklaarden. Stalin viel na een week Polen aan vanuit het oosten, tot de demarcatielijn zoals overeengekomen in het Hitler-Stalin-pact. Dit luidde het begin van de Tweede Wereldoorlog in. Aanvankelijk wist Hitler het grootste gedeelte van Europa te bezetten, maar bij de aanval op de Sovjet-Unie in 1941 – die meteen een einde maakte aan het Duivelspact – slaagden de Duitsers er niet in Moskou te veroveren. In 1942 hielden de Duitsers nog stand, maar vanaf 1942-1943 keerden de kansen definitief en werd het Derde Rijk in de tang genomen. In de winter van 1944-1945 stonden de geallieerden aan de grenzen van Duitsland en zij trokken vervolgens op naar Berlijn.
Nadat duidelijk werd dat de Tweede Wereldoorlog door de nazi's verloren was pleegde Hitler op 30 april 1945 in de namiddag, samen met zijn vrouw Eva Braun, naar alle waarschijnlijkheid zelfmoord in zijn bunker te Berlijn. Ze waren een dag eerder in deze bunker getrouwd. Braun nam vergif in, terwijl Hitler zich door het hoofd schoot. Iets later werden hun lijken naar boven gebracht, in een kuil met benzine gelegd en verbrand. Mogelijk hebben de Russen later Hitlers schedel en de resten van hun lichamen weer opgegraven en naar Moskou gebracht voor nader onderzoek.

Ingekleurde portretfoto van Adolf Hitler in 1933


Adolf Hitler, portretfoto uit 1933 
Geboren 20 april 1889
Braunau am Inn, Oostenrijk-Hongarije 
Overleden 30 april 1945
Berlijn, nazi-Duitsland 
Politieke partij NSDAP 
Partner Eva Braun 
Beroep Politicus
Auteur
Kunstschilder
Militair (Korporaal) 
Handtekening Handtekening 
Führer van nazi-Duitsland 
Aangetreden 2 augustus 1934 
Einde termijn 30 april 1945 
Voorganger Paul von Hindenburg
(als Rijkspresident) 
Opvolger Karl Dönitz
(als Rijkspresident) 
Rijkskanselier van nazi-Duitsland 
Aangetreden 30 januari 1933 
Einde termijn 30 april 1945 
Vicepremier(s) Franz von Papen (1933-1934) 
President Paul von Hindenburg (1933-1934) 
Voorganger Kurt von Schleicher 
Opvolger Joseph Goebbels 
Rijksstadhouder van Pruisen 
Aangetreden 30 januari 1933 
Einde termijn 30 januari 1935 
Voorganger Geen (positie gecreëerd) 
Opvolger Geen (positie opgeheven)

De vader van Hitler, Alois Hitler sr., werd in 1837 geboren als de onwettige zoon van Maria Anna Schicklgruber en kreeg daarom de naam van zijn moeder. Vijf jaar later huwde Maria Anna met de molenaarsknecht Johann Georg Hiedler die waarschijnlijk ook de biologische vader van Alois was. De achternaam van Alois Schicklgruber zou op 23 november 1876 door de dorpspastoor van Döllersheim worden gewijzigd in Hitler, zoals Alois Hitler dat eerder op diezelfde dag had laten vastleggen door notaris Penkner in Weitra. De familienaam Hitler was dus geen spelfout maar gewoon een zeldzame schrijfwijze van de familienaam die dan eens als Hütler, Hüttler, Hüetler, Hüettler, Hiedler, Hietler of Hitler werd gespeld. Later zou zijn zoon Adolf in het boek Mein Kampf (Mijn strijd) vermelden dat de naamswijziging het enige was waar hij zijn vader dankbaar voor was. Heil Hitler klonk immers veel beter dan Heil Schicklgruber.De moeder van Hitler, Klara Pölzl, geboren in 1860, was drieëntwintig jaar jonger dan haar echtgenoot.
Zowel van vaders- als moederskant was de familie van Hitler afkomstig uit het Oostenrijkse Waldviertel, een streek tussen de Donau en het huidige Tsjechië. Uit genetisch onderzoek dat de journalist Jean-Paul Mulders onder verwanten van Hitler liet uitvoeren zou zijn gebleken dat Hitler behoorde tot de haplogroep E1b1b, die weinig voorkomt in Duitsland en West-Europa, maar bij 50 à 80 procent van de Noord-Afrikanen voorkomt, met name bij Berbers, Somaliërs en Asjkenazische Joden.[4] De naam "Hitler" was waarschijnlijk afgeleid van Huttler, wat letterlijk "keuterboer" of "schaapherder" betekent, hij die in een hut woont. Mogelijk was Johann Georg Hiedler die in het Derde Rijk officieel voor de grootvader van de Führer doorging niet de biologische vader. Als mogelijke vader van Alois komt ook de broer van Johann Georg in aanmerking, namelijk Johann Nepomuk Hüttler die in Spital Nr. 36 woonde en waar Alois Hitler werd grootgebracht.Alois Hitler was echter wel een echte Hitler en geen bastaard of de zoon van een Jood. Uit analyse van het Y-chromosoom van de achterkleinkinderen van Alois Hitler bleek dat dit identiek was aan dat van mannelijke familieleden uit Neder-Oostenrijk.[bron?] Daarmee zou bewezen zijn dat Alois Hitler dezelfde mannelijke gemeenschappelijke voorvader heeft als de nu nog levende verwanten Hüttler in het Waldviertel; Alois Hitler was derhalve geen bastaard.[6]
Hitler had drie broers, een halfbroer, twee zusters en een halfzuster, allen kinderen van Alois Hitler. De drie broers en een van de zussen overleden op jonge leeftijd:
Alois Hitler jr. (halfbroer), 13 januari 1882 - 20 mei 1956
Angela Hitler (halfzuster), 28 juli 1883 - 30 oktober 1949
Gustav Hitler (broer), 10 mei 1885 - 8 december 1887
Ida Hitler (zuster), 23 september 1886 - 2 januari 1888
Otto Hitler (broer), 1887 - 1887
Edmund Hitler (broer), 24 maart 1894 - 28 februari 1900
Paula Hitler (zuster), 21 januari 1896 - 1 juni 1960
Hitlers zuster Paula leidde een teruggetrokken bestaan en overleed in Berchtesgaden. Hitlers halfzuster Angela was gehuwd met Leo Raubal en had voor zover bekend een zoon en twee dochters. Hitlers halfbroer, Alois Hitler jr., werd caféhouder in Berlijn. Adolf en Aloïs Hitler hebben onderling nooit een sterke band gehad.
Hitler had officieel zelf geen kinderen. De Fransman Jean-Marie Loret (1918-1985) beweerde desondanks een zoon van hem te zijn. Hitler zou Lorets destijds 16-jarige moeder midden 1917 bezwangerd hebben, toen hij als soldaat in Noord-Frankrijk gelegerd was. DNA-tests spraken dit echter tegen.
Jeugd en karaktervorming
Hitler had een innige band met zijn moeder, maar met zijn autoritaire vader lag hij voortdurend in conflict. Alois Hitler had niet meer opleiding genoten dan de lagere school, maar wist toch bij de douane carrière te maken. Op het moment dat hij overleed verdiende hij een salaris dat ongeveer overeenkwam met dat van een directeur van een lagere school. Hitlers vader was een humeurige man, die als grote passie de bijenteelt had en wiens grote wens het was om een eigen huis met een lapje grond te bezitten. Na zijn werk liep hij eerst altijd naar zijn bijenkorven om vervolgens via het café naar huis te gaan. Het gezinsleven lag hem niet; hij was een humeurige en ongeduldige echtgenoot wat nog verergerde na zijn bezoek aan de kroeg. Met name Klara Pölzl moest het ontgelden; ze werd afgesnauwd en ook geslagen. Zeer waarschijnlijk reageerde hij zijn frustraties ook af op zijn oudere kinderen, onder wie Adolf. Klara was geen partij voor haar dominante echtgenoot en kon zowel zichzelf als haar kinderen niet beschermen. Alois Hitler verlangde dat de jonge Adolf in zijn voetsporen zou treden maar deze had daar absoluut geen zin in. Zodoende was Adolf dikwijls het slachtoffer als zijn opvliegende vader weer eens in woede uitbarstte. Ook zijn moeder en zuster Paula kregen de nodige klappen als ze Adolf tevergeefs probeerden te beschermen. Deze gewelddadige jeugd heeft hoogstwaarschijnlijk een negatieve uitwerking op Hitlers karaktervorming gehad. Toen hij ouder werd kreeg Adolf ook last van woede-uitbarstingen waarvan soms ook Paula het slachtoffer werd.Bij zijn latere carrière als dictator zijn velen getuige geweest van Hitlers beruchte woede-uitbarstingen waarbij hij dikwijls helemaal door het lint ging. De bewering dat hij bij extreme uitzinnigheid zelfs zijn tanden in het tapijt zette, is een misvatting die berust op een letterlijke vertaling van het woord teppichfressen, wat ijsberen betekent.
De hele klas van de lagere school in Leonding uit 1899/1900 met Adolf Hitler in het midden van de bovenste rij.
De jonge Hitler was een vrij teruggetrokken persoon en wekte zelfs een verlegen indruk. Dit in schril contrast met zijn latere discussiebereidheid, waarin hij steevast trachtte zijn gelijk te behalen. Dagdromen was een van zijn favoriete bezigheden. Dit was een van de redenen waarom Hitler stelselmatige arbeid verafschuwde; het hield hem af van het dagdromen en hij voelde zich er bovendien te goed voor, hij was volgens hemzelf "bestemd voor belangrijkere dingen".[8] Zelfkritiek was hem vreemd; anderen waren zijn hele leven altijd de oorzaak van zijn falen. Perioden van koortsachtige activiteit wisselden zich af met lange perioden van besluiteloosheid en inactiviteit waarbij er niets concreets uit zijn handen kwam. Besluiten en decreten las hij vluchtig of niet alvorens te tekenen. Slechts in het voorbereiden van zijn speeches stak hij veel tijd en energie. Hitler placht 's nachts zeer laat naar bed te gaan, soms rond 3 uur 's nachts. Hitlers latere dagritme zou dit reflecteren; hij placht, ook toen hij al aan de macht was, laat in de ochtend op te staan.
Hoewel Hitler enkele jeugdvrienden had, voelde hij zich bij veel mensen nauwelijks of niet op zijn gemak. "Honden zijn mijn enige vrienden", zei hij eens.Zelfs August Kubizek, zijn jeugdvriend, zou hij later altijd met het formele Sie (u) aanspreken in plaats van met het informele Du (jij). Overal waar hij kwam toen hij aan de macht was, zou hij volgens ingewijden een "stijve ongemakkelijke atmosfeer" om zich heen verspreiden. Generaals, ministers en partijbonzen die met hem in aanraking kwamen probeerden zich ervoor te hoeden een van Hitlers favoriete onderwerpen aan te snijden. Als dat gebeurde hield Hitler een monoloog die soms wel urenlang kon doorgaan, terwijl zijn gedwongen publiek slechts verveeld kon luisteren. Zelfs Mussolini - zelf gewend het hoogste woord te voeren - werd hierdoor de mond gesnoerd en ergerde zich hieraan.
Tijdens zijn tienerjaren overleed zijn autoritaire vader, maar Hitler ervoer dit eerder als een opluchting dan als een gemis; met zijn moeder had hij wel een sterke band. In zijn kinderjaren was hij, vooral door toedoen van zijn strenggelovige moeder, koorknaap en misdienaar in de lokale katholieke parochiekerk. Op de lagere school deed Hitler het niet slecht. Hij was een levendige en intelligente schooljongen maar hij was niet goed in staat regelmatig te werken, iets wat hem zijn verdere leven parten zou blijven spelen. Dit maakte aanvankelijk voor de intelligente jongen weinig uit, maar zou hem tijdens de middelbare school opbreken.
Op twaalfjarige leeftijd verzette Hitler zich tegen het ontvangen van het vormsel, ondanks de wens van zijn vrome moeder. Hij werd gedwongen het sacrament toch te ontvangen.In 1907 bezocht Hitler voor het laatst een katholieke kerkdienst waarbij hij ook ter communie ging. Daarna zou hij grote afstand tot de Kerk bewaren, en zelfs zeer vijandig zeggen dat hij de "katholieke kerk vertrappen" wilde "zoals men een lelijke pad vertrapt".Hij liet een priester, die hij voorheen in vertrouwen genomen had, zelfs in de nacht van de lange messen in 1934 vermoorden in een bos bij München. Zijn verdere leven zou Hitler een sterke afkeer van religie in het algemeen en het christendom in het bijzonder houden.
Op tekenen na kon Hitler op de Realschule (te vergelijken met de Nederlandse havo en het tso in Vlaanderen) van Linz,niet goed meekomen. Hij had vanwege zijn afstandelijke gedrag en zijn verlegenheid (in het bijzonder tegenover vrouwen) weinig of geen vrienden. Bovendien kelderden zijn prestaties doordat hij nog steeds regelmatig zijn best niet deed. Hij had zeker genoeg intelligentie om de Realschule succesvol te kunnen doorlopen maar Hitlers karakterfout was dat hij bij vakken die hem niet interesseerden hij hoegenaamd geen enkele inspanning wilde leveren. Zijn lage cijfers schreef hij echter toe aan zijn leraren, die hij als "erudiete apen" omschreef. Slechts de door hem aanbeden geschiedenisleraar Leopold Poetsch bleef verschoond van zijn kritiek (de liefde werd echter niet met goede cijfers beantwoord; "matig" tot "ruim voldoende" was het hoogste dat hij behaalde). Tijdens zijn puberteit werd de jonge Hitler ook voor het eerst en voor het laatst in zijn leven dronken. Een melkmeisje vond hem 's ochtends stomdronken en bracht hem naar huis. Toen hij was bijgekomen zwoer hij nooit meer te drinken. Daar hield hij zich aan, op een enkel glas wijn na. Ook minderde hij zijn vleesconsumptie. Sommige biografen beweren dat hij zelfs geheel vegetariër werd. De meeste bronnen stellen echter dat hij in die periode af en toe toch vlees at in de vorm van Leberknödel, een soort ballen van aardappelen en varkenslever. Dat hij sympathie voor dieren had bleek uit het feit dat zijn regime als een van de eerste in de wereld wreedheid tegen dieren strafbaar stelde en de rituele koosjere slachtmethoden, bedreven door Joden, demoniseerde in propaganda.
In tegenstelling tot voor dieren had Hitler geen enkel medegevoel of empathie voor zijn medemensen en was zelfs volstrekt meedogenloos en wraakzuchtig wat zijn tegenstanders betreft. Mensen waren voor hem hoofdzakelijk middelen die hij al of niet kon gebruiken om zijn gestelde doelen te bereiken. Het is niet duidelijk of de jonge Hitler in zijn jeugd al dit gebrek aan consideratie of zelfs algehele gewetenloosheid vertoonde.
Hitler doorliep de onderbouw van de middelbare school met de grootste moeite en bleef één keer zitten. Nadat zijn vader was overleden wist hij zijn moeder in 1905 eindelijk te overreden hem van school te halen. Op zijn 16e verliet hij de school zonder diploma. Twee jaar lang zou hij zijn dagen in ledigheid doorbrengen, terwijl zijn moeder en zus voor hem zorgden.
De jonge Hitler ontwikkelde ook in deze tijd een opmerkelijk beeld van vrouwen en seksualiteit. Zijn ideale vrouw was een mooi en lief meisje, dat hem niet tegensprak en hem in de watten zou leggen. Bovendien moest het een degelijk Duits meisje zijn: eens zou hij woedend zijn uitgevallen tegen zijn kameraden in het leger toen die suggereerden een 'mademoiselle' te 'nemen'.[bron?] Tijdens zijn tijd in Wenen droomde hij over een zekere Stefanie, met wie hij later in een door hemzelf ontworpen huis zou wonen. Hitler had deze Stefanie nooit durven aanspreken. Hiermee in contrast stond zijn afkeer van openlijke seksualiteit. Hij leidde zijn vriend August Kubizek eens door de Weense rosse buurt om te laten zien hoe 'walgelijk' het er daar aan toeging. Prostituees bezocht hij derhalve niet, bovendien was hij bang voor (geslachts)ziektes. Homoseksualiteit vond hij 'afstotelijk'. Dit zou later doorwerken in de extreme seksuele preutsheid die het Derde Rijk later doorvoerde, de sluiting van alle bordelen en de vervolging van homoseksuelen.
In 1907 gebeurde er iets wat waarschijnlijk een grote invloed op een deel van Hitlers leven had; bij Klara Pölzl, Hitlers moeder, werd borstkanker geconstateerd. Ze overleed op 21 december hetzelfde jaar. Hitler had van zijn moeder  gehouden en vond het vreselijk te zien hoe zij zo'n pijn leed en overleed. Hij zou altijd angst voor ziekten houden.

De ouders van Hitler: Alois en Klara

 

Hitler als peuter

 

 

Alois Hitler Sr. (1837-1903)

 

In Wenen Getalenteerd tekenaar
In deze jaren was het Hitlers ambitie om een beroemd kunstschilder te worden. Daarom vertrok hij in september 1907 naar Wenen om zich te laten inschrijven bij de kunstacademie. De kunstacademie waarbij hij zich aanmeldde wees hem echter af; hij slaagde wel voor de eerste maar niet voor de tweede ronde van het toelatingsexamen. De rector wees hem erop dat hij een tekentalent had maar dat zijn ongeschiktheid voor de afdeling schilderkunst buiten twijfel stond. De rector zei tegen Hitler dat zijn talent eerder lag op het gebied van de architectuur dan op het gebied van de beeldende kunst.[14] Naar eigen zeggen kwam Hitler na enkele dagen tot de conclusie dat hij op een dag architect zou moeten worden.Dit betekende niet dat hij pogingen ondernam om de lacunes in zijn opleiding - een groot struikelblok voor de toelating tot een studie in de architectuur - weg te werken.
In werkelijkheid lijkt het echter onwaarschijnlijk dat Hitler ook maar een poging gedaan heeft zich te richten op een architectuurstudie, aangezien hij het jaar erna wederom een poging deed om toegelaten te worden tot de afdeling schilderkunst van dezelfde kunstacademie in Wenen. Deze keer kwam hij echter zelfs de eerste ronde niet door.Hitler ergerde zich aan de populariteit van de art nouveau en hij zag met lede ogen aan hoe het expressionisme in de schilderkunst opkwam. Het werk van moderne Weense kunstschilders als Gustav Klimt en Egon Schiele kon Hitler niet bekoren.
Niet van zins zich echt in te zetten en verder te bekwamen zwierf Hitler een tijdje rond door Wenen waar hij in verschillende pensions overnachtte. In de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog verdiende hij naast zijn wezenuitkering de (karige) kost met allerlei kleine baantjes en werkte hij als ongediplomeerd kunstschilder. Zo schilderde hij op zijn kamer in het pension waar hij verbleef vaak ansichtkaarten met landschapjes, stadsgezichten en toeristische trekpleisters na die hij als aquarel verkocht. De afbeeldingen van een ansichtkaart van het gemeentehuis van München en het schilderij van Hitler doen vermoeden dat dit schilderij door Hitler gemaakt is aan de hand van een ansichtkaart.
Het feit dat hij als kunstschilder mislukt was schreef hij toe aan de kunstacademie die zijn talent miskende en de leraren die het onderwijs hadden verpest. Dat zijn eigen luiheid en gebrek aan artistiek talent misschien debet aan het mislukken van zijn kunstenaarscarrière was, heeft hij nimmer erkend. Zelfkritiek was Hitler vreemd.
Hitlers politieke en artistieke voorkeur
Overdag bracht hij veel tijd door in bibliotheken en leeszalen waar hij vooral kranten en boeken uit populaire reeksen las, zoals boeken van Karl May. In de avonden bezocht hij regelmatig concerten. Daarbij ging zijn voorkeur uit naar uitvoeringen van opera's, operettes en grote werken van componisten uit de romantiek. Onder anderen Johann Strauss, Mozart, Beethoven en Italiaanse meesters behoorden tot zijn favoriete componisten. Het Wenen van rond 1900 was een van de belangrijkste cultuurcentra binnen Europa waar per jaar ruim 450 maal werken van Wagner uitgevoerd werden. Richard Wagner was een van de idolen van de Weense jeugd in de periode waarin Hitler in Wenen verbleef. Lohengrin was Hitlers favoriete Wagner-opera waarvan hij in Wenen tien uitvoeringen bijgewoond heeft. Hitlers voorkeur voor neoclassicistische architectuur en het werk van een stedenbouwkundige als Georges-Eugène Haussmann sloot goed aan bij Hitlers artistieke voorkeur.
Hitler bezocht verschillende keren het Weense parlement, waar hij een grote verachting kreeg voor de democratie. De parlementariërs uit Hongaarse en Slavische bevolkingsgroepen spraken in het Weense parlement meestal hun eigen moedertaal. In het Weense parlement werd naast Duits het vaakst Tsjechisch gesproken, een taal die Hitler niet verstond. In deze periode vormde hij (mede door allerlei contacten) zijn ideologische basis, bestaande uit occultisme, antisemitisme, antiparlementarisme en Groot-Duits nationalisme; ook keek hij veelal neer op de Slavische volkeren. Het versterkte zijn weerzin tegen de democratie en tegen Joden die volgens Hitler via de politiek de grootste invloed hadden op de ontwikkelingen binnen de Oostenrijkse samenleving.
Hitler was in Wenen een romanticus geworden die hield van heroïek en drama en hunkerde naar roem, een gefrustreerde, werkloze jongeman die aan de rand van de samenleving beland was. In het decennium voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog liepen in Wenen en andere grote Europese steden waarschijnlijk duizenden werklozen als Hitler rond

Weense Staatsopera, in 1912 door Adolf Hitler geschilderd

Olieverfschilderij van Maria met het kindje Jezus, in 1913 door Adolf Hitler geschilderd

Jodenhaat en nationalisme
De Britse historicus Ian Kershaw geeft in zijn uitgebreide Hitlerbiografie aan dat het niet duidelijk is waardoor de Jodenhaat van Hitler nu eigenlijk ontstaan is. Hij had aanvankelijk Joden in zijn kennissen- en huisgenotenkring en zelfs een Joodse huisarts uit Linz, die Hitlers moeder in haar laatste dagen heeft verzorgd. Hitler heeft zich ten aanzien van deze arts zeer erkentelijk getoond. Later geïnterviewde kennissen van Hitler uit diens Weense tijd verklaarden nooit ook maar een enkel negatief woord ten aanzien van Joden uit Hitlers mond gehoord te hebben. Vaak sprak hij zelfs lovend over zijn vele Joodse kennissen.Maar in korte tijd werd hij toch een fanatiek antisemiet. Kershaw zelf heeft gesuggereerd dat Hitler op dat moment zijn Joodse kennissen simpelweg nodig had (onder andere voor het verkopen van zijn schilderijen en prenten) en dat hij daarom zijn ware gevoelens voorlopig voor zich hield.
Anti-Slavische en antisemitische stromingen waren in Wenen, evenals in Sudetenland en Silezië, in opkomst, als reactie op het toenemende Slavische separatisme. De Joden werd het kwalijk genomen dat zij als fabrieksbazen Slavische arbeiders in dienst namen, die hiertoe naar steden als Praag, Posen, Pressburg en Wenen trokken en het Duitse karakter van deze steden zouden ondermijnen. De jonge Hitler was al in Wenen onder de indruk gekomen van het antisemitisme waarmee de toenmalige burgemeester, Karl Lueger, aan de macht was gekomen. Ook de antisemitische beweging van Georg von Schönerer heeft invloed gehad op de jonge Hitler. Tijdens zijn jaren in Wenen en later in München, waar hij volgens eigen zeggen graag mensen en hun gedrag observeerde, nam zijn overtuiging de vorm aan die hij later in al haar extremiteit zou etaleren.
In discussies met andere bewoners van het Weense "mannenhuis", waar hij af en toe woonde, bracht hij zijn standpunten compromisloos naar buiten. Hij praatte om anderen te overtuigen van de juistheid van zijn visie, was altijd bereid tot discussiëren en hij bleek radicaal en zwart-wit in zijn denken. Opvallend was toen al dat Hitler niet tegen inhoudelijke kritiek op zijn denkbeelden kon en begon te schreeuwen als hij dreigde een discussie te verliezen.
Ook ontwikkelde hij in Wenen een sterk Duits nationalistisch gevoel, zoals veel Duitsers in Oostenrijk dat kenden. In zijn denken zou een aansluiting van Oostenrijk bij Duitsland een zegen voor dat land zijn. Hij zag in het heersende Habsburgse Huis een teveel aan schadelijke Slavische, dus on-Duitse, invloeden. Ook in het bolsjewisme, marxisme en communisme zag hij een groot kwaad dat bestreden moest worden.
Waarschijnlijk vormde zich in Wenen reeds de kern van Hitlers grote ideaal; het idee van "één leider (Adolf Hitler), één wil (die van hemzelf), één volk (het Duitse)". Al vroeg in zijn politieke carrière, vanaf 1925 ongeveer, liet hij zich der Führer (de leider) noemen. Hij droomde van een toekomstig Derde Duitse Rijk (het Dritte Reich) als opvolger van het eerdere Heilige Roomse Rijk ('eerste rijk') en Duitse Keizerrijk ('tweede rijk'), waarin geen plaats zou zijn voor Joden en andere door hem verderfelijk geachte groepen in de samenleving (onder anderen homoseksuelen), maar waar Duitsers in harmonie en verenigd onder één leider (hijzelf) zouden bouwen aan hun toekomst. Later werd duidelijk dat hij in feite absolute wereldheerschappij verlangde, waarin de Duitsers het machtigste volk zouden zijn. De omvang van deze grootheidswaan groeide met zijn succes.
In zijn rassentheorie verheerlijkte Hitler het vermeende Arische ras, waarvoor hij Lebensraum (leefruimte) wilde creëren; daarvoor had hij vooral het grote Rusland in gedachten. Hij verheerlijkte het idee van de 'edelgermaan'. Hitler geloofde sterk in de maakbaarheid van de mens, getuige ook zijn goedkeuren van de experimenten van Josef Mengele en het aan het werk zetten van Baldur von Schirach aan het hoofd van de Hitlerjugend. Wat Joden betreft stond hij erop hen een 'ras' te noemen; dit paste bij zijn zuiver/onzuiver-bloedtheorie. Hij beschouwde Joods bloed als het "gif van de samenleving", dat daaruit geëlimineerd zou moeten worden. Sommige Hitlerverklaarders noemen dit zijn mystiek. Anderen benadrukken prozaïscher verklaringen zoals zijn uitgesproken afkeer van het "Joodse kapitalisme", zonder dat hij daar specifiek namen bij noemde. Hij creëerde in elk geval een zeer haatdragende en schampere karikatuur van "de Jood" en vuurde die af op zijn publiek. Hitler is in zijn rassentheorie zeker beïnvloed geweest door de Geheime leer van de theosofische occultiste Helena Blavatsky die het vermeende Arische ras als "vijfde kosmische gangmaker" een belangrijke rol toebedeelde en die schreef over de "(voorbijgaande) inferioriteit van de Semitische volkeren".Toen de nazi-interpretatie van Blavatsky's theosofische rassentheorie duidelijk werd, maakten de Theosofische Vereniging en andere theosofische bewegingen aan hun leden duidelijk dat in de theosofie het begrip ras niet etnisch mocht worden geïnterpreteerd. Deze uitleg is gebaseerd op "De geheime leer" van Blavatsky deel 2, na pagina 251, waar ze zich afzet tegen het Darwinisme en spreekt over een theosofische "evolutie" in "rassen" van de gehele mensheid die perioden beslaan van miljoenen jaren. Die evolutieleer gaat over het ontstaan van denkvermogen en astrale en stoffelijke menswording in mythische bewoordingen.
Het antisemitisme is niet door Hitler uitgevonden. Door de eeuwen heen is het in Europa, variërend naar tijd en plaats, aanwezig geweest. Hitler heeft daar onder andere met de hierboven genoemde karikaturen van Joden en door zijn grote redenaarstalent handig op in weten te spelen en het antisemitisme tot ongekende hoogten weten op te zwepen.

Hitler zag het goed, dat je de joden het land uit moet flikkeren!

In München
In de lente van 1913 emigreerde Hitler naar München in het Zuid-Duitse koninkrijk Beieren. Hij ontsnapte daarmee aan de militaire dienst in Oostenrijk. Lafheid was dat waarschijnlijk niet, want toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, nam hij onmiddellijk enthousiast dienst in het Keizerlijke Duitse leger. Een waarschijnlijker reden voor deze overstap was dat hij voor Oostenrijk geen zelfstandige rol meer zag weggelegd; toen al was in zijn denken aansluiting bij Duitsland een onontkoombaar feit.
Wel bracht deze stap de jonge Hitler in de problemen toen hij enkele maanden later bezoek kreeg van de politie. De Oostenrijkse politie had hem weten te lokaliseren en verzocht nu om uitlevering van Hitler. In Oostenrijk wachtte hem mogelijkerwijs een gevangenisstraf wegens ontduiking van de dienstplicht. Hierop volgde een geschrokken en geagiteerde brief van Hitler die ertoe leidde dat de autoriteiten enig begrip voor Hitlers situatie toonden. Als hij zich in Salzburg zou laten keuren zou hij niet strafrechtelijk vervolgd worden. Hitler reisde naar Salzburg en werd daar uiteindelijk afgekeurd voor militaire dienst.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog
Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd in Duitsland in het algemeen en ook door Hitler met enthousiasme begroet, hij meldde zich in Beieren vrijwillig voor het leger aan. In het List Regiment ging hij naar het westelijk front en nam deel aan de Eerste Slag om Ieper ter hoogte van Kruiseke-Wervik. In december 1914 ontving hij daarom het IJzeren Kruis 2e klasse. Daarna werd hij ordonnans tussen het hoofdkwartier van het regiment en de bataljonshoofdkwartieren, dichter bij de loopgraven. In mei 1918 kreeg hij een Regimentsdiploma wegens dapperheid tegenover de vijand, en in december 1918 werd hem het, aan manschappen zelden verleende, IJzeren Kruis 1e klasse verleend.In 1918 raakte hij als Gefreiter[23] bij een gasaanval gewond. Hij bleef drie maanden blind als gevolg van de blootstelling aan mosterdgas. Ook werd hij bij Mesen gewond aan het voorhoofd door een kogelschampschot. Om het litteken te verbergen droeg Hitler voortaan zijn haar met een schuine lok over zijn voorhoofd.
De ineenstorting van het Westelijke front, onder andere als gevolg van de Amerikaanse interventie en door de uitputting van de laatste Duitse reserves, heeft Hitler, die toen in een militair ziekenhuis in het Duitse Pasewalk werd verpleegd, niet meegemaakt; hij ging er daardoor van uit dat het front steeds stand had gehouden. Zo geloofde Hitler heilig in de dolkstootlegende waarbij de nederlaag van het Keizerlijk leger werd toegeschreven aan het 'verraad van de socialisten, Joden, communisten en republikeinen' (de zogenaamde Novemberverbrecher). Ondanks zijn staat van dienst is korporaal Hitler nooit bevorderd, omdat men vond dat hij geen leidinggevende capaciteiten had. De loopgraafmilitairen hebben hem echter altijd beschouwd als een "Etappenschwein" (achterhoedevarken), omdat hij het minder zwaar had gehad. Later, tijdens een reünie in 1922, negeerden zij hem daarom.
Lange tijd hebben onderzoekers gemeend dat Hitler een heldenrol tijdens deze oorlog vervuld had. Door archiefonderzoek van het List Regiment door Thomas Weber is in 2010 echter aangetoond dat dit stoelde op Hitlers eigen aannames en nazipropaganda tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Hitler als soldaat in de Eerste Wereldoorlog

Gedurende 1918-1933
Tijdens de Sovjetopstand in München en de vestiging van de zogenaamde Beierse Radenrepubliek in 1919 heeft Hitler mogelijk deelgenomen aan het oproer. Een document met de naam Hittler (met twee t's) doet dit vermoeden, al is er nog veel discussie tussen academici omtrent dit omstreden onderwerp. Hoe dan ook, het Freikorps kwam München ontzetten, en de communistische opstand werd in de kiem gesmoord. Opeens dook Hitler op als infiltrant van het leger. Het was in die hoedanigheid dat hij vanaf dat ogenblik bijeenkomsten van kleine politieke groepjes bijwoonde, die als paddenstoelen uit de grond schoten na de val van het Duitse Keizerrijk.
In 1919 kreeg Hitler als infiltrant de opdracht een vergadering van zo'n kleine, mogelijk linkse partij, bij te wonen. Dit was de DAP, de Deutsche Arbeiterpartei, waarvan het woord "Arbeiter" al voldoende was hen in de ogen van het leger verdacht te maken. De toen nog piepkleine partij was opgericht door onder meer de spoorwegbeambte Anton Drexler. Zij vergaderden in een bedompt café, waar slechts ca. honderd belangstellenden aanwezig waren. Tot Hitlers verrassing[bron?] bleek de partij nationalistisch, maar verder was het een armzalig zooitje. Het aantal leden bedroeg nog geen vijfhonderd, van wie misschien vijftig actief waren, en het batig kassaldo bedroeg ongeveer vijftig Reichsmark. Net toen Hitler aanstalten maakte om weg te gaan, maakte een "professor" opmerkingen die Hitler razend maakten.[bron?] Hij nam het woord en sprak de vergadering heftig toe, tot de professor vertrok. Hierop liep Hitler tevreden weg. Anton Drexler rende achter hem aan en gaf hem wat pamfletten, met het verzoek (bestuurs)lid te worden. Na een nacht nadenken stemde Hitler toe en sloot zich bij de partij aan.
Hitler beweerde zelf altijd dat zijn lidmaatschapsnummer van de DAP 7 was. Dit zou bijdragen tot zijn mythevorming over "een armzalig groepje van zeven dat onder Hitlers hoede zou uitgroeien tot een machtige partij". Hij was echter niet het zevende lid, maar het zevende lid van het dagelijks bestuur. Zijn werkelijke lidmaatschapsnummer was 555. Op de afbeelding van Hitlers ledenkaart staat echter wel het lidmaatschapsnummer 7. Dit is echter het gevolg van het feit dat de partij pas in 1920 een fatsoenlijke administratie kreeg en de inmiddels binnen de partij machtige Hitler zichzelf een kaart met nummer 7 kon toebedelen. Hitler had nummer 555 maar was als 55e toegetreden. De administratie begon echter met nummer 501 om zo de partij groter te laten lijken.
De partij groeide pijlsnel door zijn organisatorische, retorische en hypnotiserende gaven. Hij liet propagandamateriaal drukken dat hij desnoods zelf verspreidde en binnen de kortste keren waren de zalen gevuld met meer dan 2000 man. De precaire financiële positie van de partij werd opgekrikt door het heffen van entree, de invoering van reguliere contributie en donaties van rijke conservatieven uit München.Het succes zal Hitlers eigendunk ongetwijfeld hebben vergroot maar stond in schril contrast met zijn onbeholpenheid in kleine kring. In 1921 werd hij partijleider.
Een bewaard gebleven brief van hem uit 1919 getuigt ervan dat toen al iets van een "verlosser"-idee in hem aanwezig was: dat hij, Adolf Hitler, de enige was die Duitsland naar een "wedergeboorte" kon leiden. In het openbaar profileerde hij zich aanvankelijk nog als "trommelaar" die de massa's bijeen zou roepen. Ook later zei hij meermalen dat hij geloofde "door het lot" te zijn voorbestemd voor zijn rol in de geschiedenis. In zijn laatste jaren versterkte die overtuiging zich alleen maar; het was Hitler of de chaos; hij vereenzelvigde Duitsland met zijn eigen levenslot.
Misschien wel de belangrijkste reden die Hitler aangaf voor zijn beslissing politiek actief te worden, was de linkse Novemberrevolutie van 1918, waarmee de adellijke regenten, inclusief de Duitse keizer Wilhelm II, van hun macht werden ontdaan. Voor veel Duitsers was dit moeilijk te verteren en de democratische Weimarrepubliek van 1919 ondervond dan ook veel tegenstand. Bovendien had naar Hitlers overtuiging deze revolutie Duitsland definitief de nederlaag bezorgd. Hij zag het als zijn missie dat weer recht te zetten. De oorlog die hij in 1939 begon was voor hem een voortzetting van de Eerste Wereldoorlog, om Duitsland alsnog de overwinning te bezorgen op het "internationale Jodendom".
Al decennialang waren elementen van het nationaalsocialisme aanwezig in Duitsland, Oostenrijk en andere Europese landen: nationalisme, anti-marxistisch socialisme, biologisch antisemitisme, sociaal darwinisme, racisme, eugenetica. In Duitsland en Oostenrijk ontwikkelden zich populaire Teutoonse varianten van deze elementen zoals antisemitisme, -liberalisme en -kapitalisme. Dit ging gepaard met een extreme vorm van nationalisme, het zogenaamde völkische nationalisme, met zijn mystieke eigenschappen van een harmonische Duitse sociale en hiërarchische orde.
Alleen al in München bestonden in 1920 ten minste 15 völkische verenigingen, de meeste opgericht na de oorlog (bijvoorbeeld het Thule-Gesellschaft; de Nordische Vereniging). Het waren, net als de DAP in het begin, kleine, onbeduidende groepjes, maar ze verspreidden met elkaar een ongelofelijke hoeveelheid propagandamateriaal. Ook werden er op nationaal niveau pogingen gedaan om deze groepen te bundelen.
In het Sudetische Trautenau bestond sinds 1904 al een nationaalsocialistische partij, die eerst evenals Hitlers partij de Deutsche Arbeiterpartei heette, en na de Eerste Wereldoorlog haar naam veranderde in de Duitse Nationaalsocialistische Arbeiderspartij, de DNSAP. Ook de partij van Hitler veranderde van naam en werd in 1920 de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP).
Contacten tussen de twee partijen mondden uit in een samengaan begin jaren twintig. Maar de NSDAP bleek in 1923 superieur en in 1926 werden ze samengevoegd tot één partij: de NSDAP, met een Oostenrijkse en een Duitse tak. Hitler werd de enige leider van beide afdelingen.

Ondanks interne partijstrubbelingen lukte het Hitler de macht te behouden. Door onder meer agressieve publiciteit en Hitlers sprekerstalent, groeide het aantal toehoorders spoedig tot enkele duizenden per avond. In plaats van cafés werden nu grote bierhallen afgehuurd voor de samenkomsten en spreekbeurten. Hierbij moet wel gezegd worden dat de NSDAP in 1923 nog niet in het parlement was vertegenwoordigd. De NSDAP verwierf voor het eerst zetels in het parlement na de Duitse Rijksdagverkiezingen van mei 1924; samen met de Nationaal-Socialistische Vrijheidsbeweging, waarmee de NSDAP één partij vormde, werd 6,6% van de zetels behaald.
De partijaanhang groeide en daarmee de hoop op verandering. Op 9 november 1923 werd op aandringen van Hitler een poging gedaan de macht in Beieren te grijpen en daarna de Weimarrepubliek omver te werpen. In feite zag Hitler zelf weinig in de slecht georganiseerde couppoging, maar hij was waarschijnlijk bang dat zijn achterban anders zou overlopen naar een partij die wel bereid was tot actie.[bron?] Deze Bierkellerputsch, zoals hij genoemd wordt, begon in een bierhal. Daar stelde Hitler, zwaaiend met een pistool, de "nieuwe regering" aan de enthousiaste toehoorders voor, terwijl gewapende groepen mannen strategische gebouwen en instellingen in de stad trachtten te veroveren. Ook Ernst Röhm nam deel aan deze putsch, die mislukte en waarbij veertien coupplegers en vier politiemensen omkwamen. Ondanks de slachtoffers, die dankzij Hitlers mislukte 'putsch' gevallen waren, werd hij coulant behandeld door de rechtbank, bemand door conservatieve rechters die waarschijnlijk sympathiek tegenover zijn denkbeelden stonden. Dat er vraagtekens bij de neutraliteit van de toenmalige Beierse rechtbank gezet kunnen worden blijkt uit de bestraffing van linkse verdachten: communistische relschoppers werden meestal veel zwaarder gestraft.[14] Hitler werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenschap. Hiervan zat hij een jaar uit in de gevangenis van Landsberg, onder tamelijk comfortabele omstandigheden. Op 20 december 1924 werd hij alweer vrijgelaten.
Zijn gevangenschap benutte Hitler voor het schrijven van Mein Kampf (Mijn strijd). In dit autobiografische boek beschreef hij zijn afkomst en jeugd, zijn tijd in Linz, Wenen en München, de vorming van zijn denken, zijn ideeën en zijn toekomstplannen. Hitler verheerlijkt in het boek het Duitse volk almede diens 'bloed' en 'bodem', waarbij hij historische gebeurtenissen, zoals het verlies van de As-mogendheden in de Eerste Wereldoorlog, in dienst stelt van een op zijn antisemitisme gebaseerde ideologie.
Al enkele maanden na zijn vrijlating in 1924 werd het spreekverbod op de partij in München opgeheven. Waar het verbod op de partij nog wel bestond, en dat gold in het begin voor vrijwel heel Duitsland, werd door middel van gewelddadige provocaties geprobeerd "het nieuws te halen". Dat lukte vaak. Desondanks werd het verbod in de ene na de andere deelstaat opgeheven. In de media werd steeds meer macht veroverd. Eind jaren twintig kon de NSDAP uitgroeien tot een grote landelijke partij.
Voor Hitler, als leider van de Nationaalsocialistische Arbeiderspartij, was toen de weg vrij voor deelname aan de verkiezingsstrijd. Aanvankelijk ging dit niet van een leien dakje. De partij wist weliswaar rond de dertig zetels in de Rijksdag te bemachtigen, maar dit werden er bij elke volgende verkiezing minder. Ook bleef de groei van het ledental beneden verwachting. Dit was te wijten aan het Amerikaanse geld dat in het kader van het Dawesplan Duitsland binnenstroomde, en de economische hoogconjunctuur van de roaring twenties. De Fransen vertrokken uit het Ruhrgebied, de nieuwe Rentenmark bleek waardevast, en de Duitse economie groeide weer. Berlijn werd een internationaal centrum van cultuur met talrijke kunstenaars, artiesten, filmmakers en modekoningen en een bruisend uitgaanscentrum. Langzaam sijpelde wat welvaart door naar de middenklasse, en men keerde zich af van extremistische partijen, en stemde weer op de traditionele partijen zoals de SPD, DVP en Zentrum. In 1928 kwam de partij met 12 zetels in het parlement: een dieptepunt.
De crisis van 1929, ontstaan door de Beurskrach, breidde zich echter uit naar Duitsland. Een golf van faillissementen deed de werkloosheid explosief stijgen. De rijksregering moest impopulaire maatregelen nemen met toepassing van artikel 48 van de Grondwet, waarna zij direct in nieuwe verkiezingen werd afgestraft. De kiezers stemden weer massaal op de extremistische partijen ter rechter- en ter linkerzijde van het politieke spectrum terwijl het gematigde centrum werd weggevaagd. De NSDAP kwam met 107 zetels terug in het parlement. In 1932 behaalden ze bij een van de vele verkiezingen dat jaar het grootste aantal zetels in het parlement (280), in augustus, hoewel Hitler bij de presidentsverkiezingen geen meerderheid van stemmen behaalde. Maar ook de communisten behaalden een groot aantal zetels. Er zou in theorie een meerderheidskabinet gevormd kunnen worden door of de nazi's of de communisten. Deelname aan de regering door een van beiden werd echter door rijkspresident Von Hindenburg verhinderd die van beide kampen niets moest hebben. Bovendien wilde Hitler alleen deelnemen aan een kabinet als hijzelf hierin regeringsleider (rijkskanselier) werd. In november werden opnieuw verkiezingen gehouden, waarbij de nazi's terugvielen van 280 naar 196 zetels.
De overige partijen, conservatieven en socialisten, bleven echter sterk verdeeld. In januari 1933 raakte Duitsland door een serie complotten bijna onbestuurbaar. De straat werd opnieuw beheerst door de knokploegen van extreemlinks en -rechts. Conservatief Kurt von Schleicher en de communisten loerden op kansen om een junta of een radenrepubliek te vormen op legale of illegale wijze, en ieder kabinet zonder de nazi's viel.
In deze periode kocht Hitler ondertussen het chalet "Haus Wachenfeld" (later de Berghof genoemd) op de Obersalzberg nabij Berchtesgaden: daar bouwde Hitler zijn tweede (informele) machtscentrum waar later vaak vergaderingen en besprekingen van Hitler met andere nazibonzen en Hitlergetrouwen plaatsvonden. Ook sommige andere toplieden, zoals Hermann Göring, hadden een chalet in de buurt van de Berghof.
Uiteindelijk werd toch weer Hitler gepolst voor deelname aan een kabinet. De partijschulden werden door het bedrijfsleven betaald (de partij was vrijwel failliet door de bijna onafgebroken verkiezingscampagnes), en men begon een lobby bij de rijkspresident. Na weken getouwtrek en intriges, vooral met medewerking van de conservatief Franz von Papen en door vele geweldsincidenten door de Sturmabteilung in het land, ging de rijkspresident uiteindelijk in januari 1933 overstag en mocht Hitler, met hemzelf als kanselier, een regering proberen te vormen. Men zag het alternatief, een communistische regering, als een groter kwaad dan een naziregering.

Eerste uitgave van Mein Kampf

 

Kiesformulier presidentsverkiezingen

Aan de macht
Mede op aandringen van de conservatieve politicus Franz von Papen, die verzekerde dat dankzij de meerderheid van conservatieven en katholieken in het nieuwe kabinet Hitler kort gehouden kon worden, werd Hitler in januari 1933 ten slotte door de toenmalige rijkspresident van de Weimarrepubliek, Paul von Hindenburg, met tegenzin benoemd tot Rijkskanselier. Hindenburg had een lage dunk van Hitler en sprak denigrerend over "deze kleine korporaal, zwerver en mislukte kunstenaar", maar hij werd van diverse zijden onder druk gezet om Hitler tot rijkskanselier te benoemen en gaf ten slotte toe.
Von Papens voorspelling kwam niet uit: mede door de Rijksdagbrand (die Hitler wonderwel uitkwam) zag Hitler al na een paar weken kans om met steun van twee derde van het parlement (met name de stem van de, aanvankelijk weifelende, katholieke Centrumpartij was van belang) een machtigingswet door te voeren die hem extra bevoegdheden gaf om "orde op zaken te stellen" (ofwel per decreet te regeren), waarna hij in de rest van het jaar alle politieke tegenstanders buitenspel zette. In juli 1933 werden alle partijen verboden, uitgezonderd de NSDAP. In de loop van 1934 culmineerde onrust in de eigen nazigelederen, twijfel aan Hitlers capaciteiten binnen de Reichswehr en kritiek van conservatieve hoek (Von Papen) in de bloedige Nacht van de lange messen, waarmee Hitler de laatste resten van verzet binnen Duitsland uitschakelde. Zelfs de rijkspresident, toen al geruime tijd ziek, liet naderhand zijn goedkeuring publiceren. Toen Hindenburg een maand later overleed, voegde Hitler de bevoegdheden van het ambt van rijkspresident bij die van zijn eigen ambt als rijkskanselier. Vanaf toen verzwakte Hitler de rollen van parlement en regering definitief tot het punt waarop hij dictatoriale macht had.
Hij versterkte zijn positie verder met behulp van onder andere Heinrich Himmlers Gestapo en een goed georganiseerd propagandanetwerk, dat onder leiding stond van Joseph Goebbels. Naast de al spoedig alomtegenwoordige propaganda die over het Duitse volk werd uitgestort, zag Hitler terreur nu als een belangrijke machtsfactor. Vanaf de oprichting van de partij tot aan de ondergang werd geweld een veelgebruikt middel om oppositie de mond te snoeren. Waren de knokpartijen voorheen meer bedoeld om de krant te halen en tegenstanders te intimideren, na de machtswisseling ging men over tot regelrechte moord op mensen die openlijk tegen Hitler en het nazisme in het geweer kwamen. Veel (mogelijke) tegenstanders verdwenen spoorloos. Hitler vond het belangrijk ook het leven op straat te beheersen.
Tussen Hitlers handlangers bestond een felle rivaliteit, die Hitler hoogstwaarschijnlijk heeft uitgebuit om te zorgen dat niemand aan zijn autoriteit tornde. Wanneer een conflict voorkwam (en dit gebeurde vaak door de onnauwkeurige afbakening van bevoegdheden) liet Hitler dit een tijd op zijn beloop, om vervolgens de overwinnaar te steunen.
Nadat Hitler aan de macht gekomen was ging hij over tot de uitvoering van zijn plannen, waaronder de aanleg van een groot Duits wegennet, waarvoor werd teruggegrepen op het HaFraBa-plan uit de Weimarrepubliek. Dat hij er in één klap honderdduizenden Duitsers weer werk mee bezorgde, waardoor zijn populariteit bij de Duitse arbeiders zou zijn toegenomen, is een propagandamythe; meer dan enkele tienduizenden banen werden er niet mee geschapen. In 1935 opende Hitler de autobahn tussen Frankfurt en Darmstadt. Dit betrof onder meer de Linksrheinische en de Rechtsrheinische autobahn.[25] Een jaar eerder (in 1934) had hij Ferdinand Porsche de opdracht gegeven om een Kraft durch Freude-wagen te ontwerpen, een wagen voor het volk (de Volkswagen).
In 1938 was het Duitse leger het laatste instituut dat mogelijk nog weerstand kon bieden aan de nazi's, maar na de Blomberg-Fritschaffaire in datzelfde jaar eigende Hitler zich ook het opperbevel van de Wehrmacht toe en ontsloeg onwillige militaire kopstukken.
Een ander actiepunt was de uitbreiding van de ontwikkeling en productie van wapens en ander oorlogstuig. In 1942 zou hij rijksarchitect Albert Speer benoemen tot rijksminister voor Bewapening en Munitie. Ook na 1943, toen de militaire kansen in de oorlog gekeerd waren, bleef Hitler optimistisch geloven dat nieuw ontwikkelde wapens, de propaganda sprak over Wunderwaffen, zoals een nieuw type vliegtuig, een nieuw type tank en de V1- en V2-wapens, de rollen weer zouden omdraaien.
Hitler verordonneerde ook georganiseerde moord op geestelijk en lichamelijk gehandicapten: het zogenaamde T-4-euthanasieprogramma. Er zijn door Hitler ondertekende documenten overgeleverd waaruit blijkt dat hij deze actie goedkeurde. Op 18 augustus 1941 liet Hitler het programma tijdelijk stoppen door druk van de Katholieke Kerk (Clemens August kardinaal von Galen[26]), de andere kerken en de families van de slachtoffers. Er waren toen al 70.000 mensen vermoord. De Duitse openbare weerstand leidde tot vertraging maar niet tot een totale stop; het werd in het grootste geheim voortgezet.

Arno Breker, Hitler (brons, 1938)

Weg naar de Holocaust
Een belangrijke voedingsbodem voor het antisemitisme dat tot de Holocaust zou leiden was de publicatie van de Protocollen van Zion die een vermeende wereldwijde manipulatie door het internationale jodendom als onderwerp hadden. Ze waren een vervalsing maar werden in de jaren twintig als authentiek beschouwd.
Meteen na Hitlers aantreden verschenen in openbare ruimten de eerste bordjes "Voor Joden verboden". Beroepsverboden werden uitgevaardigd en huwelijkswetten aangepast. Vanaf 1935 (de wetten van Neurenberg) was het voor een Jood verboden om te trouwen met een niet-Jood. Steeds meer Duitse Joden gingen over tot emigratie. Anderen werden opgepakt en naar 'werkkampen' gestuurd, wat later de vernietigingskampen zouden worden. Een van de meest antisemitische Hitlergetrouwen was Julius Streicher, die zich al in de jaren twintig ontpopte tot een vurig propagandist van de haat tegen Joden, waar Hitler dankbaar gebruik van maakte.
In de Poolse hoofdstad Warschau werden na de Poolse veldtocht in september 1939 de daar wonende Joden in een getto bijeengedreven en later afgevoerd naar de vernietigingskampen. Overigens werden ook in totaal een miljoen Polen naar werkkampen getransporteerd, en werden uit alle bezette gebieden in totaal 6 miljoen mannen tussen de 18 en 45 jaar gedwongen tewerkgesteld in de Duitse oorlogsindustrie. Dit werd de Arbeitseinsatz genoemd. De rechters van Neurenberg noemden het later "slavernij".Tijdens de Wannseeconferentie (januari 1942), waar 15 nazileiders, maar niet Hitler zelf, bijeen waren gekomen om tot een "definitieve oplossing" (Endlösung) van het "Jodenvraagstuk" (Judenfrage) te komen, werd besloten om de circa 10 miljoen Europese Joden systematisch om te brengen. De organisatie daarvan werd in handen gegeven van Reinhard Heydrich en Heinrich Himmler; de administratie aan Adolf Eichmann, en de uitvoering aan de talloze officieren, militairen en burgers die door de jaren heen voldoende waren getraind en gehard. Zigeuners, homoseksuelen, Jehova's getuigen en andere groepen mensen die als ongewenst werden beschouwd ondergingen hetzelfde lot.
De Holocaust zelf was in de omgeving van Hitler als gespreksonderwerp een taboe. Een directe opdrachtrelatie tussen Hitler en de Holocaust is tot op heden niet gevonden. Het Derde Rijk opereerde sterk op het "de Führer tegemoet werken": dingen doen waar geen opdracht voor gegeven was maar waar wel de ruimte voor was gegeven en waarvan verondersteld werd dat dit in de geest van de Führer was, aldus Hitlers biograaf Ian Kershaw.[bron?] Zo kon Hitler (voor zichzelf) schone handen houden. Hitler is nooit in Auschwitz, Majdanek, Sobibór, Treblinka of een van de andere vernietigingskampen geweest. Hij nam zelf niet actief deel aan de Endlösung. Hoewel hij in de ogen van de buitenwereld voorzichtig leek te manoeuvreren, heeft hij over zijn bedoelingen ten aanzien van de Joden nooit twijfel laten bestaan. Ontelbare keren heeft hij de woorden "vernietiging" en "wegvagen" uitgesproken. Bekend is het volgende citaat uit Hitlers toespraak van 30 januari 1939 " ‘als het internationale Finanzjudentum binnen en buiten Europa erin zou slagen de volkeren nogmaals in een wereldoorlog te storten, dan zal het resultaat niet [de bolsjewisering van de aarde en daardoor] de zege van de joden zijn, maar de vernietiging van het joodse ras in Europa!"

Op 1 april 1933 werd een boycot door de nazi's afgekondigd. Op het bord staat te lezen: Duitsers, verzet u, koop niet bij Joden. Dit bord hing bij de winkel van Tietz in Berlijn met een SA-man ernaast, waarschijnlijk om erop toe te zien dat niemand het bord verwijderde. Op het raam van de etalage een Jodenster

Voorbereidingen tot de oorlog
Hitler stuurde doelbewust aan op een oorlog in Oost-Europa om de Duitse hegemonie in Europa veilig te stellen, maar hij zou volgens sommigen niet uit zijn geweest op een algehele Europese oorlog of een wereldoorlog.Aanvankelijk hoopte Hitler dat Duitsland zijn dominante positie op het Europese continent kon versterken. Polen, Hongarije, Tsjechoslowakije, Roemenië, Joegoslavië en Bulgarije zouden satellietstaten worden van Duitsland, die bovendien met hun economieën dienstbaar zouden zijn aan die van Duitsland. Frankrijk moest worden vernederd om de Eerste Wereldoorlog te wreken, maar dit was niet het hoofddoel. Hitler hoopte zelfs op een bondgenootschap met het Verenigd Koninkrijk, net zoals keizer Wilhelm II aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Hitler maakte mogelijk de miscalculatie dat het voor het Verenigd Koninkrijk niet acceptabel zou zijn dat één land het hele Europese vasteland onder controle zou hebben. De werkelijke ideologische en geopolitieke vijand was de Sovjet-Unie, dat het in Hitlers ogen verderfelijke communisme aanhing en bovendien op de plaats lag waar de toekomstige Lebensraum verwezenlijkt moest worden. Deze ideologische tegenstelling weerhield Hitler en Stalin echter niet om op realpolitische wijze een tijdelijk verbond (Molotov-Ribbentroppact van 1939) te sluiten en Polen te verdelen.
Om de Fransen en Britten in de Middellandse Zee bezig te houden sloot Hitler een pact met de Italiaanse fascistische dictator Benito Mussolini. Deze liaison werd de as Rome-Berlijn, of simpelweg de as genoemd. Ook Japan verklaarde zich solidair met Duitsland. Deze drie landen werden hierna tot de zogenaamde asmogendheden gerekend.
De halfslachtige maatregelen van de Volkenbond tegen de Italiaanse agressie in Ethiopië en tegen de Japanse agressie in Mantsjoerije gaven Hitler het eerste signaal dat de westerse mogendheden ver zouden gaan om oorlog te voorkomen. Op 7 maart 1936 werd het Rijnland herbezet, in 1938 gevolgd door de Anschluss (aansluiting), feitelijk de annexatie van Oostenrijk en (het Tsjechische) Sudetenland. De internationale gemeenschap reageerde zoals Hitler hoopte, maar niet verwachtte, slechts met diplomatiek geschut. De Britse premier Neville Chamberlain kwam zelfs op bezoek om een "vriendschapsverdrag" te tekenen: het Verdrag van München. Aangemoedigd door de lauwe reacties van de internationale gemeenschap annexeerde Hitler vervolgens de Tsjechische helft van Tsjechoslowakije en inderdaad: er werd hiertegen nauwelijks geageerd door het buitenland. In 1939 sloot Hitler met de dictator van de Sovjet-Unie, Jozef Stalin, een niet-aanvalsverdrag: het Molotov-Ribbentroppact. Aan dit verdrag werd bovendien een geheime clausule toegevoegd, waarin al een overeenkomst over de verdeling van Polen stond. Het was inmiddels duidelijk voor het buitenland dat Hitler niet van plan was om te stoppen met het annexeren van zijn oosterburen, en het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en ook Nederland begonnen hun defensie-uitgaven te verhogen. De oorlog wierp zijn schaduw al vooruit.
Er is gespeculeerd over de vraag waarom Hitler zulke grote risico's nam en daarmee op een oorlog aanstuurde. In 1938 en 1939 stond Hitler op het toppunt van zijn macht en roem. Duitsland was oppermachtig in Centraal-Europa. Oostenrijk en Sudetenland waren ingelijfd, en de Fransen en Britten hadden veel van zijn andere eisen ingewilligd. Er bestaat een theorie dat Duitsland op een economische crisis afstevende, en zodoende wel oorlog moest voeren (lees: goederen roven) om dit te voorkomen. Bovendien vijzelt het hebben van buitenlandse vijanden de binnenlandse politieke steun op. Een andere reden is door Hitler in 1937 zelf tijdens de zogenaamde Hossbach-conferentie aangegeven: hij wilde dat Duitsland de wereldmacht zou veroveren, maar wilde dit graag zelf meemaken. In 1939 was hij vijftig, en hij was bang voortijdig ziek te worden of te overlijden. Voor dit gebeurde moest hij "zijn werk afmaken". Daarnaast bestond onder de Duitse elite het idee dat men de verkregen machtspositie moest uitbuiten zodra daartoe de mogelijkheid bestond, voordat een andere potentiële wereldmacht zou opstaan. Hierbij werd verwacht dat de dit de Sovjet-Unie zou worden, wanneer die op hetzelfde economische ontwikkelingsniveau als West-Europa zou komen, iets wat in de Koude Oorlog werkelijkheid werd.
Vaak wordt Hitler als persoon wel eens als hoofdoorzaak voor de gehele Tweede Wereldoorlog aangewezen. Het valt niet te ontkennen dat hij een grote bijdrage heeft geleverd aan het ontstaan van de situatie in 1939, maar er speelden talloze historische ontwikkelingen en andere factoren mee.

Tweede Wereldoorlog
De hermilitarisering van het Rijnland en de annexatie van Oostenrijk en Tsjechië leidde niet tot een militaire reactie en daarom verwachtte Hitler, na een aanval op Polen in september 1939, slechts diplomatieke strubbelingen. Maar dit keer vergiste hij zich, want nadat de Duitsers Polen binnenvielen verklaarden het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk Duitsland de oorlog. Dit was het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het Poolse leger werd, in samenwerking met de in het oosten binnenvallende Sovjets, in minder dan vijf weken vermorzeld. Om geallieerde interventie te voorkomen, sloegen de Duitsers een half jaar later in West-Europa toe: binnen drie maanden werden achtereenvolgens Noorwegen en Denemarken bezet, het Britse expeditieleger verjaagd en Frankrijk verslagen. Dit laatste verbazingwekkende succes hadden de Duitsers voor een deel te danken aan hun Blitzkrieg-doctrine, waarbij met een combinatie van alle wapenen op bepaalde plaatsen in de linie het overwicht werd behaald. Ze wisten zo de Britten en het grootste deel van het Franse leger in Noord-Frankrijk en België vast te pinnen, te omsingelen en vervolgens te verslaan waarna Parijs gemakkelijk ingenomen kon worden. In essentie was dit een aangepast Von Schlieffenplan dat in tegenstelling tot 1914-1918 nu wel succesvol volbracht werd. "En passant" werden bij de invasie van Frankrijk ook Nederland en België onder de voet gelopen (Duitse codenaam "Fall Gelb"). Door deze eclatante militaire successen werden Hitlers langgekoesterde plannen voor de verovering van Rusland en de beheersing van de Kaukasische olievoorraden, die na het Ribbentrop-Molotovpact tijdelijk in de ijskast waren gezet, weer nieuw leven ingeblazen. Hitler wilde echter geen tweefrontenoorlog en daartoe moest het Verenigd Koninkrijk worden verslagen of idealiter tot bondgenoot gemaakt.
De Britten wisten echter boven verwachting stand te houden, mede door de onverzettelijke nieuwe Britse premier Winston Churchill, en gingen niet op Hitlers vredesvoorstellen in. Hitler beval daarop dat de voorbereidingen voor een bezetting van de Britse eilanden opgestart moesten worden (Operatie Seelöwe) maar in augustus en september 1940 werd tijdens de Slag om Engeland duidelijk dat de Luftwaffe het luchtruim boven Engeland niet onder controle kon krijgen; een militaire vereiste om een geslaagde invasie te kunnen uitvoeren. In combinatie met het traditionele Britse overwicht ter zee werd een invasie van de Britse Eilanden nu onmogelijk. Ongeduldig geworden besloot Hitler zonder volledige overwinning aan het westelijke front toch een oostelijk front te openen en de Sovjet-Unie aan te vallen, teneinde zijn hoofddoel, Lebensraum in het oosten, te verwezenlijken. Opmerkelijk is dat Hitler voorheen altijd gewaarschuwd had tegen een tweefrontenoorlog en zelfs ernstig de Duitse bevelhebbers uit de Eerste Wereldoorlog verweet dat ze hiermee begonnen waren. Het voeren van een tweefrontenoorlog werd Hitler dan ook zeer ontraden - naar later bleek terecht - door onder anderen Joseph Goebbels en Hermann Göring, die Duitsland nog niet klaar vonden voor zo'n grote uitbreiding van de oorlog. Maar Hitler was vastbesloten en stuurde Göring zelfs op "vakantie".
Nog een tegenvaller voor Hitler was dat zijn "vriend" Mussolini, aangemoedigd door Hitlers militaire successen in West-Europa, op de Balkan en in Afrika ook het veroveringspad insloeg. De Italiaanse troepen waren echter veel minder succesvol, en toen de Grieken hen zelfs dreigden te verslaan was Hitler gedwongen in te grijpen om zijn kwetsbare zuidgrens veilig te stellen. Hierdoor moesten de Duitsers begin 1941 zelf de Balkan veroveren en de in het nauw gedreven Italianen in Noord-Afrika ontzetten met het roemrucht geworden Afrikakorps onder bevel van Erwin Rommel. Deze onvoorziene afleiding heeft het offensief tegen Rusland wellicht kritiek vertraagd: had Duitsland de tijd die verloren ging in de Balkan tegen de Sovjet-Unie gebruikt, dan had men wellicht Moskou voor de winter inviel kunnen innemen.
In juni 1941 begon Hitler dan toch aan wat velen beschouwen als zijn grootste vergissing: operatie Barbarossa, de invasie van de Sovjet-Unie. Het oorspronkelijke plan was om voor het uitbreken van de winter Europees Rusland, dat verreweg het grootste gedeelte van de bevolking en industrie van de Sovjet-Unie bevatte, te bezetten tot aan de lijn Astrachan-Archangel. Later zou men eventueel tot aan de Oeral oprukken. Hierna zou de rest van de Sovjet-Unie als tegenstander, als Stalin zich nog niet zou hebben overgegeven, niet veel meer voorstellen; het Duitse optimisme was mede geïnspireerd door de slechte prestaties van het Rode Leger tijdens hun oorlog tegen de Finnen in 1939-1940. Maar ook hadden, naar later bleek, de Duitse spionnen in Rusland een veel te negatief beeld doorgegeven van de vermeend zwakke capaciteiten en reserves van het Rode Leger; het was veel beter in staat nieuwe lichtingen op te roepen, te trainen en uit te rusten dan de Duitsers hadden ingecalculeerd in hun aanvalsplannen. Nog een belangrijke factor was de uitgestrektheid van het front. In de veldtocht tegen Frankrijk waren de afstanden betrekkelijk klein en konden de Duitsers vrijwel over de hele linie van het westelijke front een beslissend overwicht bereiken. Aan het oostelijk front was dit anders.
Na aanvankelijk weer ongekend grote successen in de eerste maanden van de invasie, waarbij de Duitsers snel oprukten en enorme aantallen Russische soldaten gevangennamen, voorspelden de nazileiders de overwinning als zeer nabij. Maar toen vertraagde de opmars. Stalin wist ondanks de enorme verliezen steeds weer nieuwe troepen en materieel in de strijd te werpen. De Sovjet-reserves bleken groter te zijn dan de Duitsers hadden verwacht. Bovendien wisten de Russen bijna al hun wapenfabrieken te verplaatsen achter de Oeral waar ze een onafgebroken stroom nieuwe tanks, vliegtuigen, kanonnen en ander wapentuig produceerden. De Duitsers kregen ook steeds grotere logistieke problemen naarmate de aanvoerlijnen langer werden. De bevolking in Oekraïne en de Baltische landen verwelkomde de Duitsers aanvankelijk als bevrijders van het stalinistische juk maar dit sloeg snel om toen bleek dat het nazistische juk op zijn minst net zo zwaar en bloederig was. Achter de Duitse linies laaide een voor de Wehrmacht steeds hinderlijker partizanenstrijd op die veel legereenheden bond die deze moesten bestrijden. De opmars vertraagde door al deze tegenslagen zozeer, dat de zomer en de herfst voorbijgingen zonder beslissende veldslag die Stalin op de knieën kon krijgen. Volgens een aantal historici (w.o. Willem Melching) is op grond van o.a. de dagboeken van Goebbels vast te stellen dat Hitler al twee maanden na het begin van de veldtocht inzag dat de oorlog niet meer gewonnen kon worden.
Uiteindelijk bleek de invallende winter te veel voor het tot het uiterste beproefde Duitse materieel en de oververmoeide Duitse manschappen, die door de haperende aanvoerlijnen vaak zelfs nog in zomeruitrusting moesten vechten. Vlak voor Moskou moest de Wehrmacht halt houden en de winter uitzitten. Op 5 december kregen ze zelfs een eerste Sovjet-tegenoffensief te verduren, waardoor ze 100 tot 250 km werden teruggedreven. Orders van Hitler om stand te houden werden genegeerd, wat leidde tot het ontslag van een aantal Duitse bevelhebbers. Toen een snelle overwinning op de Sovjet-Unie mislukt was, begon er een uitputtingsoorlog, waarbij Duitsland in termen van mankracht, grondstoffen en in het bijzonder olietoevoer ernstig in het nadeel was. In de zomer van 1942 werden nogmaals fenomenale successen door de Duitsers geboekt, maar de doorstoot naar de Kaukasische olievelden mislukte uiteindelijk bij Stalingrad. De Duitse troepen aan het zuidelijke deel van het oostfront werden eind 1942 gedwongen tot een lange en bloedige terugtocht tot de rivier de Dnjepr, opgejaagd door het Rode leger. Na de Slag om Koersk in juli 1943 nam het Rode Leger het initiatief voorgoed over en begon voor hen de moeizame weg naar Duitsland zelf.
Ondertussen waren ook de Verenigde Staten bij Hitlers tegenstanders gekomen door de Japanse aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor, op 7 december 1941. Dit leidde tot de oorlogsverklaring van Duitsland aan de VS waarbij Hitler hoopte dat de Japanners een tweede oostelijk front in de Sovjet-Unie zouden openen, zodat Stalin zijn krachten zou moeten verdelen tussen de Duitsers en de Japanners. Tot Hitlers teleurstelling deden de Japanners geen aanval op de Sovjet-Unie in het oosten en kon Stalin de meeste troepen uit Ruslands verre oosten inzetten aan het front bij Moskou. Bovendien leidde de oorlogsverklaring aan de VS tot georganiseerde deelname aan de oorlog door een geallieerd bondgenootschap. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk leidden de tegenaanval aan het westfront en de Sovjet-Unie die aan het oostelijk front. Hitler was in twee jaar tijd in oorlog met het grootste land ter wereld (Sovjet-Unie), het grootste rijk ter wereld (Verenigd Koninkrijk), en de grootste economie ter wereld (Verenigde Staten). Sommige generaals van Hitler zagen toen (1942) al in dat de oorlog op den duur onmogelijk meer te winnen was met zoveel tegenstanders en stelden voor een gunstige vredesregeling met de geallieerden te treffen nu het nog kon. Zo had Stalin voorgesteld dat Hitler de Oekraïne mocht houden in ruil voor een wapenstilstand. Hitler reageerde hier nog niet eens op maar was wel furieus ten aanzien van de Duitse generaals die hierin wel wat zagen en ontsloeg de meeste van deze "dissidenten". Vanaf toen nam hij persoonlijk het commando van het leger over en smoorde de kritiek op zijn plannen in de kiem. Overigens speelde dit de geallieerden zeer in de kaart: in tegenstelling tot wat Hitler van zichzelf vond was hij geen vakman in strategie en tactiek aan het front. Hij maakte veel strategische blunders: het tot elke prijs vasthouden aan eenmaal veroverd terrein, het forceren van zinloze aanvalsacties en het verwaarlozen van defensieve maatregelen. Dit alles tot afgrijzen van militaire professionals zoals Heinz Guderian, Erich von Manstein en Erwin Rommel, die meestal machteloos moesten toezien hoe Hitler in snel tempo de reserves van de Wehrmacht erdoor joeg en de strategische positie van het leger hopeloos maakte.
Een andere tegenslag was de val van de Italiaanse dictator Mussolini in september 1943, na de landing van de Geallieerde troepen op Sicilië. Hij had zijn land in de oorlog gestort, en weinig anders dan tegenslagen en vernederingen geïncasseerd. De Italiaanse bevolking morde en ook binnen Mussolini's eigen fascistische partij groeide de kritiek. Uiteindelijk werd hij zelfs afgezet door zijn 'medefascisten' en werd een nieuwe leiding geformeerd. Het nieuwe Italiaanse regime koos op 13 oktober 1943 de zijde van de Geallieerden, zodat de Duitse troepen in Italië ineens een bezettingsleger waren geworden, dat tegelijk de Geallieerde opmars in Italië moest stuiten. Met Duitse steun kon Mussolini nog tot het eind van de oorlog in Noord-Italië, dat onder controle van de Duitsers bleef, aan het hoofd blijven van de zogenaamde 'Italiaanse Sociale Republiek', ofwel de Republiek van Salò. Bovendien werd op 20 juli 1944 in Hitlers Pruisische hoofdkwartier Wolfsschanze een bijna-gelukte bomaanslag op Hitler gepleegd door een groep officieren onder leiding van Claus von Stauffenberg. De bom was in een koffer geplaatst, die onder een tafel werd gezet. Maar net voor de explosie verplaatste Heinz Brandt de aktetas achter een dikke tafelpoot, het bureau had aan zijn linker- en rechterkant een gesloten poot, die sterk genoeg was om de explosie tegen te houden. Vier andere aanwezigen in de kamer vonden de dood wel en een aantal anderen raakte gewond. Hitler raakte gewond aan zijn benen en aan een arm maar niet levensbedreigend. Hitler zelf zag die aanslag overigens niet als een tegenslag; het feit dat hij tegen alle verwachting in ontkwam vatte hij volgens Kershaw en andere biografen triomferend op als "een ingreep van de Voorzienigheid".
De invasie in Normandië op 6 juni 1944 leidde de bevrijding in van de bezette West-Europese gebieden. Frankrijk was binnen een paar maanden bevrijd, maar tegenslagen voor de geallieerden zoals de mislukte luchtlanding bij Arnhem en het Duitse Ardennenoffensief in de winter van 1944-1945 brachten nog even uitstel van de onvermijdelijke nederlaag voor de nazi's.

Adolf Hitler met Benito Mussolini tijdens een bezoek aan bezet Joegoslavië (1942)

 

 


Op bevel van Hitler vielen Duitse troepen op 1 september 1939 Polen binnen, waarmee de Tweede Wereldoorlog een feit was. Maar waarom begon de Duitse aanval

Het einde
In het voorjaar van 1945 hadden de Russen inmiddels Oost-Pruisen bereikt en de Amerikanen en Britten trokken de Rijn over met als gemeenschappelijk doel Berlijn. Het was voor iedereen duidelijk dat het einde voor de nazi's nabij was. Zoals eerder al vermeld kende Hitler geen zelfkritiek. Hij weet dus alle schuld voor zijn falen aan zijn generaals die hem "verraden" hadden en ook aan het Duitse volk dat hem "in de steek liet" en dat daarom in Hitlers ogen in zijn historische missie had gefaald. De laatste dagen van zijn leven bracht hij door in de sombere führerbunker nabij de kanselarij. Hitler was op dat moment lichamelijk en geestelijk een wrak en leed aan de ziekte van Parkinson.Zijn lijfarts, dr. Morell, hield hem met diverse injecties op de been. Hitler gaf bevel tot het vernietigen van alle industriële complexen en het zich doodvechten tegen de Russen (ook bekend als het Nerobefehl). Hij ging de afgrond in en probeerde het Duitse volk mee te slepen. Door de snelle opmars van de geallieerden en ook de (heimelijke) tegenwerking van steeds meer officieren en zelfs nazikopstukken als Albert Speer, werden deze laatste führerbefehlen niet meer uitgevoerd. Op 20 april 1945 vierde Hitler zijn 56e verjaardag, zijn laatste. Naar het partijtje in de bunker kwam een aantal hoge nazi's, waarvan een aantal direct daarna het onder Russisch artillerievuur liggende Berlijn ontvluchtte.
Op 30 april 1945 pleegde Hitler zelfmoord in zijn ondergrondse bunker in Berlijn. Naar alle waarschijnlijkheid nam hij een cyanidepil in en schoot hij zich direct daarop met een pistool een kogel door het hoofd. Dat deed hij samen met Eva Braun, met wie hij een dag eerder gehuwd was. Braun nam naar alle waarschijnlijkheid alleen een gifpil in. Een aantal van zijn naaste medewerkers, onder wie zijn beruchte minister van Propaganda Joseph Goebbels, benam zich daarna ook het leven. Acht dagen later, op 8 mei 1945, gaf Duitsland zich over.
Wat er na zijn dood met zijn lichaam gebeurde is een onderwerp van discussie. De waarschijnlijkste geschiedenis is de volgende. Na Hitlers dood gaf Goebbels opdracht de lijken te verbranden. Haastig werden de lijken door de SS-lijfwachten met benzine overgoten en in brand gestoken. Goebbels verdween vrij snel om met zijn gezin zelfmoord te plegen, en ook de aanwezige soldaten hadden haast aangezien de Russische granaten her en der neerregenden. Hierdoor verbrandde het lichaam niet volledig. Uiteindelijk zou het Rode Leger twee lichamen aantreffen, waarvan een "waarschijnlijk van Hitler" was. De NKVD (de 79e SMERSJ) legde beslag op de lijken en liet forensisch arts Faust Sherovsky een autopsie verrichten. De lichamen werden daarna meerdere malen begraven en opgegraven, uiteindelijk zou het lichaam bij een nieuw gebouw van SMERSH in Magdeburg begraven zijn. In 1970, toen het gebouw aan Oost-Duitsland overgedragen zou worden, zouden de lijken opgegraven en verbrand zijn waarna de as in de Elbe verstrooid werd. Een niet verbrande kaak met bijbehorende brug en een stuk van een schedel (met kogelgat) wordt bewaard in het Russisch Staatsarchief te Moskou en is alleen voor wetenschappers toegankelijk. Onderzoek aan de hand van Hitlers originele gebitsfoto's heeft aangetoond dat de kaak inderdaad toebehoorde aan Hitler. Recent onderzoek met behulp van DNA-materiaal afkomstig van de schedel trekt dit echter weer in twijfel. Volgens DNA-analyses behoorde het schedelfragment met kogelgat toe aan een vrouw, die op basis van de schedelnaden, tussen de twintig en veertig jaar oud moet zijn geweest. Volgens de onderzoekers vormen deze gegevens het definitieve bewijs dat de schedel niet afkomstig was van Hitler.Tot op heden wordt nog steeds gespeculeerd over het precieze verloop van de gebeurtenissen in Hitlers bunker in april 1945.

Hitlers dood in een Amerikaans defensieblad

 

Schuldvraag omtrent de Holocaust
De uiteindelijke schuldvraag omtrent de Holocaust is grondig onderzocht, maar daarover bestaan volgens Rosenbaum veel verschillende meningen, van "zonder Hitler geen Holocaust" (Lucy Dawidowicz), via "het is de schuld van de Duitsers" (Daniel Goldhagen) en "het waren de Europeanen",tot "het is de schuld van het christendom" (Hyam Maccoby) en zelfs "het is wellicht de schuld van de Joden zelf" (zonder Joden geen Holocaust; George Steiner). Ook hebben velen voorzichtig of minder voorzichtig met de vinger naar God gewezen (Emil Fackenheim, Yehuda Bauer). De Britse historicus Ian Kershaw, die een lijvige tweedelige biografie schreef, heeft Hitler vooral in een historische context willen plaatsen; hij stelt dat Hitler vooral zo veel macht kon vergaren doordat veel van zijn aanhangers bereid waren hem "tegemoet te werken".
Het is duidelijk dat de massamoord op miljoenen mensen niet zonder medeweten van Hitler kon worden georganiseerd (zie ook Wannseeconferentie). Een schriftelijke opdracht is echter niet teruggevonden. Hitlers naaste medewerkers (Himmler, Göring, Kaltenbrunner en Frick) zouden een operatie van deze omvang, en met een dergelijke logistieke complexiteit, niet zonder Hitlers toestemming hebben kunnen organiseren. De massale vergassing van de Europese Joden past ook bij Hitlers op film bewaarde uitspraak in de Reichstag dat "een nieuwe oorlog de ondergang van het Joodse ras in Europa zou zijn". Ook zijn autobiografie, Mein Kampf, bevat vele passages tegen het Jodendom.
Meningen die geheel van de bovenstaande verschillen, komen van onder anderen Claude Lanzmann, die vindt dat elke verklaring de enormiteit van Hitlers schuld verdoezelt, en van Louis Micheels, die zich afvraagt of de waarom-vraag wel gesteld moet worden. De meest afwijkende mening komt echter van David Irving, die de omvang van de Holocaust relativeert en de betrokkenheid van Hitler onbewezen acht, en die dan ook een schare bewonderaars achter zich kreeg uit revisionistische, neonazistische of andere extreemrechtse kringen.
Door zelfmoord te plegen wist Hitler zich te onttrekken aan strafvervolging, zodat zijn verantwoordelijkheid voor en betrokkenheid bij de Holocaust nooit aan een gerechtelijk onderzoek zijn onderworpen en er nooit een gerechtelijk oordeel over is geveld.
Verklaringen voor het politieke succes van Hitler
Baldur von Schirach, ex-leider van de Hitlerjugend en gouwleider van Wenen schreef in 1967:
"De Duitse catastrofe werd niet alleen veroorzaakt door wat Hitler met ons gedaan heeft, maar ook door wat wij met Hitler hebben gedaan. Hitler kwam niet van buitenaf. Hij was niet, zoals velen zich voorstellen, een demonisch monster, dat helemaal alleen de macht greep. Hij was de man die het Duitse volk vroeg en die wij tot meester over ons lot gemaakt hebben door hem mateloos te verheerlijken. Want een Hitler staat slechts op in een volk dat een Hitler wenst".
Ian Kershaw (Hitlerbiograaf) benadrukt naast Hitlers redenaarstalent, de politieke situatie in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog en de kritische houding van vele Duitsers tijdens de Weimarrepubliek tegenover een pluralistische maatschappij. Binnen het Duitse nationalisme streefden volgens Kershaw velen naar eenheid onder de bevolking. Deze Duitsers wezen dus een democratisch stelsel met rivaliserende politieke partijen af:
Waar Hitler onder de gewijzigde omstandigheden van na de oorlog (1914-1918) het meest van heeft kunnen profiteren, is de gedachte dat pluraliteit onnatuurlijk en ongezond is, een teken van zwakte dus, en dat alle conflicten en verschillen kunnen worden overwonnen om plaats te maken voor een eensgezinde “volksgemeenschap”.

Maar, "Mij komt de wrake toe" betekent ook: Voor ons is de wraak weliswaar nooit 'gerechtigheid', maar voor God wel