Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

Duitsland in de Tweede Wereldoorlog

De Hitlerjeugd (Hitlerjugend)

De Hitlerjugend (Nederlands: Hitlerjeugd) was de nationaalsocialistische jeugdbeweging in Duitsland. De meisjesorganisatie Bund Deutscher Mädel was een onderdeel van de Hitlerjugend.

Baldur von Schirach Leider van de Hitler Jugend
De Hitlerjugend werd in 1922 opgericht, maar stelde de eerste jaren niet veel voor. Op 27 juli 1926 werd de Hitlerjugend pas door Adolf Hitler goedgekeurd. In 1932, het laatste jaar van de Weimarrepubliek, had de Hitlerjugend ongeveer 100.000 leden. Dat was niet veel vergeleken met de ongeveer tien miljoen leden van de Reichsausschuß Deutscher Jugendverbände (de rijksorganisatie voor Duitse jeugdverenigingen). In geen enkel ander land bestond in die jaren een jeugdbeweging die zo vitaal en omvangrijk was als deze Jugendverbände. Maar Hitler hechtte grote waarde aan het nazificeren van deze jeugdbeweging: na de machtsovername door de NSDAP zou daar snel verandering in komen.
Hitler benoemde in 1933 de dichter Baldur von Schirach tot Jugendführer des Deutschen Reiches (Jeugdleider van het Duitse Rijk). Onmiddellijk na deze benoeming ging Von Schirach tot actie over. De kantoren van de Reichsausschluß Deutscher Jugendverbände werden bezet en het hoofd van die organisatie, generaal Vogt, werd botweg verjaagd. Ook admiraal Adolf von Trotha, president van de Duitse Jeugdbonden, moest het veld ruimen. Alleen de katholieke jeugdorganisaties werden voorlopig gespaard, omdat Hitler met de Rooms-katholieke Kerk een concordaat gesloten had, waarbij onder andere was bepaald dat de rooms-katholieke jeugdorganisaties ongehinderd konden voortbestaan.
Lidmaatschap van de Hitlerjugend werd verplicht in 1939 voor alle jongeren boven zeventien jaar, en in 1941 voor alle jongeren ouder dan tien jaar. Toch wisten nog vier miljoen jongeren buiten de Hitlerjugend te blijven, ondanks de zware straffen die ze hiermee riskeerden. Wie zich toch niet aanmeldde, werd door de Hitlerjugend van het huisadres opgehaald en in een demonstratieve stoet meegenomen. Baldur von Schirach werd in 1940 als leider vervangen door Arthur Axmann.
In het begin van de oorlog werden vele leden lid van brandweerkorpsen tegen de bombardementen op Duitsland. Naarmate de oorlog vorderde namen de leden van de Hitlerjugend taken van het leger over. Zo bemanden ze de luchtafweer, ze richtten onder meer de zoeklichten, of hielpen het geschut laden. Oudere leden werden meestal soldaat of sloten zich aan bij de SS. Toen Duitsland werd binnengevallen, werden leden van de HJ steeds jonger ingelijfd bij het leger. Tijdens de Slag om Berlijn in 1945 maakten ze zelfs een groot deel van de Duitse verdediging uit. De Hitlerjugend vocht dapper in de gevechten, en was de vrees van vele soldaten. Na de oorlog werd de Hitlerjugend ontbonden en verboden. Paus Benedictus XVI en Prins Claus waren ooit verplicht lid van de Hitlerjugend. Ze deserteerden tijdens het eind van de Tweede Wereldoorlog.
Het doel van de Hitlerjugend

Vlag van de Hitlerjugend

De Hitlerjugend

 

Het doel van de Hitlerjugend was de totale omvorming, indoctrinatie en gelijkschakeling van de jeugd om hen geschikt te maken voor de doeleinden die de nazi's nastreefden: onverschrokken, gewetenloos en willoos 'kanonnenvlees', overal inzetbaar. Doordrongen van de nazi-ideologie en blindelings gehoorzaam aan de partij. De stalinisten en latere maoisten hadden trouwens soortgelijke jeugdafdelingen waar dezelfde doelstellingen werden nagestreefd.

In een krantencommentaar stond eens:
"Nooit kijkt de Führer vriendelijker, nooit lacht hij zo, dan wanneer hij uitkijkt over zijn jeugd en hun stralende gezichten ziet."
Hieruit blijkt dat de Duitse jeugd voor Hitler erg belangrijk was. Hij vergeleek hen met de zon en het licht. Von Schirach noemde de NSDAP eens de partij van de jeugd.

Jongens moesten al snel voorbereid worden op het leven van een Duits soldaat, die zonder nadenken de bevelen van de Führer opvolgt. Meisjes moesten worden opgeleid tot gezonde vrouwen: die moesten zorgen voor zo veel mogelijk arische kinderen. De jeugd moest worden bijgebracht dat sterven voor het vaderland het allerhoogste goed was en de hoogste eer die een man kon behalen. Eens zou die jeugd namelijk de leiding vormen van het Grootduitse Rijk en alles waarvoor het nationaalsocialisme zich zo had ingespannen. Ze moesten worden opgeleid om de Führer en het Reich te dienen. Daarom hechtten de nationaalsocialisten grote waarde aan het vormen van een volgzame en met nazi-ideeën geïndoctrineerde jeugd. Zo verklaarde Hitler tijdens een interview:

"Mijn pedagogiek is hard. Het zwakke moet weggeslagen worden. In mijn Ordensburgen zal een jeugd opgroeien die de wereld zal heugen. Een gewelddadige, wrede, onverschrokken jeugd wil ik. De jeugd moet dat alles zijn. Pijn en moeite moet zij kunnen verdragen. Er mag niets zwaks en teers aan haar zijn. Hun blik moet weer even scherp worden als die van een vrij en herrisch roofdier. Sterk en mooi wil ik mijn jeugd zien. Zo kan ik het nieuwe scheppen."

Niet alleen op school moest de jeugd worden opgevoed in de geest van het nationaalsocialisme, maar ook in hun vrije tijd. Dat was het doel van de Hitlerjugend, alle jongeren in elke fase van hun ontwikkeling aan de nazi-staat binden en onderwerpen aan een gerichte indoctrinatie. In de wet over de Hitlerjeugd stond onder andere:
"De gehele Duitse jeugd wordt georganiseerd in de Hitlerjeugd. De Duitse jeugd zal niet alleen worden grootgebracht door gezin en school, maar ook lichamelijk, geestelijk en moreel worden opgevoed binnen de Hitlerjeugd."
Organisatie en activiteiten van de Hitlerjugend

Door de snelle groei van Hitlers jeugdorganisatie, was er behoefte aan een goede organisatiestructuur. Binnen korte tijd werd er een systeem ingevoerd dat inhield dat de NSDAP totale zeggenschap kreeg over de ontwikkeling van kinderen vanaf hun zesde. Tot hun achttiende werden jongens en meisjes georganiseerd in afdelingen van de Hitlerjugend.

Hitlerjugend marcheert naar een nazipartijdag in Neurenberg

Hitlerjugend marcheert naar een nazipartijdag in Neurenberg

Het is 1945, en de Russen naderen Berlijn. De Duitsers zijn zo goed als verslagen, en burgers, soldaten en jongens van de Hitlerjugend worden ingezet

SS-Panzer Division Leibstandarte SS Adolf Hitler

De 1e SS-Panzer Division Leibstandarte SS Adolf Hitler (afgekort als 1ste SS-Pz.Div. LSSAH) was Adolf Hitler persoonlijk 's bodyguard . Aanvankelijk was de grootte van een regiment (brigade), de LSSAH uiteindelijk uitgroeide tot een elite divisie-sized unit. De term Leibstandarte werd deels afgeleid van Leibgarde - een ietwat archaïsche Duitse vertaling van "Garde du Corps" of persoonlijke bodyguard van een militaire leider ("Leib" = lit "lichaam, torso") - en Standarte: de Schutzstaffel (SS) of Sturmabteilung (SA) term voor een regiment-sized unit. 

De LSSAH zelfstandig deel aan de strijd tijdens de invasie van Polen , en werd samengevoegd tot de Waffen-SS samen met de SS-Verfügungstruppe (SS-VT) en de gevechtseenheden van de SS-Totenkopfverbände (SS-TV) voorafgaand aan Operatie Barbarossa in 1941. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog het was toegenomen in grootte van een regiment naar een divisie Panzer . 

Symbool van de Leibstandarte divisie was een loper , ter ere van haar eerste commandant, Josef 'Sepp' Dietrich (Dietrich is Duits voor skeleton key of lock pick ); het werd behouden en aangepast om later dienen als symbool voor I SS Panzer Corps . De elite divisie, een onderdeel van de Waffen-SS, werd schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden in de processen van Neurenberg . Leden van de LSSAH deelgenomen aan tal van wreedheden. Ze doodden minstens een geschatte 5.000 krijgsgevangenen in de periode 1940-1945, voornamelijk aan het Oostfront. 
Vroege geschiedenis (1923-1933) 
In de vroegste dagen van de Nazi Partij (NSDAP), de leiding besefte dat een bodyguard eenheid bestaande uit ijverig en betrouwbare mannen nodig was. Ernst Röhm vormden een bewaker formatie uit de 19.Granatwerfer-Kompanie; van deze formatie de Sturmabteilung (SA) snel geëvolueerd. Adolf Hitler in het begin van 1923, beval de vorming van een kleine aparte bodyguard opgedragen aan zijn dienst in plaats van "een verdachte massa" van de partij, zoals de SA.Oorspronkelijk werd de eenheid werd samengesteld uit slechts acht man, onder bevel van Julius Schreck en Joseph Berchtold .Het was de Stabswache (personeel guard) aangewezen.De Stabswache werden uitgegeven unieke badges, maar op dit punt de Stabswache was nog was onder algehele SA controle. Schreck herrezen het gebruik van de Totenkopf (hoofd van de dood) als insigne van het toestel, een symbool diverse elite troepen hadden de hele gebruikte Pruisische koninkrijk en de latere Duitse Rijk . 
Later dat jaar werd de eenheid omgedoopt Stosstrupp (Shock Troop) 'Adolf Hitler'.Op 9 november 1923 Stosstrupp, samen met de SA en diverse andere NSDAP paramilitaire eenheden, nam deel aan de mislukte putsch in München . In de nasleep van de putsch werd Hitler gevangen gezet en de NSDAP en alle bijbehorende formaties, waaronder de Stosstrupp, werden officieel ontbonden. 
Kort na zijn vrijlating uit de gevangenis, geweld bleef een groot deel van Beieren politiek.Hitler was een potentieel doelwit. In 1925, Hitler beval de vorming van een nieuwe bodyguard eenheid, de Schutzkommando (bescherming commando).De eenheid werd omgedoopt tot de Sturmstaffel (aanval eskader) kort daarna, en in november werd omgedoopt tot de Schutzstaffel , afgekort tot SS.Door maart 1933 de SS had van een kleine persoonlijke bodyguard eenheid uitgegroeid tot een formatie van meer dan 50.000 mensen. De beslissing werd genomen om een nieuwe bodyguard eenheid te vormen, opnieuw opgeroepen de Stabswache, met behulp van de meest betrouwbare SS'ers, voornamelijk uit de 1ste SS Standarte opereren vanuit München naar zijn cadre te vormen. [9] Door 1933 deze unit was onder het bevel van Josef 'Sepp' Dietrich, die 117 mannen geselecteerd voor de SS-Stabswache Berlijn. Uit deze eerste 117, drie werd uiteindelijk divisiedirecteur commandanten, ten minste acht zou regimentcommandanten geworden, vijftien werd bataljonscommandanten, en meer dan dertig werd compagniescommandanten, allemaal binnen de Waffen-SS .Elf mannen uit het eerste bedrijf van 117 ging op het Ridderkruis winnen, en veertig van hen werden bekroond met de Duitse Kruis in goud voor moed.Later in 1933, twee bijscholing eenheden werden gevormd: SS-Sonderkommando Zossen, en een tweede eenheid, aangeduid SS-Sonderkommando Jüterbog. 
In september 1933 fuseerden de twee Sonderkommando in het SS-Sonderkommando Berlijn. In november 1933, op de 10e verjaardag van de putsch, het Sonderkommando namen deel aan de rally en de herdenking bij het ​​Feldherrnhalle , gebouwd op de plaats waar veel NSDAP-leden tijdens de putsch was gevallen. Alle leden van het Sonderkommando zwoer persoonlijke trouw aan Hitler. Om deze ceremonie te sluiten, kreeg de Sonderkommando een nieuwe titel, "Leibstandarte Adolf Hitler" (LAH).

Invasie van Frankrijk 
In het begin van 1940 werd de LSSAH uitgebreid tot een volledige onafhankelijke gemotoriseerde infanterie regiment en een Sturmgeschütz (Assault Gun) batterij werd toegevoegd aan hun vestiging. [18] Het regiment werd verschoven naar de Nederlandse grens voor de lancering van Fall Gelb . Het was om de voorhoede van de grond vooraf in Nederland, belast met het vastleggen van een vitale brug over de vormen IJssel , het aanvallen van de belangrijkste verdedigingslinie bij de Grebbeberg (de Grebbelinie), en aansluitend bij de Fallschirmjäger van Generaloberst Kurt Student 's luchtlandingstroepen, de 7.Flieger-Division en de 22.Luftlande-Infanterie-Division . 
Fall Gelb -het invasie van Frankrijk en de Lage Landen-werd gelanceerd op 10 mei 1940. Op die dag, de LSSAH stak de Nederlandse grens,bedekt meer dan 75 kilometer (47 km), en verzekerd van een oversteek over de IJssel bij zutphen na de ontdekking dat hun doelgroep brug was vernietigd. In de komende vier dagen, de LSSAH bedekt meer dan 215 kilometer (134 km), en verdiende zelf twijfelachtige roem door ongeluk schieten op en ernstig verwonden Generaloberst Student aan Rotterdam . Na de overgave van Nederland op 15 mei, het regiment vormde deel van de reserve voor de Heeresgruppe B . 
Nadat de Britse gepantserde tegenaanval te Arras , de LSSAH, samen met de SS-Verfügungs-Division , werd verplaatst naar de voorkant naar de perimeter rond te houden Duinkerken en vermindering van de grootte van de zak met de omcirkelde British Expeditionary Force en Franse troepen. In de buurt van Wormhoudt , de LSSAH negeerde Hitlers orders voor de opmars te stoppen en bleef de aanval, het onderdrukken van de Britse artillerie posities op de Wattenberg Heights. Tijdens deze slag het regiment leed zware verliezen. 
Na de aanval, soldaten van LSSAH's II.Batallion, onder het bevel van SS-Hauptsturmführer Wilhelm Mohnke , werden ten onrechte gesteld dat hun divisiecommandant, Sepp Dietrich, was gedood bij de gevechten. In wat bekend staat als de Wormhoudt bloedbad , ongeveer 80 Britse krijgsgevangenen van het 2de Bataljon van het Royal Warwickshire Regiment werden vermoord als vergelding voor de vermeende dood van Dietrich. Hoewel het buiten kijf dat het bloedbad plaatsvond, Mohnke de mate van betrokkenheid is onmogelijk om te weten, dat hij nooit voor de rechter gebracht. 
Brigade-status-Balkan 
Na het sluiten van de West-campagne op 22 juni 1940 de LSSAH bracht zes maanden in Metz ( Moselle ). Het werd uitgebreid tot brigade grootte (6500 soldaten). Ondanks dit, behield de benaming 'regiment'.Een 'Flak bataljon' en een StuG Batterie behoorden tot de eenheden toegevoegd aan de LSSAH. Een nieuwe vlag werd gepresenteerd door Heinrich Himmler in september 1940. [23] Tijdens de laatste maanden van 1940, het regiment getraind in amfibische aanvallen op de rivier de Moezel in voorbereiding voor Operatie Zeeleeuw , de invasie van Engeland. Na het mislukken van de Luftwaffe in de Battle of Britain en de annulering van de geplande invasie, werd de LSSAH verschoven naar Bulgarije in februari 1941 ter voorbereiding van Operatie Marita , een deel van de geplande invasie van Griekenland en Joegoslavië .
De operatie werd gelanceerd op 6 april 1941. De LSSAH was om de route van de follow 9.Panzer-Division , onderdeel van General der pantsertroepen Georg Stumme 's XL Panzer Corps . Het regiment stak de grens bij Prilep en was al snel diep in het Griekse grondgebied. 
SdKfz 231 pantserwagens van de LSSAH vooraf in de Balkan 
De LSSAH gevangen Vevi op 10 april. SS- Sturmbannführer Kurt Meyer 's versterkt Aufklärungs-Abteilung (verkenningseenheid), LSSAH werd belast met het opruimen van de weerstand van de Kleisoura Pass zuid-westen van Vevi en rijden door naar het Kastoria gebied om terugtrekkende Griekse en af te snijden Britse Gemenebest troepen. Weerstand van het Griekse 20e Divisie was hevig. Volgens sommige rekeningen, werden de SS geïnspireerd om de Kleisoura Pass vangen pas na Meyer gooide een granaat aan de voeten van een aantal van zijn soldaten. 
SS- Sturmbannführer Fritz Witt 's I.Batallion werd belast met het opruimen van de Klidi Pass net ten zuiden van Vevi, die sterk werd verdedigd door de Australische, Britse en Nieuw-Zeelandse troepen. Witt bataljon werd versterkt en omgedoopt Kampfgruppe "Witt". Een Australische artillerie officier schreef van de Duitsers "" brutaliteit "in rijden" vrachtwagens langs de hoofdweg - tot op 3.000 meter (2.700 m) van onze infanterie ". En er lossen van de SS-troepen 
De Duitsers werden gedwongen de weg af en geconfronteerd felle weerstand voor meer dan twee dagen. Op de ochtend van 12 april lanceerden de Duitsers een frontale aanval, en door late namiddag de pas werd ontruimd. 
Met de val van de twee passen van de belangrijkste lijn van de weerstand van de Griekse Epirus leger was gebroken, en de campagne werd een strijd om het ontsnappen van de vijand te voorkomen. Op 20 april, na een veldslag in de 5.000 voet (1.500 m) -high Metsovon Pass in de Pindus gebergte , de commandant van de Griekse Epirus leger gaf zich de hele kracht om Dietrich. Britse Gemenebest troepen waren nu de enige geallieerde troepen die nog in Griekenland, en werden ze terug over de vallende Kanaal van Korinthe naar de Peloponnesos . Met 26 april is de LSSAH had het bereikte Golf van Patras , en in een poging om de terugtrekkende Britse Gemenebest troepen af te snijden, Dietrich beval dat zijn regiment steken de Golf en zet de stad Patras in de Peloponnesos. Omdat er geen transport schepen beschikbaar waren, de LSSAH commandeered vissersboten en met succes de kruising, maar werden gedwongen om achter een groot deel van hun zware apparatuur te verlaten. Uiterlijk op 30 april de laatste Britse Gemenebest troepen was ofwel gevangen of ontsnapt. De LSSAH bezet een positie van eer in de overwinning parade door Athene . Na Operatie Marita, werd de LSSAH noorden bevolen om de krachten van de join Legergroep Zuid Massing voor de lancering van Operatie Barbarossa.
Operatie Barbarossa 
Volgende uitstekende prestaties Leibstandarte SS Adolf Hitler tijdens Marita, Himmler bevolen dat het moet worden opgewaardeerd tot divisie-status.Het regiment, al de grootte van een versterkte brigade, moest worden gegeven gemotoriseerd vervoer en opnieuw aangewezen "SS-Division ( mot.) Leibstandarte SS Adolf Hitler ". Het werd verplaatst naar Tsjecho-Slowakije in medio mei voor reorganisatie tot wordt bevolen te monteren in Polen voor Operatie Barbarossa, als onderdeel van Gerd von Rundstedt 's, Legergroep Zuid . Er was niet genoeg tijd om alle apparatuur te leveren en monteer het aan de volledige divisie status voordat de lancering van de invasie van de Sovjet-Unie , zodat de nieuwe "divisie" bleef de grootte van een versterkte brigade, ook al zijn de uitbreiding en ontwikkeling was van zorg op het hoogste rangen van het commando. Franz Halder , chef van het OKH Generale Staf genoteerd op 20 juni dat "SS" Adolf Hitler "niet op tijd klaar zal zijn. rupsbanden onderdelen vertrekken op 22 juni, anderen niet voor 25 juni," dan meer hopelijk de volgende dag; "Materieel positie van de SS 'Adolf Hitler' is verbeterd, afd. Kan nog klaar in de tijd.
Ondanks Halder's hoop, werd LSSAH in reserve gehouden gehecht aan XIV Panzer Corps als onderdeel van Generalfeldmarschall Ewald von Kleist 's 1ste Panzer Group tijdens de openingsfase van de aanval. Tot en met juli werd gehecht aan III Panzer Corps voor het einde van augustus, als onderdeel van XLVIII Panzer Corps In deze tijd werd de LSSAH betrokken bij de Slag van Uman en de daaropvolgende verovering van Kiev . De divisie was betrokken bij zware gevechten, met Meyer's Abteilung zich bijzonder onderscheiden. Volgens een naoorlogse rekening van een Waffen-SS journalist, na het vinden van de verminkte lichamen van zes doden divisie leden die eerder waren gevangen genomen en geëxecuteerd in Taganrog , de divisie vermoorde 4000 Sovjet-gevangenen in vergelding. Bij gebrek aan betrouwbare gegevens, de beschuldigingen bleef onbewezen. 
Begin september werd de divisie verschoven naar LIV Army Corps, als onderdeel van het 11e Leger onder Eugen Ritter von Schobert tijdens de opmars oosten na de val van Kiev. In de hoop om te profiteren van de ineenstorting van het Rode Leger verdediging op de rivier de Dnepr de verkenning bataljon van LSSAH werd belast met het maken van een snelde naar de strategisch belangrijke flessenhals van het vastleggen Perekop landengte door middel van een "coup de main", maar werden afgewezen door verschanste verdedigers op het gemeentehuis van Perekop .Op dezelfde dag, 12 september commandant 11e Leger werd gedood in een vliegtuigongeluk, en Hitler benoemd Erich von Manstein om commando. Het duurde vijf dagen voor Manstein om de zaken in de hand te nemen, en de operatie om te wissen de Krim-schiereiland werd niet gelanceerd tot 17 september. Manstein ingezet LSSAH om omleidingen te creëren tijdens de voorbereiding voor de grote aanval, met de bedoeling om het te gebruiken om een ​​eventuele doorbraak gebruik, maar werd gedwongen om SS pioniers te gooien in de aanval op de "Tatar Ditch" in het gezicht van een woedende tegenaanvallen en niet breken de Sovjet-verdediging voor tien dagen. 
In oktober werd de LSSAH terug naar het noorden overgebracht om te helpen stollen de As-lijn tegen verse Sovjet-aanvallen tegen de Roemeense 3e leger en nam later deel aan de zware gevechten voor de stad Rostov-on-Don , die werd gevangen in eind november . Tijdens Operatie Barbarossa, had de divisie 960 kilometer (600 km) doorgedrongen in Sovjet-territorium. 
Zware Sovjet tegenaanvallen tijdens de winter betekende dat Legergroep Zuid moest terug van Rostov vallen aan defensieve lijnen op de rivier Mius . De LSSAH bracht de winter vechten woeste defensieve gevechten in temperaturen tot -40 ° C (-40 ° F), [ nodig citaat ] met minimale winterkleding en slechts 150 gram rantsoenen per man per dag. Ondanks dit, de divisie gehouden. Na het voorjaar Raspoetitsa (seizoensgebonden modder) had ontruimd, de divisie uitgeputte trad in Fall Blau , die deelnemen aan de gevechten te heroveren Rostov-on-Don, die werd heroverd in eind juli 1942. Ernstig understrength en volledig uitgeput, de LSSAH werd uitgetrokken van de lijn. De divisie werd bevolen om de Normandische regio bezette Frankrijk te treden tot de nieuw gevormde SS Panzer Corps en worden hervormd als een Panzergrenadier divisie. 
Kharkov 
De Leibstandarte SS Adolf Hitler bracht de rest van 1942 herinrichting als Panzergrenadier divisie. Dankzij de inspanningen van Heinrich Himmler (Reichsführer-SS), samen met SS Obergruppenführer Paul Hausser , de SS Panzer Corps commandant, de drie SS Panzergrenadier divisies (LSSAH), Das Reich en Totenkopf moesten worden gevormd met een volledige regiment van tanks in plaats van slechts een bataljon . Dit betekende dat de SS Panzergrenadier divisies waren vol sterkte pantserdivisies in alles behalve naam. De divisie kreeg ook negen Tiger 1 tanks, en deze werden gevormd in de 13e (schwere) Bedrijf / 1e SS Panzer Regiment. 
De ineenstorting van het front rond Stalingrad en de omsingeling van het Duitse Zesde Leger betekende dat de hele oostfront was op instorten. Generaal Veldmaarschalk Erich von Manstein , commandant van Legergroep Don , verzocht versterkingen naar de Sovjet-aanval in de buurt te stoppen Kharkov . De SS Panzer Corps werd oosten veroordeeld tot Mansteins krachten te bundelen.
Aangekomen bij het ​​front in eind januari 1943 werd de LSSAH geworpen in de lijn verdedigen Kharkov zichzelf als een onderdeel van Hausser SS Panzer Corps.Op 08-09 februari 1943 de LSSAH 1e SS Panzergrenadier Regiment onder SS- Sturmbannführer Fritz Witt , vechten naast SS- Sturmbannführer Max Wünsche 's I / 1e SS Panzer Regiment, vochten een bittere vertragende actie in de buurt van de stad Merefa , het stoppen van een grote Sovjet-aanval. De divisie vocht in veel wanhopige defensieve gevechten in de komende weken, geleidelijk terug geduwd in de stad Kharkov zelf. 
Ondanks het toebrengen van zware verliezen op de Sovjets, en het afweren van alle vijandelijke aanvallen, de Sovjets in geslaagd omtrekkende het korps. Op 15 februari, Hausser genegeerd bevel van Hitler om de stad ten koste van alles te houden en beval de SS Panzer Corps om de stad te verlaten en terug te trekken in de richting van Krasnograd . In de komende week, de SS Panzer Corps vernietigd Mobile Group Popov in een reeks van hard gevochten veldslagen. De LSSAH was een belangrijke deelnemer in deze gevechten, het vernietigen van een aantal Sovjet-divisies en het toebrengen van zware verliezen. 
Hausser nu bevolen dat Kharkov worden heroverd. De LSSAH, Das Reich en Totenkopf waren aan het speerpunt van de aanval vormen. Het werd aan de gang op 7 maart. De LSSAH werd gevormd in drie Kampfgruppen (gevechtsgroepen), die zou aanvallen richting en vangen Kharkov. Meer dan negen dagen, zou het LSSAH deelnemen aan de gevechten om de stad. Kampfgruppe "Meyer", onder bevel Meyer's, zo ver doorgedrongen als het Rode Plein te nemen alvorens te worden afgesneden. Kampfgruppe "Witt" zag zware strijd tegen een Sovjet-blokkerende kracht in de buurt Dergatschi voordat het ook brak door in de stad. 
Beide Kampfgruppen werden herhaaldelijk afgesneden tijdens de verwarde gevechten, en het was pas Kampfgruppe "Peiper", onder Joachim Peiper , brak door dat de verdedigers waren uiteindelijk overweldigd. Uiterlijk op 17 maart de strijd voorbij was en Kharkov was terug in Duitse handen, met Peiper's Kampfgruppe te hebben voor zover doorgedrongen Belgorod . 
Na de herovering van Charkov, soldaten van de LSSAH betrokken bij de moord op gewonde Sovjet soldaten die waren gevestigd in militair ziekenhuis van de stad; enkele honderden omgekomen. Daarnaast is per de Kommissarbefehl , veroverde Sovjet officieren en commissarissen werden routinematig uitgevoerd. 
Ter ere van de 4500 slachtoffers van de Leibstandarte geleden in de gevechten, werd Kharkov het Rode Plein omgedoopt Platz der Leibstandarte SS Adolf Hitler door de Duitsers.De divisie werd teruggetrokken voor de broodnodige rust en refit. Een belangrijke verandering in de LSSAH nu voorgedaan; hun commandant Sepp Dietrich na tien jaar in opdracht werd gepromoveerd tot een nieuwe Corps, de vormen 1e SS Panzer Corps Leibstandarte en de LSSAH was om alle hoge officieren te leveren voor het nieuwe hoofdkantoor. Op hetzelfde moment een nieuwe SS divisie zou worden gevormd uit leden van de Hitlerjugend en de LSSAH zouden allemaal voorzien van het regiment, bataljon en de meeste van de commandanten Company. In de tijd dat dit nieuwe divisie het zou uitgroeien 12de SS Panzer Division (Hitlerjugend) . 
Fabrikaktion Operation 
Elementen van LSSAH nam deel aan Fabrikaktion "fabriek actie" a / k / a / Großaktion Juden "Major Actie (on) joden", een operatie om de resterende Duitse joden die in het werkte vangen wapenindustrie . Soldaten van de Leibstandarte hielp de Gestapo round up Joden in Berlijn; mensen werden uit hun werk en gehoed in te veewagens op 27-28 februari 1943. Het merendeel van de gevangen omgekomen hetzij in Auschwitz en andere kampen in het Oosten.Bovendien is de afdeling werd bekroond met gestolen Joodse eigendommen. Bijvoorbeeld, mei 1943 was het 500 herenhorloges genomen van Joden te ontvangen. En, net als bij andere Waffen-SS divisies, ontving de winter kleding die in beslag werd genomen uit kampen en getto's in het Oosten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Kursk 
Het voorjaar 'Raspoetitsa' stopgezet offensieve operaties, waardoor de Leibstandarte SS Adolf Hitler tijd om te rusten en refit. In het begin van juni 1943, had de divisie volledig omgebouwd en was nu onder het bevel van SS- Brigadeführer , Theodor Wisch . [41] Zijn pantser kracht was 12 tijger is, 72 Panzer IV's , 16 Panzer III en Panzer IIs , en 31 StuGs . Eind juni 1943 werd de vorming van I SS Panzer Corps betekende dat Hausser SS Panzer Corps werd omgedoopt II SS Panzer Corps .
Het II SS Panzer Corps werd noord naar Belgorod verhuisde in voorbereiding op de komende zomer offensief; Zitadelle . De LSSAH, samen met de Totenkopf en Das Reich, was de speerpunt van Generaloberst vormen Hermann Hoth 's 4de Panzer Leger , belast met het overtreden van de zuidelijke flank van de Koersk saillant . Generalfeldmarschall Walter Model 's 9th Army was om de noordflank schenden , waren en de twee krachten te ontmoeten in de buurt van de stad Koersk, naar het oosten, waardoor rondom een ​​grote Sovjet-kracht. 
Het II SS Panzer Corps bereikte zijn verzamelgebieden op 28 juni en begonnen met de voorbereidingen voor de aanval. De aanval werd vastgesteld op 5 juli, en op de 4e, het II SS Panzer Corps, evenals de XLVIII Panzer Corps op zijn linkerzijde en de III Panzer Corps over rechts, begon kleine aanvallen observatieposten te beveiligen. Gevechten duurden de hele dag, met de LSSAH's Pioneer Bataljon zien van zware actie opruimen van de gevestigde Sovjets. 
De LSSAH's tanks, oprukkende in Panzerkeil s (wiggen), al snel liep in de Sovjet Pakfronts . Het uitgebreide systeem van de Sovjet-verdediging vertraagde de aanval, maar in tegenstelling tot in de sector Model's, de 4de Panzer leger, aangevoerd door het II SS Panzer Corps en de LSSAH, werd niet gestopt, en uiteindelijk brak door. 
Door 9 juli had het II SS Panzer Corps geavanceerde 48 km (30 mijl) ten noorden, en naderden het kleine stadje Prokhorovka . De LSSAH nam weer de leiding, door nu haar pantser kracht werd teruggebracht tot slechts 77 gepantserde voertuigen. De 2e SS Panzergrenadier Regiment, gesteund door verschillende tanks, geavanceerde recht omhoog de ​​weg naar Prokhorovka tegen zware weerstand. Tegen de middag had de grenadiers de Komsomolets State Farm gewist en begonnen met de aanval op Hill 241,6, die ze beveiligd kort na het vallen van de avond op 10 juli. 
De volgende dag de opmars hervat, met de divisie vastleggen Oktiabr'skii State Farm en Hill 252.2 in zware gevechten tegen de Sovjet Paratroops van de 9de Guards Airborne Division . Op 12 juli, de Sovjets gooide de 5e Garde Tank Leger in een tegenaanval in de buurt Prokhorovka. Twee tank corps geconfronteerd met de LSSAH, het raken van de oprukkende Duitsers rond Oktiabr'skii State Farm en Hill 252,2. In de daarop volgende gevechten, de minderheid Duitsers toegebracht zware verliezen op de Sovjets, het uitspelen van vele tanks. In het proces, de LSSAH ook te lijden relatief lichte slachtoffers; Maar de Sovjet tegenaanval had de Duitse opmars tot stilstand gekomen, en de divisie werd gedwongen om terug te Oktiabr'skii vallen. De Sovjet 5e Garde Tank Leger verloor 300 tanks vernietigd en nog eens 300 beschadigd op 12 juli. Gevechten duurden de volgende dag, maar de focus van de Sovjet-aanval had vervolgens verschoven naar de Totenkopf , aan de linkerkant van de LSSAH.
Met de Slag bij Prokhorovka nog steeds in de balans, een enorme Sovjet tegenoffensief in de buurt van Orel veroorzaakt Hitler aan de beëindiging van de bestelling Citadel . Het II SS Panzer Corps werd teruggetrokken. De LSSAH werd besteld uit de lijn; hebben geleden 2.753 gewonden, waaronder 474 doden.tanks werden ook verloren tijdens Operatie Citadel . De divisie werd daarna naar Italië gestuurd om te helpen stabiliseren van de situatie daar veroorzaakt door de deposal van Benito Mussolini door de Badoglio overheid en de geallieerde invasie van Sicilië , die in de nacht van 09-10 juli 1943 begon De divisie liet haar armor en uitrusting , die werd gegeven aan Das Reich en Totenkopf
Oostfront 
De divisie werd geplaatst op XLVIII Panzer Corps , een deel van de 4e Panzer Leger , die had moeite om de lijn in de buurt van Zhitomir houden. De divisie werd onderverdeeld in verschillende Kampfgruppen en geworpen in actie.Op 18 november, Kampfgruppe Frey stopte de opmars van de Vijfde Guards Tank Leger in de buurt van de stad van Kotscherovo. In de komende twee maanden, van de divisie Kampfgruppen zagen zeer zware gevechten in de Zhitomir gebied, het uitvoeren van 'brandweer' acties en het mogelijk maken XLVIII Panzer Corps aan de lijn te houden.
In januari 1944, een van de Leibstandarte's 101ste SS Panzer Battalion Heavy Tiger commandanten, Michael Wittmann , werd bekroond met de eikenbladeren aan de Ridderkruis van het IJzeren Kruis voor zijn daden in het stoppen van de aanval van een hele Sovjet gepantserde brigade. De divisie werd overgebracht naar het Cherkassy gebied aan het einde van januari, waar het werd toegewezen aan de III Panzer Corps ; deel van 1ste Panzer Leger .
Toen de 56.000 mannen van Gruppe Stemmermann werden opgesloten in de Korsun Pocket in midden tot eind januari en begin tot half februari 1944, de Leibstandarte SS Adolf Hitler , samen met de rest van III Panzer Corps en XLVII Panzer Corps werden bevolen om te proberen in te breken de Sovjet-cordon en red de gevangen krachten. Hitler tussenbeide, en beval de hulppoging worden omgezet in een onmogelijke poging om tegen de ommuring twee Sovjet fronten. De LSSAH, samen met andere pantsereenheden waaronder Oberstleutnant Dr. Franz Bak 's 503 Zware Panzer Battalion , speerpunt van de aanval. Ondanks aanvankelijke winsten, de aanval al snel tot stilstand gekomen als gevolg van een combinatie van de weerstand van vier Sovjet tank corps en de dikke modder van de 'Raspoetitsa'. De uitgeputte Duitsers erin geslaagd om de Gniloy Tikich rivier, waar een klein bruggenhoofd werd opgericht bereiken. De overlevenden van de omsingeling vochten hun weg door naar het bruggenhoofd en door het vallen van de avond op 16 februari de strijd voorbij was.
De meerderheid van de LSSAH die bedroeg 41 officieren en 1188 mannen werden teruggetrokken naar België voor rust en refit,echter een Kampfgruppe werd achtergelaten. Op 25 maart, de gehele 1ste Panzer Leger werd omcirkeld in de Kamenets-Podolsky Pocket . Een van de LSSAH's Kampfgruppen namen deel aan de wanhopige strijd om de omsingeling te ontsnappen, die deel uitmaakt van het speerpunt die gekoppeld aan het II SS Panzer Corps buurt Buczacz op 6 april. De verbrijzelde overblijfsel van de Kampfgruppe werd bevolen naar België waar het was om te rusten, monteer en weer aan de rest van de divisie.De nieuwe LSSAH Division werd hervormd in België en was op volle sterkte door 25 april

Westelijk Front (Normandië) 
Het werd weer overgedragen als onderdeel van de I SS Panzer Corps , die in deze tijd bestond uit de 101 SS Panzer Battalion Heavy, Hitlerjugend , 17e SS Panzergrenadier Division Götz von Berlichingen en de Panzer Lehr Division .De LSSAH had noorden van gepositioneerd de rivier de Seine om eventuele landing op het gebied van het tegengaan Pas de Calais , zodat de eerste eenheden niet aangekomen in Normandië tot na de geallieerde invasie er op 6 juni 1944; deel ervan kwam in de nacht van 27-28 juni met de hele divisie nemen nog een week.Uiterlijk op 4 juli de I SS Panzer Corps werd hervormd en nu bestond uit de 1e SS Panzer Division Leibstandarte SS Adolf Hitler en de 12e SS . Panzer Division Hitlerjugend De eerste actie dat ze betrokken waren bij was de verdediging van Carpiquet dorp en luchtvaartterreinen in wat werd bekend dat de geallieerden als Operation Windsor .Er volgde toen een aantal geallieerde aanvallen - Operaties charnwood en Jupiter . Op 12 juli waren de LSSAH verantwoordelijk voor de Caen zuiden sector van Maltot in het westen tot de Caen - Falaise . weg in het oosten In de nacht van 14-15 juli, LSSAH werd afgelost door de 272ste Infanterie Divisie en trok terug naar een concentratiegebied schrijlings op de Caen - Falaise weg tussen IFS en Cintheaux . 
Operatie Goodwood 
De divisie kracht voorafgaand aan Goodwood werd gerapporteerd als 59 Panzer IV's, 46 Panthers en 35 StuG III's. 
Operatie Goodwood gelanceerd 18 juli betrokken zijn drie Britse pantserdivisies, met infanterie-ondersteuning op hun flanken. Ze waren te slingeren door de spleet tussen Caen en de oostelijke hoogten. Daar zouden ze hebben over de heuvels te krijgen op Bourguébus en breken door in de richting van open terrein. De operatie werd voorafgegaan door een drie uur durende bombardementen aanval van 2.500 toestellen. 
Direct daarna de Britse tanks kwam gerommel op en greep al hun primaire doelstellingen. II / 1e SS Panzer Regiment, gelegen aan de bossen in de buurt van Garcelles, ontving orders om de Britse aanval op Soliers . SS- Obersturmführer Malkomes reed in de richting van Bourguébus met zijn 13 Panthers en ontdekte 60 Britse tanks zuiden zuidoosten van de stad. Hij viel hen, het vernietigen van 20, en veroverde Soliers. Rond 12:00 uur de Panther Bataljon, I / 1ste Panzer SS regiment, was in gevecht met de Britse 29ste Gepantserde Brigade van de Britse 11e Pantserdivisie . Het lichaam van de Leibstandarte werd met spoed naar het front van Falaise , waar het werd in reserve gehouden. Het tegenaanval direct om 17:00, in combinatie met de 21e Panzer Division , en stopte de Britse offensief op de linker voorzijde. 
In eerste instantie leek het op 19 juli een einde aan Operation Goodwood te brengen, aangezien slechts enkele individuele tank aanvallen werden uitgevoerd. Maar door 13:00 de Britten weer opgeladen, hebben opgevoed versterkingen om de aanval voort te zetten. Ze veroverden snel de voorwaartse Duitse eenheden en drukte op de harde, een golf van tanks een toonaangevende rol in de aanval. Maar toen de toonaangevende Sherman Fireflies en Cromwells benaderd Bourguébus Ridge om 16:00 uur, kwamen zij onder vuur en werden opgeblazen; de Panters van de Leibstandarte had posities op de nok zelf opgenomen. Rond 15:00 uur de eerste versterkingen van de 12e SS Panzer Division aangekomen, waar de rechter flank opgelucht. De Canadezen vielen de volgende in de Slag bij Verrières Ridge en Operatie Spring (zie kaart), waar de LSSAH kwam tegen een aantal geallieerde divisies waaronder de Guards Armoured Division , 7th Armoured , 2e en 3e Canadese Divisies. 
Volgende voor de LSSAH was Operatie Lente , waar de divisie en de Hitlerjugend werden opgezet tegen de Black Watch en een aantal eenheden die hen steunden. 
Operatie Lüttich 
Op 25 juli 1944, na zes weken van attritional oorlogsvoering langs een pat voorzijde, de Amerikaanse troepen onder leiding van generaal Omar Bradley in geslaagd het doorbreken van de Duitse verdediging als onderdeel van Operatie Cobra .Op 1 augustus, de Amerikaanse troepen gevangen Avranches .Tegelijkertijd Generaal George Patton's Derde Leger van Verenigde Staten werd geactiveerd.Met de vangst van Avranches, Amerikaanse strijdkrachten in staat waren om "de hoek om" van Normandië, duwen in Bretagne en de kusthavens.Als gevolg hiervan, de Duitse defensieve operaties niet meer kon worden verankerd tegen de kust aan beide flanken.Door 4 augustus zeven divisies van het 3e leger had Bretagne ingevoerd.
Met de Amerikaanse doorbraak, in weerwil van deze kostbare overwinning, bleven de geallieerden veel beter in aantallen. Vijf dagen later de Amerikanen zagen de kans om te breken uit hun bruggenhoofd. De verzwakte Duitse verdediging kon niet bijbenen de woeste uitputtingsslag als weinig of geen versterkingen waren aangekomen, leveringen werden aangevallen vanuit de lucht, en de beweging van de dag werd onmogelijk gemaakt. Hitler verbood elke retraite en, in plaats daarvan, gaf opdracht tot een aanval onder de codenaam Operatie Lüttich worden gemaakt. Volgens Hitler, drie kwalificaties moest worden voldaan om de aanval te gaan. "Von Kluge [Günther von Kluge, de opperbevelhebber West] moet er in geloven. Hij moet in staat zijn om genoeg armor los te maken van de belangrijkste front in Normandië om een effectieve slagkracht te creëren, en hij moet verrassing te bereiken".Voor zijn tegenoffensief, Von Kluge beschikbaar zou de XLVII Panzer Corps hebben, bestaande uit de 2e Panzer Division , een deel van de 1e SS Panzer Division, de 2de SS Panzer Division en de 116de Panzer Division.
De XLVII Panzer Corps werd ondersteund door twee infanterie divisies en vijf battle groepen , gevormd uit de restanten van de Panzer-Lehr Division en vier even gehavende infanterie divisies. Hoewel Hitler beloofde meer versterkingen, von Kluge was sceptisch over de kans van hun komst. [64] Zich bewust van het toenemende aantal Amerikaanse troepen verplaatsen naar zijn zuidelijke maken van het potentieel van wordt overvleugeld-von Kluge verkozen tot de aanval eerder dan oorspronkelijk beginnen gepland, met de aanval te beginnen om middernacht op 6 augustus 1944. 
Te waarschuwen Amerikaanse troepen om de dreiging van een Duitse aanval te voorkomen, zou Operatie Lüttich artilleriebeschietingen niet gebruiken om de aanval voorafgaan.  De eerste aanvallen, bestaande uit 300 tanks,zou de hit 30th Infantry Division oosten van Mortain,vervolgens dwars door de Amerikaanse verdediging om de kust te bereiken. Had verrassing gerealiseerd, zou de aanslag waarschijnlijk gelukt.Echter, Allied-decoders op Ultra had codes Operatie Lüttich onderschept door 4 augustus.Hierdoor Bradley kon luchtsteun krijgen van zowel de US 9th Air Force en de RAF . 
LSSAH, samen met de andere divisies ging op de aanval die op 7 augustus na de verhuizing naar de verzamelgebieden op 5 en 6 augustus. De 1e SS Panzer Regiment, samen met twee Panzergrenadier Bataljons, een Pionier Company en de divisie Flak Bataljon, werden gebruikt voor de aanval. Het weer was niet geschikt voor het vliegen die ochtend, die alleen benadeeld de geallieerden. Het resultaat was dat de aanval verliep vlot op het eerste, ondanks het feit dat de geallieerden wisten de aanval zou komen. De 2de SS Panzer Division wist te heroveren Mortain, en een gepantserde Kampfgruppe onder Joachim Peiper geslaagd om zoveel Bourlopin krijgen, maar werd tegengehouden door massale geallieerde luchtmacht, en de Amerikaanse tegenaanvallen. Een andere poging werd de volgende dag gemonteerd aan Avranches vast te leggen, maar het is mislukt. 
Een rapport van SS Obersturmführer Preuss, 10e Company / 2e SS Panzergrenadier Regiment beschrijft de onmogelijke situatie: 
Het is waar dat een jachtbommenwerper we neergeschoten landde op een Panzer en vernietigde het. De meeste andere Panzer en Schützenpanzer echter het slachtoffer van deze intensieve luchtbombardement, die uren duurde. Die Grenadiers nog steeds in staat om te vechten hadden zich uit naar links en rechts door het terrein van de vele hagen verspreiden. Ze waren blij om te zien dat de bommenwerpers zwermen als bijen over onze hoofden waren het vinden van meer lonende doelen dan individuele mannen. Ik was het met hen. Ik heb gehoord dat Peiper een hartaanval had geleden. Diefenthal [de commandant van het III. / 2] verloor zijn gehoor als een bom viel vlak naast hem. Kuhlmann was niet in staat om de aanval te krijgen weer naar voren te bewegen. Mijn dappere boodschapper, Sturmmann Horst Reinicken, werd gedood toen hij probeerde naar de commandopost van de Heer Panzerabteilung waarop we werden achtergesteld bereiken. Hij probeerde de Panzerabteilung het nieuws dat zijn commandant en Adjudant lag dood niet ver van ons hedge brengen. 
Dit betekende het einde van de campagne in Normandië; de Leibstandarte werd omringd door de Amerikanen en Canadezen, ondersteund door de 1ste Poolse Pantserdivisie , in wat zou het worden genoemd Falaise pocket , maar toen de formatie werd gereduceerd tot een aantal kleine Kampfgruppen. Leibstandarte trok zich terug uit de zak met Unterführers en Führers elk nemen de leiding van een klein Kampfgruppe en smashing door de ring, op 22 augustus, waarna geen gevechtsklare tanks of artillerie stukken werden gemeld. De hele campagne veroorzaakt zo'n 5000 slachtoffers aan de LSSAH.Tijdens hun terugtocht uit Frankrijk, de leden van de afdeling LSSAH en Hitlerjugend vermoord 34 Franse burgers in de steden van Tavaux en Plomion .

 

 

 

Het Ardennenoffensief (16 december 1944 - 25 januari 1945) was een belangrijke Duitse stuwkracht gelanceerd tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog door de beboste Ardennen Mountains regio van België, Frankrijk en Luxemburg op het Westelijk Front . Het offensief werd Unternehmen Wacht genoemd am Rhein (vertaald als Operation De Guard aan de Rijn of Operation "Kijk op de Rijn.") door de Duitse strijdkrachten. De 'bobbel' was de eerste inval van de Duitsers in de lijn van tevoren de geallieerden ', zoals te zien in kaarten gepresenteerd in de hedendaagse kranten zetten.
Wacht am Rhein 
Operatie Wacht am Rhein was het laatste grote offensief en Hitlers laatste gok. Wilhelm Mohnke , nu in opdracht van de Leibstandarte SS Adolf Hitler, leidde zijn vorming als het speerpunt van de hele operatie in de Ardennen . Echter, had grote verliezen van de divisie is gedwongen om te nemen aan een groot aantal onervaren vervangingen te voegen aan de kern van de strijd geharde en ervaren veteranen. De crisis in het Rijk betekende dat de LSSAH had gevaarlijk lage hoeveelheden brandstof voor haar voertuigen in de komende campagne. De operatie begon op 16 december 1944 en Mohnke aangewezen zijn beste kolonel, SS-Obersturmbannführer Joachim Peiper naar zijn regiment en de push naar Antwerpen te leiden. Peiper werd later gepromoveerd tot de rang van Standartenführer in 14 februari 1945. 
In het noorden, de belangrijkste gepantserde speerpunt van de Zesde SS Panzer Leger was Kampfgruppe "Peiper", bestaande uit 4.800 mannen en 600 voertuigen van de 1ste SS-Division Leibstandarte SS Adolf Hitler onder het bevel van Joachim Peiper. Zijn voertuigen opgenomen Panzer IV's (PzKw IV), Panzer IIs (PzKw II Ausf.H), Panther tanks (PzKw V), Sturmgeschütz III (StuG III Ausf.G), Tiger I (PzKw VI) en Tiger II (Ausf. B ). 
Bloedbad van Malmedy
Het omzeilen van het plateau van Elsenborn, om 07:00 op 17 december, de eenheid in beslag genomen van een Amerikaanse brandstof depot in Büllingen , waar het gepauzeerd om bij te tanken voordat u verder naar het westen. Om 12:30, in de buurt van het gehucht Baugnez, op de hoogte halverwege tussen de stad Malmedy en Ligneuville, Pieper's Kampfgruppe gestuit op een konvooi van de 285 Field Artillery Observation Battalion, US 7th Armoured Division .Na een korte de strijd van de Amerikanen zich over. Samen met enkele andere Amerikanen eerder gevangen (127 mannen totaal) werden ze ontwapend en verzonden in een veld in de buurt van het kruispunt, waar de Duitsers schoot ze massaal met machinegeweren en pistolen te staan.Van de 84 mensen gedood, 41 werden gedood door een pistool geschoten om het hoofd van dichtbij en zes werden gedood door het hebben van hun schedels sloeg in.Na veinzen dood in het veld voor een paar uur, terwijl de Duitsers verhuisde onder hen schieten overlevenden, een groep van ongeveer 30 mannen ontsnapten.Er is geen verslag van een SS-officier het geven van een orderuitvoering,maar dergelijke schietpartijen van krijgsgevangenen waren gebruikelijk door zowel de Duitsers en de Russen aan het oostfront. Onderzoekers Michael Reynolds en Danny S. Parker geloven dat Peiper of een van zijn ondergeschikten maakte de bewuste beslissing om de gevangenen te doden, als de Kampfgruppe was onder bevel om door te gaan met de maximale snelheid in de richting van de Maas en kon niet sparen, de mankracht of de tijd om de neiging om krijgsgevangenen .Het nieuws van de moorden racete door de geallieerde linies.Captured SS soldaten die deel uitmaken van Kampfgruppe Peiper waren werden berecht tijdens het Bloedbad van Malmedy proef na de oorlog voor deze massamoord en verscheidene anderen in het gebied. Veel van de daders werden veroordeeld om op te hangen, maar de straffen werden omgezet. Peiper zelf werd opgesloten voor elf jaar voor zijn rol bij de moorden. 
Peiper ingevoerd Stavelot op 18 december maar stuitten op hevig verzet van de Amerikaanse verdedigers. Niet in staat om ze te verslaan, liet hij een kleinere ondersteunende kracht in de stad en liep naar de brug bij Trois-Ponts met het grootste deel van zijn kracht, maar tegen de tijd dat hij bereikte het, terugtrekkende Amerikaanse ingenieurs was al vernietigd. Peiper trok en liep naar het dorp La Gleize en van daar op naar Stoumont . Er, als Peiper benaderd, ingenieurs bliezen de brug, de Amerikaanse troepen waren verschanst en klaar. Peiper's mannen werden afgesneden van de belangrijkste Duitse kracht en prestaties voldoen wanneer de Amerikanen heroverde de slecht verdedigde Stavelot op 19 december. Als hun situatie in Stoumont werd steeds hopeloos, Peiper besloten zich terug te trekken naar La Gleize waar hij het opzetten van zijn verdediging, wachtend op de Duitse hulpkracht. Aangezien dergelijke kracht in staat was om de geallieerde lijn door te dringen, Peiper besloten om door te breken naar de Duitse linies op 23 december. De mannen van de Kampfgruppe werden gedwongen om hun voertuigen en zwaar materieel te verlaten, hoewel de meeste van de mannen waren in staat om te ontsnappen. 
Met elke dag die voorbijgaat, vijand weerstand verstijfd en het voorschot is uiteindelijk gestuit op alle fronten. Wanhopig om te houden de aanval gaan, het Duitse opperbevel dat een hernieuwde aanval begint op 1 januari 1945. Maar tegen die tijd, de geallieerden hadden hun troepen gehergroepeerd en waren klaar om elke aanval gelanceerd door de Duitsers terug te drijven. De operatie formeel januari 1945 eindigde op 27, en drie dagen later werd Mohnke gepromoveerd tot SS- Brigadeführer . Een korte tijd later LSSAH en de I SS Panzer Corps werden overgebracht naar Hongarije om de afbrokkelende situatie daar te versterken. Mohnke werd gewond bij een luchtaanval, waar hij leed, onder andere, schade aan zijn gehoor.Hij werd verwijderd uit de front-line service en op de Führer reserve. In zijn plaats, SS- Brigadeführer Otto Kumm werd benoemd tot de nieuwe divisie commandant ingang van 15 februari 1945. 
Het doden van Wereth 11 
Tijdens de Slag om de Ardennen, soldaten uit 3. / SS-PzAA1 LSSAH gevangen elf Afro-Amerikaanse soldaten uit 333e Bataljon van de Artillerie in het gehucht Wereth. Vervolgens werden de gevangenen werden doodgeschoten en hun resten gevonden door geallieerde troepen twee maanden later. De soldaten hadden hun vingers afgesneden, benen gebroken, en ten minste één werd neergeschoten terwijl het proberen om de wonden van een kameraad bandage

Oostfront 1945 
Operatie Spring Awaking ( Frühlingserwachen ) (6 maart 1945 - 16 maart 1945) was het laatste grote Duitse offensief tijdens de Tweede Wereldoorlog gelanceerd en was een offensief begonnen door de Duitsers in het grootste geheim op 6 maart 1945. Zij lanceerden aanslagen in Hongarije in de buurt van het meer Balaton gebied aan het Oostfront. Dit gebied bevatte een aantal van de laatste oliereserves nog beschikbaar is voor de Axis. De operatie betrokken zijn veel Duitse eenheden uit de mislukte Ardennenoffensief onttrokken aan het westelijk front, met inbegrip van de 6de SS Panzer Leger en de LSSAH. Bijna onvermijdelijk, Operatie Spring Awakening was een mislukking voor het Duitse leger. Ondanks de vroege winsten, de operatie was een perfect voorbeeld van de steeds slechtere militaire oordeel van Hitler tegen het einde van de oorlog. Haar voornaamste minpunt was dat het offensief was veel te ambitieus van opzet.
Na het mislukken van Operatie Spring Awakening , Sepp Dietrich 6de SS Panzer Leger trok zich terug in fasen naar het Wenen gebied.De Duitsers wanhopig bereid defensieve posities in een poging om de stad tegen de snel aankomen Sovjets, in wat bekend is geworden als het vasthouden Slag om Wenen .
Armband orden
Dit debacle is beroemd om de beruchte Ärmelstreifen (manchet titels volgorde) of "armband orde" waarvan wordt gezegd te hebben gevolgd. De order werd uitgegeven door Hitler aan de commandant van het 6de SS Panzer Leger, Sepp Dietrich. Het werd uitgegeven toen was het duidelijk dat de 6e SS Panzer en, nog belangrijker, de LSSAH hem had nagelaten. Toch moet men niet vergeten deze zogenaamde mislukking was in het gezicht van numeriek superieure krachten van het Rode Leger. Hitler beweerde dat de troepen "niet vechten als de situatie eiste." Als een teken van schande, de betrokken eenheden werden bevolen om hun "Adolf Hitler" verwijder manchet titels (Duits: Ärmelstreifen ). Toen Hitler de opdracht Himmler om de bestelling persoonlijk af te leveren, equivocated hij en stuurde de "armband orde" via telegram plaats.Op het gebied Sepp Dietrich walgde van bevel van Hitler. Dietrich vertelde SS- Obersturmbannführer Maier dat de zwembandjes "... op zou blijven." Verder dat het telegram niet zou worden doorgegeven aan de troepen.Een mythe ontstaan ​​dat een stapel medailles was teruggekeerd in een pispot aan Hitler, op dezelfde wijze als in het Goethe spelen Götz von Berlichingen . In feite had de meeste organisatorische manchet titels al verwijderd om te helpen camouflage Operatie Spring Awakening ; Heinz Guderian schreef later dat de verwijdering van eenheid manchetten van de Leibstandarte , Totenkopf , Hohenstaufen , en de Das Reich . Divisies werd bereikt om redenen van veiligheid 
Laatste dagen 
Een deel van de LSSAH eindigde zijn dagen vechten in Berlijn. Op 23 april 1945 benoemde Hitler Brigadeführer Mohnke de gezagvoerder voor de centrale wijk overheid (Zitadelle sector) dat de opgenomen Rijkskanselarij en Führerbunker .Mohnke's commandopost was onder de Rijkskanselarij in de bunkers daarin. Hij vormde Kampfgruppe Mohnke die was verdeeld in twee zwakke regimenten uit ongeveer 2.000 mensen.De kerngroep van zijn manschappen waren de 800 van de Leibstandarte Guard Bataljon (toegewezen om te waken de Führer). Na Hitlers zelfmoord , ontvangen orders ze uit te breken. Voorafgaand aan de poging, Mohnke ingelicht alle commandanten die binnen de Zitadelle sector over de gebeurtenissen met betrekking tot de dood van Hitler en de geplande doorbraak bereikt kon worden.Het begon op 2300 uur op 1 mei. Het was een "noodlottige moment" voor Mohnke toen hij het ​​Rijkskanselarij want hij had de eerste officier van dienst van de LSSAH in het gebouw geweest en was nu verlaten als de laatste operationele commandant op dezelfde plaats.Hij leidde de eerste van tien hoofdgroepen en probeerde noordwesten richting Mecklenburg.Een aantal zeer kleine groepen in geslaagd om de Amerikanen aan de Elbe's westelijke oever te bereiken, maar de meeste, waaronder de groep Mohnke's, kon niet door de Sovjet-lijnen. Velen werden gevangen en enkele zelfmoord gepleegd genomen. Op 2 mei vijandelijkheden eindigde officieel in opdracht van Helmuth Weidling, Commandant van de Berlijnse Defensie gebied. 
Na Wenen werd gevangen, het grootste deel van de divisie LSSAH overgegeven aan de Amerikaanse troepen in de Steyr gebied op 8 mei 1945.De demarcatielijn tussen de Sovjets en de Amerikaanse troepen was Enns . Daarom zijn de wegen naar Enns waren vastgelopen met burgers en soldaten als zij haastte zich naar het westen te krijgen voordat de 0100 uren deadline op 9 mei, wanneer de bruggen over de rivier zou worden geblokkeerd. De mannen van de LSSAH die het gemaakt westen waren marcheerden af naar verschillende krijgsgevangenen kampen. De meeste hen gingen die in de nabijheid van Ebensee.

De Kristallnacht 10 November 1938

De Kristallnacht was een door de nazi's georganiseerde pogrom gericht tegen de Joden in Duitsland. De Kristallnacht vond plaats in de nacht van 9 op 10 november 1938. In heel Duitsland werden Joden aangevallen, er werden 267 synagogen in brand gestoken en ongeveer 7500 winkels en bedrijven van Joden vernield. Ook Joodse huizen, scholen, begraafplaatsen en ziekenhuizen moesten het ontgelden. Het werd de brandweer verboden om de branden te blussen. Tijdens de Kristallnacht werden 92 Joden vermoord. Ook in Oostenrijk en Sudetenland werden Joden aangevallen en hun bezittingen vernield. Nazipropagandaminister Joseph Goebbels wordt gezien als het brein achter de Kristallnacht.
De naam Kristallnacht verwijst naar het vele glaswerk dat tijdens deze aanvallen werd vernield. Van Joodse zijde werd later bezwaar gemaakt, zij vonden de naam te eufemistisch gegeven de ernst van de gebeurtenissen. Sindsdien worden er in Duitsland ook andere namen gebruikt zoals Reichspogromnacht en Novemberpogrome 1938.
Een paar maanden nadat Adolf Hitler aan de macht kwam in januari 1933, verschenen er borden in de straten van Duitsland met opschriften als 'Joden niet welkom' en 'Koop niet bij Joden'. Ook werden er vanaf dat moment wetten uitgevaardigd die het leven van de 600.000 Joden in Duitsland steeds moeilijker maakten. Zo mochten ze geen ambtelijke functies meer bekleden, niet studeren aan de universiteit en met de Neurenberger Wetten uit 1935 verloren Joden hun burgerrechten. De levensomstandigheden van de Joodse bevolking werden steeds zwaarder, door de nazistische wetten en de hetze onder de Duitse bevolking verloren velen hun middelen van bestaan. In 1938 waren al 150.000 Joden Duitsland ontvlucht. Hitler, die de Duitse maatschappij wilde 'ontjoden' (naar analogie van 'ontluizen'), zag bij voorkeur alle Joden uit Duitsland vertrekken. Er waren veel meer Joden dan de reeds vertrokken 150.000 die Duitsland wilden verlaten, maar andere landen wilden geen of maar mondjesmaat Joden opnemen. Omdat de 'ontjoding' niet snel genoeg ging, gaf Hitler op 18 oktober 1938 het bevel 12.000 Pools-Duitse Joden uit te zetten. Deze Joden woonden vaak al jaren legaal in Duitsland. De te deporteren Joden kregen slechts één nacht om Duitsland te verlaten, ze mochten daarbij één koffer meenemen. De achtergebleven bezittingen werden in beslag genomen door de nazi's of geplunderd door buurtgenoten. De 12.000 Joden werden op de trein gezet naar Polen waar 4.000 mensen werden toegelaten door de Poolse regering. De andere 8.000 gedeporteerden konden niet anders dan wachten bij de grens op een eventuele toelating tot Polen. Bij de grens waren geen voorzieningen, de Joden wachtten buiten - zonder onderdak en zonder voedselvoorziening, regelmatig werd er geweld tegen hen gepleegd en er vielen ook doden.
Eén van de gedeporteerde families was de familie Grynszpan uit Hannover, waar ze al 27 jaar woonden. Hun 17-jarige zoon Herschel Grynszpan was Duitsland al eerder ontvlucht en woonde in 1938 bij zijn oom in Parijs. Op 3 november 1938 ontving Herschel Grynszpan een brief van zijn zuster waarin zij hem schreef over hun deportatie en de erbarmelijke omstandigheden waarin de familie verkeerde. In de daaropvolgende dagen las Grynszpan meer verhalen over de deportatie van de Pools-Duitse Joden in een Jiddische krant. De berichtgeving maakte hem woedend. Op 7 november ging Grynszpan naar de Duitse ambassade te Parijs om te pleiten voor de gedeporteerden, echter zonder succes. Gefrustreerd vuurde hij vijf kogels af op de diplomaat die weigerde hem te helpen. Deze Duitse diplomaat, Ernst vom Rath, overleed twee dagen later.Of Grynszpan inderdaad ging pleiten voor de 12.000 gedeporteerden is niet helemaal zeker, andere historici gaan ervan uit dat Grynszpan naar de ambassade ging met het voornemen de ambassadeur te vermoorden, deze was echter niet aanwezig waarop Grynszpan Vom Rath dodelijk verwondde.
Opmaat naar de Kristallnacht
Voor Joseph Goebbels, gouwleider (Gauleiter) van de hoofdstad Berlijn en Minister van Propaganda, was de aanval op Vom Rath een uitgelezen kans om bij Hitler weer in een goed blaadje te komen. Goebbels had een liefdesaffaire gehad met de Tsjechische actrice Lida Barova, wat een publiek schandaal veroorzaakt had en hierdoor had Goebbels veel aanzien verloren in nazi-Duitsland. Hij gebruikte de aanval op Vom Rath voor een tirade tegen de Joden. Goebbels gaf Hitler een motief voor een anti-Joodse actie door de verspreiding van de leuze: "Niet Herschel Grynszpan, maar het gehele Jodendom is verantwoordelijk voor de dood van een Duitse diplomaat".
De eerste reactie van de nazi's liet niet lang op zich wachten, op 8 november 1938 werden met onmiddellijke ingang alle Joodse kranten en tijdschriften verboden. Hierdoor werden de Joden afgesneden van hun gemeenschap en belangrijker nog, ook van nieuws over emigratiemogelijkheden. Op het moment van het verbod bestonden er drie Duits-Joodse kranten en vier Duits-Joodse tijdschriften. Op dezelfde dag werd ook afgekondigd dat Joodse kinderen niet meer werden toegelaten tot Duitse (Arische) scholen en dat alle Joodse culturele activiteiten voor onbepaalde tijd werden opgeschort.

De nacht van 9 op 10 november
Twee dagen na de aanval op Vom Rath, op 9 november 1938, gaf Hitler Goebbels toestemming om een geweldactie tegen de Joden te starten.
Goebbels ziet zijn kans
De dood van Vom Rath op 9 november viel samen met de herdenking van de Bierkellerputsch, de mislukte staatsgreep van Hitler en zijn aanhangers in 1923. Ondanks het mislukken van die staatsgreep was de herdenking een jaarlijks hoogtepunt voor de nazi’s. Die avond waren veel nazi-bonzen en oud-strijders samengekomen in het oude raadhuis van München, ook Hitler was aanwezig. Op weg naar de herdenking werd Joseph Goebbels gewaarschuwd voor onregelmatigheden in München die het gevolg waren van de moordaanslag op Vom Rath. De acties - die ook elders in Duitsland plaatsvonden - waren gericht tegen de Joodse bevolking, Goebbels gaf de politie direct opdracht 'zich soepel op te stellen' oftewel: niet in te grijpen. Waarschijnlijk zag Goebbels zijn kans en nam hij zich op weg naar de herdenking voor om de volksopstand te gebruiken om het antisemitisme een duwtje in de rug te geven. Tijdens de bijeenkomst in het raadhuis spraken Goebbels en Hitler met elkaar, Goebbels schreef hierover later in zijn dagboek dat Hitler tijdens dit gesprek toestemming gaf voor een 'demonstratie'. Hitler verliet de herdenking rond 21.30 uur, direct na het vertrek van Hitler hield Goebbels rond 22 uur een toespraak. In deze toespraak meldde hij dat Vom Rath was bezweken en vervolgde: "Moet ik u vertellen tot welk ras het vuile zwijn behoorde dat deze lage misdaad heeft begaan? Een Jood!". Volgens Goebbels was het niet alleen de schuld van Grynszpan dat Vom Rath was omgekomen, het hele Jodendom was verantwoordelijk. Goebbels riep de aanwezigen op "deze aanval van het internationale Jodendom niet onbeantwoord [te] laten, we moeten wraak nemen! Gezamenlijk moeten we ons antwoord formuleren op deze Joodse moord en de dreiging die het internationale Jodendom voor ons roemrijke Duitse Rijk betekent!" De aanwezigen kregen daarmee geen expliciet bevel om Joden aan te vallen maar werden wel aangemoedigd. Ook was inmiddels duidelijk dat de politie niet in zou grijpen. Goebbels schreef later in zijn dagboek dat hij en Hitler vonden dat "de Joden maar een keer de woede van het volk moesten voelen".
Goebbels geeft de SA en Gauleiter instructies
Na de bijeenkomst in het raadhuis in München kwamen Goebbels, de Gauleiter (regionale NSDAP-leiders) en de SA-leiders (de SA was de paramilitaire organisatie van de NSDAP) samen in Hotel Schottenhammel te München. De Gauleiter en SA-leiders werden door Goebbels geïnformeerd over wat hen te doen stond. Deze bevelen gaven zij direct telefonisch door aan hun ondergeschikten. Korte tijd later gingen SA-leden de straat op, de door de herdenking van de Bierkellerputsch vaak al dronken mannen waren wel te porren voor wat rellen en geholpen door burgers sneuvelden synagogen, huizen, bedrijven, winkels, begraafplaatsen en scholen van Duitse Joden. Goebbels bleef intussen bezig met het uitvaardigen van instructies en gaf in Berlijn zelf de opdracht tot het vernielen van de synagoge aan de Fasanenstrasse in Berlijn.
Politie en SS krijgen het bevel niet op te treden
De leiders van de SS (de politie van de NSDAP), de reguliere politie en de Gestapo (geheime politie) waren ook in München voor de herdenking van de Bierkellerputsch. Zij hadden de toespraak van Goebbels echter niet bijgewoond en hoorden pas van de actie nadat die was begonnen. Reinhard Heydrich, toenmalig leider van de politie, werd rond 23.00 uur op de hoogte gebracht. Heydrich nam direct contact op met zijn meerdere Heinrich Himmler met de vraag hoe de politie (inclusief de Gestapo) en de SS zich op moesten stellen. Himmler was op dat moment met Hitler in Hitlers appartement en besloot in overleg met Hitler dat de SS zich afzijdig moest houden, de SS verfoeide wanorde dus een actie als de Kristallnacht paste beter bij de meer volkse SA. Ook de chef van de Gestapo Heinrich Müller was inmiddels op de hoogte, vanuit het Gestapohoofdkwartier stuurde hij een telex naar alle politiebureaus in het Rijk. In de telex meldde hij dat door het hele land demonstraties werden verwacht tegen Joden. De Gestapo mocht niet ingrijpen, aldus Müller, maar ze moesten wel samen met de gewone politie plunderingen voorkomen. Ook schreef Müller dat de politie zich moest voorbereiden op de arrestatie van 20.000 tot 30.000 Joden en archiefmateriaal uit synagogen en Joodse gemeenschapshuizen in veiligheid moest brengen. Dit materiaal kon hen immers belangrijke informatie verschaffen over de Joodse gemeenschap in Duitsland. Müller sloot zijn telex af met de boodschap dat nadere orders zouden volgen. Die instructies volgden om 1.20 uur als Heydrich een 'nieuwsflits' stuurt aan alle bureaus van de Gestapo en de Sicherheitsdienst (de inlichtingendienst van de SS). In die telex schrijft Heydrich dat 'synagogen in brand gestoken mogen worden als er geen gevaar bestaat dat het vuur overslaat naar de omliggende huizen' en 'dat winkels en woningen van Joden mogen worden vernietigd, maar niet geplunderd'. Plunderen was niet toegestaan omdat de staat zich de eigendommen zelf wilde toe-eigenen. Ook gaf Heydrich de opdracht zoveel mogelijk Joden te arresteren, vooral welgestelden. Rudolf Hess kwam ongeveer tegelijkertijd met eenzelfde order richting alle Gauleiter van de NSDAP.
Geweldsexplosie
De Gauleiter, de SS, de reguliere politie en de Gestapo waren nu op de hoogte van de bevelen van Heydrich, maar de leden van de SA niet. De SA-leden meenden dat ze de vrije hand hadden gekregen van Goebbels en zo vond er die nacht een uitspatting van geweld plaats waarbij de SS en de politie (incl. Gestapo) niet mochten ingrijpen. Gedurende Kristallnacht werden tenminste 7.500 winkels, 29 warenhuizen en 171 woningen verwoest, 191 synagogen verbrand en nog eens 76 synagogen op een andere manier vernield. Ook Joodse gemeenschapscentra, dodenkapellen, begraafplaatsen en vergelijkbare gebouwen werden in de brand gestoken. Overal waren Joden het slachtoffer van geweld, de aanvallers maakten daarbij geen onderscheid tussen vrouwen, mannen, kinderen en ouderen. Er vielen vermoedelijk zo’n 600 ernstig gewonden. Na Kristallnacht verklaarde Reinhard Heydrich dat er 36 Joden omgekomen waren, later werd dit aantal opgeschroefd naar 91. Schattingen na de Tweede Wereldoorlog vallen hoger uit en reppen van 236 doden. Tijdens Kristallnacht zouden ook meerdere Joden zelfmoord plegenDe Kristallnacht leek op een spontane volksopstand en werd internationaal in eerste instantie ook als zodanig gezien. Men dacht zelfs dat Goebbels de volksopstand een halt toe had geroepen. Dat de Kristallnacht alles behalve een spontane actie was, zou later blijken. Goebbels had de pogrom in gang gezet en gemanipuleerd en Hitler had zelf toestemming dan wel opdracht gegeven.
De Joden krijgen de schuld
De Kristallnacht was de eerste echte grote geweldpleging tegen de Joden in Duitsland sinds de machtsovername door de nazi’s in 1933. De geweldsexplosie was de apotheose na jaren van toegenomen spanningen, pesterijen en verbodsbepalingen in het nadeel van de Joodse gemeenschap in Duitsland. De nazi's namen overigens niet de verantwoordelijkheid voor de Kristallnacht. De door het geweld veroorzaakte schade werd de Joodse gemeenschap aangerekend, zij zou het geweld hebben 'uitgelokt'. Op 12 november 1938 werd besloten dat de Joodse gemeenschap een boete moest betalen van een miljard Reichsmark wegens 'hun vijandige houding ten opzichte van het Duitse volk, het uitlokken van geweld en de moord op Vom Rath'. Bovendien moesten de verzekeringsmaatschappijen waar de Joden verzekerd waren het geld waar de verzekerden na de Kristallnacht recht op hadden in de staatskas storten. De boete werd geïnd in de vorm van een belasting, Joden moesten 25% van hun vermogen afstaan aan de Duitse staat, in totaal werd er 1.126.612.495,- Reichsmark opgehaald.

 

 

Reactie van Duitse burgers
De Duitsers reageerden verschillend. De Britse historicus Martin Gilbert schrijft in zijn boek 'Kristallnacht: Prelude to destruction' dat veel Duitsers geen voorstander waren van de pogrom. Zijn mening wordt bevestigd door getuigen van de Kristallnacht die vertelden 'dat mensen achter hun gordijnen zaten te huilen'. Soms werden de vervolgde Joden geholpen, maar de meerderheid van de Duitse burgers wachtte machteloos af tot het voorbij was. Andere Duitse burgers deden volop mee met de SA tijdens de Kristallnacht. In sommige steden braken al rellen uit op 7 november, direct na de aanslag op Vom Rath. Hier en daar gingen de rellen ook door na 10 november 1938. Duitse burgers, aanhangers van het nationaalsocialisme, namen het initiatief tot deze rellen. Getuigen zouden later vertellen dat onder de deelnemers ook vrouwen en kinderen waren. Een Britse correspondent in Berlijn, werkzaam voor de London Daily Telegraph deed verslag: "In Berlijn heerste de wet van het gepeupel, hordes vandalen gaven zich over aan een orgie van vernietiging. Ik heb in de laatste vijf jaar diverse anti-Joodse rellen meegemaakt, maar nooit zo ziekmakend als nu. Raciale haat en hysterie lijken zich volkomen meester te hebben gemaakt van een anders zo fatsoenlijk volk. Ik zag chic geklede vrouwen staan applaudisseren en schreeuwen van vreugde, terwijl respectabele moeders uit de middenklasse hun baby’s in de hoogte hielden zodat ze beter de ‘pret’ konden zien."
Hoeveel mensen meededen met de rellen, machteloos toekeken of zich verzetten is niet bekend. In een op 11 november gepubliceerd artikel schrijft Goebbels dat de Duitse burgers zich tijdens de Kristallnacht hebben laten leiden door hun 'gezonde instinct'. De Duitsers zijn nu eenmaal antisemitisch, stelt Goebbels, en willen zich niet langer laten beperken of provoceren door Joodse parasieten.
Reactie van de kerk
De houding van de kerk in Duitsland varieerde van positief tot passief, in ieder geval hield de kerk als instituut zich afzijdig. Zowel de protestantse als de katholieke kerk uitten geen officiële kritiek, ook ondersteunden de kerk de individuele protesten van pastoors en priesters niet. De protestantse bisschop van Thüringen, Martin Sasse, toonde zich verheugd over de vernietiging van de synagogen. Kort na de Kristallnacht publiceerde Sasse een boek over de geschriften van Maarten Luther, in het voorwoord schrijft hij: "Op 10 november 1938, de geboortedag van Luther, branden de synagogen in Duitsland." Volgens Sasse had Luther zich geen mooier verjaardagsgeschenk kunnen wensen. Luther schreef in 1543 een pamflet met de titel 'Over de Joden en hun leugens', in dat pamflet schrijft Luther: "Men moet hun synagogen en scholen in brand steken en wat niet wil branden, moet men met aarde overdekken zodat geen mens er een steen of sintel meer van ziet, voor eeuwig niet". Luther is zowel door Hitler als door de protestantse kerk vaak aangehaald om de Jodenvervolging te 'verklaren' of vergoelijken.
Internationale reactie
De internationale gemeenschap reageerde geschokt en afkeurend. Door de Kristallnacht kwamen pro-nazi-bewegingen in Westerse landen in een negatief daglicht te staan, waarmee de steun aan deze bewegingen afnam. De berichtgeving in de media was in het algemeen negatief, maar daar ging men er in eerste instantie vanuit dat de Kristallnacht een spontane volksopstand was, die stopte doordat de Duitse regering bij monde van Goebbels ingreep. Pas later werd duidelijk dat Goebbels juist de aanjager van de Kristallnacht was. De Verenigde Staten riep als reactie op Kristallnacht zijn ambassadeur terug uit Duitsland, maar verbrak de diplomatieke banden niet geheel. De verhouding tussen Duitsland, Amerika en een groot aantal landen binnen Europa verslechterde na de Kristallnacht. Het werd de internationale gemeenschap duidelijk dat nazi-Duitsland niet uit was op vrede, dit was al een grote stap ten opzichte van 1936 toen de internationale gemeenschap nog stond te juichen tijdens de door Duitsland georganiseerde Olympische Spelen.
De Nederlandse regering reageerde gematigd, minister-president Hendrikus Colijn wilde angstvallig de Nederlandse neutraliteit behouden. Omdat de Nederlandse regering op goede voet wilde blijven met Duitsland, sloot Nederland op 15 december 1938 de grens voor Joodse vluchtelingen en bestempelde hen tot ongewenste vreemdelingen. De SDAP reageerde verontwaardigd, de fractievoorzitter van de SDAP Johan Willem Albarda stelde dat er 'een groot sentiment onder het Nederlandschen volk was om hulp te bieden'. Albarda vroeg de regering-Colijn meer te doen dan zij op dat moment deed, hij wilde dat er meer vluchtelingen werden toegelaten. Colijn voelde daar niets voor en wees op het grote aantal Joodse vluchtelingen, de economische druk die dat kon veroorzaken en het volgens hem bestaande antisemitisme in Nederland dat door de toelating van Joodse vluchtelingen alleen maar aangewakkerd zou worden. Colijn zei: "Dat zeg ik in het belang van onze Nederlandsche Joden zelf. In dezen tijd is geen enkel volk volkomen vrij van antisemitisme, de sporen ervan worden ook in ons land gevonden en wanneer men nu ongelimiteerd een stroom vluchtelingen uit het buitenland hier zou binnen laten, zou het noodzakelijk gevolg ervan zijn dat de stemming in ons eigen volk ten opzichte van de Joden een ongunstige kentering zou kunnen ondergaan." In een memorie van antwoord bij de Rijksbegroting 1938 staat: "Vermeden moet worden alles wat de strekking heeft duurzame vestiging in ons reeds zo dichtbevolkte land te bevorderen, daar een verder binnendringen van vreemde elementen schadelijk zou zijn voor de handhaving van het karakter van den Nederlandschen stam. De Regeering is van oordeel dat in beginsel ons beperkt territoir voor de eigen bevolking moet blijven gereserveerd." De Nederlandse regering werd toch door het parlement gedwongen de toelatingsquota te versoepelen van 2000 naar 7000 vluchtelingen. Uiteindelijk werden er 10 000 vluchtelingen legaal toegelaten. Illegaal kwamen er natuurlijk veel meer. De legale vluchtelingen werden veelal ondergebracht in Kamp Westerbork van waaruit ze na de machtovername door de nazi's naar concentratiekampen werden getransporteerd.

 

 

Nasleep en gevolgen van de Kristallnacht
De Kristallnacht wordt gezien als een keerpunt in het beleid van de nazi's jegens de Joden. De nazi's en de aan de nazi's gelieerde media spraken na 10 november 1938 onomwonden over de door hen gewenste oplossing van het 'Joodse probleem' en die oplossing moest, in de woorden van Hermann Göring, snel en definitief zijn. Maar of de Kristallnacht, zoals sommige historici beweren, gezien moet worden als hét startpunt van de Holocaust, daarover is men het niet eens. Het tijdstip waarop de Holocaust begon wordt vaak meer naar voren gelegd, bijvoorbeeld naar 1933 met de boycot van Joodse winkels op 1 april of 1935 met de invoering van de Rassenwetten van Neurenberg.
Na de nog enigszins impulsieve gebeurtenissen in de nacht van 9 op 10 november 1938 ging het geweld tegen de Joden over in een planmatige vervolging en vernietiging van de Joden in Duitsland, de SS kreeg hierover de leiding. De SA speelde bij deze plannen geen rol meer. Het was de nazi's tijdens de Kristallnacht immers duidelijk geworden dat de Duitse burgers zich niet of slechts minimaal zouden verzetten bij geweld tegen Joden. In de dagen na de Kristallnacht werden circa 30.000 Joden door de SS opgepakt en in de concentratiekampen Buchenwald, Dachau en Sachsenhausen gevangengezet.
Ontkenning door Hitler
Hoewel Hitler via Goebbels op de hoogte was en zelf het bevel voor de pogrom op 9 november 1938 had gegeven, zou hij later veinzen dat hij niets van de zaak afwist. Dit werd ook tijdens de processen in Neurenberg beweerd, een bewering die door een deel van de historici werd overgenomen. Men is het er inmiddels over eens dat de ontkenning van Hitler een poging was om onschuldig te lijken.
Herdenkingen
In Nederland vindt een herdenking van de Kristallnacht plaats bij het stadhuis in Amsterdam. De eerste herdenking was in 1992 en daarna ieder jaar tot en met 2000. In 2000 liep een herdenking uit de hand. In 2001 en 2002 waren er geen herdenkingen in Amsterdam. In 2003 organiseerde het Centraal Joods Overleg bij het Joods Verzetsmuseum voor het Amsterdamse stadhuis een herdenking . Ook in 2008 organiseerde het Centraal Joods Overleg, ditmaal in het stadhuis, een Kristallnachtherdenking. De eerste herdenking in Nederland werd georganiseerd door een aantal jongerenorganisaties waaronder SAP/Rebel, Landelijke Studenten Vakbond en KMAN-Jongeren samen met Comité 21 maart (Dag van het Racisme), voorloper van de stichting Nederland Bekent Kleur. De jaren daarna namen steeds meer steden dit initiatief over waaronder Breda, Leiden, Tilburg, het v/m Kamp Westerbork en het v/m Kamp Amersfoort. In 2008 werd op tien plaatsen in Nederland de Kristallnacht herdacht o.a. in Amsterdam en in het kamp Westerbork
Trivia
De Duitse rockband BAP maakte in 1982 het nummer Kristallnaach geïnspireerd op deze historische gebeurtenis die in hun ogen model stond voor iedere vorm van vreemdelingenhaat die steeds weer in de geschiedenis nadien de kop dreigt op te steken.

Werkkampen Concentratiekampenvan Nazi Duitsland

Auschwitz concentratie-vernietigingskampen

Auschwitz was een verzameling van concentratie- en vernietigingskampen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland nabij de Poolse stad Auschwitz (Pools: Oświęcim) werden opgezet. Het was het grootste van alle Duitse concentratiekampen en bestond uit Auschwitz I (Stammlager of basiskamp), Auschwitz II-Birkenau (Vernichtungslager of vernietigingskamp), Auschwitz III-Monowitz (een werkkamp) en een aantal subkampen.
Naar Auschwitz werden ongeveer 1,3 miljoen mensen gedeporteerd.Hiervan zijn er ongeveer 1,1 miljoen om het leven gekomen, waarvan het grootste deel werd vergast
De naam Auschwitz is symbolisch geworden voor de vernietigings- en concentratiekampen van de nazi's die op vele plaatsen in Europa verschenen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Miljoenen mensen, merendeels Joden maar ook personen die tot andere etnische minderheden behoorden, evenals politieke gevangenen, zijn in dergelijke kampen om het leven gekomen.
Na de Duitse aanval op Polen in september 1939 kregen de Duitsers in toenemende mate te maken met weerstand en verzet. Veel Poolse politieke tegenstanders werden opgepakt, en net als in Duitsland was het de bedoeling dat deze in zogenaamde concentratiekampen zouden worden geplaatst.
In april 1940 had Reichsführer-SS Heinrich Himmler na diverse terreininspecties opdracht gegeven nabij Auschwitz, in het zuiden van Polen, tot de bouw van een concentratiekamp over te gaan. Reden om het concentratiekamp te bouwen was dat de cellen in Polen al overvol waren. Men had dus nieuwe plaatsen nodig om het groeiend aantal Poolse gevangenen die uit ingelijfde Poolse provincies kwamen te kunnen opsluiten. Aanvankelijk zou het kamp plaats moeten bieden aan 10 000 personen.
Het terrein dat voor de vestiging was uitgekozen lag aan de oostelijke zijde van de Moravische Poort, in een vlakte tussen de rivieren Sola en Wisła. Dit was een vochtig, drassig en ongezond gebied. Verkeerstechnisch bood deze plaats de nazi's veel voordelen, want Auschwitz lag aan de spoorwegverbinding van Katowice met Krakau. De oude Poolse legerkazernes in het dorpje Zasole vormden de eerste behuizing van het kampcomplex.
Inde plannen was ook het voorstel van IG Farben voor de bouw van een zogenaamde Bunafabriek (productie van synthetisch rubber) inbegrepen. Het bedrijf zocht namelijk nog een plaats voor de fabriek. Aangezien Auschwitz over voldoende ruimte beschikte en in de omgeving voldoende water, kalk, zout, kolen en andere grondstoffen aanwezig waren, leek het concentratiekamp de nazi's hiervoor een plaats bij uitstek. Bovendien konden ze zo gebruikmaken van werkkrachten uit het concentratiekamp. Op 1 maart 1941 hadden een delegatie van IG Farben en Himmler een bespreking en bezichtiging in Auschwitz. Op 7 april datzelfde jaar nam in Katowice de bouw van de Bunafabriek een aanvang. Deze fabriek vormde samen met andere fabrieken van IG Farben het latere Auschwitz III-Monowitz.
Auschwitz I, ook wel het Stammlager genoemd, was een van de drie grote kampen van Auschwitz en tevens het eerste. Het werd in 1940 officieel als gevangenenkamp opgeleverd, en deed later dienst als het administratieve centrum van het gehele complex. In dit kamp werden ongeveer 70 000 mensen omgebracht, voornamelijk Poolse intellectuelen en Russische krijgsgevangenen.
Beginfase
Auschwitz I werd - in tegenstelling tot wat eerder was gepland - niet als doorvoerkamp ingericht, maar als concentratie- en werkkamp. Op 5 mei 1940 werd Rudolf Höss aangesteld als kampcommandant.[4] Het eerste gevangenentransport met dertig Duitse criminelen arriveerde op 20 mei 1940.Zij moesten samen met driehonderd Joden uit de stad het kamp opknappen. Vijftien SS'ers werden meegestuurd als bewakers. De dertig criminelen kregen later extra privileges door hun functie als kampoudsten of kapo's.vrijwel de gehele oorlog lang waren de kapo's Duitse beroepscriminelen, die opvielen door hun wreedheid.
De oude, deels ommuurde Poolse legerkazerne werd in gebruik genomen als concentratie- en werkkamp. Aanvankelijk werden achttien gebouwen als barakken gebruikt, waaronder een kampziekenhuis en een kampgevangenis. Dit is later bekend geworden als "Block 11". Er werden wachttorens gebouwd en er werd prikkeldraad geplaatst. Buiten het kamp lagen twee gebouwen voor de kampstaf en een crematorium dat in een van de buitenwereld afgeschermde oude munitiebunker was ingericht.
Op 14 juni 1940, toen het kamp was opgeknapt, kwam het eerste officiële gevangenentransport met ongeveer 720 Poolse politieke gevangenen uit Tarnów aan in Auschwitz. Onder deze gevangenen bevond zich Wiesław Kielar, die vijf jaar Auschwitz zou overleven.[6] Het aantal gevangenen zou op 15 augustus door een transport politieke gevangenen uit Warschau oplopen tot 3200.Ook in de maanden daarna kwamen nog enkele transporten aan. Op 31 december 1940 bedroeg het aantal gevangenen 7829.De eerste executies in het kamp volgden. Op 22 november 1940 werden veertig politieke gevangenen neergeschoten als represailles voor een aanslag op een SS-officier in een nabij gelegen stad.In het eerste jaar werd het kamp gestaag uitgebreid. Vrijwel alle gevangenen waren zes dagen per week, elf uur per dag in de weer met de bouw van het kamp. Binnen een straal van vijf kilometer werden alle bewoners verdreven. De bouwmaterialen uit de verlaten woningen werden gebruikt voor bouw van barakken in het kamp.

Uitbouw
In het tweede jaar bracht Himmler een inspectiebezoek aan het kamp. Hij gaf Höss de opdracht om de capaciteit van Auschwitz I uit te breiden tot 30 000. Tevens kreeg Höss de opdracht om bij het drie kilometer verderop gelegen Birkenau een tweede kamp met een capaciteit van 100 000 gevangenen te bouwen. Auschwitz I was aanvankelijk bedoeld om Poolse politieke tegenstanders, verzetsmensen en intellectuelen in onder te brengen. Later werden er Russische krijgsgevangenen en Duitse criminelen ondergebracht in dit kamp, en nog later ook Jehova's getuigen, "asociale elementen" zoals landlopers en prostituees, homoseksuelen en Joden. Ondanks de gestage uitbreiding naar een capaciteit van 30 000, lag het aantal gevangenen in de eerste jaren dat het kamp bestond voortdurend tussen de dertien- en zestienduizend mensen. In 1942 nam de aanvoer van gevangenen flink toe en bereikte dit aantal de twintigduizend.
Er werd zes dagen per week en elf uur per dag gewerkt (in de wapenfabrieken van Auschwitz III vaak zeven dagen). De zondagen waren voor wassen en douchen gereserveerd. Door de harde arbeidsomstandigheden, het weinige eten, de wreedheid van de SS en de slechte hygiëne was het sterftecijfer onder de gevangenen zeer hoog.
Ontwikkeling van de gaskamers
De eerste vergassingen van gevangenen uit Auschwitz vonden niet in het kamp zelf plaats; deze gevangenen werden vervoerd naar gaskamers in Duitsland. Eind juli 1941 werden in het kader van Aktion 14f13 ongeveer 570 gevangenen uit Auschwitz naar Schloss Sonnenstein in Pirna gebracht, waar ze door middel van koolstofmonoxide (CO) werden vergast.Tot aan de zomer van 1941 werd deze methode alleen op gehandicapten toegepast. Ongeveer 70 000 gehandicapten waren al op deze manier gedood.Himmler wilde deze methode ook gaan gebruiken in concentratiekampen. Een speciale eenheid kwam Auschwitz om deze reden bezoeken. Al snel werd het systeem ingevoerd in Auschwitz. Zieken werd verteld dat ze zich, na inschrijving, konden laten behandelen. Ongeveer 575 personen schreven zich uiteindelijk in voor de "behandeling".Men werd echter niet behandeld, maar naar de gaskamers gebracht.
Tot 1941 werden de meeste slachtoffers niet vergast, maar doodgeschoten. Himmler woonde enkele executies in het oosten bij, en na een van deze executies vertelde SS-General Erich von dem Bach-Zelewski aan Himmler dat de SS'ers die de executies uitvoerden het mentaal flink te verduren kregen. Dit zette Himmler aan het denken en hij realiseerde zich dat hij een betere, snellere en mentaal minder uitputtende methode moest vinden. SS-Leutnant dr. Albert Witmann, die betrokken was bij de ontwikkeling van de koolstofmonoxidevergassingen, werd naar het oosten gestuurd om een nieuwe methode uit te vinden. Hij kwam tot de conclusie dat het te duur en te veel werk was om flessen met koolstofmonoxide over grote afstand te vervoeren, en besloot daarop een vrachtwagen met explosieven mee te nemen. De Duitsers dreven gevangenen bij elkaar in een bunker en besloten deze op te blazen.Na deze methode werden er nog diverse andere massamoordmethodes uitgeprobeerd, waaronder het gebruik van uitlaatgassen.Ze dreven mensen bij elkaar in een kamer die verbonden was met de uitlaten van twee voertuigen. Deze methode van vergassing door middel van koolstofmonoxide was een stuk goedkoper dan het vervoeren van flessen met de stof.
Ook in Auschwitz I ging intussen het onderzoek naar verbetering van de moordmethodes door. Bij afwezigheid van kampcommandant Höss kreeg waarnemer Karl Fritzsch een doorslaggevend idee. Waar de SS nog steeds arbeidsongeschikte gevangenen doodschoot, dacht Fritzsch dat het middel waar men de kleren mee desinfecteerde, Zyklon B, tevens als gas kon worden gebruikt.Zodra Zyklon B aan lucht wordt blootgesteld, lossen de Zyklon B-kristallen op en komt een dodelijk gas vrij: waterstofcyanide (blauwzuur)
Eind augustus of begin september koos Fritzsch blok 11 uit om een proef te doen met Zyklon B.Een kelder werd voorbereid voor het experiment en vanaf dat moment mocht niemand meer uit zijn cel. Russische krijgsgevangenen werden in blok 11 bijeen gedreven en naar de kelder verplaatst. De eerste test met Zyklon B was een feit. De dag erna werd de effectiviteit gecontroleerd, waarbij bleek dat een groot deel van de gevangenen nog in leven was. De nazi's verhoogden daarop de dosis - met het door hen gewenste resultaat. De SS liet gevangenen de lijken opruimen en verbranden in het crematorium. Na dit eerste experiment werd een tweede vergassing met Zyklon B uitgevoerd op een transport met Russische krijgsgevangenen.
Toen Höss terugkwam in het kamp, kreeg hij het verhaal over het experiment te horen. Höss was tevreden en gerustgesteld. Voordeel was dat het op grote schaal kon plaatsvinden. Bovendien zouden de Duitsers nu bloedbaden bespaard blijven.
Na de vergassingen werd een oude munitiebunker omgebouwd tot een gaskamer met crematorium. De Duitse firma J. A. Topf und Söhne leverde de verbrandingsovens. In december 1941 vond de eerste grote vergassing hier plaats. Ongeveer negenhonderd Russische krijgsgevangenen werden met Zyklon B omgebracht, waarna in februari 1942 hetzelfde gebeurde met ongeveer vierhonderd Joodse arbeidsongeschikten. De eerste en enige gaskamer van Auschwitz I bleef "slechts" tot mei 1942 in gebruik.
Het crematorium bleef tot eind juli 1943 in gebruik. Na een verbouwing bleek de capaciteit nog steeds niet voldoende. De uitbreiding van Auschwitz I werd gecombineerd met de bouw van een nieuw en groter crematorium. Echter, de ovens bleken later niet naar het crematorium in Auschwitz I (Crematorium I) te gaan omdat ze nodig waren in het nieuwe kamp, Auschwitz II-Birkenau. Crematorium I werd vervolgens omgebouwd tot een luchtafweerbunker voor de SS.
Men vermoedt dat in de gaskamer van Auschwitz I in totaal 60 000 personen zijn omgekomen. Dit is slechts een klein deel van het totaal aantal mensen dat in dit kamp werd vergast.
Na uitbreiding
Naarmate de tijd vorderde en de uitbreiding van Auschwitz I en het ontstaan van Auschwitz II-Birkenau en Auschwitz III-Monowitz een feit was, werd het belang van Auschwitz I kleiner. Het administratief hoofdkwartier bevond zich echter wel in het Stammlager, maar de nazi's legden steeds meer de nadruk op Auschwitz II-Birkenau. Auschwitz I werd vooral gebruikt om gevangenen die dienst deden in fabrieken in Auschwitz III-Monowitz of op andere plaatsen arbeid moesten verrichten in onder te brengen.
Ook werd er vanaf juni 1943 op verzoek van Himmler in blok 24a een bordeel gevestigd, het Lagerbordell. Eerder had de SS een plan om een bordeel in blok 11 te plaatsen verworpen. Het bordeel werd in oktober 1943 geopend en moest als beloning dienen voor gevangenen met extra privileges, zoals kapo's. De bewakers van de SS mochten geen gebruik maken van dit bordeel, maar wel van het bordeel in de stad Auschwitz. Meer dan zestig Duitse, Poolse en Oekraïense vrouwen werden uit het vrouwenkamp van Auschwitz II-Birkenau gehaald om in de bordelen van Auschwitz I en Auschwitz III-Monowitz te werken. Het bordeel bleef tot enkele dagen voor de evacuatie bestaan.
Net als in andere kampen werden ook in Auschwitz experimenten op gevangenen uitgevoerd. De artsen in Auschwitz werden berucht vanwege hun medische experimenten.
Josef Mengele was de beruchtste SS-arts. Hij voerde experimenten uit met tweelingen, omdat hij inzicht wilde krijgen in de rol van de genetische aanleg in de ontwikkeling en het gedrag van de mensen. De gekozen tweelingen werden altijd tot in details met elkaar vergeleken. Zo werd er dagelijks bloed afgenomen voor onderzoek. Nadat het bloed was onderzocht en bewerkt, werd dit vanuit het laboratorium in Berlijn teruggestuurd naar Auschwitz, waar het bloed van de ene bij de andere tweeling werd ingespoten.Dit leidde vaak tot koorts en andere ziekteverschijnselen. Tevens werden de tweelingen gebruikt om te onderzoeken of de kleur van de ogen kon worden veranderd. Mengele injecteerde een kleurstof rechtstreeks in de ogen, waarna vaak blindheid optrad.Bij jonge tweelingen werden vaak zonder verdoving ledematen en/of organen verwijderd.Andere, vaak iets oudere, tweelingen kregen een injectie met diverse bacteriën die uiteenlopende ziekten veroorzaakten. Mengele kon hierna vaststellen hoe lang het duurde voordat de proefpersonen overleden.Dat de tweelingen de experimenten niet overleefden was voor de experimentatoren geen probleem, aangezien er voldoende andere tweelingen in het kamp waren. Bovendien kon Mengele autopsie uitvoeren op tegelijkertijd overleden tweelingen. Daarnaast testte hij via elektrocutie hoe hoog de stroomsterkte kon zijn zonder dat een mens eraan stierf (en zijn aldus verkregen bevindingen vormen nog steeds de basis voor de fabricage van aardlekschakelaars).
Naast de experimenten van Josef Mengele werd er ook door andere artsen geëxperimenteerd. De arts-apotheker Victor Capesius bijvoorbeeld onderwierp vanaf februari 1944 gevangenen aan experimenten met geneesmiddelen. SS-arts Eduard Wirths deed onderzoek naar het functioneren van de baarmoederhals. De gynaecologen Carl Clauberg en Horst Schumann deden onderzoek naar de sterilisatie van vrouwen, omdat het werd gezien als een mogelijke oplossing voor het "Jodenprobleem".Er werd onder andere getest met diverse chemicaliën die werden geïnjecteerd. Ook werden de vrouwen blootgesteld aan een grote hoeveelheid röntgenstraling. De vrouwen zouden hierdoor onvruchtbaar worden, terwijl ze geen werkkracht verloren.
Patiënten in het kampziekenhuis die niet snel genoeg gezond werden verklaard, werden door de nazi's vermoord met een fenolinjectie direct in het hart.
Toegangspoort
Van alle concentratiekampen heeft Auschwitz I de bekendste toegangspoort. Boven de ingang hangt heden ten dage nog steeds de spreuk Arbeit macht frei ("Arbeid maakt vrij"), die aan de buitenkant de indruk van een werkkamp moest wekken. Opvallend is de letter de "B" uit Arbeit, die op zijn kop lijkt te staan. Een veelgehoorde verklaring hiervoor is dat dit mogelijk uit protest door de gevangenen zelf gedaan zou zijn.Het is echter onwaarschijnlijk dat dit de nazi's niet zou zijn opgevallen, of dat, als het ze wel was opgevallen, ze het vijf jaar lang zouden hebben laten zitten. Een andere verklaring luidt als volgt: in het Duitsland van die tijd werd volop geëxperimenteerd met schreefloze lettertypes. In sommige varianten werd de onderste boog van de 'B' kleiner weergegeven dan de bovenste. De bovenste boog van de 'B' is (vrijwel) even groot als de boog van de 'R'.
Op 18 december 2009 werd de spreuk boven de toegangspoort gestolen.Drie dagen later vond de Poolse politie het ijzeren bord in drie stukken terug. Vijf mannen tussen van 20 en 39 jaar werden opgepakt. Vermoedelijk wilden de daders losgeld eisen.
Hoewel het werken en leven in een concentratiekamp van zichzelf al zwaar en vermoeiend was, deelden de SS'ers regelmatig extra straffen uit. Deze waren zeer divers en bij vrijwel alle kampbewoners bekend.
In de kampgevangenis (beter bekend als blok 11) werden, zoals de naam al doet vermoeden, gevangenen vastgehouden. Het leeuwendeel van dit blok bestaat dan ook uit cellen. Om mensen extra streng te straffen bevatte dit blok in de kelder ook stacellen met een vloeroppervlak van ongeveer een vierkante meter. Deze cellen zonder lichtinval waren tot aan het plafond dichtgemetseld, met alleen onderin een luik waardoor de gevangenen naar binnen moesten kruipen. In een dergelijke cel werden gevangenen met vier personen opgesloten. Overdag moesten zij zo'n 11 uur werken om de rest van de tijd weer opgesloten te worden, soms wel 12 dagen achter elkaar. Veel gevangenen overleefden dit niet, zij stierven als gevolg van oververmoeidheid of verstikking. Ook waren er zogenaamde "verhongercellen", waar men de gevangenen liet doodhongeren.
Als represailles voor de vlucht van een gevangene uit Auschwitz I werden op 23 april 1941 willekeurig tien gevangenen uit blok 2 veroordeeld tot een hongerdood in blok 11. Tussen het kampziekenhuis (blok 10) en de kampgevangenis (blok 11) was een gesloten binnenplaats ingericht voor martelingen en executies. Hier werden gevangenen tegen de muur gezet. Vooraf moesten zij zich uitkleden in een omkleedruimte met wasbak in blok 11, waarna ze via een zijdeur de binnenplaats op werden gebracht. Als marteling werden de armen van de gevangenen op de rug gebonden, waarna ze aan hun handen werden opgehangen. De palen waaraan dit gebeurde zijn nog steeds op deze binnenplaats te zien. Om te voorkomen dat de zieken konden zien wat zich op deze binnenplaats afspeelde, zijn de ramen van blok 10 aan deze kant dichtgetimmerd.
Als "toegangsprijs" moesten de gevangenen in blok 26 (vanaf 1944 in een nieuw gebouwencomplex) hun persoonlijke bezittingen inleveren. De gevangenen werden gedoucht, geschoren, gefotografeerd en geregistreerd. Vanaf 1942 werd bij de meeste gevangenen op de linker onderarm hun registratienummer getatoeëerd. Ze kregen klompen en een gestreepte outfit, waarop men door een merkteken kon zien tot welke groep gevangenen ze behoorden. In de laatste oorlogsjaren ontbrak het wel eens aan specifieke kleren van het concentratiekamp, waardoor het kon voorkomen dat er ook mensen in burgerkleding rondliepen.
Muziek in het kamp
Net als in andere concentratie- en vernietigingskampen werd ook in Auschwitz muziek gemaakt door gevangenen. In december 1940 werd door de SS een orkest dat uit gevangenen bestond samengesteld. Auschwitz was hiermee het eerste kamp dat over een orkest beschikte. Auschwitz I en Auschwitz II hadden samen al zes verschillende orkesten, waarvan één zelfs 100 tot 120 leden telde.
De gevangenen die dagelijks het kamp verlieten om dwangarbeid te verrichten marcheerden op orkestmuziek door de poort. Terwijl het orkest aan hun linkerkant vrolijke muziek stond te spelen,werden aan de rechterkant de lichamen van vermoorde gevangenen opgestapeld als afschrikwekkend voorbeeld. In tegenstelling tot de indruk die de meeste films over Auschwitz geven, werden de meeste Joden in Auschwitz II-Birkenau gevangen gehouden. Zij gingen dus niet door deze poort. Er was ook sprake van zogenaamde begeleidingsmuziek; muziek tijdens de tocht naar de galg, bij het uitdelen van lijfstraffen of bij de weg naar de gaskamers.Op zondagen werd vaak opgetreden op de appelplaats of in de kampblokken. Er werd hier gespeeld voor zowel de kampleiding als voor de medegevangenen.
De leden van het orkest hadden het voordeel dat ze vrijwel altijd vrijgesteld waren van zwaar werk. Ze werden bovendien beter gehuisvest en kregen beter te eten dan de overige gevangenen. Men had door het maken van muziek dus aanzienlijk meer kans om te overleven. Echt goed hadden de leden van het orkest het echter niet: violiste Jetty Cantor was er na de bevrijding zo slecht aan toe dat zij maanden op krukken moest lopen.

Auschwitz II, ook wel Auschwitz-Birkenau genoemd, was het tweede van de drie grote kampen van Auschwitz. Auschwitz II was het vernietigingskamp, en het is dit kamp waaraan de meeste mensen denken bij het horen van de naam 'Auschwitz'. Het werd in 1942 officieel geopend.
Het kamp bevindt zich in Birkenau, de Duitse naam voor het Poolse dorpje Brzezinka (dit dorp werd gesloopt om Auschwitz-Birkenau te kunnen bouwen, al is het na de oorlog herbouwd naast het voormalige vernietigingskamp), ongeveer drie kilometer van Auschwitz I en besloeg een grote oppervlakte van 175 hectare. Behalve Joden, Sinti en Roma werden ook veel gewone burgers uit de toen bezette gebieden, waaronder zo'n 40 000 Vlaamse arbeiders en bedienden die als werkweigeraars waren opgepakt, in Auschwitz II gevangen gehouden.
De bouw van het kamp begon in 1941 als onderdeel van de Endlösung der Judenfrage. De nazi's evacueerden de plaatselijke bevolking, waarna de huizen werden gesloopt om in de bouwmaterialen voor de eerste gebouwen te voorzien. Het kamp was ongeveer 2,5 bij 2 kilometer groot en bood ruimte aan 100 000 gevangenen. Er werden meerdere sectoren gemaakt, die weer werden verdeeld in velden. Deze velden waren, net als het gehele kamp, afgezet met prikkeldraad dat onder stroom stond. Veel gevangenen maakten van dit prikkeldraad gebruik om zelfmoord te plegen. In het kamp bestond de uitdrukking er ging zu den Drähten ("hij ging naar de draad"). Hoofddoel van Auschwitz II was de massavernietiging. Hiervoor waren vier gaskamers met bijbehorende crematoria aangelegd. De grootschalige vernietiging begon in het voorjaar van 1942
De vernietigingscapaciteit van de eerste gaskamers en grotere verbrandingsovens was in de ogen van de nazi's niet voldoende. Auschwitz moest worden uitgebreid, zeker nadat het een belangrijke rol in de Endlösung kreeg toegewezen. In oktober 1941 kwam men met een radicaal initiatief. Hoofd Bouwwerken Karl Bischoff en de aan het Bauhaus afgestudeerde SS-architect Fritz Ertl werkten aan plannen voor een heel nieuw kamp. Het moest ten noordwesten van het bestaande kamp komen, op de plaats waar het dorp Birkenau lag. Het kamp moest de grootte krijgen van een kleine stad en ongeveer 100 000 mensen kunnen herbergen.Opgevat in de Bauhaustraditie lijkt het algemeen plan met zijn strokenbouw ironisch genoeg op een of andere modernistische buitenwijk.
Uit onderzoek in de jaren 90 naar de oorspronkelijke bouwplannen blijkt dat het kamp van meet af aan werd ontworpen om gevangenen onder zeer slechte omstandigheden te kunnen huisvesten.Er was geen stromend water en geen schone, goede vloer. De kans op epidemieën nam hierdoor flink toe. In concentratiekampen in Duitsland werd normaliter voor elke gevangene één kooi gereserveerd; in Auschwitz werd het aantal gevangenen per kooi verhoogd naar drie.Dit betekende dat elke barak 558 personen kon huisvesten. Maar uit de slotberekeningen bleek dat zelfs deze manier van samenpersen niet toereikend was. Met 174 slaapbarakken kwam het totaal aantal gevangenen dat kon worden gehuisvest op 97 000. Bischoff was de mening toegedaan dat dit niet voldoende was en hij nam het besluit om vier in plaats van drie gevangenen in één kooi te plaatsen.Hiermee kwam het aantal personen per barak op 744, hetgeen in totaal 129 456 plaatsen betekende.
Het nieuwe kamp bij Auschwitz was aanvankelijk niet voor Joden, maar voor Russische krijgsgevangenen bedoeld. Van hen stierven er tijdens de hele oorlog drie miljoen in gevangenschap. In de herfst van 1941 arriveerden 10 000 Russische krijgsgevangenen om te beginnen met de bouw van het nieuwe kamp, Auschwitz-Birkenau.
Birkenau was in juli al ontruimd en deels afgebroken. De Russische krijgsgevangenen moesten de hele winter lang doorwerken en velen stierven door honger, kou en mishandeling; slechts een paar honderd haalden de lente.De SS-leiding maakte zich zorgen over de trage voortgang van de bouw.
Auschwitz was in de herfst van 1941 nog nauwelijks betrokken bij de Jodenvervolging. Op andere plekken namen nazi's initiatieven om de Joden te doden. In oktober 1941 stond Hitler toe de Joden te deporteren. De Duitse Joden werden samengevoegd in zogenaamde getto's. Met de komst van de westerse Joden raakten de getto's overvol. De nazileiders waren ondertussen bezig met het bouwen van kampen om de populatie in de getto's te reduceren. In Chełmno werd een vernietigingskamp in gebruik genomen om Joden uit het getto van Łódź te vermoorden. Bełżec werd gebouwd om de Joden uit het getto van Lublin te vermoorden. In januari werden de eerste Joden uit Łódź op transport gezet om te worden vergast in het vernietigingskamp Chełmno.
De vergassingen verliepen echter niet effectief genoeg, ze gingen langzaam en steeds maar met een kleine hoeveelheid: de Joden werden in een vrachtwagen bij elkaar gestopt en door middel van koolstofmonoxide vergast. Tijdens de bouw van het nieuwe kamp in Auschwitz werd hier rekening mee gehouden. De Duitsers hadden sinds september 1941 al diverse keren in Auschwitz I geëxperimenteerd met Zyklon B. Toen werd al duidelijk dat Auschwitz I geen geschikte plaats was om een massamoord uit te voeren. Zyklon B was daarentegen, mits in de juiste hoeveelheid gebruikt, wel effectief.
De plannen voor het nieuwe kamp waren ondertussen veranderd. De Russische krijgsgevangenen zouden ergens anders dwangarbeid moeten verrichten, en de nadruk lag vanaf dat moment op de Joden. De capaciteit van de gaskamer in Auschwitz I was onvoldoende. De Duitsers kwamen bij Birkenau tot een oplossing: twee leegstaande boerderijen werden omgebouwd tot gaskamers.
De plannen voor het nieuwe kamp waren ondertussen veranderd. De Russische krijgsgevangenen zouden ergens anders dwangarbeid moeten verrichten, en de nadruk lag vanaf dat moment op de Joden. De capaciteit van de gaskamer in Auschwitz I was onvoldoende. De Duitsers kwamen bij Birkenau tot een oplossing: twee leegstaande boerderijen werden omgebouwd tot gaskamers.
Bunker 1
Bunker 1, ook wel het "rode huis" genoemd, was gelegen ten noorden van Auschwitz II. Het gebouw had een grootte van 15×6 meter en oorspronkelijk vier ruimtes, die werden omgebouwd tot twee gaskamers.De oorspronkelijke ramen en deur werden dichtgemetseld. Elke ruimte kreeg één nieuwe deur. Het gas werd naar binnen gebracht via twee openingen van 30×40 centimeter, die via kleppen konden worden afgesloten. De deuren werden luchtdicht gemaakt en konden met schroeven worden aangedraaid. Op de deuren werden tekens aangebracht die duidden op een desinfectieplaats. De muren waren binnen wit geschilderd en na elke vergassing werd de vloer bedekt met zaagsel, omdat er geen ventilatiesysteem aanwezig was en het ventileren dus veel tijd in beslag nam. Elke gaskamer kon per keer ongeveer vierhonderd personen verwerken.
In het begin werden de vergassingen alleen 's nachts uitgevoerd, maar later ook overdag vanwege de excessieve en op onregelmatige tijdstippen plaatsvindende transporten. De lichamen werden begraven in grote kuilen nabij de gaskamers. Bunker 1 werd naar alle waarschijnlijkheid in maart 1942 in gebruik genomen, toen de massadeportaties vanuit Opper-Silezië begonnen.
Bunker 2
Bunker 2, ook wel het "witte huis" genoemd, was gelegen ten westen van Auschwitz II. Het gebouw had een grootte van 17×8 meter en werd omgebouwd tot een complex van vier gaskamers met elk een andere grootte.Het verschil met Bunker 1 was dat alle gaskamers twee deuren hadden, hetgeen het ventilatieproces na de vergassingen aanzienlijk versnelde. Verder zagen de ruimtes er hetzelfde uit als in bunker 1: van elke ruimte waren alle ramen dichtgemetseld en er kon door twee openingen gas worden binnengebracht. De betere ventilatie en de grotere ruimtes maakten dat men in bunker 2 meer mensen per dag kon vermoorden dan in bunker 1.
De lichamen werden, net als bij bunker 1, in grote kuilen nabij de gaskamers begraven. Bunker 2 werd naar alle waarschijnlijkheid in juni 1942 in gebruik genomen.

Uitbouw
In 1942, na de voltooiing van de twee gaskamers, speelde Auschwitz een steeds belangrijkere rol bij de vernietiging van de Joden. Auschwitz bleef in dat jaar echter nog ver achter bij de andere vernietigingskampen, zoals Treblinka en Bełżec.
De eerste slachtoffers waren Slowaakse Joden uit de stad Bratislava. De Slowaken waren trouwe bondgenoten van de Duitsers. In 1942 besloot het stadsbestuur van Bratislava om samen met de Duitse overheersers het 'Jodenprobleem' in de stad op te lossen - op dat moment woonden in de stad zo'n 70 000 Joden. De Slowaken boden de Duitsers 20 000 Joodse arbeiders, op voorwaarde dat de Duitsers ook hun gezinnen op zouden nemen.[20] Duitsland had op dat moment onvoldoende vernietigingscapaciteit en weigerde de Joden die niet konden werken. Uiteindelijk werd overeengekomen dat de 20 000 dwangarbeiders met hun gezinnen naar Polen zouden worden afgevoerd, in totaal waren dat er 60 000. Voor elke afgevoerde Jood moesten de Slowaken 500 Reichsmark betalen.[20] De Slowaken gingen ervan uit dat de Joden opnieuw gehuisvest zouden worden, maar dat was niet het geval. De 60 000 Slowaakse Joden werden afgevoerd naar Auschwitz, waar ze vrijwel allemaal om het leven kwamen.
In 1942 werden er in heel Polen vernietigingskampen gebouwd. De Duitsers merkten dat een massamoord plannen veel eenvoudiger was dan deze daadwerkelijk uit te voeren. Het was een enorm project dat een goede leiding vereiste.
Begin 1942 werden de eerste West-Europese Joden gedeporteerd naar de vernietigingskampen.De Duitsers deporteerden alle niet-Franse Joden uit Frankrijk naar het oosten. De Duitsers wilden aanvankelijk de kinderen sparen en zetten alleen de volwassenen op transport. De kinderen werden overgeplaatst naar Drancy, een voorstad van Parijs. Ze leden vaak aan dysenterie en zaten onder de parasieten. De kinderen werden gehuisvest in half afgebouwde kazernes. In augustus 1942 besloten de nazi's echter ook kinderen te gaan vermoorden.Ze konden op termijn immers het Joodse ras weer nieuw leven inblazen. De 4100 kinderen in Drancy werden allemaal op transport naar Auschwitz gezet en daar aangekomen werden ze vergast.
In april 1942 had Himmler Auschwitz bezocht en hij was erg tevreden over het werk. Op dat moment zaten ongeveer 30 000 man gevangen in het kamp, voornamelijk Joden en Poolse politieke gevangenen. De Reichsführer-SS inspecteerde het Stammlager, de uitbreiding nabij Birkenau en de synthetische rubberfabriek bij Monowitz. Rudolf Höss werd door Himmler bevorderd tot Obersturmbannführer.Eind juni kreeg Höss echter van een SS-inspecteur te horen dat de beveiliging van het kamp zwaar ondermaats was. Deze moest onmiddellijk worden verbeterd, omdat er een grote operatie op komst was en nog onduidelijk was welke rol Auschwitz daarin ging spelen.
De uitroeiing van de West-Europese Joden gebeurde op steeds grotere schaal, maar in de zomer van 1942 lag het zwaartepunt vooral in het oosten. Himmler gaf op 19 juli het bevel om zo veel mogelijk Joden opnieuw te huisvesten, ofwel te vernietigen.Deze operatie ging door het leven als Aktion Reinhard. Het betrof hier ongeveer twee miljoen mensen, waarvan enkele honderdduizenden uit het getto van Warschau. Himmler koos echter niet voor Auschwitz, maar gaf de voorkeur aan oorden die uitsluitend bedoeld waren voor de dood: Treblinka, Chełmno, Bełżec en Sobibór. In 1942 werden in deze oorden 1 274 166 mensen om het leven gebracht.De commandant van Treblinka, Irmfried Eberl, werd in augustus uit zijn functie ontheven omdat de massamoord niet efficiënt en discreet genoeg verliep.Franz Stangl, voormalig commandant van Sobibór, was zijn vervanger in het tot dan toe grootste vernietigingskamp. In Auschwitz had Höss echter met hetzelfde probleem te maken als in Treblinka: waar liet hij de duizenden lijken? Ze waren aanvankelijk in grote kuilen bij elkaar gegooid, maar in de zomer begonnen de lijken te ontbinden, wat voor een ondragelijke stank zorgde. Daarop werden gevangenen uitgekozen die deze lijken moesten opgraven en verbranden.
Om Auschwitz efficiënter te maken, ging Höss in september 1942 naar Chełmno om daar de nieuwe crematie-installaties te bezichtigen. Höss was onder de indruk, maar meende dat het allemaal nog efficiënter kon.

Crematoria
In oktober 1941 overlegden Karl Bischoff, leider van de SS-Zentralbauleitung, en Kurt Prüfer van Topf & Söhne over de bouw en installatie van een nieuw, groter crematorium. Topf & Söhne had eerder al de ovens geleverd voor het crematorium in Auschwitz I. Het nieuwe crematorium zou aanvankelijk ook in Auschwitz I komen, maar in de lente van 1942 werd besloten het in Auschwitz II te plaatsen.
Vanaf de zomer van 1942 ging Auschwitz II een sleutelrol spelen in de vernietiging van de Europese Joden. Aanvankelijk werd Crematorium II ontworpen met twee ondergrondse mortuaria. De SS besloot echter de plannen te wijzigen. Het crematorium kreeg vijftien verbrandingsovens en had een belendende gaskamer Aanvankelijk zou er vanuit het crematorium een glijbaan komen om de lijken op te dumpen, die dan terecht zouden komen in het mortuarium. Nu de plannen waren gewijzigd en het mortuarium was veranderd in een gaskamer, werd er in plaats van een glijbaan een trap aangelegd. De deur, die eerst naar binnen openging, opende vanaf dat moment naar buiten.
Om voldoende capaciteit te krijgen besloot de SS in augustus 1942 om een identiek crematorium te bouwen. Er werden tevens twee andere crematoria gepland, met de gaskamers boven de grond en minder verbrandingsovens. Een zesde crematorium, dat groter had moeten worden dan alle voorgaande, stond in de planning, maar dit werd nooit gerealiseerd
Crematoria II en III
In augustus 1942 werd er een begin gemaakt met de bouw van Crematorium II. Hoewel de gevangenen iedere dag hard werkten, werd de bouw niet zoals gepland midden februari afgerond, maar een maand later. De gaskamer had een oppervlakte van 210 m² en een hoogte van 2,41 meter.Het plafond bestond uit 22 centimeter dik gewapend beton, met daarbovenop een laag van 45 centimeter aarde. Eind 1943 werd de gaskamer in tweeën gesplitst. Kleinere transporten werden dan in kleinere ruimtes vergast, hetgeen een flinke besparing opleverde. In de gaskamers waren douchekoppen aanwezig, om de slachtoffers tot op het laatste moment in de waan te laten dat ze werden gedoucht en gedesinfecteerd.
De gaskamers konden mechanisch worden geventileerd, zodat men niet zo lang hoefde te wachten totdat de ruimte weer beschikbaar was. De gasdichte deur was nog geen twee meter hoog en slechts één meter breed. Als de slachtoffers eenmaal wisten welk lot hen wachtte, begonnen ze vaak tegen de deur te duwen. De Duitsers konden de deuren van buitenaf echter met schroeven stevig vastdraaien als dat nodig was.
Het plafond werd ondersteund door zeven pilaren. De openingen waardoor het gas naar binnen kwam werden geplaatst in de buurt van de pilaren 1, 3, 5 en 7. Er was een systeem ontwikkeld waardoor het gas zich sneller verspreidde, waardoor ook de slachtoffers eerder dood waren. De gaskamers konden maximaal 2500 personen tegelijk verwerken.
Crematoria IV en V
De crematoria IV en V waren zowel qua bouw als qua functie veel eenvoudiger, mede doordat ze vanaf het begin puur als vernietigingsplaats waren ontworpen. Crematorium IV werd gebouwd aan de linkerzijde van de hoofdweg tussen de bouwplaatsen BII en BIII, nabij Kanada III (de plaats waar gestolen goederen werden uitgezocht). Crematorium V werd gebouwd in het aangrenzende berkenbos. De bouw van beide crematoria begon in november 1942. Crematorium IV was op 22 maart 1943 klaar voor gebruik en werd onmiddellijk in bedrijf genomen.Crematorium V werd in april van datzelfde jaar in gebruik genomen.
Aan de linkerzijde van de hoofdingang was een grote omkleedruimte. Aan de rechterkant was de eerste van de vier gaskamers gevestigd. De totale grootte van deze gaskamers was 236 m².Twee gaskamers hadden een grootte van bijna 100 m², hetgeen betekende dat de andere twee aanzienlijk kleiner waren. De twee grote gaskamers hadden verschillende deuren, waardoor het ventilatieproces werd versneld en de Sonderkommandos sneller te werk konden gaan. De gaskamers hadden geen ramen, alleen openingen waardoor het gas naar binnen werd gebracht. Deze openingen waren 30×40 centimeter groot en bevonden zich hoog in de muur. De persoon die het gas naar binnen bracht moest op een ladder staan om zijn taak te volbrengen. Deze manier van vergassing zorgde voor een langzamere en pijnlijkere dood van de slachtoffers.Net als bij bunker I en II waren de openingen met een gasdichte klep afsluitbaar. Er waren enkele ovens in de gaskamers geïnstalleerd, zodat de Duitsers zeker wisten dat de temperatuur de 27 graden zou bereiken, de optimale temperatuur voor het gebruik van Zyklon B.

Auschwitz II in 1943 en 1944
Met de bouw van de crematoria en gaskamers groeide Auschwitz in 1943 uit tot het centrum van de Holocaust. Naast de grote vernietigingscapaciteit ontstond er in Auschwitz ook een steeds groter "woongedeelte". De vrouwen uit het Stammlager waren in augustus 1942 al overgebracht naar het nieuwe Frauenlager in Auschwitz II. Dit Frauenlager bevatte ongeveer 40 000 vrouwen.
In de loop van 1943 werd Bauabschnitt II (BII) afgerond en daarmee waren de eerste twee van de geplande vier delen (Bauabschnitte) voltooid. Met de voltooiing van BII had Auschwitz een nominale capaciteit van 80 000 bewoners, maar dit aantal liep in 1943 op tot 140 000. In datzelfde jaar werd dan ook begonnen met de bouw van BIII, waarmee in 1944 werd gestopt vanwege de naderende frontlinie. Aan het vierde deel werd nooit begonnen.
Auschwitz II was vooral bedoeld ter vernietiging van Joden. In 1942 vonden er verhoudingsgewijs weinig vergassingen plaats. Van de 200 000 gedeporteerde Joden werden er 140 000 direct na aankomst vergast.[24] Met de nieuwe crematoria, waarvan de eerste in de lente van 1943 klaar waren, was het kamp klaar voor de grote toestroom van Joden. De totale capaciteit van de gaskamers annex crematoria lag op ongeveer 4756 mensen per dag.
In de loop van 1943 nam het aantal transporten toe. Bij vrijwel elk transport werden selecties toegepast: ongeveer tien tot dertig procent kon door dwangarbeid de gaskamers ontlopen.De transporten waren afkomstig uit alle door de nazi's bezette landen. In 1943 brachten de nazi's ongeveer 300 000 mensen om het leven in Auschwitz II.De meesten werden direct na aankomst vergast, maar velen bezweken ook door de slechte omstandigheden waarin de gevangenen moesten leven.
De meeste mensen kwamen in Auschwitz-Birkenau aan per trein, vaak na een afschuwelijke, dagenlange reis in veewagons zonder behoorlijke sanitaire voorzieningen, en veelal zonder voedsel of water. Tijdens deze treinreis bezweken dan ook velen aan de barre omstandigheden. De trein werd dan gestopt en de lichamen werden vervolgens naast het spoor gedumpt. Bij aankomst liepen de gevangenen vanaf station Auschwitz naar het kamp. Pas in 1944 werden de rails tot in het kamp gelegd om de grote aantallen Hongaarse Joden op te vangen. De daarbij aangelegde perrons dateren uit het voorjaar van 1944. De plek waar de meeste slachtoffers tot die tijd aankwamen ligt dicht tegen het verderop gelegen hoofdspoor, en staat bekend als de 'Judenrampe'. Pas in 2006 is de plaats als herdenkingsplaats gemarkeerd, waarbij enkele verroeste rails zijn vervangen en enkele wagons zijn geplaatst. De rails naar en van de perrons in Birkenau hebben dus 'slechts' twee maanden gefunctioneerd. Het beeld dat de film Sophie's choice schetst is derhalve onjuist: in de film laat men Sophie in 1942 uitstappen op de perrons in Birkenau, die in werkelijkheid toen nog niet gebouwd waren.
In 1944 werd het vernietigingsproces nog grootschaliger uitgevoerd. Hoewel het gebied dat de nazi's bestreken steeds kleiner werd, bleven de nazi's de Untermenschen naar Auschwitz deporteren. Het aantal doden bedroeg in 1944 bijna 660 000, waarvan 438 000 tijdens Aktion Höss.
Massamoord op de Hongaarse Joden
Hongarije was tot 1944 een trouwe bondgenoot van nazi-Duitsland. Toen de Duitsers aan het oostfront flink terrein begonnen te verliezen zocht het staatshoofd van Hongarije, Miklós Horthy, contact met de geallieerden. Hitler werd hiervan op de hoogte gesteld en was er niet van gediend. Hij liet de Wehrmacht op 19 maart 1944 het land binnenvallen en zette er zijn eigen regering op. Horthy bleef wel staatshoofd.In Hongarije waren de Joden wel vervolgd, maar nooit uitgeleverd aan de Duitsers. Met de nieuwe regering kwam hier verandering in. Zij dreven de Joden samen in getto's en doorvoerkampen. Met de aanwezigheid van 760 000 Joden in het land was er nog veel 'werk' te verzetten voor de Duitsers.
Deze grootschalige operatie vergde wel een goede leiding, dus werd Rudolf Höss op 8 mei 1944 weer aangesteld als kampcommandant.De operatie werd eveneens naar hem genoemd, Aktion Höss. Höss begon direct met een voorbereiding van het kamp. De crematoria werden opgeknapt en verbeterd, zodat ze de grote vraag aankonden. Achter de crematoria werden diepe putten gegraven. Ook het Sonderkommando werd flink uitgebreid.
Auschwitz was het aangewezen kamp voor deze operatie. Op 29 en 30 april vertrokken de eerste twee transporten richting Auschwitz. Ongeveer 3800 mensen werden in deze twee treinen vervoerd. Vanaf 15 mei begonnen de grootschalige deportaties. Twee weken lang waren er geen Joden vanuit Hongarije aangekomen, maar vanaf dat moment vertrokken elke dag ongeveer 12 000 Hongaarse Joden naar Auschwitz. Ze werden bij aankomst direct naar de gaskamers gestuurd. Tot 9 juli 1944 werden er 437 402 in 151 treinen naar Auschwitz gedeporteerd en vermoord.
De Joden moesten een treinreis van vier dagen afleggen voordat ze in Auschwitz aankwamen. De veewagons waren overvol en velen kwamen al tijdens de reis om het leven door gebrek aan eten, drinken of voldoende zuurstof. Het aantal gedeporteerden bleek zo hoog te liggen dat de crematoria het grote aantal lijken niet konden verwerken. De lijken werden in de eerder gegraven putten achter de crematoria opgestapeld en verbrand.
Horthy, onder druk staand van neutrale landen en de geallieerden, liet de deportaties van de Joden verbieden. Men had gedreigd Horthy persoonlijk verantwoordelijk te houden voor alle deportaties uit Hongarije. De deportaties werden stilgelegd, mede omdat de Duitsers hun energie nu volledig op de oorlogsvoering moesten richten.
Op 14 juli probeerde Adolf Eichmann een transport met 1500 Joden naar Auschwitz te krijgen, maar Horthy gaf het bevel te stoppen voordat de trein de grens passeerde. Op 19 juli deed Eichmann opnieuw een poging en ditmaal slaagde hij in zijn opzet.De Joden werden naar Auschwitz gebracht en daar vergast.
Op 13 augustus arriveerde een klein transport van 131 Joden in Auschwitz, en op 18 augustus arriveerde eveneens een klein transport.Dit laatste transport omvatte 152 Joden en was tevens het allerlaatste transport vanuit Hongarije. Hiermee kwam een einde aan Aktion Höss. Meer dan de helft van alle Hongaarse Joden was gedeporteerd; het grootste deel hiervan was vermoord in Auschwitz.
Massamoord op de zigeuners
Op 16 december 1942 gaf Heinrich Himmler het bevel om alle Roma en Sinti (zigeuners) naar een concentratiekamp te deporteren. Op 29 januari 1943 maakte het Reichssicherheitshauptamt bekend dat Auschwitz de eindbestemming moest zijn voor deze bevolkingsgroep. Na het geven van dit bevel werd er een zogenaamd Zigeunerlager gebouwd dat zich bevond in Auschwitz II, sector BIIe.
De deportaties van zowel de Sinti als de Roma begon in februari 1943 en ging door tot juli 1944. De zigeuners kwamen aanvankelijk uit Duitsland, Oostenrijk, Polen en delen van Tsjechië (voornamelijk Moravië). Kleinere groepen waren afkomstig uit Nederland, België, Frankrijk, Joegoslavië, Litouwen, Hongarije en de Sovjet-Unie.
Er werden in totaal ongeveer 23 000 zigeuners naar Auschwitz gedeporteerd. Ongeveer 21 000 van hen waren geregistreerd in het kamp, terwijl 1700 Poolse zigeuners direct na aankomst werden vergast.Van de 23 000 gedeporteerde Sinti en Roma stierven er in totaal 20 000.
Aangezien ze werden behandeld als asociale gevangenen, moesten ze een zwarte driehoek dragen als merkteken. Ook kregen ze een serie kampnummers toegewezen. Deze kampnummers begonnen met een Z, waarna er een cijfercombinatie volgde. Het kampnummer werd op de linker onderarm getatoeëerd.
De zigeuners werden niet onderworpen aan selectieprocessen en de gezinnen bleven dus intact. Iedereen, op de 1700 Poolse zigeuners na, werd direct na aankomst in barakken gehuisvest. Aangezien sector BIIe nog altijd in aanbouw was, werden sommige mannen gedwongen mee te helpen met de bouw van deze sector. Anderen kregen diverse klusjes in het kamp toegewezen. Een aanzienlijk deel van de gevangenen had echter geen regelmatige werktijden. Zij waren dus vaak vrijgesteld van arbeid.
Onvoldoende voedsel en een overbevolking van het Zigeunerlager zorgden voor een dramatische hygiëne in het kamp. Dit leidde regelmatig tot epidemieën, voornamelijk tyfus en diarree, wat op zijn beurt leidde tot een hoge sterfte onder de zigeuners.
De groep van 1700 Poolse zigeuners arriveerde op 23 maart 1943 vanuit iałystok. Bij de groep werden symptomen van tyfus geconstateerd, en omdat men bang was voor een uitbraak in het kamp besloot men deze groep te vergassen.Een groep Sinti en Roma die op 12 mei 1943 eveneens uit Białystok kwam werd wel na aankomst gehuisvest in de barakken. Toen de dreiging van een tyfusuitbraak steeds groter werd, werden ongeveer duizend zigeuners die afkomstig waren uit Oostenrijk of van het eerder genoemde transport uit Białystok op 25 mei vergast.
Tijdens het bestaan van het Zigeunerlager werden sommige gevangenen overgeplaatst naar andere kampen in het Derde Rijk, om daar dwangarbeid te verrichten. Sommige zigeuners werden vrijgelaten, op voorwaarde dat ze zouden worden gesteriliseerd. Er was nog een andere manier waarop men aan Auschwitz kon ontsnappen: sommige zigeuners werden vrijgelaten omdat ze in het Duitse leger hadden gediend of een militaire onderscheiding hadden gekregen. Dit moest dan wel samengaan met een zogenaamd gemengd huwelijk. De meest voorkomende aanleiding tot vrijlating was echter de tussenkomst van niet-zigeuners.
Het Zigeunerlager in Auschwitz II bestond tot 2 augustus 1944. Op die dag werden de ongeveer drieduizend nog levende zigeuners in vrachtauto's gestopt en naar de gaskamers gereden, waar ze werden vergast.De gevangenen kwamen nog wel in opstand, maar de SS hield met harde hand controle over de groep.
Met de vergassing van de laatste groep zigeuners kwam er een einde aan het bestaan van de Sinti en Roma in Auschwitz. Van de 23 000 gedeporteerden stierven er ruim 20 000. De overlevenden waren overgeplaatst naar andere kampen of vrijgelaten.
Selecties
De meeste slachtoffers kwamen in Auschwitz-Birkenau aan met de trein, en vaak hadden ze dan een dagenlange treinreis in veewagons achter de rug. Eenmaal in het kamp aangekomen moesten de Joden de treinen verlaten en alles wat ze bij zich hadden achterlaten. Hierna volgde direct een selectie. Zogenaamd ging het er om wie kon lopen naar het kamp, en wie met bussen en vrachtwagens zouden worden vervoerd. De selectie werd uitgevoerd door SS'ers samen met de kampartsen. De "zwakken" (kinderen, bejaarden, zwangere vrouwen, gehandicapten), die met de auto's vervoerd werden, werden naar de gaskamers gestuurd, terwijl de "sterken", die moesten lopen, naar het nabijgelegen concentratiekamp gestuurd werden om er te werken. Er werd geselecteerd op basis van fysieke criteria, vakmanschap en het aantal werkkrachten dat men in Auschwitz kon gebruiken.Indien de Duitsers geen werkkrachten nodig hadden, kwam het voor dat van sommige transporten alle mensen werden vergast. De gevangenen die de selectie overleefden, brachten enige tijd door in een quarantaineafdeling, en werkten daarna in het kamp zelf of op de aan het kamp grenzende industrieterreinen. In Auschwitz zelf werd de term "selectie" nooit door de Duitsers gebruikt.

 

Plattegrond van Auschwitz II

 

 

Aankomst van een transport Hongaarse Joden

 

 

 

Aankomst van Joden per trein, op de achtergrond de schoorstenen van crematoria II en III. Foto uit Auschwitz Album

 

Mensen worden in twee rijen opgesteld voor de selectie. Foto uit Auschwitz Album

Auschwitz III Monowitz Subkamp

Auschwitz III, ook wel Auschwitz-Monowitz genoemd, was het laatste van de drie grote kampen van Auschwitz. Officieel was Auschwitz III een subkamp, maar vanwege de grootte werd het ook wel als hoofdkamp gezien. Auschwitz III was het werkkamp, waar bedrijven als IG Farben en Krupp Stahl vestigingen hadden.
Plannen
De bouw van Auschwitz III is onlosmakelijk verbonden met de plannen die IG Farben had. IG Farben wilde namelijk een derde grote fabriek voor synthetisch rubber (Buna) bouwen. Daarnaast zouden er nog diverse andere fabrieken moeten herrijzen. De fabrieken zouden in Silezië moeten komen, omdat dat gebied buiten het bereik van de geallieerde bommenwerpers lag. Na diverse plaatsen te hebben bekeken, viel in december 1940 de keuze op het gebied tussen de stad Auschwitz en de dorpen Dwory en Monowitz.Dit gebied was vlak en er waren goede spoorwegverbindingen en een rivier in de buurt. Bovendien kon men in de buurt ruwe grondstoffen winnen, zoals kolen, zout en kalk. Daarnaast speelde het nieuw opgezette kamp Auschwitz I eveneens een rol: men zou op termijn arbeiders van daar kunnen overplaatsen naar de fabrieken.

IGFarben maakte de plannen tussen februari en april 1941 gereed en kocht het stuk land.De Polen die in het gebied woonden werden uit hun huis gezet en niet gecompenseerd. Tegelijkertijd werden de Joden (en enkele lokale Polen) uit de stad Auschwitz verdreven en werden hun huizen in beslag genomen. Deze huizen werden doorverkocht aan IG Farben, dat de woningen gebruikte om arbeiders in te huisvesten. Uiteindelijk kwam IG Farben met de SS overeen dat het gevangenen uit het Stammlager zou huren voor de prijs van drie à vier Reichsmark per dag.
Beginfase
De belangrijkste fabriek van IG Farben, die voor het maken van synthetisch rubber, was operationeel vanaf 1942. In de resterende oorlogsjaren werd in deze fabriek echter helemaal geen synthetisch rubber geproduceerd. Dit had te maken met bombardementen van de geallieerden, waardoor de aanvangsdatum steeds weer werd uitgesteld.
In het voorjaar van 1942 moesten de arbeiders dagelijks vanuit het Stammlager naar Monowitz gaan om daar te werken in de fabrieken. Toen op 21 juli 1942 in het Stammlager en in Birkenau een tyfusepidemie uitbrak, mochten de dwangarbeiders tijdelijk niet werken.De Duitsers waren echter bezorgd over het verlies van de arbeidscapaciteit en daarop besloot men om in Monowitz barakken neer te zetten.De vertraging bij de aanlevering van voldoende prikkeldraad zorgde ervoor dat de opening van het kamp diverse malen werd uitgesteld. Op 26 oktober 1942 arriveerden de eerste gevangenen in Monowitz en begin november was de populatie van het kamp al opgelopen tot tweeduizend personen.Vanaf dat moment was Auschwitz III - Monowitz naast een werkkamp ook een concentratiekamp.

Dwangarbeiders aan het werk in Auschwitz III
 

In de zomer van 1943 was de uitbreiding van het kamp vrijwel geheel voltooid. Slechts vier van de zestig barakken waren toen nog niet klaar, maar ook deze werden binnen een jaar afgemaakt. Het kamp groeide geleidelijk en in december 1942 was het aantal gevangenen gestegen tot 3500.In de zomer van 1943 was dit aantal bijna verdubbeld ruim zesduizend. Het hoogtepunt werd bereikt in juli 1944, toen het kamp meer dan elfduizend gevangenen van voornamelijk Joodse herkomst telde.
Het aantal gevangenen bleef maar groeien, ondanks het hoge sterftecijfer in het kamp. Verzwakte gevangenen werden teruggestuurd naar het Stammlager of naar Birkenau. De directeuren van de bedrijven die waren gevestigd in Monowitz waren van mening dat de barakken niet dienden om zieken en zwakken in te huisvesten.
Auschwitz III bleef in werking tot een week voor de bevrijding door het Rode Leger. De gevangenen die nog sterk genoeg waren om te lopen werden in dodenmarsen afgevoerd naar kampen elders in het Derde Rijk. De zieken en zwakken bleven achter in het kamp.
In totaal werden er in de omgeving van Auschwitz III veertig kampen gevestigd waar gevangenen dwangarbeid moesten verrichten in de wapenindustrie, landbouw en constructie. Vanaf de administratieve herindeling van Auschwitz in november 1942 viel het bestuur van al deze subkampen onder Auschwitz III.
Sterftecijfer en selecties
Hoewel Monowitz geen vernietigingskamp was, had het een opvallend hoog sterftecijfer. Van de bijna vierduizend gevangenen die eind 1942 in het kamp waren, leefden er in februari nog maar tweeduizend. De leiding van het kamp drong aan op een betere medische verzorging van de gevangenen, maar weigerde om te investeren in een betere uitrusting van het gevangenenziekenhuis. Men was de mening toegedaan dat men voor de zieken niet door hoefde te betalen.

Tot oktober 1944 werd ook in Auschwitz III - Monowitz aan selecties gedaan. Er werden 7295 dwangarbeiders wegens ziekte of verzwakking teruggestuurd naar het Stammlager, waar de meeste van hen omkwamen in de gaskamers.Er wordt aangenomen dat er 20 000 tot 25 000 gevangenen van Auschwitz III om het leven zijn gekomenierbij dient te worden opgemerkt dat dit gaat om personen die in Auschwitz III zelf om het leven zijn gekomen en niet om personen die na terugzending in het Stammlager omkwamen.

Plattegrond van Auschwitz III
 

Corruptie
In maart 1943 werden de nieuwe gaskamers en crematoria geopend, waardoor de capaciteit van het kamp toenam. Hierdoor groeide ook de van de gevangenen gestolen hoeveelheid geld en kostbaarheden. Deze rijkdommen circuleerden in het hele kamp, en tegen alle bevelen in profiteerden de SS'ers daar flink van.
Kamp Kanada
Enkele honderden meters van de gaskamers en crematoria in Birkenau lag een kamp dat de gevangenen Kanada noemden, in de veronderstelling dat Kanada het land van grote rijkdom was.Bij aankomst werden de gevangenen hun bezittingen afgenomen. Die werden naar Kanada gebracht. De SS'ers moesten alle kostbaarheden in een kist stoppen, die vervolgens naar Duitsland werd gestuurd.Echter, veel SS'ers stalen kostbaarheden als goud en geld.
In Kanada werkten voornamelijk vrouwelijke gevangenen. Het werd gezien als een van de betere werkplaatsen in Auschwitz. De arbeidsters mochten hun haar laten groeien en konden voedsel stelen dat tussen de bezittingen zat.In Kanada kwam het zelfs tot relaties tussen SS'ers en vrouwen, hoewel dit volgens de regels van de SS verboden was. Deze relaties waren vaak van korte duur, en verkrachtingen kwamen meer dan eens voor.
Zwarte markt
De SS'ers werkten over het algemeen liever in Auschwitz dan dat ze aan het oostfront tegen het Rode Leger vochten. Alcoholische dranken waren er in overvloed en de discipline was slecht.Mede door deze slechte discipline ontstond er een kleine zwarte markt waar vrijwel alles te koop was, van eten tot aan pistolen.
De leiders van het Duitse rijk maakten zich geen zorgen over het feit dat het moordproces tegen de Joden niet voorspoedig verliep, maar hadden wel hun bedenkingen bij het verlies van goederen en geld aan corrupte bewakers. In de herfst van 1943 werd SS'er Konrad Morgen naar Auschwitz gezonden om de diefstal te onderzoeken.Hij moest zorgen dat gestolen spullen bij de staat terecht kwamen en niet, zoals gebruikelijk was op dat moment, in de kluisjes van SS'ers.Veel bewakers wisten aan zijn onderzoek te ontkomen, maar er werden toch duidelijke bewijzen gevonden van corruptie. De bewakers die wel gepakt werden, kregen flinke straffen.
Als gevolg van het onderzoek werd de commandant van Auschwitz, Rudolf Höss, op 1 december 1943 weggepromoveerd naar een administratieve functie in Berlijn.Twee maanden na het vertrek van Höss vloog de loods waarin de bewijzen van corruptie lagen met onbekende oorzaak in brand.Al het bewijsmateriaal werd hierbij vernietigd en de corruptie in Auschwitz ging door tot aan de bevrijding van het kamp.

In kamp Kanada werden waardevolle en bruikbare spullen, zoals brillen, bewaard en gesorteerd

SS-garnizoen
In de loop der jaren werd het SS-garnizoen in Auschwitz gestaag uitgebreid. In 1941 waren er zevenhonderd SS'ers in Auschwitz, in juni 1942 was dat aantal opgelopen tot tweeduizend.In april 1944 beschikte de SS over ruim drieduizend SS'ers en in augustus van dat jaar was het aantal opgelopen tot 3300 mannen en vrouwen.De piek werd midden januari 1945 bereikt. Terwijl de evacuatie van het kamp in volle gang was, waren er 4480 mannelijke en 71 vrouwelijke SS'ers in het kamp.Gedurende het bestaan van het kamp deden er in totaal 7000 tot 7200 verschillende SS'ers dienst.
Opleiding
Gegevens over 1209 SS'ers wijzen uit dat deze mensen nauwelijks een opleiding hadden genoten.Zeventig procent van hen had slechts basisonderwijs genoten, 21,5 procent middelbaar onderwijs en slechts 5,5 procent had hoger onderwijs gevolgd. Van deze laatste groep was het merendeel arts of architect.
Nationaliteiten
De meerderheid van het SS-garnizoen bestond uit Duitsers met een Duitse nationaliteit (Reichsdeutscher). Er was eveneens een grote groep Duitsers zonder Duitse nationaliteit (Volksdeutscher). Deze waren meestal afkomstig uit de landen als Tsjechië, Roemenië, Slowakije en Hongarije. Deze groep werd met de jaren relatief gezien steeds groter, maar nam in 1944 af toen oude Wehrmacht- en Luftwaffesoldaten werden gestationeerd in Auschwitz.
Vrouwen
Vanaf 1942 werden ook vrouwen gestationeerd in Auschwitz. Het pas geopende vrouwenkamp lag hieraan ten grondslag, maar ook een tekort aan personeel was een belangrijke reden. De vrouwen behoorden officieel niet tot de SS, die een volledig mannelijke organisatie was. De vrouwen moesten een contract tekenen, waardoor ze werden gerekend tot de leden van de SS-Gefolge.Ze stonden echter net als de mannelijke SS'ers onder leiding van de kampcommandant. Ze deden vooral dienst als opzichters (Aufseherinnen) in het vrouwenkamp. Later werden de vrouwen ook ingezet tussen de mannen.
Naast het fungeren als opzichter, waren er ook vrouwen die dienst deden bij de communicatieafdeling van het kamp.Zij werden gezien als SS-Helferinnen. Deze groep was relatief gezien vrij klein. Daarnaast werkten er nog vrouwen bij het Duitse Rode Kruis dat dienst deed in Auschwitz.
Commandanten
Net als de andere kampen beschikte ook Auschwitz over een kampcommandant. De eerste commandant was SS-Obersturmbannführer Rudolf Höss (mei 1940 - november 1943)ij werd opgevolgd door SS-Obersturmbannführer Arthur Liebehenschel (november 1943 - mei 1944), die op zijn beurt weer werd opgevolgd door SS-Sturmbannführer Richard Baer (mei 1944 - januari 1945).Höss kreeg tijdens Aktion Höss (mei 1944 - juli 1944) tijdelijk een groot deel van het kamp opnieuw onder zijn hoede.
Na de eerste reorganisatie kregen Auschwitz II en Auschwitz III een eigen kampcommandant.Auschwitz II werd vanaf november 1943 geleid door SS-Sturmbannführer Friedrich Hartjenstein, die in november 1944 werd opgevolgd door SS-Hauptsturmführer Josef Kramer.Auschwitz III kwam vanaf 1943 onder leiding te staan van SS-Hauptsturmführer Heinrich Schwarz,die deze functie behield tot het einde van het kamp.
De kampcommandant had de complete leiding over het kamp en het daarbij behorende SS garnizoen. Hij moest op zijn beurt verantwoording afleggen aan de Inspectiedienst van de Concentratiekampen.Nadat deze instantie op 3 maart 1942 onderdeel werd van de Wirtschaftsverwaltungshauptamat (SS-WVHA), kwam Auschwitz onder het bevel van Amtsgruppe D van het SS-WVHA.
Organisatiestructuur
De organisatie van Auschwitz bestond uit zeven afdelingen (kampcommandant, politieke afdeling, kampadministratie, dwangarbeid, economische administratie, medische afdeling en de SS-eenheid welzijn en opleiding).Daarnaast waren er nog enkele administratieve eenheden die verantwoordelijk waren voor zaken zoals de bouw, hygiëne, voedsel en uitrusting.Al deze afdelingen hadden eigen verantwoordelijkheden, maar de politieke afdeling was bij uitstek de belangrijkste.
Kampdirecteuren
De kampcommandant was de hoogste bevelhebber van het kamp. De SS-Schutzhaftlagerführer (kampdirecteur) was de tweede man in de hiërarchie.Hij was verantwoordelijk voor de aansturing van de Rapportführer (verantwoordelijk voor de geschreven rapporten), de Blockführer (verantwoordelijk voor de zaken per gevangenenblok) en de Kommandoführer (verantwoordelijk voor de dwangarbeid).
Met de  itbreiding van Auschwitz werd ook het aantal posten van directeur uitgebreid. Alle sectoren in Auschwitz II werden bestuurd door een directeurIn Auschwitz III en al haar subkampen werden ook directeuren neergezet die verantwoordelijk waren voor de dagelijkse gang van zaken in het kamp.

Verzet en opstand
De opstand veroorzaakte tijdelijk veel chaos in het kamp, maar haalde uiteindelijk niet veel uit
Ondanks het gevaar dat het met zich meebracht, waren er verzetsgroepen in de kampen van Auschwitz. Het verzet had te kampen met extra grote moeilijkheden. Zo was er steeds verraad van niet-Joodse medegevangenen. Velen van hen hoopten op deze manier de dood te ontspringen en wilden niets riskeren. Vaak traden deze verraders op als handlangers van de SS en namen ze de voor het verzet belangrijke functies waar.Nieuwe leden werden meestal niet toegelaten tot het verzet. Hoe kleiner de groep, des te minder kans op verraad. Bovendien waren de meeste nieuwelingen te 'traag' vanwege de nieuwe situatie waarin ze terechtgekomen waren. De Russische krijgsgevangenen waren gedecimeerd tot een kleine groep, waarvan dus ook al weinig steun uit kon gaan. De groep politieke gevangenen in het kamp had te kampen met politieke tegenstellingen en nationaliteit, hetgeen achterdocht ten opzichte van elkaar in de hand werkte.Naast deze factoren was het voor het verzet lastig om te communiceren met de andere kampen, doordat de kampen enkele kilometers van elkaar verwijderd lagen. Hierdoor was in wezen elk kamp op zichzelf aangewezen.
In Auschwitz II kwam het op 7 oktober 1944 wel tot een georganiseerde opstand. De opstand zou worden begonnen door het Sonderkommando. De leden van het Sonderkommando vormden de werkkrachten in de verschillende crematoria: hun taak was het verbranden van de lijken. Ze waren gescheiden van andere gevangenen en daardoor slechts met de allergrootste risico's te benaderen. Het verloop binnen het Sonderkommando was groot; de afgelosten werden buiten het concentratiekamp doodgeschoten.
De taak die het verzet zich moest stellen voor verschillende kampen was bovendien niet gelijk. Voor Auschwitz II, waar de vergassingen plaatsvonden, was het doel het ontregelen van het uitroeiingsapparaat door zo veel mogelijk onderdelen te vernietigen.Het verzet in dit vernietigingskamp kon maar door één bepaalde groep met succes worden uitgevoerd: het Sonderkommando. Het verzet in Auschwitz I en Auschwitz III was er vooral op gericht om bij nadering van het front te voorkomen dat de SS'ers de gevangenen zouden liquideren.
Het verzet in Auschwitz II had dus tot doel om het uitroeiingsapparaat te vernietigen. Men ging ervan uit dat dit op twee manieren kon worden bereikt:
Het waarschuwen van de nog niet getransporteerde Joden en het inlichten van de paus en de geallieerden over wat er plaatsvond in Auschwitz.
Het vernietigen van vitale functies van Auschwitz II. Dit kon op drie manieren gebeuren:Een massale aanval van strijdtroepen van de Poolse ondergrondse op Auschwitz II, met als uiteindelijk doel de crematoria engaskamers te vernietigen.
Een vernietigend bombardement door de geallieerden, waarbij alle gevangenen in Auschwitz II om het leven zouden komen.
De crematoria en gaskamers met eigen middelen vernietigen.
Er werd contact gelegd met de ondergrondse verzetsbeweging in Polen, maar deze bleek niet bereid tot een aanval over te gaan zolang de geallieerde legers niet in de buurt waren. Bovendien zou een aanval leiden tot de vernietiging van dat deel van de ondergrondse. Deze mogelijkheid werd dan ook snel aan de kant geschoven, waarna men de mogelijkheid onderzocht van een geallieerd bombardement. Die optie leek de enige reële te zijn. Het verzet was ervan overtuigd dat de geallieerden direct op een dergelijk verzoek zouden reageren, zodra men besefte wat zich afspeelde in Auschwitz.Echter, tegelijkertijd realiseerde het verzet zich dat het voor de buitenwereld onvoorstelbaar zou zijn op welke schaal mensen werden vermoord. Al eerder werden vanuit het kamp berichten naar de Poolse stad Krakau gesmokkeld en van daaruit doorgezonden naar Londen. Aldus waren de geallieerden op de hoogte van de misdaden.In diverse geallieerde radio-uitzendingen, gericht op Duitsland en Polen, dus ook op Auschwitz, werden namen, geboortedata en woonplaatsen van diverse direct betrokken SS'ers genoemd.De geallieerde actie liet de SS'ers koud en de misdaden werden onverminderd voortgezet. De verzetsorganisatie probeerde vervolgens getuigen (ontsnapte gevangenen) met onweerlegbare bewijsstukken in de hand verslag te laten doen uitbrengen aan paus Pius XII. Via hem zou een verzoek aan de geallieerden moeten worden gedaan Auschwitz II met de grond gelijk te maken. Dat hierbij ook de gevangenen in het kamp omkwamen, nam het verzet voor lief. Belangrijker was het voorkomen van de dood van honderdduizenden Joden die nog op de lijsten stonden om naar het vernietigingskamp te worden gedeporteerd.

Door het verzet binnen het Sonderkommando in het geheim gemaakte opnamen van lijkverbrandingen. Foto's zijn uit het kamp gesmokkeld in de hoop dat actie zou worden ondernomen
 

In Hongarije waren ondertussen veel Joden ondergedoken en, nadat bekend was geworden dat de Duitsers grootschalige deportaties voorbereidden, op de vlucht geslagen. Toch wisten de Duitsers veel Joden op te pakken en af te voeren naar Auschwitz. Toen de Hongaarse transporten aankwamen in Auschwitz, werd het de verzetsorganisatie in het kamp duidelijk dat een totale vernietiging van het kamp zou uitblijven. Hierna resteerde alleen de optie het kamp zélf te vernietigen. Het was de bedoeling de gaskamers en crematoria met explosieven op te blazen. Alleen de leden van het Sonderkommando waren in staat om dit uit te voeren. Een opzichzelfstaande actie zou weinig uithalen, daarom werd gepleit voor een totale opstand tegen de SS. Het probleem was echter dat de kampbevolking niet van tevoren kon worden ingelicht en dus door middel van een shock tot actie moest worden gedwongen.Het plan was om 's nachts de met gevangenen bevolkte barakken in brand te steken, waardoor iedereen gedwongen werd in beweging te komen. Door de duisternis zou de SS geen goed overzicht van de situatie kunnen verkrijgen. Ondertussen moesten de onder stroom staande hekken worden doorgeknipt en de wachttorens worden omgeduwd, waardoor de zoeklichten zouden uitvallen en de wapens in handen van de gevangenen zouden komen. Eerst zou men echter aan explosieven moeten komen. In de munitiefabriek in Auschwitz III werkte een commando van het vrouwenkamp uit Auschwitz II. Het verzet wist enkele medewerksters uit dat commando zover te krijgen dat ze regelmatig kleine hoeveelheden springstof meesmokkelden naar het vrouwenkamp. Van daaruit werden de explosieven door mannelijke gevangenen, die technische werkzaamheden in het vrouwenkamp verrichtten, naar de diverse crematoria gebracht.
Het laatste belangrijke punt was de medewerking van het Sonderkommando. Het Sonderkommando bleek na lang praten bereid tot een opstand. Nu moest alleen nog het tijdstip worden bepaald. Plotseling kwam er slecht nieuws. Op 5 oktober werd bekend dat in Auschwitz I ook kleine gaskamers voor gebruik gereed waren. De bedoeling was niet te achterhalen, maar het Sonderkommando had een vermoeden dat de SS een liquidatie voorbereidde voor een deel van het commando. Het aantal leden van het Sonderkommando was opgelopen tot ongeveer 9000 personen en de SS vond dit aantal veel te hoog. Op dat moment was het verzet in Auschwitz II nog niet klaar voor de opstand. Op 7 oktober kreeg het Sonderkommando van crematorium IV te horen dat ze zich ogenblikkelijk voor transport moesten klaarmaken Eén dag eerder had men afgesproken dat als zich deze situatie zou voordoen, het verzet tot actie zou overgaan, ongeacht het tijdstip.
Er werd tijdens deze opstand één crematorium onbruikbaar gemaakt
Toen de Blockführer die ochtend het bevel tot aantreden gaf, werd hij direct neergeschoten. Het SS-Begleitkommando dat zich buiten crematorium IV bevond, werd onthaald op schoten vanuit het crematorium. De opstandelingen zaten als ratten in de val, want de SS'ers buiten waren aanzienlijk beter bewapend. Snel brachten ze de springstof aan, ontstaken deze en staken de brand in het crematorium. Het crematorium, mét de opstandelingen erin, werd onherstelbaar beschadigd. Tegelijkertijd kwamen de Sonderkommandos van crematorium I en II in opstand. Ze plaatsten explosieven, knipten de draden van de onder stroom staande hekken door en namen de benen. De explosieven in de twee crematoria ontploften echter niet, waardoor deze crematoria onbeschadigd bleven. Het Sonderkommando in crematorium III zag geen heil in verzet op klaarlichte dag en hield zich rustig.
De opstand vond op een zeer ongelegen moment plaats, omdat de arbeidscommando's allen waren uitgerukt en niets meekregen van de situatie in het kamp. Bovendien hadden de gevangenen die zich in het kamp bevonden geen schijn van kans op klaarlichte dag te ontsnappen. De SS kreeg de situatie snel onder controle en de gevangenen die trachtten te ontsnappen werden allen geëxecuteerd.
Het doel van de opstand was maar voor een klein deel bereikt. Er werd slechts één crematorium vernietigd. Het werd de SS al snel duidelijk dat het vrouwencommando in de opstand betrokken moest zijn. De munitiedraagsters werden opgespoord en gemarteld. Alles wat de SS te weten kwam, was dat de munitie was afgeleverd aan personen die reeds dood waren. De vrouwen gaven niets toe en werden allen geëxecuteerd, maar redden daarmee de levens van veel verzetsleden. De doden waren vrijwel allen Joden.
Individuele ontsnappingen
Ongeveer zevenhonderd gevangenen probeerden tijdens hun gevangenschap in Auschwitz te ontsnappen, en ongeveer driehonderd van hen slaagden hierin. Op mislukte ontsnappingspogingen stond vaak uithongering als straf. Na een succesvolle ontsnappingspoging werd de eventuele familie van de betreffende persoon opgepakt en naar Auschwitz gezonden. Bovendien werden tien willekeurige personen uitgehongerd tot ze dood neervielen.
In juni 1944 probeerde Mala Zimetbaum samen met Edek Galinski te ontsnappen. Ze wilde tevens deportatielijsten het kamp uit smokkelen, waarvan ze een kopie had omdat ze op het kantoor van de Lagerleitung werkte als vertaalster. Op 6 juli werden beiden gearresteerd nabij de Slowaakse grens en ter dood veroordeeld. Galinski pleegde voor de executie zelfmoord, en Zimetbaum stierf na een mislukte zelfmoordpoging alsnog door de martelingen van SS'ers.

In het geheim door het verzet gemaakte foto van vrouwen die naar een gaskamer lopen
 

Geallieerde kennis van het kamp
Witold Pilecki

De Poolse verzetsman Witold Pilecki is, voor zover bekend, de enige persoon die zich op vrijwillige basis in Auschwitz gevangen liet zetten. Hij bracht in totaal 945 dagen door in het kamp, alvorens te ontsnappen. Vanaf oktober 1940 stuurde hij diverse rapporten over het kamp en de massamoord naar de Armia Krajowa, het Poolse verzetsleger. Dit kon hij doen omdat hij een kleine verzetsgroep in Auschwitz had georganiseerd. Vanaf maart 1941 werden zijn bevindingen via het Poolse verzet aan de Britse overheid geleverd.
Deze rapporten waren de belangrijkste bronnen van informatie over Auschwitz voor de westerse geallieerden. Pilecki hoopte dat de geallieerden wapens in of nabij het kamp zouden droppen, waardoor men van binnenuit een opstand kon forceren. Indien dit niet door zou gaan, hoopte hij op een dropping door de Poolse Eerste Onafhankelijke Parachutistenbrigade of een frontale aanval door de Armia Krajowa.
In 1943 realiseerde Pilecki zich dat geen van deze plannen bestond. In de nacht van 26-27 april 1943 ontsnapte hij tijdens zijn nachtdienst buiten het kamp Samen met twee anderen overmeesterde hij een bewaker, sneed de telefoonlijn door en nam enkele belangrijke documenten mee.
Nadat Pilecki was ontsnapt, zocht hij contact met de Armia Krajowa. Het gedetailleerde rapport over de massamoord die zich in Auschwitz voltrok werd naar Londen gebracht, maar de Britse autoriteiten weigerden de Armia Krajowa luchtondersteuning te verlenen bij een aanval op Auschwitz. Het verzetsleger wilde op deze manier de gevangenen laten ontsnappen en de gaskamers en crematoria onschadelijk maken. Een luchtaanval was zeer risicovol en de rapporten van het Poolse verzet waren voor de Britten niet voldoende bewijs om hieraan mee te helpen. Men dacht dat de rapporten ietwat waren overdreven door de Polen. De Armia Krajowa zelf kwam tot de conclusie dat ze te weinig manschappen had voor een frontale aanval.
Vrba-Wetzler-Rapport
Het Vrba-Wetzler-Rapport, ook bekend als "Auschwitz-protocollen", was een rapport waaruit gedetailleerde informatie naar voren kwam over de massamoord die zich voltrok in Auschwitz. Het Vrba-Wetzler-Rapport werd gezien als een van de belangrijkste inlichtingsbronnen voor de geallieerden.
Alfred Wetzler was op 7 maart 1944 getuige geweest van een moord op 4000 Joden die afkomstig waren uit Theresienstadt.Direct na aankomst werden ze vergast. Een tweede transport uit Theresienstadt bracht Rudolf Vrba in Auschwitz. Hij werkte eerst in "Kanada" en later als administrateur. In die laatste functie kwam hij meer te weten over de gang van zaken in het kamp. Vrba besloot samen met Wetzler om het kamp te ontvluchten en de gebeurtenissen in Auschwitz aan de buitenwereld te vertellen. Op 7 april 1944 beraamden de jonge Joden Alfred Wetzler en Rudolf Vrba een ontsnappingsplan om uit Auschwitz II - Birkenau te ontsnappen.Ze namen gedetailleerde informatie mee, zoals een plattegrond van Auschwitz en het aantal vermoorde gevangenen.
Toen ze enkele dagen na hun ontsnapping in Slowakije aankwamen, stelden ze het Vrba-Wetzler-Rapport op. Vrba schreef zeer gedetailleerde informatie over binnenkomende transporten en tatoeagenummers van werkkommando's. Met het publiceren van het rapport werd dus duidelijk dat alle gedeporteerden uit de westerse landen niet tewerkgesteld waren, maar vergast. Toen zowel Wetzler als Vrba klaar waren met het rapport, kregen ze nog hulp van enkele vluchtelingen, welke getuige waren geweest van de vergassing van de eerste groep Hongaarse Joden op 15 mei 1944.Zij vulden het rapport met deze details aan.
Het rapport werd naar Londen gesmokkeld, waar het midden juni aankwam. De Amerikanen werden direct op de hoogte gesteld van de situatie. Delen uit het rapport werden op 15 juni door de BBC openbaar gemaakt, en op 20 juni werden delen door The New York Times gepubliceerd. Doordat bekend was dat de Hongaarse Joden de volgende slachtoffers waren, werd de druk op president Miklós Horthy flink opgevoerd. Richard Lichtheim, medewerker van het Jewish Agency in Genève, liet de Britse autoriteiten weten dat de moord op de Hongaarse Joden kon worden gestopt en hij had daarbij drie doelwitten in gedachten: hij wilde de spoorlijnen van Hongarije naar Auschwitz bombarderen, Auschwitz II - Birkenau onbruikbaar maken en alle regeringsgebouwen in Boedapest platleggen.
De Britten zagen wel wat in het voorstel, maar de Amerikanen vonden de operatie te riskant. Roosevelt deed nog wel een oproep aan Horthy om de deportaties te staken. Toen er op 2 juli, bij een Amerikaanse aanval op een Duits rangeerterrein, toch enkele regeringsgebouwen werden verwoest, meende Horthy dat dit een vergeldingsactie was.Vijf dagen na het bombardement gaf hij het bevel om de deportaties te stoppen. Ongeveer 170 000 Hongaarse Joden werden niet gedeporteerd.
Op 25 november 1944 werd het rapport door de Amerikaanse War Refugee Board voor het eerst in zijn geheel gepubliceerd.
Evacuatie
De nazi's wilden al het mogelijke bewijs van de massamoord vernietigen. Een onderdeel hiervan was de evacuatie van de gevangenen in de vernietigingskampen.
De evacuatie van Auschwitz kwam in het tweede deel van 1944 op gang. Via zogenaamde dodenmarsen werden gevangenen lopend getransporteerd naar concentratiekampen dieper in het Derde Rijk. De nazi's waren bang dat ze na de bevrijding als getuigen zouden kunnen fungeren. Zaten er in augustus 1944 nog ruim 130.000 mensen in Auschwitz gevangenen, aan het einde van datzelfde jaar was meer dan de helft vertrokken. Leden van het Sonderkommando werden in het kamp zelf doodgeschoten, omdat zij de voornaamste getuigen waren van de vergassingen.
Tijdens de dodenmarsen kwamen grote aantallen mensen om het leven. De bekendste dodenmars vond plaats in januari 1945, toen de Sovjettroepen de grens met Polen waren overgestoken. Negen dagen voordat de Sovjets in Auschwitz aankwamen, begeleide de SS 60.000 gevangenen uit het kamp. Ze moesten naar Loslau lopen, bijna zestig kilometer verderop. Tijdens de mars naar Loslau kwamen meer dan 15.000 mensen om het leven; velen door de kou (het vroor twintig graden Celsius), anderen werden door de SS doodgeschoten.Aangekomen in Loslau werden ze in goederenwagons gezet en overgebracht naar kampen dieper in het Derde Rijk.
De zwakkeren waren achtergebleven in het kamp. Een kleine negenduizend zieken bleven met enkele SS-eenheden in het kamp. Deze eenheden vermoordden nog enkele honderden zieken, terwijl een paar honderd anderen om het leven kwam door kou en voedselgebrek.
Bevrijde gevangenen in Auschwitz, januari 1945
Terwijl de SS een groot deel van de gevangenen vanuit Auschwitz naar andere kampen leidde, was men druk bezig om de laatste stappen te zetten om de bewijsmaterialen van de misdaden te vernietigen. Op 20 januari 1945 werden de crematoria II en III opgeblazen.[60] Deze twee crematoria waren al in een eerder stadium onklaar gemaakt. Op 23 januari werd Kanada II, het opslagcomplex voor van de gevangenen gestolen goederen vernietigd.Crematorium V werd op 26 januari opgeblazen.
De bijna negenduizend gevangenen die nog in Auschwitz aanwezig waren, bevonden zich in uitermate slechte omstandigheden. De meesten waren ziek of uitgeput en hadden bovendien een tekort aan voedsel en nauwelijks beschutting tegen de kou. De SS had de intentie om alle nog overgebleven gevangenen te elimineren, maar had daarvoor te weinig tijd. Ongeveer zevenhonderd gevangenen werden vermoord door de SS, alvorens de Sovjettroepen arriveerden.
Het overgrote deel van de SS'ers verliet het kamp op 20 en 21 januari.Er bleven enkele kleine eenheden achter in het kamp om de gevangenen in bedwang te houden en te elimineren. Troepen van de Wehrmacht passeerden het kamp en plunderden de opslagplaatsen die nog niet leeg waren. Diverse gevangenen maakten van de verwarde situatie gebruik en ontsnapten uit het kamp.
Op 27 januari 1945 trokken de eerste troepen van het Rode Leger het kamp binnen.Ze vonden ongeveer 7500 uitgeputte en doodzieke gevangenen.De soldaten werden als bevrijders onthaald door de overgebleven gevangenen. Naast de vele duizenden uitgeputte en zieke achterblijvers vonden ze in de opslagplaatsen meer dan één miljoen tenues en kostuums, 7000 kilogram vrouwenhaar en duizenden schoenen.
Bij de bevrijding van de stad en de diverse kampen van Auschwitz kwamen 230 Russische soldaten om het leven.
Verzorging van de gevangenen
Medische eenheden van het Rode Leger gaven in Auschwitz eerste hulp. Er werden twee veldhospitalen ingericht.
Veel Poolse gevangenen uit de stad en de omgeving van Auschwitz, maar ook uit andere delen van het land, kwamen eveneens hulp bieden.De meesten van hen behoorden tot het Poolse Rode Kruis. Begin februari richtte het Poolse Rode Kruis het kampziekenhuis op. Meer dan 4500 ex-gevangenen uit meer dan twintig landen werden geholpen in dit ziekenhuis of in de veldhospitalen van het Rode Leger.De meesten van hen waren bedlegerig. Onder de gevangenen waren meer dan vierhonderd kinderen.
Honderden vuile, bedlegerige patiënten werden van hun bed gehaald en naar schone ruimtes gebracht. De ex-gevangenen kregen een aangepaste hoeveelheid eten, die langzaam werd opgevoerd tot een normale hoeveelheid. Enkele weken na de bevrijding waren er nog altijd patiënten die het brood onder hun matras verstopten, in de veronderstelling dat het elke dag afgelopen kon zijn met de maaltijden.
Ex-gevangenen die in relatief goede conditie waren, verlieten direct na de bevrijding het kamp. De meeste patiënten in het ziekenhuis verlieten deze plaats na drie à vier maanden.
Het grootste deel van de kinderen verliet Auschwitz in groepen in februari en maart 1945.De meesten gingen naar kindertehuizen of andere instanties. Slechts enkelen werden met hun ouders herenigd.

Bevrijde gevangenen in Auschwitz, januari 1945
 

Slachtoffers
Toen het Rode leger eind 1944 oprukte, werd de omvangrijke administratie door de Duitsers in Auschwitz verbrand. Het staat echter vast dat nergens in de Tweede Wereldoorlog zoveel mensen werden vermoord als in Auschwitz. De schattingen lopen echter uiteen van 800 000 tot vijf miljoen.Rudolf Höss liet in de rechtbank weten dat Adolf Eichmann hem had verteld dat er 2,5 miljoen mensen waren vergast en er een half miljoen mensen op natuurlijke wijze om het leven was gekomen.Later liet hij weten dat dit aantal overdreven was en dat ook Auschwitz een limiet had.
Veel onderzoekers (maar niet alle) onderschrijven de schattingen van de Poolse historicus Franciszek Piper. Volgens zijn schattingen werden ongeveer 1,3 miljoen mensen naar Auschwitz gedeporteerd,onder wie circa 1,1 miljoen Joden, 140 000 Polen, 23 000 zigeuners, 15 000 Russische krijgsgevangenen en ruim 25 000 slachtoffers van andere etniciteiten.
Van de 1,3 miljoen gedeporteerden overleefden ongeveer 1,1 miljoen Auschwitz niet.Onder de slachtoffers bevonden zich ongeveer één miljoen Joden, 70 000 Polen, 21 000 zigeuners, vrijwel alle Russische krijgsgevangenen en ruim 10 000 slachtoffers van andere etniciteiten.
Het aantal overlevenden van Auschwitz wordt geschat op 200 000.Hierbij zijn gevangenen die vanuit Auschwitz naar andere kampen gedeporteerd werden wel meegerekend, ook als die in of op weg naar die kampen om het leven kwamen.
De namen van slachtoffers zijn vaak bekend, doordat die door de Duitsers werden bijgehouden. In Nederland zijn deze gepubliceerd in de gedenkboeken van de Oorlogsgravenstichting (algemeen) en in het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland.
Nederlandse slachtoffers
In Auschwitz kwamen 57.000 uit Nederland getransporteerde mensen aan. Van hen werden er 38.000 direct vergast, de overige 19.000 werden eerst als gevangene ingeschreven. Van die 19.000 zouden er 900 de oorlog overleven.
De Nederlanders werden met 68 treinen naar Auschwitz gedeporteerd: 65 uit Kamp Westerbork, 1 uit Apeldoorn (vertrek op 22 januari 1943, met voornamelijk patiënten en een deel van het personeel van het Joodse Krankzinnigengesticht "Het Apeldoornse Bos") en 2 uit Kamp Vught (vertrek op 15 november 1943 en 3 juni 1944). Sporadisch ontvluchtten mensen tijdens de reis; aantallen en identiteit van gedeporteerden waren wel bekend bij vertrek, maar werden niet gecontroleerd bij aankomst.

Sam Rosenzweig overleefde Auschwitz en toont zijn getatoeëerde identificatienummer.
 

Berechting
Kampcommandanten

In Auschwitz werkten door de jaren heen ongeveer 8000 nazi's, 7000 van hen maakten het einde van de oorlog mee. Een paar honderd van hen zijn vervolgd, maar ze zijn niet allemaal daadwerkelijk veroordeeld.
Zoals alle concentratiekampen werden de kampen in Auschwitz ook door de SS geleid. De commandanten waren:
Rudolf Höss (mei 1940 – november 1943)
Arthur Liebehenschel (november 1943 – mei 1944)
Richard Baer (mei 1944 – januari 1945)
Het Hoogste Gerechtshof in Warschau veroordeelde Höss op 2 april 1947 tot de dood.Hij werd twee weken later naast het crematorium van Auschwitz I opgehangen. Liebehenschel werd tijdens het eerste Auschwitzproces veroordeeld tot de dood.Baer dook na de oorlog onder in Hamburg en werd pas in 1960 opgespoord en gearresteerd. Hij overleed drie jaar na zijn arrestatie.
Bergen-Belsenproces
Al vrij snel na de oorlog werden diverse processen opgestart tegen medewerkers van concentratiekampen. Tijdens het Bergen-Belsenproces werden de eerste personen die actief waren geweest in Auschwitz berecht.Het proces wordt daarom ook wel als het eerste Auschwitzproces beschouwd. Daardoor werden er twee verschillende aanklachten gedaan tijdens dit proces. Elf personen werden aangeklaagd voor het begaan van misdaden tegen de menselijkheid in concentratiekamp Auschwitz.Daarnaast werd diezelfde groep voor hetzelfde vergrijp in Bergen-Belsen aangeklaagd.Een aantal anderen werd alleen aangeklaagd voor misdaden tegen de menselijkheid in Bergen-Belsen.

Rudolf Höss vlak voordat hij wordt opgehangen

Eerste Auschwitzproces
Het eerste Auschwitzproces vond plaats van 24 november tot 22 december 1947 in Krakau. Al voor de aanvang van dit proces was kampcommandant Rudolf Höss veroordeeld tot de doodstraf en opgehangen in Auschwitz.
De bekendste veroordeelden waren Arthur Liebehenschel, voormalig commandant, Maria Mandel, hoofd van de vrouwenkampen en SS-doktor Johann Kremer. Achtendertig andere SS-officieren die als bewaker of arts in het kamp werkzaam waren geweest, waaronder vier vrouwen, werden ook veroordeeld.
Liebehenschel, Mandel en Kremer werden ter dood veroordeeld. Hetzelfde gebeurde met Hans Aumeier, August Bogusch, Theresa Brandl, Arthur Breitwiser, Fritz Buntrock, Wilhelm Gehring, Paul Götze, Max Grabner, Heinrich Josten, Hermann Kirschner, Josef Kollmer, Franz Kraus, Herbert Ludwig, Karl Möckel, Kurt Müller, Erich Mühsfeldt, Ludwig Plagge, Hans Schumacher en Paul Szczurek.
Luise Danz, Hans Koch, Anton Lechner, Adolf Medefind, Detlef Nebbe en Karl Seufert werden veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Oswald Kaduk werd veroordeeld tot 25 jaar gevangenschap. Alexander Bülow, Hans Hofmann, Hildegard Lächert, Eduard Lorenz, Alice Orlowski, Franz Romeikat en Johannes Weber werden elk veroordeeld tot 15 jaar. Richard Schröder kreeg 10 jaar gevangenschap, Erich Dinges vijf jaar en Karl Jeschke drie jaar. Hans Münch was de enige die tijdens dit proces werd vrijgesproken.
Alle executies werden op 18 januari 1948 in de gevangenis van Krakau uitgevoerd.
Tweede Auschwitzproces

Het tweede Auschwitzproces vond plaats van 20 december 1963 tot 19 augustus 1965 in Frankfurt. Hier werden twintig oorlogsmisdadigers die actief waren in Auschwitz berecht. Er werden geen doodstraffen uitgesproken, wel werden zes aangeklaagden veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Er werden echter ook vijf mensen vrijgesproken.
Emil Bednarek, Oswald Kaduk, Franz-Johann Hofmann, Josef Klehr, Wilhelm Boger, Stefan Baretzki kregen een levenslange gevangenisstraf. Robert Mulka werd veroordeeld tot veertien jaar, Hans Stark kreeg tien jaar gevangenisstraf en Viktor Capesius tot negen jaar. Andere veroordeelden waren Karl-Friedrich Höcker (7 jaar), Willi Frank (7 jaar), Bruno Schlage (6 jaar), Klaus Dylevski (5 jaar), Herbert Scherpe (4 jaar en zes maanden), Perry Broad (4 jaar), Emil Hantl (3 jaar en zes maanden) en Franz Lucas (3 jaar en 3 maanden).
Wilhelm Breitwieser, Gerhard Neubert, Hans Nierzwicki, Willi Schatz en Johann Schobert werden vrijgesproken.
Vervolgprocessen
In december 1965 werden Joseph Erber en Wilhelm Burger berecht. Erber werd op 16 september 1966 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Daarna werden tussen 1973 en 1981 nog een aantal oorlogsmisdadigers individueel berecht, onder wie Willi Rudolf Sawatzki, Frey Czerwinski en Karl Schmidt.
Geen veroordeling
Veel SS'ers ontkwamen aan hun straf doordat ze op de vlucht sloegen naar bijvoorbeeld Argentinië of doordat er te weinig bewijsmateriaal was. In totaal werd niet meer dan 15% van alle SS'ers in het kamp veroordeeld.Dit percentage is in verhouding met andere concentratie- en vernietigingskampen relatief hoog.
Er waren enkele landen die de uitlevering van oorlogsmisdadigers zelfs tegenwerkten. Zo werd Horst Schumann, een voormalige SS-arts in Auschwitz, door Ghana in bescherming genomen.Hetzelfde geldt voor enkele landen in Zuid-Amerika. Zo werd SS-arts Josef Mengele, die de "medische" experimenten op gevangenen uitvoerde en selecteerde welke gevangenen konden werken en welke rechtstreeks door moesten naar de gaskamers, nooit opgepakt.

Irma Grese was de bekendste vrouwelijke bewaker in Auschwitz. Ze werd tijdens het Bergen-Belsenproces ter dood veroordeeld
 

Na de oorlog
Kampen

Nadat alle gevangenen uit het kamp waren geëvacueerd, werd het Stammlager tot 1947 door de NKVD en de MBP gebruikt als tijdelijke gevangenis.De Buna Werke van Monowitz werden door de Poolse regering overgenomen, waarmee de basis voor de chemische industrie in de regio werd gelegd. Auschwitz II bleef die hele periode ongebruikt. De boeren uit de omgeving maakten daar gebruik van door regelmatig houten barakken te slopen, omdat ze het hout goed konden gebruiken voor diverse doeleinden.
Enige tijd werd er nauwelijks aandacht besteed aan het onderhoud van Auschwitz en de diverse kampen raakten in verval. In 1946 kwam het kamp onder beheer te staan van het MKiS.[86] Begin 1947 presenteerde Ludwik Rajewski, hoofd van de afdeling Musea en Monumenten van het MKiS, een plan om in Auschwitz I een herinneringscentrum en een museum te vestigen. In juni 1947 werd een tentoonstelling geopend in Auschwitz I.Deze tentoonstelling werd in 1950 uitgebreid en in 1955 werd de tentoonstelling geheel vervangen door een nieuwe. In het museum bevinden zich grote aantallen schoenen, koffers en andere spullen van de slachtoffers. Er is zelfs een vitrinekast van circa dertig meter lang die in zijn geheel is gevuld met het afgeschoren haar van de gevangenen.
De meeste gebouwen in Auschwitz I zijn nog altijd zichtbaar. Vele worden tegenwoordig gebruikt als museum of voor andere openbare functies. In een van deze gebouwen bevindt zich een Nederlands paviljoen, dat onder verantwoordelijkheid staat van het Nederlands Auschwitz Comité. Het paviljoen dateert uit 1980 en werd door Carry van Lakerveld, Victor Levie en architectenbureau ROO vernieuwd en aangepast aan de huidige tijd en bestaat uit vier onderdelen: een impressie van het jodendom in het Nederland van voor de oorlog, de vervolging en deportatie, Nederlanders in Auschwitz aan de hand van ervaringen van enkele Joodse en niet-Joodse gevangenen en een afdeling 'Leven met de Shoah'. De nieuwe tentoonstelling werd op 26 april 2005 geopend.
Ook Auschwitz II is zo veel mogelijk in de originele staat bewaard. Hoewel het verval van de gebouwen was ingezet, werd het vernietigingskamp niet opgeknapt. Auschwitz II is publiekelijk toegankelijk en er staan nog diverse barakken overeind. De gaskamers en crematoria zijn daarentegen flink beschadigd. Veel van de gebouwen werden door de Duitsers vernietigd toen de Sovjettroepen naderden. Het grootste deel van de aldus ontstane puinhopen werd al in 1945 verwijderd door teruggekeerde Polen. Tegenwoordig staan het entreegebouw en enkele zuidelijk gelegen stenen barakken nog overeind. Daarnaast hebben van de bijna driehonderd houten barakken het er negentien overleefd: achttien nabij het entreegebouw en één barak verder het kamp in. In Auschwitz II is een herdenkingsplaquette te zien. Auschwitz II staat op de Werelderfgoedlijst.
De dag van de bevrijding van Auschwitz, 27 januari, is sinds 1996 in Duitsland een officiële gedenkdag voor de slachtoffers van het nationaalsocialisme. Denemarken, Italië en Polen volgden het voorbeeld van de Duitsers. Sinds 1988 wordt er jaarlijks in april of mei de "Mars van de Levenden" (March of the Living) gehouden. Op 27 januari 2005 werd de bevrijding uitgebreid herdacht in Auschwitz-Birkenau, in aanwezigheid van tal van oud-gevangenen, buitenlandse staatshoofden (waaronder koningin Beatrix) en regeringsleiders (onder andere Balkenende en Poetin). Namens de oud-gevangenen werd onder meer gesproken door Simone Veil.
Medio 2008 werd bekendgemaakt dat Auschwitz dringend aan restauratie toe is. Daartoe zoekt men via internationale fora naar subsidies ter hoogte van 62 miljoen euro.De Poolse overheid schenkt jaarlijks ruim drie miljoen euro steun, vermeerderd met drie miljoen euro middelen uit opbrengsten van boeken en rondleidingen ter plaatse.Op 16 december 2009 maakte Bondskanselier Angela Merkel bekend dat Duitsland 60 miljoen euro beschikbaar stelt.

Gedenkteken in het Nederlandse paviljoen
 

Nederland
Urn met as

Zeven jaar na de bevrijding van Auschwitz, in januari 1952, organiseerde de Poolse regering een internationale herdenking. Uit diverse landen werd een delegatie Auschwitz-overlevenden uitgenodigd om de herdenking bij te wonen. Bij de plechtigheid vulde alle delegaties een urn met as. Deze as, afkomstig van de verbrande gevangenen, vormt het enige stoffelijke overblijfsel van de vermoorde personen in Auschwitz. In het jaar 1952 werd op de Amsterdamse Oosterbegraafplaats een eenvoudige grafsteen geplaatst met daaronder de urn.Tot aan 1977 was dit het voornaamste monument in Nederland ter nagedachtenis aan Auschwitz.
Spiegelmonument
In de loop der jaren werden de Auschwitzherdenkingen steeds meer bezocht. In de jaren zeventig werd de gedenkplaats te klein voor het aantal toegestroomde mensen. In 1977 werd op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam een nieuw Auschwitzmonument onthuld. Het monument, gemaakt door dichter en beeldend kunstenaar Jan Wolkers, bestaat uit gebroken spiegels waarin de lucht wordt gereflecteerd. De spiegels symboliseren het feit dat de hemel na Auschwitz nooit meer ongeschonden is. In 1993 werd het spiegelmonument opgeknapt en samen met de urn overgebracht naar het Wertheimpark in Amsterdam. Bij de platen van het spiegelmonument is de urn met as van de slachtoffers bijgezet.
Auschwitzherdenking
Jaarlijks vindt op de laatste zondag van januari de Auschwitzherdenking plaats.Tijdens deze herdenking wordt de bevrijding van Auschwitz herdacht. De herdenking begint met een stille tocht die wordt geformeerd vanuit de Boekmanzaal in het Amsterdamse stadhuis, naar het spiegelmonument "Nooit Meer Auschwitz" dat zich in het Wertheimpark aan het einde van de Muiderstraat bevindt. Tijdens de plechtigheid wordt er een korte toespraak gehouden en een rabbijn spreekt het Jizkor en Kaddisj uit.Tevens wordt er muziek gemaakt door Roma en Sinti. Als einde van de plechtigheid worden er bloemen en kransen neergelegd bij het monument.
Ontkenning
"Auschwitz" staat vaak symbool voor de hele Holocaust, dus wordt ook de Holocaustontkenning soms aan Auschwitz opgehangen, wat niet terecht is, want er zijn meer concentratiekampen en vernietigingskampen gebruikt tijdens de Holocaust.
Specifiek met betrekking tot Auschwitz is over de ontkenning het volgende te melden:
De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad claimt dat de Holocaust een mythe is en wilde dit laten onderzoeken.In februari 2006 weigerde de Poolse regering echter visa te verstrekken aan Iraanse onderzoekers die naar Auschwitz wilden afreizen.
In de documentaire The Truth Behind the Gates of Auschwitz - David Cole interviews Dr. Franciszek Piper laat David Cole, zelf Joods, zich rondleiden in Auschwitz. De kritische vragen die hij de gids, de conservator en de kijker stelt werden hem niet in dank afgenomen. Later verduidelijkte Cole dat zijn documentaire niet gezien moest worden als antisemitisch of negationistisch.

Het spiegelmonument in Amsterdam
 

De Auschwitzherdenking is een Nederlandse herdenking van de bevrijding van het concentratiekamp Auschwitz op 27 januari 1945. De Auschwitzherdenking vindt jaarlijks op de laatste zondag in januari plaats te Amsterdam.
Het Nederlands Auschwitz Comité organiseert deze plechtigheid die sinds 1993 plaatsvindt bij het Auschwitzmonument in het Wertheimpark. Dit monument is gemaakt door Jan Wolkers. Daarvoor vond de herdenking plaats op de Nieuwe Oosterbegraafplaats
Geschiedenis
De eerste Auschwitzherdenking werd in 1952 in Polen georganiseerd door de regering van dat land. Onderdeel ervan was het vullen van een urn met as uit de crematieovens in Auschwitz door verscheidene nationale delegaties.De urn werd in juni van dat jaar opgesteld op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam. Het leidde tot een enorme publieke belangstelling en duizenden burgers liepen langs de urn.Deze werd de volgende dag bijgezet en niet veel later voorzien van een steen met het opschrift "Nooit meer Auschwitz".
Opzet
De herdenking begint met een stille tocht die wordt geformeerd vanuit de Boekmanzaal in het Amsterdamse stadhuis, naar het Spiegelmonument Nooit Meer Auschwitz dat zich in het Wertheimpark aan het einde van de Muiderstraat bevindt. Tijdens de plechtigheid worden toespraken gehouden door onder meer de burgemeester van Amsterdam en een rabbijn spreekt het Jizkor en Kaddisj uit. Tevens wordt er muziek gemaakt door Roma en Sinti. Als einde van de plechtigheid worden er bloemen en kransen neergelegd bij het monument.
De herdenking wordt voortgezet met een bijeenkomst in de RAI.
Status
De Auschwitzherdenking heeft niet een officiële status zoals bijvoorbeeld de Nationale Dodenherdenking die wel heeft. Het Nederlands Auschwitz Comité pleit ervoor om de Auschwitzherdenking ook de status van nationale herdenking te verlenen.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport reageerde in juni 2011 voorlopig afwijzend, maar beloofde begin 2012 wel inspanningen om het herdenken een groter maatschappelijk belang te geven.


Auschwitz herdenking in 1989 op de Nieuwe Oosterbegraafplaats te Amsterdam.

1-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog         

1---2---3---4---5---6---7---8