Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

Canada in de Tweede Wereldoorlog

Canadees militair in de Tweede Wereldoorlog

George Beurling

George Frederick Beurling (Verdun, 6 december 1921 – Rome, 20 mei 1948) was een Canadees gevechtspiloot in de Tweede Wereldoorlog die in 14 dagen 27 vijandelijke vliegtuigen neerschoot boven Malta.
Jongensdroom
Beurling groeide op bij een vliegveld, keek op naar gevechtspiloten uit de Eerste Wereldoorlog, bestuurde al in 1933 een vliegtuig en vloog in 1938 voor het eerst solo. Hij stopte met school en ging werken voor een luchtvrachtbedrijf te Gravenhurst Ontario, waar hij zijn vliegbrevet behaalde. Hij stak clandestien de Amerikaanse grens over om bij de Flying Tigers te gaan, maar werd gevat en enkele maanden opgesloten in de gevangenis.
Tweede Wereldoorlog
Bij uitbraak van de Tweede Wereldoorlog weigerde de Royal Canadian Air Force hem, omdat hij geen diploma kon voorleggen[1]. Hij wilde dan bij de Finse Luchtmacht die toen tegen de Sovjet-Unie vocht in de Winteroorlog, maar zijn ouders verboden dat. Beurling voer dan met een scheepskonvooi over de Atlantische Oceaan naar Glasgow om bij de Royal Air Force te gaan. Omdat hij geen geboorteakte bij zich had, moest hij terug naar Canada om er één te halen. In september 1940 nam de RAF hem aan als gevechtspiloot.
Hawarden
Hij bereikte de opleidingseenheid van de Royal Air Force te Hawarden (Wales) in september 1941. Hij leerde er van Ginger Lacey. Lacey zei later: "Hij was een geweldig piloot en een nog beter schutter." Hij beschikte over een uitzonderlijk gezichtsvermogen. Te Hawarden legde hij zich toe op geschut, afstand schatten, deflectief schieten, kogelbanen. Vliegen en schieten werden zijn tweede natuur. Beurling rookte noch dronk en hield zich afzijdig.
Essex
Midden december vervoegde hij het 403e eskader te North Weald, Essex. Op Kerstmis 1941 vloog hij in zijn Supermarine Spitfire zijn eerste missie. Hij bleef vier maanden bij eskader 403 om bommenwerpers te begeleiden en om naar vijandelijke vliegtuigen te speuren boven Het Kanaal.
Sussex
Een Focke-Wulf Fw 109.

In de lente werd Beurling overgeplaatst naar het 41e eskader te Sussex. Bij zijn derde missie op 1 mei vielen vijf Focke-Wulf Fw 190 zijn sectie aan. Beurling vloog achteraan en verliet de formatie en schoot een Fw 190 uit de lucht. Twee dagen later vloog hij weer aan de staart van de formatie, zag hij een Fw 190, verliet hij de formatie en schoot de FW 190 neer boven Cap Gris-Nez. Hij kreeg een berisping omdat hij zonder toestemming de formatie verlaten had. Beurling vroeg en kreeg zijn overplaatsing en voer per schip over Gibraltar naar Malta bij het 249e eskader.
Malta
Beurling steeg met zijn Spitfire op van vliegdekschip HMS Eagle en landde op 9 juni op Malta.
In de voormiddag van 12 juni onderschepte hij met drie andere piloten acht Messerschmitt Bf 109. Beurling schoot de staart van een Bf 109.
Op 6 juli moest hij samen met zeven andere Spitfires drie Italiaanse Cant Z1007bis bommenwerpers onderscheppen, die begeleid werden door 14 Reggiane Re.2001 en 25 Macchi MC.202 jagers. De Spitfires doken naar de Italianen en Beurling trof een bommenwerper. Dan achtervolgde hij een Macchi van sergeant-majoor Francesco Pecchiari in duikvlucht. Toen de Italiaan optrok, schoot Beurling hem neer met een salvo van twee seconden. Terug te Ta' Qali merkte Beurling, dat zijn Spitfire vol kogelgaten zat. Dezelfde avond net voor donker was hij weer in de lucht om met vier Spitfires twee op radar waargenomen Duitse Junkers Ju 88 en 20 Messerschmitt Bf 109 te onderscheppen. De vier Spitfires doken en Beurling schoot een jager in de zee met een salvo van twee seconden.
Op 10 juli schoot hij de MC.202 van Sergente Maggiore Francesco Visentini van 378 Squadriglia.
Op 12 juli zag Beurling de Reggiane Re.2001s van luitenant-kolonel Aldo Quarantotti en luitenant Carlo Seganti. Beurling dook naar de staart van Seganti en schoot hem neer. Dan naderde Beurling de andere Reggiane en toen Quarantotti hem opmerkte, schoot Beurling zijn hoofd eraf met een kort salvo.
Op 14 juli kreeg Beurling 20 kogels in zijn toestel en een kogel in zijn rechterhiel.
Op 22 juli beschadigde Beurling een bommenwerper en schoot hij de linkervleugel van de Reggiane van sergeant-majoor Bruno Di Pauli van 151 Squadriglia, die zich redde met zijn parachute.
Op 24 juli 1942 ontving Beurling de Distinguished Flying Medal[2].
Op 27 juli schoot Beurling de Macchi C.202 van sergeant Faliero Gelli en kapitein Furio Niclot Doglio en daarna Niclot Doglio. Dezelfde dag schoot Beurling twee Messerschmitt Bf 109, waaronder die van luitenant Karl-Heinz Preu van Jagdgeschwader 53.
Op 8 augustus vuurde hij op een Bf 109, maar twee andere schoten in zijn motor en hij moest een buiklanding maken op rotsachtige grond. Beurling had enkel een oppervlakkige snede in een arm en hij liftte terug naar Ta' Qali.
Op 25 september viel hij met elf andere Spitfires een dozijn Bf 109 aan 50 km ten noordoosten van Zonqor. Hij raakte een eerste Messerschmitt, beschadigde een tweede en schoot een derde in brand.
Op 10 oktober moest Beurling twee Bf 109 onderscheppen boven Filfla. Hij raakte het toestel aan stuurboord in de motor. De tweede Bf 109 probeerde te vluchten, maar Beurling raakte hem in de brandstoftank.
De ochtend van 13 oktober viel Beurling vijf km ten noorden van San Pawl il-Baħar een formatie Junkers Ju 88 aan begeleid door 30 Messerschmitt Bf 109. Hij raakte een bommenwerper en dan een Bf 109. Enkele seconden later raakte hij een tweede Messerschmitt, waar de piloot uitsprong met zijn parachute.
Op 14 oktober 1942 moesten Beurling en zes andere piloten ten zuiden van Zonqor een raid van Junkers Ju 88 onderscheppen die begeleid werden door 60 Messerschmitt Bf 109, Macchi C.202 en Reggiane Re.2001. Beurling beschoot een bommenwerper, meer kreeg zelf 30 kogelgaten. Hij raakte een Messerschmitt en schoot de rechtervleugel van een andere Bf 109. Een andere Duitse jager schoot hem van onder. Beurling was gewond aan hiel, elleboog en ribben en zijn Spitfire stond in brand. Hij kon zich redden met zijn parachute en werd uit zee opgepikt. L.G. Head van de HSL 128 herinnerde zich, dat de gelovige Beurling vooral bezorgd was dat hij de kleine bijbel niet kon vinden, die hij van zijn moeder had gekregen. Beurling werd naar het ziekenhuis gevoerd.
Op 16 oktober ontving hij het Distinguished Flying Cross (Verenigd Koninkrijk)[3].
Beurling werd op 31 oktober 1942 teruggestuurd naar Groot-Brittannië. Hun C-87 Liberator Express stortte neer bij Gibraltar. Beurling was één van de drie overlevenden.
Op 4 november ontving hij de Distinguished Service Order.
Oorlogsleningen

Nadat hij in Groot-Brittannië aankwam, werd hij naar Canada gezonden om oorlogsleningen te helpen verkopen. Hij ontmoette premier William Lyon Mackenzie King. Hij voelde zich ongemakkelijk met de campagne om oorlogsleningen te verkopen. Hij deed ongepaste uitspraken, zoals dat hij graag doodde en hij sprak te plastisch over bloed en uiteengespatte hersenen. Door zijn in Malta opgelopen beenwond en zijn slechte algemene gezondheid moest hij enkele weken in het hospitaal opgenomen worden. Hij ontmoette toen zijn latere vrouw, Diana Whittall te Vancouver.
Instructeur
Hij keerde terug naar Groot-Brittannië als schietinstructeur voor de 61e opleidingseenheid. Op 27 mei 1943 ging hij naar de Central Gunnery School te Sutton Bridge. Op 8 juni raakte Bob Buckham hem tijdens een oefengevecht en moest hij uit zijn Spitfire II P7913 springen toen de motor in brand stond[4].
Royal Canadian Air Force
Op 1 september 1943 ging hij over naar de Royal Canadian Air Force in gevechtseskader 403 met basis te Kenley, waar hij met de nieuwe Spitfire IX vloog. In september schoot hij een Focke Wulf Fw 190 van Jagdgeschwader 2 neer. Beurling vroeg overplaatsing naar P-51 Mustang om boven Duitsland te vliegen, maar dat werd geweigerd.
Hij scheerde met een Tiger Moth rakelings over het vliegveld. Zijn commandant, Hugh Godefroy DFC dreigde met de krijgsraad en plaatste hem over naar 126 Wing HQ en daarna naar het 412e eskader van de RCAF.
Op 30 december schoot hij zijn laatste vliegtuig neer, Uzz. Wyrich van 5 Staffel JG 26 met een Focke Wulf Fw 190 bij Compiègne toen hij Amerikaanse bommenwerpers begeleidde.
Ontslag
Beurling keerde in april 1944 terug naar Canada. In oktober werd hij eervol ontslagen. Hij probeerde tevergeefs om bij de United States Army Air Forces te gaan.
Ongeval
In 1948 ging hij bij de Israëlische luchtmacht om er met een P-51 Mustang te vliegen. Hij maakte een testvlucht met een Noorduyn Norseman transportvliegtuig en verongelukte bij landing op Aeroporto di Roma-Urbe te Rome. Zijn lijk en dat van copiloot Leonard Cohen, ook een oudgediende van Malta, waren onherkenbaar verbrand.
Decoraties
Pilot's Flying Badge
RCAF Operational Wings
Orde van Voorname Dienst op 3 november 1942
Distinguished Flying Cross op 16 oktober 1942 (Verenigd Koninkrijk)
Distinguished Flying Medal met Gespen op 28 juli 1942 en op 4 september 1942
War Medal 1939–1945
1939-1945 Ster

George Beurling te Vancouver in 1943.

George Beurling te Vancouver in 1943.
Bijnaam "Buzz"
"Screwball"
"The Falcon of Malta"
Geboren 6 december 1921
Verdun, Quebec, Canada
Overleden 20 mei 1948
Rome, Lazio, Italië
Begraven Kibbutz Yagar Cemetery, Haifa (district), Israel
Land/partij Flag of Canada.svg Canada
Flag of the United Kingdom.svg Britse Rijk
Flag of Israel.svg Israel
Onderdeel Air Force Ensign of the United Kingdom.svg Royal Air Force
Air Force Ensign of Canada.svg Koninklijke Canadese luchtmacht
Air Force Ensign of Israel.svg Israëlische luchtmacht
Dienstjaren 1940 – 1944
Rang UK-Air-OF2.svg Flight Lieutenant
Eenheid RCAF 403 Squadron
No. 249 Squadron RAF
412 Transport Squadron
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Slag om Frankrijk
Beleg van Malta

Een C-87 Liberator Express

Beurling deelt handtekeningen uit in januari 1943

 

Beurling in 1943 in het hospitaal.

Harry Crerar

Generaal Henry Duncan Graham "Harry" Crerar (Hamilton, Ontario, 28 april 1888 - Ottawa, Ontario, 1 april 1965) was een Canadees officier en commandant van het Canadese 1e Leger. Hij was de belangrijkste en bekendste generaal van de Canadese troepen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Biografie
Harry Crerar werd geboren in de stad Hamilton in de provincie Ontario. Aldaar bezocht hij de privéscholen 'Upper Canada College' en 'Highfield School', die hij afrondde in 1906. Daarna bezocht hij het Royal Military College of Canada in Kingston (Ontario). Hier studeerde hij af in 1910 en kreeg een aanstelling als officier bij de Artillerie. Vrij spoedig bood hij echter zijn ontslag aan en accepteerde een veel beter betaalde baan als ingenieur bij de 'Hydro Electric Power Commission of Ontario', alwaar hij in 1912 de onderzoeksafdeling tot stand bracht.
Crerar in de Eerste Wereldoorlog en het interbellum
Crerar trad in 1914 weer toe tot het leger, opnieuw bij de Artillerie. Spoedig werd hij uitgezonden naar Frankrijk. Hij diende als artillerieofficier in Frankrijk en Vlaanderen. Hij verdiende voor zijn inzet de DSO. Bij het staken van de strijd was hij gepromoveerd tot luitenant-kolonel bij de Generale Staf van het Canadese Korps.
Bij zijn terugkeer in Canada koos Crerar voor een militaire carrière. Hij trad toe tot de 'Permanent Force' (reguliere leger, men kent in Canada ook de militie) in Ottawa, als stafofficier artillerie. In 1923 schreef hij zich in bij het 'Camberley Staff College' in het Verenigd Koninkrijk. Na zijn afstuderen aldaar keerde hij niet terug naar Canada, maar accepteerde een aanstelling als 'Generale Staf Officier 2' bij het Ministerie van Oorlog in Londen. In 1929 werd hij gepromoveerd tot 'Generale Staf Officier 1' en overgeplaatst naar het 'Nationale Defensie Hoofdkwartier' in Ottawa. Hier begon hij een omvangrijke reorganisatie van de 'Canadese Milities'.
In 1934 trok Crerar opnieuw naar het Verenigd Koninkrijk. Dit keer om cursussen te volgen aan het 'Imperial Defence College' in Londen. Bij zijn terugkeer op het hoofdkwartier in Canada werd hij benoemd tot 'Directeur der Militaire Operaties en Informatie'. Hij had op dat moment een uitstekende reputatie en werd beschouwd als de beste officier van de Canadese Generale Staf. In 1939 werd hij benoemd tot commandant van de Royal Military College of Canada maar dat duurde maar enkele maanden. Al spoedig werd hij teruggeroepen naar het hoofdkwartier in Ottawa om een mobilisatieplan op te stellen aangezien er oorlog in het verschiet leek te zijn.
Crerar in de Tweede Wereldoorlog
Bij het daadwerkelijk uitbreken van de oorlog werd brigadegeneraal Crerar prompt weer naar het Verenigd Koninkrijk gestuurd. Hier, toegevoegd aan de Staf van het Canadese Militair Hoofdkwartier, was hij verantwoordelijk voor de voorbereidingen ten bate van de te verwachten Canadese troepen. Hij moest onder meer zorgen voor voldoende uitrusting, legerkampen, barakken, trainingsplannen en transportmiddelen.
In juli 1940 werd hij weer teruggehaald naar Canada. Gepromoveerd tot generaal-majoor ging hij als 'Plaatsvervangend Chef Staf' aan de slag bij de Generale Staf in Ottawa. Al na enkele dagen werd hij door de Minister van Defensie J.L. Ralston gepromoveerd tot 'Chef Staf'. Hij ging voortvarend aan de slag met allerlei maatregelen ter verbetering van de efficiency van het 'Nationaal Defensie Hoofdkwartier' en zette een noodprogramma op voor de opvang en training van de vrijwilligers van de Territoriale Defensie. Die stroomden namelijk in grote aantallen binnen na de aanname van de 'National Resources Mobilization Act' op 21 juni 1940. Hij zette ook een speciaal trainingsprogramma op voor officieren en soldaten die aangaven bereid te zijn ook buiten Canada te dienen.
Luitenant-generaal Crerar arriveerde weer in het Verenigd Koninkrijk in 1941. Daar werd hij op 23 december benoemd tot Commandant van het Canadese 1e Korps. Door deze benoeming bevond hij zich in het midden van de crisis die ontstond na de dramatisch verlopen Raid op Dieppe op 19 augustus 1942. Aangezien er geen Canadese officieren betrokken waren geweest bij de voorbereiding van de operatie, kon Crerar alleen proberen te begrijpen wat en waarom dit gebeurd was. Crerar en andere officieren betrokken bij de voorbereiding van Operatie Toorts en Operatie Overlord hebben de pijnlijke lessen terdege meegenomen in hun planning
2e divisie)
Crerar miste praktische gevechtservaring en hoopte die te kunnen krijgen toen het Canadese 1e Korps de Canadese 1e Infanteriedivisie volgde naar Italië in oktober 1943. Hij vroeg zelfs om rangverlaging teneinde het Korps over te kunnen nemen. Deze verwachting werd echter de bodem ingeslagen toen hij al in maart 1944 teruggeroepen werd naar het Verenigd Koninkrijk om aldaar het commando over te nemen van het Canadese 1e Leger van generaal McNaughton. Hij had daardoor alleen een veldcommando in Sicilië (juli 1943) en Italië (vanaf september 1943).
Het Canadese 1e Leger arriveerde officieel in Normandië op 23 juli 1944. Onder het commando van Crerar speelde zij een belangrijke rol in de gevechten rond Zak van Falaise in augustus 1944, waarbij vooral de Poolse 1e Pantserdivisie zich onderscheidde.
Ziekte (dysenterie) dwong hem tijdelijk het commando van het Canadese 1e Leger over te dragen aan generaal-majoor Guy Simonds tijdens de Slag om de Schelde in oktober en november 1944.
In februari 1945 was het Canadese 1e Leger, met Crerar weer aan het roer, terug in de frontlijn. Gedurende de Rijnland Campagne stond hij aan het hoofd van een legermacht 450.000 man sterk, inclusief geallieerde eenheden onder het commando van het Canadese 1e Leger. Dit was het grootste leger ooit door een Canadees aangevoerd.
Hij ontving veel onderscheidingen waaronder de Amerikaanse Army Distinguished Service Medal.
Een leger terug naar Canada
Een "Vaarwel" geplaatst namens generaal H.D.G. Crerar gericht aan de manschappen van het Canadese 1e Leger bij hun vertrek uit Nederland in 1945
Generaal Crerar liet ter gelegenheid van de thuisreis van zijn manschappen een groot reclamebord oprichten met de volgende tekst: "Here's wishing you a satisfactory and speedy journey home, and that you find happiness at the end of it. You go back with your share of the magnificent reputation earned by the Canadians in every operation in which they have participated in this war. A fine reputation is a possession beyond price. Maintain it - for the sake of all of us, past and present - in the days ahead. I know that you will get a great welcome on your return. See to it that those Canadian units and drafts which follow after you get just as good a 'welcome home' when they also get back. Good luck to each one of you - and thanks for everything. (H.D.G. Crerar) General". In het Nederlands: "Ondergetekende wenst jullie een bevredigende en spoedige reis naar huis, en dat jullie geluk vinden aan het einde daarvan. Jullie gaan terug met een deel van de magnifieke reputatie verdiend door de Canadezen in elke operatie waar zij aan deelnamen in deze oorlog. Een goede reputatie is een kostbaar bezit. Houd dit in stand in de dagen die gaan komen - ter wille van allen, in heden of verleden -. Ik weet dat jullie een groots welkom gaat krijgen bij jullie terugkeer. Draag er zorg voor dat de Canadese eenheden en lichtingen die na jullie komen net zo'n goed 'welkom thuis' krijgen bij hun thuiskomst. Veel geluk voor ieder van jullie - en bedankt voor alles. (H.D.G. Crerar) generaal".
Verdere carrière
Crerar ging in 1946 met militair pensioen. Hij trad vervolgens toe tot het Canadese Corps Diplomatique en vervulde posten in Tsjecho-Slowakije, Nederland en Japan.
Hij werd ingezworen als lid van "Queen's Privy Council for Canada" (adviesraad voor de koningin in Canada) op 25 juni 1964.
Volgens "Juno Beach" was Crerar een markant officier van de Generale Staf die zijn merkteken achterliet op het grootste leger dat Canada ooit voortgebracht heeft. Met name de reorganisatie van het Canadese Hoofdkwartier, de organisatie van de training van de toestromende vrijwilligers, de wijze van commandovoering gedurende de campagnes na D-Day en het proces van demobilisatie worden geroemd. Anderen roemen zijn kennis, kunde en resoluutheid in zijn optreden en commando's.

Militaire loopbaan
Second Lieutenant: 1910
Lieutenant:
Captain:
Brevet Lieutenant Colonel: 10 november 1918
Major: 1 april 1920
Local rang van Lieutenant Colonel: 18 december 1933 (anciënniteit vanaf 10 november 1918)
Lieutenant Colonel: 19 april 1934
Colonel: 1935
Tijdelijk Brigadier: 15 augustus 1938
Major General: 15 augustus 1938[5]
Lieutenant General: 6 april 1942
General: 21 november 1944

Crerar e010750463-v8.jpg


Geboren 28 april 1888
Hamilton, Ontario, Canada
Overleden 1 april 1965
Ottawa, Ontario, Canada
Begraven Beechwood Cemetery, Ottawa, Ottawa Municipality, Ontario, Canada, Plot: Veteranen Sectie
Land/partij Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canada
Onderdeel Flag of the Canadian Army.svg Canadese leger
Dienstjaren 1914 - 1946
Rang British Army OF-9.svg General
Eenheid Artillerie
Leiding over Flag of the Royal Military College of Canada.svg Royal Military College of Canada (1938–39)
Chef van de Generale Staf (1940–41)
1e Leger (1942–44)
2e Legerkorps
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Slag om Vimy Ridge
Tweede Wereldoorlog
Aanval op Dieppe
Operatie Overlord
Slag om Caen
Slag om de Schelde
Operatie Veritable
Slag om Groningen
Slag om Delfzijl
Opmars naar de Siegfriedlinie

Generaal H.D.C. Crerar bestudeerd een plattegrond, zittend op een vleugelsteun van een Taylorcraft Auster Mk. III licht verkenningsvliegtuig. Datum onbekend

2e divisie)

Charly Forbes

Joseph Jean-Charles Bertrand Forbes (Matane, 19 maart 1921 - Quebec, 19 mei 2010[1]) was sinds 1945 Ridder in de Militaire Willems-Orde.
Tweede Wereldoorlog
In november nam Charly Forbes deel aan de bevrijding van Walcheren, dat hij met zijn peloton onder zwaar vijandelijk vuur bereikte. Er vielen 135 doden en gewonden bij zijn 5de Canadese Brigade. Na drie dagen kreeg hij het commando zich terug te trekken. Tijdens deze terugtocht kreeg één van zijn mannen een granaatscherf in zijn rug. Hoewel Forbes al 24 uren niet gegeten of geslapen had, nam hij de gewonde man op zijn schouder en bracht hem over een dam naar Beveland. Daar werd hij door het Nederlandse verzet aangetroffen en opgepikt. Zij regelden een dokter die de gewonde Canadees morfine kon geven. Daarna sliep Forbes twee dagen lang. Na de bevrijding van Zwolle herstelt Major van een rugblessure en twee gebroken enkels en weigert naar Engeland terug te gaan totdat de oorlog voorbij is.
Korea
Tijdens de Koreaoorlog ontmoet hij in 1951 de Brit Leo Major (Montreal, 1921), ook veteraan uit WWII, nu bij het Régiment de la Chaudière en later bij het Royale 22nd Régiment. Hij krijgt één van de acht Distinguished Conduct Medals die voor Korea zijn uitgedeeld.
Vredestijd
In 1994 is Forbes klaar met zijn memoires. Hierin vertelt hij over zijn alcoholprobleem en betreurt dat hij daardoor niet beter heeft gepresteerd. Ook geeft hij toe dat hij niet altijd diplomatiek in zijn opmerkingen tegen superieuren is geweest, en dat dit zijn promotie in de weg heeft gestaan. Hij heeft altijd zijn manschappen voorop gesteld, ook voor zijn gezin.
Een bekende uitspraak van Forbes is: "War is the ransom humanity has to pay for his stupidity".
In 2007 gaat premier Balkenende naar het Canadian Institute of Foreign Affairs in Ottawa, waar hij een voordracht moet houden en Forbes ontmoet.
Militaire loopbaan
Second Lieutenant, Canadese leger:
Lieutenant, Canadese leger:
Captain, Canadese leger:
Major, Canadese leger:
Onderscheidingen
Ridder der Vierde Klasse in de Militaire Willems-Orde op 8 december 1945
Ridder in het Legioen van Eer
Onderscheiding van de Canadese Strijdkrachten
Distinguished Conduct Medal
Genoemd in de dagorders
1939-1945 Ster
Frankrijk en Duitsland Ster
War Medal 1939-1945
Canadian Volunteer Service Medal
Ererang van Lieutenant-Colonel in Le Régiment de Maisonneuve in 1985
Ererang van Colonel in de 78ste Fraser Highlanders, Quebec Garrison Fort uit St Andrew's

Charly Forbes
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Bijnaam "Charly"
Geboren 19 maart 1921
Matane, Quebec, Canada
Overleden 19 mei 2010
Quebec, Quebec, Canada
Land/partij Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canada
Onderdeel Flag of the Canadian Army.svg Canadese leger
Dienstjaren 1941 - 1965
Rang British Army OF-3.svg Major
Eenheid Le Régiment de Maisonneuve
Les Fusiliers du Saint-Laurent
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Operatie Overlord
Zak van Falaise
Strijd om Walcheren
Bevrijding van de Duitse bezetting in Nederland
Koreaanse Oorlog
Slag om Heuvel 355

Harry Wickwire Foster

Harry Wickwire Foster, CBE, DSO, (Halifax, 2 april 1902 - 6 augustus 1964) was een Canadese hogere officier, die twee Canadese legerdivisies onder zijn bevel had tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij werd ereburger van Brugge.
Jeugd en studies
Foster was de zoon van generaal-majoor Gilbert Lafayette Foster, directeur-generaal van de Canadese medische diensten tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Hij kreeg zijn eerste militaire opleiding in King’s College, Windsor (Nova Scotia). Verdere opleiding kreeg hij in Borkhanstead (Engeland); Bishop's College School in Lennoxville (Québec); Royal Military College of Canada in Kingston (Ontario); McGill University, Montreal.
Militaire loopbaan
Hij werd militair in 1924 in Lord Strathcona’s Horse en werd er kapitein in 1934. In 1939 promoveerde hij tot stafofficier bij het Staff College (Camberley). Bij het uitbreken van de oorlog werd hij majoor.
In 1943 werd hij luitenant-kolonel en leidde de Canadese troepen in the Kiska campagne (Operation Cottage). Hij werd gedecoreerd in the Amerikaanse Legion of Merit.
In 1944 promoveerde hij tot generaal-majoor en leidde hij de 4th Canadian (Armoured) Division en de 1st Canadian Infantry Division tijdens de bevrijdingsoorlog doorheen Frankrijk, België en Nederland in de zomer en herfst van 1944.
Na de oorlog
Na de oorlog zat hij het Krijgshof voor dat de SS-generaal Kurt Meyer berechtte.
Hij reorganiseerde vervolgens de Eastern Army, waarvan hij de commandant werd.
In 1950 verliet hij het leger en werd hoofdbestuurder van de Commonwealth War Graves Commission voor Centraal-Europa. Hij werd benoemd tot ere-vleugeladjudant bij gouverneur-generaal Georges Vanier.
In 1959 trouwde hij voor de derde keer, met de van geboorte Canadese Mona Parsons (1901-1976), die tijdens de Tweede Wereldoorlog, samen met haar Nederlandse man Willem Leonhardt, tot het actieve verzet behoorde in Nederland.
Citaat Lieutenant-General R.W. Moncel, Comptroller General of Canadian Defense Forces: "Hij was een voortreffelijk soldaat en zijn dood is een verlies voor Canada"
Militaire loopbaan
Second Lieutenant: 1924
Lieutenant
Captain: 1934
Major: 1939
Lieutenant Colonel: 1941
Colonel: 1941
Brigadier: 1943
Major General: 1944
Onderscheidingen
Commandeur in de Orde van het Britse Rijk[2][3]op 5 juli 1945
Orde van Voorname Dienst (DSO)
1939-1945 Ster
Italië Ster 
Frankrijk en Duitsland Ster
Defensiemedaille
Canadian Volunteer Service Medal
War Medal (1939-45) with Eikenloof
Silver Star[2][3]op 20 juni 1944
Officier in het Legioen van Verdienste op 15 april 1944
Officier in het Legioen van Eer
Croix de guerre (1939-1945)
Dagorder (Mentioned in dispatches)
4 april 1945
Ereburger
Op 12 september 1944 werd de stad Brugge, zonder veel gevechten noch schade, door de troepen onder de leiding van generaal Foster bevrijd. Het stadsbestuur en de inwoners waren bijzonder dankbaar voor de wijze waarop dit was gebeurd. De Canadezen hadden enig geduld geoefend en de aftocht van de Duitsers afgewacht om het offensief op Brugge door te zetten.
Daarom werd op 21 juli 1945 generaal Foster tot ereburger van de stad Brugge benoemd. Brugge is uiterst zuinig met het ereburgerschap. Na Foster heeft alleen Hendrik Brugmans, stichter van het Europacollege, dezelfde onderscheiding ontvangen.
Eerbetoon
De brug langs waar de Canadezen Brugge binnenreden op 12 september 1944 heet de Canadabrug en ligt naast de Bevrijdingslaan. Aan het hoofd van de brug staan twee sculpturen van Canadese bizons, die in 2010 in het kader van de erkenning van herdenkingsmonumenten van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, als monument werden beschermd. Naast de brug ligt een nieuwe wijk die in de jaren negentientachtig tot stand kwam. Het geheel noemt 'Canadezen Hof' en onderdelen ervan dragen de naam 'Hamilton Park', 'H. W. Foster Park' en 'Revill Park'.

 

 

 

Generaal-majoor Harry Wickwire Foster
Geboren 2 april 1902
Halifax, Nova Scotia, Canada
Overleden 6 augustus 1964
Halifax, Nova Scotia, Canada
Begraven Oak Grove Cemetery, Kentville, Kings County, Nova Scotia, Canada
Land/partij Flag of the United Kingdom.svg Britse Rijk
Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canada
Onderdeel Flag of the Canadian Army.svg Canadese leger
Dienstjaren 1924 – 1952
Rang British Army OF-7.svg Major-General
Leiding over 4th Princess Louise Dragoon Guards
7th Canadian Infantry Brigade
4th Canadian Division
1e Infanteriedivisie
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Operatie Overlord
Operatie Cottage
Slag om de Aleoeten
Operatie Goldflake
Onderscheidingen zie onderscheidingen
Ander werk Adjudant van Gouverneur-generaal Georges Vanier
Portaal Portaalicoon Tweede Wereldoorlog

 

Charles Foulkes

Charles Foulkes (Stockton-on-Tees (Engeland), 3 januari 1903 – Ottawa, Canada, 12 september 1969) was een Canadese generaal, die de onderhandelingen over de Duitse capitulatie in Wageningen voerde.
Hij verwierf bekendheid doordat hij op 5 mei 1945 in Hotel De Wereld in Wageningen in het bijzijn van de bevelhebber van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, Prins Bernhard, met de Duitse generaal Johannes Blaskowitz de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland besprak.
De volgende dag, zondagmiddag 6 mei 1945, tekenden Foulkes en Blaskowitz zonder de aanwezigheid van pers en fotografen de voor Nederland bestemde capitulatieovereenkomst. Volgens de officiële geschiedschrijving heeft deze plaatsgevonden in de aula van de Landbouwhogeschool die vlak bij Hotel De Wereld lag. Feitelijk was het niet meer dan de voor Nederland bestemde technische uitwerking van de capitulatie op 4 mei, toen de Duitse admiraal Von Friedeburg te Lüneburg namens de Duitse troepen in Noordwest-Duitsland, Nederland, Sleeswijk-Holstein en Denemarken voor de Britse veldmaarschalk Montgomery capituleerde.
Generaal Foulkes nam ook deel aan de onderhandelingen voor de voedselvoorziening, zoals overeengekomen in het Akkoord van Achterveld.
Na de oorlog beweerde de Duitse generaal Paul Reichelt dat de ondertekening van het voor Nederland bestemde capitulatiedocument niet in de aula van de Landbouwhogeschool heeft plaatsgevonden maar in een vervallen huis gelegen tussen de frontlinies buiten Wageningen. Over die bewering heeft generaal-majoor George Kitching meerdere keren verklaard dat daar absoluut geen sprake van was. Wel heeft in De Nude, gelegen tussen de fronten ten westen van Wageningen, een gesprek tussen geallieerden en Duitsers plaatsgevonden over voedseltransporten via de weg voor de hongerende bevolking van West Nederland.
Naar generaal Charles Foulkes werd in Wageningen een weg vernoemd. De vroegere Rijksstraatweg, de weg die bij Hotel De Wereld begint, werd omgedoopt in Generaal Foulkesweg. Charles Foulkes is ereburger van de gemeente Wageningen.
Onderscheidingen
Lid in de Orde van Canada op 20 december 1968
Lid in de Orde van het Bad op 2 juni 1945
Commandeur in de Orde van het Britse Rijk op 1 januari 1944
Orde van Voorname Dienst (DSO) op 23 december 1944
Onderscheiding van de Canadese Strijdkrachten
Commandeur in het Legioen van Eer
Croix de guerre 1939–1945
Oorlogskruis
Grootofficier in de Leopoldsorde
Commander in het Legioen van Verdienste
Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau met Zwaarden[8]op 22 december 1945
Dagorder (Mentioned in dispatches)
4 april 1946
23 september 1945
Militaire loopbaan
Private: december 1922
Sergeant:
Second Lieutenant: september 1923
Lieutenant: 1925
Captain:14 juni 1932 (anciënniteit vanaf 1 juli 1931)
Major:
Lieutenant Colonel: september 1940
Colonel:
Brigadier:
Major General:
Lieutenant-General:
General:

Major-General Charles Foulkes, mei 1944

Major-General Charles Foulkes, mei 1944
Geboren 3 januari 1903
Stockton-on-Tees, Durham, Engeland
Overleden 12 september 1969
Ottawa, Ontario, Canada
Begraven Beechwood Cemetery, Ottawa, Ottawa Municipality, Ontario, Canada
Land/partij Flag of the United Kingdom.svg Britse Rijk
Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canada
Onderdeel Flag of the Canadian Army.svg Canadese leger
Dienstjaren 1922 – 1960
Rang British Army OF-9.svg General
Eenheid 2nd Battalion Canadian Machine Gun Corps (NPAM)[2]
3e Brigade, 1e Infanteriedivisie
3rd Canadian Division
Leiding over 2nd Canadian Division
1e Legerkorps
Chief of the General Staff (Canada)
Eerste Chairman Chiefs of Staff (1951)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Operatie Overlord
Bevrijding van de Duitse bezetting in Nederland

Bert Hoffmeister

Generaal-majoor Bertram Meryl (Bert) Hoffmeister (Vancouver, 15 mei 1907 – 4 december 1999) was een Canadees legerofficier, zakenman en natuurbeschermer.
Biografie
Hoffmeister werd geboren in Vancouver, British Columbia en werd een sales manager bij de Canadian White Pine Co. Ltd in Vancouver. Hij verwierf in 1927 in een plaats bij de Non-Permanent Active Militia (NPAM, het Canadese reserveleger). Hij werd in 1934 bevorderd tot kapitein. Nadat hij in 1939 bevorderd was tot kapitein kreeg hij het bevel over een compagnie van The Seaforth Highlanders of Canada. In december 1939 vertrok hij met de The Seaforth Highlanders naar Groot-Brittannië.
Hij studeerde in maart 1942 aan de Royal Military College of Canada in Kingston, Ontario. In oktober 1942 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel. In 1943 werd hij onderscheiden met de Orde van Voorname Dienst (DSO) voor zijn acties tijdens de landing op Sicilië. Hij ontving daarna nog twee gespen voor zijn DSO.
In oktober 1943 werd Hoffmeister bevorderd tot brigadier-generaal en kreeg het bevel over de 2e Canadese Infanteriebrigade. In maart 1944 werd hij bevorderd tot generaal-majoor en werd benoemd tot bevelhebber van de 5e Canadese Pantserdivisie. Hij nam daar mee aan de aanval op de Gotische Linie. In februari 1945 werd de 5e Pantserdivisie ingedeeld bij het Eerste Canadese Leger en overgeplaatst naar Noordwest-Europa. Daar nam de divisie deel aan gevechten in Nederland.
Na VE-Day werd hij benoemd tot bevelhebber van de 6e Canadese Divisie (Canadian Army Pacific Force), maar de divisie werd na de capitulatie van Japan alweer ontbonden. Hoffmeister ging in september 1945 met pensioen. In hetzelfde jaar werd hij benoemd tot Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau. In 1947 werd hij Commandeur in het Amerikaanse Legioen van Verdienste.
In 1949 werd Hoffmeister president van de MacMillan Bloedel Limited en was daarvan tussen 1956 en 1958 voorzitter. Tussen 1958 en 1961 was hij vertegenwoordiger van Brits-Columbia in Londen. Tussen 1961 en 1968 was hij voorzitter van de Council of Forest Industries of British Columbia, een vereniging voor de bosbouw in Brits-Columbia. Tussen 1971 en 1991 was hij de eerste voorzitter van de Nature Trust of British Columbia, een non-profit natuurbeschermingsorganisatie.
In 1982 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Canada , de hoogste civiele onderscheiding in Canada. Hoffmeister stierf op 4 december 1999.
Onderscheidingen
Officier in de Orde van Canada op 21 juni 1982
Lid in de Orde van het Bad
Commandeur in de Orde van het Britse Rijk
Orde van Voorname Dienst met twee Gespen op 13 november 1943
Gesp op 18 maart 1944
Gesp op 29 juli 1944
Onderscheiding van de Canadese Strijdkrachten
1939-1945 Ster (Verenigd Koninkrijk)
Italië Ster
Commander in het Legioen van Verdienste op 7 juni 1947
Canadian Efficiency Decoration
Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau met Zwaarden op 22 december 1945
Dagorder (Mentioned in dispatches)
4 april 1945
26 mei 1945
Militaire loopbaan
Lieutenant: 1927
Captain: 1934
Major: 1939
Lieutenant Colonel: oktober 1942
Colonel
Brigadier: 1 oktober 1943
Major General: 20 maart 1944

Hoffmeister e010786144-v8.jpg

Bijnaam "Bert"
Geboren 15 mei 1907
Vancouver, Brits-Columbia, Canada
Overleden 4 december 1999
Land/partij Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canada
Onderdeel Flag of the Canadian Army.svg Canadese leger
Dienstjaren 1919[1] - 1945
Rang British Army OF-7.svg Major General
Eenheid Non-Permanent Active Militia
Compagnie, The Seaforth Highlanders of Canada
Leiding over 5e Pantserdivisie
6e Canadese Divisie
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Landing op Sicilië
Italiaanse veldtocht
Operation Diadem
Slag om Ortona
Gotische Linie
Bevrijding van Arnhem
Noord-West Europese Campagne
Moro Rivier Campagne

 

 

Wilford Hiram Kirk

Wilford Hiram Kirk (Marshall, 18 februari 1918 - Saskatchewan, 30 juli 2009) was sergeant van het Canadese leger tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Zijn jeugd
Kirks ouders hebben een boerenbedrijf. Wilford gaat naar de Ingleside School, die bijna 5 km van zijn huis af ligt. Daarna wil hij niet naar de middelbare school en gaat zijn ouders op de boerderij helpen. Daarnaast speelt hij samen met zijn broer Lloyd honkbal bij Welwyn. In 1942 gaat hij in dienst, eerst in Regina, later wordt hij voor training naar Vernon gestuurd.
1942
Op 19 augustus 1942 is de Raid op Dieppe. Kirk wordt in september opgeroepen om naar Europa te gaan. Met de trein gaat hij naar Winnipeg, alle civiele treinen moeten voor het transport wijken. In Halifax gaat hij aan boord van de 'Athlone Castle' en vaart uit. Als het de volgende dag weer licht is, blijkt er een heel konvooi te zijn. In Engeland gaat hij naar Petworth, Sussex, waar hij wordt toegevoegd bij de Queens Own Cameron Highlanders. De QOCH had grote verliezen in Dieppe geleden maar was na de komst van deze nieuwe troepen snel weer op volle kracht.
1943
Het kerstdiner is met kalkoen en muziek met doedelzakken. Enkele dagen later beginnen de trainingen. In maart 1943 doet hij mee aan 'Exercise Spartan', de grootse oefening die het leger ooit uitvoerde. Er waren tank- en vuurgevechten en luchtaanvallen. De oefening duurde 14 dagen. Daarna werd training gegeven om landingen vanuit zee te oefenen, loopgraven te maken, bruggen op te blazen, rivieren over te steken etc. De trainingen gaan nog maanden door. De kerstdagen in hij in Worthing.
1944
In januari begint met trainingen in Inverary in Schotland. Terug in Worthing komt generaal Montgomerie op inspectie en een week later inspecteert Koning George VI het hele 2de Canadese Divisie in Sevenoaks. In maart krijgen de Cameron Highlanders nieuwe doedelzakken en trommels ter vervanging van wat in Dieppe verloren ging. Daarna worden ze overgeplaatst naar Broome Park bij Folkstone in Kent. Daar horen ze dat de 3de Divisie bij de Landing bij Normandië was betrokken. Major Ferguson gaat vast op verkenning naar Frankrijk. Kirk wordt naar Sutton Hall gestuurd waar hij Ffrs 200 krijgt en rantsoenen met o.a. sigaretten en pillen om water te purificeren. Het konvooi vertrekt vanuit New Haven, Sussex en landt bij Gray-sur-mer, waar zij Ferguson weer ontmoeten, die de leiding over het bataljon overneemt. Ze zien hoe Caen op 19 juni wordt gebombardeerd. Op 20 juni wil zijn bataljon een heuvel van de Duitsers veroveren, vanwaar de Duitsers de omgeving controleren. Kirk raakt lichtgewond als een kogel uit een machinegeweer hem raakt. Hij heeft de kogel bewaard. Ze nemen een deel van St André-sur-Orne in. Daarna gaan ze naar Fontenay-le-Marmion, waar Ferguson sneuvelt. Sgt. Major Arbour krijgt het tijdelijk commando, en verdient daarmee het Military Cross. De dag daarop krijgt majoor Thompson het commando, drie wisselingen in drie dagen. Het South Saskatchewan regiment komt te hulp met tanks, honderden worden gevangengenomen en velen sneuvelen.
Onder leiding van Lt. Col. Gregory van de 'Regina Rifles' gaan de Cameron Highlanders naar Falaise. Onderweg wordt de medische sergeant en officier door een bom geraakt. Ook Gregory sneuvelt voordat ze de stad bereiken. Dan trekken ze door naar Fort De Londe. Het South Saskatchewan wordt aan hun toegevoegd. Ze steken de Seine over en gaan richting Rouen. De Duitsers trekken zich terug en ze worden door de bewoners van Rouen toegejuicht.
Op 1 september trekken de Camerons Dieppe weer binnen, de Duitsers zijn al gevlucht. Ze rusten vijf dagen in deze stad uit en wachten op versterking. Dan trekken ze langs de kust naar België. Omdat het duinzand te zacht is om loopgraven te maken, waren hier bunkers gemaakt. Sommige voorraadbunkers zijn wel 7 tot 10 meter diep, vaak door tunnels met elkaar verbonden. Er is weer een kolonel gesneuveld en Major Thompson krijgt weer het commando, en het bataljon trekt door naar Antwerpen. Daar ziet hij duizenden vliegtuigen overkomen op weg naar Arnhem, zoals later blijkt.
Eind 1944 raakte hij betrokken bij de Slag om de Schelde, waar ze geholpen worden door een bataljon Amerikanen. Bovendien werden enkele Schotten aan zijn peloton toegevoegd. Zijn peloton slaagt erin vier Duitse bunkers onschadelijk te maken. Hij leidt het vuur van een tank, en moet tweemaal met gevaar voor eigen leven voor de tank springen om zijn mannen aanwijzingen te geven. 's Avonds blijkt dat zijn peloton het enige is waarvan de missie is geslaagd.
Antwerpen is in handen van de Britten, maar de omgeving moet veilig worden opdat transporten naar diverse eenheden via Antwerpen kunnen plaatsvinden. Bij Woensdrecht, dat al gauw 'Bloody Woensdrecht' wordt genoemd, vallen aan beide kanten veel doden en gewonden. Daarna gaan ze naar Goes, waar ze zien hoe meisjes zijn opgepakt en als collaborateurs kaal geschoren worden. Enkele dagen later maken ze kennis met de V1 en V2 raketten, die door Duitsers op Antwerpen werden afgeschoten.
Na enkele rustdagen trekt het peloton naar Nijmegen om Britse troepen af te lossen die een brug verdedigen (A Bridge too far). Ze treffen weilanden aan bedekt met parachutes en slachtoffers die nog niet begraven waren. Daarna trekken ze door naar Mook en zien voor het eerst Duits grondgebied. Ze overleven de koude winter en proberen zich voor te bereiden voor een laatste offensief. De Duitsers hebben een aantal dijken doorgestoken waardoor loopgraven onder water staan. Er komt versterking in de vorm van het 1e Canadese Korps, bestaande uit de 1e en 5de Canadese Divisie, die op Sicilië en in Italië gevochten hadden.
Rond Kerstmis ligt het QOCH vlak bij Duitsland. De 4de Brigade voegt zich bij hen, en heeft al kerst gevierd. De Camerons trekken zich tot 2 km achter de linie terug om vroeg in de avond kerst te vieren. Daarna is het hun beurt de Maasbrug bij Mook te bewaken.
1945
In de tweede week van februari wordt er door Cameron in Duitsland gevochten. Duitsland wordt gebombardeerd en antwoordt met zwaar geschut. De Duitsers gebruiken een nieuw straalvliegtuig. Daarna trekt Cameron per bus Duitsland in, richting Bedburg. De commandant heeft twee weken verlof en sergeant Kirk zal hem vervangen. Vlak voor zijn vertrek spreekt hij de 24-jarige kolonel Thompson, die enkele uren daarna sneuvelt. Majoor Rodgers volgt hem op en kreeg later de DSO. Met Shermantanks en Kangaroo-voertuigen trekt Cameron naar Luisendorf aan de Siegfriedlinie. Het is modderig en de Kangaroos lopen vaak vast, om vervolgens door een Sherman los te worden getrokken. Onderweg nemen ze twee Duitsers gevangen zie bij een zendpost zaten, en schieten de apparatuur kapot. Kirk krijgt van kapitein Glossop een 14daagse verlofpas aangeboden met het verzoek naar Gent te gaan om daar net aangekomen Canadezen te trainen. Glossop vervangt hem, en Kirk vertrekt in maart naar Gent. Twee weken later sneuvelt Glossop, en enkele weken later is de oorlog beëindigd. Cameron komt pas in juli terug in Nederland. Zij gaan naar Amersfoort, en bivakkeren daar nog tien weken. Door een pech tijdens een patrouille breekt hij zijn sleutelbeen.
In Calais gaan de Camerons aan boord, voorafgegaan door de doedelzakspelers. Van Dover gaan ze naar Farnborough, waar ze zes weken wachten op de Queen Elizabeth, het schip dat hen naar Canada zal vervoeren. Ze mogen verlof opnemen en in deze periode ontmoet hij Doris Whiston, zijn toekomstige echtgenote. In november is de Queen Elizabeth gerepareerd en begint de overtocht naar Halifax. Terug in Marchwell viert hij kerstmis bij zijn ouders.
In de periode van 1 oktober 1944 tot 5 mei 1945 sneuvelden 17.000 Canadezen, vooral in Dieppe en Afrika, of zij raakten gewond of vermist. Hiervan vielen 13.000 doden en gewonden in zes weken, vooral bij de Schelde en Woensdrecht.
Na de oorlog
Kirk is door een Canadese kolonel voorgedragen om de Militaire Willems-Orde te krijgen vanwege zijn acties in Woensdrecht. De ceremonie vond plaats op 8 december 1945, maar Kirk deelt de eer graag met zijn manschappen. Kirk is één van de negen Canadezen en drie Britten die de MWO heeft gekregen, waarvan drie postuum aan Canadezen werden toegekend. In 1965 gaat Kirk weer naar Woensdrecht.
Na enige twijfel besluit Kirk de militaire dienst te verlaten en weer op de boerderij van zijn vader te gaan werken. Ook gaat hij weer baseball spelen. Hij houdt contact met Dors, en gaat haar in 1947 bezoeken. Ze trouwen op 5 april 1948. Een paar maanden later gaat hij zonder haar naar Canada terug. Zij volgt hem in 1950 en ze gaan wonen op een boerderij in Saskatchewan. Hun eerste kind overlijdt als baby, verder hebben ze twee zoons, Brian en Trevor. Doris is in 1995 overleden.
29 mei 2009
Kirk was op 29 mei 2009 aanwezig op het Binnenhof toen de MWO aan Marco Kroon werd overhandigd. Hij droeg de baret van het 5th battallion, The Queens Own Cameron Highlanders, het regiment waarbij hij tijdens de oorlog diende. Bij de ceremonie waren zes Ridders aanwezig, op de foto v.l.n.r. Piet van den Hoek, Louis d'Aulnis, G.N. Hakkenberg (rolstoel), Albert Hoeben, Kirk en Frits den Ouden.
Kirk overleed op 30 juli 2009 aan de gevolgen van een longontsteking in het ziekenhuis in Saskatchewan.
Trivia
Kirk heeft onder zeven commandanten gediend, Thompson was zijn favoriet.
Wilford Hiram Kirk staat in het boek "Militaire Willems-Orde sinds 1940" genoemd als Wilfred Herman Kirk.

Een jonge Wilford Hiram Kirk

Een jonge Wilford Hiram Kirk
Geboren 18 februari 1918
Marshall, Saskatchewan, Canada
Overleden 30 juli 2009
Saskatchewan, Canada
Land/partij Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canada
Onderdeel Flag of the Canadian Army.svg Canadese leger
Dienstjaren 1942 -
Rang Army-GBR-OR-06.svg Sergeant
Eenheid Infanterie
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Slag om de Schelde

 

Kirk met prinses Margriet (foto: 29 mei 2009)

 

De zes aanwezige ridders met Kirk als 2e van rechts (foto: 29 mei 2009

Leo Major

Leo Major (Montreal, 23 januari 1921 – Longueuil, 12 oktober 2008) was een Canadese korporaal in het Régiment de la Chaudière in de Tweede Wereldoorlog.
In de nacht van 13 april 1945, nam hij een voortrekkersrol in de bevrijding van Zwolle waar hij vrijwel zelfstandig verantwoordelijk was voor de terugtrekking van de Duitse oppositie. Voor deze acties kreeg hij zijn eerste Distinguished Conduct Medal. Hij ontving zijn tweede DCM tijdens de Koreaanse Oorlog voor een leidende rol in de verovering van een belangrijke heuvel.
Bevrijding van Zwolle
Begin april naderde het Régiment de la Chaudière Zwolle, waar nog Duits verzet aanwezig was. De commandant vroeg om twee vrijwilligers voor een verkenningsmissie om de Duitse aanwezigheid in kaart te brengen, voor de stad met artillerie beschoten zou worden. Major en zijn vriend Willie Arsenault meldden zich aan voor de missie. Om de stad heelhuids in handen te krijgen, besloten ze om te proberen om met zijn tweeën de stad in handen te krijgen. Dit ondanks dat hun missie alleen het in kaart brengen van de Duitse troepen en het in contact komen met het Nederlandse verzet inhield.
Over de Heinoseweg gingen ze te voet richting Zwolle. Onderweg klopten ze aan bij de boerderij van de familie Van Gerner, waar ze de weg vroegen. Rond middernacht werd Arsenault gedood door Duits vuur, waarschijnlijk omdat hij met een geluid hun positie had weggegeven. De woedende Major doodde twee Duitsers; de rest van de groep wist met een voertuig te ontkomen. Major besloot daarop zijn missie alleen voort te zetten.
Hij kwam het centrum van de stad binnen via de Sassenpoort en stuitte daar op een Duitse officiersauto. Hij besloop de wagen en nam de chauffeur gevangen, die hem naar een café leidde waar een Duitse officier wat aan het drinken was. Het bleek dat ze in het Frans konden spreken, aangezien de officier uit de Elzas kwam. Major vertelde hem dat de Canadese artillerie om 6 uur 's ochtends zou beginnen met beschietingen, wat zou leiden tot grote aantallen slachtoffers, onder zowel Duitsers als burgers. Als teken dat hij te goeder trouw was, gaf Major de Duitser zijn wapen terug.
Vervolgens trok Major door de stad, terwijl hij zo veel mogelijk met zijn machinegeweer schoot en granaten wierp. Zo wilde hij de Duitsers misleiden en niet duidelijk maken dat hij alleen handelde. Tijdens zijn tocht die nacht nam hij ongeveer tien keer groepjes Duitsers gevangen van acht tot tien man. Die escorteerde hij dan de stad uit, om ze vervolgens over te dragen aan zijn regiment dat aan de rand van de stad stond te wachten. Telkens ging hij weer alleen terug naar de stad om zijn aanval voort te zetten. Tijdens die nacht brak hij vier keer in burgerwoningen in om tot rust te komen.
Uiteindelijk vond hij het hoofdkwartier van de Gestapo en stak het in brand. Later stuitte hij ook op het hoofdkwartier van de SS, waar hij in een kortstondig, maar dodelijk vuurgevecht vier van de acht officieren wist te doden; de andere helft sloeg op de vlucht. Hij kwam erachter dat de officiers zich verkleed hadden als verzetsleden. Het Zwolse verzet was dus geïnfiltreerd door de nazi's - of zou dat nog gaan worden.
Rond half vijf 's ochtends werd het voor de uitgeputte Major duidelijk dat de Duitsers zich hadden teruggetrokken en dat Zwolle bevrijd was. Ook was er contact gelegd met het verzet. Op straat kwam hij vier verzetsleden tegen die hij vertelde dat de stad vrij was van Duitse soldaten. Later die ochtend kwam Major erachter dat de Duitsers westwaarts richting de IJssel waren gevlucht en dat de geplande beschietingen door de Canadezen van de baan was. Zijn regiment kon de stad verder zonder slag of stoot innemen.
Major bracht het lichaam van Arsenault naar de boerderij van Van Gerner, waar versterkingen van zijn regiment het later ophaalden. Rond negen uur 's ochtends meldde hij zich weer terug bij het regimentskamp.
Leo Majorlaan in Zwolle. Een stuk van de Zuidbroeklaan kreeg in 2009 die naam. Major was Zwolle via deze route binnengetrokken.
Decoraties
Distinguished Conduct Medal met Gesp
Korea Medal
1939-1945 Ster
War Medal 1939-1945
Frankrijk en Duitsland Ster
Defensiemedaille
Medaille voor Vredesmissies van de Verenigde Naties
Canadian Volunteer Service Medal for Korea
Canadian Volunteer Service Medal
Ereburger van de stad Zwolle (Nederland)
Ereburgerschap
Op 14 april 2005, exact 60 jaar na de bevrijding van Zwolle, werd Leo Major ereburger van de stad.

Ereburgerschap
Op 14 april 2005, exact 60 jaar na de bevrijding van Zwolle, werd Leo Major ereburger van de stad.
Overlijden
Leo Major overleed in Montreal op 12 oktober 2008, na 57 jaar huwelijk met Pauline De Croiselle. Hij liet vier kinderen en vijf kleinkinderen achter en is begraven op de Last Post Fund National Field of Honour in Pointe-Claire, Quebec.

Léo Major of R22eR, in Korea, kort na de actie op Hill 272.

Léo Major of R22eR, in Korea, kort na de actie op Hill 272.
Geboren 23 januari 1921
Montreal, Quebec, Canada
Overleden 12 oktober 2008
Longueuil, Quebec, Canada
Begraven National Field of Honour, Pointe-Claire, Quebec, Canada
Land/partij Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canada
Onderdeel Flag of the Canadian Army.svg Canadese leger
Dienstjaren 1940 -
Rang Army-GBR-OR-04.svg Corporal
Eenheid Régiment de la Chaudière
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Operatie Overlord
Slag om de Schelde
Bevrijding van Zwolle
Koreaanse Oorlog
Slag om Hill 355

Leo Majorlaan in Zwolle. Een stuk van de Zuidbroeklaan kreeg in 2009 die naam. Major was Zwolle via deze route binnengetrokken.

Albert Bruce Matthews

Generaal-majoor Albert Bruce Matthews (Ottawa, 12 augustus 1909 - Toronto, 12 september 1991) was een Canadees militair, zakenman en politicus. Vanaf november 1944 gaf hij leiding aan de Canadese 2e infanteriedivisie die een grote rol speelde tijdens de bevrijding van Nederland.
Voor de oorlog
Matthews was een zoon van Albert Edward Matthews, een "broker" die een prominente rol speelde in de Liberal Party of Canada en in 1937 Luitenant-gouverneur van de provincie Ontario werd. Hij volgde zijn opleiding aan het Upper Canada College in Toronto en aan de Universiteit van Genève. Later zou hij voor het familiebedrijf gaan werken.
In 1937 trouwde hij met Victoria Thorne; zij kregen samen drie kinderen.
Militaire loopbaan
Albert Bruce Matthews begon zijn loopbaan in het Canadese leger in 1928. Nadat in 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werd hij bij de 1e Infanteriedivisie ingedeeld en naar Engeland gezonden. Hij had inmiddels de rang van majoor bereikt. In januari 1943 werd hij gepromoveerd tot brigadier, waarmee hij de jongste van deze rang in het Canadese leger werd.
Hij gaf de eerste keer leiding aan gevechtshandelingen in juli van dat jaar tijdens de landing op Sicilië. Daar leidde hij onder andere de aanval op Agira en kwam hij onder direct vijandelijk vuur. Zijn divisie zou later verder Italië intrekken. Matthews keerde in januari 1944 terug naar Engeland en werd bevorderd tot hoogste artillerie-officier van het 2e Legerkorps. Het korps speelde een belangrijke rol tijdens het offensief in Normandië. Zo was Matthews betrokken bij Operatie Atlantic, Operatie Spring bij Caen en Operatie Tractable. Bij al deze offensieven stelde hij de gevechtsplannen van de artillerie op.
Bevrijding van Nederland
In november 1944, na de bloedige Slag om de Schelde, werd Matthews bevorderd tot Generaal-majoor en kreeg hij de leiding van de 2e infanteriedivisie. Hij onderscheidde zich onder andere door zijn bijdrage aan de bevrijding van Walcheren. Zijn divisie was betrokken bij de Operaties Veritable en Blockbuster in de winter van 1945, waarbij onder leiding van veldmaarschalk Bernard Montgomery het gebied tussen de Roer en de Rijn werd bezet. Daarbij wist zijn divisie te voorkomen dat een aantal bruggen over de Rijn werd vernietigd door terugtrekkende Duitse troepen.
Nadat zijn troepen de Rijn overgestoken waren bogen zij naar noordwestelijke richting, en bevrijdden het noorden van Nederland. De zwaarste veldslag die zij leverden was in april 1945 bij de Bevrijding van Groningen. Eind april bevrijdden zij Delfzijl. Daarna bezette de 2e infanteriedivisie het Duitse Oldenburg en zij waren Wilhelmshaven al genaderd toen op 5 mei de Duitsers zich overgaven.
Na de oorlog
Alhoewel Matthews een grote carrière in het leger gemaakt had, keerde hij na de oorlog terug in het zakenleven. Hij werd onder andere directeur van het mediabedrijf Standard Broadcasting en in 1978 was hij kort president-directeur van Massey Ferguson, een bouwer van landbouwmachines. Hij was daarnaast voorzitter van de Liberal Party of Canada en was eens een serieuze kandidaat voor het ambt van Gouverneur-generaal van Canada, maar werd voor die functie uiteindelijk toch te veel als een partijman gezien.
Decoraties
Commandeur in de Orde van het Britse Rijk in september 1944
Orde van Voorname Dienst (DSO) in september 1943
Onderscheiding van de Canadese Strijdkrachten
Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau met Zwaarden op 22 december 1945
Ereburger van de stad Groningen
Chevalier in het Legioen van Eer
Croix de Guerre met Palm

Van links naar rechts: Generaal-majoor C. Vokes, Generaal H.D.C. Crerar, Veldmaarschalk Sir Bernard L. Montgomery, Luitenant-generaal B.G. Horrocks, Luitenant-generaal, Generaal-majoor D.C. Spry en Generaal-majoor A.B. Matthews

Van links naar rechts: Generaal-majoor C. Vokes, Generaal H.D.C. Crerar, Veldmaarschalk Sir Bernard L. Montgomery, Luitenant-generaal B.G. Horrocks, Luitenant-generaal, Generaal-majoor D.C. Spry en Generaal-majoor A.B. Matthews
Geboren 12 augustus 1909
Ottawa, Ontario, Canada
Overleden 12 september 1991
Toronto, Ontario, Canada
Land/partij Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canada
Onderdeel Flag of the Canadian Army.svg Canadese leger
Dienstjaren 1928 – 1945
Rang Generaal-majoor
Eenheid 30th Field Battery, 3rd Field brigade
Royal Regiment of Canadian Artillery
Non-Permanent Active Militia
Leiding over 2nd Canadian Division
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Operatie Overlord
Operatie Tractable[2]
Operatie Totalize[2]
Operatie Atlantic[2]
Operatie Spring[2]
Landing op Sicilië
Italiaanse veldtocht
Slag om de Schelde
Operatie Veritable
Operatie Blockbuster
Bevrijding van Nederland

Guy Simonds

Luitenant-generaal Guy Granville Simonds (Bury St. Edmunds, (Engeland), 23 april 1903 - Toronto (Canada), 15 mei 1974) was een Canadees legerofficier die de leiding had over het 2e Legerkorps (Canada) gedurende de Tweede Wereldoorlog. Hij was tevens tijdelijk commandant van het Canadese Eerste Leger, wegens ziekte van luitenant-generaal Harry Crerar, tijdens de Slag om de Schelde in 1944. In 1951 werd hij benoemd tot Chef van de generale staf, de hoogste functie in het Canadese leger
Opleiding
Simonds was geboren in Engeland maar zijn ouders emigreerden al spoedig naar Canada. Tussen 1921 en 1925 studeerde hij aan het Royal Military College of Canada in Kingston, Ontario. Hij werd beëdigd als officier in het Canadese leger in 1926, als junior officier bij de Royal Canadian Horse Artillery. In 1936 studeerde kapitein Simonds aan het "Staff College" in Camberley (Groot-Brittannië). Later keerde hij terug naar het Royal Military College of Canada als universitair hoofddocent op het gebied van artillerie en later als "instructeur in tactiek".
Tweede Wereldoorlog
In 1939 werd majoor Simonds stafofficier 2e klasse bij de 1e Infanteriedivisie. In juni 1940 hij benoemd tot commandant van het 1e Veld Regiment van de Royal Canadian Artillery, dan juist terug uit Duinkerken na de slag en evacuatie aldaar. Reeds in november 1940 werd hij door generaal A.G.L. "Andy" McNaughton gevraagd een trainingsprogramma voor officieren op te zetten, dat de naam "Canadian Junior War Staff Course" meekreeg. In 1941 werd hij benoemd tot staf officier 1e klasse bij de 2e Infanteriedivisie, gevolgd door een benoeming tot commandant van de 1e Infanteriebrigade. Voorjaar 1943 werd generaal-majoor Simonds benoemd tot Commanderend Officier van de 1e Infanteriedivisie. In die functie leidde hij de divisie bij verschillende veldslagen tijdens de veldtocht op Sicilië. 
Na de Siciliaanse Campagne was Simonds een paar maanden commandant van de 5e Pantserdivisie. Eind januari 1944 werd hij echter naar Engeland teruggeroepen om aldaar de leiding op zich te nemen van het Canadese 2e Korps, in opvolging van luitenant-generaal Ernest William Samsom. Zijn taak was daar om de troepen te trainen en voor te bereiden op D-day.
Spoedig na de landingen in Normandië nam het 2e Korps deel aan de Slag om Caen. Om Caen in te nemen waren verschillende operaties nodig. Simonds nam de planning voor Operatie Atlantic voor zijn rekening en stuurde daarna de 2e Infanteriedivisie en 3e Infanteriedivisie op pad om Caen te omsingelen. De aanval was niet geheel succesvol aangezien het uiteindelijke doel Verrières Ridge niet werd gehaald door zware tegenstand van de 1. SS-Panzer-Division Leibstandarte-SS Adolf Hitler en 12. SS-Panzerdivision Hitlerjugend. Ondanks enige andere offensieven, waaronder Operatie Spring bleef het gebied in Duitse handen totdat de algemene geallieerde opmars noopte tot het opgeven van de stellingen.
In augustus lanceerde Simonds Operatie Totalize om door te breken naar Falaise. Hier gebruikte hij voor het eerst de Kangaroo. Dit was een Armoured personnel carrier gecreëerd uit de verouderde M7 Priest die 12 manschappen kon vervoeren.Deze werden ook gebruikt voor Operatie Tractable het sluiten van de Zak van Falaise. Bij deze slag was ook de Poolse 1e Pantserdivisie betrokken.
In september 1944 nam Simonds tijdelijk het bevel over van het Canadese 1e leger toen generaal Harry Crerar door dysenterie tijdelijk uitgeschakeld was. Als zodanig commandeerde hij dit leger tijdens de Slag om de Schelde.Hij ging terug naar het 2e Legerkorps toen Crerar voldoende hersteld was om het commando weer op zich te nemen. Na een relatief rustige winter trok zijn korps op het oosten en noorden van Nederland te bevrijden. Hiervoor waren echter nog wel de slagen om Groningen en Delfzijl nodig.
Generaals van het Canadese 1e Leger Zittend van links naar rechts: Stanisław Maczek (1e Pantserdivisie (Polen)), Guy Simonds (2e Legerkorps (Canada)), Harry Crerar (1e Leger (Canada)}, Charles Foulkes (1e Legerkorps (Canada)), Bert Hoffmeister (5e Pantserdivisie (Canada);) Staande van links naar rechts: Ralph Keefler (3e Infanteriedivisie (Canada)), Bruce Matthews (2e Infanteriedivisie (Canada)), Harry Foster (1e Infanteriedivisie (Canada)), Robert Moncel (als plaatsvervanger van Christopher Vokes, 4e Pantserdivisie (Canada)), S.B. Rawlins, (49e (West Riding) Infanteriedivisie)
Onderscheidingen
Lid in de Orde van Canada op 18 december 1970
Lid in de Orde van het Bad op 28 september 1944
Commandeur in de Orde van het Britse Rijk
Orde van Voorname Dienst (DSO) op 23 september 1943
Onderscheiding van de Canadese Strijdkrachten met twee Gespen
1939-1945 Ster
Africa Star
Italy Star
Frankrijk en Duitsland Ster
Defensiemedaille
Medaille voor het Diamanten Jubileum van Elizabeth II
War Medal 1939–1945 met Genoemd in de Dagorders
Oorlogskruis met Palm op 31 augustus 1946
Virtuti Militari, 5de klasse (zilveren kruis) op 7 april 1945
Commander in het Legioen van Verdienste op 30 maart 1946
Commandeur in het Legioen van Eer
Croix de guerre met Palm
Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau met Zwaarden op 22 december 1945
Commandeur in de Leopoldsorde met Palm op 31 augustus 1946
Dagorder (Mentioned in dispatches
4 april 1946
23 juni 1945
Militaire loopbaan
Second Lieutenant, Canadese leger: 1926
Lieutenant, Canadese leger:
Brevet Captain, Canadese leger: september 1932
Local Captain: 10 september 1932 (anciënniteit vanaf 1 juli 1929)
Major, Canadese leger: 1936-1937
Lieutenant Colonel, Canadese leger:
Colonel, Canadese leger:
Waarnemend Brigadier General, Canadese leger: augustus 1941
Brigadier, Canadese leger: midden juli 1942
Major General, Canadese leger: 20 april 1943
Lieutenant General, Canadese leger: januari 1944
Na de oorlog
Simonds keerde in 1949 terug naar Canada. Hier nam hij de rol op zich van commandant van de Royal Military College of Canada.[2] Van 1951 tot 1955 was hij Chef van de Generale Staf van Canada. 
Hij overleed in Toronto op 15 mei 1974.
Familie
In 1932 trouwde Simonds met Kay Higginson. Zij werden de ouders van een zoon en een dochter.

Major General Guy Simonds, 1943
Geboren 23 april 1903
Bury St. Edmunds, Suffolk, East of England, Engeland
Overleden 15 mei 1974
Toronto, Canada
Begraven Mount Pleasant Cemetery, Toronto, Canada
Land/partij Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canada
Onderdeel Flag of the Canadian Army.svg Canadese leger
Dienstjaren 1926 - 1955
Rang British Army OF-8.svg Lieutenant-General
Leiding over Chef van de Generale Staf
1e Leger
2e Legerkorps
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Operatie Overlord
Slag om Caen
Landing op Sicilië
Nederland in de Tweede Wereldoorlog
Slag om de Schelde
Slag om Groningen
Slag om Delfzijl
Operatie Atlantic
Operatie Spring
Operatie Tractable
Operatie Totalize
Zak van Falaise

Generaals van het Canadese 1e Leger Zittend van links naar rechts: Stanisław Maczek (1e Pantserdivisie (Polen)), Guy Simonds (2e Legerkorps (Canada)), Harry Crerar (1e Leger (Canada)}, Charles Foulkes (1e Legerkorps (Canada)), Bert Hoffmeister (5e Pantserdivisie (Canada);) Staande van links naar rechts: Ralph Keefler (3e Infanteriedivisie (Canada)), Bruce Matthews (2e Infanteriedivisie (Canada)), Harry Foster (1e Infanteriedivisie (Canada)), Robert Moncel (als plaatsvervanger van Christopher Vokes, 4e Pantserdivisie (Canada)), S.B. Rawlins, (49e (West Riding) Infanteriedivisie)

Daniel Spry

Daniel Charles Spry (Winnipeg, 4 februari 1913 - Ottawa, 2 april 1989) was de Candees generaal-majoor en bevelhebber van de 3de Canadese Infanterie Divisie tijdens Operatie Veritable in de Tweede Wereldoorlog.

Oorlogsdienst
Spry hield het bevel over de het 1ste battalion, het Koninkrijk Candadees Regiment en later het 1ste Canadese Infanterie Brigade in Italië. In 1944 had hij het bevel over het 12de Canadese Infanterie Brigade Wat later in 1944 kreeg hij in noord West-Europa het bevel over het 3de Canadese Divisie tot aan het einde van Operatie Veritable.[2] Guy Simonds de commandant van het 2de Canadees Legerkorps was ontevreden met de prestaties van Spry tijdens de aanvallen op de sterk verdedigde bossen van Moyland, ten zuidooste van Kleve en later in het Hochland. Simonds was onvermurwbaar en vond dat Spry moest vertrekken maar Crerar zorgde er door dat Spry werd aangesteld bij de Canadese Versterkingstroepen in Brittannië, omdat hij vond dat Spry de best aangewezen persoon was om de troepen op te leiden gezien zijn ervaring in het veld.Op het einde van Operatie Blockbuster werd Spry van zijn bevel over het 3de Divisie ontheven en vertrok naar Brittannië om daar het bevel te nemen over de Canadese Versterkingstroepen.

Na de oorlog
In 1946 werd Spry Vice-Chief van de Generale staf bij het nationaal hoofdkwartier in Ottawa en ging later dat jaar op pensioen.[1][2]

In 1969 verleende hij zijn naar maan de Major-General D.C. Spry Trophy, die uitgereikt word bij de jaarlijkse kleine vuurwapens competitie van het Canadese Regiment.

Onderscheidingen
Commandeur in de Orde van het Britse Rijk
Orde van Voorname Dienst (DSO)[5]op 29 juli 1944
Onderscheiding van de Canadese Strijdkrachten
Commandeur in de Kroonorde met Palm op 31 augustus 1946
Oorlogskruis 1940 met Palm op 31 augustus 1946
Dagorder (Mentioned in dispatches)
4 april 1946

Daniel Charles Spry OBE DSO CD

Daniel Charles Spry OBE DSO CD
Geboren 4 februari 1913
Winnipeg, Manitoba, Canada
Overleden 2 april 1989
Ottawa
Begraven Beechwood Cemetery, Ottawa
Land/partij Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canada
Onderdeel Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canadees leger
Dienstjaren 1932 - 1946
Rang British Army OF-7.svgGeneraal-majoor
Leiding over 3de Infanterie Divisie
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Operatie Husky
Operatie Avalanche
Operatie Overlord
Operatie Wellhit
Slag om de Schelde
Operatie Veritable

Kenneth Stuart

Generaal Kenneth Stuart (Trois-Rivières (Quebec), 9 september 1891 - Ottawa, 3 november 1945) was een Canadees officier tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was Chef van de Generale Staf, het hoofdkwartier van het Canadese leger van 24 december 1941 tot en met 27 december 1943. In de periode 21 december 1943 tot en met 20 maart was hij waarnemend commandant van het nieuw opgerichte 1e Canadese Leger.
Stuart studeerde aan het Royal Military College of Canada. Hier studeerde hij in 1911 af.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij van 1915 tot en met 1918 bij de Royal Canadian Engineers.In 1934 werd hij instructeur aan het Royal Military College of Canada. In 1938 werd hij directeur Militaire Operaties en Inlichtingen bij het Nationale Defensie Hoofdkwartier.
Hij diende ook in de Tweede Wereldoorlog, aanvankelijk als commandant van het Royal Military College of Canada. In 1940 werd hij plaatsvervangend Chef bij de Generale Staf, vice-chef in 1941 en chef in december 1941.
Nadat hij in 1943 eraan meegewerkt had om Andrew McNaughton het commando te ontnemen van het 1e Canadese Leger, nam deze later wraak. In november 1944 werd McNaughton minister van Defensie en ontsloeg nog dezelfde maand Stuart.
Militaire loopbaan
Second Lieutenant, Canadese leger:
Lieutenant, Canadese leger:
Captain, Canadese leger:
Major, Canadese leger: 1931
Brevet Lieutenant Colonel, Canadese leger: 22 juni 1931
Lieutenant Colonel, Canadese leger: 1 juli 1936
Colonel, Canadese leger
Tijdelijk Brigadier General, Canadese leger: 19 oktober 1939
Brigadier, Canadese leger:
Major General, Canadese leger:
Lieutenant-general, Canadese leger:
Onderscheidingen
Lid in de Orde van het Bad
Orde van Voorname Dienst (DSO)
Military Cross

Brigadegeneraal Kenneth Stuart

Brigadegeneraal Kenneth Stuart
Geboren 9 september 1891
Trois-Rivières, Quebec, Canada
Overleden 3 november 1945
Ottawa, Canada
Begraven Beechwood Cemetery, Ottawa, Ottawa Municipality, Ontario, Canada, Plot: Veteranen Sectie
Land/partij Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canada
Onderdeel Flag of the Canadian Army.svg Canadese leger
Dienstjaren 1911 - 1945
Rang British Army OF-8.svg Lieutenant-general
Leiding over Chef van de Generale Staf
1e Leger
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog

Christopher Vokes

Christopher Vokes (Armagh, 13 april 1904 – Oakville, 27 maart 1985) was een Canadees soldaat en officier. Hij was generaal-majoor in het Canadese leger in de Tweede Wereldoorlog

Biografie
Vokes werd geboren als zoon van de de Britse majoor Frederick Patrick Vokes en Elizabeth Vokes. De familie Vokes vertrok in 1910 naar Canada. Majoor Frederick werd een genieofficier bij de Royal Military College of Canada. De familie woonde in Married Quaters op Ridout Row, Royal Military College of Canada.

Tussen 1921 en 1925 bezocht Vokes de Royal Military College of Canada en was ingedeeld bij de Royal Canadian Engineers. Hij studeerde tussen 1926 en 1927 aan de McGill-universiteit en ontving daar de graad van Bachelor of Science en was ook lid van The Kappa Alpha Order. Tussen 1934 en 1935 bezocht hij de Staff College in Camberley.

In 1942 werd Vokes bevorderd tot brigadier en kreeg het bevel over de 2e Canadese Infanteriebrigade. In die hoedanigheid was hij betrokken bij de geallieerde landing op Sicilië. In november 1943 werd hij bevelhebber van de 1e Canadese Infanteriedivisie en werd ook bevorderd tot generaal-majoor. In die hoedanigheid was hij betrokken bij de Italiaanse campagne. In december 1944 werd hij benoemd tot bevelhebber van de 4e Canadese Pantserdivisie en was betrokken bij de Slag om het Hochwald.

Tussen juni 1945 en mei 1946 was hij was hij bevelhebber van de Canadese bezettingsmacht in Europa. Hij keerde daarna terug naar Canada werd hij bevel voerde over het Centraal Commando en daarna over het Westelijk Commando. In 1959 ging hij met pensioen.

Hij overleed in 1985 in Oakville, Ontario.

Onderscheidingen
Lid in de Orde van het Bad
Commandeur in de Orde van het Britse Rijk
Orde van Voorname Dienst (DSO)
Onderscheiding van de Canadese Strijdkrachten
Dagorder (Mentioned in dispatches)
4 april 1946
Militaire loopbaan
Captain: 8 januari 1934 (anciënniteit vanaf 10 december 1929)
Brigadier: 24 juni 1942

Brigadier RW Moncel (links) en Majoor-General Christopher Vokes, commandant van 4th Canadian Armoured Division, observeren een Duitse tegenaanval, Sögel, Duitsland

Brigadier RW Moncel (links) en Majoor-General Christopher Vokes, commandant van 4th Canadian Armoured Division, observeren een Duitse tegenaanval, Sögel, Duitsland
Bijnaam "Chris"
Geboren 13 april 1904
Armagh, Ierland
Overleden 27 maart 1985
Oakville, Ontario, , Canada
Begraven Saint Jude's Cemetery, Oakville, Ontario, Halton Regional Municipality, Ontario, Canada
Land/partij Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canada
Onderdeel Flag of the Canadian Army.svg Canadese leger
Dienstjaren 1925 - 1959
Rang British Army OF-7.svg Major-General
Eenheid Royal Canadian Engineers
Leiding over 1e Infanteriedivisie
4e Canadese Pantserdivisie
1st Canadian Division
Opperbevelhebber van de Canadese bezettingsmacht in Europa
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Landing op Sicilië
Italiaanse veldtocht
Slag om Ortona
Operatie Veritable
Slag om het Hochwald
Onderscheidingen zie onderscheidingen
Ander werk Bevelhebber van de Canadese bezettingsmacht in Europa

Canada in de Tweede Wereldoorlog