Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

Afrika in de Tweede Wereldoorlog

Aanval op AlexandriŽ

De aanval op AlexandriŽ op 19 december 1941 was onderdeel van de Tweede Wereldoorlog in Noord-Afrika. De Italianen vielen de haven van AlexandriŽ in Egypte aan. Egypte was een voormalig Brits protectoraat en van strategisch belang vanwege het Suezkanaal. De asmogendheden wilden Egypte bezetten om zo via het Suezkanaal doorgang naar de Indische Oceaan te krijgen.
Aanval
Op 3 december 1941 verliet de Italiaanse onderzeeŽr ScirŤ van de Regia Marina zijn basis de havenstad La Spezia met drie bemande torpedo's aan boord.Op het eiland Leros in de EgeÔsche Zee pikte de onderzeeŽr in het geheim zes bemanningsleden op: Luigi Durand de la Penne en Emilio Bianchi (maiale nļ 221), Vincenzo Martellotta en Mario Marino (maiale nļ 222) en Antonio Marceglia en Spartaco Schergat (maiale nļ 223).
Op 19 december liet de Scirť op een diepte van 15 meter de menselijke torpedoís los zo'n 2,1 kilometer van de commerciŽle haven van AlexandriŽ,en voer de marinebasis binnen toen de Britten hun verdedigingen openden om drie van hun eigen torpedojagers door te laten. Er waren veel moeilijkheden voor de la Penne en zijn bemanningslid Emilio Bianchi. Ten eerste stopte de motor van de torpedo en de twee kikvorsmannen moesten zelf voor de voortstuwing zorgen. Ten tweede had Bianchi problemen met de zuurstoftoevoer zodat de la Penne de maiale alleen moesten duwen naar de plek waar de HMS Valiant lag. Hij plaatste toch met succes de limpet mijnen net onder de scheepswand van de HMS Valiant. Toen ze beiden aan de oppervlakte kwamen, Bianchi was gewond, werden ze ontdekt en gevangengenomen.
Ze werden beiden ondervraagd, maar hielden hun mond. Ze werden opgesloten aan boord van de HMS Valiant onder de waterlijn en net boven de plek waar ze de mijn hadden geplaatst. Vijftien minuten voor de explosie vroeg de la Penne een ontmoeting met de kapitein van de HMS Valiant, Charles Morgan, en vertelde hem van de komende explosie maar weigerde om verdere informatie te geven. Charles Morgan stuurde hem terug naar het compartiment en de mijn ontplofte enige minuten later. De la Penne en Bianchi raakten niet gewond door de ontploffing, alleen de la Penne liep een kleine verwonding aan het hoofd op door een scheepsketting.
De andere vier leden van de missie werden aan land opgepakt door de Egyptische politie en overgedragen aan de Britten, maar niet voordat hun mijnen de slagschepen HMS Valiant en HMS Queen Elizabeth tot zinken brachten.De 7750 ton zware Noorse tanker Sagona verloor haar achterdek en de torpedojager HMS Jervis raakte tevens zwaar beschadigd. Omdat de twee schepen slechts een paar meter onder water zonken konden ze geborgen worden en ze waren dan ook binnen een jaar terug in actie.
Door dit incident keerde de oorlog zich in de centrale Middellandse Zee tijdens de volgende halfjaar tegen de geallieerden. De Italiaanse vloot behaalde marinesuprematie.
Naslagwerken
(en) Frogmen First Battles van U.S. Captain William Schofield's. ISBN 0-8283-2088-8
(en) The Black Prince and the Sea Devils: The Story of Valerio Borghese and the Elite Units of the Decima Mas, door Jack Greene en Alessandro Massignani, Da Capo Press, Cambridge, Massachusetts, 2004. ISBN 0-306-81311-4
(en) Sea Devils van J. Valerio Borghese, vertaald in Engels door James Cleugh. ISBN 1-55750-072-X
(en) The Italian Navy in World War II van Marc'Antonio Bragadin, United States Naval Institute, Annapolis, 1957. ISBN 0405130317
(en) The Italian Navy in World War II van James Sadkovich, Greenwood Press, Westport, 1994. ISBN 031328797X

Een Italiaanse bemande torpedo uit de Tweede Wereldoorlog

Een Italiaanse bemande torpedo uit de Tweede Wereldoorlog
Datum 19 december 1941
Locatie AlexandriŽ, Middellandse Zee
Resultaat Italiaanse overwinning
Strijdende partijen
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Koninkrijk ItaliŽ
Leiders en commandanten
Flag of the United Kingdom.svg Charles Morgan Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Luigi Durand de la Penne
Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Junio Valerio Borghese
Troepensterkte
Vloot in de haven 1 onderzeeŽr
3 menselijke torpedoís
Verliezen
2 slagschepen gezonken
1 tanker beschadigd
1 torpedojager beschadigd
8 doden

Aanval op Mers-el-Kťbir

De Aanval op Mers-el-Kťbir, deel van Operatie Catapult en ook bekend als de Slag om Mers-el-Kťbir vond op 3 juli 1940 plaats bij Mers-el-Kťbir aan de kust van Algerije. Een eenheid van de Britse Royal Navy vernietigde een deel van de Franse vloot waarbij 1297 mannen omkwamen. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk waren niet in oorlog, maar Frankrijk had een wapenstilstand getekend met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk was bang dat als gevolg van de Duits-Franse wapenstilstand de Franse marine zich bij de Duitse Kriegsmarine zou aansluiten. De Franse admiraal FranÁois Darlan had Winston Churchill verzekerd dat de vloot niet in Duitse handen zou vallen, maar de Britten handelden in de veronderstelling dat de beloftes van Darlan onvoldoende waren.De aanval toonde de wereld en vooral de Verenigde Staten dat het Verenigd Koninkrijk de oorlog tegen Duitsland wilde voortzetten.
Gebeurtenissen
Achtergrond

Na de wapenstilstandsovereenkomst tussen Frankrijk en nazi-Duitsland in 1940 was het Verenigd Koninkrijk bezorgd dat de Franse vloot door de Duitsers zou worden overgenomen. Een grotere Duitse vloot betekende dat de machtsbalans op zee in Duits voordeel zou uitvallen. Dit zou de aanvoer van grondstoffen voor het Verenigd Koninkrijk en de koloniŽn via de Atlantische Oceaan in gevaar brengen. De Britse regering vreesde dat de Duitsers de controle over de schepen zouden overnemen, ondanks artikel 8, paragraaf 2 van de Wapenstilstand, waarbij de Duitse regering ďverklaarde ernstig en plechtig dat ze niet van plan waren dat ze eisen opstelden tegenover de Franse vloot tijdens de vredesonderhandelingenĒ en soortgelijke termen in de wapenstilstand met ItaliŽ. Bovendien verklaarde admiraal Darlan zich bij Churchill tegen deze mogelijkheid.[4] Voorts bleek later dat Hitler niet de intentie had of de middelen om de vloot in Mers-el-Kťbir over te nemen.Churchill eiste dat de Franse marine (Marine Nationale) ofwel de krachten met de Britse Royal Navy zou bundelen of op een bepaalde manier geneutraliseerd zou moeten worden, om te voorkomen dat de schepen in Duitse en Italiaanse handen zou vallen.
De Franse vloot was zeer verspreid. Bepaalde schepen lagen in havens in Frankrijk, andere waren ontsnapt van Frankrijk naar Britse havens, vooral naar havens in Groot-BrittanniŽ en AlexandriŽ in Egypte. Operatie Catapult moest resulteren in de Britse controle over de Franse schepen, of als dat niet mogelijk was, hun vernietiging. Tijdens de eerste fase ging men in de nacht van 3 juli 1940 simpelweg aan boord van schepen in de Britse havens Plymouth en Portsmouth. Op de Surcouf, destijds de grootste onderzeeŽr ter wereld, die in juni 1940 zijn toevlucht had gezocht in Portsmouth, verzette de bemanning zich hevig, waarbij twee Britse officieren en een Franse matroos werden gedood. Andere schepen waren de twee verouderde slagschepen Paris en Courbet, de torpedojagers Triomphant en Lťopard, acht torpedoboten, vijf onderzeeŽrs en een aantal kleinere schepen. Velen Ė inclusief de Surcouf Ė zou worden gebruikt door de Vrije Fransen. Sommige zeelieden sloten zich aan bij de Vrije Fransen terwijl andere naar Frankrijk werden gerepatrieerd. De aanval op de Franse schepen in de havens zorgde voor woede bij de Fransen tegenover hun bondgenoot en zorgde voor spanningen tussen Churchill en generaal De Gaulle.
Ultimatum
De meest krachtige concentratie van Franse oorlogsschepen in die tijd was het squadron dat zich in de haven van Mers-el-Kťbir in Algerije bevond. Dit bestond uit de oude slagschepen Provence en Bretagne, de moderne slagschepen (of slagkruisers) Dunkerque en Strasbourg, de watervliegtuigtender Commandant Teste en zes torpedojagers onder bevel van admiraal Marcel-Bruno Gensoul. Aan de Britse admiraal James Somerville, commandant van Force H gestationeerd in Gibraltar, werd bevolen dat hij aan de Fransen een ultimatum moest afleveren. Er werden drie voorstellen gedaan:
Aansluiten bij de Britse marine om samen de strijd tegen Duitsland voort te zetten.
Met een afgeslankte bemanning onder controle van de Britten naar een Britse haven varen. De afgeslankte bemanning zou worden gerepatrieerd.
Als alternatief, wanneer de Fransen de bindende afspraken tot wapenstilstand met Duitsland niet wilden overtreden, moesten ze met de Britten met afgeslankte bemanning naar enkele Franse havens in West-IndiŽ bijvoorbeeld Martinique, waar ze tot Britse tevredenheid konden worden gedemilitariseerd, of ze konden worden toevertrouwd aan de Verenigde Staten waar de bemanning gerepatrieerd zou worden en de schepen veilig zouden blijven tot het einde van de oorlog.
Als de voorstellen werden verworpen moesten de schepen binnen zes uur tot zinken worden gebracht.
Somerville was zelf niet persoonlijk aanwezig bij de uitreiking van het ultimatum. In plaats daarvan viel deze plicht de beurt aan de Franssprekende kapitein Cťdric Holland, bevelhebber van het vliegdekschip HMS Ark Royal. Admiraal Gensoul was beledigd dat de onderhandelingen niet werden gevoerd door een hogere officier en stuurde zijn eigen luitenant, Bernard Dufay, wat leidde tot vertraging en verwarring.
Aangezien de onderhandelingen aansleepten, werd het duidelijk dat geen der partijen elkaar de ruimte wilde geven. De Franse minister van Marine, FranÁois Darlan ontving nooit de volledige tekst van het Britse ultimatum van admiraal Gensoul, wat het belangrijkste was met betrekking tot de mogelijkheid voor de verplaatsing van de vloot naar Amerikaanse wateren, een optie die deel uitmaakte van orders die uitgegeven waren door Gensoul door Darlan, die moest worden gevolgd door een vreemde mogendheid die probeerde om de schepen te veroveren.
Voor de onderhandelingen formeel werden beŽindigd stegen Britse Fairey Swordfish vliegtuigen, ondersteund door verouderde Blackburn Skua vliegtuigen op van de Ark Royal, om magnetische mijnen in de zee laten vallen precies op de route van de Franse schepen richting zee. Deze eenheid werd onderschept door Franse Curtiss H-75 gevechtsvliegtuigen. Dankzij de escorterende Skuas ging geen van de Swordfish vliegtuigen verloren, maar een van de Skuas werd neergeschoten door de Franse jagers en crashte in de zee waarbij de bemanning omkwam. Dit waren de enige Britse doden van het conflict.
Een korte tijd later opende de Britse marine op aanwijzingen van Churchill het vuur op hun voormalige bondgenoot.
Aanval
De Britse macht bestond uit de slagkruiser HMS Hood, de slagschepen HMS Valiant en HMS Resolution en het vliegdekschip HMS Ark Royal, inclusief een escorte van kruisers en torpedobootjagers. Ondanks de geschatte gelijkwaardigheid van de vloten hadden de Britten een aantal doorslaggevende voordelen. De Franse vloot lag voor anker in een nauwe haven en ondanks de ondubbelzinnige eisen van het ultimatum verwachtte men geen aanval en men was er niet op voorbereid. De hoofdbewapening van zowel de Dunkerque als de Strasbourg was gegroepeerd op hun boeg en kon niet onmiddellijk worden gebruikt. De Britse schepen hadden 381-mm kanons en vuurden zwaardere salvoís dan de Fransen.
De Britten openden het vuur op 3 juli 1940 om 16:56 uur. De Fransen reageerden ineffectief. Het derde salvo van de Britten raakte eerst de Bretagne, waardoor dit schip explodeerde en om 17:09 uur zonk, met 977 mannen aan boord. Na dertig salvoís stopten de Fransen met schieten. Ondertussen verlegden de Britten hun koers om te voorkomen dat de Franse kustbatterijen konden vuren. De Provence, Dunkerque en de torpedojager Magador werden door hun eigen bemanning beschadigd en aan de grond gezet.
De Strasbourg slaagde erin samen met vier torpedojagers uit de belegerde haven te ontsnappen. Toen deze vijf schepen open zee bereikten, kwamen ze onder vuur te liggen van Swordfish bommenwerpers van de HMS Ark Royal. Twee vliegtuigen gingen hierbij verloren (hun bemanning werd gered door de torpedojager HMS Wrestler). Het bombardement had weinig effect. De Britse kruisers HMS Arethusa en HMS Enterprise meldden dat ze een Franse torpedojager in beslag hadden genomen. Om 20:20 blies Somerville de achtervolging af, omdat hij wist dat zijn schepen slecht waren uitgerust voor een nachtelijke achtervolging. Na een andere aanval van Swordish om 20:55 uur te hebben afgeweerd bereikte de Strasbourg op 4 juli 1940 de Franse havenstad Toulon.
Op 4 juli bracht de Britse onderzeeŽr HMS Pandora de Franse kanonneerboot Rigault de Genouilly die uit Oran kwam, tot zinken. In die nacht voerden Franse bommenwerpers een vergeldingsactie uit tegen de Britse vloot in Gibraltar, zonder groot effect. Omdat de Britten geloofden dat de beschadigingen aan de Dunkerque en Provence niet ernstig waren, voerden Britse Fairey Swordfish vliegtuigen in de morgen van 6 juli vanaf de HMS Ark Royal een aanval uit op Mers-el-Kťbir. Een torpedo raakte de patrouilleboot Terre-Neuve die afgemeerd was naast de Dunkerque. Terre-Neuve zonk snel en zijn lading dieptebommen veroorzaakte een grote explosie, waardoor de Dunkerque zwaar beschadigd raakte.
Nasleep
In Mers-el-Kťbir kwamen 1297 Franse zeelieden om en raakten er 350 gewond. De relaties tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk raakten voor lange tijd beschadigd en het leverde de Duitsers propagandamateriaal op. Als vergelding werden duizenden vrouwen en kinderen uit Gibraltar die naar Frans-Marokko waren geŽvacueerd met geweld verdreven en gedwongen op overvolle en vieze transportschepen te stappen met achterlating van bijna al hun bezittingen.
De Britse admiraal Somerville was niet enthousiast over de actie en zei dat het ďde grootste politieke blunder van de moderne tijd en de hele wereld zal tegen ons zijnÖwij allen moeten ons grondig schamen.In feite was de actie gericht om de wereld te laten zien dat het Verenigd Koninkrijk de oorlog kon voortzetten.
De Franse schepen in AlexandriŽ onder bevel van admiraal Renť-…mile Godfroy waaronder het oude slagschip Lorraine en vier kruisers werden op 3 juli door de Britten omsingeld en kregen dezelfde eisen voorgelegd als in Mers-el-Kťbir. Na de onderhandelingen die geleid werden door de Britse admiraal Andrew Cunningham, ging de Franse admiraal op 7 juli akkoord om zijn schepen te ontmantelen en tot aan het einde van de oorlog in de haven te blijven. Ze bleven daar, tot ze zich in 1943 bij de geallieerden aansloten.
De laatste fase van Operatie Catapult was een luchtaanval op 8 juli vanaf het vliegkampschip HMS Hermes tegen het moderne Franse slagschip Richelieu dat voor anker lag in Dakar. Een torpedo trof doel en beschadigde het schip.
De Dunkerque, Provence en Mogador werden gerepareerd en voeren terug naar Toulon.
Op 27 november 1942 probeerden de Duitsers als deel van Operatie Anton de Franse vloot in Toulon in te nemen. Dit resulteerde in het tot zinken brengen van de Franse vloot in Toulon.
Slachtoffers
Franse slachtoffers tijdens de aanval worden als volgt verdeeld:
slachtoffers bij de aanval op Mers-el-Kťbir
Officieren onderofficieren matrozen en mariniers Totaal
Bretagne 36 151 825 1012
Dunkerque 9 32 169 210
Provence 1 2 3
Strasbourg 2 3 5
Mogador 3 35 38
Rigault de Genouilly 3 9 12
Terre Neuve 1 1 6 8
Armen 3 3 6
Esterel 1 5 6
Totaal 48 202 1050 1300

Croiseur de bataille Strasbourg 03-07-1940.jpg

Datum 3 juli 1940
Locatie Mers-el-Kťbir, Algerije
Resultaat Uitschakeling van de Franse vloot
Strijdende partijen
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk Flag of France.svg Frankrijk
Leiders en commandanten
Flag of the United Kingdom.svg James Fownes Somerville
Flag of the United Kingdom.svg Dudley Pound Flag of France.svg Marcel-Bruno Gensoul
Flag of France.svg FranÁois Darlan
Troepensterkte
1 vliegkampschip
2 slagschepen
1 slagkruiser
2 lichte kruisers
11 torpedojagers 4 slagschepen
6 torpedojagers
1 watervliegtuigtender
Verliezen
3 Blackburn Skua
3 Fairey Swordfish
2 doden 1 slagschip vernietigd
2 slagschepen zwaar beschadigd
3 torpedojagers beschadigd
1 torpedojager gegrond
1.297 doden
350 gewonden

 

Blackburn Skuas op HMS Ark Royal klaar voor vertrek

 

 

De Bretagne ontploft.

 

De Mogador na een voltreffer

Afrikakorps

Het Deutsches Afrikakorps (DAK) was een legereenheid die in de Tweede Wereldoorlog onder leiding van Erwin Rommel in Noord-Afrika opereerde.

Steun aan Italianen
Op 12 februari 1941 vertrok de kort tevoren tot luitenant-generaal gepromoveerde Erwin Rommel met een expeditieleger, waarvan de Vijfde Lichte Divisie de hoofdmacht vormde, uit Berlijn naar Tripoli in LibiŽ. Opdracht was daar de gedemoraliseerde Italiaanse troepen te steunen in hun strijd tegen het Britse leger. De Italiaanse troepen hadden tot dan toe de ene nederlaag na de andere geleden. Het tij moest met de komst van Rommel keren ten gunste van de asmogendheden. Rommel had bij de Slag om Frankrijk al bewezen dat hij moeilijke opdrachten tot een goed einde kon brengen. Aangekomen in Tripoli, merkte Rommel, die tijdens de Eerste Wereldoorlog nog tŤgen de Italianen gevochten had in de Slag bij Caporetto, dat hij niet bepaald welkom was. Van communicatie tussen hem en de Italiaanse bevelhebbers was geen sprake.

Woestijnoorlog
Op 11 april 1941 had Rommel de Britten over een aanzienlijke afstand teruggedreven en kwam hij tot aan de stad Tobroek, aan de Egyptisch-Libische grens, maar slaagde er niet in die te veroveren. Deze krachttoer leverde Erwin Rommel desondanks bij vriend en vijand de bijnaam Woestijnvos op, omdat hij constant improviseerde en trucs gebruikte om zijn vijanden te slim af te zijn.

Het Afrikakorps werd midden augustus 1941 gereorganiseerd en maakte vanaf dat moment deel uit van de nieuw opgerichte Panzergruppe Afrika. De Vijfde Lichte Divisie werd hernoemd tot 21ste pantserdivisie. Daarnaast behoorden ook de 15e Pantserdivisie en de 90ste Lichte Divisie tot het Afrikakorps. De vijf Italiaanse divisies die zich in Noord-Afrika bevonden gingen ook tot de Panzergruppe Afrika behoren. De Panzergruppe Afrika kwam onder bevel van Rommel.

In de nacht van 17 november 1941 ondernamen Britse commandoís een poging om Rommel te doden, maar Rommel was niet op de veronderstelde plaats.

Eind 1941 startten de Britten een offensief. Dit leidde tot het ontzet van Tobroek. Rommel werd teruggedreven tot in El Agheila. Na korte tijd ging Rommel weer in het offensief. Op 21 juni 1942 zag hij kans om Tobroek te veroveren, ondanks fel verzet van de Britten. Als beloning hiervoor werd hij op 22 juni gepromoveerd tot veldmaarschalk en werd hij op vijftigjarige leeftijd de jongste Duitse veldmaarschalk ooit.

Rommel bereikte aan het einde van juni 1942 El Alamein, bijna 500 km ten oosten van Tobroek, nog maar ruim 100 km van de Egyptische havenstad AlexandriŽ en 230 km van de hoofdprijs van de hele Afrika-campagne: het Suezkanaal, dat als de 'luchtpijp van het Britse Rijk' beschouwd werd.

Tegenslagen
De Duitse troepen waren echter compleet uitgeput en de vitale aanvoerlijnen vanuit ItaliŽ waren extreem lang geworden; vooral op de Middellandse Zee waren die kwetsbaar voor aanvallen van de Britse marine en voor luchtaanvallen vanaf Malta. Bovendien was al in juni 1941 het voor de Duitsers veel belangrijkere oostfront geopend tegen de Sovjet-Unie, waarmee de woestijnoorlog tot een zijtoneel werd gedegradeerd. Toch lanceerden de Duitsers op 1 juli 1942 de eerste slag om El Alamein, maar die werd afgeslagen; ze werden in het defensief gedrongen door de alsmaar sterker wordende Britten onder leiding van generaal Auchinleck. Bernard Montgomery nam vervolgens het bevel over het Britse Achtste Leger over. Na een mislukt laatste offensief richting Suezkanaal in de eerste week van september in de Slag om Alam el Halfa ging Rommel op ziekteverlof naar Duitsland. Hij kwam pas in oktober terug terug toen Montgomery een offensief begon, dat de geschiedenis zou ingaan als de tweede slag om El Alamein. Dit leidde ertoe dat de Duitse linies begin november werden doorbroken. Het Afrikakorps had toen alleen al vanwege ernstig brandstoftekort geen keuze dan zich alsmaar verder terug te trekken en tot overmaat van ramp landden er op 8 november 1942 geallieerde troepen in Noordwest-Afrika (ĎOperatie Toortsí). Op 22 november keerden ook de in Noord-Afrika aanwezige troepen van Vichy-Frankrijk zich, na aanvankelijk verzet tegen de Geallieerde landing op 8 november, formeel tegen de Duitsers en de Italianen.

Amerikanen
Op 19 februari 1943 lanceerde Rommel zijn laatste offensief in Noord-Afrika. Het was de eerste directe confrontatie in deze oorlog tussen Duitse en Amerikaanse grondtroepen en die liep heel slecht voor de Amerikanen af. Op de tweede dag van de actie wist Rommel de Kasserine-pas ten zuiden van Tunis te heroveren. De Amerikanen leerden echter van hun fouten en generaal-majoor George Patton, een expert in pantsertactiek, nam het bevel over. De Duitsers bleven niet lang in het bezit van de pas; daarna werd het Afrikakorps steeds verder teruggedreven, totdat het in Tunis capituleerde op 13 mei 1943. De ongeveer 230.000 resterende Duitse en Italiaanse manschappen gaven zich tijdens de laatste dagen over aan de geallieerden. Veldmaarschalk Erwin Rommel was toen al door Hitler teruggeroepen naar Duitsland om diens reputatie te sparen. Duitse krijgsgevangenen die naar de VS werden afgevoerd, hebben nog al eens naar Rommel geschreven om hem op de hoogte te houden van hun situatie.

Het Afrikakorps is, dankzij de persoonlijkheid van Rommel, het ontbreken van rassenkwesties en het geringe aantal burgerslachtoffers (de veldslagen werden uitgevochten in zo goed als onbewoonde gebieden), nooit beschuldigd van oorlogsmisdaden.

Embleem van het Afrikakorps

Embleem van het Afrikakorps
Oprichting 12 februari 1941
Ontbinding 13 mei 1943
Land Duitse Vlag 1933 nazi-Duitsland
Krijgsmachtonderdeel Balkenkruis Heer
Organisatie Korps
Aantal 100,000 (1942)
140,000 (1943)[1]
Motto Ritterlich im Kriege, wachsam fŁr den Frieden
(Ridderlijk in de oorlog, waakzaam voor de vrede)
Kleur Geel, bruin
Veldslagen Noord-Afrikaanse veldtocht
Slag om Tobroek
Slag bij Gazala
Tweede slag om El Alamein
Commandanten Erwin Rommel
Ludwig CrŁwell
Walther Nehring

Aankomst van Rommel in Tripoli (1941)

Operatie Flipper
 

Operatie Flipper was een Britse speciale operatie tijdens de Tweede Wereldoorlog met als hoofddoel een aanval op het hoofdkwartier van Erwin Rommel, de commandant van de Asmogendheden in Noord-Afrika. De operatie werd uitgevoerd in de nacht van 17 op 18 november 1941, een nacht voor de start van Operatie Crusader, een groot Brits offensief. De operatie was een totale mislukking. Slechts twee van de ruim dertig commando's die aan land kwamen wisten veilig terug te keren. De rest was dood of al dan niet gewond krijgsgevangen gemaakt.
Achtergrond
In oktober en november 1941 werd door het Britse 8e Leger een plan opgesteld om meerdere doelen achter de vijandelijke linies aan te vallen, te weten:
Het hoofdkwartier van Erwin Rommel nabij Al Bayda
Het Italiaanse hoofdkwartier bij Cyrene
Een afdeling van de inlichtingendienst in Apollonia
Verschillende communicatiestations
Het belangrijkste doel was het doden van Erwin Rommel zelf, waarmee werd gehoopt dat de organisatie van het vijandelijke leger een volledige chaos werd als Operatie Crusader van start ging.
De commandant van de operatie was Luitenant-Kolonel Robert Laycock. Luitenant Geoffrey Keyes, die aanwezig was geweest bij het plannen van de operatie, nam de meest hachelijke taak op zich: de aanval op het hoofdkwartier van Rommel.
De Raid
Op 10 november verlieten twee onderzeeŽrs de haven van AlexandriŽ. De HMS Torbay had Keyes, kapitein Campbell en luitenant Cook en 25 commando's aan boord. De HMS Talisman had Laycock, kapitein Glenny, luitenant Sutherland en ook 25 commando's aan boord. In de nacht van 14 op 15 november landde de eenheid van Keyes op het strand van Hamama, ruim 400 kilometer achter de vijandelijke linies. Hier hadden ze contact met kapitein Haselden, luitenant Ingles en korporaal Severn, van de Long Range Desert Group, een inlichtingendienst, die al eerder in het gebied waren afgezet.
De andere eenheid, onder leiding van Laycock, had meer moeite met aan land komen. Het weer was omgeslagen en slechts zeven man wisten samen met Laycock aan land te komen. De rest bleef achter op de Talisman. Hiermee waren slechts 39 van de kleine 60 man beschikbaar. Het plan moest worden gewijzigd, en in plaats van vier groepen die aan zouden vallen, werden het er slechts 2. Laycock bleef achter op het verzamelpunt met enkele mannen in de hoop dat de achtergebleven commando's op de Talisman alsnog aan land konden gaan.
De voltallig groep van Keyes ging naar het hoofdkwartier van Rommel, en luitenant Cook ging met zijn mannen naar de communicatiestations.
Kort nadat het licht werd bereikte de groep van Keyes een Wadi. Hier bleven ze gedurende de dag, tot het weer donker werd. In de nacht vertrokken ze weer, maar hun Arabische gids weigerde verder mee te gaan door het verslechterende weer. Hierop leidde Keyes zijn mannen naar een hoogte van ca. 550 meter. Hierop volgde een mars van ruim 28 kilometer. Na wederom een dag geschuild te hebben wist de groep rond 22:00 uur het hoofdkwartier op enkele honderden meters te naderen.
Een minuut van twaalf uur 's nachts had Keyes zijn mannen langs bewakers en andere verdedigingen van het hoofdkwartier geleid, en kwamen ze aan bij het huis. Doordat ze geen open deur of raam konden vinden werd kapitein Campbell, die vloeiend Duits sprak, naar het huis gestuurd om op de deur te bonken en toegang te eisen. De soldaat die de deur opendeed werd onmiddellijk aangevallen door Campbell en Keyes, maar was desondanks nog in de positie om alarm te kunnen slaan. Hierop schoot Campbell hem dood met zijn pistool. Het geluid van het pistool alarmeerde de andere Duitsers rond het huis, waarop een gevecht ontstond.
In het gevecht werd Keyes dodelijk verwond. Hij werd naar buiten gedragen door een paar van zijn mannen, waar hij binnen enkele minuten overleed. Later werd Campbell in zijn been geschoten door ťťn van zijn eigen mannen, nadat hij achteloos een hoek om was gelopen, terwijl hij eerder het bevel had gegeven om eenieder die binnen gezichtsveld kwam neer te schieten. Hierop gaf hij het bevel over aan sergeant Terry en bleef zelf achter. Terry hergroepeerde de eenheid en trok terug.
Terry kwam met de eenheid veilig terug bij Laycock op het strand. De eenheid van Cook, die naar de communicatiestations was gegaan, keerde niet terug. Vanwege het slechte weer was het niet mogelijk om aan boord van de onderzeeŽrs te gaan, en ze besloten om op het strand te wachten op beter weer. Ze werden echter al snel ontdekt door de vijand, die hierop in de aanval ging. Laycock was zich ervan bewust dat ze geen kans hadden tegen een grote, georganiseerde gevechtseenheid en beval zijn mannen om in kleine groepen uiteen te gaan. Alleen Terry en Laycock wisten echter, na 37 dagen in de woestijn, veilig terug te keren naar de duikboten. De rest was of gedood of gevangengenomen.
Nasleep
Achteraf werd duidelijk dat Rommel ten tijde van de operatie helemaal niet aanwezig was in het hoofdkwartier, maar dat hij het huis twee weken eerder al had verlaten. Desondanks was Operatie Crusader een gering succes voor de geallieerde strijdkrachten. Niet lang erna lanceerde Rommel echter een verrassende tegenaanval waardoor de Britse troepen weer een stuk terug moesten trekken.
Luitenant-kolonel Keyes werd op bevel van Rommel met militaire eer begraven op een lokale katholieke begraafplaats. Voor zijn bijdrage in de operatie werd hij postuum onderscheiden met het Victoria Cross, de hoogste Britse militaire onderscheiding.

Operatie Flipper
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog
Datum 10 november - 18 november 1941
Locatie LibiŽ
Resultaat Britse doelen niet bereikt
Flag of the United Kingdom.svgStrijdende partijen
United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk Flag of the German Reich (1935Ė1945).svg Nazi-Duitsland
Leiders en commandanten
Robert Laycock
Geoffrey Keyes Ü Erwin Rommel
Verliezen
28 krijgsgevangenen (incl. 3 gewonden)
3 ontsnapt

 

Insigne van het Britse 8e Leger

Force Publique

De Force Publique of Openbare Weermacht was het koloniale leger van de Kongo-Vrijstaat en nadien van Belgisch-Congo. Op haar hoogtepunt, vlak voor de Kongolese Dipenda, telde de Force Publique meer dan 100.000 manschappen, verspreid over meer dan vijftig kazernes in alle uithoeken van Congo-Kinshasa.

De Force Publique werd opgericht in 1885 door Leopold II, koning van BelgiŽ en soevereine vorst van de Kongo-Vrijstaat, met als doel het verzorgen van logistieke steun aan de Belgische kolonisten en het bezetten van strategische punten. Ook de strijd tegen de Arabische slavenhandelaren in Oost-Kongo werd door de Force Publique gevoerd. De FP groeide alzo uit tot zowel een leger- als een politiemacht en stond aanvankelijk onder het rechtstreekse bevel van de gouverneur-generaal en de koning.

Het officierenkorps was en bleef uitsluitend toegankelijk voor blanken. Aanvankelijk werden uitsluitend niet-Kongolese zwarten tot de Force Publique toegelaten maar vanaf de eeuwwisseling kwam daar verandering in. Elk smaldeel mocht maximaal voor 20% bestaan uit inlanders met dezelfde etnische achtergrond. Door deze maatregel kon de Force Publique overal in Kongo worden ingezet.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verwierf de Force Publique wereldbekendheid door zijn militaire overwinningen rond het Tanganyikameer tegen de Duitsers. De militaire bezetting van Ruanda-Urundi en Duits-Oost-Afrika (het huidige Tanzania) vanaf 1917 gebeurde door de Force Publique. In 1916 had de Force Publique al eens victorie mogen kraaien toen zij aan de zijde van de Fransen en de Britten Kameroen veroverde op de Duitsers. Na de wapenstilstand van 1918 zou de Force Publique zich terugtrekken uit het grootste deel van Duits Oost-Afrika, dat Brits mandaatgebied werd (Tanganyika). De Force Publique bleef wel nog tot in de jaren zestig aanwezig in Ruanda-Urundi, dat voorheen deel uitmaakte van Duits Oost-Afrika en dat Belgisch mandaatgebied werd. De Force Publique werd door de vijand gevreesd omwille van zijn vermeend kannibalisme.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht de Force Publique in AbyssiniŽ (het huidige EthiopiŽ) tegen het Italiaanse leger, dat zich moest terugtrekken.

Na de Kongolese onafhankelijkheid werd de Force Publique Ė ondanks felle weerstand van de blanke officieren Ė volledig ontmanteld en na de Afrikanisering gingen de restanten op in het nieuwe Armťe Nationale Congolaise.

Twee soldaten van de Force Publique rond 1900

Noord-Afrikaanse veldtocht

De Noord-Afrikaanse veldtocht was de strijd tussen de geallieerden en de asmogendheden in Noord-Afrika tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De veldtocht begon in 1940, toen ItaliŽ zich in de Tweede Wereldoorlog mengde, en eindigde op 13 mei 1943 met de overgave van de laatste Duitse en Italiaanse troepen in TunesiŽ.
De veldtocht was er ťťn die Hitler nooit heeft gewild of gezocht. Voor hem was het Europese continent en de strijd tegen Groot-BrittanniŽ en Rusland veel belangrijker dan de "zandbak in Noord-Afrika".
Uitgangssituaties
ItaliŽ

De grote Duitse successen op het Europese vasteland in 1939 en 1940 gaven Mussolini het idee dat zijn troepen Hitlers veroveringen elders konden nadoen en in Afrika een nieuw Romeins Rijk konden vestigen. Sinds zijn machtsovername in 1922 was de fascistische leider blijven dromen van een imperium dat het klassieke Romeinse Rijk evenaarde.
ItaliŽ miste echter de economische en militaire middelen om de dromen van Il Duce ('de Leider'), zoals Mussolini ook wel werd genoemd, te verwezenlijken. ItaliŽ was nu eenmaal veel minder geÔndustrialiseerd dan Duitsland of het Verenigd Koninkrijk en de publieke opinie liep niet warm voor nieuwe veroveringen. Met de bestaande Italiaanse koloniŽn: Italiaans-LibiŽ, de Dodekanesos, Italiaans-Eritrea en Italiaans-Somaliland had men volgens velen meer dan genoeg. Toch voegde Mussolini in 1936 daar AbessiniŽ (EthiopiŽ) aan toe. Drie jaar later werd AlbaniŽ bij het Italiaanse rijk gevoegd. Zowel het Abessijnse en het Albanese leger waren niet in staat om zich tegen de Italiaanse legers te verzetten. Deze snelle overwinningen sterkten Mussolini in zijn gedachte dat het Italiaanse leger kon wedijveren met dat van de grootmachten.
Toen Frankrijk in juni bijna was verslagen, verklaarde Mussolini de oorlog aan Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De Italiaanse leider deed dit in de hoop nog in de buit mee te kunnen delen, want na de nederlaag van Frankrijk en mogelijk ook het Verenigd Koninkrijk, zouden immers de koloniŽn van die grootmachten verdeeld worden. Mussolini viel op 11 juni 1940 Frankrijk aan. Al was Frankrijk grotendeels onder de voet gelopen door Duitsland, het kon nog voldoende weerstand bieden aan de Italianen, die vrijwel geen terrein in de Franse Alpen konden veroveren. De geallieerden waren bang geweest dat Mussolini opdracht had gegeven om Malta te veroveren, waardoor de Britse scheepvaartroute in de Middellandse Zee in het geding kwam. Mussolini had echter zijn hoop gevestigd op een wapenstilstandsconferentie met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Hij hoopte daarbij zijn verlangens ten aanzien van de Britse en Franse gebieden rond de Middellandse Zee te kunnen verwezenlijken. Zover kwam het echter niet, want hoewel Frankrijk werd verslagen, kregen de asmogendheden het Verenigd Koninkrijk niet op de knieŽn. Al snel bleek Il Duce zijn veroveringsdrang niet te kunnen beheersen en liet hij zijn leger het door de Britten bezette Egypte aanvallen.
Militair
Bevelstructuur

Maarschalk Pietro Badoglio was de chef van de generale staf van de strijdkrachten, maar zijn positie als hoogste Italiaanse militair werd ondermijnd door Mussolini, die de ministerpost van de drie strijdmachtonderdelen bezette. Daardoor had de fascistische leider een bepalende stem over alle militaire plannen, wat ten koste ging van de efficiŽntie, daar de drie onderdelen (landmacht, luchtmacht en marine) onafhankelijk van elkaar functioneerden. Badoglio werd eind 1940 vervangen door generaal Ugo Cavallero, die moest werken aan de communicatie en coŲrdinatie tussen de verschillende militaire takken.
De Italiaanse troepen in LibiŽ stonden aanvankelijk onder bevel van luchtmaarschalk Italo Balbo. Balbo kwam op 28 juni 1940 om het leven door Italiaans luchtafweer, dat zijn vliegtuig ten onrechte als vijandelijk had geÔdentificeerd. Het is echter nooit geheel uitgesloten dat Mussolini hem uit de weg heeft laten ruimen, omdat Balbo niet enthousiast was over Mussolini's veroveringsplannen. Balbo werd vervangen door maarschalk Rodolfo Graziani, de chef-staf van het leger. In Italiaans Somaliland en AbessiniŽ was de hertog van Aosta de opperbevelhebber. Doordat de afstand tussen ItaliŽ en de kolonie groot was, had Mussolini hier minder invloed op de beslissingen van de militaire top.
Legersterkte
In 1940 telde het Italiaanse leger 73 divisies. In totaal waren dit 1,6 miljoen man. De bedoeling was dat het aantal divisies werd uitgebreid naar 126, maar dat is er nooit van gekomen. Niet wegens een gebrek aan manschappen, maar omdat er een gebrek aan materiaal was en men zo'n grote groep rekruten niet kon trainen. Van de 73 divisies bestond het overgrote deel uit infanteriedivisies. Zeventien infanteriedivisies hadden een zekere mate van mobiliteit, vergelijkbaar met de standaard gemotoriseerde Britse infanteriedivisies. De pantsersterkte van ItaliŽ was zeer beperkt. Het leger omvatte slechts drie pantserdivisies en had daarnaast de beschikking over twee gemotoriseerde en drie lichte divisies, bewapend met lichte wapens en oude pantservoertuigen. De pantserzwakte zou de Italianen later in de woestijnvlakte zwaar hinderen in de strijd tegen de geallieerden. De Italianen hadden echter ook de beschikking over enkele goed getrainde divisies. De beste eenheden waren de zes Alpendivisies, die geoefend waren in de bergen en in Noord-ItaliŽ en de Balkan werden ingezet.
Naast het reguliere leger waren er nog fascistische milities, de zogenaamde zwarthemden die georganiseerd waren in legioenen, bestaande uit twee infanteriebataljons. Iedere infanteriedivisie van het leger werd met een zwarthemdenlegioen versterkt. Dit werd gedaan om zowel de sterkte van de divisie op te voeren alsmede om de fascistische denkwijze in het leger te brengen. De zwarthemden kregen ook drie onafhankelijke divisies toebedeeld, die uitsluitend dienstdeden in LibiŽ en waren geformeerd naar een koloniale divisie van 8.000 man, terwijl een normale infanteriedivisie circa 13.500 manschappen telde.
De Italiaanse luchtmacht, de Regia Aeronautica, had in de jaren 20 en begin jaren 30 de reputatie opgebouwd als een innovatieve organisatie. Echter, aan het begin van de oorlog was de luchtmacht flink in verval geraakt. Doordat de luchtmacht te weinig geld had gekregen om de sterkte op peil te houden, waren de meest vliegtuigen flink verouderd en in beperkte aantallen aanwezig. Met name de jagers, de Fiat CR.32 en de Fiat CR.42, waren niet opgewassen tegen hun Britse tegenstander, de Hawker Hurricane.
De Italiaanse militaire aanwezigheid in LibiŽ was voorafgaand aan de strijd 250.000 man, 1.800 kanonnen, 350 (lichte) tanks en circa 8.000 vrachtwagens. De luchtmacht was beperkt aanwezig, maar de 150 gevechtsvliegtuigen staken getalsmatig positief af bij de sterkte van de Britse luchtmacht, daar de RAF in die dagen de prioriteit had bij de slag om Engeland.
De Italiaanse troepen waren verdeeld over twee legers. In TripolitaniŽ lag het 5e Leger onder leiding van generaal Italo Gariboldi. Het 5e Leger had de beschikking over zes infanteriedivisies en twee kleinere divisies zwarthemden. Het 10e Leger onder leiding van generaal Francesco Berti was gelegerd in Cyrenaica en bestond uit drie infanteriedivisies, een Libische divisie en een divisie zwarthemden. Daar kwam vlak voor het begin van de aanval nog een tweede Libische divisie bij. De reden dat het 5e Leger meer troepen tot haar beschikking had, kwam doordat de Italianen aanvankelijk TunesiŽ wilde aanvallen. Echter, nu de prioriteit was de gevestigd op Egypte, werden divisies van het 5e Leger spoedig overgebracht naar de regio van het 10e Leger, dat uiteindelijk uit tien divisies bestond.

LibiŽ, 27 november 1941. Een Britse Crusader tank passeert een brandende Duitse Pzkw Mk IV tank tijdens het Beleg van Tobroek.

LibiŽ, 27 november 1941. Een Britse Crusader tank passeert een brandende Duitse Pzkw Mk IV tank tijdens het Beleg van Tobroek.
Datum 10 juni 1940 - 13 mei 1943
Locatie LibiŽ, Egypte, Algerije, Marokko, TunesiŽ
Resultaat Geallieerde overwinning
Casus belli Uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, ItaliŽ voegt zich bij de asmogendheden, ItaliŽ valt Egypte binnen
Strijdende partijen
Geallieerden:
Flag of Australia.svg AustraliŽ
Canadian Red Ensign 1921-1957.svg Canada
Flag of the Czech Republic.svg Tsjechoslowakije
Flag of Free France (1940-1944).svg Vrije Fransen
Hellenic Kingdom Flag 1935.svg Koninkrijk Griekenland
British Raj Red Ensign.svg Brits-IndiŽ
Flag of New Zealand.svg Nieuw-Zeeland
Flag of South Africa (1928-1994).svg Unie van Zuid-Afrika
Flag of Poland.svg Polen
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Flag of the United States.svg Verenigde Staten Asmogendheden:
Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Koninkrijk ItaliŽ
Flag of the German Reich (1935Ė1945).svg Nazi-Duitsland
Flag of Philippe Pťtain, Chief of State of Vichy France.svg Vichy-Frankrijk
Leiders en commandanten
Flag of the United Kingdom.svg Harold Alexander
Flag of the United Kingdom.svg Claude Auchinleck
Flag of the United Kingdom.svg Archibald Wavell
Flag of the United States.svg Dwight Eisenhower Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Rodolfo Graziani
Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Ugo Cavallero
Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Giovanni Messe
Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Pietro Badoglio
Flag of the German Reich (1935Ė1945).svg Albert Kesselring
Flag of the German Reich (1935Ė1945).svg Erwin Rommel
Flag of the German Reich (1935Ė1945).svg Hans-JŁrgen von Arnim
Flag of Philippe Pťtain, Chief of State of Vichy France.svg FranÁois Darlan Ü
Verliezen
Flag of the United Kingdom.svg Groot-BrittanniŽ en Het Gemenebest:
Ca. 220.000 doden, gewonden, vermisten en krijgsgevangenen
Waaronder 35.478 bevestigde doden
Flag of Free France (1940-1944).svg Vrije Fransen:
20.000 doden, gewonden en vermisten
Flag of the United States.svg Verenigde Staten:
2.715 doden
8.978 gewonden
6.528 vermisten
MateriŽle verliezen van de Geallieerden:
2.000 tanks verloren
1.400 vliegtuigen verloren Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Koninkrijk ItaliŽ:
22.341 doden en vermisten
Flag of the German Reich (1935Ė1945).svg Nazi-Duitsland:
18.594 doden
3.400 vermisten
130.000 krijgsgevangenen
Flag of Philippe Pťtain, Chief of State of Vichy France.svg Vichy-Frankrijk:
1.346 doden
1.997 gewonden
MateriŽle verliezen van de Asmogendheden:
800 vliegtuigen verloren
6.200 artillerie verloren
2.500 tanks verloren
70.000 voertuigen verloren of buitgemaak

Overzicht van de campagne
De campagne kan opgedeeld worden in drie fasen. De eerste fase betreft de oorlog tussen de Italianen en de Britten, waarbij de Italianen verslagen werden en teruggedrongen werden tot diep in LibiŽ.
De tweede fase betreft de Duitse inmenging in het conflict, toen Benito Mussolini hulp inriep van de Duitse leider Adolf Hitler. Erwin Rommel kreeg toen de leiding over het DAK, het Deutsches Afrikakorps. Hij kwam tot El Alamein in Egypte, maar werd uiteindelijk verslagen.
De derde fase is de inmenging van de Amerikanen, die de Franse koloniŽn Marokko, Algerije en TunesiŽ binnenvallen, terwijl Bernard Montgomery vanuit Egypte de aanval opent op de Duitsers. De Duitsers en Italianen worden teruggedrongen tot in Tunis, waar de meesten gevangengenomen worden.
De Duitse opmars
Generaal Erwin Rommel kreeg de leiding. Hij doopte zijn eenheden het Afrikakorps. Met zijn (spoedig weer twee) divisies en de restanten van de Italiaanse divisies pakte hij onmiddellijk de Britten beet. In een zeer beweeglijke oorlogsvoering dreef hij de Britten, waarvan de sterkte was toegenomen (het vormde nu het Britse 8e leger) voortdurend naar het oosten verder terug. Hij deed dit zo effectief, dat hij op 10 april 1941 het beleg voor Tobroek kon slaan. Aan geallieerde zijde was het commando overgenomen door Claude Auchinleck, die minder briljant in de woestijnoorlogsvoering bleek dan zijn voorganger Richard O'Connor. Toen deze voor een adviserend bezoek terugkeerde, werd hij door de Duitsers verrast en gevangengenomen. Rommel verkreeg dankzij zijn optreden van zijn tegenstanders de bijnaam Woestijnvos.
Door de taaie verdediging van Tobroek door vooral de AustraliŽrs bleef het front vrij statisch tot december 1941. Hierna trok Rommel zich terug, om in het voorjaar opnieuw aan te vallen. Deze keer nam hij Tobroek wel in, op 21 juni 1942.
Rommel rukte nu verder op naar het oosten, richting Suezkanaal. In Berlijn werd reeds gedroomd van een Midden-oosten dat de Duitse zijde koos. Dit was niet geheel onmogelijk, want een deel van de bevolking in SyriŽ en Irak koesterde pro-Duitse gevoelens. Het Suezkanaal in handen van de asmogendheden zou een grote hinderpaal vormen voor de geallieerde aanvoer en communicatie: elk transport zou om Afrika heen moeten varen.
Generaal Claude Auchinleck trok zijn troepen terug naar El Alamein, een dorpje in Egypte, op 175 km van AlexandriŽ. Hier werd zijn noordflank gedekt door de Middellandse Zee, terwijl aan de zuidzijde de Qattara-depressie elke omsingeling verhinderde. Deze hellingen konden immers niet door gemotoriseerde voertuigen genomen worden.
Verslagen bij El Alamein
Rommel viel op 1 juli aan, maar slaagde er in de Eerste slag om El Alamein niet in door de Britse linies te breken. Churchill beval een tegenaanval, maar verschillende achtereenvolgende tegenaanvallen liepen vast op de Duitse en Italiaanse verdediging. Toen Auchinleck verscheidene maanden tijd opeiste voor hij tot nieuwe aanvallen overging, verving Churchill in augustus 1942 het hele opperbevel in Noord-Afrika. Harold Alexander werd opperbevelhebber voor het Midden-Oosten en generaal Montgomery kreeg de leiding over het Britse 8e leger. Deze nam echter nog meer tijd dan Auchinleck voor de voorbereiding van een aanval, waardoor wel veel Amerikaans materieel kon worden aangevoerd. Pas op 23 oktober, toen hij 200.000 man en meer dan 1.000 tanks tegenover Rommels 100.000 man en 500 tanks kon stellen, kwam het Britse Achtste leger in beweging. Mede doordat Rommel afwezig was bij het begin van deze Tweede slag om El Alamein, en doordat Montgomery de absolute heerschappij in de lucht had, won het Britse leger deze veldslag. De veldslag was beslissend: na afloop bleken de Duitsers slechts 50 van hun 500 tanks over te hebben, terwijl de geallieerden er 500 hadden overgehouden.
Rommel trok zich terug, en deed dit wederom meesterlijk: ondanks de geallieerde suprematie in de lucht leed hij tijdens deze terugtocht vrijwel geen verliezen meer.
De geallieerde landing in november 1942 in Marokko, Algerije en TunesiŽ (Operatie Toorts) betekende een bespoediging van het einde. De Duitse en Italiaanse troepen in Noord-Afrika werden toen vanuit het oosten en het westen in de tang genomen. De aftocht van de asmogendheden in Noord-Afrika was nu onvermijdelijk. Rommel besefte dit maar al te goed, maar z'n voortdurende verzoeken om zijn soldaten naar SiciliŽ te evacueren werden door Hitler telkens in de wind geslagen. Hitler gaf telkens het bevel om tot de laatste man stand te houden.
In de Slag om Kasserinepas, de eerste directe confrontatie tussen Duitse en Amerikaanse troepen in de Tweede Wereldoorlog, brachten de Duitsers de Amerikanen nog ernstige verliezen toe, maar dit kon de kansen niet keren. Rommel werd vervangen door von Arnim. Deze vocht een bekwame campagne in TunesiŽ. De Amerikanen herstelden zich al snel onder leiding van de na deze slag benoemde generaal George Patton, die evenals Rommel een groot voorstander van een bewegingsoorlog met tanks was.
Op 13 mei 1943 gaven de laatste troepen as-strijdkrachten in Noord-Afrika zich over.
De veldtocht in Noord-Afrika werd door beide partijen als een "schone" veldtocht gezien. Beide kampen hadden respect voor hun tegenstanders en vermeden oorlogsmisdaden. Er was ook vrijwel geen burgerbevolking die in de weg kon lopen. Gevechtspauzes voor de afvoer van gewonden werden wederzijds gerespecteerd.

Operatie Reservist

Operatie Reservist was de codenaam voor een militaire operatie in Algerije.
Doel
Op 8 november 1942, als onderdeel van Operatie Torch, werd de militaire operatie Reservist opgezet. Doel van deze actie was het innemen van vitale punten in de haven van Oran door een speciale eenheid. Geallieerde troepen zouden belangrijke havenfaciliteiten, zoals dokken en hijskranen, snel moeten veroveren voordat ze konden worden gesaboteerd.
Uitvoerin
Het Britse leger was een groot voorstander van een dergelijke actie; het Amerikaanse leger had zijn twijfels en gaf met tegenzin toe aan het plan. Volgens de Britten zou een onbeschadigde haven van groot belang zijn voor de aanvoer van manschappen en materieel in Noord-Afrika.
Op 8 november 1942 voeren twee Britse schepen, HMS Walney en HMS Hartland, met ruim 300 Amerikaanse soldaten de haven van Oran binnen. De schepen werden echter al bij binnenkomst in de haven met een zoeklicht door de verdedigende Franse troepen ontdekt. Aanwezige kustbatterijen en oorlogsschepen in de haven openden het vuur. Beide schepen werden zwaar beschadigd en er vielen veel slachtoffers; van de 393 betrokken militairen kwamen er 183 om en raakten er 157 gewond. Uiteindelijk hebben maar 47 man de wal bereikt en de gestelde doelen van de operatie werden niet gerealiseerd.
Op 10 november 1942 trokken Amerikaanse troepen de stad binnen. Zij bereikten het Franse hoofdkwartier en de havens. Rond het middaguur werd een wapenstilstand overeengekomen en in de uren daarna gaven de Franse troepen zich over en was de stad volledig in handen van de geallieerden.

HMS Walney

Operatie Sommernachtstraum

Operatie Sommernachtstraum was een Duitse militaire operatie in Noord-Afrika tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betrof een verkenningsopdracht voor onderdelen van het Duitse Afrikakorps over de grens met het door de Britten verdedigde Egypte.

Verloop van de operatie
Met deze operatie wilde generaal Rommel te weten komen of de Britten hun krachten aan het opbouwen waren voor een tegenoffensief te lanceren en tegelijkertijd eventuele depots met voorraden te veroveren. De raid werd echter op 14 september 1941, de eerste dag, opgemerkt door de RAF en leed verliezen door gecombineerde artilleriebeschietingen en bombardementen van de Britse luchtmacht. De Duitse verkenningsgroep vond echter geen tekenen van een Britse machtsopbouw en er werden eveneens geen depots gevonden. Op 16 september trok Rommel de Duitse eenheden terug, en geloofde dat de Britten nog nergens stonden met de opbouw van een tegenoffensief. Ook het vinden van Britse documenten, die spraken van een terugtocht naar Mersa Matruh, versterkten Rommels gedachten.

Gevolgen
Aangezien Rommel nu geloofde dat de linies aan de Egyptische grens voor het moment veilig waren, richtte hij zijn aandacht nu op het Britse garnizoen in Tobroek, dat volledig omsingeld was door Duitse en Italiaanse eenheden. Rommel geloofde dat hij op 25 november klaar zou zijn voor een beslissende aanval op de havenstad. Op 18 november barstte echter het Britse tegenoffensief, Operatie Crusader, los. De Duitse en Italiaanse troepen werden volkomen verrast, maar tegen 23 november was het Britse offensief vastgelopen en overgegaan in een serie van over en weer gaande bliksemaanvallen die uiteindelijk toch zouden uitmonden in een Britse opmars naar het westen.

AfricaMap3.jpg

atum 14 september 1941 - 16 september 1941
Strijdende partijen
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk Vlag van Duitsland Duitsland
Leiders en commandanten
- Vlag van Duitsland Erwin Rommel
Portaal Portaalicoon Tweede Wereldoorlog
Mediterraanse veldtocht
Tarente ∑ Sonnenblume ∑ Matapan ∑ Kreta ∑ Tobroek ∑ Brevity ∑ Solum ∑ Crusader ∑ Gazala ∑ Eerste slag om El Alamein ∑ Tweede slag om El Alamein ∑ Toorts ∑ Kasserinepas ∑ SiciliŽ ∑ Anzio ∑ Monte Cassino

Operatie Sonnenblume

Operatie Sonnenblume (Nederlands: Zonnebloem) was de codenaam voor de landing van de eerste Duitse troepen in Noord-Afrika gedurende de Tweede Wereldoorlog. In februari 1941 werd besloten om troepen naar Noord-Afrika te sturen om de Italiaanse troepen te ondersteunen. Hitler besloot hiertoe omdat de Britten de overhand in de woestijnoorlog leken te krijgen. De Italiaanse troepen, die alleen verouderd materieel tot hun beschikking hadden, waren niet opgewassen tegen de strategisch sterke Britten.
In december 1940 had de Italiaanse dictator Benito Mussolini de hulp van Duitsland nog weggewuifd. De krijgskansen keerden in Noord-Afrika echter snel met de Britse Operatie Compass, zodat Mussolini in januari 1941 alsnog om hulp van de Duitsers moest vragen. Mussolini vroeg aan Hitler of hij een tankdivisie wilde sturen ter ondersteuning van de Italiaanse troepen. Hitler zag het gevaar van een Britse overmacht in Noord-Afrika en besloot daarom met tegenzin een divisie tanks naar de woestijn te sturen, hoewel hij de "zandbak" in Afrika strategisch onbelangrijk vond in vergelijking met de strijd tegen Groot-BrittanniŽ en de Sovjet-Unie.
Op 6 februari 1941 gaf het Oberkommando der Wehrmacht (het opperbevel van het Duitse leger) de opdracht aan de OKH (Landmacht) en de OKL (luchtmacht) om zich gereed te maken voor de verplaatsing van een pantserdivisie. Twee dagen later vertrokken de eerste schepen met pantservoertuigen aan boord vanuit Napels naar Noord-Afrika. Op 12 februari kwamen de eerste troepen aan land in Tripoli, in het toen nog door de Italianen gekoloniseerde LibiŽ. Op 14 februari kwamen de eerste troepen van de gemotoriseerde 5e Lichte Divisie (later 21e Pantserdivisie) aan land. Zij werden direct oostwaarts gestuurd, naar het front in El Agheila aan de Golf van Sirte. Later arriveerden de 15e Pantserdivisie en nog meer troepen van de 5e Lichte Divisie. De beide divisies zouden later het Afrika Korps vormen. Erwin Rommel werd aangesteld als bevelhebber van de Duitse troepen in Noord-Afrika.
5e Lichte Divisie
De divisie arriveerde in Noord-Afrika met 161 tanks, waarvan 25 Panzerkampfwagens I, 45 Panzerkampfwagens II, 71 Panzerkampfwagens III en 20 Panzerkampfwagens IV.
15e Pantserdivisie[bewerken]
De divisie arriveerde in Noord-Afrika met 136 tanks, waarvan 45 Panzerkampfwagens II, 71 Panzerkampfwagens III en 20 Panzerkampfwagens IV.

Aankomst van Erwin Rommel in Tripoli

Slag bij El Agheila

De Slag bij El Agheila was een militair treffen in Noord-Afrika in 1942, tijdens de Tweede Wereldoorlog, tussen Duitse en Italiaanse strijdkrachten aan de ene zijde en de Britten aan de andere zijde. De veldslag was een nederlaag voor de Asmogendheden en leidde tot een algehele terugtrekking richting TunesiŽ.

Voorgeschiedenis
Op 4 november 1942 had veldmaarschalk Rommel besloten tot een algemene terugtrekking van de Astroepen uit El Alamein. De Duitse en Italiaanse troepen trokken achtereenvolgens terug naar Foeka en op 6 november naar Mersa Matruh, op ongeveer 180 kilometer van El Alamein. Op 8 november 1942 landden de geallieerden in Marokko en Algerije tijdens Operatie Torch. Uit angst voor een grote krijgsmacht in zijn achterhoede besloot Rommel om onmiddellijk terug te trekken naar El Agheila, en op die manier Cyrenaica volledig op te geven.

In snelle opeenvolging namen de achtervolgende Britse strijdkrachten onder leiding van Bernard Montgomery Sidi Barrani (op de grens met LibiŽ), Tobroek en Derna in. Al deze steden werden zonder slag of stoot door Rommel opgegeven. Ook de havenstad Benghazi, die erg belangrijk was voor de aanvoerlijnen, werd door de Duitsers ontruimd maar niet voordat ze de haveninstallaties onklaar hadden gemaakt. Rommel was vastbesloten om niet zoals de Italianen in februari 1941 omsingeld te worden door de Britten bij Beda Fomm.

Op dit moment had de Asmogendheden 630 km teruggetrokken in tien dagen, en nog ging het verder westwaarts. Op 23 november werd Agedabia ontruimd en betrokken de Duitsers en de Italianen stellingen nabij Mersa Brega en El Agheila. Ondertussen deed Montgomery het rustig aan, omdat hij Rommel niet vertrouwde. Tussen 10 en 11 december 1942 kwamen de Britten toch aan bij Marsa Brega en El Agheila.

De veldslag
In de nacht van 11 op 12 december vielen de Britten aan en de Asmogendheden reageerden. Toen in de morgen van 12 december echter een Britse verkenningseenheid werd opgemerkt in Merduma, reeds 96 km ten westen van El Agheila, besloot Rommel om de gevechten af te breken. Tegen de avond van de twaalfde was het volledige Afrikakorps aan het terugtrekken, enkele eenheden die de achterhoede beschermden buiten beschouwing gelaten. Op 13 december ontdekten Duitse verkenningsvliegtuigen 300 Britse voertuigen ten noorden van de Marada-oase, 120 kilometer ten zuiden van El Agheila. Uit angst om volledig omsingeld te worden, besloot Rommel het tempo van de terugtocht verder op te voeren. Ten noorden van de Duitse terugtocht werd een Britse aanval teruggeslagen door de Italianen.

De daaropvolgende dagen kwamen er verschillende geÔsoleerde gevechten voor tussen beide zijdes, maar het kwam niet tot een grote beslissende veldslag. Op 17 december was het grootste deel van de Duitse strijdkrachten uit El Agheila geŽvacueerd. Een dag later was er een laatste hevig treffen tussen Duitsers en Britten bij Nofilia, 160 km ten westen van El Agheila. Dit waren de laatste stuiptrekkingen van de slag bij El Agheila, een slag die vooral bestond uit een kat-en-muis spel tussen Montgomery en Rommel.

Uitkomst van de slag
De nederlaag bij El Agheila dwong Rommel om steeds verder richting TunesiŽ terug te trekken. Zijn plan was om zich helemaal tot in Tunis terug te trekken en vandaar zo veel mogelijk van zijn veteranen naar ItaliŽ over te brengen. Op last van zijn meerderen moest Rommel echter halt houden bij Buerat, 80 kilometer ten westen van Sirte, en daar een verdedigingslinie aanleggen.

AfricaMap5.jpg

Slag bij El Agheila
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog
AfricaMap5.jpg
Datum 11 december - 18 december 1942
Locatie El Agheila, LibiŽ
Resultaat Geallieerde overwinning
Strijdende partijen
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Vlag van Polen Polen
Vlag van Nieuw-Zeeland Nieuw-Zeeland Flag of the German Reich (1935Ė1945).svg Duitsland
Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg ItaliŽ
Leiders en commandanten
Flag of the United Kingdom.svg Harold Alexander
Flag of the United Kingdom.svg Bernard Montgomery

Rommels terugtrekking van El Alamein naar El Agheila

Slag om Gabon

De Slag om Gabon of Slag om Libreville was deel van de West-Afrikaanse Campagne in november 1940. De slag resulteerde erin dat de Vrije Fransen Gabon innamen en hierdoor geheel Frans-Equatoriaal-Afrika van Vichy-Frankrijk overnamen.

Achtergrond
Op 8 oktober 1940 arriveerde Charles de Gaulle in Douala. Op 12 oktober maakte hij plannen voor een invasie van Gabon. De Gaulle wilde Frans-Equatoriaal-Afrika gebruiken als basis voor aanvallen op LibiŽ, dat gecontroleerd werd door de asmogendheden. Op 27 oktober overschreed Vrije Franse troepen de grens van Gabon en namen de stad Mitzic in. Op 5 november capituleerde het Vichy garnizoen in Lambarťnť. Ondertussen rukte de belangrijkste troepenmacht van de Vrije Fransen onder generaal Philippe Leclerc en generaal Marie Pierre Koenig vanuit Frans-Kameroen op naar Gabon met als doel Libreville.

Verloop van de slag
Op 8 november 1940 werd de Vichy-onderzeeboot Poncelet tot zinken gebracht door de HMS Milford. Troepen van Koenig landden op Pointe La Mondah. Zijn troepenmacht bestond uit Franse legionairs (inclusief de 13de Franse Vreemdelingenlegioen Demi-Brigade), Senegalese en Kameroense troepen.

Op 9 november werd het vliegveld van Libreville vanuit Douala gebombardeerd. De troepen van Koenig stuitten op hevig verzet tijdens de opmars naar Libreville. Uiteindelijk namen ze het vliegveld in. De zeestrijdkrachten van de Vrije Fransen vielen samen met de koloniale sloep Savorgnan de Brazza aan en brachten het Vichy-schip Bougainville tot zinken. De Bougainville was het zusterschip van de Savorgnan de Brazza. Op 12 november capituleerden de laatste Vichy-troepen in Port-Gentil. Gouverneur Masson pleegde zelfmoord.

Nasleep
Op 15 november faalde De Gaulle's persoonlijke poging om de gevangengenomen Vichy-soldaten, inclusief generaal Tetu te overtuigen om zich aan te sluiten bij de Vrije Fransen. Ze werden hierdoor gedurende de gehele oorlog geÔnterneerd in een krijgsgevangenenkamp in Brazzaville, Congo.

Vrije Franse tanks tijdens de Slag om Gabon.

Vrije Franse tanks tijdens de Slag om Gabon.
Datum 8 november - 12 november 1940
Locatie Gabon, Frans-Equatoriaal-Afrika
Resultaat Geallieerde overwinning
Strijdende partijen
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Flag of Free France (1940-1944).svg Vrije Fransen Flag of Philippe Pťtain, Chief of State of Vichy France.svg Vichy-Frankrijk
Leiders en commandanten
Flag of Free France (1940-1944).svg Charles de Gaulle
Flag of Free France (1940-1944).svg Pierre Koenig Flag of Philippe Pťtain, Chief of State of Vichy France.svg Georges Masson Ü
Flag of Philippe Pťtain, Chief of State of Vichy France.svg Marcel Tetu
Verliezen
Onbekend 1 koloniale sloep
1 onderzeeŽr

Afrika in de Tweede Wereldoorlog