Home     De start Van de Tweede Wereldoorlog     Het Derde Rijk van Adolf Hitler     Duitsland in de Tweede Wereldoorlog     Engeland in de Tweede Wereldoorlog     Amerika in de Tweede Wereldoorlog     Belgie in de Tweede Wereldoorlog     Nederland in de Tweede Wereldoorlog     Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog     Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog          Canada in de Tweede Wereldoorlog     Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog     Griekenland in de Tweede Wereldoorlog     Afrika in de Tweede Wereldoorlog     Polen in de Tweede Wereldoorlog     Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog     Italie in de Tweede Wereldoorlog     Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog     Roemenie in de Tweede Wereldoorlog    Hongarije in de Tweede Wereldoorlog     Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan    Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929     Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog     Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog     Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland     Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog     Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog     Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog     Japan in de Tweede Wereldoorlog     Linken van de Tweede Wereldoorlog     Operatie Overlord 1944     Het einde Van de Tweede Wereldoorlog

8-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog

1--2--3--4--5--6--7--8

Messerschmitt Bf 109

De Messerschmitt Bf 109 was een Duits jachtvliegtuig. Het werd voor het eerst ingezet tijdens de Spaanse Burgeroorlog, en was tijdens de Tweede Wereldoorlog in gebruik bij de Duitse Luftwaffe en haar bondgenoten. Bf is een afkorting van Bayerische Flugzeugwerke waar de door Willy Messerschmitt ontworpen toestellen werden gebouwd.

De kwaliteiten van dit toestel waren te vergelijken met de Spitfire van de RAF, zijn tegenstander in onder meer de Slag om Engeland. De Bf 109 vereiste hard werken bij een duikaanval, er was flink wat spierkracht nodig om het doel in het vizier te krijgen.

De vleugels vormden een zwak onderdeel en de staart was nog zwakker. Messerschmitt was wel verplicht zijn toestellen licht, aerodynamisch efficiënt en klein te bouwen, omdat hij de beperkingen van de Duitse motoren kende. In 1936 leverde de Engelse Merlin-motor 900 pk terwijl de Duitse Jumo amper 670 pk kon leveren. Het smalle landingsgestel van de Messerschmitt maakte het opstijgen en landen tot een lastige klus, vooral voor onervaren piloten. De cockpit was bovendien nogal krap bemeten.

Het toestel had een draaicirkel grotere draaicirkel dan (de Spitfire 265 en de Hurricane 240 meter). Dit kon tijdens luchtgevechten van vitaal belang zijn. Een bf109 moest zijn gevecht leveren in het verticale. Het was een energie gevechtsvliegtuig die zijn prooi van boven besprong en steeds weer klom na het beschieten van zijn prooi. De hurricane en Spitfire bleven vaak horizontaal rondjes draaien en waren daar ook erg goed in daar het echte dogfighters waren. De bf109 is een boom en zomer.. Wat inhoud hij duikt op zijn prooi en schiet, omgaan hard door te vliegen of weer omhoog op te trekken.

De specificatie van het Duits Ministerie van Luchtvaart voorzag in een bewapening van twee mitrailleurs, die Messerschmitt boven in de motorkap plaatste.

Het was een slag voor diegenen die ervoor gezorgd hadden dat de Bf 109 door de tests kwam toen ze vernamen dat de RAF zijn jagers met acht mitrailleurs uitrustte. De vleugel van de 109 was zo dun dat er eenvoudigweg geen ruimte was om de standaardmachinegeweren te plaatsen. Er werd een nieuwe machinegeweer ontwikkeld gebaseerd op een licht machinegeweer van de infanterie. Er was echter nog steeds geen plaats voor een gewoon munitie-aanvoersysteem met ruimte voor patroonhouders. Dit werd opgelost door de patroonband helemaal naar de vleugeltip te leiden over een roller, weer helemaal terug naar de vleugelwortel over een andere roller en dan naar het machinegeweer.

Tijdens de Slag om Engeland waren de machinegeweren vervangen door kanonnen in een nieuw ontworpen vleugel. Na de Bf 109E (voorzien van een motor die 400pk extra stuwkracht leverde) vielen de ontwerpers voor alle andere varianten terug op de vleugel zonder bewapening.

Het grootste voordeel van de Messerschmitt was de brandstofinjectie van de motor. Hierdoor kon de Messerschmitt even op de kop vliegen en zijn neus hard naar beneden drukken zonder dat de motor afslag of sputtered. Dit was een mooie manoeuvre om de Spitfire of hurricane kwijt te raken.. Daar een Spitfire en hurricane in begin van de oorlog een carburateur hadden met vlotterkamer die de motor bij negatieve G manoeuvres niet meer van brandstof konden voorzien... daarom moest een hurricane of Spitfire altijd eerst op zijn rug draaien om naar beneden te duiken. Deed de Spitfire piloot dat niet dan viel de motor uit of erger. Er kon zelfs bij weer aanslaan een hele lading benzine in de cilinders komen die de wand zo schraal maakte dat de rolls route merlin motor zwaar beschadigd raakte!

Het toestel bleef tot het einde van de Tweede Wereldoorlog in productie en rolde in grotere aantallen uit de fabrieken dan welk ander gevechtsvliegtuig ooit. Duitsland leverde het toestel ook aan haar bondgenoten. Na de oorlog werd het type nog enige tijd door Finland gebruikt. In Tsjechoslowakije werd nog een serie gebouwd bij Avia als S-99 en CS-99, waarvan een aantal aan Israël werd geleverd. Ook in Spanje werd het toestel gebouwd. Voorzien van een rolls royce merlin motor bleef de Bf 109 tot 1967 in gebruik bij de Spaanse luchtmacht. Dit model werd echter gezien als het lelijke broertje van de 109 met de Daimler motor. De Daimler Benz zat namelijk op zijn kop gemonteerd in de bf109 de cilinders zaten dus beneden. Bij de Rolls Royce zaten ze boven vandaar de lange bulten op een Spitfires motorkap.

Messerschmitt Me109G.jpg

Rol Jachtvliegtuig
Bemanning 1
Varianten Bf109 A t/m H, K, T, Z, W
Afmetingen
Lengte 8,95 m
Hoogte 2,60 m
Spanwijdte 9,925 m
Vleugeloppervlak 16,40 m²
Gewicht
Leeggewicht 2247 kg
Startgewicht 3148 kg
Max. gewicht 3400 kg
Krachtbron
Motor(en) 1 × Daimler-Benz DB 605A-1 watergekoelde omgekeerde V-12
Vermogen 1085 kW
Prestaties
Topsnelheid 640 km/u
Klimsnelheid 17,0 m/s
Actieradius 850 km, met externe brandstoftank 1000 km
Dienstplafond 12000 m
Bewapening
Boordgeschut 2×13 mm MG 131 mitrailleurs, 1×20 mm MG 151/20 kanon (of 1x 30 mm MK 108), 2×30 mm MK 108, 2×20 mm MG 151/20 kanonnen onder de vleugel
Bommen 1×300l brandstoftank of 1×250 kg bom of 4×50 kg bommen
Raketten 2×Wfr.Gr.21 raketten

Junkers Ju 87

De Junkers Ju 87 was een tactische duikbommenwerper van de Duitse Luftwaffe. Hij is vooral bekend als Stuka. Deze benaming is formeel de afkorting van het Duitse woord Sturzkampfflugzeug (duikbommenwerper), maar werd meestal specifiek gebruikt om de Ju 87 aan te duiden. Hij werd gebouwd door de firma Junkers.

Ontwikkeling
Het idee om een dergelijk toestel te ontwikkelen ontstond toen Ernst Udet in september 1933 in de VS een demonstratie van de Curtiss Hawk II (Model 65, exportversie van de voor de Amerikaanse marine ontworpen XF11C-2) zag. Udet kocht er twee, die door Hermann Göring werden betaald en liet ze naar Duitsland vervoeren waar hij ze demonstreerde aan het ministerie van Luchtvaart. Ze werden aan een grondig onderzoek onderworpen en droegen zo bij aan de door Udet sterk bepleite rol voor duikbommenwerpers en de ontwikkeling van de Ju 87.

De eerste jaren
In het begin van de Tweede Wereldoorlog boekte de Junkers Ju 87 grote successen tegen onvoorbereide troepen.

Voor de Luftwaffe leek het toestel te kunnen zorgen voor precisiebombardementen die, gemeten in geld, materiaal en mankracht, goedkoop te noemen waren. Het was een vervangingsmiddel voor de artillerie en verleende uitstekend luchtsteun aan de infanterie. Hans-Ulrich Rudel teisterde de troepen van de Sovjet-Unie met dit toestel.

Kenmerken
De Junkers Ju 87 was een van de meest gespecialiseerde ontwerpen die ooit in massaproductie werden genomen. Het toestel was onder meer voorzien van een raam in de vloer waardoor de piloot het doel kon zien, en uitgerust met luchtremmen die de duik zeer konden vertragen, waardoor hij nauwkeurig kon richten. Later werden er sirenes op het vliegtuig gemonteerd, die de bijnaam "de bazuinen van Jericho" kregen. Op het moment dat de Stuka een duikvlucht begon, begonnen de sirenes te loeien. Meestal joeg het geluid ervan de mensen beneden grote schrik aan, waardoor ze in hun paniek het verdedigende leger in de weg liepen.
Types
Het type Junkers Ju 87B kon één bom van 500 kg meevoeren of één van 250 kg en vier van 50 kg. De beruchte 'Aas' Hans-Ulrich Rudel slaagde er echter in de Russische kruiser Marat tot zinken te brengen met een bom van 1000 kg. Het toestel had een beperkte actieradius van 285 km. De kleine bomlading werd gecompenseerd door de korte afhandelingstijd op de basis, waardoor sommige toestellen tot zes vluchten per dag uitvoerden. Nadeel van het toestel was de geringe snelheid, waardoor het een makkelijk doelwit was voor vijandelijke vliegtuigen. Hier kwam nog bij dat het toestel ter verdediging alleen beschikte over een achterwaarts gericht machinegeweer, hetgeen in de praktijk een erg inefficiënte verdediging bleek te zijn. Hierdoor was het dan ook een gemakkelijke prooi voor geallieerde jagers. Aan het oostfront kreeg de Stuka, voorzien van een kanon, een nieuwe functie als antitankwapen. Hier kreeg het toestel de naam "Flugzeug mit den langen Stangen".

Een andere variant was de Junkers Ju 87E Stuka. Dit was een aangepast ontwerp, bedoeld voor gebruik vanaf het vliegdekschip de Graf Zeppelin en vanaf tot hulpvliegdekschip om te bouwen vrachtschepen. De Ju 87E werd voorzien van opvouwbare vleugels en kon een torpedo vervoeren. Er werden echter alleen enkele proefexemplaren van gebouwd.[1]

Na de Junkers Ju 87 "Stuka" zou er een tweede versie verschijnen, de Junkers Ju 187/287. Deze bleek echter al tijdens de ontwerpfase minder goed te presteren dan werd verwacht en bovendien geen meerwaarde te bieden boven de Focke-Wulf Fw 190, zodat de productie werd gestaakt.[2]

De Stuka-eenheden kregen veel aandacht van het Duitse propaganda-apparaat.

Gebruik in andere luchtmachten[bewerken]
De Ju 87 was ook bij de Italiaanse luchtmacht in gebruik en had daar als bijnaam Picchiatello. Ook de Hongaarse, Roemeense en Bulgaarse luchtmachten beschikten over dit toestel.

StukaRA.jpg

Rol Duikbommenwerper
Bemanning 2
Varianten Ju 87A, Ju 87B, Ju 87C, Ju 87D, Ju 87E, Ju 87G, Ju 87H, Ju 87R, Ju 87K, Ju 87D-5/D-6
Status
Eerste vlucht 17 september 1935
Aantal gebouwd 6328
Gebruik Duitsland (1936-1945)
Bulgarije, Kroatië, Hongarije, Italië, Roemenië, Slowakije
Afmetingen
Lengte 11,10 m
Hoogte 3,9 m
Spanwijdte 13,8 m
Vleugeloppervlak 31,90 m²
Gewicht
Leeggewicht 2760 kg
Max. gewicht 4400 kg
Krachtbron
Motor(en) 1× Junkers Jumo 211Da
Vermogen 883 kW
Prestaties
Topsnelheid (duikvlucht 600 km/u) 340 km/u
Klimsnelheid (naar 3000 m) 5,7 m/s
Actieradius 600 km
Dienstplafond 8100 m
Bewapening
Boordgeschut 2×7,92 mm MG 17 vóór
1×7,92 mm MG 15 achter
Bommen 1×500kg of
1×250kg en 4×50 kg

Messerschmitt Bf 110

De Messerschmitt Bf 110 (later Me 110) was een tweemotorige lichte jachtbommenwerper in dienst van de Luftwaffe tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Bf 110 werd met succes ingezet tijdens de campagnes tegen Polen en Frankrijk. Tijdens de slag om Engeland bleek de fatale zwakte tegenover aanvallen van eenmotorige jagers en kon het zijn rol (het beschermen van bommenwerpers over langere afstand) niet vervullen. Het toestel was niet wendbaar genoeg ten opzichte van de Britse Spitfire en Hurricane. Dit kwam onder andere doordat de zware boordkanonnen in de neus van het toestel waren gemonteerd. Het kwam tijdens de Slag om Engeland regelmatig voor dat een eskader Messerschmitt Bf 110's gedwongen was om in een grote cirkel te vliegen om elkaar met hun zware boordkanonnen te beschermen tegen de niet aflatende zwermen Britse, eenmotorige jagers. Van het escorteren van Duitse bommenwerpers kwam zo dus weinig meer terecht.

Het toestel werd toen ingezet als nachtjager. In die rol had het succes omwille van zijn grote actieradius, vuurkracht en de ruimte die het kon bieden aan een radarinstallatie. Beruchte azen uit de Duitse Nachtjagd waren onder andere Heinz Wolfgang Schnaufer, Helmut Lent, Egmont Prinz zur Lippe Weissenfeld en Heinrich Prinz zu Sayn-Wittgenstein. Alle vier waren tijdelijk gelegerd in Nederland op Fliegerhorst Leeuwarden. Schnaufer presteerde het om op één dag negen bommenwerpers neer te halen, waarvan hij er 's nachts zeven neerschoot.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren veertig stuks Bf 110 in Nederland gestationeerd op de Fliegerhorst Deelen in het 3e Zerstörergeschwader. Daarnaast hebben er in de herfst van 1940 enkele Bf 110's op Feldflugplatz Hoogerheide gestaan.

Rudolf Hess
Op 10 mei 1941 gebruikte Rudolf Hess een aangepaste Bf110D om van Augsburg naar Schotland te vliegen, voor het aanbieden van vredesvoorstellen aan het Verenigd Koninkrijk.

Bundesarchiv Bild 101I-360-2095-23, Flugzeuge Messerschmitt Me 110.jpg

Rol Jachtvliegtuig
Bemanning 2 (3 voor nachtvarianten F4 en G4)
Varianten A,A0,B0...3,C0...4,C4/B,C5,
C7,D0..3,E0..3,F1..4,G,H
Status
Gebruik Duitsland (1937-?)
Afmetingen
Lengte 12,30 m
Hoogte 3,3 m
Spanwijdte 16,3 m
Vleugeloppervlak 38,8 m²

Heinkel He 111

Een Heinkel He 111 was een bommenwerper die door de Duitse Luftwaffe tijdens de Spaanse Burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog werd ingezet en aan alle fronten dienstdeed. Het was de ruggengraat van de Duitse bommenwerpervloot. Het prototype vloog voor het eerst in februari 1935 en werd ontwikkeld onder het mom van vrachtvliegtuig om onder de eisen van het Verdrag van Versailles uit te komen en werd om deze reden ook wel de 'geheime bommenwerper' genoemd.

Het toestel werd ook ingezet als transportvliegtuig en als sleepvliegtuig voor zweefvliegtuigen. Alhoewel het verouderd was tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, moest het in dienst blijven door ontwikkelingsproblemen met zijn opvolger, de Heinkel He 177. Het was uitgerust met het navigatiesysteem Knickebein.

Tijdens de Slag om Engeland bleek hoe kwetsbaar het toestel was in zijn confrontatie met de Hawker Hurricane en de Supermarine Spitfire van de RAF. In 1940 nam het toestel deel aan de bombardementen op Engelse steden waaronder Coventry. In 1941 was de RAF technisch zóver, dat haar nachtjagers in staat waren om de Heinkel 111 neer te halen. Het enige pluspunt was zijn taaiheid, een aangeschoten toestel was vaak toch in staat in de lucht te blijven.

De Heinkel diende tevens als lanceerplatform voor de V-1 (vliegende bom). De meest eigenaardige versie was de Heinkel He 111Z waarbij twee rompen werden verbonden via één vleugel met een vijfde motor in het midden. Dit type werd gebouwd om het reuzezweefvliegtuig, de Messerschmitt Me 321 te slepen.

De Heinkel He 111 bleef tot 1965 bij de Spaanse luchtmacht in gebruik. De Heinkel He 111 werd tevens aangekocht door Bulgarije, China, Hongarije, Roemenië en Slowakije

                                                             

Bundesarchiv Bild 101I-343-0694-21, Belgien-Frankreich, Flugzeug Heinkel He 111.jpg

Fabrikant Heinkel
Rol Bommenwerper
Bemanning 5
Varianten V1,V2,V3,111A-0,111B,111F,111P,111H,111Z,2.111,
Status
Gebruik Duitsland (1936-?),Spanje (?-1965), Bulgarije, China, Hongarije, Roemenië en Slowakije
Afmetingen
Lengte 16,6 m
Hoogte 4,2 m
Spanwijdte 22,6 m
Vleugeloppervlak 87,6 m²
Gewicht
Leeggewicht 7720 kg
Startgewicht 12030 kg
Max. gewicht 14075 kg
Krachtbron
Motor(en) 2× Jumo 211F-1 watergekoelde inverted V-12
Vermogen elk 986 kW
Prestaties
Topsnelheid 400 km/u
Klimsnelheid (naar 5185m) 4,3 m/s
Actieradius 2800 km
Dienstplafond 8390 m
Bewapening
Boordgeschut 7×7.92 mm MG 15 of MG 81 mitrailleurs, sommige vervangen door 1× 20 mm MG FF kanon (midden op de neus), 1× 13 mm MG 131 mitrailleur (boven de achterste cockpit)
Bommen 2000kg extern en 1×500 kg intern of intern 2000 kg

Focke-Wulf Fw 200

De Focke-Wulf Fw 200 'Condor' was een (strategische) bommenwerper, ontworpen en geproduceerd door de Duitse vliegtuigfabrikant Focke-Wulf. Het toestel opereerde tijdens de Tweede Wereldoorlog in dienst van nazi-Duitsland. Ook werd het toestel ingezet als maritieme en lange-afstandsverkenner.

Ontwikkeling
De Fw 200 Condor was ontwikkeld als een passagiersvliegtuig voor de Duitse luchtvaartmaatschappij Lufthansa. De Fw 200 was een volledig uit metaal geconstrueerde viermotorige laagdekker met een intrekbaar landingsgestel, die plaats bood aan 26 passagiers. Het toestel haalde in 1937 overal ter wereld de voorpagina's van de kranten en vestigde vele records. Finland, Denemarken en Brazilië bestelden exemplaren, maar de Japanners onderkenden als eersten het militaire potentieel. Zij bestelden een militaire versie, die als verkenner voor de lange afstand dienst kon doen. Het prototype van deze versie, de Fw 200V-10, had een grote uitbouw onder de romp, waarin de bommenlast en een deel van de defensieve bewapening kon worden ondergebracht. Ook de Luftwaffe zag nu de mogelijkheden van het toestel in en bestelde zelf een prototype, de Fw 200C, voor proefvluchten. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en de Luftwaffe een maritieme langeafstandsverkenner annex bommenwerper nodig had, werd dit prototype in productie genomen.

Inzet en operatie

Als eerste eenheid nam Kampfgeschwader KG40 in april 1940 de Condor in gebruik. Dit eskader zou het toestel in de oorlog ook het meest inzetten. Met een vijfkoppige bemanning (piloot, co-piloot en drie boordschutters) voerde de Condor op 8 april 1940 vanuit Denemarken zijn eerste missie tegen Britse schepen uit. Twee maanden later ging het KG40-eskader naar Frankrijk, waar het tot eind 1944 gestationeerd bleef. Eind september 1940 hadden de Condors al vele geallieerde schepen, gezamenlijke tonnage 900.000 ton, tot zinken gebracht.

In december 1940 waren er 36 Condors operationeel. In 1941 werden 58 C-2's gebouwd, die waren voorzien van bommenrekken onder de vleugels en in de buitenste motorgondels. Al gauw ontstonden er echter structurele problemen met de achterzijde van de romp: enkele toestellen braken bij de landing doormidden. Halverwege 1941 ging daarom een versterkte versie met krachtiger motoren, de Fw 200C-3, in productie.

Toen er meer Condors in gebruik werden genomen en de vliegers steeds bedrevener werden, ging de Condor een steeds grotere bedreiging voor de geallieerde schepen vormen. Alleen al in april 1941 brachten ze 116 geallieerde schepen tot zinken. Met behulp van speciale brandstoftanks werd hun vliegbereik sterk vergroot, de standaard vliegduur van negen uur en 45 minuten werd uitgebreid tot achttien uur.

De laatste operationele versie van de Condor was de Fw 200C-6, die was bewapend met 2 Henschel Hs 293B raketten onder de twee vleugels. In totaal werden tijdens de oorlog 252 Fw 200's geproduceerd.

In weerwil van dit betrekkelijk geringe aantal vormden de Condors een grote kopzorg voor de geallieerden. Niet alleen konden ze zelf schepen aanvallen, ze konden ook onderzeeërs naar konvooien dirigeren. Eind 1944 was het met de Condordreiging gedaan: de geallieerden veroverden toen de Duitse luchtmachtbases in Frankrijk. De resterende Fw 200's werden als transportvliegtuig ingezet.

Trivia
De Britse premier Winston Churchill noemde de Fw 200's 'de gesel van de Atlantische Oceaan'.
Het hoofd van de SS, Heinrich Himmler, had een Condor als privévliegtuig. In dit zwaar gepantserde toestel bevonden zich een luxueuze leren fauteuil en een speciaal ontsnappingsluik voor Himmler.

Bundesarchiv Bild 146-1978-043-02, Focke-Wulf Fw 200 C Condor.jpg

Rol Maritieme verkenner, bommenwerper
Bemanning 6
Status
Eerste vlucht 27 juli 1937
Gebruik Nazi-Duitsland (april 1940-1945)
Afmetingen
Lengte 23,45 m
Hoogte 6,30 m
Spanwijdte 32,85 m
Vleugeloppervlak 119,85 m²
Gewicht
Leeggewicht 17.005 kg
Startgewicht 24.520 kg
Krachtbron
Motor(en) 4x BMW-Bramo 323R-2 Fafnir 9-cilinder radiale motoren met 1200 pk
Prestaties
Topsnelheid 360 km/u
Actieradius 3560 km
Dienstplafond 6000 m
Bewapening
Boordgeschut 1x 7,92 mitrailleur in een koepel voor op de romp, 1x 13 mm mitrailleur achter op de romp, 4x 13 mm mitrailleurs onder in de romp, 1x 20 mm kanon voor in de buikgondel, 1x 7,92 mm mitrailleur achter in de buik
Bommen Maximale bommenlast van 5400 kg

Junkers Ju 52/3m

De Junkers Ju-52/3m is een vliegtuig gebouwd door de Duitse firma Junkers. Het is ook wel bekend onder de koosnaam Tante Ju.

Het toestel dat tegenwoordig Junkers Ju-52 wordt genoemd is de driemotorige Junkers Ju 52/3m, die uit de eenmotorige Ju-52/1m werd ontwikkeld. Net als eerdere toestellen van Junkers heeft de Junkers Ju-52/3m een metalen frame dat is bekleed met golfplaat.

Het toestel werd in opdracht van de Reichswehr, die destijds in het geheim werkte aan de opbouw van een Duitse luchtmacht, ontwikkeld als een verkeersvliegtuig dat eenvoudig omgebouwd kon worden tot bommenwerper. Het toestel vloog voor het eerst in maart 1932.

In de oorspronkelijke functie van passagiers- en transporttoestel deed het type dienst bij verschillende luchtvaartmaatschappijen in binnen- en buitenland. Het toestel stond bekend als betrouwbaar en comfortabel, maar ondervond al snel grote concurrentie van de Douglas DC-2 en DC-3.

Tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd het type voor het eerst ook militair ingezet, onder andere bij het Bombardement op Guernica. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Ju 52/3m standaard het transporttoestel van de Luftwaffe. Het werd op grote schaal ingezet bij verschillende luchtlandingsoperaties aan het begin van de oorlog.

Het type werd tevens gebouwd in Spanje (als de CASA352) en Frankrijk (na de oorlog onder de benaming Amiot AAC-1 Toucan).

Junkers Ju-52/3m in 2008

Junkers Ju-52/3m in 2008
Fabrikant Junkers
Lengte 18.90 m
Spanwijdte 29.25 m
Hoogte (vanaf de grond) 6.10 m
Stoelen voor passagiers

Vliegtuigen van de Luftwaffe halverwege de oorlog

Focke-Wulf Fw 190
 

De Focke-Wulf Fw 190 was een eenmotorig jachtvliegtuig dat door de Luftwaffe tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ingezet. De ontwerper was Kurt Tank. Hij werkte samen met een team van ontwerpers en een tot dan toe niet gebruikte combinatie van ingenieurs die ook piloten waren. Hij hechtte veel belang aan piloten die zich in technische termen van de problemen konden uitdrukken.

Geschiedenis
Het Rijksluchtvaartministerie bestelde het in 1937 als aanvulling op de Messerschmitt Bf 109, nadat het zag dat andere landen verschillende jagers ontwierpen en Duitsland enkel op de Bf109 rekende. Origineel werd ook de DB601-motor in gedachten gehouden, maar de productie werd al zwaar belast door ME en dus werd gekozen voor een BMW 139 en later de BMW 901.

Bijna alle types zijn geleverd met een luchtgekoelde BMW 801-stermotor in diverse varianten. De motor was in het begin onbetrouwbaar en werd ook te heet, waardoor de temperatuur in de cockpit kon oplopen tot meer dan 55°C (De oplossing hiervoor was om de gehele cockpit naar achteren te verplaatsen). Om de motor koel te houden werd er een volledig nieuwe motorkap ontworpen die de motor de luchtkoeling gaf die ze nodig had.

Het eerste prototype vloog op 1 juni 1939 en bleek over goede kwaliteiten te beschikken, zoals goed zicht, een hoge snelheid, een stabiel landingsgestel en een voor die tijd uitstekende bestuurbaarheid.

De geallieerden werden er in de herfst van 1941 mee geconfronteerd en toen ze in 1942 een exemplaar in handen kregen werd dit grondig bestudeerd. Het bleek dat het om de lengte-as rollen van het toestel veruit superieur was vergeleken met de Spitfire. De beste tactiek die de RAF-piloten konden aanwenden, was een bocht van 180° te maken en hopen dat de FW zo werd afgeschud. Wél had de Fw 190 een vervelend "stall"-karakter, wat meerdere piloten het leven kostte. De bewapening was fenomenaal te noemen. Er zijn in totaal circa 20.000 stuks gebouwd.

Door de jaren heen werden er vanaf de A-2 (Anton) vele verbeteringen aangebracht, zoals steeds krachtigere motoren, een andere vorm van het cockpitglas, MW50-systeem, een betere boordradio en verbeterde vliegeigenschappen. De FW 190F-8, gebaseerd op de A-8 werd als "Jabo" (jachtbommenwerper) ingezet.

In 1944 kwam men met een nieuwe variant: de D-9 (Dora-Neun) met in plaats van een luchtgekoelde stermotor een watergekoelde Jumo 213A motor, bekend van onder andere de Junkers Ju 88-bommenwerper. Dit zorgde voor een kleiner frontaal oppervlak maar een langere neus. De staart werd verlengd om het zwaartepunt te stabiliseren en ook de vleugels werden verlengd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is de Fw 190 in Nederland gestationeerd geweest op de Fliegerhorst Deelen in de 4e Gruppe (56 toestellen) van het Jagdgeschwader 54.

Andere gebruikers
Behalve aan de Luftwaffe werd de Fw 190 ook geleverd aan Hongarije (ca. 70 stuks), Turkije (72 stuks) en Japan (1 stuk). Roemenië zette na de overgang naar het geallieerde kamp 22 buitgemaakte toestellen in. Andere landen die buitgemaakte Fw 190's gebruikten waren de Sovjet-Unie en Joegoslavië. In Frankrijk werden in 1945 en 1946 nog 65 nieuwe toestellen gebouwd en als NC.900 gebruikt door de Franse luchtmacht.

FockeWulf Fw190.jpg

Rol Jachtvliegtuig
Bemanning 1
Varianten A1 t/m A9, D (Dora), F, F2, F3, F8, F9, G1, G2, G3, G8, S-5, S-8
Status
Gebruik Duitsland (1941-?), Hongarije, Turkije, Japan, Roemenië, Sovjet-Unie, Joegoslavië, Frankrijk
Afmetingen
Lengte 9,00 m
Hoogte 3,95 m
Spanwijdte 10,51 m
Vleugeloppervlak 18,30 m²
Gewicht
Leeggewicht 3200 kg
Startgewicht 4417 kg
Max. gewicht 4900 kg
Krachtbron
Motor(en) 1×BMW 801D-2-radiaalmotor
Vermogen 1272 kW
Prestaties
Topsnelheid met boost 685 km/u
Klimsnelheid 13 m/s
Actieradius 800 km
Dienstplafond 11410 m
Bewapening
Boordgeschut 2×13 mm MG 131 mitrailleurs,4×20 mm MG151/20E-kanonnen

Messerschmitt Me 410

De Messerschmitt Me 410 is een jachtvliegtuig ontworpen door de Duitse vliegtuigontwerper Messerschmitt.
Het Me 410 prototype was een aangepaste Me 210A-0 en verschillende andere Me 210A’s waren omgebouwd naar de Me 410 standaard. De toestellen waren wel voorzien van Daimler-Benz DB 601F motoren. De verbeteringen in de vliegeigenschappen maakte de Me 410 een acceptabeler toestel voor de Luftwaffe die de eerste vijf Me 410A-1’s bommenwerpers in 1943 ontving. Deze uitvoering was voorzien van twee 20 mm MG151/20 kanonnen en twee 7,92 mm MG17 machinegeweren in de rompneus en twee 13 mm MG 131 machinegeweren in de elektrisch bediende koepels die aan de rompzijkant waren aangebracht. De maximum bommenlading bedroeg 2.000 kg.
De vraag naar deze effectieve toestellen begon langzaam toe te nemen met het resultaat dat er een tweede productielijn aan die van Messerschmitt te Augsburg werd toegevoegd. Toen Dornier in het begin van 1944 aan het productieprogramma werd toegevoegd was het Me 410 programma uitgebreid met een aantal subtypen, de Me 410A-1/U1 fotoverkenner, de Me 410A-1/U2 zware jager en de Me 410A-1//U4 voor het aanvallen van bommenwerperformaties met een bewapening van een 50 mm BK5 kanon in de romp.
De Me 410A-1 werd opgevolgd door Me 410A-2 zware jager met twee 30 mm MK108 kanonnen. Deze werd in de subtypen Me 410A-2/U2 die gelijk was aan de Me 410A-1/U1, de Me 410A-2/U2 nachtjager met radar en de Me 410A-2/U4 voor het vernietigen van bommenwerpers die gelijk was aan de Me 410A-1/U4. De laatste van de A serie was de Me 410A-3 verkenningsuitvoering met drie camera’s.
Een belangrijke innovatie in het Me 210 ontwerp was het gebruik van de op afstand bediende koepel. Deze werden bediend door het achterste bemanningslid door middel van een Revi-vizier en een pistoolhandgreep. Deze koepels waren niet gemakkelijk in het onderhoud en de bediening.
In april 1944 werd het eerste verbeterde E serie toestel afgeleverd met de Daimler-Benz DB 603G motoren en deze werd geproduceerd in de Me 410E-1 en Me 410E-2 subtypen die gelijk waren aan de A serie. De Me 410E-3 was een verkenningsuitvoering die gelijk was aan de Me 410A-3, de Me 410E-5 torpedobommenwerper die in de testfase was toen de oorlog eindigde en de Me 410E-6 anti schip uitvoering die in een klein aantal werd gebouwd. Het was voorzien van een FuG 200 Hohentwiel zoekradar en had een bewapening van twee 20 mm MG151/20 kanonnen, twee 30 mm MK103 kanonnen en twee 13 mm MG 131 machinegeweren. De andere projecten werden geannuleerd.
Toen de geallieerden de dagbombardementen in 1944 opvoerden, werd de Me 410 steeds meer ingezet voor de verdediging van Duitsland zelf. Hier werden een aantal overwinningen op de bommenwerpers geboekt maar er werden ook zware verliezen geleden door de escorte jachtvliegtuigen. De productie werd in september 1944 beëindigd nadat er 1.160 Me 410’s waren gebouwd. Hoewel het toestel niet het succes werd dat men had verwacht was het een grote verbetering ten opzichte van de Me 210.
Het project voor de Me 410D nachtjager uitvoering werd uitgerust met Lichtenstein C-1 of SN-2 radar, vlamdempers op de uitlaten en een bewapening van vier 30 mm MK108 kanonnen en twee 20 mm MG151/20 kanonnen in de rompneus en twee 30 mm MK108 kanonnen in de romp in Schräge Musik opstelling. De buitenvleugels werden van hout gemaakt om strategische materialen te besparen. Deze uitvoering werd nooit in operationele dienst genomen.

D-Me410.JPG

 

De Messerschmitt Me 410 jachtvliegtuig

Junkers Ju 88

De Junkers Ju 88 was een door Junkers geproduceerd tweemotorig standaardvliegtuig van de Luftwaffe dat een belangrijke rol speelde in de Slag om Engeland.

Het prototype maakte zijn eerste vlucht op 21 december 1936. De eerste operationele missies werden eind september 1939 uitgevoerd.

De Ju 88 was een veelzijdig toestel. Het opereerde als dag- en nachtjager, grondaanvalsvliegtuig, bommenwerper, torpedobommenwerper en verkenningsvliegtuig en het werd tegen het eind van de oorlog zelfs kortstondig ingezet als Mistel (vliegende bom).

In Nederland werd het als nachtjager ingezet in de 2e Gruppe Nachtjagdgeschwader vanaf de Fliegerhorst Deelen en in de 5e Gruppe Zerstörer vanaf de Fliegerhorst Volkel.

De Ju 88 werd gebruikt door Duitsland, Roemenië, Hongarije, Italië en Finland. Ook de Vrije Fransen gebruikten een aantal van deze toestellen.

Er werden ongeveer 15.000 exemplaren gebouwd.

Bundesarchiv Bild 101I-417-1766-03A, Flugzeug Junkers Ju 88.jpg

Algemeen
Rol Meerdere
Bemanning 4
Afmetingen
Lengte 14,4 m
Spanwijdte 20 m

Dornier Do 17Z

De Dornier Do 17Z was een bommenwerper van de Duitse Luftwaffe die onder meer werd ingezet tijdens Fall Weiss (de campagne tegen Polen) en Fall Gelb / Fall Rot (de veldtocht in het westen tegen de Lage Landen en Frankrijk) en de Slag om Engeland.

Het werd in 1934 als postvliegtuig ontworpen dat zes passagiers kon meenemen. Het kreeg de bijnaam Vliegend Potlood (Fliegender Bleistift) omwille van zijn smalle romp. Lufthansa vond de behuizing van de zes passagiers te krap. Testpiloten van de Luftwaffe waren echter onder de indruk van de snelheid en vooral de wendbaarheid van de Do 17 en de Luftwaffe bestelde in 1937 een bommenwerperversie.

Het prototype was uitgerust met Daimler-Benz DB 600A motoren en was jachtvliegtuigen van die tijd te snel af. Die motoren gingen echter met voorrang naar de Messerschmitt Bf 109. Daarom koos Dornier Bramo 323 motoren.

De Do 17 was bij de Luftwaffe geliefd. De vier bemanningsleden zaten samen in een ruime cockpit en hadden hierdoor gemakkelijk onderling contact. Het was een sterk, betrouwbaar en stabiel toestel. Het had geen bepantsering maar was moeilijk door luchtafweer te raken ingevolge zijn beperkte afmetingen.

Van de 1.700 exemplaren die gebouwd zijn is slechts één exemplaar bewaard, zei het zwaar beschadigd. Een wrak werd in 2008 ontdekt in zee, ongeveer 15m diep, op de Goodwin Sands, een reeks zandbanken op enkele kilometers voor de kust van Kent. Het is in relatief goede staat en het vliegtuig werd op 10 juni 2013 geborgen. Na behandeling tegen corrosie en opkuisen van het toestel zal het tentoongesteld worden in het Royal Air Force Museum London. Het schoonmaken gaat waarschijnlijk 2 jaar duren.

Na de oorlog is een aantal exemplaren gebruikt door de Finse luchtmacht, maar ook die werden uiteindelijk gesloopt.

De Dornier Do 17Z bommenwerper

Vliegtuigen van de Luftwaffe aan het einde van de oorlog

De Arado Ar 234

De Arado Ar 234 'Blitz' was de eerste operationele straalmotorbommenwerper ter wereld, ontworpen en geproduceerd door de Duitse vliegtuigfabrikant Arado. Het toestel was in dienst van nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Ontwikkeling
Al in 1940 stelde de Duitse overheid een specificatie op voor een snel verkenningsvliegtuig, een eenzitter die met straalmotoren moest zijn uitgerust. De Ar 234, het ontwerp dat door Arado werd ingediend, groeide vervolgens uit tot de eerste straalbommenwerper ter wereld.

Het eerste prototype, de Ar 234V-1, maakte op 15 juni 1943 zijn eerste vlucht, spoedig gevolgd door zeven andere prototypes. De toestellen startten vanaf een los wielstel en landden op glijders. De romp was namelijk te smal om plaats te bieden aan een conventioneel landingsgestel. Op een hoogte van 60 meter werd het wielstel afgeworpen. Het was van parachutes voorzien, zodat het opnieuw kon worden gebruikt. Het derde prototype, Ar 234V-3, was uitgerust met een schietstoel en beschikte over onder de vleugels gemonteerde startraketten. Tijdens de proefvluchten met de prototypes voldeed het provisorische wielstel uitstekend, maar men besefte dat de oplossing met een los wielstel en glijders voor de operationele praktijk ongeschikt was. Het toestel zou aan de grond moeilijk manoeuvreerbaar zijn en extra kwetsbaar voor vijandelijke luchtaanvallen. Daarom werden alle productiemodellen van een conventioneel landingsgestel voorzien, dat wel in de bredere romp van de B-serie paste.

Inzet en operaties
Hoewel de Ar 234 als de eerste straalbommenwerper de geschiedenis inging, deed hij aanvankelijk dienst als moeilijk te onderscheppen verkenningsvliegtuig. Ook kreeg een experimentele nachtjagereenheid de beschikking over speciale Ar 234's. Vanwege de uitstekende prestaties werd echter al gauw een bommenwerperversie ontwikkeld, die in oktober 1944 door de Luftwaffe in gebruik werd genomen. De nieuwe Blitz werd voor het eerst tegen geallieerde doelen ingezet tijdens het Ardennenoffensief in december 1944. In de eerste weken van 1945 voerde de nieuwe straalbommenwerper tien dagen lang luchtaanvallen uit op de Ludendorffbrug bij Remagen, die door de Amerikanen was veroverd. Na de oorlog werd het vernieuwde toestel ingrijpend door geallieerde experts onderzocht en getest.

Bronnen
Francis Crosby; Bommenwerpers - geïllustreerd historisch overzicht van de ontwikkeling van de bommenwerper; Veltman Uitgevers, 2006

Arado 234B 2.jpg

Rol Bommenwerper, verkenningsvliegtuig
Bemanning 2
Status
Eerste vlucht 15 juni 1943
Gebruik Nazi-Duitsland (augustus 1944-1945)
Afmetingen
Lengte 12,64 m
Hoogte 4,30 m
Spanwijdte 14,11 m
Vleugeloppervlak 26,4 m²
Gewicht
Leeggewicht 5200 kg
Startgewicht 9850 kg
Krachtbron
Motor(en) 2x BMW 004B straalmotoren met 890 kg stuwkracht
Prestaties
Topsnelheid 742 km/u
Actieradius 1630 km
Dienstplafond 10.000 m
Bewapening
Boordgeschut geen (sommige versies hadden enkele 20 mm kanonnen)
Bommen Externe bommenlast van 2000 kg

Dornier Do 335

De Dornier Do 335 Pfeil („Pijl“) was een jager uit de Tweede Wereldoorlog die werd gebouwd door het Duitse bedrijf Dornier. De trainer-versie met twee zitplaatsen stond bekend als Ameisenbär („miereneter“). Het toestel had twee lijnmotoren, één in de neus en de ander aan de achterkant van de romp. De achterste motor was met een verlengde as aan de achterste propeller verbonden. Om de haalbaarheid van dit concept te toetsen is eerst de Göppingen Gö 9 gebouwd.

De prestaties van Pfeil waren veel beter dan andere tweemotorige vliegtuigen. Dit kwam door de uitrusting met een trek- en duwpropeller en de veel lagere luchtweerstand die werd bereikt door de motoren achter elkaar te plaatsen.

De eerste vlucht van het prototype vond op 26 oktober 1943 vanaf vliegveld Mengen-Hohentengen plaats. In 1944 en 1945 ontstonden er verschillende uitvoeringen; als jager, jachtbommenwerper en verkenner. Het toestel was uitgerust met een schietstoel.

In totaal werden er, inclusief prototypen, zo'n 40 exemplaren van de Do 335 gebouwd waarvan slechts een klein aantal werd ingezet.

Dornier Pfeil2.jpg

Fabrikant Dornier
Rol jager
Bemanning 1
Afmetingen
Lengte 13,85 m
Hoogte 5 m
Spanwijdte 13,80 m
Vleugeloppervlak 38,5 m²

Messerschmitt Me 163

De Messerschmitt Me 163, bijgenaamd "Komet", was het eerste en enige door een raket aangedreven jachtvliegtuig dat tijdens een oorlog werd ingezet. Het door de Duitse ingenieur Alexander Lippisch ontworpen gevechtsvliegtuig werd gekenmerkt door het ontbreken van horizontale staartvlakken ("Nurflugel"). De gebruikte raketmotor werd ontwikkeld door de ingenieur Hellmuth Walter.

Aanvankelijk achtte de Luftwaffe het niet nodig om een supersnelle onderscheppingsjager te hebben. Maar met de toename van geallieerde verkenningsvliegtuigen boven Duitsland veranderde dit. Het oorspronkelijke doel van de Komet was dus niet het neerhalen van bommenwerpers. Een gemotoriseerd prototype vloog voor het eerst in 1943 en bereikte een snelheid van 990 km/u en een stijgsnelheid van 11.500 voet per minuut. Maar doordat het een futuristisch ontwerp was, waren er aanvankelijk meerdere problemen. De meeste van deze hebben ondertussen mythische proporties aangenomen. Zo zouden piloten na een crash levend verbrand en opgelost zijn door de chemicaliën die als brandstof werden gebruikt. Wel is het zo dat brandstofresten die in de tanks achterbleven door de impact bij de landing spontaan tot ontbranding konden komen, maar al snel werd een mogelijkheid ingebouwd waarbij alle resterende brandstof kon worden geloosd net voor de landing.

Rudolf Opitz was de chef-testpiloot op de Me 163 en stelt duidelijk dat het vliegtuig goede vliegeigenschappen bezat en voldoende veilig was. Bovendien beschikte het over een enorme stijgkracht en kon horizontaal een snelheid van bijna 1000 km/h halen. Maar ook hij bevestigde dat het toestel nog duidelijke tekortkomingen had. De voornaamste was de beperkte vluchtduur. De bedoeling was om een deel van de vlucht in zweeftoestand uit te voeren maar ook dan zou het toestel slechts een kwartier in de lucht kunnen blijven. De landing was eveneens problematisch. De Me 163 beschikte niet over een landingsgestel. Na de start werden de wielen afgeworpen, en de landing moest op een glijrib gebeuren. Dit had het nadeel dat het toestel hierna immobiel was en weggesleept moest worden.

De Me 163 werd in januari 1944 aan de Duitse Luftwaffe geleverd en voor het eerst ingezet op 13 mei 1944 vanuit Bad Zwischenahn. Op 28 juli 1944 werd voor het eerst een formatie Amerikaanse B-17 bommenwerpers door een Me 163 onderschept. De piloten hadden vooral moeite met de korte inzetbaarheid van het toestel. Er was slechts genoeg brandstof (C- en T-Stoff) voor 7,5 minuten. Hierdoor kon er vaak slechts één aanval op de vijand uitgevoerd worden waarbij de hoge naderingssnelheid slechts een korte schiettijd toeliet, zeker als er een frontale aanvalstactiek werd gebruikt. Het met Me 163's uitgeruste jachtsquadron 400 had op 16 april 1945 in totaal twaalf vijandige toestellen neergehaald. Hiertegenover stonden een gelijkaardig aantal eigen verliezen. Zoals wel vaker met een hoogtechnologisch wapen (zoals ook de Me 262 of B-29) werden er aanvankelijk meer toestellen verloren door ongevallen dan door vijandelijke acties. Ook de levering van de speciale brandstof was problematisch op het einde van de oorlog. Dit zou kunnen vermeden worden als de V2-raket geen prioriteit zou gekregen hebben.

Op het einde van 1944 werd de Me 163C en Me 263 ontwikkeld die een raketmotor met secundaire raketmotor voor kruissnelheid hadden. De Me 163C was groter dan de Me 163B en had een grotere brandstofcapaciteit. De Me 263 was ontworpen door Heinrich Hertel van Junkers (en daarom ook Ju 248 genaamd) en was een volwaardig jachtvliegtuig, vooral door het gebruik van een landingsgestel. De Me 163S was een motorloos tweepersoons trainingsvliegtuig. Ondanks meerdere vermeldingen heeft de Me 163D nooit bestaan.

Messerschmitt Me 163B USAF.jpg

Rol Jachtvliegtuig
Bemanning 1
Varianten A, B, C
Status
Gebruik Duitsland (1944-?)
Afmetingen
Lengte 5,70 m
Hoogte 2,75 m
Spanwijdte 9,33 m
Vleugeloppervlak 18,5 m²
Gewicht
Leeggewicht 1905 kg
Startgewicht 3950 kg
Max. gewicht 4310 kg
Krachtbron
Motor(en) 1× Walter HWK 109-509A-2 vloeibare brandstof raket
Stuwkracht 17 kN
Prestaties
Topsnelheid 960 km/u
Klimsnelheid 61 m/s
Actieradius 40 km
Dienstplafond 12100 m
Bewapening
Boordgeschut 2×30 mm Rheinmetall Borsig MK 108 kanonnen

Messerschmitt Me 262

De Messerschmitt Me 262, bijgenaamd Schwalbe, was het eerste operationele jachtvliegtuig aangedreven door straalmotoren. Het toestel werd door de Luftwaffe in beperkte mate ingezet tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Ontwikkeling
Alhoewel het vaak wordt beschouwd als één van Hitlers wonderwapens begon de ontwikkeling van de Me 262 voor de oorlog en lagen de eerste plannen in april 1939 al op tafel. De testvluchten begonnen in april 1941. Een conventionele Junkers Jumo 210 motor werd in de neus geïnstalleerd bij de eerste testvluchten omdat de BMW 003 straalmotoren nog niet klaar waren voor gebruik.
Ook de nieuwe Junkers Jumo 004-straalmotoren bleken nogal onbetrouwbaar en alhoewel alle aanpassingen aan het vliegtuigontwerp in 1942 afgesloten waren werd de productie pas in 1944 opgestart, toen de motoren betere prestaties leverden. Echter, na 10 vlieguren moesten deze gereviseerd worden.
De Me262 was bedoeld als jachtvliegtuig, maar Hitler besliste dat het een bommenwerper moest worden en verbood om over de Me262 te spreken behalve als snelle bommenwerper. Generaal veldmaarschalk Erhard Milch had bijvoorbeeld tegengeworpen:
"Mein Führer, das sieht doch jedes Kind, dass dies kein Bomber, sondern ein Jäger ist!"
(Mijn Leider, dat ziet toch elk kind, dat dit geen bommenwerper, maar een jachtvliegtuig is!)
Toch kondigde de Me 262 het einde aan van het tijdperk van door propeller aangedreven jachtvliegtuigen. Het straal-jachtvliegtuig kon een topsnelheid van 870 km/h halen, meer dan 150 km/h sneller dan andere vliegtuigen en zijn vier 30 mm-kanonnen zorgden voor voldoende vernietigende kracht bij aanvallen op bommenwerpers. Het ontwerp was aerodynamisch vooruitstrevend, veel moderner dan zijn Britse tegenhanger de Gloster Meteor.
Operaties
In het begin mochten alleen ervaren piloten met de Me 262 vliegen omdat het heel wat kennis vroeg om de nieuwe motoren en de hoge snelheid het vliegtuig optimaal te gebruiken. Vanaf de laatste oorlogswinter kregen ook de minder getrainde vliegers omscholing op de Me 262.
In 1945 was de Luftwaffe niet meer in staat om veel conventionele toestellen in de lucht te houden door een nijpend brandstofgebrek. De straalmotoren van de Me 262 gebruikten een ander type brandstof en konden nog redelijk ingezet worden. Tijdens hun vluchten werden zij geconfronteerd met grote aantallen vijandelijke toestellen zodat de Me 262 geen bepalend effect meer kon hebben op het verloop van de oorlog.
Op 18 maart 1945 onderschepten 37 Me 262's een vloot van 1221 Amerikaanse bommenwerpers en 632 escorterende jagers. Ze slaagden erin 12 bommenwerpers en 1 jager neer te halen en verloren zelf 3 toestellen. Toch was dat slechts 1% van de aanvalsmacht. Tevens gingen er meer verloren door bombardementen op de Duitse vliegvelden.
Na de oorlog werd de Me 262 en andere geavanceerde Duitse technologie door de Russen, Amerikanen, Britten en Fransen meegenomen naar eigen land en daar grondig bestudeerd. De opgedane kennis van de Me 262 resulteerde dan ook in de productie van eigen straaljagers. Tsjecho-Slowakije produceerde na de oorlog nog een twaalftal toestellen en nam deze, aangeduid als Avia S-92 (eenzitter, 9 stuks) en CS-92 (tweezitter, 3 stuks), in dienst.
Er vliegen nu weer twee Me 262's op luchtshows. Ze zijn nagebouwd aan de hand van een door de Amerikanen buitgemaakte Me 262B-1a maar met moderne straalmotoren.
Eenheden
Erprobungsstelle Rechlin
Kampfgeschwader 76 (Geschwaderstab)
Einsatzkommando 262 (Ekdo.- 262), later Kommando Nowotny
Kampfgeschwader 51 "Edelweiß" (hiervan zijn alleen toestellen geïdentificeerd uit het 1e en 2e staffel)
9K+FH en 9K+MK
Aufklärungsgruppe Nacht (zou met de Me 262 gevlogen hebben, maar er zijn geen toestellen geïdentificeerd)
Kommando Rowehl Aufklärungsgruppe ObdL (zou met de Me262 gevlogen hebben, maar er zijn geen toestellen geïdentificeerd)
Ergänzungsjagdgeschwader 2 - EJG 2
Kampfgeschwader (Jagd) 54 - KG(J)54
I./KG(J)54
II./KG(J)54
III./KG(J)54
Kommando Welter 10./NJG 11
Nahaufklärungsgruppe 6 - NAGr.6
Jagdgeschwader 7 - JG 7
I./JG 7
II./JG 7
III./JG 7 (deze eenheid was mogelijk op de Fliegerhorst Volkel gelegerd)
Jagdverband 44 - JV 44 (Gallands "Experten")
Einzatzkommando Schenk (deze eenheid was met drie toestellen op Volkel gelegerd)
Varianten
Me 262V
Me 262V-1 - prototype met BMW 003-straalmotoren.
Me 262V-2 - prototype met BMW 003-straalmotoren.
Me 262V-3 - prototype met Junkers Jumo 004-straalmotoren.
Me 262V-4 - prototype met Junkers Jumo 004-straalmotoren.
Me 262V-5 - prototype met Junkers Jumo 004-straalmotoren.
Me 262V-6 - prototype met Junkers Jumo 004-straalmotoren.
Me 262V-7 - prototype met Junkers Jumo 004-straalmotoren.
Me 262V-8 - prototype met Junkers Jumo 004-straalmotoren.
Me 262V-9 - prototype met Junkers Jumo 004-straalmotoren.
Me 262V-10 - prototype met Junkers Jumo 004-straalmotoren.
Me 262V-11 - prototype met Junkers Jumo 004-straalmotoren.
Me 262V-12 - prototype met Junkers Jumo 004-straalmotoren.
Me 262A
Me 262A-0 Schwalbe - eerste testserie met Junkers Jumo 004B straalmotoren.
Me 262A-1a Schwalbe - eerste standaardserie met Jäger (jager) en Jabo (jachtbommenwerper). 4 30 mm MK 108 machinegeweren, de twee bovenste met 100 schoten, de twee onderste met 80 schoten.
Me 262A-1a/U1 - één omgebouwd prototype met totaal zes in de neus gemonteerde machinegeweren, twee 20 mm MG 151, twee 30 mm MK 103, en twee 30 mm MK 108.
Me 262A-1a/U2 - één omgebouwd prototype met FuG 220 Lichtenstein SN 2 radar en Hirschgeweih antenne om de Me 262 te testen als een nachtjager.
Me 262A-1a/U3 - verkenningsversie, in kleine aantallen omgebouwde A-1a's, RB 20/30 camera's gemonteerd in de neus (soms één RB 20/20 en één RB 75/30). Sommigen behielden één 30 mm kanon als bewapening, maar de meesten waren onbewapend.
Me 262A-1a/U4 - twee omgebouwde prototypes met een 50 mm antitankkanon in de neus.
Me 262A-1b - gelijkend op de A-1a maar met BMW 003 straalmotoren. Slechts enkele werden gebouwd - twee hebben zeker bestaan in experimentele inrichtingen; maximale snelheid 800 km/h.
Me 262A-2a Sturmvogel - definitieve blitzbommenwerper versie met slechts twee 30 mm MK 108 met 100 schoten, aanhanginrichting voor maximum 1.000 kg bommen.
Me 262A-2a/U1 - enkel omgebouwd prototype met een geavanceerd bomvizier.
Me 262A-2a/U2 - omgebouwde A-2a met een glazen neus met accommodatie voor een verkenner.
Me 262A-3a - geprojecteerde grondaanval versie.
Me 262A-4a - verkenningsversie
Me 262A-5a (respectievelijk A-1a/U3) - definitieve verkenningsversie voor details zie A-1a/U3.
Me 262B
Me 262B-1a - tweezits trainingstoestel, dezelfde bewapening als de A-1a, maar met gereduceerde interne motorbrandstofcapaciteit, afwerpbare tanks als compensatie.
Me 262B-1a/U1 - omgebouwde trainingstoestellen tot nachtjager door toevoeging van een FuG 218 Neptun of FuG 240 onderscheppingsradar en FuG 350 passieve ontvangstradar. Optioneel één of twee naar boven gerichte schuine 30 mm MK 108's.
Me 262B-2 - geprojecteerde nachtjagerversie, gelijkend op B-1a/U1 maar met verlengde romp voor een grotere interne brandstofcapaciteit.
Me 262C Heimatschützer
Me 262C-1a - enkel prototype van een RATO (Rocket Assisted Take-Off, raket geassisteerde opstijging) onderscheppingsjager met een Walter raket bevestigd in de staart. Hierdoor kon het toestel zeer snel stijgen. Dezelfde bewapening als de A-1a, en twee BMW 003 of Jumo 004 motoren.
Me 262C-2b - enkel prototype van een RATO onderscheppingsjager met BMW-raketten. Voor de rest hetzelfde als de C-1a
Me 262C-3a - enkel prototype van een RATO onderscheppingsjager met Walter raketten in een pakket.
Me 262D
Me 262D-1 - voorgestelde variant voor het vervoer van Jagdfaust raketten.
Me 262E
Me 262E-1 - voorgestelde met een kanon bewapende variant gebaseerd op de A-1a.
Me 262E-2 - voorgestelde variant met 48 R4M raketten bewapend
Me 262Lorin
Me 262Lorin - voorgestelde variant met Lorin-motoren.
Me 262HG
Me 262HG I - verbeterde aerodynamica (verbeterde stuurinrichting voor minder luchtweerstand, HG staat voor Hohe Geschwindigkeit, Hoge Snelheid)
Me 262HG II - verder verbeterde aerodynamica (nieuwe vleugel met grotere hoek)
Me 262HG III - verder verbeterde aerodynamica (vleugel met een hoek van 49° en een betere stroomlijn voor de verbinding tussen motor en vleugel)

Messerschmitt Me 262 Schwalbe 3d drawing.svg

Rol Luchtoverwichtsjager (ook ingezet als verkenner en aanvalsjager)
Bemanning 1 (met uitzondering van B-varianten)
Varianten Me 262V (prototypes), Me 262A, Me 262B, Me 262C
Status
Eerste vlucht 18 april 1941 (V1)
Aantal gebouwd 1433
Gebruik Luftwaffe (1944-1945)
Afmetingen
Lengte 10,58 m
Hoogte 3,83 m
Spanwijdte 12,50 m
Vleugeloppervlak 21,73 m²
Gewicht
Startgewicht 4413 kg
Max. gewicht 6387 kg
Krachtbron
Motor(en) 2× Junkers Jumo 004B-1, -2 of -3 turbojets
Stuwkracht 2× 8,8 kN
Prestaties
Klimsnelheid 20 m/s
Vliegbereik 1050 km
Bewapening
Boordgeschut 4× 30 mm Mk 108 kanonnen (A-2a: 2 kanonnen)
Bommen Alleen A-2a: 2× 250 kg
Raketten 24× 55 mm R4M raketten

 

Een Me 262B-1a/U1, een tot nachtjager omgebouwd tweezits trainingstoestel, dat na de oorlog werd meegenomen naar de VS, waar deze foto genomen is.

 

De cockpit van een Me 262, tijdens een naoorlogse evaluatie in de VS

 

Productie van de Me 262 in 1945 in de REIMAHG-fabriek in een tunnel onder een berg

 

 

 

Een Messerschmitt Me 262 in het Deutsches Museum te München

8-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog

1--2--3--4--5--6--7--8