Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

7-Japan in de Tweede Wereldoorlog

Slag om de Komandorski-eilanden

De Slag om de Komandorski-eilanden was een zeeslag in de Slag om de Aleoeten, tijdens de Tweede Wereldoorlog. De slag vond circa 160 kilometer ten zuiden van de eilanden, op 27 maart 1943 plaats.

De slag
De Verenigde Staten kwamen erachter dat er een Japans konvooi met voorraden onderweg was naar de Japanse garnizoenen op de Aleoeten, die ze ongeveer een jaar eerder, op 3 juni 1942, hadden bezet. Hierop werden enkele schepen van de US Navy, onder bevel van schout-bij-nacht (Amerikaanse equivalent: Rear Admiral) Charles McMorris, erop uitgestuurd om dit konvooi te onderscheppen. De Amerikaanse vloot bestond uit de zware kruiser USS Salt Lake City, de oude lichte kruiser USS Richmond en de torpedobootjagers USS Coghlan, USS Bailey, USS Dale en USS Monaghan.

De Amerikanen wisten echter niet dat de Japanners hadden besloten om het konvooi te escorteren met twee zware kruisers, twee lichte kruisers en vier torpedobootjagers, onder bevel van viceadmiraal Boshiro Hosogaya. In de ochtend van 27 maart werd het Japanse konvooi ontdekt door de Amerikaanse vloot waarop een gevecht volgde.


De locatie van de slag.
Doordat de slag plaatsvond op open zee en de ontmoeting redelijk op toeval gebaseerd was, had geen van beide partijen lucht- of onderzeesteun, waarmee het ťťn van de weinige zeeslagen was tijdens de Pacifische Oorlog die puur tussen oppervlakteschepen werd uitgevochten, en was het ťťn van de laatste pure schietduels in de maritieme geschiedenis.

Hoewel de Japanners een groter aantal schepen hadden, kwam er geen tactische overwinnaar uit het gevecht. Beide partijen leden verliezen, maar de Amerikaanse schepen waren niet zo zwaar beschadigd als ze hadden kunnen zijn. Toen de Japanners op het punt stonden de overwinning binnen te halen, besloot de Japanse bevelhebber de strijd te staken, uit angst voor mogelijke Amerikaanse luchtsteun en zonder te weten hoeveel schade zijn schepen hadden aangebracht aan de bevelvoerende USS Salt Lake City.

Dankzij het terugtrekken van het Japanse konvooi behaalden de Amerikanen wel een strategische overwinning, want hiermee stopten de Japanse pogingen om de Aleoeten te bevoorraden met oppervlakteschepen, en kon dit alleen nog maar gedaan worden met onderzeeŽrs.

De Japanse admiraal Hosogaya werd na de slag op non-actief gesteld.

USS Salt Lake City (CA-25) in action during the Battle of the Komandorski Islands on 26 March 1943 (80-G-73827).jpg

Datum 27 maart 1943
Locatie bij de Komandorski-eilanden, Aleoeten
Resultaat Strategische Amerikaanse overwinning
Strijdende partijen
Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine US Naval Jack 48 stars.svg United States Navy
Leiders en commandanten
Boshirō Hosogaya Charles McMorris
Troepensterkte
2 kruisers
2 lichte kruisers
4 torpedobootjagers 1 kruiser
1 lichte kruiser
4 torpedobootjagers
Verliezen
1 kruiser zwaar beschadigd
1 kruiser licht beschadigd
14 doden
26 gewonden 1 kruiser zwaar beschadigd
2 torpedobootjagers licht beschadigd
7 doden
20 gewonden

Slag in de Koraalzee

De Slag in de Koraalzee, begin mei 1942, kan op verschillende manieren gezien worden als een keerpunt in de Tweede Wereldoorlog. Het was de eerste zeeslag waarin vliegdekschepen elkaar aanvielen en de eerste zeeslag waarin geen der schepen de ander gezien heeft. De slag markeerde ook het punt waarop de Japanse opmars in de Grote Oceaan voor het eerst gestopt werd.
Achtergrond
Nadat het in enkele maanden grote delen van Zuidoost-AziŽ onder de voet had gelopen, stond Japan op het hoogtepunt van haar militaire macht. De geallieerden trilden nog na van een serie verpletterende nederlagen. Zij probeerden wanhopig om het materiaal en de vaardigheden bijeen te schrapen, nodig om te overleven en om ooit terug te gaan slaan. De geallieerde strategie richtte zich op een defensieve opbouw van het Amerikaanse leger en het Amerikaanse korps mariniers op Nieuw-CaledoniŽ en Australische lucht- en grondstrijdkrachten bij Port Moresby in zuidelijk Nieuw-Guinea.
In april 1942 vertrokken Japanse strijdkrachten vanuit hun steunpunt in Rabaul voor een dubbele amfibische invasie bij Port Moresby (Operatie MO), en Tulagi op de Salomonseilanden. Het doel was drievoudig: controle over de Salomonseilanden verkrijgen, Port Moresby (de laatste basis tussen Japan en het Australische continent) in handen krijgen en de Amerikaanse vliegdekschepen voor het eerst in de oorlog tot gevecht dwingen.
Historici zijn verdeeld over het Japanse doel op lange termijn. Er lijkt weinig twijfel aan te bestaan dat zij de Salomonseilanden als bastion tegen toekomstige Amerikaanse tegenaanvallen zagen. Ook lijkt het aannemelijk, dat zij een invasie in Noord-AustraliŽ op het oog hadden. Er is echter aanzienlijke twijfel over de Japanse doelen op langere termijn. De praktijk van de Japanse planning was complex, met slecht gedefinieerde verantwoordelijkheidsgebieden, en bittere debatten tussen leger en marine.
Er voeren verschillende vloten uit: de invasiestrijdkrachten voor de Salomonseilanden en Port Moresby, en een beschermingsvloot bestaande uit twee nieuwe, grote vliegdekschepen (Shokaku en Zuikaku, beide veteranen van de Aanval op Pearl Harbor), een kleiner vliegdekschip (Shoho), twee zware kruisers, en ondersteunende vliegtuigen. Door het afluisteren van radioberichten wisten de geallieerden dat de aan wal gestationeerde Japanse vliegtuigen naar het zuiden werden verplaatst en dat een grote operatie op komst was. Zij konden hier drie vloten tegenover stellen: USS Yorktown (CV-5) reeds in de Koraalzee aanwezig onder bevel van admiraal Frank Jack Fletcher, USS Lexington (CV-2) hierheen onderweg, en een vloot van oppervlakteschepen. De vliegdekschepen USS Hornet (CV-8) en USS Enterprise (CV-6) waren op weg naar het zuiden na de Doolittle Raid op Tokio maar arriveerden te laat om aan de strijd deel te nemen.
De slag
1-6 mei

De Lexington arriveerde op 1 mei bij de Yorktown. De Japanners bezetten Tulagi zonder tegenstand op 3 mei, en begonnen met de bouw van een vliegveld. Na het innemen van brandstof stoomde de Yorktown richting Tulagi en voerde op 4 mei enkele succesvolle aanvallen op Japanse schepen en vliegtuigen uit. Hierdoor verraadden de Amerikanen de aanwezigheid van hun vliegdekschip, maar brachten de Japanse destroyer Mikazuki tot zinken. De capaciteit van het vliegveld voor het uitvoeren van verkenningsvluchten vanaf het eiland werd beschadigd. Hierna trok de Yorktown zich terug naar het afgesproken rendez-vouspunt met de Lexington en de nieuw gearriveerde kruisers. Onderwijl naderden de twee grote Japanse vliegdekschepen vanuit het zuiden, waardoor de Amerikaanse vloot ingesloten raakte tussen twee Japanse vloten.
Op het land gestationeerde B-17s vielen de Port Moresby naderende invasievloot op 6 mei aan, maar zonder resultaat. (Het zou nog bijna een jaar duren voordat erkend werd dat hoog vliegende bombardementsvluchten op bewegende schepen doelloos waren). Hoewel beide vloten op 6 mei veel verkenningsvluchten uitvoerden, konden zij elkaar op die dag niet lokaliseren, o.a. door de bewolking. Gedurende de nacht bevonden de twee vloten zich op ruim 100 km van elkaar. Andere geallieerde vliegtuigen mengden zich in de strijd vanaf luchtmachtbases bij Cooktown en Iron Range op het Kaap York-schiereiland.
6-7 mei
Die nacht nam Fletcher de moeilijke beslissing om zijn belangrijkste oppervlakteschepen onder commando van de Australische admiraal John Crace weg te sturen om de meest waarschijnlijke koers van de Japanse invasievloot naar Port Moresby te blokkeren. Crace's vloot bestond uit de kruisers HMAS Australia, USS Chicago (CA-29), HMAS Hobart, en de destroyers USS Perkins, USS Walke en USS Farragut. Zowel Fletcher als Crace realiseerden zich het risico, dat hiermee dit squadron, zonder luchtbescherming blootgesteld aan de aanvallen van op land gestationeerde Japanse vliegtuigen, hetzelfde noodlot dreigde te ondergaan als de Britse slagschepen HMS Prince of Wales en HMS Repulse vijf maanden eerder.
Hun angsten werden bewaarheid toen het squadron in de middag van 7 mei door een squadron Japanse torpedobommenwerpers gespot werd en een aantal intensieve luchtaanvallen te verduren kreeg. Door geluk of vaardigheid ontsnapten de geallieerde schepen, met verlies van USS Neosho (AO-23) en USS Sims. Enkele minuten na de Japanse aanval werd het squadron per abuis aangevallen door Amerikaanse B-17's. Opnieuw kwamen de Farragut en Perkins er zonder averij vanaf.
De Amerikaanse verkenningsvliegtuigen spotten de Japanse invasievloot met het kleine Japanse vliegdekschip Shoho. Dit werd aangezien voor de Japanse hoofdvloot, en Fletcher zette 53 bommenwerpers, 22 torpedovliegtuigen en 18 jagers in voor een aanval. De Shoho werd bij deze aanval tot zinken gebracht.
8 mei
Op de ochtend van 8 mei hadden de Japanners het voordeel. Boven hun vliegdekschepen hing een laag wolkendek, wat het zoeken van de geallieerde vliegtuigen zou bemoeilijken. Fletchers vliegdekschepen voeren onder een open lucht in stralende zon.
Toch vonden de verkenningsvliegtuigen van beide partijen elkaars vloten vrij snel na elkaar. Onmiddellijk hierna lanceerden beide strijdmachten een grote luchtaanval op de vliegdekschepen van de andere partij. De twee golven vliegtuigen passeerden elkander ongemerkt. Verborgen in de regen ontsnapte de Zuikaku aan de verkenning, maar de Shokaku werd door drie bommen geraakt. In brand staand was de Shokaku niet in staat haar terugkerende vliegtuigen aan boord te nemen. Ze was buiten gevecht gesteld.
Beide Amerikaanse vliegdekschepen werden bij de Japanse aanval geraakt: de Yorktown door een bom, de grotere en minder manoeuvreerbare Lexington door zowel bommen als torpedo's. Ze overleefde de initiŽle schade, en deze werd ingeschat als te repareren. Een uur later ontplofte echter de vliegtuigbrandstof en moest het schip verlaten en getorpedeerd worden om te voorkomen dat het in Japanse handen viel.
Crace's force bleef positie innemen tussen de Japanse invasievloot en Port Moresby. Inoue, misleid door foutieve vliegtuigrapporten over de sterkte van het geallieerde eskader, gaf de invasiestrijdmacht bevel terug te keren.
Betekenis
In tactische termen boekten de Japanners een marginale overwinning: zij verloren een klein vliegdekschip en de Amerikanen een groot. Beiden hadden nog zware schade aan een van hun grote vliegdekschepen, maar voor de geallieerden was het een opsteker: na vijf maanden van continue nederlagen, was er eindelijk een slag waarin ze op gelijke termen klappen uit deelden.
De opkikker voor het moreel was uiterst belangrijk: de Amerikanen kregen vertrouwen dat ze Japan konden verslaan.
De landing uit zee bij Port Moresby werd verhinderd. Moresby vormde een vitaal punt in de geallieerde strategie, en kon nog niet verdedigd worden door de daar gestationeerde grondstrijdkrachten. Het verlies van Port Moresby zou vrijwel zeker een invasie in, en mogelijk zelfs het verlies van AustraliŽ hebben betekend.
Als gevolg van de afgewende landing uit zee was Japan gedwongen om te trachten Port Moresby over land in te nemen. Dit uitstel was juist voldoende om de aankomst van de ervaren Second Australian Imperial Force mogelijk te maken. Deze vochten vervolgens mee in de Kokoda Track campagne en de Slag bij Milne Bay. Dit verlichtte de druk op Guadalcanal.
Zonder een basis in Nieuw-Guinea zou de geallieerde opmars in de Grote Oceaan kostbaarder en langduriger zijn geweest dan nu.
Het verlies van de USS Lexington (CV-2) was een ernstige klap, maar de Amerikanen konden verliezen sneller opvangen dan Japan.
De marine van de Verenigde Staten leerde veel van deze slag. Uit het verlies van de Lexington leerde de marine betere manieren voor de opslag van vliegtuigbrandstof op vliegdekschepen. Ook de controle van het defensieve vliegtuigscherm rond de vliegdekschepen werd verbeterd. Uit de aanvallen op de Japanse vliegdekschepen volgden waardevolle lessen over de coŲrdinatie van duikbommenwerpers en torpedobommenwerpers (te laat voor de Slag bij Midway, maar wel nuttig voor de langere termijn).
De USS Yorktown (CV-5) keerde terug naar Pearl Harbor.
Hoewel geschat werd dat de reparatie van de Yorktown maanden zou duren, verrichtte de ploegen in Pearl Harbor een topprestatie door haar in zeer korte tijd weer zeewaardig te hebben. Ze was daardoor tijdens de belangrijkste Slag bij Midway, weer aanwezig. Deze aanwezigheid bleek doorslaggevend (drie vliegdekschepen in plaats van twee).
Doordat de Shokaku beschadigd was en de Zuikaku tekort aan vliegtuigen had, waren geen van beiden in staat om een maand later deel te nemen aan de cruciale Slag bij Midway.
Hoewel de Zuikaku slechts licht beschadigd was, en ze slechts 40 vliegtuigen droeg, moest deze voor reparatie naar Japan terugkeren. De reparatie van Shokaku duurde zes maanden. Geen van beide was in de Slag bij Midway aanwezig. De afwezigheid van Zuikaku en Shokaku bij Midway was fataal voor Japan als bleek achteraf: twee vliegdekschepen minder aan Japanse kant.
Japan kon het verlies aan vliegtuigen en zelfs aan vliegdekschepen nog wel opvangen, maar zou het verlies aan de meest ervaren en getrainde piloten nooit meer goedmaken.

Een explosie aan boord van Lexington, 8 mei 1942, gezien vanaf Minneapolis

Een explosie aan boord van Lexington, 8 mei 1942, gezien vanaf Minneapolis
Datum 4 mei - 8 mei 1942
Locatie Koraalzee, tussen AustraliŽ, Nieuw-Guinea en de Salomonseilanden
Resultaat Tactische Japanse overwinning, strategische geallieerde overwinning
Strijdende partijen
US Naval Jack 48 stars.svg United States Navy
Naval Ensign of Australia.svg Royal Australian Navy Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine
Leiders en commandanten
Frank Jack Fletcher Shigeyoshi Inoue
Troepensterkte
2 grote vliegdekschepen,
3 kruisers 2 grote vliegdekschepen,
1 klein vliegdekschip,
4 kruisers
Verliezen
1 groot vliegdekschip,
1 torpedobootjager,
1 olietanker,
540 man 1 klein vliegdekschip,
1 torpedobootjager,
3.500 man
Grote Oceaan
Pearl Harbor ∑ Ambon ∑ Marshall- en Gilberteilanden ∑ Javazee (1) ∑ Javazee (2) ∑ Singapore ∑ Doolittle ∑ Koraalzee ∑ RY ∑ Aleoeten ∑ Midway ∑ Guadalcanal ∑ Golf van Leyte ∑ Iwo Jima ∑ Okinawa

Vliegtuigen op de Zuikaku

De Lexington ontploft

De Yorktown na de slag in een droogdok te Pearl Harbor.

Slag bij Midway

De slag bij Midway is een zeeslag die tijdens de Tweede Wereldoorlog plaatsvond op 4 juni 1942 tussen Japan en de Verenigde Staten. De slag bij het atol Midway wordt door veel historici beschouwd als een keerpunt in de oorlog in de Grote Oceaan. Na de slag raakte de Japanse Keizerlijke Marine langzamerhand haar overwicht kwijt en kwam in het defensief terecht.
Achtergrond
Nadat de Verenigde Staten op 7 december 1941 door de aanval op Pearl Harbor direct betrokken raakten bij de gevechtshandelingen van de Tweede Wereldoorlog, begon de strijd met het Japanse Keizerrijk om de heerschappij over de Grote Oceaan. De Japanners rukten geleidelijk op en veroverden een gebied dat zich uitstrekte van Birma tot de Solomonseilanden. Na de Doolittle Raid op 18 april 1942 vonden de Japanners het noodzakelijk om hun greep op het noordelijke en centrale deel van de Grote Oceaan te verstevigen. Daartoe werd een gelijktijdige aanval ingezet op de Aleoeten (zie slag om de Aleoeten) en het Amerikaanse eiland Midway.
Na de grote successen van de Japanse Keizerlijke Marine stond alleen het geÔsoleerde atol Midway, door Amerikaanse soldaten bewoond, een invasie van HawaÔ in de weg. De Amerikaanse marine was dus genoodzaakt de aanval op Midway af te slaan en daarmee ook de aangenomen onoverwinnelijkheid van de Japanse Keizerlijke Marine te ontkrachten.[bron?]
Deze aanvallen werden door de Amerikanen verwacht omdat ze de communicatiecode van de Japanse marine (JN-25) hadden gekraakt en zich dus konden voorbereiden.
Admiraal Yamamoto
De Japanners beschikten over een vloot van 16 onderzeeŽrs, 4 vliegdekschepen, 8 slagschepen, 4 kleinere schepen en 12 transport- en bevoorradingsschepen. De 16 onderzeeŽrs voeren voor de vloot uit en moesten, als ze de Amerikaanse vloot zagen, die zo snel mogelijk aanvallen en hun posities doorgeven. De 4 vliegdekschepen waren de Kaga, Akagi, Soryu en de Hiryu. Ze stonden onder het bevel van Admiraal Yamamoto en hadden 250 vliegtuigen aan boord. Hun taak was Midway aan te vallen en de Amerikaanse vliegdekschepen te vernietigen. De 12 transport- en bevoorradingsschepen vervoerden meer dan 5.000 Japanse mariniers. Die werden vergezeld door 2 slagschepen, 6 grote slagschepen en wat kleinere schepen. Hun taak was om de mariniers aan land te zetten op Midway en ze eventueel te ondersteunen met artillerievuur. De Japanners hielden nog 7 slagschepen met een klein vliegdekschip achter de hand als reserve.
Admiraal Nimitz
Hier tegenover hadden de Amerikanen drie vliegdekschepen, de USS Enterprise, USS Hornet en de USS Yorktown. Verder beschikten ze over verschillende lichtere slagschepen, maar die zouden geen partij vormen voor de Japanse marine. Alle schepen stonden onder het bevel van Admiraal Nimitz.
Het grootste voordeel waarover de Amerikanen beschikten was het eilandje Midway. Op dit eiland stonden 115 gevechtsvliegtuigen en bommenwerpers klaar.
Strijd
Op 4 juni 1942 (In de VS) begon de strijd om Midway. De Japanse admiraal Chuichi Nagumo viel aan bij zonsopgang. Hij liet de helft van zijn vliegtuigen van de vliegdekschepen opstijgen. De andere helft zette hij klaar met torpedo's om de Amerikaanse vliegdekschepen aan te vallen zodra deze zouden worden ontdekt. De Japanse vliegtuigen bombardeerden het eiland Midway 20 minuten lang en richtten aanzienlijke schade aan. 15 Amerikaanse vliegtuigen werden neergehaald tegenover 30 Japanse. Als reactie hierop stegen er zware Amerikaanse bommenwerpers op om de Japanse vliegdekschepen aan te vallen. Een Amerikaans vliegtuig zag twee van de vier Japanse vliegdekschepen en de Amerikanen veranderden meteen van koers om ze te onderscheppen. Nagumo had de vliegdekschepen nog niet verwacht. Hij liet de tweede helft van zijn vliegtuigen wisselen van torpedo's naar gewone bommen om Midway nogmaals te bombarderen. Rond diezelfde tijd stijgen 116 Amerikaanse duikbommenwerpers op van het Amerikaanse vliegdekschip de Hornet om de Japanners aan te vallen.
Terwijl de Japanners nog steeds bezig waren met voorbereiden, vond een Japans patrouillevliegtuig de Amerikaanse vloot en verzond meteen een bericht. Nagumo besloot om de Amerikanen aan te vallen en veranderde koers om ze te onderscheppen. Hierdoor kon een groot deel van de vliegers van het Amerikaanse vliegdekschip de Hornet de Japanse schepen niet vinden. Slechts een klein deel van de Amerikanen lukte het om de Japanners te vinden en aan te vallen. Omdat de bommenwerpers niet werden geŽscorteerd door hun eigen jagers, werden ze meteen aangevallen. De Amerikaanse piloten hadden minder ervaring dan hun Japanse tegenstanders. Hierdoor verloren de Amerikanen veel vliegtuigen. Het lukte de Amerikaanse bommenwerpers niet om treffers te plaatsen op de Japanse vliegdekschepen, en velen werden neergeschoten. Nagumo waande zich al winnaar van de strijd: hij had Midway een zware slag toegediend, veel Amerikaanse vliegtuigen neergeschoten en de aanval van de Amerikanen afgeslagen.
Twee minuten nadien veranderde de situatie echter dramatisch. De Japanse jagers die hun vliegdekschepen moesten verdedigen, vlogen op geringe hoogte, sommige waren zelfs al geland omdat ze zonder brandstof zaten. Opeens verschenen er 37 Amerikaanse Dauntless duikbommenwerpers van het vliegdekschip de Enterprise hoog boven de Japanse schepen.
De scheepsdekken van de Japanse vliegdekschepen lagen vol met bommen en brandstofvaten, en de monteurs waren druk bezig de vliegtuigen opnieuw klaar te maken voor de strijd. De 37 Amerikaanse vliegers vielen aan. …ťn groep viel het vliegdekschip Kaga aan en de andere groep Nagumo's schip de Akagi. Slechts zes bommen troffen doel, maar dit bleek genoeg, want al snel stonden beide schepen in lichterlaaie.
Een paar minuten hierna arriveerden nog 17 Amerikaanse duikbommenwerpers van het Amerikaanse vliegdekschip de Yorktown. Ze vielen het derde Japanse vliegdekschip aan, de Soryu. Het schip werd getroffen door drie bommen en moest hierna al snel worden verlaten. Later werd het tot zinken gebracht door een Amerikaanse onderzeeŽr.
De korte maar hevige aanval van de Amerikanen was over. Nagumo had drie van de vier vliegdekschepen verloren. Hij liet 40 vliegtuigen van zijn laatste schip (de Hiryu) opstijgen. De Japanners vonden het Amerikaanse schip de Yorktown en vielen het aan. De Amerikanen waren echter klaar om de aanval af te slaan. De Japanners leden zware verliezen bij hun aanval. Toch lukte het zeven Japanse vliegers om door de verdediging heen te komen. De Yorktown werd getroffen door drie bommen. De Yorktown was zwaar beschadigd geraakt maar werd in een recordtijd van een uur opgekalefaterd. De bemanning van de Yorktown had daar ervaring mee: de Yorktown was in de eerdere Slag in de Koraalzee al zwaar beschadigd geraakt. Gaten in de stalen romp werden gedicht met blokken hout. De Japanners wilden met een tweede golf de score gelijkmaken door nog een vliegdekschip tot zinken te brengen. Ze dachten dat de Yorktown al was gezonken en zagen het opgelapte vliegdekschip aan voor de Enterprise. Nu werd de Yorktown geraakt door twee torpedo's. Het schip moest worden verlaten, de vliegtuigen en bommenwerpers vlogen naar de Enterprise. De Japanners verkeerden nu in de waan, dat de stand nu gelijk was en dat de Amerikanen alleen de Hornet nog overhadden en bijna verslagen waren.
De twee overgebleven Amerikaanse vliegdekschepen maakten zich op voor de laatste aanval. Ze lieten 24 vliegtuigen opstijgen voor de aanval op het laatst overgebleven Japanse vliegdekschip: Hiryu. De Hiryu had al een groot deel van zijn vliegtuigen verloren bij de aanval op de Yorktown. De Hiryu werd gevonden en werd door vier bommen tot zinken gebracht.
De Japanse marine was nog steeds vele malen groter dan de Amerikaanse. Toch besloot admiraal Yamamoto de strijd om Midway te staken. Hij gaf er zich rekenschap van, dat hij zonder luchtoverwicht de strijd om het eiland niet kon beginnen en trok zijn vloot terug. De slag om Midway was voorbij, de Amerikanen en Japanners hadden beiden een harde strijd geleverd maar de Amerikanen hadden gewonnen.

Midway Atoll.jpg

Datum 4 juni - 7 juni 1942
Locatie Midway
Resultaat Amerikaanse strategische en tactische overwinning
Strijdende partijen
US Naval Jack 48 stars.svg United States Navy Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine
Leiders en commandanten
US Naval Jack 48 stars.svg Frank Jack Fletcher
US Naval Jack 48 stars.svg Raymond Spruance
US Naval Jack 48 stars.svg Chester Nimitz Naval Ensign of Japan.svg Chuichi Nagumo
Naval Ensign of Japan.svg Isoroku Yamamoto
Troepensterkte
Drie vliegdekschepen,
Ī50 ondersteunende schepen Vier vliegdekschepen,
Ī150 ondersteunende schepen
Verliezen
1 vliegdekschip,
1 destroyer,
307 doden 4 vliegdekschepen,
1 kruiser,
3.057 doden

Een brandende Yorktown

Slag om Okinawa

De Slag om Okinawa vond plaats van 1 april tot 22 juni 1945 in het zuiden van Japan tussen Japanse en Amerikaanse strijdkrachten.
De Amerikanen landden op 26 maart 1945 op de kleine Kerama-eilanden bij Okinawa en op 1 april op Okinawa zelf. De strijd werd door de plaatselijke bevolking tetsu no ame genoemd, "regen van staal". In deze slag maakte de wereld voor het eerst op grote schaal kennis met het fenomeen kamikaze. Op 23 juni gaven de laatste Japanners zich na zeer verbeten gevechten over.
Strategische ligging van Okinawa
Okinawa is het grootste eiland (ongeveer 1200 km≤) van de Riukiu-eilanden, ongeveer 600 km ten zuidwesten van de vier hoofdeilanden van Japan. In tegenstelling tot andere eilanden waar om werd gestreden, zoals Iwo Jima, was er een grote inheemse bevolking.
Het strategische belang van Okinawa tijdens de Tweede Wereldoorlog was aanzienlijk. De Amerikanen hadden "islandhoppend" het ene na het andere eiland ten zuiden van Japan ingenomen. Amerikaanse controle over Okinawa zou de Japanse aanvoer van materialen zoals olie, ijzererts en rubber vanuit het zuiden, maar ook de communicatie tussen het Japanse vasteland en Japanse bases in het zuiden van de Grote Oceaan, effectief afsnijden. Ook zou het eiland een basis kunnen vormen voor een Amerikaanse aanval op de Japanse hoofdeilanden. Op Okinawa lagen bovendien verscheidene vliegvelden en de enige twee redelijk grote havens tussen Formosa en het Japanse hoofdeiland Kyushu.
Okinawa tijdens de Groot-Aziatische oorlog
Van de strijd in China, die begon in 1937, was op het eiland weinig te merken. Het was nooit een industrieel gebied geweest en het had nooit veel voedsel geproduceerd. De enige Okinawaanse bijdrage lag in het feit dat er op het eiland suikerriet werd geteeld, waaruit alcohol kon worden gedistilleerd voor torpedo's en motoren. Toen de Verenigde Staten echter in de oorlog betrokken raakten door de aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941, werd het eiland versterkt. Het werd een hoeksteen in de "verdedigingsmuur" van Japan. Er werden verscheidene vliegvelden aangelegd en de havens werden gemoderniseerd, zodat ze ook grote oorlogsbodems en vliegdekschepen zouden kunnen ontvangen.
Operatie Iceber
Troepensterkte

De Amerikaanse troepen in de Stille Oceaan hadden al verscheidene eilanden ingenomen, meest recentelijk Iwo Jima en de Filipijnen. Admiraal Raymond A. Spruances Amerikaanse vijfde vloot beschikte over meer dan 40 vliegdekschepen, 18 slagschepen, 200 torpedobootjagers en honderden schepen van allerlei typen voor ondersteuning (bijvoorbeeld korvetten en hospitaalschepen). In totaal omsingelden ongeveer 1300 schepen van de Verenigde Staten het eiland. Van die 1300 waren er 365 amfibische schepen.
Het pas samengestelde Amerikaanse 10e leger, dat op 1 april 1945 met 154.000 man de strijd om Okinawa begon, bestond uit zeven van de meest geharde divisies die in de Stille Oceaan vochten. Het 14e korps onder generaal John Hodge bestond uit de 7e en de 96e infanteriedivisies, het derde amfibische korps van generaal-majoor Roy Stanley Geiger bestond uit de 1e en de 6e mariniersdivisies; de 27e en 77e infanteriedivisies en de 2e divisie mariniers vormden de reservemacht.
Net zoals bij Iwo Jima werd ook op Okinawa door de Amerikaanse inlichtingendienst de sterkte van de vijand onderschat. De oorzaak hiervan was dat, toen men de aanval voorbereidde, het eiland nog te ver weg lag voor Amerikaanse verkenningsvliegtuigen. Men schatte het aantal Japanners op 65.000, terwijl dit er ruim 100.000 bleken te zijn. B-29 bommenwerpers voerden de eerste verkenningsmissie uit boven Okinawa en omringende eilanden.
Het Japanse Keizerlijke leger onder leiding van Mitsuru Ushijima (牛島満, 1887 - 22 juni, 1945) had een verdedigingsplan klaar. Vanwege de overweldigende Amerikaanse overmacht op zee en in de lucht werd er besloten niet op de stranden te vechten. Zowat het hele noorden van het eiland werd onverdedigd gelaten, met uitzondering van de berg Yaedake, het vliegveld van Kadena en de bases in Yomitan. In het het bergachtige gebied van het zuiden van Okinawa werden echter vier verdedigingscirkels aangelegd, de zogenaamde Shuri-cirkels, waar de Japanners zich ingroeven. De Shuricirkels waren goed verdedigbaar dankzij het ruige landschap en de grote aantallen Japanse artillerie van verschillende kalibers.
De vloot arriveert[bewerken]
Op 10 oktober 1944 bombardeerden ongeveer 200 vliegtuigen op bevel van admiraal Halsey Naha, de grootste stad ťn hoofdstad van Okinawa. De stad werd daarbij vrijwel geheel verwoest. Midden maart 1945 verzamelde de Amerikaanse vloot zich om Okinawa te bombarderen. Ook de eerste kamikazes verschenen.
De landing
Voordat de legermacht aan land ging, bombardeerden de schepen van Task Force 52 onder leiding van generaal Blandy de stranden met 13.000 granaten. Verder voerden bommenwerpers van Curtis Lemay 3000 vluchten uit. De Amerikanen dachten zo vrijwel alle weerstand op het eiland nog voor de eigenlijke landing uit te schakelen. Het bombardement van de vloot stopte niet voordat de eerste Amerikaanse soldaten voet aan land zetten, waarbij bijna geen weerstand ontmoet werd. Aan het eind van de eerste dag waren bijna 60.000 Amerikaanse soldaten (twee mariniersdivisies en twee legerdivisies) geland.
Tegelijk met de eerste aanvalsgolf had de tweede mariniersdivisie een afleidingsmanoeuvre uitgevoerd in het zuiden, om de Japanse aandacht af te leiden. Ook op de tweede dag werd eenzelfde actie uitgevoerd zodat de Japanners niet konden voorkomen dat er op de landingsplaats een bruggenhoofd werd gevormd. De Amerikanen trokken snel het eiland over en isoleerden het zuiden van het noorden, nog steeds zonder vermeldenswaardige weerstand ondervonden te hebben.
Het verkennen en innemen van het noordelijke deel van het eiland (5-18 april).
Het innemen van de omringende eilanden (10 april - 26 juni).
De eigenlijke slag met het ingegraven Japanse 32ste leger. Dit gevecht begon op 6 april en eindigde pas 21 juni.
De gevechten[bewerken]
De strijd in het Zuiden van Okinawa stond in contrast met de snelle inname van het noorden van het eiland. Pas toen de zevende en de 96e infanteriedivisies naar het zuiden werden gestuurd, omdat de Amerikanen van autochtone bewoners hoorden dat de Japanners voornamelijk in het zuiden zaten, begon de echte slag om Okinawa. Uiteindelijk werd de slag om Okinawa een van de bloedigste en meest verbeten slagen van de hele oorlog.
Hoewel de Amerikanen op 5 april op vastberaden verzet stuitten, kon de opmars nog wel doorgang vinden, zij het met moeite. Op 9 april was het verzet zo zwaar dat zowel de divisie van Roy Stanley Geiger als die van John Hodge geheel tot stilstand kwamen voor een zwaar verdedigde stelling op de Kakazubergkam. De Amerikanen vielen dagenlang aan, gesteund door Boeing 29 Superfortressbommenwerpers, maar werden steeds afgeslagen. Aan Japanse zijde vielen veel slachtoffers. Op 12 april, de dag waarop de Amerikaanse president Roosevelt stierf, waren meer dan 5500 Japanners gesneuveld, tegen 'slechts' 451 Amerikanen. De Amerikanen stonden echter nog steeds voor de Kakazubergkam.
De eerste drie verdedigingscirkels vielen relatief gemakkelijk. Het feit dat de Japanners tactisch onverstandige tegenaanvallen inzetten, werkte in het voordeel van de Amerikanen. Maar bij de vierde cirkel op het Kiyamuschiereiland was het verzet erg verbeten. Toen alle hoop verloren was, pleegden verscheidene Japanners, waaronder generaal Mitsuru Ushijima, seppuku of ze bliezen zichzelf op met handgranaten.
Verliezen
Amerikaanse verliezen: Zo'n 34 schepen zonken, 368 schepen waren beschadigd, 763 vliegtuigen werden neergeschoten. In totaal werden er meer dan 12.000 Amerikaanse soldaten gedood tijdens de slag om Okinawa.
Japanse verliezen: De Japanse verliezen waren enorm. 107.539 soldaten sneuvelden, 10.755 werden gevangengenomen of gaven zich over. 7830 vliegtuigen en 16 schepen werden vernietigd.
Burgerslachtoffers: inwoners van Okinawa werden in het Japanse leger gedwongen en kwamen om in de gevechten. Veel anderen vluchtten naar de grotten om niet in beschietingen terecht te komen en werden daar levend begraven bij instortingen. Ook de artillerie- en luchtbombardementen maakten veel slachtoffers. Alle ramingen liggen tussen de 1/3 en 1/10 van de bevolking.
Een zeker niet te onderschatten fenomeen is de zogenaamde "battlestress". Dit maakte in deze veldslag meer slachtoffers dan in andere veldslagen waar dit fenomeen ook werd bijgehouden. De herhaalde aanvallen, de continue beschietingen en het hoge percentage doden zijn hiervan de oorzaak. In totaal waren er meer dan 26.000 psychiatrische slachtoffers aan Amerikaanse zijde. Aan Japanse zijde zijn er geen cijfers beschikbaar.
Kamikaze
De kamikazes zijn soldaten die door zelfmoord te plegen zo veel mogelijk vijandelijke slachtoffers proberen te maken. Meest bekend zijn de kamikazepiloten -die ook het meest voorkwamen-, maar gevallen van kamikazeminiduikboten, kamikazespeedboten en kamikazebestormingen (waarbij de ingesloten soldaten die geen enkele kans op overwinning zien zich in een blinde stormloop op de vijand werpen) zijn bekend. De kamikazes krijgen een speciale vermelding aangezien het toppunt van de kamikazeaanvallen plaatsvond tijdens de slag om Okinawa.
Op 6 en 7 april vond er voor het eerst een massale kamikazeaanval plaats. Honderden kamikazevliegtuigen, de zogenaamde "kikusui" (drijvende chrysant, het keizerlijk symbool van Japan), stortten zich op de invasievloot. Op het einde van de slag hadden er 1465 kamikazevluchten plaatsgevonden. 30 Amerikaanse schepen werden tot zinken gebracht en 164 werden beschadigd.
De Japanners hadden ook een plan ontworpen om de Amerikaanse vloot met snelle motorboten vol explosieven aan te vallen. Het plan werd echter nooit uitgevoerd.
De trots van de Japanse vloot, de Yamato, het grootste slagschip ooit, werd ook op een kamikazemissie gestuurd. Het plan was dat hij zichzelf zou laten vastlopen op de stranden van Okinawa en dat hij zou fungeren als geschutsemplacement. De Amerikaanse onderzeeŽr USS Hackleback (SS-295) ontdekte het slagschip en zijn escorte, de lichte kruiser Yahagi en acht torpedobootjagers, echter eerder en gaf hun plaats door. Viceadmiraal Marc Mitscher lanceerde luchtaanvallen op 7 april om 10:00. Gedurende de volgende twee uren zou het Japanse flottielje constant aangevallen worden vanuit de lucht. De Yamato incasseerde twaalf bommen en zeven torpedo's. Hij ontplofte uiteindelijk en zonk. De Yahagi en ťťn van de torpedobootjagers deelden zijn lot. Vier van de andere torpedobootjagers konden niet meer terugkeren naar Japan. Van de bemanning van de Yamato overleefden slechts 269 manschappen van de 2747 de zeeslag. De Yahagi verloor er 446 en op de torpedobootjagers kwamen er 391 om het leven. De Amerikanen verloren tien vliegtuigen en twaalf soldaten. Dit was de laatste actie van de Japanse vloot gedurende de oorlog.
Gevolgen
Het verbeten gevecht en de naar Amerikaanse begrippen extreem hoge verliezen om een betrekkelijk klein eiland gaf de Amerikanen weinig moed of hoop voor de invasie van Japan. Het feit dat de oorlog in Europa was afgelopen deed ook niet veel goed aan de vechtlust[bron?]. De slag om Okinawa en de hoge verliezen die ermee gepaard gingen vormde de aanleiding voor president Harry Truman voor de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Zo werd Keizer Hirohito gedwongen tot de Overgave van Japan en dit betekende het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Okinawa 01.jpg

Datum 1 april - 22 juni 1945
Locatie Okinawa, Japan
Resultaat Amerikaanse overwinning
Strijdende partijen
Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten Flag of Japan (1870-1999).svg Japanse Keizerrijk
Leiders en commandanten
Flag of the United States (1912-1959).svg Simon Bolivar Buckner, Jr. Ü
Flag of the United States (1912-1959).svg Joseph W. Stilwell Flag of Japan (1870-1999).svg Mitsuru Ushijima Ü
Troepensterkte
548.000 107.000 regulier
24.000 militie
Verliezen
12.500 doden
71.000 gewonden 110.000 doden
7.455 krijgsgevangenen
Grote Oceaan
Pearl Harbor ∑ Ambon ∑ Marshall- en Gilberteilanden ∑ Javazee (1) ∑ Javazee (2) ∑ Singapore ∑ Doolittle ∑ Koraalzee ∑ RY ∑ Aleoeten ∑ Midway ∑ Guadalcanal ∑ Golf van Leyte ∑ Iwo Jima ∑ Okinawa

Oorspronkelijk Amerikaans aanvalsplan

 

Soldaten steken de Machinato over op 19 april

 

 

 

 

USS Bunker Hill in brand na geraakt te zijn door twee kamikazes

Slag om de Salomonseilanden

De Slag om de Salomonseilanden was een militaire strijd die een groot deel van de Tweede Wereldoorlog duurde en op en rondom een aantal eilanden in het zuidelijk deel van de Stille Oceaan werd uitgevochten.
Samenvatting
De eerste aanzet voor de strijd begon in januari 1942, toen Japanse troepen op de Britse Salomonseilanden landden. Nadat ze deze eilanden hadden bezet, begonnen de Japanners met het aanleggen van verschillende luchtmacht- en zeebases die waren bedoeld om de Japanse troepen die op dat moment op Nieuw-Guinea met een offensief bezig waren bezig waren in de flank te versterken, een veiligheidszone te creŽren voor de belangrijkste Japanse basis in Rabaul en de toevoerlijnen tussen de geallieerde troepen in de Verenigde Staten, AustraliŽ en Nieuw-Zeeland af te snijden.
Om hun communicatie en toevoerlijnen te beschermen, ondersteunden de geallieerden hierop een tegenoffensief in Nieuw-Guinea. Ze brachten de Japanse basis op Rabaul in een geÔsoleerde positie en gingen in augustus 1942 voor het eerst serieus in de tegenaanval, toen ze op Guadalcanal en enkele naburige eilanden landden en de slag om deze gebieden begon. Dit was het begin van een lange reeks gevechten die op Guadalcanal begonnen en werden voortgezet op de centrale en noordelijke Salomonseilanden, op en rondom de eilanden New Georgia en Bougainville. Tijdens deze gevechten, die zowel op land als op zee en in de lucht werden uitgevochten, werd de Japanners ernstige militaire schade toegebracht. De geallieerden heroverden een deel van de Salomonseilanden en isoleerden en neutraliseerden sommige Japanse posities. Uiteindelijk viel de Slag om de Salomonseilanden samen met de Slag om Nieuw-Guinea.
Achtergrond
Strategisch

1rightarrow blue.svg Zie ook Aanval op Pearl Harbor
Op 7 december 1941 vond de aanval op Pearl Harbor plaats, waarbij het grootste deel van de Amerikaanse militaire vloot op de Stille Oceaan werd uitgeschakeld. Vanaf dat moment verkeerden Japan en de Verenigde Staten formeel in staat van oorlog. Toen er bijna op hetzelfde moment ook bezittingen van het Britse Rijk op de Stille Oceaan (onder meer Hongkong) werden aangevallen, raakten het Verenigd Koninkrijk, AustraliŽ en Nieuw-Zeeland eveneens bij het conflict betrokken. De Japanse leiders lokten deze oorlog doelbewust uit, omdat ze de Amerikaanse vloot wilden neutraliseren en in het bezit wilden komen van natuurlijke hulpbronnen en strategische militaire bases.
Aan het begin van de strijd slaagde Japan er daadwerkelijk in een aantal gebieden (de Filipijnen, Malaya, Thailand, Singapore, Nederlands-IndiŽ, Wake, Nieuw-BrittanniŽ, de Gilberteilanden en Guam) te bezetten. Het uiteindelijke doel van Japan was het creŽren van een stevige verdedigingslinie die liep vanaf Brits-IndiŽ aan de westkant en vervolgens via Nederlands-IndiŽ zuidwaarts richting eilandbases in het zuiden en midden van de Stille Oceaan. In het voorjaar van 1942 begonnen de Japanners met het bouwen van een vliegveld in Buka (noordelijk Bougainville) en het aanleggen van een zeebasis en een vliegveld in Buin (zuidelijk Bougainville).
Overzicht van alle militaire operaties tijdens de eerste fase van de slag om de Salomonseilanden. Nieuw-Guinea en Rabaul zijn hier onzichtbaar maar liggen ten westen van Bougainville.
De gevechten op zee zijn blauw weergegeven, die op het land roze.
Japanse veroveringen van de Salomonseilanden
In april 1942 begonnen het Japanse leger en de Japanse vloot gezamenlijk aan een nieuwe militaire operatie, welke bekend is geworden als Operatie MO (Japans: Mo Sakusen). Het doel van deze operatie was de stad Port Moresby in Nieuw-Guinea en het eiland Tulagi te veroveren, om aldaar nieuwe bases te kunnen oprichten die op hun beurt de verovering van Nauru, Banaba, Nieuw-CaledoniŽ, Fiji en Samoa gemakkelijker moesten maken. Van daaruit zouden ook de toevoerlijnen tussen AustraliŽ en de Verenigde Staten af kunnen worden gesneden, zodat Japans dominante positie in de Stille Oceaan uiteindelijk niet of veel minder door AustraliŽ zou worden bedreigd. De Japanse marine stelde ook nog voor om AustraliŽ zelf binnen te vallen, maar het Japanse leger vond dat het hiervoor te weinig troepen had.
De Japanse verovering van Tulagi lukte, maar de invasie van Port Moresby werd tijdens de Slag in de Koraalzee afgeslagen. De Japanse marine in de noordelijke en centrale Salomonseilanden begon nieuwe garnizoenen op te zetten. Een maand later verloor de Gecombineerde Vloot van Japan tijdens de Slag bij Midway vier van haar vliegdekschepen.
Antwoorden van de geallieerden
De geallieerden beantwoordden de Japanse dreiging door troepen en een luchtmacht op te bouwen. Hun doel was het heroveren van de Filipijnen. Op 12 maart 1942 begonnen zij met het bezetten van enkele strategisch belangrijke eilanden, toen een combinatie van leger en vloot aankwam in Noumťa dat daarmee een geallieerde zeebasis werd. Op Tontouta werd een luchthaven aangelegd.
De bevelhebber (Commander-in-Chief) van de Amerikaanse vloot, Ernest King, die in februari samen met generaal George Marshall de geallieerde strategie had uitgemeten, stelde een aanval vanuit de Nieuwe Hebriden via de Salomonseilanden naar de Bismarck-archipel voor. Generaal Douglas MacArthur stelde een bliksemactie voor om Rabaul - dat als uitvalsbasis voor de Japanse militaire operaties diende-, opnieuw in te nemen. De Verenigde Staten wilden daarentegen een meer geleidelijke benadering vanuit Nieuw-Guinea richting de Salomonseilanden, waarop generaal Marshall bij wijze van compromis een plan in drie fasen voorstelde: eerst zou het eiland Tulagi worden ingenomen, vervolgens zou een benadering langs de Nieuw-Guineese kust volgen en ten slotte zou Rabaul worden heroverd.
Het eerste plan werd op 2 juli 1942 uitgevoerd en dit was het begin van de grote slag om de Salomonseilanden. De geallieerden vormden een luchtformatie genaamd Cactus Air Force, waardoor ze overdag in de lucht de baas waren. De Japanse marine ging daarop over tot nachtelijke bevoorrading (onder andere via New Georgia Sound), iets wat de geallieerden Tokyo Express noemden. Er volgden een aantal hevige gevechten om de Japanse bevoorrading te stoppen. Daarbij gingen aan beide zijden zoveel schepen verloren, dat het gebied ten zuiden van New Georgia Sound de nieuwe naam Ironbottom Sound kreeg (voorheen heette dit Savo Sound).
De actie van de geallieerden rondom de Salomonseilanden zorgde er in ieder geval voor dat Japan AustraliŽ en Nieuw-Zeeland niet van de Verenigde Staten kon afsnijden. Op 30 juni 1943 begon Operation Cartwheel, waarbij Rabaul werd geÔsoleerd en zeer veel van Japans militaire macht in de zee en de lucht werd vernietigd. Dit maakte weer een nieuwe slag om de Filipijnen mogelijk. Ook werd Japan van zijn hulpbronnen in Nederlands-IndiŽ afgesneden. Uiteindelijk leidde de slag om de Salomonseilanden tot de slag om Bougainville, die tot het einde van de oorlog zou duren.

Kaart van de Salomonseilanden die de geallieerde opmars gedurende 1943 toont.

Kaart van de Salomonseilanden die de geallieerde opmars gedurende 1943 toont.
Datum januari 1942 - 21 augustus 1945
Locatie Britse Salomonseilanden, Territorium Nieuw-Guinea, Stille Oceaan
Resultaat Doorslaggevende overwinning voor de geallieerden.
Strijdende partijen
Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Verenigde Staten
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Vlag van Nieuw-Zeeland Nieuw-Zeeland
Vlag van AustraliŽ AustraliŽ

 

 

Overzicht van alle militaire operaties tijdens de eerste fase van de slag om de Salomonseilanden. Nieuw-Guinea en Rabaul zijn hier onzichtbaar maar liggen ten westen van Bougainville.
De gevechten op zee zijn blauw weergegeven, die op het land roze.

Slag om Singapore

De Slag om Singapore was een slag in Zuidoost-AziŽ tijdens de Tweede Wereldoorlog. De belegering begon op 8 februari 1942 en na hevige gevechten capituleerden de geallieerden op 15 februari 1942.[1][2]
Voorbereiding
De havenstad Singapore was de belangrijkste Britse marinehaven in het gebied van de Grote Oceaan. De diepzeehavens waren uitstekend toegankelijk voor zware oorlogsschepen. De uitgebreide haveninstallaties boden faciliteiten voor reparaties die verder alleen in de Verenigde Staten en Groot-BrittanniŽ aanwezig waren.
Het eiland was zwaar verdedigd tegen een landing uit zee. Het werd gezien als het "Gibraltar van het Oosten".
Deze faciliteiten en haar verdediging waren in Japan bekend en de Japanse planners beraamden een landing in Malakka. Alle verdedigingswerken waren namelijk gebouwd tegen een landing uit zee, niet tegen een aanval door het door malariamoerassen vergeven Malakka.
Het schiereiland zelf was ook van grote waarde: het produceerde 43% van de wereldproductie van tin. Malakka was ook een belangrijke bron van rubber. De rubberplantages waren van grote waarde voor beide partijen, Malakka produceerde ruim 30% van alle rubber ter wereld. De rubberplantages werden als dermate belangrijk gezien dat het Britse leger hier niet of slechts minimaal mocht oefenen.
In de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog stelden de Britten verschillende verdedigingsstrategieŽn op. Een hiervan was een reactie voor het geval Japan via Malakka zou aanvallen: operatie Matador. Het plan voorzag ook in een uitbreiding van de middelen, vooral ruim 670 vliegtuigen, die nodig waren om een grote Japanse aanval af te slaan. De Britse overheid reduceerde dat aantal tot 350. In Malakka werd een serie vliegvelden voor deze vliegtuigen aangelegd. Churchill gaf echter voorrang eerst aan de strijd in de Slag om Engeland, later aan hulp aan de Sovjet-Unie en de strijd in het Midden-Oosten.
Operatie Matador voorzag ook in een defensieve inval in Zuid-Thailand om een Japanse landing aldaar te verhinderen. Deze taak werd toevertrouwd aan de 11e Indiase divisie van het Derde Indiase legerkorps, reeds verantwoordelijk was voor de verdediging van Noord-Malakka. Hoe deze divisie tegelijkertijd twee taken moest uitvoeren, bleef in het plan onduidelijk.
De Britse commandant coŲrdineerde wel zijn verdedigingsplannen met de Nederlandse verdedigers in Nederlands-IndiŽ.
De Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (ML-KNIL) had de beschikking over circa 450 vliegtuigen, onderverdeeld in verschillende vliegtuiggroepen. In totaal had de Nederlandse regering 144 Brewsters besteld van het type 339C en 339D. Bij het uitbreken van de oorlog waren er echter pas 71 uitgeleverd, waarvan er maar circa 50 gebruiksklaar waren. Op 25 december 1941 werden alle 9 Brewster 339D's van 2-VLG-V, tezamen met alle 12 de vliegers van de afdeling, naar Kallang gestuurd om de Britten te helpen Singapore te verdedigen tegen de Japanners. Deze gevechtstoestellen waren uitgerust met bomrekken en konden dus tevens als duikbommenwerper worden ingezet. Tijdens verschillende operaties vanuit Singapore hebben de Nederlandse Brewsters diverse operaties uitgevoerd, waarbij onder andere een Japanse torpedobootjager tot zinken werd gebracht, en er vier Japanse vliegtuigen neergehaald werden. Bij de verdediging van Singapore verloor ťťn Brewster-piloot zijn leven. Op 18 januari 1942 werden de overgebleven toestellen teruggehaald naar Java om daar de Nederlandse tekorten op te vangen. Naast de Brewster-gevechtsvliegtuigen werden er ook enkele bommenwerpers uit andere vliegtuiggroepen van het ML-KNIL ingezet ter verdediging van Singapore.
Malakka werd verdedigd door het Derde Indiase legerkorps. Dit werd versterkt worden met eenheden uit AustraliŽ.
De Britten versterkten de verdediging van het eiland, maar men was hierin niet al te ijverig. Met de woorden van een Brits onderofficier:
"Ik hoop dat we in Malakka niet te sterk worden, want dan durven de Japanners helemaal geen landing meer te ondernemen."
De algehele sfeer op het eiland was er een van een onbezorgd en ongefundeerd koloniaal superioriteitsgevoel.
Aan Japanse zijde was ook niet alles koek en ei. De plannen voor de aanval op Malakka werden toevertrouwd aan generaal Yamashita. De verhouding tussen hem en zijn superieur Tojo was wantrouwend en vijandig.
Op 2 november 1941 ontving Yamashita het bevel over het 25e leger (第25軍 , Dai-nijyūgo gun) voor de aanval op Malakka en Singapore. Tegelijkertijd kreeg Masaharu Homma het bevel over het 14e leger voor de aanval op de Filipijnen, en Hitoshi Imamura het bevel over het 16e leger voor de aanval op Nederlands-IndiŽ.
Yamashita had weinig tijd voor de voorbereiding. Desondanks regelde hij luchtdekking door de 3de luchtvloot met 459 vliegtuigen en door 159 marinetoestellen. Het eiland Hainan, halverwege Japan en Malakka, zou als uitvalsbasis dienen. Hij zag af van twee van de aangeboden vijf divisies, omdat hij concludeerde dat de bevoorradingscapaciteit daarvoor onvoldoende was. Het 25e leger zou bestaan uit de 18e divisie onder generaal Renya Mutaguchi, de 5e divisie onder generaal Takuro Matsui en een divisie van de Keizerlijke Garde onder generaal Takuma Nishimura. De officieren kenden elkaar niet, Yamashita's taak was het hen tot een eenheid te smeden. De samenwerking met Nishimura zou echter de hele campagne problematisch blijken. Graaf Generaal Hisaichi Terauchi, de commandant van het Zuidelijke Leger, had een kolonel in zijn staf die jungleoorlogsvoering op Hainan bestudeerd had. Yamashita had hier veel profijt van, maar wist tevens dat Terauchi deze kolonel als spion gebruikte.[bron?]
Er woonden enkele duizenden Japanners in Singapore, en Yamashita had dan ook redelijk betrouwbare inlichtingen tot zijn beschikking. Hij concludeerde dan ook al snel dat hij geen 30 bruggen, maar 500 bruggen op zijn weg van noord naar zuid diende over te steken.
Op 4 december 1941 scheepte het 25e leger in. De coŲrdinatie was zeer belangrijk, want de landing in Malakka diende ondanks de grote afstand en de verschillende tijdzones vrijwel gelijktijdig met de Aanval op Pearl Harbor plaats te vinden.
Op 6 december 1941 nam een Australisch verkenningsvliegtuig de Japanse vloot van 25 transportschepen, begeleid door een zware kruiser, vijf kruisers en kleinere schepen waar. De Britse admiraal Sir Thomas Phillips en de Amerikaanse admiraal Thomas C. Hart concludeerden uit de koers dat of het neutrale Thailand of Malakka het doel was. De Repulse werd hierop teruggeroepen van haar reis naar Darwin. Vier Amerikaanse destroyers werden naar het operatiegebied gezonden. Op 7 december 1941 werd de Japanse vloot nogmaals waargenomen. Verdere verkenningen door Britse vliegtuigen faalden door het slechte weer. Luchtmaarschalk Sir Robert Brooke-Popham besloot niet tot een defensieve invasie van het neutrale Thailand over te gaan.
De gevechten om Malakka
Op 7 december 1941 landen twee Japanse infanteriedivisies in Malakka. Bij de landing bij Kota Bahru verloren de Japanners tussen de 300 en 800 man door de heftige weerstand van het Indiase Dogra-bataljon en Britse luchtaanvallen.
Bij verdere gevechten bleken de Britse eenheden praktisch machteloos tegen het Japanse leger.
Slechte coŲrdinatie aan Britse zijde leidde tot een succesvolle Japanse aanval op 9 december 1941 op het vliegveld van Singapore. Daarbij verloor de RAF bijna al haar in Singapore gestationeerde gevechtsvliegtuigen.
Op 11 en 12 december 1941 leden de Britse troepen in de Slag bij Jitra een smadelijke nederlaag. Dit ondanks het praktisch ontbreken van artillerie aan Japanse zijde.
Een uitval op 8 december 1941 van de Britse slagschepen Prince of Wales en Repulse in een poging om een Japanse invasievloot te onderscheppen, leidde op 10 december 1941 tot de ondergang van deze schepen bij een aanval door Japanse vliegtuigen.
De Britse verdediging werd na de slag bij Jitra gewoon opgejaagd naar Singapore. Elke verdedigingspositie werd door de goed getrainde Japanse eenheden snel omflankt of doorbroken. De goede jungletraining van de Japanse troepen bleek van grote waarde. Naarmate de Japanse troepen terrein veroverden, kregen zij ook de nieuw aangelegde vliegvelden in handen, waarmee zij ook hun luchtmacht overwicht effectief konden doen gelden.
Op 11 januari 1942 namen de Japanners de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur in. Yamashita had inmiddels flinke bevoorradingsproblemen, maar de inname van deze stad loste dit op een aantal punten weer op.
De Australische eenheden wisten tweemaal de Japanse voorhoede in een val te laten lopen, maar werden hierna ook genadeloos opgejaagd naar het zuiden.
De gevechten om Singapore
Op 31 januari 1942 trokken de laatste Britse troepen zich gedemoraliseerd uit Malakka terug over een stenen dam die het eiland Singapore met het vasteland verbond.
De commandant van de Australische strijdkrachten vatte de geallieerde nederlaag zo samen:
"De hele operatie klinkt ongelooflijk: 550 mijl in 55 dagen teruggedrongen door een klein Japans leger van twee divisies, rijdend op gestolen fietsen en zonder artilleriesteun."
Percival spreidde zijn mannen uit over de gehele 70 km lange kuststrook van het eiland. Hierdoor werd de verdediging zeer dun uitgerekt.
Op 7 februari 1942 staken Japanse troepen de smalle zee-engte over die Singapore van Malakka scheidt (Straat Johore). Reeds 2 dagen later, op 9 februari 1942, waren de Britten gedwongen zich van het noordelijk deel van het eiland terug te trekken op een tweede defensieve lijn. De volgende dag, 10 februari 1942, stonden de Japanners onder Tomoyuki Yamashita reeds aan de rand van de stad.
Op 11 februari 1942, wetend dat zijn bevoorrading grote problemen had, riep Yamashita de Britse bevelhebber Luitenant Generaal Arthur Percival op om "deze zinloze en wanhopige tegenstand te staken".
De volgende dag wisten de geallieerden zich in een klein gebied aan de zuidzijde van het eiland te handhaven, maar op 13 februari 1942 verloor men opnieuw terrein. Zijn belangrijkste adviseurs gaven Percival de raad zich over te geven, ook om slachtoffers onder de burgers te minimaliseren. Percival kreeg geen toestemming tot overgave van Winston Churchill.
De volgende dag vochten de geallieerden verder, het aantal burgerslachtoffers liep op. Een miljoen burgers waren geconcentreerd op het kleine gebied waar de geallieerden ondanks artilleriebeschietingen en bombardementen standhielden. De watervoorziening raakte in gevaar. Japanse troepen doodden tweehonderd patiŽnten en personeelsleden van het "Alexandra Barracks Hospital", omdat het Britse leger mitrailleursnesten op de eerste en tweede verdieping had ingericht.
Op de ochtend van 15 februari 1942 braken de Japanse troepen door de laatste Britse verdediging in het noorden. De geallieerden hadden nu ook ernstig gebrek aan voedsel en sommige soorten munitie. Na een ontmoeting met zijn ondergeschikten nam Percival contact op met de Japanners en kort na 17:15 lokale tijd tekende hij de overgave.
Ongeveer 130.000 Indiase, Australische en Britse troepen werden krijgsgevangen: de grootste overgave van Britse militairen in de geschiedenis.
Gevolgen
De vesting Singapore was de verbindende schakel geweest in het Amerikaans-Brits-Nederlands-Australisch commando (ABDACOM). Met de val van Singapore ontstonden er in dit commando coŲrdinatieproblemen. Binnen enkele weken viel Nederlands-IndiŽ. De strategische oliebronnen van Nederlands-IndiŽ kwamen hierdoor in Japanse handen.
Het geallieerde commandogebied werd geografisch in tweegesplitst in een deel in de Indische Oceaan en de Grote Oceaan. De Amerikanen namen de leiding in het gebied van de Grote Oceaan en AustraliŽ, het South West Pacific Area Command, de Britten namen het over in de gebieden grenzend aan de Indische Oceaan, het South East Asia Command.
Het door Japan bezette Singapore werd door hen hernoemd in Syonan-to (昭南島 Shōnan-tō), "Licht van het Zuid-eiland".
Yamashita verwierf de bijnaam "Tijger van Malakka". Hij werd overgeplaatst naar een post aan de Chinees-Russische grens, waar hij niet in actie kwam. Op 23 februari 1946 veroordeelden de Amerikanen hem tot de strop voor de oorlogsmisdaden van zijn manschappen in de Filipijnen.
Nog steeds wordt in Angelsaksische bronnen de snelle opmars van Japan door Malakka en Singapore vaak toegeschreven aan het Japanse luchtoverwicht en een Japans tankoverwicht. Deze verdediging blijkt bij nadere analyse echter een zwak excuus. De Japanse troepen hadden zeker in het begin geen tanks of artillerie. Wel waren zij ervaren en getraind in oorlogsvoering in de jungle. De Britten hadden aan het begin de vliegvelden, vliegtuigen, twee slagschepen, en voldoende bevoorrading. De Japanners opereerden 500 mijl van hun dichtstbijzijnde basis.
Door de snelheid waarmee Yamashita wist op te rukken, ontnam hij de Britten de gelegenheid goede posities in te nemen en deze voldoende te versterken. Hij wist zijn zwakheden te minimaliseren en profiteerde optimaal van de Britse zwakheden.
De slag wordt gezien als een van de grootste nederlagen van de Britse strijdkrachten in de geschiedenis

Percival gaat zich overgeven

Percival gaat zich overgeven
Datum 8 februari - 15 februari 1942
Locatie Singapore
Resultaat Japanse overwinning
Strijdende partijen
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk Vlag van Japan Japan
Leiders en commandanten
Flag of the United Kingdom.svg Arthur Percival Flag of Japan (1870-1999).svg Tomoyuki Yamashita
Troepensterkte
85.000 36.000
Verliezen
5.000 doden of gewonden
80.000 krijgsgevangenen 1.714 doden
3.378 gewonden
Grote Oceaan
Pearl Harbor ∑ Ambon ∑ Marshall- en Gilberteilanden ∑ Javazee (1) ∑ Javazee (2) ∑ Singapore ∑ Doolittle ∑ Koraalzee ∑ RY ∑ Aleoeten ∑ Midway ∑ Guadalcanal ∑ Golf van Leyte ∑ Iwo Jima ∑ Okinawa

Een 12 duims Brits kanon op Singapore

De Prince of Wales en de Repulse vergaan na bombardementen

Yamashita eist onvoorwaardelijke overgave van Percival

 

Japanners marcheren door Singapore

Slag in de Straat Badoeng

De Slag in de Straat Badoeng was een nachtelijke zeeslag in de Straat Badoeng (niet te verwarren met de stad Bandoeng of Bandung), bij Bali (toenmalig Nederlands-IndiŽ) in de nacht van 18 op 20 februari 1942. De Geallieerden verloren de slag, ondanks een grotere strijdmacht en grotere vuurkracht.

Voorafgaand
Het Japanse konvooi bestond uit twee troepentransportschepen met elk twee jagers ter bescherming. De Sasago Maru met als escorte de Asashio en Oshio; en de Sagami Maru met als escorte de Michishio en Arashio. Dit konvooi was op weg naar Bali.

Het Nederlands-Brits-Amerikaans eskader bestond uit tien schepen en werd ondersteund door twintig vliegtuigen van de Amerikaanse luchtmacht, zeven torpedoboten uit Soerabaja en twee onderzeeboten. De torpedoboten werden ondersteund door de mijnenlegger Krakatau die als moederschip diende. De schepen die deel uitmaakte van het eskader waren op te delen in twee groepen de eerste groep bestond uit de kruisers De Ruyter en Java en de jagers John D. Ford, Pope, en Piet Hein (commandant: J.M.L.I. ChŲmpff en verder officier tweede klasse W.M. Moppes). De tweede groep bestond uit de kruiser Tromp en de jagers John D. Edwards, Parrot, Pillsbury en Stewart

Op 18 februari werd door de onderzeeboten Seawolf en Truant een aanval op het Japanse konvooi ingezet. Deze aanval werd afgeweerd en de onderzeeboten werden met dieptebommen verdreven. Later op die dag vielen 20 vliegtuigen van de Amerikaanse luchtmacht de Japanse schepen aan. Tijdens deze aanval werd alleen het troepentransportschip Sagami Maru beschadigd.

De slag
De eerste geallieerde groep nam de Japanners waar om ongeveer 22:00 uur en openden vuur om 22:25 op 19 februari 1942. Er ontstond geen schade. De Piet Hein kreeg om 22:40 een voltreffer van een Long Lance-torpedo van de Japanse jager Asashio en verging onmiddellijk. De jagers Asashio en Oshio en de Pope en John D. Ford beschoten elkaar, waarop de Amerikaanse jagers zich terugtrokken. In het duister beschoten daarna de Asashio en Oshio elkaar abusievelijk.

Ongeveer drie uur later arriveerde een tweede groep geallieerde schepen in de Straat Bandung. Om 01:36 uur lanceerden de Stewart, Pillsbury and Parrott torpedo's zonder gevolg. De Oshio en Asashio vielen opnieuw aan en de Tromp kreeg elf 5 inch (127 mm) granaten van de Asashio, wat zware schade veroorzaakte (het schip moest later voor reparatie naar AustraliŽ). Beide Japanse jagers werden geraakt, maar niet erg ernstig. De Japanse jagers Arashio en de Michishio verschenen om ongeveer 02:20 uur op orders van admiraal Kubo. De Michishio kreeg treffers van de Pillsbury, John D. Edwards en de Tromp, waarbij 13 doden en 83 gewonden vielen op het schip. Na de slag moest het schip gesleept worden.

Gevolgen
De slag toonde de superioriteit van de Japanners bij nachtgevechten aan, die mede het gevolg was van geavanceerdere apparatuur.

Hr. Ms. Piet Hein

Hr. Ms. Piet Hein
Datum 18 februari - 20 februari 1942
Locatie Straat Badoeng, Nederlands-IndiŽ
Resultaat Japanse overwinning
Strijdende partijen
US Naval Jack 48 stars.svg United States Navy
Naval Ensign of the United Kingdom.svg Royal Navy
Naval Jack of the Netherlands.svg Koninklijke Marine Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerlijke Marine
Leiders en commandanten
Vlag van Nederland Karel Doorman Vlag van Japan Kyuji Kubo
Troepensterkte
3 kruisers
7 torpedobootjagers
7 torpedoboten
2 onderzeeŽrs
20 vliegtuigen 4 torpedobootjagers,
2 troepentransport-schepen
Verliezen
1 torpedobootjager gezonken,
1 kruiser beschadigd,
1 torpedobootjager beschadigd 25 doden,
83 gewonden,
3 torpedobootjagers beschadigd

7-Japan in de Tweede Wereldoorlog

1---2---3---4---5---6---7