Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

5-Diuts militair in de Tweede Wereldoorlog

Heinrich Himmler

Heinrich Luitpold Himmler (München, 7 oktober 1900 – Lüneburg, 23 mei 1945) was leider van de SS (Reichsführer-SS) en een van de belangrijkste leiders van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). Himmler was een van de hoofdverantwoordelijken voor de Holocaust en is daarmee een van de grote oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog.
Jeugd
De familie Himmler stamt, zo meende Himmlers vader, uit Zwitserland. In Bazel staat een vakwerkhuis dat het "Himmlerhuis" genoemd wordt. Heinrich Himmler werd als tweede kind van een welgesteld gezin geboren. Zijn vader, Gebhard Himmler, was directeur van een gymnasium en voedde Heinrich zeer streng op. In de opvoeding van de kinderen speelden het katholicisme en het Beiers regionaal-nationalisme een belangrijke rol. Het gezin Himmler had goede banden met het Beierse koninklijk huis. Heinrich had gedurende zijn jeugd een slechte gezondheid. De compensatie voor zijn lichamelijke zwakte bestond uit hard studeren. Hij behaalde het diploma aan het gymnasium van Landshut. Hij toonde op het gymnasium een grote belangstelling voor geschiedenis, oude talen en godsdienst. Tijdens de laatste weken op het gymnasium brak de Eerste Wereldoorlog uit en Heinrich droomde van een carrière als marineofficier. Vanwege zijn bijziendheid werd hij bij de keuring geweigerd. Ook later in zijn leven was Himmlers gezondheid slecht. Himmler leed aan maagkrampen en liet zich daarvoor masseren door Felix Kersten, die van zijn invloed op zijn patiënt gebruik maakte om diens misdaden ten minste enigszins te temperen.Tijdens zijn studie was Himmler lid van een nationalistische Duitse studentenvereniging waar ook geduelleerd werd, wat hem excommunicatie vanuit de Katholieke Kerk opleverde. Himmler verwisselde zijn katholiek geloof al snel voor occultisme, spiritisme en neopaganisme; hij wisselde Beiers regionalisme in voor Groot-Germaanse idealen. Binnen het studentencorps was de jonge Heinrich vanwege zijn zwakke gezondheid en maagklachten vrijgesteld van het duelleren en het drinken van bie
Bij de landmacht werd Himmler in het voorjaar van 1914 toegelaten als officiersrekruut; hij rondde zijn opleiding in 1918 af, toen de oorlog al voorbij was. Tot dan toe was Himmler vaandeldrager bij het 11e Beierse Regiment. Van 1918 tot en met 1922 studeerde Himmler landbouwkunde aan de Technische Hogeschool van München. In die tijd stond hij bekend als een zonderling die bij zijn medestudenten weinig in de smaak viel. Teneinde dit te verbeteren werd hij lid van verschillende studentenverenigingen. In 1919 werd hij lid van een van de vele militaire vrijkorpsen (‘Freikörper’) die vochten tegen de ‘Weimariaanse vernedering’. Op 1 augustus 1922 studeerde Himmler af en trad hij vrijwel meteen in dienst bij meststoffenbedrijf Stickstoff-Land in Schiesheim. Dit dienstverband duurde slechts enkele maanden – een groot deel van de periode februari tot en met juni 1923 was hij werkloos. In juli 1923 kwam Himmler in contact met de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) en werd na het aanhoren van een rede van Adolf Hitler meteen lid. In datzelfde jaar, op 8 november, nam hij als vlaggendrager deel aan de bezetting van het Beierse Ministerie van Oorlog in München tijdens de Bierkellerputsch. De staatsgreep mislukte en het duurde tot 1925 voordat de kansen zich voor Himmler drastisch in zijn voordeel zouden keren.00000000000000000000000000000000
Agrariër en volksvertegenwoordiger
Na de putsch werd Himmler – in tegenstelling tot Adolf Hitler, Ernst Röhm, Rudolf Hess en Hermann Göring (de laatste vluchtte naar Oostenrijk en ontliep zijn straf) – niet als crimineel veroordeeld door de Beierse regering. Himmler begon in 1924 voor Gregor Strasser te werken. Dit leverde hem in 1925 de functie van plaatsvervangend gouwleider (Gauleiter) van Niederbayern-Oberpfalz op. Ondanks zijn succes in de politiek bleef Himmler een romantische fascinatie voor het boerenleven houden en toen hij in 1928 de bruidsschat van zijn huwelijk met de welgestelde Margarethe Boden in ontvangst nam, richtte hij zijn eigen landbouwbedrijf op waar hij kippen fokte. Een paar maanden later ging zijn bedrijf alweer failliet en wendde Himmler zich definitief tot Hitlers NSDAP. Vanaf 1930 zat hij voor de nazipartij in de Rijksdag.
Kort na zijn huwelijk kreeg Himmler een dochter Gudrun. Het huwelijk was slecht en in 1939 verliet Himmler vrouw en kind. Himmler leefde jarenlang samen met zijn maîtresse, Hedwig Potthast. Zij kregen een zoon en een dochter,Albert Speer schreef in zijn memoires dat Himmler in het diepste geheim een groot landhuis (Haus "Schneewinkellehen" in Schonau) voor hen liet bouwen in de omgeving van Berchtesgaden in de Beierse alpen.
Nationaalsocialistische carrière
Reichsführer-SS

Adolf Hitler en Himmler konden het vanaf hun eerste ontmoeting in 1923 zeer goed met elkaar vinden. Beiden deelden ze het idee van een Grootduits Rijk voor de Duitsers van Arischen bloede en streefden ze naar een verdrijving van ‘onreine’ elementen (zoals onder andere Joden en bolsjewieken) uit de Duitse bevolking. Himmler constateerde bij Hitler het ontbreken van een daadkrachtig kader op dat laatste gebied, en kreeg in zijn nieuwe rol als plaatsvervangend rijkspropagandaleider binnen de NSDAP voldoende ruimte om een visie te ontwikkelen die uiteindelijk als basis zou dienen voor de rassenpolitiek van Hitlers regering. Himmler werd daarbij mede geïnspireerd door de ideeën van generaal Karl Haushofer, hoogleraar geopolitiek aan de universiteit van München en mentor van Rudolf Hess en indirect van Adolf Hitler. Al meteen bij zijn vaste aanstelling binnen de gelederen van de NSDAP opperde Himmler zijn idee van een militaire elite die onvoorwaardelijk trouw zou zijn aan de führer en zijn groten. Hitler steunde hem hierin, daar hij de steeds machtiger wordende (ondergrondse) Sturmabteilung (SA), onder leiding van Röhm, niet meer vertrouwde als machtswerktuig. Toen Hitler in december 1925 vrijkwam, wilde hij de macht uitsluitend nog op legale wijze verwerven en degradeerde hij de SA tot ordehandhavers en ledenwervers. Deze motie werd bekrachtigd door het vertrek van Röhm naar Bolivia, na een openlijke ruzie met Hitler. Onder invloed van Himmler richtte Hitler samen met Julius Schreck en Hermann Göring in april 1925 de Schutzstaffel (letterlijk vertaald: beveiligingsploeg) of SS op.
Alhoewel Schreck direct bij de oprichting van de SS benoemd werd tot Reichsführer-SS en formeel de leider van de organisatie werd, was het Himmler die de kenmerkende cultus van tucht en trouw in het leven riep. Toen Himmler op 6 januari 1929 benoemd werd tot Reichsführer-SS, brak er voor de SS een periode van nieuwe groei aan. Himmler wist de paramilitaire organisatie uit te breiden tot een zeer veelzijdig orgaan dat in de loop van de jaren 30 van de 20e eeuw vele facetten van de besturing van het Derde Rijk naar zich toe wist te trekken.
De SS als inlichtingendienst
Himmler samen met Heydrich

Omstreeks 1930 deelde Himmler de militaire krachten binnen de NSDAP op in ‘gewone soldaten’ (SA) en ‘elitaire, edele soldaten’(SS). Himmler was van mening dat er binnen de remilitarisatie van het Grootduitse Rijk uitsluitend plaats was voor een trouwe groep militairen, belichaamd door de SS. In deze periode liep Himmlers door paranoia geplaagde geest over van de ideeën, maar hij kon maar geen geschikte assistent vinden om hem te helpen bij het uitwerken ervan, tot een van zijn vrienden hem op Reinhard Heydrich wees. Himmler was direct onder de indruk van de kwaliteiten van deze man en Heydrich werd in juni 1931 aangenomen. Hij richtte meteen voor Himmler de Sicherheitsdienst (SD) op als inlichtingen- en spionageorgaan binnen de SS.
Op 20 april 1934 namen Heydrich en Himmler de ‘Geheime Staatspolizei’ (Gestapo) over van Göring. Göring was aanvankelijk niet van plan zijn Gestapo-project uit handen te geven, maar deed dit toch om de vernietiging van Röhm en zijn SA te bespoedigen; de Gestapo was in de handen van de handige Himmler en de efficiënte Heydrich een machtig wapen dat op 29 juni 1934 de val van de SA mede veroorzaakte. Na de Nacht van de Lange Messen, werd de SA definitief gedegradeerd en was voor Himmler de weg vrij om de SS volledig loyaal te maken aan Hitlers machtsapparaat. Himmler was al jaren een voorstander van een opname van het politieapparaat in de SS en op 17 juni 1936 ontstond die gelegenheid toen Reichskanzler Hitler hem tevens benoemde tot Chef der Deutschen Polizei. De Reichsführer SS zag zijn kans schoon en begon aan een grote reorganisatieklus waarbij hij het hele staatspolitieapparaat opnam in de SS. Dit was de eerste stap op weg naar de totale militarisatie van het nazi-Duitsland, want de veiligheid van de burgers werd nu in handen van een paramilitaire organisatie gelegd. Op 26 juni 1936 besloten Himmler en Heydrich om de Gestapo en de Kriminalpolizei (Kripo) samen te voegen tot de Sicherheitspolizei (Sipo). Himmler richtte toen ook de Ordnungspolizei (Orpo) op, die verantwoordelijk was voor algemene, ondersteunende politietaken in de burgerlijke sfeer. Op 27 september 1939 brachten Himmler en Heydrich de Sicherheitsdienst (SD), Gestapo en de Kripo onder in het Reichssicherheitshauptamt (RSHA) en voegden het toe aan de organisatiestructuur van de SS. Daarmee schiepen Heydrich en Himmler de basis voor de gemilitariseerde en gemechaniseerde uitroeiing van miljoenen mensen.
De SS als moordmachine
Op 30 maart 1933 lichtte Himmler de pers in over de stichting van het eerste Duitse concentratiekamp nabij Dachau, dat op 20 maart 1933 officieel in gebruik genomen was. Himmler gaf aan dat het kamp nodig was voor het opbergen van 'ongewenste elementen' zoals bolsjewieken en sociaaldemocraten. SS-Standartenführer Theodor Eicke zou Lagerkommandant worden in dat kamp. Eicke stond bekend als een man die zich geregeld schuldig gemaakt had aan keiharde acties, waaronder gruwelijke moorden met bijlen en knuppels, om zijn politieke idee richting te geven. Himmler gaf de uitdrukkelijke voorkeur aan Eicke als Lagerkommandant, wegens zijn hardhandige reputatie bij SA en SS, maar vooral wegens zijn onvoorwaardelijke trouw aan Hitler en zijn geordende manier van werken. Eicke zou SS-Hauptsturmführer Hilmar Wäckerle gaan vervangen. Wäckerle had zich de onvrede van het Beierse gerechtshof op de hals gehaald wegens de gruwelijke onregelmatigheden die zich in Dachau afspeelden. Himmler wilde met de aanstelling van Eicke een signaal van betrouwbaarheid afgeven aan het Beierse hof. Zodoende haalde hij Eicke uit de psychiatrische kliniek van Würzburg en stelde hem op 26 juni 1933 officieel aan als Lagerkommandant van Konzentrationslager Dachau. Vanaf die dag ook zouden concentratiekampen en de SS onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Maar het was vooral Eickes handelen in diens kampopzichterscarrière, dat zou leiden tot gruwelijke misdaden (die pas na de bevrijding in 1945 volledig aan het licht kwamen).
Himmler was erg tevreden over Eicke. Vooral omdat Eicke op 1 oktober 1933 beleidsvoorschriften voor de behandeling van gevangenen (Dienstvorschriften für die Begleitungsposten und Gefangenenbewachung en Disziplinar- und Strafordnung für das Gefangenenlager) van kracht liet worden in Dachau, waarover Himmler zeer te spreken was. Maar ook de moord op SA-topman Röhm was voor Himmler reden genoeg om Eicke op 7 juli 1934 te benoemen tot Inspektor der Konzentrationslager und Führer der Wachverbände, onder de rang van SS-Gruppenführer. Bovendien zouden Eickes onmenselijke kampregels gemeengoed worden in alle nog op te richten concentratiekampen. Om erop toe te zien dat de kampregels werden nageleefd richtte Eicke, in overeenstemming met Himmler, in oktober 1934 de SS-Totenkopfverbände op. Deze SS-afdeling zou belast worden met de bewaking, het toezicht, de martelingen en de uitroeingshandelingen in de concentratiekampen. De afdeling zou een waar schrikbewind gaan voeren in de kampen en vele leden begingen onder ede gruwelijke misdaden tegen de mensheid. Op 10 december 1934 stelt Himmler alle concentratiekampen officieel onder Eickes bewind.
Emigratiecentra
Alhoewel de gruwelijke misdaden bij de oprichting van het eerste concentratiekamp Dachau al direct aanvingen, was het oorspronkelijk nooit direct Himmlers idee om Joden en andere ‘ongewensten’ systematisch te elimineren. Himmler volgde het idee van Hitler, die een voorstander was van gedwongen emigratie. De term Konzentrationslager werd voor het eerst door Reinhard Heydrich in de mond genomen met de ideeën van Adolf Eichmann in zijn achterhoofd. Eichmann was sinds 1 oktober 1934 hoofd van Referat II 112 (Referat Juden), de nieuwe afdeling van de SD die onderzoek deed naar Joodse aangelegenheden binnen het Derde Rijk. Eichmann bestudeerde in opdracht van Himmler vrijwel de gehele Joodse cultuur. Hij verdiepte zich in het Zionisme en wilde het Jiddisch en de Hebreeuwse taal leren (de rabbijn wilde hier echter niet aan meewerken). Eichmann was medio 1937 dé toonaangevende expert op het gebied van Joden in het Derde Rijk; een expert die het niet zo best voor had met Joden, want zijn Referat II 112 beval in januari 1937 in een intern rapport, pogroms aan als ideaal pressiemiddel voor emigratie van Joden. Daaropvolgend stuurde Himmler Eichmann in april 1937 naar Palestina om de mogelijkheden van Joodse immigratie met Zionistische leiders ter plekke te bespreken. Door tussenkomst van het Verenigd Koninkrijk, dat sinds 1918 over Palestina mandateerde, keerde hij met lege handen terug. Eichmanns eindconclusie van deze reis was dat de stichting van een Joodse staat in Palestina het Derde Rijk niets op zou leveren. Er moesten andere gebieden gezocht worden, vond Himmler. Maar Eichmann vond het veel belangrijker om een centrum op te richten dat de Joodse emigratie zou regelen en daar bovendien nog geld aan zou kunnen verdienen ook. Op 26 augustus 1938 richtte Eichmann voor Heydrich het Zentralstelle für Jüdische Auswanderung (ZJA) op met het hoofdbureau in het geannexeerde Wenen. Het ZJA rekende torenhoge bedragen voor emigratiepapieren en confisqueerde alle eigendommen van deze emigranten. Er zouden in de loop van de oorlog nog veel meer Zentralstellen verrijzen in Europa en het zouden allemaal broeinesten van mensonterende praktijken en corruptie worden. Himmler en Heydrich waren derhalve zeer tevreden met de sluwe Eichmann.
Madagaskar, Nisko en Lublin
Ondertussen hamerde Himmler namens Hitler op de verkenning van nieuwe geografische opvanggebieden voor Joden en andere ongewensten. Eichmann haalde een plan uit de kast dat al in de jaren 20 van de 20e eeuw geuit was door verschillende antisemitische regeringsfunctionarissen van onder andere Frankrijk, Groot-Brittannië en Polen; het 'Madagaskarplan'. In het voorjaar van 1938 reisde Eichmann in opdracht van Himmler naar Madagaskar. Hitler, Eichmann, Himmler en Heydrich waren de enigen die in 1938 van het bestaan van het Madagaskarplan af wisten. Eichmann blies het plan uiteindelijk in het voorjaar van 1940 af wegens tegenwerking van Vichy-Frankrijk, dat bang was zijn kolonie te moeten opgeven. Ook was de overmacht van de Britse marine op zee te groot om het (militair begeleid) vervoer van de Joden goed te laten verlopen. Tegelijkertijd met de exploratie van het Madagaskarplan, ontwikkelde Eichmann samen met zijn collega Franz Stahlecker het ‘Nisko- en Lublinplan’ als alternatief voor het Madagaskarplan. Het werd ontwikkeld vlak na de inname van Polen op 1 september 1939. Hierbij was het de bedoeling dat alle Joden via het doorgangskamp in Nisko zouden worden getransporteerd naar een Joodse staat in de regio van Lublin. Het plan zou uiteindelijk eveneens niet doorgaan wegens de mogelijke vergroting van de werkloosheid van etnische Duitsers in die streek. Bovendien was de grootheidswaan van Hitler tot een dusdanig niveau gestegen, dat er een definitievere oplossing nodig was om hem, wat de Joodse kwestie aanging, tevreden te kunnen stellen. Derhalve bleef het Generaal Gouvernement in het Midden van Polen, een belangrijk gebied voor het 'opvangen' van Joden in getto’s en werkkampen.
Concentratiekampen
In november 1934 arriveerde Rudolf Höss in Dachau om als bewaker te dienen. Hij was op aanvraag van Himmler in juni 1934 lid geworden van de SS. Het meedogenloze optreden jegens de gevangenen dat Höss in de daaropvolgende zes jaar vertoonde, leidde ertoe dat Eicke er in januari 1940 bij Himmler op aandrong om de SS-Untersturmführer te promoveren. Himmler zelf zat al enige jaren opgescheept met zijn plan om een landbouwproefstation te stichten nabij het Poolse Oświęcim (Duits: Auschwitz). Het grootste knelpunt daarbij was de gesteldheid van het terrein; het was een moeras en het stikte er van de muggen. Voordeel was dat er nabij Oświęcim al een klein Duits legerkamp was met een aantal barakken. De doorslag om bij Oświęcim een Konzentrationslager te stichten, kwam uiteindelijk indirect van Hitler, die zijn Lebensraum vooral in het oosten wilde zoeken en daarbij veel ‘volksvreemden’ verwachtte tegen te komen. Himmler vulde de oplossing in; de volksvreemden moesten gevangengezet worden. Zodoende besloot Himmler in april 1940 dat er bij Oświęcim een concentratiekamp aangelegd zou worden. Direct daarna, op 30 april 1940 werd Höss officieel benoemd tot Lagerkommandant des Konzentrationslagers Auschwitz.
De SS-cultus
Himmler had een ideaalbeeld van de Ariër. Hij wilde dat beeld verwezenlijkt zien in de SS'er, die als bron van inspiratie model moest staan voor de hard werkende, Duitse bevolking. Dit beeld moest bij de SS'er tot uitdrukking komen in de lichamelijke gesteldheid, de nationaalsocialistische levensovertuiging en de veronderstelde 'raszuiverheid'. Deze drie zaken waren een cruciaal onderdeel van Himmlers beeld van de Grootduitse geopolitiek. Hij geloofde heilig in het bevoorrechten van de Ariër en het verwijderen van de 'onreine elementen'. Die bevoorrechting diende volgens hem vorm te krijgen in de verheerlijking van de SS'er, maar ook in de opzet van allerlei 'fokprogramma's' die hij uitvaardigde om het Arische SS-bloed wijder verbreid te krijgen. Eigenlijk was er in Himmlers ogen slechts één aangelegenheid die nauwlettende bijsturing behoefde, en dat was de levensovertuiging. Het ras zou immers vaststaan en worden getoetst aan de hand van talrijke rassenstandaardformulieren en de gezondheid kon gemakkelijk worden getest door een arts. Himmler had in 1925 al een duidelijke visie op de toekomstige rol van de SS.
In het slot Wewelsburg, een kasteel dat moest dienen als spiritueel centrum van de SS, werd onderzoek gedaan naar de mystiek en cultuur van het Arische ras. Himmler noemde het kasteel zelf een soort Vaticaanstad van de SS-religie. Himmler zag zichzelf als de reïncarnatie van Hendrik de Vogelaar, de Saksische koning die in de tiende eeuw de fundamenten legde voor het Heilige Roomse Rijk en die het grootste deel van zijn regeringstijd besteedde aan militaire acties tegen Slavische volkeren. Door zijn sterke hang naar het occultisme, verweefde hij de symboliek van oeroude religies en tradities in de nazi-ideologie. Dit maakte hem zelfs tot een buitenbeentje in de nazitop.
Lebensborn
Op 28 oktober 1939 liet Himmler een voortplantingsbevel voor de gehele SS uitvaardigen. Dit voortplantingsbevel vormde een actie van Lebensborn e.V., een vereniging die op 12 december 1935 op bevel van Himmler werd opgericht. Het idee achter deze vereniging was het verhogen van het geboortecijfer teneinde een zuiver, Arisch ras te scheppen in overeenstemming met nationaalsocialistische rassen- en gezondheidsideologie. Himmlers voortplantingsbevel hield in dat SS’ers beschikbaar dienden te zijn om iedere raszuivere, ongehuwde vrouw te bevruchten. Himmler verwierp eveneens de christelijke monogamie; in zijn ogen diende een Arische vrouw er zo veel mogelijk, Arische (seks)partners op na te houden.
Himmler en de Duitse wetenschap
De SS vormde een staat binnen de staat. De reusachtige organisatie hield zich ook bezig met cultuur en wetenschap. Er werd naar archeologische bewijzen gezocht voor de in nazikringen aangehangen theorie dat de Germanen en Ariërs in het verleden overal in Europa zouden hebben geheerst. Daarvoor werden desnoods vervalste artefacten met runentekens of Germaanse patronen in de grond gelegd en vervolgens "opgegraven". De Reichsführer was een mysticus en hij hing astrologie en merkwaardige andere pseudowetenschappen aan. Himmler was vooral een aanhanger van de theorie van de Welteislehre , zoals ontwikkeld door Hanns Hörbiger.
Himmler raakte in de loop van de Tweede Wereldoorlog geïnteresseerd in de productie van kernwapens. Het vervaardigden van "Hitlers bom" verliep moeizaam maar Himmler hoopte dat dit wonderwapen de oorlog zou beslissen in Duitslands voordeel.
Vredesonderhandelingen, gevangenneming en zelfmoord
In 1945 bestond de Waffen-SS uit 910.000 leden en de Allgemeine-SS uit bijna twee miljoen leden (op papier). Himmler realiseerde zich tegen de lente van 1945 dat het naziregime geen schijn van kans op overleving had, tenzij het met de Britten en Amerikanen vrede zou sluiten. In de plaats Lübeck, aan de kust van de Oostzee nam hij contact op met graaf Folke Bernadotte uit Zweden en startte hij de onderhandelingen over de Duitse overgave met het Westen. Himmler onderhandelde ook met leden van een Joodse organisatie, het Joodse wereldcongres, over het vrijlaten van de Joodse gevangenen. Himmler hoopte dat de Britten en Amerikanen de Russen zouden bestrijden met de overblijvende Wehrmacht. Toen Adolf Hitler ontdekte dat Himmler de vredesonderhandelingen startte, was hij razend van woede: hij was verbijsterd dat Himmler, de trouwste onder de getrouwen zoals hij door hem werd genoemd, het aandurfde om te onderhandelen over capitulatie. Hij noemde het verraad van Himmler het schandelijkste verraad uit de hele geschiedenis. Hitler nam hem vervolgens, op 29 april 1945, al zijn titels en bevoegdheden af. Op het tijdstip van de degradatie was Himmler een Reichsführer-SS, Chef van de Duitse Politie, Rijkscommissaris van de Duitse natie, Rijksminister van Binnenlandse zaken, Opperbevelhebber van de Volkssturm en Opperbevelhebber van het Duits thuisleger.
De onderhandelingen met graaf Bernadotte en de Joodse deputatie faalden en Himmler, die niet meer kon terugkeren naar Berlijn, ging naar Flensburg waar admiraal Karl Dönitz verbleef en op dat moment de bevelhebber was van alle Duitse strijdkrachten in het Westen. De bevelen in verband met Himmlers degradatie hebben admiraal Dönitz nooit bereikt en Himmler vervoegde zich bij de nieuwe Flensburgregering. Himmler werd op 6 mei 1945 ontslagen door Dönitz in de hoop zo de gunst van de geallieerden te winnen.
Himmler nam vervolgens als een overloper contact op met het hoofdkwartier van Dwight Eisenhower met de melding dat Duitsland zich zou overgeven aan de geallieerden indien hij werd gespaard van alle vervolgingen als een nazileider. Hij stuurde zelfs een aanvraag naar generaal Eisenhower voor de positie van Minister van Politie in het naoorlogse tijdperk van Duitsland. Eisenhower weigerde en Himmler werd aangemerkt als oorlogsmisdadiger die moest worden opgepakt.
Niet gewenst door zijn vroegere collega's en gezocht door de geallieerden zwierf hij enkele dagen rond in Flensburg nabij de Deense grens en de hoofdstad van Dönitz’ Rijksregering. Himmler vermomde zich als een lid van de Duitse Gendarmerie in de hoop terug te kunnen keren naar Beieren. Bij het oversteken van de rivier de Oste moest Himmler een Britse controlepost passeren, waar zijn slechte vermomming en zenuwachtige gedrag al snel de aandacht trokken. Hij werd op 20 mei gevangengenomen door een Britse eenheid. Hij werd vervolgens naar een Brits krijgsgevangenenkamp bij Seelos-bei-Bremervörde gebracht om te worden ondervraagd. Op 23 mei belandde hij in het 031 Interrogation Camp in Barnstedt in de omgeving van Lüneburg. Daar maakte hij zich bekend als Heinrich Himmler. Hij werd overgebracht naar het hoofdkwartier van het Britse Tweede Leger in Lüneburg, waar dokter Wells een medisch onderzoek begon. Wells probeerde de mondholte van Himmler te inspecteren, maar Himmler trok zijn hoofd weg en beet een cyanidecapsule door die in een kies was verborgen. De doodsstrijd duurde vijftien minuten. Het stoffelijk overschot werd op de Lüneburger Heide in een naamloos graf gelegd, waarvan de exacte locatie nimmer geopenbaard is.
Voertuigvlag voor de "Reichsführer-SS", Deutsches Reich 1935-1945.
Militaire loopbaan
Fahnenjunker: 1917
SS-Gauführer: 1925
SS-Oberführer:
Reichsführer-SS: 6 januari 1929

Heinrich Himmler in 1942

Heinrich Himmler in 1942
Bijnaam "Reichsheini"
Geboren 7 oktober 1900
München, Duitse Keizerrijk
Overleden 23 mei 1945
Lüneburg, Britse bezettingszone in Duitsland
Begraven Lüneburger Heide
Land/partij Flag of the German Reich (1935–1945).svg Nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
Vrijkorps
Flag of the Schutzstaffel.svg Schutzstaffel
Dienstjaren 1925 - 1945
Rang Reichsführer-SS Collar Rank.svg Reichsführer-SS
Eenheid 11. Königlich Bayerische Division
Leiding over Schutzstaffel
Gehele Duitse politie
Reserve Leger
Heeresgruppe Oberrhein
Heeresgruppe Weichsel
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog

 

 

Heinrich Himmler in 1907

 

 

 

Margarete en Gudrun Himmler

 

 

 

 

Himmler bezoekt concentratiekamp Dachau (1936)

 

 

Lebensborn crèche

 

 

Himmlers lijk na zijn zelfmoord

 

 

Voertuigvlag voor de "Reichsführer-SS", Deutsches Reich 1935-1945.

 


Hermann Hoth

Hermann Hoth (12 april 1885 - 25 januari 1971) was een Duitse legeraanvoerder en oorlogsmisdadiger tijdens de Tweede Wereldoorlog . Hij vocht in de Slag om Frankrijk en als panzer commandant aan het Oostfront . Hoth beval de 3e Panzer Group tijdens Operatie Barbarossa in 1941, en het 4de Panzer Leger tijdens de Wehrmacht 's 1942 zomeroffensief .
Na de omsingeling van het 6e leger in de Slag om Stalingrad in november 1942 probeerde het panzerleger van Hoth ons tijdens Operatie Winter Storm tevergeefs te bevrijden . Na Stalingrad was Hoth betrokken bij de Derde slag om Kharkov , de slag bij Koersk in de zomer van 1943 en de Slag bij Kiev .
Hoth implementeerde de criminele Commissar Order tijdens de invasie van de Sovjet-Unie. Na de oorlog werd Hoth veroordeeld voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid in het proces van het Hoge Commando en veroordeeld tot 15 jaar. Hij werd vrijgelaten op voorwaardelijke vrijlating in 1954.
Vroege carrière 
Geboren in 1885, Hoth toegetreden tot het leger in 1903 en kreeg beide klassen van het IJzeren Kruis tijdens de Eerste Wereldoorlog . Hij bleef in de Reichswehr (de strijdkrachten van de Weimar Republiek ) in het interbellum. Na de reorganisatie van het Duitse leger in de Wehrmacht in 1935, werd hij aangesteld als commandant van de 18e Infanterie Divisie . 
Tweede Wereldoorlog 
Hoth werd gepromoveerd tot luitenant-generaal en kreeg het bevel over het XV gemotoriseerde korps in 1938, en leidde het in de invasie van Polen het jaar daarop. Tijdens de inval in Frankrijk in 1940, bevond zijn pantserkorps zich op de rechterflank van Guderian tijdens hun opmars door de Ardennen, en bevatte de 5e Pantserdivisie en de 7e Pantserdivisie. Hoth werd gepromoveerd tot Generaloberst in juli 1940. 
Operatie Barbarossa 
In Operatie Barbarossa in 1941, beval Hoth de derde Pantsergroep die Minsk en Vitebsk veroverde als onderdeel van de operaties van het Army Group Center . Half juli was de derde Panzer Group ondergeschikt aan Army Group North om de flanken te ondersteunen en probeerde Velikie Luki te grijpen .De troepen van Hoth werden teruggedreven op 20 juli toen de troepen van het Rode Leger de Duitse linies doorbraken, wat aanleiding was voor kritiek van veldmaarschalk Günther von Kluge , commandant van het Army Group Center voor onnodig te ver naar het noordoosten gesmeten.Halverwege eind augustus stonden de strijdkrachten van Hoth voor een nieuwe tegenslag als gevolg van zware verliezen en verspreiding van inspanningen: tegenover het zwaarbewapende Sovjet- 19e leger beging hij de 7e Pantserdivisie zonder infanterieondersteuning, wat resulteerde in wat de historicus David Stahel beschrijft als een " debacle". De aanval van de divisie liep in versterkte Sovjet-linies en werd afgeslagen met het verlies van 30 tanks. Zoals met alle Duitse legers aan het Oostfront, voerde de Panzer Group van Hoth het Commissarijl uit .Volgens rapporten van ondergeschikte eenheden werd de bestelling op grote schaal uitgevoerd.
In oktober werd Hoth benoemd tot bevelhebber van het 17e leger in Oekraïne .Hij was een actieve voorstander van de oorlog van vernietiging ( Vernichtungskrieg ( de ) ) tegen de Sovjet-Unie , en riep zijn mannen op om de noodzaak van "strenge straffen voor het Jodendom" te begrijpen. Onder commando van Hoth namen eenheden van het 17e leger deel aan de jacht op en moord op Joden op hun controlegebied.Na de afgifte van de ernstorde door Walter von Reichenau in oktober 1941, gaf hij de volgende richtlijn uit aan troepen onder zijn bevel in november 1941: 
Elk teken van actief of passief verzet of enige vorm van machinaties van joods-bolsjewistische agitators moet onmiddellijk en meedogenloos uitgeroeid worden ... Deze kringen zijn de intellectuele ondersteuning van het bolsjewisme, de dragers van zijn moorddadige organisatie, de helpmates van de partizanen. Het is dezelfde Joodse klasse van wezens die zoveel schade hebben toegebracht aan ons eigen vaderland vanwege hun activiteiten tegen het volk en de beschaving, en die anti-Duitse neigingen over de hele wereld promoten, en die de voorboden van wraak zullen zijn. Hun uitroeiing is een dictaat van onze eigen overleving.
Battle of Stalingrad 
Tijdens de Sovjet-winteroffensieven van begin 1942 werd het 17e Leger van de Hoth teruggedreven in de Tweede Slag om Kharkov . In juni 1942 nam hij de taak over van generaal Richard Ruoff als commandant van het 4e Pantserleger . Als onderdeel van operatie Blue , het Duitse offensief in Zuid-Rusland, bereikte het leger de rivier de Don in Voronezh . Hoth kreeg toen bevel om naar Rostov aan de Don te rijden . Vervolgens trok het naar het noorden ter ondersteuning van de poging van het Zesde Leger om Stalingrad te veroveren . 
In november 1942 brak de Sovjet- operatie Uranus door de aslijnen en sloot het zesde leger in Stalingrad. Hoths pantserleger leidde de mislukte poging om het Zesde Leger te ontlasten ( Operatie Winter Storm ), onder het algemene commando van veldmaarschalk Erich von Manstein 's Legergroep Don . Op 25 december was de operatie mislukt.
Derde slag om Kharkov 
In februari 1943 nam het vierde Pantserleger van Hoth deel aan het tegenoffensief tegen de Sovjet-troepen die oprukten in de Donbass-regio.De operatie was snel voorbereid en ontving geen naam. Later werd het bekend als de Derde slag om Charkov en begon het op 21 februari, toen het 4de Pantserleger een tegenaanval startte. De Duitse troepen sneden de mobiele speerpunten van de Sovjet-Unie af en vervolgden de rit naar het noorden, heroverde Kharkov op 15 maart en Belgorod op 18 maart. Uitputting van zowel de Wehrmacht als het Rode Leger in combinatie met het verlies van mobiliteit als gevolg van het begin van de lente rasputitsaresulteerde medio maart in stopzetting van de operaties voor beide partijen. Het tegenoffensief liet een uitsteeksel achter in het Duitse controlegebied, gecentreerd rond de stad Koersk, en in de aanloop naar Operatie Citadel .
Battle of Kursk
In juli 1943 beval Hoth het 4de Pantserleger in de Slag om Koersk als onderdeel van de Legergroep Zuid . Operatie Citadel pleitte voor een dubbele envelop , gericht op Koersk, om de Sovjet-verdedigers te omsingelen en de saillant af te sluiten. De Army Group South pleegde Hoth's 4th Panzer Army, naast Army Detachment Kempf .Hoth's divisies, versterkt door het II SS Panzer Corps onder Paul Hausser , drongen door verschillende Sovjet verdedigingslinies, voordat ze tot stilstand werden gebracht in de Slag bij Prokhorovka . In de nasleep van Koersk zorgde het Rode Leger voor een reeks succesvolle offensievendie de Dnjepr overstaken , Kiev heroverden en de Duitsers uit Oost-Oekraïne verdreven. In september 1943 werd het leger van Hoth operationeel gepenetreerd door eenheden van het Rode Leger en was het niet in staat om een ​​ononderbroken frontlinie te handhaven, zelfs tijdens de terugtocht. Het leger doorkruiste de Dnjepr ten zuiden en ten noorden van Kiev met zware verliezen. Op 10 december 1943 werd Hoth bevrijd van het bevel en werd hij pas in april 1945 opgeroepen. 
Trial en overtuiging 
Na het einde van de oorlog, werd Hoth berecht bij de daaropvolgende Processen van Neurenberg , in de High Command Trial. Tijdens zijn getuigenis trachtte hij zijn order uit november 1941 uit te leggen gericht op de eliminatie van het "bolsjewistisch-joodse verzet". Hij beweerde dat zijn instructies alleen inhield dat zijn troepen waakzaam moesten zijn en bedoeld om het moreel te verbeteren: "De Duitse soldaat in zijn goede aard ... vergat gemakkelijk dat hij nog steeds in vijandelijk gebied was" en dat de "kracht van het bolsjewisme [had gebroken zijn". Hij drong erop aan dat burgers geen fysieke schade leden als gevolg van deze maatregel, die zijn troepen executeerden met "schone handen". Hoth beweerde dat als er joden waren vermoord, dit te maken had met hun connectie met misdaden tegen de Duitse troepen. "Het was een kwestie van algemene kennis in Rusland dat het vooral de Jood was die in grote mate deelnam aan sabotage, spionage, etc." Hoth beweerde. 
Hoth werd schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid . Op 27 oktober 1948 werd hij veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. In januari 1951 werd de zin herzien zonder wijzigingen. Hoth werd op vrijlating in 1954 vrijgelaten; zijn vonnis werd teruggebracht tot de tijd die in 1957 werd gediend.
Hermann Hoth stierf in 1971. 
Prijzen 
IJzeren Kruis (1914) 2e Klasse (20 september 1914) en 1e Klasse (2 augustus 1915) 
Ridderkruis van het IJzeren Kruis met Eiken Bladeren en Zwaarden
Ridderkruis op 27 oktober 1939 als commandant van het XV-legerkorps 
Eikenloof op 17 juli 1941 als commandant Panzer Group 3 
Swords op 15 september 1943 als commandant van het 4e Pantserleger

Bundesarchiv, Hermann Hoth.jpg

Hoth in 1941
Bijnaam "Papa Hoth"
Geboren 12 april 1885
Neuruppin, Duitse Keizerrijk
Overleden 25 januari 1971
Goslar, Bondsrepubliek Duitsland
Begraven Goslar, Nedersaksen, Duitsland
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1898 – 1945
Rang Collar tabs for the Generals of the Heer.svg Generaloberst (Wehrmacht) 5.svg Generaloberst
Eenheid 4. Thüringisches Infanterie-Regiment Nr. 72
8. Armee (Deutsches Kaiserreich)
10. Armee (Deutsches Kaiserreich)
30. Division (Deutsches Kaiserreich)
Leiding over 4. (Preußisches) Infanterie-Regiment (Reichswehr)
17. Infanterie-Regiment (Reichswehr)
818. Infanterie-Division (Wehrmacht)
3. Panzer Gruppe
(16 november 1940 –
4 oktober 1941)
17. Armee
(5 oktober 1941 – 19 april 1942)
4. Panzer Armee
(31 mei 1942 –
26 november 1943)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog
Poolse campagne (1939)
Slag om Frankrijk (1940)
Operatie Barbarossa (1941)
Operatie Typhoon (1941)
Fall Blau (1942)
Tweede slag om Charkov (1942)
Slag om Stalingrad (1942)
Slag om Koersk (1943)
Slag om Kiev (1943)

 


Hans-Valentin Hube

Hans-Valentin Hube of Hans Hube, (Naumburg an der Saale, 29 oktober 1890 - vlak bij Ainring, 21 april 1944) was een generaal van de Wehrmacht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij opperbevelhebber van het 16e leger, een eenheid die verantwoordelijk was voor de verovering van het zuidwesten van de Sovjet-Unie. Later leidde hij het 1e en 3e leger bij de verdediging van Italië. Hube kreeg van zijn ondergeschikten, de bijnaam Der Mensch, omdat hij altijd opkwam voor de sociale omstandigheden en het welzijn van zijn soldaten, dit in tegenstelling tot veel andere Duitse generaals die veel strenger waren. Hube werd verder gekenmerkt doordat hij slechts één arm had, zijn andere arm had hij verloren in de Eerste Wereldoorlog.
Hube was een van de slechts 27 Duitse militairen die is onderscheiden met een Ridderkruis, inclusief het eikenblad, het zwaard en de diamant. Deze combinatie is de hoogste Duitse militaire onderscheiding. Kort nadat hij deze onderscheiding in ontvangst had genomen, kwam hij om het leven bij een vliegtuigongeluk.
Levensloop
Eerste Wereldoorlog

Hube stamde uit een militaire familie. In 1909 genoot hij een opleiding aan de officiersacademie. Vanaf 1911 was hij luitenant en pelotonscommandant bij de Duitse infanterie. In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en Hube werd met zijn peloton naar het westfront gestuurd. Na een halfjaar onafgebroken te hebben gevochten raakte Hube zeer ernstig gewond toen een granaat in zijn nabijheid ontplofte. De granaatscherven hadden zijn arm dermate ernstig verwond dat deze afgezet moest worden. Hube ging voortaan door het leven met zwarte metalen prothese.
Na een jaar te hebben gerevalideerd keerde Hube opnieuw terug naar het front, dit keer als kapitein en compagniescommandant. In deze functies nam Hube deel aan diverse belangrijke gevechten en hij werd onderscheiden met het IJzeren Kruis. Kort voor het einde van de oorlog werd hij tijdens een gifgasaanval ernstig vergiftigd. De laatste dagen van de oorlog bracht hij door in een ziekenhuis.
Interbellaire periode
In de periode tussen de beide wereldoorlogen werd Hube gepromoveerd tot majoor en werd hij docent aan de militaire academie. Veel belangrijke officieren uit de Tweede Wereldoorlog werden door hem opgeleid. In 1938 leidde hij tijdens de Spaanse Burgeroorlog als kolonel een bataljon van Duitse vrijwilligers dat vocht aan de zijde van de nationalisten.
Tweede Wereldoorlog
Kort voor de Tweede Wereldoorlog werd Hube tot generaal benoemd. In deze oorlog zou Hube zich onderscheiden als een militair strateeg wiens tactieken hun tijd ver vooruit waren. Tijdens de invasie van Polen, in september 1939, was Hube opperbevelhebber van de volledige Duitse infanterie. Hube besloot de communicatie met de Duitse Luftwaffe te verbeteren om een perfecte combinatie tussen lucht- en grondgevechten te bewerkstelligen. Ook besloot Hube zijn soldaten voertuigen tot hun beschikking te stellen, zodat ze minder te voet hoefden af te leggen. Deze gedachten zijn nu vanzelfsprekend, maar waren toen zeer uniek en revolutionair. Hube had namelijk zelf in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog gevochten en had geleerd dat het niet gebruikelijk is veel gebruik te maken van voertuigen. Een oorlog kon alleen gewonnen worden, als men zich niet passief opstelde en voortdurend te voet in beweging was.
In mei 1940 was Hube verantwoordelijk voor de razendsnelle verovering van Nederland en België. Later assisteerde hij Erwin Rommel bij de verovering van Frankrijk.
Na de verovering van West-Europa bedacht hij samen met Friedrich Paulus een plan voor een eventuele invasie van Groot-Brittannië. Nadat deze invasie uitbleef, werd Hube benoemd tot generaal-majoor en kreeg hij het opperbevel van het 16e leger. Samen begon hij in juni 1941 met het veroveren van de Sovjet-Unie. Het 16e leger boekte in het begin van de oorlog grote overwinningen: het huidige Joegoslavië, Roemenië en Bulgarije werden moeiteloos veroverd. Bij de verovering van Oekraïne kregen Hube's troepen voor het eerst hevige tegenslagen te verwerken. Op 7 juli 1941 wist Hube op het juiste moment een tegenaanval van de Russen te voorkomen bij de Oekraïense stad Staronkonstantinov. Vanwege deze actie werd hij onderscheiden met het Ridderkruis. Later, in januari 1941, wist hij de Oekraïense hoofdstad Kiev te veroveren, hierdoor viel Oekraïne alsnog in handen van de Duitsers. Hube kreeg als dank het eikenblad bij het Ridderkruis. De opmars van Hube kwam uiteindelijk tot stilstand toen zijn troepen er niet in slaagden om de Wolga over te steken. Doordat de bevoorradinglijnen, door onafgebroken aanvallen van partisanen, werden afgesneden, kreeg Hube's leger te maken met een tekort aan wapens, munitie, brandstof en voedsel. Uiteindelijk besefte Hitler dat een verdere opmars naar het oosten onverantwoord was en gaf hij Hube het bevel om naar het noordelijker gelegen Stalingrad te trekken. Daar moest hij generaal Friedrich Paulus helpen die er met zijn 6e leger maar niet in slaagde om de Russische stad in te nemen. Hube arriveerde in maart 1942 in Stalingrad en wist ervoor te zorgen dat de Russen de stad pas in 1943 konden innemen. Tijdens de talloze gevechten werd het 16e en 6e leger zodanig uitgedund dat beide legers werden gefuseerd tot één leger en Paulus werd benoemd tot opperbevelhebber. Hube kreeg het bevel van Hitler om terug te keren naar Duitsland. Hube weigerde dit in eerste instantie, hij had de voorkeur bij zijn troepen blijven, maar na aandringen van de Hitler besloot hij alsnog te vertrekken. Terwijl de Duitsers aan alle kanten door de Russen omsingeld waren, landde een vliegtuig in een klein stuk Duits grondgebied in Stalingrad. Hube vertrok met het vliegtuig richting Duitsland en nog geen twee dagen later werd Stalingrad ingenomen en Paulus gevangengenomen.
Na de val van Stalingrad en de gevangenneming van het 16e leger, werd Hube overgeplaatst naar Italië, omdat Hitler een geallieerde invasie vreesde. In juli 1943 vond deze invasie daadwerkelijk plaats. Hube wist de Amerikaanse troepen veel schade aan te richten maar kon niet voorkomen dat Sicilië en Zuid-Italië werden ingenomen. Uiteindelijk slaagde hij er wel in om tijdens de opmars Amerikaanse troepen in Italië tegen te houden, waardoor Noord-Italië niet kon worden ingenomen. Tegelijkertijd wist hij veel Duitse troepen uit het zuiden te evacueren. Voor zijn bijdrage in Italië werd Hube beloond met het zwaard bij het Ridderkruis.
Hube zijn laatste wapenoffensief was de verdediging van Tsjecho-Slowakije. Samen met veldmaarschalk Erich von Manstein moest hij hier trachten de Russen tegen te houden. In maart 1944 werd zijn leger echter omsingeld door een overmacht aan Russische troepen. Evacuatie was niet mogelijk en dus moest Hube de confontatie aangaan. Door het bedenken van een aantal gewaagde maar slimme strategieën slaagde Hube erin om de confrontatie met de Russische troepen te winnen. Ruim 350 Russische tanks werden vernietigd en ruim 40.000 Duitse troepen wisten aan een krijgsgevangenschap te ontkomen.
Voor deze actie werd Hube beloond met de diamant bij het Ridderkruis. Hitler stuurde hem een telegram en Hube vloog met een vliegtuig naar Oostenrijk. Daar aangekomen ontving Hube uit handen van Hitler de hoogste militaire onderscheiding. Kort na de ontvangst steeg het vliegtuig weer op om Hube naar oostfront te brengen. Tijdens de vlucht sloeg het noodlot toe: het vliegtuig kreeg motorpech en stortte neer in de buurt van Salzburg.
Militaire loopbaan
Fähnrich: 18 oktober 1909
Leutnant: 22 augustus 1910
Oberleutnant: 25 februari 1915
Hauptmann: 27 januari 1918
Major: 1 februari 19
Oberstleutnant: 1 juni 1934
Oberst: 1 augustus 1936
Generalmajor: 1 juni 1940
Generalleutnant: 8 april 1942
General der Panzertruppe: 1 oktober 1942
Generaloberst: 1 april 1944
Decoraties
Ridderkruis op 1 augustus 1941 als Generalmajor en Commandant van het 16.Panzer-Division / XXXXVIII.Panzer-Korps / Panzergruppe 1 / Heeresgruppe Süd
Ridderkruis met Eikenloof (nr.62) op 16 januari 1942 als Generalmajor en Commandant van de 16. Panzer-Division
Ridderkruis met Eikenloof en Zwaarden (nr.22) op 21 december 1942 als Generalleutnant en Bevelvoerend-generaal van het XIV.Panzer-Korps / 9.Armee / Heeresgruppe Don
Ridderkruis met Eikenloof, Zwaarden en Briljanten (nr.13) op 20 april 1944 als General der Panzertruppe en Opperbevelhebber van het 1. Panzer-Armee
Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e klasse en 2e klasse
IJzeren Kruis 1914, 1e klasse (1916) en 2e klasse (1915)
Gewondeninsigne in goud,zilver en zwart
Ridderkruis in de Huisorde van Hohenzollern met Zwaarden
Frederikskruis
Erekruis voor de Wereldoorlog
Dienstonderscheiding van Leger en Marine (Duitsland) voor (4, 12, 18 en 25 dienstjaren)
Panzerkampfabzeichen
Commandeur in de Militaire Orde van Savoye
Hube werd meerdere malen genoemd in het Wehrmachtbericht. Dat gebeurde op:
17 augustus 1943
31 januari 1944
9 april 1944

Hans-Valentin Hube, 1942

Hans-Valentin Hube, 1942
Bijnaam "De Man"
Geboren 29 oktober 1890
Naumburg (Saale), Duitse Keizerrijk
Overleden 21 april 1944
Bij de Obersalzberg, nazi-Duitsland
Begraven Invalidenfriedhof Berlijn, Duitsland
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Rijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1909 - 1944
Rang Collar tabs for the Generals of the Heer.svg Generaloberst (Wehrmacht) 5.svg Generaloberst
Eenheid Infanterie-Regiment „Fürst Leopold von Anhalt-Dessau“ Nr. 26
3. (Preußisches) Infanterie-Regiment (Reichswehr)
Leiding over 16. Infanterie-Division (Wehrmacht)
(1 juni 940 -
1 november 1940)
XIV Panzer Korps
(14 september 1942 -
17 januari 1943)
XIV Panzer Korps
(5 maart 1943 -
2 september 1943)
1. Panzerarmee (Wehrmacht)
(29 oktober 1943 -
21 april 1944)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Westfront
Tweede Wereldoorlog
Westfront
Slag om Frankrijk
Oostfront
Operatie Barbarossa
Slag om Kiev (1941)
Slag om Brody (1941)
Tweede slag om Charkov
Operatie Fischreiher
Fall Blau
Slag om Stalingrad
Operatie Uranus
Slag van Uman
Operatie Koltso
Zhitomir–Berdichev Offensief
Uman–Botoșani Offensief
Slag om de Korsun–Cherkassy Zak
Omsingeling van Kamenez-Podolski
Landing op Sicilië
Volturno Linie

 


Wilhelm Keitel

Wilhelm Keitel (22 september 1882 - 16 oktober 1946) was een Duitse veldmaarschalk die tijdens de Tweede Wereldoorlog diende als hoofd van het Opperbevel van de strijdkrachten ( Oberkommando der Wehrmacht of OKW) in nazi-Duitsland . Volgens David Stahel was Keitel "bekend en  beschimpt als Hitlers betrouwbare mondstuk en gebruikelijke ja-man" onder zijn militaire collega's. : 277
Na de oorlog werd Keitel beschuldigd van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid door het Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg . Hij werd schuldig bevonden, ter dood veroordeeld en geëxecuteerd in 1946. Hij was de op twee na hoogste Duitse officier die in Neurenberg berecht moest worden.
Het vroege leven en carrière 
Keitel werd geboren in het dorp Helmscherode bij Gandersheim in het hertogdom Brunswick , de oudste zoon van Carl Keitel (1854-1934), een burgerij uit de middenklasse en zijn vrouw Apollonia Vissering (1855-1888). Nadat hij zijn opleiding in gymnasium in Göttingen had afgerond, mislukte zijn plan om de bezittingen van zijn familie over te nemen aan het verzet van zijn vader. In plaats daarvan begon hij aan een militaire carrière in 1901 en werd officier-cadet van het Pruisische leger . Als een gewone burger trad hij niet toe tot de cavalerie , maar tot het 46ste Nedersaksische Veldartillerie Regiment in Wolfenbüttel , dienend als adjudant uit 1908. 
Op 18 april 1909 huwde Keitel met Lisa Fontaine, een dochter van een rijke grootgrondbezitter in Wülfel bij Hannover . Samen hadden ze zes kinderen, van wie er een stierf in de kindertijd. Zijn oudste zoon, Karl-Heinz Keitel, ging verder als divisiecommandant in de Waffen-SS .
Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende Keitel aan het westelijk front met zijn artillerie-regiment en nam hij deel aan de gevechten in Vlaanderen , waar hij zwaar werd verwond in zijn rechteronderarm door een granaatfragment. Keitel werd verheven tot een kapitein en herstelde snel, en werd in 1915 bekendgemaakt aan de generale staf van de 19e reserve infanteriedivisie. Hij ging later vechten in de Eerste Slag om de Marne , de Slag bij Verdun en in de Slag bij Passendale , en kreeg het IJzeren Kruis 2e en 1e Klasse.
Na de oorlog verbleef Keitel in de pas opgerichte Reichswehr van de Weimar Republiek , een leger dat beperkt was tot slechts 100.000 soldaten, en speelde een rol bij het organiseren van de paramilitaire grensbewakingseenheden van Freikorps aan de Poolse grens. Hij diende ook als divisie-generaal stafofficier van het 6e Pruisische artillerie-regiment en doceerde later aan de Hanover Cavalry School gedurende twee jaar, vanaf 1923 met de rang van majoor. Eind 1924 werd Keitel overgeplaatst naar het Duitse Ministerie van Oorlog in Berlijn , waar hij diende met het "Troop Office", de post-Versailles vermomde Duitse generale staf. Drie jaar later keerde hij terug naar het 6e Pruisische artillerie-regiment als commandant van het 2e departement. 
Als luitenant-kolonel werd hij opnieuw toegewezen aan het Ministerie van Oorlog in 1929 en al snel gepromoveerd tot hoofd van de organisatie-afdeling ("T-2"), een functie die hij zou houden tot Adolf Hitlers nazi-partij de nationale macht in 1933 overnam. een belangrijke rol in de Duitse re-bewapening , reisde hij minstens één keer naar de Sovjet-Unie om geheime Reichswehr trainingskampen te inspecteren . In het najaar van 1932 kreeg hij een hartaanval en een dubbele longontsteking , gevolgd door een langer verblijf in een sanatorium. Kort na zijn herstel begon Keitel in oktober 1933 aan een dienst als plaatsvervangend commandant van de 3rd Infantry Division.Na de dood van zijn vader in de lente van 1934 diende hij zijn ontslag in, zodat hij zich kon bezighouden met de nalatenschap van zijn familie, maar werd overgehaald het in te trekken nadat hij het bevel over de 22nd Infantry Division te Bremen had gekregen.
Opstaan ​​bij het Wehrmacht High Command 
In 1935 werd Wilhelm Keitel op aanraden van generaal Werner von Fritsch bevorderd tot de rang van generaal-majoor en benoemd tot chef van het Oberkommando der Wehrmacht van het Ministerie van Oorlog , dat toezicht hield op het leger, de marine en de luchtmacht. Na zijn aantreden werd Keitel gepromoveerd tot luitenant-generaal op 1 januari 1936 en later tot de rang van volledig generaal ( generaal der Artillerie ) op 1.8.1937.
Op 21 januari 1938 ontving Keitel bewijs waaruit bleek dat de vrouw van zijn overste, oorlogsminister Werner von Blomberg , een voormalige prostituee was. Na het bekijken van deze informatie stelde Keitel voor het dossier door te sturen naar Hitler's plaatsvervanger, Hermann Göring , die het gebruikte om Blombergs ontslag te bewerkstelligen. Na het ontslag van Blomberg werd het Ministerie van Oorlog vervangen door het Opperbevel van de strijdkrachten ( Oberkommando der Wehrmacht ), met Keitel als hoofd. Als gevolg van zijn nieuwe benoeming nam Keitel alle bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Duitse oorlogsminister over en kreeg hij daarom een ​​zetel in het kabinet van Hitler.Kort na zijn promotie, overtuigde hij Hitler aan zijn goede vriend, benoemen Walther von Brauchitsch, als Commander-in-Chief van het leger. Gedurende een korte periode in oktober 1938 werd Keitel Militair Gouverneur van het Sudetenland , maar verliet deze functie in februari 1939 om opnieuw het bevel over OKW op zich te nemen waar hij tot het einde van de oorlog zou blijven.
Ondanks zijn aanstelling als opperbevelhebber van het opperbevel van de strijdkrachten, had Keitel weinig invloed op militaire operaties, afgezien van het optreden als Hitlers boodschapper aan andere leden van het Duitse opperbevel. Ondertussen behield Göring nog steeds relatieve controle over de Luftwaffe via het Reich Air Ministry, maar admiraal Erich Raeder kon Hitler niet overtuigen hem autonomie te geven over de marine.
Tweede Wereldoorlog 
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Keitel een van de belangrijkste planners van de campagnes en operaties van de Wehrmacht op het westelijke en oostelijke front. Hij adviseerde Hitler tegen Frankrijk binnen te vallen en verzette zich tegen Operatie Barbarossa . Falende om Hitler te beheersen, diende hij telkens zijn ontslag in. Hitler weigerde de ontslagen te aanvaarden. In 1940, na de Franse campagne, werd hij bevorderd tot veldmaarschalk tijdens de 1940 Feldmarschalling, samen met verschillende andere generaals. Ongebruikelijk voor een niet-veldcommandant, Keitel ontving het Ridderkruisvoor het regelen van de wapenstilstand met Frankrijk. Keitel besefte dat de Duitsers de Battle of Britain niet zouden kunnen winnen , aangezien de Britten de steun hadden van de bijna onbeperkte middelen van de Verenigde Staten .
Hij adviseerde Hitler de Sovjet-Unie niet aan te vallen in 1941, omdat hij ervan overtuigd was dat "Operatie Barbarossa " een mislukking zou zijn. Het overweldigende succes van Barbarossa in zijn aanvankelijke fase deed veel afbreuk aan het gezag van Keitel tegenover Hitler. Hij was de auteur van het beruchte besluit van Barbarossa van 13 mei 1941 , waarbij gevangenen werden veroordeeld en een hoog niveau van brutaliteit werd verzekerd door Duitse soldaten tegen Sovjetburgers.
In 1942 confronteerde hij Hitler met de verdediging van veldmaarschalk Wilhelm List , wiens legergroep A vastliep in de slag om de Kaukasus . Hitler wees Keitel's smekende en ontslagen lijst af. Keitel's verdediging van List was zijn laatste daad van verzet tegen Hitler; hij daagde Hitlers orders nooit meer uit. Tijdens een strategiebriefing aan het einde van de oorlog ontdekte de Luftwaffe-inlichtingendienst bijvoorbeeld dat 80.000 Sovjetjagers klaarstonden om vooraan ingezet te worden. Reichsmarschall Göring, opperbevelhebber van de Luftwaffe, vertelde Hitler dat de vliegtuigen gewoon dummies waren; de Rode Luchtmacht kan onmogelijk zoveel vliegtuigen hebben. Graaf Johann von Kielmansegg heeft het later beschreven:
"Er was onenigheid rond Hitler's kaartentafel en Keitel kreeg er lucht van, hij zat in dezelfde kamer aan de achterkant, maar op de een of andere manier kreeg hij er lucht van en ik hoorde hem zeggen, zonder te weten wat de kwestie was:" Je bent volkomen goed, mijn Führer. "Ik kan hem nu horen.
Hij ondertekende talloze bevelen van dubieuze wettigheid onder het oorlogsrecht. De meest beruchte waren de 6 april 1941 Commissar Order (waarin werd bepaald dat Sovjet politieke commissarissen moesten worden neergeschoten) en het Nacht en Mist Besluit van 7 december 1941 (waarin werd opgeroepen tot de gedwongen verdwijning van verzetsstrijders en andere politieke gevangenen in de bezette Duitse bezetting). gebieden). Een andere was de opdracht om Franse piloten van het eskader Normandië-Niemen te executeren in plaats van krijgsgevangen te worden gemaakt.
Volgens de memoires van Albert Speer beschouwden bijna alle veldmaarschalken en generaals hem met minachting en minachting omdat hij bezweek voor de invloed van Hitler en zichzelf transformeerde van een "eervolle, stevig gerespecteerde generaal" in een machteloze ja-man met alle verkeerde instincten , wiens enige taak het was om Hitler toe te staan ​​het leger over te nemen. Generaal Ludwig Beck klaagde dat hij niet in staat was om Hitler de realiteit van de situatie te geven en was een uiterst arme tacticus wiens beslissingen meer werden gemotiveerd door zijn eigen overleving te waarborgen dan door die van de troepen. Maarschalk Paul Ludwig Ewald von Kleistbestempelde hem als niets meer dan een "stomme volgeling van Hitler", en de meeste commandanten gingen uit van zijn manier om zijn bevelen te negeren, hoewel Kleist dat wel toegeeft, als Hitler een meer bekwame commandant had gekozen (zoals hijzelf), zou hij hebben volgehouden slechts twee weken. Zijn sycophancy was goed bekend in het leger en hij kreeg de bijnaam 'Lakeitel', een woordspeling op zijn naam (in het Duits betekent het woord 'Lakai' ' lakei ').Keitel accepteerde Hitler's richtlijn voor Operatie Citadel in 1943, ondanks sterke tegenstand van verschillende veldofficieren die beweerden dat noch de troepen, noch de nieuwe tanks waarop Hitler zijn hoop op de overwinning opstelde gereed waren.
Keitel speelde een belangrijke rol na het mislukte complot van 20 juli in 1944. Zoals Hitler na de explosie vertelde, snelde Keitel naar Hitlers zijde en riep uit: 'Mein Fuehrer, je leeft nog, je leeft nog!' Hitler vervolgt: "Keitel was bijna zelfmoord gepleegd, hij zal geen genade tonen", toen het erom ging wraak te nemen. Keitel dan zat op het Leger " Erewoord " dat vele officiers die betrokken waren overhandigde, waaronder veldmaarschalk Erwin von Witzleben , aan Roland Freisler 's beruchte People's Court . Al snel werd Keitel door Hitler benoemd als zijn plaatsvervangend opperbevelhebber van de Duitse strijdkrachten, met ruime bevoegdheden op het gebied van bewapening, soldaten uitrusten en disciplineren. DeVolkssturm , de burgermacht van Duitsland, was ook gehecht aan het leger; dus Keitel had er de jurisdictie over, ook al was zijn commandant Joseph Goebbels , de minister van propaganda. Keitel bezocht in die tijd Duitse troepen en hulpmilitairen op frontlinies in heel Duitsland, mengde zich met hen om hun moraal te vergroten, en hij organiseerde regelmatig ontmoetingen met veldcommandanten om hun respectieve militaire operaties te coördineren.
In april en mei 1945, tijdens de Slag om Berlijn , riep Keitel op tot tegenaanvallen om de Sovjet-troepen terug te drijven en Berlijn te ontzetten. Er waren echter onvoldoende Duitse troepen om dergelijke aanvallen uit te voeren. Na Hitlers zelfmoord op 30 april bleef Keitel lid van de kortstondige regering van Flensburg onder groot admiraal Karl Dönitz . Toen hij in Flensburg aankwam, zei Albert Speer dat hij Keitel vond om Dönitz te kruipen op dezelfde manier als waarop hij Hitler had gegriefd.
Op 8 mei 1945 machtigde Dönitz Keitel om een ​​onvoorwaardelijke overgave in Berlijn te ondertekenen. Hoewel Duitsland zich een dag eerder aan de geallieerden had overgegeven, drong Stalin aan op een tweede overgaveceremonie in Berlijn.
Nazi verbindingen 
Gedenkplaat van de Franse slachtoffers in concentratiekamp Hinzert , met de uitdrukkingen "Nacht und Nebel" en "NN-Deported." De inscriptie vertaalt zich letterlijk als "Geen haat maar ook niet vergeten".
Als militair was Keitel bij wet verboden om toe te treden tot de NSDAP (nazi-partij). Echter, na de Wehrmacht ' snelle vroege successen s op het Russische front , werd hij een 'Gouden'(Ere) NSDAP lidmaatschap badge door Hitler, die streven naar militaire successen te koppelen aan politieke successen gegeven. In 1944 werden de Duitse wetten gewijzigd en werden militaire officieren aangemoedigd om lid te worden van de NSDAP. Bij de Processen in Neurenberg beweerde Keitel dat hij dit als een formaliteit deed, maar nooit een formeel partijlidmaatschap ontving. Hij was een van de slechts twee mensen die de status van erelidmaatschap ontving (Hjalmar Schacht, president van de Reichsbank, was de andere).
Voor zijn executie publiceerde Keitel Mein Leben: Pflichterfüllung bis zum Untergang: Hitlers Feldmarschall und Chef des Oberkommandos der Wehrmacht in Selbstzeugnissen , ook wel bekend als In In Service of the Reich , en werd later opnieuw uitgegeven als The Memoirs of Field-Marshal Keitel door Walter Görlitz van een vertaling door David Irving als de auteur in 1965. Een ander werk van Keitel dat later in het Engels werd gepubliceerd, was de Questionnaire on the Ardennes offensive .
Proef en uitvoering 
Na de overgave werd Keitel samen met de rest van de regering van Flensburg gearresteerd . Hij kreeg al gauw te maken met het Internationaal Militair Tribunaal (IMT), dat hem op alle vier punten voor zich aanklaagde: samenzwering om misdaden tegen de vrede te begaan , plannen te maken, oorlogen van agressie , oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid te plannen en te voeren . Het merendeel van de zaak tegen hem was gebaseerd op het feit dat zijn handtekening aanwezig was op tientallen orders waarin werd opgeroepen tot het doden of verdwijnen van soldaten en politieke gevangenen .
Keitel gaf toe dat hij wist dat veel van de bevelen van Hitler illegaal waren. Hij beschreef bijvoorbeeld het Nacht en Mist Besluit , dat de verdwijning van verzetsstrijders in de bezette gebieden beval, als "de ergste van alles" de bevelen die hij had gekregen. Keitel keurde niet alleen het nacht- en mistdecreet goed, hij presideerde ook het nazi-erehof (dat de juli-plotters veroordeelde), tekende het bestel van de commissaris, stimuleerde het lynchen van neergestorte geallieerde vliegtuigbemanningen door burgers en keurde extreme maatregelen tegen partizanen in het oosten. Zijn verdediging baseerde zich bijna volledig op het argument dat hij alleen orders volgde in overeenstemming met "het leidersbeginsel" ( Führerprinzip) en zijn persoonlijke eed van trouw aan Hitler .
De IMT verwierp deze verdediging en veroordeelde hem op alle mogelijke punten. Hoewel het charter van het tribunaal toestond dat "superieure bevelen" als een verzachtende factor werden beschouwd, ontdekte het dat de misdaden van Keitel zo schandelijk waren dat "er niets in verzachting is". In zijn vonnis tegen hem schreef de IMT: "Superieure bevelen, zelfs voor een soldaat, kunnen niet als verzachtend worden beschouwd, wanneer misdaden die schokkend en omvangrijk zijn, bewust, meedogenloos en zonder militair excuus of rechtvaardiging zijn begaan." Er werd ook op gewezen dat terwijl hij beweerde dat de Commando-order , die geallieerde commando's beval om zonder proces te worden doodgeschoten, illegaal was, hij het opnieuw had bevestigd en zijn aanvraag had uitgebreid. Het merkte ook verschillende gevallen op waarin hij op eigen gezag onwettige bevelen uitvaardigde.Op 2 oktober 1945 schreef Keitel een brief aan Associated Trial Counsel voor de Verenigde Staten, kolonel John Harlan Amen, waarin hij schreef:
Bij het uitvoeren van deze ondankbare en moeilijke taken moest ik mijn plicht vervullen onder de zwaarste omstandigheden van de oorlog, vaak tegen de innerlijke stem van mijn geweten in en tegen mijn eigen overtuigingen in. De vervulling van dringende taken toegewezen door Hitler vereiste volledige zelfverloochening. 
Voor het gerecht gaf hij openlijk toe dat hij schuldig was in een "vreselijke oorlog", zeggende: "Ik heb fouten gemaakt en was niet in staat om te stoppen wat had moeten worden gestopt. Dat is mijn schuld!" Hij ging toen de hoop van de Duitsers en een nieuwe toekomst in de gemeenschap van naties wensen.Keitel merkte verder op: "Toen deze gruweldaden zich stap voor stap ontwikkelden, en zonder enige voorkennis van de gevolgen, nam het lot zijn tragische weg, met zijn noodlottige gevolgen.
Om de misdadige eerder dan militaire aard van de handelingen van Keitel te onderstrepen, ontkenden de Geallieerden zijn verzoek om te worden neergeschoten door het vuurpeloton . In plaats daarvan werd hij geëxecuteerd door op te hangen .De laatste woorden van Keitel waren: "Ik roep de Almachtige God op om genade te hebben met het Duitse volk, meer dan 2 miljoen Duitse soldaten gingen voor hun dood naar het vaderland, ik volg nu mijn zonen - allemaal naar Duitsland."
De uitvoering werd uitgevoerd door het Amerikaanse leger Sgt. John C. Woods . Zijn lichaam, als die van de andere negen geëxecuteerde mannen en het lijk van Hermann Göring, werd gecremeerd in Ostfriedhof (München) en de as werd verspreid in de rivier de Isar . De bloedvlekken op het gezicht die te zien waren in de foto van het lijk van Keitel waren te wijten aan het feit dat het valluik te klein was, waardoor hij en een aantal anderen van de veroordeelden hoofdletsel leden door tijdens de val tegen het luik te trappen.Donald E. Wilkes Jr., een professor in de rechten aan de University of Georgia Law School, merkte op dat veel van de geëxecuteerde nazi's met onvoldoende kracht uit de galg vielen om hun nek te breken, resulterend in een macabere, verstikkende doodstrijd die in Keitel's geval 24 minuten duurde.
Persoonlijk leven 
Keitel's jongste zoon, Hans-Georg Keitel, raakte tijdens de 1940-campagne in Frankrijk zwaar gewond aan de dij. Hij stierf op 18 juli 1941 in een veldhospitaal nadat hij de dag ervoor dodelijk was gewond door een Sovjet-vliegtuigaanval. Hans werd begraven op het gezinsperceel in Bad Gandersheim. Een andere zoon, majoor Ernst-Wilhelm Keitel, werd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog door de Sovjets gevangengenomen. Hij werd in januari 1956 vrijgelaten en keerde terug naar Duitsland.
Memoires 
Wilhelm Keitel schreef zijn memoires in de zes weken voordat hij werd opgehangen; ze zijn later in enkele edities gepubliceerd, bijvoorbeeld 'The Memoirs of Field-Marshal Wilhelm Keitel: Chief of the German High Command, 1938-1945' onder redactie van Walter Görlitz, ISBN 978-0-8154-1072-0 .

Wilhelm Keitel in 1942

Keitel als Generalfeldmarschall in 1942.
Chef van het opperbevel van de strijdkrachten 
nazi-Duitsland
In functie
4 februari 1938 - 8 mei 1945
Voorafgegaan door Geen (positie vastgesteld)
Opgevolgd door Geen (positie opgeheven)
Persoonlijke gegevens
Geboren 22 september 1882 
Helmscherode , Duits keizerrijk
Ging dood 16 oktober 1946 (64 jaar) Neurenberg , Allied-bezet Duitsland (uitvoering)
Partner (s) Lisa Fontaine ( m. 1909 ) (1887-1959)
Relaties Bodewin Keitel (broer) 
Karl-Heinz Keitel (oudste zoon)
Awards Ridderkruis van het IJzeren Kruis
Handtekening 
Militaire dienst
Bijnamen) "Lakeitel"
Trouw Duits Imperium 
Weimar Republiek 
Nazi Duitsland
Service / tak Wehrmacht
Dienstjaren 1901-1945
Rang Generalfeldmarschall
commando's Alle
Gevechten / oorlogen Tweede 
Wereldoorlog II Tweede Wereldoorlog

 

 

Keitel (uiterst links) en andere leden van het Duitse hoge commando met Adolf Hitler (tweede van rechts) op een militaire briefing, (circa 1940).

 

 

 

Keitel, ondertekening van de geratificeerde overleveringsvoorwaarden voor het Duitse leger in Berlijn, 8/9 mei 1945

 

 

 

 

Gedenkplaat van de Franse slachtoffers in concentratiekamp Hinzert , met de uitdrukkingen "Nacht und Nebel" en "NN-Deported." De inscriptie vertaalt zich letterlijk als "Geen haat maar ook niet vergeten".

 

Het lichaam van Wilhelm Keitel na te zijn opgehangen

 

 


Albert Kesselring

Albert Kesselring (Marktsteft, 13 november 1885 - Bad Nauheim, 16 juli 1960) was een Duitse generaal en veldmaarschalk uit de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog was hij opperbevelhebber van de Duitse bombardementsdivisies van de Luftwaffe. Hij wordt verantwoordelijk gehouden voor de talloze bombardementen die tijdens de oorlog, op zijn bevel, werden uitgevoerd door Duitse bommenwerpers.
Kesselring behaalde erg veel succes met zijn tactische en goed doordachte luchtaanvallen. Hij werd onderscheiden met diamanten bij het ridderkruis.
Vanwege zijn laconieke karakter en zijn altijd aanwezige glimlach kreeg Kesselring de bijnaam: de lachende generaal.
De vroege jaren
Tijdens de Eerste Wereldoorlog sloot hij zich aan bij infanterie en hij vocht mee in diverse veldslagen.
Na de oorlog bleef Kesselring in het leger en klom hij op tot de rang van kolonel. In 1935 vroeg Hermann Göring hem of hij zich wilde aanmelden bij de Luftwaffe. Kesselring werd benoemd tot generaal en hij werd opperbevelhebber van alle bommenwerper-eskaders.
Kesselring kwam voor het eerst in actie toen hij tijdens de Spaanse Burgeroorlog leiding gaf aan verscheidene bombardementen op Spaanse steden. Deze oorlog was voor de Luftwaffe meer een vingeroefening om de effectiviteit van hun leger uit te testen.
Tijdens de oorlog
In 1939 leidde Kesselring een hele reeks geslaagde bombardementen op Poolse militaire doelen. Deze aanvallen, meestal met Stuka duikbommenwerpers uitgevoerd, waren wat strategie en techniek betreft, hun tijd ver vooruit en zouden de blauwdruk voor latere precisiebombardementen vormen. Het succes van deze bombardementen heeft ongetwijfeld bijgedragen aan het snelle verloop van de Blitzkrieg, de mobiele oorlog waarbij gepantserde eenheden op de grond met behulp van luchtsteun snel oprukten.
Later in 1940 leidde Kesselring de bombardementen tijdens de Blitzkrieg in Nederland, België en Frankrijk. Op 14 mei 1940 vond het bombardement op Rotterdam plaats, waarbij 800 onschuldige burgers de dood vonden.
Van juni tot september 1940 was Kesselring één van de hoofdpersonen uit de Slag om Engeland. Hierbij wist Kesselring de Royal Air Force bijna te verslaan door verrassingsbombardementen op Britse vliegvelden. Hierbij werden veel Britse vliegtuigen al vernietigd voordat ze in de lucht waren. Later toen de RAF zich toch staande wist te houden probeerde Kesselring het Engelse volk toch op de knieën te krijgen met terreurbombardementen op Engelse steden. Ondanks het grote aantal burgerslachtoffers en de gigantische schade werd Engeland niet verslagen.
Na zijn nederlaag bij Groot-Brittannië werd Kesselring overgeplaatst naar Italië, van waaruit hij de opperbevelhebber werd van alle Luftwaffe eenheden boven de Middellandse Zee, de Balkan en Noord-Afrika. Onder Kesselrings leiding behaalde de Luftwaffe hier grote resultaten, de Balkan werd vrij snel veroverd en gedurende een korte periode had de Luftwaffe volledige controle over het Middellandse Zee gebied. Kesselring werd voor zijn bijdrage onderscheiden met de Diamanten bij het Ridderkruis, een van de hoogste Duitse onderscheidingen die slechts 27 andere Duitse militairen in de oorlog zouden ontvangen. Vervolgens leidde Kesselring de luchtsteun aan de grondtroepen van Erwin Rommel tijdens het Noord-Afrika offensief. Ook hierbij behaalde de Luftwaffe goede resultaten, maar ze moesten het strijdperk verlaten toen het Afrikakorps werd verslagen. Kort daarna verloor de Luftwaffe weer de controle over het Middellandse Zee gebied.
In 1943 besloot Kesselring ontslag te nemen uit de Luftwaffe en hij vroeg overplaatsing naar de Wehrmacht, de Duitse landmacht. Kesselring werd benoemd tot Feldmarschall en hij werd opperbevelhebber van alle landmachttroepen op de Balkan en Italië. Hierbij gaf Kesselring leiding aan de strijd tegen de Partizanen, de Oost-Europese verzetstroepen, een strijd waarbij duizenden gevangengenomen partizanen werden geëxecuteerd en waarbij vele gruwelijke represailleacties werden uitgevoerd door het Duitse leger.
In 1944 en 1945 moest Kesselring leiding geven aan de gevechten tegen oprukkende Amerikaanse (in Italië) en Russische (op de Balkan) troepen. Deze gevechten liepen, door gebrek aan manschappen en bevoorrading, uit op een nederlaag voor de Duitsers. Kesselring werd uiteindelijk op 6 mei 1945 gevangengenomen.
Na de oorlog
Kesselring werd tijdens de Processen van Neurenberg beschuldigd van diverse oorlogsmisdaden, maar uiteindelijk van vrijwel alle beschuldigingen vrijgesproken. Hij kon niet veroordeeld worden voor de executies van partizanen omdat, volgens de conventie van Genève, soldaten een uniform moeten dragen om als krijgsgevangene behandeld te worden (de partizanen droegen burgerkleren en werden dus als spionnen behandeld). Ook kon men niet genoeg bewijs vinden voor Kesselrings aandeel in represailleacties. Kesselring werd ook niet veroordeeld voor zijn leiding bij de terreurbombardementen omdat zijn advocaat aanvoerde dat de geallieerden bevel hadden gegeven voor soortgelijke bombardementen.
Uiteindelijk werd Kesselring in 1952, na zeven jaar voorarrest, van alle aanklachten vrijgesproken. In 1953 publiceerde hij zijn, in voorarrest geschreven, autobiografie Soldaat tot de laatste dag. Kesselring overleed in 1960 aan natuurlijke oorzaken.
Militaire loopbaan
Fahnenjunker: 5 februari 1904
Leutnant: 8 augustus 1906
Oberleutnant: 25 oktober 1913
Hauptmann: 19 mei 1916
Major: 1 april 1925
Oberstleutnant: 1 februari 1930
Oberst: 1 oktober 1932
Generalmajor: 1 oktober 1934
Generalleutnant: 1 april 1936
General der Flieger: 1 juni 1937
Generalfeldmarschall: 19 juli 1940
Generalfeldmarschall (Wehrmacht): 1943?
Decoraties
Ridderkruis (nr.3) op 30 september 1939 als General der Flieger en Chef der Luftflotte 1 (uitgereikt door Adolf Hitler persoonlijk)
Ridderkruis met Eikenloof (nr.78) op 25 februari 1942 als Generalfeldmarschall en Opperbevelhebber Süd
Ridderkruis met Eikenloof en Zwaarden (nr.15) op 18 juli 1942 als Generalfeldmarschall en Opperbevelhebber Süd
Ridderkruis met Eikenloof, Zwaarden en Briljanten (nr.14) op 19 juli 1944 als Generalfeldmarschall en Opperbevelhebber Heeresgruppe C
IJzeren Kruis 1914, 1e en 2e klasse
Orde van Militaire Verdienste (Beieren), 4e klasse met Zwaarden en Kroon
Armband 
Medaille ter Herinnering aan de 1e Oktober 1938
Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (25 september 1939) en 2e klasse (12 september 1939)
Albrechts-Orden met Zwaarden[4]
Dienstonderscheiding van Leger en Marine (Duitsland) voor (4, 12, 18 en 25 dienstjaren)
Gezamenlijke Piloot-Observatiebadge in Goud met Diamanten
Gevechtspeld voor Escorte met het getal "400" in 1942
Grootkruis in de Orde van de Italiaanse Kroon
Pilot Badge (Italië)
Prinsregent Luitpold-Medaille
Erekruis voor de Wereldoorlog
Hij werd meerdere malen genoemd in het Wehrmachtbericht. Dat gebeurde op:
8 oktober 1940
26 oktober 1940
9 november 1940
20 november 1940
25 november 1940
19 juni 19411
6 augustus 1941
7 augustus 1941
19 september 1941
18 oktober 1941
19 oktober 1941
17 juni 1942
10 september 1943

Albert Kesselring in 1940

Albert Kesselring in 1940
Bijnaam Glimlachend Albert
Oom Albert
Geboren 13 november 1885
Marktsteft, Koninkrijk Beieren, Duitse Keizerrijk
Overleden 16 juli 1960
Bad Nauheim, Hessen, Bondsrepubliek Duitsland
Begraven Bergfriedhof Bad Wiessee, Bad Wiessee, Landkreis Miesbach, Beieren, Duitsland
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Rijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Vlag van Duitsland nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Luftwaffe eagle.svg Luftwaffe
(1933–1943)
Balkenkreuz.svg Heer
(1943-1945)
Dienstjaren 1904 – 1945
Rang Collar tabs of Generalfeldmarschall of the Heer.svg Wehrmacht GenFeldmarschall 1942.png Generalfeldmarschall
Eenheid 6. Königlich Bayerische Division
1. Königlich Bayerische Division
1. Königlich Bayerische Landwehr-Division
Heeresgruppe C
Leiding over Chef des Generalstabs der Luftwaffe
(3 juni 1936 - 31 mei 1937)
Luftflotte 1
(1 februari 1939 -
11 januari 1940)
Luftflotte 2
(12 januari 1940 -
11 juni 1943)
Opperbevelhebber West
(11 maart 1945 -
22 april 1945)
Opperbevelhebber Süd
(2 december 1941 -
10 maart 1945)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Westfront
Oostfront
Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Slag om Frankrijk
Slag om Engeland
Operatie Barbarossa
Beleg van Malta
Noord-Afrikaanse veldtocht
Slag bij Gazala
Italiaanse veldtocht
Gotische Linie
Operatie Torch
Landing bij Anzio
Slag om Monte Cassino
Opmars naar de Siegfriedlinie
Fall Achse
Landing op Sicilië

 


Paul Ludwig Ewald von Kleist

Ewald von Kleist (8 augustus 1881 - 13 november 1954) was een Duitse veldmaarschalk tijdens de Tweede Wereldoorlog , hij beval de 1ste Pantserdivisie Group tijdens Operatie Barbarossa in 1941 en Legergroep A in de Wehrmacht zomer 1942 campagne. Na de oorlog werd hij uitgeleverd aan de Sovjet-Unie en werd hij veroordeeld voor misdaden ; hij stierf in de gevangenis.
Tweede Wereldoorlog
Kleist, die in 1935 met pensioen was gegaan, die in augustus 1939 teruggeroepen naar actieve dienst Hij beval de XX Panzer Corps tijdens de invasie van Polen. In 1940, beval hij de Panzer Group von Kleist (XIX en XLI Panzer Corps, XIV Corps) Welke speerpunt van de Duitse doorbraak in de sector Ardennen.
In april 1941 Kleist bevel over de 1ste Pantserdivisie Group, bestaande uit III, XIV en XLVIII Panzer Corps en XXIX Infantry Corps, welke speerpunt de invasies van Joegoslavië en Griekenland . Met deze formatie maakt hij daarom deel uit van de daaropvolgende Operatie Barbarossa als onderdeel van Legergroep Zuid .
In 1942, Kleist wat naar troepen in het commando Kaukasus om belangrijke oliebronnen in het gebied vast te leggen. Op 22 november 1942 wat hij het bevel van het Leger Groep A . Hey wat bevorderd tot veldmaarschalk in 1943. Hij wat opgelucht van zijn bevel maart 1944 voor het bestellen van de 8ste leger terug zonder Hitler's toestemming vallen. [ Nodig citaat ] Kleist wat gevangen genomen door Amerikaanse troepen in 1945, en die naar Joegoslavië te staan oorlogsmisdaden kosten in 1946. In 1948 hij wat uitgeleverd aan de Sovjet-Unie , waar hij wat kreeg een 10-jaar gevangenisstraf in 1952 voor oorlogsmisdaden , Hij stierf in de centrale gevangenis van Vladimirin 1954, de hoogst gerangschikte Duitse officier van de in Sovjet-gevangenschap. 
Prijzen
Iron Cross (1914) 2nd Class (4 oktober 1914) & 1st Class (27 januari 1915) 
Sluiting aan het IJzeren Kruis (1939) en 2e Klasse (17 september 1939) en 1e Klasse (27 september 1939) 
Ridderkruis van het IJzeren Kruis met eikenbladeren en zwaarden
Ridderkruis op 15 mei 1940 als generaal van de cavalerie en bevelhebber van XXII. Legerkorps (tankgroep "von Kleist") 
Eikenloof op 17 februari 1942 als kolonel-generaal en opperbevelhebber van Panzergruppe 1 
Swords op 30 maart 1944 als veldmaarschalk en opperbevelleger groep A 
Referenties
Citaties 
Spring omhoog ^ Parrish 1996, pp. 127-128.
^ Spring omhoog naar: a b Thomas 1997, p. 375
^ Spring omhoog naar: a b c Scherzer 2007, p. 447e
Bibliografie 
Leon Goldensohn: de Neurenberg-interviews. Spreekt met verdachten en getuigen. (Oorspronkelijk: The Nuremberg Interviews, New York, 2004). Gepubliceerd en geïnitieerd door Robert Gellately . Artemis en Winkler, Düsseldorf / Zürich 2005, ISBN 3-538-07217-5 .
Parrish, Michael (1996). The Lesser Terror: Soviet State Security, 1939-1953 . Praeger Press. ISBN 978-0-275-95113-9 .
Scherzer, Veit (2007). The Knight's Cross 1939-1945, de eigenaar van het Ridderkruis van het IJzeren Kruis in 1939 door het leger, luchtmacht, marine, Waffen-SS, Volkssturm en bondgenoot van Duitsland krijgsmacht volgens de documenten van de Federal Archives [ The Knight's Cross Dragers 1939-1945 de houders van het Ridderkruis van het IJzeren Kruis in 1939 door het leger, luchtmacht, marine, Waffen-SS, Volkssturm en geallieerden met Duitsland .Volgens de documenten van de Federal Archives ] (in het Duits). Jena, Duitsland: de militaire uitgeverij van Scherzer. ISBN 978-3-938845-17-2 .
Thomas, Franz (1997). The Oak Leaves 1939-1945 Deel 1: A-K [ The Oak Leaves Bearers 1939-1945 Volume 1: A-K ] (in het Engels). Osnabrück, Duitsland: Biblio-Verlag. ISBN 978-3-7648-2299-6 .

Bundesarchiv Bild 183-1986-0210-503, generaal Ewald von Kleist.jpg

Kleist in 1940
bron 8 augustus 1881
gestorven 13 november 1954 (73 jaar) Vladimir Central Prison , Soviet Union
trouw Nazi-Duitsland
Service / tak Leger (Wehrmacht)
rang Algemene veldmaarschalk
Commando's held 1st Panzer Group , Legergroep A
Gevechten / oorlogen 
Eerste Wereldoorlog
Wereldoorlog II
Awards Ridderkruis van het IJzeren Kruis met eikenbladeren en zwaarden

 


Günther von Kluge

Günther von Kluge (30 oktober 1882 - 19 augustus 1944) was een Duitse veldmaarschalk tijdens de Tweede Wereldoorlog . Kluge hield commando's aan zowel de oostelijke als westelijke fronten. Hoewel Kluge geen actieve samenzweerder was in het complot van 20 juli , pleegde hij zelfmoord op 19 augustus 1944, na te zijn teruggeroepen naar Berlijn voor een ontmoeting met Hitler in de nasleep van de mislukte staatsgreep. Hij werd vervangen door veldmaarschalk Walter Model .
Carrière 
Günther von Kluge, zoon van generaal Max von Kluge, vervoegde het Pruisische leger in 1901 en diende in het 46e Field Artillery Regiment. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij stafofficier in het XXI-korps ;en bleef na de oorlog in de Reichswehr .
Invasie van Polen en Frankrijk
Kluge nam deel aan de invasie van Polen in 1939 als commandant van het 4e leger . Hij heeft de doodvonnissen van achtentwintig Poolse ongeregeldheden die in de verdediging van het Poolse postkantoor in Danzig waren gevangengenomen . Hoewel hij zich verzette tegen het aanvankelijke Duitse plan om westwaarts in Frankrijk aan te vallen, leidde hij het Vierde Leger in zijn aanval door de Ardennen die culmineerde in de val van Frankrijk . Kluge werd gepromoveerd tot veldmaarschalk in juli 1940 .
Sovjetunie
Kluge leidde het 4e leger bij de opening van Operatie Barbarossa , waar hij een gespannen relatie met Heinz Guderian ontwikkelde over tactische kwesties in het voorschot, waarbij Guderian werd beschuldigd van frequente ongehoorzaamheid aan zijn bevelen. Op 29 juni beval Kluge dat 'Vrouwen in uniform moeten worden doodgeschoten'.
Nadat Fedor von Bock eind 1941 werd ontheven van zijn commando over het Army Group Center , werd Kluge gepromoveerd en leidde die legergroep totdat hij in oktober 1943 werd gewond. Kluge reed regelmatig in een vliegtuig om de divisies onder zijn commando te inspecteren en soms af te lossen verveling tijdens de vluchten door vossen uit de lucht te schieten  - een uitgesproken niet-traditionele methode. Op 30 oktober 1942 was Kluge de begunstigde van een enorme smeergeld van Hitler, die hem een ​​brief met goede wensen stuurde, samen met een enorme cheque die hem uit de Duitse schatkist werd opgemaakt en de belofte dat wat de verbetering van zijn nalatenschap zou kunnen kosten, zou kunnen worden gefactureerd naar de Duitse schatkist.Kluge nam het geld, maar na ernstige kritiek ontvangen te hebben van zijn chef-staf, Henning von Tresckow , die hem verweet voor corruptie, stemde hij ermee in om Carl Friedrich Goerdeler in november 1942 te ontmoeten . Kluge beloofde Goerdeler dat hij Hitler de volgende zou arresteren keer dat hij naar het Oostfront kwam, maar toen hij een ander 'geschenk' van Hitler ontving, veranderde hij van gedachten en besloot hij loyaal te blijven.Hitler, die lijkt te hebben gehoord dat Kluge niet tevreden was met zijn leiderschap, beschouwde zijn "geschenken" als het recht op Kluge's totale loyaliteit.Op 27 oktober 1943 raakte Kluge zwaar gewond toen zijn auto ten val kwam op de Minsk - Smolenskweg. Hij kon pas in juli 1944 weer aan het werk. Na zijn herstel werd hij commandant van de Duitse strijdkrachten in het westen ( Oberbefehlshaber West ) als vervanger van Gerd von Rundstedt .
West Front 
Tussen juni en juli 1944, tijdens de invasie van Normandië door geallieerde troepen, voerde Erwin Rommel legergroep B onder veldmaarschalk von Rundstedt. Rommel werd beschuldigd van het plannen van Duitse tegenaanvallen bedoeld om de geallieerden terug naar de stranden te drijven. Op 5 juli verving Kluge Rundstedt, omdat Rundstedt de onderhandelingen met de geallieerden bepleitte. Twee weken later raakte Rommel gewond en nam Kluge de bevelhebber over van Legergroep B, waar de strijdkrachten van Kluge rond de stad Falaise werden omsingeld door Amerikaanse, Canadese, Britse en Poolse legers. In augustus, na de mislukte couppoging door Claus von Stauffenberg , werd Kluge teruggeroepen naar Berlijn en vervangen door Model .
Kluge en 20 juli plot
Een leidende figuur van het Duitse militaire verzet , Henning von Tresckow , diende als zijn stafchef van het legergroepscentrum . Kluge was mogelijk op de hoogte van de militaire weerstand. Hij was op de hoogte van het plan van Tresckow om Hitler neer te schieten tijdens een bezoek aan het Army Group Centre , nadat hij was geïnformeerd door zijn voormalige ondergeschikte, Georg von Boeselager , die nu onder Tresckow diende. Op het laatste moment stopte Kluge het plan van Tresckow. [ volgens wie? ] Boeselager speculeerde later dat omdat Heinrich Himmlerhad besloten om Hitler niet te vergezellen, Kluge vreesde dat, zonder Himmler te elimineren, dit zou kunnen leiden tot een burgeroorlog tussen de SS en de Wehrmacht.
Toen Stauffenberg op 20 juli Hitler probeerde te vermoorden , was Kluge Oberbefehlshaber West ("Supreme Field Commander West") met zijn hoofdkantoor in La Roche-Guyon . De commandant van de bezettingstroepen van Frankrijk, generaal Carl-Heinrich von Stülpnagel , en zijn collega kolonel Cäsar von Hofacker - een neef van Stauffenberg - kwamen Kluge bezoeken. Stülpnagel had net de arrestatie van de SS-eenheden in Parijs bevolen. Kluge had al gehoord dat Hitler de moordpoging had overleefd en weigerde om enige steun te bieden. "Ja - wenn das Schwein tot wäre!" ("Ja - als het varken dood was!)" Zei hij.en teruggeroepen naar Berlijn voor een ontmoeting met Hitler nadat de staatsgreep had gefaald; denkend dat Hitler hem als samenzweerder zou straffen, pleegde hij zelfmoord door twee dagen later op 19 augustus cyanide in de buurt van Metz te nemen . Hij verliet Hitler een brief waarin hij hem adviseerde om vrede te sluiten en om te laten zien "de grootsheid die nodig is om een ​​einde te maken aan een hopeloze strijd." Hitler zou naar verluidt de brief aan Alfred Jodl hebben overhandigd en hebben gezegd: "Er zijn sterke redenen om te vermoeden dat als Kluge zelfmoord had gepleegd hij hoe dan ook zou zijn gearresteerd." [8] SS-officier Jürgen Strooppochte van zijn betrokkenheid bij het onderzoeken van Kluge voor betrokkenheid bij de plot. Hij beweerde de veldmaarschalk de gelegenheid te hebben geboden om zelfmoord te plegen, maar dat weigerde Kluge. Vervolgens beweerde hij dat hij hem persoonlijk had neergeschoten en dat Himmler hem had bevolen aan te kondigen dat Kluge zelfmoord had gepleegd.
Prijzen 
Iron Cross (1914) 2e en 1e klas
Huisorde van Hohenzollern Ridderkruis met zwaarden
Beierse militaire verdienstenorde , 4e klas met zwaarden
Sluiting aan het IJzeren Kruis (1939) 2e klas (5 september 1939) & 1e klas 
Ridderkruis van het IJzeren Kruis met Eiken Bladeren en Zwaarden
Ridderkruis op 30 september 1939 en commandant van het 4e leger 
181st Oak Leaves op 18 januari 1943 als commandant van het Army Group Center 
40th Swords op 29 oktober 1943 als commandant van het Army Group Center

Bundesarchiv Bild 146-1973-139-14, Günther v. Kluge.jpg

Günther von Kluge
Bijnaam der kluge Hans
Geboren 30 oktober 1882
Posen, Posen (provincie), Duitse Keizerrijk
Overleden 19 augustus 1944
Metz, Frankrijk
Begraven nabij Rathenow. Lijk is na WO II geroofd en verdwenen.
Land/partij Duitse Keizerrijk
Weimarrepubliek
Nazi-Duitsland
Onderdeel Deutsches Heer
Reichswehr
Wehrmacht
Dienstjaren 1901 – 1944
Rang Collar tabs of Generalfeldmarschall of the Heer.svg Wehrmacht GenFeldmarschall 1942.png Generalfeldmarschall
Eenheid Niedersächsische Feldartillerie-Regiment Nr. 46
XXI. Armee-Korps (Deutsches Kaiserreich)
2. (Preußischen) Artillerie-Regiments
1. Kavallerie-Division (Reichswehr)
Leiding over 4e Leger (Duitsland)
(1 september 1939 -
19 december 1941)
Heeresgruppe Mitte
(19 december 1941 -
28 oktober 1943) Opperbevelhebber West
(2 juli 1944 -
16 augustus 1944)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Slag om Ieper
Slag om Verdun
Tweede Wereldoorlog
Invasie van Polen
Fall Gelb
Fall Rot
Operatie Barbarossa
Oostfront
Westfront
Zak van Falaise

 


Dietrich Kraiss

Dietrich Kraiss (Stuttgart, 16 november 1889 - bij Saint-Lô, 6 augustus 1944) was een Duitse generaal.

Op 24 maart 1909 ging Kraiss in dienst bij het Duitse leger. Hij kwam terecht in het 126e Infanterieregiment. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte hij zich omhoog tot Hauptmann.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, kreeg hij van september 1939 tot maart 1941 het bevel over het 90e Infanterieregiment. In juli van datzelfde jaar kreeg hij de leiding over de 168e Infanteriedivisie. Hij hield tot aan maart 1943 de leiding over deze eenheid. Daarna kreeg hij kort het bevel over de 355e Infanteriedivisie, alvorens hij in november 1943 bevelhebber werd van het 352e Infanteriedivisie. Samen met zes andere divisies was de 352e Infanteriedivisie aan de Normandische kust gelegerd, in afwachting van een mogelijke invasie.

Dietrich Kraiss stierf op 6 augustus 1944 op 54-jarige leeftijd aan zijn verwondingen die hij vier dagen eerder in de buurt van Saint-Lô had opgelopen.

Militaire loopbaan
Leutnant: 24 maart 1909
Oberleutnant: 18 juni 1915
Hauptmann: 15 juli 1918
Major: 1 mei 1931
Oberstleutnant: 1 september 1934
Oberst: 1 maart 1937
Generalmajor: 1 februari 1941
Generalleutnant: 1 oktober 1942
Decoraties
Ridderkruis op 23 juli 1942 als Generalmajor en Commandant van de 168. Infanterie-Division
Ridderkruis met Eikenloof (nr.549) op 11 augustus 1944 als Generalleutnant en Commandant van de 352. Infanterie-Division (Postuum)
Duitse Kruis in goud op 28 februari 1942 als Generalmajor en Commandant van de 168. Infanterie-Division
IJzeren Kruis 1914, 1e klasse (7 juni 1915) en 2e klasse (18 september 1918)
Gewondeninsigne in zwart
Erekruis voor de Wereldoorlog
Ridderkruis in de Huisorde van Hohenzollern met Zwaarden op 9 oktober 1918
Ridderkruis in de Militaire Orde van Verdienste (Württemberg) op 21 juni 1915
Ridderkruis in de Orde van de Leeuw van Zähringen met Zwaarden op 15 september 1914
Anschlussmedaille
Medaille Winterschlacht im Osten 1941/42
Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (3 oktober 1939)[4]en 2e klasse (18 september 1939)
Dienstonderscheiding van Leger en Marine (Duitsland) voor (4, 12, 18 en 25 dienstjaren)
Hij werd eenmaal genoemd in het Wehrmachtbericht. Dat gebeurde op 11 juni 1944.

Kraiss tijdens de Tweede Wereldoorlog
Geboren 16 november 1889
Stuttgart, Duitse Keizerrijk
Overleden 6 augustus 1944
bij Saint-Lô, Frankrijk
Begraven Duitse Oorlogsbegraafplaats Huisnes-sur-Mer, Normandië, Frankrijk; Gruft 46, Chamber 63[1]
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Rijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Vlag van Duitsland nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1909 - 1944
Rang Collar tabs for the Generals of the Heer.svg Generalleutnant (Wehrmacht) 2.svg Generalleutnant
Eenheid Infanterie-Regiment „Großherzog Friedrich von Baden“ (8. Württembergisches) Nr. 126
Leiding over 90. Infanterie-Regiment
168. Infanterie-Division
(8 juli 1941 -
9 maart 1943)
335. Infanterie-Division
(14 mei 1943 -
2 november 1943)
352. Infanterie-Division
(6 november 1943 -
juli 1944)

5-Diuts militair in de Tweede Wereldoorlog

1---2---3---4---5---6---7