Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

4-Diuts militair in de Tweede Wereldoorlog

Karl Gebhardt

Karl Franz Gebhardt (Haag in Oberbayern, 23 november 1897 - Landsberg am Lech, 2 juni 1948) was een Duitse chirurg en de lijfarts van SS-leider Heinrich Himmler.

Jeugd, opleiding, loopbaan
Gebhardt stamde uit een te Landshut gevestigde geneesherenfamilie. Zijn vader was van 1912 tot 1916 huisarts van de ouders van Heinrich Himmler. Hij studeerde van 1919 tot 1924 medicijnen in München. In 1935 werd hij huisarts van Himmler. Hij werd toen ook 'Verbindungsmann' tussen de Reichssportführer en Himmler. Nog in 1935 werd hij SS-Sturmbannführer in de Algemene-SS (zonder commando over een eenheid). In 1937 werd hij in Berlijn benoemd tot professor voor orthopedische chirurgie.

Onder zijn patiënten telde hij o.a. de Belgische koning Leopold III; twee van diens kinderen: prins Boudewijn (de latere koning) en prinses Joséphine (de latere echtgenote van Groothertog Jan van Luxemburg); de echtgenote van de koninklijke commissaris voor administratieve hervorming, Camu; en graaf G. de Grunne, grootmeester van het huis van koningin Elisabeth (de moeder van Leopold III). De meeste patiënten gingen ter behandeling naar Duitsland, maar van 1937 af kwam Gebhardt zelf herhaaldelijk naar Brussel. Op 10 en 11 juni 1939 en begin juli 1939 verbleef hij te Brussel, waar hij telkenmale politieke gesprekken had met koningin Elisabeth. Hij nam de leiding op zich van het tuberculose-sanatorium in Hohenlychen, dat hij eerst liet ombouwen tot orthopedische kliniek en vervolgens, tijdens de Tweede Wereldoorlog, tot ziekenhuis van de Waffen-SS. In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog gaf Gebhardt zich uit als president van het Duitse Rode Kruis (DRK), maar dit bleek later niet te kloppen.[2]

Karl Gebhardt was een jeugdvriend van Heinrich Himmler en lid van het Freikorps Oberland, waartoe ook Himmler en SS-Oberstgruppenführer Sepp Dietrich behoorden. Hij nam ook deel aan Hitlers mislukte poging tot een staatsgreep in München op 9 november 1923, maar werd pas op 1 mei 1933 lid van de NSDAP. Twee jaar daarna trad hij toe tot de SS.

Oorlogsmisdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog
Gebhardt voerde in verschillende concentratiekampen experimenten uit op gevangenen, met name in het concentratiekamp Ravensbrück, in de buurt ven Hohenlychen, en in Auschwitz. Karl Gebhardt groeide in zijn functie als Heinrich Himmlers lijfarts uit tot een van de belangrijkste SS-artsen. Hij begeleidde Himmler tijdens diens vlucht en werd op 21 of 22 mei 1945 in Bremervörde gearresteerd.

Op 9 december 1946 begonnen de Neurenberger processen tegen de nazi-artsen, waarbij Gebhardt werd aangeklaagd wegens dodelijke sulfonamide-experimenten op vrouwelijke concentratiekampbewoners en misdadige chirurgische ingrepen. Gebhardt werd op 20 augustus 1947 voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid ter dood veroordeeld en op 2 juni 1948 op vijftigjarige leeftijd opgehangen.

Militaire loopbaan
SS-Untersturmführer: 29 juli 1934
SS-Obersturmführer: 1 januari 1935
SS-Sturmbannführer: 20 april 1935
SS-Obersturmbannführer: 15 september 1935 (directe bevordering door Himmler.)
SS-Standartenführer: 9 november 1936
SS-Oberführer: 20 april 1938
SS-Brigadeführer und Generalmajor der Waffen-SS: 1 oktober 1940
SS-Gruppenführer: 30 januari 1943
Generalarzt der Reserve (Heer): 1 maart 1943
Generalleutnant der Waffen-SS: 9 november 1943

Karl Gebhardt tijdens de Neurenbergse processen tegen naziartsen

Karl Gebhardt tijdens de Neurenbergse processen tegen naziartsen
Geboren 23 november 1897
Haag in Oberbayern, Duitse Keizerrijk
Overleden 2 juni 1948, Geallieerde bezettingszones in Duitsland
Landsberg am Lech
Begraven München Ostfriedhof
Plot 8—Rij 5—Graf 1/2 (mogelijk geruimd.)
Land/partij Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Vrijkorps
Flag of the Schutzstaffel.svg Schutzstaffel
Dienstjaren 1933 - 1945
Rang HH-SS-Gruppenfuhrer-Collar.png SS Gruppenführer.jpg
SS-Gruppenführer und Generalleutnant der Waffen-SS
Generalarzt der Reserve (Heer)
Generalkommissar
Leiding over Lijfarts van Heinrich Himmler
Lijfarts van de Führer: 20 april 1944 - april 1945
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Artsenproces
Onderscheidingen Zie decoraties
Ander werk Professor
Chirurg
Arts

 


Herbert Gille

Herbert Otto Gille (8 maart 1897 - 26 december 1966) was een hoogwaardige Duitse SS- commandant van het nazi-tijdperk . Hij beval de SS Division Wiking tijdens de Tweede Wereldoorlog . Gille was een ontvanger van het Kruis van het Kruis van het Ijzeren Kruis met Eiken Bladeren, Zwaarden en Diamanten , waardoor hij het meest gedecoreerde Waffen-SS- lid van de oorlog werd. Na de oorlog werd Gille actief in HIAG , een lobbygroep en een revisionistische veteraanorganisatie opgericht in 1951 door voormalig hoogwaardig Waffen-SS-personeel in West-Duitsland .

SS carrière
 
Gille diende in de Eerste Wereldoorlog en won de Iron Cross First and Second Classes. Gille is in 1931 bij de nazi-partij en de SS aangesloten. In 1934 kwam hij bij de SS-strijdkrachten. Als commandant van een bataljon in een SS-V-regiment, nam Gille deel aan de invasie van Polen en in de westerse campagne. In 1940 werd hij aangesteld als regimentair commandant in de SS Division Wiking , onder leiding van Felix Steiner .

Met zijn regiment heeft Gille in 1941 in de Operation Barbarossa deelgenomen en van tevoren naar Kuban in 1942; hij kreeg op 8 oktober 1942 het Ridderkruis. Hij nam toen opdracht van de Wiking Division aan het oostfront . Begin 1944 nam Gille deel aan de uitbraak van de Group Stemmermann uit de Korsun-Cherkassy Pocket . Gille ontving de diamanten aan zijn ridderkruis met eikenbladeren en zwaarden op 19 april 1944. In januari 1945 nam Gille als leider van het IV SS Panzer Corps deel aan een mislukte poging om de omringde Duitse en Hongaarse troepen in de Slag om Boedapest te verlichten . In maart 1945 leidde hij het IV SS Panzer Corps in het mislukte Lake Balaton Offensive. Hij overgegeven aan de Amerikaanse troepen in Oostenrijk.

Activiteiten binnen HIAG
Gille werd in 1948 vrijgelaten. In de vroege jaren 1950 werd Gille actief in HIAG , een lobbygroep en een revisionistische veteraanorganisatie, opgericht door het voormalige hoogwaardige Waffen-SS-personeel in West-Duitsland om hun juridische, economische en historische revalidatie te campagne. Gille, naast Felix Steiner , Otto Kumm en Paul Hausser , werd een vroegtijdige leider in HIAG. In 1951 lanceerde Gille de periodieke Wiking-Ruf ("Viking Call"). Aanvankelijk was het gericht op de veteranen van de SS Division Wiking . Binnen het eerste bestaansjaar, in 1952, werd het de officiële publicatie van HIAG en werd uiteindelijk vernoemd naarDer Freiwillige ("De Vrijwilliger"). [1]

Gille geconfronteerd met zijn aandeel in controverse met de organisatie. In 1952 hield HIAG zijn eerste grote bijeenkomst in Verden . Het begon respectvol, met Gille dat de veteranen bereid waren hun plicht voor het Vaderland te verrichten en Steiner de steun voor 'vrijheid, orde en rechtvaardigheid' te verklaren. Maar de volgende spreker heeft een ander bericht geleverd. Voormalige paratroop-generaal Hermann-Bernhard Ramcke , die uitgenodigd was om zogenaamde solidariteit met het Wehrmacht te demonstreren, veroordeelde de Westerse bondgenoten als de 'echte oorlogsmisdadigers' en dringde erop aan dat de zwarte lijst waarop alle voormalige SS-leden toen gingen staan, spoedig zouden worden ' een lijst van eer ". [2] De uitbarsting veroorzaakte een furor in West-Duitsland. Periodieken voor zover de VS en Canada gedragen headlinesHitler's Guard Cheers Ex-chief en Rabble-Roussie-generaal zorgen voor de geallieerden , met het laatste artikel dat Ramcke's toespraak is begroet met "Eisenhower, Schweinehund !" ("Pig-Dog").

Binnen het midden van de jaren 1950 kwamen binnenlandse disagreements binnen de HIAG op de hoogte van de houding van de organisatie: Steiner en Gille gaven een meer politieke, uitgesproken oriëntatie, terwijl de rest van het leiderschap een gematigde aanpak bevoordeelde om HIAG's doelen van juridisch niet in gevaar te brengen en economische revalidatie, die naar hun oordeel alleen vanuit de vestiging kon komen. [5] Gille is overleden in 1966.

Prijzen 
Duits Kruis in Goud op 28 februari 1942 als SS- Oberführer in SS-Artillerie-Regiment 5 
Ridderkruis van het IJzeren Kruis met Eiken Bladeren, Zwaarden en Diamanten
Ridders kruis op 8 oktober 1942 als commandant van SS-Artillerie-Regiment 5 "Wiking" 
Eikenbladeren op 1 november 1943 als commandant van SS-Panzergrenadier-Divisie "Wiking" 
Zwaarden op 20 februari 1944 als commandant van SS-Panzergrenadier-Divisie "Wiking" 
Diamanten op 19 april 1944 als commandant van 5e SS-Panzer-Divisie "Wiking"

Herbert Otto Gille.jpg

Geboren 8 maart 1897
Gandersheim, Duitsland
Overleden 26 december 1966
Stemmen bij Hannover, Duitsland
Begraven Stemmen, lokale begraafplaats 
Religie Protestants verklaarde zich later “Gottgläubig”.
Land/partij Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Rijk
Vlag van Duitsland nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
Vlag van de Schutzstaffel Waffen-SS
Dienstjaren 1910 - 1919
1931 - 1945
Rang HH-SS-Obergruppenfuhrer-Collar.png SS Obergruppenführer.jpg
SS-Obergruppenführer en General der Waffen-SS
Eenheid 2. Badische Feldartillerie-Regiment Nr. 30
49. SS-Standarte
5. SS-Panzer-Division Wiking
Leiding over 5. SS-Panzer-Division Wiking
(1 mei 1943 –
6 augustus 1944)
IV. SS-Panzerkorps
(6 augustus 1944 –
8 mei 1945)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Slag om Frankrijk
Operatie Barbarossa
Oostfront
Operatie Frühlingserwachen

 


Robert Ritter von Greim

Robert Ritter von Greim (Bayreuth, 22 juni 1892 – Salzburg, 24 mei 1945) was een Duits piloot en generaal-veldmaarschalk tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Biografie
Greim diende tijdens de Eerste Wereldoorlog oorspronkelijk bij de artillerie vooraleer hij in 1915 overstapte naar de Luftstreitkräfte, de Duitse luchtmacht tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij vloog onder meer in het eskadron van Manfred von Richthofen. Tegen het einde van de oorlog had hij 28 succesvolle missies op zijn palmares staan, waarvoor hij beloond werd met de Pour le Mérite-onderscheiding en een riddertitel.

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog stelde hij zich kandidaat om opnieuw lid te worden van het fors gereduceerde Duitse leger, zonder succes. Hierop behaalde hij een diploma in de rechten. Toen Chiang Kai-shek hem in 1924 echter voorstelde de Chinese luchtmacht uit te bouwen, aanvaardde hij die opdracht. In China stichtte hij onder meer een vliegeniersschool. Teleurgesteld over de vliegkunsten van zijn Chinese leerlingen, keerde hij al na drie jaar terug naar Duitsland.

In 1933 vroeg Hermann Göring Von Greim te helpen bij de heropbouw van de Duitse luchtmacht. Hij leidde onder meer de onderzoeksafdeling van de Luftwaffe en kreeg het bevel over de Jagdgeschwader 2 Richthofen, een gevechtseskadron uitgerust met de Messerschmitt Bf 109, genoemd naar Manfred von Richthofen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Von Greim betrokken bij de Poolse campagne, de Slag om Noorwegen, de Slag om Engeland, Operatie Barbarossa en de Slag om Koersk.

Op 26 april 1945, toen het Rode Leger op het punt stond Berlijn in te nemen, landde Von Greim samen met Hanna Reitsch (die ook zijn minnares was) in de Berlijnse binnenstad. Door Adolf Hitler werd hij als allerlaatste Duitse officier benoemd tot Generalfeldmarschall en opperbevelhebber van de Luftwaffe.

Op 28 april kreeg Von Greim het bevel naar Plön te vliegen en Heinrich Himmler te arresteren. Op 8 mei 1945 werd Von Greim echter gevangengenomen door Amerikaanse troepen. Omdat hij vreesde uitgeleverd te worden aan de Sovjet-Unie, pleegde hij op 24 mei zelfmoord in Salzburg. Zijn laatste woorden waren: "Ik ben het hoofd van de Luftwaffe, maar ik heb geen Luftwaffe."

Militaire loopbaan
Fähnrich: 7 januari 1912
Leutnant: 25 oktober 1913
Oberleutnant: 17 januari 1917
Hauptmann: 15 februari 1921
Major: 1 januari 1934
Oberstleutnant: 1 september 1935
Oberst: 20 april 1936
Generalmajor: 1 februari 1938
General der Flieger: 19 juli 1940
Generaloberst: 16 februari 1943
Generalfeldmarschall: 25 april 1945
Decoraties
Ridderkruis op 24 juni 1940 als General der Flieger en Commandant van het V. Flieger-Korps
Ridderkruis met Eikenloof (nr.216) op 2 april 1943 als Generaloberst en Commandant van de Luftflottenkommando Ost (Luftflotte 6)
Ridderkruis met Eikenloof en Zwaarden (nr.92) op 28 augustus 1944 als Generaloberst en Commandant van de Luftflotte 6 
IJzeren Kruis 1914, 1e klasse (10 oktober 1915) en 2e klasse (26 november 1914)
Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e en 2e klasse 
Pour le Mérite op 14 oktober 1918
Dienstonderscheiding van Leger en Marine (Duitsland) voor (4 en 12 dienstjaren)
Gouden Ereteken van de NSDAP op 30 januari 1945
Pilot Badge (Beieren)
Waarnemers Badge (Beieren)
Ridderkruis in de Huisorde van Hohenzollern met Zwaarden op 29 april 1918
Ridderkruis in de Militaire Max Joseph-Orde op 23 oktober 1918
Orde van Militaire Verdienste (Beieren), 4e klasse met Zwaarden en Kroon
Erekruis voor de Wereldoorlog
Gezamenlijke Piloot-Observatiebadge in Goud met Diamanten op 17 april 1945
Gezamenlijke Piloot-Observatiebadge
Hij werd meerdere malen genoemd in het Wehrmachtbericht. Dat gebeurde op:
20 juni 1940
22 november 1941
19 januari 1942
3 september 1943
9 september 1944
31 oktober 1944

Robbert Ritter von Greim, 1939

Robbert Ritter von Greim, 1939
Geboren 22 juni 1892
Bayreuth, Koninkrijk Beieren, Duitse Keizerrijk
Overleden 24 mei 1945
Salzburg, Oostenrijk
Begraven Salzburger Kommunalfriedhof, Oostenrijk
Land/partij Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Rijk
Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek
Vlag van Duitsland nazi-Duitsland
Onderdeel Kaiserliche Kriegsflagge.png Deutsches Heer
Cross-Pattee-Heraldry.svg Luftstreitkräfte
Balkenkreuz.svg Heer
Luftwaffe eagle.svg Luftwaffe
Dienstjaren 1911 - 1918
1934 - 1945
Rang Luftwaffe collar tabs Generalfeldmarschall 3D.svg Luftwaffe epaulette Generalfeldmarschall.svg Generalfeldmarschall
Eenheid „Königlich Bayerisches Feldartillerie-Regiment „Prinz Heinrich von Preußen“ Nr. 8“
Feldfliegerabteilung 3 b
Fliegerabteilung 46 b
Jagdstaffel 34
Jasta 34
Leiding over Artillerie-Regiment Nr. 7
Chef van het Personeelsbureau van de Luftwaffe
(1 juni 1937 -
31 januari 1939)
5. Flieger-Division
(1 februari 1939 -
11 oktober 1939)
Jagdgruppe 10
Jagdgruppe 9
Luftwaffenkommando Ost
(1 april 1942 -
6 mei 1943)
Luftflotte 6
(5 mei 1943 - 24 april 1945)
Oberbefehlshaber der Luftwaffe
(29 april 1945 - 8 mei 1945)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Westfront
Slag om Lorraine
Tweede Wereldoorlog
Poolse campagne
Slag om Noorwegen
Slag om Engeland
Operatie Barbarossa
Slag om Koersk
Westfront
Oostfront
Slag om Berlijn

 


Heinz Guderian

Heinz Wilhelm Guderian ( Duits: [ɡudeʀi̯an] ; 17 juni 1888 - 14 mei 1954) was een Duitse generaal ( kolonel-generaal van 1940) tijdens de Tweede Wereldoorlog , de innovator en voorstander van de " blitzkrieg " (bliksem oorlog) doctrine werd opgemerkt voor zijn succes als leider van Panzer- eenheden in Polen en Frankrijk en voor gedeeltelijk succes in de Sovjetunie .
Guderian had pioniers in de vooroorlogse leger in de motorische tactiek , terwijl hij zich goed geïnformeerd over tankontwikkeling in andere legers. Met name bevorderde hij het gebruik van radiocommunicatie tussen tankpersoneel en ontwikkelde schok-tactieken die zeer effectief bleken. In 1940 leidde hij de Panzers die de Franse verdediging in Sedan, Frankrijk brak , waardoor de overgave van Frankrijk werd overgenomen . In 1941 werd zijn aanval op Moskou vertraagd door orders van Hitler, met wie hij scherp was overeengekomen. Al snel vonden de Duitsers zich erg lastig met koud weer. Dit leidde misschien tot de Duitse nederlaag in Moskou. Na de Duitse nederlaag bij de Slag van Moskou werd hij overgebracht naar dereserve . Dit betekende het einde van zijn opkomst.
Na de nederlaag bij Stalingrad heeft Hitler hem aangesteld in een nieuwe post, de herbouwde de verbrokkelde Panzer-troepen , maar hij voerde zich met veel andere generaals, die zijn verantwoordelijkheden konden herverdelen. Hij werd toen aangesteld als Hoofd van het Algemeen Personeel van het Leger, maar dit was grotendeels een symbolische post, sinds Hitler daadwerkelijk zijn eigen stafchef was geworden . Als stafchef heeft hij het gebruik van de nieuwe Tiger Manual (TigerFibel) geautoriseerd om panzer troepen te trainen. Van 1945-48 werd Guderian gehouden in de Amerikaanse bewaring, maar werd vrijgelaten. Hij diende later als adviseur bij het opzetten van militaire krachten in West-Duitsland .
Vroeg leven 
Guderian is geboren in Kulm , West-Pruisen (nu Polen), de zoon van Friedrich Guderian en Clara (née Kirchoff). Hij ging het leger in 1907. Op 1 oktober 1913 trouwde hij met Margarete Goerne, met wie hij twee zonen had, Heinz Günther (2 augustus 1914-2004) en Kurt (17 september 1918-1984).
Eerste Wereldoorlog 
Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog diende Guderian als Signal Officer in de 5e Cavalry Division. Op 28 februari 1918 werd Guderian benoemd tot het General Staff Corps. Net als veel Duitsers, was hij het niet eens met Duitsland ondertekenen van de wapenstilstand in 1918, en geloofde dat het Duitse Rijk de strijd zou moeten doorgaan. 
Interwar periode 
Vroeg in 1919 werd Guderian gekozen als een van de vierduizend officieren om verder te gaan in militaire dienst voor het Duitse leger, de Reichswehr . Hij werd toegewezen om te dienen op het personeel van het centrale commando van de Eastern Frontier Guard Service. Deze wachtdienst was bedoeld om de onafhankelijke Freikorps- eenheden te beheersen en te coördineren in de verdediging van de oostgrens van Duitsland tegen Poolse en Sovjetmacht die betrokken waren bij de Russische Burgeroorlog .  In juni 1919 kwam Guderian bij de ijzeren brigade (later bekend als de ijzeren afdeling ) als tweede dienstverlener.De bevelhebbers van het reguliere Duitse leger hadden de bedoeling dat deze beweging het leger zou toelaten om zijn controle over de ijzerafdeling te herstellen; Hun verwachtingen waren echter teleurgesteld. In plaats van de Freikorps te beperken , veroorzaakte Guderian's anti-communisme hem te empathiseren met de inspanningen van de Iron Division om Pruisen tegen de Sovjet-dreiging te verdedigen . De ijzerafdeling heeft in Litouwen een meedogenloze campagne gevoerd en in Letland geduwd ; De traditionele Duitse anti-slavische houdingen verhinderden echter de volledige samenwerking van de divisie met de Wit-Russische en Baltische troepen die de bolsjewieken tegenkwamen . 
Guderian werd toegewezen als commissaris voor het 10e Jäger-Bataljon. Later trad hij toe tot de Truppenamt ( "Troop Office"), die een clandestiene vorm van het leger was de generale staf , die officieel was verboden door het Verdrag van Versailles . In 1927 werd Guderian bevorderd tot hoofdrol en overgebracht naar het commando van legertransport en gemotoriseerde tactiek in Berlijn. Dit plaatste Guderian in het centrum van de Duitse ontwikkeling van gepantserde krachten. Guderian, die vloeiend in het Engels en het Frans was, bestudeerde de werken van de Britse manoeuvre oorlogvoering theoretici JFC Fuller , Giffard Martel en BH Liddell Hart . In 1931 werd hij bevorderd tot Oberstleutnant(Luitenant-kolonel) en werd hoofd van het personeel aan de inspectie van gemotoriseerde troepen onder Oswald Lutz . In 1933 werd hij bevorderd tot Oberst of Kolonel.
Guderian schreef in deze periode veel papieren over geautomatiseerde oorlogvoering. Deze papieren waren gebaseerd op uitgebreide studie van de lessen van de Eerste Wereldoorlog, onderzoek naar buitenlandse literatuur over het gebruik van pantser, en wargaming gedaan met dummy tanks en later met vroege gepantserde voertuigen. Sommige van deze proefmanoeuvres werden uitgevoerd in de Sovjetunie . Groot-Brittannië op dit moment was aan het experimenteren met tanks onder generaal Hobart en Guderian was op de hoogte van Hobart's geschriften, waarbij op eigen kosten iemand werd vertaald die alle artikelen in Groot-Britannië publiceerde. 
In oktober 1935 werd hij commandant van de nieuw opgerichte 2de Panzer Divisie (een van de drie). Op 1 augustus 1936 werd hij bevorderd tot Generalmajor en op 4 februari 1938 werd hij bevorderd tot Generalleutnant en werd hij bevel gegeven aan het XVI Army Corps . 
In 1936 vroeg General Lutz Guderian om een ​​boek te schrijven over het ontwikkelende panzerarm en de theorieën die zijn ontwikkeld bij het gebruik ervan in de oorlog. Het resulterende volume, Achtung - Panzer! , was zijn belangrijkste werk. Het heeft de stand van gepantserde ontwikkeling in de Europese landen en Sovjet-Rusland onderzocht en de theorieën van Guderian over het effectieve gebruik van gepantserde formaties en gecombineerde wapenoorlogsidees van andere algemene personeelsambtenaren voorgesteld. Het boek omvatte het belang van airpower ter ondersteuning van de panzer-eenheden voor toekomstige grondbestrijding.
De panzerkrachten van Duitsland werden grotendeels gecreëerd volgens de door Guderian in Achtung - Panzer vastgestelde regels .
Mobiele oorlogvoering 
Tot het einde van de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde het Duitse leger infiltratie tactieken - door een defensieve sleutellijn te breken met speciale strijdteams van de sturmtruppen , die zich in gedistribueerde volgorde in plaats van massale rushes voerden en sterke punten omzeilen om de achterliggende gebieden aan te vallen om vijandelijke posities te vallen . Deze methode werd gebruikt in het Duitse Lenteoffensief van 1918 , maar de Duitse krachten ontbonden de mobiliteit om doorbraken te ontplooien en diep penetraties van de vijandelijke verdediging te bereiken. Ze waren niet in staat om de impuls van de aanvankelijke aanval te ondersteunen, en uiteindelijk slaagden ze er niet in om beslissende resultaten te krijgen.
Gemotoriseerde troepen waren de sleutel om een ​​doorbraak te behouden, en tot de jaren twintig was de mate van motorisatie niet mogelijk. Sovjet- maarschalk Michail Toechatsjevski nagestreefd het idee, maar hij werd geëxecuteerd in 1937 in Stalin 's ' Grote Zuivering ' van de Sovjet-militaire leiders.
Guderian was de voornaamste advocaat in Duitsland van motorisatie en tanks, en van het gebruik van gepantserde krachten in diepe penetratieoperaties. Hij wordt beschouwd als de hoofdarchitect van de Duitse panzerafdelingen .
Guderian ontwikkelde en pleit voor de strategie om panzer ("gepantserde") formaties op het punt van aanval (de Schwerpunkt ) en diepe penetratie te concentreren . In Achtung Panzer beschreef hij wat hij geloofde essentiële elementen voor een succesvolle panzeraanval: verrassing, inzet in massa en geschikt terrein. Hij heeft gepantserde divisies voorgesteld waarin gemotoriseerde infanterie en artillerie samen met tanks zouden werken om een ​​beslissend succes te bereiken. In zijn memoir Panzer Leader, schreef hij dat al in 1929 "werd overtuigd dat  het verkeerd zou zijn om tanks in infanterieafdelingen op te nemen: wat nodig was, waren gepantserde afdelingen die alle ondersteunende armen zouden bevatten die nodig waren om te vechten met volledige effecten. 
Nadat Hitler aan de macht kwam en Duitsland begon opnieuw te armeren, was Guderian bevoegd om zijn ideeën in de praktijk te brengen.
Guderian geloofde dat onder de benodigde zaken voor succes commandanten van mobiele krachten communiceren met elkaar en hun subeenheden. Guderian dringde erop in 1933 dat Duitse tanks uitgerust zijn met radio's en intercoms ( keelmicrofoons ) om elke tankbevelvoerder in staat te stellen met zijn bemanning en met andere tanks in zijn peloton en bedrijf te communiceren. In elke individuele Duitse tank werkte de tankpersoneel als een team, en de tankbevelvoerder kon met elk bemanningslid communiceren. Bovendien werkden Duitse tanks collectief als teams, die wederzijdse bescherming en verhoogde effectieve vuurkracht verzekerden. Zei Hermann Balck: "De beslissende doorbraak in het moderne militaire denken kwam met Guderian, en het kwam niet alleen in pantser, maar in communicatie.Van de bijdragen van Guderian beschouwde Balck een aantal van de belangrijkste om de vijfpersoonspersoneel te zijn, met een toegewijde radiooperator in de romp van de tank en de organisatie van divisiesignalen troepen om de commandant in staat te stellen de splitsing te leiden van elke eenheid. Dit zorgde voor de controle over de divisie, die cruciaal was voor mobiele oorlogvoering. De Duitse overwinningen van 1939 tot en met 1941 waren niet te danken aan superieure apparatuur, maar tot superieure tactiek bij het gebruik van die apparatuur en superieure commando en controle waarmee de Duitse panzerkrachten in een veel sneller tempo zouden kunnen werken.
Tweede Wereldoorlog 
Polen 

Guderian leidde de XIX Corps tijdens de invasie van Polen . Dit corps bestond uit een panzer divisie en twee gemotoriseerde infanterie divisies. Guderian leidde zijn korps in de Slag van Wizna en de Slag van Kobryn . In elk van deze verlieten hij zijn theorieën van snelle manoeuvre en bleek hij zeer succesvol te zijn met behulp van tanks om offensief sapperbedrijf te leveren dat de meerderheid van de Poolse bunkers in Wizna succesvol opgeblazen heeft en in de strijd van Kobryn grote politieke astuteness heeft door het initiatief te nemen om de Sovjets.
Na de voltooiing van de campagne in Polen werden de gepantserde krachten naar het westen overgebracht om zich voor te bereiden op de volgende reeks operaties. De vier lichte afdelingen bleken onvoldoende vuurkracht te hebben, en ze werden sterk opgevangen naar de volledige panzer divisies, waarvan er één aan Erwin Rommel werd gegeven . Met deze verandering stond het totale aantal panzer divisies in de Heer om tien. Guderian bleef werken in de ontwikkeling van het panzerarm . Zei Hans von Luck van de 7de Panzer DivisieIn zijn memoir: "Midden februari werden we overgebracht naar Dernau op de Ahr, dus praktisch in de westelijke front. Rommel bezocht elke eenheid. Hij vertelde ons dat hij trots was op een panzer divisie te leiden. kwam inspecteren en met ons praten: 'Jij bent de cavalerie', vertelde hij ons. 'Jouw taak is om door te breken en door te gaan.'
Frankrijk 
In de plannen voor de invasie van Frankrijk steunde Guderian de verandering in het aanvalplan van een enorme koplange invasie door de Lage Landen naar het Mansteinplan, waardoor het gewicht van de gepantserde formaties naar de Ardennen werd verplaatst . Guderian's korps speelde de rit en waren in drie dagen door de Ardennen en over de Maas . Hij leidde de aanval die de Franse lijnen in Sedan brak , waardoor er een algemene ineenstorting van de Franse verdediging was. Zijn leiding van de panzerformaties verdiende hem de bijnaam "Der Schnelle Heinz" (Fast Heinz). ]Guderian's panzer groep leidde de "race naar de zee" die de geallieerde legers in twee verdeelde, waardoor de Franse legers en de BEF in Noord-Frankrijk en België hun brandstof, voedsel, reserveonderdelen en munitie ontwarden. Geconfronteerd met orders van nerveuze oversten om op een gelegen moment te stoppen, slaagde hij erin om zijn voorschot voort te zetten door te zeggen dat hij een 'verkenning in werking' had uitgevoerd, maar werd uiteindelijk de autoriteit geweigerd om de geallieerde troepen in de zak in Duinkerken aan te vallen door de Duitse hoge opdracht.
Sovjetunie 
In 1941 gaf Guderian aan Panzergruppe 2 , ook bekend als Panzergruppe Guderian , tijdens Operation Barbarossa , de Duitse invasie van de Sovjetunie . De eenheid werd later opnieuw ontworpen Tweede Panzer Army . Hij werd de 24e ontvanger van de Oak Leaves op zijn 17 juli van het jaar na zijn gepantserde Spear Cross van het Iron Cross op Smolensk . Hij was van plan om Operation Wotan , de laatste aanval op Moskou, te lanceren , om zijn leger in het zuiden te zetten in een poging om de Sovjetmacht in het zuiden te omringen. Hij protesteerde tegen de bestelling.
Na de voltooiing van de omsluiting en de Slag van Kiev werd Guderian in het midden van september 1941 bezocht om Moskou een rit te maken. Met de snelle winter naderen, leek de moeite belemmerd met het risico van oververgroting en zijn bevel verlaten onderhevig aan tegenaanval. Hij werd in elk geval besteld. Het offensief verzwakt, en hoewel meerdere units onder het bevel van Guderian het naar de buitenwijken van Moskou hebben gemaakt, bleef de stad in de Sovjet-controle. De Sovjets lanceren vervolgens een tegenaanval die de Duitse troepen stuurde en een algemene ineenstorting bedreigde.  Guderian mocht zijn troepen niet terugtrekken, maar werd in plaats daarvan besteld om "vast te houden" en ze te houden in hun huidige posities. Hij betwistte die bestelling, ging persoonlijk naarAdolf Hitler's hoofdkantoor , maar het werd niet veranderd. Na zijn terugkeer heeft Guderian in elk geval een reeks onttrekkingen uitgevoerd, die zijn bevelen direct niet gehoorzamen. Een verwarmde reeks geschillen met Generalfeldmarschall Günther von Kluge , de commandant van het legergroepcentrum , volgde daarna. Na een laatste botsing met Kluge vroeg Guderian om zijn bevel te verlossen en op 26 december 1941 werd hij opgelucht, samen met veertig andere generaals. Hij werd overgebracht naar het reservebad . Guderian had harde gevoelens over de kwestie tegen Kluge, die hij meende hem niet te ondersteunen had.
In september 1942, toen Erwin Rommel in Duitsland over gezondheidsproblemen terugkwam, stelde hij Guderian voor OKW als de enige die geschikt was om hem in Afrika te vervangen. De reactie van OKW kwam dezelfde nacht terug: "Guderian is niet geaccepteerd". 
Na de Duitse nederlaag bij Stalingrad realiseerde Hitler dat hij Guderian's expertise nodig had. Hij heeft Guderian persoonlijk verzocht om een ​​nieuwe positie te nemen als "Inspector General of Armored Troops". Guderian maakte een aantal bepalingen om ervoor te zorgen dat hij de nodige autoriteit zou hebben om zijn taken uit te voeren. Hitler kwam akkoord met deze voorwaarden en op 1 maart 1943 werd hij benoemd tot de nieuw opgerichte positie. Zijn verantwoordelijkheden waren om toezicht te houden op de herbouw van het sterk verzwakte panzerarm , om toezicht te houden op tankontwerp en productie, en de training van de Duitse panzerkrachten, en hij moest Hitler adviseren over hun gebruik. Met zijn nieuwe positie kon hij veel van de nazi-bureaucratie omzeilen en direct aan Hitler rapporteren.
Guderian werd tegengehouden door een aantal officieren in het Wehrmacht, die de omvang van hun eigen kracht en invloed niet zouden beperken. Zei Hermann Balck , die met Guderian bij de Inspectoraat Mobiele Troepen was gewerkt: "Guderian was altijd in conflict met iedereen. Hij was erg moeilijk om mee te doen, en het is een eerbetoon aan het Duitse leger en aan Guderian's eigen opmerkelijke vermogens, dat hij zo hoog was als hij in het Duitse leger deed. ' Het primaire gebied van weerstand tegen Guderian kwam uit de artillerie tak.  In een poging om de invloed van Guderian te beperken, werd een bijvoeglijk naamwoord toegevoegd aan zijn gebieden van toezicht, waardoor de term " aanval geweren", die een steeds belangrijkere bron van vuurkracht voor de panzerafdelingen werd geworden , tot" heavy assault pistols ", die veel beperkter was. De kwalificatie heeft de Stug III , Wespe en Hummel van Guderian's autoriteit verwijderd, wat betekent dat 90% aanvalpistool productie, training en gebruik zou buiten zijn invloed zijn. 
Operation Citadel , de laatste grote Duitse offensieve operatie in het oosten, was een poging van het Duitse leger om het initiatief te herwinnen. De plannen van de operatie waren bekend aan de Sovjetverdedigers, die maanden besteden aan het opbouwen van een verdediging om de kracht van de aanvallende panzer-eenheden te vermijden. De operatie overtrok twee van de drie beginselen voor succesvolle tankbedrijven die Guderian in Achtung - Panzer had uitgelegd ! , namelijk dat terrein voor de operatie moest worden gekozen die open was en niet opgebouwd was met zware verdediging. Ten tweede, en nog belangrijker, de staking moest worden afgeleverd op een manier die de verdedigers verbaasd heeft. In het licht van de voor de hand liggende zware verdediging waren de Sovjets voorbereid op de aanval, de operatie was een duidelijk misbruik van de Panzerwaffe. Het resultaat zou een significante verzwakking van de Duitse panzerkrachten zijn, krachten die Guderian opnieuw probeerde te herbouwen. In een gesprek met Hitler op 14 mei 1943 wijst Guderian op de nutteloosheid van de operatie en vraagt: "Mijn Führer , waarom wil je dit jaar in het oosten aanvalen?" Hitler reageerde: 'Jij hebt gelijk. Wanneer ik aan deze aanval denkt, gaat mijn maag om.' Guderian concludeerde: 'In dat geval is je reactie op het probleem de juiste. Laat het alleen maar los.' 
Toen generaal Wilhelm Keitel , hoofd van de OKW , het politieke belang van het offensief verklaarde, merkte Guderian op: "Hoeveel mensen denkt u zelfs waar Kursk is? Het is een kwestie van diepgaande onverschilligheid voor de wereld of we Kursk houden of niet ... " 
De aanval, die oorspronkelijk werd gepland om in mei te beginnen, werd tot juli vertraagd. Het ging voor een week voor de Sovjet-druk op de Orel in het noorden en de noodzaak om te reageren op de geallieerde invasie van Sicilië leidde tot de stopzetting van de operatie. De Sovjets grepen vervolgens het initiatief, dat zij voor de rest van de oorlog hielden.
In zijn rol als Inspector General of Armored Troops constateerde Guderian dat Hitler geneigd was te experimenteren met te veel ontwerpen, in plaats van een effectief ontwerp te vinden en in grote aantallen te produceren. Hij geloofde dat dit resulteerde in logistieke en reparatieproblemen voor Duitse troepen in de Sovjetunie. Guderian had de voorkeur gegeven aan de productie van grotere aantallen Panzer IV's en Panthers , en minder inspanning besteed aan projecten zoals de Jagdtiger , de Panzer VIII Maus super tank en het Schwerer Gustav 800 mm spoorwegpistool.
Stafchef van het leger 
Op 21 juli 1944 werd Guderian , na het mislukken van de 20 juli plotselinge Hitler vermoord, waar Guderian geen directe betrokkenheid had, aangesteld als stafchef van het leger ( chef-kok van de generaalstabs des heeres ) die Kurt Zeitzler volgde die op 1 juli vertrokken was na meerdere conflicten met Adolf Hitler .
Later leven en dood 
Guderian en zijn medewerkers zijn op 10 mei 1945 overgegeven aan de Amerikaanse troepen. Hij bleef als een gevangene van de oorlog in de Amerikaanse bewaring tot zijn vrijlating op 17 juni 1948. Zijn gedrag werd onderzocht en er werden geen aanklachten geboden. Na de oorlog werd hij vaak uitgenodigd om bijeenkomsten van Britse veteranengroepen bij te wonen, waar hij vroeger gevechten met zijn oude vijanden analyseerde. Gedurende de vroege jaren 1950 was Guderian een van de militaire adviseurs die hielpen bij de oprichting van de militaire militairen van West-Duitsland , de Bundeswehr , die vandaag de militaire defensie van Duitsland is.
Guderian is overleden op 14 mei 1954 op 65-jarige leeftijd in Schwangau, nabij Füssen in ( Zuid-Beieren ) en is begraven op de Friedhof Hildesheimer Straße in Goslar .
Notities geschreven door Erwin Rommel tijdens de convalescing van verwondingen in Normandië bood het volgende perspectief aan in de ontwikkeling van gepantserde oorlogvoering in Duitsland:
In Duitsland waren de elementen van de moderne gepantserde oorlogsvoering al in de vorm van een leer voor de oorlog gekristalliseerd, hoofdzakelijk dankzij het werk van generaal Guderiaan, en had praktische uitdrukking gevonden in de organisatie en opleiding van gepantserde formaties. 
In 2000 werd een documentaire over zijn leven uitgezonden op Franse televisie. Getiteld Guderian , het werd geregisseerd door Anton Vassil en omvatte Guderian's zoon Heinz-Günther , Field Marshal Lord Carver en historici Kenneth Macksey en Heinz Wilhelm.
De Enigma-machine die door Guderian wordt gebruikt is te zien in het Intelligence Corps museum in Chicksands , Bedfordshire , Engeland .

Heinz Guderian.jpg

Heinz Guderian aan het Oostfront , juli 1941
Bijnamen) Schneller Heinz (Fast Heinz) 
Hammering Heinz 
Geboren 17 juni 1888 
Kulm , Koninkrijk Pruisen , Duits Rijk 
(nu Chełmno , Kuyavië-Pommeren , Polen )
Ging dood 14 mei 1954 (65 jaar) Schwangau , Beieren , West-Duitsland
Trouw Duits Rijk (tot 1918) Weimar Republiek (tot 1933) Nazi Duitsland (tot 1945) West-Duitsland (na 1945)
Dienstjaren 1907-1954
Rang Generaloberst
Commando's gehouden 2. Panzer Division 
XVI. Armeekorps
XIX. Armeekorps 
Panzergruppe Guderian / Panzergruppe 2/2. Panzerarmee
Gevechten / oorlogen 
Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog
Invasie van Polen
Slag van Wizna
Slag van Brześć Litewski
Slag van Kobryn
Slag van Frankrijk
Slag van Sedan
Operation Barbarossa
Slag van Kiev
Slag van Moskou
Awards Ridderkruis van het IJzeren Kruis met Eiken Bladeren
Relaties Heinz-Günther Guderian

 

Duitse gemotoriseerde krachten op manoeuvres, Duitsland, 1935

 

 

 

 

Heinz Guderian met een Enigma machine in een Sd.Kfz. 251 halve track wordt gebruikt als mobiel commando tijdens de Battle of France

 

 

 

 

Guderian (in opdrachtvoertuig, rechtsaf) leidt pantserkracht in Polen

 

 

 

 

Guderian wordt vervoerd naar het oostfront, 1943

 


Friedrich Guggenberger

Friedrich Guggenberger (München, 6 maart 1915 – Erlenbach am Main, 13 mei 1988), was een Duitse U-boot-commandant bij de Kriegsmarine tijdens de Tweede Wereldoorlog, en was zeer succesvol in deze periode. Van november 1940 tot zijn gevangenneming in juli 1943, bracht hij 17 schepen tot zinken met een totaal van 66.848 BRT en beschadigde een ander van 6.000 BRT. Hij was ook verantwoordelijk voor het tot zinken brengen van het Britse vliegdekschip HMS Ark Royal in november 1941. Voor deze prestatie ontving hij onder andere het Ridderkruis met Eikenloof.


Zijn carrière
Guggenberger meldde zich in 1934 aan bij de Kriegsmarine. Kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd hij in oktober 1939 overgeplaatst naar de U-bootdienst. Na de gebruikelijke opleiding werd hij op de U-28 geplaatst waar hij diende onder commando van Ridderkruisdrager Günther Kuhnke. Guggenberger kreeg weldra van Kuhnke het bevel over de U-28 vanaf 16 november 1940 tot 11 februari 1941, terwijl zijn boot werd ingedeeld in een flottielje van school-U-boten. Hij kreeg het IJzeren Kruis 2e Klasse op 23 maart 1940.

U-81
Guggenberger ontving vervolgens de opdracht om de U-81 in dienst te stellen op 26 april 1941. Hij verrichtte drie patrouilles in de Atlantische Oceaan, wat slechts een matig succes opleverde van twee getorpedeerde schepen. Guggenberger werd op 8 juli onderscheiden met het U-Boot Oorlogsinsigne 1939 en werd op 1 september tot Kapitänleutnant bevorderd. Vervolgens kreeg hij opdracht om met de U-81 in de Middellandse Zee te patrouilleren, samen met het 29e Unterseebootflottille. Zijn eerste poging mislukte toen hij een doorbraak wilde forceren in de Straat van Gibraltar. De U-81 werd echter ontdekt door RAF-vliegtuigen en aangevallen, waardoor het zware schade opliep. De U-81 keerde beschadigd terug naar Brest, waar de boot hersteld werd. Guggenberger werd op 9 september onderscheiden met het IJzeren Kruis 1e Klasse. De U-81 vertrok weer naar de Middellandse Zee om opnieuw een doorbraak te forceren in november 1941. Op 13 november had hij een ontmoeting met Britse schepen van Force H, die terugkeerden naar Gibraltar. Guggenberger kreeg het vliegdekschip HMS Ark Royal in zijn schootsveld en trof de stuurboordzijde midscheeps met een torpedo. De U-81 ontsnapte vervolgens aan de dieptebommenladingen van de escorterende torpedojagers die het verwoed opspoorden.


HMS Legion kwam langszij de getroffen HMS Ark Royal om de overlevenden op te pikken
Ondanks alle pogingen om HMS Ark Royal te redden moest ze worden verlaten. Het schip zonk de volgende dag, met aan boord al haar Fairey Swordfish-vliegtuigen die wegens de slagzij niet konden opstijgen. De bemanning van HMS Ark Royal stapte over op HMS Legion. Guggenberger werd na zijn terugkeer op 10 december 1941 onderscheiden met het Ridderkruis.

U-847, U-513 en gedetineerd
Nadat hij de U-81 had verlaten op 24 december 1942, diende Guggenberger op de U-847 vanaf 26 april 1943 tot 1 februari 1943, waarmee hij geen oorlogspatrouilles uitvoerde maar les gaf aan kandidaat-officieren, en één patrouille van 63 dagen op de U-513 vanaf 15 mei 1943 tot 19 juli 1943. Toen werd hij krijgsgevangen gemaakt door de Amerikaanse Navy. Tijdens zijn krijgsgevangenschap had hij daarna een ontmoeting met vier andere gedetineerde U-bootcommandanten en op 12 februari 1944 ontsnapte Guggenberger uit een Amerikaans krijgsgevangenkamp. Guggenberger reisde samen met August Maus, maar ze werden ingehaald en opgepakt in Tucson, Arizona. Guggenberger deed weer mee aan een grote kampuitbraak van 25 krijgsgevangenen in de nacht van 23-24 december 1944. Dit keer reisde hij met de zwijgzame Jürgen Faslem en nadat ze bijna de grens met Mexico hadden bereikt, werden ze weer opgepakt op 6 januari 1945. Na deze ontsnappingen werd Guggenberger overgeplaatst naar Camp Shanks, New York in februari 1946 en werd daarna gerepatrieerd naar Duitsland. Hij werd vastgehouden in een Britse kampzone in de buurt van Münster, voordat hij werd vrijgelaten in augustus 1946.

Na de oorlog
Guggenberger werd architect, voordat hij in 1956 weer in dienst trad bij de nieuwe Duitse Marine, de Bundesmarine. Hij studeerde aan de Naval War College in Newport, Rhode Island, en verkreeg de rang van Konteradmiral. Hij werd de Deputy Chief of Staff bij de NAVO-commandostructuur AFNORTH en diende de NAVO vier jaar. Hij bleef er tot oktober 1972. Op 13 mei 1988 verliet hij op 73-jarige leeftijd zijn huis voor een boswandeling, maar hij keerde nimmer terug. Zijn stoffelijk overschot werd twee jaar later teruggevonden in het bos.

Successen

15 schepen tot zinken gebracht voor een totaal van 43.098 BRT
1 hulpkruiser-oorlogsschip tot zinken gebracht voor een totaal van 1.150 BRT
1 vliegdekschip tot zinken gebracht voor een totaal van 22.600 tons
1 schip beschadigd met een totaal van 6.003 BRT
Decoraties
Ridderkruis op 10 december 1941 als Kapitänleutnant en Commandant van U-81
Ridderkruis met Eikenloof (nr.171) op 8 januari 1943 als Kapitänleutnant en Commandant van U-81
IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (9 september 1940)en 2e klasse (23 maart 1940)
Onderzeebootoorlogsinsigne 1939 op 8 juli 1940[
Zilveren medaille voor Dapperheid op 10 maart 1942
Bronzen medaille voor Dapperheid op 29 mei 1943[4]
Militaire Orde van Verdienste, 4e klasse met Kroon
Hij werd eenmaal genoemd in het Wehrmachtbericht. Dat gebeurde op:
15 November 1941

Friedrich Guggenberger
Geboren 6 maart 1915
München, Duitse Keizerrijk
Overleden 13 mei 1988
Erlenbach am Main, Bondsrepubliek Duitsland
Land/partij Vlag van Duitsland nazi-Duitsland
Vlag van de Bondsrepubliek Duitsland West-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1938-1945).svg Kriegsmarine
Naval Ensign of Germany.svg Deutsche Marine
Dienstjaren 1934 – 1943 (Kriegsmarine)
1956 – 1972 (Bundesmarine)
Rang Kriegsmarine-Kapitänleutnant.png Kriegsmarine-Kapitänleutnant (s).svg Kapitänleutnant
MDJA 62 Konteradmiral Trp Lu.svg MDS 62 Konteradmiral Trp.svg Konteradmiral
Eenheid 24. Unterseebootsflottille
1. Unterseebootsflottille
29. Unterseebootsflottille
4. Unterseebootsflottille
10. Unterseebootsflottille
Leiding over U-2
(3 januari 1941 -
10 februari 1941)
U 28
(16 november 1940 -
2 januari 1941)
U 81
(26 april 1941 -
24 december 1942)
U 847
(23 januari 1943 -
4 februari 1943)
U 513
(15 mei 1943 -
19 juli 1943)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Slag om de Atlantische Oceaan
Grote Papago ontsnapping

 


Otto Günsche

Otto Günsche (Jena, 24 september 1917 - Lohmar, 2 oktober 2003) was een Duitse SS'er en de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog de persoonlijke adjudant van Adolf Hitler.

Op zijn zestiende trad Günsche vrijwillig toe tot de SS Leibstandarte (de latere 1. SS-Panzer-Division Leibstandarte-SS Adolf Hitler). In 1935 werd hij ook lid van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. Gedurende de eerste periode van de oorlog werd hij ingezet bij de Waffen-SS. In januari 1943 werd hij waarnemend adjudant van Hitler, vervolgens vocht hij nog een half jaar aan het front en werd in februari 1944 officieel aangesteld als Hitlers persoonlijke adjudant.

Günsche was aanwezig toen Claus von Stauffenberg op 20 juli 1944 tevergeefs Hitler probeerde te vermoorden; Günsche raakte hierbij lichtgewond.

Tegen het einde van april 1945, toen het ook Hitler duidelijk was geworden dat het Derde Rijk zou instorten, vroeg deze Günsche ervoor te zorgen dat zijn lichaam na zijn zelfmoord zou worden verbrand. Nadat Hitler zich op 30 april het leven had benomen, deed de op dat moment 27-jarige Günsche wat hem was gevraagd en verliet enkele uren later de Führerbunker. Kort daarna werd hij gevangengenomen door de Sovjets bij hun inname van Berlijn. Zij zetten hem langdurig vast in Moskou. In 1955 werd hij naar de gevangenis van Bautzen in de DDR overgeplaatst, alwaar hij in 1956 werd vrijgelaten. Hij vluchtte daarop naar West-Duitsland, waar hij in Bergisch Gladbach werkte voor een geneesmiddelenfirma.

In 2003 overleed Otto Günsche op 86-jarige leeftijd thuis aan een hartaanval. Op zijn eigen verzoek werd zijn as uitgestrooid over de Noordzee.

Militaire loopbaan
SS-Untersturmfuhrer: 21 juni 1942
SS-Obersturmfuhrer: 20 april 1943
SS-Hauptsturmführer: 20 april 1944
SS-Sturmbannführer: 21 december 1944
Registratienummers
NSDAP-nr.: (lid geworden 1 maart 1935)
SS-nr.: 257 773 (lid geworden 1 augustus 1934)
Decoraties
IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (december 1943) en 2e klasse
Kruis voor Oorlogsverdienste, 2e klasse met Zwaarden
Gewondeninsigne, speciale versie "20e juli 1944", zilver en zwart
Storminsigne van de Infanterie
Dienstonderscheiding van Leger en Marine (Duitsland)
Westwall Medaille
Medaille ter herinnering aan de Thuiskomst van het Memelland
Medaille ter Herinnering aan de 1e Oktober 1938 met Gesp „Prager Burg“

Otto Günsche

Otto Günsche
Geboren 24 september 1917
Jena, Hertogdom Saksen-Weimar-Eisenach
Overleden 2 oktober 2003
Lohmar, Noordrijn-Westfalen
Begraven Gecremeerd; as verspreid op zee door familie.
Land/partij Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Flag of the Schutzstaffel.svg SS
Dienstjaren 1933 – 1945
Rang SS-Sturmbannfuehrer,collar.png Shoulder-wss-ill-sturmbannf.jpg
SS-Sturmbannführer
Eenheid 1. SS-Panzer-Division Leibstandarte-SS Adolf Hitler.svg 1. SS-Panzer-Division Leibstandarte-SS Adolf Hitler
SS-Begleitkommando des Führers
Leiding over Adjudant Adolf Hitler
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Anschluss
Annexatie van Memelland
Annexatie van Sudetenland
Oostfront
Westfront

 


Werner von Haeften

Werner Karl Otto Theodor von Haeften (Berlijn, 9 oktober 1908 - aldaar, 21 juli 1944) was een Duits jurist en Wehrmacht-officier die betrokken was bij de aanslag op Hitler op 20 juli 1944.

Levensloop
Von Haeften was de zoon van generaal-majoor b.d. Hans von Haeften (1870-1937), president van het Reichsarchiv Potsdam en Agnes von Haeften, geb. von Brauchitsch (1869-1945). Zijn zus was Elisabeth von Haeften (*1903) en zijn broer Hans-Bernd von Haeften (1905-1944).

Von Haeften studeerde rechten in Berlijn en werkte daarna als juridisch adviseur voor een bank in Hamburg. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd hij aangesteld als eerste luitenant (Oberleutnant) der reserve en naar het oostfront gezonden. In de winter van 1942 raakte hij zwaargewond. Na te zijn hersteld werd hij in 1943 aangesteld als adjudant van luitenant-kolonel Claus Schenk Graf von Stauffenberg. Von Stauffenberg, die bij gevechten in Noord-Afrika invalide was geraakt, werkte voor de generale staf van het reserveleger (Ersatzheer) aan de Bendlerstrasse.

Von Haeften werd de vertrouweling van Von Stauffenberg en was net als zijn chef een fel tegenstander van Hitler geworden. Von Haeften was nauw betrokken bij de voorbereiding van het complot tegen Hitler. Op 20 juli 1944 begeleidde Von Haeften in zijn hoedanigheid van adjudant Von Stauffenberg naar het Führerhauptquartier Wolfsschanze bij Rastenburg, Oost-Pruisen. Von Haeften was erbij aanwezig toen Von Stauffenberg in een verkleedruimte in één van de barakken in de Wolfsschanze de bom op scherp stelde, om hem vervolgens in zijn aktetas te stoppen[1]. Von Haeften ging hierna naar buiten om met een chauffeur (die overigens niet bij het complot betrokken was) in een auto te wachten. Von Stauffenberg ging naar de kaartenkamer waar Hitler en zijn generaals de situatie aan het oostfront bespraken en zette de tas met de bom onder de tafel en excuseerde zich. Von Stauffenberg - hij moest zogenaamd naar Berlijn bellen - haastte zich naar buiten.

Nadat de bom was ontploft - Stauffenberg was er nu van verzekerd dat Hitler dood was - stapte Von Stauffenberg in de auto die Von Haeften in gereedheid had gebracht en zij snelden zich naar het vliegveld van Rastenburg, waar zij aan boord gingen van een vliegtuig dat hen naar Berlijn bracht. Terug in Berlijn assisteerde hij Von Stauffenberg en de medesamenzweerders bij de uitvoering van de coup. Toen duidelijk werd dat de Hitler nog leefde en de coup mislukt was, werden de samenzweerders, waaronder Von Stauffenberg en Von Haeften, op bevel van generaal Friedrich Fromm op de binnenplaats van het Bendlerblock terechtgesteld.
Hans-Bernd von Haeften, Werners broer, die op de hoogte was van de plannen van de samenzweerders, werd enige dagen later gearresteerd. Hij werd ter dood veroordeeld en opgehangen.
Decoraties
Eisernes Kreuz I. Klasse 1939
Eisernes Kreuz II. Klasse 1939
Verwundetenabzeichen (1939) in Zilver
Verwundetenabzeichen (1939) in Zwart

Werner von Haeften in 1939

Werner von Haeften in 1939
Geboren 9 oktober 1908
Berlijn, Duitse Keizerrijk
Overleden 21 juli 1944
Berlijn, Nazi-Duitsland
Land/partij Vlag van Duitsland nazi-Duitsland
Onderdeel Balkenkreuz.svg Heer (Wehrmacht)
Dienstjaren 1939 - 1944
Rang Collar tabs of Offiziere of the Heer.svg Insignia Wehrmacht Heer Oberleutnant 1.svg
Oberleutnant
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Oostfront
Complot van 20 juli 1944

 


Hans Kammler

Hans Friedrich Karl Franz Kammler (Stettin, 26 augustus 1901 - Praag, 9 mei 1945) was een Duitse architect, leider van de bouw- en bewapeningsprojecten van het Derde Rijk en SS-Obergruppenführer en generaal bij de Waffen-SS. Als leider van het bouwwezen van de SS was hij verantwoordelijk voor alle concentratiekampgebouwen en gaskamers, crematoria. Aan het einde van de oorlog beval hij een moordpartij op burgers in het bloedbad in het Arnsberger Wald van 21 tot 23 maart 1945.
Leven
Toen Hans geboren werd, was zijn vader Franz Kammler Oberleutnant in de Deutsches Heer. Zijn vader zou later nog bevorderd worden tot Oberst in de infanterie en gendarmerie. Hans Kammler bezocht diversen scholen van 1908 tot 1918, waaronder het humanistische gymnasium in Bromberg, Ulm en Danzig waar hij in 1919 zijn eindexamen aflegde.
Kammler was zeer nationaal-conservatief gezind en trad daarom begin februari 1919 als vrijwilliger in het 2. Leib-Husaren-Regiment „Königin Viktoria von Preußen“ Nr. 2. Wegens de dreigende demobilisatie van zijn eenheid, stapte hij over naar het Vrijkorps Roßbach in het Grenzschutz Ost. In oktober 1919 begon Kammler een studie in architectuur met de studierichting in hoogbouw aan de Technische universiteit Danzig. Bovendien studeerde hij één semester aan de Technische Universiteit München. Tijdens zijn studie's was Kammler lid van de gymnastiekvereniging (ATV) Cimbria.
Op 25 oktober 1923 sloot hij het examen aan de Technische universiteit Danzig met een ingenieursdiploma af.
In 1924 was hij in het kader van zijn opleiding als regeringsbouwleider voor de Pruisische staatsdienst werkzaam. Vanaf februari 1924 tot februari 1925 was hij de uitvoerder over de wijk Onkel Toms Hütte. Vanaf 1925 tot 1928 ontwierp hij en hield toezicht op de utiliteitsbouw voor garages, werkplaatsen. Ook planning van wijken en vrijstaande huizen. Hij nam deel aan een wedstrijd van algemene ontwikkelingsplannen en van de bouw van grote gebouwen. Op 4 februari 1928 legde hij het staatsexamen af en werd tot Regierungsbaumeister benoemd. "Die Stärke des jungen Architekten lag nicht so sehr im Entwurf als in der Planung und Organisation von Arbeitsabläufen bei größeren Bauvorhaben." Van april 1928 tot maart 1931 was Kammler werkeloos. Daarna werkte hij als deeltijd wetenschapper bij het Reichsforschungsgesellschaft voor economie in de bouw- en woningen.
Vanaf 1 april 1931 tot 1 september 1933 werkte Kammler als werknemer in het Reichsarbeitsministerium mee aan de Stiftung zur Förderung von Bauforschungen in Berlijn.
Op 29 november 1932 promoveerde hij aan de Technische universiteit Hannover tot dokter der ingenieurswetenschappen.
Nationaalsocialisme
Tegen het einde van de Weimarrepubliek, radicaliseerde de politieke houding van Kammler. Hij werd begin maart 1932 lid van de NSDAP en op 20 mei 1933 van de SS. Van 1931 tot 1933 werkte hij voor de SS en NSDAP als administratief medewerker in een technische ingenieursafdeling van de gouwleiding van het Groot-Berlijn. Maar hij was ook bezig met andere werksectoren.
Van tijd tot tijd was hij in de SS werkzaam op het bureau voor het bewijzen van niet-Joodse afkomst (Ariernachweis). Van 1933 tot 1936 was hij voor de NSDAP de leider van de afdeling voor woon- en planologie in de gouwleiding van Groot-Berlijn. In 1937 trad hij als opleidingsspreker voor de Berlijnse politie op. Van 1933 kreeg Kammler de opdracht om leiding te geven aan de Rijksbond van Volkstuinders en grondbezitters die gezamenlijk een bestand hadden van een miljoen leden[3].
Op 10 oktober werd Kammler in het Rijksministerie voor Voeding en Landbouw ingezet. Hij was adviseur voor boeren nederzettingen in de afdeling VII. Daarmee verbonden waren talrijke belangrijke posten, onder andere leider van de Reichsgutachterausschusses für Bauvergabe, lid van de senaat van de Duitse academie voor bouwhistorie en als verbindingsofficier van de RMEL voor de gezamelijke rijksministeries in bereik van de bouworde. In augustus 1934 werd Kammler benoemd tot lid van de regeringsraad in het Rijksministerie voor Voeding en Landbouw.
Op 1 augustus 1940 werd de hoofdbetrekking van Kammler als lid van SS het SS-Wirtschafts und Verwaltungshauptamt. Op 1 juni 1941 verwisselde hij de Waffen-SS en werd tot Chef van het SS-Hauptamtes Haushalt und Bauten benoemd. Na de oprichting van het SS-Wirtschafts und Verwaltungshauptamt begin februari 1942, werd hij leider van de Amtsgruppe C (bouwwezen) van het WVHA tot het einde van de oorlog.
Hij had het oppertoezicht over alle concentratiekamp bouwplannen, inbegrepen gaskamers en crematoria, daarom mag hij als "technocraat der vernietiging" heette[4]. In de nazomer van 1942 begon hij met de planning voor de bouw van de nieuwe crematoria in Auschwitz, die tot dan geprojecteerd crematievermogen van 2650 lijken per dag (80.000 per maand) ontoereikend leek[5]. Kammler was de deskundige in het bouwprogramma van de Führer in de staf van Robert Ley.
In augustus 1943 werd Kammler verantwoordelijk voor het uitbouwen van de ondergrondse (U-Verlagerung) productieplaatsen voor de straalmotoren, straalvliegtuig, motoren en V2's. Op 1 september 1943 werd hij door de Reichsführer-SS Heinrich Himmler tot "bijzonder gevolmachtigde van de Reichsführer-SS voor het V2-programma" onder SS-Obergruppenführer Oswald Pohl benoemd. Onder Kammlers leiding begon de bouw van de ondergrondse productieplaatsen in het Kohnstein. Albert Speer prees na de oorlog de bouw van het zogenaamde Mittelwerk in de buurt van Nordhausen als een "echt uniek daad".
Met het tot stand brengen van de productie van de B8 Bergkristal werkte Kammler aan de grootste en modernste ondergrondse fabrieken voor de Messerschmitt Me 262 in Sankt Georgen an der Gusen niet ver van Mauthausen.
In augustus 1944 werd de verantwoording voor de inzet van de V-2 hem toegewezen, dit gebeurde onder de auspiciën van de SS. De Division zur Vergeltung kwam onder Kammler zijn bevel, deze divisie beschikte over meerdere raketwerperbatterijen. Het personeelsbestand bedroeg aanvang 1945 ongeveer 11.000 man. De wapensystemen bevonden zich eind 1944 in Nederland, België en West-Duitsland. Vanaf september 1944 werden er raketten op Londen, Parijs en later op Antwerpen en Brussel afgevuurd. Met het oprukken van de geallieerden moesten de raketstellingen in Nederland en België ontruimd worden, ook de stellingen in West-Duitsland moesten geruimd worden.
Op 3 mei 1945 was Kammler voor de laatste maal bij Hitler en dat gaf hem kennelijk hoop. "Kammler maakte het uitstekend, en zette in op grote verwachtingen". (Goebbels, dagboek: 4 april 1945). Was Kammler in de Führerbunker nog de energieke generaal, gaf hij op 13 april tegenover Speer zijn toekomstplannen aan. De oorlog was verloren, het was nu beter om zich nu terug te trekken. Hij wilde contact maken met geallieerden en zo de nieuwe wapentechnologie uitwisseling tegen zijn persoonlijke vrijheid.
Na 23 april 1945 ging Kammler vooruit naar Ebensee in Oostenrijk, waar hij een vergadering had met de SS-leiding. In de morgen van 4 mei ging hij naar Praag. Tegenover de journalist Günther d'Alquen voorspelde Kammler "dat we in Praag nog wat zullen beleven". Op de avond van 4 mei begon de Praagse Opstand. Op 9 mei 1945 bezette het Rode Leger de stad.
Dood Kammler
De dood van Kammler is niet meer met zekerheid vast te stellen. Er doen de verschillende verklaringen de ronde:
Kammler pleegde op 9 mei 1945 zelfmoord[6]. Dit werd duidelijk in het verloop van 9 december 1957 in Arnsberg begonnen proces tegen de ondergeschikte van Kammler. Vanwege de slachting van buitenlandse arbeiders in het Arnsberg bos, dat vanaf 20 tot en met 22 maart 1945 door zijn eenheid gepleegd was. In de beslissing van de regionale rechtbank werd vastgesteld dat Kammler, begeleid door zijn ordonnansofficier en bestuurder, begin mei 1945 in Praag was, en de opstand van Praag en de capitulatie van de Duitse troepen ervaarde. Op 9 mei vluchtte hij met twee auto's de stad uit. Nadat hij uitgesproken had "ik heb voor jullie geen doel meer" liet hij bij een bosgebied ten zuiden van Praag halt houden. Hij eiste dat zijn begeleider, zich erdoor zou slaan terug naar Duitsland, en ging het bos in. Korte tijd daarna werd zijn lijk door zijn ordonnansofficier, SS-Obersturmführer Zeuner en bestuurder SS-Oberscharführer Preuk gevonden. Hij had zich waarschijnlijk met behulp van cyanide van het leven beroofd. Het lijk werd vervolgens door de aanwezige ter plekke begraven.
In het boek de Vier Prinzen zu Schaumburg-Lippe, Kammler und von Behr, (2013), staat een brief van de getuige Ingeborg Alix Prinses te Schaumburg-Lippe aan Jutta Kammler daarin kan nagelezen worden over de laatste dagen van Kammler in Praag.
In 2014 betwijfelde de historicus Rainer Karlsch, dat Kammler in 1945 wel zelfmoord gepleegd heeft. Hij had zich in 1945 eerder in de bescherming van de Amerikaanse inlichtingendiensten begeven.[8].
In april 1945, waarschijnlijk op bevel van hemzelf door zijn eigen adjudant SS-Obersturmbannführer Hans Schleiff doodgeschoten.
Op 9 juli 1945, richtte Kammler's weduwe een verzoek aan de rechtbank om haar man vanaf 9 mei 1945 dood te laten verklaren. Zij overhandigd een verklaring onder ede, gedateerd van 8 mei 1948, door Kammler's chauffeur, SS-Oberscharführer Kurt Preuk. Volgens Preuk, had hij persoonlijk het "lijk van Kammler gezien en was present geweest bij zijn begrafenis" op 9 mei 1945. Door de uitspraak van het gerechtshof van het district van Berlijn-Charlottenburg op 7 september 1948; (dossier 14.II 344/48); werd de dood van Kammler op 9 mei 1945 officieel vastgesteld. In een andere verklaring onder ede van 16 oktober 1959 betrof het de uitkering bij overlijden, waarin Kurt Preuk verklaarde dat de datum van zijn dood "rond 10 mei 1945 was", maar dat hij niet van bewust was van de doodsoorzaak. Op 7 september 1965, verklaarde de adjudant van Kammler, Heinz Zeuner (geboren op 12 mei 1921 in Clausthal-Zellerfeld), dat Kammler overleed op 7 mei 1945, ten zuidelijk van Daffle/Moldavië. Zeuner verklaarde dat hij samen met Preuk en andere van Kammler's staf, het lijk van de SS-generaal geobserveerd hadden. Alle ooggetuigen overlegde over de kwestie en beweerde met zekerheid dat de doodsoorzaak wel cyanide vergiftiging was..
Familie[bewerken]
Op 14 juni 1930 trouwde Hans Kammler met Jutta Carla Anna Horn (12 april 1908 in Naumburg) zij was lid van de Nationalsozialistische Volkswohlfahrt, NSD-Studentenbund, en NS-Bund Deutscher Technik. Het echtpaar had meerdere kinderen: twee zonen (geboren 11 februari 1940 en 10 december 1943), vier dochters (geboren 13 maart 1931 (overleden 16 september 1931); 25 maart 1932; 6 juli 1934 (overleden 12 maart 1936); en 11 februari 1937).
Bellettrie
De persoon Hans Kammler vond literaire verwerking in de roman Der Trojaner van Eric Verna (2013), ISBN 978-3-8495-7145-0. Kammler verschijnt ook in de roman Der General des letzten Bataillons (2014) van Dan König.
In de roman Das letzte Experiment van Philip Kerr (2009), ISBN 978-3-499-24923-5, wat zich in 1950 in Argentinië afspeelt, daarin verschijnt Kammler ook.
Militaire loopbaan
SS-Untersturmführer: 20 april 1936
SS-Obersturmführer: 20 april 1937
SS-Hauptsturmführer: 12 september 1937
Leutenant der Reserve: 1937
SS-Sturmbannführer: 11 september 1938
SS-Obersturmbannführer: 1 juni 1939
SS-Standartenführer: 1 augustus 1940
SS-Oberführer: 6 juni 1941[10]- 1 juni 1941
SS-Brigadeführer en Generalmajor bij de Waffen-SS:20 april 1942
SS-Gruppenführer en Generalleutnant bij de Waffen-SS: 30 januari 1944
SS-Obergruppenführer en General bij de Waffen-SS : 27 maart 1945 1 maart 1945

Kammler’s NSDAP-ID foto, 1932

Kammler’s NSDAP-ID foto, 1932
Geboren 26 augustus 1901
Stettin, Koninkrijk Pruisen, Duitse Keizerrijk (hedendaags Polen)
Overleden 9 mei 1945
Nabij Praag; dood verklaard op 7 september 1948
Religie Protestant tot 1932, verklaarde zich later Gottgläubig
Land/partij Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Flag of the Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Dienstjaren 1933 - 1945
Rang HH-SS-Obergruppenfuhrer-Collar.pngSS Obergruppenführer.jpg
SS-Obergruppenführer en generaal bij de Waffen-SS
Eenheid 2. Leib-Husaren-Regiment „Königin Viktoria von Preußen“ Nr. 2
Leiding over Chef Amtsgruppe C,
SS-Wirtschafts und Verwaltungshauptamt
(SS-WVHA)
Hoofd V-1 en V-2 programma (31 januari 1945 -
8 mei 1945)
Division zur Vergeltung
(1 oktober 1944 -
27 januari 1945)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog

 


Josef Harpe (Gelsenkirchen-Buer, 21 september 1887 – Nürnberg, 14 maart 1968) was een Duits Generaloberst tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Tijdens de inval van Polen voerde Josef Harpe als Oberst een gepanterserde brigade aan. Op 15 februari 1940 werd hij benoemd tot commandant van een opleidingsinstituut voor pantsertroepen in Wünsdorf in Zossen. Op 1 augustus 1940 werd hij bevorderd tot Generalmajor en werd op 5 oktober 1940 commandant van de 12. Panzer-Division. Tijdens de Slag om Bialystok–Minsk en verdere inval in Wit-Rusland leidde Josef Harpe dan ook de 12. Panzer-Division. Hiervoor werd hij op 15 januari 1942 bevorderd tot Generalleutnant en werd hij de bevelhebber van XXXXI. Armeekorps.

Op 1 juni 1942 volgde de bevordering tot General der Panzertruppen en werd zijn korps hernoemd tot XXXXI. Panzerkorps. Voor zijn aandeel en moed tijdens de Slag om Koersk werd hij op 4 november 1943 benoemd tot commandant van de 9. Armee. In die rol werd Josef Harpe op 20 april 1944 bevorderd tot Generaloberst en nam hij op 1 mei het commando van 4. Panzerarmee in Noord-Oekraïne op zich. Op 28 juni 1944 nam hij de leiding van Generalfeldmarschall Walter Model van Heeresgruppe Nordukraine over. Na herbenoeming van Heeresgruppe Nordukraine op 23 september in Heeresgruppe A bleef hij de bevelhebber. Na de Russische doorbraak bij Baranów Sandomierski tijdens het Wisła-Oderoffensief werd Josef Harpe door Adolf Hitler als zondebok beschouwd en werd hij op 17 januari 1945 vervangen door Generaloberst Ferdinand Schörner.

Op 9 maart 1945 werd hij benoemd tot commandant van de 5. Panzerarmee en viel hij op 17 april 1945 in handen van de Amerikanen na de belegering van het Roergebied. Josef Harpe kwam vrij op 14 april 1948.

Militaire loopbaan
Fahnenjunker: 28 september 1900
Fahnenjunker-Unteroffizier: 1 maart 1910
Leutnant: 20 maart 1911
Oberleutnant: 18 april 1915
Hauptmann: 18 april 1918
Major: 1 april 1931
Oberstleutnant: 1 augustus 1934
Generalmajor: 30 augustus 1940 (mit Wirkung vom 1 augustus)
Generalleutnant: 15 januari 1942
General der Panzertruppe: 1 juni 1942
Generaloberst: 20 april/mei 1944
Decoraties
Ridderkruis (nr.418) op 13 augustus 1941 als Generalmajor en Commandant 12.Panzer-Division / XXXIX.Armee-Korps / 9.Armee / Heeresgruppe Mitte
Ridderkruis met Eikenloof (nr.55) op 31 december 1941 als Generalmajor en Commandant 12.Panzer-Division / Heeresgruppe Nord
Ridderkruis met Eikenloof en Zwaarden (nr.36) op 15 september 1943 als General der Panzertruppe en Bevelvoerend-generaal XXXXI.Panzerkorps
IJzeren Kruis 1914, 1e klasse (3 september 1915) en 2e klasse (21 september 1914)
Gewondeninsigne in zwart
Erekruis voor de Wereldoorlog in 1936
Dienstonderscheiding van Leger en Marine (Duitsland) voor (4, 12, 18 en 25 dienstjaren)
Panzerkampfabzeichen in zilver
Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e klasse en 2e klasse
Anschlussmedaille met Gesp Prager Burg
Sudetenlandmedaille
Medaille Winterschlacht im Osten 1941/42
Duitse Kruis in goud op 19 februari 1943 als General der Panzertruppe en Bevelvoerend-generaal XXXXI.Panzerkorps
Grootkruis in de Orde van de Kroon van Roemenië met Kroon en Zwaarden
Hij werd eenmaal genoemd in het Wehrmachtbericht. Dat gebeurde op 1 januari 1944.

General der Panzertruppe Josef Harpe, 1943
Geboren 21 september 1887
Gelsenkirchen-Buer, Westfalen, Duitse Keizerrijk
Overleden 14 maart 1968
Nürnberg, Bondsrepubliek Duitsland
Begraven Alter Friedhof, Eschau, Beieren, Duitsland
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Rijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1909 - 1945
Rang Collar tabs for the Generals of the Heer.svg Generaloberst (Wehrmacht) 5.svg
Generaloberst
Eenheid Infanterie-Regiment „Vogel von Falckenstein“ (7. Westfälisches) Nr. 56
Leiding over 2. Infanterie-Division
(5 oktober 1940 –
10 januari 1941)
12. Panzer-Division
(10 januari 1941 –
15 januari 1942)
XXXXI.Panzerkorps
(10 juli 1942 –
15 oktober 1943)
4. Panzerarmee
(18 mei 1944 – 28 juni 1944)
9. Armee
(4 november 1943 –
19 mei 1944)
5. Panzerarmee
(8 maart 1945 – 17 april 1945)
 

 


Gotthard Heinrici

Gotthardt Heinrici (Gumbinnen, 25 december 1886 – Endersbach, 13 december 1971) was een Duitse generaal in het Duitse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Levensloop
Persoonlijk leven

Heinrici werd geboren met Kerstmis. Er zijn maar weinig dingen bekend over zijn persoonlijke leven. Hij was een neef van generaal Gerd von Rundstedt en getrouwd met Gertrude Heinrici, een half-Jodin.[2] De Heinricis hadden twee kinderen, een jongen (Hartmut) en een meisje (Gisela).
Als zoon van een lutherse predikant was Heinrici een religieus man. Hij ging geregeld naar de kerk. Zijn geloof maakte hem echter niet bepaald populair in de nazi-hiërarchie, en hij stond op slechte voet met rijksmaarschalk Hermann Göring en Hitler. Dit was mede vanwege het feit dat hij geen lid wilde worden van de nazipartij.
Vroege militaire carrière
De Heinrici-familie was een militair geslacht. Al sinds de 12e eeuw dienden leden van de familie in het leger. Gotthard Heinrici zette deze traditie voort door op 8 maart 1905 lid te worden van het 95e Infanterieregiment. Hij was toen 19 jaar oud. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht Heinrici mee aan zowel het oost- als westfront. Hij kreeg hiervoor meerdere onderscheidingen, waaronder het gewondeninsigne, het IJzeren Kruis Ie Klasse, de Hertog Carl Eduard-Medaille met de Zwaarden en het Carl Eduard-Oorlogskruis. Hij nam deel aan de Slag bij Tannenberg. Heinrici werd slachtoffer van gifgas, maar overleefde dit.
Tweede Wereldoorlog
Ook in de Tweede Wereldoorlog diende Heinrici in het Duitse leger. Net als in de Eerste Wereldoorlog was hij actief op beide fronten. Hij bouwde een reputatie op als een van de meest succesvolle defensiespecialisten van de Duitse landmacht.
Tijdens de Blitzkrieg in de Slag om Frankrijk was Heinrici’s legereenheid onderdeel van Kolonel-generaal (Generaloberst) Wilhelm Ritter von Leebs Heeresgruppe C. Hij had het bevel over het XIIe legerkorps, welke onderdeel uitmaakte van het 1e Leger. Heinrici slaagde erin om op 14 juni 1940 door de Maginotlinie te breken. In 1941, tijdens Operatie Barbarossa, diende Heinrici in het Tweede Pantserleger onder Heinz Guderian. Hij kreeg als generaal van het XXXXIIIe legerkorps het Ridderkruis.
Op 26 januari 1942 kreeg Heinrici het bevel over het 4e leger. Deze eenheid was van cruciaal belang voor de Duitse verdedigingslinie in de richting van Moskou. Het 4e leger hield onder Heinrici’s bevel tien weken stand tegen het Sovjet-leger, dat 530.000 man verloor tegenover 'maar' 35.000 verliezen (waarvan 10.000 gesneuveld of vermist) voor het vierde leger. Heinrici’s troepen waren soms zwaar in de minderheid. Tijdens deze periode ontwikkelde Heinrici een van zijn bekendste tactieken: als hij wist dat er een Sovjet-aanval aan zat te komen liet hij al zijn troepen zich terugtrekken op een achterwaarts gelegen linie zodat ze niet werden getroffen door het artilleriespervuur. Daarna liet hij ze meteen weer oprukken naar de oorspronkelijke linie om het aanvallende leger tegen te houden.
Eind 1943 werd Heinrici op bevel van Göring overgeplaatst naar een herstelhuis. Zogenaamd omdat hij in slechte gezondheid zou verkeren, maar in werkelijkheid als straf voor het feit dat hij had geweigerd om Smolensk plat te branden als onderdeel van de tactiek van de verschroeide aarde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij tweemaal een tweemaandelijks verlof. Eerst van 6 juni tot 13 juli 1942, en later van 1 juni tot 31 juli 1943. Een van deze verlofperiodes was mogelijk omdat hij hepatitis zou hebben opgelopen.
In de zomer van 1944, na acht maanden gedwongen rust, werd Heinrici naar Hongarije gestuurd en kreeg het bevel over de Duitse eerste pantsereenheid en het Hongaarse eerste leger. Op 3 maart 1945 kreeg Heinrici het Ridderkruis van het IJzeren Kruis met de Zwaarden en Eikebladeren.
Op 20 maart 1945 verving Heinz Guderian Heinrich Himmler door Heinrici als commandant van de Heeresgruppe Weichsel aan het oostfront. Vanuit deze positie had Heinrici het bevel over twee legers: het 3e Pantserleger geleid door generaal Hasso von Manteuffel en het 9e Pantserleger geleid door generaal Theodor Busse. Heinrici moest voorkomen dat de Sovjets de Oder zou oversteken. Hij had echter te lijden onder tekort aan soldaten en materialen, en het feit dat Hitler dacht dat het Sovjetleger Berlijn niet aan zou vallen. In werkelijkheid waren de Sovjets snel opgetrokken naar het Westen, onder bevel van maarschalken Georgi Zjoekov en Ivan Konev. Tevens naderden de Engelse en Amerikaanse legers Berlijn vanuit het westen.
Op 15 april ontmoette Heinrici architect Albert Speer en luitenant-generaal (Generalleutnant) Helmuth Reymann om met hen de tactiek van de verschroeide aarde te bespreken. Speer en Heinrici waren beide tegen het gebruik van deze tactiek. Hoewel Reymann weigerde om met Speer samen te werken, beloofde hij om Heinrici te informeren alvorens deze tactiek te gebruiken.
Op 16 april begon de eerste fase van de Slag om Berlijn. Al snel werd duidelijk dat de Heeresgruppe Weichsel de Sovjets niet tegen kon houden. Heinrici gaf zijn soldaten eind april dan ook het bevel zich terug te trekken uit Wollin. Dit terwijl Hitler had aangegeven dat er geen bevel tot terugtrekking mocht worden gegeven zonder zijn persoonlijke toestemming.
Op 28 april zag de Duitse veldmaarschalk Wilhelm Keitel hoe de soldaten zich terugtrokken richting het noorden, in plaats van juist naar Berlijn te gaan. Ze hoopten een doorbraak van de Sovjets in Neubrandenburg te voorkomen.[3] Heinrici had echter met dit bevel de orders van Keitel en zijn rechterhand, generaal Alfred Jodl, geschonden. Keitel ging woedend op zoek naar Heinrici, en vond hem vlak bij Neubrandenburg. Hij beschuldigde Heinrici van insubordinatie, lafhartigheid, verraad en sabotage.[3] Keitel onthief Heinrici uit zijn functie als commandant.
Heinrici trok zich hierop terug naar Plön, waar hij zich op 28 mei 1945 overgaf aan het Britse leger.
Na de oorlog
Na gevangen te zijn genomen door de Britten, werd Heinrici opgesloten in Island Farm, waar hij bleef tot aan zijn vrijlating op 19 mei 1948. Hij werd wel drie weken even overgeplaatst naar een kamp in de Verenigde Staten.
Na de oorlog werden Heinrici’s dagboeken en brieven verzameld in een boek getiteld getiteld Morals and behaviour here are like those in the Thirty Years’ War. The First Year of the German-Soviet War as Shown in the Papers of Gnl. Gotthard Heinrici. Hij werd ook prominent behandeld in Cornelius Ryans boek, The Last Battle.
Militaire loopbaan
Fahnenjunker: 8 maart 1905
Fahnenjunker-Unteroffizier: 19 juli 1905
Fähnrich: 19 december 1905
Leutnant: 18 augustus 1906
Oberleutnant: 17 februari 1914
Hauptmann: 18 juni 1915
Major: 1 februari 1926
Oberstleutnant: 1 augustus 1930
Oberst: 1 maart 1933
Generalmajor: 1 januari 1936
Generalleutnant: 1 maart 1938
General der Infanterie: 1 juni 1940
Generaloberst: 30 januari 1943
Zie voor meer informatie over Duitse rangen eventueel ook het artikel Duitse militaire rang in de Tweede Wereldoorlog
Decoraties
Ridderkruis op 18 september 1941 als General der Infanterie en Bevelvoerend-generaal XXXXIII.Armee-Korps / 2.Armee / Heeresgruppe Mitte
Ridderkruis met Eikenloof (nr.333) op 24 november 1943 als Opperbevelhebber 4.Armee / Heeresgruppe Mitte
Ridderkruis met Eikenloof en Zwaarden (nr.136) op 3 maart 1945 als Generaloberst en Opperbevelhebber 1.Panzer-Armee.
Ridderkruis in de Huisorde van Hohenzollern met Zwaarden op 9 augustus 1918
IJzeren Kruis 1914, 1e klasse (24 juli 1915) en 2e klasse (27 september 1914)
Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (16 juni 1940) en 2e klasse (13 mei 1940)
Gewondeninsigne in Zwart
Carl Eduard-Oorlogskruis[9]
Ridderkruis in de Orde van de Witte Valk in zilver met Zwaarden
Ridderkruis in de Saksisch-Ernestijnse Huisorde met Zwaarden
Erekruis voor de Wereldoorlog
Hanseatenkruis Hamburg
Medaille Winterschlacht im Osten 1941/42
Dienstonderscheiding van Leger en Marine (Duitsland) voor (4, 12, 18 en 25 dienstjaren)
Kruis voor Militaire Verdienste (Oostenrijk-Hongarije), 3e klasse met Oorlogsdecoratie
Vorstelijk Reussisch Ereteken, 3e klasse met Zwaarden
Vorstelijk Schwarzburgs Erekruis, 3e klasse met Zwaarden
Hertog Karel Eduard-medaille, 2e klasse
Hij werd genoemd in het Wehrmachtbericht.

Günther von Kluge en Gotthard Heinrici in 1943

Günther von Kluge en Gotthard Heinrici in 1943
Bijnaam Unser Giftzwerg ('onze giftige dwerg')
Geboren 25 december 1886
Gumbinnen, Oost-Pruisen, Duitse Keizerrijk (hedendaags Goesev, Oblast Kaliningrad, Rusland)
Overleden 13 december 1971
Endersbach (Weinstadt), Bondsrepubliek Duitsland
Begraven Friedhof Bergacker, Freiburg im Breisgau, Baden-Württemberg, Duitsland: (graf bestaat niet meer)
Religie Lutheranisme
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Rijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1905 - 1945
Rang Collar tabs for the Generals of the Heer.svg Generaloberst (Wehrmacht) 5.svg Generaloberst
Eenheid 6. Thüringische Infanterie-Regiment Nr. 95
203. Infanteriedivision
Infanterie-Regiment Nr. 95
81. Division (Reichswehr)
13. (Württ.) Infanterie-Regiment (Reichswehr)
83. (Preußisches) Infanterie-Regiment (Reichswehr)
Leiding over 16. Infanterie-Division (Wehrmacht)
(12 oktober 1937 –
31 januari 1940)
XXXXIII.Armeekorps
4. Armee
(20 januari 1942 –
6 juni 1942)
(15 juli 1942 – juni 1943)
(31 juli 1943 – 4 juni 1944)
1. Panzerarmee (Wehrmacht)
(15 augustus 1944 –
19 maart 1945)
Heeresgruppe Weichsel
(20 maart 1945 – 28 april 1945)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Westfront
Westfront
Slag bij Tannenberg
Tweede Wereldoorlog
Slag om Frankrijk
Operatie Barbarossa
Oostfront
Slag bij de Duklapas
Slag om de Seelower Höhen
Slag om Berlijn

 


August Heißmeyer

August Heißmeyer (Gellersen, 11 januari 1897 – Schwäbisch Hall, 16 januari 1979) was een Duitse SS-Obergruppenführer en vanaf 1 juli 1944 generaal bij de Waffen-SS en bij de politie. Verder gaf hij leiding aan het Hauptamt Dienststelle Heißmeyer. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij wegens oorlogsmisdaden veroordeeld tot een gevangenisstraf.
Jeugd en Eerste Wereldoorlog
Na zijn schooltijd trad Heißmeyer in dienst van het Deutsches Heer. In de Eerste Wereldoorlog was hij tweede luitenant en werd meerdere malen onderscheiden, waaronder met het IJzeren Kruis, 1e klasse.
Na de oorlog werd Heißmeyer lid van een Vrijkorps. In 1920 was hij betrokken bij de Kapp-putsch. Na een onvoltooide studie was hij werkzaam als rijinstructeur.
Nazi-carrière
In 1923 kwam Heißmeyer voor het eerst in aanraking met de nationaalsocialisten. In 1925 sloot hij zich, onder zijn oude lidmaatschapsnummer, opnieuw bij hen aan. Begin 1926 werd hij lid van de SA. Hij bouwde de SA-Gausturm Hannover-Süd op en was plaatsvervangend Gauleiter.
In januari 1930 werd Heißmeyer lid van de SS. In 1932 werd hij een medewerker van het SS-Hauptamt. Hij maakte snel carrière en werd in 1933 lid van de Rijksdag. In 1935 werd hij chef van het SS-Hauptamt en bekleedde zo een sleutelpositie binnen de organisatiestructuur van de SS. Hij volgde Curt Wittje op als ambtschef en op 9 november 1936 werd hij tot SS-Obergruppenführer en tot Inspekteur der Nationalpolitische Erziehungsanstalten benoemd.
In 1939 werd Heißmeyer daarnaast tot SS-Hoofddistrictsleider Ost en tot Höheren SS- und Polizeiführer Spree benoemd.
Hiermee stond de regio Berlin-Brandenburg rechtstreeks onder zijn bevel. Vanaf 9 november 1939 nam Heißmeyer de functie inspecteur der concentratiekampen en versterkte Totenkopfstandarten waar voor Theodor Eicke op, die ingezet was als commandant van de SS-Division Totenkopf. Op 31 juli 1940 nam Eickes plaatsvervanger Richard Glücks deze functie over.
Tweede Wereldoorlog
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog richtte Heißmeyer het Hauptamt Dienststelle Heißmeyer op en was daarmee verantwoordelijk voor de militaire vorming van de leerlingen van de Nationalpolitischen Erziehungsanstalten. Op 23 augustus 1940 bezocht hij gezamenlijk met Reichsfrauenführerin Gertrud Scholtz-Klink, met wie hij dat jaar ook trouwde, het vrouwenkamp Ravensbrück. Op 14 november 1944 werd Heißmeyer bovendien tot General der Waffen-SS bevorderd.
Naoorlogse periode
Na de oorlog dook hij, na bemiddeling door Pauline van Württemberg, samen met zijn vrouw onder, eerst in het slot Leitzkau en later in Bebenhausen bij Tübingen. Heißmeyer leefde daar onder de valse naam Heinrich Stuckenbrock en werkte als landwerker. Heismeyer werd herkend en in februari 1948 door de Franse bezettingspolitie gearresteerd. Bij de denazificatie werd hij als hoofdschuldige geclassificeerd en tot 3 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zijn privévermogen werd ambtshalve in beslag genomen.
Nadien werkte hij als arbeider in een wasmachinefabriek en daarna als werknemer in een Coca-Colavestiging in Reutlingen. In 1979 overleed Heißmeyer in het ziekenhuis in Schwäbisch Hall.
Heißmeyer is bijgezet in het familiegraf op de begraafplaats in Gellersen, Landkreis Hameln-Pyrmont.
Militaire loopbaan
SS-Sturmführer: 31 maart 1931
SS-Sturmbannführer: 25 augustus 1931
SS-Standartenführer: 18 maart 1932
SS-Oberführer: 6 oktober 1932
SS-Brigadeführer: 9 november 1933
SS-Gruppenführer: 28 februari 1934
SS-Obergruppenführer: 9 november 1936
General der Waffen-SS en bij de Polizei: 1 juli 1944
Lidmaatschapsnummers
NSDAP-nr.: 21 573
SS-nr.: 4 370
Onderscheidingen
SS-Ehrenring
Ehrendegen des Reichsführers-SS
Sportinsigne van de SA in brons
Gouden Ereteken van de NSDAP
Abzeichen für Beobachtungsoffiziere aus Flugzeugen

Heißmeyer in 1936
Geboren 11 januari 1897
Gellersen
Overleden 16 januari 1979
Schwäbisch Hall
Religie Lutheranisme[1]
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
Flag of the Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Dienstjaren 1914 - 1918
1929 - 1945
Rang HH-SS-Obergruppenfuhrer-Collar.pngSS Obergruppenführer.jpg
SS-Obergruppenführer en Generaal bij de Waffen-SS en bij de politie
Eenheid 4. Hannoversches Infanterie-Regiment Nr. 164[2]
Leiding over SS-Hauptamt
Hauptamt Dienststelle Heißmeyer
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog:
Westfront
Tweede Wereldoorlog

 


Werner Henke

Werner Henke (Thorn, Toruń, Polen, 13 mei 1909 – Fort Hunt, Virginia, 15 juni 1944), was een Korvettenkapitän bij de Kriegsmarine tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Carrière
Werner Henke werd geboren in Thorn, Duitsland, thans Toruń in Polen, en was de commandant van de Duitse onderzeeër U-515 tijdens de Tweede Slag om de Atlantische Oceaan. Werner Henke volbracht zijn eerste marineopleiding aan boord van de oorlogsschepen Admiral Scheer en SMS Schleswig-Holstein. Zijn eerste U-boot werd de U-124, onder commando van Kapitänleutnant Georg-Wilhelm Schulz. De laatste van zijn vier patrouilles volbracht hij met het schip Edelweiss en zijn definitieve opleiding, samen met de later beroemde Kapitänleutnant Johann Mohr.
U-515
In februari 1942 nam Henke het commando over van zijn eigen boot, de U-515. Hij zette een uitstekende prestatie neer tijdens zijn derde patrouille in de nacht van 30 april-1 mei 1943, toen hij konvooi TS-37 aanviel, die op 90 zeemijl ten zuiden van Freetown opstoomde. In 8 uur tijd bracht hij 8 zeeschepen tot zinken voor een totaal van 49.456 ton. Na deze patrouille werd Henke bekroond met het Eikenloof aan zijn Ridderkruis.
Krijgsgevangen
Henke werd echter krijgsgevangen genomen nadat de U-515 tot zinken werd gebracht omstreeks 15.10 uur op 9 april 1944 in de mid-Atlantische Oceaan, ten noorden van Madeira op 34°35’ Noord en 19°18’ West door vliegtuigbommen van de Amerikaanse escorte-vliegdekschip USS Guadalcanal (CVE-60) van Task Force 22.3, onder bevel van Daniël V. Gallery, en door dieptebommen van de torpedojagers USS Pope (DD-225), USS Pillsbury (DD-227), USS Chatelain (DE-149) en USS Flaherty (DE-135). 16 bemanningsleden werden gedood en ongeveer 40 manschappen overleefden deze aanvallen.
Henke werd beschuldigd door de Britten van het torpederen van de SS Ceramic, een passagiersschip dat de U-515 tot zinken had gebracht op 7 december 1942 en tevens beschuldigd dat hij drenkelingen geen hulp had geboden en ze eigenlijk in steek had gelaten met 656 doden op zijn geweten. Eveneens werd Henke ervan verdacht dat hij op de drenkelingen en schipbreukelingen zou hebben geschoten, maar dit is echter nooit bewezen. Met deze kennis van zaken hoopte kapitein-ter-zee Gallery nog meer afgedwongen inlichtingen van hem en zijn bemanning te verkrijgen, en om toe te kijken of ze hun medewerking aan de Britten wel voldeden of niet. Kapitein Gallery was succesvol in het verkrijgen van een handtekeningakkoord van Henke om samen te werken met de geallieerde ondervragers. Henke trok zich echter terug tot deze samenwerkingsovereenkomst. Maar, ten slotte met het afzien van deze niet-medewerking, en dat hun kapitein toegestemd en afgesproken had om toch te praten, ondertekenden velen van zijn bemanningsleden een soortgelijke overeenkomst met de ondervragers om ook te praten.
Fort Hunt
Henke werd geïnterneerd in het ondervragingscenter dat bekendstond als PO Box 1142 in Fort Hunt, Virginia. Hoewel zijn ondervragers hem dreigden zich aan de overeenkomsten te houden om samen te werken of, te worden uitgeleverd aan Groot-Brittannië en beschuldigd te worden van crimineel gedrag tegenover onschuldige passagiers, en als oorlogsmisdadiger beschuldigd te worden, stemde Henke toch toe om zich te verantwoorden tegenover de Geallieerde krijgsraad.
Op 15 juni 1944 liep hij rustig langs en binnen het afsluithekken van het ondervragingscenter om daar verhoord te worden. Plotseling begon hij meteen tegen het hek op te klimmen, met de bedoeling om te ontsnappen. Hij bleef zich omhoog hijsen over het hek ondanks dreigende en schreeuwende waarschuwingen van de bewakers om hiermee te stoppen. Henke luisterde niet naar hen en werd uiteindelijk doodgeschoten door de bewakers. Werner Henke was 35 jaar toen hij stierf.
Er werd gedacht dat hij koos voor deze vorm van zelfmoord, omdat hij dacht dat hij geconfronteerd en uitgeleverd zou worden aan een "showproces" en veroordeeld zou worden als oorlogsmisdadiger. Kptlt. Werner Henke werd begraven op de militaire begraafplaats Fort George G. Meade, Maryland.
Op 18 juli 1944 werd door admiraal Dönitz een dagorder voor de U-bootstrijdmacht uitgevaardigd, waarin Henke postuum werd gepromoveerd tot Korvettenkapitän.
Elk jaar in november wordt een ceremonie gehouden op het kerkhof op Volkstrauertag, het Duitse gelijkwaardige equivalent van Memorial Day, waarbij de Marineattaché van de Duitse ambassade in Washington D.C., een krans neerlegt met een lint in de kleuren van de Duitse vlag, ter herdenking aan al die er begraven liggen op dit militaire kerkhof. Bloemen zijn niet ongewoon aan de voorzijde van zijn graf.
Successen
21 schepen tot zinken gebracht voor een totaal van 131.769 brt.
2 hulpoorlogsschepen tot zinken gebracht voor een totaal van 19.277 brt.
1 schip beschadigd voor een totaal van 6.034 brt
1 oorlogsschip beschadigd voor een totaal van 1.920 ton
1 schip met totale verlies met een totaal van 4.668 brt
1 oorlogsschip met totale verlies met een totaal van 1.350 ton
Militaire loopbaan
Offiziersanwärter: 1 april 1933- 8 april 1933
Fähnrich zur See: 1 juil 1934
Oberfähnrich zur See: 1 april 1936- 8 april 1936
Leutnant zur See: 1 oktober 1936
Oberleutnant: 18 mei 1938- 1 juni 1938 (1 maart 1941 Oberleutnant zur See zur Verfügung)
Kapitänleutnant: 31 december 1941
Korvettenkapitän: 18 maart 1945 (postuum)(met ingang vanaf 1 juni 1944)
Decoraties
Ridderkruis op 17 december 1942 als Oberleutnant zur See zur Verwendung en Commandant van de U-515
Ridderkruis met Eikenloof op 4 juli 1943 als Kapitänleutnant zur Verwendung en Commandant van de U-515
Dienstonderscheiding van Leger en Marine op 1 oktober 1936
IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (4 oktober 1941) en 2e klasse (6 juni 1939)- 17 september 1939
Spanjekruis in brons op 6 juni 1939
Anschlussmedaille op 23 oktober 1940
Onderzeebootoorlogsinsigne 1939 op 4 mei 1941
U-bootcommando
U-515 - 21 februari 1942 - 9 april 1944: 7 patrouilles (341 dagen)

Geboren 13 mei 1909
Toruń, Polen
Overleden 15 juni 1944
Fort Hunt, Virginia, USA
Land/partij Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Flag of Weimar Republic (jack).svg Reichsmarine
War Ensign of Germany (1938-1945).svg Kriegsmarine
Dienstjaren 1933 - 1944
Rang Kriegsmarine-Korvettenkapitän.png Kriegsmarine epaulette Korvettenkapitän.svg
Korvettenkapitän
Eenheid 4. Unterseebootsflottille
10. Unterseebootsflottille
Leiding over U 515
(21 februari 1942 -
9 april 1944)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog

 

Het graf van Werner Henke

 


Hajo Herrmann

Hajo (Hans Joachim) Herrmann (Kiel, 1 augustus 1913 - 5 november 2010[3]) was een Duits militair en advocaat.

Herrmann maakte deel uit van het Legioen Condor en verwierf in Spanje het Spanjekruis in Brons met de Zwaarden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij bombardementspiloot bij de Duitse luchtmacht. Herrmann voerde diverse bombardementen uit op geallieerde doelen. Hij werd onderscheiden met het Ridderkruis met eikenloof en zwaarden en was daarmee een van de meest onderscheiden piloten van de Luftwaffe. Herrmann was een goede vriend van Hermann Göring en een belangrijk luchtstrateeg.

In mei 1945 raakte Herrmann in Russisch krijgsgevangenschap, waaruit hij in oktober 1955 terugkeerde. Daarna studeerde hij rechten en begon hij een carrière als advocaat. Herrmann verdedigde talloze Duitse oorlogsmisdadigers, neonazi's, Holocaustontkenners en beruchte extreem-rechtse personen. Zelf was Herrmann vaak te zien in televisieprogramma's waarin hij zei dat Holocaust nooit had plaatsgevonden en waarin hij Groot-Brittannië beschuldigde van het uitlokken van de Tweede Wereldoorlog. Hajo Herrmann werd hiermee de meest omstreden advocaat in de naoorlogse Duitse geschiedenis.

Tot op hoge leeftijd was hij actief als advocaat en media-persoonlijkheid.

Decoraties
Ridderkruis op 13 oktober 1940 als Oberleutnant en Staffelkapitän van het 7./KG 4 "General Wever
Ridderkruis met eikenloof (nr.269) op 2 augustus 1943 als Major en Geschwaderkommodore van het JG 300
Ridderkruis met eikenloof en zwaarden (nr.43) op 23 januari 1944 als Oberst en Inspecteur van de nachtjagers in het Reichsluftfahrtministerium en commandant van het 30. Jagd-Division
IJzeren Kruis 1e klasse in oktober 1939
IJzeren Kruis 2e klasse op 27 mei 1940
Duits Kruis in goud op 5 juni 1942 als Hauptmann in de III./KG 30
Gesp voor Gevechtsvluchten aan het Front voor jachtvliegers in goud met nummer "300"
Spanjekruis in brons met zwaarden
Ehrenpokal für besondere Leistung im Luftkrieg
Gezamenlijke Piloot-Observatiebadge in goud met diamanten

Oberst Hajo Herrmann, januari 1944
Bijnaam "Hajo"
Geboren 1 augustus 1913
Kiel, Duitse Keizerrijk
Overleden 5 november 2010
Düsseldorf, Duitsland
Begraven Gecremeerd, as uitgestrooid in de Oostzee
Land/partij Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland

 


Adolf Heusinger

Generaal Adolf Heusinger (4 augustus 1897 - 30 november 1982) was een Duitse generaal die vanaf 1957 tot 1961 hoofd van het West-Duitse leger was en als voorzitter van het Militaire Comité van de NAVO van 1961 tot 1964. Heusinger trad bij het Duitse leger als een vrijwilliger in 1915 en later werd een professionele soldaat. Hij werd bevorderd tot luitenant-generaal tijdens de Tweede Wereldoorlog en diende twee weken in 1944 als fungerend hoofd van het leger van het leger. Hij was hoofd van het militaire cartografie kantoor toen de oorlog eindigde.
Biografie 
Vroege carrière 

Heusinger is geboren in Holzminden , in het Hertogdom van Brunswick , het Duitse Rijk . Hij kwam in 1915 in het Pruisische Leger en werd in 1917 een officier. Na de oorlog werd Heusinger bewaard in de Reichswehr van de Weimar Republiek . In 1931 werd Heusinger toegewezen aan het operatiepersoneel van het Troop Office ( Truppenamt ) in het ministerie van de Reichswehr , het geheime generaal van het Duitse leger in de omzeiling van het Verdrag van Versailles, die die instelling verboden. In augustus 1937 werd Heusinger toegewezen aan de Operations Staff van het opnieuw gevestigde leger van het leger. Hij diende daar op 20 maart 1939 tot luitenant-kolonel, en bleef in die positie tot 15 oktober 1940, toen hij zijn hoofd werd.
Tweede Wereldoorlog 
Met het uitbraak van de Tweede Wereldoorlog heeft het Duitse Hoge Command (de OKH ) zijn oorlogsorganisatie aangenomen. Heusinger begeleidde het veldpersoneel en hielp bij het plannen van operaties voor de invasies van Polen , Denemarken , Noorwegen en Frankrijk en de Lage Landen . Hij werd op 1 augustus 1940 tot kolonel bevorderd en werd in oktober 1940 hoofd van de Operationsabteilung . Hij maakte hem nummer drie in de Hiërarchische planningshiërarchie, na de hoofd van de generaal, generaal Franz Halder en de plaatsvervangend hoofd van de generaal Personeel / Hoofdkwartier, Generaal Friedrich Paulus .
Na de invasie van de Sovjetunie in juni 1941 werd de OKH voornamelijk verantwoordelijk voor de beplanning in dat theater, terwijl de Hoge Commando van het Gewapende Gewest ( Oberkommando der Wehrmacht of OKW) verantwoordelijk was voor andere theaters. Halder werd in september 1942 als hoofd van de algemene staf vervangen door generaal Kurt Zeitzler . Heusinger bleef hoofd van de Operationsabteilung en werd op 1 januari 1943 tot Generalleutnant bevorderd . In juni 1944 werd Zeitzler ziek en op 10 juni nam Heusinger zijn ambt als hoofd van het generaal staf van het leger. In deze hoedanigheid heeft hij de bijeenkomst bij de Wolf's Lair van Adolf Hitler bijgewoondop 20 juli 1944, en stond naast Hitler toen de bom, geplant door Claus von Stauffenberg, ontplofte.
Heusinger was in de ziekenhuis opgenomen voor zijn verwondingen in de explosie, maar werd gearresteerd en ondervraagd door de Gestapo om zijn rol in de juli-plot te bepalen. Hoewel er bewijs was dat Heusinger contact had gehad met veel van de samenzweerders, was er onvoldoende bewijs om hem direct aan het plot te verbinden, en hij werd in oktober 1944 bevrijd. Hij werd echter in de "Führer Reserve" geplaatst en was niet toegewezen tot een andere positie tot 25 maart 1945, toen hij de hoofd van de mapping afdeling van de strijdkrachten ( Chef Wehrmacht-Kartenwesen ) werd. Hij werd in mei 1945 gevangen genomen door de Westelijke Bondgenoten.
Na de Tweede Wereldoorlog 
Een inwoner van 1945 tot 1947, Heusinger getuigen tijdens de Neurenbergproeven .
Volgens documenten die in 2014 door de Duitse Federale Inlichtingendienst zijn uitgebracht , kan Heusinger deel uitmaken van de Schnez-Truppe , een geheime leger die veteranen van de Wehrmacht en Waffen-SS in de vroege jaren '50 probeerden te vestigen. 
In 1950 werd hij een militaire adviseur aan Konrad Adenauer , de eerste kanselier van West-Duitsland. Hij diende in het Blank Office Amt Blank , het kantoor onder leiding van Theodor Blank , die in 1955 het West-Duitse ministerie van defensie werd.
Met de oprichting van de West-Duitse Gewapende Bundeswehr in 1955 keerde Heusinger terug naar de militaire dienst. Hij werd op 12 november 1955 in de Bundeswehr en voorzitter van de Militärischer Führungsrat aangesteld als algemeenleutant (luitenant-generaal ).
In maart 1957 slaagde hij van Hans Speidel op als hoofd van de Bundeswehr -afdeling van de Krijgsgroep ( Kof der Abteilung Gesamtstreitkräfte ).
Kort daarna, in juni 1957, werd Heusinger tot de volledige generaal bevorderd en werd hij de eerste inspecteur-generaal van de Bundeswehr ( Generalinspecteur der Bundeswehr ) en diende hij tot 1961. In april 1961 werd hij benoemd tot voorzitter van het Militaire Comité van de NAVO in Washington, DC, waar hij tot 1964 diende, toen hij met pensioen ging. Volgens de persberichten was hij in de vroege jaren zestig door de Sovjetunie gewild voor oorlogsmisdaden in de bezette Sovjetgebieden.

Heusinger is op 30 november 1982 in Keulen overleden , op 85 jarige leeftijd.
Militaire loopbaan
Fähnrich: 31 maart 1916
Leutnant: 4 juli 1916
Oberleutnant: 1 april 1925
Hauptmann: 1 oktober 1932
Major: 1 maart 1936
Oberstleutnant: 1 april 1938
Oberst: 1 september 1940
Generalmajor: 1 januari 1942
Generalleutnant: 1 januari 1943
Generalleutnant: 1 november 1955
General: 14 juni 1957

Adolf Heusinger, ca. 1960

Adolf Heusinger, ca. 1960
Geboren 4 augustus 1897
Holzminden, Duitse Keizerrijk
Overleden 30 november 1982
Keulen, Bondsrepubliek Duitsland
Begraven Oppenheim Begraafplaats, Oppenheim, Landkreis Mainz-Bingen, Rijnland-Palts, Duitsland
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Rijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Bondsrepubliek Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Bundeswehr Kreuz.svg Bundeswehr
Dienstjaren 1915 - 1945
1955 -1964
Rang Collar tabs for the Generals of the Heer.svg Generalleutnant (Wehrmacht) 2.svg
Generalleutnant
HD S Kragenspiegel Gen R.svg HD H 64 General.svg
General
Eenheid Infanterie-Regiment 96
Infanterie-Regiment 15
Leiding over Chef Wehrmacht-Kartenwesen
Chef der Abteilung Gesamtstreitkräfte
Generalinspekteur der Bundeswehr
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Westfront (Krijgsgevangene)
Tweede Wereldoorlog
Westfront
Poolse veldtocht
Fall Gelb
Slag om Frankrijk
Slag om Denemarken
Operatie Weserübung
Oostfront
Operatie Barbarossa
Complot van 20 juli 1944

 


Reinhard Heydrich

Reinhard Tristan Eugen Heydrich (Halle (Saale), 7 maart 1904 – Praag, 4 juni 1942) was een Duits nazileider en Reichsprotector van Protectoraat Bohemen en Moravië tijdens de periode van nazi-Duitsland (1933-1945). Hij bezweek aan verwondingen die hij opliep tijdens een aanslag (Operatie Anthropoid) door de Tsjech Jan Kubiš en de Slowaak Jozef Gabčík.
Biografie
Jeugd

Heydrichs moeder, Elisabeth Maria Anna Amalia Kranz, stamde uit een welgestelde familie en was de dochter van de directeur van het Koninklijk Conservatorium in Dresden. Zijn vader, Richard Bruno Heydrich, was operazanger en componist. Bruno Heydrichs opera's, in de stijl van Richard Wagner, werden in Keulen en Leipzig opgevoerd. Succes bleef echter uit. In 1899 stichtte hij in Halle an der Saale een muziekschool voor kinderen uit de middenklasse. Op het conservatorium was de moeder van Heydrich pianolerares.
Op 7 maart 1904, rond half tien 's morgens werd Reinhard Tristan Eugen Heydrich op de Marienstraße 21 geboren. De naamgeving weerspiegelde de muzikale belangstelling van zijn ouders. Reinhard was het hoofdpersonage uit de in 1895 door Bruno Heydrich geschreven opera "Amen". Tristan was afgeleid van de opera "Tristan und Isolde" van Richard Wagner en Eugen was een eerbetoon aan de vader van Elisabeth Heydrich, de hoogleraar muziek in Dresden en Hofrat, Georg Eugen Krantz.
Reinhard was het tweede kind van Bruno en Elisabeth Heydrich. In 1901 was Maria Heydrich geboren en in 1905 volgde Siegfried Heinz Heydrich.
Toen Reinhard 6 maanden oud was, overleed hij bijna aan de gevolgen van een hersenvliesontsteking. Zijn ouders vreesden voor zijn leven en lieten hem nooddopen. Reinhard herstelde van zijn ziekte, tegen de verwachtingen in. Reinhard was een lastig opvoedbaar kind. Hij was opvliegend en koppig, had een grote geldingsdrang en werd gepest door zijn leeftijdsgenoten.
Beide ouders bekommerden zich weinig om de opvoeding van de kinderen. Heydrich-senior was altijd druk in de weer met zijn muziekinstituut. Moeder Elisabeth zorgde in het huis waar het wemelde van leraren en leerlingen en waar voortdurend muzieklessen werden gegeven. Voor zover er sprake was van opvoeding, gebeurde deze door de moeder en was deze streng en gedisciplineerd. Reinhard keek op naar zijn vader, maar trad niet in zijn voetsporen. Bruno wilde juist wel dat Reinhard een groot musicus werd en daarom werd de jonge Reinhard al snel geleerd hoe hij moest viool- en pianospelen. Hoewel hij zijn leven lang enthousiast was over muziek, drukte sport al snel een veel grotere stempel op zijn leven. Omdat hij van nature zwak was, moedigden zijn ouders hem aan om veel aan lichaamsbeweging te doen, vooral vanaf het moment dat hij in de herfst van 1914 aan het Hallesche Reform-Realgymnasium ging studeren. Naast zijn studie deed Reinhard hier aan zwemmen, hardlopen, voetballen, paardrijden, zeilen en schermen.De jonge Heydrich blonk uit in sport in het algemeen en schermen in het bijzonder. Bruno Heydrich was erelid van de in 1896 opgerichte Reichsfechtschule en startte daar zijn schermcarrière. Hij zou één van de beste degen- en sabelvechters van Europa worden.In het karakter van Heydrich zat de eeuwige drang om de beste te zijn. Hij gebruikte als kind zijn sportkwaliteiten om zich tegen spot te wapenen. De karaktertrek de beste te willen zijn werd later typerend voor de stijl waarin Heydrich in zijn beroep zijn taken uitvoerde.
Reinhard groeide op in een keizersgezind en nationalistisch milieu. Daarnaast kreeg het soldatenleven al vroeg de interesse van Reinhard. Met de nederlaag van Duitsland in de Eerste Wereldoorlog en de afschaffing van het keizerrijk tijdens de Novemberrevolutie (1918) stortte de wereld voor de Heydrichs in, net als voor miljoenen landgenoten. Al tijdens de oorlog was de Duitse economie gekelderd en door de ontberingen van de oorlog bleef er weinig meer over voor liederenavonden en huismuziek.Na het verlies van de oorlog werd dit nog veel erger door de algemene politieke onrust in het land en de elkaar opvolgende financieel-economische crisissen. Voor muzieklessen en cultuur had de gemiddelde burger geen geld meer en het ging daardoor snel bergafwaarts met het conservatorium van de familie Heydrich en van de burgerlijke welstand bleef daardoor ook niet veel meer over. In huize Heydrich geloofde men vol overtuiging in de door militairen en extreemrechtse partijen verspreide dolkstootlegende.
Freikorps
In de jaren na de oorlog kwamen diverse zeer tegengestelde politieke stromingen op in Duitsland. Zowel links- als rechts-extremisten probeerden de macht te grijpen. In Halle waren het communistische opstandelingen die de stad innamen. Naar aanleiding hiervan besloot Heydrich zich aan te melden bij het extreemrechtse Freikorps Maercker. Met zijn vijftien jaar was hij eigenlijk te jong om zich bij een Freikorps te mogen aansluiten (de grens lag bij zeventien jaar). Nadat de communisten uit de stad waren verdreven, besloot Georg Maercker het Freikorps Hall op te richten om de stad te beschermen tegen een nieuwe opstand. Er werd ook een burgerwacht opgericht, waarvan Heydrich lid werd.
Na de mislukte Kapp-putsch in Berlijn van reactionaire militairen onder leiding van Wolfgang Kapp, poogden de communisten in Halle voor de tweede maal de macht te grijpen. Tijdens deze opstand deed Heydrich dienst als Technische Nothilfe, een nooddienst ingesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken die ervoor moest zorgen dat gas, water en elektriciteit bleven werken of, indien nodig, werden hersteld.
Met zijn ervaringen die hij tijdens de opstanden had opgedaan, waaronder zijn lidmaatschap van organisaties als de Völkische Schutz- und Trutzbund en het Freikorps, werd Heydrich een aanhanger van de nationalistische politiek, waarbij de rassenideologie een belangrijk punt was.
Marinecarrière
Reinhard Heydrich slaagde op het Reform-Realgymnasium met hoge cijfers, vlak voor Pasen 1922. Op 30 maart 1922 meldde hij zich aan bij de Reichsmarine in Kiel om zijn droom, admiraal worden, te verwezenlijken.
De cadettenopleiding van Heydrichs officiersjaargang, de "Crew 22", begon met een zes maanden durende opleiding aan boord van het slagschip BrandenburgHierna verbleef hij drie maanden op het opleidingsschip Noibe en van juli 1923 tot maart 1924 deed hij dienst op de kruiser Berlin. Op 1 april 1924 werd Heydrich bevorderd tot Fähnrich en hij volgde een jaar de zeeofficiersopleiding op de marineschool Mürwick in Flensburg.
Ook tijdens zijn opleiding bleef Heydrich een einzelgänger en hij was al snel het mikpunt van vrijwel alle "kameraden". Desondanks dacht Heydrich er niet over om zijn droom op te geven. Als hij zich neerslachtig voelde, trok hij zich met zijn viool terug op het voordek. Op de kruiser Berlin trok hij daarmee de aandacht van luitenant-ter-zee eerste klasse Wilhelm Canaris, de latere admiraal en bevelhebber van de Abwehr. Politiek gezien zaten beide mannen op dezelfde golflengte en Heydrich werd ook geregeld uitgenodigd voor muziekavonden voor Canaris en diens vrouw thuis in Kiel. Tijdens hun ontmoetingen spraken ze onder meer over de oorzaken van de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog, over de middelen om een nieuw, sterk Duitsland te creëren, over imperialistische ambities en hun gemeenschappelijke haat jegens de Franse bezetter van het Ruhrgebied. Mede door de gesprekken met Canaris besloot Heydrich om zich tot officier bij de inlichtingendienst te scholen.Hij leerde de nieuwe technieken van de draadloze communicatie en afluister- en coderingsmethoden kennen.
Heydrich werd op 1 oktober 1926 benoemd tot Leutnant zur See. Hij volgde in het eerste kwartaal van 1927 een opleiding tot technisch officier bij de inlichtingendienst. Na voltooiing van de opleiding deed hij tot oktober 1928 dienst als tweede radio-officier. Deze dienst eindigde toen hij werd benoemd tot Oberleutnant zur See, de hoogste rang die hij bij de marine zou behalen. Tot zijn vertrek bij de marine werkte hij op de afdeling inlichtingen van de marinebasis in Kiel aan de Oostzee.
Op 5 december 1930 leerde Heydrich op een roeiersbal in het concertgebouw van Kiel de 19-jarige Lina von Osten kennen. Drie dagen later vroeg hij haar ten huwelijk en op 18 december verloofden ze zich. De verloving betekende indirect het einde van de marinecarrière van Heydrich. Hij stuurde de aankondiging van zijn verloving, zonder verder commentaar, naar een leerlinge van de Koloniale Frauenschule, met wie hij diverse keren was uitgegaan. Zij beschouwde zichzelf als verloofde van Heydrich en de vader van de leerlinge, een bij de marineleiding invloedrijke ambtenaar, deed zijn beklag over de "trouweloze officier" bij een vriend van hem, genaamd Erich Raeder
Heydrich moest zich hierop verantwoorden voor de ereraad. Hij had er wellicht met een berisping vanaf kunnen komen, maar Heydrich stelde zich zelfingenomen en zonder schuldbewustzijn op. De ereraad liet de beslissing over aan admiraal Raeder. Die besloot op 30 april 1931 dat Reinhard Heydrich moest vertrekken bij de Reichsmarine.De officiële reden luidt: "Ontslag wegens onwaardig gedrag".
Huwelijk
Op 26 december 1931 trouwde Heydrich met Lina von Osten. Uit het huwelijk kwamen vier kinderen voort:
Klaus Heydrich (17 juni 1933 - 24 oktober 1943)
Heider Heydrich (23 december 1934)
Silke Heydrich (9 april 1939)
Marte Heydrich (23 juli 1942)
Politiefunctionaris en Rijksdaglid
Duitsland kampte met een zware economische crisis en voor een oneervol ontslagen marineofficier lagen de banen niet voor het oprapen. Uiteindelijk vond hij onderdak bij de NSDAP waar hij werd ingedeeld bij het elitekorps van de partij, de toen nog bescheiden SS.
Na Hitlers machtsovername in 1933 werd Heydrich plaatsvervangend hoofd van de Beierse politie. Van 1936 tot aan zijn overlijden in 1942 was hij voor de NSDAP eveneens (formeel) lid van de Rijksdag.
Alter ego
Aan de zijde van Reichsführer-SS, Heinrich Himmler, maakte Heydrich opnieuw carrière. Hij kreeg de leiding over de Sicherheitsdienst (SD), de geheime dienst van de partij en de Gestapo. Tussen Heydrich en zijn chef ontstond een merkwaardige band. Beide mannen bestreden elkaar om de macht, maar konden ook niet zonder elkaar. Heydrich gold als het prototype van het Arische ras, groot, sportief en blond. Eigenschappen die geen van alle op Himmler van toepassing waren. De SS-chef had dan weer eigen dossiers over zijn alter ego die hem in bedwang moesten houden. Het sinistere duo zou snel uit de schaduw treden van de machtige Sturmabteilung (SA). Samen zaten ze achter de 'Nacht van de Lange Messen', de nacht waarin de hoogste leiders van de SA werden vermoord. Voortaan maakte de SS de dienst uit in nazi-Duitsland. Na de machtsovername door Hitler groeide ook de macht van Heydrich. Alle geheime diensten werden samengevoegd in het Reichssicherheitshauptamt (RSHA), waarvan Heydrich leider werd.
Oorlog
Een brief van Hermann Göring aan Heydrich, een citaat beauftrage ich Sie hiermit, alle erforderlichen Vorbereitungen in organisatorischer, sachlicher und materieller Hinsicht zu treffen für eine Gesamtlösung der Judenfrage im deutschen Einflußgebiet in Europa."
Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nam de invloed van Heydrich verder toe. Zijn geheime diensten waren nu in heel Europa actief. Niet alleen tegenstanders van het regime werden bespied, afgeluisterd en geschaduwd. Heydrich hield zelfs van de hoogste partijbonzen een dossier bij. De ambities van Heydrich gingen verder. Bij het uitbreken van de oorlog meldde hij zich aan bij de Luftwaffe als reserveofficier. Heydrich negeerde het uitdrukkelijke verbod van Himmler om deel te nemen aan gevechtsvluchten en vloog in juni 1941 naar het oosten. Hij kwam opdagen op vliegveld Baltsi in het zuidelijke deel van het oostfront in het uniform van een majoor van de Luftwaffe en werd in die II. Gruppe/Jagdgeschwader 77 "Herz As" opgenomen, en vloog in een Messerschmitt Bf 109-jager, een vliegtuigtype waarmee hij al eerder gevlogen had. Zijn vliegtuig werd in de middag van 22 juni boven Jampol door een luchtafweergranaat getroffen, waardoor de motor uitviel en hij een noodlanding moest uitvoeren. Hij had geluk en werd al na twee dagen gevonden door Duitse soldaten. Dit voorval had wel tot gevolg dat hem voortaan verboden werd te vliegen.
Zijn inzet aan het front leverde Heydrich het IJzeren Kruis 1e Klasse op. Hij ontving ook de speld Frontspange, voor 60 gevechtsvluchten. Hoeveel gevechtsvluchten Heydrich in die maand werkelijk gemaakt heeft, is onbekend.
De wieg van de Holocaust
Met het uitbreken van de oorlog hoefden de nazi's geen rekening meer te houden met de buitenlandse opinie. Sinds de machtsovername was er onder toeziend oog van de SS een 'euthanasieprogramma' opgezet. Gehandicapten, zwakzinnigen en alcoholisten werden gezien als minderwaardig en vermoord. Deze operatie werd Aktion T4 genoemd. Tegen de Joden werden enkele bloedige pogroms ondernomen en het werd hen praktisch onmogelijk gemaakt in de openbaarheid te komen. Na de invasie van Polen werden de Joden er bijeengedreven in getto's. Bij het binnenvallen van de Sovjet-Unie in 1941 trokken achter het Duitse leger de zogenaamde Einsatzgruppen mee; eenheden die achter het front voor de nazi's ongewenste elementen vermoordden. Door de veroveringen kwamen er steeds meer Europese Joden en andere 'ongewenste elementen' in handen van de Duitsers en het probleem wat te doen met hen werd steeds urgenter. Een 'definitieve oplossing' werd dringend gezocht en op 20 januari 1942 kwamen in Berlijn Duitse hoge ambtenaren bij elkaar om daarover te vergaderen. Heydrich was voorzitter van deze 'Wannseeconferentie' met als hoofdonderwerp de 'Endlösung der Judenfrage': de uiteindelijke oplossing van het 'joodse probleem'. Het resultaat van de vergadering was de verfijning en uitvoering van de systematische uitroeiing van alle Joden in Europa berucht geworden als de 'Holocaust'.
Reichsprotektor
Voortaan gaf Heydrich leiding aan een georganiseerde massamoord. In datzelfde jaar werd hij ook plaatsvervangend Reichsprotektor van Bohemen en Moravië waar hij de falende Konstantin von Neurath verving. Zijn optreden tegen het Tsjechische verzet was meedogenloos, massa-executies waren aan de orde van de dag. Heydrich werd door de geallieerden bestempeld als een 'bijzonder gevaarlijk man', die koste wat het kost geliquideerd moest worden. Voor Heydrich lonkte immers weer een nieuwe post: hij zou naar Frankrijk gestuurd worden om het verzet daar in de kiem te smoren. De door Rudolf Hrubec[17] getrainde Tsjechische soldaat Jan Kubiš en de Slowaakse soldaat Jozef Gabčík, die via SOE (Special Operations Executive) vanuit Engeland waren uitgezonden, kregen in Operatie Anthropoid de opdracht om Heydrich te vermoorden.
Aanslag op Heydrich
Heydrich, die meende dat hij niets te vrezen had van het Tsjechische verzet, liet zich graag in zijn open wagen door Praag rijden, waarbij hij wel een kogelwerend vest droeg. Op 27 mei 1942 zou hij naar Berlijn vliegen om zijn nieuwe plannen voor de uitroeiing van een groot deel van het "Slavische ras" met Hitler te bespreken. Rijdend door Praag in zijn open auto werd hij aangevallen. Nadat de stengun van Gabčík weigerde, wierp Kubiš een antitankgranaat naar Heydrichs auto.
De verwondingen van Heydrich leken aanvankelijk mee te vallen. Een spoedoperatie werd geweigerd. De SS-generaal mocht alleen door een Duitse arts behandeld worden. In de dagen die volgden, bleken de verwondingen toch ernstiger. Vuil en paardenhaar uit de bekleding van de auto waren zijn milt binnengedrongen en na een dagenlange overlevingsstrijd stierf Heydrich op 4 juni 1942, volgens een onvolledig uitgevoerde autopsie, aan een bloedvergiftiging. Penicilline zou hem gered kunnen hebben, maar de productie van dat medicijn was in die tijd geheel in handen van de geallieerden.
De nazi's waren gewend van begrafenissen grote pompeuze plechtigheden te maken. De staatsbegrafenis van Heydrich was daarvan een sprekend voorbeeld. De plechtigheid werd uitgebreid gefilmd en in de bioscoopjournaals getoond. De Duitse posterijen drukten postzegels met Heydrichs portret en aan de gasten bij de herdenkingsplechtigheid werden speciale vellen (Heydrichblok) met een zegel op gelig kunstdrukpapier aangeboden. De overledene werd postuum onderscheiden met de hoogste Duitse onderscheiding, de Duitse Orde.
Gabčík en Kubiš verborgen zich na de aanslag in de crypte van de Heilige-Cyrillus en Heilige-Methodiuskerk aan de Resslovastraat (Ulice Resslova) in Praag. Toen de nazi's door verraad van Karel Čurda op 18 juni 1942 deze schuilplaats ontdekten, omsingelden achthonderd SS'ers de kerk. Gabčík en Kubiš verdedigden zich, maar uiteindelijk zagen zij zich genoodzaakt zelfmoord te plegen om arrestatie te voorkomen. Ter ere van de beide partizanen zijn na de Tweede Wereldoorlog in Praag vlak bij de plaats van de aanslag twee straten (Ulice Gabčikova en Ulice Kubišova) naar hen vernoemd. De verrader Karel Čurda werd in 1947 opgepakt en veroordeeld wegens hoogverraad en werd opgehangen. In de kerk is een tentoonstelling aan de aanslag gewijd. De aanslag op Heydrich is meerdere keren verfilmd, zoals in Hangmen Also Die! (1943) (losse adaptie), Hitler's Madman (1943), Atentát (1964), Operation Daybreak (1975), Anthropoid (2016) en HHhH ook bekend als "The Man with the Iron Hart" (2017). De laatste film is gebaseerd op de roman HhhH (acroniem voor: Himmlers Hirn heißt Heydrich, Himmlers hersenen heten Heydrich) van de Franse schrijver Laurent Binet waarin de moord op Heydrich een centrale rol speelt. In 2017 maakte Roel van Broekhoven een zevendelige programmaserie gebaseerd op het boek 
Wraak
De wraak van de nazi's voor de moord op Heydrich was verschrikkelijk. Er volgden bloedige represailles en een massamoord tegen de Tsjechische bevolking. Zo werd op de avond na de begrafenis van Heydrich het Tsjechische dorpje Lidice uitgemoord, in de veronderstelling dat Gabčík en Kubiš daar vandaan kwamen. Alle mannen - vanaf 16 jaar - werden in dit dorp samengedreven bij een schuur en ter plekke doodgeschoten. Alle goederen, voorraden, dieren, geld en sieraden werden in beslag genomen en het dorp, de oude kerk en het dorpskerkhof werden daarop platgebrand, verwoest of opgeblazen. De grond waarop het dorp had gestaan werd omgeploegd en genivelleerd met bulldozers. De vrouwen en kinderen werden gedeporteerd naar de concentratiekampen Ravensbrück en Chełmno. 82 kinderen werden in het concentratiekamp Chełmno met behulp van zogenaamde gasauto’s vergast. Hoewel Hitler de onmiddellijke executie van 10.000 Tsjechen beval, werd het plan aangepast om het Tsjechische verzet volledig uit te roeien. Tussen 28 mei en 9 juni 1942 alleen al werden bijna 1800 doodvonnissen uitgesproken door de Duitse krijgsraad. Het vonnis werd ogenblikkelijk uitgevoerd.
Op 24 juni 1942 werd ook het dorp Ležáky omsingeld, alle inwoners werden opgepakt. De inwoners van dat dorp werden ervan verdacht steun te hebben verleend aan de moordenaars van Heydrich. De huizen werden geplunderd en vervolgens in brand gestoken. Vanaf eind oktober tot midden december 1943 zijn de resten van Ležáky door circa 65 gevangenen uit werkkampen met de grond gelijk gemaakt. In tegenstelling tot Lidice is Ležáky nooit meer heropgebouwd. In Pardubice werden 32 inwoners (mannen en vrouwen) neergeschoten en gecremeerd in het lokale crematorium.
De orthodoxe metropoliet Gorazd van de Tsjechische landen en Slowakije werd gearresteerd, gemarteld en geëxecuteerd, samen met de twee priesters en de koster van de kerk op 4 september 1942 omdat zij Jozef Gabčík en Jan Kubiš, de moordenaars van Reinhard Heydrich, had laten onderduiken in de Heilige-Cyrillus en Heilige-Methodiuskerk in Praag. 256 orthodoxe priesters en gelovigen werden eveneens geëxecuteerd of naar werkkampen in het Derde Rijk gestuurd.
Militaire loopbaan
General der Waffen-SS en Polizei: 1 juli 1944 postuum
SS-Obergruppenführer: 24 september 1941
SS-Gruppenführer: 30 juni 1934
SS-Brigadeführer: 9 november 1933
SS-Oberführer: 21 maart 1933
SS-Standartenführer: 28 juli 1932
SS-Hauptsturmführer: 1 december 1931
SS-Sturmbannführer: 25 augustus 1931
SS-Untersturmführer: 10 augustus 1931

Heydrich in 1940

Heydrich in 1940
Bijnaam De slager van Praag, de beul van Praag, het Blonde Beest
Geboren 7 maart 1904
Halle, Duitse Keizerrijk
Overleden 4 juni 1942 (38 jaar)
Praag, Protectoraat Bohemen en Moravië, Tsjechië
Begraven Invalidenfriedhof, Berlijn; grafsteen verwijderd.
Land/partij Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Freikorps
Flag of Weimar Republic (jack).svg Reichsmarine
Luftwaffe eagle.svg Luftwaffe
Flag of the Schutzstaffel.svg Schutzstaffel
Dienstjaren 1931 - 1942
Rang HH-SS-Obergruppenfuhrer-Collar.png SS Obergruppenführer.jpg
SS-Obergruppenführer en Generaal bij de Politie
Eenheid Kampfgeschwader 55
Jagdgeschwader 77
Leiding over Reichssicherheitshauptamt
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog

 

 

 

 

 

 

Een brief van Hermann Göring aan Heydrich, een citaat "(...) beauftrage ich Sie hiermit, alle erforderlichen Vorbereitungen in organisatorischer, sachlicher und materieller Hinsicht zu treffen für eine Gesamtlösung der Judenfrage im deutschen Einflußgebiet in Europa.

 

 

 

 

SS- Brigadeführer Heydrich, hoofd van de Beierse politie en SD , in München, 1934

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Seyß-Inquart , Adolf Hitler , Heinrich Himmler en Heydrich in Wenen, maart 1938

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Mercedes-Benz van Heydrich kort na de aanslag.

4-Diuts militair in de Tweede Wereldoorlog

1---2---3---4---5---6---7