Home     De start Van de Tweede Wereldoorlog     Het Derde Rijk van Adolf Hitler     Duitsland in de Tweede Wereldoorlog     Engeland in de Tweede Wereldoorlog     Amerika in de Tweede Wereldoorlog     Belgie in de Tweede Wereldoorlog     Nederland in de Tweede Wereldoorlog     Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog     Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog          Canada in de Tweede Wereldoorlog     Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog     Griekenland in de Tweede Wereldoorlog     Afrika in de Tweede Wereldoorlog     Polen in de Tweede Wereldoorlog     Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog     Italie in de Tweede Wereldoorlog     Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog     Roemenie in de Tweede Wereldoorlog    Hongarije in de Tweede Wereldoorlog     Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan    Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929     Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog     Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog     Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland     Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog     Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog     Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog     Japan in de Tweede Wereldoorlog     Linken van de Tweede Wereldoorlog     Operatie Overlord 1944     Het einde Van de Tweede Wereldoorlog

4-Amerika in de Tweede Wereldoorlog

1--2--3--4

categorie Amerikaans vliegtuig in de Tweede Wereldoorlog

B-24 Liberator

De B-24 Liberator is een zware Amerikaanse langeafstandsbommenwerper die ontworpen werd door Consolidated Aircraft. Er werden meer dan 18.000 B-24's geproduceerd waarmee de B-24 het meest talrijk geproduceerde Amerikaanse gevechtsvliegtuig van de Tweede Wereldoorlog is. Omdat het gangpad van de achterzijde naar de cockpit van het toestel erg nauw was kreeg het toestel de bijnaam "De Vliegende Doodskist".


Ontwikkeling
De ontwikkeling van de Liberator begon toen de United States Army Air Corps (USAAC) in 1938 aan Consolidated vroeg om de B-17 in licentie te bouwen. Dit was onderdeel van 'Project A', een project dat bedoeld was voor het uitbreiden van de Amerikaanse industriŽle capaciteit voor het produceren van de hoofdcomponenten voor de luchtmacht. Nadat de leiding van Consolidated, waaronder directeur Reuben Fleet de Boeing fabriek in Seattle hadden bezocht, besloot Consolidated om in tegenstelling tot de aanvraag van de USAAC juist een ander, moderner eigen ontwerp in te dienen. In januari 1939 nodigde de USAAC met specificatie C-212, Consolidated formeel uit om een ontwerp-studie in te dienen voor een bommenwerper met een groter vliegbereik, hogere vliegsnelheid en hoger vliegplafond dan de B-17. Het contract voor een prototype werd ondertekend in maart 1939, met de eis dat een van de prototypes al aan het einde van hetzelfde jaar klaar zou zijn. Het ontwerp was in concept eenvoudig, maar niettemin geavanceerd voor zijn tijd. Vergeleken met de B-17 was het voorgestelde model 32 korter met 25% minder vleugeloppervlak maar had een spanwijdte die 1,8 m groter was, een aanzienlijk grotere laadcapaciteit en een dubbel kielvlak. Waar de B-17 een viertal 9-cilinder Wright R-1820 Cyclone radiaal motoren gebruikte, daar gebruikte de B-24 een viertal 14-cilinder Pratt & Whitney R-1830 'Twin Wasp' radiaal motoren die 1.000 pk (746 kW) per stuk leverden. Het maximale startgewicht van 32.000 kg (70.547 lbs) was een van de hoogste in die tijd. De B-24 had een aantal innovatieve kenmerken: het nieuwe ontwerp zou de eerste Amerikaanse bommenwerper zijn met een driepuntslandingsgestel, had lange, slanke vleugels met het efficiŽnte 'Davis' ontwerp wat een maximale brandstofefficiŽntie zou opleveren. Windtunneltests en experimentele programma's waarbij het bestaande Consolidated model 31 (de latere Consolidated XP4Y Corregidor) werd gebruikt die hetzelfde vleugelontwerp had leverde veel informatie op over de karakteristieken van de Davis vleugel. Nog vůůr het eerste prototype had gevlogen hadden de Verenigde Staten er al 36, Frankrijk 120 en Groot-BrittanniŽ er al 164 besteld. De 120 door Frankrijk bestelde exemplaren gingen alle naar Engeland nadat Frankrijk moest capituleren na het Duitse offensief in 1940.

Operationeel
De eerste B-24's werden ingezet als trans-Atlantische transportvliegtuigen door Groot-BrittanniŽ. Nadat een radar werd geÔnstalleerd werd de B-24, mede vanwege zijn grote bereik ingezet bij de onderzeebootbestrijding. Later in 1941 gebruikten twee RAF squadrons in het Midden-Oosten de B-24 als eerste als bommenwerper. Het eerste massa-geproduceerde model, de B-24D, kwam begin 1943 ten tonele. De B-24H was 250 mm langer, had een bekrachtigde geschutskoepel in de neus en een autopiloot en wordt wel gezien als de uiteindelijke versie.

Het toestel werd gefabriceerd door Consolidated, Douglas, North American en Ford. Ford nam ruim de helft van de productie voor zijn rekening. Tegen het einde van de oorlog waren meer dan 18.000 toestellen gebouwd

Consolidated Vultee B-24 Liberator USAF.JPG

Lengte 20,6 m
Hoogte 5,5 m
Spanwijdte 33,5 m
Vleugeloppervlak 97,4 m≤
Gewicht
Leeggewicht 16.590 kg
Startgewicht 25.000 kg
Max. gewicht 29.500 kg
Krachtbron
Motor(en) 4◊ Pratt & Whitney R-1830 turbosupercharged radiaalmotoren
Vermogen elk 900 kW
Prestaties
Topsnelheid 470 km/u
Klimsnelheid 5,2 m/s
Vliegbereik 6000 km
Actieradius 3400 km
Dienstplafond 8500 m
Bewapening
Boordgeschut 10◊ 12.7 mm Browning M2-mitrailleurs
Bommen (<650 km) 3600 kg, (<1250 km) 2300 kg, (Ī 2000 km) 1200 kg

De Martin B-26 Marauder

De Martin B-26 Marauder is een Amerikaanse tweemotorige middelzware bommenwerper. De eerste vlucht vond plaats op 25 november 1940. Het toestel werd begin 1942 voor het eerst ingezet in OceaniŽ, later werd het ook gebruikt voor missies in het Middellandse Zeegebied en in West-Europa. In totaal zijn er 5157 exemplaren gebouwd.[1]

Operationele geschiedenis
Bij de indienstelling van de B-26 gebeurden er veel ongelukken waardoor het toestel de bijnaam "Widowmaker" kreeg. De ongelukken werden minder na een aantal aerodynamische verbeteringen, waaronder het vergroten van de vleugelspanwijdte.

De USAAF zette de B-26 begin 1943 in West-Europa in. De eerste opdrachten waren vergelijkbaar met die in Noord-Afrika, er werd gevlogen op lage hoogten. Deze missies waren niet succesvol. De tweede opdracht, een aanval op een energiecentrale in IJmuiden, zonder escorte, resulteerde in het verlies van de volledige groep van 10 B-26's.[1] Als gevolg van deze en andere slechte ervaringen werd de bewapening van het toestel verbeterd, ook werd besloten het vliegtuig op grotere hoogten in te zetten. Deze maatregelen hadden effect; in 1944-1945 hadden de USAAF B-26-squadrons de laagste verliezen van alle Amerikaanse dagbommenwerpers.

B262 martin.jpg

Rol Bommenwerper
Bemanning 7
Afmetingen
Lengte 17,8 m
Hoogte 6,55 m
Spanwijdte 21,65 m
Vleugeloppervlak 61,1 m≤
Gewicht
Leeggewicht 11000 kg
Krachtbron
Motor(en) 2◊ Pratt & Whitney R-2800-43 stermotoren, 1,900 pk
Prestaties
Topsnelheid 460 km/u
Bewapening
Boordgeschut 12 ◊ 12.7 mm Browning mitrailleurs

De Boeing B-29 Superfortres

De Boeing B-29 Superfortress is een Amerikaanse bommenwerper; het type werd bekend door op 6 augustus 1945 een atoombom af te werpen boven Hiroshima; deze bommenwerper heet de "Enola Gay". Drie dagen later werd nog een atoombom afgeworpen, ditmaal boven Nagasaki door de bommenwerper "Bockscar". De B-29 werd (als Boeing Model 345) ontworpen naar de eisen van de Amerikaanse luchtmacht, die behoefte had aan een langeafstandsbommenwerper die op zeer grote hoogte moest kunnen opereren. De eerste vlucht vond plaats op 21 september 1942 (XB-29).

De geschutskoepels werden allemaal op afstand bediend, in tegenstelling tot de B-17.

De B-29 was de eerste zware bommenwerper van de Amerikanen met drukcabines, hierdoor konden de bemanningsleden comfortabel hun werk doen op grote hoogte. De B-29 is alleen ingezet in de Stille Oceaan. Als de oorlog langer had geduurd waren ze misschien ook in Europa op het toneel verschenen. Het toestel werd vanaf november 1944 in groten getale ingezet bij bombardementen op Japanse steden, en het waren ook B-29s die zoals vermeld de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki wierpen. De B-29 werd ook gebruikt tijdens de Koreaanse Oorlog.

Ongeveer 80 exemplaren hebben in de periode 1950-1955 onder de naam Washington B.1 voor de Britse Royal Air Force (RAF) gevlogen. Ook de Royal Australian Air Force heeft 2 ex-RAF Washington B.1 in gebruik gehad. In Rusland heeft Tupolev, dankzij 3 geÔnterneerde B-29 Superfortressen, het toestel nagebouwd onder type aanduiding: Tu-4 Bull. Ook China heeft het nagebouwde Russische toestel (Tu-4) in dienst gehad.

Er zijn (ongeveer) 3970 exemplaren van de B-29 gebouwd; 2756 door Boeing, 668 door Bell Aircraft Corporation en 536 door Glenn Martin. Vanaf 1960 werden ze vervangen door de Convair B-36 en de Boeing B-52.

De B-29 Superfortress was het eerste vliegtuig waarop het systeem van de flying boom bij het bijtanken in de lucht van andere vliegtuigen werd toegepast. Dit systeem werd het standaardsysteem voor tankvliegtuigen van Boeing.

B29.maxwell.750pix.jpg

Lengte 30,2 m
Hoogte 8,5 m
Spanwijdte 43,1 m
Vleugeloppervlak 161,3 m≤
Gewicht
Leeggewicht 33800 kg
Startgewicht 54000 kg
Max. gewicht 60560 kg
Krachtbron
Motor(en) 4◊ Wright R-3350-23 turbosupercharged radiaalmotoren
Vermogen elk 1600 kW
Prestaties
Topsnelheid 574 km/u
Klimsnelheid 4,5 m/s
Vliegbereik 9000 km
Actieradius 5230 km
Bewapening
Boordgeschut 12◊ 12,7 mm M2 machinegeweren, op afstand bestuurde geschutkoepels, 1◊ 20 mm M2 kanon in de staart
Bommen 9000 kg

Bell P-59A Airacomet

De Bell P-59A was een gevechtsvliegtuig gebouwd tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten. Het prototype, de XP-59A, was het eerste straalvliegtuig dat vloog in de VS op 1 oktober 1942. Van het type werden enkele vliegtuigen gebouwd en presteerde zo slecht dat de United States Army Air Force het contract vernietigde voor de helft van de gecontracteerde vliegtuigen gebouwd waren. De P-59 deden nooit militaire operaties.
Geschiedenis
Generaal-Majoor van de USAAF Henry H. Arnold woonde een demonstratie van de Britse Gloster E.28/39-straaljager bij in april 1941. Hij vroeg, en kreeg, de plannen van de straalmotor, die hij meenam naar de VS. Op 4 september, gaf hij General Electric een contract om een Amerikaanse versie van de motor te bouwen. In totaal werden er 15 straalmotoren besteld van het type General Electric I-A, de nieuw te bouwen motor. De volgende dag benaderde hij Lawrence Bell voor het bouwen van een jager om de motor in te bouwen. Op 30 september werd het contract getekend voor de bouw van drie prototypes met voor het eerste prototype een deadline acht maanden na het tekenen van het contract. De serienummers van de prototypes waren 42-108784, 42-108785 en 42-108786. Om eventuele spionnen verkeerde informatie te geven, de USAAF gaf het project het ontwerpnummer XP-59A, om het te laten lijken of het een verbetering betrof van een jager-project van Bell dat totaal niets met dit vliegtuig te maken had en dat was geannuleerd.
Het project kreeg de hoogste prioriteit. Omdat de ingenieurs van Bell weinig of niets wisten van de nieuwe turbojets van General Electric, ontwierpen ze een eerder conventioneel vliegtuig. Twee maanden nadat het contract was getekend, had Bell een ontwerp voor een vliegtuig met een middenvleugelige eendekker met een volledig intrekbaar drievoudig onderstel. De twee General Electric I-A straalmotoren werden onder de vleugels tegen de romp geplaatst. De staart van het vliegtuig was hoog geplaatst, om niet in de weg te komen van de uitlaatgassen van de straalmotoren. Het vliegtuig had een cockpit onder druk, die bereikt kon worden door een van scharnieren voorziene baldakijn aan de zijkant. Het vliegtuig werd gebouwd in twee secties, de voorste met de bewapende neus en de cockpit, en de achterste met de staart. Het had 2 37 mm-kanonnen als bewapening. De USAAF keurde het originele ontwerp goed, en op 9 januari 1942 begon de productie van de drie prototypes.
In maart 1942, lang voor de prototypes waren voltooid, werd een bestelling van dertien YP-59A's in preproductie, met de serienummers 42-108771 tot en met 42-108783, bedoeld voor tests toegevoegd aan het contract. Deze zouden worden voorzien van I-16 (later J-31 genaamde) straalmotoren. Deze waren voorzien van een echte naar achter glijdende baldakijn.
Op 12 september 1942 werd de eerste XP-59A via spoor naar het Muroc Army Air Field (vandaag Edwards Air Force Base) in CaliforniŽ gebracht voor testen. Tijdens de behandeling op de grond, werd er een valse propeller aan het vliegtuig vastgemaakt om het vliegtuig te laten lijken om een gewoon propellervliegtuig. Het vliegtuig verliet voor het eerste de grond tijdens taxiŽn op hoge snelheid op 1 oktober met een testpiloot van Bell, Robert Stanley, achter de stuurknuppel, maar de eerste officiŽle vlucht werd gemaakt door Kolonel Laurence Craigie, de volgende dag. De tweede XP-59A maakte zijn eerste vlucht op 15 februari 1943, en de derde in april. Tests gedurende de volgende maanden met de drie XP-59A's onthulden verschillende problemen, zoals slechte reacties en betrouwbaarheid van de motor (normale tekortkomingen van alle vroege turbojets), en de performance was ver onder de verwachtingen. Maar ondanks dat, en zelf voor de levering van de eerste YP-59's in juni 1943, bestelde de USAAF 100 productieŽenheden, met ontwerpnummer P-59A Airacomet.
De eerste YP-59A bereikte Muroc in juni 1943, en toen gaf de USAAF het project de naam Airacomet. De YP-59A had sterkere motoren dan zijn voorganger, maar de verbeteringen qua performance waren te verwaarlozen. De derde YP-59A, met serienummer 42-108773 werd geruild met de RAF voor de eerste productie-Gloster Meteor Mk.I. Britse piloten vonden dat het toestel ongunstig was ten opzichte van de lokaal geproduceerde jets die al vlogen in het Verenigd Koninkrijk (Het toestel was ook ongunstig ten opzichte van de P-51 Mustang.). De achtste en de negende YP-59A (42-108778 en 42-18779) werden ook geleverd aan de US Navy waar ze geŽvalueerd werden als de YF2L-1 maar men vond als snel dat ze volledig onbruikbaar waren voor operaties vanaf vliegkampschepen. De laatste vier YP-59A's hadden een zwaardere bewapening met 1 37 mm-kanon en 3 12,7 machinegeweren, die standaard zouden worden op de latere P-59A's. De laatste YP-59A werd geleverd eind juni 1944.
Wegens de zelfs beneden het peil van de gewone propellervliegtuigen zijnde prestaties, halveerde de USAAF de bestelling van 100 P-59A's op 30 oktober 1943. De P-59A's werden aangedreven door General Electric J31-GE-3 turbojets, alhoewel de laatste met J31-GE-5's, de serienummers van de gebouwde P-59A's waren 42-2609 tot en met 42-2628. Toen men bezig was met de ťťn en twintigste P-59A, werd besloten om de resterende 29 en de in aanbouw zijnde 42-2629, te bouwen als een licht verbeterde versie, P-59B, met de serienummers 42-2629 tot en met 42-2658. De laatste P-59B werd geleverd in mei 1945. Ondanks dat de P-59 geen groot succes was, gaf dit type de USAAF de ervaring voor operaties met straalvliegtuigen die de basis zou vormen voor latere, meer geavanceerde types zoals de P-80 Shooting Star, die binnenkort beschikbaar zouden worden.
Het originele XP-59A prototype staat in het Milestones of Flight Gallery of the National Air and Space Museum in Washington D.C. samen met de Wright Flyer en de Apollo 11 commando module Columbia. Een P-59A staat in het March Field Air Museum in Riverside, CaliforniŽ, terwijl een exemplaar van een P-59B model tentoongesteld is in het National Museum of the United States Air Force op de Wright-Patterson Air Force Basis bij Dayton in Ohio. In 1991 het Planes of Fame Museum in Chino, CaliforniŽ kreeg een P-59A en restoreerde het langzaam tot vliegcondities. De restauratie is bijna voltooid, en er wordt verwacht dat het vliegtuig begint op te treden in luchtshows in de zomer van 2006.

Bell YP-59A in flight 060913-F-1234P-008.jpg

Rol Jachtvliegtuig
Bemanning 1
Varianten XP-59A, YP-59A, P-59A, YF2L-1, P-59B
Status
Gebruik Verenigde Staten (1942-?)
Afmetingen
Lengte 11,84 m
Hoogte 3,76 m
Spanwijdte 13,88 m
Vleugeloppervlak 35,86 m≤
Gewicht
Leeggewicht 3600 kg
Startgewicht 5760 kg
Krachtbron
Motor(en) 2◊ General Electric J31-GE-5 turbojets
Stuwkracht elk 8,89 kN
Prestaties
Topsnelheid 664 km/u
Klimsnelheid 16,3 m/s
Actieradius 386 km
Dienstplafond 14080 m
Bewapening
Boordgeschut 1x 37 mm-kanon, 3x 12.7 mm-machinegeweren

Bockscar
 

Bockscar, soms ook Bock's Car of Bocks Car (44-27297) is de naam van de Amerikaanse B-29 Superfortress-bommenwerper die tijdens de Tweede Wereldoorlog op 9 augustus 1945 de tweede atoombom met de naam Fat Man boven Nagasaki afwierp. De naam is een woordspeling op de achternaam van de oorspronkelijke piloot van het toestel: Capt. Frederick C. Bock, en een Amerikaanse gesloten goederenwagon (boxcar).
Bock vloog het toestel op 9 augustus 1945 echter niet. De bemanning bestond tijdens deze missie uit:
Maj. Charles W. Sweeney, piloot
Capt. James Van Pelt, navigator
Capt. Raymond "Kermit" Beahan, bommenrichter
1st. Lt. Charles Donald Albury, co-piloot
2nd Lt. Fred Olivi, co-piloot
Cpl Abe Spitzer, radio operateur
Master Sgt. John D. Kuharek, boordwerktuigkundige
Staff Sgt Ray Gallagher, schutter, assistent boordwerktuigkundige
Staff Sgt Edward Buckley, radar operateur
Sgt. Albert Dehart, staartschutter
Cmdr. Frederick L. Ashworth, schutter;
Lt. Philip Barnes, assistent schutter;
Lt. Jacob Beser, radio counter measures;
De oorspronkelijke bemanning van Bockscar vloog die dag een andere B-29, The Great Artiste genaamd, die was uitgerust met instrumenten om de gevolgen van de atoombomaanval te meten.
Bockscar is te bezichtigen bij het National Museum of the United States Air Force, in Dayton (Ohio).

De Bockscar

Fatman

De Brewster F2A

De Brewster F2A (door de Britten Buffalo genaamd, door de Nederlanders Vliegende doodskist, en door de Finnen Parel van de lucht) was een uit Amerika afkomstig gevechtsvliegtuig ontwikkeld en gebouwd door de Brewster Aeronautical Corporation. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het toestel door zowel de geallieerden als door de asmogendheden gebruikt. Ondanks zijn slechte reputatie, was hij redelijk succesvol tijdens luchtgevechten. Vooral de Finse luchtmacht heeft van 1940 tot 1948 veel succes geboekt met dit toestel.
De Brewster F2A dateerde van 1936, toen de Amerikaanse marine, die begreep dat de tijd van het dubbeldeks jachtvliegtuig voorbij was, specificaties bekendmaakte voor een enkeldeks jager. Toen hij pas in productie was, was de F2A tamelijk modern, maar ten tijde van de Japanse aanval op Pearl Harbor was de machine naar de opvattingen van die tijd alweer verouderd. De marine beschikte echter over te weinig vliegtuigen, en daarom werd de productie van dit type vergroot. De F2A was echter niet opgewassen tegen de Nakajima Ki-43 en leed in het begin van de oorlog ontstellende verliezen, voor hij als eerstelijnsvliegtuig geschrapt werd.
Nederlands-IndiŽ
De Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, kortweg ML-KNIL, had in totaal 144 Brewsters van het B-339C & 339D type besteld. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-IndiŽ waren er 71 toestellen geleverd, waarvan enkele nog niet bruikbaar waren. De bruikbare toestellen vochten boven Singapore totdat ze teruggeroepen werden voor het uitvoeren van missies op Borneo en de verdediging van Java. Doordat de toestellen lichter waren dan het type dat de Amerikaanse Luchtmacht gebruikte (F2A-3), waren de Brewsters uitermate geschikt voor luchtgevechten tegen de Japanse Nakajima Ki-43 Oscar jagers, maar moesten ze het afleggen tegen de Mitsubishi Zero die veel sneller en wendbaarder was. Behalve als jagers werden de Brewsters ook gebruikt als lichte duikbommenwerpers tegen Japanse schepen. De laatste vlucht met Brewsters van de ML-KNIL was op 7 maart 1942 waarbij Kapt. Jacob Pieter van Helsdingen omkwam. In totaal kwamen zeventien ML-KNIL-piloten om het leven, werden er dertig Brewsters neergeschoten en vijftien op de grond vernietigd. De overige vliegtuigen waren verongelukt of veroverd (en vervolgens gebruikt) door de Japanners. In totaal haalden de Brewsters 55 Japanse vliegtuigen neer. Op 19 februari 1942 kwamen acht Brewsters een formatie van vijfendertig Japanse bommenwerpers, geŽscorteerd door twintig Mitsubishi Zero's tegen. Tijdens het gevecht dat volgde, gingen er vier Brewsters verloren, maar werden er elf Japanse vliegtuigen neergeschoten.
Lijst van ML-KNIL Brewsters
Bibliografie

Casius, G en Boerman L. "Brewster B-3339C/D/-23; History, Coumouflage and Markings" Zwammerdam, Dutch Profile Publications 2008.
Harper, W.J. (Squadron Leader). Report on No. 21 and No. 453 RAAF Squadrons UK Air Ministry ref. AIR 20/5578. London: UK Public Records Office, 1946. Squadron Leader W.J. Harper, 1946, "REPORT ON NO. 21 AND NO. 453 RAAF SQUADRONS" (overgenomen door Dan Ford voor het Warbird's Forum.) bekeken op: 8 september 2007.
Huggins, Mark. "Falcons on Every Front: Nakajima's KI-43-I Hayabusa in Combat." Air Enthusiast nummer 131, september/oktober 2007.
Keskinen, Kalevi and Stenman, Kari. Brewster Model 239: Suomen Ilmavoimien Historia 1A. Espoo, Finland: Kari Stenman Publishing, 2005. ISBN 952-99432-3-7, Brewster Model 239: Suomen Ilmavoimien Historia 1B. Espoo, Finland: Kari Stenman Publishing, 2005. ISBN 952-99432-4-5.
Maas, Jim. F2A Buffalo in action. Carrollton, Texas: Squadron/Signal publications, 1988. ISBN 0-89747-196-2.
Raunio, Jukka. Lentšjšn nškŲkulma 2 Ė Pilot's viewpoint 2. Self published, 1993. ISBN 951-96866-0-6.
Shores, Christopher. The Brewster Buffalo (Aircraft in Profile 217). Windsor, Berkshire, UK: Profile Publications Ltd., 1971.
Taylor, John W.R. "Brewster F2A Buffalo." Combat Aircraft of the World from 1909 to the present. New York: G.P. Putnam's Sons, 1969. ISBN 0-425-03633-2.
Winchester, Jim. The World's Worst Aircraft: From Pioneering Failures to Multimillion Dollar Disasters. Londen: Amber Books Ltd., 2005. ISBN 1-904687-34-2.
Wixey, Ken. "A Rotund New Yorker; Brewster's Embattled Buffalo." Air Enthusiast Nummer 105, mei/juni 2003.
Zbiegniewski, Andrť R. Brewster F2A Buffalo. Lublin, Polen: Kagero, 2003. ISBN 83-89088-14-2. (tweetalig Pools/Engels)

Netherlands F2A Buffalo.jpg

Rol Jachtvliegtuig
Bemanning 1
Varianten F2A, B-339C & 339D
Status
Gebruik Nederlands-IndiŽ, Amerika, Finland, BelgiŽ, Groot-BrittanniŽ, AustraliŽ, Nieuw-Zeeland
Afmetingen
Lengte 7,90 m
Hoogte 3,6 m
Spanwijdte 11,55 m
Vleugeloppervlak 19,50 m≤
Gewicht
Leeggewicht 2360 kg
Max. gewicht 3500 kg
Krachtbron
Motor(en) 1◊ Wright R-1820-40 (G205A) Cyclone
Vermogen 1200 pk kW
Prestaties
Topsnelheid 580 km/u
Klimsnelheid 760 m/min m/s
Actieradius 3000 km
Dienstplafond 11000 m
Bewapening
Boordgeschut 4◊ 12,7mm (5-inch) Machinegeweren, twee in de vleugels en twee in de neus.
Bommen 2 bommen van 50 kg

De Consolidated PBY Catalina

De Consolidated PBY Catalina (NAVO-codenaam: Mop), kortweg Catalina genoemd, was een door het Amerikaanse bedrijf Consolidated Aircraft ontworpen vliegboot of watervliegtuig, dat zowel op het water als op een landingsbaan kon landen. De Catalina werd door onder andere de Amerikaanse marine, de RAF, de Russische en Canadese strijdkrachten gebruikt in de jaren vanaf 1936 tot na de Tweede Wereldoorlog. Het vliegtuig is met circa 4051 exemplaren het meest gebouwde watervliegtuig.
Tussen 1941 en 1957 waren vliegboten van dit type bij de Nederlandse Marine Luchtvaartdienst in gebruik. Het type is tot ver in de tweede helft van de 20e eeuw actief geweest bij diverse luchtmachten en doet tot op heden dienst als blusvliegtuig bij het bestrijden van bosbranden.
De Catalina was de tegenhanger van de Japanse vliegboot de Kawanishi H8K (bij de geallieerden beter bekend als "Emily"), waarschijnlijk de beste vliegboot van de Tweede Wereldoorlog.
Bouw
De Catalina heeft een spanwijdte van 34,32 meter en een lengte van 21,05 meter. De vleugel loopt bovenaan het vliegtuig en heeft aan beide zijden twee vleugelspanlatten en twee schroefpropeller-motoren. Sommige types hebben aan de vleugeluiteinden vlotters om het vliegtuig stabiel te houden tijdens het opstijgen van en landen op het water. Vooraan is de cockpit en daarvoor nog een navigatiepost of mitrailleurskoepel. Aan linker- en rechterkant van de romp bevinden zich ovaalronde koepels, die eveneens van mitrailleurs konden worden voorzien. De bootvormige romp maakt het toestel geschikt voor een landing op het water, en indien de Catalina op een landingsbaan moet landen kunnen een neuswiel en twee zijwielen worden uitgeklapt.
Het ontwerp van de Catelina overtrof de specificaties ruim, hij werd in de oorlog ingezet als patrol bomber[bron?] en hij werd in grote aantallen voor de Amerikaanse marine vervaardigd.
De Catalina vervulde in de oorlog vele taken: reddingsvliegtuig, bommenwerper, torpedovliegtuig, bevoorradings-, transport- en verbindingsvliegtuig. De meest voorkomende variant is de PBY-5A amfibie-Catalina. Hij had twee motoren van Pratt & Whitney R-1830 Twin Wasps, beide van 1200 pk. De bemanning bestond uit 7 ŗ 9 man. Zijn maximumsnelheid bedroeg 322 km/h op 2.300 meter hoogte. De kruissnelheid bedroeg 210 km/h. Het 'plafond" bedroeg 4900 meter. Zijn actieradius was 4500 km. De bewapening bestond uit drie 0,3-inch en twee 0,5-inch mitrailleurs, plus tot 2000 kg bommen, vier 325 kg dieptebommen en twee torpedo's. Het leeggewicht bedroeg 10.500 kg en beladen gewicht 17.700 kg.
Beroemde acties
De Catalina heeft veel beroemde vluchten uitgevoerd, die het toestel een belangrijke strategische rol in de Tweede Wereldoorlog gaf. Zo herontdekte een Britse Catalina het, in de mist verdwenen, Duitse slagschip "Bismarck" en de zware kruiser "Prinz Eugen" in Straat Denemarken tussen IJsland en Groenland in mei 1941. De Catalina werd door het scheepsgeschut beschoten, maar kon ontkomen en de thuisvloot van de Britse marine de juiste richting en afstand van de Duitse schepen doorseinen. Zodoende kon de "Bismarck" uiteindelijk door vliegtuigen, zoals de Swordfish-tweedekkers uitgerust met torpedo's worden vernietigd.
Midway
De Slag bij Midway begon meer dan 1000 mijl ten noorden van het atol zelf op 3 juni 1942 te 05.00 uur, toen vliegtuigen van de vliegdekschepen Ryujo en Junyo ergens ten zuiden van Rat Island opstegen voor een aanval op Dutch Harbor, 250 mijl ten oosten van de buitenste rand van de Aleoeten. In Pearl Harbor liet admiraal Nimitz zich door rapporten over die aanval niet om de tuin leiden. Hij beval de Catalina's op te stijgen en een waaierformatie te vormen, over een lengte van 700 mijl, op zoek naar de werkelijke invasievloot.
Strawberry 9
Om 04.01 stegen 23 Catalina's vanuit Midway op, met de codenaam "Strawberry". De Catalina's waren langzaam, maar ze waren uitstekend geschikt voor het verkenningswerk. De uiterste grens van hun zoekactie was 700 mijl, en met een normaal zicht van 25 mijl konden ze elk een sector van 8 graden van de cirkel rondom Midway afzoeken. Zo waren de 23 PBY's in staat een halve cirkel met de straal van 700 mijl, waarvan Midway het middelpunt was, te patrouilleren.
Om 08.02 uur diezelfde morgen naderde vaandrig Jewell Reid uit Kentucky de 700-mijl grens van zijn patrouillevlucht en als 9e vliegboot, "Strawberry 9", toen hij eensklaps iets zag. Onmiddellijk seinde hij naar Midway: "Ga een onderzoek doen instellen naar verdachte schepen!" Een half uur later rapporteerde hij dat hij twee vrachtschepen verkend had, en spoedig daarna "De hoofdmacht, peiling 261, 700 mijl van Midway verwijderd. Zes schepen in kiellinie!" Reid had Itsjiki's invasiestrijdmacht en Kondo's kruisers verkend, maar ten onrechte had hij de conclusie getrokken dat dit admiraal Yamamoto's hoofdmacht was. Deze was nog niet verkend; evenmin als de allerbelangrijkste vliegkampschipstrijdmacht onder bevel van admiraal Nagumo. Reid bleef tot Itsjiki's transportschepen en hun escorte volgen tot 11.00 uur die morgen. Nimitz concludeerde uit de stroom rapporten van de Catalina's dat er 11 Japanse schepen waren ten westen van Midway, met een snelheid van 11 knopen opstoomden. Om 12.30 uur stegen negen B-17's van Midway op voor een aanval op het konvooi. Rond 16.30 uur zagen de B-17's een strijdmacht van 5 slagschepen of zware kruisers en ongeveer 40 andere schepen. Ze deden hun aanval op dit konvooi.
Eerste torpedoaanval
Vier Catalina's stegen na de terugkeer van de B-17's, op en zetten koers naar deze invasievloot, uitgerust met torpedo's. Hoewel ze nog geen ervaring hadden met het lanceren van torpedo's vanuit een Catalina, troffen ze toch een Japanse tanker en sloegen een gat in de bakboordzijde van de "Akebono Maru". Ze vielen de vloot aan beneden de maan, zodat de Japanse schepen zich duidelijker aftekenden. Uiteindelijk werd de belangrijkste hoofdmacht verkend met de beroemde Slag bij Midway als gevolg, dankzij deze trage vliegboten. Spottend werd er gezegd:"Zij die vertrekken met een vliegtuig en terugkeren met een boot!"

Catalina Aviodrome.JPG

Algemeen
Rol Watervliegtuig, patrouille-bommenwerper
Bemanning 7 ŗ 9 man
Stukprijs $90 000 in 1935
Status
Eerste vlucht 28 maart 1935
Aantal gebouwd 3305
Afmetingen
Lengte 21,05 m
Spanwijdte 34,32 m
Gewicht
Leeggewicht 10 500 kg
Max. gewicht 17 700 kg
Krachtbron
Motor(en) 2 * Pratt & Whitney R-1830 Twin Wasps
Vermogen 2 * 880 kW
Prestaties
Kruissnelheid 210 km/h
Topsnelheid 322 km/h
Actieradius 4500 km
Dienstplafond 4900 m
Bewapening
Boordgeschut 3 * 0,3-inch en 2 * 0,5-inch mitrailleurs
Bommen 2000 kg, vier 325 kg dieptebommen en twee torpedo's

Curtiss-Wright Model 21

De Curtiss-Wright Model 21 was een uit Amerika afkomstig jachtvliegtuig dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door China en Nederlands-IndiŽ werd gebruikt.

Nederlands-IndiŽ
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog bestelde de Nederlandse regering 24 CW-21's voor de luchtverdediging. Doordat Nederland in mei 1940 werd bezet werd de bestelling in Nederlands-IndiŽ afgeleverd voor gebruik bij de ML-KNIL (samen met een aantal CW-22 lestoestellen). Deze toestellen weken iets af van de Chinese CW-21's. Zo had de Nederlandse versie een inwaarts-intrekkend landingsgestel, een iets grotere brandstoftank, twee 7,62 mm machinegeweren in de vleugels en twee 12,7 mm machinegeweren in de neus. Deze aanpassingen zorgde ervoor dat de Nederlandse versie 13 km/h sneller kon vliegen op zeeniveau.

De eerste CW-21's werden geleverd in juni 1940 aan afdelingen 2-VLG-IV en 1-VLG-V. Toen de oorlog uitbrak op 8 december 1941 hadden deze afdelingen pas 17 toestellen ontvangen. Het gebrek aan een goede bescherming voor de vlieger, lichte constructie en zelfdichtende brandstoftanks maakte de vliegtuigen enigszins vergelijkbaar met zijn tegenstanders. Qua vuurkracht was de CW-21 gelijk aan de Nakajima Ki-43 (Hayabusa), echter de Mitsubishi A6M Zero had een veel grotere vuurkracht. De klimsnelheid overtrof die van zijn tegenstanders ruim.

2-VLG-IV claimde vier luchtoverwinningen tegen de Japanners. Ze konden echter niet op tegen de grote aantallen vliegtuigen die Japan ter beschikking had, waardoor alle 24 CW-21's al redelijk snel verloren zijn gegaan tijdens gevechten en bombardementen.

Een CW-21 B Demon, van de ML-Knil.

Rol Jachtvliegtuig
Bemanning 1
Status
Eerste vlucht Januari 1939
Aantal gebouwd 62
Gebruik Nederlands-IndiŽ, China,
Afmetingen
Lengte 8,03 m
Hoogte 2,64 m
Spanwijdte 10,67 m
Vleugeloppervlak 16,20 m≤
Gewicht
Leeggewicht 1428 kg
Startgewicht 1896 kg
Prestaties
Topsnelheid 489 km/h
Klimsnelheid 24,3 m/s
Actieradius 853 km
Bewapening
Boordgeschut 7,62 mm en 12,7 mm machinegeweren

De Douglas SBD Dauntless

De Douglas SBD Dauntless duikbommenwerper werd tijdens de Tweede Wereldoorlog overwegend gebruikt door de Amerikaanse marine en de mariniers. Het werd echter, in beperkte mate, ook gebruikt door het leger onder de naam A-24. Met het toestel werden in de Stille Oceaan vele successen geboekt. Vooral tijdens en na de slag bij Midway leverde de Dauntless een geweldige bijdrage aan het stuiten van de Japanse opmars.

De Dauntless zou uit productie worden genomen maar toen de Japanners Pearl Harbor aanvielen was het alle hens aan dek en moest de fabricage worden voortgezet. Opvallend aan de Dauntless was de geperforeerde leivleugel die bij het duiken omlaag werd geklapt zodat de snelheid verminderde en de stabiliteit toenam. De bom hing aan een kruk onder de romp die voor het afwerpen naar buiten werd gedraaid om de propeller niet te beschadigen.


Midway
Samen met andere Amerikaanse aanvalsvliegtuigen werd de Douglas SBD Dauntless ingezet tegen de opstomende Japanse vloot in de slag bij Midway. Hun aanvallen waren vooral gericht tegen de vier Japanse vliegdekschepen de Kaga, Akagi, Soryu en de Hiryu. Ondanks ondersteuning van Grumman F4F Wildcats werden veel Dauntless-vliegtuigen neergehaald door het felle aanhoudende scheepsgeschut en de snelle wendbare Zero's. Toch konden ze serieuze treffers plaatsen op de vier Japanse vliegkampschepen die geraakt werden net op het moment dat de vliegtuigen aan dek werden geladen en bijgetankt. De klaarliggende bommen en benzinevaten aan dek explodeerden met fataal gevolg.

Squadron-commandant Henderson speelde een grote rol bij de totale uitschakeling van de Soryu. Zijn boordschutter lag doorzeefd met kogels op zijn mitrailleur toen Henderson de aanval inleidde en een duikvlucht nam. De benzinetank van Henderson werd echter door een granaatscherf geraakt en vloog in brand. Als een ware kamikaze stortte de zwaargewonde Commandant Henderson nu het brandende vliegtuig met een bom van 500 kilo op het dek van de Soryu. Het werd een vernietigende ontploffing, waardoor het start- en landingsdek volledig werd vernield. In de strijd werd de Akagi zwaar beschadigd, het wapendepot van de Kaga ontplofte en de Hiryu brandde als een toorts. De Japanners poogden de brandende Soryu naar Japan te slepen maar op 7 juni 1942 werd het onfortuinlijke schip getroffen door een torpedo van een Amerikaanse onderzeeŽr.

Specificaties
De motor was een Wright R-1820 radiaalmotor, 1200 pk. De bewapening waren twee 0,5-inch(12,7 mm) mitrailleurs, plus een bommenlading van 500 kg. De maximumsnelheid bedroeg 453 km/u. op 4.600 m. Zijn stijgvermogen: 5.700 m/min. De plafondhoogte was 8.100 m. De actieradius was 2.000 km met een bommenlast van 500 kg. Gewicht; leeg 3.270 kg en beladen 5.350 kg. De spanwijdte was 13,68 m. Lengte 10,89m

Douglas SBD 5 tricolor with bomb.jpg

Rol Duikbommenwerper
Bemanning 2
Status
Gebruik Zie tekst
Afmetingen
Lengte 10,08 m
Hoogte 4,14 m
Spanwijdte 12,65 m
Vleugeloppervlak 30,19 m≤
Gewicht
Leeggewicht 2905 kg
Startgewicht 4843 kg
Max. gewicht 4853 kg
Krachtbron
Motor(en) 1◊ Wright R-1820-60 radiaalmotor
Vermogen 1200 kW
Prestaties
Topsnelheid 410 km/u
Klimsnelheid 8,6 m/s
Actieradius 1243 km
Dienstplafond 7780 m
Bewapening
Boordgeschut 2◊ 12,7 mm, 2◊ 7,62 mm
Bommen 1020kg

De Douglas TBD-1 Devastator

De Douglas TBD-1 Devastator was een Amerikaanse torpedobommenwerper. Ze waren vaak gestationeerd op Amerikaanse vliegdekschepen en speelden een belangrijke rol in de Tweede Wereldoorlog, vooral tijdens de Slag in de Koraalzee en de Slag bij Midway.
Relatief weinig van de 129 gebouwde Douglas TBD-1 Devastators waren ten tijde van de Slag bij Midway bij de Amerikaanse marine nog in dienst, en van de 41 die tegen de Japanse vliegkampschepen in de aanval gezonden werden, omdat er geen andere beschikbaar waren, keerden er slechts 6 terug. Het toestel was, toen het in 1937 in dienst kwam, 's werelds beste vliegkampschip-torpedobommenwerper geweest,maar begin 1942, vooral tijdens de Slag in de Koraalzee en de Slag bij Midway, was het verouderd. De Devastator bleef na Midway nog kort bij twee eskadrons in dienst (VT-4 en VT-7), maar de meeste andere toestellen werden als hierna alleen nog als trainings- en opleidingsvliegtuig gebruikt.
Deze torpedobommenwerpers waren traag in vergelijking met de snelle Zero's van de Japanners. Als ze in een goede lage aanvalspositie konden komen, konden ze hun torpedo lanceren naar een Japans schip en dan weer snel wegdraaien. Dat 'snel' verliep vaak te traag en te kwetsbaar, want hiermee gaf het vliegtuig zijn hele onderkant bloot, waarbij menig Amerikaanse piloot moest ondervinden dat hij flink werd beschoten. Vele Amerikaanse vliegeniers van deze toestellen kwamen om of konden zich nog redden met hun "Mae West"-reddingsvesten in zee. Daar moesten ze wachten op redding, door een Consolidated PBY Catalina vliegboot, of gevangengenomen worden door Japanse watervliegtuigen, of ...ten prooi vallen aan haaien.[bron?]
De Devastators hadden bij een aanval tijdens de Slag bij Midway voortdurend beschermd moeten worden door Amerikaanse jachttoestellen, maar die hadden zelf hun handen vol om te overleven tegen de vijand. Het merendeel van de Devastators die opereerden werd dan ook afgeschoten door de Japanse lucht- en zeemacht.
Technische gegevens
Hun motor was een Pratt & Whitney R-1830 stermotor van 900 pk. De bewapening was twee .5-inch mitrailleurs (1 naar voren vurend en 1 naar achter), plus een 21-inch torpedo. Hun maximumsnelheid bedroeg 370 km/h op 2.400 m. Hun stijgvermogen bedroeg 240 meter per minuut. De hoogteplafond bedroeg 6.600 m. Actieradius; 783 km met ťťn torpedo. Gewicht: leeg 3.590 kg en beladen 5.090 kg. De spanwijdte was 16,30 m. en lengte 11,55 m. Het vliegtuig was bemand door een piloot en een navigator-boordschutter.

Douglas TBD-1 Devastator van het US Navy TBD-1 Torpedo Squadron Six (VT-6), gestationeerd op het vliegdekschip USS Enterprise (CV-6), 1938

Enola Gay

Enola Gay is de naam van de Amerikaanse B-29 Superfortress-bommenwerper die tijdens de Tweede Wereldoorlog op 6 augustus 1945 de eerste atoombom, met de naam Little Boy, boven Hiroshima afwierp. Hierdoor kwamen 78.000 mensen direct om. Door de na-effecten als gevolg van de ioniserende straling liep het dodental uiteindelijk op tot ongeveer 140.000 eind 1945.
Het vliegtuig, een B-29-45-MO met registratie 44-86292, was uitgekozen door kolonel Paul Tibbets bij de Martin Omaha-fabriek in Omaha, Nebraska en was speciaal voor deze vlucht aangepast. Zo werden de bewapening en bepantsering voor een groot deel verwijderd om gewicht te besparen, zodat het vliegtuig op grotere hoogte kon vliegen, buiten het bereik van het luchtafweergeschut.
De piloot, Paul Tibbets, noemde het vliegtuig naar zijn moeder: Enola Gay. De bemanning bestond uit:
Kolonel Paul Tibbets, commandant van de 509th Group en piloot
Kapitein Robert Lewis, co-piloot
Luitenant Jacob Beser, radarofficier
William "Deak" Parsons, wetenschapper van het Manhattanproject
Joseph Stiborik, radaroperator
George Caron, staartschutter
Richard Nelson, radio-operator
Robert Shumard, hulpingenieur
Wyatt Duzenbury, vluchtingenieur
John Porter, grondonderhoudsofficier
Theodore "Dutch" Van Kirk, navigator
Thomas Ferebee, bombardier
Tijdens de vlucht werd de Enola Gay vergezeld door The Great Artiste, een vliegtuig met opnameapparatuur en door The Necessary Evil, een vliegtuig met fotografen. Een andere B-29 Superfortress-bommenwerper vloog als verkenningsvliegtuig een half uur vooruit om na te gaan of het weer wel geschikt was.
De tweede Amerikaanse atoombom, gedropt door de Bockscar, op Nagasaki op 9 augustus 1945, beŽindigde direct het leven van 27.000 Japanners. Het dodental in deze stad liep uiteindelijk op tot zeker 70.000 eind 1945. Zes dagen na de bom op Nagasaki gaf Japan zich over en kwam de Tweede Wereldoorlog tot een einde.
Volgens opgave van de Japanse autoriteiten, die ook de slachtoffers registreerden die jaren later vielen door bijvoorbeeld kanker als gevolg van straling, kostten de bommen aan totaal ruim 240.000 mensen het leven.
Na 1945
De Enola Gay werd in 1946 buiten gebruik gesteld en in 1960 opgeslagen. Een van de propellers werd gebruikt voor een windtunnel in een laboratorium. In 1984 werd begonnen met een uitvoerige restauratie, die pas in 2003 werd afgesloten. Bij een tentoonstelling van de belangrijkste onderdelen van het vliegtuig in het National Air and Space Museum in Washington D.C. werd de Enola Gay met verf en bloed besmeurd, waarna de tentoonstelling werd afgebroken. Tegenwoordig is het vliegtuig te zien in het reusachtige Steven F. Udvar-Hazy Center, een dependance van het National Air and Space Museum op de Washington Dulles International Airport.
Trivia
In 1980 bracht de Britse synthesizerpopband Orchestral Manoeuvres in the Dark een nummer uit met de titel, 'Enola Gay', dat over het vliegtuig gaat.
In 1985 bracht de Canadese progressieve rockband Rush het nummer Manhattan Project uit, dat ook verwijst naar de piloot van de Enola Gay.
In 1990 refereert Iron Maiden in het nummer 'Tailgunner' van het album No Prayer for the Dying aan de Enola Gay, 'The Enola Gay was my last try'. Dat is niet correct, omdat het nummer gaat over luchtgevechten boven Europa en de B-29's alleen boven de Stille Oceaan zijn ingezet.

De Enola Gay

 

De Enola Gay met haar bemanning

De Vought F4U Corsair

De Vought F4U Corsair is een jachtvliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog.
De Corsair is vooral bekend om zijn karakteristieke "inverted-gull" vleugel. Deze was ontworpen om het landingsgestel zo klein mogelijk te houden. De F4U was eigenlijk bedoeld om ingezet te worden vanaf een vliegdekschip, maar is vooral in de Grote Oceaan ingezet als grondjager en als jachtvliegtuig tegen de Japanners.
De Vought F4U serie jachtvliegtuigen, Corsair genaamd, was ťťn van de 'groten' in de luchtgevechten van de Tweede Wereldoorlog. De machine was snel, stevig en had met zes mitrailleurs grote vuurkracht. Ook kon het vliegtuig met bommen uitgerust worden. Vanwege de hoge landingssnelheid werd de Corsair geweigerd door de Amerikaanse marine, maar na het succes van het vliegtuig bij de Britse Marine werd het vliegtuig toch in gebruik genomen door de Amerikaanse marine.
Het eerste type vloog in mei 1940 en de Corsair werd sinds 1943 in de oorlog gebruikt. De Corsair was vooral bewapend met geÔntegreerde machinegeweren en ofwel bommen ofwel raketten.
Ook na de Tweede Wereldoorlog werd de Corsair geproduceerd, maar de varianten gebruikt in de Tweede Wereldoorlog zijn het meest geproduceerd; er zijn 4399 F4U-1's geproduceerd in vijf varianten. ook van de F4U-4 bestaan vijf varianten. Ook zijn er F4U's in andere fabrieken geproduceerd: 4006 bij Goodyear gebouwde FG-1's in drie varianten en 735 bij Brewster gebouwde F3A-1's, ook in drie varianten.
Landen in dienst
ArgentiniŽ
El Salvador
Frankrijk
Honduras
Nieuw-Zeeland
Verenigd Koninkrijk
Verenigde Staten

Corsair Barth.jpg

Rol Jachtvliegtuig
Bemanning 1
Varianten AU-1, F4U-4B, F4U-4C, F4U-4P, F4U-5N
Status
Gebruik Verenigde Staten (1942-?)
Afmetingen
Lengte 10,30 m
Hoogte 4,90 m
Spanwijdte 12,50 m
Vleugeloppervlak 32,50 m≤
Gewicht
Leeggewicht 4175 kg
Startgewicht 6350 kg
Max. gewicht 6654 kg
Krachtbron
Motor(en) 1◊ Pratt & Whitney R-2800-18W Double Wasp 18-cilinder radiaal
Vermogen 1827 kW
Prestaties
Topsnelheid 717 km/h
Klimsnelheid 15,8 m/s
Actieradius met externe brandstoftanks 2510 km
Dienstplafond 12650 m
Bewapening
Boordgeschut 6 ◊ 12,5 mm Browning M2 mitrailleurs, 4◊20 mm Hispano Mk.II kanon op varianten F4U-4B and -4C
Bommen 2◊450 kg bommen zonder raketten
Raketten 8◊127 mm raketten zonder bommen

De Grumman F4F Wildcat

De Grumman F4F Wildcat was een succesvol jachtvliegtuig van de Amerikaanse Marine aan het begin van de strijd in de Stille Oceaan, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was gestationeerd op Amerikaanse vliegdekschepen en op vliegvelden op de, door de Amerikanen bezette strategische eilanden, in de Stille Oceaan.

Piloten die met dat type vlogen, leerden spoedig hoe ze tegen de Japanse Zero's moesten optreden. Ze moesten bij voorkeur hoger dan de vijand vliegen en er geen 'dog-fight' (Ned: kringgevecht) mee aangaan. Van boven er op neerduiken, schieten en maken dat je wegkomt, dat was de tactiek. Maar als een dog-fight onvermijdelijk was, bood de Wildcat, die stevig in elkaar zat, de vlieger een redelijke bescherming. Het toestel kon tamelijk veel gevechtsschade incasseren en vaak beschadigd toch naar het vliegkampschip terugkeren. De Grumman F4F Wildcats waren gestationeerd op de twee Amerikaanse vliegdekschepen: "USS Lexington (CV-2)" en "USS Yorktown (CV-5)" tijdens de Slag in de Koraalzee in mei 1942. Daar ging de "USS Lexington" ten onder op 8 mei.

Een maand later, op 6 juni 1942, in de strijd van de Slag bij Midway, waren de Wildcats van de "USS Hornet (CV-8), "USS Enterprise (CV-6)" en de "USS Yorktown" - weer van de partij.

De "USS Yorktown", werd samen met de escorte-torpedojager "USS Hammann", getorpedeerd door de Japanse I-168 onderzeeŽr, toen het zwaar beschadigde vliegdekschip naar Pearl Harbor wilde terugkeren voor zeer dringende herstellingen, na de gewonnen zeeslag bij Midway. De vliegtuigen van de "USS Yorktown" moesten hun heenkomen zoeken op de "USS Hornet" en ""USS Enterprise".

De motor is een Pratt & Whitney R-1830 radiaalmotor, 1.200 pk. Bewapening: zes 12,7 mm (Ĺ inch) mitrailleurs en 2 bommen van 50 kg. Zijn maximumsnelheid was 590 km/u op 7000 meter. Het stijgvermogen was 750 meter/min. De hoogteplafond bedroeg 12 500 meter. Actieradius: 1520 km. Het gewicht/leeg 2670 kg en beladen 4070 kg. De spanwijdte van de Grumman F4F Wildcat was 12,54 meter en zijn lengte bedroeg 9,47 meter.

Fleet Air Arm Grumman Wildcat.jpg

Rol Jager
Bemanning 1
Status
Gebruik United States Navy
Afmetingen
Lengte 8,8 m
Hoogte 2,80 m
Spanwijdte 11,6 m
Vleugeloppervlak 24,2 m≤
Gewicht
Leeggewicht 2610 kg
Max. gewicht 3610 kg
Krachtbron
Motor(en) 1◊ Pratt & Whitney R-1830-86
Vermogen 900 kW
Prestaties
Topsnelheid 515 km/u
Klimsnelheid 9,9 m/s
Actieradius 1240 km
Dienstplafond 7780 m
Bewapening
Boordgeschut 6 x 12,7 mm M2 Browning
Bommen 2 x 45 kg

De Lockheed P-38 Lightning

De Lockheed P-38 Lightning was in de periode 1942-1945 een van de beste Amerikaanse jachtvliegtuigen. Dit toestel was zo snel, krachtig en betrouwbaar dat het in vele rollen op het strijdtoneel rond de Grote Oceaan en in Europa werd ingezet.

Oorsprong
Lockheed ontwierp de P-38 naar aanleiding van het verzoek van de Amerikaanse luchtmacht in 1937 om een onderscheppingsjager te bouwen die een constante snelheid van minimaal 580 km/h op 6100 m hoogte kon volhouden en net als bij de Nederlandse Fokker G.I was het ontwerp gebaseerd op een romp met dubbele staartbomen. De propellers bij de P-38 draaiden tegengesteld om de torsie te verminderen en de configuratie van het landingsgestel - met ťťn wiel voor en twee wielen net achter het zwaartepunt - was in die tijd een unieke keuze voor een jachtvliegtuig.
Op 27 januari 1939 vloog het eerste prototype en op 11 februari 1939 vestigde het meteen een trans-continentaal snelheidsrecord door in 7 uur en 2 minuten van CaliforniŽ naar New York te vliegen.
Hierop werden in april 1939 13 toestellen van dit type besteld. Al snel bestelden het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in totaal 667 toestellen, aangepast aan de wensen van deze landen (de propellers van deze versies draaiden bijvoorbeeld beiden rechtsom).

Engeland nam de Franse bestelling na de Franse overgave in 1940 geheel over. De bestelling bestond uit een versie mťt en zonder luchtcompressie. De laatste variant werd door Engeland geannuleerd nadat bleek dat deze slechts 480 km/h haalde en lastig bestuurbaar was. De toestellen werden uiteindelijk gebruikt als trainers voor aankomende piloten in de VS.
Inzet
Het eerste type dat vanaf april 1942 actief werd ingezet was de P-38E, gevolgd door de P-38F.

De eerste twee luchtoverwinningen werd behaald op 4 augustus 1942 toen twee P-38's op een tweetal Japanse watervliegtuigen stuitten. Voor het front in de Grote Oceaan bleek het toestel uitermate geschikt. Zijn snelheid, bereik, klimvermogen en enorme vuurkracht bleken een dodelijke combinatie voor de Japanse Zero's. Het bereik werd nadat Charles Lindbergh in juni 1944 een bezoek bracht aan de 475e Fighter Group nog eens met 30% verhoogd. Charles Lindbergh was mede dankzij zijn reis over de Atlantische oceaan in 1927 een expert in zuinig vliegen en adviseerde de piloten hoe zij hun motoren nog efficiŽnter konden laten werken.
De eerste overwinning in Europa werd op 15 augustus bij IJsland behaald op een Focke-Wulf Condor scheepsbommenwerper. Dit was ook de eerste luchtoverwinning op een toestel van de Duitse Luftwaffe.

Een deel van de toestellen werd naar Engeland gebracht voor de invasie van Noord-Afrika in november 1942. Verder werden P-38's ingezet als langeafstandsescortejagers, maar de vliegtuigen bleken op grote hoogte niet geschikt voor deze rol en werden uiteindelijk vervangen door de P-51 in september 1944.

Begin 1943 kwam type P-38G in gebruik met krachtigere motoren en een betere radio, gevolgd door type P-38H met nog sterkere motoren, een 20 mm kanon en een bommenlading van 1450 kg.

De P-38J volgde met een nieuwe motorconfiguratie en met (destijds uniek voor een jachtvliegtuig) stuurbekrachtiging voor de besturing. Dit was het type waarin Antoine de Saint-Exupťry vloog toen hij vermist raakte.

Van de P-38K werden er slechts 2 gebouwd, omdat de regering het onacceptabel vond dat de productie van de P-38 in oorlogstijd 2 tot 3 weken moest worden gestaakt om de productielijn aan te passen.

De hierop volgende P-38L werd het meest succesvolle toestel in aantallen, waarvan er 3923 werden gebouwd. Omdat ze vanaf juni 1944 werden ingezet namen ze ook deel aan de acties tijdens D-Day.

Rollen
Naast de oorspronkelijke rol als jager en escorteur werd de P-38 Lightning later ook aangepast in configuratie om op te treden als verkenningsvliegtuig, bommenwerper en nachtjager.

Gebruik
In WOII: V.S., AustraliŽ, China, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Portugal.
Na WOII: ItaliŽ, Honduras.

P-38 2.jpg

Rol Jachtvliegtuig
Bemanning 1 (2 voor TP-38L)
Varianten XP-38, YP-38, 322F, 322B, XP-38A, P-38D, P-38E, P-38F, F-4, P-38G, P-38H, P-38J, P-38K, P-38L, F-5B, F-5E, F-5F, F-5G, TP-38L, P-38M, 822
Status
Gebruik V.S. (1941-1947), Engeland (1942-1945), AustraliŽ (1943-1950), China (1943-1955), Portugal (1944-1957), ItaliŽ (1951-1957), Honduras (1953-1959)
Afmetingen
Lengte 11,53 m
Hoogte 3,00 m
Spanwijdte 15,85 m
Vleugeloppervlak 30,43 m≤
Gewicht
Leeggewicht 5800 kg
Startgewicht 7940 kg
Max. gewicht 9798 kg
Krachtbron
Motor(en) 2◊ Allison V-1710-111/113 V-12
Vermogen elk 1194 kW
Prestaties
Topsnelheid 667 km/u
Klimsnelheid 24 m/s
Vliegbereik 3640 km
Actieradius 1770 km
Dienstplafond 13400 m
Bewapening
Boordgeschut 1 x Hispano M2(C) 20 mm kanon,4 x Colt-Browning MG53-2 12.7 mm mitrailleurs
Bommen 2x900 kg of 2 x 450 kg of 4 x 225 kg of 4x 115 kg
Raketten 4x M10 112 mm raketlanceerder of 10x 127 mm hoge snelheidsraketten

De Republic P-47 Thunderbolt

De Republic P-47 Thunderbolt (bijnaam "Jug") was een eenmotorig jachtvliegtuig dat intensief door de USAAF tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ingezet. Het toestel bleek een geduchte tegenstander tijdens luchtgevechten, maar bleek zeker zo bruikbaar als grondaanvalstoestel. Niet alleen de Verenigde Staten, maar ook andere geallieerde luchtmachten hadden dit toestel in hun arsenaal.

Ontwikkeling
De Republic Aviation Company concludeerden dat hun prototypes XP-44 en XP-47 inferieur bleken ten opzichte van de Duitse jachtvliegtuigen bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Ze verbeterden het ontwerp tot de XP-47A. Dit prototype werd geheel vernieuwd tot de XP-47B, die haast niets gemeen had met de A-variant en de laatste werd door de Amerikaanse luchtmacht in juni 1940 besteld. Het toestel was voor een piloot zeer comfortabel. Zo was de cockpit zelfs voorzien van airconditioning. Vanwege de gecompliceerde turbosupercharger werd de romp van het vliegtuig vrij diep. De vleugels werden daardoor relatief hoog geplaatst. Door de grote diameter van de propeller, 3.7 m, betekende dit uiteindelijk dat het landingsgestel erg lang zou moeten worden. Om dit op te lossen kon het landingsgestel 230 mm uitgeschoven worden door een telescoop-mechanisme. Het toestel was hiermee behoorlijk groot geworden voor een jachtvliegtuig. De XP-47B had op 6 mei 1941 zijn luchtdoop, waarbij de vliegeigenschappen indrukwekkend waren te noemen. Nadelen van het toestel waren, door zijn grootte, de lange aanloop tijdens het opstijgen en de rolroeren die vast gingen zitten op grote hoogte. Ook waren er problemen met de machinegeweren, de kap van de cockpit, het brandstofsysteem en met het ontstekingsmechanisme in de motor op grote hoogte. Terwijl Republic deze problemen probeerde te verhelpen, bestelde de USAAF al op voorhand 171 P-47B's, waarvan het eerste prototype in december 1941 geleverd werd.

Operationeel
De P-47C was de eerste variant die werd ingezet voor gevechtsmissies eind 1942. De eerste gevechtsmissie vond plaats op 10 maart 1943 tijdens een onderscheppingsmissie boven Frankrijk en de eerste luchtoverwinning werd op 17 augustus behaald tijdens een escortemissie. Er vonden enkele aanpassingen plaats die leidden tot de P-47D, waarvan er 12602 zijn gebouwd. Na de oorlog werden de toestellen aan veel Zuid-Amerikaanse landen geleverd tot in de jaren 60. Er zijn in totaal 15686 Thunderbolts gebouwd, en een klein aantal is vandaag de dag nog steeds in luchtwaardige staat.

P-47D-40 Thunderbolt 44-95471 top.jpg

Lengte 11,00 m
Hoogte 4,45 m
Spanwijdte 12,44 m
Vleugeloppervlak 27,87 m≤
Gewicht
Leeggewicht 4500 kg
Startgewicht 7935 kg
Krachtbron
Motor(en) 1◊ Pratt & Whitney R-2800-59 radiaalmotor
Vermogen 1890 kW
Prestaties
Topsnelheid 685 km/u
Klimsnelheid 15,9 m/s
Vliegbereik 2900 km
Actieradius 1290 km
Dienstplafond 13100 m
Bewapening
Boordgeschut 8◊ 12,7 mm Browning M2 machinegeweren
Bommen tot 900 kg
Raketten 10◊ 127mm ongeleid

De P-51 Mustang

De P-51 Mustang was een Amerikaans langeafstandsjachtvliegtuig en jachtbommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog, ontworpen door North American Aviation. Het toestel kwam in het midden van de oorlog in dienst als langeafstands-escortejager en deed ook dienst in het begin van de Koreaanse Oorlog en diverse andere oorlogen. De laatste oorlog waarin de P51 gebruikt werd is de Voetbaloorlog van 1969 tussen El Salvador en Honduras.
Luftwaffecommandant Hermann GŲring zou volgens Adolf Galland, een Luftwaffegeneraal, hebben gezegd dat hij wist dat de oorlog weldra voorbij zou zijn toen hij Mustangs boven Berlijn zag.
In de Koreaanse Oorlog werd, naast de P51 (in 1948 omgedoopt in F51), de F-82 ingezet. Er werd onder andere voor gronddoelen uitvoerig gebruikgemaakt van de F-82E. Als nachtjager werd in Korea onder andere de F82-F en -G ingezet. Dit was een uit twee rompen bestaande dubbele uitvoering: de "Twin Mustang".
De P51 Mustang wordt vaak afgebeeld met een rode staart. Vandaar dat ze de bijnaam Red Tails kregen.
De P51 Mustang is tot 1984 gebruikt door de luchtmacht van de Dominicaanse Republiek. Vele honderden worden in 2013 luchtwaardig gehouden door 'Warbird'-verzamelaars.
Geschiedenis
De P51 Mustang werd bedacht, ontworpen en gebouwd door North American Aviation (NAA), onder leiding van hoofdontwerper Edgar Schmued, in antwoord op een door de Britse Inkoopcommissie rechtstreeks aan NAA toegezonden specificatie. Het prototype NA-73x-casco werd, zonder motor, gepresenteerd op 9 september 1940, 102 dagen nadat het contract werd ondertekend en vloog voor het eerst op 26 oktober.[2]
De Mustang werd oorspronkelijk ontworpen om de Allison V-1710-motor, die slechts beperkte prestaties op grote hoogte leverde. Het werd voor het eerst operationeel gevlogen door de Royal Air Force (RAF) als een tactisch verkenningsvliegtuig en jachtbommenwerper. De toevoeging van de Rolls-Royce Merlin bij het P-51B / C model veranderde prestaties van de Mustang op hoogten boven 15000 feet (5000 m), zodat de Mustang de jachtvliegtuigen van de Luftwaffe evenaarde of overtrof. De definitieve versie, de P-51D, werd aangedreven door de Packard V-1650-7, een in licentie gebouwde versie van de Rolls-Royce Merlin 60, een tweetraps compressormotor met twee snelheden. Deze motor was de ideale combinatie met het laminaire vleugelprofiel. Het toestel verbruikte in vergelijking met andere vliegtuigen relatief weinig brandstof en beschikte over een grote brandstofcapaciteit. Dit maakte het toestel tot een ideale escortejager.
Niet alleen de RAF was afnemer; het Amerikaanse leger had behoefte aan een nieuw verkenningsvliegtuig dat ook dienst kon doen als jacht- en grondaanvalsvliegtuig. De Mustang kreeg bij het Amerikaanse leger eerst een grondaanvalstaak, als duikbommenwerper. Zo werd het onder andere ingezet voor het escorteren van langeafstandsbommenwerpers, zoals de B-17 Flying Fortress en B24 Liberator, boven Duitsland tot voorbij Berlijn en de B-29 Superfortress boven Japan. In 1944 kreeg de P-51D 6 machinegeweren in plaats van 4 waardoor hij een verbeterde vuurkracht had.
Bij de Mustang werd een zogeheten 'laminar flow'-profiel toegepast. De grootste dikte van het profiel ligt verder naar achter op de koorden dan bij de tot dan toe gebruikelijke profielen waardoor de stroming langer het profiel blijft volgen, later omslaat van laminair naar turbulent en daardoor minder weerstand oplevert.
Beoordeling van de P51 Mustang
Het nadeel van de Mustang was dat zijn bijzonder grote brandstofvoorraad ten koste ging van de stabiliteit. Hierdoor werden Amerikaanse vliegers gedwongen om op grote hoogte te blijven en ervoor te zorgen hoe dan ook boven de vijand te blijven. Veelal later in de oorlog lukte dit ook wel wanneer ze bijvoorbeeld ingezet werden om B-17's richting Berlijn te escorteren. Deze bommenwerpers vlogen op grote hoogte (7 ŗ 8 km) en deze hoogte was voor de P-51 jager genoeg om met hoogtevoordeel een klimmende Duitse onderscheppingsjager aan te kunnen vallen.Wanneer echter de Mustang in een een-op-een luchtgevecht terechtkwam op dezelfde hoogte met een Messerschmitt Bf 109 of Focke-Wulf Fw 190 was elk voordeel weg. Het was bovendien behoorlijk moeilijk om een luchtgevecht te voeren als de centrale brandstoftank vol was. Had een Mustang zijn droptanks afgeworpen en ongeveer 25% van de interne voorraad verbruikt, dan was de stabiliteit voldoende om elk gevecht aan te kunnen gaan.
Bij grondaanvallen was de Mustang, met zijn vloeistofgekoelde motor in het nadeel ten opzichte van vliegtuigen met een luchtgekoelde motor zoals bijvoorbeeld de P-47 Thunderbolt. Eťn welgemikt schot of toevalstreffer kon het toestel uitschakelen; een klein gat in een koelleiding volstond om alle koelvloeistof weg te laten lekken. Doordat de motor dan snel warmliep, waren piloten gedwongen een noodlanding of parachutesprong te riskeren boven vijandelijk gebied.
De Britse testpiloot Eric Brown testte de Mustang op Farnborough in maart 1944 en merkte op:
"De Mustang was het beste Amerikaanse jachtvliegtuig en de beste escortjager van de oorlog vanwege zijn ongelooflijke bereik, vergis je daar niet in. Maar de laminaire stromingsvleugel gemonteerd op de Mustang kan een beetje lastig zijn. Het kon op geen enkele wijze een Spitfire uitschakelen. Geen denken aan.
Gebruik door Nederland
Nederland kreeg na de Tweede Wereldoorlog 40 P-51Ds. Deze werden door de Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) gevlogen tijdens de twee 'Politionele Acties', Operatie Product in 1947 en Operatie Kraai in 1948. Na het conflict ontving IndonesiŽ een aantal van de ML-KNIL Mustangs.
Bewaard gebleven vliegtuigen
Er zijn nog vele honderden exemplaren van de P51 bewaard gebleven, waaronder drie in Nederland. Een is tentoongesteld in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg.Een luchtwaardig vliegtuig is gestationeerd op Lelystad Airport.Deze P51 is eigendom van de stichting Vroege Vogels. Een tweede luchtwaardig toestel heeft vliegveld Oostwold als basis.

North American P-51 Mustang.jpg

Rol Jachtbommenwerper
Bemanning 1
Varianten Zie tekst
Status
Eerste vlucht 26 oktober 1940, Verenigde Staten[1]
Gebruik O.a. RAF en United States Air Force
Afmetingen
Lengte 9,83 m
Hoogte 4,17 m
Spanwijdte 11,28 m
Vleugeloppervlak 21,83 m≤
Gewicht
Leeggewicht 3230 kg
Max. gewicht 5262 kg
Krachtbron
Motor(en) 1◊Packard Merlin V-1650-7 vloeistofgekoelde supercharged V-12
Vermogen 1186 kW
Prestaties
Topsnelheid 703 km/h
Klimsnelheid 16,3 m/s
Actieradius 2092 km
Dienstplafond 12770 m
Bewapening
Ophangpunten 8
Bommen 2◊ 225 kg
Raketten 8◊ 127 mm raketten

P-51 Mustang

De Curtiss SOC Seagull

De Curtiss SOC Seagull - (Zeemeeuw) was een geallieerde eenmotorige verkenningswatervliegtuig tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het toestel werd ontworpen door Alexander Solla voor de Curtiss-Wright Corporation. Het watervliegtuig diende vooral op slagschepen, onder andere op de USS California (BB-44) en USS Tennessee (BB-43), en kruisers van de U.S.Navy. Ze werd gelanceerd met een katapult en keerde terug met een landing op zee, waar ze ook vanuit opsteeg. De SOC Seagull moest zoals vele andere watervliegtuigen na een vlucht met de scheepskraan aan boord gehesen worden. De dubbeldekker vouwde haar vleugels naar achter tegen de vliegtuigromp, om meer bergplaats te verkrijgen aan boord van een schip. Dit gebeurde eveneens met de andere vliegtuigen op vliegdekschepen. Wanneer ze niet op basis van ťťn enkele grote centrale drijfvlotter met ondervleugelde kleinere drijfvlotters was voorzien kon dit type watervliegtuig, door op voorhand gemonteerde vaste landingsgestel met niet-inklapbare wielen, ook landen op een vliegveld.
De vliegtuigbouwer Curtiss bezorgde 258 SOC-vliegtuigen, in versies SOC-1 tot en met de SOC-4, waarvan de productie begon in 1937. De SOC-3-ontwerpen werden gebruikt als basis voor de Naval Aircraft Factory SON-1. De NAF leverde 44 vliegtuigen vanaf 1940. Het Amerikaanse Corps Mariniers gebruikte ook deze toestellen, evenals de Amerikaanse Kustwacht.
Ontwerp en ontwikkeling
De SOC werd eerst besteld voor de productie door de U.S.Navy in 1933 en kwam twee jaar later in dienst in 1935. De eerste bestelling was goed voor 135 SOC-1 modellen, met de opvolging door 40 SOC-2 modellen voor landingsoperaties en 83 stuks SOC-3 toestellen. Een variant van de SOC-3 werd gebouwd door de Naval Aircraft Factory (NAF) als de SON-1, zoals hierboven vermeld.
Operationele geschiedenis
Voor het einde van het decennium, werd de SOC vervangen door zijn opvolger, door heel de vloot, en de productie kwamen tot stilstand eind 1938. In 1940 hadden de meeste slagschepen hun SOC's voor Vought OS2Us omgeruild en de kruisers zouden hun verouderde SOC's vervangen met de derde generatie verkenner, de Curtiss SO3C Seamew. Helaas leden de SO3C ontwerpen aan een zwakke krachtbron en de geplande verandering werd geschrapt. De Curtiss SOC, ondanks haar verouderde dubbeldekkers ontwerp van een vroegere generatie, werd toch nog als geschikt genoeg beschouwd en haar missies van geschutsverkenningen tot beperkte verkenningsmissies werden goed ten uitvoer gebracht.
Aanvankelijk stond de SOC bekend als de XO3C-1, vanaf de productie tot in de loop van de eerste zes maanden van haar dienst bij de U.S.Navy. Het werd veranderd tot SOC toen de verkennings- en observatietaken definitief werden samengesmolten. De SOC werd voor 1941 gťťn "Seagull" genoemd, want de U.S. Navy begon daarna pas met het benoemen van haar vliegtuigen met populaire codenamen in plaats van alfa-numerieke onderschriften. Deze codenamen gaven ze ook aan de Japanse vliegtuigen, waarbij de bommenwerpers vrouwennamen kregen en de jachtvliegtuigen mannennamen.
Marine naties
Verenigde Staten
United States Navy
United States Coast Guard
Specifieke eigenschappen (SOC-1)
Algemene kenmerken[bewerken]
Type: Verkenningwatervliegtuig
Ontwerper: Curtiss-Wright Corporation
Bemanning: 2 man (piloot en waarnemer)
Lengte: 9,48 m
Vleugelwijdte: 10,98 m
Hoogte: 4,50 m
Vleugeloppervlakte: 31,80 m≤
Leeg gewicht: 1.648 kg
Geladen gewicht: 2.407 kg
Krachtbron: 1 x Pratt & Whitney R-1340-22 stermotor 550 pk (410 kW)
Uitvoering[bewerken]
Maximumsnelheid: 255 km/u
Reikwijdte: 1.086 km
Diensthoogte: 4.540 m
Vleugellading: 76 kg/m≤
Vermogen: 0.17 kW/kg
Bewapening[bewerken]
1 x vaste (voorwaarts) 7.62-mm mitrailleur
1 x beweegbare (achteraan) 7.62-mm mitrailleur
295 kg bommen

Curtiss SOC-1 Seagull met drijvers

 

Curtiss SOC-3 Seagull met vast onderstel

 

 

Vultee BT-13 Valiant

De Vultee BT-13 Valiant was een lesvliegtuig van het Amerikaanse United States Army Air Corps voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vultee Aircraft ontwierp het als Model 74 en won er aan het einde van de jaren 1930 een contract mee van het USAAC. Het toestel kreeg de militaire aanduiding BT-13; BT staat voor Basic Trainer. Leerling-piloten vlogen ermee nadat ze de elementaire training op primary trainers zoals de Boeing-Stearman PT-17 Stearman of de Fairchild PT-19 hadden doorlopen, en voordat ze naar de gevorderde training (advanced trainer) gingen op de North American AT-6 Texan.

De BT-13 Valiant was een metalen laagdekker met een breed, niet intrekbaar landingsgestel. Het toestel werd aangedreven door een negencylinder stermotor. De eerste 300 Valiants werden in 1939 geleverd. Ze hadden een Pratt & Whitney R-985-25 Wasp Junior-motor van 450 pk.

De Valiant werd in grote aantallen gebouwd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het type werd ook gebruikt op de Royal Netherlands Military Flying School in Jackson (Mississippi). Tot 1944 zijn er meer dan 11.500 van gebouwd in diverse varianten. De BT-13A was de meestgebouwde versie, met een nieuwere Pratt & Whitney R-985-AN-1-motor. De BT-13B verschilde van de BT-13A door een elektrisch systeem op 24 volt in plaats van 12 volt. Er werden ook 2.000 Valiants voor de US Navy gebouwd die de aanduiding SNV-1 en -2 kregen. Een aantal Valiants had een Wright R-975-motor; deze kregen de aanduiding BT-15.

De piloten gaven het toestel de bijnaam Vibrator, omdat het dak van de cockpit bij kruissnelheid de neiging had om te gaan trillen.

Na de oorlog werden de Valiants snel uit dienst genomen. Vele werden aan dumpingprijzen verkocht en vonden een nieuw leven als sproeivliegtuig in de landbouw of als bron van wisselstukken. Voor de oorlogsfilm Tora! Tora! Tora! werden een aantal BT-13 en BT-15's gebruikt die werden omgebouwd zodat ze voor Japanse Aichi D3A "Val" konden doorgaan.

BT-13 Valiant.jpg

Fabrikant Vultee Aircraft
Type(s) BT-13, BT-15
Lengte 8,79 m
Spanwijdte 12,80 m
Hoogte (vanaf de grond) 3,51 m
Leeggewicht 1.531 kg
Vleugeloppervlak 22 m2
Max. startgewicht 2.039 kg
Motoren 1 x Pratt & Whitney R-985

De Waco CG-4

De Waco CG-4 is een Amerikaans militair zweefvliegtuig dat tijdens de Tweede Wereldoorlog veelvuldig is ingezet, onder andere tijdens Operatie Overlord en Operatie Market Garden. Het toestel werd vanaf mei 1942 in de Verenigde Staten gebouwd door de Waco Aircraft Company. Er zijn meer dan 13.900 toestellen gebouwd, waarvan veel bij de eerste inzet verloren gegaan zijn. Het was trouwens niet de bedoeling om ze te recupereren en opnieuw in te zetten. In Engelse dienst werden ze Hadrian glider genoemd. Dit zweefvliegtuig werd ingezet in noordwest-Europa, ItaliŽ en Birma.

Het toestel bestond uit een frame van metaal en multiplex, overtrokken met canvas. De bemanning bestond uit een piloot en een copiloot. In het vliegtuig was plaats voor 13 soldaten en hun uitrusting, of voor een jeep, een houwitser, of een aanhanger met goederen. De voertuigen werden ingeladen door het naar boven scharnierende voorste deel van het toestel op te klappen. Het landingsgestel bestond uit drie kleine, niet-inklapbare wielen: twee aan weerszijden van de romp en een draaibaar staartwiel. Als trekvliegtuig werd meestal de C-47 gebruikt.

Het gebruik van zweefvliegtuigen voor luchtlandingen heeft veel voordelen: de toestellen zijn snel en goedkoop in grote aantallen te maken, de bemanning is snel opgeleid en de inzet is nagenoeg geruisloos zodra de trekkende toestellen zijn losgekoppeld.

Een aantal toestellen zijn bewaard gebleven en in musea te zien. In Nederland heeft het Museum Bevrijdende Vleugels een grotendeels intact exemplaar.

Een CG-4A van de USAF

4-Amerika in de Tweede Wereldoorlog

1--2--3--4