Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

3-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog

Zeeslag bij de Santa Cruzeilanden

De Zeeslag bij de Santa Cruzeilanden was een zeeslag tussen vloten rond 4 vliegdekschepen van de Japanse Keizerlijke Marine en 2 van de United States Navy van 25 tot 27 oktober 1942 bij de Santa Cruzeilanden in de Stille Oceaan. De inzet was het eiland Guadalcanal en het vliegveld Henderson Field erop. Na wederzijdse luchtaanvallen trok de Amerikaanse vloot zich terug nadat vliegdekschip Hornet gezonken was en vliegdekschip Enterprise zwaar beschadigd. De Japanse vloot trok zich ook terug nadat vliegdekschepen Shōkaku en Zuihō beschadigd waren en 99 vliegtuigen met 148 bemanningsleden verloren waren.
Voorafgaande
Op 7 augustus 1942 waren Amerikanen geland op de door de Japanners bezette Salomonseilanden Guadalcanal, Tulagi en de Florida-eilanden. Het doel was tweeledig:
beletten dat de Japanners de eilanden konden gebruiken als basis om de aanvoerlijnen tussen de Verenigde Staten en Australië aan te vallen en
zelf de eilanden gebruiken als basis om de Japanse basis Rabaul te neutraliseren en steun te verlenen aan de New Guinea campaign.
Dit begon de 6 maanden durende Slag om Guadalcanal.
Na de Zeeslag bij de Oostelijke Salomonseilanden op 24 en 25 augustus was het vliegdekschip USS Enterprise (CV-6) met zware averij teruggekeerd naar Pearl Harbor voor een maand van reparatie. Er lagen dan nog drie Amerikaanse vliegdekschepen in de zuidelijke Stille Oceaan: USS Wasp (CV-7), USS Saratoga (CV-60) en USS Hornet (CV-8) met hun begeleidende slagschepen, kruisers en torpedobootjagers. Ze bewaakten tussen de Salomonseilanden en de Nieuwe Hebriden (Vanuatu) de aanvoerlijn tussen Nieuw-Caledonië en Espiritu Santo. Ze steunden zo de Amerikaanse grondtroepen op Guadalcanal en Tulagi door vrachtschepen te beschermen en Japanse schepen te bedreigen.
Duikboten
Op 31 augustus torpedeerde de Japanse duikboot I-26 het vliegdekschip USS Saratoga (CV-3), zodat het voor drie maand in reparatie moest. Frank Jack Fletcher werd ontslagen als bevelhebber.
Op 14 september bracht de Japanse duikboot I-19 het vliegdekschip USS Wasp (CV-7) tot zinken met drie torpedo's . In dezelfde aanval zonk ook torpedobootjager USS O'Brien (DD-415). Slagschip USS North Carolina (BB-55) werd ook geraakt door een torpedo en moest tot 16 november 1942 naar Pearl Harbor voor reparatie.
Guadalcanal
Nu bleef de Hornet als enige Amerikaans vliegdekschip over in de zuidelijke Stille Oceaan, maar de Amerikanen beschikten nog over vliegveld Henderson Field op het eiland Guadalcanal. De Amerikanen voerden overdag versterkingen aan en de Japanners 's nachts, de Tokyo Express. Midden oktober beschikten beide partijen over evenveel soldaten op Guadalcanal.
In de nacht van 11 op 12 oktober onderschepte en versloeg de Amerikaanse marine een Japanse vloot die Henderson Field wou bombarderen in de Slag bij Cape Esperance.
In de nacht van 13 op 14 oktober beschoten de slagschepen Haruna en de Kongō dan toch Henderson Field, waar de meeste Amerikaanse vliegtuigen vernield raakten en het vliegveld beschadigd werd.
Op 16 oktober verliet de gerepareerde USS Enterprise Pearl Harbor en op 23 oktober was ze bij de Hornet.
Op 18 oktober verving admiraal Chester Nimitz de naar zijn mening te kortzichtige en pessimistische viceadmiraal Robert L. Ghormley door de vechtlustige viceadmiraal William Halsey.
Begin oktober kwamen de Japanse vliegdekschepen Hiyō, Junyō en Zuihō bij de Chuukeilanden samen met de Shokaku en de Zuikaku. Met die Combined Fleet wou admiraal Isoroku Yamamoto de nederlaag in de Slag bij Midway goedmaken. In oktober voerden ze enkele luchtaanvallen uit op Henderson Field, maar ze wachtten vooral de Amerikaanse vliegdekschepen op tegen het Japans grondoffensief op Guadalcanal op 20 oktober.
Tussen 20 en 25 oktober bestormden de Japanse grondtroepen tevergeefs Henderson Field in de Slag bij Henderson Field.
In de foute aanname dat de grondtroepen Henderson Field veroverd hadden naderden de Japanse lichte kruiser Yura en de torpedobootjagers Akizuki, Harusame, Murasame en Yudachi Guadalcanal in de ochtend van 25 oktober om steun te bieden, maar vliegtuigen van Henderson Field brachten de Yura tot zinken en beschadigden de Akizuki, die tot december 1942 terug naar Japan moest voor reparatie.
Op 22 oktober brak brand uit in de machinekamer van de Hiyō en hij moest terug naar de Chuukeilanden voor reparatie.
De Japanse slagorde
De Japanse schepen verdeelden zich in drie groepen en voeren naar Guadalcanal.
De voorhoede met vliegdekschip Junyō met twee slagschepen, vier zware kruisers, een lichte kruiser en tien torpedobootjagers stond onder bevel van viceadmiraal Nobutake Kondō die vanaf zijn zware kruiser Atago ook het bevel voerde over heel de vloot.
De hoofdmacht met viceadmiraal Chuichi Nagumo op vliegdekschip Shokaku en verder de vliegdekschepen Zuikaku en Zuihō voer met een zware kruiser en acht torpedobootjagers.
De achterhoede met schout-bij-nacht Hiroaki Abe op slagschip Hiei bevatte nog een slagschip, drie zware kruisers, een lichte kruiser en zeven torpedobootjagers.
Amerikaanse slagorde
De Amerikaanse vloot bestond uit twee groepen.
Task Force 16 onder schout-bij-nacht Thomas C. Kinkaid, die ook het opperbevel voerde op vliegdekschip USS Enterprise (CV-6) en
Task Force 17 onder schout-bij-nacht George D. Murray op vliegdekschip USS Hornet (CV-8) op 15 km afstand.
Ze werden begeleid door slagschip USS South Dakota (BB-57), drie zware kruisers USS Portland (CA-33) en USS Northampton (CA-26), USS Pensacola (CA-24), drie lichte kruisers met luchtafweer USS San Juan (CL-54), USS San Diego (CL-53), USS Juneau (CL-52) en 14 torpedobootjagers.
Task Force 64 onder schout-bij-nacht Willis Augustus Lee met slagschip USS Washington (BB-56), zware kruiser USS San Francisco (CA-38), lichte kruiser USS Helena (CL-50) en kruiser USS Atlanta (CL-51) met zes torpedobootjagers was naar het zuidoosten om brandstof te bunkeren en kon niet meevechten.
Luchtverkenning
Op 25 oktober waren de twee task forces ten noorden van de Santa Cruzeilanden op zoek naar de Japanse vloot. Een Consolidated PBY Catalina watervliegtuig was vanaf de Santa Cruzeilanden opgestegen en vond om 11h03 de Japanse hoofdmacht op 355 zeemijl, dus buiten het bereik van de Amerikaanse vliegtuigen. Kinkaid zette op topsnelheid koers naar de Japanse vloot en liet om 14h25 23 aanvalsvliegtuigen opstijgen. De Japanners hadden het verkenningsvliegtuig opgemerkt en waren naar het noorden gezwenkt, zodat de aanvalsvliegtuigen onverrichter zake terugkeerden.
Op 26 oktober om 2h50 keerden de Japanse schepen om en om 5h00 lagen ze 200 zeemijl van de Amerikaanse. Beide vloten lanceerden verkenningsvliegtuigen. Een Consolidated PBY Catalina watervliegtuig zag de Japanse vliegdekschepen op zijn radar om 3h10. Om 5h12 kreeg Kinkaid zijn bericht.
Om 6h45 zag een Amerikaans verkenningsvliegtuig de Japanse hoofdmacht. Een Japans verkenningsvliegtuig seinde de positie van de Hornet door. De Japanners vielen om 7h40 aan met 64 vliegtuigen: 21 Aichi D3A2 duikbommenwerpers, 20 Nakajima B5N2 torpedobommenwerpers, begeleid door 21 Mitsubishi A6M Zero jachtvliegtuigen en twee Nakajima B5N2 commandovliegtuigen. Om 7h40 meldden twee Amerikaanse Douglas SBD Dauntless verkenningsvliegtuigen de positie van de Zuihō en ze dropten elk een bom van 250 kg op het dek.
De Japanse vliegtuigen stijgen op
Kondo bracht zijn schepen op topsnelheid. Om 8h10 stegen vanaf de Shōkaku 19 duikbommenwerpers en acht zero's op en om 8h40 stegen vanaf de Zuikaku 16 torpedobommenwerpers op. Om 9h10 vlogen 110 Japanse vliegtuigen naar de Amerikaanse vliegdekschepen.
De Amerikaanse vliegtuigen stijgen op
Om 8h00 stegen 15 duikbommenwerpers, 6 Grumman TBF Avenger torpedobommenwerpers en 8 Grumman F4F Wildcat jachtvliegtuigen op van de Hornet. Om 8h10 stegen 3 duikbommenwerpers, 7 torpedobommenwerpers en 8 Wildcats op van de Enterprise. Om 8h20 stegen nog eens 9 duikbommenwerpers, 8 torpedobommenwerpers en 7 Wildcats op van de Hornet.
Luchtgevecht
Om 8h40 zagen de vliegtuigen elkaar en 9 Zero's van de Zuihō vielen met de zon in hun rug de vliegtuigen van de Enterprise aan. 4 Zero's, 3 Wildcats en 2 torpedobommenwerpers werden neergehaald en 2 torpedobommenwerpers en een Wildcat vlogen met schade terug naar de Enterprise, maar enkel de Wildcat bereikte die.
Aanval op de Shokaku
Om 8h50 zagen de vliegers van de Hornet vier schepen van de voorhoede van Abe. Drie Zero's van de Zuihō vielen aan, maar de Wildcats hielden ze weg van de bommenwerpers. De duikbommenwerpers vielen zo aan zonder begeleidende jagers en 20 Zero's schoten er vier van uit de lucht. De overblijvende 11 bommenwerpers doken om 9h27 naar de Shōkaku en beschadigden het dek met hun bommen.[5] De elfde duikbommenwerper beschadigde de torpedobootjager Teruzuki.
De zes torpedobommenwerpers van de eerste aanvalsgroep vonden de Japanse vliegdekschepen niet en keerden onverrichter zake terug naar de Hornet. Op hun terugweg vielen ze de zware kruiser Tone aan, maar al hun torpedo's misten.
De torpedobommenwerpers van de tweede aanvalsgolf van de Enterprise vonden de vliegdekschepen evenmin en vielen de zware kruiser Suzuya van Abe's voorhoede aan, maar zonder schade.
Aanval op de Chikuma
De derde aanvalsgolf van de Hornet vond de schepen van Abe en bracht de zware kruiser Chikuma zware schade toe met twee bommen van 500 kg.[6] De drie duikbommenwerpers van de Enterprise beschadigden de Chikuma met een bom. De acht torpedobommenwerpers van de derde aanvalsgolf troffen de Chikuma nog eens. De Chikuma trok zich met twee torpedobootjagers terug naar de Chuukeilanden voor reparatie.
Aanval op de Hornet
Om 8h30 seinden de Amerikaanse vliegtuigen naar hun vliegdekschepen dat een Japanse luchtaanval op til was. Om 8h52 zag de Japanse bevelhebber de Hornet. Om 8h55 zagen de Amerikaanse vliegdekschepen de vliegtuigen op hun radar op 35 zeemijl afstand en stuurden ze er 37 Wildcats op af, maar die konden maar enkele duikbommenwerpers neerhalen.
Tussen 9h05 en 9h14 stegen 17 duikbommenwerpers en 12 Zero's op van de Junyō op 280 zeemijl afstand.
Om 9h09 vuurde de luchtafweer van de Hornet en van de begeleidende zware kruisers USS Northampton (CA-26) en USS Pensacola (CA-24) en de lichte kruisers USS San Diego (CL-53) en USS Juneau (CL-52) en zes torpedobootjagers op de 20 Japanse torpedobommenwerpers en de overblijvende 16 duikbommenwerpers.
Om 9h12 wierp een duikbommenwerper zijn bom van 250 kg door het dek van de Hornet met 60 doden tot gevolg. Een tweede treffer op het dek doodde 30 man. Een derde treffer op het dek richtte veel schade aan, maar geen doden.
Om 9h14 schoot de luchtafweer van de Hornet een duikbommenwerper uit de lucht en die liet zich neerstorten op de schouw van de Hornet met zeven doden en een brand tot gevolg.
Van 9h13 tot 9h17 vlogen de 20 torpedobommenwerpers uit twee richtingen naar de Hornet, ze raakten met twee torpedo's de flank en de scheepsmotoren vielen uit. Om 9h20 vlogen de Japanse vliegtuigen terug. Een ervan zag de Enterprise en seinde haar positie door.
25 Japanse vliegtuigen en 6 Amerikaanse waren verloren gegaan in dit gevecht. De Hornet lag stil en brandde. Om 10h00 waren de branden op de Hornet geblust met hulp van de brandslangen van de drie begeleidende torpedobootjagers. De gewonden werden afgevoerd en de zware kruiser USS Northampton (CA-26) trachtte de Hornet op sleeptouw te nemen.
Terugkeer van de Amerikaanse vliegtuigen
Vanaf 9h30 landden de beschadigde vliegtuigen van beide vliegdekschepen met bijna lege brandstoftanks op de Enterprise. Het dek stond vol vliegtuigen. Om 9h30 zagen ze een tweede golf Japanse vliegtuigen op de radar. Om 10h00 verbood de Enterprise landingen en de vliegtuigen zonder brandstof moesten op de oceaan landen, waar de bemanningsleden door de torpedobootjagers gered werden.
Een torpedobommenwerper van de Enterprise die beschadigd was door Zero's van de Zuihō landde op het water nabij torpedobootjager USS Porter (DD-356), die de bemanning redde, maar toen ging een torpedo van de torpedobommenwerper af die de torpedobootjager beschadigde en 15 man doodde. De torpedobootjager USS Shaw (DD-373) redde de bemanning en bracht de Porter tot zinken met kanonvuur.
Aanval op de Enterprise
Om 10h08 vielen 19 Japanse duikbommenwerpers de Enterprise aan. De Amerikaanse jachtvliegtuigen schoten er twee van uit de lucht. De bommenwerpers doken naar de Enterprise door het luchtafweer van het vliegdekschip en de begeleidende oorlogsschepen en raakten met twee bommen met tot gevolg 44 doden, 75 gewonden en zware schade. Maar 7 van de 19 duikbommenwerpers keerden terug.
Om 10h28 splitsten de 16 torpedobommenwerpers van de Zuikaku zich op om de Enterprise aan te vallen. Twee Wildcats schoten er drie van neer en beschadigden een vierde. Die liet zich neerstorten op de torpedobootjager USS Smith (DD-378) met 57 doden en een brand tot gevolg. De torpedo ging pas later af met nog meer schade. De Smith voer langs het slagschip USS South Dakota (BB-57), die hielp blussen. Dan keerde de Smith terug om met luchtafweer te schieten op de torpedobommenwerpers. Na de slag moest de Smith tot februari 1943 naar Pearl Harbor voor reparatie.
De overblijvende torpedobommenwerpers vielen de Enterprise, South Dakota en de kruiser USS Portland (CA-330) aan, maar alle torpedo's misten. Om 10h53 was de aanval voorbij. 7 van de 16 torpedobommenwerpers vlogen terug. Om 11h15 waren de branden op de Enterprise geblust en konden opnieuw teruggekeerde vliegtuigen landen.
Om 11h21 vielen duikbommenwerpers van de Junyō de Enterprise aan. Drie bommen beschadigden de Enterprise, de South Dakota en de lichte kruiser USS San Juan (CL-54). 6 van de 17 Japanse duikbommenwerpers keerden terug. Slagschip South Dakota haalde 26 van de 99 Japanse vliegtuigen neer.
Om 11h35 trok Kinkaid de Enterprise terug. Tussen 11h39 en 13h22 landden nog vliegtuigen op de Enterprise. Een vliegtuig bereikte het vliegveld van Espiritu Santo. Andere landden op de oceaan en de schepen redden de bemanningen.
Terugkeer van de Japanse vliegtuigen
Tussen 11h40 en 14h00 landden de teruggekeerde Japanse vliegtuigen op de Zuikaku en de Junyō. Luitenant commandant Okumiya Masatake, eerste stafofficier op de Junyō' schreef:
We speurden de hemel af. Er waren maar weinig vliegtuigen in de lucht in vergelijking met de aantallen die uren eerder waren opgestegen. De vliegtuigen landden moeizaam op het dek, elk gevechtsvliegtuig en elke bommenwerper had kogelgaten. De piloten klommen uitgeput uit hun cockpits en vertelden van ongelofelijke tegenstand, over de hemel vol luchtafweergranaten en lichtkogels.
Achtervolging
Om 13h00 zochten de schepen van Kondo en Abe naar de vliegdekschepen om ze met kanons te bestoken. Naguma verliet de gevechtszone met de beschadigde vliegdekschepen Zuihō en Shōkaku. Schout-bij-nacht Kakuji Kakuta nam het bevel over de Zuikaku en Junyō.
Om 13h06 stegen van de Junyō 7 torpedobommenwerpers en 6 Zero's op en van Zuikaku 7 torpedobommenwerpers, 2 duikbommenwerpers en 5 Zero's. Om 15h35 stegen vanaf de Junyō nog eens 4 bommenwerpers en 6 Zero's op.
Ondergang van de Hornet
Om 14h45 sleepte de Northampton de Hornet aan een snelheid van 5 knopen. Om 15h20 vielen de 7 torpedobommenwerpers van de Junyō aan. Om 15h23 misten 6 torpedo's en trof er één raak. Water stroomde binnen en het vliegdekschip maakte 14° slagzij. Zonder elektriciteit voor de pompen verliet de bemanning het schip. De derde golf van de Zuikaku trof de Hornet met een bom. Om 16h27 waren alle mannen van boord. Om 17h20 dropte de laatste aanvalsgolf nog een bom op het vliegdekschip.
De Amerikaanse oorlogsschepen vluchtten naar het zuidoosten om te ontkomen aan de vloot van Kondo en Abe. Torpedobootjagers USS Mustin (DD-413) en USS Anderson (DD-411) lanceerden torpedo's naar de Hornet en schoten 400 granaten af, maar de Hornet bleef drijven. Om 20h40 voeren de twee torpedobootjagers weg van de brandende Hornet. Om 22h20 kwamen de schepen van Kondo en Abe bij de Hornet. Ze wilden de Hornet eerst meenemen als oorlogstrofee omdat die de Doolittle Raid op Tokio had gelanceerd, maar het wrak was al te zwaar gehavend. De torpedobootjagers Makigumo en Akigumo lanceerden vier torpedo's. Om 1h35 op 27 oktober 1942 zonk de Hornet.
Consolidated PBY Catalina watervliegtuigen met radar vielen 's nachts de Junyō en Teruzuki aan.
Aftocht
De Japanse schepen staakten de achtervolging om brandstof te bunkeren bij de noordelijke Salomonseilanden en keerden op 30 oktober terug naar hun basis op de Chuukeilanden.
Tijdens de terugtocht van de Amerikaanse schepen naar Espiritu Santo en Nieuw-Caledonië botste de South Dakota met de torpedobootjager USS Mahan (DD-364) en die liep zware averij op en was pas op 9 januari opnieuw in dienst.
Amerikaanse verliezen
Vliegdekschip Hornet en torpedobootjager Porter waren gezonken. Vliegdekschip Enterprise was zwaar beschadigd net zoals slagschip South Dakota, lichte kruiser San Juan en torpedobootjagers Smith en Mahan. Van de 175 Amerikaanse vliegtuigen gingen er 81 verloren: 33 jachtvliegtuigen, 28 duikbommenwerpers en 20 torpedobommenwerpers. 26 Vliegtuigbemanningsleden kwamen om.
Nu de Hornet verloren was, bleef alleen de beschadigde Enterprise over als vliegdekschip in de Stille Oceaan.[7][8][9] De Enterprise werd voorlopig gerepareerd in Nieuw-Caledonië en keerde twee weken later terug naar de zuidelijke Salomonseilanden voor de Zeeslag bij Guadalcanal.
Japanse verliezen
De Japanners hadden twee beschadigde vliegdekschepen Shōkaku en Zuihō en een beschadigde zware kruiser Chikuma. 99 van de 203 Japanse vliegtuigen waren verloren. 55 Vliegtuigbemanningsleden van de Shōkaku, 57 van de Zuikaku, 9 van de Zuihō en 27 van de Junyō kwamen om.
De Zuihō keerde eind januari 1943 na reparatie terug naar de Chuukeilanden.[10] De Shōkaku bleef in reparatie tot maart 1943 en kwam in juli 1943 terug bij de Chuukeilanden.
Balans
Admiraal Nagumo werd ontslagen. Hij schreef:
"Deze slag was een tactische overwinning, maar een zware strategische nederlaag voor Japan. Gezien het groot overwicht in industriële capaciteit van onze vijand, moeten we elke slag overweldigend winnen om deze oorlog te winnen. De laatste slag was een overwinning, maar niet overweldigend.”

Luchtaanval op de Hornet

Luchtaanval op de Hornet
Datum 25 oktober – 27 oktober 1942
Locatie Santa Cruzeilanden
Resultaat Japanse overwinning
Strijdende partijen
Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Verenigde Staten Naval Ensign of Japan.svg Japanse Keizerrijk
Leiders en commandanten
Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Thomas C. Kinkaid Naval Ensign of Japan.svg Nobutake Kondō
Troepensterkte
2 vliegdekschepen
1 slagschip
3 zware kruisers
3 lichte kruisers
14 torpedobootjagers 4 Vliegdekschepen
4 slagschepen
8 zware kruisers
2 lichte kruisers
25 torpedobootjagers
Verliezen
1 vliegdekschip gezonken
1 torpedobootjager gezonken
1 vliegdekschip beschadigd
81 vliegtuigen verloren
26 vliegeniers dood 

2 vliegdekschepen beschadigd
99 vliegtuigen verloren
148 vliegeniers dood

 

USS Wasp (CV-7) brandt na een torpedo-inslag op 14 september 1942

 

Een Grumman F4F Wildcat op de USS Enterprise (CV-6) op 24 oktober 1942

 

 

Kaart op 26 oktober 1942: rood = Japan, zwart = Verenigde Staten, geel = gevechten

 

 

Een Grumman TBF Avenger vertrekt van de Enterprise op 26 oktober. Het bord toont de positie van de Japanse vliegdekschepen.

 

 

Een beschadigde duikbommenwerper stort zich op de Hornet

 

 

Begrafenis in zee van 44 gesneuvelden op de Enterprise op 27 oktober

 

 

Bemanning van de Shōkaku blust branden.

Zeeslag bij het eiland Savo

De Zeeslag bij het eiland Savo (deel van de Salomonseilanden) vond plaats in de nacht van 8 augustus - 9 augustus 1942. De slag was een poging van de Japanse Keizerlijke Marine om de Amerikanen van het eiland Guadalcanal, waarop ze twee dagen eerder waren geland, te verdrijven. Later volgden er nog een aantal confrontaties in wat historici de slag om Guadalcanal noemen.

De aanloop
Zodra de Japanse Marine lucht kreeg van de bezetting van Guadalcanal werd in Rabaul een flottielje verzameld, onder bevel van schout-bij-nacht Gunichi Mikawa. De Japanse strijdmacht bestond uit 7 kruisers waaronder de zware kruisers Chokai, Furutaka, Aoba, Kako en Kinugasa. Mikawa voer rond het middaguur van 8 augustus The Slot binnen, een 90 km brede doorvaart tussen de Salomonseilanden, om 's nachts bij Guadalcanal aan te komen. Alhoewel de Amerikaanse torpedojager Blue, die de wacht optrok bij Savo, radar aan boord had, werd de Japanse strijdmacht niet ontdekt.

De zeeslag
De Australische Canberra maakte mee deel uit van de zeemacht die Guadalcanal verdedigde. Vooraleer ze goed en wel besefte dat vreemde schepen hun haven binnendrongen, was de Canberra getroffen door twee torpedo's en zinkend. De Chicago verloor haar boeg. De Quincy, Vincennes en Astoria incasseerden treffers en zonken bijna onmiddellijk. De beschadigde destroyer Jarvis werd gekelderd bij een vliegtuigaanval toen hij terug naar zijn basis hinkte. De Japanners kwamen weg met lichte schade aan twee schepen.

Gelukkig voor de Amerikanen liet Mikawa de transportschepen ongemoeid, waarvoor hij later hevige kritiek kreeg. Als hij had doorgezet had hij misschien de afloop van de Guadalcanalcampagne en van de oorlog in de Stille Oceaan kunnen wijzigen. Maar hij was onzeker over de positie van de Amerikaanse vliegdekschepen waarmee hij een confrontatie wou vermijden en vond dat hij genoeg had gedaan.

De Amerikanen trokken hun zeestrijdkrachten terug. Ze hadden de zwaarste nederlaag geleden in hun geschiedenis. Ze telden meer dan 1200 doden en 700 gewonden. Kapitein Samuel Moore van de Quincy en kapitein Frank Getting van de Canberra sneuvelden. Kapitein Howard Bode van de Chicago pleegde later zelfmoord; alhoewel zijn schip schade had opgelopen tijdens de slag werd hem verweten dat hij zich te passief had opgesteld.

Mariniers op Guadalcanal noemden deze slag later The Battle of the Five Sitting Ducks. De zeecorridor werd omgedoopt tot Ironbottom Sound.

De zware kruiser USS Quincy (CA-39) brandt voordat hij zinkt op 9 augustus 1942.

De zware kruiser USS Quincy (CA-39) brandt voordat hij zinkt op 9 augustus 1942.
Datum 8 augustus - 9 augustus 1942
Locatie Savo, Salomonseilanden
Resultaat Japanse overwinning
Strijdende partijen
Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Verenigde Staten
Vlag van Australië Australië Vlag van Japan Japans Keizerrijk
Leiders en commandanten
Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Richmond K. Turner
Vlag van Verenigd Koninkrijk Victor Crutchley Vlag van Japan Isoroku Yamamoto
Vlag van Japan Gunichi Mikawa
Troepensterkte
6 zware kruiser
2 lichte kruiser
15 jager 5 zware kruiser
2 lichte kruiser
1 jager
Verliezen
3 zware kruiser gezonken
1 zware kruiser beschadigd (Later gezonken)
2 jager beschadigd
1,077 doden

Slag bij Kaap Spada

De slag bij Kaap Spada was een zeeslag tijdens de Slag om de Middellandse Zee in de Tweede Wereldoorlog. Het vond plaats op 19 juli 1940 in de Middellandse Zee bij Kaap Spada, de hoogste noordwestelijke graad van Kreta.

Achtergrond
De slag geschiedde toen een geallieerd eskader dat op de Egeďsche Zee patrouilleerde twee Italiaanse kruisers tegenkwam die onderweg waren van Tripoli naar Leros, een eiland dat destijds nog in de door Italië bezette Dodekanesos lag. Het geallieerde eskadron stond onder het bevel van de Australische kapitein John Collins en omvatte de lichte kruiser HMAS Sydney, dat het vlaggenschip was, en de torpedobootjagers HMS Havock, HMS Hyperion, HMS Hasty, HMS Ilex en HMS Hero. Schout-bij-nacht Ferdinando Casardi voerde het bevel over de 2e Kruiserdivisie, die bestond uit de hogesnelheids lichte kruisers Giovanni delle Bande Nere en Bartolomeo Colleoni.

De slag
Toen de Italianen de geallieerde torpedobootjagers om ongeveer 07:30 tegenkwamen, waren de Sydney en de Havock 64 kilometer noordelijker bezig de wateren van onderzeeboten te zuiveren. De overige torpedobootjagers achtervolgden de Italiaanse kruisers en dreven hen noordwaarts zodat ze recht naar de Sydney zouden worden gedreven. De Sydney kreeg de Italianen om 08:26 in het oog en opende het vuur om 08:29, waarop de Italiaanse schepen keerden en naar het zuidwesten voeren.

In het korte gevecht dat volgde, werd de Bartolomeo Colleoni geraakt door een granaat van de Sydney en nadat om 09:23 nog een granaat insloeg op het roer kwam de Italiaanse kruiser stil op het water te liggen. Ze bleef echter doorschieten maar kon niet draaien of vooruit komen en werd door torpedo's van de HMS Ilex en de HMS Hyperion om 09:59 tot zinken gebracht. De Sydney verliet daarop het strijdtoneel wegens een tekort aan munitie en de Giovanni delle Bande Nere keerde terug naar Benghazi. 555 opvarenden van de Bartolomeo Colleoni werden gered, 121 zeelieden kwamen om.

Slagorde
Italië

Schout-bij-nacht Fernando Casardi
Kingdom of Italy Regia Marina – 2 lichte kruisers: Bartolomeo Colleoni (gezonken) en Giovanni delle Bande Nere
Geallieerden
Kapitein John Collins
Royal Australian Navy Ensign Royal Australian Navy – 1 lichte kruiser: HMAS Sydney (licht beschadigd)
Royal Navy Ensign Royal Navy – 5 torpedobootjagers: HMS Hasty, HMS Havock (beschadigd), HMS Hero, HMS Hyperion en HMS Ilex

De Italiaanse lichte kruiser Bartolomeo Colleoni is zinkende

De Italiaanse lichte kruiser Bartolomeo Colleoni is zinkende
Datum 19 juli 1940
Locatie Middellandse Zee, ten noordwesten van Kreta
Resultaat Geallieerde overwinning
Strijdende partijen
Naval Ensign of the United Kingdom.svg Royal Navy
Naval Ensign of Australia.svg Royal Australian Navy Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Regia Marina
Leiders en commandanten
Naval Ensign of the United Kingdom.svg John Collins Flag of Italy (1861-1946).svg Ferdinando Casardi
Troepensterkte
1 lichte kruiser
5 torpedobootjagers 2 lichte kruisers
Verliezen
Geen 1 lichte kruiser vernietigd
121 doden

Slag bij Kaap Spartivento

De slag bij Kaap Spartivento, in Italië bekend als de slag bij Kaap Teulada, was een zeeslag tijdens de Slag om de Middellandse Zee in de Tweede Wereldoorlog. Het werd uitgevochten tussen maritieme eenheden van de Britse Royal Navy enerzijds en de Italiaanse Regia Marina anderzijds op 27 november 1940 tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Achtergrond
In de nacht van 11 op 12 november 1940 werden de helft van de Italiaanse slagschepen tijdens de slag bij Tarente óf vernietigd óf voor lange tijd onbruikbaar gemaakt door Britse Fairey Swordfish vliegtuigen. Tot dan toe hadden de Italianen hun slagschepen in de haven achtergelaten en gebruikten het als een potentiële bedreiging tegen de Britse scheepvaart, zelfs toen het nooit de haven verliet. De Italiaanse vloot besloot echter de schepen niet het gevecht aan te laten gaan, zelfs als ze de kans daarvoor kregen.
In de nacht van 17 november was een Italiaanse strijdmacht, bestaande uit de slagschepen Vittorio Veneto en Giulio Cesare en een aantal andere eenheden, van plan om Britse kruisers en twee vliegdekschepen, de HMS Ark Royal en HMS Argus, te onderscheppen die op weg waren om vliegtuigen op Malta te bezorgen (Operatie White). Het Britse konvooi werd gewaarschuwd over de komst van de Italiaanse schepen en maakte meteen rechtsomkeert naar Gibraltar, terwijl hun toestellen (twee Blackburn Skua’s en twaalf Hawker Hurricanes) vervroegd moesten opstijgen. Eén Skua en acht Hurricanes gingen verloren op zee toen hun brandstoftanks leegraakten voordat ze hun bestemming bereikten; zeven piloten kwamen om.
Dit Italiaanse succes in het verstoren van de luchtversterking van Malta baarde de Britten grote zorgen voor een nieuw konvooi om het eiland te bevoorraden (Operatie Collar). Dit konvooi werd meer en zwaarder bewaakt waarbij schepen van Force D en Force H uit respectievelijk Alexandrië en Gibraltar werden ingezet. Het konvooi uit Gibraltar werd door de Italiaanse inlichtingendienst opgemerkt en opnieuw voer de Italiaanse vloot uit om het te onderscheppen. De eerste Italiaanse marine-eenheid die in de nacht van 27 november visueel contact met de vloot maakte was de torpedoboot Sirio. Nadat ze van lange afstand twee torpedo’s had gelanceerd en die allebei hun doel misten, verstuurde de torpedoboot een rapport waarin stond dat zeven vijandelijke oorlogsschepen oostwaarts voeren.
De slag
De Britten, die op de hoogte waren van de bewegingen van de Italiaanse vloot, stuurden hun strijdkrachten naar het noorden om de Italianen te onderscheppen voordat ze te dicht bij de vrachtschepen zouden kunnen komen. Op 27 november, om 09:45, ontdekte een verkenningsvliegboot van het type Ro.43 een Brits eskader dat 32 kilometer ten noorden van Chetaďbi oostwaarts voer.
Kort daarna, om 09:56, ontving Somerville een rapport van zijn eigen vliegtuigen van het vliegdekschip HMS Ark Royal, waarin melding werd gemaakt van vijf kruisers en vijf torpedobootjagers. De Britse admiraal vermoedde dat dit Italiaanse eenheden waren die naar het gevecht op zoek waren. Force D was nog niet uit Alexandrië aangekomen en de Britten waren kansloos, maar slechts 15 minuten later werd Force D opgemerkt en de rollen werden omgedraaid. De twee strijdmachten waren tamelijk gelijk; hoewel de Italiaanse schepen over een groter bereik en zwaardere kanons beschikten, hadden de Britten een vliegdekschip, die zichzelf na de slag bij Tarente had gelijkgesteld aan een slagschip. De Italiaanse bevelhebber had echter bevel gekregen om gevechten te vermijden totdat het goed genoeg in zijn voordeel was, dus een beslissende slag was hier niet aan de orde.
Admiraal Somerville stelde in slagorde zijn schepen in twee groepen op, met vijf kruisers onder schout-bij-nacht Lancelot Holland vooraan en twee slagschepen en zeven torpedobootjagers in een tweede groep in het zuiden. Veel verder naar het zuiden bereidde de HMS Ark Royal zich voor om een groep Fairey Swordfish-torpedobommenwerpers te lanceren.
De Italianen waren in drie groepen georganiseerd, twee van zes zware kruisers en zeven torpedobootjagers en een derde van twee slagschepen en nog eens zeven torpedobootjagers achteraan. Nadat hij een bericht had ontvangen van een Ro.43 watervliegtuig van de Gorizia waarin duidelijk werd dat een zeeslag op het punt stond te beginnen met gelijk geëvenaarde strijdmachten, beval de Italiaanse bevelhebber de kruisergroepen om zich opnieuw te vormen rond de slagschepen en af te varen. Op dit moment had de leidende groep van kruisers zich al naar de Britse schepen begeven en moest het wel de strijd aangaan.
Om 12:22 kwamen de leidende groepen van de kruisers van beide partijen binnen elkaars vuurbereik en de Fiume opende het vuur van een afstand van 23.500 meter. Het vuren bleef doorgaan toen de twee strijdmachten van elkaar verwijderd raakten, maar de Britten raakten achter bij de Italianen. Een ouder slagschip, de HMS Ramillies, was te langzaam om de formatie te handhaven en deed vanaf 12:26 niet meer mee aan de slag na een paar salvo’s te hebben afgevuurd. Vier minuten later kreeg de aanvoerder van de Italiaanse kruisergroep, vice-admiraal Angelo Iachino, het bevel om zich terug te trekken, hoewel de slag enigszins in hun voordeel verliep. Iachino beval om de snelheid naar 30 knopen te verhogen, een rookgordijn op te trekken en te beginnen om terug te trekken. Op dit moment werd de Italiaanse torpedobootjager Lanciere aan stuurboord geraakt door de HMS Manchester en werd serieus beschadigd, ofschoon ze na de slag naar een marinehaven werd gesleept. De Britse zware kruiser HMS Berwick werd om 12:22 geraakt door een enkele 203-mm granaat, waarbij een geschutskoepel werd uitgeschakeld en zeven mensen het leven lieten. Een tweede inslag om 12:35 veroorzaakte lichte schade.
In de volgende paar minuten werden de rollen in het voordeel van de Britten gedraaid, toen de slagkruiser HMS Renown de afstand tussen haar en de Italiaanse kruisers verkleinde. Dit gewin werd snel tenietgedaan toen de Vittorio Veneto het vuur om 13:00 van een afstand van 26.500 meter opende. De Vittorio Veneto vuurde negentien granaten in zeven salvo’s van lange afstand af en dat was genoeg voor de nu kansloze Britse kruisers, die rechtsomkeer maakten na het vierde salvo. Beide strijdmachten bliezen de aftocht, de slag duurde in totaal 54 minuten en aan beide zijden was er slechts lichte schade.
Slagorde
Kingdom of Italy Regia Marina
Admiraal Inigo Campioni
2 slagschepen: Vittorio Veneto en Giulio Cesare
7 torpedobootjagers: Alpino, Bersagliere, Fuciliere, Granatiere, Dardo, Freccia en Saetta
Vice-admiraal Angelo Iachino
6 zware kruisers: Bolzano, Fiume, Gorizia, Pola, Trieste en Trento
7 torpedobootjagers: Ascari, Carabiniere, Lanciere (beschadigd), Oriani, Alfieri, Carducci en Gioberti
Royal Navy Ensign Royal Navy[bewerken]
Admiraal James Somerville
1 slagschip: Ramillies
1 slagkruiser: Renown
9 torpedobootjagers: Encounter, Faulknor, Firedrake, Forester, Fury, Gallant, Greyhound, Griffin en HMS Hereward (H93)
Schout-bij-nacht Lancelot Holland
1 zware kruiser: Berwick (beschadigd)
4 lichte kruisers: Manchester, Newcastle, Sheffield, Southampton
niet direct betrokken bij de slag
1 vliegdekschip: Ark Royal (met 12 jagers, 12 duikbommenwerpers en 40 torpedobommenwerpers)
2 torpedobootjagers: Jaguar en Kelvin
escortes en konvooischepen
1 luchtafweerkruiser: Coventry
1 lichte kruiser: Despatch
3 torpedobootjagers: Duncan, Hotspur en Wishart
4 korvetten: Peony, Salvia, Gloxinia en Hyacinth
4 vrachtschepen

Het Britse vliegdekschip HMS Ark Royal

Het Britse vliegdekschip HMS Ark Royal
Datum 27 november 1940
Locatie Middellandse Zee, bij Sardinië
Resultaat Onbeslist
Strijdende partijen
Naval Ensign of the United Kingdom.svg Royal Navy Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Regia Marina
Leiders en commandanten
Naval Ensign of the United Kingdom.svg James Somerville Flag of Italy (1861-1946).svg Inigo Campioni
Troepensterkte
1 vliegdekschip
1 slagschip
1 slagkruiser
1 zware kruiser
5 lichte kruiser
1 luchtafweerkruiser
14 torpedobootjagers
4 korvetten
4 vrachtschepen 2 slagschepen
6 zware kruisers
14 torpedobootjagers
Verliezen
1 zware kruiser beschadigd 1 torpedobootjager beschadigd

 

 

De HMS Southampton ligt onder vuur

Slag van Tarente

De Slag van Tarente was een zeeslag in de Tweede Wereldoorlog tussen Italië en het Verenigd Koninkrijk. De gevechten vonden in de nacht van 11 - 12 november 1940 plaats tussen de Royal Navy en de Regia Marina in de haven van Tarente. Dit was de eerste zeeslag die uitsluitend werd uitgevoerd met vliegtuigen die vanaf een schip waren opgestegen.
De haven en vloot
Tarente behoorde tot de beste havens van de Italiaanse marine. Het heeft een grote buiten-, de Mar Grande, en een kleine binnenhaven, de Mar Piccolo. De Mar Grande is een half cirkelvormige baai met een breedte van circa 7 kilometer en een opening naar open zee in het westen. Tussen het vasteland en de eilanden San Pietro en San Paulo zijn golfbrekers aangelegd. Na de opening voor het scheepvaartverkeer gaat de golfbreker verder in het zuiden terug naar het vasteland. Ten slotte ligt in de buitenhaven nog een tweede golfbreker, de Diga di Tarantola, deze is bijna drie kilometer lang en beschermt de voornaamste rede van de haven. In het noordoosten van de baai ligt de stad Tarente en een kanaal dat de verbinding vormt met de Mar Picollo.
Op 11 september 1940 lagen twee nieuwe slagschepen, de Vittorio Veneto en Littorio in de buitenhaven, met vier oudere, maar gemoderniseerde schepen achter de Diga di Tarantola. Verder lagen er nog diverse kleinere schepen. Deze schepen werden deels beschermd door anti-torpodenetten. In de binnenhaven lagen twee kruisers, de Trieste en Bolzano, en vier torpedobootjagers afgemeerd aan boeien. Aan de kant aan de zuidkant lagen nog meer schepen afgemeerd tegen de wal.
De Italianen waren bewust van een mogelijke aanval. De haven werd beschermd met anti-luchtdoelgeschut, zowel op land als op de schepen, anti-torpedonetten en sperballons. De verdedigingswerken waren nog niet compleet; van de 12 kilometer anti-torpedonetten was een derde daadwerkelijk gelegd en verschillende sperballons waren door een zware storm weggewaaid. Dit creëerde openingen waar de Britse piloten gebruik van konden maken.
Voorspel
Na de Slag bij Punta Stilo had de Italiaanse vloot zich in Tarente teruggetrokken. Ze gebruikte de haven als uitvalsbasis om Britse konvooien naar Malta aan te vallen.
Nadat Benito Mussolini de oorlog aan Griekenland had verklaard besloten de Britten om de Grieken te hulp te komen door konvooien naar Griekenland te zenden. Gelijktijdig daarmee besloten de Britten om die konvooien te laten doorgaan met operatie M.B.8.. Onder deze operatie werd verstaan een aantal konvooien naar en terug van Malta alsmede enkele strategische verplaatsingen van oorlogsschepen. Tevens werden de oude plannen om de haven van Tarente vanuit de lucht aan te vallen uit de kast gehaald en bijgewerkt. De aanval werd Operation Judgment gedoopt.
Het Britse vliegdekschip HMS Illustrious moest met zijn vliegtuigen een aanval doen tegen de slagschepen die in de haven lagen.
De aanval
Net voor 21.00 uur op 170 mijl van Tarente lanceerde de Illustrious twee aanvalsgolven van respectievelijk 12 en 9 Fairey Swordfish-vliegtuigen. De eerste aanvalsgolf begon om 22.58 toen de eerste lichtfakkels werden afgegooid. Daarna werden de slagschepen Littorio (twee keer) en de Conte di Cavour (één keer) getroffen door torpedo's.
Vanaf 23.40 vond de tweede aanvalsgolf plaats boven de haven. Weer werd de Littorio getroffen evenals de Duilio. Torpedo's die op het slagschip Vittorio Veneto werden afgevuurd raakten de bodem van de haven en kwamen daar tot ontploffing nog voor dat ze het slagschip hadden bereikt.
Tegelijk werden enkele bommen afgegooid op de basis voor watervliegtuigen waarbij twee watervliegtuigen verloren gingen en er een kleine brand uitbrak. Ook de zware kruiser Trento werd getroffen maar de bom ging niet af. Verder was er ook nog een weinig succesvolle aanval op de oliedepots.
De verliezen
Aan Britse zijde gingen twee vliegtuigen verloren waarbij één bemanningslid omkwam. Aan Italiaanse zijde waren de gevolgen enorm. Van de vijf slagschepen die bij de Italianen in dienst waren, werden er drie beschadigd. Het herstellen van de schade zou maanden gaan duren waardoor het evenwicht wat betreft het aantal slagschepen in het voordeel van de Britten kwam.
De Italiaanse Marine was echter nog in staat om op 27 november 1940 deel te nemen aan de Slag van Spartivento. De werkelijke afrekening met de Italiaanse vloot zou later plaatsvinden, in maart 1941 tijdens de Slag van Matapan.

Marinehaven van Tarente in de jaren dertig

Marinehaven van Tarente in de jaren dertig
Datum 11 november - 12 november 1940
Locatie Tarente, Italië
Resultaat Britse overwinning
Strijdende partijen
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Koninkrijk Italië
Leiders en commandanten
Flag of the United Kingdom.svg Andrew Cunningham
Flag of the United Kingdom.svg Lumley Lyster Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Inigo Campioni
Troepensterkte
21 torpedobommenwerpers
1 vliegdekschip
2 zware kruisers
2 lichte kruisers
5 torpedojagers 6 slagschepen
9 zware kruisers
7 lichte kruisers
13 torpedojagers
Verliezen
2 doden
2 krijgsgevangenen
2 vliegtuigen verloren 59 doden
600 gewonden
1 slagschip verloren
2 slagschepen beschadigd
2 vliegtuigen verloren

Operatie Ten-go

Operatie Ten-go (7 april 1945) was de laatste operatie van betekenis van de Japanse Keizerlijke Marine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was feitelijk een kamikazemissie om de Amerikanen bij de slag om Okinawa te hinderen. De naam Ten-gō betekent de hemel stuurt ons een kans om het tij te keren.
Missie
Achtergrond

De Geallieerden waren volop bezig de invasie van Japan vanaf het vasteland voor te bereiden. Op aandringen van keizer Hirohito werd wat overgebleven was van de marine ingezet in de strijd.
Eind maart 1945 riep keizer Hirohito zijn militaire adviseurs bij zich in Tokio. Nadat de Japanners zware nederlagen hadden geleden, waaronder de slag om de Filipijnen en de slag om Iwo Jima, wilden de Amerikanen nu ook Okinawa binnenvallen. De bijeenkomst had dus als doel een tegenoffensief te vormen bij Okinawa. De missie, genaamd operatie Ten-go, zou bestaan uit een collectieve aanval van de marine, kamikazepiloten en grondtroepen. De marine was echter gereduceerd tot slechts enkele schepen en zou tien oorlogsschepen omvatten, met als vlaggenschip het slagschip Yamato. Daarenboven was de luchtmacht ook uitgedund, wat ervoor zorgde dat er geen luchtsteun mogelijk was voor de schepen. Deze missie zou echter een zelfmoordmissie zijn, want eenmaal aangekomen zou de Yamato zich op de kust van Okinawa opstellen om als beschutting te dienen tot hij vernietigd zou zijn.
Onder de bemanning ontstond er dan ook onenigheid omdat het voor sommige totaal zinloos leek. Uiteindelijk besloot men toch aan de wensen van de keizer te gehoorzamen, en de operatie aan te vatten. Onder leiding van Viceadmiraal Seiichi Itō [2] en Kapitein-ter-zee Kōsaku Aruga [3] vertrok het schip op 7 april 1945.
De opzet van de missie was eenvoudig: de Yamato moest onder begeleiding van haar escorte de Amerikaanse vloot bij de slag om Okinawa breken en Amerikaanse installaties op Okinawa onder vuur blijven nemen totdat ze zelf zonken. Op deze manier zou de Amerikaanse luchtmacht afgeleid worden en kon operatie Kikusui uitgevoerd worden, een andere kamikazeoperatie waarbij vooral vliegtuigen gebruikt zouden worden. Het was dus eigenlijk een zelfmoordmissie die de weg zou openmaken voor een andere zelfmoordmissie. Niet alleen was het breken door de Amerikaanse vloot zonder luchtondersteuning onmogelijk, ook werd de Yamato slechts met zoveel brandstof gevuld als de heenweg nodig had.
De Yamato vertrok vanuit Kure met de lichte kruiser Yahagi en acht torpedobootjagers als escorte. Ze kregen geen ondersteuning vanuit de lucht en genoeg brandstof voor een enkele reis.[4]
De bedoeling was dat de Yamato met zijn escortes een deel van de Amerikaanse troepen naar zich kon afleiden, zodat kamikazevliegtuigen op andere locaties vrij spel kregen. Indien ze op een of ander manier toch konden doorstoten naar Okinawa, moesten ze daar de Amerikaanse landopstellingen onder vuur nemen tot ze zelf vernietigd werden.
Verloop
De missie begon op 6 april om 16.00 uur. Deelnemende schepen waren: slagschip Yamato en escorte bestaande uit de kruiser Yahagi en torpedobootjagers Fuyutsuki, Suzutsuki, Yukikaze, Isokaze, Hamakaze, Hatsushimo, Asashimo en Kasumi.
De operatie kreeg te kampen met allerlei tegenslagen. De Amerikaanse verkenningsvliegtuigen hadden vanaf het begin goed zicht op de bewegingen van de vloot. Slechte weersomstandigheden maakten het zien van vijandelijke vliegtuigen en onderzeeërs verschrikkelijk moeilijk, waar de Amerikanen volop gebruik van maakten.
Door slechte weersomstandigheden was het moeilijk voor de Yamato om zich tegen de aanvallen van de Amerikaanse vliegtuigen te weren. Door bombardementen vielen algauw de voornaamste geschuttorens uit. Ook het gevreesde 460 mm kanon met type 3-antiluchtmachtkogels kon niet in de strijd worden gegooid. De Amerikaanse onderzeeërs richtten hun torpedo's op één zijde en slaagden erin de Yamato te doen kapseizen. Vice-admiraal Ito, de commandant van de Japanse aanvalsvloot, gaf het bevel om operatie Ten-go af te breken en het schip te verlaten. Yoshida Mitsuru prees Ito om die beslissing om tegen de orders in te gaan en onderlijnde dat Ito van het begin af aan tegen de missie gekant was.
De dag na de afvaart was de eerste confrontatie. Twee duikboten, de USS Threadfin en USS Hackleback, zagen de Japanse vloot nabij het Kanaal van Bungo. Geen van beiden kon echter aanvallen vanwege de snelheid van de Japanse schepen. Ze konden enkel de coördinaten doorgeven aan hun meerdere. Het was viceadmiraal Marc Mitscher die uiteindelijk als eerste de Yamato opspoorde. Hij had het bevel over Task Force 58, een vloot die voornamelijk bestond uit vliegdekschepen. Deze stelde zich op in het noordoosten van Okinawa, en liet verschillende divisies van vliegtuigen de omgeving afzoeken.
Op 7 april 1945 rond 12:30 begon het laatste gevecht van de Yamato. De aanval van de Amerikanen bestond uit drie vlagen van meer dan 250 vliegtuigen, voornamelijk bommenwerpers en torpedobommenwerpers. Ondanks de uitzonderlijke behendigheid van de Japanse schepen, raakte de Yamato al in de eerste fase van het gevecht beschadigd in de radarruimte, met als gevolg dat men met veel minder precisie moest schieten. Eerst gingen er enkele Japanse torpedobootjagers, zoals de Hamakaze ten onder. De schade aan de Yamato bleef redelijk beperkt tot buiten enkele brandhaarden op het dek en een aantal lichte overstromingen.
De tweede vlaag, rond 13:00, zorgde al voor meer ravage. Het reduceerde de snelheid van de Yamato tot 18 knopen, en het schip maakte 16° slagzij.
Bij de derde en laatste vlaag verslechterde de situatie nog meer. Om te voorkomen dat het schip zou kapseizen, gaf Viceadmiraal Seiichi Itō het bevel om een ander deel van het schip te laten onderlopen, ten koste van de bemanning die er nog vastzat. Deze actie had jammer genoeg nauwelijks effect en doordat het afzuigsysteem vernield was bleef het schip kantelen. Op verschillende plaatsen waren er brandhaarden die men niet meer onder controle kreeg. Uiteindelijk gaf viceadmiraal Seiichi Itō om 14:00 het bevel tot evacuatie. Hij en Kapitein-ter-zee Kōsaku Aruga besloten om samen met hun schip ten onder te gaan. Enkele minuten later kapseisde het schip helemaal. Op 7 april om 14.23 uur ontplofte de zinkende Yamato. De explosie zorgde voor een enorme paddenstoelwolk.
Gevolgen
Van de tien schepen bleven er uiteindelijk nog maar vier over. Slechts 269 bemanningsleden van de Yamato hebben het overleefd. Het bedroevende nieuws werd in eerste instantie voor het publiek verzwegen. Het was de Minister van de Marine, Mitsumasa Yonai, die de keizer moest informeren.
Van haar negen escortes haalden enkel de Fuyutsuki, Yukikaze en Hatsushimo het. Deze slaagden erin ongeveer 1500 overlevenden uit het water te redden. Naar schatting stierven er ongeveer 4000 man in operatie Ten-go, waar de Amerikanen hun verliezen op ongeveer 12 man bleven, doordat er vliegtuigen waren die in de ontploffing van de Yamato verzeild raakten.
Nadenking
Er werd in 1968 ter herinnering een toren gebouwd op het eilandje Tokunoshima. De "Memorial Tower of Special Attack Fleet with Battleship Yamato as Flagship" houdt elk jaar op 7 april een ceremonie ter herinnering aan al diegenen die het leven lieten bij het zinken van de Yamato.
Voetnoten
Omhoog ↑ Zelfs Viceadmiraal Seiichi Itō, die de vloot moest leiden, stond in eerste instantie weigerachtig tegenover de missie
Omhoog ↑ Seiichi Itō had het bevel over de hele vloot en bevond zich op de Yamato; na zijn dood werd hij benoemd tot admiraal
Omhoog ↑ Kōsaku Aruga had enkel het bevel over de Yamato, en werd na zijn dood benoemd tot Vice-admiraal
Omhoog ↑ Hoewel er wordt van uitgegaan dat er in werkelijkheid meer brandstof aan boord was, bron: "Requiem for battleship Yamato"

De ontploffing die volgde nadat de Yamato kapseisde

De ontploffing die volgde nadat de Yamato kapseisde
Datum 7 april 1945
Locatie Grote Oceaan, tussen Kyushu, Japan en Riukiu-eilanden
Resultaat Amerikaanse overwinning
Strijdende partijen
Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Verenigde Staten Vlag van Japan Japans Keizerrijk
Leiders en commandanten
Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Marc Mitscher
Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Joseph J. Clark
Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Frederick C. Sherman Vlag van Japan Seiichi Itō †
Vlag van Japan Keizō Komura
Vlag van Japan Kōsaku Aruga †

Zeeslag bij de Noordkaap

De Zeeslag bij de Noordkaap was een zeeslag in de Tweede Wereldoorlog op 26 december 1943, waarbij de Britse Royal Navy een aanval van de Duitse Kriegsmarine op een konvooi vrachtschepen van het Verenigd Koninkrijk naar de Sovjet-Unie afsloeg nabij de Noordkaap en daarbij de Scharnhorst tot zinken bracht in het duister en de koude van de poolnacht.
Operatie Ostfront
Met Operation Ostfront probeerde de Duitse Kriegsmarine om Moermansk-konvooien met goederen voor de Sovjet-Unie te onderscheppen.
Eind december 1943 was konvooi JW-55B op weg naar de Sovjet-Unie en konvooi RA-55A was op de terugweg naar Groot-Brittannië.
De begeleiding viel onder verantwoordelijkheid van de Home Fleet onder bevel van Admiraal Bruce Fraser. Fraser wilde de Scharnhorst uitschakelen en gebruikte konvooi JW-55B als lokaas.
Het vorig konvooi JW-55A was veilig aangekomen te Moermansk onder begeleiding van de kruisers HMS Belfast, HMS Norfolk en HMS Sheffield.
Konvooi RA-55A was op terugweg naar het Verenigd Koninkrijk met 22 vrachtschepen met daarbij een begeleiding van twee torpedojagers en vier andere oorlogsschepen en op een afstand zes torpedojagers van de Home Fleet onder leiding van HMS Milne.
Konvooi JW-55B vertrok van Loch Ewe op 20 december. Konvooi JW-55B bestond uit 19 vrachtschepen met als commodore Rear-Admiral Maitland Boucher. Twee torpedojagers en drie andere oorlogsschepen voeren mee met het konvooi en acht torpedojagers van de Home Fleet onder leiding van HMS Onslow begeleidden op een afstand.
U-boten
In de nacht van 16 op 17 december meldden de U-boten U-638, U-387 en U-354 dat ze begeleidende oorlogsschepen hadden gezien.
Tijdens bespreking in het hoofdkwartier op 19 en 20 december gaf Adolf Hitler grootadmiraal Karl Dönitz toestemming om het konvooi aan te vallen met de Scharnhorst voor zover dat kans op succes bood.
Op 25 december om 9h01 zag U-601 van groep Eisenbart het konvooi. Torpedojager HMS Whitehall merkte de U-boot op de sonar en gooide dieptebommen.
Verkenningsvliegtuigen
Op 22 december om 10h45 ontdekte een Duits vliegtuig Junkers Ju 88 het konvooi JW 55B. Tot 23 december zagen zes Focke-Wulf Fw 200, drie Ju 88 en twee Blohm & Voss BV 138 het konvooi. Op 23 december voer konvooi JW-55B traag oostwaarts langs de Noorse kust. De Britten schoten meermaals met luchtafweergeschut op de verkenningsvliegtuigen. Op 25 december om 10h08 zagen drie BV 138 het konvooi en ze werden met luchtafweer beschoten.
De Scharnhorst vaart uit
Op 25 december liep kapitein Fritz Hintze vanuit Alta in Noorwegen uit op de Scharnhorst met de torpedojagers Z-29, Z-30, Z-33, Z-34, Z-38 onder bevel van Konteradmiral Erich Bey. Om 14h33 seinde Gruppe Nord/Flotte code "Ostfront 25. September, 17h00". Om 15h00 besliste Admiraal Dönitz dat inzet van de Scharnhorst zinvol was. Om 19h01 liet admiraal Erich Bey het anker lichten. Om 19h25 gaf Dönitz per radio het bevel uit te varen. De Scharnhorst verliet zijn basis in Altafjord op de avond van 25 december om het konvooi te vernietigen. Er stak een sterke zuidwestenwind op. Op torpedojager Z 38 vielen er gewonden door de storm. Door het zware weer kon Admiraal Bey het konvooi niet vinden. Hij gaf zijn torpedojagers opdracht om zich te verspreiden om een groter gebied af te zoeken.
De Duke of York vaart uit
Om 03h19 kreeg admiraal Fraser op HMS Duke of York bericht dat de Scharnhorst uitgevaren was. De Britten hadden het radioverkeer opgevangen en gedecodeerd en een Britse spion in Noorwegen had de Scharnhorst zien uitvaren.
Fraser beval om 04h01 dat het terugkerende konvooi RA-55A verder naar het noorden moest varen en dat de vier begeleidende torpedojagers naar konvooi JW-55 B moesten komen. Hij beval konvooi JW-55B om drie uur terug te varen. Hij beval Force 1 om op volle snelheid naar het konvooi te komen.
Fraser stak vanuit de Baai van Kola in zee met slagschip HMS Duke of York, kruiser HMS Jamaica en torpedojagers HMS Savage, HMS Scorpion, HMS Saumarez en HMS Success.[1]
Burnett voer naar het westen uit Moermansk en Fraser kwam traag aan uit het westen.
Admiraal Fraser gaf het terugkerend leeg konvooi RA-55A bevel om meer naar het noorden te varen en gaf konvooi JW-55B bevel om rechtsomkeer te maken. Hij gaf vier torpedojagers van konvooi RA-55A bevel om naar hem toe te varen: HMS Matchless, HMS Musketeer, HMS Opportune en HMS Virago.
Eerste aanval
Om 8h34 merkte HMS Norfolk de Scharnhorst op de radar. Om 9h21 zag HMS Sheffield de Scharnhorst, die zonder zijn begeleidende torpedojagers tegenover de vloot van Burnett lag. Van 9h24 tot 9h29 schoten HMS Sheffield en HMS Norfolk lichtgranaten af. HMS Norfolk opende het vuur tot 9h40 en de Scharnhorst zwenkte naar het westen en schoot terug met geschuttoren “Dora”. De Scharnhorst miste, maar de Britten raakten twee keer en vernietigden de radar van de Scharnhorst, waardoor hij zich niet kon oriënteren in de sneeuwstorm. Zonder radar moesten de Duitse kanonniers richten op de lichtflitsen van de Britse kanons. Twee Britse kruisers vuurden granaten met een nieuw explosief zonder lichtflits. Enkel HMS Norfolk vuurde granaten met lichtflitsen. Om 9h46 zond Bey een radiobericht aan Admiraal Karl Dönitz over het gevecht. Bey gooide het roer om en koerste tegen 30 knopen op volle kracht naar het zuiden. Omdat Burnetts schepen te traag waren om te achtervolgen, keerde Burnett terug naar het konvooi.
Tweede aanval
Toen Bey zijn achtervolgers had afgeschud, wendde hij om 9h55 naar het noordoosten om de Britten langs achter aan te vallen.
Om 10h00 zag een Duits verkenningsvliegtuig de vloot van Fraser.
Om 10h50 kwamen de torpedojagers HMS Musketeer, HMS Matchless, HMS Opportune en HMS Virago van konvooi RA-55 A bij Burnett aan. Om 11h25 zette Burnett koers naar het noordoosten om het konvooi te beschutten.
Om 12h05 zag HMS Belfast de Scharnhorst op de radar op 27,9 km afstand. Om 12h23 zag HMS Sheffield de Scharnhorst op 10,1 km. Burnett stuurde noordoost voor aan aanval. Om 12h24 werden weer schoten gewisseld. Om 12h27 kreeg HMS Norfolk een treffer in geschuttoren "C", die uitviel. Een granaat die niet ontplofte vernielde de radar. HMS Sheffield kreeg een treffer met lichte schade.
Bey keerde daarna naar bakboord en gaf de torpedojagers bevel om het konvooi aan te vallen op de positie om 10h00 doorgegeven door U-277. De positie was niet recent en de torpedojagers vonden het konvooi niet.
Om 13h42 gaf de admiraal de Duitse torpedojagers het bevel om de zoektocht naar het konvooi te staken en om 14h00 gaf Bey de torpedojagers bevel om terug te keren naar de haven. Om 15h00 maakte de bemanning van de Scharnhorst gebruik van de gevechtspauze om het middagmaal te nuttigen.
De Belfast volgt de Scharnhorst
De Scharnhorst voer uren in zuidelijke richting. Burnett achtervolgde, maar HMS Sheffield en HMS Norfolk ondervonden motorproblemen en waren te traag. Enkel HMS Belfast was snel genoeg en volgde de Scharnhorst met zijn radar. Omdat de radar van de Scharnhorst uitgeschakeld was, wist de Scharnhorst niet dat hij gevolgd werd. HMS Belfast seinde per radio de positie van de Scharnhorst door.
Om 16h15 was het slagschip HMS Duke of York met vier begeleidende torpedojagers nabij. Om 16h17 kreeg HMS Duke of York de Scharnhorst op zijn type 284 radar op 41,6 km afstand. Om 16h32 bedroeg de afstand 27,2 km. Om 16h42 merkte de Scharnhorst de vijand en zwenkte iets naar het zuidwesten.
Derde aanval
Om 16h47 schoot HMS Belfast lichtgranaten af om de Scharnhorst te verlichten. Om 16h48 schoot HMS Duke of York vanaf 11,9 km afstand met alle tien 356 mm kanons uit de twee vierlingtorens en de tweelingtoren. Daarop volgde HMS Jamaica. HMS Duke of York trof de geschuttorens “Anton” en “Bruno” en de vliegtuighangar. Bey liet geschuttoren “Bruno” herstellen en keerde naar het noorden. De kruisers HMS Norfolk en HMS Belfast schoten op de Scharnhorst. Bey wendde naar het oosten en vluchtte op volle kracht.
De Scharnhorst vergrootte de afstand tot de Britse schepen. Twee 275 mm granaten van de Scharnhorst raakten de radiomast van HMS Duke of York, die zo zonder radio en zonder vuurgeleidingsradar zat. Luitenant H. R. K. Bates RNVR klom in de mast om de draden te herstellen. Om 18h20 schoot HMS Duke of York een granaat door het pantser in de stoomketel 1 van de Scharnhorst, waardoor diens snelheid terugviel tot 8 knopen. Bey liet de stoomketel meteen herstellen en om 18h30 kon de Scharnhorst weer 26 knopen varen. De Scharnhorst draaide naar het noorden en zwenkte nadien naar het oosten Force 1 volgde vanuit het noorden en Force 2 vanuit het zuiden. HMS Sheffield maakte water en bleef achter. Een treffer in de munitiekamer schakelde toren “Anton” uit. Iets later kwam er rook uit toren "Bruno” HMS Duke of York had zelf enkele treffers gekregen en stopte om 18h24 met vuren toen de afstand 20 km bedroeg. Om 18h25 zond Bey het radiobericht aan de Duitse marineleiding
We zullen vechten tot de laatste granaat is afgevuurd
Torpedo's
Om 18h40 kwamen de torpedojagers HMS Savage en HMS Saumarez aan 30 knopen op 9,1 km afstand aan bakboord. Om 18h50 wendde de Scharnhorst naar stuurboord om de torpedojagers HMS Savage en HMS Saumarez aan te vallen. Aan stuurboord kwamen de torpedojagers HNoMS Stord op 1,6 km en HMS Scorpion op 1,9 km en ze lanceerden elk acht torpedo's.
Na de slag stuurde Admiraal Fraser bericht aan de admiraliteit:
"Stord vervulde een dappere rol en ik ben heel trots op haar".
In een interview met The Evening News op 5 februari 1944 zei de bevelhebber van HMS Duke of York, kapitein Guy Russell:
"De Noorse torpedojager HNoMS Stord voerde de meest gewaagde aanval uit van de hele actie".
De Scharnhorst ging zigzag varen om torpedo's te ontwijken, maar HMS Savage en HMS Saumarez raakten drie keer aan bakboord. De Scharnhorst raakte HMS Saumarez verschillende keren met zijn secundair geschut en er vielen elf doden en elf gewonden.
De Scharnhorst gooide het roer om naar het zuiden, zodat maar één torpedo van HMS Scorpion trof.
Om 18h50 lanceerde HMS Savage van 3,2 km 8 torpedo's, waarvan er 3 troffen. HMS Saumarez lanceerde van 1,5 km 4 torpedo's waarvan één raak. De Scharnhorst beschoot HMS Saumarez, waardoor zijn vuurgeleidingsradar uitviel en zijn snelheid terugviel tot 6 knopen.
De Scharnhorst haalde na de torpedo's nog 20 knopen. Om 19h01 opende HMS Duke of York het vuur vanaf 9,7 km en trof 10 keer in 28 min.
Om 19h11 haalde de Scharnhorst nog 6 knopen, woedde er brand en was de zware munitie op. De Scharnhorst weerde zich met zijn secundaire bewapening en Admiraal Fraser beval aanvallen met torpedo's.
Om 19h15 kwam HMS Belfast nabij uit het noorden en vuurde. HMS Jamaica en HMS Belfast lanceerden hun torpedo's.
Om 19h30 lanceerde HMS Belfast drie torpedo's en HMS Jamaica zes. Drie ervan troffen doel. Om 19h31 lanceerden HMS Opportune van 2 km afstand 8 en de HMS Virago van 2,6 km 7 torpedo's aan stuurboord waarvan 5 doel raakten. Langs bakboord lanceerde HMS Musketeer van 9 km afstand 4 torpedo's waarvan 2 raak. HMS Matchless kon geen torpedo's lanceren door een defect.
Toen lanceerden de torpedojagers HMS Opportune, HMS Virago, HMS Musketeer en HMS Matchless 19 torpedo's. Door de rake torpedo's was de Scharnhorst' stilgevallen. HMS Duke of York en HMS Jamaica konden nabij komen en vuren.
De bemanning van de Scharnhorst trok de zwemvesten aan en maakte zich klaar om in het ijskoude water te gaan. Om 19h45 maakte de Scharnhorst langzaam slagzij naar stuurboord, kapseisde en zonk op 72°16' noorderbreedte, 28°41' oosterlengte.
Om 19h48 kwam HMS Belfast nabij voor een nieuwe aanval met torpedo's, maar de Scharnhorst was al gezonken. Tot 20h40 zochten HMS Belfast, HMS Norfolk en de torpedojagers naar overlevenden. HMS Scorpion zag admiraal Bey in het water en wierp hem een reddingslijn toe, maar hij ging onder voor hij aan boord gehesen kon worden.
Gevolg
De Scharnhorst was geraakt door 13 granaten van 356 mm en 14 torpedo's.
De vijf Duitse torpedojagers liepen op 27 december binnen in de Altafjord en gingen om 7h00 voor anker in de Kĺfjord.
Op 29 december liep konvooi JW-55B zonder verliezen Moermansk in. Op 31 december keerde het als konvooi RA-55B terug en kwam op 8 januari 1944 aan in Loch Ewe.
Van de 1968 bemanningsleden kon HMS Scorpion er dertig en HMS Matchless er zes opvissen uit het ijskoude water. Admiraal Bey en kapitein Hintze werden nog gezien in het water, maar hun lichamen werden ondanks een zoekactie niet gevonden.
Fraser keerde terug naar Moermansk en seinde naar de admiraliteit:
Scharnhorst gezonken
en kreeg antwoord
Geweldig, goed gedaan
In de avond van 26 december zei Admiraal Fraser tot zijn officieren aan boord van HMS Duke of York: 
Gentlemen, de slag tegen Scharnhorst is geëindigd in een overwinning voor ons. Ik hoop dat als iemand van u ooit een schip moet leiden tegen een vele malen superieure tegenstander, dat u dan uw schip even dapper zal bevelen als de Scharnhorst vandaag was bevolen
Aanhalingsteken sluitenDe Scharnhorst had elk van de Britse schepen behalve HMS Duke of York kunnen verslaan, maar was in het slechte weer verlamd door de uitval van de radar. 31 van de 52 radargeleide salvo's van HMS Duke of York waren raak. De bevelhebber van de Kriegsmarine grootadmiraal Karl Dönitz merkte op:
Oppervlakteschepen zijn niet meer in staat om te vechten zonder radar

Kaart van de zeeslag

Kaart van de zeeslag
Datum 26 december 1943
Locatie Noordkaap
Resultaat Britse overwinning
Casus belli Moermansk-konvooien met goederen naar de Sovjet-Unie
Strijdende partijen
Duitsland Verenigd Koninkrijk
Leiders en commandanten
Erich Bey † Bruce Fraser
Troepensterkte
1 slagschip 1 slagschip, 1 zware kruiser, 3 lichte kruisers, 9 torpedojagers
Verliezen
1 slagschip gezonken, 1932 doden, 36 krijgsgevangenen 1 slagschip, 1 kruiser en 1 torpedojager beschadigd, 11 doden, 11 gewonden

 

Een konvooi in de Atlantische Oceaan

 

 

De Scharnhorst voer uit om het konvooi te vernietigen

 

Admiraal Bruce Fraser vernietigde de Scharnhorst

 

Admiraal Erich Bey verdronk

 

 

De 36 geblinddoekte overlevenden van de Scharnhorst gaan aan wal te Scapa Flow op 2 januari 1944

Zeeslag bij de Río de la Plata

De Zeeslag bij de Rio de la Plata een zeeslag op 13 december 1939 in de Tweede Wereldoorlog bij de monding van de Rio de la Plata, Uruguay, waarbij drie geallieerde kruisers het Duitse vestzakslagschip Admiral Graf Spee zo zwaar beschadigden, dat de bemanning het zelf tot zinken bracht.
9 Vrachtschepen gezonken
Het vestzakslagschip Admiral Graf Spee was van bij het begin van de Tweede Wereldoorlog naar de zuidelijke Atlantische Oceaan gestuurd en had negen Britse vrachtschepen tot zinken gebracht en hun bemanningen gevangengenomen.
Force G
De Royal Navy had daarop negen groepen oorlogsschepen gestuurd om het vestzakslagschip op te sporen en te vernietigen. Force G bestond uit de zware kruiser HMS Exeter en de twee lichte kruisers HMS Ajax en HMNZS Achilles onder bevel van Commodore Henry Harwood. Exeter droeg drie geschuttorens van elk twee kanonnen van 200 mm. Ajax en Achilles voerden elk acht kanonnen van 150 mm. Force G werd begeleid door tankschepen RFA Olna, Olynthus en Orangeleaf.
Contact

Op 13 december om 05h20 voer Force G aan 14 knopen op koers 60° op 34°34′ zuiderbreedte en 48°17′ westerlengte 390 zeemijl ten oosten van Montevideo. Admiral Graf Spee zag de masten en dacht eerst dat het om een kruiser en twee torpedojagers ging, die een konvooi begeleidden en ging daarop het gevecht aan. Doordat de Britse kruisers 5 knopen sneller konden varen eens op volle stoom, had hij het gevecht toch niet kunnen ontwijken.[1] Het verkenningsvliegtuig van Admiraal Graf Spee was buiten dienst. Kapitein Hans Langsdorff versnelde met zijn dieselmotoren naar 24 knopen. Om 6h10 zagen de geallieerde schepen de rook van Admiral Graf Spee op 320°.
Manoeuvre
De Britten brachten hun voorbereid plan ten uitvoer. Exeter zwenkte naar het noordwesten en Ajax en Achilles zwenkten naar het noordoosten. Zo kwam Admiral Graf Spee tussen hen in, zodat ze hem van twee kanten konden bestoken en zodat hij de afstand niet kon vergroten om zijn zwaardere 283 mm kanonnen tot gelding te brengen.
Vuurgevecht

Graf Spee vuurde om 6h18 op Exeter vanaf 19 km met al zijn 2x3 kanonnen van 283 mm.. Exeter schoot terug om 6h20, Achilles om 6h21 en Ajax om 6h23.
Om 6h23 trof Graf Spee al raak met zijn derde salvo: een 283 mm granaat doodde de bemanning van de torpedo's van Exeter, verbrak de communicatie, doorzeefde de schouwen en zoeklichten en vernielde het Supermarine Walrus verkenningsvliegtuig dat net zou opstijgen.[4] Omdat de communicatie verbroken was, moest Exeter sturen met een klein kompas en bevelen overbrengen met boodschappers. Om 6h26 schoot Admiral Graf Spee geschuttoren B van Exeter lam en doodde en verwondde op de kapitein en twee officieren na iedereen op de brug.
Ajax en Achilles naderden tot 13000 m. Exeter lanceerde twee torpedo's van stuurboord, maar miste. Om 6h37 katapulteerde Ajax zijn Fairey Seafox verkenningsvliegtuig de lucht in. Om 6h38 keerde Exeter om haar torpedo's aan bakboord te lanceren. Admiral Graf Spee trof twee keer raak vernielde geschuttoren A en brand brak uit. Alleen geschuttoren Y werkte nog en Jennings stond erbovenop om bevelen te schreeuwen.
Exeter trof met een 200 mm granaat het systeem van Admiral Graf Spee om diesel te reinigen. Admiral Graf Spee beschikte nog over gereinigde diesel voor 16 h. Kapitein Hans Langsdorff trok een rookgordijn op en keerde naar de neutrale haven van Montevideo.
Om 6h50 maakte Exeter water en maakte 7° slagzij naar stuurboord.
Om 7h24 keerde Ajax naar stuurboord en lanceerde torpedo's. Om 7h25 werd Ajax geraakt door een 283 mm granaat die geschuttoren X uitschakelde en geschuttoren Y blokkeerde.
Om 7h30 werd de laatste geschuttoren van Exeter uitgeschakeld door kortsluiting na inslag van een 283 mm granaat. Exeter vluchtte naar de Falkland Eilanden en moest 13 maanden hersteld worden.
Om 7h50 keerden Ajax en Achilles naar stuurboord en schoten met alle kanonnen.
Kapitein Parry van Achilles schreef nadien:
Tot vandaag weet ik niet waarom Admiral Graf Spee ons in de Ajax en Achilles niet afmaakte nadat hij de Exeter had uitgeschakeld.
Ajax volgde aan bakboord en Achilles volgde aan stuurboord op 15 zeemijl afstand. Om 9h15 haalde Ajax haar verkenningsvliegtuig binnen. Om 10h05 kwam Achilles dichter bij Graf Spee en die vuurde twee salvo's met zijn voorste drie kanonnen. Achilles trok een rookgordijn op en draaide.
SS Shakespeare
Om 11h03 zond Graf Spee een radiobericht naar Ajax op de internationale frequentie 500 kHz:
“Pik reddingsboten op van Engels stoomschip – DTGS (Duits Schip Graf Spee)”.
Ajax zond geen antwoord en iets later zag Ajax SS Shakespeare met de reddingsboten nog omhoog. Graf Spee had SS Shakespeare met een schot voor de boeg bevolen te stoppen, maar SS Shakespeare had het bevel genegeerd en Admiral Graf Spee was verder gevaren. De achtervolging ging heel de dag door. Om 19h15 schoot Admiral Graf Spee op Ajax en die trok een rookgordijn op en zwenkte weg.
Achilles bleef Graf Spee volgen. Om 20h48 tekende Admiral Graf Spee zich scherp af tegen de ondergaande zon. Achilles kwam dichter en Admiral Graf Spee schoot, waarop Achilles weg draaide.
Montevideo
Admiral Graf Spee in Montevideo na de slag
De gewonden werden afgevoerd naar het Brits hospitaal. De scheepsarts had amputaties uitgevoerd en meerdere matrozen hadden schade aan hun longen door het effectieve, maar giftige brandblusmiddel methylbromide. De 61 gevangen bemanningsleden van de gekelderde koopvaardijschepen werden vrijgelaten. De Duitse doden werden begraven in het Cementerio del Norte in Montevideo.
De Britse ambassadeur Eugen Millington-Drake eiste toepassing van artikel 12 van het Verdrag van Den Haag:
"Oorlogsschepen in oorlog mogen niet langer dan 24 uur in havens en territoriale wateren van een neutrale mogendheid blijven"
Kapitein Hans Langsdorff vroeg tevergeefs twee weken tijd om zijn schip zeewaardig te maken met verwijzing naar artikel 14, maar de inspecteur in Uruguay vond de schade te licht:
"Een oorlogsschip in oorlog mag zijn verblijf in een neutrale haven niet verlengen buiten de toegestane tijd, behalve om reden van schade"
Na 24 uur liep een Brits koopvaardijschip uit Montevideo en na nog eens 24 uur een Frans koopvaardijschip. Daarom kwam artikel 16 in werking:
"Een oorlogsschip in oorlog mag een neutrale haven niet verlaten tot 24 uur na het vertrek van een koopvaardijschip onder de vlag van zijn tegenstander.
Kapitein Hans Langsdorff overlegde met de admiraliteit in Duitsland. Hij mocht zijn schip niet aan de ketting laten leggen in Uruguay, omdat het dan in handen van de geallieerden kon vallen als Uruguay zich bij de geallieerden aansloot. Graf Spee had twee derde van zijn 283 mm granaten verschoten en kon nog 20 minuten vuren. De monding van de Rio de la Plata was ondiep, zodat manoeuvres in een gevecht om uit te breken naar Buenos Aires onmogelijk waren. Kapitein Hans Langsdorff zei:
“Ik heb liever duizend levende jonge matrozen dan duizend dode helden.”
Zelf tot zinken gebracht
Op 17 december voer de Admiral Graf Spee onder massale belangstelling uit de haven van Montevideo met een bemanning van 40 man. Op drie zeemijl uit de kust stapten de 40 man over op een vrachtschip Altmark. Torpedo mechanicus Hans Eupel stelde de ontstekingen scherp van drie gedemonteerde torpedo's in de munitiemagazijnen. De Admiral Graf Spee ontplofte, brandde drie dagen en zonk in het 8 m diepe water. Kapitein Hans Langsdorff wilde eerst op zijn schip blijven, maar de bemanning overhaalde hem om mee te gaan naar Buenos Aires.
Buenos Aires
Het vrachtschip voer met de bemanning naar Buenos Aires. Langsdorff bepleitte daar dat zijn mannen schipbreukelingen waren.
Op 19 december vroeg Langsdorff een revolver, schreef een afscheidsbrief aan zijn vrouw, legde zich in zijn hotelkamer op de vlag van de Admiral Graf Spee en schoot zich door het hoofd. Hij werd begraven in Buenos Aires.

Kaart van de zeeslag

Kaart van de zeeslag
Datum 13 december 1939
Locatie Rio de la Plata
Resultaat Britse overwinning
Casus belli 9 Britse vrachtschepen gekelderd
Strijdende partijen
Duitsland Verenigd Koninkrijk
Leiders en commandanten
Hans Langsdorff † Henry Harwood
Troepensterkte
1 vestzakslagschip 3 kruisers
Verliezen
1 vestzakslagschip zelf tot zinken gebracht, 36 doden, 60 gewonden 3 kruisers beschadigd, 72 doden, 28 gewonden
 

Kapitein Hans Langsdorff groet gewoon op de begrafenis van de gesneuvelden

 

Kaart van de Río de la Plata met mogelijke uitwegen

 

Admiral Graf Spee brandt

Zeeslag in de Barentszzee
 

De Zeeslag in de Barentszzee, in het Duits ook bekend als Unternehmen Regenbogen was een zeeslag in de Barentszzee bij de Noordkaap tussen de Britse Royal Navy en de Duitse Kriegsmarine op 31 december 1942 tijdens de Tweede Wereldoorlog. De slag vond plaats in het donker en de kou van de poolnacht met slecht zicht door sneeuw. De slag leidde tot het ontslag van de Duitse grootadmiraal Erich Raeder en het einde van het Z-Plan om grote Duitse oorlogsschepen te bouwen: Duitsland zette vol in op U-boten.
Aanleiding
Na de Duitse Operatie Barbarossa op 22 juni 1941 begonnen de Britten volgens de Eerste conferentie van Moskou oorlogsmateriaal te leveren aan de Sovjet-Unie met vrachtschepen die in konvooi voeren. De konvooien vertrokken uit Liverpool of Loch Ewe en voeren naar IJsland, dat in mei 1940 door de Britten was bezet. De route liep vervolgens langs de door Duitsland bezette kust van Noorwegen en tussen het pakijs van de Noordelijke IJszee rond de Noordkaap naar de Russische havens Moermansk of Archangelsk.
Om de Britse hulp aan de Sovjet-Unie te verhinderen zond de Duitse Kriegsmarine eind 1941 duikboten naar de Noordelijke IJszee. Adolf Hitler zei tegen de bevelhebber van de U-boten: “Ik heb liever, dat vier schepen tot zinken gebracht worden die tanks naar het Russisch front brengen dan 100.000 BRT in de zuidelijke Atlantische Oceaan.”
Nadat het slagschip Bismarck in mei tot zinken was gebracht en andere Duitse oorlogsbodems in Franse havens gebombardeerd waren, waren de oppervlakteschepen ingevolge Operatie Cerberus teruggeroepen naar Duitsland en moesten de U-boten in de Atlantische Oceaan vrachtschepen aanvallen. Begin 1942 zond de Kriegsmarine oppervlakteschepen en duikboten naar het bezette Noorwegen, om een invasie daar te beletten en om de geallieerde konvooien naar de Sovjet-Unie aan te vallen.
Bij Unternehmen Rösselsprung tegen konvooi PQ-17 in juli 1942 boekte de Kriegsmarine succes. Nadat de Britse admiraliteit vernam dat de Tirpitz, de Admiral Scheer en de Admiral Hipper uitgevaren waren gaf ze de het konvooi begeleidende oorlogsschepen bevel tot terugtocht. De weerloze vrachtschepen verspreidden zich maar werden grotendeels tot zinken gebracht door Duitse duikboten en vliegtuigen. Ook konvooi PQ-18 leed in september zware verliezen.
Konvooi JW-51

Het volgende konvooi JW-51 vertrok in twee delen uit Loch Ewe: JW-51A op 15 december en JW-51B op 22 december. Met elk konvooideel voeren torpedojagers en kleinere oorlogsschepen mee. Die kregen dekking van de kruisers HMS Sheffield en HMS Jamaica en op afstand van het slagschip HMS Anson en de zware kruiser HMS Cumberland.
De lading van de vrachtschepen in het konvooi bevatte 202 tanks, 2046 andere voertuigen, 87 gevechtsvliegtuigen, 33 bommenwerpers, 11500 ton brandstof, 12650 ton kerosine en 54000 ton andere goederen. Het konvooideel JW-51A bereikte op 25 december veilig de Baai van Kola.
Op 28 en 29 december voeren de schepen van konvooideel JW-51B in noordoostelijke richting en raakten in een zware storm. Vijf vrachtschepen en de begeleidende oorlogsschepen Oribi en Vizalma werden vermist. De Bramble kreeg opdracht te gaan zoeken.[1] Drie vrachtschepen voegden zich de volgende dag weer bij het konvooi. De twee andere kwamen samen met HMS Oribi op 4 januari aan in de Baai van Kola.
Duitse aandacht
Op 30 december bemerkte eerst een Duits verkenningsvliegtuig en daarna kapitein luitenant Karl-Heinz Herbschleb van de U-354 de konvooigroep JW-51B met 14 vrachtschepen bij het Bereneiland. Vanwege het ijs voeren de schepen in een rechte lijn achter elkaar.[2] De Duitsers merkten de begeleidende kruisers van Force-RZ niet op, omdat die in de Baai van Kola brandstof aan het bunkeren waren. De aanwezigheid van de Britse torpedojagers HMS Achates, HMS Onslow, HMS Obdurate, HMS Obedient en HMS Orwell, de mijnenjager HMS Bramble, twee korvetten HMS Rhododendron en HMS Hyderabad en twee bewapende trawlers HMT Vizalma en HMT Northern Gem werd door de Kriegsmarine wel opgemerkt.
Kummetz vaart uit
Viceadmiraal Kummetz stak met de zware kruisers Lützow en Admiral Hipper en zes torpedojagers Z 4 Richard Beitzen, Z 16 Friedrich Eckoldt, Z 6 Theodor Riedel, Z 29, Z 30 en Z 31 vanuit Kongsfold Fjord, Alta in zee met de bedoeling het konvooi te vernietigen.[3]
Om acht uur 's morgens op 31 december voeren twaalf vrachtschepen en acht begeleidende oorlogsschepen van het konvooi 180 km ten noorden van Finnmark in oostelijke richting. De Duitse torpedojager Eckholdt zag het konvooi en meldde dit aan de Admiral Hipper Kummetz viel aan met twee groepen met in ieder een zware kruiser en drie torpedojagers. De Admiral Hipper haalde het konvooi langs achter in om de escorteschepen weg te lokken. De Lützow moest vervolgens uit het zuiden naderen en het konvooi aanvallen.
De slag
Eerste vuur

Korvet HMS Hyderabad zag om 8.20 uur torpedojagers maar meldde dit niet. Kort daarop zag ook de torpedojager HMS Obdurate drie torpedojagers ten westen achter het konvooi en koerste erheen om ze te identificeren. Toen de Obdurate op zes km kwam, opende de Duitsers het vuur. De Obdurate zwenkte af en meldde het voorval. Vervolgens zag men vanaf HMS Onslow de Admiral Hipper achter zich.
Torpedojagers weren zich
De vier Britse torpedojagers HMS Onslow, HMS Obdurate, HMS Obedient en HMS Orwell legden zich in slagorde voor een tegenaanval met torpedo's. HMS Achates en de andere escorteschepen bleven bij de vrachtschepen en trokken een rookgordijn op.
Om 9.45 uur schoot de Admiral Hipper uit het noorden op HMS Achates. HMS Onslow en HMS Orwell voegden er zich ter assistentie bij de Achates. De Onslow ontving een treffer die meerdere doden en gewonden maakte. De bevelhebber van de escorteschepen, kapitein Robert St. Vincent Sherbrooke, verloor zijn rechteroog.
Om 10.45 uur observeerde de Hyderabad de Lützow ten zuiden van het konvooi, maar meldde dat niet. Toen de Onslow om 11.00 uur de Lützow zag, legden de vier torpedojagers zich tussen het konvooi en de Lützow dreigend met hun torpedo's. De Admiral Hipper raakte de Achates en de Obedient.
Kruisers maken contact
De zware kruisers HMS Sheffield en HMS Jamaica met Rear Admiral Robert L. Burnett hadden de radioboodschap gehoord, snelden te hulp en zagen de lichtflitsen van de schoten. Om 11.35 uur waren de zware kruisers HMS Sheffield en HMS Jamaica ter plaatse en raakten de Admiral Hipper met 150 mm granaten in twee van haar stoomketels die deels onder water liepen. Daardoor kon de Duitse kruiser niet sneller dan met 28 knopen varen.
Verliezen

Om 11.58 uur loste mijnenjager HMS Bramble een 100 mm granaat op de Admiral Hipper en vuurde ook met zijn Oerlikon Contraves luchtafweergeschut. De Admiral Hipper schoot terug met zijn veel zwaardere kanonnen en maakte een voltreffer.[4]. De torpedojager Eckoldt bracht de HMS Bramble tot zinken waarbij de 121 bemanningsleden omkwamen. De torpedojager Z 16 Friedrich Eckoldt voer langs de Sheffield omdat men dacht met de Admiral Hipper van doen te hebben, het schip werd door de Britten prompt tot zinken gebracht gekelderd. De zwaar beschadigde HMS Achates zonk om 13.15 waarbij 113 opvarenden omkwamen.[5] De trawler HMT Northern Gem wist overlevenden te redden.
Einde
Rond 11.45 uur trof de Lützow een vrachtschip. Rond 12.30 uur wisselden de Admiral Hipper en de Britse kruisers schoten, zonder dat er treffers vielen. Kummetz trok zich vervolgens met de Duitse schepen terug naar het westen.
Gevolgen

Alle 14 vrachtschepen van konvooi JW-51B bereikten veilig de Baai van Kola. Admiraal John Tovey, 1. Baron Tovey van de Home Fleet stelde vast dat vijf torpedojagers vier uur weerstand geboden hadden aan de Duitse overmacht. Kapitein Sherbrooke kreeg het Victoriakruis.
Adolf Hitler was woedend toen hij over het voorval vernam via de Britse radio. Hij riep admiraal Erich Raeder bij zich op 6 januari 1943. Hitler riep en tierde anderhalf uur tegen Raeder. Wilhelm Keitel was erbij toen Hitler beval om het Z-Plan te stoppen en geen nutteloze oorlogsschepen meer te bouwen. Ook veldmaarschalk Hermann Göring van de Luftwaffe verklaarde dat hij geen vliegtuigen kon missen om de nutteloze oppervlakteschepen te beschermen. Raeder diende zijn ontslag in. Op 30 januari 1943 werd de bevelhebber van de U-boten, Karl Dönitz, bevelhebber van de Kriegsmarine en werden duikboten veruit het belangrijkste Duitse middel om de oorlog ter zee voort te zetten.

Kaart van de Britse admiraliteit

 

Schilderij van de ondergang van de torpedojager Friedrich Eckoldt

 

 

De Admiral Hipper

 

 

Adolf Hitler ontslaat Erich Raeder

Zeeslag in de Straat Denemarken

De Zeeslag in Straat Denemarken was een zeeslag in de Tweede Wereldoorlog op 24 mei 1941 in de Straat Denemarken waarbij de Duitse Bismarck en Prinz Eugen de Britse HMS Hood tot zinken brachten.
De Zweedse kruiser HMS Gotland seinde dat twee Duitse oorlogsschepen tussen Groenland en IJsland naar het westen voeren. De Britse ambassade in het neutrale Zweden onderschepte zijn bericht. Verkenningsvliegtuigen konden weinig zien door regen en mist.
Ontdekt
's Avonds op 23 mei zagen de Britse zware kruisers HMS Norfolk en HMS Suffolk de Duitse oorlogsschepen. De kruisers volgden de Duitse oorlogsschepen in de nacht met behulp van de radar van HMS Sufffolk en verwittigden de admiraliteit, die versterking zond.
De onderscheppingsmacht
Tegen de ochtend lagen acht Britse oorlogsbodems klaar om de Duitse schepen te onderscheppen: slagschip HMS Prince of Wales, slagkruiser HMS Hood met vice-admiraal Lancelot Holland en zes torpedojagers HMS Electra, HMS Achates, HMS Antelope, HMS Anthony, HMS Echo en HMS Icarus.
Het plan
Vice-Admiraal Holland gaf bevel dat Hood en Prince of Wales de Bismarck moesten aanvallen terwijl Suffolk en Norfolk Prinz Eugen moesten aanvallen en plande dit net na zonsondergang, zodat de Bismarck en de Prinz Eugen zich scherp zouden aftekenen tegen het avondrood, terwijl HMS Hood en HMS Prince of Wales uit het duister konden naderen. Door de slechte zichtbaarheid kwam het contact er maar tegen de ochtend.
Contact
Om 05:35 zag de uitkijk van de Prince of Wales de Duitse schepen op 26 km afstand. De Duitsers merkten de Britse schepen met hun hydrofoon en zagen 10 minuten later de rook en de masten. Om 05:37 beval Holland de aanval. De torpedojagers konden in de ruwe zee niets uitrichten. De Norfolk en de Suffolk lagen te ver achter de Duitse schepen.
De Britten openen het vuur
HMS Hood vaart naar de Bismarck met op de voorgrond drie kanons van HMS Prince of Wales, het vierde staat omhoog
Een 350 mm granaat van HMS Prince of Wales doorboort de boeg van de Bismarck
De 18 salvo's van HMS Prince of Wales tussen 5h53 en 6h02 op de Bismarck in rood
Om 05:52 opende HMS Hood het vuur op de vooraan varende Prinz Eugen. HMS Prince of Wales beschoot daarna de Bismarck. Prince of Wales raakte de Bismarck in totaal drie keer.
De Duitsers schieten terug
De Duitse schepen vuurden niet terug. Korvetkapitein Adalbert Schneider vroeg admiraal Günther Lütjens meermaals toelating om terug te schieten, maar die weigerde. Toen kwam kapitein ter zee Ernst Lindemann tussen:
“Ik laat me toch mijn schip niet onder mijn gat wegschieten, toelating tot vuren!”
Om 05:55 schoten beide Duitse schepen op HMS Hood. Een granaat trof HMS Hood en munitie vloog in brand.
HMS Hood zinkt
Om 06:00 gaf Holland bevel om naar bakboord te keren om met alle kanons te kunnen vuren. Tijdens deze manoeuvre trof de Bismarck vanaf 13 km met een 380 mm granaat de grote mast van HMS Hood in het munitiemagazijn. Dit veroorzaakte een hevige brand en een ontploffing.[8] De HMS Hood brak in tweeën en zonk in 3 minuten met alle 1415 opvarenden. De HMS Electra kon twee uur later drie man redden: Ted Briggs, Bob Tilburn en Bill Dundas.
HMS Prince of Wales vlucht
De HMS Prince of Wales kon de zinkende HMS Hood nipt ontwijken. Beide Duitse schepen richtten nu op de Prince of Wales. De Bismarck trof vier keer en de Prinz Eugen drie keer.
Nu Viceadmiraal Holland dood was, kwam Prince of Wales onder bevel van Schout-bij-nacht Wake-Walker aan boord van Norfolk. Wake-Walker beval om de Duitse schepen op een veilige afstand te volgen. Kapitein Leach trok een rookgordijn op en vluchtte om 06:04.[9] De Prinz Eugen bereidde net een aanval met torpedo's voor.
De Bismarck achtervolgt niet
De Bismarck had nu 93 van zijn 104 granaten verschoten en de Prinz Eugen 157 van 184. Kapitein Ernst Lindemann vroeg tweemaal toelating aan admiraal Lütjens om de Prince of Wales te achtervolgen en te vernietigen, maar admiraal Lütjens weigerde, om de Bismarck niet onnodig in gevaar te brengen, zoals bevolen door grootadmiraal Erich Raeder. Raeder had eerder admiraals Conrad Patzig en Wilhelm Marschall ontslagen nadat ze zijn bevelen in de wind geslagen hadden.
Averij aan de Bismarck
26 mannen werkten in 6 ploegen om de schade te repareren. De Bismarck maakte 9° slagzij en de uiteinden van de scheepsschroeven aan stuurboord staken boven water. Lindemann liet twee compartimenten onder water zetten om het schip in evenwicht te brengen. Hij zond duikers in het water om de voorste olietanks over te hevelen
Lindemann vroeg Lütjens toelating om Bismarck te vertragen naar 22 knopen en te laten hellen om gaten in de romp te breeuwen. Dit mislukte en stoomketel 2 moest uit dienst, zodat de hoogste snelheid 28 knopen werd.
De Bismarck lekte olie in zee en er bleef maar 3 ton olie over. Lütjens besloot om een haven aan te doen voor reparatie. Lindemann stelde voor, om naar de dichtstbijzijnde haven Bergen in Noorwegen te varen 1500 km ver, maar Lütjens weigerde en beval om naar Saint-Nazaire te varen, 900 km verder weg, wat hij veiliger vond.
Lütjens liet Prinz Eugen vrij om koopvaardijschepen te belagen. Prinz Eugen tankte op zee, maar kreeg motorpech en keerde naar Brest.
Reactie in Duitsland
De admiraliteit in Berlijn was opgetogen dat de Hood tot zinken gebracht was, maar minder tevreden over de schade aan de Bismarck en over de beslissing om naar Saint-Nazaire te varen.
Raeder overlegde met zijn stafchef, admiraal Otto Schniewind en die belde met admiraal Rolf Carls die het bevel voerde over Groep Noord in Wilhelmshaven. Carls schreef een telegram om Lütjens terug te roepen naar Duitsland, maar had het nog niet verzonden. Schniewind merkte op, dat Lütjens op de middag de lijn tussen de noordelijke Hebriden en zuidelijk Groenland voorbij was en dus onder Groep West viel. De bevelhebber van Groep West, admiraal Alfred Saalwächter zei, dat hij Lütjens niet zou terugroepen, tenzij Schniewind of Raeder anders beslisten. Raeder zei Schniewind, dat Lütjens moest beslissen en belde Adolf Hitler in de Obersalzberg in de Beierse Alpen. Hitler aanhoorde het nieuws dat de Hood gezonken was onbewogen en zei:
Als nu die Britse kruisers aanvallen en Lütjens de Hood tot zinken gebracht heeft en de andere bijna verlamd, terwijl die nagelnieuw was en in het gevecht last had met de kanons, waarom heeft hij die dan ook niet tot zinken gebracht?
Propagandaminister Dr. Joseph Goebbels' liet het nieuws van de gezonken Hood die avond uitzenden met muziek van Wir fahren nach England!. Het Duits publiek reageerde enthousiast.
Reactie in het Verenigd Koninkrijk
De Britten waren geschokt dat hun trots oorlogsschip zomaar gezonken was met 1400 mannen. Winston Churchill zei:
“Doe de Bismarck zinken!”
De admiraliteit liet alle beschikbare oorlogsschepen in de Atlantische Oceaan zoeken naar de Bismarck. In de ochtend van 27 mei slaagden Britse torpedobommenwerpers erin de Bismarck tot zinken te brengen.
Admiraal Sir Dudley Pound daagde admiraal Frederic Wake-Walker en kapitein John Leach van de Prince of Wales voor de krijgsraad, omdat ze het gevecht met de Bismarck gestaakt hadden nadat de Hood gezonken was. John Tovey, opperbevelhebber van de Home Fleet vond dat beiden correct gehandeld hadden en dreigde ontslag te nemen.
Twee Britse commissies onderzochten het vergaan van de Hood. Als gevolg van hun bevindingen werden munitiemagazijnen van de oudere Britse oorlogsschepen beter bepantserd.

De Bismarck vuurt op HMS Prince of Wales

De Bismarck vuurt op HMS Prince of Wales
Datum 24 mei 1941
Locatie Straat Denemarken
Resultaat Duitse overwinning
Casus belli Bedreiging van vrachtschepen
Strijdende partijen
Duitsland Verenigd Koninkrijk
Leiders en commandanten
Günther Lütjens
Ernst Lindemann
Helmuth Brinkmann Lancelot Holland +
Ralph Kerr +
Frederic Wake-Walker
John Leach
Troepensterkte
1 slagschip
1 zware kruiser 1 slagschip
1 slagkruiser
2 zware kruisers
6 torpedojagers
Verliezen
1 slagschip beschadigd 1 slagkruiser gezonken
1 slagschip beschadigd
1428 doden
9 gewonden
 

De Duitse bewegingen in rood en de Britse in zwart

 

Schets door kapitein John Leach van HMS Prince of Wales voor de 2e onderzoekscommisie

3-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog

1---2---3