Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

3-Duits persoon in de Tweede Wereldoorlog

Hanns Johst

Hanns Johst (Seerhausen, 8 juli 1890 – Ruhpolding, 23 november 1978) was een Duits nazistisch schrijver van toneelstukken, stammend uit het expressionisme. Hij was voorzitter van de Reichsschrifttumskammer.
Leven
Johst was de zoon van een onderwijzer in Leipzig. Hij wilde aanvankelijk missionaris worden, maar studeerde na de school te hebben verlaten eerst geneeskunde en later germanistiek en kunstgeschiedenis. Hij was vrijwilliger tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar moest zich door ziekte terugtrekken. Hij had in 1914 een eerste toneelstuk gepubliceerd, Die Stunde der Sterbenden en brak zijn studies in 1915 in Wenen af om als regieassistent te leven. In 1918 huwde hij met Johanna Feder. Hij kreeg algemene bekendheid met Der Einsame, een stuk over Christian Dietrich Grabbe dat hij een „extatisch scenario“ noemde. De jonge Johst was nog een duidelijk expressionist en wilde loskomen van de traditionele literaire stromingen. (Der Einsame was zodanig populair dat Bertolt Brechts eerste toneelstuk, Baal, uit 1922 in feite een parodie hierop was, met Frank Wedekind in de plaats van Grabbe.) Johst schreef ook een roman, Der Kreuzweg, die zijn groeiende antisemitisme illustreerde. Dat men later het werk van Grabbe antisemitische kenmerken is gaan toedichten, is ten minste ten dele aan Johst te wijten.
In de jaren 1920 werd Johst een van de populairste schrijvers van de Weimarrepubliek; hij schreef een aantal komedies waarin hij de draak stak met de democratie, waaronder Die fröhliche Stadt en Marmelade. Daarnaast schreef hij nog een stuk over Thomas Paine.
Johst werd een van de boegbeelden van de fascistische literatuur, en gedurende het Derde Rijk zou hij het uithangbord van de nationaalsocialistische letteren blijven. Reeds in 1932, vóór de machtsovername, werd hij lid van de NSDAP, en koos ondubbelzinnig de zijde van Adolf Hitler in zijn verhandeling Standpunkt und Fortschritt.
In 1933 ging zijn grote toneelstuk Schlageter ter gelegenheid van Hitlers verjaardag in première, over de nationalistische martelaar Albert Leo Schlageter. Die werd tijdens de Ruhrbezetting door een Franse militaire rechtbank ter dood veroordeeld wegens het plegen van aanslagen op militaire verbindingswegen. Johst noemde hem "de eerste soldaat van het Derde Rijk". Hij had er van 1920 tot 1932 aan gewerkt en ontving er 50.000 Reichsmark voor.
Dit stuk was aan Hitler opgedragen en werd een overweldigend succes, dat in ruim duizend verschillende theaters opgevoerd werd. Ook de Führer zelf was bijzonder enthousiast. De uitspraak "Wenn ich Kultur höre ... entsichere ich meinen Browning" (vaak ten onrechte toegeschreven aan Hermann Göring) is afkomstig uit dit stuk (acte 1, scène 1).
In 1933 werd de Preußische Akademie der Künste in opdracht van Joseph Goebbels van ongewenste auteurs gezuiverd (onder andere Döblin en Thomas Mann werden tot vertrek gedwongen), teneinde door 'aanvaardbare' schrijvers te worden vervangen; het instituut van de Reichsschrifttumskammer waakte voortaan over alle gepubliceerde werken in het rijk, en auteurs die wilden publiceren, dienden ariërs te zijn, en bereid het rijk te dienen, om toegelaten te worden. Vanaf 1935 was Johst voorzitter van de Kammer. Hij werkte daarnaast als artistiek directeur van de Berlijnse schouwburg aan de Gendarmenmarkt. In 1940 ontving hij de Goethe-Medaille.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Johst voor de SS, waar hij in 1944 tot in het bestuur werd bevorderd. Na de oorlog werd hij gearresteerd. In 1949 liep hij een veroordeling voor zijn activiteiten tijdens de oorlog op, waartegen hij in beroep ging. Het resultaat was dat de beschuldiging verzwaard werd en Johst als een van de grote nazimisdadigers werd geclassificeerd; hij kreeg drie en een half jaar dwangarbeid opgelegd en kwam vrij in 1955. Zijn carrière was voorgoed afgelopen.
Hanns Johst is een auteur die wellicht niet ongetalenteerd was, maar wiens werk zodanig ingebed was in een ideologie die na de Tweede Wereldoorlog verworpen werd, dat men zijn oeuvre zo snel mogelijk wilde vergeten.
Werken
Romans, verhalen en novellen

Der Anfang, 1917
Der Kreuzweg, 1921
Consuela, 1924
Consulea. Aus dem Tagebuch einer Spitzbergenfahrt, 1925
So gehen sie hin. Ein Roman vom sterbenden Adel. 1930
Die Begegnung, 1930
Die Torheit einer Liebe, 1931
Ave Eva, 1932
Mutter ohne Tod. Die Begegnung, 1933
Maske und Gesicht, 1935
Gesegnete Vergänglichkeit, 1955
Toneel[bewerken]
Stunde der Sterbenden, 1914
Stroh, 1915
Der junge Mensch, 1916
Der Ausländer, 1916
Stroh, 1916
Der Einsame, 1917
Der König, 1920
Propheten, 1922
Wechsler und Händler, 1923
Die fröhliche Stadt, 1925
Der Herr Monsieur, 1926
Thomas Paine, 1927
Schlageter, 1933
Fritz Todt. Requiem, 1943
Poëzie[bewerken]
Wegwärts, 1916
Rolandruf, 1918
Mutter, 1921
Lieder der Sehnsucht, 1924
Briefe und Gedichte von einer Reise durch Italien und durch die Wüste, 1926

Johst in 1933
Geboren 8 juli 1890 
Seerhausen bei Riesa , Saksen-rijk
Ging dood 23 november 1978 (88 jaar) Ruhpolding , Beieren , West-Duitsland
Trouw 
Duits rijk (tot 1918)
Weimar Republiek (tot 1933)
Nazi-Duitsland (tot 1945)
Service / tak Duits leger in de Eerste en Waffen SS in de Tweede Wereldoorlog
Dienstjaren 1914-1918 en 1939-1945
Rang SS-Gruppenführer
Commando's gehouden 
Präsident der Akademie für Deutsche Dichtung
Präsident der Reichsschriftumskammer
Stab Reichsführer-SS
Gevechten / oorlogen 
Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog
Awards SS-Honor Ring

 

Hanns Johst bij de uitreiking van een NSDAP Kunstprijs aan hem op 11 september 1935 door Alfred Rosenberg (op de rug gezien)

 


Traudl Junge

Traudl Junge-Humps (München, 16 maart 1920 - aldaar, 11 februari 2002) was secretaresse van Adolf Hitler van 1942 tot april 1945.
Leven
Junge werd geboren als Gertraud Humps in München. Ze was de dochter van de brouwmeester en reserve-officier (luitenant) Max Humps. In 1942 werd zij één van de vier privésecretaresses van Hitler die hem volgden naar Berchtesgaden (het Berghof), de Wolfsschanze in Oost-Pruisen en ten slotte naar Berlijn. In juni 1943 trouwde ze, na Hitlers aanmoedigingen, met de SS-officier Hans-Hermann Junge, die in augustus 1944 sneuvelde tijdens de Slag om Normandië.
Door de verslechterde verhouding tussen Hitler en zijn legertop fungeerden zijn secretaresses steeds meer als zijn dagelijkse entourage. Ze moesten zijn dagritme volgen (laat op en laat naar bed) en vaak met de Führer de maaltijden gebruiken. Traudl leerde zo Eva Braun en vele anderen uit de nazi-top persoonlijk kennen. Ze zei later: "Ik was 22 en kende niets van politiek, het interesseerde me niet." Decennia later voelde ze zich ook enorm schuldig vanwege de grootste crimineel ooit geleefd, graag gemogen te hebben.
Ze zei: "Ik was gefascineerd door Adolf Hitler. Hij was een vriendelijke baas en een vaderlijke vriend. Ik negeerde opzettelijk mijn innerlijke waarschuwingssignalen en genoot van de tijd aan zijn zijde tot aan het bittere eind. Het was niet wat hij zei, maar hoe hij de dingen zei en deed."
Na de zelfmoord van Hitler op 30 april 1945 vluchtte ze uit Berlijn. Ze werd door de geallieerden gearresteerd, maar vanwege haar jeugdige leeftijd slechts als meeloper beschouwd en niet gestraft.
In 1947 zette zij op aanraden van een bevriende ondernemer haar ervaringen voor zichzelf op papier, maar publiceerde die niet, 'omdat niemand aan zulke verhalen behoefte zou hebben'. Daarna werkte ze als secretaresse (o.a. voor het geïllustreerde tijdschrift Quick) en later als freelance journaliste. In 1972 deed zij in de Britse televisieserie World at War mondeling haar verhaal over de laatste dagen van Hitler. In 2000 leerde Traudl Junge de schrijfster Melissa Müller kennen, die haar voorstelde aan de Oostenrijkse kunstenaar André Heller. Deze maakte een documentaire over Traudl Junge en ze maakte na meer dan vijftig jaar haar manuscript openbaar. In 2002 kwam het boek van Melissa Müller over Traudl Junge uit: Bis zur letzten Stunde. Hitlers Sekretärin erzählt ihr Leben.
Hitlers verjaardagsfeestje
Een van de meest opmerkelijke momenten en één van de meest bizarre passages van Hitler was ongetwijfeld zijn verjaardagsfeestje. Junge beschreef dit feestje meer dan een halve eeuw later aan Gitta Sereny: "De salon was verlaten, er stond enkel nog een grote, feestelijk gedekte tafel, iedereen dronk champagne, lijfarts Morell, Bormann, Von Ribbentrop, Speer en Goebbels dansten met de secretaresses op muziek van almaar weer dezelfde krassende smartlap 'Blutrote Rosen erzählen dir vom Glück'. Er werd veel en hysterisch gelachen." Junge zelf kon het er naar eigen zeggen niet uithouden en ging naar bed.
Dood
Traudl Junge stierf vlak na de publicatie op 11 februari 2002 aan longkanker in een Münchens ziekenhuis. Op haar boek werd de in 2004 uitgebrachte film Der Untergang gebaseerd.
Bronnen
Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.

Traudl Junge 1997.tif

Geboortedatum 16 maart 1920
Sterfdatum 11 februari 2002
Geslacht Vrouw
Geboorteplaats München
Plaats van overlijden München
Functie
Zijde Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Speciale functie Secretaresse van Adolf Hitler (1942-1945)

 


Friedrich Kellner

August Friedrich Kellner (Vaihingen an der Enz, Duitsland, 1 februari 1885 - Lich, Duitsland, 4 november 1970) was een Duitse sociaaldemocraat een auteur van een geheim dagboek tijdens het nazitijdperk
Na de Tweede Wereldoorlog verklaarde hij zijn doel:
"Ik kon nazi's niet in het heden bestrijden, aangezien zij nog de macht hadden mij te doen zwijgen. Daarom besliste ik hen in de toekomst te bestrijden. Ik zou de komende generaties een wapen geven tegen een herhaling van dergelijk kwaad. Mijn ooggetuigenverslag zou de barbaarse handelingen registreren en zo tonen hoe ze tegengehouden konden worden."
Biografie
Familie en onderwijs

August Friedrich Kellner werd op 1 februari 1885 geboren in Vaihingen an der Enz. Hij was het enige kind van Georg Friedrich Kellner, een bakker van het dorp van Arnstadt in Thüringen, en Barbara Wilhelmine Vaigle uit Bissingen an der Enz. De ouders van Friedrich behoorden tot het Evangelisch Luthers geloof. Toen Friedrich vier jaar oud was, verhuisde zijn familie zich aan Mainz waar zijn vader de hoofdbakker in Goebels Zuckerwerk werd.
In december 1902 behaalde Friedrich Kellner zijn diploma aan het gymnasium Goethe. Hij begon te werken als bediende in het gerechtsgebouw van Mainz. Hij werkte daar vanaf 1903 tot 1933, eerst als secretaris, toen accountant, en ten slotte als justitieel inspecteur.
Legerdienst en huwelijk
In 1907 en 1908 vervulde Friedrich Kellner zijn militaire reserveplicht in de 6e Infanteriecompagnie van Leibregiments Grossherzogin (3. Grossherzoglich Hessisches) Nr. 117 in Mainz.
In 1913 huwde hij met Pauline Preuss uit Mainz. Hun enig kind, Karl Friedrich Wilhelm Kellner, werd drie jaar later geboren.
Toen de Eerste Wereldoorlog in 1914 begon, werd Friedrich Kellner teruggeroepen voor actieve dienst in het Prinz Carl Infanterieregiment (4. Grossherzoglich Hessisches Regiment) Nr. 118, in Worms. Hij vocht in Frankrijk in de Marne en werd verwond nabij Reims.
Politiek activisme
Ondanks zijn loyaliteit aan het regime van de keizer, verwelkomde Friedrich Kellner de geboorte van de Duitse democratie na de oorlog. Hij werd een organisator voor de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD).
Vanaf die eerste dagen van de Weimarrepubliek sprak hij uit tegen het gevaar van extremisme, zowel van de communisten als van de nationaalsocialisten. Hij zou zijn oppositie uiten door op vergaderingen Adolf Hitlers Mein Kampf aan de menigte te tonen en ter schreeuwen: "Gutenberg, uw drukpers wordt bezoldigd door dit kwade boek." Bij meer dan één gelegenheid werd Kellner geslagen en bedreigd voor het uitdrukken van zijn meningen tegen nazi's.
Twee weken vóór Adolf Hitler werd ingezworen als kanselier, en vóór het begin van diens meedogenloze achtervolging van politieke tegenstanders, nam Friedrich Kellner zijn vrouw en zoon in veiligheid op het platteland. Zij verhuisden naar het dorp Laubach, waar hij als hoofdinspecteur van justitie bij het districtshof werkte. In 1935 emigreerde zijn zoon naar de Verenigde Staten om de dienstplicht in Hitlers leger te vermijden.
Tijdens de pogrom van November van 1938, bekend als de Kristallnacht, hielpen Friedrich en Pauline Kellner hun Joodse buren. Kellner werd ervoor gewaarschuwd dat zij hetzelfde lot als hun buren zouden ondergaan als zij hun weerstand tegen het nazibeleid voortzetten. Friedrich werd verteld dat hij en Pauline naar een concentratiekamp zouden worden gestuurd als hij een "slechte invloed" op de bevolking van Laubach bleef hebben.
Omdat hij niet openlijk politiek actief kon blijven vertrouwde Friedrich Kellner zijn gedachten aan een geheim dagboek toe. Hij wilde dat zijn zoon en komende generaties zouden weten dat de democratie zich tegen dictaturen moet verzetten. Hij wilde iedereen waarschuwen om zich tegen tirannie, terrorisme en extremisme te blijven verzetten.
Tegen de tijd dat de oorlog eindigde telde het dagboek van Friedrich Kellner 861 pagina's in tien delen.
Na de oorlog
Nadat de oorlog hielp Friedrich Kellner om de SPD in Laubach te doen herleven, en werd hij de regionale partijvoorzitter. In de jaren 1945 en 1946 was hij de viceburgemeester van Laubach, en vanaf 1956 tot 1960 was hij Eerste Raadslid van de stad en opnieuw viceburgemeester.
Friedrich Kellner was belangrijkste rechtvaardigheidsinspecteur en de beheerder van het gerechtsgebouw in Laubach vanaf 1933 tot 1947. Hij diende als districtsauditor in het regionale hof in Giessen vanaf 1948 tot 1950. Na zijn pensionering in 1950 diende hij nog drie jaar als rechtskundige adviseur in Laubach.
In 1968 gaf Friedrich Kellner zijn dagboek, die hij in het geheim tussen 1939 en 1945 had geschreven, aan zijn Amerikaanse kleinkind, Professor Robert Scott Kellner, om het te vertalen en het onder de aandacht van het publiek te brengen. Op 4 november 1970 stierf Friedrich Kellner en werd begraven naast zijn vrouw op de belangrijkste begraafplaats in Mainz.
Werk
Dagboek van Friedrich Kellner

Het dagboek bestaat uit tien delen met in totaal 861 pagina's. Het bevat 676 apart gedateerde lemma's in Sütterlin-handschrift en meer dan 500 krantenknipsels. Kellner dacht dat zijn observaties niet alleen de vreselijke gebeurtenissen van die jaren documenteerden, maar toekomstige generaties ook een middel bood om dergelijke rampen te verhinderen: consequent verzet tegen ideologieën die het menselijke leven en de persoonlijke vrijheid niet respecteren.
Ontvangst
In de lente van 2005 werd het dagboek tentoongesteld in de George Bush Presidential Library in College Station, Texas.
De krant van Giessener Anzeiger en de Groep Heimatkundliche in Laubach presenteerden een tentoonstelling over Friedrich Kellner in september 2005 in het Heimat Museum van Laubach.
In de zomer van 2006 werd het dagboek tentoongesteld in het Holocaust Museum Houston in Texas.
In 2007 produceerde CCI Entertainment, een Canadees filmbedrijf, een documentairefilm over Friedrich Kellner en zijn kleinzoon Robert Scott Kellner, My Opposition: the Diaries of Friedrich Kellner.
In 2010 werd het dagboek tentoongesteld in de Dwight Eisenhower Presidential Library in Abilene, Kansas.
In 2011 het dagboek was gepubliceerd: Friedrich Kellner, 'Vernebelt, verdunkelt sind alle Hirne,' Tagebücher 1939-1945, Wallstein Verlag Göttingen 2011, ed. Sascha Feuchert, Robert Martin Scott Kellner, Erwin Leibfried, Jörg Riecke, Markus Roth, ISBN 978-3835306363.

Friedrich Kellner 1934-b.jpg

Friedrich Kellner in 1934
Geboren 1 februari 1885 
Vaihingen an der Enz , Duitse Rijk
Ging dood 4 november 1970 (85 jaar) 
Lich , West-Duitsland
Onderwijs Oberrealschule (middelbare school)
Bezetting Justitie inspecteur
Partner (s) Pauline Preuss
Kinderen Fred William Kellner
Ouders) Georg Friedrich Kellner 
Barbara Wilhelmine geboren Vaigle

 

Vaihingen an der Enz , geboorteplaats van Kellner

 

Kellner-graf, Mainz

 


Hanns Kerrl

Hanns Kerrl (11 december 1887 - 15 december 1941) was een Duitse nazi- politicus. Zijn prominentste positie, vanaf juli 1935, was die van Reichsminister of Church Affairs. Hij was ook president van de Pruisische Landtag (1932-1934) en hoofd van de Zweckverband Reichsparteitag Nürnberg en in die hoedanigheid redigeerde hij een aantal Nürnberger rally- jaarboeken.
Vroege leven 
Kerrl werd geboren in een protestantse familie in Fallersleben ; zijn vader was een rector. Hanns Kerrl vervoegde de nazi-partij (NSDAP) in 1923 en ging kort daarna in de regionale politiek.
Carrière
Op 17 juni 1934 werd hij Reichsminister zonder Portfolio. In het volgende jaar, op 16 juli 1935, werd hij benoemd tot Reichsminister für die kirchlichen Angelegenheiten (minister van kerkelijke zaken) om een ​​nieuw opgerichte bediening te leiden. Aan de ene kant moest Kerrl bemiddelen tussen die nazi-leiders die het christendom haatten (bijvoorbeeld Heinrich Himmler ) en de kerken zelf en het religieuze aspect van de nazi-ideologie benadrukken. Aan de andere kant, in overeenstemming met het beleid van Gleichschaltung , was het de taak van Kerrl om de kerken te onderwerpen - de verschillende denominaties en hun leiders onderwerpen en ondergeschikt maken aan de grotere doelen die door de Führer , Adolf Hitler, werden bepaald. Kerrl was inderdaad aangesteld nadat Ludwig Müller er niet in was geslaagd de protestanten te verenigen in één 'Rijkskerk'.
Kerrl werd beschouwd als een van de zachtere nazi's. Niettemin onthulde hij in een toespraak voor verschillende compliant kerkleiders in 1935 de toenemende vijandigheid van het regime tegenover de kerk toen hij verklaarde: " Positief christendom is nationaal-socialisme." Hij zette ook de meeste protestantse predikanten onder druk om een ​​eed van trouw aan Hitler af te leggen.
Gregory Munro ( Australische Katholieke Universiteit , Brisbane ) verklaart dat "Kerrl de enige minister was met een expliciete toezegging om een ​​synthese te bereiken tussen nazisme en christendom." Veel voor de woede van de leidende nazi's, Kerrl beweerde dat het christendom een ​​essentiële basis gaf voor de nazi-ideologie en dat de twee krachten moesten worden verzoend Op korte termijn, althans, lijkt het erop dat Hitler hoopte het initiatief in de kerkstrijd terug te winnendoor terug te keren naar het officiële NSDAP-beleid van neutraliteit. De beschikbare documenten suggereren dat Hitler temidden van twee benaderingen van de kwestie van de kerken temporiseerde. Aan de ene kant wilden de overheersende radicale elementen in de partij de administratieve invloed in de Duitse samenleving zo snel mogelijk verminderen - en met geweld als dat nodig was. Aan de andere kant had Hitler duidelijk veel te winnen bij elke mogelijke vreedzame oplossing, waarbij de kerken op zijn minst impliciete erkenning zouden geven aan de suprematie van de nazi-ideologie in het publieke domein en zich alleen zouden beperken tot hun interne aangelegenheden.
"In 1935 scoorde Kerrl enkele aanvankelijke successen in het verzoenen van de verschillende partijen in de Kerkstrijd, maar tegen de tweede helft van 1936 werd zijn positie duidelijk ondermijnd door vijandigheid van de NSDAP en door de weigering van de kerken om samen te werken met een overheidsorgaan dat ze beschouwden de Joden als een gevangene of stroman van de nazi-partij Hitler nam geleidelijk een meer compromisloze en onverdraagzame houding aan, waarschijnlijk onder de groeiende invloed van ideologen zoals Bormann , Rosenberg en Himmler, die geen idee hadden van het nieuwe Duitsland dat een Christelijke fundering zelfs in een symbolische vorm. 
Steeds gemarginaliseerd door Hitler, die hem niet eens een persoonlijk gesprek toestond, werd Kerrl wanhopig en verbitterd. Een volledig machteloze minister, hij stierf in functie op 15 december 1941, 54 jaar oud. Hitler heeft geen opvolger benoemd.
Persoonlijkheid 
De Amerikaanse diplomaat William Russell schreef in zijn memoires (de ambassade van Berlijn ) dat Kerrl "tot in de kleine uurtjes van de ochtend" Berlijnse duiken en bars bezocht. 
Trivia 
Kerrl noemde ooit Hitler 'Germany's Jesus Christ'.

Bundesarchiv Bild 102-14899, Jüterbog, Referendarlager.jpg

Geboortedatum 11 december 1887
Sterfdatum 12 december 1941
Geslacht Man
Geboorteplaats Fallersleben
Plaats van overlijden Berlijn
Functie
Zijde Nazi-Duitsland
Organisatie NSDAP
Speciale functie Minister van Kerkelijke aangelegenheden

 


Klaus Riedel

Klaus Riedel (Wilhelmshaven, 2 augustus 1907 – Karlshagen, 4 augustus 1944) was een Duitse raketpionier uit de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw. Hij verloor al vroeg beide ouders. Zijn moeder stierf toen hij twaalf was; zijn vader (marineofficier) overleed twee jaar later. Zijn grootmoeder Meta Riedel ontfermde zich over hem en Riedel trok naar de familieboerderij in Bernstadt a. d. Eigen. In 1929, toen hij een opleiding tot paswerker volgde aan het Technisch College te Berlijn, woonde hij een uiteenzetting van Rudolf Nebel bij. Nebel was een van de toonaangevende figuren binnen de VfR (Verein für Raumschiffahrt ).
Eerste jaren, VfR
De enthousiaste Riedel werd terstond lid en ontpopte zich als een van de drijvende krachten achter de ontwikkeling van de Mirak en Repulsor raketten. De eerste prototypes werden in 1930 op de boerderij uitgetest. Meta steunde hem in zowel financieel als materieel opzicht. Riedel werkte aan de verdere ontwikkeling van de Mirak, die zo'n honderd vluchten maakte die meestal goed afliepen. Hij stopte daarmee in september 1930, toen een raketmotor thuis ontplofte.
Op 10 mei 1931 lanceerde hij de Repulsor, die met de verbrandingskamer van de Mirak was uitgerust. Dit eerste exemplaar bereikte een hoogte van ± 18 meter. Een maand later reikte Mirak II/Repulsor 3 tot een hoogte van ± 178 meter. Twee andere vluchten bereikten hoogtes van 1 respectievelijk 1,6 kilometer. In de zomer van 1932 mislukte de vlucht van Mirak III toen die op 70 meter hoogte van zijn koers afweek.
De crisisjaren lieten ook de VfR niet onberoerd, die met chronisch geldgebrek kampte. Op 30 september 1933 werd de VfR daarom ontbonden en Riedel vond een baan bij Siemens. Niet dat het veel uitmaakte: het naziregime verbood alle particuliere raketonderzoek en het leger nam de verdere ontwikkeling van raketten over. Wie weigerde, kreeg bezoek aan huis.
Von Braun haalt Riedel naar Peenemünde
Riedels vorderingen gingen echter niet aan het oog van een andere raketpionier, Von Braun, voorbij. Op zijn uitnodiging accepteerde Riedel een betrekking als hoofd van het testlaboratorium van het leger. In deze functie droeg hij verantwoordelijkheid voor de ondersteunende technische dienst op het testterrein nabij Peenemünde. In eerste instantie verliep de samenwerking niet bijster geslaagd, maar Von Braun zette Riedel aan de ontwikkeling van een mobiel lanceersysteem van de A-4, de later berucht geworden V2. Riedel leverde uitmuntend werk af. Hij was de eerste die erin slaagde om een lanceeruitrusting voor grote raketten te ontwerpen, bouwen en te perfectioneren. Dit bleek een belangrijke stap voorwaarts in de verdere ontwikkeling van de V2 tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Gestapo
Op 13 maart 1944 pakte de Gestapo Helmut Gröttrup, Wernher von Braun, Magnus von Braun en Klaus Riedel op en sloot hen op in de gevangenis van Stettin omdat ze zich met bemande ruimtevaart bezighielden in plaats van met de ontwikkeling van wapens voor de oorlog.
Oordeel
Riedel scheen twee verschillende kanten te hebben. Aan de ene kant hielp deze geleerde (klaarblijkelijk zonder enig moreel bezwaar) de nazi's om oorlogstuig te ontwerpen. Zijn collega's herinnerden hem echter als een vriendelijke en sociale collega. Hij zou de oorlog niet overleven.
Overlijden
Riedel kwam op 4 augustus 1944 tijdens een auto-ongeval in de buurt van Karlshagen om het leven. Hij werd slechts 37 jaar. Er is een maankrater naar hem vernoemd, de Riedel krater die zich aan de achterkant van de maan bevindt.

Monument voor Klaus Riedel te Bernstadt a. d. Eigen

Monument voor Klaus Riedel te Bernstadt a. d. Eigen
Algemene informatie
Geboren Wilhelmshaven, 2 augustus 1907
Overleden Karlshagen, 4 augustus 1944
Nationaliteit Duitsland
Beroep Paswerker, raketontwerper

 


Fritz Klein

Fritz Klein (24 november 1888 - 13 december 1945) was een Duitse nazi- arts die werd opgehangen voor zijn rol in gruweldaden in het concentratiekamp Bergen-Belsen tijdens de Holocaust .

Het vroege leven en onderwijs 
Klein werd geboren in Feketehalom , Oostenrijk-Hongarije (nu Codlea in centraal Roemenië ). Klein werd beschouwd als een Volksdeutscher , of een etnische Duitser. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Boedapest en voltooide zijn militaire dienst in Roemenië , en voltooide zijn studie in Boedapest na de Eerste Wereldoorlog . Hij woonde als een arts in Siebenbürgen ( Transylvania). In 1939 werd hij als Roemeens staatsburger opgeroepen tot het Roemeense leger, waar hij na het uitbreken van de oorlog met de Sovjet-Unie in 1941 als paramedicus aan het oostfront diende. In mei 1943 schreef de Roemeense dictator Marshal Antonescu , op verzoek van Hitler om etnische Duitsers in het Roemeense leger vrij te laten, hen in het Duitse leger. Vandaar dat Klein soldaat werd in de Waffen-SS , werd opgenomen in het SS-Personalhauptamt en werd geposteerd in Joegoslavië .

Carrière 
Op 15 december 1943 arriveerde hij in concentratiekamp Auschwitz , waar hij aanvankelijk als kamparts in het vrouwenkamp in Birkenau diende . Vervolgens werkte hij als kamparts in het zigeunerkamp . Hij nam ook deel aan talrijke selecties (" Selektionen ") op de oprit. In december 1944 werd hij overgebracht naar concentratiekamp Neuengamme , van waaruit hij in januari 1945 naar het concentratiekamp Bergen-Belsen werd gestuurd . Hij bleef in het kamp met commandant Josef Kramer en assisteerde hem aan de Britse troepen. Klein werd gevangengezet en moest helpen om alle onbegraven lijken in massagraven te begraven. De BrittenVijfde Army Film & Photographic Unit fotografeerde Klein in een massagraf op een bekende foto uit 1945.

Op de vraag hoe hij zijn acties verzoende met zijn ethische verplichtingen als arts, zei Klein:

"Mijn eed van Hippocrates zegt me dat ik een gangbare blindedarm uit het menselijk lichaam moet snijden, de joden zijn de gangbare bijlage van de mensheid en daarom heb ik ze eruit gesneden.

Klein en 44 andere kampstafleden werden berecht in het Belsen-proces door een Britse militaire rechtbank in Lüneburg . De proef duurde enkele weken van september tot november 1945. Tijdens de proef verklaarde Anita Lasker dat hij deelnam aan selecties voor de gaskamer. Hij werd ter dood veroordeeld en op 13 december 1945 door Albert Pierrepoint in de gevangenis van Hamelin opgehangen .

Fritz Klein tijdens het Bergen-Belsen-proces

Fritz Klein tijdens het Bergen-Belsen-proces
Algemeen
Geboortedatum 24 november 1888
Sterfdatum 13 december 1945
Geboorteplaats Feketehalom, District Brașov, Roemenië
Plaats van overlijden Hameln, Britse bezettingszone in Duitsland
Functie
Zijde Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Organisatie Schutzstaffel
Speciale functie Kamparts in Auschwitz-Birkenau, Neuengamme en Bergen-Belsen

 

Fritz Klein

Fritz Klein (24 november 1888 - 13 december 1945) was een Duitse nazi- arts die werd opgehangen voor zijn rol in gruweldaden in het concentratiekamp Bergen-Belsen tijdens de Holocaust .

Het vroege leven en onderwijs 
Klein werd geboren in Feketehalom , Oostenrijk-Hongarije (nu Codlea in centraal Roemenië ). Klein werd beschouwd als een Volksdeutscher , of een etnische Duitser. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Boedapest en voltooide zijn militaire dienst in Roemenië , en voltooide zijn studie in Boedapest na de Eerste Wereldoorlog . Hij woonde als een arts in Siebenbürgen ( Transylvania). In 1939 werd hij als Roemeens staatsburger opgeroepen tot het Roemeense leger, waar hij na het uitbreken van de oorlog met de Sovjet-Unie in 1941 als paramedicus aan het oostfront diende. In mei 1943 schreef de Roemeense dictator Marshal Antonescu , op verzoek van Hitler om etnische Duitsers in het Roemeense leger vrij te laten, hen in het Duitse leger. Vandaar dat Klein soldaat werd in de Waffen-SS , werd opgenomen in het SS-Personalhauptamt en werd geposteerd in Joegoslavië .

Carrière 
Op 15 december 1943 arriveerde hij in concentratiekamp Auschwitz , waar hij aanvankelijk als kamparts in het vrouwenkamp in Birkenau diende . Vervolgens werkte hij als kamparts in het zigeunerkamp . Hij nam ook deel aan talrijke selecties (" Selektionen ") op de oprit. In december 1944 werd hij overgebracht naar concentratiekamp Neuengamme , van waaruit hij in januari 1945 naar het concentratiekamp Bergen-Belsen werd gestuurd . Hij bleef in het kamp met commandant Josef Kramer en assisteerde hem aan de Britse troepen. Klein werd gevangengezet en moest helpen om alle onbegraven lijken in massagraven te begraven. De BrittenVijfde Army Film & Photographic Unit fotografeerde Klein in een massagraf op een bekende foto uit 1945.

Op de vraag hoe hij zijn acties verzoende met zijn ethische verplichtingen als arts, zei Klein:

"Mijn eed van Hippocrates zegt me dat ik een gangbare blindedarm uit het menselijk lichaam moet snijden, de joden zijn de gangbare bijlage van de mensheid en daarom heb ik ze eruit gesneden.

Klein en 44 andere kampstafleden werden berecht in het Belsen-proces door een Britse militaire rechtbank in Lüneburg . De proef duurde enkele weken van september tot november 1945. Tijdens de proef verklaarde Anita Lasker dat hij deelnam aan selecties voor de gaskamer. Hij werd ter dood veroordeeld en op 13 december 1945 door Albert Pierrepoint in de gevangenis van Hamelin opgehangen .

Fritz Klein tijdens het Bergen-Belsen-proces

Fritz Klein tijdens het Bergen-Belsen-proces
Algemeen
Geboortedatum 24 november 1888
Sterfdatum 13 december 1945
Geboorteplaats Feketehalom, District Brașov, Roemenië
Plaats van overlijden Hameln, Britse bezettingszone in Duitsland
Functie
Zijde Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Organisatie Schutzstaffel
Speciale functie Kamparts in Auschwitz-Birkenau, Neuengamme en Bergen-Belsen

 


Woldemar Klingelhöfer

Waldemar (. Eigentl Woldemar ) Klingelhöfer (* 4. April 1900 in Moskou ,? † na 1956) was een Duitse Sturmbannführer die in Einsatzgruppe B in het doden van Joden in het Duitse Rijk bezette gebieden van Noord-Oekraïne en Wit-Rusland was erbij betrokken. Klingelhöfer was in 1948 Einsatzgruppen Trial tot de dood veroordeeld, maar vrijgelaten 1956

Leven 
Klingelhöfer werd in Rusland geboren als de zoon van in Duitsland geboren ouders. Hij woonde het Wilhelm Gymnasium Kassel bij en nam deel aan de Eerste Wereldoorlog als soldaat van juni tot december 1918 . Klingelhöfer keerde na de oorlog naar Kassel terug en kreeg er in 1919 in Kassel Wilhelmsgymnasium een middelbare school. In 1923 voltooide hij de opleiding tot vocaal leraar aan een muziekacademie. Hij zong concerten in een aantal locaties in Duitsland en werkte vanaf 1935 als een operazangeres . 

Klingelhöfer trad op 1 juni 1930 op 30-jarige leeftijd toe tot de NSDAP - ruim voor de " machtsovername " . ( ID nummer 258.951). In februari 1933 trad hij ook de SS op (SS-lidmaatschap. 52744) 1934, de Sicherheitsdienst (SD). 

Met ingang van juni 1941, diende hij als adjunct- Günther ruis in het Sonderkommando 7b opereren vanuit juli 1941 maakte hij deel uit van de "Vorkommando Moskou", een speciaal detachement van Einsatzgruppe B, die hij op bevel van Arthur Nebe tijdelijk geleid. In september van het jaar was hij lid van de staf van groep B, als commandant van het Sonderkommando verving hem Erich Körting . Meest recent was zijn rang SS-Sturmbannführer .

Van 1947-1948 Klingelhöfer was een van de 24 verdachten in de Einsatzgruppen Trial , zijn advocaat was Dr. Erich Mayer geassisteerd door Dr. med. Ferdinand Leis. De keurmeester was Michael A. Musmanno . De vervolging, onder leiding van Benjamin Ferencz klaagde Klingelhöfer basis van de officiële verslagen van de Einsatzgruppen aan, als commandant van "Vorkommandos Moskou" de verantwoordelijkheid voor de moord op ten minste 100 mensen om 13 september 1941 van een verdere 1885 mensen tot 28 September 1941, en een deel van de 572 tot 26 oktober 1941 vermoordde personen om te dragen. Op 9 april 1948 was Klingelhöfer in alle drie aanklachten - (1) misdaden tegen de menselijkheid(2) oorlogsmisdaden , (3) deelneming aan een criminele organisatie - schuldig bevonden. Hij werd ter dood veroordeeld . 

Geopend in het voorjaar van 1950 gevormd Advisory Board on Clemency (dt: Adviesraad voor clementie verzoeken , volgens zijn voorzitter en Peck panel genoemd) die worden aanbevolen op 28 augustus 1950 in de zaak Klingelhöfer een afwijzing van de clementie petitie en de doodstraf. De Amerikaanse Hoge Commissaris John McCloy heeft deze aanbeveling niet te volgen, en verminderde Klingelhöfers zin op 31 januari 1951 een levenslange gevangenisstraf . In de loop van verdere verkorting van de gevangenis werd Klingelhöfer uiteindelijk in december 1956 op proef vrijgelaten uit de oorlogsmisdadige gevangenis Landsberg .Terug in vrijheid woonde hij in Villingen en werkte hij als werknemer
Militaire loopbaan
SS-Untersturmführer: 12 september 1937
SS-Sturmbannführer: 30 januari 1941
Registratienummers
NSDAP-nr.: 258 951 (lid 1 juni 1930)
SS-nr.: 52 744 (lid 1 februari 1933)
Decoraties
Ehrendegen des Reichsführers-SS
Kruis voor Oorlogsverdienste, 2e klasse

Woldemar Klingelhöfer op het Einsatzgruppen-proces in Neurenberg

Woldemar Klingelhöfer op het Einsatzgruppen-proces in Neurenberg
Geboren 4 april 1900
Moskou
Overleden rond 1980
Land/partij Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Flag of the Schutzstaffel.svg Schutzstaffel
Dienstjaren 1933 - 1945
Rang SS-Sturmbannfuehrer,collar.png Shoulder-wss-ill-sturmbannf.jpg
SS-Sturmbannführer
Eenheid 11. Pioniers Bataljon
Sicherheitsdienst
Einsatzgruppe B
Sonderkommando 7b
Leiding over Vorkommando Moskou
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog

 


Gustav Krupp von Bohlen und Halbach

Gustav Georg Friedrich Maria Krupp von Bohlen und Halbach, meestal aangeduid als Gustav Krupp (Den Haag, 7 augustus 1870 – Blühnbach, 16 januari 1950) was een Duits militair industrieel (Friedrich-Krupp A.G., later ThyssenKrupp). Hij werd geboren als de zoon van de Duitse diplomaat Gustav von Bohlen und Halbach Sr.
Von Bohlen Jr. volgde een opleiding tot jurist en was later werkzaam op het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken en als diplomaat.
In 1906 trouwde hij met Bertha Krupp, enige aandeelhoudster van het familiebedrijf Friedrich-Krupp A.G. Hij voegde haar naam bij de zijne en heette voortaan Gustav Krupp von Bohlen und Halbach. En hij nam de leiding over het bedrijf.
Vanaf 1908 bouwde het echtpaar Krupp de arbeidsvoorzieningen verder uit. Tijdens de Eerste Wereldoorlog richtte de onderneming zich op de Duitse oorlogsindustrie, omdat handel drijven met het buitenland als gevolg van de oorlog niet mogelijk bleek. Omdat veel mannelijke arbeiders in het leger moesten, zette het bedrijf veel vrouwelijke arbeidskrachten in. Het bedrijf leed na de oorlog verlies vanwege de ontwapeningspolitiek en de bezetting van het Ruhrgebied.
Krupp werd in 1924 directeur van een industriële bank. Van 1931 tot 1934 was hij president van het Duitse Rijksverband (vanaf 1933: Rijksstand) der Duitse Industrie. Van 1932 tot 1943 was Krupp directeur van de bestuursraad van de onderneming Friedrich-Krupp A.G. De nationaalsocialistische bewapeningspolitiek werd door Krupp verwelkomd en de productie nam in de jaren dertig (maar ook tijdens de oorlog) enorm toe. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werkten er ruim 100.000 dwangarbeiders in de Krupp-fabrieken. In 1943 trad Krupp wegens ziekte af als hoofdbestuur van de onderneming. Hij werd opgevolgd door zijn oudste zoon Alfried Krupp. In 1944 vestigde hij zich op landgoed Blühnbach in Oostenrijk.
Na de oorlog werd Krupp gedagvaard om terecht te staan tijdens het Proces van Neurenberg wegens zijn aandeel in de oorlogsproductie. Wegens zijn zwakke gezondheid werd hij echter niet vervolgd.
Krupp von Bohlen und Halbach stierf op 79-jarige leeftijd op zijn landgoed Blühnbach.

Gustav Krupp von Bohlen und Halbach

 


Walter Kutschmann

Walter Kutschmann ( Dresden , Duitsland , 24 juli van 1914 - Buenos Aires, Argentinië , 30 augustus 1986) was een Untersturmführer van de SS en de officier van de Gestapo , beschuldigd van verantwoordelijk te zijn voor de slachting van 2.000 Poolse joden in Lviv , Polen in 1941. 1

Biografie 
Walter Kutschmann werd geboren in Dresden in 1914, de zoon van een tandarts gevestigd in de Hanzestad, in 1928 werd hij lid van de Hitlerjugend en in 1932 was een militair terrein in de Luftwaffe tot 1936. Hij begon wet studies; maar hij verliet de race toetreding tot de Legion trouw aan de krachten van Francisco Franco in Spanje deelnemen aan de Spaanse Burgeroorlog , die later werd derde secretaris van het Duitse consulaat in Cadiz.
Begon de Tweede Wereldoorlog, verhuisde naar Leipzig, waar hij werd aangenomen bij de veiligheidstroepen onder bevel van Eberhard Schöngarth . Hij werd gepromoveerd tot Untersturmführer en was een officier die de leiding had over een Einsatzgruppen- uitroeiingsgroep die in Drohobycz , Polen, opereerde . Onder zijn leiding, Kutschmann beval de executie van 36 professoren in Lwów en dan 1.500 Poolse intellectuelen in de regio Lviv in Brzeziny en Podhajce in 1942. In 1944 werd hij onder de bevelen van de geheim agent van de SS werd overgebracht naar Parijs Hans Günther von Dincklage waar hij kort betrekking op hadCoco Chanel in de zogenaamde Operatie Modellhut .
Terwijl in Frankrijk in de late 1944 overgelopen hij te nemen toevlucht in Vigo, Spanje onder de dekmantel van een Karmeliet monnik genaamd Olmos, die in het leven van Vigo ; dan wanneer Franco's regering begon de nazi-vluchtelingen te negeren in 1947, werd bevestigd in de Rode ODESSA en bewogen door de zee in Motonave Monte Amboto onder het mom van een katholieke monnik die aankomen in Argentinië op 16 januari 1948. Vóór dit, nog steeds in Spanje , is het ook duidelijk dat hij een tijd lang werd vastgehouden in het concentratiekamp Miranda de Ebro . 2 Hij werd geassimileerd als onderdeel van de managementstaf van het elektrische bedrijf OsramDienen als Purchasing Manager. In dat land trouwde hij in augustus 1973 met een burger van Duitse afkomst genoemd Geralda Baeumler, een zakenvrouw rubriek dierenarts die zich vestigen in het kuuroord Miramar . 3
De beroemde nazi-jager Simon Wiesenthal ontdekte hem en leidde de uitlevering van Kutschmann in Wenen. De Interpol, na het controleren van de items van burgerschap en huwelijk (die vals waren), verzocht om zijn aanhouding voordat de Argentijnse regering in 1975 werd gearresteerd, maar ontsnapte aan het verliezen van zijn spoor. Datzelfde jaar geannuleerd hij zijn Argentinië burgerschap en een tweede uitleveringsverzoek werd gemaakt in 1985, waar hij opnieuw werd gearresteerd door Interpol ambtenaren in de stad van Vicente López , gezien zijn slechte gezondheid werd gehouden in een gevangenis ziekenhuis in Buenos Aires , waar hij stierf van een hartaanval. Zijn vermeende vrouw werd bij de autoriteiten gemeld voor dierenmishandeling bij het toepassen van euthanasie, door in camera's te vergassen, aan verlaten honden van de hoofdstad Buenos Aires

Walter Kutschmann in Miramar, Argentinië, waar hij woonde onder een valse identiteit, 4 januari 1975.

Walter Kutschmann in Miramar, Argentinië, waar hij woonde onder een valse identiteit, 4 januari 1975.
Geboren 24 juli 1914
Dresden, Duitse Keizerrijk
Overleden 30 augustus 1986
Buenos Aires, Argentinië
Land/partij Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Luftwaffe eagle.svg Luftwaffe
Flag of the Schutzstaffel.svg schutzstaffel
Dienstjaren 1932 - 1936 (Luftwaffe)
1940 - 1945 (Schutzstaffel)
Rang HH-SS-Obersturmfuhrer-Collar.png Shoulder-wss-ill-obersturmf.jpg
SS-Obersturmführer en Kriminalkommissar
Eenheid Hitlerjugend
Gestapo
Leiding over Commandant van de Gestapo in Frankrijk en Spanje
Slagen/oorlogen Spaanse Burgeroorlog

 


Hans Heinrich Lammers

Hans Heinrich Lammers (geboren op 27 mei 1879 in Lublinitz , † 4 januari 1962 in Düsseldorf ) was een Duitse rechter , administratief jurist en ministerialbeamter . Tijdens de periode van het nationaal-socialisme was hij hoofd van de rijkskanselarij . In 1946 werd hij veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid in de Wilhelmstrasse-rechtszaak .
Lammers, zoon van een dierenarts, bezocht de protestantse prinselijke school in Pless . Na zijn afstuderen studeerde hij rechten aan de Silezische Friedrich Wilhelm Universiteit van Wroclaw en de Ruprecht-Karls-Universiteit Heidelberg . In Breslau werd hij lid van de compound Wratislavia Wroclaw (in de ring Miltenberger ). Hij studeerde in 1901 af aan de wettelijke stage en diende als vrijwilliger van een jaar in het Pruisische leger (luitenant-generaal R. uit 1906). In 1904 werd hij benoemd tot Dr. Ing. IUR. PhD. Na het grote staatsexamen (1907), trad hij toe tot de PruisischeJustitie . Eerste rechter in Breslau, werd hij districtsrechter in Beuthen , Opper-Silezië in 1912 . Op 29 april 1913 trouwde hij in Gliwice Elfriede Tepel (1894-1945), die in 1914 en 1918 twee dochters baarde.
Eerste Wereldoorlog en Weimar Republiek
Lammers bood zich vrijwillig aan in 1914 als vrijwilliger bij het 4e Lower Silesian Infantry Regiment 51 in Wroclaw. Door een wond verloor hij zijn linkeroog in 1917. Daarom was hij, van de gevechtstroepen overgebracht naar het Opper-Oosten , het meest recent hoofd van de financiële afdeling.
In 1920 werd hij benoemd tot Rijksminister van Binnenlandse Zaken , Divisie I, in 1921 werd hij Oberregierungsrat en in 1922 Ministerialrat en hoofd van de constitutionele commissie in de Staatsrechtsabteilung. Zijn ongewoon snelle opkomst van het gezag moest hij Theodor Lewald bedanken. In de afdeling Staatsrecht vertegenwoordigde hij het Reich in processen tegen de landen . Zijn afwijzing van de Weimar-republiek ontstemde socialistische EP-leden. Carl Severing berispte hem in 1928 omdat hij in een krantenartikel van Lammers een "opzettelijke vermindering van de grondwet" zag. Dat is ook de voorganger van Severing, de Duitse nationaleWalter von Keudell , Lammers had genegeerd in promoties, wordt aanvaard als een reden voor zijn toetreding tot de nationaal-socialistische Duitse Arbeiderspartij in februari 1932. Hij was een trouwe monarchist en nationaal conservatief ambtenaar en was eerder lid van de Duitse nationale volksfeest , de Stahlhelmbundes en de Berlijnse nationale club van 1919 .
Time of National Socialism 
op de dag van Potsdam benoemde de nieuwe bondskanselier Adolf Hitler Lammersse staatssecretaris en hoofd van de rijkskanselarij. Op dit grensvlak tussen Hitler en de Rijksautoriteiten organiseerde hij (met Martin Bormann , Otto Meissner en vanaf 1938 Wilhelm Keitel) de zaken van de staat. Omdat er na 1933 nauwelijks enige kabinetsvergaderingen plaatsvonden, bracht hij ook de wensen en bevelen van Hitler over aan de Reichsministeries. Het was Lammers die de spontane bedoelingen en plannen van Hitler vaak vertaalde in administratief compatibele wetteksten, waardoor ze werden uitgevoerd en geïmplementeerd. Omgekeerd was Lammers ook de beslissende toegangspoort tot Hitler voor alle dingen die geen partijgerelateerd zijn. Dus hielp hij onder andere zijn half-joodse voormalige beschermheer Theodor Lewald , die in 1936 president van het organiserend comité van de Olympische Spelen was geworden , snel en gemakkelijk naar het publiek met Hitler en hielp om een ​​zeer gulle financiering van de spelen te verzekeren. Lammers heeft de informatie en bezorgdheden die door de administratie aan Hitler zijn verstrekt, gefilterd. In bekende afkeer van Hitler's naar het kantoor van werk en studie van de dossiers was Lammers die alle relevante overheid in zijn kijk op de dingen samengesteld en vervolgens besproken in de mondelinge presentatie met Hitler. Lammers nam als onderdeel van Hitler in plaats van een salaris ontvangen gelden (verkoop van postzegels met zijn beeld, Adolf Hitler donatie van de Duitse economie , enz.) Het beheer van Hitler voor persoonlijke verkoop vaste activa, voornamelijk bij Bankhaus Delbrück waren.
In februari 1932 werd hij lid van de NSDAP, zijn partijlidmaatschap werd geregistreerd met ingang van 1 maart 1932 onder het nummer 1.010.355. Zijn eerste politieke verschijning voor de NSDAP vond plaats op 24 september 1932, toen hij een toespraak hield in het kader van een evenement voor ambtenaren in het Pruisische deelstaatparlement voor de hoofdspreker Goebbels. 
Op 26 november 1937 werd hij door Hitler benoemd tot Reichsminister zonder Portfolio met de officiële titel van Reichsminister en Chef van de Reichskanzlei . In deze hoedanigheid was hij verantwoordelijk voor de verleende schenkingen door Hitler . 
Op 29 september 1933 trad Lammers toe tot de SS (SS Nr. 118.404) en kreeg de rang van SS-Oberführers . Daarna is de wagen volgde de SS brigade leider (20 april 1935), SS-groepsleider (30 januari 1938) en Obergruppenführer (20 april 1940). Hij behoorde in 1933 toe aan de stichtende leden van de nationaal-socialistische academie van Duits recht Hans Frank [6] en vanaf het einde van 1933 leider van de Reichsvereniging van Duitse administratieve academies .
Sinds 30 november 1939 was hij een bestuurslid van de onder Hermann Göring voorzitter van de ministerraad voor de verdediging van het Reich . Lammers was betrokken bij de actie T4 .Deze "euthanasie" -organisatie had haar hoofdkantoor in Berlijn op Tiergartenstraße .
Vanaf 1937 was Lammers de residentie van de Palais Von-der-Heydt-Straße 18 (nu het hoofdkantoor van de Pruisische Stichting voor Cultureel Erfgoed ). Sinds 1934 mocht hij met toestemming van Hitler het jachtslot van de president op Werbellinsee gebruiken (voormalige keizerlijke jacht huis, gesloopt tijdens het DDR-tijden en als een jachthuis Hubertusstock herbouwd). Hitler gaf hem het jachthuis in 1944 met een schenking van 600.000 Reichsmark voor zijn verleende diensten.
Studentenhandleidingen 
Lammers, een lid van de zwarte broederschap Wratislavia Breslau , was leider van de Miltenberger Ring (MR). Op 21 september 1933, beval hij de omzetting van MR verbindingen in Corps , de invoering van Bestimmungsmensur en toetreding tot de nationaal-socialistische Gemeenschap corp studentenverenigingen ; Dit viel uiteen in februari 1934. In januari 1935 nam hij de leiding van de Gemeenschap van studentenverenigingen (GSTV), na het vertrek van de Duitse broederschap , de vertegenwoordiger-Convents en de Duitse zanger steel van deGeneral German Weapon Ring (ADW) verenigde de resterende gematigde corporatiefederaties . De GStV werd door de nationaal-socialistische Duitse studentenunie erkend als de algemene vertegenwoordiging van de studentenverenigingen. Lammers had in zijn intermediair tussen ADW en haar leider Walter Langhoff de ene hand en de andere hand Reichsführung instrumentaal in de DC-circuit , dat in oktober 1935 leidde tot de ontbinding van de student corporatie verenigingen
Proces en detentie 
Hans Heinrich Lammers bij het proces Wilhelmstraße, 1948
Kort voor het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Lammers in april 1945 gearresteerd, toen hij de poging om Hitler te vervangen door Göring steunde. Voordat hij door Hitler werd opgedragen door de SS te worden neergeschoten, werd hij door Amerikaanse troepen gevangengenomen. In augustus 1945 werd hij geïnterneerd met andere nazi-soldaten en hoog militair personeel in het Luxemburgse Bad Mondorf in Kamp Ashcan .000
Op 8 en 9 april 1946 verscheen Lammers als getuige tijdens de berechting door Neurenberg van de belangrijkste oorlogsmisdadigers . In de Wilhelmstrasse proces tegen medewerkers van verschillende ministeries van het Duitse Rijk 1933-1945 , was hij op 11 april 1949 voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid , inclusief deelname aan de moord op de Europese joden, van de IV. Geallieerde militaire rechtbank veroordeeld tot 20 jaar in de gevangenis , Op 31 januari 1951 werd dit vonnis gematigd tot 10 jaar door de Amerikaanse Hoge Commissaris John Jay McCloy ; op 16 december 1951 werd hij gratie verleend en uit de gevangenis in Landsberg am Lech
Decoraties
IJzeren Kruis 1914, 1e klasse
IJzeren Kruis 1914, 2e klasse
Gewondeninsigne in zwart
Gouden Ereteken van de NSDAP op 31 januari 1937
Trouwe Dienst Ereteken op 6 juli 1939
SS-Ehrenring
Ehrendegen des Reichsführers-SS
Erekruis voor de Wereldoorlog
Anschlussmedaille
Medaille ter Herinnering aan de 13e Maart 1938
Ehrenwinkel der Alten Kämpfer

Bundesarchiv Bild 183-C16768A, Hans Heinrich Lammers.jpg

Geboren 27 mei 1889
Lubliniec
Overleden 4 januari 1962
Düsseldorf
Politieke partij DNVP (tot 1932)
NSDAP (vanaf 1932)
Chef van de Rijkskanselarij
Vlag van nazi-Duitsland kabinet-Hitler
Aangetreden 20 maart 1933
Einde termijn 24 april 1945
President Adolf Hitler
Führer
Voorganger Erwin Planck
Opvolger Walter Hallstein (als chef van het Bundeskanzleramt)
Rijksminister zonder portefeuille
Vlag van nazi-Duitsland kabinet-Hitler
Aangetreden 26 november 1937
Einde termijn 24 april 1945
President Adolf Hitler
Führer
Portaal Portaalicoon Politiek
 

Hans Heinrich Lammers (1947)

 


Robert Lehnhoff

Robert Wilhelm Lehnhoff, alias de Beul van Groningen (Elze, 11 augustus 1906 – Groningen, 24 juli 1950) was een Duitse SD'er en oorlogsmisdadiger.

Levensloop
Lehnhoff, die werd geboren in het onder Hildesheim gelegen Mehle, voerde in het laatste oorlogsjaar een schrikbewind in het Scholtenhuis (ook wel voorportaal van de hel genoemd), het statige herenhuis aan de Groninger Grote Markt waar de Sicherheitsdienst sedert september 1944 het hoofdkantoor voor Noord-Nederland had gevestigd.

Hij was Referatleiter van de afdeling rechts georiënteerd verzet. Een van zijn medewerkers was de later eveneens ter dood gebrachte Nederlandse verrader Pieter Johan Faber. In het Scholtenhuis werden gearresteerde Nederlanders ondervraagd en gemarteld door Lehnhoff en consorten.

Over Lehnhoff doen veel lugubere verhalen de ronde. Zijn specialiteit tijdens de ondervragingen in zijn verhoorkamer nummer 15 was de zogenaamde V1: een keiharde stoot met een gummiknuppel in de maag van de geboeide gevangene. Dr. L. de Jong noemt Lehnhoff in zijn standaardwerk over de Tweede Wereldoorlog als voorbeeld van een slechte SD'er.

In het bekende boek Verzet in Groningen wordt Lehnhoff omschreven als een gecompliceerde figuur. Pienter, soms een briljante vrouwenjager, iemand met sterk wisselende stemmingen en een gevoel voor een bepaald soort humor. Maar ook: Spaart niets en niemand om zijn eigen hachie te redden.

Dat zou uiteindelijk niet lukken. De SD'ers verdedigden het Scholtenhuis in april 1945 aanvankelijk fel tegen de oprukkende Canadese bevrijders van Groningen. Toen ze inzagen dat de strijd verloren was, vluchtte het hele gezelschap inclusief de Nederlandse collaborateurs via Zoutkamp naar Schiermonnikoog. De commandant van het Duitse marinedetachement was niet blij met hun komst en bracht ze onder op geruime afstand van het dorp, in de Eendenkooi, waar ze zich in primitieve onderkomens moesten zien te redden. Zes weken later werd de hele groep teruggebracht naar Zoutkamp en vandaar naar het huis van bewaring in Groningen.

Lehnhoff verloor na zijn arrestatie snel zijn waardigheid. Hij gaf aan zijn ondervragers grif alle namen van zijn informanten door. In mei 1949 werd hij door de Groningse kamer van het Bijzonder Gerechtshof van Leeuwarden ter dood veroordeeld. Hiertegen ging hij vergeefs in cassatie waarna hij op 24 juli 1950 werd geëxecuteerd door een vuurpeloton op het kazerneterrein aan de Hereweg in Groningen. Hij was toen officieel geregistreerd als wonende te Düsseldorf. Hij werd anoniem begraven op het R.K. Kerkhof (Groningen).

Lehnhoff was gehuwd met Liesel Kohlstadt.

Lehnhoff (1945)

Lehnhoff (1945)
Bijnaam de Beul van Groningen
Geboren 11 augustus 1906
Elze, Koninkrijk Pruisen, Duitse Keizerrijk
Overleden 24 juli 1950
Groningen, Groningen, Nederland
Begraven R.K. Kerkhof
Land/partij Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Sicherheitspolizei
Dienstjaren ???? - 1945
Rang SS-Hauptscharführer.svg SS Hauptscharführer (Totenkopfverbände).jpg
SS-Hauptscharführer en Kriminalsekretär
Eenheid SD-Aussenstelle Groningen
Leiding over Sicherheitspolizei afdeling IV-B
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog

 


Bruno Loerzer

Bruno Loerzer (Berlijn, 22 januari 1891 - Hamburg, 22 augustus 1960) was een gevechtspiloot in de Eerste Wereldoorlog en generaal van de Luftwaffe in de Tweede Wereldoorlog.
Eerste Wereldoorlog
Loerzer ging op 13 september 1911 bij het Pruisisch leger en werd tijdens de Eerste Wereldoorlog piloot. Tot midden 1915 vloog hij samen met Hermann Göring als verkenningsvlieger. Tot januari 1917 vocht hij bij drie verschillende Jagdstaffeln en schoot hij twee Franse vliegtuigen af. In oktober 1917 markeerde hij zijn 20e overwinning en kreeg hij de onderscheiding Pour le Mérite. In februari 1918 werd hij commandant van het Jagdgeschwader III. Zijn broer Fritz behaalde onder zijn bevel 11 overwinningen.

Als leider van Jasta 26 en drie andere Jagdstaffeln behaalde hij met zijn Fokker D.VII 44 overwinningen.

Interbellum
Na 1918 vocht Loerzer in Freikorpsen in de Baltische staten. Op 31 maart 1920 werd hij als kapitein uit de Reichswehr ontslagen. In de Weimarrepubliek was hij leider van het Reichsverband der deutschen Luftfahrzeughalter, een burgerlijke vereniging van piloten.

Onder de nationaalsocialisten werd hij als vriend van Hermann Göring voorzitter van de Deutscher Luftsportverband en Reichsluftsportführer. In 1935 werd hij kolonel en in 1937 commodore van de Luftwaffe. In 1938 werd hij inspecteur van de jachtvliegtuigen.

Tweede Wereldoorlog
Bij het begin van de oorlog was Loerzer Generaal-majoor en commandant van de 2e vliegerdivisie. In oktober 1939 werd hij bevelvoerend generaal, op 1 januari 1940 Luitenant-generaal en op 19 juli werd hij generaal van de vliegers. In februari 1943 werd hij chef van de Luftwaffe. Dit alles was hem te veel en op 20 december 1944 werd zijn commando afgenomen en op 29 april 1945 werd hij ontslagen.

Militaire loopbaan
Fahnenjunker: 13 september 1911
Fahnenjunker-Unteroffizier: 9 maart 1912
Fähnrich: 22 maart 1912
Leutnant: 27 september 1913
Oberleutnant: 18 april 1916
Hauptmann: 2 oktober 1918
Oberst: 1 april 1937
Generalmajor: 1 april 1938
Generalleutnant: 1 januari 1940
General der Flieger: 19 juli 1940 
Generaloberst: 16 april 1943
NSFK-Obergruppenführer: 20 april 1944
Gepensioneerd: 29 april 1945
Decoraties
Ridderkruis op 29 mei 1940 als Generalleutnant en Bevelvoerend-generaal van het II.
Pour le Mérite op 12 februari 1918 als Oberleutnant en Commandant van Jagdstaffel 26
Ridder, 2e klasse in de Orde van de Leeuw van Zähringen met Zwaarden op 27 april 1915
Huisorde van Hohenzollern met Zwaarden
IJzeren Kruis 1e en 2e klasse in 1917
Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e en 2e klasse
Erekruis voor de Wereldoorlog
Anschlussmedaille met gesp „Prager Burg“
Gezamenlijke Piloot-Observatiebadge in Goud met Diamanten
Dienstonderscheiding van Leger en Marine (Duitsland) voor (4 en 12 dienstjaren)
Ehrenbecher für den Sieger im Luftkampf
Ridderkruis in de Militaire Karl-Friedrich-Verdienstorde op 8 augustus 1918
Gewondeninsigne in zwart
Kriegserinnerungs-Ärmelband “Jagdgeschwader Boelcke Nr. 2 
Piloten badge (Italië)
Piloten badge (Pruisen)
Hij werd genoemd in het Wehrmachtbericht. Dat gebeurde op 7 augustus 1941.
44 luchtoverwinningen

Bruno Loerzer 02.jpg

Geboren 22 januari 1891
Berlijn, Duitse Keizerrijk
Overleden 22 augustus 1960
Hamburg, Bondsrepubliek Duitsland
Begraven Friedhof Nienstedten, Hamburg, Duitsland, Veld 21, Graf op de hoek, links
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svgWeimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Cross-Pattee-Heraldry.svg Luftstreitkräfte
Luftwaffe eagle.svgLuftwaffe
Dienstjaren 1911 - 1920
1935 - 1945
Rang Luftwaffe collar tabs Generaloberst 3D.svg Luftwaffe epaulette Generaloberst.svg
Generaloberst
Eenheid 4. Badisches Infanterie-Regiment Prinz Wilhelm Nr. 112
Feldflieger-Abteilung Nr. 25
Artillerie-Flieger-Abteilung 203

Leiding over Jagdstaffel 26
Jagdgeschwader 53
(maart 1937 – maart 1938)
Inspekteur der Jagdflieger
(1 april 1938 –
31 januari 1939)
2. Flieger-Division
(1 februari 1939 –
11 oktober 1939)
II. Fliegerkorps
(11 oktober 1939 –
23 februari 1943)
Chef des Luftwaffen-Personalamts
(23 februari 1943 -
20 december 1944)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog

 

Otto Georg Thierack

Otto Georg Thierack (Wurzen, 19 april 1889 – Stuckenbrock, 26 oktober 1946) was een Duitse nazi-jurist en -politicus.
Jonge jaren
Thierack was de zoon van een koopman. Na de middelbare school studeerde hij vanaf 1910 Rechten in Marburg en Leipzig. Na zijn eerste staatsexamen rechten in 1913 promoveerde hij in 1914 te Leipzig.
Als vrijwilliger nam Thierack deel aan de Eerste Wereldoorlog. Tijdens zijn diensttijd werd hij bevorderd tot luitenant van de reservisten en onderscheiden met het IJzeren Kruis, tweede klas. In de oorlog liep hij een verwonding aan het gezicht op.
Toen de oorlog beëindigd was, nam hij zijn rechtenstudie weer op en slaagde hij in 1920 voor het ‘Assessor’-examen (hierdoor kon hij een betrekking in dienst van de staat aannemen, het examen was een soort van geschiktheidsproef). In hetzelfde jaar werd hij junior-advocaat in Saksen. In 1921 volgde een promotie tot Officier van Justitie aan het ‘Landgericht’ (Ned: de vroegere arrondissementsrechtbank) in Leipzig. In 1926 volgde de promotie tot Officier van Justitie aan het ‘Oberlandesgericht’ (de rechtbank) van Dresden.
De naziperiode
1932-1942

v.l.n.r.: Roland Freisler, Franz Schlegelberger, Otto Thierack en Curt Rothenberger (augustus 1942)
Op 1 augustus 1932 werd Thierack lid van de nazipartij en leider van de Rechtswahrerbund (Rechtshandhaversbond), een Nationaalsocialistische organisatie van juristen. Op 12 mei 1933 werd hij benoemd tot Minister van Justitie in Saksen. Hij kreeg de opdracht de rechtspraak aan te passen naar de richtlijnen van de nazi-ideologie in het kader van de Gleichschaltung en deze toe te passen in Saksen. In 1935 werd hij aangesteld als vicepresident van de Rijksrechtbank in Leipzig; tegelijkertijd was hij opdrachtgever namens de Rijksminister van Justitie om het justitieel gezag binnen de Duitse landen over te dragen aan het Rijksgezag.
Op 1 mei 1936 werd hij president van het Volksgerichtshof, een door Hitler in 1934 opgerichte rechtbank als politieke tegenhanger van het traditionele Gerechtshof in Leipzig; de rechtbank was belast met de veroordelingen voor hoog- en landverraad en werd gevestigd in het Koning-Wilhelm-Gymnasium te Berlijn.
De snelle promotie van Thierack was vooral te danken aan zijn lidmaatschap van de Rechtswahrerbund. Als president van de Volksgerechtbank bleef hij aan tot 1942, met een onderbreking in 1939-1940, toen hij werd ingezet bij het begin van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens zijn ambtsperiode werd de rechtspraak van het Volksgerichtshof verscherpt. Vanaf 1937 was hij ook voorzitter van de commissie voor Duits-Italiaanse Rechtsbetrekkingen. In 1942 werd hij opgevolgd door Roland Freisler.
1942-1945
Mede op voordracht van Joseph Goebbels, die hem omschreef als “een echte nationaalsocialist” werd hij op 20 augustus 1942 aangesteld als Rijksminister van Justitie en een week later tevens als president van de academie van Duitse Wetgeving. In oktober 1942 introduceerde hij de ‘Richterbriefe’, in welke gestandaardiseerde rechterlijke uitspraken – gebaseerd op het standpunt van de nazi’s – stonden die als basis voor de Duitse jurisprudentie moesten gelden. Ook introduceerde hij de ‘Vorschauen’ en ‘Nachschauen’: deze hadden tot doel vooraf te bepalen hoe een bepaalde zaak behandeld en berecht moest worden vóór de zaak voor de rechter kwam.
Mede door een overeenkomst met Heinrich Himmler werden straffen voor dwangarbeid, opgelegd aan ongewenste groepen (Joden, Polen, Russen etc.), harder en werden deze veroordeelden sneller uitgeleverd aan de SS om ingezet te worden in de concentratiekampen. Eén van Thieracks uitlatingen daarover was, dat „die Justiz nur in kleinem Umfange dazu beitragen kann, Angehörige dieses Volkstums auszurotten“.
Het benodigde papierwerk voor gratieverzoeken voor ter-dood-veroordeelden werd drastisch verminderd. Het doel hiervan om de executie van de veroordeelden te versnellen.
In de Plötzensee gevangenis in Berlijn liet hij de faciliteiten zodanig aanpassen, dat er meerdere personen tegelijkertijd opgehangen konden worden. Werden gevangenen “per ongeluk” opgehangen, dan werden deze “vergissingen” door Thierack verdoezeld.
Na de oorlog[bewerken]
Na de val van het Derde Rijk werd Thierack door de geallieerden gearresteerd en vastgehouden in een Brits krijgsgevangenenkamp. Evenals andere hoge nazileiders zou hij voorgeleid worden voor de internationale rechtbank in Neurenberg. Op 22 november 1946, voor de opening van zijn proces, pleegde Thierack zelfmoord door vergiftiging.
In Hitlers testament zou Thierack genoemd zijn om na de dood van de Führer het werk van de nazi's voort te zetten

Bundesarchiv Bild 183-00627-0504, Dr. Otto Georg Thierack.jpg

Geboortedatum 19 april 1889
Sterfdatum 26 oktober 1946
Geslacht Man
Geboorteplaats Wurzen
Plaats van overlijden Sennelager
Functie
Zijde Nazi-Duitsland
Organisatie NSDAP
Speciale functie Minister van Justitie

 


Walter Buch

Walter Buch (Bruchsal, 24 oktober 1883 - Schondorf am Ammersee, 12 september 1949) was de opperste rechter van de NSDAP.
Jeugd
De vader Hermann Buch was senaatvoorzitter van het opperste gerechtshof van Baden. Walter Buch bezocht van 1890 tot 1902 de lagere en middelbare school te Bruchsal en Konstanz. In 1902 nam hij als vaandrig dienst bij het 6e Badische Infanterieregiment te Konstanz. In 1904 werd hij luitenant en in 1913 eerste luitenant. In 1908 trouwde Buch en hij kreeg twee dochters en een twee zonen.
Eerste Wereldoorlog
Vanaf 1914 vocht hij in de Eerste Wereldoorlog als compagniecommandant, bataljon commandant en als commandant van een afdeling scherpschutters met machinegeweren. In maart 1918 werd hij instructeur bij het opleidingscentrum te Döberitz. Vanaf september 1918 werkte Buch in het Pruisisch ministerie van oorlog te Berlijn. Bij het einde van de oorlog ging Buch op 20 november 1918 uit dienst met de rang van majoor.
Weimarrepubliek
Buch kweekte kippen bij Gernsbach in het Murgtal. Van 1919 tot 1922 was hij lid van de Deutschnationale Volkspartei. Tot de beweging verboden werd, was hij leider van de gouw Baden voor de Deutschvölkischer Schutz- und Trutzbund. Met Pasen 1920 maakte hij kennis met Adolf Hitler, toen hij die in opdracht van zijn vader een boek bracht. Op 9 december 1922 werd hij lid nr. 13.726 van de NSDAP. Op 1 januari 1923 werd hij lid van de Sturmabteilung. Van augustus 1923 tot 1924 organiseerde hij de Frankische SA te Nürnberg. Hij nam deel aan de mislukte Bierkellerputsch in november 1923. Hij werd handelaar in wijn en alcoholische dranken te München. Na de heroprichting van de NSDAP werd Buch in 1925 lid nr. 7.733[2]. Tot 1 januari 1928 leidde en organiseerde hij de SA in Oberbayern-Schwaben.
Op 27 november 1927 werd Buch leider van de Untersuchungs- und Schlichtungsausschuss (UschlA). Op 20 mei 1928 was hij één van de twaalf verkozenen van de NSDAP in de Reichstag waarin hij tot 1945 bleef. Van juni 1930 tot oktober 1931 was Buch de leider van het jeugdambt van de Reichsleitung der NSDAP. Tot 1933 was hij eindredacteur van de Völkischer Beobachter.
Zijn oudste dochter Gerda trouwde op 2 september 1929 met Martin Bormann.
Nazi-Duitsland
Op 1 juli 1933 werd Buch lid nr. 81.353 van de Schutzstaffel als SS-Gruppenführer. Op 9 november 1934 werd hij SS-Obergruppenführe. Van 3 oktober 1933 tot 1944 was hij lid van de Akademie für Deutsches Recht. Tegelijk was hij lid van de commissie voor bevolkings- en rassenpolitiek van het rijksministerie voor binnenlandse zaken.
Op 1 januari 1934 werd de UschlA herbenoemd tot Oberstes Parteigericht der NSDAP (OPG). Walter Buch werd leider van de OPG en voorzitter van de eerste kamer. Vanaf 2 juni 1933 was hij Reichsleiter van de NSDAP die direct aan Hitler rapporteerde.
In die functie voerde hij zuiveringen binnen de NSDAP uit. In maart 1932 beraamde hij moordcomplotten tegen homoseksuelen zoals Hans Erwin von Spreti-Weilbach in de omgeving van Ernst Röhm. Hij keurde de moorden goed tijdens de Nacht van de Lange Messen van 1934. In 1936 liet Buch de Gauleiter van Kurmark, Wilhelm Kube uit al zijn ambten ontslaan. Kube had Buch er in een anonieme brief van beschuldigd, dat zijn vrouw joods bloed had. Uitspattingen van partijleden tijdens de Kristalnacht van 1938 bestrafte Buch licht. Op 9 november 1938 schreef Buch in Deutsche Justiz: "De Jood is geen mens. Hij is afval." In december 1940 lichtte Buch Heinrich Himmler in[4], dat het ware doel van de NS-Tötungsanstalt Grafeneck bekend geworden was en het programma Aktion T4 voor euthanasie niet langer geheim was.
Hitler had de gouwleider van Silezië en Zuid-Westfalen, Josef Wagner op 9 november 1941 uit al zijn ambten ontzet, nadat diens vrouw zich had verzet tegen het huwelijk van hun dochter met een SS-man. Een partijrechtbank onder voorzitterschap van Walter Buch had op 6 februari 1942 geoordeeld, dat Wagner geen schade had toegebracht aan de partij en in de partij mocht blijven. Hitler vernietigde die beslissing en gooide Wagner uit de NSDAP. Vanaf 1942 moest Buch al zijn besluiten door zijn schoonzoon Martin Bormann laten ondertekenen.
Gevangenschap
In oktober 1944 stierf zijn vrouw. Op 30 april 1945 namen Amerikaanse troepen Walter Buch gevangen en staken hem van mei tot augustus 1945 in krijgsgevangenenkamp Nr. 32 Ashcan te Mondorf-les-Bains. Hij werd verhoord door de Amerikaanse geheime dienst en werd als getuige gehoord op de Processen van Nürnberg. Zijn dochter Gerda stierf in maart 1946 bij de behandeling van kanker. Bij de denazificatie werd Buch in augustus 1948 door een Spruchkammerverfahren te Garmisch-Partenkirchen veroordeeld tot vijf jaar dwangarbeid en verbeurdverklaring van al zijn bezit. Op 29 juli 1949 veroordeelde het hof van beroep te München Buch als hoofdschuldige categorie I, bekrachtigde de verbeurdverklaring, maar bracht de gevangenisstraf terug tot 3,5 jaar. Omdat Buch al zo lang vastzat, kwam hij vrij. Zes weken later pleegde Buch zelfmoord door zich de polsaders over te snijden en in de Ammersee te springen.
Decoraties
SS-Ehrenring
Coburg-insigne
Bloedorde
Ehrendegen des Reichsführers-SS
Erekruis voor de Wereldoorlog
Landesorden

Walter Buch, 1933

Walter Buch, 1933
Algemeen
Geboortedatum 24 oktober 1883
Sterfdatum 12 september 1949
Geslacht Man
Geboorteplaats Bruchsal
Plaats van overlijden Schondorf am Ammersee
Functie
Zijde Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Organisatie Parteiadler der Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (1933–1945) (andere).svg NSDAP
Speciale functie Opperste rechter van de NSDAP
Rang Reichsleiter[1]
HH-SS-Obergruppenfuhrer-Collar.png SS Obergruppenführer.jpg
SS-Obergruppenführer

3-Duits persoon in de Tweede Wereldoorlog

1---2---3---4---5