Home     De start Van de Tweede Wereldoorlog     Het Derde Rijk van Adolf Hitler     Duitsland in de Tweede Wereldoorlog     Engeland in de Tweede Wereldoorlog     Amerika in de Tweede Wereldoorlog     Belgie in de Tweede Wereldoorlog     Nederland in de Tweede Wereldoorlog     Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog     Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog          Canada in de Tweede Wereldoorlog     Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog     Griekenland in de Tweede Wereldoorlog     Afrika in de Tweede Wereldoorlog     Polen in de Tweede Wereldoorlog     Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog     Italie in de Tweede Wereldoorlog     Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog     Roemenie in de Tweede Wereldoorlog    Hongarije in de Tweede Wereldoorlog     Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan    Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929     Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog     Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog     Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland     Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog     Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog     Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog     Japan in de Tweede Wereldoorlog     Linken van de Tweede Wereldoorlog     Operatie Overlord 1944     Het einde Van de Tweede Wereldoorlog

3-Amerika in de Tweede Wereldoorlog

1--2--3--4

Categorie:Amerikaans marineschip in de Tweede Wereldoorlog

USS Arizona (BB-39)Amerikaans slagschip

USS Arizona (BB-39) was een Amerikaans slagschip van de Pennsylvania-klasse dat in dienst was bij de marine van de Verenigde Staten. Het schip was het derde dat naar de 48ste staat was genoemd. De Arizona is bekend geworden doordat er tijdens de Japanse aanval op de Haven van Pearl Harbor op 7 december 1941 1.177 bemanningsleden sneuvelden. Dit leidde ertoe dat de Verenigde Staten betrokken werd bij de Tweede Wereldoorlog. Het wrak werd niet geborgen, maar bleef op de bodem van de haven liggen en werd een gedenkteken aan hen die deze dag omkwamen.
Geschiedenis
Het slagschip USS Arizona (BB-39) lag op zaterdag 6 december 1941 voor onderhoud langszij het werkschip USS Vestal (AR-4). Het slagschip lag aan de steiger van Ford Island te Pearl Harbor, aan de noordoostelijke punt van Ford Island. Achter de Arizona lag het slagschip USS Nevada (BB-36), het laatste van 9 schepen die langszij en in kiellinie waren afgemeerd in de Battleship Row. Voor USS Arizona lagen USS Tennessee (BB-43) met aan de buitenkant USS West Virginia (BB-48). Daarvoor lagen langszij van elkaar USS Maryland (BB-46) en USS Oklahoma (BB-37). USS California (BB-44) lag daarvoor in een soort baai aan de pier. Daartussen lag de olietanker USS Neosho (AO-23) die op die dag de schepen nog zou bevoorraden met stookolie. Dit vormde onbedoeld een prachtig doelwit voor de vijand die onderweg was. Op de toen nog primitieve radar die op een rots stond opgesteld, werden de vliegtuigen waargenomen en werd de officier van de wacht op de hoogte gesteld. Deze zei dat er geen reden was tot ongerustheid omdat hij meende dat het ging om Amerikaanse B-17 Vliegende Forten, die rond dat tijdstip op Hawaï zouden aankomen.
De overval
USS Arizona en USS Vestal lagen nog langszij gemeerd in de vroege morgen van die beruchte zwarte zondag van 7 december 1941. Admiraal Isaac Kidd en de commandant van het slagschip, kapitein-ter-zee Franklin Van Valckenburgh, waren aan boord van USS Arizona bezig met een routine-inspectie van de bemanning. Kort voor 08.00 uur voerden Japanse vliegtuigen een onverhoedse aanval uit op de Amerikaanse Pacific Fleet in de haven van Pearl Harbor. De Japanse Zero's vlogen laag over de vaargeul, op weg naar de schepen van de Pacificvloot. De bemanning van de ziekenboeg op Hospital Island wist niet wat er gebeurde toen er een grote formatie laagvliegende vliegtuigen overkwam. Ze keek vreemd op toen ze de rode cocardes zag op de vleugels en rompen van de vliegtuigen. Sommigen konden de vliegers van de Zero's zien, terwijl die grimmig naar hen keken. Er was verbazing over het feit dat er zo vroeg op zondag een oefening werd gehouden door de Amerikaanse luchtmacht. Niet veel later werd duidelijk dat ging om Japanse vliegtuigen en dat ze weinig goeds in de zin hadden.
Aan boord van USS Arizona klonk om 7.55 uur het luchtalarm. De officiële inspectie werd afgeblazen, al overheerste het ongeloof over deze Japanse aanval. Het schip werd blootgesteld aan aanvallen en voor er daadwerkelijk tot actie werd overgegaan was het al te laat. Benedendeks lagen veel bemanningsleden nog in hun kooien toen de aanval begon. Het slagschip kreeg acht voltreffers van bommen te verduren. Duikbommenwerpers van het Aichi-type van squadron-leider Fuchida doken neer op de schepen. Er werden acht aanvallen uitgevoerd op de grote slagschepen en de Japanse vliegers bleken goed te kunnen richten. Het resultaat was catastrofaal voor de Amerikanen.
Een Japanse Nakajima B5N Kate -bommenwerper dook vanaf grote hoogte naar de al getroffen USS Arizona en wierp zijn fatale 800 kg-bom, die ong. 2,20 m. lang was. De bomtreffer ging in het voorkasteel van de geschuttoren II (B-toren) en sloeg, zonder te ontploffen, door het dek naar het onderdek waar de aangrenzende poedermunitiekamer voor de A en B-torens was. Het leek een blindganger maar niets was minder waar. Na de inslag ontplofte kort nadien de bom en bracht een inferno-explosie teweeg, ook door de opgeslagen granaten en kruit in de munitiekamer. De vuurzeekolom steeg honderdtallen meters de lucht in. Het was net een vulkaanuitbarsting.
Een catastrofale explosie reet werkelijk het voorschip uiteen. Door de geweldige ontploffing lichtte het slagschip zich even op om daarna zwaar door te vallen in het havendok. Het bracht een geweldige vuurzee teweeg en op dit ogenblik moeten er honderden matrozen ineens gesneuveld zijn. De ketels ontploften eveneens zodat reusachtige stukken en brokken staal in de nabijheid van het schip naar omlaag kwamen. Het nabijgelegen reparatieschip kreeg enorm veel staal over zich heen. Het omliggende water werd met een laag brandende olie bedekt.
Toen de USS Arizona in de lucht vloog, lagen er meer dan 1000 doden in het verwrongen wrak. De USS Vestal deelde mede in de klappen en brandde eveneens door het rondvliegende materiaal en olie van het slagschip. Daverende explosies klonken overal, het resultaat van andere aanvallen, en verscheurden de lucht. een dikke zwarte rook verspreidde zich over Pearl Harbor. De hemel boven de schepen werd verduisterd door de dikke rookkolommen.
Na de aanval brandde de USS Arizona nog twee dagen lang. Puinresten regenden neer op Ford Island in de nabijheid van het schip.
Daden van heldenmoed onder officieren en manschappen waren talrijk. Met name de daden van luitenant-commandant Samuel G. Fuqua, de schade-beperkings officier, moeten genoemd worden. Zijn koelbloedigheid bij het bestrijden van de brand en het redden van overlevenden voorkwam een nog grotere ramp. Voor zijn verdienste kreeg hij de Medal of Honor, de hoogste Amerikaanse dapperheidsonderscheiding, op. Postuum toegekende Medals of Honor waren er voor admiraal Isaac Kidd, de eerste vlag-officier die sneuvelde in de oorlog, en voor kapitein-ter-Zee Franklin Van Valckenburgh, die beiden gedood werden tijdens de aanval. Commandant Van Valckenburgh bereikte de commandobrug en wou het gevechtscommando in de hand nemen toen de fatale bomtreffer de munitiekruitkamer, voor de commandotoren, liet ontploffen

USS Arizona (1931)
Geschiedenis
Kiellegging 6 maart 1914
Tewaterlating 19 juni 1915
In dienst gesteld 17 oktober 1916
Uit dienst gesteld 29 december 1941
Status Gezonken
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 31.900 ton
Afmetingen 185,3 x 29,6 x 8,8 meter
Bemanning 1,081 officieren en manschappen
Techniek en uitrusting
Machinevermogen 31.500 pk
Snelheid 21 knopen
Bewapening 12 x 35,5cm-kanon
12 x 12,5cm-kanon
4 x 7,5cm-kanon
2 x 53,5cm-torpedobuis
2 x vliegtuig

De balans
Het totale dodental was 1.177 manschappen op een totale bemanning van 1400 zielen, ruim de helft van het totaal aantal doden van die dag.
De overlevenden van de aanval, gewond of gezond, kregen elk een briefkaart om naar huis te sturen en te melden dat ze nog leefden. Velen kregen de briefkaart van hun man, geliefde of zoon, pas in februari 1942 toegestuurd, vooral in de midlands van de Verenigde Staten. Al die tijd zaten de echtgenotes, vriendinnen en families in voortdurende angst en spanning, dat ze eertijds slecht nieuws zouden krijgen van de Militaire Dienst van Vermisten of Gesneuvelden.
Monument
De gezonken USS Arizona werd officieel "opgelegd" te Pearl Harbor op 29 december 1941. Bijna een jaar later werd de Arizona voorgoed geschrapt van de Naval Vessel Register op 1 december 1942. Haar wrak was gezonken met een klein gedeelte nog boven water. Haar achterbatterijtorens, toren III (C) en IV (D) werden verwijderd ter vervanging als kustverdediging. Men probeerde nog het scheepswrak te lichten, maar men kreeg de Arizona alleen maar terug horizontaal op de havenbodem. De verhakkelde bovenbouw werd verwijderd en de nog bruikbare stukken werden ontmanteld voor verdere militaire doeleinden. De A-toren vooraan, bleef onder water steken en was achteraan beschadigd door de explosie van het munitieruim. Nu nog steken de drieloopskanonnen dreigend naar voor, maar dan onder water.
Het wrak van de USS Arizona herinnert te Pearl Harbor, een memorial, tot het volk van haar bemanningsleden op die decembermorgen in 1941. Op 7 maart 1950, laat admiraal Arthur W. Radford, Commandant en Opperbevelhebber van de Pacificvloot, in die periode een gereedgekomen en kleurrijk bouwsel herrijzen over Arizona's wrakoverblijfsel en maatregelen werden er getroffen, gedurende de regeringsperiode van president Dwight D. Eisenhower en John F. Kennedy. Zij verklaarden het wrak als een nationaal oorlogsgedenkmaal. Een wit monument werd gebouwd en opgedragen, op 30 mei 1962 voor de vele gevallen slachtoffers. Duizenden bezoekers hebben in de loop der jaren het Arizona-monument bezocht waaronder zeer veel oorlogsveteranen. De oude veteranen van de Arizona staan met betraande ogen naar de vele vergulde namen op de witmarmeren muurlijst te kijken. Daartussen vinden ze zeker namen bij van gesneuvelde kameraden en vrienden. Velen hebben ondanks hun verwondingen, het nog overleefd en danken nu de Voorzienigheid dat ze dit Arizona-monument nog mogen en kunnen bezoeken...
De aankomende en vertrekkende marineschepen, van welke formaat of grootte, ook ongeacht buitenlandse bezoekende mogendheden, groeten bij het passeren met hun schip, het Arizona-monument voor de gevallen zeelieden. In saluerende houding staan de officieren en matrozen bij het voorbijvaren. Dit is een protocol dat formeel wordt ingeluid en strikt wordt nageleefd.
De huidige Arizona
Het monumentale wrak ligt nu 70 jaar onder water, en begint nu stilaan meer stookolie te verliezen uit zijn bunkertanks. Men schat dat er nog voor vele tonnen stookolie, in de nu verroeste bunkertanks zit. Men heeft ze nog niet willen uitpompen. De Amerikanen beschouwen dit als "de vele tranen van de gesneuvelden en van het schip zelf". De bezoekers aan het monument zien langs de resterende open torengaten de stookolie ronddrijven. Om de hoeveelheid olie in te perken werd een gordelband rondom het wrak gelegd, om verdere olieverspreiding in de marinehaven in te dammen. Duikerteams hebben het wrak aan de buitenkant onderzocht. Resterende drieloopskanonnen op het voordek, dreigen nog altijd vooruit, al zijn ze met zeealgen en -mos begroeid. Met behulp van een mini-duikbootrobot, uitgerust met zoeklicht en een camera, werd de USS Arizona binnenin onderzocht. Men kon in één van de vele officierskajuiten binnenvaren met de mini-onderzeeër. Daar zag men nog de wastafel met intacte spiegelkast, een "witte" telefoon, kleerhangers in een kleerkast en een open boekenkast, met nog papieren erin. Voor een duiker is het levensgevaarlijk, zich in deze duistere doolhofgangen van het voormalige slagschip, te begeven. Zouden de bunkertanks toch doorbreken, dan betekent dat een olieramp voor  de marinehaven van Pearl Harbor.

De USS Missouri (BB-63)slagschip

USS Missouri (BB-63) ("Mighty Mo" of "Big Mo ') is een Marine van Verenigde Staten Iowa -klasse slagschip en was het derde schip van de Amerikaanse marine worden vernoemd naar de Amerikaanse staat Missouri. Missouri was de laatste slagschip in opdracht van de Verenigde Staten en was de plaats van de overgave van het Imperium van Japan, die eindigde de Tweede Wereldoorlog. 
Missouri werd besteld in 1940 en in gebruik genomen in juni 1944. In de Stille Oceaan Theater van de Tweede Wereldoorlog vochten ze in de gevechten van Iwo Jima en Okinawa en beschoten de Japanse huis eilanden, en ze vochten in de Koreaanse Oorlog van 1950 tot 1953. Ze was ontmanteld in 1955 in de Verenigde Staten van de Marine reserve vloten (de "Mottelbal Fleet"), maar opnieuw geactiveerd en gemoderniseerd in 1984 als onderdeel van het 600-schip marine plan, en op voorwaarde dat vuursteun tijdens Operatie Desert Storm in januari / februari 1991. 
Missouri ontving een totaal van 11 strijd sterren voor de dienst in de Tweede Wereldoorlog, Korea, en de Perzische Golf, en uiteindelijk werd ontmanteld op 31 maart 1992, maar bleef op de Naval Vessel Register totdat haar naam werd geslagen in januari 1995. In 1998, ze werd geschonken aan de USS Missouri Memorial Association en werd een museumschip in Pearl Harbor, Hawaii. 
Bouw 
Missouri was één van de Iowa -klasse "fast slagschip" van in 1938 gepland door het Voorlopig Ontwerp Tak aan het Bureau van de bouw en reparatie. Zij werd neer op de gelegd Brooklyn Navy Yard op 6 januari 1941 van start op 29 januari 1944 en in opdracht van 11 juni met Kapitein William Callaghan in opdracht. Het schip was de derde van de klas Iowa, maar de vierde en laatste Iowa -klasse schip in opdracht van de US Navy.Het schip werd bij haar lancering gedoopt door Mary Margaret Truman, dochter van Harry S. Truman, toen een Amerikaanse senator uit Missouri. 
Hoofdbatterij Missouri 's bestond uit negen 16 in (406 mm) / 50 cal Mark 7 geweren, waarvan £ 2.700 (1.200 kg) pantsergranaten ongeveer 20 mijl (32,2 km) kon schieten. Haar secundaire batterij bestond uit twintig 5 in (127 mm) / 38 cal kanonnen in twee torentjes, met een bereik van ongeveer 10 mijl (16 km). Met de komst van de luchtmacht en de noodzaak om te winnen en te behouden lucht superioriteit kwam er een behoefte om de groeiende vloot van geallieerde beschermen vliegdekschepen; daartoe werd Missouri uitgerust met een scala van Oerlikon 20 mm en Bofors 40 mm luchtafweergeschut op geallieerde vervoerders te verdedigen tegen vijandelijke luchtaanvallen. Wanneer gereactiveerd in 1984 Missouri had haar 20 mm en 40 mm AA kanonnen verwijderd en werd uitgerust met Phalanx CIWS mounts voor de bescherming tegen vijandelijke raketten en vliegtuigen, en Armored Box Launchers en Quad Cell Launchers ontworpen om brand Tomahawk raketten en Harpoon raketten, respectievelijk.
Missouri was de laatste Amerikaanse slagschip worden afgerond. Wisconsin, de hoogste genummerde Amerikaanse slagschip gebouwd werd voor Missouri afgerond; BB-65 BB-71 werden besteld maar geannuleerd. 
Wereldoorlog II (1944-1945) 
Na het proeven uit New York en de shakedown en de strijd praktijk in de Chesapeake Bay, Missouri vertrok Norfolk, Virginia op 11 november 1944 doorgereisd het Panamakanaal op 18 november en gestoomde naar San Francisco voor de definitieve inrichting van de vloot als vlaggenschip. Ze stond uit San Francisco Bay op 14 december en aangekomen bij Pearl Harbor, Hawaii op 24 december 1944. Ze vertrok Hawaï op 2 januari 1945 en kwam in Ulithi, West Caroline Islands op 13 januari. Daar was ze tijdelijk hoofdkwartier schip Vice-admiraal Marc A. Mitscher. Het slagschip te maken aan de zee op 27 januari om te dienen in het scherm van de Lexington vervoerder taakgroep van Mitscher's TF-58, en op 16 februari van de task force van vliegdekschepen lanceerde de eerste marine-luchtaanvallen tegen Japan sinds de befaamde Doolittle raid, die was geweest gelanceerd vanaf de vervoerder Hornet in april 1942. 
Missouri vervolgens gestoomd met de vervoerders om Iwo Jima, waar haar belangrijkste wapens verstrekt directe en voortdurende steun aan de invasie landingen begonnen op 19 februari. Na TF 58 terug naar Ulithi op 5 maart, werd Missouri toegewezen aan de Yorktown vervoerder taakgroep. Op 14 maart, Missouri vertrok Ulithi in het scherm van de snelle vervoerders en gestoomde de Japanse vasteland. Tijdens stakingen tegen doelen langs de kust van de Inland Sea van Japan begint op 18 maart, Missouri neergeschoten vier Japanse vliegtuigen. 
Invallen tegen vliegvelden en marinebases in de buurt van de Inland Sea en het zuidwesten van Honshu voortgezet. Wanneer de drager Franklin opgelopen battle schade, Missouri 's carrier taakgroep voorzien dekking voor de Franklin's pensioen in de richting van Ulithi tot 22 maart, zet dan koers naar pre-invasie stakingen en bombardement van Okinawa.
Missouri toegetreden tot de snelle slagschepen van TF 58 in het bombarderen van de zuidoostelijke kust van Okinawa, op 24 maart, een actie bedoeld om vijandelijke kracht putten uit de westkust stranden dat de werkelijke plaats van invasie landingen zou zijn. Missouri weer bij het ​​scherm van de dragers als Marine en het leger eenheden bestormden de kust van Okinawa op de ochtend van 1 april. Een aanval door Japanse strijdkrachten werd met succes afgeslagen. 
Op 11 april, een laagvliegende kamikaze, hoewel beschoten, crashte op Missouri 's stuurboord zijde, net onder haar hoofddek niveau. Stuurboord vleugel van het vliegtuig werd ver naar voren gegooid, het starten van een benzine brand in 5 in (127 mm) Gun Mount No. 3. Het slagschip leed slechts oppervlakkige schade, en het vuur was snel onder controle gebracht. [5] De overblijfselen van de pilot werden teruggevonden aan boord van het schip slechts aft van één van de 40 mm pistool tubs. Captain Callaghan besloten dat de jonge Japanse piloot zijn taak om de beste van zijn vermogen had gedaan, en met eer, dus hij moet een militaire begrafenis. De volgende dag was hij op zee begraven met militaire eer.
Over 23:05 op 17 April, Missouri ontdekt een vijandelijke onderzeeër 12 mijl (19 km) van haar formatie. Haar rapport verrekening van een jager-killer bediening door de lichte vervoerder Bataan en vier torpedobootjagers, die de Japanse onderzeeër zonk I-56.
Missouri werd losgemaakt van de drager taskforce uit Okinawa op 5 mei en gevaren Ulithi. Tijdens de Okinawa campagne had ze neergeschoten vijf vijandelijke vliegtuigen, bijgestaan ​​in de vernietiging van zes anderen, en scoorde een waarschijnlijke doden. Ze hielp afstoten 12 daglicht aanvallen van vijandelijke raiders en vochten tegen vier 's nachts aanvallen op haar carrier taakgroep. Haar kustbombardement vernietigd verschillende kanonplaatsingen en vele andere militaire, de overheid en industriële structuren. 
Service met de Derde Vloot, Admiraal Halsey 
Missouri aangekomen bij Ulithi op 9 mei en vervolgens overgegaan tot Apra Harbor, Guam, arriveert op 18 mei. Die middag Admiraal William F. Halsey, Jr., commandant Derde Vloot, bracht zijn bevel in de Missouri.Zij overleed uit de haven op 21 mei, en van 27 mei werd opnieuw uitvoeren kustbombardement tegen Japanse posities op Okinawa. Missouri leidde de 3e Vloot in aanvallen op vliegvelden en installaties op Kyushu op 2-3 juni. Ze reed een hevige storm op 5 en 6 juni dat de rukte boeg van de kruiser Pittsburgh. Sommige bovenzijde armaturen werden ingegooid, maar Missouri leed geen grote schade. Nogmaals haar vloot trof Kyushu op 8 juni, dan is hard getroffen in een gecoördineerde lucht-oppervlak bombardement voor het slapen gaan in de richting van Leyte. Ze kwamen aan bij San Pedro Bay, Leyte op 13 juni, na bijna drie maanden van voortdurende acties ter ondersteuning van de Okinawa campagne.
Hier weer bij ze de krachtige 3 Vloot in stakingen in het hart van Japan vanuit haar huis wateren. De vloot stel een noordelijke koers op 8 juli aan de Japanse hoofdeiland, Honshu benaderen. Invallen nam Tokyo bij verrassing op 10 juli, gevolgd door meer verwoesting op de kruising van Honshu en Hokkaidō, de op een na grootste Japanse eiland, op 13-14 juli. Voor de eerste keer, marine geweervuur ​​vernietigd een grote installatie in de woning eilanden toen Missouri verenigd in een wal bombardement van 15 juli, dat zwaar beschadigd de Nihon Steel Co en de Wanishi Ironworks in Muroran, Hokkaido. 
Tijdens de nachten van 17 en 18 juli, Missouri gebombardeerd industriële doelen in Honshu. Inland Sea lucht stakingen bleef tot en met 25 juli en Missouri bewaakt de dragers zoals ze vielen de Japanse hoofdstad. In juli eindigde, hadden de Japanners niet langer thuis wateren. 
Ondertekening van de Japanse Instrument van Overgave 
Allied matrozen en officieren kijken generaal van het leger Douglas MacArthur teken documenten tijdens de overgave ceremonie op 2 september 1945 aan boord van Missouri De onvoorwaardelijke overgave van de Japanners om de geallieerden officieel de Tweede Wereldoorlog eindigde. 
Stakingen op Hokkaidō en het noorden van Honshu hervat op 9 augustus, de dag van de tweede atoombom was gedaald.
Na de Japanse overeengekomen over te geven, admiraal Sir Bruce Fraser van de Royal Navy, de bevelhebber van de Britse Pacific Fleet, aan boord van Missouri op 16 augustus en verleende de eer van de Ridder van het Britse Rijk na Admiraal Halsey. Missouri overgebracht van een landende partij van 200 officieren en manschappen om het slagschip Iowa tijdelijke dienst met de eerste bezettingsmacht voor Tokyo op 21 augustus. Missouri zichzelf ingevoerd Tokyo Bay vroeg op 29 augustus voor te bereiden op de ondertekening door Japan van de officiële akte van overgave. 
Hooggeplaatste militaire ambtenaren van de geallieerden werden ontvangen aan boord op 2 september, met inbegrip van de Chinese General Hsu Yung-Ch'ang, Britse admiraal-van-de-Fleet Sir Bruce Fraser, Sovjet Luitenant-generaal Kuzma Nikolajevitsj Derevyanko, Australische General Sir Thomas Blamey, Canadese kolonel Lawrence Moore Cosgrave, Franse Général d'Armée Philippe Leclerc de Hautecloque, Nederlandse vice-admiraal Conrad Emil Lambert Helfrich, en Nieuw-Zeeland Air Vice Marshal Leonard M. Isitt. 
Fleet Admiraal Chester Nimitz stapte kort na 0800, en de generaal van het leger Douglas MacArthur, de opperbevelhebber van de geallieerden, kwam aan boord in 0843. De Japanse vertegenwoordigers, onder leiding van minister van Buitenlandse Zaken Mamoru Shigemitsu, aangekomen in 0856. Bij 0902, General MacArthur stapte voordat een batterij microfoons en opende de 23-minuten overgave ceremonie naar de wachtende wereld door te verklaren,Het is mijn oprechte hoop-inderdaad de hoop van de hele mensheid, dat uit deze plechtige gelegenheid een betere wereld zal voortkomen uit het bloed en de slachting van het verleden, een wereld die gebaseerd is op vertrouwen en begrip, een wereld gewijd aan de waardigheid van de mens en de vervulling van zijn meest gekoesterde wens voor vrijheid, tolerantie en rechtvaardigheid. 
Tijdens de overgave ceremonie, het dek van Missouri werd versierd met een 31-ster Amerikaanse vlag die aan wal door had genomen Commodore Matthew Perry in 1853 na zijn squadron van "Black Ships 'zeilde in Tokyo Bay naar de opening van de Japanse havens voor buitenlandse dwingen handel. Deze vlag was eigenlijk getoond met de achterzijde tonen, dat wil zeggen, sterren in de rechter bovenhoek: de historische vlag was zo fragiel dat de conservator van het Naval Academy Museum een​​beschermend linnen steun aan de ene kant om te helpen beveiligen het doek verslechtert had genaaid , waardoor de "verkeerde kant" zichtbaar. De vlag werd getoond in een houten frame geval bevestigd aan het schot met uitzicht op de overgave ceremonie.Een andere Amerikaanse vlag werd gehesen en gevlogen tijdens de gelegenheid, een vlag die sommige bronnen hebben aangegeven was in feite dat de vlag over de die was gevlogen US Capitol op 7 december 1941. Dit is niet waar; het was een vlag uit het schip voorraad, volgens Missouri's commandant, kapitein Stuart "Sunshine" Murray, en het was "... gewoon een gewone gewone GI-issue vlag".
09:30 door de Japanse afgezanten was vertrokken. In de middag van 5 september, admiraal Halsey overgebracht zijn vlag aan het slagschip South Dakota, en het begin van de volgende dag vertrok Missouri Tokyo Bay. Als onderdeel van de lopende Operation Magic Carpet ontving ze naar huis gebonden passagiers op Guam, dan zeilde onbegeleide voor Hawaii. Ze kwamen aan bij Pearl Harbor op 20 september en vloog de ​​vlag Admiraal Nimitz's op de middag van 28 september voor een receptie.

USS Missouri

 



Overzicht
Naamgever de staat Missouri
Geschiedenis
Werf Brooklyn Navy Yard
Kiellegging 6 januari 1941
Tewaterlating 29 januari 1944
In dienst gesteld 11 juni 1944
Uit dienst gesteld 31 maart 1992
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 45.000 ton
Lengte 270,43 m
Breedte 32,92 m
Diepgang 11,58 m
Bemanning 1558 - 2700
Techniek en uitrusting
Machinevermogen 158 MW
Snelheid 31 knopen
Bewapening Oorspronkelijk:
9 x 16'"-kanon 20 x 5'"-kanon 80 x 40mm-luchtafweerkanon

 

Missouri (links) overdraagt​​personeel Iowa op voorhand van de overgave ceremonie gepland voor 2 september.

 

 

 

 

Allied matrozen en officieren kijken generaal van het leger Douglas MacArthur teken documenten tijdens de overgave ceremonie op 2 september 1945 aan boord van Missouri De onvoorwaardelijke overgave van de Japanners om de geallieerden officieel de Tweede Wereldoorlog eindigde.

De USS Shelton (DE-407)escortetorpedobootjager

De USS Shelton (DE-407) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een voor de Amerikaanse Marine gebouwde escortetorpedobootjager van de John C. Butler-klasse. De Shelton werd vooral ingezet voor escortedienst tijdens de Pacifische Oorlog.

De USS Shelton is vernoemd naar vaandrig James A. Shelton, een marinevliegenier die als vermist werd opgegeven na de Slag bij Midway. Ze was het eerste van twee Amerikaanse marineschepen dat zijn naam droeg. Het andere was de torpedobootjager USS Shelton (DD-790).

Geschiedenis
De kiel van de USS Shelton werd gelegd op 1 november 1943, bij de Brown Shipbuilding Company in Houston. De USS Shelton werd op 18 december 1943 te water gelaten en gedoopt door de weduwe Shelton en in dienst genomen op 4 april 1944 met luitenant Lewis B. Salomon, USNR, als haar bevelhebber.

Na haar algemene outfit en geladen met stores, vertrok de USS Shelton op 21 april uit de haven, in gezelschap van de USS Edmonds (DE-406), en koers zettend naar Bermuda op haar maidentrip. Na haar afhandeling van haar lading werd ze beschikbaar gesteld op de Boston Navy Yard en onderging ze nog een verdere volledige afwerking, van 25 mei tot 15 juni 1944. De escorte vertrok vanuit Boston op 16 juni en ging onderweg naar San Diego, via New York, Hampton Roads en Balboa.

De USS Shelton kwam aan te San Diego op 6 juni en stoomde, drie dagen later, door naar Pearl Harbor. De DE vertrok uit Pearl Harbor op 26 juli als onderdeel van een konvooi, met bestemming Eniwetok. Het konvooi kwam daar aan op 6 augustus en werd aldaar ontbonden. De USS Shelton werd daarna ingedeeld als een beschermingseenheid in de Task Force (TF) 87, samengesteld uit vijf vliegdekschepen, waarmee ze op tocht ging naar Seeadler Harbor, op het Admiraals eiland. Na aankomst aldaar op 13 augustus, opereerde de USS Shelton in het gebied in de volgende maand, totdat ze werd ingedeeld bij de Morotai Attack Force (TF 77). De USS Shelton werd op 3 oktober in de buurt van Morotai aangevallen door de Japanse onderzeeër "Ro-41". Een torpedozog werd waargenomen op 1.500 yards in de richting van de escorte. Tijdens een uitwijkmanoeuvre werd de USS Shelton door een tweede torpedo geraakt aan haar stuurboordschroef. Deze torpedo richtte een geduchte schade aan en bracht een vloedgolf teweeg van binnenstromend zeewater. De USS Richard M. Rowell (DE-403) kwam langszij de getroffen escortejager en hielp haar bemanning overstappen. De getroffen escortejager werd op sleeptouw genomen, maar ze kapseisde en zonk. De USS Shelton was maar amper 6 maanden oud. Daarna ging de USS Richard M. Rowell op zoek naar de vijandelijke onderzeeboot "Ro-41" en ging de vermeende Japanse onderzeeër te lijf met haar hedgehogs. Naderhand bleek dat hij, per grove vergissing, de USS Seawolf (SS-197) had vernietigd. De USS Shelton werd geschrapt uit het Navy Vessel Register op 27 november 1944.

De USS Shelton verkreeg een Battle Star voor haar korte actieve escortedienst in de Tweede Wereldoorlog. De 13 manschappen die nog op hun post waren toen hun schip kapseisde, sneuvelden mee met hun schip en werden postuum geëerd.

USS Shelton (DE-407)

Klasse en Type: John C. Butler-klasse - Escortetorpedobootjager U. S. Navy
Werf: Brown Shipbuilding of Houston, Texas
Gebouwd: 1 november 1943
Te water gelaten: 18 december 1943
In dienst gesteld: 4 april 1944
Verloren: Getorpedeerd op 3 oktober 1944
Geschrapt: 27 november 1944
Technische gegevens[bewerken]
Waterverplaatsing: 1.350 ton (leeg) - 1.745 ton (geladen)
Lengte: 306 voet (93 m)
Breedte: 36 voet (11 m)
Diepgang: 9 voet (2,75 m)
Vermogen: Gekoppelde turbinemotoren, 2 schroeven
Snelheid: 24 knopen (45 km/u)
Bemanning: 14 officieren en 201 matrozen
Bewapening[bewerken]
2 x 5"/38, 4 (2x2) 40-mm AA kanonnen
10 x 20-mm AA 2-21" TT snelvuurkanonnen
1 x hedgehog
8 x DTC's en 2 DC dieptebomrails

De USS California (BB-44)slagschip

De USS California (BB-44) was een Amerikaans slagschip dat in het begin van de Pacificoorlog in Pearl Harbor, Hawaï, afgemeerd lag in de Battleship Row en aldaar tot zinken werd gebracht door de Japanse Keizerlijke Marine-Luchtmacht, op 7 december 1941. Op 25 maart 1942 was het slagschip gelicht om te worden hersteld voor de strijd. Hij kwam weer in actie bij Saipan in juni 1944.
Geschiedenis
De Japanse luchtvloot viel rond 08.00 u. op de zondagmorgen van 7 december 1941 de afgemeerde slagschepen aan, die aan de zuidoost-kant van Ford Island lagen. Dit was de hoofdbetrachting van de Japanners, hoewel ze liever de vliegdekschepen hadden willen vernietigen. Die waren echter niet aanwezig. Nu moesten de slagschepen, de haveninstallaties en de vliegvelden van Wheeler, Kaneohe, Hickham en Ford Island er aan geloven.
De Japanse squadron-leider Murata en zijn Nakajima B5N "Kate"-vliegtuigen, die zich in twee groepen hadden verdeeld, begonnen kort na 08.00 u. laag over het water naar de Amerikaanse slagschepen te scheren. Dit was het eerste aanvalsdoel van de Japanse luchtmacht. Hun aanvalsroute begonnen ze vanaf de noordkant van Oahu, over Kahuku Point, dan een boog naar de oostkant van het eiland om dan weer, via Barbers Point, noordwaarts te draaien en laag in de kanaalgeul van Pearl Harbor in te vliegen. Iedere piloot had een bepaald doel toegewezen gekregen en bij de eerste aanval werden de USS California (BB-44) en de USS West Virginia (BB-48) door één of meerdere torpedo's getroffen. Ondertussen ontplofte de achterliggende USS Arizona (BB-39), waarvan de stukken metaal tot bij de USS California geslingerd werden.
Bij de tweede aanval werd de kruiser USS Helena (CA-75) tot zinken gebracht, terwijl de mijnenlegger USS Ogala, die ernaast lag, kapseisde. Deze lag op de stuurboordzijde op enkele meters van de kade nabij de droogdokken. Bij de tweede aanval werden kort na elkaar de lichte kruiser USS Raleigh (CL-7) en het doelschip USS Utah (AG-16) door torpedo's getroffen. Ondertussen had kapitein-luitenant-ter-Zee-Vlieger L. C. Ramsey, de boodschap: "Luchtaanval op Pearl Harbor. Dit is geen oefening, dit is geen oefening!", de ether ingezonden. Met ongeloof werden de radioberichten over de aanval ontvangen. In de loop van 7 december werden in bijna alle huiskamers in de Verenigde Staten en dan in de rest van de wereld, het harde nieuws vernomen.
De Japanners volgden Futchida's instructies getrouw op, en Futchida vloog zelf eerst drie keer over de USS California, voor hij zijn bom plaatste. Nadat de lange lijn Aichi D3A bommenwerpers op een hoogte van 3.600 meter over de haven gevlogen was, zwenkten ze rechtsaf. In tegenovergestelde richting werd een tweede vlucht gemaakt. Maar intussen waren de Amerikanen van de eerste schrik bekomen en toen de Japanse bommenwerpers terugkwamen, ontmoetten ze hevig luchtafweervuur van scheepsgeschut en van op de wal opgestelde batterijen.
De USS California was ondertussen al flink beschadigd door de vele bominslagen en door enkele torpedo's aan bakboordzijde. Het slagschip lag op die plaats alleen, tegenover de andere slagschepen, die zij aan zij lagen. Enkele dagen voor de aanval had het schip naast de USS Nevada (BB-36) gelegen. De USS California bleef drijven, maar begon slagzij te maken naar bakboord. Het 36.600 ton metende schip werd in het begin van de aanval door twee torpedo's getroffen. Dit stond in de officiële verslagorder van de schadeomvang.
Toen uit de gebarsten olietanks, olie over de dekken vloeide, en het water door de grote gaten in de scheepsromp naar binnen gulpte, begon de USS California langzaam te zinken, voordat de waterdichte schotten gesloten hadden kunnen worden. Ook stonden de vele patrijspoorten die morgen nog open, om het schip te luchten. Hierdoor stroomde er nóg meer water in het schip, vooral door de lager gelegen patrijspoorten. Later in de oorlog kreeg menig US oorlogsschip er heviger van langst dan de meeste in Pearl Harbor. Maar ze waren beter op de strijd voorbereid en ze konden zelfs op eigen kracht varen, nadat een deel van het schip volkomen vernield was. In Pearl Harbor waren de schepen geen van alle klaar voor het gevecht en dat was de reden dat veel zonken. Dat gold speciaal voor de USS California.
De kanonnen van het slagschip kwamen spoedig in actie, maar de inwendige energievoorziening in het schip viel uit en dat betekende dat munitie met de hand moest worden aangevoerd. Op het voor- en achterdek van het slagschip waren de kanonnen afgedekt met een groot zonnedekzeil. Na de eerste aanval op het schip werden in de haast de zeilen weggetrokken zodat de kanonnen vrij konden bewegen. Aan bakboord stegen enorme rookwolken op, terwijl uit de gescheurde olietanks brandende stookolie in het havenwater vloeide. Met deze hopeloze situatie leek er weinig kans te zijn dat het slagschip behouden zou blijven, en dus werd het bevel; "Abandon ship !" (verlaat het schip) gegeven. De commandant van het slagschip, kapitein-ter-Zee J. W. Bunkley verliet als laatste zijn schip. 98 manschappen waren aan boord gesneuveld en 61 manschappen waren gewond geraakt.
Massaal gingen de overlevende manschappen van boord via klaarliggende gemotoriseerde reddings- en pendeldienstboten. De USS California zonk dieper, terwijl de grote kanonnen zwijgend naar boven wezen. De USS California bleef nog echter drie dagen drijven en zonk toen langzaam weg in de modderige havenbodem. Net als de USS Nevada, zou de USS California later gelicht worden en opnieuw gereed gemaakt worden voor de strijd. Met uitzondering van de USS Arizona (BB-39) en USS Oklahoma (BB-37) gold dat trouwens voor alle schepen die beschadigd waren. De USS California was bijna schroot toen zij werd weggesleept naar een droogdok. De Amerikaanse vlag wapperde nog aan de mast, ondanks de ravage aan boord.
De USS California werd gelicht en op 25 maart 1942 begon het herstel. Ze kwam terug in actieve dienst bij Saipan in juni 1944.
Rapport van de aanval
07.50 u. - Er wordt algemeen alarm geblazen op de USS California. De matrozen aan dek staan met ongeloof naar het gebeuren te kijken, maar slaan zelf alarm en rennen naar hun gevechtsposten, terwijl het niet-dienstdoende personeel onderdeks nog ligt te slapen.
08.03 u. - Japanse torpedovliegtuigen komen laag aangevlogen aan bakboord. De M.G.'s 1 en 2 snelvuurkanonnen aan bakboord beginnen te vuren op de Japanse vliegtuigen. Nog niet gewend aan deze gevechtssituatie's missen de Amerikanen de "Val"-type-torpedovliegtuigen van de Japanners. Deze lossen hun torpedo's en zwenken af naar links.
08.05 u. - Twee torpedo's beuken aan bakboord in de romp en slaan een groot gat door de explosie's. Veel dokwater stroomt binnen.
08.20 u. - Nog een torpedo slaat aan bakboord tegen de romp en ontploft. Het water gutst nog sneller naar binnen. Het schip begint over te hellen naar bakboord. Er zijn op dit momen al veel slachtoffers gevallen. Het water stroomt nu ook binnen via de vele openstaande patrijspoorten.
08.40 u. - Het slagschip trilt en schokt door 4 bominslagen. Een stuk van de bovenbouw wordt verwoest en het begint daar hevig te branden.
09.00 u. - Een bom treft de verdedigingsverschansing aan stuurboord. Er breken overal hevige branden uit.
09.25 u. - Het bakboordvliegtuig van het slagschip, een SOC Seagull, kapseist door de slagzij die het schip maakt en valt overboord. De vliegtuigbrandstof kan hierdoor niet meer voor verheviging van de branden zorgen.
09.30 u. - Brand breekt uit op het hoofddek aan stuurboordzijde en aan de verdedigingsboordverschansing 3, 5 en 7. Amerikaanse matrozen blijven op de vliegtuigen vuren met de zware boordmitrailleurs.
10.02 u. - Olievuur op het wateroppervlak rondom het schip. Sleepboten van de marine starten met bluswerkzaamheden. De waterkanonnen doen dit zo goed dat het voorkasteel geblust wordt. Onderdeks ligt hier de munitie opgeslagen. Manschappen worden uit het water opgevist. Velen zijn verbrand door het olievuur.

De USS California (BB-44)

 

 

 

 

 

USS Californië zo laat in de oorlog gezien.
Marine De US Navy
Type Slagschip
Klasse Tennessee 
Wimpel BB 44 
Gebouwd door Mare Island Navy Yard (Vallejo, Californië, Verenigde Staten) 
Bestelde 
Neergelegd 25 oktober 1916 
Gelanceerd 20 november 1919 
In opdracht 10 augustus 1921 
End service 14 februari 1947 
Geschiedenis 
USS Californië (Capt. JW Bunkley) was in Battleship Row op Pearl Harbor op 7 december 1941 en werd tot zinken gebracht tijdens de aanval. 98 van haar bemanning omgekomen en 61 raakten gewond.

Ze is opgegroeid en was weer eindelijk droog op 25 maart 1942. Ze keerde terug naar actie van Saipan in juni 1944.

Ontmanteld 14 februari 1947. 
Getroffen 1 maart 1959. 
Verkocht 10 juli 1959 en gesloopt in Baltimore.

 

 

USS California (BB-44)
Type: Slagschip US Navy
Werf: Mare Island Navy Yard (Vallejo, Californië, USA)
Gebouwd: 25 oktober 1916
Te water gelaten: 20 november 1919
In dienst gesteld: 10 augustus 1921
Verloren gegaan: 7 december 1941, in Pearl Harbor, maar kwam terug in actie in juni 1944
Einde dienst: 14 februari 1947
Uit de vaart genomen: 1 maart 1959
Verkocht: 10 juli 1959 en naar de sloop (afbraak) in Baltimore
Technische gegevens
Lengte: 624 voet - 190 meter
Breedte: ong. 32 meter
Diepgang: ong. 9 meter
Waterverplaatsing: 32.300 Brt.
Machines: Turbo Electro - 4 schachten
Vermogen: 26.800 pk
Snelheid: 21 knopen
Bemanning: 1.407 manschappen
Bewapening[bewerken]
12 x 14"/50 kanonnen (4x3)
12 x 5"/51 kanonnen (12x1)
4 x 3"/50 AA kanonnen (4x1)
3 vliegtuigen
2 katapulten

USS Nevada (BB-36)Amerikaans slagschip

USS Nevada (BB-36) was een Amerikaans slagschip dat in het begin van de oorlog in de Grote Oceaan in Pearl Harbor lag. Op 7 december 1941 werd de Amerikaanse oorlogsvloot aldaar aangevallen door de Luchtmacht van de Japanse Keizerlijke Marine.
Bouw
De USS Nevada werd in maart 1911 besteld en de kiel werd gelegd in november 1912. De Fore River Shipyard kreeg de bouwopdracht ter waarde van $ 5.895.000. Twee jaar later werd het slagschip te water gelaten en in 1916 bij de vloot gevoegd. Het was het eerste schip van de tweede generatie slagschepen. Het had een 8000 ton grotere waterverplaatsing dan de USS Delaware, een slagschip van de eerste generatie, die zeven jaar eerder in dienst was genomen.
De USS Nevada had gevechtstorens met drie kanonnen, de motoren kregen stookolie als brandstof in plaats van steenkool, en telde slechts één schoorsteen. Door het gebruik van olie kreeg het schip een groter bereik en kon het met minder personeel af.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef het schip aanvankelijk dicht bij de Amerikaanse kust. In april 1917 kwam de Verenigde Staten bij de oorlog, maar alleen met steenkool gestookte oorlogsschepen maakten de overtocht naar Europa. Engeland had veel steenkool, maar er kon niet op voldoende olie worden gerekend. Pas in de laatste fase van de oorlog, in augustus 1918, kwam de USS Nevada in Berehaven, in de meeste zuidwestelijke punt van Ierland. Het kreeg vooral escortetaken ter bescherming van konvooien en de USS Nevada heeft de bewapening hierbij nooit hoeven te gebruiken.
Na de oorlog keerde het terug en werd vooral gebruikt in de Atlantische Oceaan en vanaf het begin van de dertiger jaren in de Grote Oceaan. Tussen 1927 en 1930 werd het gemoderniseerd. Hierbij werd het bereik van de hoofdbewapening vergroot van 21 kilometer naar ongeveer 31 kilometer, kreeg het twee nieuwe masten en meer kanonnen ter verdediging tegen vliegtuigen.
Pearl Harbor
USS Nevada (BB-36), onder commando van kapitein-ter-Zee F. W. Scanland, lag in Pearl Harbor op 7 december 1941, toen vliegtuigen van de Japanse Keizerlijke Marine de Amerikaanse Pacific-vloot onverhoeds en verrassend aangeviel. De USS Nevada lag voor anker als laatste slagschip van een meerlinie van acht schepen (later Battleship Row genoemd) op de noordoostelijke punt van Ford Island, waaronder USS Arizona, met daarnaast het reparatiewerkschip USS Vestal, die beiden voor USS Nevada lagen, USS Tennessee, met daarnaast gemeerd USS West Virginia en daarvoor de beide slagschepen USS Maryland en USS Oklahoma. USS California lag eveneens alleen dáárvoor. Het marinetankschip USS Neosho lag nabij de Oklahoma, achter het slagschip, toen rond 08.00 u de aanval begon.
De tweede Japanse aanval van eskaderleider Sjimazaki duurde, net als de eerste van eskaderleider Futchida, een uur. Tijdens de eerste aanvalsgolf werden vooral de andere slagschepen geviseerd en kreeg de Nevada maar enkele bommen te verwerken. De Japanse aanval kostte 6 Aichi D3A-jachtvliegtuigen en 14 Nakajima B5N-bommenwerpers, maar de minst beschadigde slagschepen en een aantal kruisers en torpedobootjagers, die bij de eerste aanvalsgolf de dans ietwat ontsprongen waren, werden nu aangevallen. Ieder Japanse piloot en bommenrichter had een bepaald schip toegewezen gekregen en trachtte zijn orders strikt na te leven.
Het 29.067 ton metende USS Nevada, 25 jaar oud en als "overjarig" geklasseerd, probeerde als enige slagschip te ontsnappen. De Nevada lichtte zijn ankers en vertrok middenin een inferno. De luchtafweerkanons van het schip behoorden tot de eerste die in actie kwamen, maar daardoor lieten de Japanners niet afschrikken. Kort voor de USS Arizona in de lucht vloog werd USS Nevada aan de stuurboordboeg door een vliegtuigtorpedo getroffen, en een bom trof haar middendek.
Toen USS Arizona uit elkaar vloog en het water rondom de USS Nevada met brandende olie bedekte, oordeelde de hoogste vlag-officier aan boord, viceadmiraal William Furlong samen met de commandant van het schip, kapitein-ter-Zee F. W. Scanland, dat hij meer kans maakte het slagschip te redden als hij open water wist te bereiken.
Met enige moeite voer het schip om de brandende USS Arizona en het reparatieschip USS Vestal heen, dat voor de aanval naast de USS Arizona gelegen had en dat van voor tot achter met brandende olie besproeid was. Toen USS Nevada naar het kanaal voer om naar open zee te ontsnappen werd het schip een van de voornaamste doelen voor de Japanse vliegers.
Een torpedo had in de scheepswand een gat geslagen, zo groot als een huis. Voor de Japanners was de mogelijkheid deze staalmassa tot zinken te brengen en daarmee de haventoegangsgeul te blokkeren verleidelijk. Mocht USS Nevada daar zinken, dan kon geen enkel groot oorlogsschip of vliegdekschip nog in- of uitvaren. Daarom concentreerden de duikbommenwerpers zich op het beschadigde en lekkende schip, dat tenminste treffers en nabijtreffers kreeg. Een van de treffers sloeg in nabij de commandobrugtoren, waardoor de ramen aan stuurboordzijde in splinters vlogen. Toch bleef USS Nevada drijven, ondanks het grote gat. Viceadmiraal Furlong besefte het gevaar maar al te goed en hij liet twee sleepboten komen. Gelukkig was de toegangsgeul dieper dan aan de aanlegplaatsen elders in de haven, zodat het slagschip niet meteen aan de grond liep en toch nog buiten de hoofdvaargeul werd geduwd.
Met de hulp van de sleepboten werd de USS Nevada opzettelijk aan de westzijde van het kanaal, nabij Hospital Point, aan de grond gezet, zodat het slagschip de toegang tot de haven niet meer zou kunnen versperren. Er waren 60 doden aan boord en 109 gewonden werden naar het nabijgelegen Hospital-Center overgebracht. Intussen werd het gestrande slagschip door toesnellende sleepboten met hun waterkanonnen verder geblust. USS Nevada lag al vrij diep, met haar dek anderhalve meter boven het wateroppervlak.
Om 09.45 u. staakte de Japanners de aanval wegens gebrek aan bommen, torpedo's en voor de terugweg naar hun vloot met de nog resterende brandstof. Ze lieten Oahu achter in een hel van vuur en vernieling en het duurde enige tijd voor de Amerikanen beseften dat het voorbij was. Zenuwachtige luchtafweerschutters schoten drie eigen vliegtuigen neer, die later op die morgen overgevlogen waren van USS Enterprise, in de mening dat het Japanse vliegtuigen waren.
Verdere loopbaan
Op 12 februari 1942 werd USS Nevada gelicht en in een droogdok hesteld en van haar beschadigde bovenbouw ontdaan en vernieuwd, te Pearl Harbor tot 15 december 1942. Haar vooroorlogse stellingmasten werden verwijderd en kreeg ze een moderner uitzicht. Haar stellingmasten werden vervangen door moderne radar- en navigatiemasten.
De USS Nevada voer naar San Francisco, Verenigde Staten en kreeg voorrang om door het Panamakanaal te gaan, op weg naar de Atlantische Oceaan op 1 juli 1943. Na haar bezoek aan Norfolk (Virginia) kreeg ze een radarmast met volledig rondom draaiende radar op 23 augustus 1943.
Op 14 mei 1944 kwam ze aan voor de rede van Belfast, Noord-Ierland, net op tijd voor de Invasie van Normandië, Frankrijk, samen met een andere Amerikaans slagschip, USS Texas.
Daarna bombardeerden USS Nevada op 6 juni 1944 Duitse stellingen op de Normandische kust, vlak voor de landing van de geallieerden. Met haar kanonnen bestookte ze, samen met andere oorlogsschepen, de kuststrook en landingsplaats van Utah Beach.
De USS Nevada keerde naar de Verenigde Staten terug en voer de Hudsonrivier op. Op 17 september 1944 voer ze terug langs de Amerikaanse Atlantische kust. Ze keerde terug naar de Stille Oceaan via het Panamakanaal.
Op 19 februari 1945 bombardeerde ze de kust van Iwo Jima. Tijdens de invasie op Okinawa op 27 maart 1945, werd ze beschadigd door Kamikazeaanvallen van Japanse zelfmoordpiloten. De Japanse piloten stortten hun vliegtuig, beladen met bommen en munitie, zonder meer op de Amerikaanse oorlogsschepen. Op 5 april 1945 werd USS Nevada getroffen door zware Japanse kustbatterijen op Okinawa.
De Pearl Harbor-veteranen, USS Tennessee, USS California en USS Nevada stoomden weg uit Buckner Bay, Okinawa, op 17 juli 1945. Allen werden beschadigd en voorlopig tot zinken gebracht tijdens de aanval op 7 december 1941.
Einde loopbaan
Op 2 december 1945 ging de USS Nevada het droogdok in voor haar laatste herstelling en tevens een ontmanteling van nog bruikbare materialen. Haar lot was in feite bezegeld na al die jaren dienst. Ze werd daarna naar de Bikini-eilanden gevoerd voor Operatie Crossroad, Joint Task Force One, Bikini Atoll Able Day.
De USS Nevada werd blootgesteld aan bovenzeese atoombomproeven in de maand juni en juli 1946, samen met Duitse en Japanse schepen, die opgebracht waren door de Amerikanen. Zo verging ze het hetzelfde lot als de Duitse zware kruiser Prinz Eugen. Voor de proef was de Nevada rood geschilderd om haar beter te herkennen tussen de vele doel- en proefschepen. Het afgedankte oorlogsschip overleefde de atoomproeven maar werd toch volledig afgeschreven door de Amerikaanse Navy. Van stralingsgevaar hadden de Amerikanen toen nog niet veel notie. Ze werd teruggebracht naar Hawaï waar ze werd opgelegd op 29 juli 1946. Daar lag ze te wachten tot haar definitieve einde.
Op 31 juli 1948 werd ze nogmaals zwaar belaagd en deze keer voorgoed uitgeschakeld, tijdens vlootoefeningen door kanonvuur en torpedo's bij Hawaï. Haar wrak werd in 2006 weer ontdekt maar is nog niet volledig onderzocht.

USS Nevada in september 1944

USS Nevada in september 1944



 

Geschiedenis
Werf Fore River Shipbuilding Co., Quincy, Massachusetts.
Kiellegging 9 november 1912
Tewaterlating 11 juli 1914
In dienst 20 september 1916
Uit dienst 31 juli 1948
Algemene kenmerken
Lengte 178 meter
Breedte 26 meter
Diepgang 8,70 meter
Deplacement 29.067 long ton
Voortstuwing en vermogen Geared Turbines, 4 schroeven
Vaart 20 knopen
Bemanning 1.374 opvarenden
Bewapening 10x 14 inch (45 cm) kanonnen (2x3 en 2x2)
12x 5 inch (127 mm) kanonnen (12x1)
8x 5 inch (127 mm)luchtafweerkanonnen (8x1)
2 katapulten
Bepantsering Gordelpantser: 374 mm
Vliegtuigen en faciliteiten


USS Nevada aan de grond bij Pearl Harbor (december 1941)

 

Kaart van schepen en havenfaciliteiten in Pearl Harbor tijdens de aanval; klik op de afbeelding voor een sleutel.

De USS Sims (DD-409)torpedobootjager

De USS Sims (DD-409) was het naamschip van de 1.750-ton torpedobootjager-klasse. Ze werd gebouwd in Bath Iron Works, in Bath, Maine, samen met de USS Hughes (DD-410) en werd ze in dienst gesteld op 1 augustus 1939. Het schip werd genoemd naar William Sims, een prominente hervormer in het marinescheepsgeschut en de verbeterbare toepassingen van torpedobootjagers. De USS Sims opereerde in de Atlantische Oceaan, voor de volgende 30 maanden. Daarna voer ze voor het laatst in de Stille Oceaan en de Koraalzee.



Geschiedenis
De USS Sims nam deel aan vloot- en trainingoefeningen met neutrale patrouilles en "short of war"-operaties. Vervolgens werd ze, na de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941, overgeplaatst naar de Stille Oceaan. Spoedig werd ze als eenheid, in 1942, van Task Force 17 ingedeeld. De USS Sims opereerde in het midden en zuiden van de Grote Oceaan, en escorteerde het vliegdekschip USS Yorktown (CV-5).

Begin mei 1942 werd ze toegewezen tot het escorteren van de olietanker USS Neosho (AO-23), als de USS Yorktown en de USS Lexington (CV-2), om een Japanse vlootstrijdmacht aan te pakken die Port Moresby, Nieuw-Guinea en Australië bedreigde. In de vroege fase van het gevolg van de Slag in de Koraalzee op 7 mei 1942, vonden vijandelijke carriervliegtuigen de begeleidende torpedobootjager USS Sims en de olietanker USS Neosho, die op weg waren naar Task Force 11 en 17 van de viceadmiraals Fletcher en Fitch. De Japanners hielden de Amerikaanse olietanker aanvankelijk voor een carrier.

Hun ondergang
Op de morgen van 7 mei werden de torpedobootjager en de olietanker aangevallen door de Japanse marineluchtmacht. Om 09.30 u vielen 15 Japanse bommenwerpers de twee schepen aan, maar brachten hen geen schade toe. Om 10.38, vielen 10 Japanse vliegtuigen weer de beide schepen aan, maar behendig manouevreerden ze weg van de 9 gedropte bommen, die bijnatreffers werden. Een derde aanval tegen de beide oorlogsschepen, door 36 duikbommenwerpers, was deze keer echter vernietigend en verwoestend.

De olietanker USS Neosho werd spoedig een brandend wrak, als resultaat van 7 directe aanvallen en door een vliegtuig, dat op haar dek insloeg. De USS Sims werd aan beide zijden aangevallen. De torpedobootjager verdedigde zich zo goed als ze kon, maar tegen deze overmacht was ze kansloos. Drie 500 kg-bommen raakten de USS Sims. Twee explodeerden in de machinekamer, en weinige minuten later, brak het midscheeps in tweeën en begon het schip te zinken, met het achterschip eerst. Terwijl de USS Sims naar onder gleed, was er een geweldige ontploffing, die het ongelukkige oorlogsschip 15 meter uit het water liet oprijzen. De officier R. J. Dicken, die in een beschadigde reddingsloep zat, pikte 15 andere overlevenden uit zee op.

Zij waren de overgeblevenen, samen met die van de nog drijvende USS Neosho (ondanks de zeer zware schade), tot zij werden gered door de torpedojager USS Henley (DD-391) op 11 mei. De op drift geslagen en van voor tot achter brandende tanker USS Neosho, kreeg het genadeschot van de USS Henley. De positie waar de USS Sims ten onder ging was op 15°105 Z. en 158°05 O.

USS Sims (DD-409

Klasse: Eigen naam-klasse (Sims-klasse)
Type: Torpedobootjager US Navy
Werf: Bath Iron Works, Bath, Maine, USA
Gebouwd: 15 juli 1937
Te water gelaten: 8 april 1939
In dienst gesteld: 1 augustus 1939
Verloren gegaan: 7 mei 1942 (Slag in de Koraalzee)
Technische gegevens[bewerken]
Lengte: 106 m
Breedte: 11 m
Waterverplaatsing: 1.570 ton
Diepgang: 2,75 m
Snelheid: 35 knopen - (65 km/u)
Bemanning: 241 officieren en matrozen
Bewapening[bewerken]
4 x 5"/38 DP kanonnen
2 x 4 1.1" AA snelvuurkanonnen
2 x 4 21" torpedolanceerbuizen
2 x dieptebommengeleiders.

De USS Enterprise (CV-6)vliegdekschip

De USS Enterprise (CV-6) was een vliegdekschip van de Amerikaanse Marine tijdens de oorlog in de Grote Oceaan. Het schip werd ook de "Big E" genoemd en was het meest gedecoreerde schip van de Amerikaanse Marine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze voerde de meeste missies uit gedurende de Tweede Wereldoorlog in de Grote Oceaan, en werd bijzonder beroemd door de zee- en luchtslagen in de oorlog in de Grote Oceaan. De USS Enterprise behoorde tot de Yorktown-klasse. De USS Enterprise was het 6e vliegdekschip van de United States Navy en het 7e US Navy schip met deze naam.
Geschiedenis
De kiel van de USS Enterprise werd op 16 juli 1934 gelegd. Ze liep van stapel op 3 oktober 1936 te Newport News Shipbuilding, gedoopt door Lulie Swanson, echtgenote van de marine secretaris Claude A. Swanson. De USS Enterprise werd overgedragen aan de Amerikaanse marine op 12 mei 1938. Het vliegkampschip nam aan vrijwel alle zeeslagen tegen Japan in W.O. II deel, onder meer aan de Slag bij Midway, de Slag bij de Oostelijke Salomons; de Slag bij Santa Cruz eilanden. Ook was ze aanwezig gedurende de Slag bij Guadalcanal, de Slag bij de Filipijnen en de Slag in de Golf van Leyte, alsook voordien in het begin van de oorlog tegen Tokio, met de Doolittle Raid. Driemaal werd zij getroffen, het laatst door een kamikaze-vliegtuig bij de verovering van het eiland Okinawa in april 1945, waarna zij naar de V.S. terugkeerde. Ze overleefde de oorlog evenals de USS Saratoga (CV-3) en de USS Ranger (CV-4).
Eigenlijk is de USS Enterprise het resultaat van de ontwapeningsonderhandelingen, die in 1921 tussen de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Japan, Frankrijk en Italië gevoerd werden. Dat akkoord stond toe, dat de Verenigde Staten 135.000 ton voor de gezamenlijke vliegdekschepen-vloot mocht bouwen. De eerste drie vliegdekschepen die werden gebouwd waren de USS Langley (CV-1), de USS Lexington (CV-2) en de USS Saratoga (CV-3). Dit waren omgebouwde schepen van andere klassen. De USS Ranger (CV-4) was het eerste vliegdekschip, dat ook als zodanig gepland en gebouwd werd. Toen Franklin D. Roosevelt in 1933 het "New Deal" verkondigde, was in de begroting voor de verdediging ook 40.000.000 dollar, voor twee nieuwe vliegdekschepen voorzien. Van het zusterschip USS Yorktown (CV-5) werd op 21 mei 1934 haar kiel gelegd en de USS Enterprise volgde twee maanden later.
De eerste proefvaart van de beide vliegdekschepen USS Yorktown en USS Enterprise, was in mei 1938 naar Rio de Janeiro, Brazilië. De toenmalige viceadmiraal William F. Halsey Jr. voerde hierbij het opperbevel en kapitein-ter-Zee Newton H. White had het eerste commando over de USS Enterprise. Na haar terugkeer opereerde ze langs de oostkust van de Antillen in april 1939. Doch in november werd Newton White door kapitein-ter-Zee Charles A. Pownall vervangen en afgelost, en deze bracht het schip in 1939 naar de Grote Oceaan waar ze eerst op haar eerste thuisbasis San Diego aanlegde. In mei 1940 werd de Task Force-vloot voor Japanse afdreiging naar Pearl Harbor verlegd. Er was tegen Japan een olie-embargo uitgevaardigd. Ook omdat het China in 1938 was binnengevallen en daar lelijk huishield onder de Chinese burgerbevolking. Dit Amerikaans embargo zat de Japanners dwars. Ze hadden nog voor twee maanden olievoorraad.
Pearl Harbor
Op 28 november 1941 vertrok de USS Enterprise uit Oahu om vliegtuigen en piloten naar Wake eiland te brengen. Op 2 december 1941 had ze juist haar leveringsmissie aan het Marine Corps Fighter Squadron 211 op Wake eiland verhandeld. Ze zou tegen 6 december terug in Pearl Harbor zijn, maar het slechte weer, verhinderde - achteraf gezien, gelukkig maar - haar directe terugkeer. De USS Enterprise was bijna het slachtoffer geworden van de Japanse aanval. Terugkerend van Wake eiland, had ze gelukkig oponthoud gehad, niet alleen door het slechte weer, maar ook toen de haar escorterende torpedobootjagers, in volle zee, moesten bijbunkeren. Daarom was het vliegdekschip 7 december 1941 slechts 200 mijl van Oahu verwijderd, toen de Japanse bommenwerpers boven Pearl Harbor verschenen.
Tweede Wereldoorlog
Na Pearl Harbor

De USS Enterprise stuurde 18 vliegtuigen naar Pearl Harbor om de schade daar vast te stellen. Die kwamen vlak na de Japanse aanval aangevlogen. Zes Enterprise-toestellen werden neergehaald door zenuwachtige Amerikaanse schutters, die dachten dat het nog Japanse vliegtuigen waren. Acht bemanningsleden werden gedood. Ook in de namiddag, als de vliegtuigen van de VF-6 vluchtformatie, bestaande uit 6 Grumman F4F Wildcats in Pearl Harbor wilden landen, werd er in paniek op hen geschoten. Dat kostte nog eens drie piloten het leven... Uiteindelijk zagen ze in, dat de Japanners hun aanval al lang beëindigd hadden. Als de USS Enterprise, de dag nadien aankwam in Pearl Harbor en voorzichtig binnenliep, langs de gestrande en vernielde USS Nevada (BB-36), zag de bemanning de ravage die de Japanners hadden aangericht. Na haar bevoorrading trok haar Task Force erop uit om de Japanse Striking Force, bestaande uit 6 vliegdekschepen, w.o. "Akagi","Kaga", "Hiryu", "Soryu", "Zuikaku", "Shokaku" en een groot aantal escorteschepen, op te sporen. Deze waren terug naar het westen gestoomd om Guam en Wake eiland aan te vallen. De USS Enterprise vond wel de Japanse onderzeeër I-70, op 23°35 N. en 155°35 W. Op 10 december brachten haar vliegtuigen hem tot zinken op die positie.
Gedurende de laatste weken van december 1941, stoomde de USS Enterprise met zijn Task Force ten westen van Hawaï om dekking te geven aan dit eiland, terwijl twee andere carriergroepen, die van de USS Lexington en die van de USS Saratoga, al ter plaatse waren nabij Wake eiland. Na de Japanse landing moesten de beide Task Force's zich terugtrekken van Wake eiland. Na instructies gekregen te hebben te Pearl Harbor, vertrok de USS Enterprise-groep op 11 januari 1942, ter bescherming van een konvooi, richting Samoa. Op 1 februari deelde haar Task Force een harde slag uit aan de Japanners in Kwajalein, Wojte en Maloelap, op de Marshalleilanden. Haar vliegtuigen brachten drie schepen tot zinken, beschadigden acht andere schepen en vernietigde grote aantallen vliegtuigen en grondinstallaties. De USS Enterprise liep daarbij lichte schade op door Japanse tegenaanvallen. Na de slag stoomde haar Task Force terug naar Pearl Harbor.
Doolittle Raid
Gedurende de volgende maanden, zwalpte de USS Enterprise en haar escorteschepen in het centrum van de Grote Oceaan. Van daar viel ze de vijandelijke installaties op Wake- en Marcus eilanden aan, waar ze weer enkele lichte schades opliep. Daarna keerde ze terug naar Pearl Harbor voor de nodige herstellingen. Op 8 april 1942 vertrok ze weer, en had ze een rendez-vous met de USS Hornet (CV-8). Samen voeren ze westwaarts, waarbij de Enterprise de USS Hornet mede escorteerde voor een geheime missie boven Japan. De USS Hornet lanceerde 16 B-25 Mitchell-bommenwerpers tijdens de Doolittle Raid op Tokio. Terwijl de Enterprise-jagers opstegen om dekking te geven boven hun Task Force, stegen de Mitchells op vanaf het vliegdek van de USS Hornet op 18 april 1942. Ze vlogen onder leiding van kolonel-vlieger Jimmy Doolittle. Ze werden vroegtijdig gelanceerd omdat de Task Force ontdekt was door een Japanse patrouille. Ten gevolge daarvan moesten de Amerikaanse bommenwerpers 600 mijlen vliegen en hun bommen droppen op Tokio. Na hun missie moesten de B-25-piloten in China een landing maken en zorgen dat ze daar niet in Japanse handen vielen. Daar moesten ze de Chinese troepen van generaal Chiang Kai-shek zien te bereiken. De Japanse vloot werd erop uit gestuurd, om de Amerikaanse carriers op te sporen. Hier was het toen snelste vliegdekschip ter wereld, "Hiryu", aanwezig. Maar het Amerikaanse flottielje wist terug te keren, waar ze Pearl Harbor bereikten op 25 april.
Slag bij Midway
Op 1 mei 1942, vertrok de "Big E"-Task Force met volle snelheid naar het zuiden van de Grote Oceaan, voor een hereniging met de andere Task Force's, die van de USS Lexington en de USS Yorktown, die in de Koraalzee opereerden. Maar de Slag in de Koraalzee was voorbij, voordat de USS Enterprise ter plaatse was. Hierbij verging de USS Lexington, en was de USS Yorktown zwaar beschadigd uit de strijd gekomen. De "Big E" kreeg orders terug te keren, en bereikte Pearl Harbor op 26 mei 1942. Op 27 mei kregen menige officieren en matrozen, aan boord van de USS Enterprise, die plichtbewust hadden opgetreden tijdens de Japanse aanval op Pearl Harbor, persoonlijk of postuum een ereteken opgespeld. Vele kregen de Medal of Honor. Voor de eerste maal in de Amerikaanse geschiedenis, kreeg een kleurling, een kok, Doris "Dorie" Miller genaamd, een medaille uitgereikt, door de Vloot-admiraal Chester Nimitz, de plaatsvervanger van admiraal Husband Kimmel. Matroos-Tweede-klas Miller kreeg "maar" het Navy Cross. De USS Enterprise begon daarna met haar intensieve voorbereidingen, om nu wel deel te nemen in een beslissende strijd, die van de Midway eilanden. De Japanse vloot stoomde naar Midway, terwijl een andere Japanse carriervloot, Dutch Harbor op 3 juni 1942 aanviel als afleidingsmanoeuvre. Vloot-admiraal Chester Nimitz liet zich niet van de wijs brengen en stuurde 23 Catalina's op verkenning uit.
Raymond A. Spruance

Op 28 mei 1942 werd de USS Enterprise het vlaggenschip van viceadmiraal Raymond A. Spruance. Deze voormalige kruisercommandant werd voorgedragen door de zieke admiraal William F. Halsey Jr. aan Vloot-admiraal Nimitz tot zijn leidinggevende opvolger voor de strijd. Admiraal Spruance en zijn CTF-16 kreeg de orders: "To hold Midway and inflict maximum damage on the enemy by strong attrition tactics." Hij kreeg de opdracht, een tacktiek uit te dokteren en posteerde zijn drie carriers ten noordoosten van Midway. Dit punt werd "Point Luck" genoemd, want dat hadden ze nodig. Met de USS Enterprise in Task Force 16, samen met de USS Hornet, 6 kruisers en 10 torpedobootjagers stoomde Spruance naar het rendezvouspunt. Op 30 mei vervoegde Task Force 17, onder leiding van viceadmiraal Fletcher met de, inderhaast herstelde USS Yorktown, zijn 2 kruisers en 6 torpedojagers, de Carrier Task Force 16-vloot van Spruance. Fletcher was wel de leidinggevende admiraal voor de luchtaanvallen en had de titel van "Officer in Tactical Command."
De Slag bij Midway begon in de morgen van 4 juni 1942, wanneer vier vliegdekschepen, de "Akagi", "Kaga", "Soryu" en "Hiryu", met hun landings- en aanvalsvloot, de aanval inzetten. Precies drie uur, nadat de eerste bommen op Midway vielen, bombardeerden de Amerikaanse vliegtuigen van Midway, USS Enterprise, USS Hornet en de USS Yorktown, de Japanse carriers, en 30 minuten later lieten de vliegtuigen van de USS Enterprise en USS Yorktown drie vijandelijke vliegdekschepen zinken. De "Akagi", "Kaga" en "Soryu" stonden in brand en zonken allen enkele uren later. De "Hiryu" ging de dag daarna verloren, vernietigd door de toestellen van de USS Enterprise, USS Hornet en de, bij hen overgevlogen USS Yorktown-vliegtuigen, die niet meer op hun zwaar beschadigde carrier konden landen. De USS Yorktown ging bij deze slag verloren, na hevige luchtaanvallen en een torpedering door de I-168.
De balans
Aan beide zijden werden er luchtaanvallen gelanceerd en op de bewuste 4e juni werden aan beide zijden defensieve gevechten geleverd. Ofschoon de strijdmachten in contact bleven tot 7 juni, was de strijd op het eind van de 4e juni beslist en liep het uit in het voordeel van de Amerikanen. Er kwam een kentering in de defensieve houding van de Amerikanen in de oorlog in de Grote Oceaan. Nu begonnen ze terug te slaan met diverse aanvallen op de Japanners. De USS Yorktown en de USS Hammann (DD-412) waren de enige US schepen die tot zinken werden gebracht. Maar de strijdmacht, Task Force's 16 en 17 verloren in totaal 113 vliegtuigen, 61 van hen in de gevechten gedurende de slag. De Japanse verliezen waren enorm. Ze verloren 4 vliegdekschepen, 1 kruiser en 272 carrier-vliegtuigen. De Enterprise-vliegtuigen bombardeerden de "Soryu" en "Akagi". De USS Enterprise zelf kwam onbeschadigd uit de slag en keerde op 13 juni 1942 terug naar Pearl Harbor.
Operaties in het zuiden van de Grote Oceaan
Na een maand, waar ze een opknapbeurt en onderhoudswerkzaamheden liet doen, vertrok de USS Enterprise op 15 juli 1942, naar het zuiden van de Grote Oceaan, waar ze de Task Force 61 ondersteunde van de amfibie-landingsboten op de Salomonseilanden in augustus 1942. Voor de volgende twee weken, onderhield de carrier en haar vliegtuigen, dekkingsvluchten met tevens communicatievluchtlijnen, ten zuidwesten van de Salomons. Op 24 augustus werd een sterke Japanse strijdmacht gesignaleerd, die op 200 mijl ten noorden van Guadalcanal voer. Haar Task Force 61-vliegtuigen gingen in de aanval. In de Slag van de Oostelijke Salomons ging een Japanse vijandelijke carrier, de "Ryujo" voorgoed naar de zeebodem door toedoen van de vliegtuigen van de USS Saratoga (CV-3). De Japanse troepen daarentegen, vochten intens een verbeten strijd op Guadalcanal. De USS Enterprise werd van de Amerikaanse schepen het meeste getroffen. Drie directe treffers en vier nabijtreffers doodden 74 manschappen en verwondden 95 opvarenden en brachten serieuze schades op aan de carrier. Maar welgetrainde schadecontroles en snel, hard werkende manschappen, lapten hun vliegdekschip weer op en ze was weldra weer in staat terug te keren naar Pearl Harbor op eigen kracht.
Slag bij Santa Cruz eilanden
Na de reparaties in Pearl Harbor, van 10 september tot 16 oktober 1942, vertrok de USS Enterprise nog een keer naar het zuiden van de Grote Oceaan. Daar formeerde ze met de USS Hornet Task Force 61. Op 26 oktober lanceerde de USS Enterprise verkenningsvliegtuigen en deze localiseerden een Japanse vliegdekschip-strijdmacht. De Slag bij Santa Cruz eilanden was begonnen. De Enterprise-vliegtuigen vernielden vliegdekschepen en kruisers gedurende de gevechten, terwijl de "Big E" zelf werd aangevallen door Japanse toestellen. Tweemaal werd ze door bommen geraakt, waarbij 44 man sneuvelden en 75 gewond werden. Ondanks de serieuze schade, bleef ze aanvallen lanceren en nam aan boord een groot aantal vliegtuigen van de USS Hornet over. De USS Hornet werd ernstig getroffen en zonk tijdens de slag. Hardnekkig waren de Amerikaanse verliezen van een vliegdekschip en een torpedojager, ter onderscheiding van de Japanse verliezen van een lichte kruiser. Het gevecht won in onschatbare tijd tot herversterken van Guadalcanal tegen de volgende vijandelijke hevige aanvallen. De USS Enterprise was nu de enige, nog bedrijvige US carrier op het toneel. Op het vliegdek schreven de bemanning de tekst:"Enterprise vs Japan".
Slag bij de Salomons eilanden
Daarna kwam de "Big E" in Nouméa, Nieuw-Caledonië, op 30 oktober aan voor, herstellingen aan haar schip. Maar een nieuwe Japanse vloot bij de Salomons, kwam opdagen en stoomde op 11 november erheen. Ondertussen werkten de bemanningsleden van het reparatieschip USS Vestal (AR-4), nog aan boord van de USS Enterprise. Op 13 november vielen haar vliegtuigen het Japanse slagschip "Hiei" aan en lieten haar kelderen. Wanneer de zeeslag van Guadalcanal eindigde, op 15 november 1942, had de USS Enterprise haar aandeel tot het, tot zinken brengen van 16 Japanse- en 8 beschadigde schepen, goed volbracht. De "Big E" keerde terug naar Nouméa op 16 november, voor een verdere en definitieve herstelling.
Slag bij Rennell eilanden
De USS Enterprise stoomde na de broodnodige herstellingen op 4 december 1942, weg van Espiritu Santo op de Nieuwe Hebriden, tot 28 januari 1943, toen ze weer vertrok naar het Salomonsgebied. Op 30 januari liet ze haar jagers en bommenwerpers opstijgen tegen een kruisers-torpedojagers-groep gedurende de Slag bij Rennell eiland. In weerwil van de vernietiging van een grote meerderheid van de aanvallende Japanse bommenwerpers door Enterprise-vliegtuigen, werd de zware kruiser USS Chicago (CA-29) toch nog getroffen door Japanse vliegtuigtorpedo's, die haar tot zinken brachten.
Vrij na de Slag bij Rennell eiland, kwam het Amerikaanse vliegdekschip op 1 februari 1943 in Espititu Santo terug. Voor de volgende drie maanden opereerde de USS Enterprise vanuit deze basis, dekking gevend met haar vliegtuigen van de US oppervlakte-strijdmachten op de Salomons. Daarna stoomde de USS Enterprise naar Pearl Harbor waar ze op 27 mei 1943 aankwam. Vloot-Admiraal Chester Nimitz bracht het schip voor, met de eerste "Presidential Unit" medaille-ereteken, voor een vliegdekschip. Op 20 juli 1943 kwam ze binnengevaren in Puget Sound Naval Shipyard, voor de meest broodnodige herstellingen. De Yorktown-klasse had bewezen tot kwetsbaarheid van torpedoinslagen, terwijl ze grote reparaties onderging, in het najaar toen van 1943. De USS Enterprise werd dusdanig ontvangen met grootse opgezette herstellingswerkzaamheden, met inbegrip van een anti-torpedo-boord, dat haar een verbeterde onderwaterbescherming moest bezorgen.
Terugkeer naar haar plicht
De USS Enterprise kwam terug in actievere wateren, midden november 1943. De "Big E" bracht een dichte luchtdekking teweeg, ter bescherming voor de Marinierslanding op Makin Atol, van 19 november tot 21 november 1943. Op de nacht van 26 november leidde de carrier-basis de nachtvluchten in voor een operatie in de Grote Oceaan. Na een hevige raid door haar vliegtuigen van Task Force 50 tegen een Japanse basis op Kwajalein, op 4 december 1943, keerde de USS Enterprise na vijf dagen strijd, terug naar Pearl Harbor.
De volgende operatie van de "Big E" was met Task Force 58, in een zachte landing op de Marshalleilanden en ondersteuning van de landing op Kwajalein, van 29 januari tot 3 februari 1944. Daarna stoomde de onvermoeibare lijkende USS Enterprise, nog altijd met Task Force 58, op tot een invasie op de Japanse zeemachtbasis op de Trukeilanden, in de Carolinen eilanden, op 17 februari 1944. Ter plaatse had de USS Enterprise een vlieghistorie verwezenlijkt, door voor de eerste maal, een nachtelijke gelanceerde vliegtuigaanval, met radar te leiden. De 12 Enterpise-torpedobommenwerpers volbrachten een excellent resultaat door 1/3 van de Japanse 200.000 ton-scheepsruimte te doen kelderen.
Met haar Task Force 58, lanceerde de USS Enterprise raids op Jaluit Atol op 20 februari 1944. Daarna stoomde ze naar Majuro en Espiritu Santo. Op 15 maart stoomde ze met Task Force 36.1 nu, ter ondersteuning voor de marinierslandingen op Emirau eilanden, tussen 19 en 25 maart. De carrier formeerde terug Task Force 58 op 26 maart, en voor de volgende 12 dagen, ondernam ze een serie van aanvallen en raids, tegen de eilanden van Yap, Ulithi, Woleai en Palau. Na een verblijf van een week, bevoorrade en bunkerde de "Big E" zich, in Majuro. Daarna voer ze op 14 april tot ondersteuning van de landingen in het Hollandia (nu Jayapura) gebied van Nieuw-Guinea, en nam deel aan de aanval tegen de Truk eilanden, tussen 29 en 30 april 1944.
Op 6 juni 1944 was ze nog in gezelschap met Task Force 58.3. Ze vertrok van Majuro tot deelname met de rest van Task Force 58 in de aanval op de Marianen. Daarna tegen Saipan, Rota en Guam, tussen 11 en 14 juni 1944. De Enterprise-piloten boden directe luchtondersteuning voor de landingen op Saipan op 15 juni, en ondersteunde de Amerikaanse Marinierstroepen voor de volgende twee dagen. Beslissend voor een grotere poging tot een uitbreking op de invasie van Saipan, positioneerde admiraal Spruance, nu commandant van de 5de Vloot, Task Force 58 tot een ontmoeting met de Japanse bedreiging.
De Slag van de Filipijnenzee

Op 19 juni 1944, de grootste historische vliegkampschip-luchtslag, vond plaats; de Slag van de Filipijnenzee. Voor en over de 8 uren, vlogen de piloten van de United States en de Keizerlijke Japanse Marine, over de Amerikaanse vloot en vochten in de lucht, boven Task Force 58 en de Marianen. Op het einde van de dag, was een Amerikaanse zege in het verschiet. De conclusie van de aanvallen tegen de Japanse vloot op 20 juni 1944, bekwam een complete triomf. Zes Amerikaanse schepen waren wel beschadigd, en 130 vliegtuigen en een totaal van 76 piloten en vliegtuigbemanning, waren verloren gegaan. Maar door een grootse assistentie van Amerikaanse onderzeeërs, werden drie Japanse vliegdekschepen tot zinken gebracht. Dit waren de "Hiyo", "Shokaku" en de "Taiho". 426 Japanse carriervliegtuigen waren vernietigd. De Japanse marine kwam deze slag nimmer te boven.
De Filipijnenzeeslag was voorbij. De USS Enterprise en haar escorterende oorlogsschepen vervolgden hun route en ondersteunden de Saipan Campagne, tegen 5 juli. Ze keerden terug naar Pearl Harbor voor een maand, voor een generale "overhaul". Terug in actie kwam ze op 24 augustus 1944, met Task Force 38 in het strijdgebied, en stoomde daar rond, nabij de Volcano- en Bonin eilanden, van 31 augustus tot 2 september 1944. De eilanden Yap, Ulithi en Palaus eilanden werden eveneens aangedaan, vanaf 6 tot 8 september 1944.
De Slag in de Golf van Leyte
Na de Operatie West van de Palau eilanden, vervoegde de USS Enterprise andere eenheden van Task Force 38 op 7 oktober 1944, en zette koers naar het noorden. Vanaf 10 tot 20 oktober. Haar carriervliegtuigen voerden missies uit boven Okinawa, Formosa en de Filipijnen. Ze bliezen verscheidene vliegvelden, geschutsinstallaties en gereedliggende schepen voor de invasie van Leyte op, met hun bommen en torpedo's. Na de Leyte-landing van de Amerikanen op 20 oktober, ging de "Big E" voor Ulithi liggen voor bijbunkering, maar de naderende Japanse vloot op 23 oktober, bracht haar weer snel terug in actie.
In de Slag in de Golf van Leyte, van 23 tot 26 oktober, vielen de Enterprise-vliegtuigen de drie vijandelijke groepen aan. Ditmaal was het een werkelijke zeeslag tussen slagschepen en torpedobootjagers, vooraleer de acties eindigde. De USS Enterprise en de overgebleven schepen, ondernamen een patrouilletocht, ten oosten van Samar en Leyte, tegen het eind van oktober. Daarna keerde de carrier terug naar Ulithi, voor haar bevoorrading en herstelling aan haar schip. In de loop van november viel haar luchtvloot doelen aan in het Manillagebied, bij de Filipijnen en de eilanden Yap. Ze keerde terug naar Pearl Harbor, haar thuisbasis, op 6 december 1944.
Iwo Jima, Okinawa, en de Kamikaze
Op 24 december 1944 vertrok de USS Enterprise naar de Filipijnen. Aan boord van de USS Enterprise was een speciale groep aanwezig, getraind in nachtvluchten en geleid door nachtradar. Ze sloot zich aan bij Task Force 38.5 en koerste in de wateren rond, ten noorden van Luzon en in de Chinese Zee, in de loop van januari 1945. Haar vliegtuigen onderschepten vijandelijke land- en scheepsdoelen vanaf Formosa tot Indochina. Na haar instructies en bezoek aan Ulithi, ontving de "Big E" weer Task Force 58.5 op 10 februari 1945, en zorgde dag en nacht ervoor, dat haar Task Force 58 eveneens beschermd bleef, terwijl haar luchtmachtvloot aanvallen deed op Tokio op 16 en 17 februari 1945.
Slag om Iwo Jima en Slag om Okinawa

Ze ondersteunde voor de zoveelste maal de Marinierslandingen in de Slag om Iwo Jima, vanaf de dag van de landing op 10 februari tot 9 maart 1945. Daarna stoomde ze terug naar Ulithi. Gedurende een deel van deze periode, onderhield de USS Enterprise voortdurend vliegtuigpatrouilles boven Iwo Jima, voor 174 uren. Op 15 maart vertrok ze terug van Ulithi en onderhield haar nachtwerk in vliegtuigraids tegen Kyushu, Honshu en schepen in de binnenzeeën van Japan. Ze werd echter licht beschadigd door een vijandelijke bom op 18 maart 1945. De USS Enterprise voer Ulithi, zes dagen later binnen voor de zoveelste reparatie. Terug in actie op 5 april, ondersteunde ze de Okinawa Operatie.
Daar werd de "Big E" ernstig geraakt, op 11 april 1945, door een "kamikaze"-vliegtuig. Weer moest ze terugkeren naar Ulithi. Nog een keer stevende ze terug naar Okinawa, en op 6 mei ondernam de USS Enterprise, de klok rond, aanvalraids met haar vliegtuigen. Weer werd ze getroffen door een Japanse "kamikaze"-zelfmoordpiloot. Op 14 mei 1945, likte ze haar laatste wonden van de Wereldoorlog II, wanneer een zelfmoordvliegtuig haar voorwaartse-vliegdeklift vernielde. Hierbij vielen 14 doden en 34 gewonden. De carrier stoomde terug voor de zoveelste herstelling naar Puget Sound Navy Yard. Daar kwam ze aan op 7 juni, waar ze gemeerd bleef tot op V-J Day, 15 augustus 1945. Ze kwam niet meer in actieve dienst, daar Japan in augustus 1945 capituleerde. De oorlog was voor haar afgelopen.
Na-Oorlog Dienst
Operatie Magic Carpet

Terugkerend tot een puike conditie, voer de USS enterprise naar Pearl Harbor en keerde daarna terug naar de Verenigde Staten met zo'n 1.100 dienstdoende dienstplichtigen, voor het opheffen van hun diensttaken. Dan voer ze naar New York, waar ze op 17 oktober 1945 aankwam. Twee weken later kwam ze aan te Boston, voor de installatie van verblijfruimte-faciliteiten. Dan begon ze een reeks van operatie Magic Carpets reizen naar Europa. Daar bracht ze meer dan 10.000 veteranen huiswaarts in haar diensteinde naar haar land. Gedurende een reis naar Europa, werd het schip gehuldigd door de Britse Admiraliteit, de Admiralty Pennant, het enige niet-Royal Navy-schip, dat deze eer te beurt kreeg.
Het einde van de "Big E"

De USS Enterprise kwam naar de New York Naval Shipyard op 18 januari 1946, om op non actief te worden gezet, en werd uit dienst gesteld op 17 februari 1947. Ofschoon er verscheidene pogingen werden ondernomen tot behoud van het schip als een museum/memorial, lukte het niet om het schip daarvoor genoeg geld bij elkaar te krijgen. Het vliegdekschip van de US Navy en de "Big E" werd verkocht op 1 juli 1958 aan de Lipsett Corporation van New York City, voor het uiteindelijk slopen van de USS Enterprise, te Kearney, New Jersey. Er werd beloofd dat een opvallende driepotige mast behouden zou blijven om in het Naval Academy's nieuw voetbal stadion te zetten, maar ook daarvan is het nooit gekomen. (Er werd wel een herdenkingsplaquette geïnstalleerd op de basis, van wat wordt vernoemd "Enterprise Tower"). De sloop eindigde in mei 1960. In 1968 was er een permanent "Enterprise Exhibit", en was opgedragen aan de Naval Aviation Museum te Pensacola Naval Air Station, Florida, tot een huiselijk kunstproductie, foto's en andere items van historisch belang over de USS Enterprise (CV-6).

Luchtfoto van Enterprise op zee in 1945 

Geschiedenis 
Verenigde Staten 
Naam: USS Enterprise 
Besteld: 1933 
Bouwer: Newport News Shipbuilding 
Neergelegd: 16 juli 1934 
Gelanceerd: 3 oktober 1936 
Opdracht: 12 mei 1938 
Ontmanteld: 17 februari 1947 
Identificatie: Romp nummer: CV-6 
Nickname (s): The Big E 
Lucky E 
The Grey Ghost 
The Galloping Ghost 
Eer en 
awards: Brons-Dienst-star-3d.png 20 Battle Stars 
Lot: Gesloopt 1958-1960 
Algemene kenmerken (as built)
Class & type: Yorktown -class vliegdekschip 
Verplaatsing: 19.800 ton standaard 
25.500 ton vollast 
Vanaf oktober 1943: 
21.000 ton standaard 
32.060 ton vollast 

Lengte: 770 ft (234,7 m) waterlijn 
824 ft 9 in (251,4 m) algehele 
Vanaf juli 1942: 
827 ft 5 in (252,2 m) totale lengte 
Breedte: 83 ft 3 in (25,4 m) 
109 ft 6 in (33,4 m) algehele 
Vanaf oktober 1942: 
114 ft 5 in (34,9 m) breedte 
Vanaf oktober 1943: 
95 ft 5 in (29,1 m) waterlijn 
Ontwerp: 25 ft 11,5 in (7,9 m) 
Geïnstalleerd vermogen: 120.000 shp (89.484 kW) 
9 × Babcock & Wilcox ketels 
Voortstuwing: 4 × schachten; 4 × Parsons gericht stoomturbines 
Snelheid: 32,5 knopen (60,2 km / h; 37,4 mph) 
Bereik: 12.500 NMI (23.200 km, 14.400 mijl) op 15 knopen (28 km / h; 17 mph) 
Aanvulling: 2.217 officieren en mannen (1941) 
Sensoren en 
systemen: CXAM-1 RADAR [1] 
Bewapening: 8 × enkel 5 in / 38 cal kanonnen 
4 × quad 1,1 / 75 cal kanonnen 
24 × .50 kaliber machinegeweren 
Vanaf april 1942: 
8 × 5 in / 38 cal 
4 × quad 1,1 / 75 cal 
30 × 20 mm Oerlikon kanonnen 
Vanaf medio juni 1942 tot midden september 1942: 
8 × 5 in / 38 cal 
5 × quad 1,1 / 75 cal 
32 × 20 mm Oerlikon 
Vanaf medio september 1942: 
8 × 5 in / 38 cal 
4 × quad 40 mm Bofors kanonnen 
1 × quad 1.1 in / 75 cal 
44 × 20 mm Oerlikon (46 van 11/42) 
Vanaf oktober 1943: 
8 × 5 in / 38 cal 
40 × 40 mm Bofors (8 × 2, 6 × 4) 
50 × 20 mm Oerlikon 
Vanaf september 1945: 
8 × 5 in / 38 cal 
54 × 40 mm Bofors (5 x 2, 11 × 4) 
32 × 20 mm Oerlikon (16 × 2) 
Pantser: 2,5-4 in riem 
£ 60 beschermende decks 
4 in schotten 
4 in de zijkant en 2 in de top round commandotoren 
4 in kant over stuurinrichting 
Vliegtuigen uitgevoerd: 90 vliegtuigen 
Luchtvaart faciliteiten: 3 × liften 
2 × stuurhut hydraulisch katapulten 
1 × hangardek hydraulische katapulten 

 

 

USS Enterprise (CV-6) 1942

 

 

 

 

 

 

 

 

Lijst van Operaties
Marshall eilanden (februari 1942)
Wake eiland (februari 1942)
Marcus eiland (maart 1942)
Doolittle Raid (april 1942)
Midway (juni 1942)
Guadalcanal (augustus 1942)
Oostelijke Salomons eilanden (augustus 1942)
Santa Cruz eilanden (oktober 1942)
Guadalcanal (november 1942)
Rennell eiland (januari 1943)
Gilbert eilanden (november 1943)
Truk eilanden (november 1943)
Saipan - Guam - Philippijnenzee (juni 1944)
Leyte Golf (oktober 1944)
Tokio aanval (februari 1945)
Kyushu aanval (maart 1945)
Okinawa (april 1945)
Kyushu aanval (mei 1945)
Doden en gevangenen
De USS Enterprise had tezamen 374 doden te betreuren. Daarvan zijn 139 doden van de scheepsbemanning. De anderen behoorden tot de gestationeerde luchteenheden die neergestort zijn. 12 piloten werden door de Japanners gevangengenomen, nadat hun vliegtuig werd neergehaald. Daarvan werden 2 piloten na de gevangenneming geëxecuteerd. 2 andere piloten werden naar Formosa gebracht en kort voor het oorlogseinde opgehangen.
Commandanten
Kapitein-ter-zee Newton H. White (12 mei 1938 - 21 december 1938)
Kapitein-ter-zee Charles A. Pownall (21 december 1938 - 21 maart 1941)
Kapitein-ter-zee Georges D. Murray (21 maart 1941 - 30 juni 1942) - (Doolittle Raid - Slag bij Midway, met admiraal Spruance aan boord)
Kapitein-ter-zee Arthur C. Davis (30 juni 1942 - 21 oktober 1942)
Kapitein-ter-zee Osborne B. Hardison (21 oktober 1942 - 7 april 1943)
Kapitein-ter-zee Carlos W. Wieber (7 april 1943 - 16 april 1943)
Kapitein-ter-zee Samuel P. Ginder (16 april 1943 - 7 november 1943) - (Reparatie in Pearl Harbor en ombouw in Bremerton]
Kapitein-ter-zee Matthias N. Gardner (7 november 1943 - 10 juli 1944)
Kapitein-ter-zee Thomas J. Hamiton (10 juli 1944 - 29 juli 1944) - (Reparatie in Pearl Harbor)
Kapitein-ter-zee Cato D. Glover (29 juli 1944 - 14 december 1944)
Kapitein-ter-zee Grover B. H. Hall (14 december 1944 - 25 september 1945)
Kapitein-ter-zee William A. Rees (25 september 1945 - 20 februari 1946)
Kapitein-ter-zee Francis E. Bardwell (20 februari 1946 - 10 juni 1946) - (Aangelegd in Bayonne, New Jersey)
Kapitein-ter-zee Conrad W. Craven (10 juni 1946 - 31 januari 1947)
Kapitein-ter-zee Lewis F. Davis (31 januari 1947 - 17 februari 1947) - (Uitdienststelling)

De USS Oklahoma (BB-37) was een slagschip

De USS Oklahoma (BB-37) was een slagschip van de Amerikaanse marine in het begin van de Tweede Wereldoorlog. Op 7 december 1941 werd ze in de haven van Pearl Harbor aangevallen door de Japanse Keizerlijke Marine-Luchtmacht. Samen met de USS Arizona (BB-39) ging ze voorgoed verloren.
Aanval op Pearl
Bij de eerste Japanse aanval omstreeks 08.00 u. op de zondagmorgen van 7 december 1941, werd de Amerikaanse vloot in Pearl Harbor verrassend aangevallen. Bij deze eerste aanvalsgolf werden de slagschepen USS California (BB-44), de USS West Virginia (BB-48) en de USS Oklahoma (BB-37) door één of meerdere torpedo's getroffen door Japanse Nakajima B5N "Kate"-vliegtuigen van squadron-leider Murata. De USS Oklahoma lag als eerste schip, aan de buitenzijde naast de USS Maryland (BB-46), van de meerlinie van 8 oorlogsschepen. Hij kreeg ook als eerste schip enkele torpedo's te incasseren aan bakboordzijde.
Aan boord waren de schoonmaakploegen die zondagmorgen aan dek bezig toen de aanval begon. Eveneens stonden de patrijspoorten open voor verluchting van de slaapvertrekken van de manschappen en eveneens om meer licht binnen te krijgen voor een inspectieronde van de officieren van wacht. Dit zou mede ook de oorzaak zijn van het vlugge binnenstromen van water na de torpedering. De USS Oklahoma begon te kapseizen zodat de manschappen aan dek zich overal moesten vastklampen om niet in het water te vallen. Men gelooft het of niet, maar velen die bij de marine waren, konden niet of amper zwemmen. Dit was veelvoorkomend vóór en vlak na de oorlog. Voor degene die binnen waren in het langzaam rondtollende slagschip, was de situatie rampzalig. De lichten vielen uit en het water stroomde binnen via de patrijspoorten. Velen zochten tevergeefs naar de uitgangen en waadden zich door het stijgende water. Door het overhellen van het getroffen schip, werd de normale binnenbouw voor de ongelukkigen gezichtsbedrog, zodat velen niet meer wisten wat en waar de boven of onderkant was. Velen verdronken omdat ze geen uitweg vonden in het duister. Aan dek was het niet veel beter. Terwijl de manschappen aan relingen en opbouw vastklampten, mitrailleerden de Zero's voortdurend de schepen en de manschappen. Velen schoven getroffen door kogels van het dek in het water. Anderen lieten zich vrijwillig vanaf het schuine dek in het water vallen om snel weg te zwemmen van het wrak. De bovenbouw kwam in het water zodat menige matrozen eronder kwamen en verdronken. Weer anderen werden naar onder gezogen door het zinkende schip en verdronken eveneens. Degene die toch boven water kwamen, zwommen middenin de stookolie, die gelukkig nog niet in brand stond op dit moment.
De USS Oklahoma kapseisde langszij de USS Maryland die aan de pierkade gemeerd lag. Dit slagschip brandde eveneens door de bomtreffers van de Japanse duikbommenwerpers. Op dit moment explodeerde de USS Arizona die in derde linielengte aan de pierkade lag. Het bleek dat de Japanners de buitenkant liggende oorlogsschepen torpedeerden en aan de binnenzijde liggende slagschepen met bommen bestookten. Toen de USS Arizona in de lucht vloog, lagen er meer dan 1.000 manschappen dood in het verwrongen wrak. Brandende stookolie van het wrak verspreidde zich over het water. Dit gevaar was echter gering in vergelijking met wat er met het marinetankschip USS Neosho (AO-23) kon gebeuren, dat bij de USS Maryland en de USS Oklahoma gemeerd lag.
Het Amerikaanse marinetankschip was geladen met vliegtuigbenzine, en was het eerste schip dat ervandoor ging. De tankercommandant kapitein-ter-zee John S. Philipps zag onmiddellijk hoe groot het gevaar was dat zijn tankschip opleverde. Toen de USS Neosho de trossen liet kappen werd de USS Oklahoma aangevallen en het was slechts een kwestie van een paar minuten voordat het getroffen slagschip begon over te hellen en kapseisde. De USS Neosho kon het achterschip van de USS Oklahoma nog maar net ontwijken en toen hij wegvoer kwamen twee Japanse Nakajima B5N "Kate"-torpedovliegtuigen laag over het water aanscheren op een koers die hun torpedo's tegen twee van de andere slagschepen tot explosie zou brengen. Doordat de vliegtuigen moesten uitwijken voor het afweervuur van de USS Neosho, misten hun gelanceerde torpedo's maar nipt het tankschip.
Het grootste deel van de bemanning zat gevangen in de gekapseisde USS Oklahoma. Méér dan 400 manschappen kwamen daarbij om. Maar 42 mensen werden er gered door werklui van de marinescheepswerf, die een gat brandden in de pantserplaten van het slagschip. Op de naar boven gekeerde bodem van de USS Oklahoma waren reddingsploegen bezig, gaten te maken om de mannen te bevrijden die in het casco opgesloten zaten. Met behulp van metalen voorwerpen gaven ze signalen dat er nog leven was onder de romp. Andere mannen deden hun uiterste best, de USS California drijvende te houden. Deze werd later naar een droogdok gesleept met nog de Amerikaanse vlag in top, ondanks haar zware ravage.
Neosho-gissing
Als de marinetanker USS Neosho, de ligplaats had gehad, bij de brandstoftanks op Ford Island, in brand geschoten was, zou bij de 4 slagschepen die in de buurt lagen, de USS Maryland, USS Tennessee, USS Oklahoma en de USS West Virginia, met brandende benzine besproeid hebben en zouden waarschijnlijk ook de brandstoftanks op de wal in vlammen zijn opgegaan. Dan zouden zeker de bunkertanks en de munitieopslagruimtes van de slagschepen ontploft zijn en dan was het helemaal een catastrofale explosie-inferno geweest, met nog méér slachtoffers. Gelukkig had kapitein-ter-Zee John S. Philipps de tegenwoordigheid van geest, om de hachelijke situatie in te zien en net op tijd te vertrekken van deze onheilsplek, die was er eigenlijk overal op dat moment. Van de bemanningsleden van de getroffen slagschepen, lagen velen in de olie, in de haven, te zwemmen. Menigeen had olie binnengekregen via de mond en neus. Weer anderen waren tot de 2e tot 3e graad verbrand. Toen de reddingsboten langszij hen kwamen, werd er 'getracht' hen aan boord te trekken... De verbrande huid stroopte finaal van hen ledematen... Overal lag er puin en brandende slagschepen tot een schroothoop gebombardeerd. Op dat moment was de hel in Pearl Harbor aanwezig...
Definitieve einde
De USS Oklahoma stond onder commando van kapitein-ter-Zee H. D. Bode en was in Pearl Harbor op 7 december 1941, getroffen door 5 vliegtuigtorpedo's die het schip lieten kapseizen. Eveneens werd het voortdurend gemitrailleerd door de Japanners. De totale verliezen waren 415 manschappen en 14 marineofficieren voor 429 doden van de 1.374 koppige bemanningsleden die tijdelijk buiten strijd waren, door verwondingen en verlies van hun schip.
De berging en het lichtten van het wrak begon in maart 1943. Op 1 december 1943 ging ze in het droogdok. Ze werd niet volledig hersteld, maar werd buiten dienst gezet op 1 september 1944 en uiteindelijk geschrapt van de marinescheepslijst op 5 december 1946. Ze zonk in een zware storm op 7 mei 1947, 550 mijl buiten Hawaï, toen ze weg werd gesleept naar San Francisco, Verenigde Staten.

USS Oklahoma


Verenigde Staten 
Naam: USS Oklahoma 
Naamgenoot: Staat Oklahoma 
Besteld: 4 maart 1911 
Bouwer: New York Shipbuilding 
Neergelegd: 26 oktober 1912 
Gelanceerd: 23 maart 1914 
Gesponsord door: Lorena J. Cruce 
Opdracht: 2 mei 1916 
Ontmanteld: 1 september 1944 
Struck: 1 september 1944 
Motto: "Voor het goede van de Dienst!" 
Nickname (s): "Okie" 
Eer en 
awards: 1 slag ster voor de Tweede Wereldoorlog dienst.
Lot: Gezonken in aanval op Pearl Harbor, verhoogd en verkocht voor schroot 5 december 1946. Hulk zonk terwijl onder sleeptouw aan brekers 17 mei 1947. 
 

USS Wisconsin is vastgebonden buitenboordmotor van de romp van Oklahoma in Pearl Harbor Navy Yard op 11 november 1944. Let op de grote verschillen in de lengte van de twee slagschepen.

USS Oklahoma (BB-37)
Klasse: Nevada-klasse
Type: Slagschip US Navy
Werf: New York Shipbuilding Corp (Camden, New Jersey, USA)
Gebouwd: 26 oktober 1912
Te water gelaten: 23 maart 1914
In dienst: 2 mei 1916
Verloren gegaan: 7 december 1941 - Later op 7 mei 1947
Technische gegevens[bewerken]
Lengte: 583 voet - 178 meter
Breedte: ong. 30 meter
Waterverplaatsing: 29.067 Brt
Machine: Nevada: Geared Turbines. 4 schachten/Oklahoma:VTE
Vermogen: 31.700 pk
Snelheid: 20 knopen
Bemanning: 1.374 manschappen
Bewapening[bewerken]
10 x 14"/45 kanonnen (2x3 en 2x2)
12 x 5"/51 kanonnen (12x1)
8 x 3"/50 AA kanonnen (8x1)
2 vliegtuigen
2 katapulten

USS West Virginia (BB-48)slagschip

De USS West Virginia (BB-48) was een Amerikaans slagschip van de United States Pacific Fleet, toen de Tweede Wereldoorlog voor de Amerikanen begon op 7 december 1941, te Pearl Harbor op Oahu, Hawaï. De USS West Virginia lag buitenom gemeerd naast de USS Tennessee (BB-43) (als deel van Battleship Row) toen het als één van de eerste schepen de aanval te verduren kreeg door de Japanse Keizerlijke Marine-Luchtmacht.
Geschiedenis
De USS West Virginia (BB-48) lag in de tweede dubbele rij gemeerd, naast de USS Tennessee (BB-43) op 7 december 1941, nabij Ford Island. Daarvoor lag de USS Oklahoma (BB-37), samen met de USS Maryland (BB-46). Achter de USS West Virginia en de USS Tennessee lag de USS Arizona (BB-39), met aan de buitenzijde het reparatieschip USS Vestal (AR-4), die het onfortuinlijke slagschip met werkzaamheden op het schip behulpzaam was. Als laatste van de rij lag de USS Nevada (BB-36), die later tijdens de Japanse aanval zou proberen zich uit de voeten te maken. Als enige slagschip vooraan deze rij lag de USS California (BB-44), die eveneens zwaar zou getroffen worden. Het marine-tankschip USS Neosho (AO-23) lag voorlopig aan de slagschepen gemeerd om de schepen te bevoorraden met vliegtuigbenzine, voor de katapultvliegtuigen op de schepen.
Rond acht uur 's morgens vielen de Japanners de Amerikaanse Pacific-vloot onverhoeds en verrassend aan. Vanaf het ingangskanaal kwamen ze laag aangevlogen en bogen ze af naar de gemeerde slagschepen bij Ford Eiland. Laag over het havenwateroppervlak scherend dropten de Nakajima B5N "Kate"-type Zero's hun torpedo's. De torpedo's plonsden in het water en vervolgden hun dodelijke weg naar de gemeerde schepen. Dankzij de eerdere bevindingen en beproefde houten vleugelplanken, achteraan de vliegtuigtorpedo's, gingen de zware torpedo's niet té diep onder water. De kans bestond dat ze zouden blijven steken in de modderige havenbodem van Pearl Harbor. Deze was 45 voet diep, ongeveer 13,70 meter.
De eerste torpedo's knalden tegen de rompen van de USS Oklahoma en de USS West Virginia. Nietsvermoedende matrozen hingen boven stellingplanken aan de bakboordromp, om die te schilderen. Ze zagen even de glinsterende torpedo's onder water en onder hen passeren. De explosies waren enorm. Toen vielen al de eerste slachtoffers. De beide schepen kregen op dit moment één of meerdere torpedo's te incasseren. Net als de USS Oklahoma was er een inspectie-rondgang aan de gang en stonden al de patrijspoorten open voor verluchting en meer lichtinval voor de inspectie-officieren. In de algemene verwarring vergat men deze patrijspoorten te sluiten, zodat er nog meer water binnenstroomde en tevens door de torpedo-inslagen in de rompen.
Het verschrikkelijke scenario was net als aan boord van de USS Oklahoma. Matrozen, onder-officieren en officieren, die geen dienst hadden die zondagmorgen, sliepen nog. Ze werden tevens bruut gewekt door de ontploffingen en het oorlogsgeweld. Nog slaapdronken en ongelovig baanden ze zich haastig een weg naar het bovendek. De USS West Virginia begon over te hellen zodat veel marinemensen in de dok vielen. Kort na de aanval waren de getroffen USS West Virginia en USS Tennessee nog nauwelijks te onderscheiden in de geweldige rookontwikkeling van beide schepen. Elders was het niet veel beter.
De USS Arizona kreeg een fatale 800 kg-bom, net voor de brugtoren en op het torenkasteel van de B-toren. Deze bom drong door naar het ondergelegen munitiecompartiment en kwam daar tot ontploffing. Mede door de opgeslagen munitie reet het slagschip uiteen door een enorme explosie die het slagschip optilde. Brokstukken vlogen overal rond zodat de USS West Virginia en USS Tennessee gloeiende metalen en olie over zich heen kregen. Marine-sleepboten kwamen op gevaar van hun leven, aangesneld en met hun boordwaterkanonnen werd getracht de brandden aan boord van de USS West Virginia en USS Tennessee te bestrijden.
Ondertussen was het tankschip USS Neosho weg van de onheilsplek gevaren, om zeker niet zelf het slachtoffer te worden door vijandelijk vuur en het vuur van de slagschepen. De USS Neosho was net weg toen hij de achtersteven van het kapseizende USS Oklahoma maar nipt miste. De USS West Virginia daarentegen, bleef tegen de eveneens beschadigde USS Tennessee liggen en zakte scheef naar de havenbodem. Binnenin het schip speelden zich tragediën af van verdrinkende manschappen, die hun weg naar het bovendek niet meer terugvonden in de duistere doolhofgangen. Werklui van de marinewerf sprongen onverschrokken aan boord en probeerden de gepantserde dekplaten en gegrilde verluchtingsgaten open te brandden of te forceren met voorhamers en breekijzers. De marinewerflui en andere matrozen aan dek, zagen de grijpende handen van matrozen, die onder de gegrilde en getraliede luchtgaten, vastzaten en in het stijgende water gevangen zaten. Het schuine dek van de gezonken USS West Virginia kwam net boven het dokwater te liggen, maar voor de bemanning onderdeks kwam alle hulp te laat, ondanks de reddingspogingen van de marinemensen op het dek.
Na de aanval
Tegen zondagmiddag was Pearl Harbor van één ding overtuigd: dat de Japanners zouden terugkomen, waar ze dan ook vandaan gekomen waren. Het 35-cm geschut van de USS Pennsylvania (BB-38) werd op de haveningang gericht, en alle matrozen en havenwerkers die de strijd ongedeerd doorstaan hadden, haastten zich om de onbeschadigde schepen gereed te maken voor de strijd. In de kantine van de havenpier speelde een jukebox telkens weer de plaat; I don't want to set the world on fire; op de USS Maryland had de scheepskapel bevel gekregen marsmuziek te spelen om het moreel te verbeteren. Branden woedden ondertussen nog in en om de USS West Virginia, en ook de USS Arizona brandde nog steeds...
Postuum Medal of Honor
Kapitein-ter-Zee en commandant, Mervyn Sharp Bennion van de US Navy, werd geëerd, tijdens een medaille-uitreikingsplechtigheid op de USS Enterprise (CV-6), in Pearl Harbor, op 27 mei 1942, bij wie het Medal of Honor, postuum werd toegekend voor toewijding, plicht en moed, gedurende de aanval op Pearl Harbor, tijdens zijn dienstdoende taak als commandant van de USS West Virginia. Commandant Mervyn S. Bennion sneuvelde aan boord tijdens een vliegtuigbomexplosie. Andere blanke officieren en matrozen, die voor deze erkenning in aanmerking kwamen voor moed en zelfopoffering, kregen deze medaille opgespeld door de Vloot-Admiraal Chester Nimitz, die in de plaats gekomen was van Vloot-Admiraal Husband Kimmel. Deze laatste werd 'gedegradeerd' tot admiraal en naar de Verenigde Staten teruggeroepen ter verantwoording. Hij moest voor de US Marinecommissie verschijnen en onderworpen aan een kruisverhoor. Daar werd hem verweten van nalatigheid, voorbereidingen laten treffen voor de Pacific-vloot, en het negeren van berichten en waarschuwingen van ondergeschikte personen.
Navy Cross voor Doris Miller
Tweede-klas-Matroos Doris "Dorie" Miller (1919 - 1943), was een kleurling en mess-bediende voor de hogere officieren aan boord van het slagschip USS West Virginia. Negers of kleurlingen kregen in die tijd, bedienende taken toegewezen gekregen, die ten dienste stonden van de blanke Amerikaanse officieren bij de US Navy-vloot. Zij hielpen in de keuken, moesten eten bereidden, kuisen, de was doen, tafels dekken en afruimen, en de hoge officieren bedienen in de mess. De kleurlingen hadden zoals nu heden ten dage, nog geen leidinggevende taken of functies. De hoogste graad dat ze konden behalen was tot korporaal of hoogstens tot sergeant, en dan nog voor eigen mensen en zeker niet om blanke matrozen te commanderen. Deze Doris Miller was eveneens ook de persoonlijke bediende van commandant Bennion. Deze beschouwde hem als vriend en mens, niet als een gewone bediende, zoals sommige blanke officieren dat wel deden.
Doris Miller overleefde de bominslag, maar 'zijn' kapitein stierf kort daarna aan zijn verwondingen. Furieus als hij was, stormde hij bovendeks en nam zelf daadwerkelijk het heft in handen als voorbeeld voor de andere matrozen. Ofschoon hij nooit de kans had gekregen een snelvuurkanon te mogen bedienen, stelde hij zijn mitrailleurskanon en vizier in, zoals hij het gezien had tijdens schietoefeningen en schoot op de voorbijrazende Japanse vliegtuigen. Hij trof er twee die neerstortten. Aangemoedigd door zijn daadwerkelijke optreden, begonnen andere blanke matrozen zijn voorbeeld te volgen en schoten eveneens op de vijand. Zijn daadwerkelijke optreden werd opgemerkt en voorgedragen aan de vlootcommissie voor een ereteken.
Voor deze heldenmoed kreeg Tweede-klas-Matroos Doris Miller 'maar' het Navy Cross. Deze werd hem, als enige kleurling, aan boord van het vliegdekschip USS Enterprise, opgespeld door Vloot-Admiraal Chester W. Nimitz, te Pearl Harbor op 27 mei 1942. De medaille werd toegekend: "Voor heldenmoed aan boord van de USS West Virginia gedurende de aanval op 7 december 1941". Velen vonden dat hij het Medal of Honor moest gekregen hebben, maar omdat 'hij kleurling was', kreeg hij 'maar' het Navy Cross, wat ook een hoge onderscheiding was. Toen werd er nog zéker onderscheid gemaakt tussen blank en zwart, ongeacht hun heldenmoed of rang...
Einde loopbaan USS West Virginia
De USS West Virginia werd tot zinken gebracht in Pearl Harbor op 7 december 1941. Kapitein-ter-Zee M. S. Bennion was de commandant van dit trotse slagschip, toen ze in de vernieling werd getorpedeerd en gebombardeerd. Ze werd terug gelicht en vlottende gehouden op 17 mei 1942. Vervolgens keerde ze terug naar de Verenigde Staten voor een uitgebreide herstelling en vernieuwing aan het slagschip. Ze kwam niet eerder klaar tot juli 1944. Uiteindelijk werd ze opgelegd op 1 maart 1959 en verkocht aan de sloop op 24 augustus 1959.

USS West Virginia (BB-48)

USS West Virginia (BB-48)

Besteld 5 december 1916
Werf Newport News Shipbuilding & Drydock Co. - Newport News, Virginia, VS
Kiellegging 12 april 1920
Tewaterlating 17 november 1921
In de vaart genomen 1 december 1923
Uit de vaart genomen 9 januari 1947
Status Gesloopt op 24 augustus 1959
Algemene kenmerken
Scheepsklasse Colorado-klasse
Type Slagschip
Lengte 190 meter
Breedte 29,6 meter
Diepgang 9,3 meter
Deplacement 32.600 BRT
Voortstuwing en vermogen Turbo Electric, 4 schachten
28.900 Pk
Vaart 21 kn
Bemanning 1.407 manschappen
Bewapening 8 - 16"/45 kanonnen (4x2)
14 - 5"/51 kanonnen (14x1)
4 - 3"/50 kaliber AA kanonnen (4x1)
Vliegtuigen en faciliteiten 3
Bijnaam Wee Vee

 

 

Miller met zijn Navy Cross

Miller met zijn Navy Cross

Bijnaam "Dorie"
Geboren 12 oktober 1919
Waco (Texas)
Overleden 24 november 1943
Gilberteilanden
Land/partij Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Onderdeel US Navy
Dienstjaren 1939-1943
Rang Cook third class
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Aanval op Pearl Harbor
Slag om Tarawa
Onderscheidingen Navy Cross
Purple Heart

De USS Hornet Amerikaans vliegdekschip

USS Hornet (CV-8), het zevende schip om de naam Hornet dragen, was een Yorktown class vliegdekschip van de Amerikaanse marine. Tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Pacific Theater, lanceerde zij de Inval van Doolittle op Tokyo en nam deel aan de Slag bij Midway en de Buin-Faisi-Tonolai Raid. In de Salomonseilanden campagne was ze betrokken bij de vangst en de verdediging van Guadalcanal en de Slag om de Santa Cruz eilanden waar ze onherstelbaar werd beschadigd en tot zinken gebracht door vijandelijke torpedojagers. Hornet was in dienst voor een jaar en zes dagen en was de laatste Amerikaanse vloot carrier ooit tot zinken gebracht door vijandelijk vuur. Voor deze acties, werd ze bekroond met vier sterren dienst, een citaat voor de Doolittle Raid in 1995, en haar Torpedo Squadron 8 kreeg een Presidential Unit Citation voor buitengewone heldenmoed voor de Battle of Midway. 
Constructie en inbedrijfstelling 
Hornet had een lengte van 770 voet (235 m) op de waterlijn en 824 feet 9 inches (251,38 m) algehele. Ze had een straal van 83 voet 3 inch (25,37 m) op de waterlijn, 114 voet (35 m) in het algemeen, met een diepgang van 24 voet 4 inch (7,42 m) zoals ontworpen en 28 voet (8,5 m) bij vollast. Ze verplaatste 20.000 lange ton (20.000 t) bij standaard belasting en 25.500 lange ton (25.900 t) bij vollast. Ze werd ontworpen voor de bemanning van een schip dat bestaat uit 86 officieren en 1280 mannen en een lucht aanvulling bestaande uit 141 officieren en 710 mannen. 
Ze werd aangedreven door negen Babcock & Wilcox ketels verschaffen stoom bij 400 psi (2800 kPa) en 648 ° F (342 ° C) tot vier Parsons Marine afgestemd stoomturbines elk met eigen schroef. De turbines zijn ontworpen om in totaal 120.000 produceren asvermogen [SHP] (89.000 kW) haar een reeks van 12.000 nautische mijl (14.000 mi, 22.000 km) met een snelheid van 15 knopen (17 mph 28 km / h). Ze werd ontworpen om 4280 lange ton (4350 t) van stookolie en 178.000 voeren US gallons (670.000 liter) van Avgas. Haar ontworpen snelheid was 32,5 knopen (60,2 km / h; 37,4 mph). Tijdens proefvaarten, produceerde ze 120.500 SHP (89.900 kW) en bereikte 33,85 knopen (62,69 km / h; 38,95 mph). 
Hornet was uitgerust met acht 5-inch (127 mm) / 38 kaliber tweeledig doel geweren en 16 1,1-inch (28 mm) / 75 kaliber luchtafweergeschut in quad mounts (vier geweren samenwerkende). Aanvankelijk had ze 24 M2 Browning 0,50-inch (12,7 mm) machinegeweren maar deze werden vervangen in januari 1942 met 30 20-mm Oerlikon luchtafweer kanon. [1] [2] In juni 1942, na de slag bij Midway , Hornet had een nieuwe CXAM radar bovenop haar statief mast geïnstalleerd, en haar SC radar werd verplaatst naar haar grote mast. Een extra 1,1-inch (28 mm) quad-mount werd toegevoegd aan haar boog en haar bewapening van 20 mm luchtafweergeschut werd verhoogd 30-32 mounts. Bovendien zijn dwarsscheeps hangar-deck vliegtuigen katapult verwijderd. 
Voor armor, had ze een pantser riem van 30 pond (14 kg) een speciale behandeling van staal (STS) die 2,5-4 inch (64-102 mm) dik was. De vlucht en hangar dekken had geen pantser, maar de beschermende dek had 4 inch (100 mm) van 60 pond (27 kg) STS. Schotten had 4 inch (100 mm) armor terwijl de commando toren had 30-16 splinter pro armor 4 inch (100 mm) aan de zijkanten met 2 inch (51 mm) boven. De stuurinrichting had 4-inch (100 mm) bescherming aan de zijkanten met 60-16 op het dek. 
Haar cockpit was 814 bij 86 voet (248 m × 26 m) en haar hangar dek was 546 bij 63 voet (166 m × 19 m) ​​en 17 voet 3 inch (5,26 m) hoog. Ze had drie vliegtuigen liften elke 48 door 44 voet (15 bij 13 m) met een hefvermogen van £ 17.000 (7.700 kg). Ze had twee vlucht-dek en een hangar dek hydraulische katapulten en uitgerust met Mark IV Mod 3A arresteren toestel met een capaciteit van 16.000 pond (7300 kg) en 85 mijl per uur (137 km / h). [4] Ze werd ontworpen een gastheer Carrier Air Group van 18 vechters, 18 bommenwerpers, 37 scout vliegtuigen, 18 torpedo bommenwerpers, 6 Utility vliegtuigen. 
Hornet werd neer op 25 september 1939 legde Newport News Shipbuilding van Newport News, Virginia en werd gelanceerd op 14 december 1940, gesponsord door Annie Reid Knox, de vrouw van de secretaris van de Marine Frank M. Knox. Zij werd opgedragen bij Naval Station Norfolk op 20 oktober 1941 met Kapitein Marc A. Mitscher in opdracht.
Service History - World War II 
Gedurende de periode vóór de aanval op Pearl Harbor, Hornet opgeleid uit Norfolk. Een hint van een toekomstige missie vond plaats op 2 februari 1942, toen Hornet vertrok Norfolk met twee Luchtmacht B-25 Mitchell medium bommenwerpers op het dek. Eenmaal op zee, de vliegtuigen werden gelanceerd om de verrassing en verbazing van de bemanning Hornet 's. Haar mannen waren niet op de hoogte van de betekenis van dit experiment, zoals Hornet terug naar Norfolk, bereid zijn om te vertrekken voor het gevecht, en op 4 maart zeilde voor de westkust via het Panamakanaal. 
Doolittle Raid, april 1942 
Hornet aangekomen bij Naval Air Station Alameda, Californië op 20 maart 1942.Met haar eigen vliegtuigen op de hangar dek, door midafternoon op 1 april geladen ze 16 B-25s in de cockpit. [10] Onder het commando van luitenant- Kolonel James H. Doolittle, 70 United States Army Air Corps officieren en 64 manschappen aan boord gemeld. In gezelschap van haar escorte, Hornet vertrok Alameda, op 2 april [10] onder verzegeld orders. Die middag, Kapitein Mitscher hoogte zijn mannen van hun missie: een bombardement op Japan. 
Elf dagen later, Hornet toegetreden tot het vliegdekschip Enterprise off Midway, en de Task Force 16 draaide zich naar Japan.Met Enterprise verstrekken combat luchtpatrouille cover, Hornet was om stoom diep in vijandelijk wateren. Oorspronkelijk was de task force bedoeld om verder te gaan op 400 NMI (460 mijl; 740 km) van de Japanse kust; Echter, op de ochtend van 18 april, een Japanse patrouilleboot, No. 23 Nitto Maru, slechtzienden de Amerikaanse taskforce. Nashville zonk de patrouilleboot. [12] Te midden van bezorgdheid dat de Japanners hadden zich bewust van hun aanwezigheid is gemaakt, Doolittle en zijn overvallers werden gedwongen om te vroeg te starten vanaf 600 NMI (690 mijl; 1100 km ) uit in plaats van de geplande 400 NMI (460 mijl; 740 km). Vanwege deze beslissing geen van de 16 vliegtuigen maakte het naar hun aangewezen landingsbaan in China. Na de oorlog bleek dat Tokio de Nitto Maru 's ontvangen bericht in een verminkte vorm en dat het Japanse schip tot zinken werd gebracht voordat het een duidelijke boodschap kon krijgen tot de Japanse vasteland. 
Zoals Hornet kwam en bereid zijn om de bommenwerpers die was klaargemaakt voor take-off van de vorige dag, een storm van meer dan 40 kn lanceren (46 mph, 74 km / h) gekarnd de zee met 30 ft (9,1 m) toppen; zware deining, die veroorzaakt het schip hevig pitchen, verscheept zee en spuit over de boeg, nat de cockpit en doorweekt het dek bemanningen. Het lood vliegtuig, onder bevel van kolonel Doolittle, had slechts 467 ft (142 m) van de cockpit, terwijl de laatste B-25 hing haar dubbele roeren ver uit over de fantail. Doolittle, zelf timing tegen de opkomst en ondergang van de boeg van het schip, sjokte langs de cockpit, omcirkeld Hornet na de start, en zet koers naar Japan. Door 09:20, alle 16 waren in de lucht, op weg naar de eerste Amerikaanse luchtaanval tegen de Japanners thuis eilanden.
Hornet bracht haar eigen vliegtuigen op het dek als Task Force 16 gestoomd op volle snelheid voor Pearl Harbor. Onderschepte uitzendingen, zowel in het Japans en het Engels, bevestigd 14:46 het succes van de invallen. Precies een week om het uur na de lancering van de B-25s, Hornet zeilde in Pearl Harbor.missie Hornet 's werd een officieel geheim gehouden voor een jaar; tot dan president Roosevelt genoemd naar het schip de bommenwerpers begon met slechts als "Shangri-La". Twee jaar later, zou de marine deze naam te geven aan een vliegdekschip. 
Hornet gestoomde van Pearl Harbor op 30 april te helpen Yorktown en Lexington [15] bij de Slag in de Koraalzee, maar de strijd eindigde voordat ze bereikten de scène. Op 4 mei Task Force 16 gekruist de evenaar, de eerste keer ooit voor Hornet.Na het uitvoeren, met Enterprise, een schijnbeweging richting Nauru en Banaba (Oceaan) eilanden die de oorzaak van de Japanners te annuleren hun operatie om de twee eilanden in beslag te nemen, keerde ze terug naar Hawaii op 26 mei,en zeilden twee dagen later om te helpen afstoten een verwachte Japanse aanval op Midway. 
Slag bij Midway 
Op 28 mei 1942 Hornet en de Task Force 16 gestoomd uit Pearl Harbor op weg naar Point "Geluk", een willekeurige plek in de oceaan ongeveer 325 mijl (523 km) ten noordoosten van Midway, waar ze in een flank positie om hinderlaag Japan zou zijn mobiele staking kracht van vier frontlinie vliegdekschepen, de Kido Butai. [18] Japanse carrier-based vliegtuigen werden gerapporteerd geleid voor Midway in de vroege ochtend van 4 juni. [19] Hornet, Yorktown, en Enterprise gelanceerd vliegtuigen, net zoals de Japanners dragers sloegen hun vliegtuigen hieronder voor te bereiden op een tweede aanval op Midway.Hornet duikbommenwerpers volgde een verkeerde rubriek en heeft de vijandelijke vloot niet vinden. Verschillende bommenwerpers en al het escorteren strijders werden gedwongen om te graven wanneer ze liep uit brandstof een poging om terug te keren naar het schip. Vijftien torpedo bommenwerpers van Torpedo Squadron 8 (VT-8) vond de Japanse schepen en vielen. Ze werden opgewacht door overweldigende vechter oppositie ongeveer acht nautische mijlen. (9 mijl; 15 km) uit, en zonder begeleiders om hen te beschermen, ze werden neergeschoten één voor één Ensign George H. Gay, USNR, was de enige overlevende van 30 men. 
Verdere aanvallen van Enterprise en Yorktown torpedo vliegtuigen bewezen even rampzalig, maar in geslaagd dwingen de Japanse carriers om hun decks duidelijk voor de bestrijding van de lucht patrouille operaties te houden, in plaats van het spotten van een tegenaanval tegen de Amerikanen. Japanse strijders werden neerschieten de laatste van de torpedo vliegtuigen over Hiryu wanneer duikbommenwerpers van Enterprise en Yorktown aangevallen, te beginnen enorme brand aan boord van de drie andere Japanse carriers die leidde tot hun verlies. Hiryu werd eind geraakt in de middag van 4 juni door een staking van Enterprise en zonk de volgende ochtend vroeg. Hornet vliegtuigen, de lancering laat te wijten aan de noodzaak van het herstellen van Yorktown scout vliegtuigen en gebrekkige communicatie, vielen een slagschip en andere begeleiders, maar verzuimde te klappen. Yorktown was verloren gecombineerde lucht- en onderzeeër aanval scoren. 
De Hornet gevechtsvliegtuigen vielen de vluchtende Japanse vloot op 6 juni en ze geholpen bij het ​​zinken van de zware kruiser Mikuma, beschadiging van een vernietiger, en het verlaten van de zware kruiser Mogami, zwaar beschadigd en in brand, om weg te komen uit de strijd zone slap. De aanval van de Hornet op de Mogami eindigde een van de grote beslissende veldslagen van de maritieme geschiedenis.Midway werd opgeslagen als een belangrijke basis voor de Amerikaanse operaties in de westelijke Stille Oceaan. Van het grootste belang was de verlammende van de Japanse luchtvaartmaatschappij kracht, een zware klap van waaruit de Japanse Keizerlijke Marine nooit volledig hersteld. De vier grote carriers meenamen naar de bodem ongeveer 250 marine vliegtuigen en een hoog percentage van de hoogst opgeleide en ervaren Japanse vliegtuigonderhoud personeel. De overwinning bij Midway was een beslissend keerpunt in de oorlog in de Stille Oceaan.
Solomons campagne, augustus-oktober 1942 
Hornet gestoomd uit de haven op 17 augustus 1942 de zee benaderingen bitter omstreden bewaken Guadalcanal op de Solomon Eilanden. Bom schade aan Enterprise op 24 augustus, torpedo schade aan Saratoga op 31 augustus, en het zinken van Wasp op 15 september vertrokken Hornet als enige operationele Amerikaanse luchtvaartmaatschappij in de Stille Zuidzee. Zij was verantwoordelijk voor het leveren van lucht kap over de Salomonseilanden tot 24 oktober 1942, toen ze werd vergezeld door Enterprise net ten noordwesten van de Nieuwe Hebriden eilanden. Deze twee vervoerders en hun begeleiders dan gestoomd naar een Japans vliegdekschip / onderscheppen slagschip / cruiser kracht af op Guadalcanal. 
Slag van de Santa Cruz eilanden 
De Slag om de Santa Cruz eilanden vond plaats op 26 oktober 1942 zonder contact tussen oppervlak schepen van de tegengestelde krachten. Die ochtend, vliegtuigen Enterprise 's gebombardeerd de vervoerder Zuiho, terwijl de vliegtuigen van Hornet zwaar beschadigd de vervoerder Shokaku en de zware kruiser Chikuma. Twee andere kruisers werden ook aangevallen door gevechtsvliegtuigen Hornet 's. Ondertussen werd Hornet aangevallen door een gecoördineerd duik bommenwerper en torpedo vliegtuig aanval. In een periode van 15 minuten, Hornet werd getroffen door drie bommen van Aichi D3A "Val" duikbommenwerpers. One "Val", nadat hij zwaar beschadigd door luchtafweergeschut, terwijl het naderen van Hornet, stortte neer in het eiland van de vervoerder, het doden van zeven mannen en het verspreiden van brandend Avgas over het dek. Ondertussen, een vlucht van Nakajima B5N "Kate" torpedo vliegtuigen aangevallen Hornet en scoorde twee hits, die ernstige schade toegebracht aan de elektrische systemen en motoren. Als de vervoerder kwam tot stilstand, een ander beschadigd "Val" opzettelijk crashte in Hornet 's bakboordzijde nabij de boeg.
Met knock-macht naar haar motoren Hornet was niet in staat om te starten of landen van vliegtuigen; dwingen haar piloten om ofwel grond Enterprise of sloot in de oceaan. admiraal George D. Murray beval de zware kruiser Northampton om Hornet uit de buurt van de actie slepen. Omdat de Japanse vliegtuigen Enterprise vielen, zo konden Northampton Hornet slepen met een snelheid van ongeveer vijf knopen (9 km / h; 6 mph). Reparatie bemanningen waren op de rand van het herstel van de macht bij een andere vlucht van negen Japanse Nakajima B5N "Kate" torpedo vliegtuigen aangevallen. Acht van deze vliegtuigen werden ofwel neergeschoten of mislukte hits scoren, maar de negende plantte een torpedo in Hornet 's stuurboordzijde; die bleek de fatale klap. De torpedo hit vernietigde de reparaties aan het elektrische systeem en veroorzaakte een 14 graden lijst. Na te zijn geïnformeerd dat de Japanse oppervlaktekrachten naderden en dat verdere slepen pogingen waren vergeefs, vice-admiraal William Halsey besteld Hornet tot zinken gebracht, en een orde van "schip verlaten" werd uitgegeven. Kapitein Charles P. Mason, de laatste man aan boord, klom over de zijkant, en de overlevenden werden al snel opgepikt door het begeleiden destroyers.
Amerikaanse oorlogsschepen naast geprobeerd om schutbord de getroffen drager, die negen torpedo's, waarvan vele geabsorbeerd niet exploderen, en meer dan 400 5-inch (130 mm) rondes van de vernietigers Mustin en Anderson. De vernietigers gestoomde weg toen een Japanse oppervlak werking getreden het gebied. De Japanse destroyers Makigumo en Akigumo eindelijk afgewerkt Hornet met vier 24-inch (610 mm) Long Lance torpedo's. Op 01:35 op 27 oktober, werd Hornet uiteindelijk tot zinken gebracht met het verlies van 140 van haar zeilers. 
Hornet werd geslagen van de Naval Vessel Register op 13 januari 1943 Echter, haar naam werd minder dan een jaar later nieuw leven ingeblazen toen een van de nieuw gebouwde Essex class vliegdekschip werd opgedragen als USS Hornet (CV-12). 
Anders dan het licht vervoerder Princeton en een aantal kleinere escort dragers, Hornet was de laatste Amerikaanse vloot carrier ooit tot zinken gebracht door vijandelijk vuur.

CV-8 Hornet.jpg

Werf Newport News Shipbuilding
Tewaterlating 14 december 1940
Status gezonken 26 oktober 1942
Algemene kenmerken
Lengte 232 m
Breedte 25,3 m
Diepgang 7,9 m
Deplacement max. 25.908 ton
Voortstuwing en vermogen 9 ketels, 120.000 pk
Vaart 32,5 knopen
Bemanning 2.217
Bewapening - 8 lucht-grond kanonnen
- 16 luchtafweerkanonnen
- 24 machinegeweren
Vliegtuigen en faciliteiten

Een B-25 neemt af van Hornet.

 

 

SBDs van Hornet bij Midway

 

 

Hornet onder vuur tijdens de Slag om de Santa Cruz eilanden

 

 

 

Hornet, zinken en verlaten.

De USS Pennsylvania (BB-38)slagschip

De USS Pennsylvania (BB-38) was een Amerikaans slagschip aan het begin van de Tweede Wereldoorlog in de Grote Oceaan. Toen de oorlog uitbrak tussen Japan en de Verenigde Staten, op 7 december 1941, lag de USS Pennsylvania in het droogdok Number One Navy Yard van Pearl Harbor.
Geschiedenis
De USS Pennsylvania (BB-38), die onder bevel stond van kapitein-ter-Zee C. M. Cooke Jr., was te Pearl Harbor op 7 december 1941, in het droogdok, toen de oorlog boven haar uitbrak. Op 6 december lag ze in het droogdok nº 1 achter twee torpedojagers, de USS Downes (DD-375) en USS Cassin (DD-372), die bijna zij aan zij, vooraan het droogdok lagen. Het droogdok nº 1 Navy Yard, was al volgelopen met dokwater toen, rond 08.00 u. die zondagmorgen, Japanse Aichi D3A "Val"-type jachtbommenwerpers en Nakajima B5N "Kate"-type torpedobommenwerpers, onverhoeds en onverwacht verrassend Pearl Harbor aanvielen.
Droogdokken
De droogdokken lagen zuidelijker en aan de overzijde van Ford Island waar de 7 grote slagschepen, een olietanker en een reparatieschip, bij hen lagen op dit moment. Pearl Harbor had twee grote en brede droogdokken waarin 6 torpedobootjagers, 1 mijnenveger en 5 grote oorlogsschepen in lagen, waaronder de USS St. Louis, USS San Francisco, USS New Orleans, USS Ramapo en USS Rigel. Daarnaast lagen twee open insteekdokken waaronder de USS Swan, USS Argon, USS Sacramento en enkele kleinere oorlogsschepen die erbij lagen. Buitenom de insteek- en droogdokken lagen de USS Oglala, een mijnenlegger en de USS Helena (CL-50), een lichte kruiser. Verderop de kade en tevens de vaargeul was de droogdok nº 1, waarin het slagschip USS Pennsylvania, en de torpedojagers USS Cassin en USS Downes samen lagen. Verderop aan Hospital Point lag een drijvende droogdok waarin de torpedojager USS Shaw in reparatie lag. Het geheel lag op het Hospital Island waar de grote seintoren stond en het latere levensbelangrijke Hospital-Center.
Op het Hospital Eiland stond bijna iedereen te kijken toen die morgen zwermen Japanse vliegtuigen laag over de kanaalvaargeul raasden en plots bakboord draaiden richting de 9 aldaar liggende grotere schepen aan Ford Island. Zij werden het eerst aangevallen waarbij de USS Arizona (BB-39) ontplofte, de USS California (BB-44) op de havenbodem zonk en de beide slagschepen USS Oklahoma (BB-37) en USS West Virginia (BB-48) kapseisden. Eerst dachten het droogdokpersoneel en de matrozen van de aldaar liggende schepen, dat het Amerikaanse luchtvlootoefeningen waren. Maar zo vroeg in de morgen en op zondag, was wel verwonderlijk. Ook toen ze de rode bollen op de vleugels en flanken van de vliegtuigen zagen, drong het tot hen door dat er iets niet klopte... Toen men de torpedo- en bominslagen hoorden, drong het tot hen door dat het geen oefening, maar menens was. De oorlog was voor de Amerikanen uitgebroken...
Er werd algemeen alarm geblazen zodat iedereen naar zijn gevechtsposten liep. De eerste golf Japanse vliegtuigen hadden de slagschepen vernield en beschadigd nabij Ford Island, toen een tweede golf bommenwerpers zich naar de droogdokken richtten. De torpedobootjager USS Shaw werd getroffen en ontplofte in het drijvende droogdok. Vervolgens raasden de Aichi bommenwerpers over Dry Dock Number One Navy Yard en bestookten de USS Pennsylvania en de twee torpedobootjagers. De USS Downes zonk op zijn ligplaats aan stuurboord in het dok, terwijl de USS Cassin omsloeg tegen de USS Downes naar zijn stuurboordzijde. Ze lag geprangd tegen de dokkade en de stutbalken met haar onderschip, en met haar opbouw tegen de USS Downes.
Een bom viel op de bakboordkaderand voor het slagschip dat tegelijk zelf enkele bomtreffers kreeg. Tegelijkertijd viel een te vroeg geloste bom op de droogdokkade aan stuurboord van het slagschip. De twee torpedobootjagers begonnen te branden en verloren stookolie in het volgelopen droogdok. Deze stookolie vatte vuur en breidde zich uit in het droogdok. De stuurboordsteven van de USS Pennsylvania vatte vuur en hierdoor blakerde de verf eraf. Meteen werd er geblust en de vuurvattende stookolie van de voorliggende beschadigde en brandende torpedoboten, weggespoten van het slagschip. De stevenwanden werden afgekoeld met bluswater om te vermijden dat de binnenin liggende munitiekamers, niet zouden oververhit geraken en catastrofaal ontploffen. Nadat de aanvalsgolf voorbij geraasd was en duchtig op hen werd geschoten door de vele oorlogsschepen en walbatterijen, die in de buurt waren van het droogdokkencomplex, stagneerde de aanval aldaar. De Japanners concentreerden hun aanvallen meer op Ford Island, op schepen die aan de noordoostzijde van Ford eiland lagen, de vliegvelden, de kazernes en zelfs Honolulu. Allen kregen het te verduren.
De schade
Er werd schade vastgesteld op het superstructuele hoofddek. De bommen hadden de borstweringen, verschansing en de kraanarm vernield, uitboord van nº 9. De grote reddingssloep op het bovendek was totaal vernield. De onderliggende galerij in 30-1B STS en een massa staal was opengescheurd. Een bom had de vuurmonden vernield en een groot gat geslagen in het opperdek. De vuurhandeling was eveneens beschadigd. De bemanning in ruimte A-704 aan het hoofddek, moesten de nº 9 kanon en het bovendek, waarop het kanon stond, onderstutten. De ingang naar de mess-officieren aan stuurboord-ingang A-704 was de wand door een inslag beschadigd. Een granaat had een gat geboord in de ijzeren wand.
De bootskraanarm was dubbelgeplooid en het schuildek nº 9 was ernstig beschadigd door een 800 kg bom. Vanaf de kanaalgeul naar de 1010-haven (Tien-tien-haven) en langzij Pier 1010 (Pier Tien-tien) zag men de geopende volgelopen droogdok met het slagschip en de voorin liggende brandende torpedojagers. Nadat het droogdok gelijk stond met het havenwater werden de droogdokdeuren opengedraaid, om de relatief weinig beschadigde USS Pennsylvania er nog uit te laten, vooraleer er een volgende aanval kwam. Aan de Pierkade 1010 lag de lichte kruiser USS Helena hevig te branden met daarachter, eveneens ietwat van de kade de gekapseisde mijnenlegger USS Oglala. Deze lag op haar stuurboordzijde gekanteld. Voorts werd volgens het schadeverslag de USS Pennsylvania door lichtere geschut getroffen, maar niet ernstig geraakt. Bij de aanval vielen er 15 doden, waren er 14 vermisten en 32 gewonden, allen gevallen in actie.
Verdere loopbaan
Op 20 december 1941 vertrok ze naar San Francisco, naar Mare Island voor grootscheepse herstelling en vernieuwing. Deze verbouwing duurde tot 30 maart 1942. Februari 1942 - Het slagschip kreeg 1.10"/kanonnen en eventuele herplaatsing door meer effectievere 40-mm Bofors-snelvuurbewapening. 2 maart - Op Mare Island werd de USS Pennsylvania geheel hersteld. Ze kreeg bovendien twee bepantserde 5"/25 kaliber kanonnen, drie 5"/51 cal. kanonnen en 20-mm Oerlikons op de bovendekken. Ze kreeg eveneens een moderne bovenbouw met radar- en navigatiemasten, terwijl haar vooroorlogse driepootmasten werden verwijderd. Dit alles gebeurde in 135 dagen.
Voor de rest van de tijd lag ze in Reserve Dienst. Men zag toen al in, ondanks de vernieuwingen, dat het tijdperk van het individuele slagschip voorbijgestreefd was. Ze dienden nog alleen ter ondersteuning tijdens landingen voor de invasietroepen. De vliegdekschepen met hun vliegtuigen waren dé allerbelangrijkste oorlogsbodems geworden. Zij moesten beschermd worden door torpedojagers, vliegtuigen, kruisers, en als het kon door een enkele slagschip. Tijdens de zeeslagen had men ondervonden dat de vliegdekschepen hét belangrijkste doelwit was voor beide kampen. Andere ondersteunende oorlogsbodems werden nadien aangevallen of, als ze zonder vliegdekschip meevoeren daadwerkelijk aangevallen.
Op 1 april 1943 was ze op de Puget Sound in de staat Washington op patrouille voor de vermoedelijke nakende Japanse inval op de Aleoeten, Alaska. Dit bleek later een afleidingsmanoeuvre van de Japanners te zijn. Niettegenstaande sneuvelden er toen 78 Amerikaanse soldaten op de Aleoeten.

Op 12 augustus 1943 was ze in de Adak Bay, bij Adak, Aleoetisch Alaska, juist voor de Kiska Operatie.

November 1943 - Het slagschip keerde terug naar Pearl Harbor na haar ondersteuning van de invasie op de Gilberteilanden.

In juli 1944 bombardeerde ze de zware batterijen en stellingen van de Japanners op Guam.

20 oktober 1944 bombardeerde ze de Japanse stellingen en zware geschutsbatterijen op Leyte. Tijdens de Slag in de Golf van Leyte kreeg ze het te verduren van Kamikaze-Aichi D3A-"Kate" aanvallen van Japanse zelfmoordpiloten.

Nog in oktober 1944 was ze in de Lingayen Golf gedurende de herovering van de Filipijnen. In slaglinie voer de USS Pennsylvania op kop met daarachter de USS Colorado (BB-45), de zware kruisers USS Louisville (CA-28) en USS Portland (CA-33), gevolgd door de lichte kruiser USS Colombia (CL-56).

12 augustus 1945 - Het slagschip kreeg een torpedovoltreffer aan bakboord. Ze lag laag op het water na de inslag, bijna met haar hoofddek iets boven water. Men liet haar stranden op een ondiepte en alle bruikbare pompen en een reparatieschip kwamen er aan te pas om het schip te lichten.

Een drijvende droogdok, de ABSD-3 kwam erbij te pas, zodat de USS Pennsylvania in het droogdok werd gelegd en naar Guam, in de Marianen Eilanden werd gesleept. Haar romp werd hersteld maar de bovenbouw, die beschadigd was door Kamikaze- en bomtreffers, werd niet hersteld. In 1945 werd ze ontdaan van haar nog bruikbare bewapening en materieel. Ze was bestemd voor andere doeleinden.

15 maart 1946 vertrok ze naar de Bikini Atol voor de atoomproeven van Operatie Crossroad. Het slagschip overleefde de atoombomproeven zoals de USS Nevada (BB-36) o.a., en werd naar Kwajalein teruggebracht en voorlopig opgelegd. Men had toen geen notie van mogelijke kans op een groot stralingsgevaar. Alhoewel er men een studie naar deed met behulp van geigertellers. Op 29 augustus 1946 werd ze volledig van de Navydienst geschrapt en opgelegd.

10 februari 1948 - Na bestudeerde explosies op het afgedankte slagschip, werd ze daarna gebruikt voor doelschieting door andere Navy oorlogsschepen nabij Hawaï. Daar zonk ze uiteindelijk op 19 februari 1948 voor de Hawaïaanse kust naar de zeebodem.

USS Pennsylvania (BB-38)

Type: Slagschip US Navy
Werf: Newport News Shipbuilding and Dry Dock Co. (Newport News, Virginia, USA)
Gebouwd: 27 oktober 1913
Te water gelaten: 16 maart 1916
In dienst gesteld: 12 juni 1916
Uit dienst gesteld: 10 februari 1946
Als doelschip: 10 februari 1948
Einde loopbaan: 19 februari 1948
Technische gegevens[bewerken]
Lengte: 608 voet - 185 meter
Breedte: 97,10 voet - 29,56 meter
Diepgang: 28,90 voet - 8,80 meter
Waterverplaatsing: 33.348 Brt
Bemanning: 1.052 manschappen
Max. snelheid: 21 knopen
Machine: Geared Turbines - 4 schachten
Vermogen: 33.375 Pk
Bewapening[bewerken]
12 x 14"/45 kanonnen (4x3)
12 x 5"/51 kanonnen (12x1)
8 x 5"/25 AA Kanonnen (8x1)
2 vliegtuigen - 2 katapulten

 

Pennsylvania 's na 14-inch (356 mm) torentjes in het begin van haar carrière.

 

Een luchtfoto van Pennsylvania.

Pennsylvania drydocked in de Stille Oceaan, c. 1944

De USS Walke (DD-416)Amerikaanse torpedojager

USS Walke (DD-416) was een Tweede Wereldoorlog-tijdperk Sims -class destroyer in dienst van de Amerikaanse marine, vernoemd naar admiraal Henry A. Walke USN (1809-1896). Walke bediend met de Neutraliteit Patrol in de Caribbean voor de Tweede Wereldoorlog en vocht in de Pacific Theater tijdens de oorlog alvorens te worden verzonken in de zeeslag van Guadalcanal. 
Walke werd door de laid Naval Shipyard in Boston in Massachusetts op 31 mei 1938, oktober 1939 door Mevr Clarence Dillon, achternicht van admiraal Walke en opgedragen op 27 april 1940 gelanceerd op 20. 
Service history 
Naar aanleiding van de inrichting en technische proeven, Walke nam aan boord van torpedo's, kernkoppen, en lichaamsbeweging kernkoppen op het Naval Torpedo Station, Newport, Rhode Island, op 25 juni en zeilde voor Norfolk, Virginia, op de volgende dag. Ze bereikte Norfolk op 27 juni en er begonnen Tweede Luitenant Donald B. Cooley, USMC, en 47 aangeworven mariniers voor het transport naar Wichita, dan in Zuid-Amerikaanse wateren. Later diezelfde dag, in gezelschap van Wainwright, Walke kreeg de gang voor Cuba. 
Na het tanken op Guantanamo op 4 juli, Walke kreeg de gang voor Rio de Janeiro, Brazilië, in 0658 op 6 juli, weer in bedrijf met Wainwright, Onderweg werden de vernietigers omgeleid naar de monding van de Suriname rivier, waar Walke nam aan boord een appendicitis patiënt uit Wainwright voor doorgang naar Paramaribo voor medische hulp. Na de overdracht van de patiënt, Pvt. Lawrence P. Coghlan, USMC, aan wal, Walke kreeg de gang voor Pará, Brazilië, waar ze gevoed voordat duwen op Rio de Janeiro. 
Walke en Wainwright bereikt Rio op 19 juli. Walke vervolgens overgebracht haar mariene passagiers, de helft van de mariene onthechting de zware kruiser's, naar Wichita terwijl Wainwright hare overgebracht naar Quincy. Vanwege onzekere omstandigheden in het gebied, de twee kruisers waren in Zuid-Amerikaanse wateren, "die de vlag 'en waaruit sterke Amerikaanse interesse in de" goede buren "ten zuiden van de grens. 
Nog steeds actief in het bedrijf met haar zusterschip, Walke bezocht Rio Grande do Sul, Brazilië, Buenos Aires, Argentinië, Santos en Bahia, Brazilië, en maakte een terugkeer oproep naar Buenos Aires voordat rendezvousing met Quincy en Wichita op 15 augustus Walke nam. board mail, vracht, en begonnen passagiers uit Wichita voordat je aan de gang en stomen via Bahia en Guantanamo Bay naar de Boston Navy Yard, waar ze aankwam op de ochtend van 4 september. Walke onderging na shakedown reparaties voor de rest van die maand en al oktober voordat ze lid geworden van de Verenigde Staten Fleet als een eenheid van Destroyer Divisie 4, Destroyer Squadron 2, Patrol Force. Medio november, diende zij als het voertuig voor demagnetiseren testen onder auspiciën van de Naval Ordnance Laboratory op Solomons Island, Maryland. Terugkerend naar Norfolk bij het ​​sluiten van die tests, Walke zette haar cursus zuidwaarts op 2 december, op weg nogmaals voor Guantanamo Bay. 
Walke 's actieve dienst in het voorjaar van 1940 was begonnen toen Duitsland werd ontketenen haar militaire macht in Noorwegen en de laaglanden van West-Europa aan de zogenaamde zetten Phony War in de blitzkrieg die geveegd over het noorden van Frankrijk, het rijden Britse troepen buiten het continent en kloppen Frankrijk uit de oorlog. De daaruit voortvloeiende oprichting van een nieuwe regering in dat land, gunstiger zijn voor Duitsland, wekte angst in de geallieerde en neutrale kringen dat de Franse strijdkrachten, in het bijzonder de Franse oorlogsschepen, in Duitse handen zou kunnen worden geplaatst. Walke zou een rol spelen in het zien hebben dat deze ongelukkige ontwikkeling zou nooit gebeuren. 
Na het tanken bij San Juan op 6 december, de vernietiger gang gekomen op de middag van de volgende dag op de "Caribbean Patrol" in het gezelschap van O'Brien. Rendezvousing met Moffett en Sims uit Fort-de-France, Martinique, Walke en O'Brien patrouilleerden de aanpak van die poort, een oogje op de bewegingen van Vichy Franse oorlogsschepen Barfleur, Quercy en Béarn, door middel van 14 december. Walke daarna bezocht Castries, Brits West-Indië, op 15 december en begonnen Comdr. Lyman K. Swenson, commandant, Destroyer Division 17, die zijn wimpel die dag gehesen in haar. 
Walke op 19 in Guantanamo Bay te zetten december 1940, en bleef daar in het nieuwe jaar, afgemeerd in een nest met Prairie, ondergaan onderhoud. In de daaropvolgende weken, Walke gebruikt in de Guantanamo Bay-Gonaïves, Haïti, gebieden, het uitvoeren van de strijd en torpedo praktijken, die betrokken zijn bij een volledige lei van de oefeningen toegewezen dergelijke schepen in die gebieden. Ze vervolgens verschoven naar Fajardo, Puerto Rico, en worden bediend vanaf daar tot half maart. 
Walke zeilde vervolgens noordwaarts en aangekomen bij Charleston, South Carolina, op 20 maart 1941 voor een periode van reparaties en aanpassingen die duurde tot in mei. Ze raakte even in Norfolk tussen 10 en 13 mei voor het bereiken van Newport, haar uitvalsbasis voor het grootste deel van het jaar, de volgende dag. 
Walke dan gepatrouilleerd voor de Atlantische kust tussen Norfolk en Newport ver in juni 1941 als de Atlantische Vloot 's neutraliteit patrouilles werden gestaag naar het oosten uitgebreid, dichter bij het​​Europese oorlogsgebied. Ze vertrok Newport op 27 juli en gescreend een konvooi naar IJsland, het bereiken van Reykjavík op 6 augustus en draaien naar Norfolk op dezelfde dag, haar kosten veilig afgeleverd. 
De vernietiger vervolgens terug naar de noordelijke klimaten medio september, na de lokale activiteiten in het Newport-omgeving van Boston - het bereiken Hvalfjörður op 14 september. Ze gebruikt in de IJslandse wateren in eind september, voordat ze zetten in NS Argentia, Newfoundland, op 11 oktober, op weg naar Casco Bay, Maine. 
World War II 
Walke begon een revisie bij de Boston Navy Yard op 25 november 1941 en voltooide het op 7 december 1941, de "dag van de schande", waarop Japan aangevallen Pearl Harbor en stak de Verenigde Staten in de oorlog in de Pacific. Vertrekkende de werf op die dag, Walke bereikt Norfolk op 12 december, via Casco Bay, en bleef daar tot en met 16 december, toen ze voer voor het Panamakanaal en de Stille Oceaan 
Na het bereiken van San Diego, Californië, op 30 december, Walke zeilde met de nieuw gevormde Task Force 17 (TF17), op weg naar de Stille Zuidzee, op 6 januari 1942 screening Yorktown zoals zij had betrekking op de beweging van versterkingen voor de Marine garnizoen op de Amerikaanse Samoa. Het konvooi vervolgens aangekomen bij Tutuila op 24 januari. Echter, TF 17 bleef in Samoa wateren voor slechts een korte tijd, want het snel voer het noorden voor de Marshall - Gilbert Eilanden gebied om de eerste offensief klap te leveren aan de vijand, maar acht weken na het bombardement op Pearl Harbor. 
Walke geserveerd in de antisubmarine scherm en het vliegtuig bewaakte voor de Yorktown als vervoerder lanceerde luchtaanvallen op verdachte Japanse installaties op de atollen van Jaluit, Makin en Mili Atollen. Hoewel Admiraal Chester Nimitz, de opperbevelhebber, Pacific Fleet (CinCPAC), beschouwd als de invallen "doordachte, goed geplande en briljant uitgevoerd", de schade die ze eigenlijk veroorzaakt was niet zo groot als gerapporteerd; en, buiten de impuls gaven aan de Amerikaanse moraal, de aanslagen waren slechts een geringe overlast voor de Japanners. Toch had de Amerikaanse vloot eindelijk genomen de oorlog aan de vijand. 
Terugkomend op Hawaiiaanse wateren op 7 februari 1942 Walke opgeleid in de Hawaiiaanse gebied tot 27 februari, toen ze voer voor de Ellice eilanden. Ze later uitgeoefend met TF 17 uit Nieuw-Caledonië in begin maart voordat ze voer, opnieuw screenen Yorktown, voor de Nieuw-Guinea gebied, als onderdeel van de kracht in elkaar gezet om de Japanse expansie in dat gebied te controleren. 
Tegen die tijd, de vijand van tevoren aan de zuidwaarts, in het Nieuwe Guinee New Britain gebied, had een aanzienlijke impuls met de bezetting van opgedaan Rabaul en Gasmata, New Britain Kavieng, New Ireland; en op sites op Bougainville op de Salomonseilanden en in de Louisiades. Tegen het einde van februari 1942, leek het waarschijnlijk dat de Japanners van plan waren om een ​​offensief te monteren in begin maart. TF 11 en 17 werden verzonden naar het gebied. Vice-admiraal Wilson Brown, in de totale kosten van de operatie, in eerste instantie geselecteerd Rabaul en Gasmata, in New Britain, en Kavieng, in Nieuw-Ierland, als doelwitten voor de operatie. 
Walke vervolgens gescreend Yorktown toen ze gelanceerd luchtaanvallen op Tulagi in de Solomons op 4 mei 1942 en later gescheiden van die drager met de "Ondersteuning Force" (Australië, Hobart, Farragut en Perkins) naar de zuidelijke monding van de te beschermen Jomard Passage. Op de middag van 7 mei, Japanse Aichi D3A Val duikbommenwerpers viel de formatie, maar de zware luchtafweer vuur gegooid door de schepen veroorzaakte de vijand met pensioen te gaan, zonder scoren alle treffers. 
Een uur na de Vals vertrok echter Japanse tweemotorige bommenwerpers verschenen en een torpedo-aanval gemaakt van dode vooruit. Nogmaals, een zware volume van de luchtafweer vuur van Walke en de andere destroyers doorspekt de hemel. Vijf bommenwerpers spatte in de zee, en er geen torpedo's vonden hun stempel op de geallieerde schepen. Later, 19 grote hoogte bommenwerpers gepasseerd, vallen stokken bommen verdwijnt bespat in het water. Luchtdoelgeschut ondoeltreffend was vanwege de grote hoogte gehouden door de vlakken. Echter, de laatste groep van de vliegtuigen waren blijkbaar Amerikaanse vliegtuigen. De commandant, de Australische admiraal John Crace, zwoer dat de vliegtuigen waren B-26 Marauders; Walke 's commandant, commandant Thomas E. Fraser, vervolgens gemeld dat ze zijn B-17 vliegende forten. In ieder geval was het geluk dat de bombardiers waren niet al te nauwkeurig. 
Op 7 maart, Allied intelligentie geleerd dat een Japanse oppervlak kracht, met inbegrip van transporten, ontslaan Buna, Papoea-Nieuw-Guinea. Op de volgende dag, gingen Japanse troepen aan wal in Lae en Salamaua, Nieuw-Guinea, en beveiligd die plaatsen door de middag. 
Drie dagen later, Yorktown en Lexington gelanceerd luchtaanvallen tegen de nieuw opgerichte Japanse bruggenhoofden in Lae en Salamaua. De aanval vond de vijand verrast. De vliegtuigen van de twee Amerikaanse flattops kwam van over de Owen Stanley Mountains en toegebrachte schade op schepen, kleine vaartuigen, en de wal installaties, voordat ze met pensioen. 
Walke bleef op zee met de Yorktown taskforce in april. Vrijstaande escort Ramsay en Sumner, de vernietiger bereikte Suva in Fiji, op 19 april en de gang kreeg de volgende dag, op weg naar de Tonga-eilanden. Het bereiken van Tongatapu op 22 april, Walke gevoed uit Kaskaskia voordat ze reparatie van ketels en geladen dieptebommen onderging voorafgaand aan haar terugkeer naar TF-17. 
Losgemaakt van de groep als gevolg van een beschadigde stuurboord reductietandwiel, Walke op weg naar Australië voor reparaties en bereikte Brisbane op 12 mei. Na voltooiing van de werkzaamheden op 29 mei, de vernietiger liep proeven in de Brisbane River voordat fit voor de dienst die wordt uitgesproken en zeilde voor Nieuw-Caledonië op 9 juni. 
Aangekomen bij Nouméa op 13 juni, Walke aangewakkerd er alvorens via Tongatapu naar Pago Pago, Amerikaans Samoa, Samoa. Toegewezen aan Task Group 12,1 (TG 12.1), de vernietiger zeilden op 26 juni voor Bora Bora in de Society Eilanden. Met de ontbinding van TG 12.1 op 11 juli Walke dan gemeld voor plicht om Commander, TG 6.7, de commandant van Castor. Ze dan begeleid Castor naar San Francisco, Californië, arriveert er op 2 augustus. 
Op 7 augustus, terwijl Walke onderging reparaties en aanpassingen in het nabijgelegen Mare Island Navy Yard, de United States Navy ontworsteld het initiatief in de oorlog van Japan door de aanvoer mariniers op Guadalcanal op de Salomonseilanden. In de daaropvolgende maanden, de strijdkrachten van de twee naties worstelde machtig voor de controle van dat eiland keten. De wedstrijd al snel uitgegroeid tot een logistieke race elke kant probeerde inspanningen zijn tegenstander aan zijn troepen vechten op Guadalcanal, terwijl alles in zijn macht doen om zijn eigen. Toekomst Walke 's versterken versterken en leveren frustreren was onlosmakelijk verbonden met de bijna dagelijks, en 's nachts, de Amerikaanse lucht- en marine-pogingen om het beste van de Japanners in hun stoten naar beneden New Sound Georgië het strategische lichaam van het water dat zich uitstrekt tussen de twee lijnen van de eilanden die deel uitmaken van de Solomons keten en leiden tot Guadalcanal. 
Voltooiing van de werken in de tuin op 25 augustus, Walke liep haar studies in San Francisco Bay en op die dag ontvangen orders door te gaan naar San Pedro, Californië, rendez-vous met de olieman Kankakee en begeleidde haar van de westkust van de Verenigde Staten, via Nouméa, Nieuw-Caledonië, naar Tongatapu, arriveren er op 9 september. De vernietiger later begeleidden een konvooi bestaande uit Kankakee, Navajo, en Arctic van Tongatapu naar Nouméa, waar ze voorbereid voor de actie in de Solomons.

USSWalkeDD416 h97912.jpg

 

 

USS Walke (DD-416)
Bouwer: Boston Navy Yard 
Neergelegd: 31 mei 1938 
Gelanceerd: 20 oktober 1939 
Opdracht: 27 april 1940 
Struck: 13 januari 1943 
Eer en 
awards: Amerikaanse Defense Service Medal ("Fleet" sluiting, "A" apparaat), Aziatisch-Pacifische Medaille van de Campagne (3 sterren), de Tweede Wereldoorlog overwinningsmedaille 
Lot: Verzonken in Naval Slag van Guadalcanal op 15 november 1942 (88 doden) 
Algemene karakteristieken 
Class & type: Sims class destroyer 
Verplaatsing: 1570 lange ton (1600 t) (std) 
2211 lange ton (2246 t) (volledige) 
Lengte: 348 ft, 3¼ in, (106,15 m) 
Breedte: 36 ft, 1 in (11 m) 
Ontwerp: 13 ft, 4,5 in (4,07 m) 
Voortstuwing: Hogedruk-super verwarmde ketels, turbines afgestemd met twee schroeven, 50.000 pk 
Snelheid: 35 knopen 
Bereik: 3660 nautische mijlen bij 20 kt (6780 km bij 37 km / h) 
Aanvulling: 192 (10 officieren / 182 aangeworven) 
Bewapening: 5 x 5 inch / 38, in enkele mounts 
4 × 0,50 kaliber / 90, in enkele mounts 
8 × 21 inch torpedo buizen in twee viervoudige mounts 
2 × diepte lading spoor, 10 dieptebommen 
Pantser: Geen 
 
 

Zeeslag van Guadalcanal 
Over zonsondergang op 13 november 1942, de dag na de zeeslag van Guadalcanal begon, Walke sortied met TF-64, die werd gebouwd rond Washington en South Dakota en bovendien Walke, werd gescreend door Preston, Gwin en Benham. Door laat in de voormiddag op 14 november, had TF 64 een punt ongeveer 50 NMI (90 km) zuiden-door-westen van Guadalcanal bereikt. 
Waargenomen door de vijand, die hen gemeld als een slagschip, een kruiser, en vier destroyers, de Amerikaanse oorlogsschepen bracht het grootste deel van de dag op 14 november vermijden van contact met vijandelijke vliegtuigen. Uit de beschikbare informatie in verzendingen, de commandant van de Amerikaanse taskforce, admiraal Willis A. Lee, wist van de aanwezigheid van drie groepen van vijandelijke schepen in het gebied, waarvan er één werd rond gevormd ten minste twee slagschepen. 
Verdergaat door het vlakke kalme zee en afgevoerd in formatie zuil met Walke toonaangevende, de Amerikaanse schepen benaderd op een noordelijke koers ongeveer negen mijl (17 km) ten westen van Guadalcanal. 
Schepen Lee bleef het maken van hun passage, het oppakken van de Japanse voice-uitzendingen op de radio, terwijl radar "ogen" van de schepen gescand de duisternis. Op 0006 op 15 november, ontving Washington een rapport dat de aanwezigheid van drie schepen, het afronden van de noordkant van de aangegeven Savo Island, het westen geleid. Bijna gelijktijdig radar het vlaggenschip van pakte twee schepen op de zelfde lager. 
Tien minuten later, Washington openden het vuur met haar 16-inch (406 mm) kanonnen; en, binnen enkele seconden, South Dakota volgde. Walke opende het vuur in 0026, het onderhouden van een snelle barrage wat waarschijnlijk Nagara. Na het controleren van brand binnen een paar minuten, de leiding vernietiger opende opnieuw bij een Japanse torpedobootjager 7500 yards (6900 m) naar stuurboord (waarschijnlijk ofwel Ayanami of Uranami) en, later, op gunflashes van haar bakboordzijde nabij Guadalcanal. 
Zinken
Japanse schelpen schrijlings Walke tweemaal, en vervolgens een "Long Lance" torpedo sloeg in haar stuurboordzijde op een punt vrijwel direct onder de berg 52. Bijna tegelijkertijd, een salvo van schelpen uit Nagara, Ayanami en Uranami hurtled neer op de ongelukkige destroyer, een stortvloed van staal die thuis geslagen met verwoestende effect in de radiokamer, de voormast, onder het optreden davits, en in de nabijheid van de berg 53, op de na dekhuis. Ondertussen had de torpedo uit de boeg van het schip geblazen; en vuur brak uit als de voorwaartse 20 millimeter tijdschrift ontplofte. 
Met de situatie hopeloos, commandant Thomas E. Fraser, Walke 's commandant, beval het schip verlaten. Zoals de vernietiger snel zonk door de boog, kon slechts twee reddingsvlotten worden gelanceerd. De anderen waren onherstelbaar beschadigd. Nadat de bemanning zorgde ervoor dat de dieptebommen werden op een veilige, gingen ze over de rand net voordat het schip gleed snel onder de oppervlakte. 
Als Washington, duelleren met Kirishima en kleinere schepen, geveegd door de wrakken van de strijd, zij het ​​kort opgemerkt benarde situatie Walke 's en die van Preston, die ook naar beneden was gegaan onder een stortvloed van schelpen. Op 0041, slechts een minuut of zo voor Walke zonk, reddingsvlotten van het slagschip spatte in de zee ten behoeve van de overlevenden. Hoewel de vernietiger van dieptebommen was blijkbaar ingesteld op "veilig", sommige dieptebommen ging af, het doden van een aantal zwemmen overlevenden en ernstig verwonden van anderen. Als de strijd ging voor hen, de weerbare overlevenden geplaatst hun serieuzer gewonde kameraden op vlotten. 
Overlevenden Walke 's waren, op een punt, in twee groepen; sommige vastklampen aan de nog zwevende sectie en andere boeg geclusterd rond de twee vlotten dat schip kunnen lanceren was geweest. Tijdens de schrijnende nacht werden ze twee keer verlicht door vijandelijke oorlogsschepen, maar niet lastig gevallen, voordat de vijand uitgeschakeld zijn zoeklichten en verhuisde op. 
Bij dageraad, echter Walke 's overlevenden, en die van Preston, was getuige van het einde van een kwartet van Japanse transporten strandde tijdens de nacht. Gebombardeerd en beschoten door het Leger, Marine, en de Marine vliegtuigen, waaronder vliegtuigen van Enterprise ontving de vier Japanse schepen de coup de grâce van de Meade die ochtend, net voor de vernietiger veranderd cursus en pakte de destroyermen van Walke en Preston. 
Meade gered 151 mannen uit Walke, van wie er zes later overleed nadat ze aan land werden gebracht bij Tulagi. Zes officieren, waaronder Commander Fraser, en 76 mensen waren gestorven in het schip vurige einde af Savo Island. Ze werd geslagen van de Naval Vessel Register op 13 januari 1943.

USS Indianapolis (CA-68)Amerikaanse kruiser

De USS Indianapolis (CA-68) was een zware Amerikaanse kruiser van de Portlandklasse en was vernoemd naar de stad Indianapolis. De USS Indianapolis was het laatste schip dat ten onder ging in de Tweede Wereldoorlog als gevolg van een vijandelijke aanval.

Geschiedenis

De Indianapolis werd op 17 november 1931 te water gelaten door New York Shipbuilding en gedoopt door Miss Lucy Taggart, dochter van de toenmalige burgemeester van Indianapolis, Thomas Taggert. Het schip werd in dienst genomen op 15 november 1932 door Kapitein John M. Smeallie. Het schip vervoerde de eerste componenten van de atoombom Little Boy naar het eiland Tinian.

Torpedo-aanval
Op de terugreis werd het schip op 30 juli 1945 tussen Leyte en Guam getorpedeerd door de Japanse onderzeeboot I-58 onder commando van luitenant-ter-zee 1e klas Hashimoto. De Amerikaanse marine, de United States Navy, was in de laatste dagen van de oorlog gemakzuchtig geworden vanwege het uitblijven van acties door Japanse onderzeeboten en er werden beperkte veiligheidsmaatregelen genomen. Na het afleveren van de materialen ging de USS Indianapolis dan ook zonder escorte terug naar Leyte. Ze werd echter onderschept door I-58, die zes torpedo's lanceerde. Twee troffen doel en binnen twaalf minuten helde het schip over en zonk naar de bodem, waarbij 300 man gelijk omkwamen. Het overgrote deel kwam in zee terecht, waarbij velen bezweken door uitdroging en aanvallen van haaien voor ze gered werden. De reddingsactie kwam laat op gang omdat pas actie werd ondernomen nadat de vermissing na vier dagen werd opgemerkt. In totaal kwamen 879 mensen om het leven. Dit was het grootste verlies voor de United States Navy op zee.

Nasleep

Kapitein-ter-zee Charles Butler McVay werd voor de krijgsraad gedaagd omdat hij de veiligheidsmaatregelen verzaakt had door onder meer niet een zigzagkoers te hebben gevaren in vijandelijke wateren. De commandant van de I-58 verklaarde dat dit niets had uitgemaakt, omdat zijn torpedo's altijd doel hadden getroffen. McVay werd desondanks schuldig bevonden en in rang teruggezet. Later werd McVay gerehabiliteerd door admiraal Chester W. Nimitz en kon hij zijn marineloopbaan voortzetten. Toen hij met pensioen ging, had hij de rang van Rear Admiral (schout-bij-nacht) bereikt. Ondanks zijn rehabilatie kreeg McVay voortdurend bedreigingen via telefoon en post en nadat zijn vrouw overleed aan kanker, pleegde McVay in 1968 zelfmoord.

Onderscheidingen
Voor de verdiensten in de Stille Oceaan gedurende de Tweede Wereldoorlog ontving de Indianapolis tien Battle Stars.
Gedenktekens 
De USS Indianapolis Museum had haar grand opening op 7 juli 2007, met zijn galerie in de Indiana War Memorial Museum bij de Indiana World War Memorial Plaza.
De USS Indianapolis National Memorial werd gewijd op 2 augustus 1995. Het is gelegen aan de Canal Walk in Indianapolis.De zware kruiser is afgebeeld in kalksteen en graniet en zit grenzend aan het centrum kanaal. De namen van de bemanningsleden 'staan ​​op het monument, met speciale notaties voor degenen die hun leven verloren.

In mei 2011, I-465 in Indianapolis werd omgedoopt tot de USS Indianapolis Memorial Highway.

Wat materiaal in verband met Indianapolis wordt gehouden door de Indiana State Museum. Haar bel en een ingebruikname wimpel zijn gelegen aan de Heslar Naval Armory; de bel was verwijderd om gewicht te besparen voor haar laatste cruise.

Het zwemmen opleidingscentrum in United States Navy Recruit Training Command is vernoemd USS Indianapolis.

De Indianapolis voor anker in Pearl Harbor in 1937

De Indianapolis voor anker in Pearl Harbor in 1937


Geschiedenis
Kiellegging 31 maart 1930
Tewaterlating 7 november 1931
In dienst gesteld 15 november 1932
Uit dienst gesteld getorpedeerd op 30 juli 1945
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 10.000 ton
Afmetingen 190 x 20 x 5,28 meter
Bemanning 1.196 koppen
Techniek en uitrusting
Machinevermogen 107.000 pk
Snelheid 32 knopen
Bewapening 9 x 8"/55 kanon
8 x 5"/25 luchtafweergeschut
8 x .50 machinegeweer
vliegtuigen
2xOS2U Kingfisher

USS Indianapolis National Memorial

De USS Tennessee (BB-43)slagschip

USS Tennessee (BB-43) was een Amerikaans slagschip van de Tennesseeklasse. Het schip was het vijfde schip bij de Amerikaanse marine dat vernoemd is naar de Amerikaanse staat Tennessee. Het schip is door de Amerikaanse marinewerf Brooklyn Navy Yard gebouwd. Tijdens de Japanse aanval op 7 december 1941 te Pearl Harbor lag het in deze haven gemeerd bij Ford Island als deel van de Battleship Row. De Tennessee had de aanvallen doorstaan en werd in tegenstelling tot Oklahoma, California en West Virginia niet getorpedeerd.
Geschiedenis
De USS Tennessee (BB-43) stond onder bevel van de toenmalige commandant, kapitein-ter-Zee C. E. Reordan. De USS Tennessee was ten tijde van de Japanse aanval op Pearl Harbor een deel van de Battleship Row. Ze werd goed beschadigd en heel wat meer dan andere gemeerde slagschepen, toch vooral door bominslagen van Japanse Aichi D3A "Val"-type jachtbommenwerpers. De USS Tennessee lag, toen de aanval begon, aan de binnenzijde naast de USS West Virginia (BB-48) gemeerd. Het slagschip lag in 2e meerlinie achter de beide slagschepen USS Maryland (BB-46) en USS Oklahoma. Achter de USS Tennessee lag de USS Arizona (BB-39) met aan de buitenzijde gemeerd, het reparatieschip USS Vestal (AR-4). De 8 schepen lagen nabij het Ford Island en waren met een piersteiger daaraan verbonden. Alle 7 slagschepen, die aan de zuidkant van Ford Island gemeerd lagen, liepen bij Futchida's eerste aanval schade op.
Vier ervan, twee aan twee naast elkaar gemeerd en slechts de twee binnenste slagschepen, de USS Maryland en de USS Tennessee, werden niet getorpedeerd. Alle andere slagschepen werden door één of meerdere torpedo's getroffen tijdens de eerste Japanse aanval. Het enige schip dat kans zag tijdens de aanval het anker te lichten, was de USS Nevada (BB-36). Deze kon langs de brandende en ontplofte USS Arizona varen en om de brandende olievlek heen varen. De USS Nevada kwam niet verder dan Hospital Point. Zwaar bestookt met bommen en torpedotreffers moest ze de vaargeul vrij houden en zichzelf aan de grond laten lopen.
De naaste grote buur van de USS Tennessee, de USS West Virginia, kreeg het hard te verduren door bom- en torpedoinslagen. Ze zonk naar de havenbodem met nog juist haar dekken boven water. Onderdeks speelden zich hartverscheurende taferelen af, doordat mannen verdronken, omdat ze de vrije lucht zagen, maar er niet uit konden door de stalen gratings en verluchtingstralies. Door de duisternis binnenin het slagschip zaten menigen nog gevangen en konden nog lucht happen aan een luchtbel tegen het dekplafond. Anderen verdronken in de duisternis van het schip of zaten onderkoeld gevangen. Sommigen werden gered maar anderen zijn erin gebleven.
Ofschoon de USS Tennessee zelf geraakt was door vliegtuigbommen en door de staalregen van de ontplofte USS Arizona, werd haar schade onder controle gehouden en kon ze zelfs eigen marinemensen sturen om de USS West Virginia te assisteren en de werflui bij te staan met de hulp. Vanaf de waterkant en de haven, kon men de USS Tennessee nauwelijks onderscheiden door de dikke zwarte rookwolken van haar buurschip. Ofschoon de USS Arizona totaal vernietigd werd door een 800 kg-vliegtuigbom, bleef de USS Tennessee en de USS Mayland gespaard van deze totale ondergang, ondanks de bommen- en mitrailleurvuurregen op hun schepen. Zij bleven drijven. Na 7 december werd ze naar een droogdok in de Verenigde Staten gebracht en keerde na een korte herstellingsperiode op 26 februari 1942 terug in actie.
Schadeverslag

Tijdens de eerste aanval kreeg ze drie 800 kg-bommen op toren II, B-toren, voorop de commandobrug en op de achtergeschuttoren III, C-toren op het achterschip. Gelukkig drongen de bommen niet door de dikkere pantserplaten naar de onderliggende munitiedepots. Dit had een even erge catastrofe geweest zoals bij de USS Arizona. De USS Arizona brandde hevig na zijn ontploffing. Staal, brokstukken en brandende olie vlogen over en op de USS Tennessee neer, die zelf getroffen was, maar net het 'voordeel' had, aan de binnenkant te liggen van een eveneens groot slagschip, de USS West Virginia. Deze ving in feite de torpedo's en eventuele bommen op, die voor de USS Tennessee bestemd waren. Op de Tennessee spoten ze met man en macht met brandslangen, de branden uit op de torens en de ondercommandobrug. Achteraan het schip spoten tientallen brandslangen het dek schoon van brandende stookolie, die in het dokwater werd weggespoten. Er werd bevel gegeven te blijven spuiten op het wateroppervlak, zodat de brandende olie op het water, niet naar het schip zou afdrijven.
Op de top van geschuttoren III C-toren stond een Curtiss SOC "Seagull" watervliegtuig dat door de 800 kg-bom versplinterd en weggeblazen werd. De bom had een diep gat geslagen in de torenpantserhuid en op de katapultcompressor. Ze liet een groot gat na door de impact op pantserplaat "A", evenals de afstandsmeter. De centrale middenkanon van toren III werd eveneens door de zware bom buiten dienst gezet. Het rechter en centrale kanon van toren III werden verwrongen door de bomexplosie. Binnenin de C-toren was alle geschutsbediening weggeblazen. Eigenlijk hebben deze kanonnen, vliegtuig, katapult en de dikke pantserplaten de zware schade kunnen beperken, zodat de munitieruimte onderin niet getroffen werd. Vermoedelijk werden de bommen door de Japanse vliegtuigen niet van zo'n grote hoogte gedropt. Dit was wel gebeurd op de USS Arizona...
Verdere loopbaan
De USS Tennessee werd volledig hersteld te Puget Sound Naval Shipyard, Washington. Haar ouderwetse vooroorlogse stellingmasten werden verwijderd en grotere anti-luchtafweergeschut werden geïnstalleerd. Ze kreeg modernere ogende radar- en navigatiemasten in de plaats van de stellingmasten, die nog van ver voor de oorlog dateerden. Op 19 februari 1942 kwam ze van de werf.
In de lente en zomer van 1942 voerde ze naar Alaska ter ondersteuning van de marinebasis Dutch Harbor aldaar en de opmars, op de schrale Aleoeten eilanden, van het Japanse leger tegen te houden.
In Puget Sound Navy Yard, op 25 april 1943, kreeg ze weer een grote opknapbeurt, waar ze op 8 mei 1943 de werf verliet. Op 12 mei kruiste ze door de Puget Sound in de staat Washington, als proefvaart na haar modernisering van haar bovenbouw en bewapening.
Op 19 juli 1944 bombardeerde ze de Japanse stellingen en batterijen op de kust van Guam.
Samen met de USS Vicksburg (CL-80) en de slagschepen USS Idaho (BB-34) en USS New York (BB-34), bombardeerde ze de Japanse stellingen en batterijen op Iwo Jima in februari 1945.
De USS Tennessee ondersteunde de Amerikaanse landingen op 19 februari 1945, nabij de Mount Suribachi, een slapende vulkaan op Iwo Jima. De oorlogsschepen daarentegen, braakten wel als vulkaanmonden, hun vuur uit op de vijand.
1 april 1945 - De USS Tennessee bombardeert met haar 14"/50 hoofdbatterijen de Japanners en hun verdedigingsstellingen op Okinawa.
Op 12 april 1945 werd ze echter getroffen door Japanse zelfmoord Kamikazevliegtuigen. Op 19 april kreeg ze nog eens Kamikazevliegtuigen op haar neergestort. Zwaar beschadigd door de Kamikaze-inslagen, moest ze zich terugtrekken.
Op 8 mei 1945 lag ze langzij met het reparatieschip USS Ajax (AR-6) voor noodzakelijke herstellingen aan de beschadigde stuurboordzijde. De snelvuurkanonnen werden door de Kamikaze-inslagen vernield op 19 april.
Samen met de drie veteranen van Pearl Harbor, de USS Nevada en USS California verlieten ze Buckner Bay op 17 juli 1945. Voor hen was de oorlog tijdelijk afgelopen en hadden ze een afwachtende rol gekregen. Een maand later zouden twee atoombommen op Japan, de oorlog doen beëindigen...
Einde loopbaan
De USS Tennessee werd uit dienst gesteld op 14 februari 1947 en als reserveschip opgelegd. Ze werd definitief opgelegd op 1 maart 1959 en vier maanden later op 10 juli, verkocht voor de sloop naar Baltimore.

USS Tennessee nabij Guam

USS Tennessee nabij Guam

Geschiedenis
Kiellegging 14 mei 1917
Tewaterlating 30 april 1919
In dienst gesteld 3 juni 1920
Uit dienst gesteld 14 februari 1947
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 32.300 ton
Afmetingen 190 x 31,6 x 9 meter
Bemanning 1.407 koppen
Techniek en uitrusting
Machinevermogen 26.800 pk
Snelheid 21 Knopen
Bewapening 4 x 3 14"/50 kanon
12 x 1 5"/51 kanon
4 x 1 3"/50 kanon
3 x vliegtuig

 

De Tennessee met de bezoekers en haar kapitein. c. 1929

USS Wisconsin (BB-64)Amerikaans slagschip

USS Wisconsin (BB-64), "Wisky" of "Wisky", is een Iowa -klasse slagschip, het tweede schip van de Marine van Verenigde Staten te worden genoemd ter ere van de Amerikaanse staat Wisconsin. Het werd gebouwd aan de Philadelphia Naval Shipyard in Philadelphia, Pennsylvania en gelanceerd op 7 december 1943 (de tweede verjaardag van de Pearl Harbor raid), gesponsord door de vrouw van de gouverneur Walter Goodland van Wisconsin. 
Tijdens carrière van het schip, Wisconsin geserveerd in de Stille Oceaan Theater van de Tweede Wereldoorlog, waar het gepeld Japanse versterkingen en gescreend Verenigde Staten vliegdekschepen als ze uitgevoerd luchtaanvallen tegen vijandelijke posities. Tijdens de Koreaanse Oorlog, Wisconsin gepeld Noord-Koreaanse doelen ter ondersteuning van de Verenigde Naties en de Zuid-Koreaanse operaties op de grond, waarna het werd ontmanteld. Het schip werd gereactiveerd 1 augustus 1986, gemoderniseerd en nam deel aan Operatie Desert Storm in januari en februari 1991. 
Wisconsin werd vorig ontmanteld in september 1991, een totaal van zes hebben verdiend slag sterren voor de dienst in Wereldoorlog II en Korea, evenals een Navy Unit Commendation voor service tijdens de januari / februari 1991 Golfoorlog. Het fungeert momenteel als museumschip geëxploiteerd door Nauticus, The National Maritime Center in Norfolk, Virginia. Wisconsin werd geslagen van de Naval Vessel Register (NVR) 17 maart 2006, en, vanaf 14 december 2009 is geschonken voor permanent gebruik als een museumschip. Op 15 april 2010 heeft de Stad van Norfolk officieel nam eigendom van het schip. 
Bouw 
Wisconsin was een van de "fast slagschip" van in 1938 gepland door het Voorlopig Ontwerp Tak aan het Bureau van de bouw en reparatie. Zij was de derde van vier voltooide schepen van de klasse Iowa van slagschepen. Haar kiel neer op 25 januari 1941 werd gelegd bij de Philadelphia Navy Yard. Zij werd gelanceerd op 7 december 1943 gesponsord door Mevr Goodland, de vrouw van Walter S. Goodland, de gouverneur van Wisconsin, en opgedragen op 16 april 1944 met Kapitein Earl E. Stone in opdracht. 
Hoofdbatterij Wisconsin 's bestond uit negen 16 in (406 mm) / 50 cal Mark 7 geweren, waarvan £ 2.700 (1.200 kg) pantsergranaten ongeveer 20 mijl (32 km) kunnen smijten. De secundaire batterij bestond uit 20 5 in (127 mm) / 38 cal kanonnen in tien twee torentjes, die kunnen schieten op doelen tot 10 mijl (16 km) afstand. Met de komst van de luchtmacht en de noodzaak om te winnen en te behouden lucht superioriteit kwam er een behoefte om de groeiende vloot van geallieerde vliegdekschepen te beschermen; daartoe werd Wisconsin uitgerust met een scala van Oerlikon 20 mm en Bofors 40 mm luchtafweergeschut op geallieerde vervoerders te verdedigen tegen vijandelijke luchtaanvallen. Wanneer gereactiveerd in 1986, had Wisconsin haar 20 mm en 40 mm AA kanonnen verwijderd en werd uitgerust met Phalanx CIWS mounts voor de bescherming tegen vijandelijke raketten en vliegtuigen, en Armored Box Launchers en Quad Cell Launchers ontworpen om brand Tomahawk raketten en Harpoon raketten, respectievelijk . 
Wisconsin is numeriek het hoogste nummer Amerikaanse slagschip gebouwd. Hoewel haar kiel werd gelegd na de USS Missouri 's, werd ze in opdracht voor de Missouri' s ingebruikname datum. Zo, Wisconsin 's bouw begon na Missouri' s, en eindigde eerder. Iowa en Wisconsin werden uiteindelijk getroffen van de Naval Vessel Register op 17 maart 2006 waardoor ze de laatste slagschepen in opdracht van de wereld. 
Wereldoorlog II (1944-1945) 
Shakedown en service met 3 Fleet, Admiral Halsey 
Na het proeven van het schip en de initiële opleiding in de Chesapeake Bay, Wisconsin vertrok Norfolk, Virginia, op 7 juli 1944, op weg naar de Britse West-Indië. Na haar shakedown cruise (uitgevoerd uit Trinidad) keerde ze terug naar de tuin van de bouwer voor wijzigingen en reparaties. 
Op 24 september 1944 Wisconsin zeilde voor de westkust, die via de Panamakanaal, en meldt zich met de Pacific Fleet op 2 oktober. Het slagschip verhuisde later naar Hawaiiaanse wateren voor oefeningen en vervolgens gingen we voor de Westelijke Caroline Eilanden. Bij het​​bereiken van de Caroline Island Ulithi ze bij Admiral William F. Halsey 's 3 Vloot op 9 december. 
Wisconsin vastgebonden naast de hulk van Oklahoma op Pearl Harbor in november 1944, voorafgaand aan haar vertrek aan te sluiten bij de 3e Vloot. 
Vanwege de lengte van de tijd die nodig was om te bouwen, Wisconsin miste een groot deel van de eerste duw in het Japans-held grondgebied aangekomen op een moment dat de herovering van de Filippijnen was in volle gang. Als onderdeel van die beweging, had de planners landingen ogen aan de zuidwestkust van Mindoro, ten zuiden van Luzon. Vanaf dat moment konden Amerikaanse troepen Japanse scheepvaartroutes door het bedreigen Zuid-Chinese Zee. Ter voorbereiding van de komende invasie van Mindoro, Wisconsin werd toegewezen aan de 3e vloot te beschermen Fast Carrier Task Force (TF 38), omdat zij luchtaanvallen uitgevoerd op Manila te verzachten Japanse posities. 
Op 18 december, de schepen van TF 38 onverwacht bevonden zich in een gevecht voor hun leven wanneer Typhoon Cobra haalde de kracht-vloot zeven en zes lichte dragers, acht slagschepen, 15 kruisers, en ongeveer 50 destroyers -tijdens hun poging om bij te tanken op zee . Op het moment dat de schepen die ongeveer 300 mijl (480 km) ten oosten van Luzon in de Filippijnse Zee.De dragers had net drie dagen van zware aanvallen tegen Japanse vliegvelden, het onderdrukken van vijandelijke vliegtuigen tijdens de Amerikaanse amfibische operaties tegen Mindoro in de Filipijnen. De task force rendezvoused met Kapitein Jasper T. Acuff en zijn tanken groep 17 december met de intentie van het tanken alle schepen in de taskforce en verloor vliegtuigen te vervangen.Hoewel de zee was ruwer groeit de hele dag, de nabijgelegen cycloon verstoring gaf relatief kleine waarschuwing van haar aanpak. Op 18 december, de kleine maar hevige tyfoon haalde de Task Force, terwijl veel van de schepen probeerden te tanken. Veel van de schepen werden gevangen in de buurt van het centrum van de storm en geteisterd door extreme zeeën en orkaankracht winden. Drie torpedojagers, Hull, Monaghan en Spence, kapseisde en zonk met bijna alle handen, terwijl een kruiser, vijf vliegdekschepen, en drie torpedobootjagers leed ernstige schade.Ongeveer 790 officieren en manschappen werden verloren of gedood, met een andere 80 gewonden . Branden vond plaats in drie maatschappijen toen vliegtuigen brak los in hun hangars en een aantal 146 vliegtuigen op verschillende schepen werden verloren of beschadigd voorbij economische reparatie door branden, impact schade, of door het overboord geveegd.Wisconsin meldde twee gewonde zeilers als gevolg van de tyfoon, maar anders bewees haar zeewaardigheid als ze ontsnapt aan de storm ongedeerd. 
Volgende operatie Wisconsin 's was om te helpen met de bezetting van Luzon. Het omzeilen van de zuidelijke stranden, ging de Amerikaanse amfibische troepen aan wal in Lingayen Golf, de scène van de eerste Japanse aanvallen naar Luzon bijna drie jaar voorheen.
Wisconsin, gewapend met zware luchtafweer batterijen, uitgevoerd escort plicht voor TF 38's snel dragers tijdens luchtaanvallen tegen Formosa, Luzon, en de Nansei Shoto aan Japanse troepen daar te neutraliseren en de ontplooiing geallieerde Lingayen Golf te dekken. Die staking, die duurde van 03-22 januari 1945 omvatte een duw in de Zuid-Chinese Zee, in de hoop dat de grote eenheden van de Japanse Keizerlijke Marine konden worden getrokken in de strijd. 
Carrier groep Wisconsin 's gelanceerd luchtaanvallen tussen Saigon en Camranh Bay, Frans Indochina, op 12 januari, met als gevolg zware verliezen voor de vijand. TF 38's gevechtsvliegtuigen zonk 41 schepen en zwaar beschadigd dokken, opslagplaatsen, en vliegtuigen faciliteiten. Formosa, al sloeg op 03-04 januari, werd opnieuw een inval op 9 januari, 15 januari en 21 januari. Doorheen januari Wisconsin afgeschermd de dragers zoals ze luchtaanvallen uitgevoerd in Hongkong, Canton, Hainan Island, het kanton olieraffinaderijen, de Hong Kong Naval Station en Okinawa.

USS Wisconsin op zee omstreeks 1990

USS Wisconsin op zee omstreeks 1990

Werf Philadelphia Naval Shipyard
Kiellegging 25 januari 1941
Tewaterlating 7 december 1943
In dienst gesteld 18 april 1944
Uit dienst gesteld 30 september 1991
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 45.000 ton (standaard)
57.450 ton (volbeladen)
Afmetingen 270,43 m lang
32,92 m breed
max. 11,58 m diep
Bemanning 1558[2] - 2700
Techniek en uitrusting
Machinevermogen 158 MW (212.000 pk)
Snelheid 31 knopen[3][4]
Bewapening Oorspronkelijk
9 x 16'"-kanon
20 x 5'"-kanon
80 x 40mm-luchtafweerkanon

 

Badge:

Service met 5 Fleet, Admiral Spruance 
Wisconsin werd toegewezen aan de 5e Vloot toen Admiraal Raymond Spruance opgelucht Admiraal Halsey als bevelhebber van de vloot. Verhuisde ze naar het noorden met de opnieuw aangewezen TF 58 als de dragers op weg naar de Tokyo gebied. Op 16 februari, de task force benaderde de Japanse kust onder dekking van ongunstige weersomstandigheden en bereikte volledige tactische verrassing. Dientengevolge, Wisconsin en andere schepen neergeschoten 322 vijandelijke vliegtuigen en vernietigd 177 meer op de grond. Japanse scheepvaart, zowel marine en koopman, ook te lijden drastisch, net als hangars en installaties vliegtuigen.
Wisconsin en de task force verplaatst naar Iwo Jima op 17 februari om directe steun voor de landingen gepland plaatsvinden op 19 februari te bieden. Ze revisited Tokio op 25 februari en raakte het eiland Hachino voor de kust van Honshu de volgende dag, wat resulteert in zware schade aan de grond voorzieningen; bovendien, Amerikaanse vliegtuigen zonk vijf kleine schepen en 158 vliegtuigen vernietigd.
Wisconsin 's task force uit stond Ulithi op 14 maart op weg naar Japan. De missie van deze groep was in de lucht weerstand van de Japanse vaderland om Amerikaanse troepen uit Okinawa te elimineren. Vijandelijke vloot eenheden in Kure en Kobe, op het zuiden van Honshu, wankelde onder de gevolgen van de explosieve slagen door TF 58's piloten geleverd. Op 18-19 maart, vanaf een punt 100 mijl (160 km) ten zuidwesten van Kyushu, TF-58 hit vijandelijke vliegvelden op dat eiland; helaas, geallieerde luchtafweergeschut op 19 maart niet in geslaagd om een aanval op de drager te stoppen Franklin. Die middag, Wisconsin en de taskforce teruggetrokken van Kyushu, het screenen van het laaiend en gehavende flattop en neer te schieten 48 aanvallers. 
Op 24 maart, Wisconsin opgeleid haar 16 in (410 mm) kanonnen op doelen aan wal op Okinawa. Samen met de andere battle-wagens van de taskforce, sloeg ze de Japanse posities en installaties ter voorbereiding op de landing. Japanse weerstand, terwijl de felle, was gedoemd te mislukken door de afnemende aantallen van vliegtuigen en piloten opgeleid. 
Wisconsin escorteren Amerikaanse Essex -class vliegdekschepen in de Stille Oceaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. De staart kraan werd gebruikt voor verkenningsvliegtuigen gelanceerd door Wisconsin herstellen. 
Terwijl TF 58's vliegtuigen te maken hadden met Yamato en haar begeleiders, vijandelijke vliegtuigen vielen de Amerikaanse oppervlak eenheden. Combat lucht patrouilles (GLB) neergeschoten 15 vijandelijke vliegtuigen en geweervuur ​​schepen neergeschoten nog drie, maar niet voordat een kamikaze aanval doorgedrongen tot het GLB en het scherm te crashen in de cockpit van de vloot carrier Hancock. Op 11 april, de Japanse opnieuw hun kamikaze aanvallen; en alleen drastische manoeuvres en zware spervuur ​​van geweervuur ​​redde de taskforce. Combat lucht patrouilles neergeschoten 17 vliegtuigen, en geweervuur ​​schepen neergeschoten 12. De volgende dag, 151 vijandelijke vliegtuigen aangevallen TF-58, maar Wisconsin, samen met andere eenheden van de schermen voor de vitale vervoerders, hield de kamikaze piloten op de baai en vernietigd voordat ze konden hun doelen te bereiken. In de dagen die volgden, de Japanse kamikaze aanvallen wist te crashen in drie Tassen- Intrepid, Bunker Hill en Enterprise -op opeenvolgende dagen. 
Uiterlijk op 4 juni werd een tyfoon wervelende door de vloot. Wisconsin reed de storm ongedeerd, maar drie kruisers, twee dragers en een vernietiger leed ernstige schade. Offensieve operaties werden hervat op 8 juni met een laatste luchtfoto aanval op Kyushu. Japanse luchtfoto reactie was vrijwel nihil; 29 vliegtuigen werden gevestigd en vernietigd. Op die dag, een van Wisconsin 's floatplanes landde en redde een neergehaalde piloot van de luchtvaartmaatschappij Shangri-La.
Bombardement van Japan 
Wisconsin uiteindelijk in te zetten Leyte Gulf en anker er op 13 juni voor reparaties en aanvullen. Drie weken later, op 1 juli, het slagschip en haar begeleiders zeilde opnieuw voor Japanse thuis wateren voor carrier luchtaanvallen op hartland van de vijand. Negen dagen later, carrier vliegtuigen van TF 38 vernietigde 72 vijandelijke vliegtuigen op de grond en sloeg industriële sites in de Tokyo gebied. Wisconsin en de andere schepen maakte geen enkele poging om de locatie van hun armada te verbergen, grotendeels het gevolg van een zwakke Japanse reactie op hun aanwezigheid. 

Op 16 juli, Wisconsin haar ontslagen 16 in (410 mm) kanonnen aan de staalfabrieken en olieraffinaderijen in Muroran, Hokkaido. Twee dagen later, vernielde ze industriële installaties in de Hitachi Miro gebied, aan de kust van Honshū-, ten noordoosten van Tokyo zelf. Tijdens dat bombardement, de Britse slagschepen van de Britse Pacific Fleet droegen hun zware granaatvuur. Op dat punt in de oorlog, geallieerde oorlogsschepen zoals Wisconsin in staat waren om de Japanse thuisland shell bijna op wil. 

TF 38's vliegtuigen vervolgens gestraald de Japanse marinebasis in Yokosuka, en zet de voormalige vloot vlaggenschip Nagato buiten werking, één van de twee overgebleven Japanse slagschepen. In juli en in augustus, admiraal Halsey's vliegeniers bezocht vernietiging over de Japanse, de laatste instantie die tegen Tokio op 13 augustus. Twee dagen later, de Japanners overgegeven, eindigt de Tweede Wereldoorlog. 

Wisconsin, als onderdeel van de bezettingsmacht, aangekomen in Tokyo Bay op 5 september, drie dagen na de formele overgave voorgedaan aan boord van het slagschip Missouri. Tijdens korte carrière Wisconsin 's in de Tweede Wereldoorlog, had ze 105.831 mijl (170.318 km) gestoomde sinds inbedrijfstelling; had drie vijandelijke vliegtuigen neergeschoten; assists had vier keer geclaimd; en had haar screening destroyers op zo'n 250 gelegenheden aangewakkerd

Wisconsin tijdens haar eerste proefvaart in medio 1944.

 

Wisconsin vastgebonden naast de hulk van Oklahoma op Pearl Harbor in november 1944, voorafgaand aan haar vertrek aan te sluiten bij de 3e Vloot.

 

Wisconsin escorteren Amerikaanse Essex -class vliegdekschepen in de Stille Oceaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. De staart kraan werd gebruikt voor verkenningsvliegtuigen gelanceerd door Wisconsin herstellen


3-Amerika in de Tweede Wereldoorlog

1--2--3--4