Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

2-Plaats in de Tweede Wereldoorlog in Nederland

Nationaal Tehuis

Het Nationaal Tehuis was tussen 1936 en 1945 een nationaalsocialistisch complex van gebouwen en terreinen op de Goudsberg te Lunteren. Het geheel moest doen denken aan de Reichsparteitagsgelände in Neurenberg waar de NSDAP van Adolf Hitler zijn grote partijbijeenkomsten hield. Van het NSB-complex is alleen het als Muur van Mussert bekend staande bouwwerk met de daarvoor liggende openluchtvergaderplaats bewaard gebleven.
Oorsprong
De Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van ir. A.A. Mussert kocht een stuk grond op de Goudsberg te Lunteren om daar een centraal in Nederland gelegen plek te creëren voor grote partijbijeenkomsten. Het complex moest met zijn monumentale uitstraling getuigen van het streven van de NSB naar volkseenheid en leiderschap. Ook zouden daar in een te bouwen mausoleum de groten van de NSB (onder anderen te zijner tijd Mussert zelf en plaatsvervangend leider Cornelis van Geelkerken) en de voor hun idealen gestorven kameraden (als Peter Ton en Hendrik Koot) hun laatste rustplaats vinden. Uiteindelijk is van dit alles slechts weinig gerealiseerd.
Realisatie
Er werd een 'Stichting Nationaal Tehuis' opgericht die de totstandkoming moest verwezenlijken. In het oprichtingsbestuur van de stichting namen zitting:
W.G. Nieuwenkamp, directeur. Hij was Musserts financieel adviseur en leider van het Strijd- en Verkiezingsfonds van de NSB.
F.W. van Bilderbeek, administrateur. Hij was penningmeester van de NSB.
N.J. Alblas, beheerder.
Mart. Jansen, architect. Hij was de beoogd bouwer van het complex. Ook was hij Banheer van de Nationale Jeugdstorm.
De in 1938 gebouwde 'Muur van Mussert' werd 150 meter lang en tien meter hoog. In de muur is een kamertje gemetseld waar Mussert zijn brieven aan Hitler schreef. Er kwam ook een vlaggenmast bij van 38 meter lengte. Bij de muur werden zes grote bijeenkomsten gehouden, "Hagespraken", waar maximaal per keer zo'n 20.000 NSB'ers bij aanwezig waren. De NSB deed echter voorkomen - door foto's te manipuleren - dat het er 50.000 tot 70.000 waren.De financiering van het gehele complex kwam tot stand op basis van bijdragen van de leden van de NSB. Gedurende de jaren 1938-1941 werd er gebouwd, maar vermoedelijk is het complex niet geheel gerealiseerd zoals de oorspronkelijke bedoeling was. De oorlogsomstandigheden en gebrek aan financiën hebben voltooiing verhinderd. Vooral echter het door de Duitsers ingestelde verbod op massabijeenkomsten van politieke partijen en de schaarser wordende benzine.
Inrichting
Uiteindelijk bestond het Nationaal Tehuis uit een stuk grond van circa 16 hectare, waarop enige gebouwen (vergaderruimten, facilitaire voorzieningen) waren geplaatst, benevens een parkeerplaats. Kern van het gebied was de grote komvormige plek boven op de heuvel. Dat was de plek waar van 1936 tot 1940 de jaarlijkse Hagespraak werd gehouden. Deze komvormige ruimte werd begrensd door een grote, gebogen gemetselde muur met een spreekgestoelte. De laatste Hagespraak was op 22 juni 1940.
Hagespraken
De NSB wilde met de Hagespraken de eenheid van de partij benadrukken. Ieder lid werd opgeroepen om jaarlijks op Tweede Pinksterdag acte de présence op de Goudsberg te geven. Het was het jaarlijkse moment waarop de NSB'ers zich onder elkaar konden voelen en waarop ze zich aan elkaar konden sterken, tegen wat werd ervaren als 'de grote boze buitenwereld'. De opkomst was steevast groot: vele duizenden NSB-leden begaven zich naar dit jaarlijkse 'uitje'. Er waren toespraken door Mussert en Van Geelkerken en vaste sprekers van de NSB als Gerhardus Dieters, ds. Gerrit van Duyl, Adriaan van Hees, Jan Hollander en G.F. Vlekke. Ook coryfeeën als Max de Marchant et d'Ansembourg, E.J. Roskam en H.J. Woudenberg voerden menigmaal het woord. Er werd aan samenzang gedaan, onder leiding van de 'zangleider' Melchert Schuurman Jr., er waren optredens van vendelzwaaiers en van de Weerbaarheidsafdeling.
De Hagespraken vonden plaats op:
Maandag 1 juni 1936 (Tweede Pinksterdag)
Maandag 17 mei 1937 (idem)
Zaterdag 9 oktober 1937 - De 'Hagespraak der Trouwe'. Dit was geen reguliere Hagespraak. Bij de verkiezingen van mei 1937 was het aantal stemmen op de NSB gehalveerd. Er heerste grote verslagenheid. Prominente leden beëindigden hun lidmaatschap en de inkomsten namen af. Er ontstond in de zomer van 1937 een machtsstrijd in de partij. Een aantal prominente NSB'ers stelde Mussert verantwoordelijk voor de verkiezingsnederlaag en wilde hem vervangen. Mussert won deze strijd en in september 1937 werden vele vooraanstaande NSB'ers geroyeerd of gedwongen te vertrekken. Na deze affaire werd op oktober 1937 een Hagespraak georganiseerd om het vertrouwen in de partij te herstellen.
Maandag 6 juni 1938 (Tweede Pinksterdag)
Maandag 29 mei 1939 (idem)
Maandag 13 mei 1940 (idem) - deze Hagespraak werd afgelast vanwege de Duitse inval op 10 mei 1940 en verplaatst naar:
Zaterdag 22 juni 1940 De 'Hagespraak der Bevrijding'.
Hierna hebben er geen Hagespraken meer plaatsgevonden. De Duitse bezetter verbood politiek getinte massa-bijeenkomsten.
Na de oorlog
Het Nederlands Padvindsters Gilde defileerde er na de oorlog voor koningin Juliana. Haar echtgenoot prins Bernhard en bisschop Joseph Baeten werden er ontvangen door de Katholieke Verkenners.[2] De tegen de achterzijde van de muur gebouwde vertrekken zijn in gebruik geweest als vakantieverblijf. Anno 2017 ligt op het terrein een bungalowpark en een camping. De openluchtvergaderplaats is, middels daar geplaatste stacaravans, in gebruik als huisvesting voor Poolse arbeiders.
In 2015 werd door de Stichting Erfgoed Ede, mede namens Erfgoedvereniging Heemschut en de oudheidkundige verenigingen Oud Ede en Oud Lunteren bij het ministerie van OCW een verzoek ("suggestie") ingediend om de muur een monumentenstatus te geven. Onderzoek daarnaar, gepland voor 2016 door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, was anno 2017 nog niet uitgevoerd; begin 2017 werd toegezegd dat de ingediende suggestie niet langer op dat onderzoek hoefde te wachten, maar in behandeling zou worden genomen. Kort daarna, na overleg met "Haagse collega's" werd die toezegging weer ingetrokken. Er moest toch op onderzoek, een "Verkenning" worden gewacht, en dat wachten kon, zo werd gemeld, (wederom) twee jaar gaan duren. Ondertussen "brokkelt de Muur van Mussert af".[3] In november 2017 werd door de campingeigenaar een sloopvergunning voor de muur aangevraagd. Dertig historici, publicisten en museumdirecteuren schreven na die aanvraag in een brandbrief aan minister Ingrid van Engelshoven dat de muur tot het nationaal erfgoed behoort en om die reden behouden dient te blijven. Zij verzochten om in elk geval met het verstrekken van een sloopvergunning te wachten totdat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in 2018 zijn oordeel over de muur heeft gegeven.De brandbrief leidde tot Kamervragen van SP en D66. Het ministerie liet weten dat de muur, op grond van ingediende aanvragen tot aanwijzing als monument, voorlopig niet gesloopt mag worden.

Muur van Mussert9.JPG

Locatie Goudsberg, Lunteren
Coördinaten 52° 6′ NB, 5° 39′ OL
Oorspr. functie vergaderplaats voor de NSB
Huidig gebruik camping
Opening 1936
Status ruïne
Architect Mart Jansen

Nationaal Tehuis

 

 

 

Complex in 1951 in gebruik door de padvinderij

 


Het Oranjehotel

Het Oranjehotel was de bijnaam van de Deutsches Untersuchungs- und Strafgefängnis in het huis van bewaring in Scheveningen gedurende de Tweede Wereldoorlog. De schertsende naam verwees naar het destijds verderop gelegen Oranje Hotel aan de Scheveningse kust.
Van 1919 tot 1940 dienden de cellenbarakken van de Scheveningse gevangenis als huis van bewaring voor kleine criminelen. Na de Duitse inval van 10 mei 1940 werden er Duitse krijgsgevangenen opgesloten. Na de capitulatie van Nederland namen de Duitsers de gevangenis over.
1940-1945
Na de capitulatie van Nederland werd het Scheveningse huis van bewaring door de Duitsers in gebruik genomen. De eerste gevangenen zijn naar alle waarschijnlijkheid Engelandvaarders geweest, maar al snel werd het Oranjehotel vooral gebruikt om verzetsmensen op te sluiten en te verhoren. De eerste groep verzetsmensen die er eind 1940 werd opgesloten, waren leden van de Geuzengroep. Daarna kwam er op 2 april 1941 een groot aantal leden van de Stijkelgroep en vanaf begin juni 1941 een nog groter aantal communisten en vele andere politieke gevangenen. De bijnaam Oranjehotel wordt op 8 maart 1941 genoemd in de illegale krant Vrij Nederland. Uit deze beginperiode dateert ook het bekende gedichtje: "In deze bajes zit geen gajes, maar Hollands glorie potverdorie". Veel gevangenen werden tijdens de verhoren gemarteld door de Sicherheitsdienst en leden van de Haagse gemeentepolitie, omdat ze zo moeilijk tot spreken te krijgen waren. Er zijn verschillende mensen doodgemarteld of vermoord in het Oranjehotel, zoals Pieter Philippus van den Berg (communist) op 29 augustus 1940, Sjaak Boezeman (De Geuzen) op 9 januari 1941 en Herman Holstege (communist) op 2 september 1941. Karel de Munter slaagde erin op 12 juli 1942 uit het Oranjehotel te ontsnappen.
In het Oranjehotel werden veel van verzetsactiviteiten verdachte Nederlanders opgesloten in afwachting van hun proces voor de Duitse nazi-rechtbanken. Ook werden er wel Joodse Hagenaars vastgezet die op transport naar Duitsland werden gesteld.
In totaal hebben tijdens de bezetting zo'n 25.000 mensen vastgezeten in het Oranjehotel. Zij werden gearresteerd door de Duitsers vanwege uiteenlopende daden van verzet of Deutschfeindlichkeit, van het luisteren naar Radio Oranje tot het plegen van aanslagen tegen Duitsers. Na behandeling van hun zaak door de nazi’s werden sommigen vrijgelaten, maar vele duizenden werden veroordeeld tot langdurige verblijven in de Duitse kampen of tuchthuizen. 215 terdoodveroordeelden zijn vanuit het Oranjehotel ter fusillering met een vrachtwagen naar de Waalsdorpervlakte gebracht.
In mei 1945 kwam het huis van bewaring weer in Nederlandse handen en werd E.P. Weber de nieuwe commandant van de gevangenis. Veel NSB'ers, waaronder Anton Mussert en andere Nederlanders die werden verdacht van oorlogmisdaden, werden in 1945 opgesloten in Scheveningen. Ook kwam Ernst Knorr hier terug, nu niet als verhoorder maar als gevangene.
Doodencel 601

Een aantal cellen in de middelste gang van het Oranjehotel, de D-gang, werd gebruikt als dodencellen. Hier wachtten terdoodveroordeelden op het bevel om door het Poortje naar de vrachtwagen te lopen die hen naar de Waalsdorpervlakte zou brengen. In hun laatste uren mochten de gevangenen contact hebben met elkaar, praten, bidden, huilen, zingen. In sommige gevallen mochten ze nog een brief schrijven.
Eén van de dodencellen, Doodencel 601, is in oorspronkelijke staat behouden. Een portret van koningin Wilhelmina hangt nu boven de deur. De muren tonen de authentieke inscripties van de gevangenen, waarmee hoop, angst en verlangen naar huis werden geuit. Er is een slaapplaats en een kleine ton die diende als gemak. Op een eetblad ligt een bijbel en er staat een kristallen vaas met daarop de tekst “VRIHEYT EN IS OM GHEEN GELT TE KOOP”.
Doodencel 601 vormt de kern van het Monument Oranjehotel. Tijdens de jaarlijkse herdenking leggen honderden mensen bloemen bij Doodencel 601.
Het Poortje
Aan de Van Alkemadelaan bevindt zich, naast een grote poort, een kleine poort in de buitenmuur. Door deze kleine poort werden de terdoodveroordeelden naar buiten gevoerd, om op de Waalsdorpervlakte te worden geëxecuteerd.
Naast de deur is in 1949 een plaquette geplaatst ter nagedachtenis aan allen die hier weggevoerd werden naar de Waalsdorpervlakte. De tekst op de plaquette is van oud-gevangene, hoogleraar en auteur Nico Donkersloot (verzetsnaam: Antonie Donker) en luidt:
1940 - 1945
GEDENK HUN LAATSTE GANG
DOOR DEZE LAGE POORT,
HUN LEVEN
VOOR VRIJHEID EN VOOR RECHT GEGEVEN.
ZET HUN STRIJD VOORT.

Gedenksteen "Zij waren eensgezind" in de buitenmuur van het Monument Oranjehotel (beeldhouwer: Albert Termote)
Doodenboeken en Namenlijst
De Doodenboeken zijn vier banden met foto’s en levensbeschrijvingen van 734 verzetsmensen die tijdens of na hun verblijf in het Oranjehotel zijn omgekomen. De Doodenboeken zijn kort na de oorlog samengesteld op basis van informatie over oud-gevangenen van het Oranjehotel die toen verzameld kon worden. De gegevens zijn verre van compleet, maar de boeken vormen een indrukwekkend monument voor de gevallenen. Ze zijn in bewaring gegeven bij het Nationaal Archief en digitaal te raadplegen.Tijdens de jaarlijkse herdenking worden de boeken in Doodencel 601 gelegd.
Naast de Doodenboeken is in 1946 -1947 het Gedenkboek van het Oranjehotel samengesteld door majoor E.P. Weber. Hierin wordt het leven en de persoonlijke geschiedenis - of in vele gevallen alleen de naam - van gevangenen beschreven.
Gedetailleerde lijsten van gevangenen van het Oranjehotel zijn niet beschikbaar. Kort voor het einde van de oorlog zijn de archieven van de gevangenis grotendeels door de Duitsers vernietigd.
De Lijst van de Stichting Oranjehotel vormt een digitaal eerbetoon aan oud-gevangenen, die vermeld worden met een korte levensbeschrijving en, indien beschikbaar, foto’s of documenten.De informatie is veelal door particulieren aan de Stichting verstrekt en niet gecontroleerd op historische juistheid. Daarnaast bevat de Lijst aanvullende informatie over gevangenen die in het Gedenkboek of in de Doodenboeken zijn vermeld.
Jaarlijkse herdenking
In de voormalige kerkruimte, tegenwoordig in gebruik als sportzaal, vond tot 2016 jaarlijks de Herdenking Oranjehotel plaats
Sinds 1946 wordt op de laatste zaterdag van september of de eerste zaterdag van oktober de jaarlijkse herdenking gehouden. Tijdens de herdenking wordt een herdenkingsrede uitgesproken door een prominente Nederlander en wordt eer betoond aan de gevangenen van het Oranjehotel tijdens een stille gang langs Doodencel 601. De herdenking wordt ieder jaar door zo’n 400 mensen bijgewoond, waaronder vertegenwoordigers van de Staten-Generaal, de regering, de stad Den Haag, de provincie Zuid-Holland en vele organisaties van oud-gevangenen.
Stichting Oranjehotel
Een aantal ex-gevangenen, het Nederlandse Rode Kruis en het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie richtten op 24 juni 1946 werd het Comité Oranjehotel op. Zij besloten in het Oranjehotel „een blijvende herinnering aan te brengen (...) in de vorm van een monument of gedenkplaats en enkele doodencellen te bewaren als een soort bedevaartplaats“. Het door hen gerealiseerde “Monument Oranjehotel” bestaat uit “Doodencel 601”, “het Poortje”, de gedenkplaat “Zij waren eensgezind” en de “Doodenboeken”. Om het Monument Oranjehotel te beheren richtten zij op 6 mei 1947 de Stichting Oranjehotel op, die na oplevering van het monument en de Doodencel 601 tevens jaarlijks een herdenking is gaan organiseren.[6]
De Doodencel 601 is bijna 70 jaar besloten geweest in de Scheveningse gevangenis, maar nu de cellenbarakken niet meer in gebruik zijn werkt de stichting sinds 2012 aan de vernieuwing en openstelling van het monument als herinneringscentrum. Sinds eind 2013 wordt eens per maand gelegenheid gegeven aan het publiek om Doodencel 601 te bezoeken.
In samenwerking met de Rijksgebouwendienst en het Ministerie van Veiligheid en Justitie werd een ontwerp gemaakt voor een herinneringscentrum, waarvan de uitvoering in 2016 ondertekend is

Cellenbarakken Strafgevangenis Scheveningen, gezien van buiten de gevangenismuur

Cellenbarakken Strafgevangenis Scheveningen, gezien van buiten de gevangenismuur
Locatie Van Alkemadelaan 1256, Scheveningen
Coördinaten 52° 7′ NB, 4° 18′ OL
Oorspr. functie Cellenbarak strafgevangenis
Huidig gebruik Oorlogsmonument
Bouw gereed 1919
Verbouwing Sinds 2017
Monumentstatus Gemeentelijk monument
Nummer WN180/0518
Eigenaar Staat der Nederlanden

 

Doodencel 601 in het Oranjehotel

Gedenksteen "Zij waren eensgezind" in de buitenmuur van het Monument Oranjehotel (beeldhouwer: Albert Termote)

 


Peel-Raamstelling

De Peel-Raamstelling was een Nederlandse verdedigingslinie die in 1939 werd aangelegd en op 10 mei 1940, al de eerste Nederlandse oorlogsdag is gevallen.
Ligging
De stelling bevond zich achter de Maaslinie, variërend van 9 km tot 21 km van elkaar. De stelling begon aan de Maas, ter hoogte van Grave om via Mill, door de Peel en langs de Zuid-Willemsvaart aan de Belgische grens bij Weert te eindigen.
Inrichting
De stelling kon tussen Meijel en de Rips, vooral rond Griendtsveen, profiteren van een natuurlijke bescherming door de drassige veenmoerassen van de Peel en een aantal reeds bestaande wateren, zoals de Graafse Raam, de Helenavaart en de Noordervaart. Langs het noordelijk deel had men een kunstmatige barrière aangebracht in de vorm van het Defensiekanaal. Onder andere kazematten, prikkeldraadversperringen en vrije schootsvelden waren onderdeel van de verdediging. Deze kazematten stonden op zo'n 200 meter van elkaar, soms op kortere afstand. Er was echter nauwelijks verbindingen tussen de kazematten onderling en de hoofdmacht van de infanterie zat ver achter de kazematlinie in loopgraven, zodat geen directe steun kon worden gegeven. Toch was de Peel-Raamstelling een stelling waarmee een vijand rekening moest houden.
Een onhoudbare linie
De Nederlanders waren erop gericht om een aansluiting te creëren tussen de Peel-Raamstelling en de linie langs het Albertkanaal, maar de Belgische legerleiding pleitte voor een nieuwe linie; vanaf het Albertkanaal naar het noorden langs de lijn Tilburg-Waalwijk en de Bergsche Maas. Deze variant, de Oranjelinie bestond aan de Nederlandse kant echter niet anders dan in krijgsspellen.
De Peel-Raamstelling werd onhoudbaar, doordat er geen overeenstemming werd gevonden tussen Nederland en België over doortrekken van de stelling op Belgisch grondgebied. Zodoende was de linie zeer kwetsbaar voor omtrekking via België, omdat tussen Weert en Tilburg voor de vijand geen weerstand van betekenis was. Daarom vond generaal Winkelman hardnekkige verdediging met een volledig legerkorps en de lichte divisie te riskant. Om die reden kleedde generaal Winkelman de bezetting van de stelling uit. Alleen de frontlijn zou worden bezet, door zes bataljons van het 3e Legerkorps en enkele bataljons van de Peeldivisie. Die Peeldivisie bestond in hoofdzaak uit 8 infanteriebataljons met zwakke ondersteuning. Daarvan lagen zeven bataljons in de Maaslinie en langs de grenzen met Duitsland en België. Een bataljon lag bij Grave. Als de strijd bij de Peel-Raamstelling zou komen zouden ook de zes achtergebleven bataljons van het 3e Legerkorps onder de Peeldivisie staf komen te vallen. De commandant van de divisie en tevens Territoriaal Bevelhebber Noord-Brabant, kolonel L.J. Schmidt, had daardoor in feite 14 bataljons onder zijn bevel, maar die waren door slechts één regiment stokoud geschut ondersteund. Hij had naast dat oude geschut nauwelijks zware wapens ter beschikking voor de verdediging.
Op 6 april 1940 besloot Winkelman dat het IIIe Legerkorps en de Lichte Divisie achter de Peel-Raamstelling alleen de schijn van een verdediging mochten ophouden. Bij een aanval moesten zij - onder achterlating van zes bataljons - direct naar de Vesting Holland terugkeren.
De gelegerde soldaten waren bij de uitbraak van de oorlog in de veronderstelling dat de lege loopgraven achter hen, snel weer in bezit werden genomen door soldaten 'op oefening' bij 's-Hertogenbosch. Echter, deze gingen volgens opdracht van Winkelman de andere kant op, richting de Waal-Lingestelling.
De ochtend van 10 mei 1940: successen tegen een pantsertrein

De meeste Duitse overvalploegen konden de Maasbruggen niet innemen op de vroege ochtend van 10 mei 1940. De brug bij Gennep speelde echter een cruciale rol. De vertragende rol van de Maaslinie verviel ten dele toen de Maasbrug door een verraderlijke overval, onder dekking van in Nederlandse marechaussee-uniformen verklede commando's, vrijwel zonder slag of stoot in handen van de Duitsers viel. Zo konden een pantsertrein en troeptrein ongestoord over het z.g. Duits Lijntje over de brug verder rijden tot aan en voorbij de Peel-Raamstelling. De aspergeversperring op het spoor in de Peel-Raamstelling was nog niet gesloten. Het was pas een half uur na de Duitse overval op Nederland.
Toen de pantsertrein, en daar vlak achter de troepentrein met een Duits versterkt bataljon infanterie (III-481RI) aan boord, door de Peel-Raamstelling bij Mill reden, waren de verdedigers nog ongewis van het feit dat de oorlog was uitgebroken. Ze dachten met een Nederlandse trein van doen te hebben en deden niets. De treinen reden nog enige kilometers door en laadden de militairen uit bij de halte Zeeland, ongeveer drie kilometer achter de frontlijn. Daarna rangeerde de pantsertrein achter de troepentrein om, met de bedoeling terug te rijden naar Gennep, omdat de Duitsers vanuit de trein tevergeefs radiocontact met het achterland zochten. Daarom was de hoofdmacht van de 256e Infanterie Division, waartoe het bataljon behoorde, niet op de hoogte van de geslaagde penetratie van de Peel-Raamstelling.
Drie Nederlandse pioniers hadden echter enkele landmijnen opgegraven en onder de rails gelegd. (Een van deze pioniers is later gesneuveld bij het opruimen van een van de mijnenvelden na de gevechten.) Bovendien werd de aspergeversperring alsnog gesloten. Toen de pantsertrein terugreed, ontploften deze mijnen aan de Koestraat niet. De trein verminderde echter geen vaart, ontspoorde op de asperges en wagons werden als een harmonica in elkaar gedrukt. Dit kwam doordat de voorste wagon in het kanaal stortte en de tweede zich in het bruggenhoofd ramde en omtuimelde, en zo dus een blok vormde. Met de Duitsers uit de trein ontstond vervolgens een vuurgevecht. Ondertussen was het al veilig uitgeladen Duitse bataljon deels opgerukt naar de Nederlandse stellingen ten noorden van het spoor. Ze stuitten daar echter onvermoed op 12 oude kanonnen 8-staal (uit 1880) van III-20.RA, die daar op 7 mei pas geplaatst waren. Het lukte de artilleristen door hun stukken te draaien om de aanval van de beide aanvallende Duitse compagnieën af te slaan. Een andere compagnie Duitsers had de stelling ten zuiden van het spoor wel ongezien kunnen naderen door de verschillende, verlaten loopgraven van de hoofdstelling te gebruiken voor nadering. Ze werden verdreven door een peloton Nederlanders (Sectie Bleeker), waaronder bewapend keukenpersoneel. Hierna kwam het bataljon op de spoorlijn bijeen en ging het na een korte rust richting Mill via de spoorlijn. Een nadien ingezette derde Duitse aanval lukte wel. Een aantal kazematten ten zuiden van het spoor werd van achteren aangevallen en veroverd. Zodoende was een gat ter grootte van enkele honderden meters in de kazematlinie geslagen. Echter nadat een soldaat zich overgegeven had en toch besloot verder te vechten, gebruik makend van zijn kazemat en een vuurgevecht aangaand, weken de Duitsers terug.
Vanuit de omgeving van 's-Hertogenbosch waren inmiddels door de Lichte Divisie de gemotoriseerde huzaren van het 2e Regiment Huzaren Motorrijders naar Mill gestuurd. Deze kwamen bij aankomst direct in actie tegen de gestrande troepentrein en de Duitse concentratie bij het spoor. Een eskadron huzarenmotorrijders heroverde in een tegenactie de eerder veroverde kazematten (3e aanval), zodat het door de Duitsers gemaakte gat in de linie gehalveerd werd. Het geschiedde juist op tijd. Vanuit de hoofdmacht bij Gennep was een verkenningseenheid naar Mill gestuurd om te zien of de overval geslaagd was. Bij hun eerste verkenning waren zij op het gedeelte met het gat gestuit. Maar zij waren zo onder de indruk van de stelling, dat zij niet in de gaten hadden dat de stelling verlaten was. Toen de verkenners opnieuw (na opdracht van een zeer kwade regimentscommandant vanwege hun zwakke optreden) de linie naderden vlak bij de Duitse penetratie, werden zij door huzaren onder vuur genomen. Daarop berichtten de verkenners dat de linie volledig bezet leek en geen spoor van het bataljon was gezien. De volgende ochtend meldden deze verkenners, dat zij wel een gat hadden gemaakt, maar dit was van geen belang, omdat de Duitse hoofdmacht in de nacht allang een bruggenhoofd had.
De middag en avond van 10 mei 1940: de linie wordt doorbroken
De Duitse troepen die met een regiment en een batterij artillerie intussen de Gennepse brug en een nabij gelegde noodbrug overstaken, bereikten rond 12.00 uur de Peel-Raamstelling bij Mill. In eerste instantie ontdekte men de ontspoorde pantsertrein niet (pas later in de middag), maar ook geen spoor van het eigen bataljon, dat inmiddels gevechten had geleverd met de huzaren, een Nederlandse commandopost en een sectie Nederlandse infanterie. Verschillende kleinere Duitse infanterie-aanvallen konden door de kazemattenlinie worden afgeslagen. De Duitse artillerie was op een batterij na nog niet gearriveerd, omdat de over de Maas gelegde noodbrug door een artillerietrekker was vernield. Omdat ook de houten vlonders voor het geschikt maken voor voertuigen van de Gennepse spoorbrug ver achter de Maas waren gestrand, duurde het tot diep in de middag voor een tweede regiment kon worden aangevoerd. De rest van de artillerie kwam zelfs pas in de avond aan rond Mill.
In de late middag werd door de Duitsers een grote aanval voorbereid. Die zou worden ingezet met twee regimenten. Eentje zou vanuit Mill de aanval noord van het spoor inzetten met 1 1/2 bataljon, en de ander ruim zuid van het spoor met twee bataljons. De enige aanwezige batterij 10,5cm-houwitsers zou de aanval steunen. De aanval zou kort voor het donker starten. Intussen was aan de rechterflank van 256.ID de via Mook verlaat gearriveerde 254e Infanterie Divisie toch aangekomen. Deze divisie had een zware oversteek moeten bevechten, en was daardoor aanzienlijk verlaat. De divisie zette een aanval op de Peel-Raamstelling op ten noorden van Mill en had daartoe luchtsteun toegezegd gekregen.
's Avonds na 18.00 uur volgde bij Mill een, voor Nederlanders én Duitsers onverwachte, grote luchtaanval. Per ongeluk viel een eskader Luftwaffe bommenwerpers de sector bij Mill aan, terwijl zij ter ondersteuning van 254.ID ten noorden van Mill waren toegezegd. Het was voor de Duitsers bij Mill een fijne verrassing. Nadat drie kwartier lang, met korte tussenpozen, de bommen op de Nederlandse stelling ten westen van het dorp Mill waren gevallen, zetten de vijf Duitse bataljons zich in beweging. Vrijwel alle kazematten ten westen van Mill waren inmiddels uitgeschakeld door direct vuur met antitankkanonnen, onhoudbaar of simpelweg omdat de munitie opgeraakt was. Daarom slaagde 1 1/2 Duits bataljon erin om vrij spoedig na de aanvang van het offensief, beslissend door te breken direct west van het dorp. Ze gebruikten planken en balken om over het Defensiekanaal te komen of bereikten gewoonweg wadend de overkant. Om 20.40 uur waren de Duitsers door de stelling en hadden zij een gat van ongeveer 500 meter breed geslagen. Een uur later kon ook de pantsertrein worden ontzet. Maar merkwaardig genoeg slaagden de bataljons ten zuiden van het spoor er nog niet in om door te breken, en weken zij naar het noorden uit. Ook ten noorden van de Duitse penetratie bleven de Nederlanders stand houden, zodat de Duitse hoofdmacht opnieuw vastliep. De aanval van 254.ID op de stelling werd zelfs afgeslagen.
Kolonel Schmidt ontving intussen nieuws dat de Duitsers er door dreigden te komen bij Mill. Diezelfde avond besloot kolonel Schmidt zijn troepen terug te nemen op de Zuid-Willemsvaart. Het definitieve vallen van de stelling kon immers niet lang meer uitblijven. Terwijl sommige onderdelen die nacht vochten in en om hun kazematten, marcheerde een ander deel naar 's-Hertogenbosch. De drie bataljons verdedigers die in de sector Mill vochten, konden echter door ordonnansen niet worden bereikt. Twee konden het bevel doorgeven, maar bij alleen het noordelijk gedeelte kon alles geordend terug. Bij de andere konden vele kazematten niet bereikt worden. Met uitzondering van fracties die zich aan gevangenneming (of erger) konden onttrekken, kreeg de nieuwe provisorische stelling langs de Zuid-Willemsvaart daarom vanuit de sector Mill geen troepen ter bezetting.
Intussen waren de Duitsers met gemotoriseerde voorhoedes al twee kilometers westwaarts getrokken, hoewel ze spoedig voor de nacht halt moesten houden. Alle regimenten en het bataljon achter de linie kwamen in een groot bruggenhoofd bij elkaar en gingen met een beveiliging te ruste. Ondertussen boden verschillende kazematten rond Mill zelf in de vroege ochtend van 11 mei nog steeds verzet. Maar ondanks het feit dat de Duitsers een hoge prijs betaalden voor de doorbraak bij Mill, lieten zij zich niet lang afleiden door het ter plaatse overlevende verzet. De Duitsers vergisten zich wel in één ding. Ze dachten het IIIe legerkorps verslagen te hebben met daarbij ook onderdelen van de Lichte Divisie, maar dat korps was inmiddels in de Waal-Lingestelling gearriveerd. Pas op 13 mei realiseerde het Duitse opperbevel zich dat ze tegen een achterhoede hadden gevochten in de Peel-Raamstelling.
De stelling had aan haar taken voldaan, maar de menselijke en materiële schade was groot. Dertig Nederlandse militairen waren gesneuveld, 51 boerderijen, 33 woningen en een fabriek in Mill waren vernield. Het aantal gesneuvelde Duitse militairen bedroeg volgens de Duitse krijgsrapporten 103 man voor beide betrokken regimenten. Alleen voor het regiment IR.456, dat in hoofdzaak de strijd bij Mill leverde, is het aantal gewonden en vermisten gegeven: 136 man. Dat was een aanzienlijke tol, desondanks was men er in één dag in geslaagd de belangrijkste weerstand in het zuiden van Nederland te doorbreken.
Blijvende betekenis
Ondanks haar bescheiden verdiensten, afgezet tegen het grote plaatje van de gehele Duitse veldtocht, heeft de Peel-Raamstelling blijvende betekenis gekregen. Naast het zware gevecht bij Mill, vonden bij Meijel en Weert ook nog enkele korte gevechten plaats, in de ochtend van 11 mei 1940.
Bezichtiging
De Peel-Raamstelling is voor het overgrote deel nog vrijwel intact gebleven en is op veel plaatsen in de noordelijke Peel nog zeer goed herkenbaar in het landschap door een defensiekanaal, met vele kazematten. Bezienswaardige delen zijn met name het gedeelte tussen Griendtsveen en Vliegbasis de Peel (vooral binnen de Heidsche Peel) en de plek bij Mill waar deze stelling het z.g. Duits Lijntje kruiste. Hier staat een monument ter herinnering aan het befaamde "pantsertreinincident". Het monument bestaat uit een paar omgebogen rails nabij de brug waarbij de beruchte asperges zijn aangebracht (de daadwerkelijke plaats van ontsporing ligt echter tientallen meters westwaarts bij de andere asperges), verder het artilleriemonument, de herstelde kazemat en het monument 1-3RI. Kazematten op het grondgebied van de gemeente Mill en Sint Hubert, de gemeente Venray, de gemeente Horst aan de Maas en de gemeente Deurne zijn als rijksmonument beschermd.

Peel-Raamstelling

 

Overblijfselen van een kazemat nabij Griendtsveen aan het Defensiekanaal

 

 

 

 

Mill, kazemat van de Peel-Raamstelling

 

 

 

Mill, Defensiekanaal met kazemat van de Peel-Raamstelling

 


Rijksbeschermd gezicht Heerlen - Maria Christinawijk

Het rijksbeschermd gezicht Heerlen - Maria Christinawijk is een van rijkswege beschermd stadsgezicht in de wijk Heksenberg in de gemeente Heerlen in de Nederlandse provincie Limburg. De wijk is uniek in Nederland omdat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog en volgens Duitse woningbouwprincipes tot stand kwam.

Beschrijving gebied
Het stadsgezicht Maria Christinawijk is gesitueerd ten noorden van het stadscentrum van Heerlen en ten zuiden van Brunssum. De mijnkolonie ligt langs de doorgaande verbinding, de Heerenweg, en sluit aan op de kolonie Heksenberg uit de jaren 1920. De wijk lag vlak bij de Oranje-Nassau IV-mijn, waarvan nog slechts het talud van het voormalige mijnspoor en de voormalige mijnsteenberg overgebleven zijn.

De bouw van de wijk begon in 1941 tijdens deTweede Wereldoorlog. Het ontwerp was van de Duitse architecten K. Gonser en H.G. Oechler. De wijk was bedoeld voor Duitse beambten en ander personeel van de Heerlense kolenmijnen, die de mijnexploitatie van de Nederlanders zouden overnemen. Uitgangspunt bij de stedenbouwkundige en architectonische uitwerking van het plan was de Duitse woningwet uit de nationaalsocialistische tijd, de zogenaamde Führererlass. Het complex staat om die reden ook wel bekend als de 'Hermann Göringkolonie', genoemd naar Hermann Göring, de rijksmaarschalk van het Derde Rijk, die beoogde Nederland en andere bezette westelijke gebieden in te schakelen voor de Duitse oorlogsindustrie.

Het oorspronkelijke ontwerp voor de wijk bestond uit twee woonwijken met daartussen een plein met een monumentaal partijgebouw. Van dit plan is alleen de zuidelijke woonwijk met ca. 240 geschakelde woningen gerealiseerd. De hoekpanden hebben klokgevels. Ondanks de bouwstop in 1942 kon er langzaam doorgebouwd worden. De tweelaagswoningen zijn onderkelderd. Omdat het oorlog was, hebben deze woningen een "bomvrij" kelderdeel gekregen met een uitgang direct naar buiten voor het geval de keldertrap versperd was door puin. De voorziene stalen kelderdeuren zijn slechts bij een deel van de woningen geplaatst. Na de oorlog is de zuidelijke woonwijk voltooid. De westelijke woonwijk, het plein en het partijgebouw zijn nooit gerealiseerd.

In 1947 werd de wijk officieel omgedoopt tot Maria Christinawijk. De Staatsmijnen waren inmiddels eigenaar geworden; later werd het beheer door de Stichting Thuis Best overgenomen; dat later opging in het pensioenfonds AZL. De woningen waren niet erg in trek, onder meer door de gesloten architectuur van de gevels, de krappe woonkamer en ruime keuken, de afwijkende plafondhoogte en de als schuilkelder ingerichte bergruimte. Ook de bijnaam 'Herman Göringkolonie' hielp niet mee aan een positief imago. In de jaren zeventig werd de wijk door de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal geaccepteerd als experimenteel verbeteringsproject, waardoor er subsidie beschikbaar kwam voor de renovatie van de 240 woningen. Hiermee was de wijk gered van de ondergang.
Aanwijzing tot rijksbeschermd gezicht
De procedure voor aanwijzing werd gestart op 29 november 2005. Het gebied werd op 15 februari 2008 definitief aangewezen. Het beschermd gezicht beslaat een oppervlakte van 9,1 hectare.

Panden die binnen een beschermd gezicht vallen krijgen niet automatisch de status van beschermd monument. Wel zal de gemeente het bestemmingsplan aanpassen om nieuwe ontwikkelingen in het gebied te reguleren. De gezichtsbescherming richt zich op de stedenbouwkundige en cultuurhistorische waardering van een gebied en wil het toekomstig functioneren daarvan veiligstellen.

Grenzen van het beschermd gezicht

Grenzen van het beschermd gezicht
Situering
Land Nederland
Provincie Limburg
Plaats Heerlen
Informatie
Status rijksmonument
Oppervlakte 9,1 hectare
In procedure 29 november 2005
Aangewezen 15 februari 2008
Gebiedsnummer 241
Type stadsgezicht

 


Stelling bij Den Oever

De Stelling bij Den Oever is een militair verdedigingswerk aan Noord-Hollandse zijde van de Afsluitdijk, gebouwd tussen 1932 en 1936. Het werd aangelegd in samenhang met soortgelijke werken aan de Friese zijde van de Afsluitdijk onder de naam Stelling bij Kornwerderzand.

Alle kazematten en gebouwen van de stelling zijn rijksmonument.

Achtergrond
Met de aanleg van de Afsluitdijk werd de Vesting Holland bereikbaar aan noordzijde vanuit Duitsland via de provincies Groningen en Friesland. De rijksoverheid besloot daarom twee verspreide kazematopstellingen te bouwen bij Den Oever en Kornwerderzand.

Beschrijving
De kazematopstelling bij Den Oever bestaat uit de volgende werken:

1 tankhindernis;
4 enkele mitrailleurkazematten, genummerd I, II, VIII en XII;
2 driedubbele mitrailleurkazematten, met de nummers IX en X;
2 enkele mitrailleurkazematten met zoeklicht en brandstoftank (V en VI);
1 enkele kanonkazemat (III);
1 dubbele kanonkazemat (IV);
2 luchtdoelremises (VII en XI);
1 machinekamer en hulpverbandplaats (XIII);
6 machinegebouwen voor dieselaggregaat, gekenmerkt A t/m F.
De werken I tot en met VIII zijn gesitueerd op een schoppenvormig plateau, dat doorsneden wordt door de autosnelweg, en is gelegen ten noordoosten van de spuisluizen van het Stevinsluizen complex. Deze werken bestreken met hun vuur de gestelde hindernissen op de dijk, en haar buitentaluds, waaronder de tankhindernis.

De tweede linie, met werken IX, X en XI, ligt westelijk op een tussen de spuisluizen en de voorhaven van de schutsluis, ingeklemd ruitvormig plateau. De mitrailleurkazemat XII staat enigszins apart op de kade aan de zuidoostzijde van de voorhaven. De hulpverbandplaats (XIII) is gebouwd onder het brugwachtersgebouw aan de zuidwestzijde van het complex, tussen de rijbanen op de Afsluitdijk.

De bewapening bestond uit drie kanonnen met een kaliber van 5 cm. Verder waren binnen en buiten de kazematten zware mitrailleurs opgesteld van het type Schwarzlose met een kaliber van 7,9mm. De bezetting van de Stelling bij Den Oever bestond uit 7 officieren en 211 onderofficieren en soldaten.

In elk machinegebouw stond een gelijkstroom-compound-dynamo opgesteld, welke werd aangedreven door een Kromhout-Gardner dieselmotor van 12 pk. Deze installaties leverden elektriciteit voor verlichting en verwarming van de verdedigingswerken.

De stelling was niet betrokken bij de Slag om de Afsluitdijk in mei 1940 omdat Nederlandse troepen de Duitsers tegen wisten te houden bij Kornwerderzand.

Luchtfoto van de Stelling bij Den Oever, met rechts het schoppenvormige plateau en tussen de sluizen het ruitvormig plateau van de 2e linie

Luchtfoto van de Stelling bij Den Oever, met rechts het schoppenvormige plateau en tussen de sluizen het ruitvormig plateau van de 2e linie
Locatie Den Oever
Algemeen
Type verzameling kazematten
Bouwmateriaal bewapend beton
Gebouwd in 1932-1936
Monumentale status beschermd
Monumentnummer 510361

Achterzijde enkele mitrailleurkazemat nummer VIII

Achterzijde enkele mitrailleurkazemat nummer VIII

 


Stelling Kornwerderzand

De Stelling Kornwerderzand was een verdedigingslinie op de Afsluitdijk bij Kornwerderzand in de provincie Friesland ten tijde van de Duitse aanval op Nederland in 1940.
Aanleiding en plannen
Op 14 juni 1918 werd het plan van de Minister van Waterstaat Cornelis Lely, om de Zuiderzee af te sluiten aangenomen.Met de bouw van de Afsluitdijk werd echter de Vesting Holland en de marinebasis in Den Helder kwetsbaar voor een buitenlandse aanval over land vanuit het oosten. Verder moest voorkomen worden dat de invaller de uitwateringssluizen in handen zou krijgen.Deze sluizen speelden een belangrijke rol bij het inunderen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Door deze te openen zou het waterpeil van het IJsselmeer zakken waardoor de geïnundeerde terreinen weer droog kwamen te staan. Om een aanval te stoppen werden drie defensieve werken aangelegd: de Wonsstelling direct ten oosten van de Afsluitdijk, een stelling op de Afsluitdijk bij Kornwerderzand en tot slot een stelling bij de sluizen van Den Oever.
De kazematten
Na de ingebruikname van de Lorentzsluizen in 1932 werd in 1932-1933 de stelling gebouwd. In plaats van één groot en daardoor kwetsbaar verdedigingswerk, werd gekozen voor de gespreide opstellingen van diverse kleine verdedigingswerken. De kazematten werden gemaakt van gewapend beton aangevuld met pantserstaal op de meest kwetsbare plekken.De kazematten moesten bestand zijn tegen een intensieve beschieting van geschut opgesteld op diverse plaatsen langs de Friese kust.
Oorspronkelijk voorzag deze in 16 kazematten. Er waren 9 kazematten voor mitrailleurs, 2 voor kanonnen, 2 voor luchtverdediging, een kazemat met een commandopost, een kazemat met zoeklicht en 3 kleine aggregaatkazematten. In 1934 werd er een 17e kazemat (zoeklicht en aggregaat) toegevoegd. De bovenkant van de kazematten was ongeveer 3 meter dik. De stelling bestond uit twee kazematlinies. De 1e linie lag ten oosten van de spuisluizen en de 2e linie ten westen daarvan. Voor een beter schootsveld werden er huizen in Kornwerderzand vernield. Vanuit de 2e linie kon ook het westen onder vuur worden genomen in geval vijandelijke troepen op de Afsluitdijk zouden landen die de stelling in de rug zouden aanvallen.
Stelling Kornwerderzand
I Mitrailleurkazemat                                                                  
II Kanonkazemat
III Aggregaatkazemat
IV Commandokazemat
V Mitrailleurkazemat
VI Kanonkazemat
VII Zoeklichtkazemat
                               
VIII Mitrailleurkazemat
IX Mitrailleurkazemat
X Mitrailleurkazemat
XI Mitrailleurkazemat
XII Mitrailleurkazemat
XIII Mitrailleurkazemat
XIV Luchtdoel remise
XV Luchtdoel remise
XVI Mitrailleurkazemat
XVII Aggregaatkazemat
Kaart van Stelling Kornwerderzand
Tegen luchtaanvallen waren er remises waar luchtdoelmitrailleurs werden opgesteld. De mitrailleurs ontbraken op het moment van de Duitse inval. Op 12 mei 1940 zat er tussen de terugtrekkende Nederlandse troepen een eenheid luchtdoelartillerie met 2cm-kanonnen en mitrailleurs. Deze eenheid werd bij aankomst op de Stelling opgesteld.
Aanval in mei 1940
1rightarrow blue.svg Zie Slag om de Afsluitdijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De commandant van de Stelling Kornwerderzand was kapitein Christiaan Boers. Hij stond onder commando van de Stelling Den Helder. Het detachement bestond uit 7 officieren, 25 onderofficieren en 193 manschappen. Op 12 en 13 mei waren er luchtaanvallen van Duitse jachtvliegtuigen (Messerschmitt Bf 109). Assistentie was er van de kanonneerboot Johan Maurits van Nassau. De draaibrug in de Afsluitdijk werd opgeblazen. Op 12 mei was de Wonsstelling ingenomen door de Duitsers. In de Slag om de Afsluitdijk hield Kornwerderzand stand.
Onderdeel IJssellinie
Na de Tweede Wereldoorlog bleef de stelling in gebruik en maakte onderdeel uit van de IJssellinie. Controle over de spuisluizen en daarmee de waterstand in het IJsselmeer bleef van essentieel belang om het noordelijke deel van de linie te inunderen. Om aanvallen met vijandelijke tanks af te slaan werden bij de stelling twee Sherman tanks in een uitgegraven stelling geplaatst. De motoren werden verwijderd en het geheel werd in beton gegoten. In 1964 werd de linie opgeheven, en daarmee ook de Stelling Kornwerderzand, toen de verdedigingslinie naar het oosten werd verschoven.
Gedenktekens
In Kornwerderzand bevinden zich 3 oorlogsmonumenten: een monument voor kapitein Boers en luitenant Ham (1 mei 1946),een monument voor de slachtoffers in en om de Wonsstelling en een monument voor de gevallenen aan boord van HMS.Johan Maurits van Nassau. Bovendien is op het viaduct van Kornwerderzand een gedenkplaat voor kapitein Boers (28 mei 2005) aangebracht.

De stelling bewaakte de schut- en uitwateringssluizen (links ligt Friesland)

De stelling bewaakte de schut- en uitwateringssluizen (links ligt Friesland)
Locatie Kornwerderzand
Algemeen
Type Verzameling kazematten
Bouwmateriaal bewapend beton
Huidige functie museum
Gebouwd in 1931-1936
Monumentale status beschermd
Monumentnummer 516496
Gebeurtenissen Slag om de Afsluitdijk

 

Kaart van Stelling Kornwerderzand

Stelling Kornwerderzand

 


Trimunt

Trimunt is een gehucht in de gemeente Marum in de Nederlandse provincie Groningen. Het bestaat uit een aantal verspreid liggende huizen tussen de A7, de grens met de gemeente Grootegast en de grens met de gemeente Opsterland in Friesland.
De naam Trimunt verwijst naar het klooster In Tribus Montibus dat hier in de middeleeuwen heeft gestaan. Van het vrouwenklooster is niet veel bekend. Oorspronkelijk hoorde het tot de orde van de Benedictinessen, in de veertiende eeuw werd het door het klooster van Aduard onder zijn hoede genomen en werd het een Cisterciënzer klooster. Vandaag de dag is het klooster verdwenen en kan ook niet meer bepaald worden wat de exacte ligging ervan was.

Trimunt lag oorspronkelijk op een zandrug in een uitgestrekt hoogveengebied. Na de ontginning hiervan is op de lager gelegen delen een open weide gebied ontstaan waarin meerdere petgaten aan de vervening herinneren. Direct rond Trimunt is in de jaren dertig van de twintigste eeuw het Ontginningsbos aangelegd. Dit bos en de omgeving is in beheer bij Staatsbosbeheer. Iets ten noordwesten van het gehucht ligt het laatste heideveld van het Westerkwartier: de Jilt Dijksheide.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is er op Trimunt een radarstation gebouwd door de Duitsers. De bedoeling was dat deze vliegbasis Leeuwarden zou ondersteunen. De basis is echter niet voor het einde van de oorlog voltooid. De bunkers van deze basis staan nog in het ontginningsbos en zijn half in de grond weggezakt. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn tijdens de April-meistaking in 1943 zestien bewoners van de nabijgelegen Haarsterweg op Trimunt standrechtelijk doodgeschoten. Daaronder een jongen van 13 jaar. Ter nagedachtenis aan hen is er een monument, omringd door 16 eiken opgericht op de plek waar de executies plaats hebben gevonden, waar ze nog elk jaar op 4 mei herdacht worden.

Trimunt werd tot 1985 doorsneden door de Tramlijn Drachten - Groningen. Over het voormalige tracé loopt nu een fietspad.

Elk jaar op koninginnedag vindt er op Trimunt een motorcross plaats.

Trimunt

Situering
Provincie Vlag Groningen (provincie) Groningen
Gemeente Vlag Marum Marum
Coördinaten 53° 9′ NB, 6° 14′ OL
Overig
Postcode 9363
Netnummer 0594
Portaal Portaalicoon Nederland

 


Villa Bouchina

Villa Bouchina is een villa in de Nederlandse plaats Doetinchem, gelegen aan de Dominee van Dijkweg.Het was een pastorie van de gereformeerde kerk. In de Tweede Wereldoorlog fungeerde de villa gedurende zeven weken als Joods tehuis voor een aantal Joden die speciale bescherming genoten van Anton Mussert.

De pastorie stond leeg nadat predikant J.Th. Meesters op 11 september 1942 naar Kamp Amersfoort was gebracht waar hij op 15 oktober zou worden gefusilleerd. In februari 1943 namen de zogenoemde Mussert-Joden hun intrek in het huis.

De geïnterneerden in Villa Bouchina waren door Anton Mussert persoonlijk aangewezen. In het huis bevonden zich onder andere tekenaar Jo Spier met zijn vrouw en drie kinderen, een vrouw wier man voor Duitsland vocht aan het Oostfront en een aantal waarschijnlijk voormalige NSB'ers.

In totaal verbleven er in de bewuste zeven weken negen Joden, hoewel het aanvankelijk de bedoeling was om er ruim zestig Joden te huisvesten. Dirk Spanjaard sr. was er toezichthouder. Zij verbleven er tot 21 april 1943 toen zij, via Westerbork gedeporteerd werden naar het concentratiekamp Theresienstadt. Drie van hen werden door de Duitsers vervolgens naar elders gebracht en kwamen daar om.Drukker op 9 maart 1944 in Auschwitzen Spetteren Ancona op 28 februari 1945 in Midden Europa. De leden van het gezin Spier en Kaatje van Lunenburg-Groen overleefden de Tweede Wereldoorlog.

Villa Bouchina maakte deel uit van Joods Tehuis Barneveld. In Barneveld op de Veluwe genoten in totaal zo'n 700 Joden speciale bescherming op landgoed Schaffelaar en Huize De Biezen. Spanjaard maakte over deze periode een verslag, dat hij aanbood aan de conciërge-menagemeester-controlleur en administrateur van het tehuis Jan Brugman. Het verslag werd in 1945 gedeponeerd bij een advocatenkantoor in Doetinchem.

Villa Bouchina is tegenwoordig een gemeentelijk monument.

Geïnterneerden
Jo Spier
Tineke Spier-van Raalte
Peter Spier
Céline Spier
Tom Spier
Simcha Selina Ancona
Abraham Spetter
Paul Drukker
Kaatje van Lunenburg-Groen

Villa Bouchina

Begeleidende tekst bij het verslag van Spanjaard over de periode januari t/m mei 1943

 


Woeste Hoeve

Woeste Hoeve (Nedersaksisch: Weuste Hoeve) is een gehucht in de gemeente Apeldoorn, in de Nederlandse provincie Gelderland. De buurtschap bestaat uit een restaurant, een hotel en een paar huizen.
Geschiedenis
Woeste Hoeve is ontstaan op het kruispunt van de oude Hanzeweg van Arnhem naar Deventer en de hessenweg van Steenderen naar Barneveld.
Daar werd reeds in de Middeleeuwen een uitspanning gebouwd, waar later een gehucht "op Woest Hoef" groeide. Van het gehucht is nu bijna niets meer over, maar de uitspanning, herbouwd in 1771 nadat de oude herberg was afgebrand, staat er nog.
Het verhaal gaat, dat de brand was aangestoken door een zekere Gerrit, die verliefd was op het meisje waar zijn broer mee trouwde. Tijdens de huwelijksnacht stak hij het huis in brand, waardoor het bruidspaar levend verbrandde. Gerrit vluchtte en hield zich schuil in de Onzalige Bossen. Hij werd opgepakt en stierf in het gevang. Tot op heden wordt nog beweerd dat men in donkere nachten iemand met een vuurkist door de bossen kan zien dwalen. Men noemt hem Gloeiende Gerrit of Glüende Gerrit
Vorstelijk bezoek
In 1811 verbleef keizer Napoleon Bonaparte hier met Marie Louise. Ook koning Willem III bezocht de herberg regelmatig, op doorreis naar paleis het Loo.
Aanslag op Hanns Rauter
Nabij Woeste Hoeve vond in de nacht van 6 maart op 7 maart 1945 de aanslag op SS-generaal Hanns Albin Rauter plaats. De bedoeling van het verzet was een Duits legervoertuig te bemachtigen; men wist niet dat Rauter zich in de auto bevond. Rauter was zwaargewond maar overleefde het vuurgevecht. De Duitsers lieten als represaille enkele honderden gevangenen executeren, waarvan 117 bij Woeste Hoeve.
Monument
In juli 1945 werd reeds een eerste monument opgericht in de vorm van een groot houten kruis. Op een houten bord stond geschreven: "Op 8-3-'45 werden hier 117 Vaderlanders door de Duitsche overweldigers op gruwzame wijze vermoord". Later bleek dat niet alle slachtoffers vaderlanders waren, er waren ook neergeschoten vliegeniers bij, die ondergedoken waren. Op 4 mei 1947 bezocht koningin Wilhelmina het monument. In 1948 werd het houten bord vervangen door een bronzen plaquette. Tot in 1970 werden jaarlijks herdenkingen gehouden.
In 1979 werd het houten kruis vervangen door een nieuw kruis. Er kwam een bankje bij, maar nog steeds stonden de namen van de slachtoffers nergens vermeld. Dat gebeurde pas in 1992, toen het monument werd opgeknapt. Het monument behield het grote kruis. Erachter werd een glazen plaat met de namen van de slachtoffers aangebracht, en voor het monument werd een pleintje aangelegd. Het vernieuwde monument werd op 4 mei 1992 onthuld door de Gelderse commissaris van de Koningin Jan Terlouw. De jaarlijkse herdenking vindt plaats op 8 maart.
Slachtoffers
De slachtoffers waren veelal verzetsmensen en onderduikers uit gevangenissen in Apeldoorn en Doetinchem. De jongste was 17, de oudste 75 jaar. Een aantal van de 117 slachtoffers heeft zijn laatste rustplaats gevonden op het Nationaal Ereveld Loenen.

Woeste Hoeve

Situering
Provincie Vlag Gelderland Gelderland
Gemeente Vlag Apeldoorn Apeldoorn
Coördinaten 52° 6′ NB, 5° 57′ OL
Portaal Portaalicoon Nederland

Oorlogsmonument

 


Wonsstelling

De Wonsstelling was een verdedigingslinie ten oosten van de Afsluitdijk in de provincie Friesland ten tijde van de Duitse aanval op Nederland in 1940.

Ligging
De Wonsstelling bestond uit een acht kilometer lange boogvormige verdedigingslijn en liep van Zurich in het noorden langs de Gooiumervaart en Melkvaart via Gooium, Haaijum en Wons naar Makkum. De linie was verdeeld in drie vakken: vak Zurich, vak Wons en vak Makkum.

Taak
De opdracht van de Commandant Wonstelling luidde: de toegang tot de Afsluitdijk aan de Friese kust beschermen tegen aanslagen van Duitse afdelingen. De commandant van de Wonsstelling was majoor Bouwe Smid van het 1e bataljon van het 33e regiment Infanterie. De totale sterkte was ongeveer 1400 man (inclusief aanvulling door terugtrekkende troepen). De stelling stond onder commando van de Stelling Den Helder. De bataljonscommandopost was gevestigd in een tankstation aan het begin van de Afsluitdijk.

De veldversterkingen van de Wonsstelling bestonden uit bouwwerken van hout en grond. Er waren wel plannen voor de bouw van steviger versterkingen, maar deze konden niet op tijd worden gerealiseerd. De aanwezige veldversterkingen boden onvoldoende dekking tegen artillerievuur en luchtaanvallen. Het was niet te vergelijken met de betonnen kazematten van de Stelling Kornwerderzand. Voor de stelling waren stukken land onder water gezet.

De strijd
In de vroege ochtend van 12 mei 1940 begon de Duitse aanval op de Wonsstelling.Ze ondervonden veel weerstand in het noorden bij Zurich en de inundaties in de zuidelijk helft van de stelling tot Makkum maakte een aanval moeilijk.Rond het middaguur werd vanuit Pingjum een aanval in zuidwestelijke richting uitgevoerd op de stelling tussen Gooium en Hajum.De aanval werd tot staan gebracht, maar tussen Gooium en Zurich waren Nederlandse troepen gestart met een terugtocht naar de Afsluitdijk. De verdedigers in Hajum waren hiervan niet op de hoogte en bleven de strijd doorzetten, maar het kreeg geen vuursteun meer uit Gooium waardoor de positie onhoudbaar werd. Aan het eind van de middag was de linie door de Duitse soldaten ingenomen. Daarna begon de Slag om de Afsluitdijk.

Wonsstelling.png

Datum 10 mei 1940 – 12 mei 1940
Locatie Wonseradeel, Friesland
Resultaat Duitse overwinning
Strijdende partijen
Vlag van Nederland Nederland Flag of the German Reich (1935–1945).svg Duitsland
Leiders en commandanten
Bouwe Smid 
Troepensterkte
1400

 


Waalsdorpervlakte

De Waalsdorpervlakte is een vlakte in het duingebied Meijendel bij Den Haag waar tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan 250 mensen (het precieze aantal is niet bekend) door de Duitse bezetter ter dood werden gebracht. De Waalsdorpervlakte is een van de belangrijkste Nederlandse oorlogsherdenkingsplaatsen. Het terrein is een beschermd natuurgebied en maakt deel uit van Natura 2000 gebied “Meijendel & Berkheide”.
Geschiedenis
Het gebied maakte oorspronkelijk deel uit van een uitgestrekte strandvlakte en kreeg door zandverstuivingen in onder meer de 13e en 14e eeuw zijn huidige aanblik. De vroegste bewoners waarvan archeologen sporen hebben aangetroffen zijn half-nomadische jagers in de late Bronstijd. In de Romeinse tijd en middeleeuwen waren er op de vlakte meer permanente nederzettingen en landbouwactiviteiten te vinden.

Vanaf de 18e eeuw tot in de tweede helft van de twintigste eeuw deed de Waalsdorpervlakte dienst als militair oefenterrein van het legerkamp Waalsdorp. In 1927 werd er een meetgebouw (het Fysisch en Electronisch Laboratorium) gevestigd, de grondlegging van TNO Defensie en Veiligheid dat hier gevestigd werd.Naast TNO staat tegenwoordig een gebouw van de NATO Communications and Information Agency.
Fusillades in de Tweede Wereldoorlog
Tijdens de bezettingsjaren werd de vlakte door de Duitsers gebruikt als fusilladeplaats: verzetsstrijders uit de nabijgelegen gevangenis, het Oranjehotel, werden door de Duitsers op de Waalsdorpervlakte ter dood gebracht. De eerste gefusilleerde was Ernst Cahn, Joodse eigenaar van een ijssalon in Amsterdam. Zijn arrestatie leidde eerder tot rellen en de Februaristaking.

Tien dagen later volgden de leden van verzetsgroep De Geuzen en de drie organisatoren van de staking, herinnerd in het gedicht Het lied der achttien dooden. Nog velen zouden volgen, waaronder leden van de CPN, Vrij Nederland, Trouw en Het Parool. De laatste massa-executie vond op 8 maart 1945 plaats als vergelding op de aanslag op Hanns Rauter. Hierbij werden er 38 verzetsstrijders vermoord en onder het zand begraven.
De verzetsstrijders zijn na de bevrijding herbegraven op onder meer Ereveld Loenen. Van zesentwintig lichamen is tot op heden niet bekend wie de slachtoffers zijn. Er wordt nog steeds actief gezocht naar informatie over hun identiteit, tegenwoordig met DNA-analyse. Ze liggen in afwachting van hun identificatie in een naamloos graf op Ereveld Loenen.In 2010 is een daarvan, verzetsstrijder Gerard Putter, geïdentificeerd.In 2015 zijn drie verzetsstrijders geïdentificeerd. De Werkgroep Vermiste Personen Tweede Wereldoorlog identificeerde hen als de Amsterdammers Douwinus Janse, Karel Walet en Eliazer Pachter.

Fusillades collaborateurs
Na de oorlog werden op de vlakte zeven belangrijke collaborateurs en misdadigers gefusilleerd. Als eerste nazi-propagandist Max Blokzijl op 16 maart 1946, en vervolgens Anton Mussert, leider van de NSB, op 7 mei 1946. Zij zijn begraven in een staatsgeheim graf op de Algemene Begraafplaats Den Haag.
Monumenten
Op 3 mei 1946 is een eerste monument geplaatst. Het bestond uit vier houten kruisen. De vier oorspronkelijke houten fusilladekruisen zijn in 1980 vervangen door de huidige bronzen replica's. De houten kruisen zijn overgebracht naar het Fries Verzetsmuseum te Leeuwarden.In de vlakte zijn twee losse kruisen geplaatst, één op een plek waar veel massa-executies plaats hebben gevonden, het andere specifiek als herdenking aan de represaille-executies na de aanslag op Rauter.
In 1949 is een betonnen muurtje toegevoegd met de tekst '1940–1945'. Voor de betonnen rand is een steen aangebracht met de tekst:

'Hier brachten vele landgenoten het offer van hun leven voor uw vrijheid. Betreed deze plaats met gepaste eerbied.'

In 1959 is in de buurt van het monument een Bourdonklok geplaatst, die onder een rede van minister-president Gerbrandy als geschenk van de burgers van Den Haag op 30 april 1959 aan de gemeente werd geschonken. Zij werd meteen in gebruik genomen en vormt sindsdien een belangrijk onderdeel van de Dodenherdenking. Op de rand van de klok staat een tekst van prof. mr. R.P. Cleveringa:

Ik luid tot roem en volging van hen die hun leven gaven tot wering van onrecht, tot winning der vrijheid en tot waring en verheffing van al Neerlands geestelijk goed.
Herdenking
Bestand:Twee jaar geleden, herdenking op de Waalsdorpervlakte Weeknummer 47-19 - Open Beelden - 26958.ogv
Bioscoopjournaal over de herdenking in 1947
Jaarlijks wordt op de dag van de nationale dodenherdenking tegen de rand van het monument de Nederlandse vlag gevormd, vroeger met bloemen, tegenwoordig met gekleurde dennenappels. Aan weerszijden van het monument worden fakkels geplaatst en er staat een erewacht van 6 personen.
Over de Waalsdorpervlakte wordt een stille tocht gelopen. De stoet vormt zich vanaf het verlengde van de Oude Waalsdorperweg. Het voorste deel van de stoet is gereserveerd voor nabestaanden van de gefusilleerde verzetsstrijders en genodigden. Daarachter volgen de belangstellenden.
Op de Waalsdorpervlakte luidt de Bourdonklok tot even voor 20:00 uur. Na het taptoe-trompetsignaal volgen twee minuten stilte. Daarna klinkt het Wilhelmus. De deelnemers aan de stille tocht lopen vervolgens langs het monument en kunnen bloemen en kransen neerleggen. De Bourdonklok wordt weer geluid, totdat de laatste belangstellende het monument heeft gepasseerd.
Aan de herdenking doen jaarlijks gemiddeld 3000 mensen mee.De organisatie van deze herdenking is in handen van de leden van de Vereniging Erepeloton Waalsdorp. De dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte werd tot en met 1986 door de NOS uitgezonden op televisie. Sinds 1995 zendt RTL de herdenking uit.

Waalsdorpervlakte (3357131339).jpg

Locatie Meijendel, Den Haag
Coördinaten 52° 7′ NB, 4° 20′ OL
Detailkaart

Waalsdorpervlakte

 

Het opgraven van een massagraf in augustus 1945

Plattegrond van massagraven op de Waalsdorpervlakte. Tekening van 26 juli 1945 (Bron: NIOD)

Lijst van gefusilleerde verzetsstrijders
Datum Aantal Publieke reden Verzetsgroep Namen
3 maart 1941 1 Beheer van ijssalon waar knokploegen bijeenkwamen Ernst Cahn
13 maart 1941 15 Lidmaatschap van verzetsgroep De Geuzen De Geuzen Jan Wernard van den Bergh, George den Boon, Reijer Bastiaan van der Borden, Nicolaas Arie van der Burg, Jacob van der Ende, Albertus Johannes de Haas, Bernardus IJzerdraat, Leendert Keesmaat, Arij Kop, Dirk Kouwenhoven, Jan Kijne, Leendert Langstraat, Frans Rietveld, Jan Smit, Hendrik Wielenga
13 maart 1941 3 Organisatie van de Februaristaking CPN Hermanus Coenradi, Joseph Eijl, Eduard Hellendoorn
19 september 1941 5 Hulp aan Britse piloten Bastiaan Arie Barendregt, Joris de Heus, Pieter Wouter Kruijthoff, Arie van Steensel, Arie van der Stel
30 september 1941 1 Neerschieten van Duitse spoorwegbeambte Hans Bierhuijs
8 oktober 1941 1 Wapenbezit Het Parool Arie Addicks
24 januari 1942 2 ECH/3 Johannes Klingen, Hendricus Machiel Cornelis Schoenmaker
27 januari 1942 1 CPN Jan Jongebreur
12 februari 1942 4 Willem Johannes Bakkeren, Fokke Bleeker, Marinus Hendricus Gerardus Dubelaar, Jan Kwak
23 februari 1942 3 Vrij Nederland Marinus Louis Bolk, Gerardus Cats, Arie Jan Willem Stoppelenburg
24 april 1942 1 CPN Dirk de Korte
21 maart 1942 1 Herman Leonard Lucas
13 juni 1942 3 Adrianus Johannes Buijens, Willem Hienekamp, Jacob Tobias Poppers
2 juli 1942 1 Marcelis van Bemmel
24 juli 1942 3 August Theodorus van Batum, Abraham Pots, Petrus Albertus van Dieren, Cornelis Nicolaas de Vries
30 juli 1942 1 CPN Arie de Haan
19 augustus 1942 2 François van de Berghe, Elias Broches
21 september 1942 3 Overval op distributiekantoor Jan Pieter Catoen, Levie de Groot, Heiman Herman Meijer
2 oktober 1942 4 CPN Klaas den Braven, Franciscus Adolf Kolder, Leendert Roodenburg, Gerard Schuurman
20 oktober 1942 6 Spionage, verboden wapenbezit, bevoordeling van de vijand en landloperij Oranjegarde Alexander Hermanus van den Berg, Franz Ernst van Kampen, Gerrit David van der Linden, Adrianus Jacobus Wilhelmus Simonis, John Frederik Zeldenrust
4 november 1942 1 Richard Alexander Henri Lambert Voitus van Hamme
10 november 1942 1 CPN Andries Adrianus Rost
20 november 1942 1 Cornelis Willem van Holst Pellekaan
1 december 1942 1 Wapenbezit CPN Gerardus Marie Theodorus Putter
12 januari 1943 1 Dodelijke aanslag Bob Hellenberg
18 januari 1943 1 Benedictus Hyman Hijmans
22 januari 1943 1 Vrij Nederland Joannes Hendricus Amandus Kievit
15 februari 1943 2 Hollandia-Kattenburg CPN Bernard Luza, Mijer Konijn
18 februari 1943 2 CPN Cornelis van den Berg, Hendrik Adriaan Johannes Breeman
24 februari 1943 2 CPN Pieter Franciscus van der Kam, Hendrik Molenkamp
10 april 1943 1 CPN Simon Bertus Schuit
3 mei 1943 1 April-Meistaking Hendrikus Wilhelmus Bouwman
29 juni 1943 2 Doodslaan van NSB'er Jan Willem Haije, Klaas Muller
30 juni 1943 3 Brandstichting in opslagplaats Wehrmacht CPN Gerard van der Laan, Dominicus Hendrik Cornelis Middendorp, Evert Ruivenkamp
2 juli 1943 2 Bomaanslagen in Kalverstraat in Amsterdam CPN Douwinus Johannes Janse, Karel Jacobus Walet
2 juli 1943 1 Wapenbezit Eliazer Pachter
29 juli 1943 1 hulp aan komst van spionnen uit Engeland Gerard J.F. Vinkensteijn
5 augustus 1943 1 Brandstichting in opslagplaats Wehrmacht CPN Jan van Kalsbeek
10 augustus 1943 7 CPN Cornelis Aarnouts, Nicolaas Johannes Bergsma, Hendrikus Godfroid, Johan Hinrik Janzen, Bernardus Gerardus Mulder, Jelle Posthuma, Cornelis Schuurman
10 augustus 1943 1 Maarten Slort
23 september 1943 2 CPN Jacob Boekman, Adrianus Reinardus Nas
9 oktober 1943 2 CPN Jan Dieters, Louis Jansen
10 november 1943 2 Arnold Oswald Knipscheer, Cornelis van Westen
7 december 1943 1 Poging naar Engeland te gaan Curt Christian Heinrich Peters
4 januari 1944 1 Christiaan de Jong
7 januari 1944 1 CS6 CPN Jan Verleun
7 januari 1944 3 Overval op Arbeidsbureau Hermanus Matthias Kok, Jan Ludema, Krijn Vreugdenhil
12 januari 1944 1 CS6 CPN Marinus Spronk
13 januari 1944 5 CPN Maarten van Baarle, Nicolaas Beuzemaker, Remmert Huibert van Mil, Maarten Pronk, Cornelis Johannes Pieter Schalker
13 januari 1944 3 Arthur Franciscus de Clerck, Deodatus Edmond Phielmondus de Clerck
24 januari 1944 1 Kees Dutilh
9 februari 1944 1 Wapenbezit Max Werkendam
29 februari 1944 20 Oranje Vrijbuiters Roger Henri René Abma, Andries van Beek, Leo Fischer, Antonius Josephus Rudolphus Hegge, Kees Heij, Leo Heij, Johannes Holswilder, Christiaan Kerkhof, Karel Keizer, Hans van Koetsveld, Heinz Loewenstein, Jacques Martens, Egbertus Maria Meulenkamp, Hubert Johan van Oorschot, Klaas Postma, Herman Frans van Roon, Thomas Franciscus Hendrikus Spoelstra, Pieter Verhage.
7 maart 1944 1 Friedrich Wilhelm Schäfer
11 maart 1944 1 Hendrik Jan Muetgeert
22 maart 1944 1 Petrus Johannes Maria Vloet
30 maart 1944 1 Jan Frederik Dalemans
13 april 1944 1 CPN Karel Matheus Schipper
14 april 1944 10 Gerrit Jan van den Berg, Hendrik Drogt, Jan Hoberg, Fokke Jagersma, Gerard Jansen, Johannes Kippers, Jacob Kraal, Willem Lengton, Jan Daniël Rijkmans, Wiepke Harm Timersma
24 april 1944 1 Tjalling Bakker
24 april 1944 2 Johannes Meijer, Hendrik de Vries
11 mei 1944 2 Vrij Nederland Hendrik Pieter Hos , Thies Jan Jansen
20 mei 1944 6 CPN Johan Hissink, Johannes Hoogendoorn, Willem Jorritsma, Abraham de Kriek, Petrus Gerardus Frederik Snelleman, Jan van der Zwaag
20 mei 1944 1 Trouw Dirk Eliza Wierenga
20 mei 1944 6 CPN Wouter Jaspers, Anton Kranenburg, Gerrit Joseph Roukens, Izaak Hendrik Ruppert, Cornelis Antonius Spitters, Jan Zeeuw
31 juli 1944 1 CPN Jan Postma
5 augustus 1944 1 Wilhelm Herman Gerard Giesen
5 september 1944 1 Robert Bloemendal
9 september 1944 1 Simon Koning
28 oktober 1944 6 Hendrik de Bont, Hendrik Coenraad Buning, Stefanus Jacobus Driesprong, Albertus Dirk Kleisen, Vilmos Obermeijer, Franz Gerhardus Frederik Pril
28 oktober 1944 2 OD Pieter Cristiaan Colthoff, Antoon Frederik Wiegel
28 oktober 1944 1 Voor God en Koning Nicolaas Corstanje
28 oktober 1944 1 RVV Pieter Cornelis Jacobus Marie Smits
2 november 1944 1 Franciscus Aloysius Henricus Keve
6 november 1944 8 LKP Bernard Cramer, Arnold Drughorn, Segundo Jorge Adelberto Ecury, Hendrikus Martinus Jan Gottlieb, Willem Hanegraaf, Frank Rijk van Ommeren
6 november 1944 1 LO Jan van der Sloot
6 november 1944 1 Pieter Arnoud Fentener van Vlisingen
8 november 1944 1 Bastiaan van der Waal
9 november 1944 2 Trouw Bastiaan Dingeman van Duin, Jan Adrianus 't Hart
9 november 1944 4 Ids Haagsma, Frans Nicolaas Ludwig, Frans Bernard de Ruijter, Jacob Arij Verolme
13 november 1944 1 RVV Gijsbert Jansen
13 november 1944 2 Anne Willem Arie Koopman, Paulus Visser, Hendrik Theodoor Zwaan
19 november 1944 4 Jan la Graauw, Johannes la Graauw, Jacobus Adrianus van Spronsen, Johannes van Spronsen
november 1944 1 Christiaan Johan Eenstroom
november 1944 1 Spionage Hanso Schotanus à Steringa Idzerda
17 februari 1945 2 Jan Dirk van Bilderbeek, Dirk Theodorus Geerlings
17 februari 1945 1 Het Parool Hugo van Lennep
8 maart 1945 29 Represaille voor aanslag op Hanns Rauter ruim tien Trouw Petrus Aarssen, Richard Barmé, Geurt Bosch, Jan Bronmeijer, Ellerius Pieter Busscher, Hendrikus Franciscus Grijpink, Willem Hermanus Arij Johannes Hartman, Marinus Johannes Henkes, Andries de Jonge, Dirk Koele, Johannes Nicolaas Koernap, Antonie Adriaan van Mansum, Wilhelmus Cornelis Meere, Hendrik Albertus Minderman, Johannes Adolf Obert, Adrianus Petrus van Oosten, Gerardus Oudshoorn, Gerardus Bernardus Reijns, Petrus Franciscus Samuels, Nicolaas Hendrik van der Schaft, Gerardus Johannes Franciscus Sletering, Willem Johannes Spang, Jacob Willem Adriaan Stuyver, Frederik Teunisse, Klaas Leendert Timmer, Jacob Tromp, Bernardus Hendrik Jan Veldhoven, Johannes Gerardus Vet, Hermanus Windsant
8 maart 1945 4 Represaille voor aanslag op Hanns Rauter LKP Carl Wilhelm Alexander Bischoff, Cornelis Helder, Cornelis Jue, Frans Pieter Sluik
8 maart 1945 2 Represaille voor aanslag op Hanns Rauter OD Hugo Anne Cornelis Denier van der Gon, Heinrich Ernst Oudwater
8 maart 1945 1 Represaille voor aanslag op Hanns Rauter BBO Willem Frederik Hoogewerff
8 maart 1945 1 Represaille voor aanslag op Hanns Rauter groep Albrecht Frederik Johannes Hoogewooning
8 maart 1945 1 Represaille voor aanslag op Hanns Rauter Charles Godefroid Kranz
Gefusilleerd na de oorlog (oorlogsmisdadigers)[bewerken]
Datum Namen
16 maart 1946 Max Blokzijl
7 mei 1946 Anton Mussert
25 maart 1949 Hanns Albin Rauter
21 juli 1949 Kees Kaptein
26 januari 1950 Anton van der Waals
21 maart 1952 Andries Pieters en Artur Albrecht

2-Plaats in de Tweede Wereldoorlog in Nederland

1---2