Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

2-Griekenland in de Tweede Wereldoorlog

Grieks-Italiaanse Oorlog

 

De Grieks-Italiaanse oorlog is een Italiaans offensief in de Tweede Wereldoorlog om Griekenland vanuit het onder protectoraat gestelde AlbaniŽ te veroveren en te annexeren. De oorlog betekende de eerste nederlaag voor de asmogendheden, maar leidde ook tot de Duitse interventie in Griekenland.
Voorgeschiedenis
In 1940 stond Hitler op het toppunt van zijn roem, en kwam Mussolini steeds meer in diens schaduw te staan. ItaliŽ bezette weliswaar ook wat gebieden, maar hield duidelijk geen gelijke tred met de Duitsers. Hitlers plotselinge bezetting van de Roemeense olievelden was voor Mussolini de druppel die de emmer deed overlopen: hij wilde laten zien dat ook hij een grote veroveraar was.
Op 28 oktober 1940 overhandigde de Italiaanse ambassadeur in Athene de Griekse dictator Ioannis Metaxas een ultimatum waarin stond dat ItaliŽ militaire steunpunten en bepaalde garanties opeiste. De termijn die gold was daarbij belachelijk kort, slechts een paar uur. Metaxas antwoordde met een duidelijk nee (hetgeen nog ieder jaar op ”chi-dag wordt herdacht) en de bevolking meldde zich massaal bij het leger.
Als antwoord op de dreiging werd het noorden van het land versterkt, en de Grieken maakten zich klaar voor een aanval van de Italianen. Griekenland was bijster slecht op oorlog met ItaliŽ voorbereid: het kon aanvankelijk slechts 10 divisies (ca. 100.000 man) in het veld brengen en bezat geen noemenswaardige luchtmacht. De Metaxas-linie in het noorden was slechts tegen Bulgarije gericht en was niet doorgetrokken tot de Albanese grens.
De Italianen waren echter al bijna even slecht voorbereid. Legerbevelhebbers klaagden dat ze te weinig voorbereidingstijd, en het feit dat ze een veldtocht in november moesten voeren nu de weersomstandigheden zo slecht waren. Toch zag men het optimistisch in: men verwachtte dat de veldtocht tegen de slecht bewapende Grieken een militaire "wandeling" zou worden.
Verloop van de strijd
Deze aanval begon al op 28 oktober 1940 met een Italiaanse aanval op de linie. De aanval eiste aan beide zijden veel slachtoffers. Toch liep na verloop van tijd het Italiaanse offensief dood. De Grieken werden geholpen door het slechte weer en het moeilijk begaanbare terrein. Door het slechte weer moest de luchtmacht aan de grond blijven, waardoor de Italianen datgene waarin ze het meest superieur waren aan de Grieken niet konden inzetten. Door de ruwe zee konden landingen op o.a. Korfoe niet doorgaan.
De Italianen trachtten op twee punten op te rukken: Epirus en West-MacedoniŽ. Winston Churchill deed een aanbod aan Metaxas om Britse legereenheden naar Griekenland te verschepen om de Italiaanse opmars tegen te houden. Metaxas gaf bevel het Griekse leger te laten overgaan tot de aanval. In de Slag bij de Pindus wisten de Grieken de Italiaanse Julia-divisie te verslaan. Deze slag was een keerpunt in de strijd.
Het door de Grieken bezet gebied november 1940 - maart 1941
De Griekse tegenaanval begon op 14 november 1940 en dreef de Italiaanse eenheden terug over de grens. Het Griekse leger overschreed deze, en veroverde de Albanese steden PŽrmet en SarandŽ. De Italianen werden over de rivier Kalamas teruggedreven. Uiteindelijk wisten de Grieken ongeveer een kwart van AlbaniŽ te bezetten. De Italianen konden pas de opmars stoppen na versterkingen te hebben aangevoerd. Uiteindelijk bonden minder dan 300.000 Grieken weerstand aan meer dan 500.000 Italiaanse troepen.
Intussen landden Britse troepen op Kreta, terwijl de Grieken ook Britse luchtsteun ontvingen. Dit en de nederlagen van de Italiaanse bondgenoot dwongen Hitler tot ingrijpen om de Balkan te beschermen. Hij maakte zich op om met Bulgarije Griekenland binnen te vallen. De Britten probeerden de Grieken te overtuigen zich uit AlbaniŽ terug te trekken om te voorkomen dat het leger door een Bulgaars-Duits offensief zou worden afgesneden van Griekenland. De Grieken weigerden echter ook maar een meter bezet gebied op te geven.
Van 9 tot 20 maart 1941 probeerden de Italianen nog een keer op eigen kracht de Grieken terug te drijven, maar ook deze aanval mislukte. Op 6 april 1941 kwam uiteindelijk de verwachte Duits-Bulgaarse aanval: de slag om Griekenland was begonnen.
Gevolgen
Dat was officieel het einde van de Italiaans-Griekse oorlog, omdat Duitse, Italiaanse en Bulgaarse troepen nu de Balkancampagne startten tegen JoegoslaviŽ en Griekenland. De Bulgaren konden gemakkelijk de onverdedigde noordgrens passeren, het leger in AlbaniŽ werd in de rug aangevallen, en binnen enkele weken waren beide landen ingenomen.
ItaliŽ kreeg controle over delen van Noord-Griekenland en Montenegro. Kosovo werd bij AlbaniŽ gevoegd, en omdat AlbaniŽ een protectoraat was van ItaliŽ betekende iedere vergroting van AlbaniŽ ook een vergroting van ItaliŽ. De Bulgaren bezetten het noordoosten (West-ThraciŽ), en de Duitsers een aantal strategische punten waaronder de Turkse grens. Voor Griekenland waren nu de jaren van bezetting aangebroken.

Griekse artillerie in november 1940

Griekse artillerie in november 1940
Datum 28 oktober 1940 - 23 april 1941
Locatie Zuidelijke Balkan
Resultaat Griekse tactische overwinning, strategische impasse
Strijdende partijen
Vlag van ItaliŽ (1861-1946) ItaliŽ Vlag van Griekenland 1828-1978 Griekenland
Leiders en commandanten
Sebastiano Visconti Prasca
Ubaldo Soddu
Ugo Cavallero
Giovanni Messe Alťxandros Papagos
Troepensterkte
529,000 man Minder dan 300,000 man
Verliezen
13.755 gedood,
50.874 gewond,
25.067 vermist,
12.368 uitgeschakeld door bevriezing,
ca. 23.000 gevangengenomen 13.325 gedood,
42.485 gewond,
1.237 vermist,
ca. 25.000 uitgeschakeld door bevriezing,
2.392 gevangengenomen
 

Landing op Kreta

De Landing op Kreta (Engels: Battle of Crete, Duits: Luftlandungsschlacht um Kreta; Grieks: Μάχη της Κρήτης) begon op de ochtend van 20 mei 1941 in de Tweede Wereldoorlog toen de Duitse strijdkrachten een luchtlanding ondernamen op het Griekse eiland Kreta onder de codenaam Unternehmen Merkur (Operatie Mercurius). Het was de tot dan toe grootste luchtlandingsoperatie uit de geschiedenis. Zowel door de grote omvang als de bijzondere (luchtmobiele) aard van de operatie ondervonden de troepen veel problemen met de landing en bevoorrading en beschikten zij over weinig zware wapens. De operatie was succesvol in de zin dat het eiland veroverd werd op de verdedigende geallieerde troepen, maar de overwinning was zo kostbaar dat de Duitsers nooit meer een belangrijke luchtlandingsaanval zouden uitvoeren.

Voorgeschiedenis
Toen ItaliŽ op 28 oktober 1940 Griekenland aanviel, werden 14.000 man Britse troepen op het eiland gelegerd ter aflossing van de 5e Griekse divisie die de Griekse regering op het vasteland nodig had. Hoewel de Italiaanse aanval op Griekenland aanvankelijk werd afgeslagen, verdreef de hieropvolgende Duitse aanval 57.000 man geallieerde troepen van het vasteland. De Royal Navy evacueerde velen van hen, ten dele naar Kreta om het garnizoen daar te versterken.

In mei 1941 bestond de verdediging van Kreta uit 9.000 man Griekse troepen, waaronder drie achtergebleven bataljons van de 5e divisie en de Kretenzer gendarmerie ter grootte van een bataljon, het 14.000 man sterke al aanwezige Britse garnizoen en 25.000 man uit landen van de Commonwealth (het Britse Gemenebest) die vanaf het vasteland waren geŽvacueerd. De evacuees bestonden uit de typische mix die bij haastige evacuaties ontstaat: in goede orde geŽvacueerde eenheden onder hun eigen commando, door individuele leiders haastig bij elkaar gebrachte mannen en individuen zonder leider uit alle denkbare eenheden, vaak zonder zware uitrusting. De belangrijkste eenheden die werden geformeerd waren de 2de Nieuw-Zeelandse divisie (minus de 6de brigade en het divisiehoofdkwartier dat in Egypte was gestationeerd), de 19e Australische brigade en de 14e infanteriebrigade van de 6e Britse divisie. De pantsereenheden bestonden uit 16 verouderde Cruiser Mk I tanks. De artillerie telde 85 kanonnen, vooral buitgemaakt Italiaans spul zonder richtapparatuur. Op 30 april werd de commandant van de Nieuw-Zeelandse eenheden, Generaal-majoor Bernard Freyberg, tot commandant van alle geallieerde eenheden op Kreta benoemd. Voor de 10.000 man zonder wapens diende Freyberg een verzoek in om ze te laten evacueren, maar slechts enkelen hadden Kreta verlaten toen de strijd losbarstte.

Kreta was voor de geallieerden belangrijk omdat het de Britse marine van uitstekende havenfaciliteiten in de oostelijke Middellandse Zee kon voorzien. Vanuit Kreta waren bijvoorbeeld de Roemeense olievelden met bommenwerpers te bereiken. Vanuit het oogpunt van de asmogendheden was het belangrijk dat de geallieerde basis op Kreta werd geŽlimineerd, omdat het voor Operatie Barbarossa (de aanval op de Sovjet-Unie) noodzakelijk was dat de zuidoostelijke positie stevig in handen van de asmogendheden was. Wanneer ook Malta veroverd zou zijn, zou de Britse positie in de oostelijke Middellandse Zee aanmerkelijk verzwakt worden.

De Duitse aanval begon met bombardementen door de Luftwaffe die de geallieerde vliegtuigen uiteindelijk dwong naar AlexandriŽ uit te wijken. De Luftwaffe had hierdoor vrij spel boven het eiland. Op 25 april ondertekende Adolf Hitler directief nummer 28 met de opdracht tot de landing op Kreta. Omdat de in AlexandriŽ gestationeerde Britse marine-eenheden de wateren rondom Kreta beheersten, was een landing uit zee zeer riskant. Daarom was gekozen voor een luchtlanding. Hoewel luchtlandingsaanvallen in Noorwegen, Nederland, BelgiŽ en Frankrijk waren uitgevoerd, zou de luchtlanding op Kreta alle voorgaande luchtlandingen in aantallen manschappen overtreffen. Het plan was om met parachutisten sleutelposities als luchthavens te veroveren, waarna voorraden en versterkingen konden worden ingevlogen. Het XI Fliegerkorps werd verantwoordelijk voor een aanval door de 7de Duitse luchtlandingsdivisie, die met parachutes en Segelflugzeuge (zweefvliegtuigen) zou landen, gevolgd door de 22ste Duitse luchtlandingsdivisie wanneer de vliegvelden zouden zijn veiliggesteld.

De aanval was gepland voor 16 mei maar werd uitgesteld tot 20 mei; de 5de Duitse bergdivisie werd vervangen door de 22ste luchtlandingsdivisie. Het geallieerde commando op Kreta werd voor de ophanden zijnde invasie gewaarschuwd met Ultra, inlichtingen die door de Britse inlichtingendienst in Bletchley waren onderschept en ontcijferd. Generaal Freyberg werd op de hoogte gebracht van het aanvalsplan, maar in algemene termen om de bron van de inlichtingen geheim te houden. Hij begon de verdediging van de vliegvelden te versterken, maar stuitte daarbij op het probleem van zijn gebrek aan zware wapens. Immers de - lichtbewapende - parachutisten konden over gelijke vuurkracht beschikken als zijn eigen troepen.

De Duitse luchtlandingsdoctrine hield in dat kleine aantallen parachutisten direct op de vijandelijke vliegvelden zouden landen. Daar zouden ze de verdediging moeten uitschakelen en de luchtafweer onschadelijk maken. Hierna zouden grotere eenheden per zweefvliegtuig kunnen landen. Freyberg besloot, na studie van de door de Duitsers gebruikte para-tactieken, de vliegvelden onbruikbaar te maken. Hij kreeg echter een tegenbevel van het Opperbevel voor het Midden-Oosten in AlexandriŽ. Dit meende dat de luchtlanding tot mislukken was gedoemd nu het plan was uitgelekt en het wilde de vliegvelden behouden voor een terugkeer van de Royal Air Force.

Landing op Kreta

Landing op Kreta
Datum 20 mei - 1 juni 1941
Locatie Kreta, Griekenland
Resultaat Duitse overwinning
Strijdende partijen
Vlag van Griekenland 1828-1978 Griekenland
Vlag van Nieuw-Zeeland Nieuw-Zeeland
Vlag van AustraliŽ AustraliŽ
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk Vlag van Duitsland nazi-Duitsland
Leiders en commandanten
Vlag van Nieuw-Zeeland Bernard Freyberg Vlag van Duitsland Kurt Student
Troepensterkte
43.000 22.000
Verliezen
3500 dood of gewond
17.500 krijgsgevangen
9 schepen 6500 dood, gewond of krijgsgevangen
Mediterraanse veldtocht
Tarente ∑ Sonnenblume ∑ Matapan ∑ Kreta ∑ Tobroek ∑ Brevity ∑ Solum ∑ Crusader ∑ Gazala ∑ Eerste slag om El Alamein ∑ Tweede slag om El Alamein ∑ Toorts ∑ Kasserinepas ∑ SiciliŽ ∑ Anzio ∑ Monte Cassino

Dag 1, 20 mei
Om 08.00 uur op 20 mei landden Duitse para's bij Maleme en Chania - kleinere vliegvelden gebouwd ter ondersteuning van het hoofdvliegveld bij Iraklion. Van deze strijdkrachten werd het merendeel door geallieerde strijdkrachten bij de vliegvelden in de pan gehakt. De Duitse zweefvliegtuigen werden door mortiervuur binnen seconden na de landing geraakt. De Griekse en Commonwealth-verdedigers doodden de uitstappende Duitsers bijna tot op de laatste man.

Zoals bij luchtlandingen bijna onvermijdelijk is, landden een aantal para's op de verkeerde plek. Deze namen verdedigende posities in bij het Maleme-vliegveld en bij de "gevangenenvallei" bij Canea. De geallieerden stuurden eenheden om deze para's te omsingelen en isoleren.

Griekse politie en cadetten traden eveneens in actie. Zij versloegen een Duitse landing bij Kissamos, en beletten Duitse bewegingen bij Kolimbari en Paleochora.

Overal op het eiland voegde de Griekse bevolking, gewapend of ongewapend, zich met een voor beide partijen onverwachte felheid in de strijd. In een opmerkelijk incident werd een Duitse para door een bejaarde Griek met zijn wandelstok doodgeslagen. Veel Duitsers vonden de dood door mes of knots in de olijfbossen en dorpen. Nadat zij over hun aanvankelijke schok heen waren, reageerden de Duitsers naar de bevolking met minstens evenveel geweld.
Een tweede Duitse aanvalsgolf arriveerde om 16.00 uur bij Rethimnon en Iraklion. Evenals bij de eerdere aanvallen waren de verdedigers paraat, en brachten de aanvallers zware verliezen toe. Bij het vallen van de avond hadden de Duitsers geen van hun doelen bereikt. Het riskante plan om op vier verschillende plaatsen aan te vallen, scheen gefaald te hebben, al tasten de Duitsers nog in het duister over de oorzaken.

De Duitsers bij Maleme verdrongen echter langzaam de Nieuw-Zeelanders van de strategische heuvel 107, die uitzicht over het vliegveld bood. Het commando op Kreta besloot de volgende dag alles op alles te zetten in de strijd bij Maleme.
Op de eerste dag had de Luftwaffe 593 transportvliegtuigen ingezet voor het transport van de troepen.

Dag 2, 21 mei
De volgende morgen bleek dat de Nieuw-Zeelandse infanterie zich per vergissing van heuvel 107 bij de verdediging van het Maleme vliegveld teruggetrokken had. Hoewel hun artillerie doorging met het bestoken van het gebied, gaf dit de Duitsers de controle over het vliegveld. Terwijl een landing vanuit zee in de omgeving plaatsvond, landden die avond Junkers Ju 52 transporttoestellen met eenheden van de 5de bergdivisie. Deze troepen namen direct na het landen hun posities in. Veel toestellen werden door artillerievuur geraakt, en het vliegveld raakte bezaaid met kapotte toestellen. De Duitsers slaagden deze en de volgende dagen er toch in om 14.000 man van bergjagers op het eiland te brengen.

Dag 3, 22 mei
Het geallieerde commando op Kreta, zich realiserend dat Maleme nu een sleutelgebied was geworden voor het behoud van het eiland, organiseerde een tegenaanval door twee Nieuw-Zeelandse bataljons in de nacht van de 21 op 22 mei. De vrees voor een landing vanuit zee betekende dat een aantal eenheden niet mee konden doen, hoewel de mogelijkheid tot een landing vanuit zee door een sterke aanwezigheid van de Royal Navy werd uitgesloten kwam dit bericht te laat om alle eenheden voor de tegenaanval vrij te maken.
De strijdkracht viel 's nachts aan, op een tijd dat de oorspronkelijke paratroepen hun verdedigende posities hadden ingericht en de nieuw gelande bergtroepen moeilijk vanuit hun posities verdreven bleken te kunnen worden. De aanval mislukte, het vliegveld kon niet hernomen worden. Vanaf dit tijdstip werden de geallieerden gedwongen zich naar de oostelijke kant van het eiland terug te trekken, om niet door oprukkende Duitse troepen afgesneden te worden.

Terugtocht, 28 - 31 mei

De Duitsers probeerden uit te breken uit hun bruggenhoofd, en na bombardementen door duikbommenwerpers slaagden zij hierin.
Het opperbevel in Londen constateerde dat de situatie hopeloos was en besloot tot een aftocht vanuit Sfakia. Gedurende de volgende vier nachten werden 16.000 man naar Egypte afgevoerd. Een kleiner aantal manschappen werd vanuit Iraklion afgevoerd. Deze schepen werden onderweg door de Luftwaffe aangevallen en leden zware verliezen. Op 1 juni gaven de overblijvende 5.000 verdedigers van Sfakia zich over, hoewel velen de heuvels en bergen in vluchtten en van daaruit de Duitsers nog jaren last zouden blijven veroorzaken.

Gedurende de evacuatie stelde de bevelhebber van de Mediterrane vloot, admiraal Cunningham dat de "marine het leger niet kan laten zitten". Toen generaals van het leger hun zorgen uitten over het aantal schepen dat hij zou kunnen verliezen antwoordde hij: "Het kost drie jaar om een schip te bouwen, het kost drie eeuwen om een traditie op te bouwen.".
Maj. Alistair Hamilton, een compagniescommandant van de Black Watch had verklaard: "De Black watch verlaat Kreta wanneer de sneeuw berg Ida verlaat." De majoor zelf verliet het eiland nooit meer: hij werd gedood door een mortiergranaat. Zijn mannen kregen opdracht in te schepen, en volgden dit met grote tegenzin op. Zij hadden het gevoel hun Griekse bondgenoten in de steek te laten. Hoewel hun zware uitrusting werd vernietigd, gaven vele mannen hun munitie over aan de Kretenzen die achterbleven om hun eiland tegen de Duitsers te verdedigen.

Britse soldaten in een loopgraaf met bajonetten op hun geweren

 

Duitse Fallschirmjšger springen boven Kreta

 

 

GeŽvacueerde Britten gaan in Egypte aan wal

Uitslag
Geallieerde commandanten waren bezorgd geweest dat Kreta als springplank voor operaties tegen Egypte of elders in het Midden-Oosten zou worden gebruikt. Als daar al Duitse plannen voor waren geweest, dan zijn ze niet uitgevoerd.
De zware verliezen aan Duitse para's, de tweede maal na de mislukte luchtlanding bij Den Haag, deden Hitler besluiten deze nooit meer op deze wijze in te zetten. Dit betekende, gezien de slechte communicatie in het Rode leger, dat een potentieel zeer effectief wapen niet in Rusland werd ingezet. Ook de voorbereidingen voor de inname van het vestingeiland Malta (Operatie Hercules) werd gestopt. Dit hoewel de inname van Malta en daarmee de inname van het Britse protectoraat Egypte in de eerste opzet een van de doelen van de bezetting van Kreta was geweest.
De geallieerden waren daarentegen onder de indruk van het effect van de parachutisten en Winston Churchill gaf bevel tot de opbouw van de Britse 1e Luchtlandingsdivisie. Britse en Amerikaanse luchtlandingsoperaties zouden plaatsvinden tijdens de Landing op SiciliŽ, tijdens Landing in NormandiŽ en in Nederland bij de grote luchtlanding tijdens Operatie Market Garden.
Op Kreta ontstond een zeer actief gewapend verzet, dat op zijn hoogtepunt 50.000 man troepen van de asmogendheden op het eiland vasthield. Het verzet bleef actief tot de bevrijding in 1945.
Verliezen
De Duitsers gaven het verlies van 6200 man toe: 3714 doden en 2494 gewonden. De oorlogsbegraafplaats bij Maleme kent echter al 4500 graven. Geallieerde soldaten claimen op de 5de dag 900 Duitsers bij Rethimnon en 1250 bij Iraklion begraven te hebben. Het is daarom aannemelijk dat de Duitse verliezen aanmerkelijk hoger waren dan zij toegaven.
Winston Churchill claimde dat de Duitsers meer dan 15.000 man verloren en admiraal Cunningham meende dat de Duitsers 22.000 man verloren. Christopher Buckley geeft in het boek "Greece and Crete 1941" een voorzichtige schatting van 16.800 man.
De geallieerden verloren 3500 soldaten: 1751 doden en vergelijkbaar aantal gewonden. Hiernaast verloren zij 12.254 Commonwealth manschappen en 5.255 Grieken die krijgsgevangen werden genomen. De marine betreurde 1828 doden en 183 gewonden. Na de oorlog zijn de geallieerde graven samengebracht op het oorlogskerkhof Suda Bay War Cemetery.
Duitse bezetting van Kreta
Een deel van de bevolking nam deel aan de strijd tegen de Duitse aanvallers en ging ook na de geallieerde overgave als partizanen door met de strijd. Duitse soldaten -ook gewonde- werden gedood. De Duitse troepen namen vergeldingsmaatregelen tegen de burgerbevolking. Zo schoten Duitse soldaten op 2 juni 1941 bij wijze van represaille een onbekend aantal mannelijke inwoners van Kondomari neer.
Tijdens de volgende jaren duurde het verzet tegen de Duitse bezetting voort. De bezetters begingen talrijke oorlogsmisdaden. Vele duizenden Kretenzische mannen, vrouwen en kinderen werden vermoord. In de gemeente Viannos werden op 14 september 1943 500 inwoners, meest vrouwen en kinderen neergeschoten. Op 21 mei 1944 omsingelden eenheden onder bevel van de Duitse commandant van de "Vesting Kreta", generaal Bruno Bršuer de Joodse wijk van de stad Chania. Vluchtende inwoners werden neergeschoten. Alle anderen werden met een schip naar Griekenland afgevoerd. Slechts vier joodse inwoners zouden het overleefd hebben.
Bruno Bršuer werd na het einde van de oorlog aan Griekenland uitgeleverd en ter dood veroordeeld. Met de eveneens wegens oorlogsmisdaden op Kreta veroordeelde generaal Friedrich Wilhelm MŁller werd hij op 20 mei 1947 om 5 uur terechtgesteld.
Een Kretenzische bron stelt het aantal Kretenzische burgers dat door Duitse acties gedood werd op 6.593 mannen, 1.113 vrouwen en 869 kinderen.

Metaxaslinie

De Metaxaslinie (Grieks: Γραμμή Μεταξά) was een keten van fortificaties langs de Grieks-Bulgaarse grens. De linie was ontworpen om Griekenland te beschermen tegen een inval van de asmogendheden op een traditioneel Bulgaarse invasieroute.
De linie is genoemd naar Ioannis Metaxas, de toenmalige dictatoriale premier van Griekenland. De linie bestaat hoofdzakelijk uit observatiepunten, tunnels hiernaartoe, machinegeweer posten, bunkers en andere versterkingen. De militaire kracht van de linie steunde niet alleen op de gebouwde versterkingen, maar ook op de ontoegankelijkheid van het berggebied langs de Griekse noordgrens. Bij de Griekse-Bulgaarse grens is dit het Rodopegebergte.
De Metaxaslinie bestond uit fortificaties in 22 onafhankelijke clusters. De grootste hiervan is het Roupel fort dat 9 van de 155 kilometer lange linie dekt. Het ligt op een hoogte van 322 meter. Het Roepel fort dekte de pas van de rivier de Strimon.
De verlichting bestond aanvankelijk vooral uit olielampen, hoewel er generators geÔnstalleerd waren. Heden ten dage beschikken de fortificaties over elektriciteit uit het publieke net, hoewel ze ook over eigen generatoren beschikken. Ventilatie was zowel op natuurlijke als kunstmatige wijze geregeld. De bouw vergde 4 jaar en destijds 100.400.000 drachmen.
De versterkingen bestaan voor een groot deel nog steeds en zijn deels opengesteld voor het publiek.
Geschiedenis
Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden de fortificaties van het Roepel fort te licht bevonden. Hierop werd tot verdere versterking besloten, niet alleen in dit gebied, maar langs de gehele noordgrens. De plannen werden in 1935 opgesteld en het werk begon bij Kerkini in 1936. De originele bedoeling was dat de volledige lijn van versterkingen langs de grens tot Ormenion zou lopen. De Italiaanse aanval op Griekenland in 1940 verhinderde dat deze linie volledig werd afgebouwd. Bij het uitbreken van de oorlog was de bouw van de linie gevorderd tot Komotini in ThraciŽ, een lengte van 155 km.
Tweede Wereldoorlog
Tijdens de strijd tegen ItaliŽ onttrokken de Grieken troepen aan de Metaxaslinie voor hun strijd in het gebied bij AlbaniŽ.
De Duitsers vielen op 6 januari deze linie vanuit Bulgarije aan. De aanval werd uitgevoerd door een infanteriedivisie en twee versterkte bergdivisies van het 18e bergkorps. De Metaxaslinie werd toen nog bemand door drie infanterie divisies, de 7e en 14e ten oosten van de Strimon, en de 18e ten westen van de rivier. De Grieken boden zeer taai verzet tegen de Duitse aanval.
Andere Duitse eenheden rukten echter tegelijkertijd op door JoegoslaviŽ. De Metaxaslinie werd zo omtrokken.

Drakentanden van de Metaxaslinie aan de grens tussen Griekenland en Bulgarije

Nationaal Republikeinse Griekse Liga

Het Nationaal Republikeinse Griekse Liga was een van de belangrijkste bewegingen van het Griekse verzet tegen de bezetting door de Axis.
Bron
De beweging werd opgericht op 9 september 1941 de Algemene antimonarchical Stilianos Gonatas en Napoleon Zervas. Het is de benoeming van generaal-majoor Nikolaos Plastiras, senior Republikeinse figuur in ballingschap in Frankrijk, ere-leider. De beweging, vijandig tegenover de verbannen koning George II van Griekenland, verdedigde het onderhoud van de vorst in ballingschap tot een referendum beslist over zijn terugkeer naar huis. In tegenstelling tot zijn belangrijkste rivaal in het verzet, EAM, EDES, als andere minder belangrijke weerstand organisaties, niet het ontwikkelen van een coherente politieke programma dat als een attractie van de supporters zou dienen.
Het eerste hoogtepunt bij het vormen van een gewapende bende in de bergen officiŽle was ťťn van de grondleggers van EDES, Napoleon Zervas, na grote Britse druk. De activiteiten tegen de bezetters begon in juli 1942 in Epirus, waar alle militaire activiteiten van de organisatie werd ontwikkeld.
Samen met de Britse commando's en met de medewerking van ELAS, nam deel aan de bombardementen van de brug Gorgopotamos op 25 november 1942. In december, maar hij had al gevallen met de rivaliserende guerrilla.
1943
Na mislukte pogingen om Zervas absorberen bij ELAS, probeerde deze beweging te vernietigen maart 1943. Dezelfde maand, van overtuigd dat ELAS was gevaarlijker dan de monarchie die altijd had verzet, Zervas stuurde een verzoenende boodschap aan koning, tot tevredenheid van de Britse, maar niet een deel van de leden van EDES, die niet waren geraadpleegd.
In april 1943 besloot de Britse zowel ELAS en EDES te ondersteunen als de eerste officiŽle ontving talrijke rekruten, hoewel nog steeds veel kleiner in omvang dan ELAS. In de praktijk had EDES de privť-leger van Zervas, beperkt tot zijn eigen grondgebied in het noordwesten van Griekenland geworden. In 1943 was hij tot 5000 mannen.
De 18 juli 1943 door de Britse ondertekende tegenzin veranderingen in de overeenkomst onderhandelingen met EAM, het pact dat EDES geŽngageerd om mee te werken aan de operatie Duitse aandacht afleiden geallieerde landingen in SiciliŽ. Zervas werd zichzelf distantiŽren van de Republikeinse politici die EDES ondersteund terwijl ook afwijzing van de meest bereid om samen te werken met de Duitsers tegen de communisten, zoals in Athene Gonatas cijfers.
Ondertussen Komninos Pyromaglou vertegenwoordigt EDES, intieme Plastiras en Republikeinen nog steeds trouw aan de oorspronkelijke principes van de organisatie, reisde samen met een Britse agent afgevaardigden van ELAS en EKKA het buitenland, de ondertekening van het 17 augustus 1943 een petitie Griekse koning naar huis terug te keren als het niet na een stem van het volk, ondersteund door alle afgevaardigden en door de regering in ballingschap. De vorst, met Britse en Amerikaanse steun, weigerde om aan de vraag te accepteren.
In het najaar van 1943, in wat leek op handen zijnde Duitse terugtrekking, ELAS aangevallen EDES posities. Na de Italiaanse overgave in september de Duitsers ontketende een aanval tegen zowel de Italiaanse eenheden tegen de guerrilla. Van 15 oktober 1943 om te 10 november 1943 Zervas krachten vechten beide werden gevonden door Duitse troepen en die van rivaliserende weerstand. Ondanks het feit dat in een gebied waar een dreigende geallieerde landing werd verwacht, heeft de Duitsers, die agenten waren geÔnfiltreerd in EDES zowel in de hoofdstad en in de bergen, niet willen de training dat de verdeling van de Griekse weerstand gezorgd vernietigen. Ze slaagden erin Zervas accepteren dan een geheime wapenstilstand die liet zijn troepen te concentreren op ELAS aanval posities. Zervas, zoals de leiders van ELAS, had de geallieerde opperbevel in het Midden-Oosten geÔnstrueerd niet aanstootgevend gedrag tijdens de winter, waardoor hij de wapenstilstand ondertekenen zonder blijkbaar het overtreden van de aanwijzingen van de geallieerden.
De EDES geÔnfiltreerd verstrekte informatie aan de Duitsers over Zervas contact met de Veiligheidsraad Bataljons en andere nationalistische organisaties, die om zijn samenwerking met de bezetters uiteindelijk plaatsvond. De verkregen informatie ook hielp hen bewust te zijn van de meningsverschillen tussen de verzetsgroepen en het genereren van propaganda tegen deze, vooral tijdens de eerste fase van de burgeroorlog in eind 1943.
Eerste fase van de burgeroorlog
De confrontatie tussen ELAS en EDES tijdens de laatste maanden van 1943 en het begin van 1944 had 4 fasen die eindigde zonder een duidelijke winnaar:
Van oktober tot eind november ELAS wist de terugtrekking van eenheden van Zervas in Epirus, terwijl de Duitsers toegebracht zware verliezen aan beide formaties.
In december was er een pauze in de gevechten, op zoek Zervas niet in staat om te herstellen.
In het begin van januari, echter met succes tegengegaan hij EDES, het bevorderen van Rumeli, terwijl de besprekingen plaatsvonden om een ​​wapenstilstand te bereiken.
Aan het einde wist ELAS te herwinnen grondgebied verloren aan de rivier Arachthos. Op 4 februari 1944 de wapenstilstand tussen de twee organisaties werd ondertekend.
Het conflict versterkt de collaborerende en verzwakte de guerrilla tegen de bezetter. ELAS niet aan zijn rivaal te elimineren.
Wapenstilstand met de Duitsers
Hoewel alle de guerrilla had contacten met de bezettende autoriteiten, ELAS deed meer sporadisch en met meer discretie dan EDES. Dit had een algemene wapenstilstand met Duitsland tussen december 1943 en juli 1944. De Duitse doel in het omgaan met Zervas was verdeeldheid weerstand anticommunisme Zervas voordeel en in een geallieerde landing in de Balkan te vermijden mogelijke samenwerking. Zervas had geen kennis van het Duits, om botsingen met de Duitsers te voorkomen tot aan de bevrijding op handen was, en hekelde de wapenstilstand toen hij orders van het hoofdkwartier naar het Midden-Oosten in augustus 1944. Ondanks dit Zervas onderhouden volgens Duitsers in het geheim, zonder de Geallieerden of diens plaatsvervanger Piramoglu, vermoeden dat ze had geweigerd.
Ondertussen, de andere leden van EDES in Athene de organisator van een nauwere samenwerking met de Duitsers, die Zervas werd gedwongen om de druk van ELAS en de Britse openlijk veroordelen.
De 19 juni 1944 Zervas aangevallen in een van de zeldzame gelegenheden waarbij EDES nam het initiatief in het conflict tussen groepen bestand tegen ELAS eenheden rond de haven van Preveza, de controle over het gebied en het vergemakkelijken en de komst van de leveringen aan zijn troepen uit ItaliŽ. Harde Duitse aanval tegen ELAS in MacedoniŽ in juli voorkomen dat de uitvoering van plannen om deze Zervas permanent te elimineren.
Nederlaag en ontbinding
In oktober, na de Duitse aftocht, Zervas gedeporteerd grootste deel van de Albanese bevolking van Epirus, waaronder een groot aantal medewerkers werden geteld, naar AlbaniŽ, zonder dat de centrale overheid.
Eind december 1944 had ELAS eenheden in geslaagd om eindelijk de nederlaag van de EDES in Epirus, waar de resten van hen geŽvacueerd zee in de Griekse en Britse schepen van de haven van Preveza naar Corfu op 31 december, 1944 . Terwijl de 3 divisies ELAS op het aanvallen van EDES had aangedrongen de strijd werd gevoerd voor de controle van de hoofdstad en de omliggende gebieden, waar ELAS werd verslagen door regeringstroepen en Britse troepen vroeg versterkt winter.
EDES werd officieel ontbonden op het einde van april 1945, Zervas het invoeren van de nieuwe liberale Nationale Partij Stilianos Gonatas.

 

Napoleon Zervas met zijn officieren

 

 

 

 

Slag bij Kaap Matapan

De Slag van Kaap Matapan, ook wel Slag van Gaudo genoemd, was een zeeslag die van 27 tot 29 maart 1941 werd uitgevochten tussen de Britse Royal Navy en de Italiaanse Regia Marina. De Britse Middellandse Zeevloot werd geleid door admiraal Andrew Cunningham. De Italiaanse bevelhebber was admiraal Angelo Iachino.

Met het oog op de Italiaans-Duitse aanval op Griekenland drongen de Duitsers tijdens de Conferentie van Merano bij de Italianen aan op een meer agressieve rol op zee. Daarop planden de Italianen een operatie om de Britse koopvaardijschepen tussen Egypte en Griekenland aan te vallen. Het grootste probleem zou zijn dat de Regia Marina in wateren zou opereren waar de Britten volledige luchtondersteuning hadden. Verrassing was dan ook de belangrijke factor voor deze operatie.

Zodra de plannen meer vorm begonnen aan te nemen werden de Britten gewaarschuwd door het verhoogde gebruik van radioboodschappen bij de Italiaanse marine. Dankzij Ultra konden de Britten de Enigma-berichten van de Regia Marina decoderen. Het was voor de Britten niet moeilijk om vast te stellen dat de koopvaardijschepen naar Griekenland weleens een doelwit kon zijn. Een uitgezonden verkenningsvliegtuig merkte een Italiaans vlooteskader op, dat bestond uit een slagschip, zes zware kruisers twee lichte kruisers, geŽscorteerd door 17 torpedobootjagers. De Britse Middellandse Zeevloot verliet die avond onopgemerkt de haven.

Ondertussen waren de Italianen, door Duitse beweringen dat de Luftwaffe twee Britse slagschepen tot zinken had gebracht, ervan overtuigd dat de Britten nog ťťn slagschip hadden in plaats van drie. Verder waren ze ook niet op de hoogte dat het vliegdekschip de HMS Eagle beschadigd was door de HMS Formidable.[bron?]

De zeeslag

Op 27 maart werd een kruisergroep, bestaand uit de kruisers Orion, Ajax, Perth en Gloucester met escorterende torpedobootjagers en onder bevel van viceadmiraal Henry Pridham-Wippell vanuit de Griekse haven Piraeus naar een positie ten zuiden van Kreta gezonden om daar contact te maken met de drie slagschepen en het vliegdekschip van Cunningham.

Pas op 28 maart, rond 07.55 uur maakte beide vloten met elkaar contact. De kruisers van Pridham-Wippell ontmoette de Italiaanse Trento-groep. De Italianen bevonden zich achter de Britten en zetten direct de achtervolging in. Om 08.12 openden de Italianen het vuur. Het Italiaanse vuur was niet accuraat door een slechte plaatsing van de kanonnen in hun geschuttorens. Na een uur braken de Italianen de achtervolging af en keerden terug naar de rest van de Italiaanse vloot. De Britse kruisers draaiden weer om en begonnen de Italianen te schaduwen. Om 10.55 kwamen de Italiaanse kruisers in contact met hun slagschip Vittorio Veneto. Opnieuw gingen de Italianen tot de aanval over, onwetend dat de Britse slagschepen nog maar 90 mijl verwijderd waren, maar de Britse kruisers keerden weer om. Een luchtaanval van de vliegtuigen van HMS Formidable leidde ertoe dat de Italianen het gevecht moesten afbreken. Omdat de verrassing verdwenen was, besloot Iachino om terug te keren.

Luchtaanvallen

Nu de Italianen terugkeerden besefte Cunningham dat hij hen nooit meer kon inhalen. Op de ťťn of andere manier moest hij de Italianen zien te vertragen. Cunningham besloot om zijn luchtmacht in te zetten. Rond 15.00 kregen de Italianen een tweede luchtaanval te verwerken. Het slagschip Vittorio Veneto werd getroffen aan de schroeven en er stroomde ongeveer 4.000 ton water in. Het schip stopte en pas om 16.42 konden de motoren aan stuurboord weer worden gestart. De Italiaanse vloot was weer onderweg maar de snelheid bedroeg nu maar 19 knopen. De luchtaanval had de Italianen vertraagd en dit gaf de Britten de kans om de afstand te verkleinen.

Een derde luchtaanval vond plaats nabij zonsondergang en werd uitgevoerd door twee squadrons van HMS Formidable en ťťn squadron opererend van Kreta. De kruiser Pola werd getroffen door een torpedo en kwam stil te liggen. Iachino was zich er nog altijd niet van bewust dat de Britse slagschepen op zee waren en besloot de zware kruisers Zara en Fiume eropuit te sturen om de Pola naar ItaliŽ terug te slepen. De rest van de Italiaanse schepen voer verder naar ItaliŽ.

Nachtgevecht

Kort na 22.00 kregen de Britten de Italiaanse kruisers op hun radar en konden naderen zonder gedetecteerd te worden. De Italiaanse schepen hadden geen nachtgevecht verwacht en daarom waren de kanonnen onbemand. De Italianen hadden ook geen radar en konden daardoor de Britten niet detecteren. De drie Britse slagschepen, Barham, Valiant en Warspite onder kapitein Herbert Annesley Packer, openden het vuur vanaf 3.500 meter terwijl de escorterende torpedobootjagers de Italiaanse doelen zichtbaar maakten met hun zoeklichten. In enkele minuten tijd waren de Zara en de Fiume enkel nog brandende wrakken.

Twee Italiaanse torpedobootjagers, de Alfieri en de Carducci, werden ook tot zinken gebracht. De Gioberti en de Oriani konden ontkomen maar de laatste liep zware schade op. Alleen de Alfieri slaagde erin om in actie te komen. Ze vuurde enkele torpedo's af maar deze misten hun doelen. De Pola werd uiteindelijk in de ochtend getorpedeerd en tot zinken gebracht door de torpedobootjagers HMS Jervis en HMS Nubian.

Toen de Britten bezig waren met de Italiaans overlevenden uit het water te halen verscheen de Luftwaffe op het strijdtoneel en viel de Britse schepen aan. Cunningham besloot om het gebied te verlaten maar zond eerst open over de radio de positie van de overlevenden door naar Rome. De Italianen lieten weten dat het hospitaalschip Gradisca onderweg was naar het gebied.

De Italianen verloren 2.303 man, drie zware kruisers en twee torpedobootjagers in deze slag. De Britten verloren slechts ťťn torpedobommenwerper.

Kaart van de Slag bij Kaap Matapan

Kaart van de Slag bij Kaap Matapan
Datum 27 maart - 29 maart 1941
Locatie Middellandse Zee, Kaap Matapan, Griekenland
Resultaat Geallieerde overwinning
Strijdende partijen
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Flag of Australia.svg AustraliŽ Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Koninkrijk ItaliŽ
Leiders en commandanten
Flag of the United Kingdom.svg Andrew Cunningham Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Angelo Iachino
Troepensterkte
1 vliegdekschip
3 slagschepen
7 zware kruisers
2 lichte kruisers
17 torpedojagers 1 slagschip
6 zware kruisers
2 lichte kruisers
17 torpedojagers
Verliezen
4 lichte kruisers licht beschadigd
1 torpedobommenwerper verloren
3 doden 1 slagschip zwaar beschadigd
3 zware kruisers gezonken
2 torpedojagers gezonken
2300+ doden

 

De kruisers Perth, Ajax en Orion tijdens de slag

Slag om Kos

De Slag om Kos was een korte slag tussen Britse en Italiaanse troepen enerzijds en Duitse troepen anderzijds om de controle over het eiland Kos. De slag maakte deel uit van een groter Duits offensief om de Griekse eilandengroep Dodekanesos in handen te krijgen.
Achtergrond
Met de capitulatie van ItaliŽ in september 1943 werden Duitse troepen die op de Balkan gelegerd waren, naar gebieden gestuurd die onder controle stonden van ItaliŽ. In dezelfde periode trachtten de geallieerden de controle te krijgen over de Dodekanesos. Deze eilandengroep was onder controle van ItaliŽ en waren strategisch gelegen in de EgeÔsche Zee. Vanaf deze eilanden wilde Winston Churchill de Duitse posities op de Balkan aanvallen en hopen op steun van het neutrale Turkije aan geallieerde zijde.
Britse landingen
Het grootste eiland van de Dodekanesos, Rodos, werd vroegtijdig ingenomen door een Duitse brigade. Desondanks landden de Britten op enkele andere, kleinere eilanden, zoals Kos en Leros. Vanaf deze eilanden wilden de Britten samen met de Italianen de Duitse stellingen op Rodos aanvallen. Op 13 september 1943 bombardeerden Lancasters Rodos en ondertussen landden Britse troepen op Kos om de haven van Kos en de luchthaven bij Antimachia te bezetten. In de nacht van 14 op 15 september sprongen 120 parachutisten nabij het vliegveld. Aldaar werden ze verwelkomd door de reeds gelegerde Italiaanse troepen. In de dagen erna werden de troepen bevoorraad en aangevuld, zodat er circa 1.388 Britse en 3.500 Italiaanse soldaten op het eiland waren.
Duits luchtbombardement
Vanaf 18 september begon de Duitse aanval op het eiland met luchtbombardementen. Hiervoor zetten zij de Messerschmitt 109 en Junkers Ju 88 in en hadden wisselend succes. Zuid-Afrikaanse spitfires leidden de luchtverdediging bij het eiland. Het vliegveld bij Antimachia was na bombardementen tijdelijk onbruikbaar, waardoor de bevoorradingen een halt toe werden geroepen. Eveneens werden enkele Dakota's beschadigd en een andere Dakota belandde in zee. De Britse inzittenden werden gered, maar geÔnterneerd in het neutrale Turkije.
De Luftwaffe vergrootte het aantal vliegtuigen in de regio tot een aantal van 360. Dwight Eisenhower besloot dat het aantal geallieerde vliegtuigen in de regio niet werd vergroot, waardoor de Duitsers de overmacht in de lucht kregen. De geallieerde verliezen waren aanzienlijk en de voorraden niet erg groot. Daarbij kwam dat het rotsachtige terrein op Kos het niet mogelijk maakte voor de militairen om zich in te graven tegen de bombardementen. De tijd voor het bouwen van versterkte locaties was er niet meer. Hierop werd besloten om de Britse parachutisten terug te trekken om 25 september, waarbij andere Britse troepen wel achterbleven.
Duitse landingen
Op 1 oktober 1943 verzamelden een groot aantal schepen bij de Kretenzische havens, welke de volgende dag in een groep richting het noordnoordoosten vertrokken, richting het eiland Melos. Terwijl Britse Dakota's weer versterkingen brachten naar Kos, kwam het bericht door dat 10 Duitse vaartuigen richting Kos voeren voor een invasie. Deze vervoerden onder andere de 22e infanteriedivisie van Kreta en special forces die van het Griekse vasteland kwamen. Zij stonden onder bevel van Friedrich-Wilhelm MŁller.
Om 04.30 op 3 oktober begon de invasie van Kos met landingen bij Marmari en Tigaki aan de noordkust en bij Kamari in het westen van het eiland. Parachutisten landden rondom Antimachia. Rond het middaguur waren reeds 1200 Duitse infanteristen geland vanuit zee en 1500 Duitse parachutisten. Met hulp van duikvluchten uitgevoerd door Junkers Ju 87's konden de Duitsers terrein winnen en in de middag was Antimachia in handen van de Duitsers. Gedurende de middag werden de Duitse troepen aangevuld tot een aantal van 4000 soldaten.
De Britten en Italianen boden weerstand maar konden de Duitse troepen niet lang tegenhouden. 1.388 Britten en 3.145 Italianen werden krijgsgevangen gemaakt. De Italiaanse commandant Felice Leggio en 90 officieren werden vervolgens afgezonderd en doodgeschoten naar aanleiding van Adolf Hitlers bevel van 11 september, waarin was verklaard dat alle Italiaanse commandanten die tegen de Duitsers zouden vechten, doodgeschoten moesten worden. Duitse rapporten zeiden dat er 600 Britten en 2500 Italianen gevangen waren genomen. In de nacht van 4 op 5 oktober wist een aantal Britse soldaten te ontsnappen naar omliggende eilanden.
Nasleep
Het verlies van de slag om Kos had gevolgen voor de Britse operaties bij de eilandengroep Dodekanesos. Vanwege het gebrek aan vliegtuigen, konden de geallieerde troepen ook de nabijgelegen eilanden niet onder controle houden. Zo viel een maand later Leros in Duitse handen en had Duitsland aan het einde van november de hele eilandengroep in handen.

 

Junkers Ju 88 bommenwerpers met rechtsboven Kos
Datum 3 oktober - 4 oktober 1943
Locatie Kos, Griekenland
Resultaat Duitse overwinning
Strijdende partijen
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Flag of Italy (1861-1946).svg Koninkrijk ItaliŽ
Flag of South Africa (1928-1994).svg Unie van Zuid-Afrika Flag of the German Reich (1935Ė1945).svg Nazi-Duitsland
Leiders en commandanten
Flag of the United Kingdom.svg L.R.F. Kenyon
Flag of Italy (1861-1946).svg Felice Leggio Flag of the German Reich (1935Ė1945).svg Friedrich-Wilhelm MŁller
Troepensterkte
1.388 Britten
ca 3.500 Italianen 4.000 Duitsers
Verliezen
Britten: 1.388 krijgsgevangenen
Italianen: 3.145 krijgsgevangenen
91 doden

2-Griekenland in de Tweede Wereldoorlog

1---2