Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

2-Frans militair in de Tweede Wereldoorlog

Jean de Lattre de Tassigny

Jean Joseph Marie Gabriel de Lattre de Tassigny (Mouilleron-en-Pareds, Vendeé, 2 februari 1889 – Parijs, 11 januari 1952) was een Franse generaal en voerde het bevel over het Franse Eerste Leger tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Vroegere carrière
De Lattre bezocht de Collège Saint Joseph in Poitiers, van 1898 tot 1904 de marineacademie en van 1908 tot 1911 de École Spéciale Militaire de Saint-Cyr. Daarna bezocht hij in 1912 de School voor Cavalerie in Saumur. Hij nam deel aan de Eerste Wereldoorlog en raakte twee keer gewond. Na de Eerste Wereldoorlog diende hij als officier in het Franse hoofdkwartier tijdens de Rifoorlog. De Lattre kwam in 1932 bij het hoofdkwartier van generaal Maxime Weygand (De Lattre had de keuze tussen Charles de Gaulle en Maxime Weygand en koos voor Weygand vanwege zijn hogere rang en eretekens) en diende toen in het hoofdkwartier van een infanterieregiment in Metz. In 1935 was hij hoofd van de École Spéciale Militaire de Saint-Cyr. Tussen 1937 en 1938 was hij hoofd van de chef-staf van de gouverneur van Straatsburg. Op 23 maart 1939 was hij de jongste brigadegeneraal in de Franse geschiedenis.
Tweede Wereldoorlog
Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog voerde De Lattre het bevel over de 14de Infanteriedivisie aan de Aisne tot aan de wapenstilstand met de Duitsers. Hij won een kleine slag in Rethel waar een Duitse officier gezegd had dat het Franse verzet klein was net als de Slag om Verdun.
De Lattre bleef in actieve dienst en werd bevelhebber van de Vichy-Franse troepen in de 13de Militaire Regio in Clermont-Ferrand. Daarna voerde hij in 1941 het bevel over de Vichy-Franse troepen in Tunesië. Hij nam in 1942 het bevel over de 16de Divisie, maar begon een anti-Duitse troepenmacht te organiseren wat leidde tot zijn arrestatie en veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf. Hij ontsnapte en vluchtte naar Algiers waar hij het bevel overnam van het French Army B. French Army B was een van de twee legers in het Southern Group of Armies beter bekend als de U.S. 6th Army Group die opgericht was voor een invasie in Zuid-Frankrijk (Operatie Dragoon). Het andere leger was de US Seventh Army onder bevel van Alexander M. Patch. Voor de invasie in Zuid-Frankrijk landde delen van het leger van De Lattre op Corsica. Daarna landde De Lattre op 16 augustus 1944 in de Provence en begonnen zijn troepen met de bevrijding van Frankrijk. Op 25 september 1944 werd French Army B omgevormd in het Franse Eerste Leger. Het leger stak de Vogezen na hevige gevechten over. Daarna namen de mannen van De Lattre Belfort in en toen liet De Lattre zijn leger halt houden en liet de Duitsers toe om de Zak van Colmar te creëren. In december 1944 mislukten De Lattre’s pogingen om Colmar in te nemen, maar hij was wel in staat om in januari en februari 1945 de zak te laten bezwijken na de succesvolle verdediging van Straatsburg.
Door de aanmoediging van Charles de Gaulle werden de leden van de Résistance die door wilden vechten ingelijfd bij het Franse Eerste Leger van De Lattre. Na de bevrijding van Frankrijk trok het Franse Eerste Leger Duitsland in. In Duitsland telde het leger 300.000 man en nam Karlsruhe, Ulm en Stuttgart in, trok daarna over de Donau richting Oostenrijk. Op 8 mei 1945 ondertekende De Lattre te Berlijn, als vertegenwoordiger van Frankrijk, het protocol van de algemene Duitse capitulatie. De Lattre trad ook toe tot de Geallieerde Controleraad als vertegenwoordiger van Frankrijk.
Na de Tweede Wereldoorlog
Tussen december 1945 en maart 1947 was de Lattre inspecteur général en chef d’État-major général de l’armée. In maart 1947 werd hij inspecteur général de l’armée en inspecteur général des forces armées. Van oktober 1948 to december 1950 was De Lattre opperbevelhebber van alle strijdkrachten in West-Europa in Fontainebleau.
Tussen 1950 en 1952 voerde De Lattre het bevel over de Franse troepen tijdens de Eerste Indochinese Oorlog en was daarnaast Hoge Commissaris. Hij won drie grote slagen bij Vinh Yen, Mao khé en Yen Cu Ha en verdedigde met succes het noorden van Indo-China tegen de Viet Minh. Zijn enige zoon Bernard de Lattre de Tassigny sneuvelde tijdens de oorlog in actie. In 1951 keerde De Lattre door ziekte terug naar Parijs waar hij later stierf. Hij werd in 1952 postuum gepromoveerd tot Maarschalk van Frankrijk.
Onderscheidingen
Legioen van Eer
Grootkruis op 10 februari 1945
Grootofficier op 12 juli 1940
Commandeur op 20 december 1935
Officier op 16 juni 1920
Ridder op 20 december 1914
Lid in de Orde van de Bevrijding (decreet 20 november 1944)
Médaille Militaire
Croix de guerre 1914-1918 met 8 Palmen
Croix de guerre 1939-1945[2] met 8 Palmen
Croix de guerre des Théatres d'Opérations Exterieures met 3 Palmen
Medaille der ontsnapten
Gouden Medaille voor Lichamelijke opvoeding
Gouden Medaille voor de Volksgezondheid
Military Cross (UK)
Ridder Grootkruis in het Orde van Bad (UK)
Army Distinguished Service Medal (US)
Commander in het Legioen van Verdienste (US)
Orde van Soevorov (USSR), 1e klasse op 5 juni 1945
Grootkruis in de Leopoldsorde
Oorlogskruis 1914-1918 (België)
Oorlogskruis 1940-1945 (België)
Grootkruis in de Orde van de Witte Leeuw (Tsjechoslowakije)
Oorlogskruis (Tsjechoslowakije)
Grootkruis in de Orde van Sint-Olaf (Noorwegen)
Ridder Grootkruis in de Orde van oranje Nassau (Nederland)
Commandeur in de Virtuti Militari (Polen)
Orde van het Grunwald Kruis, 1e klasse (Polen)op 16 juli 1946
Ridder Grootkruis in de Orde van Dannebrog (Denemarken)
Commandeur in de Nationale Orde van Verdienste (Brazilië)
Grootkruis in de Orde van de Bevrijder San Martin (Argentinië)
Orde van Militaire Verdienste, wit (Cuba)
Medaille van Militaire Verdienste (Mexico)
Grootkruis in de Orde van Verdienste (Chili) (Chili)
Grootkruis in de Koninklijke Orde van Cambodja
Grootkruis in de Nationale Orde van Vietnam
Grootkruis in de Orde van de Miljoen Olifanten en de Witte Parasol (Laos)
Sherifien Orde van Militaire Verdienste (Marokko)
Grootkruis in de Orde van Sharifian Alawaidis (Marokko)
Grootkruis in de Orde van het Bloed (Tunesië)
Grootkruis in de Orde van de Zwarte Ster (Benin)

Jean de Lattre de Tassigny (1946)

Jean de Lattre de Tassigny (1946)
Bijnaam Le Roi Jean (Koning John)
Geboren 2 februari 1889
Mouilleron-en-Pareds, Vendeé
Overleden 11 januari 1952
Parijs
Begraven Mouilleron-en-Pareds
Land/partij Flag of France.svg Derde Franse Republiek
Flag of France.svg Vichy-Frankrijk
Flag of Free France (1940-1944).svg Vrije Fransen
Onderdeel Franse landmacht
Dienstjaren 1911 – 1952
Rang Officier général francais 7 etoiles.svg Maarschalk van Frankrijk (Postuum)
Leiding over 151e Infanterie Regiment
14e Infanterie Divisie
13e Militaire Divisie
16e Militaire Divisie
Leger B
Franse Eerste Leger
Opperbevelhebber van alle strijdkrachten in West-Europa
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Rifoorlog
Tweede Wereldoorlog
Slag om Frankrijk
Eerste Indochinese Oorlog

 

 

 

Jean Joseph Marie Gabriel de Lattre de Tassigny

 


Pierre Le Gloan

Pierre Le Gloan (6 januari 1913 - 11 september 1943) was een Franse vliegende aas uit de Tweede Wereldoorlog . Uniek in de annalen van oorlogsvliegen, scoorde hij overwinningen tegen Duitse, Italiaanse en Britse vijanden. 
Vroege jaren 
Pierre Le Gloan werd geboren op 6 januari 1913 in Kergrist-Moëlou , Bretagne , Frankrijk. De gemeente in Frankrijk waar hij woonde heeft een straat die zijn naam draagt. Tijdens zijn tienerjaren won hij een studiebeurs voor de burgerluchtvaart, gefinancierd door de Franse overheid, die hem zijn eerste echte smaak van vliegen gaf. Le Gloan solliciteerde op een burgerluchtvaartschool, met het voornemen een carrière in de luchtvaart te volgen. 
Militaire carrière 
Op 18-jarige leeftijd trad Le Gloan toe tot de Franse luchtmacht . Bij het uitbreken van de oorlog diende hij, als onderdeel van de luchtverdediging van Parijs en de Beneden- Seine, in het GC III / 6 jagerseskadron , vliegend op de Morane-Saulnier MS.406 vanuit Chartres. Met zijn wingman schoot Le Gloan op 23 november 1939 zijn eerste Duitse vliegtuig neer, een Do 17P verkenningsbommenwerper. Een tweede Dornier viel hem op 2 maart 1940, en tijdens de Slag om Frankrijk, Le Gloan goed voor twee Heinkel He.111 bommenwerpers.
Tijdens de winter van 1939-1940 was GC III / 6 gevestigd in Wez-Thuizy bij Reims , maar zag hij weinig actie. In april 1940 kreeg de eenheid de opdracht om België te beschermen, maar al snel verhuisde ze naar Chissey, vlakbij de Alpen met het Franse VIII-leger. Toen een Duitse aanval in België noodzaakte terug te gaan naar dat theater, deze keer om het gebied Lille-Bapaume-Cambrai te patrouilleren.
Op 1 juni 1940 werd het eskader van Le Gloan verplaatst naar het vliegveld van Zuid-Frankrijk naar het vliegveld van Le Luc en opnieuw uitgerust met de nieuwe Dewoitine D.520- jagers. Hun missie was om het deel van Toulon te beschermen . 
Na de oorlogsverklaring van Italië aan Frankrijk en de Italiaanse luchtmacht die bombardementen aanvatte, schoot Le Gloan op 13 juni twee Fiat BR.20- bommenwerpers neer . Op 15 juni viel Le Gloan met een andere piloot twaalf Italiaanse Fiat CR.42- jagers aan. Le Gloan heeft er drie neergeschoten terwijl Cpt. Assolent schoot een andere neer.Tijdens zijn terugkeer op het vliegveld schoot Le Gloan nog een CR.42 en een BR.20-bommenwerper neer. Voor deze opmerkelijke prestatie van het vernietigen van vijf vliegtuigen in één vlucht werd hij gepromoveerd tot 2e luitenant. 
Vanwege de militaire situatie van Frankrijk op 20 juni werd GC III / 6 teruggetrokken naar Algiers in Algerije . Na de wapenstilstand tussen Frankrijk en Duitsland en de daaropvolgende Britse aanvallen op de Franse marine raakten de Franse troepen in Noord-Afrika, waaronder de eenheid van Le Gloan, ondergeschikt aan de regering van Vichy . 
In mei 1941 werd GC III / 6 verplaatst naar de Franse kolonie Syrië . In juni 1941 vielen geallieerde troepen, waaronder enkele vrije Franse eenheden, Syrië en Libanon aan . Op 8 juni 1941 schoot Le Gloan zijn eerste RAF-jager neer (een Hawker-orkaan ). Op 5 juli had hij vijf Hurricanes en een Gloster Gladiator opgeëist . Later werd de uitgeputte GC III / 6 teruggetrokken naar Algiers. 
Tijdens de geallieerde invasie van Noord-Afrika in november 1942 ( Operatie Torch ), verzetten Franse jagersquadrons in Algiers zich, in tegenstelling tot die in Oran of Casablanca, niet tegen de geallieerde landingen. Al snel hadden alle Franse troepen in Noord-Afrika de zijde van de geallieerden gekozen. In mei 1943 werd de eenheid van Le Gloan, toen omgedoopt tot GC 3/6 Roussillon , opnieuw bewapend met nieuwe Bell P-39 Airacobra- jagers. In augustus nam Le Gloan het bevel over de 3e escadrille (vlucht) van het squadron. De primaire taak van de eenheid op dat moment was offshore-patrouilles.
Op 11 september 1943 vloog Le Gloan met een andere piloot op patrouille. Over de zeewering begon de motor van Le Gloan te ontsnappen. Hij keerde terug naar de kust, maar de motor stopte. Hij probeerde een noodlanding op de oever, maar waarschijnlijk vergat hij dat zijn Airacobra nog een onderbuik had die was vastgemaakt (die niet op eerdere Franse jagers werden gebruikt), de brandstof in zijn vliegtuig ontplofte terwijl hij probeerde te landen en hem onmiddellijk vermoordde.
Tijdens zijn gecompliceerde gevechtscarrière schoot Pierre Le Gloan 18 vliegtuigen neer (vier Duits, zeven Italiaanse en zeven Britse), waarmee hij de vierde leidende Franse vliegende aas van de oorlog werd.

Le Gloan.jpg

Geboren 6 januari 1913
Kergrist-Moëlou
Overleden 11 september 1943
Kust nabij Algiers
Begraven Plouguernével, Côtes-d'Armor, Frankrijk
Land/partij Vlag van Frankrijk Frankrijk
Vichy-Frankrijk
Vlag van Vrije Fransen Vrije Fransen
Onderdeel French-roundel.svg Franse luchtmacht
Vichy-luchtmacht
Free French Air Forces Roundel svg.svg Vrije Fransen-luchtmacht
Dienstjaren 1932 - 1943
Rang French Air Force-capitaine.svg Capitaine
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Slag om Frankrijk
Italiaanse invasie van Frankrijk
Syrisch–Libanese Campagne

 


Philippe Leclerc de Hauteclocque

Philippe Leclerc de Hauteclocque (Belloy-Saint-Léonard (Somme), 22 november 1902 - bij Colomb-Béchar (Algerije), 28 november 1947) was een Franse generaal tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Hij werd geboren als Philippe François Marie, Comte de Hauteclocque, maar veranderde zijn naam in 1945 en voegde die samen met zijn Franse verzetsalias Jacques-Philippe Leclerc. Hij staat in Frankrijk algemeen bekend als Maréchal Leclerc.
Hij was de vijfde van zes kinderen van Adrien de Hauteclocque, comte de Hauteclocque (1864-1945) en Marie-Thérèse van der Cruisse de Waziers (1870-1956). Leclerc studeerde in 1924 af aan de École Spéciale Militaire de Saint-Cyr en trad toe tot het Franse leger.
Op 14 mei 1940 werd Leclerc krijgsgevangen gemaakt, maar hij wist te ontsnappen. Op 12 juni raakte hij gewond en werd gevangengenomen. Wederom wist hij te ontkomen. Op 25 juli 1940 stelde Leclerc zich beschikbaar aan de Vrije Fransen van Charles de Gaulle. Van 29 augustus 1940 tot 12 november 1940 was Leclerc gouverneur voor Kameroen. Hij nam deel aan de Slag om Gabon in november 1940. Twee jaar later, in december 1942, trok Leclerc met zijn troepen door de Sahara en sloot zich aan bij de naar Tunis optrekkende Britten.
Gezonden naar Normandië bevrijdden Leclerc en zijn Tweede Pantserdivisie Parijs. Samen met Maurice Kriegel-Valrimont en Henri Rol-Tanguy aanvaardde Leclerc de overgave van Dietrich von Choltitz. Zijn troepen namen verder deel aan de bevrijding van de Elzas, bevrijdden Straatsburg en eindigden in Zuid-Duitsland bij Berchtesgaden.
Na het einde van de oorlog in Europa ontving Leclerc het commando over de Franse Expeditiekorps in het Verre Oosten (Corps Expéditionnaire Français en Extrême-Orient, CEFEO) en vertegenwoordigde hij Frankrijk tijdens de capitulatie van Japan op 2 september 1945.
In oktober 1945 werd Leclerc naar Frans Indo-China gezonden om de blokkade van de Vietminh bij Saigon te doorbreken. Hij werd in zijn werk ondermijnd door Hoge Commissaris admiraal Georges Thierry d’Argenlieu en werd op eigen initiatief vervangen.
Leclerc kwam in 1947 bij een vliegtuigongeluk in de buurt van Colomb-Béchar in Algerije om het leven en werd in 1952 postuum gepromoveerd tot Maarschalk van Frankrijk.
Onderscheidingen
Legioen van Eer
Grootkruis op 8 mei 1945
Grootofficier op 25 december 1944
Commandeur op 25 augustus 1944
Officier op 25 mei 1943
Ridder op 20 december 1935
Compagnon de la Libération - decreet van 6 maart 1941
Médaille militaire
Croix de guerre 1939-1945 met 8 Palmen
Herinneringsmedaille van de Vrijwilligers van het Vrije Frankrijk
Croix de Guerre des TOE met 1 Palm
Verzetsmedaille met Rosette
Koloniale Medaille met gespen "Maroc", "Fezzan", "Koufra", "Tripolitaine", "Tunisie", "Extrême-Orient
Medaille der ontsnapten
Insigne van de Verwonde Militairen
Herinneringsmedaille voor de Vrijwilligers van het Vrije Frankrijk
Herinneringsmedaille aan de Oorlog 1939-1945
Ridder Commandeur in de Orde van het Bad
Orde van Voorname Dienst (DSO) (GB)
Silver Star (USA)
Bronze Star (USA)
Presidential Unit Citation (USA)
Grootofficier in de Kroonorde met Palm
Grootkruis in de Orde van de Eikenkroon
Commander in het Legioen van Verdienste (USA)
Oorlogskruis
Croix de Guerre (Luxemburg)
Commandeurskruis in de Virtuti Militari
Oorlogskruis 1939-1945
Ster der Eerste Klasse in de Militaire Orde van de Witte Leeuw voor de Overwinning op 16 juli 1946
Oorlogskruis (Griekenland), 1e Klasse
Grootofficier in de Orde van de Glorie - Grootlint
Grootkruis in de Orde van Sharifian Alawaidis
Grootkruis in de Koninklijke Orde van Cambodja
Grootkruis in de Orde van de Miljoen Olifanten en de Witte Parasol
Militaire loopbaan
Sous-lieutenant: 9 september 1924
Lieutenant: 26 oktober 1926
Capitaine: 25 december 1934
Commandant: 31 juli 1940
Colonel: 25 november 1940
Tijdelijk Général de brigade: 10 augustus 1941
Général de brigade: 14 april 1942
Général de division: 25 mei 1943
Général de corps d'armée: 25 mei 1945
Général d'armée: 14 juli 1946
Maréchal de France: 23 augustus 1952 (Postuum)

Général Philippe Leclerc


Geboorte naam Philippe François Marie van Hauteclocque
geboorte 22 november 1902
Belloy-Saint-Leonard , Somme
dood 28 november 1947(op 45-jarige leeftijd ) 
Colomb-Béchar , Ain Sefra grondgebied , Frans Algerije
Afkomst Vlag van Frankrijk Frankrijk
Staatswaardigheid Maarschalk van Frankrijk
Jarenlange dienst 1924 - 1947
conflicten Tweede Wereldoorlog
commando 2 th Armored Division
Wapens Slag en eed van Kufra 
Slag om Normandië 
Bevrijding van Parijs 
Bevrijding van Straatsburg .
onderscheidingen Maarschalk van Frankrijk postuum 
Grand Cross van het Legion of Honour 
Companion of the Liberation 
War 
Cross 1939-1945 Oorlogskruis van de Theaters of Foreign Operations 
Distinguished Service Order

 

 

Wapens van de graven van Hauteclocque .

 


Charles Mast

Charles Emmanuel Mast (Parijs, 7 januari 1889 – Clamart, 30 september 1977) was een Franse generaal die deelgenomen had aan de bevrijding van Noord-Afrika in 1942 en was minister-resident van Frankrijk in Tunesië van 1943 tot 1947.
Voor de oorlog
Zoon van Michel-Edmond Mast en Jeanne Gouat en afkomstig uit een familie die oorspronkelijk uit de Elzas kwam. In 1915 trouwde hij met Suzanne de Bigault de Casanove en hij scheidde en hertrouwde op 14 mei 1935 met Marie-Madeleine Leroy. In 1937 werd Mast militair attaché in Tokio.
Begin Tweede Wereldoorlog
Charles Mast was op 1 juni 1940 stafchef van het Tiende Legerkorps en kreeg daarna de rang van général de brigade. Hij werd diezelfde maand gevangengenomen door de Duitsers en gevangengezet in Festung Königstein. Op 20 september 1941, toen hij op een ontsnapping voorbereiden kreeg hij te horen dat hij vrijgelaten werd.
Mast werd benoemd tot bevelhebber van de Algiers Divisie, toen bevelhebber van de Derde Noord-Afrikaanse Divisie. Hij werd ervan verdacht een tegenstander te zijn van het Vichy-regime en werd hierdoor in 1941 gevangengezet. Zijn vriend kolonel Numata, de militaire attaché van Japan in Vichy-Frankrijk, pleitte voor zijn vrijlating en werd daarop vrijgelaten. Na zijn vrijlating uit de gevangenis werd hij in 1942 stafchef van het 19de Korps in Noord-Afrika.
Operatie Toorts
Generaal Charles Mast, die het bevel voerde in het gebied van Algiers was een belangrijke schakel in de materiële voorbereiding van de landing. Hij was een van de eerste en belangrijkste medewerkers van de VS om de operatie voor te bereiden. Hij ontmoette op 23 oktober 1942 tijdens een geheime bijeenkomst in Cherchell aan de kust, niet ver van Algiers in de villa Teyssier, generaal Mark Wayne Clark, adjudant van Eisenhower. Clark kwam in het geheim aan met een onderzeeër en ontmoette daar militaire en civiele vertegenwoordigers van het verzet zoals kolonel Jousse, Charles Mast, en Bernard Karsenty en adjunct Jose Aboulker.
Generaal Mark Wayne Clark, rechterhand van Dwight Eisenhower, beschouwde Charles Mast als woordvoerder van Henri Giraud en het hoofd van de Franse legers in Noord-Afrika.
Henri Giraud werd benaderd door de Amerikaanse gezant Jacques Lemaigre Dubreuil en ging akkoord om deel te nemen aan de operatie. Mast bemiddelde tussen Giraud en De Gaulle, met inbegrip van militaire aangelegenheden. Hij stond bekend als een tegenstander van François Darlan en Alphonse Juin. In 1942 werd Mast bevelhebber van de Casablanca Divisie en in 1943 werd Mast benoemd tot hoofd van de militaire missies in Syrië en Egypte.
Resident-generaal van Frankrijk in Tunesië
Na de inname van Tunis en Bizerte benoemde Henri Giraud op 7 mei 1943 Charles Mast als Resident-generaal van Frankrijk in Tunesië. Mast erkende de Tunesische Communistische Partij. Hij weigerde de terugkeer van de afgezette Bey, Moncef Bey die gunstig was voor nationalisten. Mast wilde ook de controle over Néo-Destour, waarvan de leider Habib Bourguiba werd gearresteerd naar aanleiding van de gebeurtenissen van 9 april 1938 en aan het begin van de Tweede Wereldoorlog na Frankrijk werd gebracht. Na de protesten van Tunesische nationalisten werd Bourguiba uiteindelijk vrijgelaten en keerde terug naar Tunis. Op 22 februari 1947 werd Mast door Jean Mons vervangen als resident-generaal.
Laatste jaren
Charles Mast was in eerste instantie geen voorstander van dekolonisatie. Zijn vriend, generaal Georges Revers raakte betrokken bij intriges bij zijn benoeming tot Hoge Commissaris voor Frans Indo-China in plaats van Léon Pignon. De regering maakte een einde aan hun plannen, omdat zij betrokken waren bij de Piastres-affaire.
Op 20 februari 1947 werd Mast bevorderd to général de division met de rang van commandant d'armée en in naam général d'armée. Na terugkeer in Frankrijk werd Mast benoemd in de Conseil Supérieur de la Guerre. Hij werd tevens directeur van het Institut des hautes études de défense nationale (IHEDN). In 1947 werd Mast door de Franse Staat onderscheiden met de benoeming tot Grootofficier in het Legioen van Eer. In 1950 trok Mast zich terug uit het leger.
Onderscheidingen
Croix de Guerre 1914-1918 met Ster
Croix de Guerre 1939-1945 met Palm
Koloniale Medaille met gespen "MAROC", 
Commander in het Legioen van Verdienste
Orde van de Feniks, 5e Klasse
Ridder in de Orde van de Dannebrog
Grootkruis in de Orde van de Draak van Annam
Medaille voor Vrede in Marokko (Medalia Paz de Marruecos)
Eervolle Vermelding, 2x
Intergeallieerde Medaille 1914-1918
Herinneringsmedaille aan de Oorlog 1914-1918
Verzetsmedaille
Soldatenkruis
Insigne van de Verwonde Militairen

Generaal Mast met zijn vrouw

Generaal Mast met zijn vrouw
Geboren 7 januari 1889
Parijs
Overleden 30 september 1977
Clamart
Land/partij Vlag van Frankrijk Frankrijk
Onderdeel Franse landmacht
Dienstjaren - 1950
Rang Army-FRA-OF-07.svg Général de division
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog
Slag om Frankrijk
Operatie Torch
Operatie Flagpole

 


Pierre Messmer

Pierre Joseph Auguste Messmer (Vincennes (Val-de-Marne), 20 maart 1916 – Parijs, 29 augustus 2007) was een Franse militair uit de Tweede Wereldoorlog, koloniaal bestuurder en gaullistisch politicus. Van 1972 tot 1974 was hij premier van Frankrijk.

Levensloop
Messmer kwam uit een uit de Elzas afkomstige familie. Zijn vader was de industrieel Joseph Messmer. Eind jaren dertig volgde hij een koloniale bestuursopleiding en een opleiding in oosterse talen en behaalde de graad van doctor in de rechten in 1939.
Na de inval van de Duitsers in 1940 werd hij lid van het verzet maar week al spoedig uit naar het buitenland waar hij zich bij de Vrije Franse Strijdkrachten van generaal Charles de Gaulle voegde. Als officier in diens leger nam hij deel aan gevechten in Noord-Afrika alsook aan de landing in Normandië in juni 1944, de bevrijding van Parijs in augustus van datzelfde jaar en aan diverse andere gevechtshandelingen in Frankrijk.
Na de oorlog was hij van 1946 tot 1959 in de Franse koloniën werkzaam. Eerst in Vietnam, later in allerlei Frans-Afrikaanse landen, waar hij als gouverneur of anderszins was betrokken bij het dekolonisatieproces wat zich destijds afwikkelde.
Van 1960 tot 1969 was hij onder het presidentschap van Charles de Gaulle minister van Defensie, in welke hoedanigheid hij verantwoordelijk was voor de door president De Gaulle gewenste ontwikkeling van Frankrijk als zelfstandige kernmacht, de Force de frappe geheten, in samenhang met het verlaten door Frankrijk van de militaire afdeling van de NAVO. Toen De Gaulle aftrad, hield ook Messmer het voor gezien. Een paar jaar later kwam hij onder diens opvolger, president Georges Pompidou, terug. Van 1971 tot 1972 als minister van Staat belast met overzeese zaken, en van 6 juni 1972 tot 27 mei 1974 als premier. Tijdens zijn premierschap kreeg hij te maken met de oliecrisis van 1973, de eerste van de jaren zeventig, wat hem deed besluiten fors te investeren in kernenergie. Vanwege de ziekte van Pompidou (deze leed aan kanker) kwam veel van diens presidentieel werk op Messmer neer. Toen Pompidou begin april 1974 onverwacht kwam te overlijden, moest Messmer de maand daarop het veld ruimen voor Jacques Chirac, de nieuwe premier van de nieuw verkozen president Valéry Giscard d'Estaing.

Messmer bekleedde ook diverse andere politieke functies. Zo zat hij van 1968 tot 1988 in de Assemblée Nationale (van 1986 tot 1988 was hij ook fractievoorzitter van de gaullisten), was hij van 1971 tot 1989 burgemeester van Sarrebourg en van 1978 tot 1979 voorzitter van de regionale raad van Lotharingen. Ook was hij op Europees niveau actief, van 1979 tot 1984 zetelde hij in het Europees Parlement.

Tegen het einde en na afloop van zijn politieke loopbaan grossierde hij in (bijzondere) lidmaatschappen van allerlei prestigieuze cultureel-wetenschappelijke instellingen, zoals die van de Académie des sciences morales et politiques (vanaf 1988) en die van de befaamde Académie française (vanaf 1999).

Ook heeft Pierre Mesmer een aantal boeken van politiek-militaire aard geschreven en diverse onderscheidingen gekregen. Hij overleed op 91-jarige leeftijd.

Onderscheidingen
Grootkruis in het Legioen van Eer op 5 juli 1993
Lid in de Orde van de Bevrijding op 23 juni 1941
Koloniale Medaille met gespen "BIR-HAKEIM", "LIBYE", "Extrême-Orient", "Érythrée", "AFRIQUE FRANÇAISE LIBRE", "Tunisie 42-43
Croix de guerre 1939-1945 met 6 Palmen
Verzetsmedaille
Medaille der ontsnapten
Soldatenkruis
Herinneringsmedaille aan de Oorlog 1939-1945
Officer in het Legioen van Verdienste
Commandeur in de Orde van de Glorie
Commandeur in de Koninklijke Orde van Cambodja
Grootkruis in de Orde van Sint-Olaf in 1962
Grootofficier in de Nationale Orde van Dahomey

Pierre Messmer

Pierre Messmer
Volledige naam Pierre Joseph Auguste Messmer
Geboren 20 maart 1916
Geboorteplaats Vincennes, Val-de-Marne
Overleden 29 augustus 2007
Overlijdensplaats Parijs
Land Frankrijk
Partij UNR, UDR, RPR
Functies
6 juli 1972 –
27 mei 1974 Premier van Frankrijk
Portaal Portaalicoon Politiek
Pierre Messmer
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Begraven Saint-Gildas-de-Rhuys, Morbihan
Land/partij Vlag van Frankrijk Frankrijk
Flag of Free France (1940-1944).svg Vrije Fransen
Onderdeel Krijgsmacht van Frankrijk
Frans Vreemdelingenlegioen
Dienstjaren 1937 - 1945
Rang Army-FRA-OR-09a.svg Commandant
Eenheid 12e Régiment de tirailleurs sénégalais
13ème Demi Brigade
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Slag om Frankrijk
Oostelijk Afrikaanse Campagne (WO II)
Westelijke Woestijn Campagne
Tunesië Campagne
Syrische– Libanese Campagne
Slag om Bir Hakeim
Tweede slag om El Alamein
Operatie Overlord
Bevrijding van Parijs

 


Henri Navarre

Henri Eugène Navarre (31 juli 1898, Villefranche-de-Rouergue , Aveyron - 26 september 1983, Parijs ) was een generaal van het Franse leger . Hij vocht tijdens de Eerste Wereldoorlog , de Tweede Wereldoorlog en was de zevende en laatste commandant van het Franse Expeditie Korps Far East tijdens de Eerste Indochina Oorlog . Navarra had een algemeen bevel tijdens de beslissende Franse nederlaag tijdens de Slag om Điện Biên Phủ .
Navarra betrad de ' École spéciale militaire de Saint-Cyr in 1916 en werd in mei 1917 naar het front gestuurd met een cavalerie-eenheid, 2e regiment de hussards . Op 15 augustus 1917 kreeg hij het bevel over een peloton. Hij kreeg een veldpromotie aan luitenant 21 april 1918. Hij kreeg de Croix de Guerre met bronzen ster voor zijn voorbeeldige dienst tussen 28 september 1918 en 4 oktober 1918. In maart 1919 werd hij overgebracht naar Syrië, vervolgens in 1922 naar Duitsland met de bezettingsmacht. In 1927 werd hij gestuurd naar École supérieure de guerre , het War College. Hij nam deel aan de pacificatie van de Atlas en het zuiden van Marokko van 1930 tot 1934. Van 1934 tot 1936 was hij een kapitein in het 11e regiment de cuirassiers. Van 1938 tot 1940 werd hij ingedeeld bij het Duitse gedeelte van de inlichtingendienst van de generale staf. Terwijl hij daar was, diende hij een voorstelcode in met de naam "Desperado", waarin hij een plan voorlegde om Hitler te vermoorden. Het project kreeg weinig steun van zijn overste, kolonel Louis Rivet , en werd uiteindelijk afgewezen door premier Édouard Daladier . 
Na de wapenstilstand van 22 juni 1940 werd Navarre benoemd tot hoofd van het bureau voor inlichtingen en contraspionage van generaal Maxime Weygand in Algiers. Toen hij in 1942 werd teruggeroepen voor zijn anti-Duitse activiteiten, ging hij ondergronds en trad toe tot het verzet als hoofd van de ORA . Hij beval een gepantserd regiment van het 1e leger in de bevrijding van Frankrijk .
Hij werd gepromoveerd tot brigadegeneraal in 1945 en gepost naar Duitsland, waar hij verschillende functies bekleedde, waaronder die van commandant van 5e divisie blindée (5e pantserdivisie) en stafchef van maarschalk Alphonse Juin . Hij bleef tot mei 1953 in Duitsland, met uitzondering van een korte opdracht als divisiecommandant in Algerije van 1948 tot 1949.
Navarre werd in 1952 benoemd tot Generaal de Corpus d'Armée , equivalent van luitenant-generaal.
In mei 1953 verving Navarre Raoul Salan als commandant van de Franse strijdkrachten in Indochina, te midden van een oorlog met de Viet Minh die slecht verliep. De Franse regering wilde de situatie stabiliseren zodat ze met vredesonderhandelingen tegen gunstige voorwaarden konden beginnen: militaire overwinning was niet langer een doelstelling. 
De instructies van Navarra waren om de veiligheid van de troepen die onder zijn bevel stonden te verzekeren. In plaats daarvan ondernam hij operatie Castor op 20 november 1953. Vijf Franse bataljons parachuteerden in Điện Biên Phủ in de Mường Thanh-vallei , een 20 km lang, 6 km breed bassin omringd door heuvels. Navarre hoopte de Viet Minh in een gevecht te gooien waar hij hoopte ze te verslaan. 
Autoriteiten in Frankrijk hebben de werking pas zes uur na het begin van de operatie vernomen.
Het ging bijna meteen mis. De Franse positie kwam onder zware, onverwachte artillerievuur uit de omliggende heuvels. Troepen waren niet in staat om missies buiten de vallei uit te voeren, wat acties beperkt tot patrouilles en lokale tegenaanvallen. Het werd steeds moeilijker om leveringen door de lucht binnen te halen of om luchtsteun te bieden.
Nadat de inlichtingenrapporten op 3 december 1953 vier vijandelijke divisies lieten zien die op Điện Biên Phủ afsloten, gaf Navarre instructies om de strijd te accepteren en callingiện Biên Phủ op te roepen om ten koste van alles vast te houden.Tegen januari 1954 begon hij plannen voor terugtrekking te verkennen. Hij besefte al snel dat elke uitbraakpoging zelfmoord zou zijn. Er is nooit een belangrijke pogingen tot uitbreken geweest.
Navolging van de situatie, startte Navarra op 12 december 1953 een tweede offensiefoperatie, waarbij bijna twee keer zoveel troepen werden ingezet voor Operatie Atlante in het zuiden van Centraal-Vietnam, op meer dan 400 mijl van Điện Biên Phủ. Navarra zag Operatie Atlante als zijn belangrijkste inspanning; hij geloofde niet dat Điện Biên Phủ een beslissende operatie zou zijn. Hij speculeerde zelfs dat het verlies van Điện Biên Phủ Dien strategisch acceptabel was. 
Navarra zag geen rekening met het verwoestende effect dat het verlies zou hebben op het moreel van het leger en het daaruit voortvloeiende verlies van politieke steun voor de oorlog thuis.
Op 13 maart 1954 was de aanval op Điện Biên Phủ begonnen. Het Franse garnizoen genummerd ongeveer 13.000; de Viet Minh verzamelde meer dan 50.000 mannen. 
Na enig aanvankelijk succes kwam Operation Atlante snel vast in een reeks Viet Minh-hinderlagen op Franse konvooien. De Fransen beëindigden uiteindelijk Operatie Atlante zonder tastbare winst, terwijl Điện Biên Phủ op 7 mei 1954 werd verloren na een belegering van 54 dagen.
Vredesbesprekingen begonnen de volgende ochtend in Genève. Elk onderhandelingsvoordeel dat de Franse regering had verwacht, was verloren gegaan door de misrekeningen van Navarra. De Eerste Indochina Oorlog was voorbij.
Verantwoordelijk voor het verlies, werd Navarra op 3 juni 1954 vervangen door generaal Paul-Henri-Romuald Ely. Hij bleef in het leger en ging in 1956 met pensioen. In hetzelfde jaar publiceerde hij Agonie de l'Indochine , een werk dat de Indochina-nederlaag beschuldigde van de aard van het Franse politieke systeem, intellectuelen, politici, journalisten en communisten. Het boek waarschuwde voor de mogelijke noodzaak van een legercoupagne om de Franse Vierde Republiek te vervangen . Hij stierf in 1983 in Parijs.
Decoraties
Commandant van de Légion d'honneur
Croix de guerre 1914-1918
Croix de guerre 1939-1945
Médaille de la Résistance met rozet
Distinguished Service Cross (VS)
Hij ontving 1500 citaten tijdens zijn carrière.

Afbeeldingsresultaat voor Henri Navarre

 

Geboren 31 juli 1898
Villefranche-de-Rouergue, Frankrijk
Overleden 26 september 1983
Parijs, Frankrijk
Land/partij Vlag van Frankrijk Frankrijk
Onderdeel Franse landmacht
Dienstjaren 1917 - 1956
Rang Army-FRA-OF-08.svg Général de corps d'armée
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog
Eerste Indochinese Oorlog

 


Gaston Palewski

Gaston Palewski (Parijs, 20 maart 1901 – Le Val-Saint-Germain, 3 september 1984) was een Frans militair en politicus. De zoon van een industrieel van Poolse afkomst werd opgeleid aan de Sorbonne, de elitaire Ecole des Sciences Politiques en in Oxford. Hij sprak dan ook voortreffelijk Engels.
Hij was adjudant van maarschalk Hubert Lyautey, de gouverneur van Marokko, secretaris van premier Paul Reynaud en na 1934 een kennis en medestander van Charles de Gaulle.
Na in mei 1940 gevochten te hebben ging hij in augustus naar Londen om zich daar bij de Vrije Fransen aan te sluiten. De anglofiele Palewski werd een onmisbare bemiddelaar tussen de Fransen en de Britten. Na in Afrika gevochten te hebben werd hij De Gaulle's "Directeur du Cabinet" of stafchef. Palewski was onvoorwaardelijk trouw aan De Gaulle en werd zijn "homme de confiance" genoemd. In Parijs begon hij zijn affaire met de Engelse schrijfster Nancy Mitford die hem als de "Duc de Sauveterre" portretteerde in haar romans.
Na de oorlog werd Palewski politicus, hij richtte met De Gaulle de Rassemblement du Peuple Français op en werd parlementslid. Om aan een woedende bedrogen echtgenote te ontsnappen, het gevolg van een van zijn talloze affaires, deed hij in 1957 een beroep op de teruggetrokken levende De Gaulle die ervoor zorgde dat hij ambassadeur in Rome werd. Tot haar teleurstelling liet hij Nancy Mitford die hem naar Parijs gevolgd was achter.
In 1962 werd Palewski minister voor atoomenergie, wetenschappelijk onderzoek en ruimtevaart, een dekmantel voor de ontwikkeling van het Franse kernwapen.Hij was door zijn privéleven omstreden maar zijn onvoorwaardelijke trouw aan De Gaulle hield hem in machtige posities. Hij beëindigde zijn loopbaan als Voorzitter van het Constitutionele Hof (1965-1974).
Hij had altijd geweigerd om met Nancy Mitford, wier liefde nooit werkelijk werd beantwoord, te trouwen omdat zij "niet katholiek en gescheiden" was. Zij moest op een dag in de krant lezen dat hij zich had verloofd met Helen-Violette de Talleyrand-Périgord (1915-2003), Hertogin van Sagan, dochter van de zevende Hertog van Talleyrand. Ook Helen was protestant en gescheiden, zij was tijdens haar huwelijk met Comte James de Pourtalès al de moeder van een van Palewski's kinderen geworden.
De schatrijke erfgename van Anna Gould en Jay Gould vestigde zich na het huwelijk op 20 maart 1969 met haar tweede echtgenoot op het Château de Marais.
In 1966 was Palewski een van de oprichters van het elitaire "Comité Français pour la Sauvegarde de Venise". Hij was betrokken bij de restauratie van de Ala Napoleonica aan de Piazza San Marco in Venetië.
Palewski stierf op 83-jarige leeftijd, mogelijk aan de gevolgen van Berylliose, veroorzaakt door blootstelling aan Berylliumoxide dat deel uitmaakt van kernwapens. Hij werd in Parijs begraven op het cimetière de Passy.
Onderscheidingen
Palewski kwam door zijn staat van dienst in oorlog- en vredestijd in aanmerkingen voor een aantal van de hoogste Franse onderscheidingen. Hij was:
Grootkruis in het Legioen van Eer
Compagnon de la Libération op 17 januari 1946
Drager van
Het Croix de Guerre 1939-1945
De Koloniale Medaille met gesp 
Het Kruis voor Vrijwillige Strijders 39/45
Het Grootkruis in de Orde van Verdienste van de Republiek Italië op 16 juni 1959
Oorlogskruis 1940-1945
Grootkruis in de Kroonorde
Grootkruis in de Orde van de Ster van Ethiopië
Sherifien Orde van Militaire Verdienste
Palewski was Lid van het Institut, en wel van de Académie des sciences morales et politiques en de begaafde schilder was ook lid van de Académie des Beaux-Arts en hoofdredacteur van het Revue des deux Mondes.
Publicaties
Zijn boeken hebben weinig succes gekend. Hij publiceerde memoires en herinneringen.
L'Europe dans ses rapports avec l'ONU et les autres organismes internationaux, Nancy 1952
L'Atome, notre destin, Paris 1955
Hier et aujourd'hui: 1974, Paris 1975
Mémoires d’action, 1924-1974, Paris 1988

Gaston Palewski, 1964.

Gaston Palewski, 1964.
Geboren 20 maart 1901
Geboorteplaats Parijs
Overleden 3 september 1984
Overlijdensplaats Le Val-Saint-Germain
Land Frankrijk
Functies
14 april 1962 -
23 februari 1965 Minister van staat
1965 - 1974 Grondwettelijke Raad
1957 - 1962 Ambassadeur van Frankrijk in Italië
1951 - 1955 Rassemblement du Peuple Français

 


Antoine de Saint-Exupéry

Antoine Marie Jean-Baptiste Roger de Saint-Exupéry (Saint-Maurice-de-Rémens, 29 juni 1900 - bij Marseille, 31 juli 1944) was een Franse beroepspiloot en schrijver die in 1944 om het leven kwam bij een militaire actie boven de Middellandse Zee.
Wereldberoemd werd hij met het boekje Le Petit Prince (De Kleine Prins), waarvan 80 miljoen exemplaren in vele talen verspreid werden.
Levensloop
Saint-Exupéry werd geboren als zoon van burggraaf Jean de Saint-Exupéry en van barones Marie Boyer de Fonscolombe. Hij kende een gelukkig begin van zijn jeugd tussen vijf broers en zussen. In 1904 stierf zijn vader plotseling door een herseninfarct. Hierdoor moest moeder Marie haar kinderen Marie-Madeleine (Biche), Simone (Monot), Antoine (Tonio), François en Gabrielle (Didi) alleen opvoeden. De kinderen speelden veel samen, voerden theaterstukjes op en maakten muziek (viool en piano). Tot zijn tiende jaar bracht Antoine zijn jeugd afwisselend door in het kasteel 'de la Môle' in de Var, eigendom van zijn grootmoeder aan moederskant en het kasteel van Saint-Maurice-de-Rémens (Ain), eigendom van één van zijn tantes. In 1909 vertrok de familie naar Mans, de regio waar zijn vader oorspronkelijk vandaan kwam. In 1931 trouwde Antoine met Consuelo Suncin Sandoval (San Salvador 1901). Hun huwelijk bleef kinderloos. Consuelo stierf in 1979 te Parijs.
Vooral door zijn laatste 'daad' bleef zijn naam voortleven: op 31 juli 1944 keerde hij niet terug na een vlucht met een Lockheed Lightning P38J, waarmee hij vanaf Corsica verkenningen had uitgevoerd boven het Rhônedal, een onderdeel van de geallieerde voorbereidingen voor de invasie in Zuid-Frankrijk. Lang bleef zijn verdwijning een mysterie, omdat zijn lichaam noch zijn vliegtuig werden teruggevonden. Daardoor speculeerde men over een mogelijke wanhoopsdaad van de piloot. Op 7 april 2004 vond men voor de kust van Marseille op 60 meter diepte de wrakstukken van zijn toestel, waarmee officieel is komen vast te staan dat hij daar is neergestort en omgekomen.
In maart 2008 werd bekendgemaakt dat Horst Rippert (1920), de broer van zanger Iwan Rebroff, in 1944 Saint-Exupéry met diens toestel had neergehaald. Rippert bewonderde de schrijver en betreurde achteraf zijn daad.De beweringen van Rippert worden niet gestaafd door archiefmateriaal [5] en vormden wellicht onderdeel van een publiciteitscampagne voor een boek over de affaire.
Visie als auteur
Als schrijver verwoordde hij zijn opvattingen over de natuur, de mens en de menselijke waardigheid. De Kleine Prins, dat hij schreef in 1943, was bedoeld voor kinderen, maar heeft tot op heden ook talloze volwassenen weten te boeien. Blijkens de inleiding verwonderde hij zich over het gebrek aan kinderlijke fantasie van 'grote mensen' en wat indruk op hen maakt: de buitenkant van mensen en dingen, tijdwinst, grote aantallen, in plaats van het wezenlijke wat een kind van nature zou herkennen. Ergens stelt hij dat "Des gens importants aiment des chiffres".
De verteller, ook vlieger, ontmoet na een noodlanding in de Sahara een jongetje, de kleine prins. Het boekje bestaat uit allerlei fantasierijke verhaaltjes over de belevenissen van het wijze prinsje op andere planeten, inclusief de aarde, met hun bewoners, observaties van de schrijver over de grotemensenwereld en kleine belevenissen en dialogen in de woestijn. Een voorbeeld van het laatste, een gesprekje nadat ze hun dorst hebben gelest uit een vreemde dorpsput midden in de woestenij:
Bij jou kweken de mensen vijfduizend rozen in één tuin, zei het prinsje en ze vinden daarin niet wat ze zoeken.
Nee, dat vinden ze niet, antwoordde ik.
En toch zouden ze kunnen vinden wat ze zoeken in één enkele roos of in een beetje water.
Ja, dat is zo, antwoordde ik.
En het prinsje voegde eraan toe:
Maar ogen zijn blind. Met het hart moet men zoeken.
De Kleine Prins, uitg. Ad. Donker, 21e druk 1991, blz. 79
De schrijver droeg het boekje op aan zijn beste vriend Léon Werth - toen hij nog een jongetje was.
Naar de piloot is onder meer de luchthaven Lyon-Saint Exupéry bij de Franse stad Lyon genoemd, en de planetoïde (2578) Saint-Exupéry.
Werken (selectie)
Courrier sud, roman - folio nr 80 (1929)
Vol de nuit (1931) Nederlandse vertaling: Nachtvlucht. Vertaald en ingeleid door A. Viruly Uitgeverij Andries Blitz 1932.
Terre des hommes (1939)
Le Petit Prince (1943) Nederlandse vertaling: De kleine prins. Vertaald door Laetitia de Beaufort-Van Hamel. Uitgeverij Ad Donker 2005.
Pilote de guerre, folio nr 824 (1942) Nederlandse vertaling: Oorlogsvlieger. Vertaald door Nele Ysebaert. Uitgeverij Van Oorschot 2016.
Lettre à un otage, essay
Citadelle, essay - folio nr 108
Lettres de jeunesse
Carnets, folio nr 3157
Lettres à sa mère, folio nr 2927
Écrits de guerre 1939-1944, folio nr 2573
Literatuur
Paul Webster: Antoine de Saint-Exupéry - Biografie van de schrijver van De kleine prins, Ned. vertaling, uitgeverij Ad. Donker, 2000, ISBN 90-6100-483-7
Paul Webster: Consuelo, de roos en De kleine prins - De biografie van Consueleo de Saint-Exupéry, Ned. vertaling, uitgeverij Ad. Donker, 2001, ISBN 90-6100-513-2
Consuelo de Saint-Exupéry: Memoires van de roos - Portret van een onmogelijk huwelijk, Ned. vertaling, uitgeverij Forum, 2001, ISBN 90-225-2941-X
Onderscheidingen
Legioen van Eer
Officier op 29 januari 1939
Ridder op 7 april 1930
Croix de guerre 1939–1945

11exupery-inline1-500.jpg

Saint-Exupéry in Toulouse, Frankrijk, 1933
Geboren Antoine Marie Jean-Baptiste Roger 29 juni 1900 Lyon , Frankrijk

Ging dood vermoedelijk 31 juli 1944 (44 jaar oud) (misschien offshore, ten zuiden van Marseille , Frankrijk)
Bezetting Vlieger , schrijver
Nationaliteit Frans
Onderwijs Villa St. Jean International School
Periode 1929-44 
1944-2008 (postuum)
Genre Autobiografie, belles-lettres , essays, kinderliteratuur
Opmerkelijke prijzen 
Légion d'honneur (1930,1939) 
prix Femina (1929) 
Grand Prix du roman de l'Académie française (1939) 
US National Book Award (1940) 
Croix de guerre (1940) 

Prix ​​des Ambassadeurs (postuum) 
Croix de guerre avec palme (1944) (postuum)
Echtgenoot Consuelo Suncín de Sandova (1931 - zijn dood)

 


Raoul Salan

Raoul Salan (Roquecourbe, Frankrijk, 10 juni 1899 – Parijs, 3 juli 1984) was een Franse generaal.
Biografie
Tijdens de Eerste Wereldoorlog nam hij deel aan de strijd tegen de Duitsers in de omgeving van Verdun. Nadat hij was gepromoveerd tot luitenant raakte hij eind 1921 bij gevechten zwaargewond en nog in het ziekenhuis werd hij benoemd tot Ridder in het Franse Legioen van Eer.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde hij vanaf het voorjaar van 1940 met zijn troepen weerstand te bieden tegen het oprukkende Duitse leger en in augustus van dat jaar werd hij gepromoveerd tot Officier in het Legioen van Eer. In juni 1941 promoveerde hij tot luitenant-kolonel, en in juni 1943 tot kolonel.
Na de Tweede Wereldoorlog was hij bijna 10 jaar actief in Frans Indochina, tijdens de Eerste Indochinese Oorlog. Hij werd opperbevelhebber, maar werd in mei 1953 vervangen door Henri Navarre.
Na een kort verblijf in Parijs werd hij eind 1956, ruim twee jaar na het begin van de oorlog in Algerije, als militair bevelhebber uitgezonden naar Algiers. Op 16 januari 1957 werd in Algiers een aanslag op hem gepleegd door Franse inwoners van Algiers, die hem graag zagen vervangen door René Cogny, in wie zij meer vertrouwen hadden.
Staatsgreep

In 1958 steunde Salan Charles de Gaulle bij diens terugkeer als president. Veel burgers en militairen zagen in De Gaulle de man die de belangen van de Fransen en pro-Franse moslims in Algerije wilde en zou beschermen. Salan deelde die hoop, en uitlatingen van De Gaulle - "Je vous ai compris!" (Ik heb u begrepen) - leken daar ook aanleiding toe te geven. De Gaulle besloot echter dat Algerije via onderhandelingen zelfbeschikkingsrecht moest worden gegeven. Na deze koerswijziging van De Gaulle voelde Salan zich door De Gaulle verraden en in april 1961 deed hij met andere generaals en hoge militairen een poging tot staatsgreep die echter mislukte. Op 20 april 1962 werd hij gearresteerd. Salan werd op 23 mei tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld, maar op 15 juni 1968 kreeg hij amnestie. Op grond van een wet van november 1982 werd hij gerehabiliteerd.
Na zijn vrijlating publiceerde Salan diverse boeken. Hij overleed op 85-jarige leeftijd.
Onderscheidingen
Legioen van Eer
Grootkruis op 28 augustus 1952
Grootofficier op 27 oktober 1948
Commandeur op 10 februari 1945
Officier op 21 augustus 1940
ridder op 5 april 1922
Médaille militaire op 12 juli 1958
Croix de guerre 1914–1918
Croix de guerre 1939–1945
Croix de Guerre des Théâtres d'Opérations Extérieurs
Kruis voor Militaire Heldhaftigheid
Overwinningsmedaille
Herinneringsmedaille aan de Oorlog 1914-1918
Luchtvaartmedaille
Distinguished Service Cross
Ridder Commandeur in de Orde van het Britse Rijk

Raoul Salan (1961)

Raoul Salan (1961)
Geboren 10 juni 1899
Roquecourbe, Frankrijk
Overleden 3 juli 1984
Parijs
Land/partij Vlag van Frankrijk Frankrijk
Onderdeel Franse landmacht
Oas logo public.svg Organisation de l'Armée Secrète
Dienstjaren 1917 – 1959
Rang Army-FRA-OF-09.svg Général d'Armée
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog
Eerste Indochinese Oorlog
Algerijnse Oorlog
Generaals coupe (1961)

 


Maxime Weygand

Maxime Weygand (Brussel, 21 januari 1867 – Parijs, 28 januari 1965) was een Franse generaal van Belgische geboorte die een belangrijke rol speelde tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.
Weygand was opperbevelhebber van het Franse leger tijdens de Slag om Frankrijk in 1940 en speelde daarna een rol in het Vichyregime.
Mysterieuze geboorte
Weygand werd op 21 januari 1867 geboren in Brussel. Wie zijn ouders zijn, is niet bekend. Zijn geboorteakte vermeldt "onbekende ouders". Dat heeft geleid tot allerlei speculaties dat hij het kind uit een verborgen relatie van zeer vooraanstaande personen was.
De bekendste theorie is dat zijn moeder keizerin Charlotte van Mexico was, die een relatie zou hebben gehad met generaal Alfred Van der Smissen. Charlotte kon inderdaad goed opschieten met Van der Smissen, toen ze beiden in Mexico waren, maar ze was op het moment van Weygands geboorte niet in België.
Ook is beweerd dat Charlottes broer koning Leopold II van België en een Poolse minnares de ouders zouden zijn. Generaal Van der Smissen leek sterk op Weygand en hij gold daardoor lang als meest plausibele vader. De Franse journalist Dominique Paoli beweerde in 2003 na onderzoek te hebben gevonden dat hij wel degelijk de zoon was van generaal Alfred Van der Smissen, bovendien dat zijn moeder Mélanie Zuchy-Metternich was. Hij beweerde ook dat hij in 1865 was geboren in plaats van in 1867.
Weygand verklaarde zijn ouders niet te kennen. Als klein kind werd hij naar Marseille gestuurd waar hij werd opgevoed door weduwe Virginie Saget. Eerst dacht hij dat Virginie zijn moeder was. Op zesjarige leeftijd werd hij, nog steeds in Marseille, ondergebracht in het gezin van de joodse zakenman David Cohen de Léon, een goede vriend van koning Leopold II. Weygand heeft zelf nooit iets verteld over dit pleeggezin. Als Cohen de Léon zijn echte vader was, heeft hij dat mogelijk verzwegen om zijn joodse afkomst te verbergen. Hij werd overigens katholiek opgevoed.
Op zijn 21ste werd hij door Francois-Joseph Weygand, een uit de Elzas afkomstige bediende van zijn pleegvader, erkend als zijn natuurlijke zoon. Als gevolg daarvan kreeg hij de Franse nationaliteit. Maxime Weygand zou nooit verdere contacten onderhouden met de man die formeel zijn vader was.
Begin militaire carrière
Toen Weygand nog de Belgische nationaliteit had, trad hij als buitenlandse cadet toe tot de École Spéciale Militaire de Saint-Cyr onder de naam "Maxime de Nimal". In 1887 studeerde hij met succes af. Daarna werd hij bij een cavalerie-eenheid gevoegd.
Tijdens de Dreyfusaffaire nam kapitein Weygand in 1898 deel aan een intekening ten gunste van de weduwe van luitenant-kolonel Hubert Henry, die zelfmoord had gepleegd nadat ontdekt was dat hij valse bewijsstukken tegen Dreyfus had vervaardigd. De actie was georganiseerd door de antisemitische krant La Libre Parole. Voor zijn deelname aan de intekening "die een politiek karakter had kunnen hebben" kreeg Weygand vier dagen arrest, de enige straf die hij ooit heeft opgelopen.
Eerste Wereldoorlog
Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog in 1914 was Weygand gestationeerd bij de huzareneenheid en op 28 augustus 1914 werd hij luitenant-kolonel in de staf van generaal Ferdinand Foch. In 1916 werd hij gepromoveerd tot brigadegeneraal en in 1918 tot divisiegeneraal. Sedert 1917 diende hij in de Opperste Oorlogsraad. Hij bleef bij de staf van Foch toen hij in de lente van 1918 benoemd werd tot opperbevelhebber van de Geallieerden. In dezelfde lente van 1918 was hij tevens Fochs rechterhand bij de Tweede Slag bij de Marne (waarna Foch werd gepromoveerd tot maarschalk van Frankrijk).
In november 1918 was Weygand betrokken bij de wapenstilstandsonderhandelingen. Hij las de voorwaarden aan de Duitsers voor in Compiègne.
Interbellum
Tijdens de Pools-Russische Oorlog werd Weygand in 1920 naar Polen gezonden als hoofd van de Franse militaire missie. In deze missie zaten ook de Franse diplomaat Jean Jules Jusserand en de Britse diplomaat Lord Edgar Vincent D'Abernon. Hij adviseerde daar Józef Piłsudski.
Weygand in Frankrijk en het Midden-Oosten
In 1923 werd Weygand bevelhebber van de Franse troepen in Libanon en Syrië. Een jaar later, in 1924, werd hij benoemd tot hoge commissaris van Syrië. Dit was hij slechts één jaar, tot 1925.
Hij keerde terug naar Frankrijk en werd de directeur van het Centrum voor Hogere Militaire Studies, een positie die hij vijf jaar lang vervulde. In 1931 werd hij benoemd tot chef-staf van het Franse Leger, vicevoorzitter van de Hogere Oorlogsraad en inspecteur-genraal van het leger. Hij behield deze posities, behalve die van inspecteur-generaal van het leger, tot hij in 1935 op 68-jarige leeftijd met pensioen ging.
In 1931 werd Weygand gekozen als lid van de Académie française (zetel 35) als opvolger van maarschalk Joffre.
Het begin van de Tweede Wereldoorlog
In augustus 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, riep premier Édouard Daladier hem weer op voor actieve dienst en benoemde hem tot legerbevelhebber voor het gebied van de Oriënt.
Opperbevelhebber
Op 17 mei 1940 werd Weygand uit Syrië teruggeroepen om generaal Maurice Gamelin te vervangen als opperbevelhebber. Dat gebeurde vlak nadat duidelijk werd dat de Duitse pantsertroepen diep in Frankrijk waren doorgedrongen en een splitsing van de geallieerde legers onvermijdelijk leek. Hoewel vijf jaar ouder dan Gamelin werd hij als veel kordater en dynamischer beschouwd. Weygand keerde op 19 mei in Parijs terug. Hij nam meteen het bevel over maar verloor tijd door diverse protocollaire bezoeken en raadplegingen.
Op 21 mei vloog Weygand naar België voor overleg met de bevelhebbers van de geallieerde legers die in België en Noord-Frankrijk. In Ieper had hij een conferentie met de Belgische koning (en opperbevelhebber) Leopold III en met generaal Gaston Billotte, de bevelhebber van de Franse legers in dat gebied, dat sinds de dag daarvoor van de rest van Frankrijk afgesloten was doordat de Duitse legers bij Abbeville de Kanaalkust hadden bereikt. Hij probeerde afspraken te maken voor een geallieerd tegenoffensief, maar daar kwam niets van terecht doordat de Britse bevelhebber Lord Gort pas arriveerde toen Weygand al vertrokken was, terwijl Billotte diezelfde nacht op de terugweg een auto-ongeluk had, waaraan hij zou overlijden. Daardoor zou de geallieerde actie in het noorden vrij ongecoördineerd verlopen, met de capitulatie van het Belgisch leger en de inscheping in Duinkerke tot gevolg.
Pas op 23 mei kwam Weygand met concrete legerorders. Hij gaf bevel een verdedigingslinie te vormen ten zuiden van de rivieren de Somme en Aisne, van Abbeville naar Montmédy. Bovendien eiste hij voorbereidingen om de Duitse aanval het hoofd te bieden. Zevenendertig divisies werden naar deze inderhaast gemaakte Weygandlinie gezonden.
Op 5 juni begon een Duitse aanval op de linie. Hoewel de door Weygand gehanteerde tactiek enig succes had - de Duitsers leden zware verliezen - was de Duitse overmacht te groot om lang stand te houden. Vanaf 9 juni braken de Duitsers overal door. Ze rukten steeds dieper Frankrijk binnen en begonnen de Franse garnizoenen aan de Maginotlinie te omsingelen. De Franse legers trokken zich terug en de regering moest Parijs verlaten.
Onenigheid met Reynaud
Toen de Franse nederlaag duidelijk werd, kwam het tot onenigheid tussen Weygand en de Franse minister-president en minister van Defensie Paul Reynaud. Reynaud stelde voor dat de Franse regering en de Franse legers naar Noord-Afrika zouden uitwijken waar ze met Britse steun de oorlog zouden voortzetten. Weygand meende dat die evacuatie onmogelijk zou zijn en dat er onvoldoende middelen waren om daar stand te houden. Bovendien aanvaardde hij niet dat de in Frankrijk gebleven troepen zouden capituleren. Hij achtte dat in strijd met de eer van het leger en zei dat hij nooit zo'n bevel zou geven.
In plaats daarvan eiste Weygand dat er een wapenstilstand met Duitsland zou worden gesloten, waarbij Frankrijk minstens een deel van zijn leger zou mogen behouden "om de orde te handhaven" Om een of andere reden meende de generaal dat er een communistische opstand dreigde en dat hij daartegen moest optreden. In feite wilde Weygand dat de regering, waarvoor hij niet het minste respect hed, door een wapenstilstand de verantwoordelijkheid voor de nederlaag zou opnemen. Het was immers de regering die de oorlog begonnen was.
Reynaud begreep dat een wapenstilstand zou neerkomen op een onderwerping van Frankrijk aan het naziregime en wilde de Britten niet in de steek laten, te meer daar zijn Britse collega Churchill zeker de oorlog zou voortzetten. Hij dacht er aan om Weygand te vervangen, maar de opperbevelhebber kreeg steun van enkele ministers, vooral van de gezaghebbende oude maarschalk Philippe Pétain, die vicepremier was geworden.
De regering raakte het maar niet eens over een beslissing en op 16 juni - toen de ministerraad in Bordeaux vergaderde - nam Reynaud ontslag. Pétain volgde hem op als premier en benoemde Weygand tot minister van Defensie. Deze gaf toen meteen instructies voor onderhandelingen voor een wapenstilstand.
Generaal Charles de Gaulle, die onderstaatssecretaris van Reynaud was geweest, ging meteen daarop naar Londen. Weygand beval hem meteen terug te keren. De Gaulle stuurde hem daarop een brief met een oproep om aan Britse zijde de strijd voort te zetten, maar Weygand zond die brief ongeopend terug. Hij liet de Gaulle degraderen en voor de krijgsraad vervolgen.
Vichyregime
Op 22 juni 1940 werd de wapenstilstand met Duitsland gesloten. De regering-Pétain vestigde zich kort daarop in Vichy waar ze een autoritair regime vestigde. Als minister stelde Weygand een programma voor dat aansloot bij de "nationale revolutie" die Pétain wilde voeren. Daarin klaagde hij onder meer de klassenstrijd, de invloed van de vrijmetselarij en de "massale" naturalisaties van vreemdelingen aan.
Op 5 september 1940 nam Weygand ontslag als minister om algemeen gedelegeerde van het Vichyregime in Frans Noord-Afrika te worden.
Zijn beleid in Noord-Afrika zag er als volgt uit:
Hij overtuigde jonge officieren om niet de kant van de Vrije Fransen van de Gaulle te kiezen en rechtvaardigde de wapenstilstand door hen te laten hopen op een latere hervatting van de strijd.
Hij deporteerde tegenstanders naar concentratiekampen in Zuid-Algerije en Marokko. Daar sloot hij met de medeplichtigheid van admiraal Jean-Marie Charles Abrial tegenstanders van het Vichyregime (gaullisten, vrijmetselaars, communisten etc.), de buitenlandse vrijwilligers van het Frans Vreemdelingenlegioen, buitenlandse vluchtelingen zonder werk (maar legaal in Frankrijk) etc. op.
Niet alleen paste hij Vichy's racistische wetten tegen de joden ook toe in Noord-Afrika, hij ging zelfs verder. Zo verwijderde hij vrijwel alle joodse kinderen uit de openbare scholen, iets wat in het Franse moederland niet gebeurde.
Weygand verwierf een reputatie als een tegenstander van de collaboratie toen hij in Vichy protesteerde tegen de Protocollen van Parijs die op 28 mei 1941 door François Darlan werden ondertekend. Dat waren overeenkomsten die de bases voor de asmogendheden garandeerden in Aleppo (Syrië), Bizerte en Dakar en instonden voor de beoogde uitgebreide militaire samenwerking met de As in geval van een geallieerde aanval. Simon Kitson schreef in zijn boek 'The Hunt for Nazi Spies' dat Weygand duidelijk bleef in zijn kritiek op Duitsland.
Weygand stond aanvankelijk zeer gunstig tegenover een samenwerking met Duitsland, maar opperde hiervoor discretie. Bovendien was hij tegen Duitse bases in Afrika. Hij was ook niet neutraal of voorstander van de geallieerden. Weygand zocht enkel een oplossing om te voorkomen dat Frankrijk bij de inheemse inwoners zijn prestige verloor en wilde het koloniaal bezit bijeenhouden. Wel nam Weygand maatregelen om in het geheim het Franse leger te versterken, omdat hij rekening hield met een herneming van het conflict met Duitsland. Hij onderhield ook goede contacten met de Verenigde Staten. Hoe dan ook eiste hij absolute gehoorzaamheid aan Pétain.
Hitler eiste echter volledige samenwerking en zette in november 1941 het Vichyregime onder druk om Weygand te ontslaan en terug te roepen. Op 20 november 1942, nadat de Duitsers ook het onbezette deel van Frankrijk hadden binnengevallen, werd Weygand gearresteerd. Hij ging in gevangenschap in Duitsland en werd later naar Schloss Itter in Noord-Tirol gebracht. Daar zat Weygand samen met generaal Gamelin en de oud-premiers Daladier en Reynaud gevangen tot ze in mei 1945 door Amerikaanse troepen werden bevrijd.
Laatste jaren
Kort na zijn bevrijding werd de toen 78-jarige Weygand gearresteerd op bevel van de regering-de Gaulle. De Franse generaal Jean de Lattre de Tassigny moest tegen zijn zin zijn vroegere chef gevangen naar Frankrijk terugsturen waar hij als oud-medewerker van het Vichyregime in Val-de-Grâce werd vastgehouden.
Hij werd in mei 1946 vrijgelaten en kreeg in 1948 een volledige buitenvervolgingstelling.
Generaal Weygand bleef tot zeer hoge leeftijd actief. Hij was lid en soms erevoorzitter van talrijke organisaties, vaak van katholieke, rechtse en monarchistische signatuur. Hij gaf in lezingen en artikelen zijn mening over diverse onderwerpen.
Toen de oorlogsmemoires van generaal de Gaulle verschenen, schreef Weygand het boek En lisant les Mémoires de guerre du général de Gaulle, waarin hij de inhoud van de memoires tot in de details bekritiseerde. Hij bleef ook de rest van zijn leven ijveren voor het eerherstel van de veroordeelde maarschalk Pétain.
Hij kantte zich tegen het plan voor een Europese Defensiegemeeschap maar pleitte voor een versterking van de NAVO tot een heuse Atlantische Unie. Weygand verdedigde ook het behoud van Frans Algerije.
Maxime Weygand stierf in 1965 in Parijs op 98-jarige leeftijd. De Gaulle - toen president - weigerde een uitvaartplechtigheid in de Invalides toe te staan, wat tot zware kritiek leidde. Zijn begrafenis werd een ware optocht van rechtse tot zeer rechtse prominenten.
Onderscheidingen
Legioen van Eer
Ridder op 10 juli, 1913
Officier op 10 december 1914
Commandeur op 28 december 1918
Grootofficier op 1 september 1920
Grootkruis op 6 december 1924
Médaille militaire op 8 juli 1930
Croix de guerre 1939 - 1945 met 2 Palmen
Croix de guerre des théâtres d'opérations extérieures met 1 Palm
Overwinningsmedaille
Herinneringsmedaille aan de Oorlog 1914-1918
Commandeur Kroonorde
Oorlogskruis
Army Distinguished Service Medal
Grootkruis in de Orde van Sharifian Alawaidis
Lid in het Orde van het Bad op 19 maart 1915
Ridder Commandeur in de Orde van Sint-Michaël en Sint-George
Militaire Orde van Lačplēsis, 2e klasse
Virtuti Militari, 2e klasse op 25 augustus 1919
Ereburger van de stad Warschau
Militaire loopbaan
Luitenant-kolonel: 24 juli 1912
Tijdelijk Kolonel: 21 september 1914
Kolonel: 1 november 1914
Brigadegeneraal (Général de Brigade): 8 augustus 1916
Tijdelijk Generaal-majoor: 29 november 1917
Generaal-majoor (Général de Division): 26 juni 1918
Luitenant-generaal: 29 oktober 1920
Generaal: 19 april 1923

Maxime Weygand

Maxime Weygand
Geboren 21 januari 1867
Brussel
Overleden 28 januari 1965
Parijs
Land/partij Flag of France.svg Derde Franse Republiek
Vlag van Frankrijk Frankrijk
Onderdeel Frans Leger
Dienstjaren 1887 – 1935
1939 – 1942
Rang Insigne général d'armée.svg Général d'Armée
Leiding over Stafchef van het Franse Leger
Chef d'état-major de l'Armée de terre
1930 – 1931
18 maart 1940 – juni 1941
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog
Slag om Frankrijk

 

 

Alfred Van der Smissen 1823-1895.

 

 

 

 

 

Weygand on Time magazine in 1933.

 

 

 

 

 

 

Schilderij met de handtekening van de wapenstilstand. Weygand staat als eerste aan de rechterkant, Foch staat in het midden

2-Frans militair in de Tweede Wereldoorlog

1---2