Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

2-Duits verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog

Friedrich Olbricht

Friedrich Olbricht (Leisnig, 4 oktober 1888 – Berlijn, 21 juli 1944), was een Duits generaal. Hij was nauw betrokken bij de aanslag op Hitler van 20 juli 1944.
Levensloop
Olbricht, de zoon van een hoogleraar in de wiskunde, begon na zijn eindexamen (1907) aan een militaire carrière. Hij begon zijn militaire loopbaan als Fahnenjunker bij het 106de Infanterieregiment. Van 1914 tot 1918 nam hij deel aan de Eerste Wereldoorlog. In 1919 werd hij als kapitein bij de Reichswehr - het, als gevolg van het Verdrag van Versailles, sterk verkleinde Duitse leger.
Olbricht keerde zich na de Bierkellerputsch van 1923 samen met Hans Oster, Erwin von Witzleben en Georg Thomas tegen het opkomende nationaalsocialisme. In 1926 werd hij leider van de Abteilung Fremde Heere ("Bureau Buitenlandse Legers") van het Rijksministerie van Defensie. In 1933 werd hij staf-chef van de Dresdner Division. In 1934 voorkwam hij tijdens de Nacht van de Lange Messen de executie van enkele aanhangers van SA-Leider Ernst Röhm. In 1935 volgde zijn benoeming staf-chef van het Vierde Legerkorps (Dresden). In 1938 werd hij commandant van de 24ste Infanteriedivisie.
Tijdens de Blomberg-Fritschaffaire koos hij de zijde van de generaal Werner Freiherr von Fritsch en bepleitte de rehabilitatie van de (overigens ten onrechte) van homoseksualiteit beschuldigde Von Fritsch[.
Olbricht nam aan het begin van de Tweede Wereldoorlog deel aan de Duitse invasie van Polen (1939). Hij verwierf het Ridderkruis van het IJzeren Kruis. Op 15 februari 1940 volgde zijn bevordering tot generaal van de Infanterie. Hij werd vervolgens toegevoegd aan het Algemene Bureau van het Leger (Allgemeines Heeresamt) van het Hoofdkwartier van het Leger (Oberkommando der Heeresleitung). Hij werd ook benoemd tot leider van het Bureau voor Rekruteringen (Wehrersatzamt) van het Opperbevel van de Wehrmacht (Oberkommando der Wehrmacht).
Verzet tegen Hitler
Olbricht was een fel tegenstander van Hitler en maakte deel uit van het verzet, waartoe ook kolonel-generaal Ludwig Beck, de voormalige Oberbürgermeister van Leipzig Carl Friedrich Goerdeler en generaal-majoor Henning von Tresckow deel van uitmaakten. Het was Olbricht die in 1943 luitenant-kolonel Claus Schenk Graf von Stauffenberg bij de overige verzetsleiders introduceerde. Het was Von Stauffenberg die later de beroemd geworden aanslag op Hitler pleegde. Voorlopig kwam Von Stauffenberg op het kantoor van Olbrich aan de Bendlerstrasse te werken.
Aanslag op Hitler
Von Stauffenberg pleegde op 20 juli 1944 een aanslag op Hitler in diens hoofdkwartier in Rastenburg in Oost-Pruisen (Wolfsschanze). Direct na de aanslag moesten Olbricht en kolonel Albrecht Ritter Mertz von Quirnheim Operatie Walküre afkondigen. Volgens dit noodplan moest de regeringswijk van Berlijn worden afgegrendeld en bewaakt worden door het reserveleger. Omdat Olbricht en Mertz echter een telefoontje vanuit de Wolfsschanze met de boodschap dat Hitler nog leefde van generaal Erich Fellgiebel kregen, kondigden zij Walküre niet direct af. Pas nadat Von Stauffenberg vanuit Oost-Pruisen weer op het legerhoofdkwartier aan de Bendlerstrasse in Berlijn was aangekomen en zijn medesamenzweerder ervan had verzekerd dat Hitler dood was, werd Walküre alsnog afgekondigd. De bevelhebber van het reserveleger, generaal Friedrich Fromm - die op de hoogte was van de coupplannen maar, nadat veldmaarschalk Wilhelm Keitel hem vanuit Rastenburg had gemeld dat Hitler nog leefde, zich uit het complot terugtrok -, werd gearresteerd en Olbricht werd door de coupplegers tot zijn opvolger benoemd. Later die dag bleek echter dat de aanslag was mislukt en de coupplegers werden kort hierna op bevel van - de inmiddels bevrijde - generaal Fromm gearresteerd. Fromm, die veel "haast had om zijn getuigen onder de grond te krijgen" liet de meeste coupplegers, waaronder Olbricht na hun "schuldbekentenissen", executeren op de binnenplaats van de Bendlerstrasse. Olbricht was de eerste die werd geëxecuteerd.
Gedenksteen op de Alter St.-Matthäus-Kirchhof in Berlin-Schöneberg voor de slachtoffers van 20 juli 1944.
Familie
Friedrich Olbricht was getrouwd met Eva Koeppel. Het echtpaar had twee kinderen, een zoon en een dochter.
Militaire loopbaan
Fahnenjunker: maart 1907
Leutnant: 14 augustus 1908 (met benoemingsakte van 14 februari 1907) 
Oberleutnant:[5]
Hauptmann: 18 april 1916
Major: 1 maart 1927
Oberstleutnant: 1 oktober 1931
Oberst: 1 februari 1934
Generalmajor: 1 april 1937
Generalleutnant: 1 januari 1939
General der Infanterie: 1 juni 1940
Decoraties
Ridderkruis op 27 oktober 1939 als Generalleutnant en Commandant van de 24. Infanterie-Division
Duitse Kruis in zilver op 1 augustus 1943 als General der Infanterie en Chef Allgemeines Heeresamt (OKH)
IJzeren Kruis 1914, 1e klasse en 2e klasse
Erekruis voor de Wereldoorlog op 12 oktober 1934
Kruis voor Oorlogsverdienste, 1e klasse en 2e klasse met Zwaarden
Ridderkruis in de Militaire Orde van Sint-Hendrik
Ridderkruis, 2e klasse in de Orde van Burgerlijke Verdienste (Saksen) met Zwaarden
Ridderkruis, 1e klasse in de Albrechtsorde met Zwaarden[9][2]
Dienstonderscheiding van Leger en Marine (Duitsland) voor (4, 12, 18 en 25 dienstjaren) op 2 oktober 1936
Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e klasse en 2e klasse
Friedrich Olbricht werd door een geïmproviseerde krijgsraad ter dood veroordeeld voor de mislukte aanslag op Adolf Hitler van 20 juli 1944. De uitvoering was onmiddellijk door een vuurpeloton in het Bendlerblock te Berlijn. Olbricht werd begraven in vol ornaat met alle ordes en decoraties. Hij werd oneervol ontslagen uit de Heer met het verlies van alle eer en militaire decoraties op 4 augustus 1944. Heinrich Himmler beval zijn overblijfselen te laten opgraven, en te verbranden en de as te verspreiden.

Friedrich Olbricht, 1938

Friedrich Olbricht, 1938
Geboren 4 oktober 1888
Leisnig, Duitse Keizerrijk
Overleden 21 juli 1944
Berlijn, nazi-Duitsland
Begraven Onbekend: lichaam gecremeerd, as verstrooid in het rieselfeld.
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Rijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1907 - 1944
Rang Collar tabs for the Generals of the Heer.svg General (Wehrmacht)
General der Infanterie
Eenheid Oberkommando der Heeresleitung (OKH)
Leiding over „Infanterie-Regiment „König Georg“ Nr. 106“
„4. Division (Reichswehr)“
24. Infanterie-Division (Wehrmacht)
(10 november 1938 -
15 februari 1940)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Operatie Walküre
Complot van 20 juli 1944

 


Hans Oster

Hans Paul Oster (Dresden, 9 augustus 1887 - Flossenbürg, 9 april 1945) was een Duits beroepsofficier in de Duitse Wehrmacht en een vastberaden tegenstander van Hitler en het nazisme. Hij was een centrale persoon in het verzet van Duitse legerofficieren tegen Hitler.

Oster wordt geboren in een lutherse predikantenfamilie. In 1907 wordt hij beroepssoldaat. Hij neemt deel aan de Eerste Wereldoorlog, en eindigt als officier bij de generale staf. In de jaren van de hyperinflatie weet hij het familievermogen in stand te houden door 's ochtends een uurtje voor het werk met grote bedragen op de beurs te speculeren. In 1929 wordt hij wegens een 'erezaak' met de vrouw van een hoge ambtenaar gedwongen de dienst te verlaten.

Hij vindt een baantje bij het 'Forschungsambt' van Hermann Göring, maar wordt door een oude kennis, Wilhelm Canaris, in 1935 gerekruteerd voor de Abwehr de Duitse contraspionage. Hier wordt hij als hoofd van de afdeling Personen en Financiën de rechterhand van Canaris. Beide mannen zijn nationaal-conservatief en één in hun afwijzing van het Nationaalsocialisme.

Een staatsgreep waarbij zowel deze beide mannen als anderen betrokken zijn gaat door een vreedzame oplossing van de Sudetencrisis niet door. Zijn beste persoonlijke vriend is de Nederlandse militair attaché in Berlijn, majoor Bert Sas. De twee ontmoeten elkaar vaker, en via Bert Sas geeft Oster de details van 'Fall Gelb' aan Nederland door. Onder de gegevens die hij doorspeelt zijn niet alleen de steeds door Hitler veranderende aanvalsdata voor Nederland, maar ook de datum voor de aanval op Denemarken en Noorwegen, de inzet van parachutisten voor de gevangenname van het Nederlands koninklijk huis, en de aanvalsroute van de 9e pantserdivisie.

Wanneer de Duitse legerleiding duidelijk wordt dat de aanvalsplannen op Den Haag verraden zijn, gaat de verdenking uit naar Oster vanwege zijn vriendschap met Sas. Canaris weet echter een eigen onderzoek in de archieven van de Nederlandse inlichtingdienst te starten, en er wordt niets belastends tegen Oster gevonden.

Oster verleent ook hulp aan Joden. De verdenking hiervan leidt tot zijn ontslag in 1943. Na de aanslag op Hitler op 20 juli 1944 wordt Oster gearresteerd. Enkele dagen voor Amerikaanse troepen het concentratiekamp Flossenbürg bereiken, wordt hij daar opgehangen.

Militaire loopbaan
Fahnenjunker: 18 maart 1907
Leutnant: 18 augustus 1908 (bevorderingsakte van 14 februari 1907)
Oberleutnant:
Hauptmann: 16 april 1918
Major: 1 maart 1929
Oberstleutnant: 1 december 1935
Oberst: 1 april 1939
Generalmajor: 1 december 1942
Decoraties
IJzeren Kruis 1914, 1e klasse en 2e klasse

Hans Oster in 1939
Geboren 9 augustus 1887
Dresden, Koninkrijk Saksen, Duitse Keizerrijk
Overleden 9 april 1945
Flossenbürg, nazi-Duitsland
Begraven Nordfriedhof, Dresden
Religie Evangelisch
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1907 – 1932
1935 – 1944
Rang Collar tabs for the Generals of the Heer.svg Wehrmacht Generalmajor.svg Generalmajor
Eenheid 4. Königlich Sächsisches Feldartillerie-Regiment Nr. 48.
Abwehr
Leiding over Hoofd afdeling Personen en Financiën
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Großer Generalstab
Westfront

 


Peter Yorck von Wartenburg

Peter Graaf Yorck von Wartenburg (Klein-Öls bij Breslau, Neder-Silezië, 13 november 1904 – Plötzensee (gevangenis), 8 augustus 1944) was jurist, prominent lid van de Kreisauer Kreis, een groep Duitse dissidenten die samenzweerden tegen Adolf Hitler en een van de deelnemers aan het mislukte complot van 20 juli 1944 om Hitler te vermoorden.
Peter Yorck von Wartenburg stamde uit een Neder-Silezische adellijke familie. Hij was de vierde van tien kinderen van Heinrich Graaf Yorck von Wartenburg (1861–1923) en Sophie Grafin Yorck von Wartenburg (1872–1945), geboren Freiin von Berlichingen. Hij groeide op het familielandgoed Klein-Öls op. Vanaf 1920 bezocht hij de Klosterschule in Rossleben,Thüringen, een elitegymnasium. Een aantal van zijn medescholieren, waaronder Ulrich Wilhelm Graf Schwerin von Schwanenfeld, Albrecht von Kessel en Nikolaus-Christoph von Halem, zou later eveneens betrokken zijn bij de moordaanslagen op Hitler. Hij ging rechten studeren aan de universiteit in Bonn en promoveerde in 1927 aan de Universiteit in Breslau. Aan de Universiteit van Breslau leerde hij een aantal personen kennen die later lid waren van de Kreisauer Kreis, waaronder Horst von Einsiedel, Carl-Dietrich von Trotha, Adolf Reichwein en Helmuth James von Moltke. Vooral met de laatste raakte hij goed bevriend. Peter Yorck von Wartenburg was daarnaast een neef van Claus von Stauffenberg. Hij was na zijn studie als jurist werkzaam in diverse overheidsfuncties.[1] In 1928 leerde hij Marion Winter,[2] eveneens juriste, kennen. Het paar trouwde in 1930. Het huwelijk bleef kinderloos. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, nam Peter Yorck von Wartenburg in 1939 als adjudant deel aan de oorlog tegen Polen. Twee van zijn broers sneuvelden en een derde raakte zwaar gewond. Hij werd geclassificeerd als "onmisbaar" en kon de militaire dienst verlaten. Hij keerde vervolgens terug naar Berlijn.
Kreisauer Kreis
Yorck von Wartenburg wees vanaf het allereerste begin het nationaalsocialisme af. Hij was liberaal-conservatief, een gelovig mens, en had een democratische en humanistische overtuiging. Door de dood van zijn broers nam zijn afschuw van de Nazi's nog verder toe. Via Moltke kwamen hij en zijn vrouw, eveneens een tegenstandster van het Naziregime, in aanraking met de Kreisauer Kreis. Yorck von Wartenburg werd één van de leidende personen van deze verzetsgroep. De meeste leden van de groep waren afkomstig uit de Duitse adel maar er hoorden ook geestelijken, politici, ambtenaren, schrijvers, en intellectuelen bij de groep. De groep smeedde diverse plannen om het Naziregime omver te werpen. Tot veel concrete verzetsdaden kwam het niet, maar bedacht moet worden dat alleen het praten, en zelfs het denken, over plannen om Hitler omver te werpen al levensgevaarlijk was. De groep kwam geregeld bijeen op het landgoed van Moltke in Kreisau en werd daarom door de Gestapo de Kreisauer Kreis genoemd. Maar nog vaker kwam de groep bijeen in het huis van Moltke in Berlijn. Nadat dit huis getroffen werd door een luchtbombardement werden de bijeenkomsten van de Kreisauer Kreis gehouden in het huis van het echtpaar Yorck von Wartenburg. Er waren talrijke contacten met Claus von Stauffenberg en de legerofficieren om hem heen die eveneens aanslagen op Hitler aan het beramen waren. Op 19 januari 1944 werd Moltke door de Gestapo gearresteerd. Dit leidde ertoe dat Peter Yorck von Wartenburg bij Claus von Stauffenberg erop aandrong om de aanslag zo snel mogelijk te plegen, voordat zij allen ontdekt zouden worden.Het duurde echter, mede door het onvoorspelbare gedrag van Hitler, nog enkele maanden voor de aanslag kon worden uitgevoerd. Op 20 juli 1944 werd door Stauffenberg de bomaanslag gepleegd in de Wolfsschanze, het militaire hoofdkwartier aan het Oostfront. Hitler overleefde deze. Dezelfde avond werd Yorck von Wartenburg gearresteerd.
Op 7 en 8 augustus staat York von Wartenburg samen met zeven andere tegenstanders van Hitler terecht voor het Volksgerichtshof onder leiding van Roland Freisler. Tijdens dat proces werd hij door Freisler ondervraagd en bekende hij dat hij een paar dagen daarvoor geïnformeerd was over het feit dat de aanslag door Stauffenberg op 20 juli gepleegd zou worden. Toen Freisler hem vragen stelde over waarom hij tegen het nationaal-socialisme is, antwoordde hij: "Het wezenlijke, dat al deze vragen verbindt, is de totaliteitsaanspraak van de staat tegenover zijn staatsburgers, met uitsluiting van zijn religieuze en morele verplichtingen tegenover God." (In origineel Duits: "Das Wesentliche ist, was alle diese Fragen verbindet, der Totalitätsanspruch des Staates gegenüber dem Staatsbürger unter Ausschaltung seiner religiösen und sittlichen Verpflichtungen Gott gegenüber.
Op 8 augustus 1944 werd hij ter dood veroordeeld en op diezelfde dag aan een pianosnaar opgehangen in de gevangenis Plötzensee. De andere zeven personen die tegelijkertijd met hem voor het Volkgerichtshof kwamen en met hem werden geëxecuteerd, waren: Erwin von Witzleben, Erich Hoepner, Helmuth Stieff, Paul von Hase, Robert Bernardis, Friedrich Karl Klausing en Albrecht von Hagen.
Tegelijkertijd met Peter York von Wartenburg werden ook zijn vrouw Marion, zijn moeder Sophie en zusters Dorothea en Irene gearresteerd. Irene behoorde eveneens tot de Kreisauer Kreis. Zij werden allen na enkele maanden vrijgelaten.

Bundesarchiv Bild 151-02-12, Volksgerichtshof, Albrecht von Hagen(zittend) en Peter Graaf York von Wartenburg (staand)

Bundesarchiv Bild 151-03-26, Volksgerichtshof, Peter Graaf Yorck von Wartenburg

 


Johannes Popitz

Eduard Johannes Popitz (Leipzig, 2 december 1884 - Berlijn, 2 februari 1945) was een Duits politicus die betrokken was bij het Complot van 20 juli 1944.
Biografie
Johannes Popitz was de zoon van een apotheker. Hij studeerde tussen 1902 en 1907 rechten en staatswetenschappen in Lausanne, Leipzig, Berlijn en Halle. Van 1907 tot 1910 werkte hij als ambtenaar in Keulen en van 1910 tot 1913 in Beuthen. In 1913 werd hij benoemd tot assistentsrechter bij het Hoogste Administratieve Gerechtshof (Oberverwaltungsgericht) te Berlijn. Van 1914 tot 1919 was hij ambtenaar op het Pruisische ministerie van Binnenlandse Zaken van 1916 tot 1919 was hij tevens rijksambtenaar bij het rijksministerie van Financiën (Reichsschatzamt).
Johannes Popitz werd in januari 1919 in de Nationale Vergadering van Weimar gekozen. In hetzelfde jaar werd hij geheimraad op het rijksministerie van Financiën. In 1922 werd hij benoemd tot honorair hoogleraar in het belastingsrecht en financiële wetenschappen aan de Humboldt Universiteit Berlijn.
Johannes Popitz was ten tijde van de financiële crisis van de jaren 20 groot voorstander van een belastinghervorming. Hij trachtte deze belastinghervorming als staatssecretaris van Financiën (1924-1929) door te voeren en werd hierin gesteund door zijn baas, rijksminister van Financiën, Rudolf Hilferding. In december 1929 traden Popitz en Hilferding, na meningsverschillen met de regering, af.
Op 31 oktober 1932 werd hij minister zonder portefeuille in het kabinet-Schleicher. Hij werd tevens benoemd tot rijkscommissaris van Financiën van Pruisen. Kort na Hitlers machtsovername werd Popitz op 21 april 1933 minister van Financiën van Pruisen. Op dat moment was hij nog geen lid van de NSDAP. Later moest hij wel lid zijn geweest van de NSDAP, daar hij in 1937 het gouden partijinsigne van de NSDAP kreeg kreeg (en accepteerde).
Tegenstander van Hitler
Na de Kristallnacht (november 1938) diende, Popitz uit protest tegen de Jodenvervolging, zijn ontslag in. Zijn ontslag werd echter niet gehonoreerd, maar sindsdien werd hij wel nauwlettend in de gaten gehouden door het regime.
De conservatieve en monarchistische Popitz distantieerde zich steeds verder van het regime en zocht contact met tegenstanders van Hitler, zoals Carl Friedrich Goerdeler en andere conservatieve opposanten van Hitler. In opdracht van Goerdeler, een van de leidende verzetsleiders, werkte hij aan een voorlopige grondwet (Vorläufiges Staatsgesetz), voor het Duitsland ná Hitler.
In de zomer van 1943 nam Popitz contact op met Heinrich Himmler, de leider van de SS, en probeerde hem te winnen voor een staatsgreep tegen Hitler en vredesonderhandelingen met de Westerse geallieerden. Zijn contacten met Himmler maakten hem verdacht bij veel verzetsleden.Vanaf de zomer van 1943 werd Popitz geschaduwd door de Gestapo.
Op 21 juli 1944, één dag na de mislukte aanslag op Hitler, werd Popitz gearresteerd. Op 3 oktober 1944 werd Popitz door het Volksgerichtshof (Volksgerechtshof) onder Roland Freisler ter dood veroordeeld. Himmler trachtte het doodvonnis uit te stellen, omdat hij hoopte bij eventuele onderhandelingen met de geallieerden, gebruik te kunnen maken van Popitz. Toen bleek dat de geallieerden niet bereid waren tot onderhandelingen, werd Popitz op 2 februari 1945 in de gevangenis Plötzensee opgehangen.
Familie
Johannes Popitz was sinds 1918 getrouwd met Cornalia Slot. Het echtpaar kreeg drie kinderen. Een van die kinderen, was Heinrich Popitz (1925-2000), socioloog en filosoof.
Andreas Popitz was drager van het IJzeren Kruis voor non-combattanten en de IVe klasse van de Orde van de Rode Adelaar met Kroon.

Johannes Popitz

 

Gedenktafel Am Festungsgraben 1 Johannes Popitz.JPG

 


Christoph Probst

Christoph Hermann Ananda Probst (Murnau am Staffelsee, 6 november 1919 - München-Stadelheim 22 februari 1943) was een liberaal en later rooms-katholiek student medicijnen en lid van de verzetsgroep die Weiße Rose.
Overzicht
De „Weiße Rose“ was een verzetsgroep in München in de tijd van het Nationaalsocialisme. De groep bestond uit studenten van de Ludwig Maximilians-Universiteit; deze werd in juni 1942 opgericht en verspreidde pamfletten tegen de oorlogspolitiek van de nazi's. Christoph Probst hoorde met Hans en Sophie Scholl, Willi Graf en Alexander Schmorell tot de kern van de groep, waartoe ook professor Kurt Huber hoorde.
De leden van de Weiße Rose schreven, drukten en verspreidden met gevaar voor hun leven in totaal zes pamfletten. Op 18 februari 1943 probeerden Hans en Sophie Scholl het laatste pamflet te verspreiden. Zij werden echter door de conciërge ontdekt en aan de Gestapo overgeleverd. Hans en Sophie Scholl werden samen met Christoph Probst door het Volksgerichtshof onder leiding van Roland Freisler ter dood veroordeeld. Op 22 februari werd het doodvonnis met de guillotine voltrokken in de gevangenis Stadelheim.
Het graf van de drie veroordeelden bevindt zich op de begraafplaats Am Perlacher Forst, dat grenst aan de gevangenis (grafnr. 73-1-18/19). Christoph Probst was getrouwd en vader van drie kinderen, Michael (1940-2010), Vincent (1941) en Katja (1943-1959).
Biografie
Probst was een zoon uit een relatief welgestelde familie. Door zijn vader Hermann Probst (1886 - 1936), een gepromoveerd chemicus, werd hij in culturele en religieuze vrijheid opgevoed. Hermann Probst was thuis in het Sanskriet, hield zich bezig met Indische filosofie en onderhield contacten met kunstenaars die in de tijd van het Nationaalsocialisme als Entartet golden. Na de scheiding van zijn eerste vrouw, Christoph Probsts moeder Katharina von der Bank, trouwde hij met de joodse Elise Jaffée-Rosenthal. Christoph Probst stond al op jonge leeftijd zeer kritisch tegenover het nationaalsocialisme.
Vanaf 1932 ging Probst naar het internaat in Marquartstein, waar de ideeën van het Nationaalsocialisme op afstand werden gehouden. In 1935 bezocht hij samen met Alexander Schmorell het Neue Realgymnasium in München. Na de zelfmoord van zijn vader in mei 1936, ging hij naar het internaat in Schondorf, waar hij in 1937 zijn middelbareschooltijd afrondde. Na de Arbeitsdienst en militaire dienst bij de Luftwaffe in Oberschleißheim begon hij in de zomer van 1939 aan zijn medicijnenstudie München, Straatsburg en Innsbruck. Op 21-jarige leeftijd trouwde hij met Herta Dohrn. Christoph Probst kwam niet onmiddellijk in aanraking met de Weiße Rose, omdat hij niet in dezelfde studentencompagnie zat als Hans Scholl, Alexander Schmorell en Willi Graf. Ook bij de andere activiteiten bleef hij op de achtergrond, omdat hij zijn verantwoordelijkheid tegenover zijn gezin voelde. Probst had een concept voor het zevende pamflet geschreven. Hans Scholl had dit handgeschreven concept bij zich toen hij aangehouden werd. Dit handgeschreven concept was een belangrijk bewijsstuk in het proces tegen de Weiße Rose. Probst vroeg tijdens het proces vergeefs om genade vanwege zijn gezin en zijn vrouw die op dat moment aan kraamvrouwenkoorts leed. Hans en Sophie Scholl probeerden ook zo veel mogelijk schuld op zich te nemen om Probst te redden. Kort voor zijn executie liet Probst zich katholiek dopen.
Vernoeming
Tegenover bijna 200 scholen die naar Hans en Sophie Scholl zijn vernoemd zijn er twee scholen met de naam van Christoph Probst:
de Christoph-Probst-Realschule in Neu-Ulm
het Christoph-Probst-Gymnasium in Gilching
Ook is in Duitsland een aantal straten naar Christoph Probst vernoemd.
Boek
Door het Christoph-Probst-Gymnasium in Gilching is een biografie uitgegeven:
Robert Volkmann, Gernot Eschrich und Peter Schubert: …damit Deutschland weiterlebt. Christoph Probst 1919-1943 (Christoph-Probst-Gymnasium) Gilching 2000. ISBN 3-000070-34-6

Afbeeldingsresultaat voor Christoph Probst

Christoph Probst
Volledige naam Christoph Hermann Ananda Probst
Geboren 6 november 1919, Murnau am Staffelsee
Overleden 22 februari 1943, München
Land Vlag van Duitsland Duitsland
Groep die Weiße Rose

De graven van Christoph Probst alsmede Sophie en Hans Scholl op de begraafplaats Am Perlacher Forst in München

 


Albrecht Ritter Mertz von Quirnheim

Albrecht Mertz von Quirnheim (25 maart 1905 - 21 juli 1944) was een Duitse kolonel en een verzetsstrijder in nazi-Duitsland die betrokken was bij het complot van 20 juli tegen Adolf Hitler .

Vroege leven 
Quirnheim werd geboren in München , Beieren , de zoon van Hermann Mertz von Quirnheim, een kapitein van de Beierse generale staf en de neef van Walter Hohmann . Hij bracht zijn jeugd door in de Beierse hoofdstad voordat zijn vader hoofd werd van het imperiale archief (het Reichsarchiv ) en het gezin verhuisde naar Potsdam in Pruisen . Als kind raakte hij bevriend met Hans-Jürgen von Blumenthal en leerde hij de broers Werner von Haeften en Hans Bernd von Haeften kennen via familierelaties; dit waren allemaal toekomstige mede-samenzweerders.

Militaire carrière 
Na zijn Abitur trad Quirnheim in 1923 toe tot de Reichswehr . Zijn vriendschap  met Claus von Stauffenberg , die de belangrijkste samenzweerder zou worden in het complot van 20 juli , begon in 1925, maar het was Blumenthal die hem voorstelde aan de kring van samenzweerders in 1943.

Tweede Wereldoorlog 
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd Quirnheim benoemd tot stafofficier bij de afdeling van de generale staf. Aanvankelijk had hij Hitlers machtsovername verwelkomd , maar hij begon afstand te nemen van de nieuwe regering toen hij zich meer bewust werd van zijn brutaliteit. In 1941 leidde bijvoorbeeld zijn steun voor de meer humane behandeling van burgers in door de nazi's bezette Oost-Europese landen tot een geschil tussen Alfred Rosenberg , de Reichsminister voor de bezette Oostelijke gebieden en Erich Koch , de Reichscommissaris voor de Oekraïne .

In 1942 versterkte Quirnheim zijn banden met het verzet door zijn schoonbroer Wilhelm Dieckmann , terwijl hij werd gepromoveerd tot luitenant-kolonel en vervolgens tot stafchef van het 24e legerkorps aan het oostfront . In 1943 promoveerde hij tot kolonel en in hetzelfde jaar trouwde hij met Hilde Baier.

20 juli plot 
Hoofdartikel: plot van 20 juli
In september 1943 was Quirnheim betrokken geraakt bij het complot om Hitler te vermoorden. Hij, zijn overste generaal Friedrich Olbricht en Stauffenberg, plantte operatie Valkyrie , een actieplan dat geïmplementeerd moest worden zodra Hitler was vermoord. Ondertussen volgde Quirnheim Stauffenberg op als stafchef bij het algemene kantoor van het leger in Berlijn . Onmiddellijk na de aanslag op Hitler's leven in Oost-Pruisen op 20 juli 1944 drong Quirnheim er bij generaal Olbricht op aan Operation Valkyrie te activeren, ook al wisten ze niet zeker of Hitler dood was. Rond dezelfde tijd echter kwam er nieuws dat Hitler de moordpoging had overleefd.

Binnen enkele uren waren Quirnheim, Stauffenberg, Olbricht en Werner von Haeften gearresteerd, op staande voet berecht door kolonel-generaal Friedrich Fromm - een stille verdediger die hen verried nadat hij zag dat de samenzwering mislukt was - en naar de binnenplaats van het Bendlerblock werd gebracht , waar ze werden neergeschoten door een vuurpeloton. Quirnheim was de tweede van de vier om te worden geschoten, na Olbricht. De lichamen werden begraven op het Matthäus-kerkhof in de Berlijnse wijk Schöneberg; een steen ter herinnering aan het evenement staat op het kerkhof. Heinrich Himmler gaf vervolgens opdracht om de lichamen op te graven en te verbranden en de as te verspreiden.

Een paar dagen later werden de ouders van Quirnheim en een van zijn zussen door de Gestapo gearresteerd en zijn schoonzoon Wilhelm Dieckmann werd op 13 september 1944 geëxecuteerd.

Er is nu een monument op de muur van de Bendlerblock, waar Quirnheim en zijn mede-samenzweerders werden neergeschoten.

Albert Mertz von Quirnheim.jpg

Geboren 25 maart 1905
München, Koninkrijk Beieren, Duitse Keizerrijk
Overleden 21 juli 1944
Berlijn, Nazi-Duitsland
Land/partij Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1921-1933).svg reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1923 - 1944
Rang Collar tabs of Offiziere of the Heer.svg Insignia Wehrmacht Heer Colonel 1.svg Oberst
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Oostfront
Operatie Walküre

 


Berthold Schenk Graf von Stauffenberg

Berthold Alfred Maria Schenk Graf [A 1] von Stauffenberg (15 maart 1905, Stuttgart - 10 augustus 1944, Berlijn - Plötzensee ) was een Duitse aristocraat en advocaat die een sleutelverdachte was in de samenzwering om Adolf Hitler te vermoorden op 20 juli 1944, naast zijn jongere broer, kolonel Claus Schenk Graf von Stauffenberg . Nadat het complot mislukte, werd Berthold berecht en geëxecuteerd door het naziregime.

Vroege leven 
Berthold was de oudste van vier broers (de tweede was Bertholds tweeling Alexander Schenk Graf von Stauffenberg ) geboren in een oud en voornaam aristocratisch Zuid-Duits katholiek gezin. Zijn ouders waren de laatste Oberhofmarschall van het koninkrijk Württemberg , Alfred Schenk Graf von Stauffenberg en Caroline née von Üxküll-Gyllenband. Onder zijn voorouders waren verschillende beroemde Pruisen , waaronder met name August von Gneisenau .
In zijn jeugd waren hij en zijn broers lid van de Neupfadfinder , een Duitse verkennersvereniging en onderdeel van de Duitse jeugdbeweging . 
Nadat hij in Tübingen rechten had gestudeerd , werd hij in 1927 universitair docent internationaal recht aan het Kaiser Wilhelm Instituut voor Buitenlands en Internationaal Recht . Hij en zijn broer Claus werden door Albrecht von Blumenthal voorgesteld aan de cirkel van de mystieke symbolistische dichter Stefan George , veel van wie de volgelingen lid werden van het Duitse verzet tegen het nationaal-socialisme. Hij werkte van 1930 tot 1932 in Den Haag en trouwde in 1936 met Maria (Mika) Classen (1900-1977). Ze kregen twee kinderen: Alfred Claus Maria Schenk Graf von Stauffenberg (1937-1987) en Elisabeth Caroline Margarete Maria Schenk Gräfin von Stauffenberg (geboren op 13 juni 1939).
Carrière en couppoging 
In 1939 vervoegde hij de Duitse marine , die op het opperbevel werkzaam was als jurist en adviseur voor internationaal recht.
Bertholds appartement aan de Tristanstraße in Berlijn, waar zijn broer Claus ook enige tijd woonde, was een ontmoetingsplaats voor de samenzweerders van 20 juli, met inbegrip van hun neef Peter Yorck von Wartenburg . Zoals Claus toegang tot de binnenste kring rond Hitler had, werd hij toegewezen aan een bom in de fabriek Führer ' s briefing hut bij de militaire opperbevel in Rastenburg , Oost-Pruisen , 20 juli 1944. Claus vervolgens vloog naar Rangsdorf vliegveld ten zuiden van Berlijn waar hij Berthold ontmoette. Ze gingen samen naar de Bendlerstraße , die de couppleiders wilden gebruiken als middelpunt van hun operaties in Berlijn.
Hitler overleefde de bomexplosie en de staatsgreep mislukte. Berthold en zijn broer werden dezelfde nacht gearresteerd in de Bendlerstraße. Claus werd kort daarna geëxecuteerd door een vuurpeloton.
Na zijn arrestatie werd Stauffenberg ondervraagd door de Gestapo over zijn opvattingen over de "Eindoplossing voor de Joodse kwestie". Stauffenberg vertelde de Gestapo dat "hij en zijn broer in principe het raciale principe van het nationaal-socialisme hadden goedgekeurd, maar het als" overdreven "en" excessief "beschouwden" Stauffenberg ging verder met te verklaren:
Het raciale idee is schromelijk verraden in deze oorlog doordat het beste Duitse bloed onherroepelijk wordt opgeofferd, terwijl tegelijkertijd Duitsland wordt bevolkt door miljoenen buitenlandse arbeiders, die zeker niet kunnen worden beschreven als van hoge raciale kwaliteit. 
Berthold werd op 10 augustus door Roland Freisler berecht in het Volksgerichtshof en was een van de acht samenzweerders die werden geëxecuteerd door wurging, opgehangen in de Plötzensee- gevangenis , Berlijn, later die dag. Voordat hij werd vermoord, werd Berthold gewurgd en vervolgens meerdere keren nieuw leven ingeblazen. De volledige uitvoering en meerdere reanimaties werden gefilmd zodat Hitler hem op zijn gemak kon bekijken.

Stauffenberg bij het Volksgerichtshof
Geboren 15 maart 1905 
Stuttgart , het koninkrijk Beieren , het Duitse rijk
Ging dood 10 augustus 1944 (39 jaar) Berlijn , nazi-Duitsland
Doodsoorzaak Uitvoering door op te hangen
Nationaliteit Duitse
Bekend om 20 juli plot coördinator
Thuisstad Albstadt , Duitsland
Partner (s) Maria (Mika) Classen
Ouders) Alfred Schenk Graf von Stauffenberg
Caroline Schenk Gräfin 
( von Stauffenberg familie)
familie Claus Schenk Graf von Stauffenberg

 


Claus Schenk von Stauffenberg

Claus Philipp Maria Schenk Graaf von Stauffenberg, kortweg Claus von Stauffenberg, (Jettingen (Beieren), 15 november 1907 – Berlijn, 21 juli 1944) was een Duits edelman uit het geslacht (Schenk von) Stauffenberg. Tijdens het naziregime was hij kolonel en verzetsstrijder, die in samenwerking met anderen een bomaanslag pleegde op de Duitse dictator Adolf Hitler. De aanslag mislukte en Von Stauffenberg werd gearresteerd en geëxecuteerd.
Achtergrond
Von Stauffenberg was een telg uit een vooraanstaand adellijk, katholiek geslacht in Beieren. De graaf voelde zich aangetrokken tot literatuur. Toch begon hij traditiegetrouw aan een militaire carrière.
Hij was sinds 26 september 1933 gehuwd met Nina Freiin von Lerchenfeld (1913-2006). Samen hadden ze vijf kinderen: Berthold, Heimeran, Franz-Ludwig, Valerie en Konstanze.
Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, stond Von Stauffenberg aanvankelijk positief tegenover het nieuwe regime. Hij meende dat de nationaalsocialistische politiek goed voor Duitsland zou zijn. Maar hij keerde zich al snel tegen de radicale ideeën van Hitler. Hij realiseerde zich wat de Duitse expansiepolitiek in Oost-Europa zou meebrengen. Hij voorzag ook de nadelige gevolgen voor Duitsland van een oorlog met West-Europa. Bovendien kon hij zich niet verenigen met de nazi-politiek aangaande de Joden. Na de Reichskristallnacht van 9 november 1938 distantieerde hij zich van de nazi's en koos hij in het geheim de kant van het verzet. Ondertussen maakte hij snel carrière in het leger.
Als officier van de Wehrmacht deed hij mee aan de Poolse veldtocht, de Slag om Frankrijk en Operatie Barbarossa (de aanval op de Sovjet-Unie). In 1943 diende hij in het roemruchte Afrikakorps van Rommel. Bij een beschieting door geallieerde jachtbommenwerpers op 7 april 1943 verloor hij zijn linkeroog, rechterhand en twee vingers van zijn linkerhand.
In de loop van de oorlog groeide zijn weerzin tegen de praktijken van de nazi's. Daardoor kwam hij terecht in kringen van officieren die een einde aan het regime van Hitler wilden maken. Alle pogingen tot dan toe om hem uit de weg te ruimen mislukten .
Vooroorlogse twijfels
Hoewel Von Stauffenberg akkoord ging met een aantal nationalistische standpunten van de nazi's, vond hij vele aspecten van hun ideologie weerzinwekkend. Hij werd nooit lid van de partij. Bovendien bleef Von Stauffenberg een praktiserend katholiek. De katholieke Kerk had het Rijksconcordaat ondertekend in 1933, het jaar dat Hitler en de nazi-partij aan de macht kwamen. Von Stauffenberg aarzelde tussen een sterke persoonlijke afkeer van Hitlers beleid en respect voor wat hij als 'het militaire inzicht van Hitler' zag. Vanuit zijn religieuze achtergrond had hij sterke morele bezwaren tegen de systematische onderdrukking van Joden in Duitsland.
De aanslag op Hitler
In samenwerking met enkele collega-officieren (onder wie Henning von Tresckow, Friedrich Olbricht en Fritz-Dietlof Graaf von der Schulenburg) steunde Von Stauffenberg vanaf 1942 burgerlijke actiegroepen, zoals de Kreisauer Kreis rond Helmuth James Graf von Moltke en Peter Graaf Yorck von Wartenburg. Hij werd daarmee een belangrijk middelpunt van het ondergronds verzet in Duitsland. Samen met anderen beraamde en coördineerde hij diverse plannen om Hitler om te brengen. Er waren al verscheidene scenario's voorbereid die bewaard werden in onder andere Parijs, Berlijn en Wenen, in afwachting van het juiste moment om ze uit te voeren. Het bleek echter heel moeilijk om een goede gelegenheid te vinden. Een aanslag met een paar vliegtuigbommen mislukte en begin 1944 rolde de Duitse geheime politie bovendien de Kreisauer Kreis gedeeltelijk op. Ook in december 1943 mislukte de aanslag op Hitler bij de presentatie van zijn nieuwe uniformen, doordat een Britse luchtaanval alle uniformen vernielde. Nadat Von Stauffenberg als stafchef van de 10e Pantserdivisie in april 1943 zwaargewond was geraakt in Tunesië en net aan de dood ontsnapte, pakte hij het verzetswerk weer op. Op 20 juli 1944 was het uiteindelijk zover. Von Stauffenberg zou zelf de aanslag op Hitler uitvoeren, tijdens een militaire stafbespreking in het hoofdkwartier de Wolfsschanze bij Rastenburg in Oost-Pruisen. Dit was een enorm groot en goed beveiligd bunkercomplex.
De aanslag mislukte echter om een aantal redenen. De kolonel kon slechts één springlading activeren en zette de aktetas met daarin een tijdbom onder de kaartentafel, waarover de officieren en ook Hitler gebogen stonden. De tafel was van zeer dik, stevig hout gemaakt. Bovendien vond de vergadering niet plaats in een solide betonnen bunker, maar in een bovengrondse ruimte waarin ook veel hout was verwerkt en stonden (vanwege de warmte) de ramen open.
Nadat de kolonel de tas met de bom bij Hitler op de grond had neergezet, maakte hij zich snel uit de voeten met het excuus naar Berlijn te moeten bellen. Hij liep langs de telefonist naar een wachtende auto en samen met zijn medeplichtigen wist hij alle wachtposten te passeren, op weg naar een vliegveld vanwaar hij naar Berlijn vloog. Daar zou hij de onvermijdelijke opstand en machtsovername in Berlijn en Parijs mede leiden. De bomexplosie was onderweg nog hoorbaar geweest en Von Stauffenberg en de zijnen meenden dat de aanslag gelukt was.
De bom ontplofte inderdaad kort na zijn vertrek, en Hitler raakte wel gewond, maar niet ernstig. Vier officieren werden gedood. In Von Stauffenbergs afwezigheid had een van de aanwezigen waarschijnlijk de tas per ongeluk doen omvallen en op een andere plaats neergezet, vermoedelijk verder onder de beschermende tafel achter een dikke tafelpoot. De barak werd vernield, maar de schokgolf had te weinig kracht om alle aanwezigen te doden.
Doordat Hitler de aanslag overleefde en al vrij snel op de radio was te horen, mislukten de pogingen om in Berlijn de macht over te nemen.
Onmiddellijk na de aanslag gaf Hitler aan Heinrich Himmler de opdracht de oorzaak van de explosie te vinden. Nog diezelfde dag werden de samenzweerders overmeesterd in hun kantoor aan de Bendlerstrasse in Berlijn, waarbij Von Stauffenberg in de schouder werd geschoten. Zijn directe baas, generaal Friedrich Fromm, improviseerde een krijgsraad. Ze werden ter dood veroordeeld en het vonnis werd dezelfde dag nog uitgevoerd. Von Stauffenberg, stafchef kolonel Mertz von Quirnheim, chef Allgemeines Heeresamt Olbricht en Von Stauffenbergs adjudant Von Haeften werden de avond van 21 juli in het licht van koplampen van enkele militaire voertuigen doodgeschoten. Ludwig Beck werd gedwongen met een pistool zelfmoord te plegen, hetgeen tot twee keer toe mislukte, waarna een Feldwebel hem doodschoot. Andere (vermeende) samenzweerders werden in showprocessen, door onder anderen Roland Freisler (de beruchte rechter die ook de verzetsgroep Weiße Rose veroordeelde), veroordeeld (waaronder Von Stauffenbergs broer Berthold) of pleegden zelfmoord (Tresckow en Rommel).
De laatste woorden van Von Stauffenberg zouden volgens sommige bronnen Es lebe unser heiliges Deutschland! (Lang leve ons heilige Duitsland!) zijn geweest.
Overlijdensakte van Claus Schenk Graf von Stauffenberg, geëxecuteerd op 20 juli 1944; certificaat van de stad Bamberg, geschreven in 1951
De lijken werden de volgende dag inclusief uniform en onderscheidingen begraven, en later in opdracht van Himmler opgegraven en verbrand. Gedurende de daaropvolgende dagen werden ongeveer tweehonderd medeverdachten door snelrecht veroordeeld en terechtgesteld.
Een rechtstreeks gevolg van de mislukte aanslag was tevens dat Hitler het reguliere leger niet langer vertrouwde en dat organen zoals de SS, de SD en de Gestapo nóg meer macht kregen.
Voor velen is graaf Von Stauffenberg een icoon geworden van het verzet tegen het naziregime. Na de oorlog is op de plaats waar hij een dag na de aanslag werd terechtgesteld, de tuin van het toenmalige oorlogsministerie in Berlijn, een museum ingericht. De Bendlerstrasse is hernoemd tot Stauffenbergstrasse en in het museum is een permanente tentoonstelling ingericht, met meer dan 5.000 foto's en documenten, die het werk van de verschillende verzetsorganisaties tijdens het Hitler-regime tonen. Op de binnenplaats, waar de executie plaatsvond, staat nu een bronzen beeld van een man met samengebonden handen.
Militaire loopbaan
Fahnenjunker-Gefreiter: 18 augustus 1927
Fahnenjunker-Unteroffizier: 15 oktober 1927
Fähnrich: 1 augustus 1928
Oberfähnrich: 1 augustus 1929
Leutnant: 1 januari 1930
Oberleutnant: 1 mei 1933
Rittmeister: 1 januari 1937
Hauptmann i. G.: 1 november 1939
Major i.G.: 1 januari 1941
Oberstleutnant i. G.: 1 januari 1943
Oberst i.G.: 1 april 1944
Decoraties
Rijksinsigne voor Sport in brons
Dienstonderscheiding van Leger en Marine voor (4, 8 en 12 dienstjaren) op 2 oktober 1936
IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (31 mei 1940) en 2e klasse
Orde van Moed en Vertrouwen, der Eerste Klasse op 25 oktober 1941
Orde van het Vrijheidskruis, 3e klasse met Zwaarden[2]
Verwundetenabzeichen (1939) in goud[2], zilver en zwart
Medaille für den italienisch-deutschen Feldzug in Afrika op 20 april 1943[2] Gerd R. Ueberschär
Duitse Kruis in goud op 8 mei 1943 als Oberstleutnant im Generalstab 10. Panzer-Division, Heer

Claus von Stauffenberg

Claus von Stauffenberg
Geboren 15 november 1907
Jettingen, Koninkrijk Beieren, Duitse Keizerrijk
Overleden 21 juli 1944
Berlijn, nazi-Duitsland
Begraven Verbrand: as verspreid in de rioolwaterzuivering van Berlijn
Religie Rooms-katholiek
Land/partij Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek
Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1927 - 1944
Rang Collar tabs of Offiziere of the Heer.svg Oberst Epaulette.jpg Oberst
Eenheid Afrikakorps
10e Pantserdivisie
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Slag om Frankrijk
Operatie Barbarossa
Tunesische Campagne
Slag om de Kasserinepas
Noord-Afrikaanse veldtocht
Complot van 20 juli 1944

 

Stauffenberg in het 17. (Bayerisches) Reiter-Regiment (Reichswehr) in Bamberg, 1926

 

Von Stauffenberg (geheel links) op de Wolfsschanze (15 juli 1944)

 


Oskar Schindler

Oskar Schindler (Zwittau (tegenwoordig: Svitavy, Tsjechië), 28 april 1908 – Hildesheim, 9 oktober 1974) was een Sudeten-Duitse industrieel die bekend werd door zijn hulp aan Joden tijdens de Holocaust.
Jonge jaren
Oskar Schindler was de zoon van Hans Schindler en Franziska Luser, een rooms-katholiek Duits echtpaar in de Duitse streek Schönhengstgau in Moravië binnen het Oostenrijk-Hongaarse keizerrijk. Na zijn studie ging hij werken als verkoopmanager voor het elektronisch bedrijf Moravian Electrotechnic. In 1935 sloot hij zich in Tsjecho-Slowakije aan bij de Duitsgezinde Sudetendeutsche Partei van Konrad Henlein. In 1938 begon hij te werken als agent voor de Duitse Abwehr. Hij verzamelde militaire informatie die het Duitse leger kon helpen bij een eventuele invasie van Tsjechië. Vanwege deze spionage-activiteiten werd hij gearresteerd door de Tsjechische politie en zat hij korte tijd gevangen. Ook voorafgaand aan de Duitse invasie van Polen speelde Schindler een rol. Hij was onder meer betrokken bij de smokkel van wapens voor geheime Duitse operaties nabij Bohumín.
In Krakau
In 1939 werd hij lid van de nazipartij. In datzelfde jaar, na de verovering van Polen, liet hij zijn vrouw Emilie in Zwittau achter en verhuisde naar Krakau in het Generaal-Gouvernement voor de bezette Poolse gebieden. Hij kocht er voor een gunstige prijs een onteigende Joodse emailfabriek en noemde deze Deutsche Emailwarenfabrik, kortweg DEF, of Emalia voor de Joden, en bemande deze met goedkope Joodse arbeidskrachten. In maart 1941 werd Schindler gearresteerd op verdenking van zwartemarkthandel, maar werd door zijn grote invloed op SS-officieren weer vrijgelaten. Op 3 juni 1942 daagden vele werknemers van zijn emailleerfabriek niet op. Ze zouden getransporteerd worden naar werkkampen. Dit betekende het begin van de Jodenevacuatie. Meer dan 7.000 mensen verlieten aldus het getto onder het bevel van SS-Hauptsturmführer Amon Göth. In overleg met Amon Göth kon Schindler bereiken dat de resterende inwoners van Krakau in het bedrijf van Schindler konden blijven werken. Schindlers DEF-kamp beschermde de Joden en vermeed dat ze geslagen en vermoord werden. Na enige tijd kreeg hij de opdracht om zijn emailleerfabriek te sluiten. Hij wilde zijn fabriek verhuizen naar het door Duitsland ingelijfde Brünnlitz in de Rijksgouw Sudetenland (tegenwoordig Brněnec in Tsjechië) en zijn werknemers meenemen.
Op 15 augustus 1944 begon het wraakzuchtige vermoorden in het Plaszow-kamp, nadat het Sovjet-Leger de Poolse stad Lublin had ingenomen en tijdelijk zeer snel oprukte naar het westen. Schindler zorgde er snel voor dat alles in gereedheid was voor de mensen die hij van het bloedbad wilde redden. Achthonderd man werden per wagon vervoerd naar Moravië, driehonderd vrouwen kwamen een week later aan. Door een fout werd het vervoer van de vrouwen veranderd, ze gingen naar het concentratiekamp Auschwitz. Op dat moment werd Oskar Schindler opgepakt en ondervraagd. Na een week van ondervraging bewees hij zijn onschuld. Hij werd vrijgelaten en ging zijn vrouwelijke werkers in Auschwitz helpen. Schindler beloonde de SS met diamanten in ruil voor de vrijlating van de vrouwen. Volgens historicus en Schindler-biograaf David Crowe was deze episode minder dramatisch: de vrouwen zouden slechts een tussenstop in Auschwitz gemaakt hebben, terwijl de mannen tijdelijk in quarantaine in concentratiekamp Gross Rosen verbleven. 
Arbeitslager Brünnlitz
De munitiefabriek van Oskar Schindler in Moravië was een buitenkamp van concentratiekamp Gross-Rosen. De officiële naam was Arbeitslager Brünnlitz. Behalve de 1.000 Joodse werknemers arriveerden in Arbeitslager Brünnlitz nog eens enkele transporten met in totaal tientallen Joodse gevangenen. Veel van deze gevangenen waren er slecht aan toe en werden opgevangen in de ziekenboeg die door Emilie Schindler bestierd werd. De fabriek van Schindler zou nauwelijks iets produceren en werd op 9 mei 1945 door het Rode Leger bevrijd. Oskar en Emilie waren eerder die dag, verkleed als kampgevangenen, gevlucht naar de Amerikaanse bezettingszone uit angst voor Tsjechische partizanen die uit wraak bloedbaden aanrichtten onder de etnisch Duitse bevolking van het huidige Tsjechië.
Na de Tweede Wereldoorlog
Aan het einde van de oorlog emigreerde Oskar Schindler naar Argentinië, hij ging daar echter failliet en bleef er zakelijk geïsoleerd. Hij keerde in 1958 naar West-Duitsland terug, maar kon zijn oude welstand niet terugkrijgen. In 1945 was reeds het gehele familiebezit Schindler in de Schönhengstgau nabij Zwittau door het Tsjechoslowaakse communistische regime onteigend en zijn familieleden naar het westen gedeporteerd of geïnterneerd.
Oskar Schindler stierf in 1974 op 66-jarige leeftijd in Hildesheim in relatieve armoede aan een hartaanval. Hij werd op het katholieke Franciscaner kerkhof op de berg Zion te Jeruzalem begraven. De door hem geredde joden financierden zijn grafsteen.
De Australische auteur Thomas Keneally beschreef Oskar Schindler in zijn roman Schindler's Ark (1982), waarop de film Schindler's List van regisseur Steven Spielberg uit 1993 is gebaseerd. Door de aandacht rond deze film is de Fabryka Schindlera in 2005 eigendom van de stad Krakau geworden en gerenoveerd tot een museum.
Rechtvaardige
In 1962 werd in de Tuin van de moedigen van het Holocaustherinneringscentrum Yad Vashem in Jeruzalem een boom geplant ter herinnering aan het feit dat Oskar Schindler tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan 1.000 Joden het leven redde. Een officiële erkenning tot Rechtvaardige onder de Volkeren bleef uit, vanwege de beschuldiging dat Schindler aan het begin van de oorlog in Polen op oneerlijke wijze onteigend Joods bezit overgenomen had. Op 24 juni 1993 volgde officiële erkenning alsnog. Ook zijn vrouw, Emilie, werd toen erkend als Rechtvaardige. Haar naam werd toegevoegd op de plaquette bij de boom van Oskar op het museumterrein.

Schindler, Oskar.jpg

Geboortedatum 28 april 1908
Sterfdatum 9 oktober 1974
Geboorteplaats Zwittau
Plaats van overlijden Hildesheim
Functie
Speciale functie industrieel

Graf van Oskar Schindler

 


Friedrich-Werner von der Schulenburg

Friedrich-Werner Graf von der Schulenburg (20 november 1875 - 10 november 1944) was een Duitse diplomaat die diende als de laatste Duitse ambassadeur in de Sovjetunie voor Operatie Barbarossa . Hij begon zijn diplomatieke carrière vóór de Eerste Wereldoorlog , waar hij in verschillende landen als consul en ambassadeur optrad. Hij keerde zich tegen de belangrijkste nazi-partij en sloot zich aan bij de samenzwering tegen Hitler. Na het mislukte complot van 20 juli 1944, werd Schulenburg beschuldigd medeplichtig te zijn en uiteindelijk geëxecuteerd.
Hij was een ridder van justitie in de Orde van Sint-Jan , die door de nazi's met afkeuring werd beschouwd. 
Diplomatieke carrière 
Schulenburg werd geboren in Kemberg , Saksen-Anhalt , voor Graf Bernhard von der Schulenburg. Na een jaar dienst in het leger, studeerde hij rechten in Lausanne , München en Berlijn, en in 1901 trad hij toe tot de consulaire dienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken als een junior ambtenaar ( Assessor ). In 1903 was hij benoemd tot vice-consul bij het Duitse consulaat-generaal in Barcelona , en in de jaren die volgden, werkte hij op de consulaten in Lemberg , Praag , Warschau en Tbilisi.. Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 keerde Schulenburg terug naar het leger en na de Eerste Slag om de Marne werd hij in oktober 1914 bevorderd tot kapitein en belast met een artilleriebatterij . In 1915 werd hij gepost als Duitse verbindingsofficier bij het Ottomaanse leger aan het Armeense front. In 1916 nam hij het bevel over het Georgische Legioen over in de strijd tegen het Russische Rijk , tot het instortte in 1917. Tijdens zijn tijd in het leger ontving hij het IJzeren Kruis en enige hoge Ottomaanse eer. Na de ineenstorting van het Duitse Rijk, werd hij gevangen genomen door de Brittenen geïnterneerd op het mediterrane eiland Prinkipo (nu Büyük Ada ), terugkerend naar Duitsland in 1919. Schulenburg werd vervolgens weer opgenomen in de dienst Buitenlandse Zaken en werd de Duitse consul in Beiroet .
Schulenburg diende als de Duitse ambassadeur in Perzië van 1922 tot 1931, toen zijn bezoek aan de oude monumenten in Persepolis ertoe leidde dat zijn naam werd gegraveerd bij de Poort van Alle Naties , zoals te zien op een foto. Van 1931 tot 1934 diende hij als de Duitse ambassadeur in Roemenië , voordat hij in Moskou werd geplaatst als de laatste Duitse afgezant van de Sovjet-Unie voordat Duitsland in 1941 Duitsland binnenviel.
Noble estate 
In de jaren dertig verwierf Schulenburg de Burg Falkenberg , een kasteel in de Oberpfalz . Hij liet het verbouwen en renoveren om te dienen als een thuis voor zijn pensioen. Dit monumentale werk werd uitgevoerd tussen 1936 en 1939. 
Verzetactiviteiten 
Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Schulenburg zijn diplomatieke loopbaan weer op gang en werd onder meer een afgezant van Teheran en Boekarest . In 1934 werd hij benoemd tot Duitse ambassadeur in de Sovjet-Unie . Schulenburg was voorstander van een overeenkomst tussen Duitsland en de Sovjetunie en speelde een belangrijke rol bij het tot stand brengen van het Duits-Sovjet niet-aanvalsverdrag van augustus 1939. Na de Sovjet-invasie van Polen , gebruikte hij zijn positie , ondanks de oorlog tussen Duitsland en Polen als de hoogste ambassadeur in Moskou om Poolse diplomaten toe te laten (inclusief ambassadeur Wacław Grzybowski) om de Sovjetunie te verlaten, toen de Sovjets probeerden hen te arresteren.
Schulenburg werd in het duister gehouden over de geplande invasie van de Sovjet-Unie door Duitsland. Hij wist slechts met zekerheid dat de invasie plaatsvond een paar uur voordat het werd gelanceerd, toen minister van Buitenlandse Zaken Joachim von Ribbentrop hem een ​​bericht stuurde om voor te lezen aan de Sovjet-minister van Buitenlandse Zaken Vyacheslav Molotovde invasie rechtvaardigen. Hij kreeg echter vermoedens van wat zijn regering van plan was te gaan doen in het voorjaar van 1941. Tot op het laatst probeerde hij elk gepraat over een invasie te dwarsbomen door te wijzen op de militaire kracht van het land en de onaannemelijkheid van zijn industriële reserves. . Hij wordt geciteerd zoals gezegd tegen Molotov op de ochtend van de aanval: "Ik probeer de afgelopen zes jaar persoonlijk alles te doen wat ik kon om vriendschap tussen de Sovjet-Unie en Duitsland aan te moedigen. Maar je kunt niet in de weg staan van het lot.
Nadat de Duitse agressie begon op 22 juni 1941, werd Schulenburg enkele weken geïnterneerd door de Sovjets en vervolgens overgebracht naar de Sovjet-Turkse grens. Daarna werd Schulenburg benoemd tot leider van de Ruslandcommissie, een post van Buitenlandse Zaken zonder politieke invloed die hem neutraliseerde. Later voegde hij zich bij de samenzwering om Hitler omver te werpen in de hoop een snel vredesakkoord in het oosten te bereiken. Hij was bereid en bereid om zelfs met Joseph Stalin te onderhandelennamens de plotters. Als ze succesvol waren geweest in het omverwerpen van Hitler, zou Schulenburg een hoge ambtenaar in het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn geweest; sommige bronnen hadden hem vermeld als minister van Buitenlandse Zaken. Schulenburgs plannen voor post-Hitler-doelen in het oosten waren op veel punten vergelijkbaar met die van de nazi's en hij geloofde dat de Russen en andere Oost-Europese landen gemakkelijk onderworpen zouden kunnen worden aan de Duitse suprematie, aangezien ze "jonge mensen waren die onaangetast waren door de westerse beschaving" van "eenvoudig geloof"; volgens Schulenburg moest Europa worden gedomineerd door Duitsland, dat gronden zou ophogen tot aan Vilnius, Minsk en Lublin in het oosten, naar Praag en Brno in het zuiden, en naar Groningen en Luik in het westen.
Na het falen van de aanslag op Hitler's leven op 20 juli 1944 werd Schulenburg gearresteerd en beschuldigd van hoogverraad . Op 23 oktober 1944 veroordeelde het Volksgerichtshof hem tot de dood en werd hij op 10 november 1944 in de Plötzensee- gevangenis in Berlijn opgehangen .
Huwelijk 
Hij trouwde van 1908 tot 1910 met Elisabeth von Sobbe ( Burg bei Magdeburg , 14 maart 1875 - Wolframshof , 6 juli 1955) en kreeg een dochter:
Christa-Wernfriedis Hanna Margarete Engelberta Gräfin von der Schulenburg ( Praag , 29 december 1908 - Tischenreuth , 17 november 1993), getrouwd met Max Wolfgang, Freiherr von Lindenfels (Wolframshof, 12 juli 1908 - Wolframshof, 28 november 1982)

Friedrich-Werner Erdmann Matthias Johann Bernhard Erich Graf von der Schulenburg.jpg

Geboren 20 november 1875 
Kemberg , Duits rijk
Ging dood 10 november 1944 (68 jaar) Berlijn , Plötzensee-gevangenis
Nationaliteit Duitse
Bezetting Diplomaat
Partner (s) Elisabeth von Sobbe (1908 - 1910)
Kinderen Christa-Wernfriedis von der Schulenburg

 

Inscriptie op het oude beeld bij de ingang van Persepolis . Gezant FW GRAF SCHULENBURG. 1926 * 1930 * 1931

 


Harro Schulze-Boysen

Heinz Harro Max Wilhelm Georg Schulze-Boysen (Kiel, 2 september 1909 - Berlijn-Plötzensee, 22 december 1942) was een Duitse journalist en tijdens het nazi-regime een luchtmachtofficier en als lid van de Rote Kapelle een van de leidende verzetsstrijders tegen het nazisme.
Leven
Schulze-Boysen was de zoon van de marineofficier Erich Edgar Schulze en diens vrouw Marie Luise Boysen. Van vaders kant was hij een achterneef van admiraal Alfred von Tirpitz en van moeders kant van de socioloog Ferdinand Tönnies. Hij bracht zijn jeugd door in Duisburg en had twee zussen, Helga (* november 1910) en Hartmut (1922-2013).
Politiek engagement
Als student aan het Steinbart-gymnasium in Duitsberg nam hij in 1923 deel aan de illegale strijd tegen de Franse bezetting van het Ruhrgebied en werd enige tijd door de bezettingsmacht vastgehouden. Na zijn afstuderen in 1928 werd hij lid van de liberale Jungdeutscher Orden; in 1930 steunde hij de intellectuele Gruppe Volksnationale Reichsvereinigung, die onder leiding van Artur Mahraun stond. Deze vereniging van het burgerlijke kamp leidde vervolgens in 1930 tot de oprichting van de Deutsche Demokratische Partei. Tijdelijk was Schulze-Boysen ook lid van Otto Strasser's Schwarzer Front.
Hij studeerde rechten aan de universiteiten van Freiburg (1928/1929) en Berlijn (1929-1931, zonder afstudering). Verblijven in Zweden, Groot-Brittannië en Frankrijk hielpen hem bij het verbreden van zijn mentale horizon.
In 1931 leerde Schulze-Boysen tijdens een verblijf in Frankrijk intellectuelen uit de kring van het avantgardistische Franse tijdschrift Plans kennen, onder wiens invloed hij in politiek opzicht zich op links begon te oriënteren. Naar het voorbeeld van ‘’Plans’’ gaf In 1932/1933 gaf Schulze-Boysen het in 1931 door Franz Jung weer heruitgegeven links-liberale tijdschrift Der Gegner uit, waar o.a. Ernst Fuhrmann, Raoul Hausmann, Ernst von Salomon, Adrien Turel en Karl Korsch aan meegewerkten. Hij probeerde uit de kring rond de Der Gegner, waartoe ook Robert Jungk, Erwin Gehrts, Kurt Schumacher en Gisela von Poellnitz behoorden, een zelfstandige jeugdbeweging te ontwikkelen en organiseerde in Berlijnse cafés zogenaamde Gegner-bijeenkomsten. Er was nauwelijks een oppositionele jeugdgroep, waarmee Schulze-Boysen geen contact onderhield. Schulze-Boyen begon zich bovendien steeds sterker te interesseren voor het Sovjet-systeem.
Verzet
De machtsovername door Hitler achtte hij waarschijnlijk, maar ook dacht hij dat Hitler's macht spoedig zou instortten door een algemene staking. Na de machtsovername door de nationaal-socialisten werden de kantoren van de Gegner-redactie door SS'ers verwoest en de redactionele leden werden naar een speciaal kamp van het 6de SS-regiment gedeporteerd. Schulze-Boysen werd mishandeld en voor meerdere dagen vastgehouden. Voor zijn eigen ogen vermoorden de nazi's zijn joodse vriend en medestander Henry Erlanger.
Omdat een geplande politieke carrière daarmee tot een einde werd gebracht, begon hij mei 1933 een vliegenieropleiding in Warnemünde. Vanaf 1934 werkte hij op de nieuwsafdeling van het Rijksministerie van Luchtvaart (RLM) in Berlijn. Hij paste zich voor het oog aan de dictatuur aan, maar innerlijk bleef hij trouw aan zijn negatieve houding jegens de nazi's. Vanaf 1935 verzamelde hij een kring van linkse anti-fascisten rond zich, waaronder veel van zijn vrienden uit de Der Gegner. Er werden brochures verspreid die gericht waren tegen de dictatuur. Op 16 juli 1936 trouwde hij te Liebenberg Libertas Haas-Heye.
Schulze-Boysen breidde zijn contract met het verzet verder uit en ook de banden met communisten rond Hilde en Hans Coppi werden nauwer aangehaald. Naast zijn werk bij het Rijksluchtvaartministerie begon hij een studie aan de Berlijnse Friedrich-Wilhelms-Universität. Hij last de geschriften van Lenin en zag daarin zijn idee bevestigd dat het kapitalisme ten einde liep. Ook zag hij, ondanks het Molotov-Ribbentroppact, in de Sovjet-Unie de enige serieuze tegenstander van nazi-Duitsland.
Vanaf het voorjaar van 1941 begon Schulze-Boysen geheime militaire informatie aan de buitenlandse inlichtingendienst van het russische Volkscommissariaat voor de Staatsveiligheid door te spelen. Tegelijkertijd bouwde hij met Arvid Harnack een verzetsgroep op, die na de oorlog de Schulze-Boysen/Harnack-groep werd genoemd en waartoe ten slotte meer dan honderdvijftig nazi-tegenstanders behoorden. Ze verspreiden brochures, schilderden slogans op gebouwen en hielpen vervolgden. Een kleiner deel vergaarde en verstrekte informatie voor de russische inlichtingendienst. Via Alexander Korotkov, de plaatsvervanger van de NKGB in de Russische ambassade te Berlijn, probeerde Schulze-Boysen voor de aanstaande Duitse inval in de Sovjet-Unie te waarschuwen. In 1941 werd Schulze-Boysen nog tot Oberleutnant bevorderd.
Ontdekking en terechtstelling
In juli 1942 werd een gecodeerd radiobericht van de russische militaire inlichtingendienst GROe door de Gestapo gedecodeerd, waarin naast de naam Schulze-Boysen ook zijn adres werd genoemd. Dit leidde tot de arrestatie van de Schulze-Boysen/Harnack-groep en de terechtstelling van een groot aantal leden.
Op 31 augustus werd Harro Schulze-Boysen op zijn kantoor van de Rijksluchtvaartministerie aangehouden. Zijn vrouw Libertas raakte in paniek toen haar man niet thuis en ging naar vrienden, zij werd pas enkele dagen later gearresteerd. Op 19 december werd Schulze-Boysen wegens voorbereiding tot hoogverraad en landverraad ter dood veroordeeld. Hij werd op 22 december 1942 om 19:05 uur samen met medestrijders in Berlin-Plötzensee opgehangen. Zij vrouw Libertas werd ongeveer een uur later door onthoofding om het leven gebracht.
Al op 15 december 1942 had men op aanwijzingen van Hitler in de executieruimte van de gevangenis een rail met vleeshaken laten aanbrengen. Tot dan toe werden de terdoodveroordeelden door militaire rechtbanken door de kogel en door burgerlijke rechtbanken door onthoofding met de guillotine voltrokken. De leden van de Schulze-Boysen/Harnack-groep waren de eersten die door ophanging om het leven kwamen, dat als bijzonder oneervol werd beschouwd.

Shultse Boizen Harro

 

Gedenktafel aan de muur van het voormalige woonadres Altenburger Allee 19, Berlin-Westend

 


Helmuth Stieff

Helmuth Stieff (Deutsch Eylau (Iława), 6 juni 1901 - Berlijn, 8 augustus 1944) was een Duits generaal en lid van het Oberkommando des Heeres (OKH), het hoofdkwartier van de Duitse landmacht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij nam deel aan pogingen van het Duitse verzet om Adolf Hitler te vermoorden op 7 en 20 juli 1944.
Carrière
Stieff werd geboren in de toenmalige Duitse provincie West-Pruisen. Hij studeerde af aan de Infanterieschule te München in 1922 en werd aangesteld als luitenant van de infanterie. Al in 1927 diende de jonge Stieff ter ondersteuning van de Duitse generale staf van de Reichswehr, het Duitse leger na de Eerste Wereldoorlog.
Stieff trad toe tot de generale staf van de Wehrmacht in 1938 en diende in de Organisationsabteilung (coördinatie-afdeling) onder bevel van majoor Adolf Heusinger.
Dankzij zijn uitstekende organisatorische vaardigheden werd Stieff in oktober 1942 benoemd tot leidinggevende van de Organisatie op OKH, ondanks Hitler's sterke persoonlijke afkeer. Hitler beschouwde Stieff namelijk als een "kleine giftige dwerg".
Tijdens de invasie van Polen in 1939 ontwikkelde Stieff een sterke afschuw voor de militaire nazi-strategie. Dit bleek onder meer uit brieven die hij had geschreven naar zijn vrouw, waarin hij het verloop en de wreedheden van Hitler's oorlog in het bezette Polen beschreef. Zo beschouwde hij zichzelf als een "instrument van een despotische wil om te vernietigen, zonder enig oog voor de mensheid en eenvoudig fatsoen".
Verzetsstrijder
Naar aanleiding van de uitnodiging van Generaal Henning von Tresckow, trad Stieff toe tot het Duitse Verzet in de zomer van 1943. Aangezien hij de leiding had over de Organisationsabteilung kon hij explosieven verzamelen zonder argwaan te wekken, waaronder zelfs een paar van buitenlandse origine. Stieff was dan ook diegene die Axel von dem Bussche voorzag van explosieven die gebruikt werden bij de geannuleerde aanslag op Hitler in de Wolfsschanze in november.
Als een van de officieren die af en toe toegang had tot Hitler, meldde Stieff zich aan als vrijwilliger om Hitler te vermoorden door middel van een zelfmoordaanslag, maar krabbelde later al snel terug ondanks de herhaalde verzoeken van Tresckow en kolonel Claus von Stauffenberg om de aanslag alsnog uit te voeren. Op 7 juli 1944, tijdens een demonstratie van de nieuwe uniformen in het bijzijn van Hitler in Schloss Klessheim (een paleis in de buurt van Salzburg) was Stieff niet in staat om de bom te activeren, waardoor Stauffenberg besloot om Hitler zelf te vermoorden.
De ochtend van 20 juli vloog Stieff met Stauffenberg en luitenant-kolonel Werner von Haeften in het Heinkel He 111-vliegtuig van generaal Eduard Wagner van Berlijn naar de Wolfsschanze. Maar 's avonds werd hij gearresteerd en ondervraagd onder marteling door de Gestapo. Stieff hield enkele dagen stand tegen de pogingen van de Gestapo om de namen van collega-samenzweerders te bekomen. Verdrongen door de Wehrmacht, werd hij berecht door het Volksgerichtshof onder president Roland Freisler en ter dood veroordeeld op 8 augustus 1944. Op persoonlijk verzoek van Hitler werd Stieff opgehangen in de middag van diezelfde dag in de Plötzensee-gevangenis in Berlijn.
Militaire loopbaan
Leutnant: 1922
Oberleutnant: 1 februari 1927
Hauptmann: 1 april 1934
Major: 1 augustus 1938
Oberstleutnant: 1940
Oberst: 1942
Generalmajor:
Decoraties
Duitse Kruis in goud op 16 februari 1942 als Oberstleutnant i.G. in Stab Armeeoberkommando
IJzeren Kruis 1939, 1e klasse en 2e klasse

Stieff in 1942
Geboren 6 juni 1901
Iława, West-Pruisen, Duitse Keizerrijk
Overleden 8 augustus 1944
Plötzensee (gevangenis), Berlijn, Nazi-Duitsland
Land/partij Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek
Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1922 - 1945
Rang Collar tabs for the Generals of the Heer.svg Wehrmacht Generalmajor.svg
Generalmajor
Leiding over Chef des Organisationsabteilung OKH
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Complot van 20 juli 1944

 


Walter Süskind

Walter Süskind (Lüdenscheid, 29 oktober 1906 – Midden-Europa, 28 februari 1945) was een Joodse Duitser van deels Nederlandse afkomst die als medewerker van de Hollandse Schouwburg ongeveer 600 Joodse kinderen aan de Jodenvervolging heeft helpen ontsnappen.
Biografie
Süskind groeide op in een gezin met twee broers en een pleegbroer. Hij woonde tot 1938 in Keulen, waar hij sinds 1929 werkzaam was als hoofd verkoop van de margarinefabriek Bolak voor de afzetgebieden Pruisen en Polen. Omdat hij twee Nederlandse grootouders had, bezat hij zowel de Duitse als Nederlandse nationaliteit.
In 1938 besloot hij vanwege het opkomende antisemitisme in Duitsland naar Nederland te verhuizen. Hij vestigde zich met zijn vrouw eerst in Bergen op Zoom, waar hij werkte als verkoper voor Unilever en vanaf 1942 ging hij met zijn vrouw en inmiddels geboren dochtertje in Amsterdam wonen. Omdat de jodenvervolging inmiddels ook in Nederland was aangevangen, hoopte hij vandaaruit naar de Verenigde Staten te kunnen emigreren. Hij correspondeerde hierover met zijn oudere broer Robert, die in 1937 al daarheen was geëmigreerd.[2]
Süskind was werkzaam als metaaldraaier in een machinefabriek in Amsterdam, maar kreeg vanwege zijn Joodse afkomst ontslag en vond daarna werk bij de Joodse Raad als chef bagage- en ordedienst. In die functie was hij de beheerder van de Hollandsche Schouwburg, waar Amsterdamse Joden zich moesten melden voordat ze gedeporteerd zouden worden naar Kamp Westerbork.
Verzetswerk
Vanwege zijn vloeiende Duits en het feit dat hij destijds met de toen in Amsterdam werkzame SS-officier Ferdinand aus der Fünten op school had gezeten, vertrouwden de Duitsers hem en kon hij zonder argwaan te wekken de gegevens van geregistreerde Joodse kinderen vervalsen en ze laten onderduiken en ontsnappen via de nabijgelegen crèche op de Plantage Middenlaan 38 in Amsterdam.
Samen met de directrice van de crèche, Henriëtte Pimentel, en de Amsterdamse econoom Felix Halverstad, die ook in de schouwburg werkte, werd een werkwijze opgezet om de kinderen er weg te krijgen. De baby's werden achterom door de tuin naar de Hervormde Kweekschool gebracht waarbij de directeur ervan, Johan van Hulst, meewerkte. Hiervandaan gingen ze in een tas, mand of rugzak naar buiten en werden per tram en trein naar Limburg, Drenthe en Friesland gebracht waar het verzet onderduikadressen regelde.
Halverstad en Süskind zorgden ervoor dat de inschrijvingen van de kinderen verwijderd werden uit de administratie. Dit werk gebeurde zonder dat de leiding van de Joodse Raad hiervan op de hoogte was.[3] Gedurende de achttien maanden dat hij de schouwburg beheerde, moet hij met behulp van een aantal verzetsgroepen zeker 600 kinderen en ook een aantal volwassenen gered hebben van deportatie.
Deportatie en overlijden
Uiteindelijk moest het gezin Süskind zelf ook op transport naar Westerbork. Op 2 september 1944 werden ze vandaaruit op transport gezet naar Theresienstadt. Süskind had een vervalste brief van de nazi's bij zich, waarin stond dat hij voor hen onmisbaar was geweest en probeerde deze aan commandant Karl Rahm te overhandigen, maar dit hielp niet.
Ze werden per goederenwagon op transport gesteld naar Auschwitz-Birkenau. Daar kwamen ze aan in oktober en bij de selectie werd hij gescheiden van zijn vrouw en dochtertje. Deze gingen direct naar de gaskamer, waar ze werden vermoord, terwijl Süskind zelf nog een tijdlang in het kamp verbleef. Süskind zelf stierf uiteindelijk rond 28 februari 1945 op een onbekende plek, mogelijk tijdens een van de transporten van kamp naar kamp, de zogenaamde dodenmarsen.
Eerbetoon
Na de oorlog werd het werk van Süskind geëerd door een bronzen plaquette aan de huidige IVKO-school aan de Plantage Middenlaan 31-33. Hierop staat de tekst: "Aan allen die tijdens de Duitse bezetting hebben geholpen Joodse kinderen voor deportatie te behoeden. 1940-1945." Ook werd de ophaalbrug over de Nieuwe Herengracht bij de Hermitage in Amsterdam na de oorlog naar hem vernoemd. Op 15 januari 2012 ging de Nederlandse speelfilm Süskind van Rudolf van den Berg in première, die gebaseerd is op zijn leven.

Afbeeldingsresultaat voor Walter Süskind

Walter Süskind met zijn dochtertje Yvonne en een vriendinnetje op de Prinsengracht 51 in Amsterdam,

 

Deportatie via goederenwagons in Westerbork

 


Henning von Tresckow

Herrmann Karl Robert (Henning) von Tresckow (Maagdenburg, 10 januari 1901 - Ostrow bij Białystok, 21 juli 1944) was een Duitse militair en verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog. Hij was de zoon van een Pruisische officier.
Eerste Wereldoorlog en interbellum
Op 15 juni 1917 nam Von Tresckow als Fahnenjunker deel aan de oorlog en werd hij ingedeeld bij het Garde-Regiment zu Fuß1. In juni 1918 werd hij de jongste onderluitenant van het Pruisische leger. Henning von Tresckow ontving het. IJzeren kruis1ste klasse na de tweede slag bij de Marne.
Na de Eerste Wereldoorlog rondde hij zijn studie af als Bankkaufmann en begon hij aan een rechtenstudie. In 1924 sympathiseerde hij sterk met het nationaalsocialisme en trad hij toe tot de Wehrmacht. Op grond van zijn houding ten aanzien van de Weimarrepubliek was hij blij met de machtsovername door het Nationaalsocialisme.
In 1936 werd hij benoemd tot Operationsabteilung des Generalstabs en in deze staffunctie leert hij Ludwig Beck kennen.
Tweede Wereldoorlog
In de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog werd Von Tresckow gedegradeerd. Hierop begon hij zijn strijd tegen de ideeën van Adolf Hitler. Als stafofficier diende Von Tresckow in een infanteriedivisie in Polen waar hij werd bevorderd tot majoor. Hij stond onder bevel van generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt en was betrokken bij de inval van de Duitsers in Frankrijk.
In 1941 was hij inmiddels overtuigd van het feit dat de oorlog geen enkel nut had en zou moeten worden beëindigd. Toen hij in datzelfde jaar aan het Oostfront werd ingezet probeerde hij generalfeldmarschall Günther von Kluge ervan te overtuigen een staatsgreep tegen Hitler te plegen om zo de oorlog te kunnen beëindigen.
Als Erster Generalstabsoffizier der Heeresgruppe Mitte nam hij in 1942 deel aan verschillende acties om Hitler af te zetten en aan voorbereidingen voor diverse aanslagen. Het merendeel van de aanslagen werd echter nooit uitgevoerd of de uitvoering ervan werd verijdeld.
In 1943 lukte het Von Tresckow en zijn aanhangers om een tijdbom te plaatsen in een vliegtuig van Hitler. De bom ging echter niet af. Vervolgens begon hij in juli van dat jaar samen met Claus Schenk Graf von Stauffenberg verschillende plannen uit te werken om de val van Hitler te bewerkstelligen. Von Tresckow had daarbij onder meer contact met de Widerstandsgruppe van Carl Friedrich Goerdeler. In november 1943 werd hij echter overgeplaatst naar het 2e leger waar hij stafchef werd. Vanuit die positie werd het hem vrijwel onmogelijk gemaakt om contacten te onderhouden met onder andere Von Stauffenberg.
In januari 1944 werd Von Tresckow benoemd tot generaal-majoor. Hij ondernam vanaf dat moment geen echte acties meer. In juli van dat jaar was hij dan ook blij met de landing van de geallieerden. Hoewel er op dat moment voor hem meerdere mogelijkheden zijn om met de geallieerden in contact te komen wilde hij de wereld laten zien dat er voldoende weerstand tegen Hitler was in de interne geledingen van de top van het Duitse leger. Mede daardoor nam de druk op Von Stauffenberg toe om de alles beslissende bomaanslag uit te voeren op Hitler.

Toen Von Tresckow op 21 juli 1944 merkte dat Von Stauffenbergs bomaanslag was mislukt, pleegde hij zelfmoord aan het front van Ostrow in Rusland.

Militaire loopbaan
Freiwilliger: juni 1917
Fahnenjunker: 15 augustus 1917
Leutnant: 5 juni 1918[2]
Oberleutnant: 1 februari 1928
Hauptmann: 1 mei 1934
Major: 1 maart 1939
Oberstleutnant i.G.: 1 mei 1940
Oberst i.G.: 1 april 1942
Generalmajor: 1 juni 1944 - januari 1944
Decoraties
Duitse Kruis in goud op 2 januari 1943 als Oberst in Generalstab of Heeresgruppe Mitte
IJzeren Kruis 1914, 1e klasse en 2e klasse
Erekruis voor de Wereldoorlog
Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e klasse en 2e klasse
Dienstonderscheiding van Leger en Marine (Duitsland) voor (4, 12 dienstjaren)
Hij werd eenmaal genoemd in het Wehrmachtbericht. Dat gebeurde op 24 juli 1944

Henning von Tresckow in 1944

Henning von Tresckow in 1944
Geboren 10 januari 1901
Maagdenburg, Duitsland
Overleden 21 juli 1944
Ostrow, Polen
Begraven Gecremeerd; Sachsenhausen, locatie as onbekend. Hoewel ook wordt vermeld gecremeerd en uitgestrooid over een veld.
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Rijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Pruisische Leger
War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1917 - 1944
Rang Collar tabs for the Generals of the Heer.svg Wehrmacht Generalmajor.
Generalmajor
Eenheid 1. Garde-Regiment zu Fuß
Leiding over Chef des Operations Officier van de Heeresgruppe Mitte
Chef van de Staf van het 2. Armee
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Slag bij de Marne
Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Slag om Frankrijk
Operatie Barbarossa
Oostfront
Operatie Walküre

Albrecht Mertz van Quirnheim

Albrecht Ritter Mertz von Quirnheim (* 25. March 1905 in München , † 21e July 1944 in Berlijn ), korte Albrecht Mertz was Duitse officier , een verzetsstrijder tegen de nazi's en was in de binnenste cirkel rond Claus von Stauffenberg in de moordaanslag van 20 juli 1944 .
Leven
Albrecht Ritter Mertz von Quirnheim was de zoon van de toenmalige kapitein in het Beierse generale staf en later luitenant-generaal en voorzitter van het Nationaal Archief Hermann Ritter Mertz von Quirnheim geboren. Dit was in 1911 door de generale staf van de III. Army Corps naar de 6de Infanterie Regiment van Amberg toegevoegd. Het gezin woonde in de Alte Veste op Eichenforstgäßchen. Albrecht von Quirnheim plaatsgevonden in 1914 op de leeftijd van negen jaar in de Royal School of Humanities Amberg en bezocht door tot 1920. In 1919 verhuisde het gezin naar Potsdamomdat zijn vader hoofd werd van het pas opgerichte Reichsarchiv . Na zijn afstuderen aan de Victoria High School in Potsdam in 1923, trad Mertz von Quirnheim toe tot de Reichswehr . Via zijn familie ontmoette hij als jonge man de latere verzetsstrijders Werner von Haeften en Hans Bernd von Haeften . Vanaf 1925 begon zijn vriendschap met de latere Hitler-moordenaar Claus Graf Schenk von Stauffenberg .

Nadat hij in eerste instantie nam de macht van de nazi's was heel welkom, maar distantieerde zich na verloop van tijd meer en meer door het nazi-regime. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog Mertz werd gebruikt door Quirnheim als stafofficier in de organisatie-afdeling van de Generale Staf. 1941 was er een confrontatie met de Rijksminister voor de bezette gebieden in het Oosten Alfred Rosenberg en de Rijkscommissaris voor de Oekraïne Erich Koch omdat Mertz von Quirnheim pleitte voor een meer humane behandeling van burgers in bezet gebied. Vanaf 1942 gecondenseerd - ook over zijn broer Wilhelm Dieckmann - zijn contacten met het verzet. Mertz von Quirnheim werd bevorderd tot luitenant-kolonel en in november 1942 stafchef van het XXIV Pantserkorps aan het oostfront . In 1943 werd hij gepromoveerd tot kolonel en huwde Hilde Baier. Sinds september 1943 was hij in het plan om Adolf Hitler te elimineren door een moordaanslag . Samen met zijn superieur, General Friedrich Olbricht en Claus von Stauffenberg, werkte hij voor de overname van de macht na de aanslag op veranderingen Hitler aan de operationele plan "Valkyrie" uit het feit in het geval van een rel van buitenlandse werknemers moeten worden gebruikt in het Koninkrijk.
In 1944 volgde Mertz von Quirnheim Stauffenberg op als stafchef in het algemene legerkantoor in Berlijn ( Bendlerblock ). Direct na de aanslag op 20 juli 1944 op Hitler Mertz aangespoord door Quirnheim General Olbricht aan de operatie "Valkyrie" triggeren, hoewel hij niet zeker weet of Hitler dood was inderdaad zou kunnen zijn. De daarin geregelde maatregelen werden niet of niet volledig uitgevoerd omdat de militaire commandanten het nieuws over Hitlers overleving bijna tegelijkertijd ontvingen. In de nacht van 20 juli 1944 Mertz von Quirnheim, samen met Claus Graf Schenk von Stauffenberg, Olbricht en infanterie-generaal Werner von Haeften overweldigd door trouw aan het regime militaire en op instigatie van kolonel-generaalFriedrich Fromm werd kort na middernacht doodgeschoten op de binnenplaats van het Bendlerblock . Hun lichamen waren op de oude St. Matthew's Cemetery begraven Berlin-Schöneberg, maar korte tijd later op bevel van Heinrich Himmler opgegraven, verbrand en de as op riolering boerderijen verspreid. Een paar dagen later werden de ouders van Mertz von Quirnheim en een van zijn zussen door de Gestapo gearresteerd. Zijn broer Wilhelm Dieckmann was om brute ondervragingen op 13 september 1944 in Berlijn in eenzame opsluiting Lehrterstrasse van achter door de Gestapo schot.
Een andere broer, Mertz von Quirnheims, was Otto Korfes , een neef Johannes Dieckmann .


Eerbewijzen
Monument van het Duitse verzet in de Bendlerblock .
In Potsdam herinnert een straat hem eraan.
De veld- en militaire loge opgericht in maart 2016 "Albrecht Ritter Mertz von Quirnheim" in Augsburg is naar hem vernoemd

 

 

 

Geboren 25 maart 1905
München, Koninkrijk Beieren, Duitse Keizerrijk
Overleden 21 juli 1944
Berlijn, Nazi-Duitsland
Land/partij Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1921-1933).svg reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1923 - 1944
Rang Collar tabs of Offiziere of the Heer.svg Insignia Wehrmacht Heer Colonel 1.svg Oberst
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Oostfront
Operatie Walküre

2-Duits verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog

1---2