Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

1-Russisch militair in de Tweede Wereldoorlog

Pavel Fjodorovitsj Batitski

Pavel Fjodorovitsj Batitski (Russisch: Павел Фёдорович Батицкий) (Charkov, 27 juni 1910 - Moskou, 17 februari 1984) was een Russisch militair. Hij bracht het tot maarschalk van de Sovjet-Unie.[2]

Loopbaan
Batitsky werd in 1924 militair. Van maart 1929 tot mei 1935 diende hij als pelotonscommandant in het Wit-Russische militaire district. In 1938 promoveerde hij eervol aan de militaire academie van Froenze (Bisjkek). Van september 1939 tot december 1940 was hij op een zakenreis in China als stafchef van de militaire Sovjetadviseurs aan het hoofdkwartier van Chiang Kai-shek. Na zijn terugkeer werd hij stafchef van Kaunas in het Baltisch militair district. In maart 1941 werd Batitski benoemd tot stafchef van de 202 Gemotoriseerde Divisie. Later dat jaar nam hij het bevel over van de 254 Geweerdivisie. van 1943 tot 1944 was hij commandant van het 73 Geweerkorps en daarna tot 1945 van het 120 Geweerkorps.

Hij schoot in 1953 als generaal-kolonel en bevelhebber van de luchtverdediging van Moskou de machtige chef van de KGB, Lavrenti Beria, na een "geheim proces" door het hoofd. Zo verwierf hij de dank en het vertrouwen van de Sovjet-leiders Nikita Chroesjtsjov en Leonid Brezjnev.[3]. Batisky was vervolgens als kolonel-generaal bevelhebber van het Militair district Moskou en assistent van Georgi Zjoekov. Van 1963 tot 1978 was hij bevelhebber van de luchtverdediging van de Sovjet-Unie.

Onderscheidingen
Maarschalk Batitsky droeg zeer veel onderscheidingen:

7 mei 1965, Gouden Ster van een Held van de Sovjet-Unie gedecoreerd
vijfmaal de Leninorde (1944[4], 1953, 1960, 1965, 1978)
vijfmaal de Orde van de Rode Banier (1942[4], 1944[4], 1951, 1954 en 1968)
Orde van de Patriottische Oorlog
Orde van Soevorov IIe Klasse (1944[4])
Jubileumsmedaille voor Militaire Dapperheid ingesteld ter herinnering aan de Honderdste Verjaardag van Vladimir Iljitsj Lenin
Orde van Koetoezov Ie[4] en IIe Klasse[4] in maart en mei 1945
Orde van de Oktoberrevolutie (1970)
Orde van Verdienste voor het Moederland in de Strijdkrachten van de Sovjet-Unie IIIe Klasse (1975)
vijftien Sovjet-medailles
gouden erezwaard met het wapen van de Sovjet-Unie (1968)
Militaire Orde van de Witte Leeuw voor de Overwinning
Orde van de Vlag van de Volksrepubliek Hongarije
Mongoolse Orde van Suha Bator
Poolse Orde Polonia Restituta
14 andere buitenlandse onderscheidingen

Geboren 27 juni 1910
Charkov, Keizerrijk Rusland
Overleden 17 februari 1984
Moskou
Begraven Novodevitsjibegraafplaats, Moskou
Land/partij Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie
Onderdeel Red Army flag.svg Rode Leger
Dienstjaren 1924 - 1978
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog

 


Semjon Michajlovitsj Boedjonny

Semjon Michajlovitsj Boedjonny (Russisch: Семён Михайлович Будённый) (choetor Kozjoerin, stanitsa Platovskaja (tegenwoordig Boedjonnovskaja) nabij Salsk, Oblast Rostov, 25 april 1883 (juliaanse kalender, 13 april gregoriaanse kalender) - 26 oktober 1973) was een Sovjetbevelhebber en een vriend van Jozef Stalin.
Levensloop

Boedjonny werd op 25 april 1883 geboren op een boerderij bij een klein dorpje aan de rivier de Don. Zijn familie bestond uit boeren en was niet erg rijk.

In 1903 moest Boedjonny in dienst bij het Tsaristische leger. Hij werd ingedeeld bij het 26e Don-Kozakken cavalerieregiment, waarmee hij in 1904-1905 in de Russisch-Japanse oorlog vocht. Als beste cavalerieman van zijn regiment werd Boedjonny in 1907 naar Sint-Petersburg gestuurd om daar een cavalerieopleiding te volgen. Hij slaagde voor deze opleiding in 1908.
In de Eerste Wereldoorlog vocht Boedjonny mee op het Duitse, Oostenrijkse en Kaukasische front en werd onderscheiden met vier St. George-kruisen.
Interbellum
In de zomer van 1917 ging Boedjonny met zijn Kaukasische regiment naar Minsk. Daar werd hij verkozen tot voorzitter van het Regimentscomité en vicevoorzitter van het Divisiecomité. Na de Oktoberrevolutie keerde Boedjonny terug naar de Don, waar hij in de lokale Sovjet werd gekozen. In februari 1918 richtte hij een Revolutionair Cavalerieregiment op, waarmee hij vocht tegen de Witte Garde in de Don-regio. Zijn regiment groeide snel en werd een brigade en later zelfs een divisie. Met deze divisie vocht Boedjonny verschillende succesvolle slagen rond de stad Tsaritsyn (nadien Stalingrad, nu Wolgograd).
Op 19 november 1919 werd de cavalerie-eenheid omgedoopt tot het 1e Cavalerieleger, met Boedjonny aan het hoofd. Hij zou deze functie blijven bekleden tot oktober 1923. In 1920 nam hij met het het 1e Cavalerieleger deel aan de Pools-Russische Oorlog. Aanvankelijk met groot succes: zijn troepen waren berucht om hun wrede razernij en chaotische optreden, hij dreef het Poolse leger uit de Oekraïne en wist daarna door het Poolse zuidelijke front heen te breken. Zijn leger werd echter verslagen bij Lvov tijdens de slag om Warschau.
In 1919 werd Boedjonny benoemd tot Inspecteur der Cavalerie en bevelhebber van het Noord-Kaukasische Militaire District. Daar zette hij zich in voor het fokken van paarden voor de cavalerie, wat uiteindelijk resulteerde in twee nieuwe paardenrassen; de Boedjonny en de Tersk. In 1932 studeerde Boedjonny af aan de Froenze Academie in Leningrad.
De vijf maarschalken van de Sovjet-Unie, 1935. V.l.n.r. Toechatsjevski, Boedjonny, Vorosjilov, Blücher, Jegorov.
Op 20 november 1935 introduceerde de Raad van Volkscommissarissen een nieuwe rang in het Rode Leger. Deze rang was die van Maarschalk van de Sovjet-Unie. Semjon Boedjonny werd een van de vijf nieuwe maarschalken, naast Michail Toechatsjevski, Vasili Blücher, Aleksander Jegorov en Kliment Vorosjilov. Boedjonny en Vorosjilov waren de enige twee van de vijf maarschalken die Jozef Stalins Grote Zuiveringen zou overleven. Boedjonny werd in 1937 benoemd tot bevelhebber van het Militaire District van Moskou. In 1939 werd hij plaatsvervangend Volkscommissaris voor Defensie van maarschalk Vorosjilov.

Tweede Wereldoorlog
Nadat de Duitsers in juni 1941 de Sovjet-Unie aanviel, werd Boedjonny benoemd tot commandant van het Zuidwestelijk Front. Zijn troepen werden echter omsingeld bij Kiev en 600.000 Sovjets werden krijgsgevangengenomen. Toch kreeg Boedjonny weer een nieuwe post van Stalin. In september 1941 werd hij benoemd tot bevelhebber van het Reservefront en was zo betrokken bij de verdediging van Moskou. Wederom moesten zijn troepen het onderspit delven. In oktober werd hij alweer uit zijn functie ontheven. Hij werd naar het Noord-Kaukasische Militaire District gestuurd om daar een ondersteunende rol te vervullen, zonder zelf echt invloed uit te kunnen oefenen. In mei 1942 kreeg hij het bevel over het Noord-Kaukasische Front, hij zou dit tot augustus houden. Hierna werd Boedjonny niet meer actief ingezet in de oorlog. Hij ging zich bezighouden met het opleiden van jonge soldaten die in het Rode Leger dienst namen.

In mei 1953 werd Boedjonny inspecteur der cavalerie van de Sovjet-Unie. Deze positie zou hij een jaar behouden, tot hij in september 1954 met pensioen ging. Semjon Boedjonny overleed in 1973 op 90-jarige leeftijd. Hij werd begraven in de muur van het Kremlin op het Rode Plein in Moskou.

Semjon Boedjonny

Semjon Boedjonny
Geboren 25 april 1883
choetor Kozjoerin, stanitsa Platovskaja (tegenwoordig Boedjonnovskaja) nabij Salsk, Oblast Rostov, Keizerrijk Rusland
Overleden 26 oktober 1973
Moskou, Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek
Begraven Kremlin Muur Necropolis, Moskou
Land/partij Vlag van Keizerrijk Rusland Keizerrijk Rusland
Vlag van Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek Russische SFSR
Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie
Onderdeel Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Coat of arms of the Soviet Union.svg Rode Leger
Dienstjaren 1903 - 1954
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Eenheid Cavalerie

Onderscheidingen
Sint-Georgekruis ("Cavalier van Sint-George"), plus één (de eerste) ingetrokken voor insubordinatie.
1e Klasse in maart 1916
2e Klasse in februari 1916
3e Klasse in januari 1916
4e Klasse in 1914 en 1915
Medaille van Sint-George
Gouden Medaille Ie Graad (met strik op het lint)
Gouden Medaille IIe Graad
Zilveren Medaille IIIe Graad (met strik op het lint)
Zilveren Medaille IVe Graad
Held van de Sovjet-Unie (3x)
2 januari 1958 (nr. 10827)
24 april 1963 (nr. 45)
22 februari 1968 (nr. 4)
Leninorde (8x)
23 februari 1935[2] (nr. 881)
17 november 1939[2] (nr. 2376)
24 april 1943[2] (nr. 13136)
21 februari 1945[2] (nr. 24441)
24 april 1958[2] (nr. 257292)
1 februari 1963[2] (nr. 348750)
22 februari 1968[2] (nr. 371649)
24 april 1973[2]
Orde van de Rode Banier (6x)
29 maart 1919 (nr. 34)
13 maart 1923 nr. 390/2)
22 februari 1930 nr. 100/3)
8 januari 1941 (nr. 42/4)
11 maart 1944 (nr. 2/5)
24 juni 1948 (nr. 299579)
Orde van Soevorov
1e Klasse op 22 februari 1944[2] (nr. 123)
Jubileumsmedaille voor Militaire Dapperheid ingesteld ter herinnering aan de Honderdste Verjaardag van Vladimir Iljitsj Lenin
Medaille voor de Verdediging van Moskou
Medaille voor de verdediging van Odessa
Medaille voor de verdediging van Sebastopol
Medaille voor de verdediging van de Kaukasus op 1 mei 1944
Medaille "Voor de Overwinning op Duitsland in de Grote Patriottische Oorlog 1941-1945"
Jubileummedaille "Twintig Jaar van de overwinning in de Grote Patriottische Oorlog 1941-1945"
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger
Jubileummedaille "30 Jaar Sovjet-Unie Leger en Marine"
Jubileummedaille "40 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
Jubileummedaille "50 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
Medaille ter Herinnering aan de Achthonderdste Verjaardag van Moskou
Medaille ter Herinnering aan de Tweehonderdste Verjaardag van Leningrad
Orde van Suha Bator (2X), 1961 en 1973
Orde van de Rode Banier in 1936
Orde van Vriendschap in 1967
Medaille voor de viering "50 Jaar van de Volksrevolutie van Mongolië" in 1970
Medaille voor de viering "50 Jaar van het Volksleger van Mongolië" in 1970
Ere-sabel op 30 mei 1970

 


Ivan Stepanovitsj Konev
 

Ivan Stepanovich Konev ( Russisch : Иван Степанович Конев ; 28 december [ OS 16 december] 1897 - 21 mei 1973) was een Sovjet- militaire bevelhebber, die tijdens de Tweede Wereldoorlog de Rode Leger troepen op het Oostfront leidde, Door de asbevoegdheden , en hielp bij het vastleggen van de hoofdstad van Duitsland, Berlijn .
In 1956 leidde Konev tot de onderdrukking van de Hongaarse Revolutie door Sovjet-pantserverspreidingen, zoals de bevelhebber van het pact van Warschau .
Vroeg leven 
Konev is geboren op 28 december 1897 in een boerenfamilie in de buurt van Podosinovets in de Vologda Governorate (nu Kirov Oblast ). Hij had weinig formele opleiding en werkte als een houthakker .
Militaire carrière 
In het voorjaar van 1916 werd hij bezet in het Imperial Russian Army. Konev werd naar Moskou gestuurd naar de 2e Zware Artillerie Brigade en vervolgens afgestudeerd aan artillerie trainingen. In 1917 werd hij gestuurd naar het 2de Separate Heavy Artillery Battalion op het zuidwestenfront als junior sergeant en vocht in het Kerensky Offensief .
Toen de Russische Revolutie in 1917 uitbrak, werd hij gedemobiliseerd en naar huis teruggekomen, maar in 1919 kwam hij bij het Bolsjewistische feest en het Rode Leger , die als artillerie was. Tijdens de Russische Burgeroorlog diende hij bij het Rode Leger in de Russische Verre Oosten . Zijn commandant was in deze tijd Kliment Voroshilov , later een nauwe collega van Joseph Stalin en Commissaris voor de verdediging . Deze alliantie was de sleutel tot de volgende carrière van Konev.
In 1926 voltooide Konev geavanceerde officiële trainingen op de Militaire Militaire Academie , en tussen 1931 en 1931 hield hij een reeks van steeds hogere senior commando's, die hoofd werd van de Transbaikal dan de Militaire Districten van Noord-Kaukasus . In juli 1938 werd hij aangesteld als commandant van het 2de Rode Banner Leger . In 1937 werd hij plaatsvervanger van de opperste sovjet en in 1939 een kandidaat-lid van het partijcommissie .
Tweede Wereldoorlog 
Toen Nazi- Duitsland de Sovjetunie in juni 1941 aangeval heeft, werd Konev de opdracht gegeven tot het bevel van het 19e leger in de Vitebsk- regio en tijdens de terugval van het Rode Leger een reeks defensieve gevechten gevoerd, eerst naar Smolensk en vervolgens naar de benaderingen naar Moskou .
Hij beval het Kalinin Front vanaf oktober 1941 tot augustus 1942 en speelde een sleutelrol in de strijd rond Moskou en de Sovjet tegenoffensief tijdens de winter van 1941-42. Voor zijn rol in de succesvolle verdediging van de Sovjet-hoofdstad, bevorderde Stalin Konev tot Kolonel-Generaal. In de zomer van 1942 leidde Konev het Kalinin Front en later de westelijke front in de strijd op de Rzhev-opvallend .
Konev hield " Front " (legergroep) commando's voor de rest van de oorlog. Hij bewoog het Sovjet- Westfront tot februari 1943, het noordwestelijke front februari-juli 1943 en het 2e Oekraïense front vanaf juli 1943 (later nog 1e Oekraïense front ) tot mei 1945. 
Hij nam deel aan de Slag van Kursk , die het zuidelijke deel van de Sovjet-counteroffensieve, het Steppe Front, commandeerde, waar hij een actieve en energieke exponent van maskirovka was , het gebruik van militaire camouflage en misleiding. Onder de maskirovka maatregelen die hij aangenomen om tactische verrassing te bereiken waren de camouflaging van defensie lijnen en depots; Dummy units en supply points; Een dummy luchtverdediging netwerk; En het gebruik van verkenningseenheden om de kwaliteit van zijn camouflage en bedrogwerken te controleren. In het licht van David Glantz kregen de krachten van Konev 'een groot deel van het element van verrassing'.
Het gevolg was dat de Duitsers de kracht van de Sovjetverdediging serieus onderschatten. De commandant van 19 Panzer, generaal G. Schmidt, schreef dat "we hebben niet uitgegaan dat er zelfs een vierde [de Russische kracht] was van wat we moesten tegenkomen". 
Na de overwinning in Koersk keerden Konev's legers Belgorod , Odessa , Kharkiv en Kiev terug . Het daaropvolgende Korsun-Shevchenkovsky Offensief leidde tot de Slag van de Korsun-Cherkassy Pocket, die plaatsvond van 24 januari tot 16 februari 1944. Het offensief was onderdeel van het Dnieper-Karpatenoffensief . Daarin vielen de 1e en 2e Oekraïense Fronts, respectievelijk door Nikolai Vatutin en Konev, Duitse militairen van Army Group South in een zak of ketel ten westen van de rivier de Dnieper . Gedurende weken van vechten probeerden de twee Rode Army Fronts de zak uit te roeien; De daaropvolgende Korsun-strijd elimineerde de ketel. Volgens Milovan Djilas schreeuwde Konev openlijk van zijn doden van duizenden Duitse krijgsgevangenen: 'De kavalerie heeft hen uiteindelijk afgerond.' We laten de Koszakjes zo lang mogelijk weggooien. Ze hebben zelfs de handen van degenen opgeheven Ze overgeven 'de Marshal vertelde met een glimlach.'
Voor zijn prestaties in Oekraïne werd Konev in februari 1944 door Stalin tot Marshal van de Sovjetunie bevorderd. Hij was een van Stalin's favoriete generaals en een van de weinige senior commandanten, die zelfs Stalin bewonderde voor zijn meedogenloosheid. 
In 1944 ging Konev's legers uit Oekraïne en Wit-Rusland naar Polen en later in Tsjechoslowakije . In mei nam hij deel aan een mislukte invasie van de Balkan , (de eerste Jassy-Kishinev Offensief ) samen met generaals Rodion Malinovsky en Fyodor Tolbukhin .
In juli was hij geavanceerd naar de Vistula- rivier in het centrum van Polen en kreeg hij de titel Held van de Sovjetunie . In september 1944 zijn krachten, nu aangewezen aan het Vierde Oekraïense Front , naar Slowakije gegaan en hielpen de Slowaakse Partijers in hun opstand tegen de Duitse bezetting.
In januari 1945 beval Konev samen met Georgy Zhukov de Sovjet-legers die het massale winteroffensief in west-Polen hebben gelanceerd , waarbij de Duitse troepen van de Vistula naar de Oder-rivier werden gelanceerd . In het zuiden van Polen namen zijn legers Krakau in beslag. Sovjethistorici, en over het algemeen Russische bronnen, beweerden dat Konev Kraków behoudde van nazi-geplande vernietiging door een bliksemaanval op de stad te bestellen.Het geweld van Konev in januari 1945 belette ook de geplande vernietiging van de Silezische industrie door de terugtrekking van de Duitsers.
In april trok zijn troepen, samen met het 1e Wit-Russische Front onder zijn concurrent, Marshal Zhukov, de lijn van de Oder en vervoerde ze naar Berlijn . De krachten van Konev kwamen in de stad, maar Stalin gaf Zhukov de eer om Berlijn vast te leggen en de Sovjet-vlag over de Reichstag te hysen . Konev werd in het zuidwesten besteld, waar zijn krachten verbonden waren met elementen van het leger van de Verenigde Staten in Torgau en ook kort na de officiële overgave van de Duitse troepen, Praag weer hielden.
Naoorlogse carrière 
Na de oorlog werd Konev aangesteld als hoofd van de Sovjet-beroepskrachten in Oost -Duitsland en ook de Hoge Commissaris voor Oostenrijk voor Oostenrijk. In 1946 werd hij bevelhebber van Sovjetmachtkrachten en eerste minister van verdediging van de Sovjetunie, die Zhukov vervangde. Hij hield deze posten tot 1950, toen hij werd aangesteld als commandant van het Carpathian Military District . Dit werd beschouwd als demotie en was in lijn met het beleid van Stalin om populaire oorlogstijd commandanten te verwerpen om posten te verduisteren, zodat ze geen bedreiging zouden hebben voor zijn positie. 
Na de dood van Stalin kwam Konev terug naar de prominentie. Hij werd een belangrijke bondgenoot van de nieuwe partijleider Nikita Khrushchev , die in 1953 aan het proces van de Stalinistische politiehoofd Lavrenty Beria werd toevertrouwd. Hij werd opnieuw aangesteld als eerste adjunct-minister van defensie en commandant van Sovjetmachtkrachten, posten die hij hield tot 1956, toen hij de opperbevelhebber van de strijdkrachten van het Warschau-pact werd genoemd . Kort na zijn afspraak leidde hij de onderdrukking van de Hongaarse Revolutie .
Hij hield deze post tot 1960, toen hij van actieve dienst was afgetreden. In 1961-62 werd hij echter herinnerd en was hij weer bevelhebber van de Sovjetmacht in Oost-Duitsland. Hij werd vervolgens benoemd tot de grotendeels ceremoniële post van inspecteur-generaal van het ministerie van defensie.
Konev bleef een van de meest bewonderde militaire cijfers van de Sovjetunie tot zijn dood in 1973. Hij is twee keer getrouwd en zijn dochter Nataliya is dean van de afdeling taal- en letterkunde aan de Russische militaire universiteit .

In 1969 publiceerde het ministerie van defensie van de Sovjetunie Konev's 285-pagina-oorlogsmemoir, veertigvijf. Het werd later in het Engels in het Engels vertaald en gepubliceerd door Progress Publishers, Moskou. Dit werk bespreekt Konev's optreden van Berlijn, Praag, zijn werk met Zhukov, Stalin , zijn veldvergadering met generaal Omar Bradley en Jascha Heifetz . In het Engels was het boek I. Konev - Jaar van de Overwinning . Het werd ook gepubliceerd in het Spaans en het Frans onder de titels El Año 45 en L'an 45 respectievelijk.

Marshal van de Sovjetunie, Twiceh Held van de Sovjetunie, houder van de overwinningsorde Ivan Stepanovich Konev werd begraven in de Kremlin-muur met de grootste helden van de Sovjet-Unie en kan vandaag nog worden bezocht.

In 1991 werd zijn monumentale beeldhouwkunst in Krakau afgebroken. Het beeld werd gegeven aan de Russische stad Kirovsk. De gedenkplaat voor het woonhuis waar hij woonde (drie blokken van het Kremlin ) is nog steeds op de stenen muur gemonteerd.

File:Ivan Konev 1945.jpg

Konev in 1945.
Inheemse naam Иван Степанович Конев
Geboren 28 december 1897 [1] 
Lodeyno , Russisch Rijk
Ging dood 21 mei 1973 (75 jaar oud) 
Moskou , Russische SFSR , Sovjetunie
Begraven bij Kremlin Wall Necropolis
Trouw Russisch Rijk (1916-1917) 
Sovjetunie (1917-1962)
Service / tak Russisch Rijk Keizerlijk Russisch Leger (1916-1917) 
Sovjet-leger (1917-1962)
Dienstjaren 1916-1962
Rang Marshal van de Sovjetunie
Commando's gehouden 2e divisie geweer 
2de Rode Banner Leger 
Transbaikal Militaire District 
Kalinin Front 
Westelijke Front 
2e Oekraïense front 
1e Oekraïense front
Gevechten / Oorlogen Eerste Wereldoorlog 
Russische Burgeroorlog 
Tweede Wereldoorlog 
Hongaarse revolutie van 1956
Awards 
Held van de Sovjetunie Held van de Sovjetunie

Orde van Lenin (2)
Bestelling van de Rode Banner (2)
Bestelling van Suvorov , 1ste klas (2)
Bestelling van Kutuzov , 1ste klas (2)
Orde van de overwinning
Bestelling van het bad
Legioen van verdienste

 


Lidija Vladimirovna Litvjak

Lidija Vladimirovna Litvjak (Russisch: Лидия Владимировна Литвяк) (Moskou, 18 augustus 1921 - Stalingrad, 1 augustus 1943) was een Sovjet-gevechtspiloot tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Biografie
Litvjak raakte al geïnteresseerd in de luchtvaart op jonge leeftijd. Op haar 14e schreef ze zich in bij een vliegclub. Later is ze afgestudeerd aan de Kherson militaire vliegschool. Zij werd een vlieginstructeur bij Kalinin vliegclub.

Na een Duitse aanval op de Sovjet-Unie in juni 1941, probeerde ze zich bij een militaire luchtmacht-eenheid aan te sluiten, maar werd afgewezen bij gebrek aan ervaring. Na het bewust overdrijven van haar vooroorlogse vliegtijd (100 uur) werd ze alsnog aangenomen en ging ze bij het 586e gevechtseenheid van de luchtmacht van de Sovjet-Unie. Deze werd gevormd door Marina Raskova. Daar werd ze getraind om op de Yakovlev Yak-1 te vliegen.

Lidija vocht bij verschillende Sovjet eenheden en was zeer succesvol tegen de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze vocht ook bij de zogenoemde nachtheksen. Het 588e nachtbommenwerpers regiment, de befaamde “nachtheksen” vloog met de Polikarpov Po tweedekkers. Dit regiment vloog uitsluitend met vrouwen. Deze vrouwen waren ook nog eens succesvol. Litvjak en Boedanova waren met 14 en 11 kills (betwist) de twee meest succesvolle vrouwelijke piloten aller tijden.

Op 1 augustus 1943, kwam Lidija niet meer terug naar haar basis Krasnyy Luch in de Donbass. Ze is nooit meer terug gevonden. Er is veel te doen geweest om haar dood. Sommige mensen dachten dat ze gevangengenomen was.

Ze werd de "Witte Lelie van Stalingrad" genoemd in de Sovjet-persberichten en kreeg vele onderscheidingen waaronder Held van de Sovjet-Unie.


Held van de Sovjet-Unie
Onderscheidingen[bewerken]
Held van de Sovjet-Unie (nr. 11616) op 5 mei 1990
Orde van de Rode Banier op 17 februari 1943
Orde van de Rode Ster
Orde van de Vaderlandse Oorlog, 1e klasse

Lydia Litvyak

Lydia Litvyak
Geboren 18 augustus 1921
Moskou
Overleden 1 augustus 1943
Stalingrad
Begraven Oblast Donetsk, Oekraïne
Land/partij Flag of the Russian SFSR.svg Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek
Onderdeel Luchtmacht van de Sovjet-Unie
Dienstjaren 1941 – 1943
Rang RA-SA AF F1-1Lt 1955.png Eerste Luitenant (Старший лейтенант)
Eenheid 586e gevechtseenheid
588e nachtbommenwerpers
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Oostfront

 


Kirill Afanasjevitsj Meretskov

Kirill Afanasjevitsj Meretskov (Кири́лл Афана́сьевич Мерецко́в, Nazaryevo, 7 juni 1897 – Moskou, 30 december, 1968) was een maarschalk van de Sovjet-Unie die vocht in de Tweede Wereldoorlog.
Russische Burgeroorlog
Kirill Meretskov werd geboren als zoon van Russische boeren in het District Zarajski ten zuidoosten van Moskou, in het Gouvernement Rjazan, nu in de Oblast Moskou.
In 1909 ging Kirill als arbeider in een fabriek werken, eerst in Moskou en dan in Vladimir. In augustus 1917 ging hij bij de bolsjewieken. Hij werd stafchef van de Rode Garde die de stad bestuurde. Tijdens de Russische Burgeroorlog was hij stafchef, eerst van een regiment en dan van een divisie. In 1921 studeerde hij af aan de Froenze Academie.

Vanaf 1922 was hij stafchef, eerst van een divisie cavalerie en later van nog andere legers en militaire districten.

Spaanse Burgeroorlog[bewerken]
Van september 1936 tot mei 1937 bevocht Meretskov de Republikeinen in de Spaanse Burgeroorlog onder de schuilnaam "Generaal Pavlovitsj".
Winteroorlog
280 mm mortieren M1939 (Br-5) beslisten de Winteroorlog
In 1939 werd hij bevelhebber van het militair district Leningrad. In november 1939 brak de Winteroorlog uit en vocht Meretskov tegen de Finnen. Vanwege zelfoverschatting en onderschatting van de Finnen werden maar vijf divisies Fusilliers ingezet tegen de Mannerheimlinie en de aanval mislukte. Op 9 december 1939 werd Meretskov van zijn bevel ontheven en nam de Stavka met Kliment Vorosjilov, Nikolaj Koeznetsov, Jozef Stalin en Boris Sjaposjnikov het bevel van hem over.[1]

Meretskov kreeg het bevel over het 7e Leger. In januari 1940 kreeg Semjon Timosjenko het bevel om de Mannerheimlinie te doorbreken, maar de Finnen sloegen de aanval af in de Slag bij Taipale.

Daarop bracht de Stavka ook het 13e Leger naar het front en rustte beide legers uit met 203 mm M1931 (B-4) houwitsers en 280 mm mortier M1939 (Br-5) voor een offensief in februari 1940. De zware artillerie forceerde de doorbraak en het 7e Leger van Meretskov nam Vyborg in.
Op 21 maart 1940, twee weken na de Vrede van Moskou (1940) werd Meretskov onderscheiden als Held van de Sovjet-Unie, bevorderd tot generaal en kreeg hij de post van vice-commissaris van defensie. In augustus 1940 werd hij stafchef. Op 14 januari 1941 werd hij ontslagen. Op 24 januari 1941 zag Stalin hem in het Bolsjojtheater en hij sprak in het openbaar:

U bent moedig en bekwaam, maar zonder principes en zonder ruggengraat. U wilt aardig overkomen, maar in plaats daarvan zou u een plan moeten hebben en u daar strikt aan houden ondanks het feit dat de een of de andere dat kwalijk neemt.

Arrestatie

Politiechef Vsevolod Merkoelov
Op 22 juni 1941 begon Operatie Barbarossa en Meretskov werd raadgever van de Stavka. Op 23 juli arresteerde de NKVD hem in het kader van een zuivering van het rode leger in 1941 vooral vanwege zijn vriendschap met de terechtgestelde generaal Dmitri Pavlov. Na twee maanden van foltering waaronder slagen met rubberen matrakken in de Loebjanka gevangenis ondertekende Meretskov een schuldbekentenis.

Zijn bekentenis werd gebruikt tegen andere legerleiders die in mei en juni 1941 opgepakt werden en op bevel van Lavrenti Beria op 28 oktober 1941 terechtgesteld werden bij Koejbisjev of voor de Bijzondere Raad van de NKVD geleid werden voor terechtstelling op 23 februari 1942.

In september werd hij vrijgelaten en eerst voor de politiechef Vsevolod Merkoelov geleid. Hij zei Merkoelov dat hun vriendschap voorbij was.

Nikita Chroetsjov zei:

"Voor zijn arrestatie was Meretskov een fiere jonge generaal, sterk en indrukwekkend. Na zijn vrijlating was hij nog een schaduw van zichzelf. Hij was vermagerd en kon nauwelijks praten.

Hij moest dan voor Stalin verschijnen in zijn uniform en kreeg het bevel over het 7e Leger.
Tichvin Offensief
Het Tichvin Offensief
Meretskov werd bevelhebber van het 4e Leger dat Leningrad verdedigde tegen Heeresgruppe Nord van Wilhelm Ritter von Leeb. Samen met het 52e en het 54e Leger stopte Meretskov het Duitse offensief, lanceerde een tegenaanval, dreef de Duitsers terug naar hun beginstelling en heroverde op 10 december 1941 Tichvin in het Tichvin offensief. Dit betekende het eerste groot succes van de Sovjet-Unie in de Tweede Wereldoorlog. Het hielp ook de Operatie Taifun omdat twee Duitse pantserdivisies en twee gemotoriseerde divisies vochten in de bossen en moerassen tussen Tichvin en Tosno en zo niet konden meevechten in de Slag om Moskou.
Ljoeban
In januari 1942 startte Meretskov het Ljoeban offensief om Leningrad te ontzetten en Duitse krachten te omsingelen. Het offensief vorderde langzaam omdat de Duitsers goed ingegraven lagen. Tegen maart waren de twee Sovjetlegers nog 25 km van elkaar. Op 15 maart zetten de Duitsers een tegenaanval in en sneden het 2e Stoottroepenleger af. Tegen 30 maart waren de Sovjetlegers opnieuw verbonden, maar in zijn rapport aan Stavka liet Meretskov na om te melden dat de corridor tussen het 2e Stoottroepenleger en de andere legers maar 2 km breed was en onder luchtbombardementen en artilleriebeschieting lag. Daardoor trok Stavka het 2e Stoottroepenleger niet terug toen het nog kon. Eind april en in mei kwam het Volkhovfront tijdelijk onder bevel van het Leningradfront van generaal M. Chosin. Meretskov werd als plaatsvervangend bevelhebber naar het westelijk front gestuurd.
In mei 1942 zat het 2e Stoottroepenleger zonder voorraden. Op 30 mei sneden de Duitsers het weer af met een offensief. Op 5 juni brak 10.000 man ervan uit de omsingeling, terwijl de rest vernietigd werd, met 33.000 krijgsgevangenen, ongeveer evenveel gesneuvelden.
Meretskov legde de schuld bij de gevangen bevelhebber van het 2e stoottroepenleger, Andrej Vlasov, die hij zelf voor de post had voorgedragen in april. Aangezien Vlasov overliep naar de Duitsers trad de Sovjet-Unie dit bij. Chosin werd op 8 juni van zijn bevel ontheven, gedegradeerd en mocht niet meer naar het front.
Ontzet van Leningrad
Na de nederlaag bij Ljoeban bleef Meretskov bevelhebber van het Volkhovfront en plande hij samen met de nieuwe bevelhebber van het Leningradfront, Leonid Govorov, een offensief om de stad te ontzetten door de Duitse stellingen ten zuiden van het Ladogameer uit te schakelen.[2] Tegelijk planden de Duitsers Operatie Noorderlicht om de stad in te nemen. Daartoe kwamen versterkingen van Sebastopol, dat de Duitsers na de Belegering van Sebastopol (1941-1942) in juli 1942 hadden ingenomen. Het Sinyavino Offensief faalde en het 2e Stoottroepenleger werd voor de tweede keer gedecimeerd, maar de Duitsers leden ook zware verliezen en zagen af van Operatie Noorderlicht. Meretskov wou verder aanvallen, maar mocht niet van Stavka. Op 15 oktober 1942 kreeg hij een blaam voor de manier waarop hij de operatie had geleid.
Operatie Iskra
Eind november 1942 plande Govorov een volgende operatie om Leningrad te ontzetten en Meretskov hielp hem. In december keurde Stavka Operatie Iskra (vonk) goed. Operatie Iskra begon op 13 januari 1943. Op 18 januari braken de Sovjetsoldaten door de blokkade. Tegen 22 januari was er een 9 km brede corridor naar Leningrad. In allerijl werd daar een spoorlijn aangelegd. Op 28 januari kregen Meretskov en Govorov beiden de Orde van Soevorov 1e klasse.
Daarna zetten Meretskov en Govorov Operatie Polyarnaya Zvezda (Poolster) in om Heeresgruppe Nord te verslaan, maar dit lukte niet. In 1943 lanceerde Meretskov nog andere offensieven in het gebied, waarbij de corridor geleidelijk breder werd. In november 1943 planden Meretskov en Govorov het Leningrad-Novgorod Offensief om de Heeresgruppe Nord uit het gebied rond Leningrad te verdrijven. Op 14 januari 1944 begon het offensief. Tegen 1 maart was Heeresgruppe Nord 300 km teruggedreven over een front van 400 km breed. Meretskov en Govorov kregen opnieuw de Orde van Soevorov 1e klasse.
Karelië
In februari 1944 werd Meretskov overgeplaatst naar het Karelische Front.[3] Hij plande mee het Vyborg–Petrozavodsk Offensief dat startte in juni 1944 en Petrozavodsk en Oost-Karelië bevrijdde. In oktober kreeg Meretskov bevel om de stad Petsamo in noord-Finland te bevrijden en de Duitsers terug te drijven naar Noorwegen. Meretskov lanceerde Operatie Kirkenes-Petsamo en dreef de Duitsers terug. Op 6 oktober 1944 werd Meretskov Maarschalk van de Sovjet-Unie.
Mantsjoerije
Operatie Augustusstorm
In 1945 werd Meretskov naar Mantsjoerije gestuurd om het 1e Verre Oosten Front te leiden in Operatie Augustusstorm onder opperbevel van Aleksandr Vasilevski.De operatie was een succes en Meretskov ontving de Orde van de Overwinning.
Na de Tweede Wereldoorlog
Na de Tweede Wereldoorlog voerde Meretskov tot 1955 het bevel over enkele militaire districten, waaronder het Militair District Moskou in 1947–1949. Van 1955 tot 1964 was hij assistent minister van defensie. In 1964 werd hij inspecteur-generaal van het ministerie van defensie.
Zijn as is bijgezet in de muur van het Kremlin, derde van rechts op de foto
Op 30 december 1968 overleed hij.De urne met zijn as is bijgezet in de muur van het Kremlin. In Moskou, Leningrad en Petrozavodsk zijn straten naar hem genoemd.
Onderscheidingen
Held van de Sovjet-Unie op 21 maart 1940
Maarschalkster op 26 oktober 1944
Orde van de Overwinning (nr. 18) op 8 september 1945
Leninorde op 3 januari 1937, 21 maart 1940, 2 november 1944, 21 februari 1945, 6 juni 1947, 6 juni 1957, 6 juni 1967
Orde van de Oktoberrevolutie op 22 februari 1968
Orde van de Rode Banier op 22 februari 1928, 2 maart 1938, 3 november 1944, 6 november 1947
Orde van Soevorov, 1e klasse op 28 januari 1943, 21 februari 1944
Orde van Koetoezov, 1e klasse op 29 juni 1944
Medaille voor de Verdediging van Leningrad
Medaille voor de Verdediging van de Sovjet-Poolregio
Medaille voor de Overwinning op Duitsland in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
Jubileumsmedaille voor 20 jaar Overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
Medaille voor de overwinning op Japan
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger
Jubileummedaille voor 30 jaar van Soviet Leger en Marine
Jubileummedaille voor 40 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie
Jubileummedaille voor 50 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie
Medaille als Aandenken aan 250 jaar Leningrad[6]
Grootkruis in de Orde van Sint-Olaf in 1945
Chief Commander in het Legioen van Verdienste in 1946
Orde van de Nationale Vlag, 1e klasse in 1948
Speciaal Grootlint in de Orde van de Wolk en Vaandal in 1946
Medaille voor de Victorie over Japan in 1946
Medaille voor de bevrijding van Korea (Noord-Korea) in 1948

Kirill Meretskov

Kirill Meretskov
Geboren 7 juni 1897
Nazaryevo, Gouvernement Rjazan, Keizerrijk Rusland
Overleden 30 december, 1968
Moskou, Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek, Sovjet-Unie
Begraven Kremlin Muur Necropolis, Moskou
Land/partij Vlag van Keizerrijk Rusland Keizerrijk Rusland
Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie
Onderdeel Red flag.svg Rode Garde
Coat of arms of the Soviet Union.svg Rode Leger
Dienstjaren 1916 – 1964
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Leiding over Wolga Militaire District
Leningrad Militaire District
7e Leger (Sovjet-Unie)
Stafchef van de Generale Staf
(augustus 1940 - januari 1941)
Volkhovfront
Karelische Front
Verre Oostfront
Moskou Militaire District
Slagen/oorlogen Russische Burgeroorlog
Winteroorlog
Tweede Wereldoorlog
Oostfront
Beleg van Leningrad
Svir–Petrozavodsk Offensief
Operatie Kirkenes-Petsamo
Operatie Augustusstorm

280 mm mortieren M1939 (Br-5) beslisten de Winteroorlog

 

Politiechef Vsevolod Merkoelov

Het Tichvin Offensief

Operatie Augustusstorm

Zijn as is bijgezet in de muur van het Kremlin, derde van rechts op de foto

 


Dmitri Grigorjevitsj Pavlov

Dmitri Grigorjevitsj Pavlov (Дми́трий Григо́рьевич Па́влов, Pavlovo, 23 oktober 1897 – Moskou, 22 juli 1941) was een generaal van de Sovjet-Unie, die gefusilleerd werd nadat hij de Slag om Białystok-Minsk in de Tweede Wereldoorlog verloren had.

Pavlov vocht in de Eerste Wereldoorlog en in de Russische Burgeroorlog. Vanaf 1919 diende hij in het Rode Leger. Hij studeerde in 1928 af aan de Froenze-academie. Hij werd bevelhebber van verschillende gemechaniseerde eenheden en van cavalerie. In 1936 en 1937 vocht hij onder de schuilnaam Pablo met een brigade Sovjettanks in de Spaanse Burgeroorlog met de republikeinen. Hiervoor werd hij Held van de Sovjet-Unie. Bij zijn terugkeer werd hij hoofd van de tanks. Hij vocht in de Winteroorlog en in de Russisch-Japanse grensoorlog.

In 1940 werd Pavlov bevelhebber in Wit-Rusland. Toen Duitsland de Sovjet-Unie aanviel in juni 1941 met operatie Barbarossa, bevond hij zich aan het Westelijk Front. Op 22 februari kreeg hij de nieuwe rang van legergeneraal, een rang lager dan Maarschalk van de Sovjet-Unie.

Hij leed een zware nederlaag in de Slag om Białystok-Minsk, werd op 30 juni van zijn commando ontheven, gearresteerd en voor de krijgsraad in Moskou gesleept.
De aanklacht tegen hem en zijn stafchef Klimovskikh luidde:
Als deelnemers aan een samenzwering tegen de Sovjet-Unie, verraad aan de belangen van het vaderland, breken van de gezworen eed, schade aan het Rode leger, misdaden volgens artikels 58-1b, 58-11 van het strafwetboek van de USSR; Het onderzoek heeft uitgewezen dat de beklaagden Pavlov en Klimovskikh, de eerste bevelhebber van het westelijk front en de tweede stafchef van hetzelfde front, tijdens de uitbraak van de vijandelijkheden met de Duitse strijdkrachten tegen de Sovjet-Unie, lafheid getoond hebben, machtsmisbruik, wanbeleid, de instorting van de bevelstructuur hebben toegelaten, wapens in handen van de vijand gelaten hebben zonder vechten, bewust militaire stellingen verlaten hebben, de meest wanordelijke verdediging van het land, en de vijand mogelijk gemaakt hebben door het front van het Rode Leger te breken.
Pavlov en zijn ondergeschikten werden op 22 juli 1941 beschuldigd van plichtsverzuim in plaats van verraad en op dezelfde dag ter dood veroordeeld. Pavlovs bezittingen werden aangeslagen, zijn rang werd afgenomen en hij werd door de NKVD gefusilleerd op een stortplaats bij Moskou. Zijn ouders, echtgenote, zoon en schoonmoeder werden tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld.[4]
Doodvonnissen werden ook voltrokken voor
stafchef generaal-majoor B. E. Klimovskikh,
hoofd van de transmissietroepen generaal-majoor A. T. Grigorjev,
hoofd van de artillerie luitenant-generaal A. Klich,
plaatsvervangend luchtmacht commandant voor het westelijk front generaal-majoor A. I. Tajoerski, wiens chef I. I. Kopets al zelfmoord gepleegd had.
De bevelhebber van het 14e gemechaniseerd korps generaal-majoor Stepan Oborin werd op 8 juli gearresteerd en gefusilleerd. De bevelhebber van het 4e leger, generaal-majoor A. A. Korobkov werd op 8 juli ontslagen, op 9 juli gearresteerd en op 22 juli gefusilleerd.

De plaatsvervanger van Pavlov, luitenant-generaal Ivan Boldin overleefde 45 dagen achter de Duitse linies en leidde op 10 augustus 1650 man naar de Sovjetlinie te Smolensk. Stavka dagorder 270 prees de divisie van Boldin.

Pavlov en de andere bevelhebbers van het westelijk front werden op 31 juli 1957 onder het bewind van Nikita Chroetsjov postuum in ere hersteld.

Onderscheidingen
Held van de Sovjet-Unie (nr. 30)[1]op 21 juni 1937
Leninorde[1] in 1936, 1937, 1940
Orde van de Rode Banier[1] in 1930, 1937
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger

Dmitri Pavlov

Dmitri Pavlov
Geboren 23 oktober 1897
Pavlovo, Keizerrijk Rusland
Overleden 22 juli 1941
Moskou, Sovjet-Unie
Begraven Nieuwe Begraafplaats Donskoye, Moskou[1]
Land/partij Vlag van Keizerrijk Rusland Keizerrijk Rusland
Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie
Onderdeel Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Red Army flag.svg Rode Leger
Dienstjaren 1916 – 1941
Rang RA A F9GenArmy 1943.png Generaal
(Генерал армии)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Russische Burgeroorlog
Spaanse Burgeroorlog
Russisch-Japanse grensoorlog
Winteroorlog
Tweede Wereldoorlog
Oostfront
Slag om Białystok-Minsk

 


Konstantin Konstantinovitsj Rokossovski

Konstantin Konstantinovitsj Rokossovski (Russisch: Константин Константинович Рокоссовский; Pools: Konstanty Rokossowski) (Warschau/Velikije Loeki, 21 december 1896 – Moskou, 3 augustus 1968) was een Sovjet en Pools maarschalk en Pools minister van Defensie.
Levensloop
Zijn geboortedorp is onbekend. Sommige bronnen stellen dat hij geboren is in Warschau, anderen dat het Velikije Loeki bij Pskov in Noord-Rusland was en dat zijn familie kort daarna verhuisd is naar Warschau.
De familie Rokossowski was een Poolse adellijke familie die vele cavaleristen voortbracht. Zijn adellijke afkomst werd in de Sovjet-Unie verzwegen. Men legde de nadruk op het feit dat Konstantins vader een spoorwegarbeider in Rusland was. De moeder van Rokossovski was etnisch Russisch.
Hij werd met veertien jaar een wees en moest werken om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij begon in een sokkenfabriek. Later werd hij leerling-steenhouwer. Dit feit zou de communistische regering gebruiken als propaganda. Beweerd werd dat Rokossovski geholpen had om Warschaus Poniatowskibrug te bouwen. Rokossovski besloot om zijn naam te russificeren. Hij veranderde het patroniem Ksaverovitsj in Konstantinovitsj. Hij hoopte dat deze verandering zijn carrière in de Sovjet-Unie zou vergemakkelijken.
Vroege militaire carrière

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak in 1914, ging Rokossovski bij het Russische leger. Hij diende als een officier in bij de dragonders. In 1917 werd hij lid van de Bolsjewistische Partij en kort daarna het Rode Leger. Tijdens de Russische Burgeroorlog werd hij commandant. Tijdens campagnes tegen het Witte Leger van Aleksandr Koltsjak kreeg Rokossovski de hoogste militaire decoratie, de Orde van de Rode Banier. In 1922 nam hij deel aan de Pools-Russische oorlog.
Na de Russische Burgeroorlog studeerde Rokossovski aan de Froenze Militaire Academie en werd een cavaleriebevelhebber in het Rode Leger. Tijdens de jaren '20 werd zijn divisie gestationeerd in de Mongoolse Volksrepubliek. In 1929 nam hij met instemming van de Chinese overheid deel aan het verdedigen van de Chinese Oostelijke Spoorweg tegen krijgsheren. In de vroege jaren 30 was Rokossovski een van de eerste om zich de mogelijkheden van een gepantserde aanval te realiseren. Hij pleitte voor een sterke gepantserde kern voor het Rode Leger. Het verdedigen van dit idee bracht hem in conflict met veel van de bevelhebbers van de oude stempel, vooral Semjon Boedjonny, die nog steeds liever cavalerietactieken zag. Het was wegens dit dat hij beschuldigd werd tijdens de zuiveringen.
Grote Zuivering
Rokossovski behield het opperbevel tot 1937, toen hij tijdens de Grote Zuivering van Jozef Stalin van "verbindingen met buitenlandse intelligentie" beschuldigd werd, waarbij zijn Poolse afkomst een grote rol speelde. De NKVD had Rokossovski op beschuldiging van spionage voor Polen gearresteerd. Hij werd geslagen door ondervragers. Hij werd voor een speciale krijgsraad gebracht en daar werd hem verteld dat het bewijs van zijn schuld de verklaring van Adolf Joesjkevitsj was.
- "Kunnen doden bewijsmateriaal geven?" vroeg Rokossovski.
- "Wat bedoelt u?"
- "Wel, Adolf Kazimirovitsj werd gedood in 1920 in Perekop", antwoordde Rokossovski. Hij vertelde aan de ondervrager dat hij met hem diende, maar vergat zijn dood te vertellen.
Dit redde blijkbaar het leven van Rokossovski, maar hij werd veroordeeld om in een arbeidskamp te dienen, waar hij tot maart 1940 bleef. In deze periode liep hij een aantal verwondingen op vanwege de mishandelingen in de gevangenis. Toen werd hij zonder verklaring vrijgelaten. Rokossovski’s eerste commando was in Sotsji aan de kust van de Zwarte Zee. Na een kort gesprek met Stalin kreeg hij de rang van een Korpsbevelhebber in Kiev.
De Tweede Wereldoorlog
Toen de Duitse inval begon in juli 1941, werd Rokossovski commandant van het 16e Leger, gestationeerd bij Smolensk. Tijdens de bittere gevechten in de winter van 1941 speelde Rokossovski een belangrijke rol in de verdediging van Moskou.
In een beroemd incident tijdens de Slag om Moskou, was Rokossovski het met Stalin oneens over het volgende. Stalin vroeg een aanval op een belangrijke frontsector en Rokossovski wilde twee spitsen. Volgens de legende gaf Stalin Rokossovski de opdracht om te gaan en erover te denken. Hij deed dat drie keer maar telkens als de bevelhebber terugkeerde gaf hij hetzelfde antwoord "twee spitsen Kameraad Stalin, twee spitsen." Na de derde keer zweeg Stalin, maar liep naar Rokossovski en zette een hand op zijn schouder. De gehele ruimte wachtte in spanning op de Leider om Rokossovski te degraderen maar in plaats daarvan zei Stalin "Uw vertrouwen spreekt voor uw correct oordeel." en gaf het bevel om de aanval om volgens het plan van Rokossovski te laten doorgaan. De slag was succesvol en de reputatie van Rokossovski was verzekerd. Er waren maar weinig mensen, die Stalin durfden tegen te spreken. En gezien het verleden van Rokossovski was dit incident opmerkelijker en moediger.
Begin 1942 werd Rokossovski overgeplaatst naar het Brjanskfront. Hij commandeerde de rechterflank van het Sovjetleger terwijl ze terugtrokken naar de Don en naar Stalingrad. Tijdens de Slag om Stalingrad commandeerde Rokossovski het Donfront en leidde de noordelijke vleugel van Sovjetaanval om het Zesde Leger van Paulus te omsingelen. In 1943 werd hij bevelhebber van het Centrale Front. In datzelfde jaar leidde Rokossovski met succes defensieve acties bij Koersk, en leidde toen de aanval ten westen van Koersk die de laatste belangrijkste Duitse aanval aan het oostfront versloeg. Daarna werd hij overgeplaatst naar het Eerste Wit-Russische Front, dat hij commandeerde tijdens de Sovjetaanval door Wit-Rusland en door Polen. Hij beval Operatie Bagration, die de Sovjetlegers in 1944 aan de oostoever van de Wisla tegenover Warschau bracht. Hiervoor kreeg hij de titel van Maarschalk van de Sovjet-Unie.
Terwijl de troepen van Rokossovski halt hielden op de oevers van de Wisla, brak in Warschau de Opstand van Warschau (augustus – oktober 1944) uit, geleid door het Poolse Binnenlandse Leger (AK) dat door de Poolse regering in ballingschap werd bevolen. Aangezien het AK de bedoeling had om de stad te bevrijden voor de aankomst van de Sovjetlegers en om te verhinderen dat er een communistische regering kwam, beval Stalin Rokossovski om Warschau niet aan te vallen, bevelen die hij opvolgde. Na de inname van Warschau door het Rode Leger in januari 1945, werd Rokossovski overgeplaatst naar het Tweede Wit-Russische Front. Dit front marcheerde door Oost-Pruisen en dan naar noordelijk Polen tot aan de monding van de Oder. Begin april schudde hij de handen van de Britse maarschalk Bernard Montgomery in Noord-Duitsland terwijl Zjoekov en Ivan Konev Berlijn aanvielen.
Na de Tweede Wereldoorlog
Na het einde van de oorlog bleef Rokossovski bevelhebber van de Sovjettroepen in Noord-Polen en Duitsland. In oktober 1949 werd Rokossovski, naar eigen verzoek, Pools Minister van Nationale Defensie met als extra titel 'Maarschalk van Polen'. In 1952 werd hij Voorzitter van de Afvaardiging van de Raad van Ministers van de Volksrepubliek Polen. Hoewel Rokossovski van naam Pools was, had hij niet al 35 jaar niet meer in Polen gewoond. Zelf heeft hij zich echter altijd Pools beschouwd en in alle Sovjet-enquêtes gaf hij 'Pool' als etniciteit aan.
De meeste Polen beschouwden hem als een agent van Stalin, vooral omdat hij slecht Pools sprak, hij beval Poolse militairen zelfs om hem in het Russisch aan te spreken. Zoals Rokossovski het zei: "In Rusland ben ik Pool, in Polen ben ik Rus." Hij was verantwoordelijk voor vervolging van onafhankelijkheidsbeweging in Polen en introduceerde de strafkampen voor de Poolse militairen die uit "onsocialistische" families kwamen. Hij dwong hen werk in gevaarlijke arbeidskampen te verrichten waaronder het werken in uranium- en steenkoolmijnen.
Hij werkte keihard om het Poolse leger een goede structuur te geven, vooral op het vlak van Parachutisten en marine. Tijdens de protesten van 1956 tegen de Sovjetbezetting, keurde Rokossovski het bevel goed om militaire eenheden tegen de demonstranten in te zetten. Volgens officiële schattingen werden als resultaat van deze actie 74 mensen gedood. Toen de Communistische hervormers probeerden aan de macht te komen, ging Rokossovski naar Moskou en probeerde Nikita Chroesjtsjov te overtuigen om militaire actie tegen Polen te ondernemen. Nadat de hervormers begonnen te onderhandelen met Moskou, verliet Rokossovski Polen. Hij keerde naar de Sovjet-Unie terug, die hem in ere herstelde. In juli 1957 benoemde Nikita Chroesjtsjov hem tot Afgevaardigde van het ministerie van Defensie en Bevelhebber van de Kaukasus. In 1958 werd hij inspecteur van het ministerie van defensie, een post die hij tot zijn pensionering in april 1962 bezette. Hij stierf in augustus 1968, op de leeftijd van 74 jaar, en ligt begraven op het Rode Plein in Moskou.

Konstantin Rokossovski in 1940

Konstantin Rokossovski in 1940
Geboren 21 december 1896
Warschau/Velikije Loeki
Overleden 3 augustus 1968
Moskou
Begraven Kremlin Muur Necropolis, Moskou en 1 juni 1945
Land/partij Vlag van Keizerrijk Rusland Keizerrijk Rusland
Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie
Vlag van Polen Polen
Onderdeel Lesser Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Red Army flag.svg Rode Leger
Dienstjaren 1914 – 1937
1940 – 1962
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Army-POL-OF-10.svg Maarschalk van Polen
Eenheid 7e Samara Cavalerie Divisie
15e Cavalerie Divisie
5e Cavalerie Korps
9e Gemechaniseerd Korps (Sovjet-Unie)
4e Leger (Sovjet-Unie)
"Groep Yartsevo"
16e Leger (Sovjet-Unie)
Brjansk Front
Don Front
Centraal Front (Sovjet-Unie)
1e Wit-Russische front
2e Wit-Russische front
Poolse strijdkrachten
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Russische Burgeroorlog
Chinees-Sovjet-Russisch conflict
Russische bezetting van Bessarabië en Noord-Boekovina

Konstantin Rokossovski rechts te Berlijn in 1945

Onderscheidingen
Keizerrijk Rusland
Viermaal het Sint-Georgekruis, een onderscheiding voor dapperheid die Konstantin Rokossovski al ten tijde van de Tsaar verwierf. Het bezit van alle vier de klassen maakte hem een "Cavalier van Sint-George" (Russisch: "кавалерами Георгиевского" of "Полний Георгиевский кавалер").
Sovjet Unie
Tweemaal Held van de Sovjet-Unie op 29 juli 1944 en 1 juni 1945
Orde van de Overwinning, een met diamanten en robijnen versierde ster op 30 maart 1945
Zevenmaal de Leninorde tussen 1936, 2 januari 1942, 29 juli 1944[1], 21 februari 1945, 1966
Orde van de Oktoberrevolutie
Zesmaal de Orde van de Rode Banier op 22 juli 1941, 3 november 1944
De Orde van Soevorov Ie Klasse in platina op 28 januari 1943
De Orde van Koetoezov Ie Klasse in platina en goud op 27 augustus 1943
De Maarschalkster op 29 juni 1944
en meerdere medailles Polen
Orde van de Bouwers aan het Polen van het Volk
Grootkruis met Ster in de Orde Virtuti Militari van Polen
De Orde van het Kruis van Grunwald Ie Klasse
Andere landen
Honorair Ridder Commandeur in de Militaire Divisie van de Orde van het Bad (Verenigd Koninkrijk) op 12 juli 1945
Grootofficier in het Legioen van Eer van Frankrijk
Het Oorlogskruis van Frankrijk
Chief Commander van het Legioen van Verdienste van de Verenigde Staten
De Orde van Suha Bator van Mongolië
De Orde van de Rode Banier van Mongolië
De Medaille voor "Sino-Sovjet vriendschap" van de Volksrepubliek China
Militaire loopbaan
Vrijwilliger: 1914
Onderofficier:
Generaal-majoor (Генерал-майор): 4 juni 1940
Luitenant-generaal (Генерал-лейтенант): 14 juli 1941 - 11 september 1941
Kolonel-generaal (Генерал-полковник): 15 januari 1943
Generaal (Генерал армии): 28 april 1943
Maarschalk van de Sovjet-Unie (Маршал Советского Союза): 29 juni 1944
Maarschalk van Polen (Marszałek Polski): 2 november 1949

 


Boris Michailovitsj Sjaposjnikov

Boris Michailovitsj Sjaposjnikov (Бори́с Миха́йлович Ша́пошников Zlato-oest, 20 september 1882 – Moskou, 26 maart 1945) was een Maarschalk van de Sovjet-Unie die vocht in de Tweede Wereldoorlog.[1]
Militaire opleiding
Sjaposjnikov stamde af van kozakken van Orenburg.Van 1893 tot 1900 volgde hij de vakschool te Krasno-oefimsk. In 1901 ging hij naar de officiersschool van het Keizerlijk Russisch Leger te Moskou, waar hij in 1903 afstudeerde met de rang van onderluitenant.
Van 1903 tot 1907 diende hij in het 1e bataljon van Turkestan te Tasjkent. In 1906 werd hij luitenant.
Van 1907 tot 1910 studeerde hij aan de militaire academie van de generale staf. Hij keerde daarna terug naar zijn regiment in Tasjkent.
In 1912 ging hij met de graad van kapitein naar de generale staf als adjudant bij de staf van de 14e divisie cavalerie.[4]
Eerste Wereldoorlog
In 1915 was hij kort stafofficier bij de algemene kwartiermeester van het noordwestelijk front van de Eerste Wereldoorlog, Michail Dmitrijevitsj Bontsj-Broejevitsj. In november 1915 werd hij stafchef van de brigade kozakken en in december werd hij luitenant-kolonel. Van 1916 tot 1917 was hij stafchef van verschillende eenheden.
Vanaf september 1917 was hij bevelhebber van het 16e Mingrelische regiment grenadiers van de Kaukasus en in augustus werd hij kolonel. In 1917 steunde hij de Russische Revolutie.
In 1918 werd Sjaposjnikov ziek en kreeg hij buiten het leger een post als secretaris bij het gerecht. In mei 1918 vervoegde hij het Rode Leger als een van de weinige officieren met een militaire opleiding. Hij werd meteen plaatsvervangend hoofd van de operaties van de staf van de opperste raad.
Interbellum
Vanaf 1919 as hij plaatsvervangend stafchef van de volkscommissaris voor militaire en marineaangelegenheden van Oekraïne.
1921 werd Sjaposjnikov plaatsvervangend opperbevelhebber van het Rode Leger.
In 1925 werd hij opperbevelhebber van het Militair District Leningrad en in 1927 van het Militair District Moskou.
De militaire revolutionaire raad in 1927 Sjaposjnikov achteraan tweede van links
Van 1928 tot 1931 was hij stafchef van het Rode Leger in plaats van Michail Toechatsjevski.
In 1929 schreef hij Mozg Armii (Мозг армии, het brein van het leger) in twee delen. Jozef Stalin had er een exemplaar van op zijn bureautafel liggen.
Terwijl Stalin alle anderen aansprak met “Kameraad” sprak hij Sjaposjnikov als enige aan met het beleefde “Boris Michailovitsj”.
In 1930 werd Sjaposjnikov lid van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Het centraal comité besliste dat de verplichte wachttijd voor hem niet van toepassing was.
In 1931 werd hij bevelhebber van het militair district Wolga. In 1932 werd hij commandant en commissaris van de Froenze Academie. Op 20 november 1935 werd hij opperbevelhebber van het militair district Leningrad.
Grote Zuivering
Boris Sjaposjnikov (achteraan 2e van links) bij de ondertekening van het Molotov-Ribbentroppact in 1939
Hij getuigde tegen Michail Toechatsjevski in de Moskouse Processen van 1937. In 1937 werd hij chef van de generale staf en plaatsvervangend volkscommissaris voor landsverdediging in plaats van Aleksander Jegorov, ook slachtoffer van de Grote Zuivering van het Rode Leger. In 1939 werd hij lid van de Communistische partij van de Sovjet-Unie.
In 1939 keurde Stalin het plan van Sjaposjnikov goed om de sterkte van het Rode Leger snel weer op te bouwen. Sjaposjnikov verkreeg de vrijlating uit de Goelags van 4000 officieren die hij dacht nodig te hebben.
Winteroorlog
In 1940 werd hij Maarschalk van de Sovjet-Unie en plaatsvervangend volkscommissaris voor landsverdediging.[5] In 1940 plande Sjaposhnikov de invasie van Finland, maar hij was minder optimistisch dan Stalin en Kliment Vorosjilov. De Winteroorlog verliep niet naar wens en in augustus 1940 nam Sjaposjnikov ontslag als stafchef.
Tweede Wereldoorlog
Toen Duitsland de Sovjet-Unie binnenviel met Operatie Barbarossa werd Sjaposjnikov teruggeroepen als stafchef ter vervanging van Georgi Zjoekov, die naar het front gestuurd was. Hij werd tegelijk Volkscommissaris voor Landsverdediging.
Op 10 mei 1942 nam hij opnieuw ontslag als stafchef om gezondheidsredenen. Hij had zijn opvolger Aleksandr Vasilevski opgeleid, maar bleef Stalin raad geven. Sjaposjnikov geldt ook als leraar van Alexej Antonov en Sergej Stsjtemenko. Hij werd in juni 1943 bevelhebber van de Militaire academie van de generale staf van de gewapende machten in de Sovjet-Unie.
De urne met zijn as is bijgezet in de muur van het Kremlin. Een Russische torpedobootjager Maarschalk Sjaposjnikov (BPK 543) is naar hem genoemd.
Onderscheidingen
Orde van Sint-Anna
Tweede Klasse class met Zwaarden op 1 november 1916
Derde Klasse met Zwaarden en Boog in 1915
Vierde Klasse op 26 oktober 1914
Orde van Sint-Vladimir
Vierde Klasse met Zwaarden en Boog op 2 november 1914
Orde van Sint-Stanislaus
Derde Klasse met Zwaarden en Boog op 22 juli 1916
Leninorde op 31 december 1939, 3 oktober 1942, 21 february 1945
Orde van de Rode Banier op 14 oktober 1921, 3 november 1944
Orde van Soevorov, der Eerste Klasse op 22 februari 1944
Orde van de Rode Ster op 15 januari 1934, 22 februari 1938
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger op 22 februari 1938
Medaille voor de Verdediging van Moskou op 1 mei 1944

Boris Sjaposjnikov

Boris Sjaposjnikov
Geboren 20 september 1882
Zlato-oest, Gouvernement Oefa, Keizerrijk Rusland
Overleden 26 maart 1945
Moskou
Begraven Kremlin Muur Necropolis, Moskou
Land/partij Vlag van Keizerrijk Rusland Keizerrijk Rusland
Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie
Onderdeel Lesser Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Red Army flag.svg Rode Leger
Dienstjaren 1901 – 1945
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Leiding over Leningrad Militaire District
Moskou Militaire District
Stafchef van de Generale Staf
Wolga Militaire District
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Russische Burgeroorlog
Tweede Wereldoorlog

 

Boris Sjaposjnikov (achteraan 2e van links) bij de ondertekening van het Molotov-Ribbentroppact in 1939

 


Semjon Konstantinovitsj Timosjenko

Semjon Konstantinovitsj Timosjenko (Russisch: Семён Константинович Тимошенко) (Furmanivka, Oblast Odessa, 18 februari 1895 - Moskou, 31 maart 1970) was een Sovjetgeneraal, de hoogste beroepsofficier van het Rode Leger aan het begin van de Duitse invasie in 1941.
Jeugd
Timosjenko zag het levenslicht nabij Odessa in Zuid-Oekraïne. Hij ging in het leger van het Russische Rijk in 1915. Hij was een cavalerist aan het westelijke front. Na het uitbreken van de Russische Revolutie in 1917, sympathiseerde hij met de revolutionairen, een jaar later ging hij bij het Rode Leger en in 1919 bij de Bolsjewistische Partij. Tijdens de burgeroorlog vocht hij op vele fronten, waarvan de belangrijkste Tsaritsyn was (later Stalingrad genoemd, nu Volgograd). Daar ontmoette hij Jozef Stalin en ze werden vrienden, waardoor zijn carrière in een stroomversnelling kwam.
Legerdienst
Van 1920 tot 1921 diende hij in het 1e Cavalerieleger onder Semjon Boedionny, en deze twee domineerden het Rode Leger lange tijd. Na de burgeroorlog en Pools-Russische oorlog werd Timosjenko opperbevelhebber van de Cavalerie van het Rode Leger. Later was hij ook succesvolle bevelhebber van een deel van het Rode Leger in Wit-Rusland (1933), Kiev (1935), de noordelijke Kaukasus (1937), Charkov (1937), Kiev (1938). In 1939 werd hij opperbevelhebber van de Westelijke Grenzen. Tijdens de bezetting van Polen in 1939 was hij bevelhebber van het Oekraïense Front. Op dat moment werd hij ook lid van het Centrale Partijbureau. In die tijd begon Stalin aan zijn Grote Zuivering, waarbij drie van de vijf maarschalken van de Sovjet-Unie werden geëxecuteerd omdat ze nog door Leon Trotski aangesteld waren en omdat hij een staatsgreep vreesde. De overblijvende maarschalken Semjon Boedionny en Kliment Vorosjilov waren beschermelingen van Stalin.
Tweede Wereldoorlog
In 1940 werd Timosjenko bevelhebber van de Sovjetstrijdkrachten die in Finland vochten. Deze veldtocht was aan het mislukken door het slechte commando van Kliment Vorosjilov. Onder het bevel van Timosjenko keerde het tij. De Sovjets braken door de Mannerheimlinie en in maart van dat jaar tekende Finland een vredesverdrag. Dankzij de overwinning werd hij benoemd tot minister van defensie en Maarschalk van de Sovjet-Unie. Timosjenko was een competente maar traditionele commandant die zag dat het Rode Leger dringend gemoderniseerd moest worden, wilde het winnen tegen nazi-Duitsland. Ondanks al het verzet uit traditionele hoek zorgde hij voor de mechanisatie van het leger en voor de productie van meer tanks. Ook zorgde hij voor een terugkeer naar de harde discipline van het tsaristische leger.
Duitse inval
Toen de Duitsers de Sovjet-Unie in juni 1941 binnenvielen, benoemde Stalin zichzelf tot minister van defensie. Timosjenko werd naar het Centrale Front gezonden, waar hij direct de terugtocht naar Smolensk beval. Hierbij vielen zeer veel slachtoffers, maar het grootste deel van zijn leger werd gered om Moskou te verdedigen. In september moest hij naar Oekraïne, waar het Rode Leger ongeveer 1,5 miljoen slachtoffers telde wegens de grote omsingelingen bij Oeman en Kiev. Hij slaagde erin om het front te stabiliseren.
In mei 1942 begon Timosjenko, samen met 640 000 manschappen, een flankoffensief bij Charkov, de eerste poging om het initiatief terug te nemen. Na enkele successen vielen de Duitsers Timosjenko’s zuidelijke flank aan. Het offensief moest halt houden met 200 000 slachtoffers. Hoewel het offensief de Duitse aanval op Stalingrad vertraagde, moest Timosjenko zich verantwoorden voor het mislukken van het offensief. Zjoekov slaagde erin om Moskou te verdedigen in december 1941. Dit overtuigde Stalin ervan dat hij een betere bevelhebber was dan Timosjenko. In 1942 verwijderde Stalin Timosjenko van frontdienst. Later kreeg hij rollen als: commandant van Stalingrad (juni 1942), commandant van het Noordwesten (oktober 1942), Leningrad, (juni 1943), de Kaukasus (juni 1944) en de Baltische landen (augustus 1944).
Post-Bellumperiode
Na de oorlog werd Timosjenko Sovjetbevelhebber in Wit-Rusland (maart 1946), de zuidelijke Oeral (juni 1946), en opnieuw Wit-Rusland (maart 1949). In 1960 werd hij inspecteur-generaal van het ministerie van defensie, een ereambt. Vanaf 1961 werd hij hoofd van het staatscomité voor oorlogsveteranen. Hij stierf ten slotte in Moskou in 1970.
Militaire loopbaan
Kolonel-generaal (Комкор): 20 november 1935
Generaal (Командарм 2-го ранга 2e rang): 10 september 1937
Generaal (Командарм 1-го ранга 1e rang): 8 februari 1939
Maarschalk van de Sovjet-Unie (Маршал Советского Союза): 7 mei 1940
Onderscheidingen[bewerken]
Sint-Georgekruis, 1e, 2e, en 3e klasse
Held van de Sovjet-Unie op (21 maart 1940[2] en 18 februari 1965)
Maarschalkster op 7 mei 1940
Orde van de Overwinning op 4 juni 1945
Leninorde op (22 februari 1938, 21 maart 1940, 21 februari 1945[2], 18 februari 1965, 18 februari 1970)
Orde van de Oktoberrevolutie op 22 februari 1968
Orde van de Rode Banier op (25 juli 1920, 11 mei 1921, 22 februari 1930, 3 november 1944, 6 november 1947)
Orde van Soevorov op (9 oktober 1943[2], 12 september 1944, 27 april 1945)
Medaille voor de Verdediging van Stalingrad
Medaille voor de Verdediging van Leningrad
Medaille voor de Verdediging van Kiev
Medaille voor de Verdediging van de Kaukasus
Medaille voor de Verdediging van Moskou
Medaille voor de Verovering van Boedapest
Medaille voor de Verovering van Wenen
Medaille voor de Bevrijding van Belgrado
Medaille voor de overwinning op Japan
Medaille voor de Overwinning over Duitsland in de Grote Patriottische Oorlog 1941-1945
Jubileumsmedaille voor 20 jaar Overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger
Jubileummedaille "30 jaar van Soviet Leger en Marine"
Jubileummedaille "40 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
Jubileummedaille "50 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
Medaille als Aandenken aan 250 jaar Leningrad
Medaille ter Herinnering aan de Achthonderdste Verjaardag van Moskou
Militaire Orde van de Witte Leeuw voor de Overwinning, Ster der Eerste Klasse
Orde van de Partizanenster in goud
Medaille voor 30 jaar Overwinning bij Khalkhin Gol

Maarschalk Semjon Timosjenko, 1940

Maarschalk Semjon Timosjenko, 1940
Geboren 18 februari 1895
Furmanivka, Oblast Odessa, Keizerrijk Rusland (hedendaags Oekraïne)
Overleden 31 maart 1970
Moskou
Begraven Kremlinmuur Necropolis, Moskou[1]
Land/partij Flag of Russia.svg Keizerrijk Rusland
Flag of the Soviet Union.svg Sovjet-Unie
Onderdeel Lesser Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Red Army flag.svg Rode Leger
Dienstjaren 1914 - 1960
Rang Marshal RKKA 1940-1943.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Leiding over Kiev Militaire District
Noordwestelijk Front
Wit-Russische Militaire District
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Pools-Russische Oorlog
Russische Burgeroorlog
Winteroorlog
Tweede Wereldoorlog
Oostfront
Tweede slag om Charkov

 


Fjodor Ivanovitsj Tolboechin

Fjodor Ivanovitsj Tolboechin (Russisch: Фёдор Иванович Толбухин) (Androniki (Oblast Jaroslavl), 16 juni [O.S. 1894] 4 juni - Moskou, 17 oktober 1949) was een maarschalk van de Sovjet-Unie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij voerde het bevel tijdens de Slag om Stalingrad, bevrijdde de Krim en nam Boedapest in.
De stad Dobritsj in Bulgarije, had tussen 1949 en 1991 zijn naam, Tolboechin.
Militaire loopbaan
Majoor-generaal (Kombrig): 28 november 1935
Luitenant-generaal (Komdiv): 15 juli 1938
Majoor-generaal (Генерал-майор): 4 juni 1940
Luitenant-generaal (Генерал-лейтенант): 19 januari 1943
Kolonel-generaal (Генерал-полковник): 28 april 1943
Generaal (Генерал армии): 21 september 1943
Maarschalk van de Sovjet-Unie (Маршал Советского Союза): 19 september 1944
Onderscheidingen[bewerken]
Held van de Sovjet-Unie op 7 mei 1965 (Postuum)
Leninorde op 19 maart 1944[4] en 21 februari 1945
Orde van de Overwinning (nr. 9) op 26 april 1945
Orde van de Rode Banier op 18 oktober 1922, 3 november 1944
Orde van Soevorov, 1e klasse op 28 januari 1943[4] en 16 mei 1944
Orde van Koetoezov, 1e klasse op 17 september 1943
Orde van de Rode Ster op 22 februari 1938
Orde van Sint-Anna, 3e klasse
Orde van Sint-Stanislaus, 3e klasse
Maarschalkster op 12 september 1944
Orde van de Nationale Held
Held van de Volksrepubliek Bulgarije op 31 mei 1945
Militaire Orde voor Dapperheid in de Oorlog
Orde van Georgi Dimitrov
Orde van de Hongaarse Vrijheid
Voor de Moedige Soldaat van het Karelische Front
Grootofficier in het Legioen van Eer
Ereburger van de steden Belgrado, Sofia en Dobritsj
Medaille voor de Verdediging van Stalingrad
Medaille voor de Overwinning op Duitsland in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
Medaille voor de Verovering van Boedapest
Medaille voor de Verovering van Wenen
Medaille ter Herinnering aan de Achthonderdste Verjaardag van Moskou
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger
Medaille voor de Bevrijding van Belgrado
Jubileummedaille "30 jaar van Soviet Leger en Marine"
Orde van Michaël de Dappere, 1e, 2e en 3e klasse
Oorlogskruis 1939 - 1945 met Palm
Commander in het Legioen van Verdienste

Tolboechin op een sovjetpostzegel van 4 kopeken

Tolboechin op een sovjetpostzegel van 4 kopeken
Geboren 16 juni [O.S. 1894] 4 juni
Androniki, Oblast Jaroslavl, Keizerrijk Rusland
Overleden 17 oktober 1949
Moskou, Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek
Begraven Kremlinmuur Necropolis, Moskou
Land/partij Vlag van Keizerrijk Rusland Keizerrijk Rusland
Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie
Onderdeel Lesser Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Red Army flag.svg Rode Leger
Dienstjaren 1914 - 1949
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Leiding over 57e Leger (Sovjet-Unie)
68e Leger (Sovjet-Unie)
4e Oekraïense front
3e Oekraïense front
Transkaukasië Militair District
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Zuidwestelijk Front
Russische Burgeroorlog
Tweede Wereldoorlog
Oostfront
Slag om Stalingrad

 


Vasili Ivanovitsj Tsjoejkov

Jonge jaren
Vasili Ivanovitsj Tsjoejkov werd geboren op 12 februari 1900 in Serebrjanyje Proedy (Zilveren Vijvers), een Russisch dorpje in de buurt van Toela in de huidige oblast Moskou. Tsjoejkov kwam uit een groot boerengezin: hij was de achtste van twaalf kinderen en de vijfde van acht zoons. Alle jongens zouden het leger in gaan; de oudsten van hen, waaronder Vasili, vochten in de Burgeroorlog. De jongste zoon, Fedor, diende tijdens de slag om Stalingrad in de staf van het 62e Leger. Vasili's vader, Ivan Ionovitsj, was een fysiek sterke man die graag bokste en worstelde. 's Winters organiseerde hij wedstrijden tussen de mannen uit de dorpjes uit de buurt: de rijen mannen stelden zich dan tegenover elkaar op aan de oever van een bevroren rivier en bevochten elkaar met blote vuisten. Vasili erfde zijn vaders kracht en uithoudingsvermogen.
Zijn moeder, Jelizaveta Fjodorovna, was ook een sterke persoonlijkheid - ze was een erg spiritueel persoon en een toegewijde Christene. Ze werkte in de kerk van Serebrjanyje Proedy. De legende doet de ronde dat toen het Sovjetregime in 1930 alle kerken liet sluiten, ze helemaal naar Moskou liep en van het staatshoofd, Kalinin, eiste dat de kerk open bleef. Opmerkelijk genoeg slaagde ze hierin.
Revolutie en burgeroorlog
Op zijn 12e ging Tsjoejkov van school af en vertrok hij naar Petrograd, waar hij werkte als metaalarbeider, piccolo en winkelbediende. In 1917 ging hij, werkeloos door de onrust van de revolutie, in dienst als scheepsjongen op een mijnenlegger in Kronsjtadt. Een oudere broer van Tsjoejkov, die diende als marinier in de marinebasis Kronsjtadt, wist kort hierna voor hem een positie bij de Rode Garde te regelen. Begin 1918 voegde Tsjoejkov zich bij de Bolsjewieken omdat hij geïnspireerd was door hun visie van een nieuw Rusland. Hij ging in dienst bij het Rode Leger en volgde een instructeurscursus. In Moskou was hij ook betrokken bij het onderdrukken van een opstand van linkse socialistische revolutionairen. In oktober 1918, tijdens de Burgeroorlog, werd Tsjoejkov assistent-commandant van de 1e Oekraïnse Brigade van het Zuidelijke Front. Hij vocht hier tegen troepen van het Witte Leger onder leiding van luitenant-generaal Denikin. Korte tijd later vocht Tsjoejkov bij Tsaritsyn, later hernoemd tot Stalingrad, waar hij 24 jaar later weer zou vechten als generaal. Begin 1919 promoveerde hij tot assistent-commandant van het 40e Jagerregiment, een onderdeel van Toechatsjevski's 5e Leger, en werd Tsjoejkov lid van de Communistische Partij. Later dat jaar nam Tsjoejkov het commando over het regiment over en werd het hernoemd tot 43e Jagerregiment. Het was betrokken bij de verovering van de Oeral en Siberië op de Witte legers van admiraal Koltsjak. Op 19-jarige leeftijd het bevel voeren over een regiment was uniek, maar Tsjoejkov voerde zijn taken zeer goed uit. De legercommandant, Toechatsjevski, rapporteerde op 19 juli 1919:
"... toen ging het 43e Regiment, het beste van de divisie, tot de aanval over. De commandant van het regiment, Tsjoejkov, neutraliseerde al snel het initiatief van de vijanden - hij reed om ze heen met zijn cavalerie en viel ze aan in de achterhoede, paniek veroorzakend. Voor deze prestatie werd het regiment onderscheiden met de Revolutionaire Banier."
Tsjoejkov in 1930
In 1920 was Tsjoejkovs regiment betrokken bij de campagne in Polen en werd Tsjoejkov onderscheiden met de Orde van de Rode Banier, een zeer hoge onderscheiding. In de Burgeroorlog raakte hij vier keer gewond. Eén wond, opgelopen in Polen in 1920, liet een stuk kogel achter in zijn linker bovenarm dat niet operatief kon worden verwijderd. Hij kon tijdelijk zijn linkerhand niet gebruiken vanwege plaatselijke verlamming, maar zijn fysieke kracht en wilskracht sloegen hem er doorheen en na een tijd kon hij zijn arm weer gebruiken.
Al in dit vroege stadium van zijn militaire carrière had Tsjoejkov leiderschapskwaliteiten ontwikkeld die ook weer zichtbaar zouden worden tijdens de slag om Stalingrad. Zo was Tsjoejkov altijd open tegen zijn soldaten, legde hij hen de situatie uit en waardeerde hij hun opinies. Ook liet hij zijn mannen trainen in bajonetaanvallen en nachtelijke gevechten, kwaliteiten die Tsjoejkovs leger ook in Stalingrad gebruikte tegen de Duitsers.
China, Wit-Rusland en Polen

In 1923 ging Tsjoejkov naar de beroemde Froenze-Militaire Academie. Hij werd op 7 januari 1925 onderscheiden met zijn tweede Orde van de Rode Banier en slaagde later dat jaar aan de Academie. Vanaf juli 1927 diende Tsjoejkov als militair adviseur in China en vanaf september 1929 aan de Russisch-Chinese grens als stafofficier in generaal Bljoechers Speciale Verre Oostelijke Leger. In 1935 ging hij naar de Stalin Militaire Academie voor Mechanisatie en Motorisatie in Moskou, een academie voor hogere officieren van het pantserwapen. Na zijn slagen werd hij in december 1936 de commandant van een gemechaniseerde brigade. Tsjoejkov werd op 27 februari 1938 bevorderd tot kombrig (brigadegeneraal, de laagste opperofficiersrang). In april 1938 volgde hij nog een cursus over gemechaniseerde oorlogsvoering en later dat jaar kreeg hij het bevel over het 5e Jagerkorps in Wit-Rusland. Op 23 juli 1938 werd uit dit korps de Bobroejsk-Legergroep geformeerd en diezelfde dag volgde Tsjoejkovs bevordering tot komdiv. De bevorderingen volgden elkaar snel op; al op 9 februari 1939 volgde de promotie tot komkor. De Bobroejsk-Legergroep, gelegerd in het Wit-Russische Speciale Militaire District, werd op 15 september 1939 hernoemd tot 4e Leger. Met het 4e Leger was Tsjoejkov in de tweede helft van september betrokken bij de 'bevrijding' van westelijk Wit-Rusland en de verovering van Oost-Polen.
Finland en China
Tijdens de Winteroorlog tegen Finland van 1939-1940 voerde Tsjoejkov het bevel over het 9e Leger. Ondanks de numerieke meerderheid verliep deze campagne echter desastreus voor de Sovjets en Tsjoejkovs leger leed bij Suomussalmi zware verliezen tegen een minderheid van zeer gemotiveerde Finse verdedigers. Tsjoejkovs hoofdkwartier bleek te ver van het front af te liggen, de schuld van Tsjoejkovs voorganger, kombrig Doechanov, en toen de verbindingen verbroken werden verloor Tsjoejkov de controle over het gevecht. Ondanks dit debacle werd Tsjoejkov onderscheiden met de Orde van de Rode Ster en werd zijn rang van Komkor op 4 juni 1940, na invoering van het nieuwe rangenstelsel, omgezet naar luitenant-generaal.
In december 1940 werd Tsjoejkov naar China overgeplaatst. De mislukkingen in Finland hadden een smet op zijn carrière achtergelaten, maar Tsjoejkovs positie in China was zeker niet onbelangrijk. Hij werd door Stalin persoonlijk gebriefd waarna hij in Tsjoengking de militair attaché en voornaamste militaire adviseur werd van Tsjiang Kai-sjek, de Chinese leider, als onderdeel van een oude Russisch-Chinese overeenkomst om samen te werken tegen de Japanse expansiedrift. Ook schreef Tsjoejkov rapporten voor Moskou over de praktijken in Tsjiang Kai-sjeks hoofdkwartier. Toen operatie Barbarossa op 22 juni 1941 van start was gegaan waren alle ogen van de wereld op dit front gericht en hadden de Chinezen en de Japanners als het ware bij afspraak de vijandelijkheden gestaakt. Tsjoejkov had daarom veel minder te doen en diende herhaaldelijke verzoeken bij Moskou in om naar de Sovjet-Unie terug te mogen keren. Tsjiang Kai-sjeks commandanten deden ondertussen alles wat zij konden om de Sovjetverhouding met Japan te vertroebelen. De Chinezen zetten een aantal provocerende stappen om de Sovjets samen met de Chinezen een campagne tegen de Japanners in te laten zetten. De Sovjetregering besloot uiteindelijk aan de provocaties een einde te maken door Tsjoejkov terug te roepen naar de Sovjet-Unie.
Luitenant-generaal Tsjoejkov, tweede helft van 1942
Begin maart 1942 was Tsjoejkov weer terug in Moskou. Hij deed verslag over zijn werk in China en verzocht zo snel mogelijk naar het front gestuurd te worden. In mei werd Tsjoejkov benoemd tot waarnemend commandant van het 1e Reserveleger, een aantal onvolledige divisies die aan het trainen waren in de omgeving van Toela.
Begin juli werd de legerstaf naar Stalinogorsk overgeplaatst. Op een dag bleef Tsjoejkov tot middernacht in het hoofdkwartier waarna hij naar zijn verblijf wilde gaan. Hij lette echter niet op de toestand waarin de chauffeur zich bevond. Met grote snelheid reed de auto weg en bij een bocht in de weg sloeg de auto over de kop. Bewusteloos werd Tsjoejkov gevonden en naar het ziekenhuis gebracht. Na een week was Tsjoejkov weer op de been, hoewel hij nog met een stok liep, maar het zou nog een jaar duren voor hij volledig hersteld was. Begin juli ontving Tsjoejkov bericht dat zijn leger per 10 juli omgedoopt zou worden tot het 64e Leger en naar de Don werd overgeplaatst.
Het Stalingrad Front
Tsjoejkov bereikte op 16 juli het hoofdkwartier van het Stalingrad Front, dat onder commando stond van Maarschalk van de Sovjet-Unie Timosjenko. In de loop van de tweede helft van juli kwamen ook de troepentreinen met Tsjoejkovs troepen aan. Tsjoejkov ontving op 17 juli instructies van het fronthoofdkwartier: het 64e Leger moest in de nacht van 19 juli stellingen betrekken aan de Don, ten zuiden van de rivier de Tsjir. De troepen hadden vanaf het station echter nog een mars van ruim 200 kilometer voor de boeg, en de laatste troepentreinen zouden pas op 23 juli arriveren. Na overleg met de operaties-officier van het front, kolonel Roechle, werd de datum in 21 juli veranderd. In de avond van de 19e kwam luitenant-generaal Vasili Nikolajevitsj Gordov aan op het hoofdkwartier van het 64e Leger, gevestigd in de boerderij Ilmen-Tsjirsky, met instructies het commando van Tsjoejkov over te nemen. Stavka had namelijk nog twijfels over diens bekwaamheid en ervaring. Tsjoejkov was in deze zware tijd zeker geen vijfde wiel aan de wagen en werd daarom aangesteld als Gordovs plaatsvervanger. Gordov was een bekwaam maar prikkelbaar commandant die geen tegenwerpingen van zijn ondergeschikten duldde. Tsjoejkov kon niet met hem opschieten. Hij kreeg van Gordov opdracht met drie jagerdivisies en een mariniersbrigade het zuidwestelijke deel van het front van het 64e Leger te verdedigen.
Toen Tsjoejkov op 22 juli om 05:00 uur 's morgens terugkeerde, vernam hij dat Gordov de vorige avond naar Moskou ontboden was. Deze keerde op 23 juli terug om het commando over het Stalingrad Front over te nemen van Timosjenko. Weer was Tsjoejkov waarnemend commandant van het 64e Leger. Later die dag vloog Tsjoejkov in een onbewapende PO-2 dubbeldekker naar de 66e Jagerbrigade bij Soevorovsky om de commandant persoonlijk een order te overhandigen. Op de terugreis besloot Tsjoejkov over de frontlijn te vliegen om de stellingen van zijn troepen uit de lucht waar te nemen. Het toestel werd aangevallen door een Duitse Junkers Ju-88, maar slaagde erin een noodlanding te maken. Tsjoejkov en zijn piloot wisten licht gewond uit het toestel te komen voordat het in vlammen opging. De Duitse piloot nam aan dat de inzittenden dood waren en verdween achter de horizon.
In de vroege ochtend van de 25e kreeg Tsjoejkov zijn vuurdoop toen drie Duitse divisies aanvielen op de rechterflank van het 64e Leger. Ondanks het numerieke overwicht van de Duitsers sloegen de Sovjets krachtig terug. 's Middags slaagden de Duitse troepen er toch in een wig in de verdediging te drijven. De volgende dag stuurde Tsjoejkov de 66e Mariniersbrigade om de bres te dichten. De brigade slaagde erin in dekking te gaan en de vijandelijke aanvallen af te slaan.
Krylov, Tsjoejkov, Goerov en Rodimtsev in het hoofdkwartier van het 62e Leger
Op 30 juli arriveerde generaal-majoor Michaïl Sjoemilov op het hoofdkwartier van het 64e Leger. Hij was gezonden om het commando over het leger over te nemen. Tsjoejkov moest zich bij Gordov melden. Die avond droeg Tsjoejkov het commando over en vertrok hij naar het fronthoofdkwartier. Het duurde twee dagen voor Tsjoejkov Gordov te spreken kon krijgen. Hij slenterde wat door de stad en op de avond van 1 augustus kreeg hij Gordov eindelijk te spreken. Deze was ervan overtuigd dat de Duitsers vastgepend zaten en met één slag konden worden vernietigd. In Tsjoejkovs ogen kende de frontcommandant de frontsituatie niet. Tsjoejkov kreeg van Gordov opdracht een verslag te schrijven over waarom de rechterflank van zijn leger teruggetrokken was over de rivier de Tsjir. Tsjoejkov verzocht terug te keren naar het legerhoofdkwartier om daar het verslag te schrijven en vertrok onmiddelijk. Hier aangekomen stelde Sjoemilov voor dat Tsjoejkov naar de zuidelijke sector zou gaan om een duidelijker beeld van de situatie daar te verkrijgen en de maatregelen die de situatie vereisten ter plaatste te nemen. Verheugd bevrijd te zijn van het schrijven van het nutteloze rapport vertrok Tsjoejkov. Tegelijkertijd werd hij als Sjoemilovs plaatsvervanger aangesteld.
Tsjoejkov neemt de leiding over
Op 11 september 1942 werd Tsjoejkov ontboden op het hoofdkwartier van het Stalingrad Front. Hij arriveerde hier de volgende dag om 10:00 uur 's morgens en had een kort gesprek met de frontcommandant, kolonel-generaal Andrej Jerjomenko, en het Lid van de Militaire Raad (de politieke commissaris) van het front, Nikita Chroesjtsjov. Tsjoejkov was benoemd tot commandant van het 62e Leger. Chroesjtsjev vertelde Tsjoejkov dat de commandant van het 62e Leger, luitenant-generaal Anton Lopatin, niet geloofde dat zijn leger de stad kon behouden. In plaats van tot het uiterste te vechten begon hij zijn eenheden zonder toestemming terug te trekken. Hij was daarom van zijn commando ontheven en het leger was tijdelijk onder het commando van de chef-staf, generaal-majoor Nikolaj Krylov, komen te staan. Chroesjtsjov voegde hier aan toe dat hij op de hoogte was van de geslaagde operaties van Tsjoejkovs zuidelijke groep aan de rivier de Aksai. Tsjoejkov schreef later:
"Ik vatte dit op als een compliment, een compliment dat voor mij eveneens verplichtingen betekende.
Tenslotte vroeg Nikita Chroesjtsjov mij:
"Kameraad Tsjoejkov, hoe legt u uw taak uit?"
Ik had niet verwacht een dergelijke vraag te moeten beantwoorden, maar ik hoefde niet lang na te denken - alles was duidelijk.
"Wij kunnen de stad niet aan de vijand overgeven, want ze is voor ons en voor het gehele volk der Sovjets van het grootste belang," antwoordde ik. "Het verlies zou het moreel van het volk ondermijnen. Alle mogelijke maatregelen zullen worden genomen om te verhinderen dat de stad valt. Ik vraag nu niets, maar ik zou de Militaire Raad willen vragen mij geen hulp te weigeren wanneer ik die vraag en ik zweer dat ik zal standhouden. Wij zullen de stad verdedigen of sneuvelen."
Zij keken mij aan en zeiden dat ik mijn taak juist had begrepen. Wij waren klaar."
De meningen over de nieuwe bevelhebber waren verdeeld. Regelmatig werd hij omschreven als ruw, barbaars en meedogenloos. Tsjoejkov had inderdaad een explosief karakter: in de stress van de strijd werd hij soms zo agressief dat hij ondergeschikten sloeg met een stok. Tsjoejkovs groffe gedrag was niet altijd gerechtvaardigd, maar toch was de algemene opinie dat Tsjoejkov zich normaal gedroeg als hij zag dat een soldaat werkelijk zijn best had gedaan zijn opdracht te vervullen.
Luitenant-generaal Tsjoejkov, ergens in de eerste helft van WO2
Tsjoejkov had een gezond gevoel voor humor en zijn boosaardige glimlach ontblootte een gebit met gouden kronen. Hij was breed gebouwd en een dichte, wilde haarbos. Met zijn sterke boerse trekken viel hij als generaal niet op temidden van zij troepen. De Sovjetpropaganda typeerde hem later als het ideale product van de Oktoberrevolutie.
Tsjoejkov was nog maar ruim een dag in de stad toen de Duitsers op de 14e een zware aanval lanceerden waar het zwakke 62e Leger niet tegen was opgewassen. Ter versterking van het leger zou die avond de sterke 13e Garde-Jagerdivisie de Volga oversteken, maar het was onzeker of de Sovjets de aanlegsteigers zo lang in handen konden houden. Daarom werd de divisie bij daglicht verscheept; de meerderheid van de gardisten stierf tijdens de gevaarlijke overtocht door Duitse aanvallen, maar degenen die de westelijke oever haalden gingen met buitengewone wilskracht de strijd aan met de Duitsers. In wrede man-tegen-man-gevechten wisten ze de Duitsers van de oversteekplaats te verdrijven.
Tsjoejkovs tactieken
Tsjoejkov zag al snel in dat de zware artillerie te kwetsbaar was in de stad en de kanonnen er niet konden manoeuvreren. Daarnaast waren er geen voertuigen om de kanonnen te verplaatsen. Daarom besloot hij al op 14 september alle zware artillerie naar de oostelijke oever van de Volga over te laten brengen. Hier kon het geschut ook efficiënter bevoorraad worden, aangezien de munitie niet over de Volga gebracht hoefde te worden. Artilleriewaarnemers in de stad zouden doelen aan de artillerie doorgeven en het vuur corrigeren.
De eerste aanval hadden de Sovjets weerstaan, maar er moest nog een hoop gebeuren voordat het 62e Leger een effectieve strijdmacht zou zijn. Tsjoejkov besefte dat het moreel en de stemming van zijn troepen moesten verbeteren. Alleen dan kon strikte discipline effectief zijn. Zo moedigde Tsjoejkov de officieren aan om hun grotere en betere rantsoenen te delen met hun ondergeschikten. Tsjoejkov realiseerde zich dat de gewone soldaat een zeer belangrijke rol speelde. Hij was van mening dat zij meer wisten van de psychologie, het karakter en de morele sterkte van de vijandelijke troepen dan de officieren die zich in de achterhoede bevonden. Tsjoejkov zag de waarde in van gesprekken met zijn manschappen en was regelmatig temidden van zijn soldaten aan de frontlijn te vinden.
Verder bevorderde Tsjoejkov zelfstandigheid en het nemen van initiatieven. Deze hoge mate van vrijheid van handelen gaf de Sovjettroepen meer eigenwaarde en maakte het 62e Leger flexibel en inventief: aspecten waarmee de geroutineerde Duitse troepen moeilijk om konden gaan. Het grote Duitse sterktepunt begon een zwaktepunt te worden. Net als in de burgeroorlog vochten de Sovjettroepen ook veelal 's nachts en gaven ze de voorkeur aan man-tegen-man-gevechten, waarvan ze wisten dat de Duitsers hieraan een hekel hadden.
Om de inventiviteit te bevorderen liet Tsjoejkov stormgroepen formeren - kleine groepjes zwaar en divers bewapende soldaten die specifieke taken kregen toegewezen. Er werd een aantal gebouwen in de stad uitgekozen die door stormgroepen werden veroverd en door ongeveer 50 man werden bezet. De gebouwen werkten als golfbrekers en dienden tot het uiterste te worden verdedigd. Bekende voorbeelden hiervan waren de verdediging van Pavlovs Huis en de graanlift. Tegen enorme Duitse meerderheden wisten de Sovjettroepen onder dikwijls afschuwelijke omstandigheden lang vol te houden. Een Duitse soldaat schreef over de vijandelijke standvastigheid: "De Russen zijn niet menselijk, ze zijn gemaakt van gietijzer."
Het einde van de slag
Tsjoejkov in winterkleding, winter 1943/1944 of 1944/1945
De Duitsers lanceerden nog diverse zware aanvallen en hadden uiteindelijk 90 procent van de stad in handen, maar net als op 14 september wisten de Sovjets stand te houden. Tsjoejkov, met zijn hoofdkwartier praktisch aan de frontlijn, had zich ontwikkeld tot een meester in stadsgevechten. General der Panzertruppe Friedrich Paulus, de opperbevelhebber van het 6. Armee, die zijn hoofdkwartier ver buiten de stad had gevestigd, kon de situatie niet naar zijn hand zetten.
De slag werd op de steppe buiten de stad beslist: Stavka had hier wekenlang troepen samengetrokken om de astroepen in een enorme operatie te omsingelen. Tsjoejkov en zijn staf waren hiervan niet op de hoogte gebracht; hun enige taak was de Duitse troepen zoveel mogelijk in de stad te binden, waardoor de flanken van het 6. Armee minder zwaar verdedigd zouden worden. Voor dit doel kreeg Tsjoejkov maar net genoeg middelen; de meeste wapens, munitie en nieuwe divisies waren nodig om de legers die het tegenoffensief gingen uitvoeren uit te rusten. De aanval, met de codenaam operatie Uranus, begon op 19 november en was een snel en volledig succes. Precies volgens plan ontmoetten de Sovjetspeerpunten elkaar op de 23e bij Kalatsj aan de Don. Een Duitse ontzettingsoperatie in december faalde en ook een luchtbrug ter bevoorrading van de omsingelde troepen werd een mislukking. Hoewel de slag eigenlijk beslist was zou het nog tweeënhalve maand duren voordat de Duitsers capituleerden.
Nadat op 8 januari 1943 een capitulatie-aanbod door Paulus werd afgewezen startten de Sovjettroepen op 10 januari een slotoffensief, operatie Ring. Het door de Duitsers bezette gebied slonk snel en op 31 januari gaf Generalfeldmarschall Paulus zich over, maar niet aan het 62e Leger, dat hij tijdens de slag hoofdzakelijk tegenover zich had gehad. Zijn hoofdkwartier werd als eerste bereikt door troepen van het 64e Leger en hij gaf zich over aan hun commandant. Dit lijkt een onbelangrijk detail, maar Tsjoejkovs troepen, die de zwaarste last hadden gedragen tijdens de gevechten, voelden zich beroofd van hun 'prijs'. Daar kwam nog bij dat Tsjoejkovs prestaties enigszins werden overschaduwd door die van Maarschalk van de Sovjet-Unie Georgi Zjoekov, mede-architect van operatie Uranus, die het grootste deel van de roem kreeg. Het wekte bij Tsjoejkov een weerzin jegens Zjoekov op.
Opmars naar Duitsland
Het 62e Leger werd op 5 mei 1943 bij Stavka-directief van 16 april 1943 hernoemd tot 8e Gardeleger vanwege haar verdiensten tijdens de Slag om Stalingrad. Tegelijkertijd werden ook het 21e, 24e, 64e en 66e Leger tot de gardestatus verheven.
Na de strijd aan de Volga rukte Tsjoejkovs 8e Gardeleger westwaarts op richting de Don en Izjoem aan de Donets. Op 27 oktober 1943 werd Tsjoejkov bevorderd tot kolonel-generaal. Hierna keerde het leger zuidwestwaarts, stak het de Dnjepr over, trok het richting Nikopol en Krivoj Rog bij de Donbass, stak het de Boeg over en bevrijdde het Zaporozje en Odessa. Vanwege zijn successen kreeg Tsjoejkov op 19 maart 1944 de titel Held van de Sovjet-Unie. Hierna keerde het leger naar het noordwesten, stak het de Poolse grens over en was het betrokken bij de operaties bij Lublin, Brest en Warschau.
Tweevoudig Held van de Sovjet-Unie legergeneraal Tsjoejkov in 1950
In januari 1945 was het duidelijk dat de oorlog bijna voorbij was en rukten de Sovjetlegers razendsnel op. De Weichsel was overgestoken en op 17 januari kreeg Tsjoejkovs leger, vijf dagen eerder dan volgens schema, de industriestad Lodsch (Łódź) in het vizier. Tsjoejkov besloot de stad de volgende dag aan te vallen zonder het fronthoofdkwartier te raadplegen, maar de volgende ochtend werden zijn troepen bijna gebombardeerd door de luchtmacht. 's Avonds was de stad in Sovjethanden.
Op 24 januari kreeg Tsjoejkov bevel Posen (Poznań) in te nemen, wat precies op de route van Warschau naar Berlijn lag. Tsjoejkov vroeg zich af of het fronthoofdkwartier van Zjoekov wel iets van de indrukwekkende vesting af wist. Zjoekov was van de sterkte van de vesting op de hoogte gebracht, maar liet zijn pantserspeerpunten om de stad heen trekken en het probleemgeval Posen over aan Tsjoejkovs 8e Gardeleger. Deze was hier niet blij mee en zijn weerzin tegen Zjoekov schijnt er alleen maar door te zijn versterkt. Tsjoejkovs ervaring in straatgevechten uit Stalingrad kwam goed uit, maar hij had nu de beschikking over een enorme gemechaniseerde macht waar de Duitsers niet tegen op konden. Op 18 februari gaf Tsjoejkov het sein de vesting te bestormen, voorafgegaan aan een zwaar, vier uur durende artilleriebeschieting. De Sovjettroepen vochten zich door de bressen die het vuur in het fort had geslagen een weg naar binnen. In de vroege uren van 23 februari pleegde de commandant van de vesting, Generalmajor Ernst Gonell, zelfmoord. Later die dag gaf het restant van het garnizoen van Posen, dat intussen al meer dan 200 kilometer achter de frontlinie lag, zich over.
Eind januari staken de eerste Sovjettroepen de Oder over. Er werd een bruggenhoofd gevestigd en vooruitgeschoven troepen van Tsjoejkov begonnen met het aanleggen van oversteekplaatsen over het dunne ijs. Er werd anti-tankgeschut op ski's naar de overkant gebracht om de kwetsbare stellingen te verdedigen. Hierna rukten Tsjoejkovs troepen verder op naar een hoger gelegen terrein met een weids uitzicht over de Seelower Hoogten in het westen, het Reitwein Spur.
Op dit moment kwam de opmars tot stilstand: Stalin gaf Zjoekov opdracht zijn 1e Wit-Russische Front, waar het 8e Gardeleger onder viel, de stellingen aan de Oder te laten consolideren, om vervolgens naar het noorden op te rukken en aansluiting te zoeken met Rokossovski's 2e Wit-Russische Front, dat de snelle opmars niet bij had kunnen houden. Tsjoejkov, die nog steeds wrok koesterde tegen Zjoekov, vond het verachtelijk dat Zjoekov niet pleitte voor een snelle opmars naar Berlijn, nu deze stad nog zwak verdedigd was. Zjoekov en de anderen vonden het risico te groot, gelet op de uitgeputte troepen, de bevoorradingstekorten en de kwetsbare rechterflank. Met deze opmerking wekte Tsjoejkov ook Zjoekovs woede. Tsjoejkov was op zijn beurt weer verbolgen over recente opmerkingen van Zjoekov dat hij wel erg lang had gedaan over de inname van de vesting Posen.
De slag om Berlijn
Voor zijn prestaties in het Odergebied kreeg Tsjoejkov op 6 april 1945 zijn tweede Held van de Sovjet-Unie-titel. Hij had met zijn vooruitgeschoven commandopost op het Reitwein Spur het beste zicht op de Seelower Hoogten, die de bruggenhoofden op de westelijke oever van de Oder beheersten. Maar de Hoogten vormden een geduchtere hindernis dan Zjoekov en Tsjoejkov dachten. Na een zeer intensieve artilleriebeschieting die begon om 05:00 uur Moskouse tijd op 16 april rukten de Sovjets op, maar er waren meerdere inschattingsfouten gemaakt waardoor de opmars die ochtend zeer traag verliep en de Duitse posities pas op de 19e waren opgerold. Nu stond de Sovjettroepen niets meer in de weg Berlijn aan te vallen. Tsjoejkovs 8e Gardeleger viel de stad aan vanuit het zuidoosten. Op 27 april werd het Landwehrkanaal bereikt. Omdat hij eerder bij de Reichstag wilde zijn gaf Tsjoejkov zijn linkerflank bewust opdracht naar links af te buigen, waardoor de weg naar de Reichstag van de troepen van Rybalko's leger werd geblokkeerd. Als een gevolg hiervan werden er vele verliezen geleden door eigen vuur. Na zware gevechten in de stad, waarbij door de haast vele slachtoffers vielen, bereikte Tsjoejkovs leger op 30 april de Reichstag.
Maarschalk van de Sovjet-Unie Tsjoejkov, jaren '50
Om 04:00 uur op 1 mei 1945 arriveerden General der Infanterie Hans Krebs, de Chef van de Generale Staf van het Heer, en Oberst Theodor von Dufving, de chef van de generale staf van General der Artillerie Helmuth Weidling, met een witte vlag bij Tsjoejkovs hoofdkwartier. Ze waren door Joseph Goebbels, de Minister van Volksvoorlichting en Propaganda, gestuurd om over een wapenstilstand te onderhandelen. Krebs sprak vloeiend Russisch en informeerde Tsjoejkov over Hitlers dood in de bunker onder de Reichskanzlei enkele uren eerder. Tsjoejkov wist hier nog niets vanaf maar antwoordde kalm dat hij dit al wist. Hij was echter alleen bereid een onvoorwaardelijke overgave te accepteren, waar Krebs door Goebbels niet voor geautoriseerd was. Toen Goebbels rond 20:30 zelfmoord pleegde was het aan Weidling, de commandant van Berlijn, om met de Sovjets te onderhandelen. De volgende ochtend ontmoette hij Tsjoejkov. Weidling stemde in met een onvoorwaardelijke overgave en stelde een order op aan zijn troepen zich over te geven. De ontmoeting eindigde om 08:23 uur. De eer de overgave te mogen accepteren werd door de mannen van het 8e Gardeleger als zeer belangrijk en passend ervaren nadat Tsjoejkov de overgave van Paulus in Stalingrad niet had kunnen accepteren.
Na de oorlog
Tsjoejkov bleef na de oorlog in Duitsland. Hij werd op 12 november 1948 bevorderd tot legergeneraal, de op één na hoogste rang in het Sovjetleger. In 1949 werd hij benoemd tot opperbevelhebber van de Groep Sovjetstrijdkrachten in Duitsland (GSVG). Zijn oude 8e Gardeleger maakte hier ook deel van uit. Op 11 maart 1953 werd Tsjoejkov, tegelijk met nog vijf zeer verdienstelijke generaals uit de Grote Vaderlandse Oorlog, bevorderd tot de hoogste rang van maarschalk van de Sovjet-Unie. Op 26 mei 1953 werd Tsjoejkov opperbevelhebber van het Militaire District Kiev, wat hij bleef tot april 1960, toen hij opperbevelhebber van de grondstrijdkrachten van het Sovjetleger werd. Dit bleef hij tot 1964. Hij diende ook als hoofd van de Civiele Verdediging van 1961 tot aan zijn pensioen in 1972. Vanaf 1961 was Tsjoejkov lid van het Centrale Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, na vanaf 1952 kandidaat-lid te zijn geweest.
In de jaren '60 hielp Tsjoejkov de kunstenaar Jevgeni Voetsjetitsj met het ontwerpen van het 85 meter hoge standbeeld ‘Het Moederland Roept’, een gedenkteken van de slag om Stalingrad, wat op de Mamajev Koergan in Volgograd kwam te staan en in 1967 werd onthuld.
'Eeuwige roem!': Tsjoejkovs graf op de Mamajev Koergan
De befaamde maarschalk had in zijn lange carrière vele onderscheidingen gekregen. Hij was twee keer benoemd tot Held van de Sovjet-Unie en kreeg maar liefst negen Ordes van Lenin, de hoogste orde van de Sovjet-Unie, de laatste in 1980. Hiernaast werd hij onderscheiden met een Orde van de Oktoberrevolutie, vier Ordes van de Rode Banier, drie Ordes van Soevorov 1e Klasse, een Orde van de Rode Ster en dertien medailles. Hij kreeg verder zeven buitenlandse ordes, waaronder de hoogste orde van de Mongoolse Volksrepubliek, de Orde van Soechbaatar.
In 1981 brak Tsjoejkovs oude oorlogswond die hij in 1920 in Polen had opgelopen hem op. De wond ging open, infecteerde en leidde tot sepsis. Na een ziektebed van negen maanden overleed tweevoudig Held van de Sovjet-Unie Maarschalk van de Sovjet-Unie Vasili Ivanovitsj Tsjoejkov op 18 maart 1982, op 82-jarige leeftijd, in Moskou. Hij was de enige Sovjetmaarschalk die buiten Moskou werd begraven, en wel op de Mamajev Koergan in Volgograd, het voormalige Stalingrad.

Vasili Tsjoejkov in 1945
Bijnaam "De Man met een IJzeren Wil"
"De Steen"
Geboren 12 februari 1900
Serebrjanyje Proedi, Oblast Moskou, Keizerrijk Rusland
Overleden 18 maart 1982
Moskou
Begraven Mamajev-koergan, Wolgograd, Rusland
Land/partij Keizerrijk Rusland
Sovjet-Unie
Onderdeel Russische Keizerlijke Marine
Rode Leger
Dienstjaren 1917 – 1972
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png
Maarschalk van de Sovjet-Unie
Leiding over 4e Leger (Sovjet-Unie)
62e Leger (Sovjet-Unie)
8ste Garde Leger
Rode Leger in Oost-Duitsland
Kiev Militaire District
Slagen/oorlogen Russische Burgeroorlog
Sovjet-aanval op Polen
Winteroorlog
Tweede Wereldoorlog
Slag om Stalingrad
Operatie Bagration
Wisła-Oderoffensief
Slag om Berlijn
Tweede Chinees-Japanse Oorlog
Ander werk Minister van Defensie

 

 

Tsjoejkov neemt de leiding over

 

 

Opmars naar Duitsland

 

 

 

 

De slag om Berlijn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na de Oorlog

 

 

 

 

 

 

Graf van Vasili Ivanovitsj Tsjoejkov

 


Valentin Ivanovitsj Varennikov

Valentin Ivanovitsj Varennikov (Russisch: Валентин Иванович Варенников) (Krasnodar, 15 december 1923 - Moskou, 6 mei 2009) was een Russische generaal en politicus. Hij vocht mee in de Tweede Wereldoorlog en bekleedde na de oorlog hoge posities in het Rode Leger. Later was hij ook politiek actief.
Loopbaan
Militaire loopbaan

Varennikov nam als militair onder meer deel aan de Slag om Stalingrad. Ook was hij als commandant betrokken bij de verovering van het Rijksdaggebouw tijdens de Slag om Berlijn aan het eind van de Tweede Wereldoorlog.
In de naoorlogse periode was hij onder andere gelegerd in de DDR en het Russische poolgebied. In 1979 werd hij onderhoofd van de Generale Staf van de Sovjet-strijdkrachten. Ook was hij een van de planners en leiders van de Afghaanse Oorlog (1979-1989).
In 1989 werd hij opperbevelhebber van het onderdeel van de Sovjet-landstrijdkrachten. Tevens werd hij in dat jaar onderminister van Defensie.
Varennikov was één van de plegers van de coup tegen Sovjet-president Michail Gorbatsjov in augustus 1991. Als enige van de coupplegers weigerde hij amnestie. Hij werd in 1994 vrijgesproken door het Russische Hooggerechtshof.
Hij is onderscheiden als Held van de Sovjet-Unie.
Politieke loopbaan
Voor de Communistische Partij van de Russische Federatie werd hij in 1995 verkozen in de Doema. In 2003 behoorde hij tot de oprichters van de politieke partij Rodina maar in 2007 keerde hij naar de communistische partij terug.
In 2008 figureerde hij als protagonist van Jozef Stalin in het televisieprogramma De grootste Rus. Begin mei 2009 overleed Valentin Varennikov op 85-jarige leeftijd.
Decoraties
Hero of the USSR.png Held van de Sovjet-Unie op 3 maart 1988
Order of War Merit ribbon.png Militaire Orde van Verdienste (Rusland) in 2004
Order of Lenin ribbon bar.png Leninorde (2)
Order october revolution rib.png Orde van de Oktoberrevolutie
Order of Red Banner ribbon bar.png Orde van de Rode Banier (4)
Order kutuzov1 rib.png Orde van Koetoezov der Eerste Klasse
Order gpw1 rib.png Orde van de Vaderlandse Oorlog der Eerste Klasse
Order gpw2 rib.png Orde van de Vaderlandse Oorlog der Tweede Klasse
Order redstar rib.png Orde van de Rode Ster (Sovjet-Unie)
Order service to the homeland3 rib.png Orde van Verdienste voor het Moederland in de Strijdkrachten van de Sovjet-Unie der Derde Klasse
CombatRibbon.png Medaille voor de Gewapende Strijd
Defstalingrad.png Medaille voor de Verdediging van Leningrad
Order of Glory Ribbon Bar.png Medaille voor de Overwinning op Duitsland in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
20 years of victory rib.png Jubileumsmedaille voor 20 jaar Overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
30 years of victory rib.png Jubileumsmedaille voor 30 jaar Overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
40 years of victory rib.png Jubileumsmedaille voor 40 jaar Overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
Jubileumsmedaille voor 50 jaar Overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
30 years saf rib.png Jubileum Medaille "30 jaar van Soviet Leger en Marine"
40 years saf rib.png Jubileum Medaille "40 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
50 years saf rib.png Jubileum Medaille "50 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
60 years saf rib.png Jubileum Medaille "60 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
Orde van de Rode Banier (Afghanistan)
MAfgan10A rib.png Medal "ter nagedachtenis van de 10e verjaardag van de terugtrekking van de Sovjet-troepen uit Afghanistan."

In augustus 1994 nadat hij was vrijgesproken door het Russische Hooggerechtshof (foto: Michail Jevstafjev)

In augustus 1994 nadat hij was vrijgesproken door het Russische Hooggerechtshof
Volledige naam Valentin Ivanovitsj Varennikov
Geboren Krasnodar, 15 december 1923
Overleden Moskou, 6 mei 2009
Functies
1995 In de Doema namens de Communistische Partij van de Russische Federatie
2003 Mede-oprichter van Rodina
2007 Communistische Partij van de Russische Federatie
Portaal Portaalicoon Politiek
 

Generaal Varennikov met president Vladimir Poetin, 2002

 


Aleksandr Michailovitsj Vasilevski

Aleksandr Michailovitsj Vasilevski (Russisch: Алекса́ндр Миха́йлович Василе́вский) (Novopokrovka, 30 september 1895 - Moskou, 5 december 1977) was een Russische generaal en maarschalk tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Hij was bevriend met Jozef Stalin en was van 1943 tot 1947 chef van de generale staf. Van 1949 tot 1953 (dood van Stalin) was hij minister van defensie. Maarschalk Aleksandr Vasilevski werd tientallen malen gedecoreerd, zo was hij achtmaal drager van de Leninorde en tweemaal Held van de Sovjet-Unie. Stalin verleende hem twee van de kostbare met edelstenen versierde sterren van de Orde van de Overwinning.
Decoraties
Held van de Sovjet-Unie op 29 juli 1944 en 8 september 1945
Orde van de Overwinning op 10 april 1944 en 19 april 1945 (nr. 2 en nr.7)
Leninorde op 21 mei 1942, 29 juli 1944, 21 februari 1945, 29 september 1945, 29 september 1955, 29 september 1965, 29 september 1970, 29 september 1975
Orde van de Oktoberrevolutie op 22 februari 1968
Orde van de Rode Banier op 3 november 1944 en 20 juni 1949
Orde van Soevorov der Eerste Klasse op 28 januari 1943
Orde van de Rode Ster (Sovjet-Unie) in 1939
Orde van Verdienste voor het Moederland in de Strijdkrachten van de Sovjet-Unie der Derde Klasse
Jubileumsmedaille voor Militaire Dapperheid ingesteld ter herinnering aan de Honderdste Verjaardag van Vladimir Iljitsj Lenin
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger
Medaille voor de Verdediging van Moskou
Medaille voor de Verdediging van Leningrad
Medaille voor de Verovering van Königsberg
Medaille voor de Overwinning op Duitsland in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
Medaille voor de overwinning op Japan
Jubileumsmedaille voor 20 jaar Overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
Jubileumsmedaille voor 30 jaar Overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog van 1941-1945
Medaille ter Herinnering aan de Achthonderdste Verjaardag van Moskou
Jubileumsmedaille 30 jaar van Soviet Leger en Marine
Jubileumsmedaille 40 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie
Jubileumsmedaille 50 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie
Ere wapen - Zwaard gegraveerd met gouden nationale embleem van de Sovjet-Unie in 1968
Orde van Suha Bator in 1966 en 1971
Militaire Orde van de Witte Leeuw voor de Overwinning Ster der Eerste Klasse in 1945
Oorlogskruis (Tsjecho-Slowakije) in 1943
Orde van de Rode Banier van Militaire Dapperheid (Mongolië) in 1945
Orde van Burger Vrijheid 1e Klasse (Bulgarije) in 1974
Karl Marx-orde in 1975
Grootkruis in de Orde van de Witte Leeuw in 1955
Virtuti Militari in 1946
Commandeur met Ster in de Orde Polonia Restituta in 1973
Commandeur in de Orde Polonia Restituta in 1968
Orde van het Grunwald Kruis der Eerste Klasse in 1946
Grootofficier in het Legioen van Eer in 1944
Croix de guerre in 1944
Grootofficier in het Legioen van Verdienste in 1944
Ridder Grootkruis in de Orde van het Britse Rijk in 1943
Orde van the Nationale Vlag der Eerste Klasse in 1948
Orde van Nationale Bevrijding in 1946
Orde van de Partizanenster

 

Vasilevski in 1928

Vasilevski in 1928
Geboren
30 september 1895
Novopokrovka, Keizerrijk Rusland
Overleden
5 december 1977
Moskou
Begraven
Kremlin Muur Necropolis, Moskou
Land/partij
Keizerrijk Rusland
Sovjet-Unie
Onderdeel
Keizerlijk Russisch Leger
Rode Leger
Dienstjaren
1915 - 1959
Rang

Maarschalk
Slagen/oorlogen
Russische Burgeroorlog
Eerste Wereldoorlog
Pools-Russische Oorlog
Winteroorlog
Tweede Wereldoorlog
Slag om Stalingrad
Slag bij Koersk
Slag om Moskou
Oost-Pruisenoffensief
Onderscheidingen
Zie decoraties
Ander werk
Minister van Defensie van de USSR

 


Georgi Konstantinovitsj Zjoekov

Georgi Konstantinovitsj Zjoekov (Russisch: Георгий Константинович Жуков) (Strelkovka (oblast Kaloega), 1 december 1896 - Moskou, 18 juni 1974) was de belangrijkste Sovjetgeneraal uit de Tweede Wereldoorlog.


Voor de Tweede Wereldoorlog

Zjoekov werd op negentienjarige leeftijd opgeroepen voor dienst in het tsaristische leger. Daar klom hij al snel op in rang. Na de machtsovername van de bolsjewieken sloot hij zich aan bij het Rode Leger. Hij overleefde de door Stalin gevoerde grote zuiveringen van 1936 - 1937. Net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wonnen de Sovjets, onder leiding van Zjoekov, de slag bij Halhin Gol op de grens van Mongolië tegen de Japanners. Op 1 februari 1941 schopte hij het tot chef van de generale staf. Zjoekov ontpopte zich tot een meedogenloze bevelhebber die een ijzeren discipline eiste. Hij ging zeer luchtig om met verliezen. Zjoekov was emotioneel en dapper. Hij durfde tegen Stalin in te gaan, die hem omwille van zijn bekwaamheid vaak zijn zin gaf. [2]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog[bewerken]
Op 22 juni 1941 viel nazi-Duitsland de Sovjet-Unie binnen. Het Rode Leger liet zich de eerste maanden van de oorlog totaal overrompelen en grote gebieden vielen in handen van het Duitse leger. Ook voor Leningrad dreigde hetzelfde lot. Op 8 september 1941 herstelde Zjoekov, als bevelhebber van het Leningradfront, de krijgstucht. Hij wist de stad met veel succes te verdedigen tegen de Duitse legergroep Noord.

In oktober 1941 was de situatie nabij Moskou dramatisch voor het Rode leger. Stalin stelde Zjoekov aan als commandant van het westfront. Ondanks hardnekkige gevechten van Duitse kant wist Zjoekov niet alleen de aanvallen te weren. Hij drong de Duitse Legergroep Midden honderden kilometers terug. Dit was het eerste grote verlies van de Wehrmacht in de Tweede Wereldoorlog.

In 1942 bemachtigde de Duitse Legergroep Zuid grote delen van Zuid-Rusland tot aan de poorten van Stalingrad. Plaatsvervangend bevelhebber Zjoekov werkte in september aan Operatie Uranus. Dit plan moest de Duitsers een groot verlies toebrengen. Het ging van start op 19 november. Het Duitse Zesde Leger werd omsingeld en uitgehongerd. Begin februari 1943 moesten deze laatsten zich gewonnen geven. Deze belegering staat op naam van Zjoekov. Nochtans was de directe tactische planning vooral het werk van Generaal Aleksandr Vasilevski. Zjoekov was intussen bezig een enorme tegenaanval in het middenfront van Rusland voor te bereiden. Deze bestorming was veel groter dan de aanval op het Zesde Leger, maar is vrij onbekend gebleven.

Operatie Uranus heeft Zjoekov veel lof bezorgd. Operatie Mars, de aanval op het middenfront, mondde uit in één van de grootste militaire nederlagen van de Tweede Wereldoorlog. Enkele zeer ervaren SS-afdelingen onder leiding van Generaal Model brachten het Rode leger een zware klap toe. Over dit verlies is weinig geschreven; het imago van Zjoekov bleef intact. In de pers werd de top van de Sovjet-Unie altijd verheerlijkt en het nieuws over mislukkingen kon moeilijk verspreid worden over het land.

Op 18 januari 1943 benoemde Stalin Zjoekov tot Maarschalk van de Sovjet-Unie. Zjoekov bedacht een offensief dat een einde stelde aan de al jaren durende belegering van Leningrad. Op 4 juli 1943 viel het Duitse leger aan nabij de Russische saillant bij Koersk. Zjoekov was op de hoogte van de Duitse plannen. Hij organiseerde de verdediging. De Duitsers trokken zich na een enorme veldslag terug en Zjoekov triomfeerde alweer.

In 1944 dreef het Rode Leger de Wehrmacht terug tot in Polen. Het eerste en tweede Wit-Russische Front van Zjoekov behaalde grote overwinningen. Onder andere de Vesting Poznań werd onder de voet gelopen. Begin februari 1945 stonden Zjoekovs soldaten aan de Oder.

Tijdens de aanval op Berlijn ontstond er concurrentie tussen de troepen van Zjoekov en die van zijn grootste rivaal binnen het Rode Leger, maarschalk Konev. Uiteindelijk was het de Rus Mikhail Minin (en niet Meliton Kantaria, die net als Stalin van Georgische afkomst was) die op 30 april 1945 omstreeks 10.40 uur een rode vlag op het Rijksdaggebouw plantte. Nazi-Duitsland gaf zich onvoorwaardelijk over op 8 mei 1945. Zjoekov had, operatie Mars niet meegerekend, geen enkele nederlaag geleden. Minin werd niet uitgeroepen tot held van de Sovjet-Unie, maar vergeten tot 1995, toen Boris Jeltsin hem de eer gaf die hem toekwam.

Na de Tweede Wereldoorlog
Zjoekov viel in de naoorlogse periode eerst in en later weer uit de genegenheid van zijn politieke leiders. Hij degradeerde zowel onder Stalin als Chroesjtsjov naar onbelangrijke posten. De Held van de Sovjet-Unie, veel minder genoemd dan anderen in Westerse geschiedenisboeken, is nog steeds als geniaal legercommandant gekend.

Zjoekov arresteerde Lavrenti Beria, de vroegere topman van de KGB na Stalins dood. Zjoekovs carrière ging erop vooruit, in 1955 werd hij minister van Defensie en in 1956 lid van het Politbureau. In november 1956 viel het leger onder zijn leiding Hongarije binnen.

Chroesjtsjov ontsloeg Zjoekov uit al zijn functies in 1957, omwille van zijn enorme naam en faam. Na het aftreden van Chroesjtsjov, aan de vooravond van de 20e verjaardag van de Duitse overgave werd hij in ere hersteld door Leonid Brezjnev. Het persbureau Novosti publiceerde op 7 mei 1965 foto's van Zjoekov in uniform met al zijn onderscheidingen en hij mocht ook op de eretribune op het Lenin-mausoleum, samen met het politbureau, de parade van het Rode leger gadeslaan.

Vanaf 1958 werkte Zjoekov aan zijn memoires, maar zijn gezondheid nam sinds dat jaar geleidelijk af. In 1967 kreeg hij een beroerte en ook een hartkwaal. In 1969 publiceerde hij zijn memoires, die een bestseller werden. In 1974 overleed hij aan een laatste beroerte. Tegen Zjoekovs wensen in kreeg hij geen Russisch-orthodoxe begrafenis, maar werd zijn lichaam gecremeerd en de as begraven bij de Kremlinmuur bij andere communistische helden en generaals

Georgi Zjoekov (1941)

Georgi Zjoekov (1941)
Geboren 1 december 1896
Strelkovka, oblast Kaloega
Overleden 18 juni 1974
Moskou
Begraven Kremlin Muur Necropolis, Moskou
Land/partij Flag of Russia.svg Keizerrijk Rusland
Flag of the Soviet Union.svg Sovjet-Unie
Onderdeel Coat of Arms of Russian Empire.svg Keizerlijk Russisch Leger
Coat of arms of the Soviet Union.svg Rode Leger
Dienstjaren 1915 – 1957
Rang RA-SA F10MarsSU 1955.png Maarschalk van de Sovjet-Unie
Leiding over Kiev Militair District
Chef van de Generale Staf (januari-juli 1941)
Westelijk Front (Sovjet Unie)
Odessa Militair District
Leningradfront
1e Wit-Russische front
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Russische Revolutie
Russische Burgeroorlog
Slag bij Halhin Gol
Tweede Wereldoorlog
Operatie Barbarossa
Slag van Moskou
Slag om Leningrad
Slag om Koersk
Slag om Stalingrad
Operatie Uranus
Slagen van Rzjev
Slag om Berlijn
Einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa
Onderscheidingen Zie onderscheidingen
Ander werk Lid van de Stavka
Minister van Defensie (1955-1957)
Lid van het Politbureau

Militaire loopbaan
Soldaat (драгун): 7 augustus 1915
Sergeant (Cержа́нт): eind augustus 1916
Tweede luitenant (Командир отделения): 1920
Eerste luitenant (Старшйи лейтенант):
Kapitein (Капитан):
Majoor (Майор):
Luitenant-kolonel (Podpolkownik):
Kolonel (Polkownik):
Brigadegeneraal (Комбриг):
Generaal-majoor (Комдив):
Luitenant-generaal (Комкор): 1939
Generaal (KomKor):
Maarschalk (Командарм 1-го ранга): 4 juni 1940
Maarschalk van de Sovjet-Unie (Marshal Sovetskogo Soyuza): 18 januari 1943
Onderscheidingen
Sint-Georgekruis, 3e en 4e Klasse
Held van de Sovjet-Unie (4 x) op 29 augustus 1939[4], 29 juli 1944, 1 juni 1945[4] en 1 december 1956
Orde van Lenin (6 x) op 16 augustus 1936, 29 augustus 1939, 21 februari 1945, 1 december 1956, 1 december 1966, 1 december 1971
Orde van de Overwinning (2 x ) op serienummer 1, 10 april 1944 en serienummer 5, 30 maart 1945
Orde van de Oktoberrevolutie op 22 februari 1968
Orde van de Rode Banier (3 x) op 31 augustus 1922, 3 november 1944 en 20 juni 1949
Orde van Soevorov, 1e klasse (2 x) op serienummer 1, 18 januari 1943 en serienummer 39, 28 juli 1943
Maarschalk Ster op 18 januari 1943
Ere wapen - Zwaard gegraveerd met gouden nationale embleem van de Sovjet-Unie op 22 januari 1968
Orde van Zjoekov in 1994
Ster van de Orde van Zhukov
Jubileumsmedaille voor Militaire Dapperheid ingesteld ter herinnering aan de Honderdste Verjaardag van Vladimir Iljitsj Lenin
Jubileummedaille voor de 20e verjaardag van het Rode Leger
Medaille voor de Verdediging van Leningrad op 22 december 1942
Medaille voor de Verdediging van Stalingrad op 22 december 1942
Medaille voor de Verdediging van Moskou op 1 mei 1944
Medaille voor de verdediging van de Kaukasus op 1 mei 1944
Medaille "Voor de Overwinning op Duitsland in de Grote Patriottische Oorlog 1941-1945" op 9 mei 1945
Medaille voor de overwinning op Japan op 30 september 1945
Medaille voor de Verovering van Berlijn op 9 juni 1945
Medaille voor de Bevrijding van Warschau op 9 juni 1945
Jubileummedaille "Twintig Jaar van de overwinning in de Grote Patriottische Oorlog 1941-1945" op 7 mei 1965
Medaille ter Herinnering aan de Achthonderdste Verjaardag van Moskou

Medaille "ter herdenking van de 250ste verjaardag van Leningrad"
Jubileummedaille "30 jaar van Sovjet Leger en Marine"
Jubileummedaille "40 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
Jubileummedaille "50 Jaar Strijdkrachten van de Sovjet-Unie"
Orde van de Rode Banier (Mongolië) in 1939 en 1942
Orde van de Republiek (Volksrepubliek Toeva) op 3 maart 1942
Ridder Grootkruis in de Orde van het Bad op 12 juli 1945
Grootkruis in het Legioen van Eer in 1945
Croix de guerre (Frankrijk) met Palm
Chief Commander in het Legioen van Verdienste in 1945
Grootkruis (met ster) in de Virtuti Militari in 1945
Orde van het Grunwald Kruis 1e Klasse in 1945
Orde van de Witte Leeuw in 1945
Grootkruis in de Militaire Orde van de Witte Leeuw voor de Overwinning op 8 mei 1955                                                                                                      
Oorlogskruis (Tsjecho-Slowakije) in 1945                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      Zjoekov in militaire dienst in 1916 dienst                                                                                                     
Medaille voor de Victorie over Japan (Mongolië)
Warschau Medaille 1939-1945
Medaille voor Oder, Nysa, Oostzee
Orde van Vrijheid in 1956

Medaille "Garibaldi" in 1956
Grootkruis in de Orde van Verdienste in 1956
Medaille Sino-Sovjet vriendschap (China) in 1953 en 1956
Commandeur met ster (Grootofficier) in de Orde Polonia Restituta in 1968
Grootkruis in de Orde Polonia Restituta in 1973
Orde van Suha Bator in 1968, 1969 en 1971
Held van de Mongoolse Volksrepubliek in 1969
Medaille voor 30 jaar Overwinning bij Khalkhin Gol in 1969
Medaille voor 50 Jaar van de Mongoolse Volksrevolutie in 1971
Medaille voor 50 Jaar van het Mongoolse Volksleger in 1971
Medaille voor 90e verjaardag van de geboorte van Georgi Dimitrov                                                                                                                                                                                                                                            v.l.n.r. Dwight D. Eisenhower, Georgi Zjoekov

1-Russisch militair in de Tweede Wereldoorlog