Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

1-Pools militair in de Tweede Wereldoorlog

Władysław Anders

Władysław Anders (Krośniewice-Błonie, 11 augustus 1892 – Londen, 12 mei 1970) was een Pools generaal en politicus.
Levensloop
Władysław Anders werd geboren in de tijd dat Congres-Polen nog bezet was door het tsaristische Russische Rijk. Zijn beide ouders waren Baltische Duitsers en Anders werd evangelisch-Luthers opgevoed. Hij studeerde aan de Duitstalige Technische Hogeschool in Riga in Russisch-Letland, en ging in 1913 in dienst in het tsaristische leger. Hij rondde in 1917 als een van de laatsten voor de opheffing in de Russische Revolutie de Keizerlijke Militaire Academie in Sint-Petersburg af. Anders vocht hierna bij het Eerste Poolse Korps dat na de nederlaag van Rusland in de Eerste Wereldoorlog door het Duitse Rijk werd opgeheven. Tijdens gevangenschap in Sovjet-Rusland beloofde hij dat als hij zijn gewonde been zou behouden en terugkeren naar Polen, dat hij zich zou bekeren tot het katholicisme. Hetgeen geschiedde.
In 1919 werd Anders stafchef van het leger van Polen, dat net onafhankelijk was geworden. In de oorlog van 1920 tegen het Rode Leger was hij bevelhebber van het 15e Ulanen-Regiments van Poznań. Na de oorlog ging hij naar Parijs voor een militaire opleiding en werd in 1925 stadscommandant van Warschau.
Tijdens de Duitse invasie in Polen in Polen in 1939 was Anders bevelhebber van een brigade van de cavalerie. Vanaf 17 september 1939 vielen de legers van de Sovjet-Unie in Oost-Polen binnen tijdens de Sovjet-veldtocht tegen Polen. Bij gevechten met het Rode Leger raakte hij zwaargewond en werd krijgsgevangen gemaakt door de Sovjet-Unie. Als krijgsgevangene was hij eerst in Lemberg (Oekraďens: Львів; Pools: Lwów) en later in de beruchte Loebjanka-gevangenis van de NKVD in Moskou.
Na de Duitse aanval op de Sovjet-Unie werd Anders in juni 1941 vrijgelaten en werd op 4 augustus 1941 tot bevelhebber van het Poolse leger in de Sovjet-Unie benoemd. Dit Poolse leger mocht na een overeenkomst tussen de Sovjet-Unie en de Poolse regering in ballingschap (en na forse druk vanuit Engeland) in juli 1942 via Iran en het Midden-Oosten vertrekken naar het westelijk front.
Anders vocht met de soldaten van het Poolse 2e Korps in de Slag om Monte Cassino. Na de oorlog keerde Anders niet terug naar het door de Sovjet-Unie bezette Polen, maar bleef in Groot-Brittannië actief voor de Poolse regering in ballingschap. Na zijn overlijden werd Anders bijgezet op de Poolse oorlogsbegraafplaats bij Monte Cassino.
Militaire loopbaan
Chorąży, Russische strijdkrachten: 1911
Kornet, Russische cavalerie: 1915
Poroetsjik, Russische strijdkrachten:
Sztabskapitan, Russische strijdkrachten:
Rotmistrz, Russische cavalerie: 1916
Podpułkownik, Poolse strijdkrachten: 23 mei 1919
Major, Poolse strijdkrachten: 15 juli 1920 (met ingang van 1 april 1920)
Podpułkownik, Poolse strijdkrachten: 1 juni 1919
Pułkownik, Poolse strijdkrachten: 15 augustus 1924
Generała Brygady, Poolse strijdkrachten: 1 januari 1934
Generała Dywizji, Poolse strijdkrachten: 11 augustus 1941
Generał Broni, Poolse strijdkrachten: 16 mei 1954
Onderscheidingen[bewerken]
Orde van de Witte Adelaar (Postuum) op 11 november 1995 door Lech Wałęsa
Commandeur in de Virtuti Militari
Ridderkruis in de Virtuti Militari
Virtuti Militari, IVe Klasse (gouden kruis)
Virtuti Militari, Ve Klasse (zilveren kruis)
Commandeur in de Orde Polonia Restituta
Officier in de Orde Polonia Restituta
Kruis voor Onafhankelijkheid
Oorlogskruis 1944(4)
Kruis van Verdienste
Herinneringsmedaille van de Oorlog 1919-1921
Lid in de Orde van het Bad
Commandeur in het Legioen van Eer
Overwinningsmedaille
Commander in het Legioen van Verdienste
Orde van Lafayette
Commandeur in de Orde van Sint-Save
Grootkruis in de Orde van Malta
Croix de guerre 1939 - 1945 met Palm
Orde van Sint-George, IV Klasse
Ridder in de Orde van Sint-Vladimir met Zwaarden
Orde van Sint-Anna
Tweede Klasse
Derde Klasse
Vierde Klasse
Orde van Sint-Stanislaus
Tweede Klasse
Derde Klasse
Defensiemedaille
Italiaanse Ster
Oorlogskruis
Grootkruis in de Orde van Sint-Mauritius en Sint-Lazarus
War Medal 1939-1945
Grootkruis in de Orde van de Leeuw en de Zon
Medaille voor Trouwe Dienst
Kruis voor het Binnenlandse Leger
Kruis van Monte Cassino
Gewondeninsigne (8)
Herinneringsmedaille voor de 10e Jubileum van de Onafhankelijkheid
Medaille in Zilver in de Militaire Orde van de Witte Leeuw voor de Overwinning, (Militaire Divisie) op 7 augustus 1925

Władysław Anders

 

 

Władysław Anders
Geboren 11 augustus 1892
Krośniewice-Błonie, Powiat Kutnowski, Polen
Overleden 12 mei 1970
Londen, Verenigd Koninkrijk
Land/partij Flag of Russia.svg Keizerrijk Rusland
Flag of Poland.svg Tweede Poolse Republiek
Flag of Poland.svg Polen
Onderdeel Flag of Russia.svg Keizerlijk Russische Leger
POL Wojska Lądowe.svg Poolse strijdkrachten
Dienstjaren 1913 - 1946
Rang PL Epolet gen broni.svg Generał Broni
Eenheid 1e Korps (Polen)
2e Korps (Polen)
Poolse strijdkrachten in het Oosten
Leiding over Bevelhebber van het Poolse leger in de Sovjet-Unie
Opperbevelhebber Pools Leger (1944-1945)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Pools-Russische Oorlog (1919-1921)
Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Poolse regering in ballingschap
Gotische Linie
Offensief voorjaar in Italië, 1945
Slag om Monte Cassino
Ander werk Politicus

 


Tadeusz Bór-Komorowski

Tadeusz Komorowski (1 juni 1895 – Londen, 24 augustus 1966), beter bekend onder de naam Bór-Komorowski, was een Poolse beroepsofficier, verzetsleider, bevelhebber van het 'Thuisleger', leider van de opstand van Warschau, en eerste naoorlogse Minister-President van de Poolse regering in ballingschap.
Biografie
Graaf Komorowski werd geboren uit een adellijke familie in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij als officier in het Oostenrijks-Hongaarse leger. Hij vocht mee tijdens de Pools-Russische Oorlog (1919-1921). Na de Eerste Wereldoorlog diende hij als officier in het Poolse leger. Daar bekleedde hij diverse functies en werd in 1938 benoemd tot commandant van de Cavalerieschool van Grudziądz. Tijdens de Olympische Zomerspelen van 1936 was hij hoofd van het Pools hippisch team. In 1924 had hij ook al met het Poolse ruiterteam deelgenomen aan de Olympische Spelen in Parijs.
Komorowski nam deel aan de gevechten na de Duitse invasie van Polen in september 1939. Na de capitulatie hielp hij onder de codenaam Bór ('Bos', verwijzend naar de in de bossen opererende illegaliteit) mee aan de organisatie van het Poolse verzet in de regio Kraków. In juli 1941 werd hij plaatsvervangend leider van de belangrijkste organisatie van het gewapend verzet, het 'Thuisleger' of Armia Krajowa (AK), en in maart 1943 werd hij benoemd tot leider met de rang van Brigadier-generaal.
Toen Sovjet-troepen midden 1944 richting Warschau oprukten gaf de Poolse regering in ballingschap in Londen Bór-Komorowksi de opdracht om een gewapende opstand in Warschau voor te bereiden. De regering in ballingschap wenste dat de hoofdstad bevrijd zou worden door Polen en niet door de Sovjets. De bevrijding van Warschau moest ook voorkomen dat de communisten Polen overnamen.
Op bevel van Komorowski begon op 1 augustus 1944 de Opstand van Warschau en de opstandelingen van het AK namen de controle over het grootste deel van Centraal-Warschau over. Delen van het Sovjet-leger stonden op maar twintig kilometer afstand van de stad, maar op bevel van Jozef Stalin werd er geen hulp verleend. De Britten probeerden via luchtsteun voorraden te droppen maar konden geen directe steun verlenen. De Duitsers probeerde de opstand de onderdrukken door inzet van eenheden van de Waffen-SS en andere troepen.
In september 1944 werd Bór-Komorowksi bevorderd tot Generaal-inspecteur van de Strijdkrachten (Pools opperbevelhebber).
Na twee maanden van felle gevechten capituleerde Bór-Komorowski op 2 oktober 1944, op voorwaarde dat de Duitsers de AK-strijders als krijgsgevangenen behandelden. Dit gebeurde en Bór-Komorowski werd geďnterneerd in Oflag IV-C. Ondanks Duitse druk weigerde hij de AK-eenheden in Duits bezet Polen opdracht te geven zich over te geven. Aan het einde van de oorlog werd hij bevrijd en bracht de rest van zijn leven in ballingschap door in Londen. Daar speelde hij een actieve rol in Poolse emigrantenkringen. Tussen 1947 en 1949 diende hij als premier van de Poolse regering in ballingschap, die niet langer meer de diplomatieke erkenning had van de meeste westerse landen. In 1951 schreef hij het boek The Secret Army, een boek over zijn ervaringen tijdens de Opstand van Warschau. Hij stierf in Londen op 71-jarige leeftijd.
Militaire loopbaan
Poruchik, Poolse strijdkrachten: 1 november 1916
Kapitana, Poolse strijdkrachten: gewijzigd 3 mei 1922 met een anciënniteit van 1 juni 1919
Major, Poolse strijdkrachten: 31 maart 1924 met een anciënniteit van 1 juli 1923
Podpułkownik, Poolse strijdkrachten: 23 januari 1928 met anciënniteit vanaf 1 januari 1928
Pułkownik, Poolse strijdkrachten: 21 december 1932 met een anciënniteit van 1 januari 1933
Generała Brygady, Poolse strijdkrachten: 8 februari 1940
Generała Dywizji, Poolse strijdkrachten: 18 maart 1944
Onderscheidingen[bewerken]
Orde van de Witte Adelaar (Postuum) op 11 november 1995
Commandeur in de Virtuti Militari[4] in 1947
Virtuti Militari, IVe Klasse (gouden kruis)[4] in 1942
Virtuti Militari, Ve Klasse (zilveren kruis) in 1921
Officier in de Orde Polonia Restituta in 1936
Oorlogskruis 1944 (3)[4]
Kruis van Verdienste in goud met Zwaarden
Kruis van Verdienste in zilver in 1925
Herinneringsmedaille van de Oorlog van 1918-1921
Herinneringsmedaille voor de 10e Jubileum van de Onafhankelijkheid
Commander in het Legioen van Verdienste (Postuum) in 1984
Oorlogsmedaille voor het Leger 1939-1945
Kruis voor het Binnenlandse Leger in 1966
Badge 9e Regiment van Klein-Polen Ulanen

Tadeusz Bór-Komorowski

Tadeusz Bór-Komorowski
Bijnaam "Bór"
Geboren 1 juni 1895
Lviv, Oblast Lviv, Galicië, toenmalige Oostenrijk-Hongarije
Overleden 24 augustus 1966
Londen, Verenigd Koninkrijk
Begraven Gunnersbury Cemetery, Londen, Verenigd Koninkrijk
Land/partij Flag of Austria-Hungary (1869-1918).svg Oostenrijk-Hongarije
Herb Rzeczypospolitej Polskiej (1956 - 1990).png Poolse regering in ballingschap
Onderdeel Austria-Hungary War Ensign1918.png Oostenrijks-Hongaars leger
POL Wojska Lądowe.svg Poolse strijdkrachten
Dienstjaren 1913 - 1966
Rang PL Epolet gen dyw.svg Generała Dywizji
Leiding over Flaga PPP.svg Plaatsvervangend leider Armia Krajowa
Generaal-inspecteur van de Strijdkrachten (Pools opperbevelhebber)
Premier van de Poolse regering in ballingschap (1947-1949)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Pools-Russische Oorlog (1919-1921)
Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Opstand van Warschau (1944)

 


Wojciech Witold Jaruzelski

Wojciech Witold Jaruzelski (Ltspkr.png ['vɔjtɕεx jaru'zεlski]) (Kurów, 6 juli 1923 – Warschau, 25 mei 2014) was een Pools generaal en politicus. Van 1985 tot 1989 was hij Staatsraadvoorzitter van Polen, waarna hij tot 1990 de eerste president was van de Republiek Polen.

Achtergrond
Jaruzelski werd geboren in een lagere adellijke familie. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd hij samen met zijn vader door de Sovjets verbannen naar Siberië, alwaar zijn vader in Biejsk door ontberingen kwam te overlijden. Vanaf 1943 vocht hij als officier in het zojuist opgerichte Eerste Poolse Leger, dat deel uitmaakte van het Rode Leger, in de opmars naar Berlijn.

Na de Tweede Wereldoorlog werd hij lid van de Poolse Communistische Partij. Hij vervolgde tevens zijn militaire opleiding en werd uiteindelijk generaal. Namens de communistische partij (sinds de jaren vijftig de Poolse Verenigde Arbeiderspartij [PZPR] genaamd) werd hij directeur van de politieke afdeling van de strijdkrachten. Later was hij onderminister van Defensie. In 1956 werd Jaruzelski bevorderd tot generaal en in 1964 werd hij lid van het Centraal Comité van de PZPR. In 1968 werd Jaruzelski minister van Defensie en keurde hij de inval van de Warschaupact-troepen in Tsjecho-Slowakije goed. In 1970 kreeg hij zitting in het Politbureau van de partij. Ook werd hij minister van Binnenlandse Zaken. In die hoedanigheid was hij dat jaar verantwoordelijk voor het zeer gewelddadig optreden van de oproerpolitie tegen stakende dokwerkers in Gdańsk. Daarbij vielen tientallen doden en honderden gewonden.

Aan de macht
In februari 1981 werd hij premier. In oktober van dat jaar volgde hij tevens partijleider Stanisław Kania op, waarmee hij een machtige positie in staat en partij combineerde.

Op 13 december 1981 werd Jaruzelski voorzitter van de militaire junta (Militaire Raad voor de Bescherming van het Vaderland) die de noodtoestand afkondigde. Dit was de eerste door communisten beheerste militaire junta in een communistisch land. Jaruzelski werd tevens eerste secretaris van de Poolse Verenigde Arbeiderspartij. De vakbond Solidarność van Lech Wałęsa werd verboden en hervormingen werden teruggedraaid. In 1984 werd de oppositionele priester Jerzy Popiełuszko door politieagenten vermoord. Ondanks deze excessen begon Jaruzelski de samenleving te liberaliseren en in 1986 verleende de junta amnestie aan politieke gevangenen. Jaruzelski wilde hervormingen binnen het systeem, maar wees op de noodzaak van de rol van de Poolse Verenigde Arbeiderspartij. In 1985 werd Jaruzelski voorzitter van de Poolse Staatsraad (= staatshoofd) en werd de staat van beleg opgeheven. Hoewel Jaruzelski zijn gezag probeerde te doen gelden, werd het duidelijk dat zijn invloed niet verder reikte dan Warschau en omstreken. In de rest van het land had de regering haar greep verloren.

Overgang naar democratie
In de zomer van 1988 vonden er ronde-tafel-conferenties plaats tussen de regering en de oppositie (Solidarność, Wałęsa). Resultaat van deze ronde-tafel-conferenties was de legalisering van vakbonden en vanaf 1989 werd de vorming van partijen toegestaan. Jaruzelski presenteerde een nieuwe grondwet die door zowel de communistische partij als door Solidariność werd aanvaard. De communisten zouden in ieder geval recht hebben op de helft + 1 zetel in de Sejm (parlement). Bij de vrije verkiezingen van 1989 won weliswaar Solidarność en verloor de communistische PZPR gigantisch, de laatste bleef een meerderheid aan zetels bezetten. Jaruzelski werd door het parlement tot president van de Poolse Volksrepubliek gekozen en trad af als eerste secretaris van de Poolse Verenigde Arbeiderspartij. Hij zegde tevens zijn partijlidmaatschap op en was nu dus een partijloos president.

In 1989/1990 werd Polen een traditionele republiek en verkreeg een democratische grondwet. Aan nieuwe presidentsverkiezingen nam Jaruzelski geen deel en Lech Wałęsa, de voorzitter van Solidarność, werd tot president van de republiek gekozen.

Proces
In 2008 werd in Warschau een proces geopend tegen de oud-president. Hij stond terecht wegens het geweld waarmee de Broodrellen van 1970 werden neergeslagen. In de rechtszaal kreeg hij de steun van zijn opponent en opvolger Lech Wałęsa. Deze zei dat Jaruzelski niet vrij was geweest in zijn handelen en dat in feite het communistische systeem verantwoordelijk was.

Wojciech Jaruzelski in 2006

Wojciech Jaruzelski in 2006
Geboren 6 juli 1923
Kurów
Overleden 25 mei 2014
Warschau
1e president van Polen
Aangetreden 19 juli 1989
Einde termijn 22 december 1990
Opvolger Lech Wałęsa
6e Staatsraadvoorzitter van Polen
Aangetreden 6 november 1985
Einde termijn 19 juli 1989
Voorganger Henryk Jabłoński
Eerste Secretaris van de Poolse Verenigde Arbeiderspartij
Aangetreden 18 oktober 1981
Einde termijn 29 juli 1989
Voorganger Stanisław Kania
Opvolger Mieczysław Rakowski
8e premier van de Volksrepubliek Polen
Aangetreden 11 februari 1981
Einde termijn 6 november 1985
Voorganger Józef Pińkowski
Opvolger Zbigniew Messner
4e Minister van Defensie van de Volksrepubliek Polen

 


Franciszek Kleeberg

Franciszek Kleeberg (1 februari 1888 Tarnopol - 5 april 1941 in de buurt van Dresden ) was een Poolse generaal. Hij diende in het Oostenrijks-Hongaarse leger voordat hij de Poolse legioenen in de Eerste Wereldoorlog en later het Poolse leger . Tijdens de Duitse invasie van Polen beval hij Independent Operational Group Polesie ( Pools : Samodzielna Grupa Operacyjna "Polesie" ). Hij heeft nooit een gevecht in de verloren Invasie van Polen , hoewel hij uiteindelijk werd gedwongen zich over te geven nadat zijn troepen uit munitie liepen. Gevangen in Oflag IV-B Koenigstein , stierf hij in het ziekenhuis in Dresden op 5 april 1941 en werd aldaar begraven.
Het vroege leven 
Generaal Franciszek Kleeberg werd geboren op 1 februari 1888 in Tarnopol (toen een deel van de Oostenrijks-Hongaarse Rijk ). Hij was van de Duitse en Zweedse afkomst aan vaderskant. Zijn vader, een officier van de Oostenrijkse dragonders, nam deel aan de Poolse opstand van 1863-1864. Na de val van de opstand keerde hij terug naar huis, en volgens de familie legende zei: Nu het land, Polen, zal een goede soldaten nodig. 'Franek' zal een soldaat zijn. [ Nodig citaat ] Na het afstuderen van de militaire school voor beroepsonderwijs in Hranice (Mährisch Weißkirchen) in Moravië , Kleeberg voortgezet studie aan de militaire academie in Mödling , Neder-Oostenrijk . Gepromoveerd naar de 2e luitenant van de artillerie, diende hij in de hoofdstad Wenen , waar hij voltooide studies aan de Academie van de Generale Staf ( kuk Kriegsschule ).
War ervaring 
Hij nam deel aan de Eerste Wereldoorlog , eerst in het Oostenrijks-Hongaarse leger , en na mei 1915 als officier in het Poolse Legioen . Hij beval een regiment in de Pools-Russische Oorlog van 1919-1921. In 1925 voltooide hij studies aan een Franse militaire school in Parijs en werd de commandant van de Opperste Militaire School in Warschau. Na Jozef Pilsudski's staatsgreep , werd hij ontslagen uit die functie in 1927 en verzonden naar een infanteriedivisie in Grodno commando.
World War II 
Op het moment van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was hij de commandant van het Army Corps IX in Brzesc in de achterste operationele zone. Maar al snel veranderde de situatie in het licht van de massale vijandelijke luchtaanvallen en de snelle opmars van de gepantserde en gemechaniseerde troepen. Op 11 september 1939 werden zijn corps omgevormd tot de Operation Group Polesie, maar ontbraken in zwaar materieel, en met 14 september vielen al in een gevecht met de meest geavanceerde Duitse troepen. Algemeen Kleeberg in geslaagd om een verdediging te organiseren door intrekking van verspreide eenheden van onder de staking van de Duitse troepen, maar vond veel van zijn eenheden ook aangevallen door het Rode Leger. Hij ook in geslaagd om resten van de Poolse troepen vernield in het oosten tot Vistula en zuid-oost naar Narew in een nieuwe groep, waarmee hij probeerde door te breken in de richting van belegerd Warschau te verzamelen. Na het horen van de capitulatie van Warschau, groef hij zijn troepen in, wat resulteert in de strijd van Kock ; op 5 oktober, General Kleeberg besloten over te geven als zijn troepen waren van munitie en voedsel.
Overleden 
Algemeen Kleeberg werd opgesloten in Oflag IV-B Koenigstein , waar hij zijn gezichtsvermogen verloor en werd niet in staat om te lopen. Hij stierf in het kamp ziekenhuis en werd begraven in Dresden. In 1969 werden zijn stoffelijke resten opgegraven, naar Polen gebracht en opnieuw begraven in Kock onder de gevallen soldaten van de Operation Group Polesie.
Promoties 
podporucznik (luitenant) - augustus 1908
porucznik (eerste luitenant) - mei 1913
kapitan (captain) - november 1915
major (major) - augustus 1917
podpułkownik (luitenant-kolonel) - december 1918
pułkownik (kolonel) - april 1920
Generał brygady MIJN (brigadegeneraal) - januari 1928
Generał Dywizji (generaal-majoor) - januari 1943 (post-mortem)
Militaire awards [ bewerken ]
Virtuti Militari , Commander's Cross, (eerder toegekende Ridderkruis, Golden Cross en Zilveren Kruis)
Polonia Restituta , Grootkruis toegekend postuum op 4 oktober 2009; (eerder toegekende Commander's Cross en Officer's Cross)
Kruis van Valor 4 keer
Military Merit Medal (Signum Laudis) (Oostenrijk-Hongarije)
Commandant van de Légion d'honneur (Frankrijk)
Iron Cross 1914, 2e klas (Duitsland)
Orde van Lāčplēsis , 3de Klasse (Letland)
Gouden Kruis van Verdienste (1937)

General Franciszek Kleeberg

General Franciszek Kleeberg
Geboren 1 februari 1888
Tarnopol, Oblast Ternopil, voormalig Oostenrijk-Hongarije
Overleden 5 april 1941
nabij Dresden, nazi-Duitsland
Begraven Kock, Woiwodschap Lublin, Polen
Land/partij Flag of Austria-Hungary (1869-1918).svg Oostenrijk-Hongarije
Flag of Poland.svg Polen
Onderdeel Austria-Hungary War Ensign1918.png Oostenrijks-Hongaars leger
POL Wojska Lądowe.svg Poolse strijdkrachten
Dienstjaren 1908 - 1941
Rang PL Epolet gen dyw.svg Generała Dywizji
Leiding over Poolse legioenen in de Eerste Wereldoorlog
Commandant van het Onafhankelijke Operationele Groep Polesie
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Slag om Kock (1939)

 


Józef Kowalski (veteraan)

Józef Kowalski (b. 2 februari 1900 in Wicyniu , ovl. 7 December 2013 [1] in Tursku ) - Poolse kapitein , de langst overlevende veteraan van de Pools-Bolsjewistische oorlog.

CV 
Hij werd geboren op 2 februari 1900 in het dorp Wicyń (nu Smerekiwka, Oekraďne ), de zoon van Lawrence en Helen Kowalski. In 1920, tijdens de Pools-bolsjewistische Oorlog , vocht hij in de 22 Cavalry Regiment Podkarpackie . Hij nam deel aan de Slag bij Komarov in de buurt van Zamosc , waar de 31 augustus 1920 brak de ruggengraat van de Poolse cavalerie troepen Konarmii Budionny . Deze confrontatie was de grootste cavalerieslag van de Pools-bolsjewistische Oorlog en de laatste grote cavalerieslag in de geschiedenis van Europa.

In de 20e eeuw studeerde hij af aan officier school. Tijdens de 20-jaar interbellum liep een boerderij. Tweede Wereldoorlog bracht hij in een Duits werkkamp, waar hij wist te ontsnappen met een medegevangene. Na de voltooiing ervan geregeld in Przemysławiu onder Krzeszycami . Daar begroef hij hun dierbaren. Tot 1993 liep hij een boerderij. Toen zijn gezondheid verslechterde, schonk hij het land aan de Schatkist en 9 december 1994 is hij verhuisd naar het verpleeghuis in Tursku . Op zijn 110e verjaardag werd bekroond met de Officier van de Orde van de Renaissance van de Poolse.

Besluit van de minister van Defensie Tomasz Siemoniak dd 15 februari 2012 Józef Kowalski werd gepromoveerd tot kapitein van het Poolse leger .

Van 16 augustus 2012 is de dag na de 92e verjaardag van de "Miracle op de Vistula" kreeg de titel van ereburger van Wotomin. Józef Kowalski was ereburger van Warschau en Radzymin .

Gedateerd 4 April 2013 , werd Józefa Kowalskiego bezocht door een delegatie van Radzymin , waarin het ontvangen van gasten af en toe een brief en een certificaat geschikt hem het lidmaatschap van de Vereniging van Liefhebbers van de Stad Radzymin en de Slag van Warschau 1920, en hij gaf de president, Paul Kozakiewiczowi symbolisch recht om de herinnering aan de gebeurtenissen van cultiveren 1920, als onderdeel van wat doorgegeven aan zijn handen Ułańska sabel. 9 June 2013 Radzymin heeft plaatsgevonden en picknick Cavalerie hen. Capt. Józefa Kowalskiego.

Hij overleed op 7 december 2013. 11 december 2013 begraven op een begraafplaats in Krzeszyce.

Decoraties 
Officer's Cross in de Orde van de Wedergeboorte van de Poolse - in 2010 
Pro Memoria Medal - 2010 
State stempel Sport 
Distinction " Merit voor Warsaw " (nr leg 1391.) - 2010

Afbeeldingsresultaat

captain captain
Datum en plaats van geboorte 2 februari 1900 
Wicyń
Datum en plaats van overlijden December 7 2013 
Turska
Course van de dienst
De krijgsmacht Eagle II RP.svg Poolse leger
units 22 Cavalerieregiment Podkarpackie
Grote oorlogen en veldslagen Pools-Bolsjewistische oorlog :
Slag om Warschau ,
Battle Komarov ;
World War II :
campagne september

 


Stanisław Władysław Maczek

Stanisław Władysław Maczek (Szczerzec, 31 maart 1892 - Edinburgh, 11 december 1994) was een Poolse generaal. Hij was commandant van de 1ste Poolse Pantserdivisie tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Jeugd en de Eerste Wereldoorlog
Maczek bracht zijn jeugd door in de omgeving van Lwów, waar zijn vader rechter was, toen Polen nog opgedeeld was en Lwów tot het Oostenrijks-Hongaarse Rijk behoorde. Hij ging Pools en linguďstiek studeren aan de Universiteit van Lwów, terwijl hij clandestien lid was van Poolse paramilitaire organisaties. Tijdens zijn studie brak de Eerste Wereldoorlog uit en werd hij opgeroepen voor het Oostenrijkse leger. Hij diende als officier in een alpine-eenheid (op ski's) in de Dolomieten aan het Italiaanse front.

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, toen Polen voor het eerst sinds 1793 weer een onafhankelijke staat werd, meldde Maczek zich aan bij het zojuist opgerichte Poolse leger. Hij maakte snel carričre, waarbij hij zich een voorstander toonde van moderne (bewegings)oorlogvoering, met sterke pantserstrijdkrachten. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was Maczek opgeklommen tot kolonel en voerde hij het bevel over de enige moderne tankbrigade die Polen had; de 10e Pantsercavaleriebrigade.
Polen 1939
Op 1 september 1939 viel nazi-Duitsland Polen op 3 fronten binnen: vanuit het westen, het noorden en het zuiden. Op 17 september 1939 viel de Sovjet-Unie ook vanuit het oosten binnen. Maczek's brigade, die gelegerd was bij Kraków, in het zuiden van Polen, wist het Duitse XVIII Korps enkele gevoelige nederlagen toe te brengen – bij een veldslag vernietigde de brigade 50 pantservoertuigen – en haar opmars te vertragen. Vrij snel kreeg Maczek het bevel om met zijn brigade uit te wijken naar Hongarije, de brigade levert succesvolle achterhoedegevechten en liet zich in haar geheel (nadat de tanks onklaar zijn gemaakt) interneren in Hongarije. Maczek's brigade is de enige Poolse militaire eenheid die geen enkele slag heeft verloren tijdens de Poolse campagne. Maczek was zelf zeer geliefd onder zijn manschappen: hij werd door hen Baca genoemd, een term uit het 'Góralski' (Pools bergdialect) hetgeen herder betekent. In Polen is hij nog steeds een bekende persoonlijkheid.
Frankrijk 1940
Dankzij welwillendheid van de Hongaren en Roemenen konden bijna alle geďnterneerde Poolse soldaten vertrekken naar Frankrijk, alwaar de Poolse regering in ballingschap een nieuw Pools leger oprichtte, met Frans materieel. Maczek mocht opnieuw een tankbrigade oprichten, met dezelfde naam en grotendeels met dezelfde manschappen als zijn 10e Pantsercavaleriebrigade. Tevens schrijft Maczek een gedetailleerd rapport over Blitzkrieg-tactieken met aanbevelingen op basis van zijn ervaringen tijdens de Poolse campagne. Het Franse opperbevel negeerde het rapport echter volledig (de Duitsers treffen het rapport ongeopend aan na de val van Frankrijk). Toen de nazi's Frankrijk binnenvielen leverde Maczek's brigade hevige strijd op 16 en 17 juni en boekte die belangrijke overwinningen in de buurt van Montbard en het kanaal van Bourgogne. Na de val van Frankrijk lukt het Maczek wederom om een succesvolle terugtrekking te voltooien, het materieel onklaar te maken en een deel van de brigade te verschepen naar Engeland.
Noordwest Europa 1944-45
In Groot-Brittannië werd voor de derde maal een Pools leger opgebouwd, dit keer met Engels en Amerikaans materieel. Maczek's brigade werd uitgebreid tot een divisie. Gedurende 2 jaar trainde deze 1e Pantserdivisie intensief voor de strijd op het Europese vasteland. Op 1 augustus 1944 landde Maczek met zijn divisie in Normandië en was bijna onmiddellijk betrokken bij de belangrijke Zak van Falaise, waar de Polen hun waarde bewezen tijdens deze bloedige veldslag. Als onderdeel van het Canadese Eerste Leger zal Maczek's divisie doorstoten, via België en Nederland, tot in Duitsland. Maczek stond toen al bekend als een uitstekend pantsercommandant, die bovendien op een "humane wijze" oorlog voerde. Zo stelde hij in zijn dagorders dat zijn soldaten zo veel mogelijk materiële en immateriële schade aan dorpen en steden moeten vermijden. Op die manier bleef bijvoorbeeld Breda beduidende schade bespaard toen de Polen de stad op 29 oktober 1944 bevrijdden.
De oorlog eindigde voor Maczek op 6 mei 1945 met de inname van Wilhelmshaven wanneer hij de capitulatie in ontvangst nam van een groot deel van de Kriegsmarine en 10 Duitse infanteriedivisies.

Na afloop van de oorlog

Tot 1947 voerde de 1e Pantserdivisie, samen met de Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade bezettingstaken uit in het noorden van Duitsland. Maczek werd bevorderd tot Luitenant-Generaal. Door de Poolse communisten werd hem zijn Poolse nationaliteit afgenomen waardoor hij gedwongen werd om een nieuw bestaan op te bouwen in Groot-Brittannië. Aangezien de Engelsen hem niet (meer) als geallieerd militair beschouwden had hij geen recht op een Brits veteranenpensioen. Tot de jaren zestig werkte hij als barman in een hotel in Edinburgh (waarvan de eigenaar één van zijn voormalige ondergeschikten was). Breda verleende hem het ereburgerschap en biedt hem zelfs een huis aan, hij was zeer geroerd door het aanbod maar zei te willen blijven in Schotland omdat hij net gewend was aan de regen. In 1979 huldigde Maczek in de Belgische stad Tielt een Sherman Firefly tank in, die als monument werd geplaatst op een naar hem vernoemd plein. Later kreeg hij er ook een beeld in brons van kunstenaar Jef Claerhout.

Maczek bemoeide zich weinig met de Poolse regering-in-ballingschap en al helemaal niet met het communistische Polen. Alleen toen de Staat van Beleg werd afgekondigd in Polen in 1981 appelleerde Maczek het Poolse leger om niet te schieten op de stakers van Solidarność. Hij bleef nog wel veelvuldig in contact met zijn manschappen en met Breda en hij heeft de val van het communisme in Polen nog mee mogen maken.
Op 1 november 1990 werd Stanisław Maczek door de regering van de nieuwe Poolse Republiek benoemd tot luitenant-generaal in het Poolse leger. Op zijn honderdste verjaardag werd hij onderscheiden met de hoogste Poolse onderscheiding, de Orde van de Witte Adelaar.

Stanisław Maczek is tot zijn dood in 1994 op 102-jarige leeftijd in Schotland blijven wonen. Hij werd onder grote belangstelling begraven op het Poolse ereveld te Breda.

Stanislaw Maczek 2.jpg

Bijnaam Baca (Herder)
Geboren 31 maart 1892
Szczerzec
Overleden 11 december 1994
Edinburgh, Schotland
Begraven Pools militair ereveld Breda, Noord-Brabant, Nederland
Religie Katholiek[1]
Land/partij Flag of Austria-Hungary (1869-1918).svg Oostenrijk-Hongarije
Flag of Poland.svg Polen
Onderdeel Austria-Hungary War Ensign1918.png Oostenrijks-Hongaars leger
POL Wojska Lądowe.svg Poolse strijdkrachten
Dienstjaren 1914 – 1947
Rang PL Epolet gen broni.svg Generał Broni
Eenheid 81 Pułk Strzelców Grodzieńskich
7 Dywizja Piechoty (II RP)
10 Brygada Kawalerii
I Korpus Polski (PSZ)
Leiding over 1e Poolse Pantserdivisie
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Italiaans front
Pools-Oekraďense Oorlog
Pools-Russische Oorlog (1919-1921)
Slag om Komarów-Osada
Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Slag om Jordanów
Slag om Jarosław
Slag van Lwów (1939)
Poolse leger in Frankrijk (1939–40)
Slag om Frankrijk
Operatie Overlord
Zak van Falaise
Operatie Tractable
Heuvel 262
Slag om Chambois
Vrijmaken van de Kanaal kust

Militaire loopbaan
Podporucznik, Oostenrijks-Hongaars leger: 1916
Porucznik, Oostenrijks-Hongaars leger:1918
Rotmistrz, Poolse strijdkrachten: 1919
Major, Poolse strijdkrachten: 1921, gewijzigd 3 mei 1922 met een anciënniteit van 1 juni 1919
Podpułkownik, Poolse strijdkrachten: 1 december 1924 met een anciënniteit van 15 augustus 1924
Pułkownik, Poolse strijdkrachten: 1931 met anciënniteit vanaf 1 januari 1931
Generał Brygady, Poolse strijdkrachten: 15 november 1939
Generał Dywizji, Poolse strijdkrachten: 1 juni 1945
Generał Broni, Poolse strijdkrachten: 11 november 1990
Onderscheidingen
Orde van de Witte Adelaar op 19 januari 1994 (Postuum)
Ridderkruis in de Virtuti Militari
Virtuti Militari, IVe Klasse (gouden kruis) in 1924
Virtuti Militari, Ve Klasse (zilveren kruis) op 25 november 1944
Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau[6] met Zwaarden op 3 april 1946
Commandeur in de Orde van het Bad
Lid in de Orde van het Bad
Commandeur van de Orde van het Britse Rijk
Commandeur in het Legioen van Eer[6] op 26 maart 1945
Orde van Voorname Dienst (DSO)[6] op 25 november 1944
Grootkruis in de Orde Polonia Restituta op 2 maart 1987
Commandeur in de Orde Polonia Restituta
Grootofficier in de Kroonorde met Palm
Oorlogskruis 1944
Kruis van Verdienste in goud
War Medal 1939-1945 (Francja)
Croix de guerre (1939-1945) met Palm in 1945
Oorlogskruis met Palm in 1945
Orde van de Ster van Roemenië, Vierde Klasse in 1929
Ereburger van Nederland
Defensiemedaille
War Medal 1939-1945
Herinneringsmedaille voor de 10e Jubileum van de Onafhankelijkheid
Herinneringsmedaille van de Oorlog van 1918-1921
Oorlogsmedaille voor het Leger 1939-1945 in 1945
1939-1945 Star
France and Germany Star

Stanisław Maczek in 1944

Graf van Stanisław Maczek in Breda

 


Prince Marie Andrzej Poniatowski

Prince Marie Andrzej Poniatowski (Parijs, 15 juni 1921 - Anna Jacobapolder / Sint Philipsland (Nederland), 22 januari 1945) was onderluitenant tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de 1ste Poolse Pantserdivisie van generaal Stanislaw Maczek. Marie André is zoon van Andrzej John Willard (San Francisco, 13 december 1899 - 1977) en Frances Lawrance (Bayshore - New York, 22 juli 1901 - 1989)


De adellijke familie Poniatowski in Frankrijk
De leden van de adellijke familie Poniatowski in Frankrijk zijn afstammelingen van de Poolse Prins Józef Poniatowski, die door Napoleon tot maarschalk werd benoemd in 1813. In februari 1940 deed de Société d’Études et d’Application Mécanique (SEAM), een bedrijf van prins Marie André Poniatowski, een belangrijk Frans ingenieur en afstammeling van het Poolse koningsgeslacht, het voorstel om een alternatieve superzware tank te bouwen. Het betrof een reusachtig voertuig van circa 220 ton (met twee 925 pk Hispano-motoren via een petro-elektrische transmissie). Het type zou met zijn twaalf meter lengte en vijf meter breedte dankzij een betere lengte-breedte-verhouding het sturen vereenvoudigen. Voor transport kon de tank overlangs in twee delen gesplitst worden. Het ministerie van defensie wees dit onhaalbare project al op 20 april 1940 af.

Onderluitenant onder generaal Maczek
Marie André diende als onderluitenant onder Maczek in de 1ste Poolse Pantserdivisie. Na de landing in Normandië en de bevrijding van België, overwinterde de divisie in Nederland. Daar werd hij in Sint-Philipsland getroffen door een geweerkogel tijdens gevechten met Duitse soldaten terwijl hij in de opening van zijn tank stond. Een verslag van de gebeurtenissen die dag door kapitein Jan Potworowski is te lezen in het werk "The soldiers of General Maczek". De Poolse oud-strijder Sylwester Bardzinski getuigde tijdens de herdenking op de Poolse militaire begraafplaats in Grainville-Langannerie in Frankrijk in 2009, naar aanleiding van 65 jaar bevrijding, over de eenvoud en kameraadschap van Poniatowski als onderluitenant tussen zijn soldaten. Poniatowsky werd niet begraven in Nederland, maar op de algemene begraafplaats te Merksplas (België). Later werd hij begraven bij zijn familie in Frankrijk op de roman Catholic Cemetery te Mont-Notre-Dame (departement L’Aisne).

Decoratie
POL Virtuti Militari Srebrny BAR.svg Zilveren Kruis in de Orde Virtuti Militari
Nagedachtenis in Nederland
Te Anna Jacobapolder werd op 20 maart 2008 een gedenksteen onthuld met de tekst: "Met hem vielen tijdens de Duitse aanval in de nacht van 22 op 23 januari 1945: Prins Marie Andrzej Poniatowski, Bronislaw Pawalka, Boleslaw Podedworny, Percy Thomas Baugh, Eric Francis Bell, Karel Snijders.

Marie André Poniatowski
Geboren 15 juni 1921
Parijs, Île-de-France, Frankrijk
Overleden 22 januari 1945
Anna Jacobapolder, Sint Philipsland, Nederland
Begraven Algemene begraafplaats, Merksplas, Antwerpen, België
Land/partij Flag of Poland.svg Polen
Onderdeel POL Wojska Lądowe.svg Poolse strijdkrachten

 


Czesław Oberdak

Tweede luitenant Czesław Oberdak (Krakau, 20 juli 1921 - Woeste Hoeve, 8 maart 1945) was een Poolse vliegenier.
Czesław werd in Krakau geboren en had een ouder zusje Ludmila en een jonger broertje Roman. Zijn jeugddroom was om piloot te worden. In 1939 ging hij naar de Luchtmachtschool in Poznań. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij piloot.
Piloot
Toen de Duitsers Polen binnenvielen verliet hij zijn land. Via Roemenië, Joegoslavië en Italië bereikte hij Frankrijk, waar hij zich bij de Poolse luchtmacht in Lyon aansloot. Met de luchtmacht werd hij in juni 1940 geëvacueerd. Tussen maart 1941 en december 43 volgde hij verschillende opleidingen binnen de RAF. In Cosford (Verenigd Koninkrijk)rondde hij in juni 1943 een officiersopleiding af, waarna hij in december 1943 werd ingedeeld bij 306 Squadron van de Poolse luchtmacht. Zijn basis was aanvankelijk Heston, later Coolham in Sussex, Engeland. Op 5 mei 1944 werd hij benoemd tot Flying Officer.
Zijn 26ste en laatste laatste missie op 30 mei 1944 was het begeleiden van Amerikaanse B-17 bommenwerpers tijdens hun missie naar de vliegtuigfabrieken van Junkers in Halberstadt. Op de terugweg kreeg zijn Amerikaanse P-51 Mustang MKIII nabij de Duits/Nederlandse grens een technisch probleem en moest hij rond 12:30 uur tussen Ommen en Dalfsen in de buurtschap Dalmsholte een noodlanding maken. Dat overleefde hij, waarna hij zijn vliegtuig in brand stak en zich in de bossen verstopte.
Het verzet bracht hem naar Ommen, waar hij kennis maakte met drie geallieerde piloten, die daar ondergedoken zaten. Met Franklin Coslett, een Amerikaan, trok hij later naar Dalfsen. Vandaar bracht het verzet hen met naar een schip voor onderduikers bij Hasselt in Overijssel en een goede week later per trein naar Harderwijk. Daar zat hij eerst op een eendenboerderij in Hierden en later boven een bakkerij in Harderwijk zelf. Circa begin september 1944 bracht het verzet hem en Coslett opnieuw per trein naar Amsterdam. Daar zat Oberdak op verschillende adressen, als laatste de Michelangelostraat 36. Op 6 december 1944 fietsten hij, Coslett en enkele andere onderduikers naar Beekbergen, in de hoop bevrijd gebied te bereiken. In Hoenderloo werden ze echter op 24 december door Duitsers gearresteerd. De twee mannen werden naar de politiepost in Otterlo gebracht en vervolgens aan de Sicherheitspolizei overgedragen. Als terrorist werd hij in Velp ter dood veroordeeld, hoewel hij militair was en als krijgsgevangene behandeld moest worden. Oberdak en Coslett werden gevangengezet in De Kruisberg in Doetinchem.
Executie
Als represaille op de aanslag op Hanns Rauter op 6 maart 1945 werden honderden gevangenen uit gevangenissen opgehaald en op verschillende locaties terechtgesteld. Uit De Kruisberg werden de 23-jarige Oberdak en 24 andere gevangenen opgehaald en naar Woeste Hoeve gebracht, waar zij met 92 anderen gefusilleerd werden. De overige slachtoffers kwamen uit gevangenissen in Zwolle, Deventer, Apeldoorn, Assen en Almelo.
De slachtoffers werden in een massagraf begraven op de gemeentelijke begraafplaats Heidehof in Ugchelen. Toen de oorlog afgelopen was, werd het massagraf geopend. Van 115 slachtoffers kon de identiteit worden vastgesteld, maar niet van Oberdak. Hij werd in 1982 als Onbekende Nederlander herbegraven Erebegraafplaats Loenen begraven. In 1991 kreeg journalist Richard Schuurman een brief van Oberdaks zuster Ludmila Kaczmarska met het verzoek te helpen zoeken. Pas een jaar eerder had zij in een boek gelezen dat haar broer mogelijk nabij Zwolle een noodlanding had gemaakt. Schuurman kreeg de eerste vermoedens dat Oberdak mogelijk de onbekende in Loenen kon zijn. In 1995 werd het graf geopend voor onderzoek door de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht, maar identificatie bleek niet mogelijk. Na een Pools rechtshulpverzoek in 2005 werd het onderzoek in 2007 opgepakt door het Korps Landelijke Politiediensten. Op 13 februari 2008 werden de stoffelijke resten opnieuw opgegraven. Zijn DNA werd vergeleken met de DNA van zijn zuster Ludmila en leidde op 7 november 2008 tot zijn identificatie.
Oberdak werd op 10 december 2009 in Polen met militaire eer herbegraven. Hij vond zijn laatste rustplaats in het familiegraf in Krakau. Ludmila woonde de begrafenis bij. Als aandenken aan haar broer kreeg ze zijn horloge, dat in zijn vorige graf was aangetroffen.
Onderscheidingen
Royal Air Force pilot brevet
Postuum onderscheiden:
1939-1945 Star
France and Germany Star
Defensiemedaille
War Medal 1939-1945

 

Na aankomst in Engeland

Na aankomst in Engeland
Geboren 20 juli 1921
Krakau, Polen
Overleden 8 maart 1945
Woeste Hoeve, Gelderland, Nederland
Begraven begraafplaats Heidehof, Ugchelen, Gelderland, Nederland 1945-1982: herbegraven: Ereveld Loenen 1982-2008: familiegraf, Krakau, Polen sinds 10 december 2009
Religie Rooms-katholiek
Land/partij Flag of Poland.svg Polen
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Onderdeel POL Wojska Lotnicze.svg Luchtmacht van de Poolse Republiek
PL air force flag PSP.svg Poolse Luchtmacht in Frankrijk en Groot-Brittannië
Dienstjaren 1939 - 1945
Rang UK-Air-OF1A.svg Flying Officer
Eenheid PSP Dywizjon 306.jpg 306 Squadron RAF
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht

 


Witold Pilecki

Witold Pilecki (13 mei 1901 - 25 mei 1948; Poolse uitspraak: [vitɔlt pilɛt͡skʲi] ; codenamen Roman Jezierski, Tomasz Serafiński, druh, Witold ) was een Poolse leger officier en geheim agent tijdens de Tweede Wereldoorlog . Hij diende ook als een Rittmeister met de Poolse Cavalerie tijdens de Tweede Poolse Republiek en was de oprichter van de Secret Poolse leger ( Tajna Armia Polska ) verzet groep in het Duits-bezette Polen in november 1939 en een lid van de ondergrondse Thuisleger ( Armia Krajowa ), die werd opgericht in februari 1942. Hij was de auteur van Witold verslag , de eerste uitgebreide geallieerde intelligence verslag over concentratiekamp Auschwitz en de Holocaust . Hij was rooms-katholiek .
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, meldde hij zich voor een Poolse verzet operatie te krijgen gevangen in het vernietigingskamp Auschwitz met het oog op het verzamelen van intelligentie en ontsnappen. Terwijl in het kamp, Pilecki organiseerde een verzetsbeweging en al in 1941 de hoogte westerse geallieerden van nazi-Duitsland 's Auschwitz wreedheden. Hij ontsnapte uit het kamp in 1943 na bijna twee en een half jaar gevangenisstraf. Pilecki nam deel aan de Opstand van Warschau in augustus 1944.Hij bleef trouw aan de in Londen gevestigde Poolse regering in ballingschap na de Sovjet gesteunde communistische overname van Polen en werd in 1947 gearresteerd door de stalinistische geheime politie ( Urząd Bezpieczeństwa ) op beschuldiging van het werken voor "buitenlandse imperialisme", denkt dat het een eufemisme voor zijn MI6 .Hij werd geëxecuteerd na een showproces in 1948. Tot 1989, informatie over zijn heldendaden en het lot werd onderdrukt door de Poolse communistische regime .
Als resultaat van zijn inspanningen, wordt hij beschouwd als "een van de grootste in oorlogstijd helden".In het voorwoord van het boek The Auschwitz Volunteer: Beyond Bravery , Michael Schudrich , de opperrabbijn van Polen, schreef het volgende: "Toen God de mens geschapen, God in gedachten had dat we allemaal zouden moeten zijn als Captain Witold Pilecki, zaliger gedachtenis.In de inleiding van dat boek Norman Davies , een Britse historicus, schreef: "Als er een geallieerde held die verdiende te worden herinnerd en gevierd, dit was een persoon met weinig gelijken was.Tijdens de herdenking bij van de internationale Holocaust Remembrance Day gehouden in de US Holocaust Memorial Museum op 27 januari 2013 Ryszard Schnepf , de Poolse ambassadeur in de VS, beschreef Pilecki als een "diamant onder de helden van Polen" en "de hoogste voorbeeld van de Poolse patriottisme". 
Life 
Witold Pilecki werd geboren op 13 mei 1901 in de stad van Olonets , Karelië in de Russische Rijk . Hij was een afstammeling van een Poolse adellijke familie ( szlachta ) oorspronkelijk uit West Wit-Rusland . Zijn grootvader, Józef Pilecki, had een groot deel van zijn bezittingen in beslag genomen door de Keizer Russische regering en zou zeven jaar lang in ballingschap in Siberië voor zijn steun aan de opstand van de Poolse nationale regering tijdens de Opstand van 1863-1864. Na zijn vrijlating werd hij met zijn familie later met geweld hervestigd in de afgelegen grondgebied van Karelië . 
Witold's vader, Julian Pilecki, werd opgeleid in Sint-Petersburg en lid van de tsaristische ambtenarij , het nemen van een positie als senior inspecteur met de Raad van Nationale Bossen in Karelië . Hij zou uiteindelijk vestigen in de stad Olonetz waar hij trouwde Ludwika Pilecki née Osiecimska. Witold Pilecki was de vierde van het echtpaar vijf kinderen. In 1910, Pilecki verhuisde met zijn familie naar Wilno (Vilnius, Litouwen ), waar hij voltooide de lagere school en werd een lid van de geheime ZHP Scouts organisatie .Kort na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog Wilno werd bezet door het Duitse leger , waardoor Pilecki en zijn gezin te verhuizen naar Mogilev , Wit-Rusland . In 1916 verhuisde Pilecki naar de stad Oryol , waar hij vervolgde zijn opleiding en richtte een plaatselijke afdeling van de ZHP groep. 
Pools-Russische Oorlog en Militaire Carričre 
Na de Russische Revolutie Pilecki teruggekeerd naar Wilno (nu onderdeel van de nieuwe onafhankelijke Poolse Tweede Republiek ) in 1918 en werd lid van een ZHP Scout deel van de Litouwse en Wit-Russische Self-Defense militie onder leiding van generaal Władysław Wejtko .Nadat Wilno werd overspoeld door de bolsjewieken , Pilecki en zijn eenheid geleid partizanenstrijd achter Russische stellingen. In januari 1919 Pilecki een van zijn kameraden hebben hun weg naar Białystok waar hij riep de nieuw opgerichte Volunteer Army . Hij nam deel aan de Pools-Russische Oorlog van 1919-1920, waar onder bevel van kapitein Jerzy Dąbrowski .Hij vocht in de Kiev Offensief (1920) en als onderdeel van een cavalerie -eenheid de verdediging van de stad Grodno . Op 5 augustus 1920 trad hij toe tot de 211e Uhlan Regiment en vocht in de cruciale Slag bij Warschau en in de Rudniki Bos ( Puszcza Rudnicka ). Pilecki nam later deel aan de bevrijding van Wilno en de Zeligowski opstand .Hij werd tweemaal bekroond met de Krzyż Walecznych (Cross of Valor) voor dapperheid. 
Na de afsluiting van de Pools-Russische Oorlog in 1921, Pilecki verkregen een afspraak als een onderofficier . Na te zijn gedemobiliseerd gedemobiliseerd en ging over tot zijn middelbare-schoolopleiding (compleet matura ) in Wilno.In 1922 Pilecki ingeschreven als student aan de universiteit van Poznan , waar hij studeerde landbouwwetenschappen . Hij later overgedragen aan de Faculteit voor Schone Kunsten in het Stefan Batory Universiteit in Wilno. Pilecki de school verliet in 1924 als gevolg van financiële problemen en afnemende gezondheid van zijn vader.Hij bleef actief in het leger als lid van de reserves 1921 Pilecki diende als een drill instructor in Nowe Święcice . Als een burger, werkte hij als directeur van een lokale melkfabriek in Wilno.
Pilecki later onderging officer opleidingen bij de Cavalerie Reserve Officers' Training Center in Grudziądz en werd toegewezen aan de 26ste Lancer Regiment in juli 1925 met de rang van vaandrig . Pilecki werd gepromoveerd tot tweede luitenant het volgende jaar. In september 1926 Pilecki werd de officiële eigenaar van zijn familie voorouderlijke landgoed in de buurt van de stad Sukurcze en ontwikkelde een reputatie als een prominent maatschappelijk werker en amateur-schilder.Op 7 april 1931 trouwde hij met Maria Pilecka (1906-6 februari 2002) née Ostrowska, een lokale school leraar. Ze kregen twee kinderen, geboren in Wilno: Andrzej (16 januari 1932) en Zofia (14 maart 1933). In 1938 ontving hij de Zilveren Kruis van Verdienste voor zijn betrokkenheid bij de gemeenschap en maatschappelijk werk. 
Pilecki richtte ook een cavalerie training school in de wijk Lidsky ( Lida ) in 1932. Kort daarna werd hij benoemd tot commandant van de nieuw opgerichte 1e Lidsky Squadron , een functie die hij tot 1937, toen zijn eenheid werd opgenomen in het zou houden Poolse 19e Infantry Division .

Witold Pilecki in color.jpg

Pilecki in een gekleurde pre-1939 foto
Geboren 13 mei 1901 
Olonets , Karelia . Russisch Rijk
Ging dood 25 mei 1948 (47 jaar) 
Mokotow Gevangenis , Warschau . Republiek Polen
Trouw Tweede Poolse Republiek
Dienstjaren 1918-1947
Rang Kapitein, Cavalry master
Commando's gehouden Commandant van het geheime Poolse Leger (1939)
Gevechten / Oorlogen 
Pools-Sovjetoorlog

Vrede van Riga
Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

Slag van Warschau
Kiev Offensief (1920)
Awards POL Bestel ORLA Białego BAR.svg Orde van de Witte Adelaar 
POL Polonia Restituta Komandorski BAR.svg Bestelling van Polonia Restituta 
Krzyz Walecznych Ribbon.png Kruis van Valor (2)

World War II 
Witold Pilecki, officier van het Poolse leger - 1939
Een deel van een serie over de
Polska walczy Poolse 
Ondergrondse Staat
Parasol Regiment, Warschau 1944
Geschiedenis van Polen 1939-1945
Autoriteiten [show]
Politieke organisaties [show]
Militaire organisaties [show]
Gerelateerde onderwerpen
v t e
Kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, op 26 augustus 1939 Pilecki werd gemobiliseerd als een cavalerie pelotonscommandant. Hij werd toegewezen aan de 19e Infanterie Divisie onder Józef Kwaciszewski, een deel van het Poolse leger Prusy .Zijn eenheid nam deel aan zware gevechten tegen de oprukkende Duitsers tijdens de invasie van Polen en is bijna volledig verwoest na een botsing met de Duitse XVI Artillery Corps op 5 september Pilecki peloton trok naar het zuidoosten, in de richting Lwów ( nu L'viv, in de Oekraďne ) en de Roemeense bruggenhoofd , en werd opgenomen in de onlangs opgerichte 41ste Infanteriedivisie , waarin hij als divisiedirecteur tweede-in-commando diende onder majoor jan Włodarkiewicz .Pilecki en zijn mannen vernietigd zeven Duitse tanks, neergeschoten een vliegtuig, en vernietigde twee meer op de grond. 
Op 17 september, de Sovjet-Unie binnenviel oosten van Polen op grond van het Molotov-Ribbentrop Pact . Betrokken bij meer zware gevechten op twee fronten werd divisie Pilecki's ontbonden door September 22, delen ervan over te geven aan hun vijanden.Hij dook in Warschau met zijn commandant, majoor Włodarkiewicz. Op 9 november 1939 de twee mannen richtte de Secret Poolse leger ( Tajna Armia Polska , TAP), een van de eerste ondergrondse organisaties in Polen.Pilecki werd organisatorische commandant van TAP als het uitgebreid met niet alleen Warschau, maar dekken Siedlce , Radom , Lublin , en andere grote steden in het centrum van Polen.In 1940, TAP had ongeveer 8.000 mannen (meer dan de helft van hen gewapend), ongeveer 20 machinegeweren en een aantal anti-tank geweren . Later werd de organisatie opgenomen in de Unie voor de gewapende strijd ( Związek Walki Zbrojnej ), later omgedoopt tot en beter bekend als de Home-leger ( Armia Krajowa , of AK).In het AK, TAP elementen werd de kern van de Wachlarz unit. 
Auschwitz 
"De massale uitroeiing van de Joden in de Duitse bezette Polen", door de Poolse regering-in-ballingschap gericht aan de geallieerden van de dan- Verenigde Naties 1942
Hoofd artikel: Rapport Witold's
In 1940, Pilecki presenteerde aan zijn superieuren een plan om Duitsland in te voeren concentratiekamp Auschwitz in Oświęcim (de Poolse naam van de plaats), het verzamelen van inlichtingen over het kamp van de binnenkant en het organiseren van gevangene weerstand.Tot dan toe was er weinig bekend over de manier waarop de Duitsers liep het leger, en men dacht dat het een interneringskamp of grote gevangenis in plaats van een zijn dood kamp . Zijn superieuren keurde het plan goed en voorzag hem van een valse identiteitskaart in de naam van "Tomasz Serafiński". Op 19 september 1940 ging hij opzettelijk tijdens een Warschau straat roundup ( Łapanka ) en werd gevangen door de Duitsers, samen met zo'n 2.000 burgers (onder hen, Władysław Bartoszewski ).Na twee dagen van de detentie in het Licht Horse Guards Barracks, waar de gevangenen leed geslagen met rubberen wapenstokken,Pilecki werd verzonden naar Auschwitz en werd gevangene nummer 4859. toegewezen [16] Tijdens zijn gevangenschap werd Pilecki gepromoveerd tot de rang van eerste luitenant .



In Auschwitz, tijdens het werken in verschillende Kommandos en overlevende longontsteking , Pilecki organiseerde een ondergrondse Unie van militaire organisaties ( Związek Organizacji Wojskowej , ZOW)  Veel kleinere ondergrondse organisaties op Auschwitz uiteindelijk samengevoegd met ZOW.taken ZOW waren om gevangene moreel te verbeteren, bieden nieuws van buiten, te distribueren extra voedsel en kleding aan de leden, het opzetten van intelligence netwerken en trainen detachementen boven het kamp in het geval van een reliëf aanval van het Leger van het Huis te nemen , armen airdrops of een luchtlandingsoperatie door de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade , gevestigd in Groot-Brittannië. 
ZOW op voorwaarde dat de Poolse ondergrondse met waardevolle informatie over het kamp. In de periode oktober 1940 ZOW stuurde rapporten naar Warschau,en het begin van maart 1941 werden de rapporten van Pilecki's in Londen wordt doorgestuurd via het Poolse verzet tegen de Britse regering.In 1942 werd verzet Pilecki's ook uitzenden gegevens over het aantal aankomsten en sterfgevallen in het kamp voorwaarden van de gevangenen via een radiozender die werd gebouwd door gevangenen. Het geheim radiostation, gebouwd op zeven maanden gebruik van gesmokkelde delen, werd uitzendingen van het kamp tot de herfst van 1942, toen het werd ontmanteld door mannen Pilecki na bezorgdheid dat de Duitsers de locatie zou kunnen ontdekken als gevolg van "een van de grote mond van onze collega's" . 
Deze rapporten waren een van de belangrijkste bron van inlichtingen over Auschwitz voor de westerse geallieerden. Pilecki hoopte dat ofwel de geallieerden zouden armen of troepen vallen in het kamp, of dat de Home-leger een aanval zou organiseren op het van buitenaf. Dergelijke plannen werden echter al geoordeeld onmogelijk uit te voeren.Ondertussen heeft de Gestapo haar inspanningen heeft opgevoerd om fret uit ZOW leden, slagen in het doden van veel van hen.Pilecki besloten om uit te breken van het kamp in de hoop overtuigen Thuisleger leiders persoonlijk op toe dat een reddingspoging was een geldige optie. Toen hij naar een nachtdienst in een kamp bakkerij buiten het hek werd toegewezen, hij en twee kameraden overmeesterd een bewaker, snijd de telefoonlijn en ontsnapte in de nacht van 26/27 april 1943, met medeneming van documenten gestolen uit de Duitsers. 
Buiten het kamp 
Na enkele dagen, Pilecki in contact met Thuisleger units.Op 25 augustus 1943 Pilecki bereikt Warschau en was verbonden aan intelligentie afdeling Leger van het Huis. The Home leger, na een aantal agenten verliezen in verkenning van de omgeving van het kamp, met inbegrip van de Cichociemny Stefan Jasieński, besloten dat het ontbrak aan voldoende kracht om het kamp zonder geallieerde hulp vast te leggen. Gedetailleerd rapport Pilecki's ( Raport Witolda - Report Witold's ) geschat dat "Tegen maart 1943 het aantal mensen direct na aankomst vergast bereikte 1,5 miljoen.". 
The Home Army besloten dat het had niet genoeg kracht om het kamp bestormen door zelf. In 1944, het Russische leger, ondanks het feit dat binnen het aanvallen van afstand van het kamp, toonde geen interesse in een gezamenlijke inspanning met de Home Army en de ZOW te bevrijden. Tot hij betrokken bij het werd Opstand van Warschau , Pilecki bleef verantwoordelijk voor gecoördineerde ZOW en AK-activiteiten en op voorwaarde dat wat beperkte steun die hij in staat aan te bieden aan ZOW was. 
Op 23 februari 1944 werd Pilecki gepromoveerd tot kapitein cavalerie ( rotmistrz ) en werd lid van een geheime anti-communistische organisatie, NIE (in het Pools: "NO of NIEpodległość - onafhankelijkheid"), gevormd als een clandestiene organisatie binnen het huis van het Leger met het doel de voorbereiding van verzet tegen een mogelijke Sovjet-bezetting. 
Warsaw opstand 
Toen de Opstand van Warschau uitbrak op 1 augustus 1944 Pilecki vrijwillig voor de dienst met Kedyw 's Chrobry II groep en vocht in 'Mazur' peloton, 1ste bedrijf 'Warszawianka' van de nationale strijdkrachten . In eerste instantie, vocht hij in het noordelijke centrum van de stad als een eenvoudige privé, zonder dat de onthulling van zijn werkelijke waarde.Later, zoals velen officieren viel, bekendgemaakt dat hij zijn ware identiteit en aanvaard commando.Zijn krachten bezit waren van een versterkte gebied genaamd de "Grote Bastion van Warschau". Het was een van de meest afgelegen partijdige schansen en veroorzaakte grote problemen voor de Duitse aanvoerlijnen. Het bastion gedurende twee weken in het gezicht van de constante aanvallen van Duitse infanterie en armor. Op de capitulatie van de opstand, Pilecki verborg wat wapens in een eigen appartement en in ballingschap ging. Hij werd opgesloten in Stalag VIII-B , een Duitse gevangene-of-oorlog kamp in de buurt Lambinowice , Silezië . Later Pilecki werd gehouden in Oflag VII A in Murnau , Beieren , waar hij werd bevrijd door troepen van de VS 12e Armored Division op 28 april 1945.

Witold Pilecki, officier van het Poolse Leger - 1939

 

 

File:AK-soldiers Parasol Regiment Warsaw Uprising 1944.jpg

Geschiedenis van Polen 1939-1945

 

Bestand: De massa-uitroeiing van joden in de Duitse bezette.pdf

"De massa-uitroeiing van joden in Duits bezette Polen", door de Poolse regering in ballingschap, gericht tot de oorlogstijdgenoten van de toenmalige Verenigde Naties , 1942

Communistische Polen 
Kort na zijn bevrijding Pilecki toegetreden tot de 2e Poolse Korps . Hij was gestationeerd in Groot-Brittannië en Italië , waar hij schreef een monografie over Auschwitz.Zoals de betrekkingen tussen Polen Londen oorlogstijd regering-in-ballingschap basis en de Sovjet-gesteunde Poolse Comité voor Nationale Bevrijding verslechterd, in september 1945, Pilecki geaccepteerde orders van generaal Władysław Anders , commandant van het 2e Poolse Korps om terug te keren naar Polen onder een valse identiteit en het verzamelen van inlichtingen aan de regering-in-ballingschap moeten worden verzonden.

Pilecki keerde terug naar Polen in oktober 1945, waar hij overgegaan tot zijn intelligentie netwerk te organiseren.In het begin van 1946, de Poolse regering-in-ballingschap besloten dat de naoorlogse politieke situatie gaf geen hoop op bevrijding van Polen en beval de resterende actieve leden van de Poolse weerstand (die werd bekend als de vervloekte soldaten ) om ofwel terug te keren naar hun normale burgers het leven of te ontsnappen naar het Westen. In juli 1946 werd Pilecki geďnformeerd dat zijn cover was geblazen en bevolen te vertrekken; maar hij weigerde.In april 1947 begon hij met het verzamelen van bewijsmateriaal van de Sovjet-wreedheden in Polen, evenals de arrestatie en vervolging van voormalige leden van het Huis van het Leger en de Poolse strijdkrachten in het Westen , wat vaak resulteerde in uitvoering of gevangenisstraf. 

Arrestatie en uitvoering 

Pilecki in het hof (1948)

Trial van Pilecki (1948)
Op 8 mei 1947 werd hij gearresteerd door het ministerie van Openbare Veiligheid .Voorafgaand aan het proces, werd hij herhaaldelijk gemarteld. Het onderzoek van de activiteiten van Pilecki werd begeleid door kolonel Roman Romkowski . Hij werd ondervraagd door Col. Józef Różański en luitenants S. Łyszkowski, W. Krawczyński, J. Kroszel, T. Słowianek, Eugeniusz Chimczak en S. Alaborski - mannen die vooral berucht om hun wreedheid waren. Maar Pilecki probeerde andere gevangenen te beschermen en onthulde geen gevoelige informatie. 

Op 3 maart 1948 een showproces plaatsvond.getuigenis tegen Pilecki werd gepresenteerd door een toekomstige Poolse premier, Józef Cyrankiewicz , zelf een overlevende van Auschwitz. Pilecki werd beschuldigd van illegale grensoverschrijding, gebruik van valse stukken, geen beroep doet met het leger, met illegale wapens, spionage voor General Władysław Anders , spionage voor "buitenlandse imperialisme" (dacht te zijn Britse inlichtingendienst ) en de planning te vermoorden meerdere ambtenaren van het ministerie van openbare Veiligheid van Polen . Pilecki ontkende de moord kosten, evenals spionage, hoewel hij tot het doorgeven van informatie aan de toegelaten 2e Poolse Korps , waarvan hij zelf een officier beschouwd en dus beweerde dat hij geen enkele wet overtrad. Hij pleitte schuldig aan de andere kosten. Op 15 mei, met drie van zijn kameraden, werd hij ter dood veroordeeld . Tien dagen later, op 25 mei 1948 werd Pilecki uitgevoerd tegen de Mokotów Gevangenis in Warschau (ook bekend als Rakowiecka Gevangenis ),door Staff Sergeant Piotr Śmietański (die kreeg de bijnaam "The Butcher van Mokotow Gevangenis" door de bewoners).

Ik heb geprobeerd om mijn leven te leven, zodat in het uur van mijn dood Ik zou liever vreugde voelen, dan angst.

- Na de aankondiging van de doodstraf, Bartłomiej Kuraś, Witold Pilecki - w Auschwitzu z własnej Woli, “Ale Historia”, w: “Gazeta Wyborcza”, 22 kwietnia 2013.
Tijdens Pilecki's laatste gesprek met zijn vrouw zei hij tegen haar: "Ik kan niet leven Zij doodden me Omdat Oświęcim [Auschwitz] ten opzichte van hen was slechts een kleinigheid..." Zijn laatste woorden voor zijn executie waren "Lang leve vrije Polen".

Pilecki de plaats van begrafenis is nooit gevonden, maar men denkt dat ergens in Warschau zijn Powązki Cemetery .Na de val van het communisme in Polen een symbolische grafsteen werd opgericht in zijn geheugen op Ostrowa Mazowiecka Cemetery. In 2012 werd Powązki Begraafplaats gedeeltelijk opgegraven in een poging om overblijfselen Pilecki te vinden. 

Legacy 
Pilecki show berechting en executie maakte deel uit van een bredere campagne van repressie tegen voormalige leden en anderen Thuisleger die verband houden met de Poolse regering in ballingschap in Londen. In 2003, de officier van justitie, Czesław Łapiński, en verscheidene anderen die betrokken zijn bij de proef werden beschuldigd van medeplichtigheid aan de moord Pilecki's. Józef Cyrankiewicz , de belangrijkste vervolging getuige, was al dood, en Łapiński stierf in 2004, voordat het proces werd gesloten. 


Witold Pilecki gedenkplaat in Warschau
Witold Pilecki en alle anderen veroordeeld in het showproces werden gerehabiliteerd op 1 oktober 1990.In 1995, werd hij postuum onderscheiden met de Orde van Polonia Restituta en in 2006 ontving hij de Orde van de Witte Adelaar , de hoogste Poolse decoratie. Op 6 september 2013 werd hij postuum bevorderd door de minister van Defensie tot de rang van kolonel. 

Films over Pilecki zijn voorzien van een 2006 maken-voor-tv-film, Śmierć rotmistrza Pileckiego (De dood van Kapitein Pilecki), met in de hoofdrol de Poolse acteur Marek Probosz; 2015 film Pilecki hoofdrol Mateusz Bieryt; en de documentaires tegen alle verwachtingen: verzet in nazi-concentratiekampen (2004);en Heroes of War: Polen (2014), geproduceerd door Sky Vision voor de History Channel UK .Een aantal boeken zijn geschreven over Pilecki. Daarnaast uitgebreide 1945 verslag Pilecki op zijn undercover missie in Auschwitz werd gepubliceerd in het Engels voor de eerste keer in 2012, onder de titel The Auschwitz Volunteer: Beyond Bravery ,en werd begroet door The New York Times als "een historisch document van het grootste belang". 
Sabaton schreef / geďnterpreteerd een lied over hem bekend als gevangene 4859.

Auschwitz concentratiekamp foto's van Pilecki (1941).

 

File:Pilecki photo 1947.jpg

Foto's van Pilecki uit de Mokotów-gevangenis (1947)

 

File:Proces Pileckiego 1948.jpg

Proef van Pilecki (1948)

 

File:Proces Pileckiego 1948-2jpg.jpg

Pilecki in de rechtbank (1948)

Poolse leger carričre samenvatting 
Tweede luitenant ( podporucznik ) vanaf 1926
Eerste luitenant ( porucznik ) van 11 november 1941 (bevorderd terwijl Auschwitz )
Captain (cavalerie rotmistrz ) van 11 november 1943
Colonel ( pułkownik ) van 6 september 2013 (postuum).
Awards, decoraties en citaties 
Ridder in de Orde van de Witte Adelaar (postuum, 2007)
Commander's Kruis van de Orde van Polonia Restituta - (postuum, 1995)
Kruis van Valor , tweemaal bekroond
Zilveren Kruis van Verdienste (1938)
Army of Centraal Litouwen Kruis van Verdienste
War Medal 1918-1921
Decade van Onafhankelijkheid Herwonnen
auschwitz Cross
Opstand van Warschau Cross
Orde van de Ster van Volharding (postuum
icoon Scouting portal
Geschiedenis van Polen (1939-1945)
Poolse bijdrage aan de Tweede Wereldoorlog
jan Karski
Vrba-Wetzler rapport
Western verraad
Sovjet-onderdrukking van de Poolse burgers (1939-1946)
Anti-communistische verzet in Polen (1944-1946)
1951 Mokotów Gevangenis uitvoering
Emil augustus Fieldorf
Łukasz Ciepliński
Heroes (Sabaton album) , waarbij het lied "Gevangene 4859" vertelt kapitein Pilecki verhaal

 


Władysław Raginis

Władysław Raginis (Daugavpils, 27 juni 1908 - Wizna, 10 september 1939) was een Poolse kapitein ten tijde van de invasie van Polen door nazi-Duitsland (Poolse campagne). Hij was de militaire bevelhebber van de Poolse verdedigingslinie te Wizna gedurende de begindagen van de Tweede Wereldoorlog.

Raginis werd geboren in het toenmalige Dźwińsk, Rusland (nu een onderdeel van Letland). Na zijn middelbare studies ging hij in het leger en studeerde aan de officiersschool. Op 15 juli, 1930 vervolledigde hij deze studies, waarna hij toegewezen werd aan het 76ste Infanterie Regiment te Hrodna. Het is hier dat hij zich opwerkte tot de rang van kapitein waarna hij deel ging uitmaken van het Korpus Ochrony Pogranicza, KOP, een Poolse militaire eenheid, opgericht in 1924 met het specifieke doel de verdediging van de oostgrens met de toenmalige Sovjet-Unie. Wanneer in 1939 de spanningen tussen Polen en nazi-Duitsland hoog opliepen werd zijn eenheid overgeplaatst naar Wizna, alwaar hij het bevel over alle Poolse strijdmachten in die regio overnam.

Na de invasie van Polen in september 1939, kwamen de Poolse strijdmachten onder commando van kapitein Raginis voor het eerst in contact met vijandelijk vuur op 7 september 1939. Hun aantal (720 soldaten) was gering in vergelijking met de overweldigende Duitse meerderheid (42.000 soldaten). In een poging om het moreel van zijn manschappen hoog te houden zou Wladyslaw Raginis gezworen hebben zijn bunker niet levend te verlaten, en aldus zijn lot met dat van zijn manschappen verbonden hebben.

De verdediging van Wizna duurde in totaal drie dagen. Op 10 september 1939 was de bunker van kapitein Raginis het laatst overgebleven punt van weerstand, met Raginis nog altijd in eigen persoon (hoewel zwaargewond) als bevelhebber te midden van zijn manschappen. Net na de middag kwam echter het bericht dat de bevelhebber aan Duitse zijde, Heinz Guderian, ermee dreigde om alle Poolse krijgsgevangen om het leven te brengen indien het verzet niet gestaakt zou worden. Raginis beval zijn manschappen tot het verlaten van de bunker en blies zichzelf op, trouw aan zijn woord, met een handgranaat.

Zijn symbolische graf ligt net naast de overblijfselen van de bunker, te Wizna, en is aldaar te bezichtigen. Ook werd de lokale basisschool naar hem vernoemd. Raginis zou bovendien uitgroeien tot een nationaal symbool van weerstand, een oorlogsheld die postuum geëerd werd door zijn opname in de Orde Virtuti Militari (13 mei1970).

Militaire loopbaan[bewerken] Podporucznika, Poolse strijdkrachten: 15 juli 1930 Porucznika, Poolse strijdkrachten: 1934[1] Kapitan, Poolse strijdkrachten Major, Poolse strijdkrachten: 21 augustus 2012 (Postuum)
Decoraties
VM Krzyz Zloty.png Krzyż Złoty Order Virtuti Militari (Postuum) op 13 mei 1970
POL Polonia Restituta Kawalerski BAR.svg Krzyż Kawalerski Order Odrodzenia Polski op 28 maart 2009

Wladyslaw Raginis.jpg

Geboren 27 juni 1908
Daugavpils, Gouvernement Vitebsk, Keizerrijk Rusland
Overleden 10 september 1939
Wizna, Woiwodschap Podlachië, Polen
Begraven Góra Strękowa, Woiwodschap Podlachië, Polen
Land/partij Flag of Poland.svg Polen
Onderdeel POL Wojska Lądowe.svg Poolse strijdkrachten
Dienstjaren 1927 - 1939
Rang PL Epolet kpt.svg Kapitan
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Slag om Wizna

 


Danuta Siedzikówna

Danuta Siedzikówna, verantwoordelijk. Danuta Helena Siedzikówna ps. "Inka" (. B 3 september 1928 in Guszczewinie , d 28 augustus 1946 in. Gdansk ) - verpleegkundige 4. squadron opgelost in Bialystok 5 AK Wilno Brigade , in 1946, het eskader 1 Brigade die actief zijn in Pommeren , postuum benoemd tot tweede luitenant in het Poolse leger .
CV 
Danuta Siedzikówna was de dochter van Wenceslas Siedzik, houtvester, en Eugenia Tyminski van huis. Ze had twee zussen, en Wieslawa Irena. In de School van de universele Narewka.
Tijdens de oorlog werd de vader van 10 februari 1940 door de Sovjets naar een werkkamp in het kader van gedeporteerde de eerste grote deportatie van de bewoners van de Borderlands-Oosten . Van daaruit ontsnapte hij aan de nieuw gevormde leger van Wladyslawa Andersa . Hij overleed op 6 juni 1943 in Teheran. Haar moeder werkte samen met het leger , werd gearresteerd door de Gestapo in november 1942 en in september 1943 doodgeschoten in het bos in de buurt van Bialystok .
Tijdens de oorlog, Danuta Siedzikówna op school geleerd zusters van de Salesiaanse in Rózanystok k. Dabrowa Bialostocka . In december 1943 samen met haar zus geworden van de AK Wieslawa, waar hij medische opleiding. Na het passeren van de voorkant van het werk in oktober 1944 als Yeoman Forest District Hajnówka . Samen met andere medewerkers superintendence in juni 1945 werd gearresteerd voor de samenwerking met de anti-communistische ondergrondse door een groep van NKVD - UB (waarnemend plaatsvervangend hoofd van de opdracht WUBP in Bialystok, Elia Koton ). Ze werd vrijgelaten uit het konvooi door te werken in het gebied patrouilleren Vilnius AK Stanislawa Woloncieja "cone" (ondergeschikten Zygmunt Szendzielarz "Lupaszka"), dan als verpleegster nam dienst in een tak van "kegel", en vervolgens in squadrons te zien. Jana Mazura "hub" en cf. . Mariana Plucinskiego "Mstislav". Voor een korte tijd was het ook beter gezien. Leon Beynar "Nieuws" adjunct "Lupaszka", later bekend als Pawel Jasienica . Danuta Siedzikówna nam het pseudoniem "Inka".
Aan het begin van 1945/1946, gevuld met documenten in de naam Danuta Obuchowicz, nam hij een baan in het bos district Milomlyn in district Ostróda. In het vroege voorjaar gemaakt 1946 contact met Sec. Zdzislawem Badocha "Iron", de commandant van een van de squads' Lupaszka. " Na de dood van "Iron", tijdens een razzia georganiseerd door de agenten werd gedood van UB 28 juni 1946, werd hij door zijn opvolger, luitenant. Olgierd Christa "Leszek", de medische hulpmiddelen aan Gdansk . Daar, in de ochtend van 20 juli 1946, in het appartement aan ul. Wroblewski 7 in Wrzeszcz, in een van de eenheden contact V Wilno Brigade, die verraden eerder erkend door de Veiligheidsraad van de Regina Zylinska-Mordas, liaison Szendzielarz, die ging samenwerken met UB-adressen, "Inka" werd gearresteerd. Hij werd geplaatst in het paviljoen V gevangenis als gevangene in Gdansk special. Tijdens het onderzoek (bediend door afdelingshoofd III WUBP Gdansk Jana Wolkowa en CID manager WUBP Józefa Bika ) werd geslagen en beneden; nog weigerde te getuigen tegen leden van de brigade Vilnius AK .
"Ince" beschuldigd van lidmaatschap van een illegale organisatie, verboden wapenbezit, nam deel aan de aanvallen op de Militie en UB, evenals het aanzetten tot hen te doden . Verschillen met betrekking tot haar deelname aan de botsing tussen de guerrilla en de UB en MO verscheen in het getuigenis van de politie zelf, maar van wie sommigen getuigd zogenaamd "Inka" schieten en het geven van orders. Een van de agenten gaf zelfs toe dat "Inka" gaf hem eerste hulp, toen hij gewond was.
Danuta Siedzikówna werd ter dood veroordeeld 3 augustus 1946 door de militaire rechtbank onder leiding van majoor Adam Gajewski . Danuta Siedzikówny verdediger, Jan Chmielowski, vroeg de president Boleslawa Bieruta om genade vragen. Dit document is opgesteld en ondertekend door de markering, waarbij het gedeeltelijk in de eerste, schriftelijke. "Inka" geweigerd een dergelijk verzoek zelf te schrijven. Boleslaw Bierut augustus 19 uitoefening van het recht van de genade. In grypsie zusters Mikolajewskich van Gdansk kort voor zijn dood, "Inka" schreef: vertel mijn grootmoeder dat gedroeg als u nodig heeft .
Het vonnis werd uitgevoerd op 28 augustus 1946. Danuta Siedzikówna werd neergeschoten met Felix Selmanowicz ps. "Zagonczyk" door de commandant van het vuurpeloton luitenant. Franciszka Sawickiego, in de gevangenis op ul. Kurkowa in Gdansk, in aanwezigheid van een militaire aanklager Victor Suchocki en plaatsvervangend directeur in Gdansk Aloysius Nowicki. Volgens rapporten van gedwongen getuige van de executie, Vader. Mariana Prusaka, de laatste woorden "Inka" was: Lang leve Polen! Lang leve de "Lupaszko".
In de PRL gedefinieerd communistische propaganda de "Inka" bandiet. In een boek gepubliceerd in 1969, Receptie loopgraven zonder inbegrip van co-auteurschap John Bobczenki, het voormalige hoofd van UBP in Koscierzyna , naar verluidt beweerde "Inka", voorgesteld als een persoon met een "sadistische glimlach", nam deel aan de uitvoering van de UB in Stara Kiszewa.
De overtuiging van Danuta Siedzikówny vormde gerechtelijke moord [10] . Bij besluit van 10 juni 1991 heeft de arrondissementsrechtbank in Gdansk, onder de bepalingen van de wet betreffende de erkenning ongeldige beslissingen afgegeven aan personen die vervolgd worden voor hun activiteiten ten behoeve van een onafhankelijke Poolse staat, weloverwogen oordeel van het District Militaire Hof veroordeling Danuta Siedzikówna ongeldig.
IPN aanklagers hoofd van de aanklacht tegen de voormalige militaire aanklager Waclawa Krzyzanowskiego (die de "Inka" beschuldigd en eiste de doodstraf voor haar), hem te beschuldigen van betrokkenheid bij de communistische misdaden rechtbank. Er werd echter ontslagen

Plik:Danuta Siedzikowna Sopot.jpg

Danuta Siedzikówna
verpleegster verpleegster
Datum en plaats van geboorte 3 September 1928 
Guszczewina
Datum en plaats van overlijden Van 28 augustus 1946 
gdańsk
Course van de dienst
jaar dienst 1943-1946
De krijgsmacht AK
berichten verpleegster 5 Wilno Brigade AK
Grote oorlogen en veldslagen World War II , 
anticommunistische opstand 1944-1953

Begraafplaats 
Danuta Siedzikówny begraafplaats onbekend was tot 2014. In september van hetzelfde jaar in het kader van het team. Exploratie van onbekende begraafplaatsen van de slachtoffers van de communistische terreur Instituut voor de Nationale Herdenking Begraafplaats Garnizoen in Gdansk gevonden ongemarkeerde graf van die, zoals het hoort, lagen de resten van Danuta Siedzikówny en werd neergeschoten met haar Felix Selmanowicz [12] . Met betrekking tot de informatie die werd Danuta Siedzikówny eindelijk bevestigd door 1 maart 2015 jaar.
8 januari 2015 controlegroep onderzoekers IPN Krzysztof Szwagrzyk informatie over de waarschijnlijkheid van het vinden puin Danuta Siedzikówny. De informatie werd bevestigd door 1 maart 2015 voorzitter van het Instituut voor Nationale Herinnering Łukasz Kamiński tijdens de viering van de Nationale Dag van Herinnering "Soldiers vervloekt" op het presidentieel paleis met de deelname van de president van PolenBronislawa Komorowskiego .
28 augustus 2016 hield een plechtige staatsbegrafenis Danuta Siedzikówny en Felix Selmanowicz (aka. "Zagonczyk") op Begraafplaats Garrison in Gdansk. Uitvaartliturgie uitgeoefend over Basilica Konkatedralnej Gdansk voorgezeten Abp Sławoj Leszek Głódź . President Andrzej Duda gaf een besluit over de benoeming van Danuta Siedzikówny de eerste officier rang  .
Medailles en kentekens 
Commander's Kruis van de Orde van de Wedergeboorte van de Poolse - postuum 11 november 2006 door de president van de Republiek Polen Lech Kaczynski voor zijn uitzonderlijke bijdrage aan de onafhankelijkheid van de Republiek Polen 
Mass cultuur 
In 2000 maakte hij het toneelstuk "Theater Not Now" door Thomas A. Żaka vr In stap gewijd Danucie Siedzikównie.
De vorm van "Inka" was gewijd aan de prestaties Television Theater Inka 1946 tot 2007 door Wojciech Tomczyk , geregisseerd door Natalia Koryncka- Puin van Karoliną Kominek in de hoofdrol.
Rapper Tadek creëerde het lied "Inka" dedicated Danucie Siedzikównie, uitgegeven op An Inconvenient Truth (2012).
" Inka. U heeft gedragen als een "documentaire vanaf 2015 de productie van TVP , die in premičre op de Nationale Dag van Herinnering" Soldiers vervloekt " 1 maart 2015 uitgezonden op TVP1 .
En ook circuits "Walczyk" en "een" van de de schijf Virgin gruwel.
Herdenking 
geheugenruimte
Danuta Siedzikówny monument in het park voor hen. Dr. H. Jordana in Krakau
Danucie Siedzikównie toegewijd, onder andere, monumenten in het park voor hen. Henryka Jordana in Krakow, de Katholieke Educational Complex genaamd Vader Peter Klachten in Warschau, in het Park. Inka verpleegkundigen in Sopot , in de parochiekerk in Narewka in Krzeszyce en Miłomłyn , evenals een gedenkplaat in de Mariakerk in Gdansk .
Naam Danuta Siedzikówny ontving de school Podjazach , Ostrołęce, Wroclaw , Kielce , Sopot hen. Danuta Siedzikówny "Inca", elanden , Wiślinie , Czarne en Polanowo, parken en Sopot Kartuzach , rotonde Czestochowa, Leszno en Malborku  .
Het is vernoemd naar een tiental teams scout die behoren tot zowel de ZHP en ZHR . Stichting Leger in Londen gevestigde de Prijs. Danuta Siedzikówny "Inca".
Brug over de rivier in Bielsko Biala Podlaski werd ze genoemd. Seconde Danuta Siedzikówny ps.Inka op 2016/11/20. [28] Ze was de patrones van 1 ostrołęcki team scouts IGNIS.

Afbeeldingsresultaat voor Danuta Siedzikówna

Gedenkplaat in de Sint-Mariabasiliek in Gdańsk

 


Stanisław Franciszek Sosabowski

Stanisław Franciszek Sosabowski (Stanisławów (tegenwoordig Ivano-Frankivsk, Oekraďne), 8 mei 1892 – Hillingdon, 25 september 1967) was generaal-majoor van de Poolse strijdkrachten.
Hij was oprichter en bevelhebber van de Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade die in september 1944 deelnam aan de Slag om Arnhem waarbij Driel door de brigade werd bevrijd. Sosabowski werd lang als zondebok voor het mislukken van de Slag om Arnhem gezien, maar werd uiteindelijk volledig gerehabiliteerd. Hij ontving in 2006 postuum de Bronzen Leeuw.
Jonge jaren
Sosabowski werd als oudste zoon van een spoorwegbeambte geboren in Stanisławow, een provinciehoofdstad in Galicië dat destijds tot Oostenrijk-Hongarije behoorde. Hij verloor op jonge leeftijd zijn vader. Sosabowski volgde de Economische hogeschool in Krakau, werkte als bankbediende en werd in 1913 opgeroepen voor de dienstplicht in het 58e Keizerlijk & Koninklijk infanterieregiment van Oostenrijk-Hongarije.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij in het Oostenrijkse leger. In 1914 werd hij naar het Russische front gestuurd. In juni 1915, aan de rivier de Lesna, raakte Sosabowski gewond. Hij ontving diverse onderscheidingen voor zijn moed, en werd in 1918 bevorderd tot luitenant in het Oostenrijkse leger.
Nadat Polen in 1919 opnieuw onafhankelijk was geworden, hielp Sosabowski bij de opbouw van het Poolse leger. Tijdens de Pools–Russische oorlog van 1919–1920 vocht hij niet aan het front, ondanks dat hij zich voor frontdienst aanmeldde bij de Raad van Landsverdediging. Sosabowski diende bij de Poolse Generale Staf waar toen een tekort was aan ervaren officieren.
In de jaren 20 en 30 maakte hij carričre als beroepsofficier. Hij volgde de Hogere Militaire Academie, schreef enkele militaire handboeken en in 1928 begon zijn dienst bij parate eenheden. In het begin voerde hij het bevel over het 75e Infanterieregiment in Chorzów. Begin 1939 kreeg hij als kolonel het commando over het 21e Infanterieregiment Dzieci Warszawy ('Kinderen van Warschau').
Tweede Wereldoog
Oorlog in Polen

Met de Duitse aanval op Polen op 1 september 1939 begint de Tweede Wereldoorlog. Sosabowski en zijn infanterieregiment vochten bij Warschau tegen de Duitse troepen toen die Polen binnenvielen. Daarvoor ontving hij de hoogste Poolse militaire onderscheiding, de Virtuti Militari.
In oktober 1939 wist hij uit Duitse krijgsgevangenschap te ontvluchten. In november 1939 verliet hij Warschau. Zijn gezin moest hij achterlaten. Sosabowski zou Warschau nooit meer terugzien. Via Boedapest en Venetië vluchtte hij, net als talloze andere Polen, naar Parijs waarna hij een rol kreeg in het opnieuw opgerichte Poolse leger bij de verdediging van Frankrijk. Nadat de Duitsers Frankrijk in 1940 hadden verslagen vluchtte Sosabowski opnieuw met tienduizenden Poolse soldaten naar het Verenigd Koninkrijk, waar de Polen onder meer het Poolse 1e Legerkorps formeerden, waaruit later de Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade en de 1e Poolse Pantserdivisie zouden voortkomen.
Oprichting Parachutistenbrigade
De snelste en tevens moeilijkste manier om Poolse militaire eenheden in het vaderland te brengen was door middel van luchtlandingen. In 1941 nam de Poolse Generale Staf het initiatief tot een parachutisteneenheid. Sosabowski werd bevelhebber van de parachutistenbrigade.
Alle Poolse eenheden onder Brits bevel – ruim 240.000 soldaten – konden overal worden ingezet. De parachutisten zouden voor Polen strijden op Pools grondgebied. Daarvoor staat ook het 'Onafhankelijke' in de naam van de Brigade. Het ultieme doel van de parachutistenbrigade was de bevrijding van Polen en de uitdrukking ‘Langs de kortste weg’ (Najkrótsza Droga) was in het moreel van de Brigade ingebakken.
De Poolse regering in ballingschap in Londen wilde de Brigade met name inzetten ter ondersteuning van de geplande opstand tegen de Duitse bezetter in Polen voordat het Rode Leger Polen zou innemen (Zie: Opstand van Warschau). De Poolse parachutistenbrigade trainde Noorse, Franse en andere geallieerde commando’s en geheim agenten in parachutisten technieken. Voor de trainingen van de Franse commando’s heeft generaal Charles de Gaulle in een persoonlijke brief aan Sosabowski zijn erkenning uitgesproken en Sosabowski bedankt.
Op de Conferentie van Teheran werden eind november 1943 tussen Stalin, Roosevelt en Churchill afspraken gemaakt over het naoorlogse Europa. Op aandringen van Stalin werden in een geheime clausule de nieuwe grenzen van Polen vastgesteld, dat wil zeggen langs de Oder-Neissegrens en de Curzon-lijn. De Britten informeerden de Poolse regering in Ballingschap in Londen daarover niet.
Market Garden: de Slag om Arnhem
Op 1 augustus 1944 begon de Opstand van Warschau. De parachutisten van Sosabowski waren ervan overtuigd dat zij spoedig in Polen gedropt zouden worden om hun landgenoten in Warschau bij te staan.
De Sovjet-Unie weigerde echter geallieerde vliegtuigen op Russische vliegvelden te laten landen na het droppen van militaire hulpgoederen boven Warschau. Poolse en Amerikaanse vliegers vlogen vanuit Italië naar Warschau en terug. Daarbij werden grote verliezen geleden. Het Britse opperbevel achtte het overvliegen van de Sosabowski brigade naar Warschau te riskant. Sosabowski en zijn soldaten bleven in Engeland. De Poolse parachutisten gingen vergeefs in hongerstaking.
De brigade zou uiteindelijk in september 1944 worden ingezet bij een Britse luchtlandingsoperatie, Operation Comet. Deze werd afgelast en omgebouwd tot operatie Market Garden.
Op 17 september 1944 begon Market Garden. Een deel van de Poolse para’s landde op 19 september met zware wapens in Horsa-zweefvliegtuigen bij Wolfheze, de overigen zouden de volgende dag springen.
De Poolse brigade landde, na uitstel vanwege slecht weer in Engeland, echter pas op 21 september 1944 bij Driel, ten zuidwesten van de Rijnbrug (nu John Frostbrug) bij Arnhem. Zij hadden als geďmproviseerde opdracht om de resten van de gehavende Britse 1e Luchtlandings Divisie, die inmiddels omsingeld was bij Oosterbeek, te ontzetten. Het hoofddoel, de brug vanuit het zuiden te heroveren, had het Britse opperbevel al laten varen, ondanks de bereidheid van Sosabowski om dit karwei alsnog te klaren en zijn brigade boven op de brug te laten landen.[bron?]
Door kapitale beoordelingsfouten van het opperbevel van het Britse 30e Legerkorps dat opdracht had via Nijmegen naar Arnhem op te rukken, mislukte de operatie en daarmee kwam een eind aan de Slag om Arnhem en aan Operation Market Garden. Hoewel Veldmaarschalk Sir Bernard Montgomery de operatie voor 90% geslaagd achtte, eindigde Market Garden in een groot verlies voor de geallieerden. De hoofdoorzaken daarvan waren:
gebrek aan verkenning,
negeren van meldingen van het Nederlandse verzet dat een hergroeperende Duitse SS-tankdivisie rond Arnhem lag,
een bijna totaal gebrek aan goede communicatiemiddelen waardoor de hele operatie rond Arnhem slecht werd gecoördineerd,
een ronduit slechte leiding van de Britse militaire top.
Wegens zijn niet altijd diplomatiek optreden en zijn niet-Britse nationaliteit werd Sosabowski voor de Engelsen de ideale zondebok. Britse generaals van het Britse 30e Legerkorps poogden al in de Conferentie van Valburg van 24 september hun falen op de Poolse parachutisten af te wentelen. Ook daarna bleven de Britten actief proberen om het falen van Market Garden – onterecht – toe te schrijven aan het "niet willen vechten" van de Polen. In december 1944 werd Stanisław Sosabowski op aangeven van generaal Frederick Browning door de Poolse President Raczkiewicz van zijn commando ontheven.
Strijd om eerherstel
Generaal Sosabowski begon een strijd voor behoud van zijn goede naam en verzocht om een onderzoek naar de Britse verwijten. Dat is er nooit gekomen en Sosabowski heeft tijdens zijn leven nimmer de verdiende erkenning voor zijn inzet in Arnhem gekregen.
Na de Tweede Wereldoorlog vreesde Sosabowski dat hem in het inmiddels communistisch geworden Polen een showproces te wachten zou staan. Naar Sovjet-voorbeeld ontnam de nieuwe regering in Warschau veel hoge Poolse militairen hun nationaliteit. Sosabowski had geen andere keus dan in ballingschap te gaan in het Verenigd Koninkrijk. Hij werd winkelier en fabrieksarbeider. Hij had geen enkel recht op pensioen. Pas in 1966 stopte hij op 75-jarige leeftijd met werken.
Sosabowski overleed het jaar daarop als gevolg van een hartkwaal. Hij werd met militaire eer begraven op de Powążki-begraafplaats in Warschau en kreeg in 1988 postuum een hoge Poolse onderscheiding. Sosabowski is ereburger van de voormalige gemeente Heteren. In Polen dragen padvindersgroepen de naam van de generaal. Sinds Polen weer een vrij land is draagt de 6e Poolse Parachutistenbrigade de naam Sosabowski.
Sosabowski was gehuwd en had twee zoons. Zijn jongste zoon Jacek verongelukte in 1938, zijn oudste zoon Stanisław Janusz was majoor-arts en raakte tijdens de Opstand van Warschau zwaargewond en uiteindelijk blind. Met veel moeite lukte het Sosabowski om na de oorlog zijn vrouw, zijn oudste zoon en zijn twee kleinzoons Stanisław en Michał naar Engeland te halen.

Pułkownika Stanisław Sosabowski

Pułkownika Stanisław Sosabowski
Bijnaam "Lwów"
Geboren 3 mei 1892
Stanisławów, Galicië, Oostenrijk-Hongarije (tegenwoordig Ivano-Frankivsk, Oekraďne)
Overleden 25 september 1967
Hillingdon, Verenigd Koninkrijk
Begraven Poolse Militaire begraafplaats, Warschau, Woiwodschap Mazovië, Polen
Land/partij Flag of Austria-Hungary (1869-1918).svg Oostenrijk-Hongarije
Flag of Poland.svg Tweede Poolse Republiek
Vlag van Polen Polen / Geallieerden
Onderdeel Austria-Hungary War Ensign1918.png Oostenrijks-Hongaars leger
POL Wojska Lądowe.svg Poolse strijdkrachten
Dienstjaren 1913 - 1946
Rang PL Epolet gen dyw.svg Generał Dywizji
Eenheid Wyższa Szkoła Wojenna
9 Pułk Piechoty Legionów
21 Pułk Piechoty „Dzieci Warszawy”
4 Dywizja Piechoty (WP we Francji)
4 Brygada Kadrowa Strzelców


Leiding over Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Pools-Russische Oorlog (1919-1921)
Tweede Wereldoorlog
Poolse campagne (1939)
Slag om Mława
Slag om Frankrijk (1940)
Slag om Arnhem (1944)
Ander werk Fabrieksarbeider

Eerherstel in Nederland
Er is jarenlang, door diverse personen, geijverd voor eerherstel van Sosabowski en zijn soldaten in Nederland. Direct na de oorlog drong Koningin Wilhelmina aan op het onderscheiden van Poolse militairen die hadden gestreden in de Slag om Arnhem maar onder Britse druk is dat toen niet gebeurd.
In de jaren daarna kregen de 240.000 Poolse soldaten die in het Westen voor een vrij Europa streden weinig aandacht. In het communistische Polen werden deze mannen niet erkend[bron?].
In 2004 deed de journalist Geertjan Lassche van de Evangelische Omroep onderzoek en vond een document van Koningin Wilhelmina. Ook Prins Bernhard sprak zich publiekelijk uit voor het alsnog onderscheiden van de Polen. Het tv-programma Netwerk besteedde in een reportage aandacht aan de kwestie. Dit mobiliseerde de publieke opinie en naar aanleiding hiervan nam de Tweede Kamer unaniem een motie aan waarin de regering werd opgeroepen de Poolse parachutisten alsnog te onderscheiden.
Het onderzoek voor het toekennen van de onderscheiding wordt uitgevoerd door het Kapittel der Militaire Willemsorde (KMWO). Op basis van de inzet van de Poolse militairen in Oosterbeek komt het Kapittel tot de conclusie dat er voldoende grond is tot het toekennen van een Militaire Willemsorde. Gegeven dat het zoveel jaar na dato ondoenlijk is om nog betrouwbaar individuele militairen aan te wijzen wordt besloten dat deze inzet van de militairen in Oosterbeek op de hele brigade afstraalt. Het Kapittel besluit de orde toe te kennen aan het gehele legeronderdeel.
De Nederlandse regering besloot hierop op 9 december 2005 om de Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade, voor de inzet in de Slag om Arnhem onder leiding van Generaal-Majoor Stanisław Sosabowski, de Militaire Willems-Orde toe te kennen. Generaal Sosabowski werd postuum onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Deze werd op 31 mei 2006 door koningin Beatrix tijdens een militaire ceremonie op het Binnenhof overhandigd aan de kleinzoons Stanisław en Michał Sosabowski. Op 1 juni 2006 werd de Bronzen Leeuw door de familie Sosabowski in permanente bruikleen gegeven aan het Airborne Museum te Oosterbeek.
Deze Bronzen Leeuw is een Nederlandse dapperheidonderscheiding die direct na de Tweede Wereldoorlog ook werd toegekend aan Generaal-Majoor Roy Urquhart, de commandant van de 1st British Airborne Division.
De Militaire Willems-Orde voor de Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade werd op 31 mei 2006 door koningin Beatrix tijdens dezelfde militaire ceremonie waarin de Bronzen Leeuw aan de kleinzoons van Sosabowski werd uitgereikt, op het Binnenhof gehecht aan het vaandel van het 6e Poolse Luchtmobiele Brigade. Deze brigade zet de tradities van de Poolse voormalige 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade voort.
Militaire loopbaan
Soldaat, Oostenrijks-Hongaars leger: 1913
Korporaal, Oostenrijks-Hongaars leger: 1915
Luitenant, Oostenrijks-Hongaars leger: 1918
Luitenant, Poolse strijdkrachten:
Kapitein, Poolse strijdkrachten:
Majoor, Poolse strijdkrachten: 1922
Luitenant-kolonel, Poolse strijdkrachten: 1928
Kolonel, Poolse strijdkrachten: 1937
Brigadegeneraal, Poolse strijdkrachten: 15 juni 1944[2]
Generaal-majoor, Poolse strijdkrachten:
Decoraties[bewerken]
Commandeur met ster in de Orde Polonia Restituta in 1988 (Postuum)
Ridder in de Orde Polonia Restituta op 2 mei 1923
Ridderkruis
Zilver kruis in 1939
Kruis voor Moed (2) in 1939
Kruis van Verdienste in Gouden met Zwaarden in 1937
Medaille voor Trouwe dienst (10 en 20 jaar)
Defensiemedaille
War Medal 1939-1945
France and Germany Star
Kruis voor Vrijheid en Onafhankelijkheid
Oorlogskruis 1944
Officier in de Orde van de Kroon van Roemenië
Officier in de Orde van de Witte Adelaar
Officier in de Orde van Sint-Sava
Commandeur in de Orde van het Britse Rijk in 1943
Bronzen Leeuw op 31 mei 2006 (Postuum)
Herdenkingsmedaille Oorlog 1918-1921
Poolse Parachutisten Gevechtsbadge in 1941
Gouden Dapperheidsmedaille
Zilveren Dapperheidsmedaille
Oorlogsmedaille voor het Leger 1939-1945

 


Mamert Stankiewicz

Mamert Stankiewicz (Jelgava, 22 januari 1889 – Noordzee, 26 november 1939) was een Pools marineofficier en commandant van de schepen STS Lwów, SS Polonia en MS Piłsudski. Tijdens de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog werd hij gered van het laatstgenoemde schip maar stierf hij aan onderkoeling. Het leven van Stankiewicz werd vereeuwigd door Karol Olgierd Borchardt, die een serie boeken over Stankiewicz' leven schreef.

Biografie
Stankiewicz werd geboren in Jelgava, dat toen deel uitmaakte van het Keizerrijk Rusland. Hij studeerde af aan het Naval Cadet Corps in St. Petersburg en meldde zich aan voor de Russische Keizerlijke Marine. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij navigatieofficier aan boord van de Russische gepantserde kruiser Rurik, het vlaggenschip van de Baltische Vloot. Als succesvol officier werd hij stafchef van de Baltische Vloot tijdens de eerste gevechten in de Golf van Riga, waarna hij ook kort diende als commandant van een van de verouderde slagschepen.

Na door het keizerlijk hof naar de Verenigde Staten te zijn gestuurd, werd hij in 1918 marineattaché bij het ​​Russische consulaat in Pittsburgh. Het volgende jaar keerde hij echter weer terug naar Rusland en werd hij lid van het rivierflottielje in Siberië tijdens de Russische Burgeroorlog. Na te zijn gearresteerd door de Tsjeka werd hij gevangengezet in Irkoetsk. Later werd hij verplaatst naar een gevangeniskamp in Krasnojarsk. Na de Vrede van Riga, waarmee de Pools-Russische Oorlog eindigde, maakte Stankiewicz deel uit van een krijgsgevangenenuitwisseling, waardoor hij werd vrijgelaten en hij zich mocht vestigen in Polen. Met de rang van luitenant ter zee der eerste klasse (Komandor podporucznik) mocht hij toegetreden tot de nieuwgevormde Poolse marine, waar hij commandant werd van de navigatieafdeling van de Naval School of Tczew, de eerste maritieme school in de Poolse geschiedenis. Kort daarna begon hij ook zijn carričre als docent navigatie- en sterrenkunde op de School voor Maritieme Officieren in Toruń.

In 1923 keerde hij terug naar volle zee als een van de officieren aan boord van STS Lwów, een bark die als schoolgebouw diende tijdens haar reis naar Brazilië. Het volgende jaar werd hij commandant van dat schip en hij behield die post tot 1926, toen hij de Poolse marine verliet en lid werd van de Poolse Koopvaardij, als commandant van talrijke vrachtschepen. Ook werd hij stuurman bij de Maritieme Autoriteit in Gdynia. Als een van de meest ervaren kapiteins van de Poolse Koopvaardij werd hij in 1931 commandant van de prestigieuze, maar verouderde oceaanstomers SS Pułaski en SS Polonia. Rond die tijd werd hij ook lid van het team dat toezicht hield op het ontwerp en de bouw van een moderne oceaanstomer, de MS Piłsudski.

Toen dit schip in 1935 werd voltooid werd Stankiewicz haar eerste commandant. Het schip, het modernste schip van de Poolse Koopvaardij en behorend tot de meest luxueuze Europese oceaanstomers, maakte talrijke reizen van Polen en Constanţa in Roemenië tot Palestina, Brazilië, Canada, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. MS Piłsudski begon haar laatste reis als een oceaanstomer op een Gdynia - Kopenhagen - Halifax - New York route op 11 augustus 1939. Op volle zee werd ze echter verrast door het uitbreken van de Poolse veldtocht en Tweede Wereldoorlog. Het schip werd toen gevorderd door de Poolse marine, omgedoopt tot ORP Piłsudski en verhuisd naar een scheepswerf in het noorden van Engeland, waar ze werd omgezet in een troepentransportschip.

Op 26 november 1939, tijdens haar eerste reis in deze nieuwe rol, werd de ORP Piłsudski getroffen door twee explosies en zonk het niet ver van Newcastle en Kingston-upon-Hull. Mamert Stankiewicz was de laatste die het schip verliet, omdat hij wilde zorgen dat de gehele bemanning veilig in reddingsboten zou zitten. Er ontbrak echter een reddingsboot voor de kapitein zelf, waardoor hij een uur in het ijskoude water moest doorbrengen. Uiteindelijk werd hij gered door een Brits schip, maar snel daarna overleed hij aan onderkoeling. Hij werd begraven met militaire eer in Hartlepool, in de buurt van Middlesbrough. Hij werd postuum onderscheiden met de Virtuti Militari, de hoogste Poolse militaire onderscheiding. Stankiewicz is tot nu toe de enige koopvaardijkapitein die deze onderscheiding heeft mogen ontvangen. Ook ontving hij de Britse Distinguished Service Cross. In 1962 werd het vrachtschip MS Kapitan M. Stankiewicz naar hem vernoemd. Zijn oudere broer Jan (bekend als de Stier), die in Blyskawica de drie Poolse torpedobootjagers leidde op hun weg van Polen naar Groot-Brittannië in augustus 1939, stierf precies een jaar na hem, op 26 november 1940 in het Pools/Franse patrouillevaartuig Medoc.

Bijnaam
Gedurende zijn carričre stond Stankiewicz bij zijn bemanning bekend als Znaczy Kapitan, wat ruwweg kan worden vertaald als Het betekent Kapitein of U bedoelt Kapitein, een bijnaam bedacht naar Stankiewicz' gewoonte om bijna elke zin met het woord znaczy te beginnen. De bijnaam werd ook de titel van het eerste boek van Karol Olgierd Borchardt over Stankiewicz.

Mamert Stankiewicz aan boord van de MS Piłsudski

Mamert Stankiewicz aan boord van de MS Piłsudski
Bijnaam "Znaczy Kapitan"
Geboren 22 januari 1889
Jelgava, Keizerrijk Rusland
Overleden 26 november 1939
Noordzee
Begraven Hartlepool, Engeland
Land/partij Vlag van Rusland Keizerrijk Rusland
Flag of Poland.svg Tweede Poolse Republiek
Onderdeel Naval Jack of Russia.svg Russische Keizerlijke Marine
POL Marynarka Wojenna.svg Poolse marine
Dienstjaren 1900 - 1939
Rang POL PMW pagon1 komandor podporucznik.svg
Komandor podporucznik
Eenheid Ruryk (1909)
STS Lwów
Leiding over SS Pułaski
SS Polonia
MS Piłsudski
ORP Piłsudski
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Slag om de Golf van Riga
Vrede van Riga (1921)
Pools-Russische Oorlog (1919-1921)
Russische Burgeroorlog
Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht

 


Henryk Sucharski

Henryk Sucharski (1898-1946) was een Poolse militaire ambtenaar en een hoofdrol in het Poolse leger . Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was hij een van de commandanten van de Westerplatte positie in Danzig , welke troepen onder zijn bevel zeven dagen verdedigd waren tegen overweldigende kansen. Sucharski overleefde de oorlog en werd posthumously bevorderd tot de rang van generaal .
Vroeg leven en carričre 
Sucharski is geboren op 12 november 1898, in Gręboszów, een dorp in de buurt van Tarnów , naar een boerenfamilie. Hij heeft een lokale tweejarige handelsschool en dan een soortgelijke school in Otfinów afgerond . Begin 1917 studeerde hij af van het 2e KuK Gymnasium in Tarnów en op 13 februari gaf hij zich vrijwillig aan dienst bij het Oostenrijks-Hongaarse Leger . Tijdens zijn dienst in het maartbataljon van het Bochnia- gebaseerde 32nd Landwehr Regiment, studeerde hij zijn matura examens en in februari 1918 studeerde hij af aan een officiële school in Opatów . Sucharski was met zijn regiment verzonden naar de Italiaanse front van de Grote Oorlog , en werd door de rest van de oorlog in diverse ziekenhuizen in Sanstino en vervolgens Celje doorgebracht .
Bij zijn terugkomst in Polen, op 7 februari 1919, kwam hij bij het Poolse leger en het 16de infanteriedirektoraat Tarnów, dat gedeeltelijk bestaat uit zijn voormalige Oostenrijks-Hongaarse eenheid. In maart nam hij deel aan de verdediging van Cieszyn Silesia tegen de Tsjechoslowaakse invasie en in juni werd hij bevorderd tot de rang van Corporal. Eind oktober werd hij overgebracht naar de noordoostelijke sector van de voorkant van de korte Pools-Bolsjewistische Oorlog, waar hij deelnam aan vecht langs de Litouwse grens tijdens de korte Pools-Litouwse Oorlog voor de regio rond Suwałki . Op 14 januari 1920 werd hij bevorderd tot de rang van 2e luitenant en werd hij vrijwillig aangesloten bij het stormende bataljon van de 6e Infanterie. Voor zijn moed (en wonden) in de strijd voor Potnica en Bogdanówka op 30 augustus 1920 werd Sucharski de Orde van Virtuti Militari , de hoogste Poolse militaire decoratie, toegekend. Hij kreeg ook het Kruis van de Valorous en werd na de oorlog naar de eerste luitenant bevorderd .
In het interbellum bleef Henryk Sucharski actief in dienst. Hij studeerde af van diverse cursussen voor verschillende takken van het leger en op 19 maart 1928 werd hij bevorderd tot de rang van Kapitein . Een instructeur in de Nationale School van de Infanterie in Ostrów Mazowiecka , in oktober 1930, werd lid van het Brześć nad Bugiem-gebaseerde 35ste Infanterie Regiment . Na afstuderen van aanvullende cursussen in het Centrum voor Infanterieopleiding in Rembertów nabij Warschau, werd op 19 maart 1938 Sucharski opnieuw bevorderd, deze keer tot de rang van Major.
Westerplatte 
Op 3 december 1938 werd Sucharski de bevelhebber van het Militaire Transit Depot in Westerplatte, een Poolse militaire buitenpost in de vrije stad van Danzig . Een deskundige organisator, Sucharski, richtte zich op het verbeteren van de verdediging van het gebied onder zijn bevel, een klein ex-territoriale gebied binnen de Duits-gedomineerde stad. Hij versterkte de vestingwerken van het schiereiland Westerplatte en verhoogde het aantal soldaten die er waren.
Na Westerplatte 
Na korte verblijven in verschillende Duitse doorgangskampen, waar de sabel uit zijn bezit werd verwijderd, werd 26 oktober 1939 Sucharski gevangen genomen in Oflag IV-A in het kasteel Hohnstein . Hij bracht de rest van de oorlog uit in verschillende Duitse gevangene oorlogskampen , waaronder Oflag II-B in Arnswalde (vanaf 25 juni 1940) en Oflag II-D in Gross-Born (vanaf 12 mei 1942). Tijdens de evacuatie van Gross-Born in maart 1945 leed hij een ernstig ongeval waaruit hij nooit volledig was hersteld.
Na zijn bevrijding uit het Schlager-subkamp van de Vanlag XC Lübeck door de Amerikanen, kwam 28 april 1945 Sucharski bij het Poolse II Corps en werd overgebracht naar Italië, waar hij kort na januari als bevelvoerder van het 6de Karpaty Rifles Battalion dienstde. 25, 1946. Op 19 augustus 1946 werd hij gestuurd naar een Britse militaire ziekenhuis in Napels waar hij werd geďnterviewd door Melchior Wańkowicz , die Sucharski de hoofdrolspeler in zijn 1948- kortverhaal Westerplatte maakte . Henryk Sucharski is meerdere dagen na het interview op 30 augustus 1946 overleden aan peritonitis. De volgende dag werd hij begraven in de Poolse oorlogsbegraafplaats in Casamassima nabij Bari . Op 1 september 1971 werd zijn as teruggekeerd naar Polen en begraven met militaire eerbetuiging in Westerplatte, waar hij posthumously versierd was met het commandantskruis van de Virtuti Militari.
In de naoorlogse jaren was Wańkowicz's mythologized account of Sucharski als een dappere commandant die onder hopeloze kans bleef, de belangrijkste bron van informatie over Westerplatte-actie. De mythe is gepropageerd in talrijke boeken en films. [Het wordt vaak gedacht dat de communistische autoriteiten de mythe van Sucharski, een heldhaftige zoon van een boer en schoenmaker hebben, in plaats van zijn ondervoorzitter , Franciszek Dąbrowski, die in een familie van szlachta is geboren, heeft gehandhaafd . (Mening)] Het was pas in de jaren negentig dat de waarheid over Sucharski en Westerplatte wijdverbreid werd geworden. 
Plaatsen vernoemd naar hem 
Een straat in Gdynia is genoemd naar hem (gelegen op 54 ° 33'30,99 "N en 18 ° 30'24.21" E) en ook een andere in Ostroleka , genaamd Sucharskiego, met zeven woonblokken langs het.
Eerbewijzen en prijzen 
Commander's Cross of the Virtuti Militari , voorheen toegekend aan het Silver Cross
Kruis van Valor - twee keer
Gold Cross of Merit

File:Henryk Sucharski.jpg

Majoor Sucharski in 1939.
Geboren 2 maart 1908
Gręboszów, Woiwodschap Klein-Polen, Oostenrijk-Hongarije
Overleden 28 mei 1968
Napels, Campania, Italië
Begraven Poolse militaire begraafplaats, Casamassima, Bari, Italië, as; herbegraven Westerplatte, Polen
Land/partij Flag of Austria-Hungary (1869-1918).svg Oostenrijk-Hongarije
Flag of Poland.svg Tweede Poolse Republiek
Vlag van Polen Polen
Onderdeel Austria-Hungary War Ensign1918.png Oostenrijks-Hongaars leger
POL Wojska Lądowe.svg Poolse strijdkrachten
Dienstjaren 1917 - 1946
Rang PL Epolet gen bryg.svg
Generał brygady (Postuum)
Eenheid 16e Infanterie Regiment
Batalion marszowy
35e Infanterie Regiment
Leiding over 6e Infanteriedivisie (II RP)
Oznaka3dsk.png 6 Batalion Strzelców Karpackich
2Corps Insignia.jpg 2e Korps (Polen)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Pools-Russische Oorlog (1919-1921)
Pools-Litouwse Oorlog
Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Slag om Westerplatte

1-Pools militair in de Tweede Wereldoorlog