Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

1-Grieks Persoon in de II Wereldoorlog

Alice van Battenberg

Victoria Alice Elizabeth Julia Maria van Battenberg (Windsor Castle, 25 februari 1885 Ė Buckingham Palace, 5 december 1969), van geboorte een Duitse prinses, door haar huwelijk een Griekse prinses, werd door het huwelijk van haar zoon Philip de schoonmoeder van de Britse koningin Elizabeth II.
Familie
Zij was het eerste kind van Lodewijk Alexander van Battenberg en prinses Victoria Maria van Hessen-Darmstadt. Haar moeder was de oudste dochter van prinses Alice, de tweede dochter van koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk. Prinses Alice trouwde met prins Andreas van Griekenland, met wie ze vijf kinderen kreeg, waaronder prins Philip, de echtgenoot van de huidige Britse koningin Elizabeth II.
Prinses Alice bracht het grootste deel van haar jeugd door in Londen. Er werd bij haar aangeboren doofheid geconstateerd. Toch was dat voor prinses Alice niet onoverkomelijk; ze leerde liplezen in het Engels, Frans, Duits en later ook in het Grieks.
Huwelijk en gezin
Op 7 oktober 1903 trouwde prinses Alice te Darmstadt met Prins Andreas, de zoon van Koning George I van Griekenland. Omdat het paar verwant was aan verscheidene vorstenhuizen, was bijna heel koninklijk Europa bij elkaar gekomen voor hun bruiloft. Vanaf haar huwelijk droeg prinses Alice de titel ĎPrinses Andreas van Griekenlandí.
Het paar kreeg vijf kinderen:
Margaretha (18 april 1905 Ė 24 april 1981), trouwde met prins Godfried zu Hohenlohe-Langenburg, de zoon van Ernst zu Hohenlohe-Langenburg
Theodora (30 mei 1906 Ė 16 oktober 1969), trouwde met Markgraaf Berthold van Baden, zoon van Max van Baden.
Cecilia (22 juni 1911 Ė 16 november 1937), trouwde met George Donatus van Hessen-Darmstadt en kwam in 1937 in Oostende om bij het vliegtuigongeluk van de Sabena OO-AUB
Sophia (26 juni 1914 Ė 24 november 2001), trouwde met Christoffel van Hessen-Kassel, die ook afstamde van Victoria via haar oudste dochter Victoria.
Filips (10 juni 1921), trouwde als Philip Mountbatten met de toenmalige prinses Elizabeth van Windsor, de latere koningin van het Verenigd Koninkrijk.
Nadat er in Griekenland in 1922 een staatsgreep had plaatsgevonden, werd Andreas beschuldigd van hoogverraad en gevangengenomen. Na tussenkomst van de Engelse regering werd hij vrijgelaten en ging hij met zijn gezin in ballingschap in Frankrijk, waar ze in de buurt van Parijs gingen wonen.
Verdere levensloop
Prinses Alice kreeg in 1930 een zenuwinzinking, waarna ze in een sanatorium in Zwitserland werd geplaatst. Na haar verblijf in het sanatorium kwam ze nog enkele keren in verschillende inrichtingen terecht.
Tijdens haar verblijf in het sanatorium groeiden prinses Alice en prins Andreas uit elkaar, wat ertoe leidde dat ze op verschillende plaatsen in Europa gingen wonen. Prins Andreas vestigde zich in Monaco, waar hij in 1944 ook overleed. Prinses Alice ging in Athene wonen, waar ze tijdens de Tweede Wereldoorlog een joods gezin bij haar liet onderduiken, waarvoor ze postuum werd onderscheiden met de titel Rechtvaardige onder de Volkeren.
In 1947 ging prinses Alice naar Engeland om de bruiloft van haar zoon Philip en de Engelse prinses Elizabeth bij te wonen. Vervolgens woonde ze twintig jaar lang in Griekenland, dat werd geregeerd door koning Constantijn II. In 1949 richtte ze een Grieks-orthodoxe kloosterzusterorde op, de Christelijke Zusterschap van Martha en Maria.
Toen de koning in 1967 in vrijwillige ballingschap ging vanwege een nieuwe staatsgreep, werd prinses Alice door haar zoon en schoondochter uitgenodigd om in Engeland te wonen. Dat aanbod nam ze aan. Prinses Alice stierf eind 1969 op 84-jarige leeftijd op Buckingham Palace.
Voor haar heengaan had zij te kennen gegeven in de Maria Magdalenakerk bij Getsemane op de Olijfberg te Jeruzalem te willen worden begraven; in 1988 werden haar stoffelijke resten aldaar bijgezet.

Princess Alice of Battenberg.jpg

Vader Lodewijk Alexander van Battenberg
Moeder Victoria Maria van Hessen-Darmstadt
Dynastie Huis Battenberg
Partner van Andreas van Griekenland
Geboorteplaats Windsor Castle

 


George II van Griekenland

George II (Grieks: Γεώργιος Β', Βασιλεύς των Ελλήνων, Georgios B' Vasileķs tōn Ellēnōn) (Paleis Tatoi, Athene, 19 juli 1890 Ė Koninklijk Paleis, Athene, 1 april 1947) was koning van Griekenland van 1922 tot 1923 en van 1935 tot 1947 (tussen 1941 en 1946 in ballingschap).

Levensloop

Hij was de oudste zoon van koning Constantijn I en koningin Sophie. Na zijn vaders abdicatie op 27 september 1922 kwam hij op de Griekse troon.

Geen enkel Europees land heeft zo gesold met zijn koningen als Griekenland. In 1923 schafte het Griekse parlement de monarchie af en riep de republiek uit. Na ťťn jaar koning geweest te zijn, vertrok George II naar Londen.

De Tweede Griekse republiek (1924-1935) slaagde er niet in de problemen het hoofd te bieden. Onlust heerste er in het land: militaire opstanden, voortdurende wisselingen van ministeries, staatsgrepen en dictatuur. Venizelos werd in 1928 teruggehaald en bracht enige verbetering in de politieke, economische en financiŽle toestand. Maar in 1932 werd hij door de royalisten ten val gebracht en weer verbannen.

In 1935 besliste een volksraadpleging over het herstel van de monarchie en George II keerde terug naar Athene. De ernstige, eenvoudige en spaarzame vorst leefde als een eenzame in zijn geplunderde paleis. Na veertien ongelukkige huwelijksjaren (1921-1935) had koningin Elisabeth, oudste dochter van koning Ferdinand I van RoemeniŽ, zich van hem laten scheiden.

George II bestreed de corruptie in het leger en in de politiek, kondigde amnestie af, maar slaagde er niet in te regeren als een constitutioneel monarch. Hij vormde een militaire dictatuur geleid door de rechtse generaal Metaxas, die alles wat naar links rook naar het buitenland verbande. Op 28 oktober 1940 vielen de Italianen het land binnen, nadat de koning een ultimatum van de Duce naast zich had neergelegd. Griekenland bood dapper weerstand, die echter niet meer mocht baten.

Toen op 6 april 1941 ook de Duitsers het land binnenrukten, verliet de koning met zijn regering het land. In oktober 1944 gaven de Duitsers Athene over aan de Engelsen; de uitgeweken regering keerde naar Griekenland terug. Een volksstemming in 1946 riep ook koning George II weer op de troon, maar een jaar later stierf hij, kinderloos, aan een hartaanval. Hij werd opgevolgd door zijn broer Paul.

Georgeiiofgreece.jpg

Koning der Hellenen
Periode 1922-1923
1935-1947
Voorganger Constantijn I
Opvolger Paul I
Vader Constantijn I van Griekenland
Moeder Sophie van Pruisen
Dynastie Sleeswijk-Holstein- Sonderburg-GlŁcksburg

 


Helena van Griekenland

Helena van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-GlŁcksburg, (Grieks: Πριγκίπισσα Ελένη της Ελλάδας και Δανίας) Athene, 3 mei 1896 - Lausanne, 28 november 1982) was de vrouw van de Roemeense kroonprins Carol II van RoemeniŽ en de moeder van koning Michael van RoemeniŽ. Ze werd geboren als prinses van Griekenland en Denemarken. Helena kreeg de titel Koningin-moeder van RoemeniŽ.
Jeugd
Helena werd geboren op 3 mei 1896 in Athene als de eerste dochter van de Griekse koning Constantijn I van Griekenland en zijn vrouw Sophie van Pruisen. Helena had drie oudere broers, George, Alexander en Paul, die alle drie een periode koning van Griekenland zouden zijn. Daarnaast heeft ze twee jongere zussen: Irene, korte tijd koningin van KroatiŽ en Katherine, lady Brandram.
In 1910 trad Helena samen met haar familie in ballingschap nadat er een militaire coup had plaatsgevonden met als doel haar grootvader George I te vervangen door Constantijn I. De familie bracht de zomer door in Schloss Friedrichshof, het slot van haar grootmoeder Victoria van Saksen-Coburg en Gotha. Gedurende de winter verbleef de koninklijke familie in Frankfurt. In 1917 moest Helena opnieuw met haar familie in ballingschap treden. Haar vader Constantijn, destijds koning, had de geallieerden niet gesteund in de Eerste Wereldoorlog en moest het land verlaten van minister-president Venizelos. Na een kort verblijf in St. Moritz kreeg de familie een permanente villa in ZŁrich. Hun verplaatsingen in de wereld werden streng aan banden gelegd door de Geallieerden. De koninklijke familie werd gestationeerd in het Duitse gedeelte van Zwitserland. Het Franstalige en Engelstalige personeel werd ontslagen en contact met Engelse of Franse personen werd verboden.
Kroonprinses van RoemeniŽ
In december 1919 ontmoette Helena de Roemeense kroonprins Carol in Luzern. Carol en Helena waren familie van elkaar. Hun moeders waren beide kleindochters van Victoria van het Verenigd Koninkrijk: Helena's moeder Sophia via haar moeder Victoria van Saksen-Coburg en Gotha en Carols moeder Marie via haar vader Alfred van Saksen-Coburg en Gotha. Carol was net teruggekeerd van zijn wereldreis. Vůůr deze wereldreis was hij gescheiden van zijn eerste vrouw, Zizi Lambrino. Helena vergezelde Carol bij het huwelijk van haar broer George II van Griekenland met Carols zuster Elisabeth van RoemeniŽ. In november 1920 bracht Carol een bezoek aan Zurich en vroeg hij toestemming aan Constantijn om met diens dochter te mogen trouwen. Het huwelijk was geen gearrangeerd huwelijk, in tegenstelling van wat in die tijd veelvoorkomend was. Sophie van Pruisen was zelfs tegen het huwelijk.
In december 1920 werd Constantijn I weer op de Griekse troon gebracht. Helena keerde terug naar Athene. Op 10 maart 1921 trouwde Helena met kroonprins Carol II van RoemeniŽ in de Grote Metropolitaan. Ze was de eerste prinses die trouwde in Athene. De bruid droeg de Roemeense ĎGreek Keyí tiara, een cadeau van haar schoonmoeder. Het pasgetrouwde stel verbleef na de bruiloft in het paleis van Tatoi, maar vertrok begin mei met een zeilboot naar Boekarest.
Helena en Carol hadden een appartement op de Boulevard Geniului, maar ze brachten hun meeste tijd door op het Foishor, een Zwitserse chalet in Sinaia. De twee hadden in eerste instantie een gelukkig huwelijk, maar al snel werd de relatie killer. Op 25 oktober 1921 beviel Helena van haar enige zoon met Carol, Michael van RoemeniŽ. ďEr waren complicaties bij de bevalling en zowel moeder als zoon leken het niet te overleven.Ē Er gingen geruchten dat de baby te vroeg zou zijn geboren (de baby was nog maar zeven en een halve maand na het huwelijk van zijn ouders geboren). Er volgde daarop dan weer speculaties dat Helena vůůr het huwelijk zwanger was geworden, omdat de baby een gezond gewicht van negen pond had.
In december 1921 verhuisde de familie naar een huis in de Chaussťe Kyselef in Boekarest. Helena probeerde een school voor verpleegkundigen op te richten om de normen te verbeteren. In 1925 begon haar man een affaire met Magda Lupescu en in december van dat jaar deed Carol afstand van de Roemeense troon en verliet RoemeniŽ. Op 4 januari 1926 ratificeerde het Roemeense parlement de troonsafstand en voerde een wet door die Helena de titel Ďíprinses van RoemeniŽíí zou toewijzen. Helena bleef samen met haar zoon in RoemeniŽ. Michael was nu erfprins geworden.
Scheiding
In juli 1927 volgde de dan vijfjarige Michael zijn grootvader op als koning van RoemeniŽ. Helena hield alleen de titel van prinses van Roemenie, maar had geen officiŽle positie binnen het koninkrijk. Ze werd geen lid van de raad die in naam van Michael regeerde. In december 1927 vroeg Carol Helena om een scheiding. In eerste instantie weigerde ze mee te werken, maar uiteindelijk stemde ze, na advies van de regering, met het voorstel in. Op 21 juni 1928 werd het huwelijk door het Hooggerechtshof van RoemeniŽ nietig verklaard.
Op 6 juni 1930 keerde Carol terug naar RoemeniŽ en claimde de troon. Hij kreeg hulp van politica zoals Iuliu Maniu. Helena bleef samen met haar zoon in haar eigen woning in het Chaussťe Kyselef in Boekarest wonen. Er vonden maandenlang gesprekken plaats tussen Helena en Carol over een mogelijke nietigverklaring van de scheiding. De regering en de publieke opinie waren nieuwsgierig wat deze gesprekken zouden brengen. Een gezamenlijke troonsbestijging stond gepland voor het midden van september. Minister-president Iuliu Maniu vertelde Helena dat als een gevolg van de vernietiging van de wet van 4 januari 1926, Carol legitiem koning was geworden in juli 1927. Helena was automatisch koningin geworden.
De regering presenteerde een decreet aan Carol, waarin Helena officieel als ĎíHare Majesteit, de Koningin van RoemeniŽíí zou worden aangesproken. Carol besloot echter dat Helena voortaan als Hare Majesteit Helen moest worden aangesproken. Helena gaf niemand toestemming om deze titel in haar bijzijn te gebruiken.
Uiteindelijk werd evenwel duidelijk dat Carol geen nietigverklaring van de scheiding wilde en dat hij en zijn geliefde Madame Lupescu samen leefden op het Foishor. Opdat Helena geen tegenstand zou bieden tegen de regeringsplannen om de scheiding nietig te verklaren, besloot Carol maatregelen tegen haar te nemen. Carol plaatste bewakers om het huis van Helena heen en iedereen die haar bezocht werd vervolgd. De titel ere-kolonel van het Roshiori-regiment werd haar afgenomen.
Helena besloot onder die omstandigheden in ballingschap te gaan. Na een kort bezoek aan Londen, vertrok ze naar de villa van haar moeder in de buurt van Florence. Er volgde een slepend conflict tussen Carol en Helena over de opvoeding van Michael. Helena en Carol discussieerden over wanneer en onder welke omstandigheden Carol zijn zoon mocht zien. In oktober 1932 keerde Helena terug naar Boekarest. Carol begon een campagne in de pers waarin hij suggereerde dat Helena twee keer had geprobeerd zelfmoord te plegen. De regering liet een verklaring uitgaan die Helena toestemming gaf om zes maanden per jaar in RoemeniŽ te verblijven. Haar zoon Michael mocht RoemeniŽ ťťn maand per jaar bezoeken.
Ondanks de officiŽle toestemming om te verblijven in Roemenie, werd verwacht dat Helena in Florence zou blijven. Met haar alimentatie kon Helena het veroorloven om een villa in de buurt van San Domenico aan te schaffen. In het voorjaar van 1934 nam Helena haar intrek in Villa Sparta, samen met haar broer Paul en zusters Catherine en Irene. Ze woonde hier gedurende tien jaar. Michael vergezelde haar voor ongeveer een maand per jaar.
Koningin-moeder van RoemeniŽ
In september 1940 werd Michael opnieuw tot koning verheven van RoemeniŽ. Michael had op dat moment de leeftijd van 18 jaar bereikt. Hij wilde dat zijn moeder Helena terugkeerde naar RoemeniŽ. Ze kreeg de titel Koning-moeder van RoemeniŽ toegewezen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog richtte Helena zich op de verzorging van gewonde soldaten. Voor haar hulp aan het redden van Roemeense joden ontving Helena de status Rechtvaardige onder de Volkeren.
Helena was een vooraanstaande gast bij het huwelijk van haar neef Philip Mountbatten met de Engelse kroonprinses Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk in 1947. In hetzelfde jaar werd Michael gedwongen om te abdiceren. Helena keerde terug naar Villa Sparta in San Domenico. Later woonde ze in Florence en Lausanne. Helena overleed in 1982 op de leeftijd van 86 jaar in Lausanne.
Titels
2 mei 1896 - 10 maart 1921: Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Helena van Griekenland en Denemarken
10 maart 1921 - 4 januari 1926: Haar Koninklijke Hoogheid, Kroonprinses van RoemeniŽ
4 januari 1926 - 21 juni 1928: Haar Koninklijke Hoogheid, Prinses van RoemeniŽ
21 juni 1928 - 8 juni 1930: Hare Majesteit Helen, Koninklijke Moeder van De Koning
8 juni 1930 - 6 september 1940: Hare Majesteit Helen, Koninklijke Moeder van de Kroonprins
6 september 1940 - 30 december 1947: Hare Koninklijke De Koningin-Moeder van RoemeniŽ
30 december 1947 - 28 november 1982: Hare Majesteit Koningin-Moeder Helena van RoemeniŽ (titulair)

Queen Helen of Romania.jpg

Koningin-moeder van RoemeniŽ
Periode 1940-1982
Vader Constantijn I van Griekenland
Moeder Sophie van Pruisen
Dynastie Sleeswijk-Holstein- Sonderburg-GlŁcksburg
Huis Hohenzollern

 

 

 

Helena met haar echtgenoot Carol II van RoemeniŽ

 


Alexandros Koryzis

Alexandros Koryzis is niet meer dan een voetnoot in de moderne Griekse geschiedenis, maar op Poros wordt hij herinnerd als de premier die zelfmoord pleegde in plaats van het land over te geven aan nazi-Duitsland.

Zijn ambtstermijn was kort - minder dan drie maanden - maar is typerend voor de politieke spanningen en intriges in die tijd. Locals zien ook grote symboliek in de datum van zijn overlijden: 18 april 1941, die toevallig Good Friday dat jaar was.

Koryzis werd geboren in 1885 op Poros en stamt uit een bevoorrechte achtergrond. Zowel zijn grootvader als zijn vader waren politici; zijn vader werd drie keer verkozen in het parlement en diende van 1895 tot 1899 als burgemeester van Poros. Maar zijn jeugd was ook ontsierd door de dood van zijn moeder toen hij nog maar zeven jaar oud was.

Koryzis studeerde rechten en ging in 1903 op achttienjarige leeftijd werken bij de Nationale Bank van Griekenland, waarvan hij in 1928 plaatsvervangend gouverneur werd. Een jaar later, in 1929, stichtte hij de Landbouwbank van Griekenland en diende als zijn eerste president. Toen generaal Ioannis Metaxas in 1936 de macht greep, benoemde hij Koryzis tot het ministerie van Sociale Zaken.

Metaxas 'onverwachte dood op 29 januari 1941 veroorzaakte de instorting van zijn dictatuur, slechts drie maanden nadat zijn afwijzing van Mussolini's overlevering ultimatum op 28 oktober Griekenland in oorlog bracht met ItaliŽ. Zonder duidelijke opvolger, bewoog Koning George zich om de leegte te vullen door de premier van Koryzis te benoemen maar toch een strak regeert op macht te houden, zoals Groot-BrittanniŽ gewenst. Terwijl de oorlog woedde op het Albanese front en de Duitsers klaarstonden om Griekenland aan te vallen, was de technocraat Koryzis overweldigd. Op 6 april verwierp hij een Duitse eis om alle Britse troepen uit Griekenland te verdrijven, waardoor de Duitse invasie effectief werd uitgelokt. In minder dan tien dagen bezetten de Nazi-troepen het grootste deel van het land.
Op 18 april 1941, met oprukkende Duitse troepen, ontmoetten de Britten de koning en het Griekse kabinet in het zomerpaleis van Tatoi. De Britten drongen erop aan dat de Grieken een verdedigingslinie opzetten bij Thermopylae - een plan tegengesteld door het hoofd van de Griekse strijdkrachten, maarschalk Alexander Papagos. Later op de dag werd Koryzis opgeroepen voor een vergadering in het Grande Bretagne Hotel, waarna hij een privť-ontmoeting met de koning had. Er is niets bekend over de uitwisseling tussen koning en premier, hoewel Koryzis achteraf als moedeloos werd omschreven. Een paar uur later werd hij dood in zijn huis gevonden en had hij zichzelf door het hart geschoten.

Historici hebben gespeculeerd over wat Koryzis tot zelfmoord kan hebben geleid, verwijzend naar het bestaan ​​van dramatische kabels vanaf het front met verwijzingen naar overgave en verraad. Het officiŽle verslag in het Generaal Commando Geschiedenis van het legerzegt Koryzis had de vergadering geschud toen de koning heeft gezegd dat hij zou overwegen het voorstel van de premier voor de regering te worden overgenomen door het leger. Hoewel het zeker is dat koning en premier die nacht achter gesloten deuren botsten, blijft de bron van hun onenigheid onduidelijk. Sommige geleerden zeggen dat Koryzis de generaals niet kon overtuigen de Britse linie te volgen; anderen nemen de samenzweerderige opvatting dat Koryzis 'dood geen zelfmoord was, maar een moord door Britse agenten als een les voor iedereen die zou overwegen om uit de pas te lopen. Tot op heden blijft het mysterie rond de omstandigheden van de zelfmoord van Koryzis bestaan.

AlexandrosKoryzis--P02018.027.jpeg

Geboren 1885
Poros, Griekenland
Overleden 18 april 1941
Athene, Griekenland
Premier van Griekenland
Aangetreden 29 januari 1941
Einde termijn 18 april 1941
Voorganger Ioannis Metaxas
Opvolger Emmanouil Tsouderos
Portaal Portaalicoon Politiek
 

 


Ioannis Metaxas

Ioannis Metaxas (Grieks: Ιωάννης Μεταξάς, IoŠnnis MetaxŠs; in het Nederlands ook Johannes, Johan of Jan Metaxas genoemd) (Ithaka, 12 april 1871 Ė Athene, 29 januari 1941) was een Grieks generaal en staatsman.
Militaire en politieke carriŤre
Ioannis Metaxas werd geboren in 1871 in Ithaca. Hij werd militair en diende mee in de Grieks-Turkse oorlog in 1897. Nadien studeerde hij in Duitsland aan de militaire academie van Berlijn. Toen hij terugkeerde werd hij adjudant van Venizelos, de toenmalige premier en minister van Oorlog, samen moderniseerden ze het Griekse leger, waarmee zij in de Balkanoorlogen (1912-1913) successen behaalden. Metaxas werd in 1913 aangesteld als staf-chef van het leger. In 1915 wenste Venizelos de geallieerden te steunen voor de expeditie naar de Dardanellen, maar Metaxas verkoos de zijde van koning Constantijn I, die Griekenland neutraal wilde houden. In 1916 promoveerde hij tot Luitenant-Generaal, hij was ťťn van de weinigen die gekant was tegen de verderzetting van de Grieks-Turkse oorlog. In juni 1917 werd, met steun van de geallieerden, koning Constantijn I afgezet en greep Venizelos de macht. Metaxas volgde de koning in diens ballingschap naar Corsica. Geen van beiden keerden terug tot 1920, wanneer Venizelos de verkiezingen verloor. Wanneer de Griekse troepen in 1922 op catastrofale wijze door Kemal Ataturk verslagen werden in de Grieks-Turkse oorlog, wordt koning Constantijn opnieuw gedwongen in ballingschap te gaan. Metaxas gaat de politiek in en richt op 12 oktober 1922 een rechtse partij op. Een jaar later, in oktober 1923, werd hij echter als gevolg van zijn banden met een royalist gedwongen opnieuw het land te verlaten. Kort daarop werd ook koning George II (zoon van Constantijn I) gedwongen in ballingschap te gaan en werd in maart 1924 de Tweede Helleense Republiek uitgeroepen. Metaxas keerde terug naar Griekenland en verklaarde de regime-wisseling te aanvaarden. Na de verkiezingen van 1926 werd hij minister van communicatie in de regering van Alexandros Zaimis. Hoewel bij de daaropvolgende verkiezingen van 1928, 1932 en 1933 het aantal behaalde zetels voor zijn partij daalde, werd Metaxas in 1933 minister van binnenlandse zaken. Bij de verkiezingen van 1935 en 1936 ging hij telkens een coalitie aan met andere kleine royalistische partijen. In 1935 werd hij minister van Oorlog. Na een betwistbaar referendum keerde koning George II terug naar Griekenland. Bang voor een coup duidt koning George II op 13 april 1936 Metaxas aan als eerste minister ad-interim. De aanstelling werd bekrachtigd door het Grieks parlement. Naar aanleiding van onrust roept Metaxas op 4 augustus 1936 de noodtoestand uit en met goedkeuring van de koning stuurt hij het parlement naar huis en regeerde sindsdien dictatoriaal. In 1938 laat hij zich tot premier voor het leven benoemen en wijdt hij zich volledig aan zijn ideaal: de opbouw van een "Derde Griekse Rijk". Staatspropaganda portretteren Metaxas als ďRedder van de natieĒ die eenheid bracht in een verdeeld land.
Intern gevoerde politiek
Metaxas verbood andere politieke partijen en stakingen en liet de media censureren. Ook ďanti-GriekseĒ literatuur wordt gezien als gevaar voor de staat en bijgevolg werden boeken verbrand van niet enkel Griekse schrijvers maar ook van schrijvers als Goethe, Shaw en Freud. Toen Metaxas in 1938 minister van Onderwijs werd, liet hij eveneens alle schoolboeken herschrijven, zodat ze pasten binnen de ideologie van zijn regime. Metaxas nam verschillende instituties over van het Italiaanse fascistische regime, zoals een nationale arbeidsdienst, de acht uur durende werkdag, verbetering van de werkomstandigheden en het sociale zekerheidssysteem (Ίδρυμα Κοινωνικών Ασφαλίσεων, IKA), nog steeds het grootste sociale zekerheidsinstituut in Griekenland. Metaxasí macht was gebaseerd op de steun van het leger en koning George II.
Gevoerde politiek met betrekking tot het buitenland
In de late jaren í30 was Griekenland, zoals meerdere Balkanlanden, een belangrijke handelspartner voor Duitsland. Metaxas - die door zijn opleiding in Duitsland eerder Duitsgezind was - probeerde te balanceren tussen het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Zijn pogingen om Griekenland buiten Wereldoorlog II te houden kwamen resoluut aan hun einde toen Mussolini op 28 oktober 1940, Griekenland een ultimatum voorlegde om zich over te geven aan de Italiaanse troepen. Metaxas zou volgens de legende simpelweg ďΟχιĒ (ochi is Grieks voor ďNeeĒ) geantwoord hebben aan de Italiaanse afgezanten. Trots op hun kordate antwoord vieren de Grieken tot op heden (op 28 oktober) ďOchi-dagĒ. Een paar uur na dit antwoord echter, viel ItaliŽ Griekenland binnen via AlbaniŽ. Dit was de start van de Grieks-Italiaanse oorlog. Dankzij hun voorbereidingen en goede verdediging, was Griekenland in staat om de Italiaanse legers terug te dringen tot in AlbaniŽ en daarbij ook het zuidelijke deel van AlbaniŽ te bezetten. Deze nederlaag van de asmogendheden leidde tot de inval van Duitsland in Griekenland op 6 april 1941. Hierbij omtrokken ze de Metaxaslinie, die door Metaxas langs de Grieks-Bulgaarse grens geconstrueerd was.
Levenseinde
De Duitse inval in Griekenland maakte Metaxas echter niet meer mee, hij overleed op 29 januari 1941 in Athene, kort na de Italiaanse invasie. Alexandros Korizis volgde hem op als minister-president.
Zijn memoires werden in 1951 onder de titel Hemerologion ('dagboek') door zijn weduwe uitgegeven.

Ioannis Metaxas in 1937

Ioannis Metaxas in 1937
Geboren 12 april 1871
Ithaka, Vlag van Griekenland 1828-1978 Griekenland
Overleden 29 januari 1941
Athene, Vlag van Griekenland 1828-1978 Griekenland
Politieke partij Vrijdenkerspartij
Premier van Griekenland
Aangetreden 1936
Einde termijn 1941
Voorganger Konstantinos Demertzis
Opvolger Alexandros Korizis
Portaal Portaalicoon Politiek
 

 


Nikolaos Plastiras

Nikolaos Plastiras (Grieks: Νικόλαος Πλαστήρας) (Karditsa, 4 november 1883 - Athene, 26 juni 1953) was een vooraanstaand Grieks militair, generaal, politicus en eerste minister.
Balkanoorlog en Eerste Wereldoorlog
Nadat Plastiras afstudeerde van school, begon hij in 1904 een militaire loopbaan als vrijwilliger in het vijfde infanterieregiment. Tussen 1904 en 1908 nam hij deel aan veldslagen met Bulgarije en het Ottomaanse Rijk in het bezette MacedoniŽ. In 1910 studeerde Plastiras af van de onderofficiersschool en nam vervolgens deel aan de Balkanoorlog van 1912-1913. Tijdens deze oorlog viel hij op wegens zijn dapperheid en kreeg hij al gauw de bijnaam de zwarte ruiter.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog steunde hij als majoor het Megali Idea van toenmalig eerste minister Eleftherios Venizelos. Gedurende de strijd aan het Salonikifront en na de Veldslag van Skra-di-Legen van 16 mei 1918 kon hij in het leger promoveren tot onderluitenant.
Grieks-Turkse Oorlog en revolutie van 1922
Na de Eerste Wereldoorlog was hij in 1919 als kolonel commandeur van het 42ste Evzoneregiment in de OekraÔne, om daar uiteindelijk tevergeefs tegen het Rode Leger te vechten. In de daaropvolgende Grieks-Turkse Oorlog leidden de Griekse troepen enkele pijnlijke nederlagen, die door de Grieken ook wel de Klein-Aziatische catastrofe genoemd wordt en die door de Turken ook wel de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog genoemd wordt. Niettemin zorgde een militaire strategie onder leiding van Plastiras ervoor dat onder andere duizenden Anatolische Grieken gered konden worden. Hierdoor werd hij zeer populair bij de Grieken. De Turken daarentegen gaven hem de bijnaam de zwarte peper en het Evzoneregiment kreeg als bijnaam het leger van Satan.
Na de vele nederlagen keerden Plastiras en de troepen die nog overbleven terug naar Athene, waar hij samen met enkele andere officieren een revolutie aanvoerde. Door de ondersteuning van leger en marine en de steun van het volk en oud-eerste minister Venizelos slaagde hij erin om heel Griekenland onder controle te krijgen. Hierdoor moest koning Constantijn I opstappen en werd zijn zoon George II als opvolger aangeduid. Vervolgens werd het leger gereorganiseerd en volgde de omstreden berechting van vroegere eerste ministers Dimitrios Gounaris, Petros Protopapadakis en enkele hoge officieren wegens hoogverraad in verband met de Griekse nederlagen tijdens de Grieks-Turkse oorlog.
Kort nadien keerde oud-eerste minister Eleftherios Venizelos terug uit ballingschap en leidde die de Griekse delegatie bij het Verdrag van Lausanne. Wegens de internationale spanningen, economische problemen et cetera zag Plastiras zich gedwongen om politieke maatregelen te nemen. Nadat een royalistische putsch mislukte, dwong hij koning George II eind 1923 om in ballingschap te gaan en stelde vervolgens op 19 december 1923 Pavlos Koundouriotis aan als voorlopig regent. Kountouriotis zou later president van Griekenland worden.
Na de Griekse Parlementsverkiezingen van december 1923 zette Plastiras op 2 januari 1924 zijn militaire loopbaan stop en trok zich terug uit het publieke leven.
Griekse republiek en Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Griekse republiek werd Griekenland politiek instabiel en geplaagd door vele regeringscrisissen en conflicten tussen Venizelos en koningsgezinden. Bovendien kende Griekenland in deze periode ook een grote economische crisis. Tijdens de dictatuur van Theodoros Pangalos werd Plastiras vervolgd.
In maart 1933 probeerde hij nog een putsch uit te voeren nadat de royalisten de parlementsverkiezingen hadden gewonnen, maar dat mislukte. Nadat zelfs Venizelos protesteerde tegen Plastiras' putsch, vertrok hij naar het buitenland. Na de mislukte revolutie van 1935 door aanhangers van Venizelos, werd hij bij verstek ter dood veroordeeld.
Niettemin werd hij door de Grieken vereerd als een oorlogsheld en een trouwe republikein. Na de inval van de Duitse Wehrmacht in 1941, steunde Plastiras vanuit zijn ballingschapsplaats in Frankrijk de Nationaal Republikeinse Griekse Liga.
Politieke loopbaan
Eerste mandaat van premier

Na de bevrijding leidde Plastiras van 3 januari 1945 tot 9 april 1945 een regering. Tijdens deze drie maanden moest hij vaak bemiddelen tussen de royalisten. Door zijn republikeinse sympathieŽn wantrouwde de Britse Controlemacht hem echter en moest hij ontslag nemen.
Tweede mandaat van premier
Na de Griekse Burgeroorlog richtte Plastiras in 1949 de Nationale Progressieve Centrumunie (EPEK) op. Vervolgens vormde hij op 15 april 1950 een coalitieregering met de Liberale Partij van Sophoklis Venizelos en de Democratisch-Sociale Partij van Giorgos Papandreou. Nadat ťťn van de coalitiepartners verder vertrouwen in de regering opzegde, diende hij het ontslag van de regering in en werd Plastiras op 21 augustus 1950 opgevolgd door Sophoklis Venizelos.
Derde mandaat van premier
Nadat EPEK de parlementsverkiezingen van augustus 1951 won, vormde hij op 1 september 1951 een regering met de Liberale Partij die oplossingen zou zoeken om de grote problemen van Griekenland te doen verdwijnen. In oktober 1952 verloor Plastiras de verkiezingen en trad op 11 oktober 1952 af als premier.
Hij verliet teleurgesteld de politiek en stierf ťťn jaar later in Athene. Zijn dood zorgde voor een diepe rouw in Griekenland.

Prokopiou-Plastiras-9.jpg

Nikolaos Plastiras als kolonel, schilderij van Georgios Prokopiou (1921)
Premier van Griekenland
In functie
1 november 1951 - 11 oktober 1952
Monarch Paul
Voorafgegaan door Sophoklis Venizelos
Opgevolgd door Dimitrios Kiousopoulos
In functie
15 april 1950 - 21 augustus 1950
Monarch Paul
Voorafgegaan door Sophoklis Venizelos
Opgevolgd door Sophoklis Venizelos
In functie
3 januari 1945 - 9 april 1945
Monarch George II
Voorafgegaan door George Papandreou
Opgevolgd door Petros Voulgaris
Persoonlijke gegevens
Geboren 4 november 1883 
Karditsa , Griekenland
Ging dood 26 juli 1953 (69 jaar) Athene , Griekenland
Nationaliteit Grieks
Politieke partij National Progressive Center Union
Militaire dienst
Bijnamen) Black Rider, Black Pepper
Trouw Griekenland Koninkrijk Griekenland
Service / tak Helleense leger
Dienstjaren 1904-1924
Rang GR-Army-OF8-1912.svg luitenant Generaal
Gevechten / oorlogen Macedonische strijd 
Balkan Wars 
Eerste wereldoorlog 
Geallieerde interventie in de Russische kleinschalige campagne van de burgeroorlog in 
AziŽ

 


Emmanouil Tsouderos

Emmanouil Tsouderos ( Grieks : Εμμανουήλ Τσουδερός , ook getranscribeerd als Emmanuel Tsuderos ; 19 juli 1882 - 10 februari 1956) was een politieke en financiŽle figuur van Griekenland . Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende hij kort als premier van Griekenland in 1941 en daarna als premier in de Griekse regering in ballingschap (1941-1944).
Het vroege leven en studies 
Emmanuel Tsouderos werd geboren in 1882 in Rethymnon op Kreta (toen onderdeel van het Ottomaanse rijk). Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Athene en economie in Parijs en Londen. 
CarriŤre in de politiek
Hij keerde terug naar Kreta op de leeftijd van 24, en werd verkozen tot lid van het parlement van de Kretenzische wetgevende macht (1906-1912), toen Kreta een autonome status had onder de suzereiniteit van het Ottomaanse rijk en werd beschermd door Rusland, Groot-BrittanniŽ, Frankrijk en ItaliŽ.
Na de unie van Kreta met Griekenland in december 1913 werd hij gekozen tot lid van het Helleense parlement en diende hij als minister van Vervoer onder Eleftherios Venizelos , en minister van FinanciŽn onder Themistoklis Sophoulis .
In 1928, toen de Centrale Bank van Griekenland werd opgericht, werd Tsuderos benoemd tot eerste vice-gouverneur en in 1931 tot gouverneur. 
Zie Marguarita Dritsas, Hellenic Open University, voor haar definitieve biografie van Tsourderos, gebaseerd op zijn persoonlijke papieren in de Bank of Greece Archives. [Dritsas, Margarita. (2012). Emmanuel Tsouderos, 1882-1956, Central Banker and Politician. Bank of Greece Publications.] 
Premier 
In 1941 tijdens de Tweede Wereldoorlog de Griekse premier Alexandros Koryzis zelfmoord gepleegd als de nazi-leger gevorderd in de richting van Athene , en Tsouderos volgde hem op als premier van Griekenland (21-29 april 1941). Na de aanname van macht vluchtte Tsouderos met King George II naar Kreta, waar hij Griekse troepen organiseerde om de komende Duitse invasie tegemoet te treden.
Tsouderos vluchtte opnieuw tijdens de Slag om Kreta . Hij ging naar het Midden-Oosten en later Egypte . Tseverdos leidde de Griekse regering in ballingschap van 29 april 1941 tot 13 april 1944. Deze regering was aanvankelijk gevestigd in Londen , maar verhuisde vervolgens naar Cairo . Hij diende in de volgende regering in ballingschap onder Sofoklis Venizelos .
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog diende Tsouderos in verschillende hoedanigheden, tot zijn dood op 73-jarige leeftijd in Nervi , Genua , ItaliŽ op 10 februari 1956.

Emmanouil Tsouderos

 


Shlomo Venezia

Shlomo Venezia (Grieks: Σλόμο Βενέτσια) (Thessaloniki, 26 juli 1923 Ė Rome, 1 oktober 2012) was een Jood van Grieks-Italiaans afkomst, geboren en getogen in Thessaloniki, Griekenland. Hij werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau, waar hij werd ingedeeld bij het Sonderkommando. Hij was een van de weinige leden van het Sonderkommando die de oorlog overleefde.
Biografie
Voor de deportatie

Shlomo Venezia groeide op in het Griekse Thessaloniki. Na de Duitse inval vluchtten Venezia en zijn familie naar Athene waar ze in barre omstandigheden moesten leven. Toen Shlomo 20 jaar oud was werden hij en zijn familie echter opgepakt door de SS en in een vrachtwagen naar een kamp gebracht waar ze een week verbleven. Daarna werden ze gedeporteerd naar het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. De levensomstandigheden in Griekenland waren inmiddels zo slecht geworden, dat de familie dit als een verbetering zag: in hun ogen waren de Duitsers streng maar eerlijk. Dit dachten ze zelfs nog na de aankomst in Birkenau: ze geloofden dat ze er zouden werken voor het Reich. Na een dagenlange reis was iedereen zo uitgeput door het gebrek aan voedsel en slaap dat men alles onderging zonder hierbij vragen te stellen. Na een treinreis van elf dagen kwam de familie in april 1944 aan in Auschwitz. Op het perron werd Shlomo hardhandig van zijn moeder gescheiden. Hij heeft haar en zijn zusters nooit teruggezien.

Aankomst in Auschwitz
Bij aankomst in Auschwitz moesten de mannen aan de ene kant staan en de vrouwen en kinderen aan de andere kant. Alles gebeurde zo snel dat de Joden niet beseften dat ze voorgoed gescheiden werden van hun families. Venezia's groep telde ongeveer 300 man en de andere groep zo'n 1.500 mensen. Deze groep werd direct naar de gaskamers geleid. Venezia en zijn lotgenoten moesten te voet naar het kamp waar ze aankwamen in een met prikkeldraad afgezette plein. Boven de toegangspoort hing het opschrift Arbeit macht frei. Nog steeds dachten ze in een werkkamp aangekomen te zijn.

Een Duitse officier stuurde hen echter terug naar Birkenau waar ze naar de Zentralsauna werden geleid, het gebouw waar iedereen gekeurd en gedesinfecteerd werd. Twee officieren-artsen deden de eerste keuring en stuurden de zwaksten onder hen meteen weg. De rest werd kaalgeschoren en moest ze zich uitkleden om naar de douches te gaan waar een Duitser zich amuseerde door hen afwisselend onder ijskoud en heet water te zetten. Vervolgens werd hen door medegevangenen een registratienummer op hun linkerarm getatoeŽerd. Venezia kreeg nummer 182727.

Bij het verlaten van de Zentralsauna werd Venezia geroepen door een jongen die hij in eerste instantie niet herkende door zijn korte haar en de grijsgestreepte gevangenenkledij. Het bleek zijn broer te zijn. Toen kwam hij ook te weten wat er met zijn moeder was gebeurd: toen hij naar haar vroeg, wees iemand naar de rook uit de grote schoorsteen en vertelde dat iedereen die met hen was meegekomen, zich al aan het "losmaken" waren van deze plek. Langzaam groeide het besef dat ze er misschien niet allemaal levend uit zouden komen.

Na enkele dagen quarantaine kwamen Duitse officieren de barak binnen en vroegen de gevangenen naar hun beroep. Ze beseften dat ze maar beter een nuttig beroep konden noemen. Venezia zei dat hij kapper was van beroep, omdat hij bij aankomst geschoren werd door andere gevangenen en hoorde dat zij niets anders hoefden te doen dan iedereen kaalscheren. Zo'n tachtig man, onder wie Shlomo en zijn broer werden naar een afgesloten gedeelte van het kamp gebracht. Daar kreeg hij brood met jam toegestoken van iemand die hem verzekerde dat ze voortaan genoeg te eten zouden krijgen, omdat ze nu in een speciale eenheid zaten: het Sonderkommando.

Graffiti in Rome na de dood van Shlomo Venezia

Het Sonderkommando
In het kamp werden de leden van het Sonderkommando gedwongen mee te helpen aan de massavernietiging van hun eigen volk. In opdracht van de SS begeleidden ze mensen naar de gaskamers om later hun lijken op te moeten ruimen en de sporen die in de gaskamers achter waren gebleven, uit te wissen. Na enige maanden waren de meesten van hen verzwakt door ondervoeding, vermoeidheid en ziekte, en werden dan zelf vermoord. Vlak voor de bevrijding van het kamp door de soldaten van het Rode Leger werden de meeste nog levende leden van het Sonderkommando als getuigen gezien en uit de weg geruimd.

Shlomo's verhaal
Als zogezegde kapper moest Venezia het haar van de dode vrouwen afknippen. Hij kwam er nog goed vanaf in vergelijking met een vriend die had verteld dat hij tandarts was: hij moest de lijken de gouden tanden uittrekken, wat niet altijd even gemakkelijk ging. Wanneer de lijkstijfheid was ingetreden, moest hij eerst de kaken openbreken. Doordat er op het laatst zoveel transporten aankwamen en er zoveel mensen werden vergast, werden ook de kappers al vlug ingedeeld voor andere klussen, zoals het begeleiden van de mensen tot de gaskamer en daarna het opruimen van de lijken.

Venezia werd in Crematorium III tewerkgesteld, waar men bij het binnenkomen eerst de kleedkamers heeft en daarna de gaskamer. Er was een lift geÔnstalleerd die de gaskamer verbond met de ovens die zich een verdieping hoger bevonden. Eerst werden de vrouwen en kinderen naar de kleedkamer gebracht waar ze zich moesten uitkleden om daarna zogezegd onder de douche te gaan. Er werd hen gezegd om het nummer van hun kapstok te onthouden zodat ze na hun douche hun kleren gemakkelijker zouden terugvinden. Daarna waren de mannen aan de beurt. Uiteindelijk werden ze naar de doucheruimte bij de vrouwen en kinderen gebracht. Er werden zo'n 1.500 tot 1.700 mensen samengeperst in een kamer die daar niet op voorzien was. Velen stierven al vůůr de vergassing.

Venezia en zijn medehelpers hoorden de mensen schreeuwen en huilen toen ze goed en wel beseften dat de deur al veel te lang dicht was en er nog steeds geen water uit de douchekoppen kwam. En dan ging het licht uit en na enige tijd weer aan, omdat een bewaker door een luik controleerde of de kamer wel vol genoeg was. Wanneer het licht opnieuw aanging, hoorde men de mensen opgelucht ademhalen. Het licht ging echter weer uit, en de Zyklon-B-tabletten werden in de kamer gedeponeerd door de dakpijpen en de leidingen. De mensen schreeuwden het uit. Twaalf minuten later was het weer stil, iedereen was dood. Zo ging het altijd, aldus Venezia.

Eťn iemand heeft het eens overleefd. Na het openen van de gaskamer hoorde iemand een vreemd geluid, een soort gerochel en gehuil. Het bleek afkomstig te zijn van een baby die zodanig aan de borst van haar moeder had gezogen dat zij relatief weinig gas had ingeademd: het kind leefde nog tussen die stapel lijken. Het meisje hing nog steeds vastgeklampt aan haar moeders borst. Een Duitser vond haar en schoot het kind koelbloedig dood.

Tijdens een van de laatste vergassingen in het crematorium moest Venezia een groep mannen begeleiden in de kleedkamer toen hij iemand zijn naam hoorde roepen. Het was Lťon Venezia, een neef van zijn vader. Hij was gewond en niet meer in staat om te werken en werd dus naar de gaskamer gestuurd. Lťon was in paniek en vroeg Shlomo hem te helpen te vluchten. Het was inmiddels bij iedereen bekend dat niemand de kamer nog levend verliet. Shlomo zei hem dat hij hem niet kon redden maar deed er alles aan om hem gerust te stellen. Hij gaf hem nog brood en sardines zodat zijn vaders neef zich wat beter voelde. Lťon vroeg aan Shlomo hoelang het duurde vooraleer men doodging en of het pijn deed. Shlomo Venezia loog niet en zei hem dat het 10 ŗ 12 minuten zou duren, maar hij durfde hem niet zeggen hoe lŗng die 12 minuten zouden duren. Gearmd gingen Shlomo en Lťon de gaskamer binnen. Zijn kameraden moesten Shlomo ondersteunen en ervoor zorgen dat hij Lťon niet te zien kreeg toen de deur weer openging.

Door zijn verstand op nul te zetten en te werken als een automaat kon Shlomo dit gruwelijk werk volhouden. Dit was de enige manier om in leven te blijven, toch zo lang mogelijk en met zeer veel geluk. Het werk was gruwelijk maar hij leerde ermee leven, zelfs met de verschrikkelijke geur en het zicht van de stapels lijken. Als de deur van de gaskamer openging, bood dit een onbeschrijfelijke aanblik van dode lichamen, die in een smurrie van urine, uitwerpselen, braaksel en bloed lagen. Dit was de smerigste dood die men zich kon indenken. Sommige lijken waren erg rood, anderen dan weer zeer wit, of hadden uitpuilende ogen. In de eerste dagen dat hij met dit karwei belast was kon Shlomo amper eten. Hij kon zijn brood nauwelijks aanraken omdat de geur van de dood op zijn handen kleefde en hij voelde zich bezoedeld door de dood. Gaandeweg leerde hij ermee leven en ermee om te gaan, hoe hard het ook was. Per slot van rekening werden hij en zijn lotgenoten gedwongen dit vuile werk te doen: als iemand weigerde dit werk uit te voeren, werd de man meteen met een nekschot afgemaakt, wat Venezia had zien gebeuren. En als zij het niet deden, moest iemand anders het voor hen doen. Het was een kwestie van overleven en genoeg eten te hebben en voor zichzelf te zorgen, en proberen helder te denken, anders gingen ze er zelf aan kapot.

Om de drie maanden ongeveer, werd er een selectie doorgevoerd in het Sonderkommando. Van de zowat 900 leden werden er telkens zo'n 250 man uitgepikt om gedood te worden en vervangen te worden door nieuwe mannen. Naarmate de tijd verstreek, begon Venezia ook zijn dagen te tellen. Omdat er op het einde nog een enorm aantal Hongaren werden gedeporteerd en de tijd begon te dringen, kwam vanuit Berlijn het bevel dat het huidige Sonderkommando moest aanblijven om op korte termijn nog zo veel mogelijk mensen te kunnen doden.

Op een dag zagen ze duizenden mensen het kamp verlaten. Waar er tot nu toe alleen mensen binnenkwamen, was er nu een massale uittocht aan de gang. Toen kwam er een SS'er de barak binnen die riep dat ze binnen moesten blijven. Venezia en de zijnen vonden dit verdacht, want ze moesten altijd binnenblijven als ze niet aan het werk moesten. Ze wisten dat ze, als ze als enige achter zouden blijven, gedood zouden worden, omdat ze te veel wisten. Hij en zijn medegevangenen van het Sonderkommando ontvluchtten hun barak en mengden zich onder de andere gevangenen. Dat was het beste dat ze konden doen want toen ze 's avonds in Auschwitz aankwamen, waren de Duitsers naar hen op zoek. Ze vroegen wie in het Sonderkommando gezeten had, maar niemand bekende natuurlijk. Op deze manier konden Venezia en de zijnen opgaan in de massa. Venezia werd daarna tewerkgesteld in Melk en in Ebensee, waar hij bij temperaturen van -20įC buiten moest werken. Het kon Venezia toen niet veel schelen; hij was zo blij dat hij weg was van de gaskamers, dat hij de kou niet voelde. Hij is daar gebleven tot aan de bevrijding.

Bevrijd
Na de bevrijding door de Amerikanen werden ze eerst ontsmet met DDT en moesten ze een rŲntgenfoto laten maken. Venezia werd meteen naar een tent gebracht zonder te weten wat hem mankeerde. Het was zeer lang geleden dat hij nog tussen smetteloze lakens en in een zacht bed had gelegen. Een vriend die hem kwam bezoeken zag dat er aan Shlomo's bed een bordje met de vermelding "TBC" hing. Zijn vriend en de anderen maakten plannen om via ItaliŽ naar Palestina te trekken en Venezia wilde met hen mee. Venezia raakte echter niet verder dan ItaliŽ, waar zijn ziekte doorbrak. Hij werd naar een sanatorium nabij Rome gebracht en het heeft tweeŽnhalf jaar geduurd voor hij genezen was. Psychisch er weer bovenop komen duurde langer: ongeveer zeven jaar. Venezia bleef in Rome, ging Engels studeren en doorliep ook de hotelschool. Tijdens de Engelse les leerde Venezia zijn toekomstige vrouw kennen. Ze kregen drie kinderen en vijf kleinkinderen.

Venezia's getuigenis
Kort na de oorlog wilde niemand naar Venezia luisteren. De oorlog was zwaar geweest voor iedereen en niemand wilde er nog aan herinnerd worden. Bovendien heeft het lang geduurd tot Venezia het een plaats kon geven in zijn leven. Op een gegeven moment zag Venezia op gevels in het centrum van Rome antisemitische slogans en hakenkruizen opduiken. Toen vond Venezia dat het tijd was om na 65 jaar zijn verhaal te doen, om te vertellen wat hij had gezien, gehoord en meegemaakt.

 


Sofoklis Venizelos

Sofoklis Venizelos ( Grieks : Σοφοκλής Βενιζέλος , ook getranscribeerd als Sophocles Venizelos) (3 november 1894 - 7 februari 1964) was een Griekse politicus, die driemaal premier was van Griekenland - in 1944 (in ballingschap), 1950 en 1950-1951 .

Leven en carriŤre 
Venizelos werd geboren op 3 november 1894 in Chania , op Kreta (toen een deel van het Ottomaanse rijk , werd een autonome staat onder Ottomaanse suzereiniteit en de bescherming van Rusland, Groot-BrittanniŽ, Frankrijk en ItaliŽ in 1898). Hij was de tweede zoon van de politicus Eleftherios Venizelos .

Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij met onderscheid in het Griekse leger en in de eerste fasen van de Klein-AziŽ campagne , het bereiken van de rang van Captain of Artillery .

Hij nam ontslag bij het leger en werd verkozen als parlementslid bij de liberale partij van zijn vader in de verkiezingen van 1920.

In 1941, na de bezetting door de As van Griekenland , werd hij ambassadeur bij de Verenigde Staten en vertegenwoordigde hij de Griekse regering in ballingschap in CaÔro . Hij werd minister van die regering in 1943 onder premier Emmanuel Tsuderos, en kortweg zijn premier in 1944 (13-26 april).

Na het einde van de oorlog keerde hij terug naar Griekenland; waar hij ondervoorzitter werd van de liberale partij (geleid door Themistoklis Sofoulis ) en een minister in de eerste naoorlogse regering onder leiding van Georgios Papandreou .

In 1948 nam hij de leiding van de partij aan en werd minister in een aantal kortstondige liberale regeringen onder leiding van Papandreou en Nikolaos Plastiras ; hij was ook de eerste minister van twee van dergelijke regeringen.

In 1954 werd zijn langdurige vriendschap met Georgios Papandreou opgeschud en hij vormde de rivaliserende coalitie van de Liberal Democratic Union .

De breuk werd overbrugd in 1958 en in 1961 werd hij een van de oprichters van de Center Union- partij van Papandreou , die hij diende tot zijn dood in 1964.

Venizelos stierf op het passagiersschip Hellas in de EgeÔsche Zee , op weg van Chania naar Piraeus . Zijn graf ligt naast zijn vader op het eiland Kreta . Zijn vrouw Kathleen stierf in 1983, op 86-jarige leeftijd.

Bridge
Venizelos was een contract-brugspeler "van internationale allure" tijdens de jaren dertig, als vrijwillige ballingschap in Frankrijk. Hij speelde voor Frankrijk in de Europese IBL-kampioenschappen (later opgenomen in de geschiedenis van de huidige European Bridge League- kampioenschappen). Frankrijk won het toernooi van 1935 en een versie van het team [a] reisde eind dat jaar naar New York City voor een wedstrijd tegen de Four Aces , "een onofficiŽle wedstrijd voor het wereldkampioenschap" die de Azen wonnen. 

Venizelos was volgens Alan Truscott de tweede in zijn vakgebied op Pierre Albarran bij de hedendaagse Franse spelers . Naast de nationale ploegen op de contractbrug, speelden ze allebei in een team uit 1933 dat een Amerikaans viertal onder leiding van Ely Culbertson organiseerde in een lange wedstrijd bij "plafond, de Franse ouder van contract bridge, die alleen verschilde in de scorende details." De twee teams speelden 102 keer gelijk voor een gelijkspel; Albarran en Venizelos werkten samen aan een boek dat de wedstrijd rapporteerde en analyseerde:

Les 102 donnes d'un grand match , door Pierre Albarran, Adrien Aron en Venizelos, voorwoord door Ely Culbertson ( …ditions Grasset , 1933), 188 pp., LCCN 33-38010
Albarran, Aron en Venizelos waren drie van de zes spelers van het Europese kampioensteam uit 1935

Sophoklis Venizelos, 1921.png

Premier van Griekenland
In functie
21 augustus 1950 - 27 oktober 1951
Monarch Paul
Voorafgegaan door Nikolaos Plastiras
Opgevolgd door Nikolaos Plastiras
In functie
23 maart 1950 - 15 april 1950
Monarch Paul
Voorafgegaan door Ioannis Theotokis
Opgevolgd door Nikolaos Plastiras
In functie
14 april 1944 - 26 april 1944
Monarch George II
Voorafgegaan door Emmanouil Tsouderos
Opgevolgd door Georgios Papandreou
Persoonlijke gegevens
Geboren 3 november 1894 
Chania , Ottomaans Kreta 
(nu Griekenland )
Ging dood 7 februari 1964 (leeftijd 69 jaar) 
EgeÔsche Zee
Politieke partij Liberale partij

 

 


Grieks militair in de Tweede Wereldoorlog

Nikolaos Makarezos ( Grieks : Νικόλαος Μακαρέζος ; 1919 - 3 augustus 2009 ) was een officier van het Griekse leger en een van de meesterbreinen van de Griekse militaire junta van 1967-1974 .


Het vroege leven en carriŤre 
Hij werd in 1919 geboren in het dorp Gravia , in de prefectuur Phocis . Na het beŽindigen van de plaatselijke school en het gymnasium in Lamia , ging hij in 1937 naar de Griekse Militaire Academie en studeerde in 1940 af met de rang van 2e luitenant van de artillerie. Zijn eerste bericht was in het 1e Heavy Artillery Regiment. Hij nam deel aan de Grieks-Italiaanse oorlog en de Slag om Griekenland , waarna hij diende in de strijdkrachten van de Griekse regering in ballingschap . Na de oorlog voltooide hij zijn studie aan de Griekse Artillerie School in Megalo Pefko, waar hij in latere jaren ook als instructeur diende. Hij voltooide ook een cursus aan de Artillerie School van het Amerikaanse leger in Babenhausen in West-Duitsland , en studeerde economie en politieke wetenschappen. In 1962-1965 werd hij geplaatst als militair attachť op de Griekse ambassade in Bonn .

Junta 
Samen met zijn medekolonie Georgios Papadopoulos en brigadier Stylianos Pattakos leidde hij de groep officieren van het middenkader die de regering van Panagiotis Kanellopoulos omver wierpen in een staatsgreepop 21 april 1967 en vestigde een militair regime - de "Junta van de Kolonels" - die zeven jaar duurde. Makarezos was een centrale figuur in de meeste van de daaropvolgende dictatoriale regeringen, als coŲrdinatieminister tot augustus 1971 en vanaf dan tot oktober 1973 als vice-premier. Onder leiding van de senior junta had hij alleen kennis van de economie, dus hij was belast met de economie van het land. De beginjaren van het regime kenden een opmerkelijke economische bloei, met hogere ontwikkelingspercentages, lage werkloosheid en lage inflatie. Dit werd bereikt door uitgebreide buitenlandse investeringen, de bouw van infrastructuurprojecten en aanzienlijke investeringen in de toeristische sector. Tegen 1973 was het tempo van de ontwikkeling echter begonnen, en de wijdverbreide corruptie en financiŽle schandalen, evenals politieke stagnatie, resulteerde in een daling van de populariteit van het regime. Toen Papadopoulos trachtte het regime in 1973 langzaam te democratiseren en de burger aan te stellenSpyros Markezinis als premier, Makarezos werd van zijn regeringsrol ontheven.

Later leven 
Na de ineenstorting van de junta in juli 1974 werd Makarezos onder arrest geplaatst en naar het eiland Kea gestuurd . Samen met andere junta-leiders werd hij vervolgens berecht voor verraad en rebellie . Schuldig bevonden en ter dood veroordeeld, werd zijn vonnis later omgezet in levenslange gevangenisstraf .

Sinds 1990 werd Makarezos op medische gronden ontslagen uit de gevangenis op opeenvolgende tijdelijke bladeren , maar bleef hij beperkt tot zijn huis. Hij beweerde spijt te hebben voor veel van zijn daden, maar bleef opscheppen over zijn economische prestaties tijdens de junta. Hij stierf op 3 augustus 2009.

Nikolaos Makarezos

Nikolaos Makarezos
Geboren 1919
Gravia
Overleden 3 augustus 2009
Fokida
Land/partij Vlag van Griekenland Griekenland
Flag of Greece (1970-1975).PNG Kolonelsregime
Onderdeel HellenicArmySeal.svg Grieks Leger
Rang Army-GRE-OF-05.svg Kolonel (Syn≠tagma≠tarchis)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Balkanveldtocht
Grieks-Italiaanse Oorlog
Ander werk Militair attachť in Bonn
(1962-1965)

 


Georgios Papadopoulos

Georgios Papadopoulos ( Grieks : Γεώργιος Παπαδόπουλος [ʝeorʝios papaūopulos] ; 5 mei 1919 - 27 juni 1999) was het hoofd van de militaire staatsgreep die plaatsvond in Griekenland op 21 april 1967, en leider van de junta die regeerde het land van 1967 tot 1974. Hij behield zijn dictatoriale macht tot 1973, toen hij zelf werd afgezet door zijn mede-samenzweerder Dimitrios Ioannidis .
Papadopoulos was een kolonel van de artillerie . Tijdens de Tweede Wereldoorlog verzette hij zich aanvankelijk tegen de Italiaanse inval in 1940, maar werd later een actieve medewerker van de as in de veiligheidsbataljons die Griekse verzetsstrijders "achtervolgden".
Hij onderging militaire en inlichtingenopleiding in de Verenigde Staten in de jaren 1950, en had connecties met de CIA . 
Het vroege leven en militaire carriŤre
Papadopoulos werd geboren in Elaiohori , een klein dorpje in de prefectuur van Achaea in Peloponnesos aan de plaatselijke onderwijzer Christos Papadopoulos en zijn vrouw Chrysoula. Hij was de oudste zoon en had twee broers, Konstantinos en Haralambos. Na het beŽindigen van de middelbare school in 1937 schreef hij zich in aan de Helleense Militaire Academie en voltooide hij zijn driejarige programma in 1940.
Zijn biografische aantekeningen, gepubliceerd als een boekje door supporters in 1980, vermelden dat hij een cursus burgerlijk ingenieur volgde aan de Polytechneion maar niet afstudeerde. 
Weerstand en Opvolging 
Deze sectie is niet citeren geen bronnen . Help ons dit gedeelte te verbeteren door citaten toe te voegen aan betrouwbare bronnen . Onbestemd materiaal kan worden uitgedaagd en verwijderd . (Maart 2009) ( Ontdek hoe en wanneer dit sjabloonbericht moet worden verwijderd )
Tijdens de Tweede Wereldoorlog . Papadopoulos zag veldactie als een artillerie tweede luitenant tegen zowel Italiaanse als Nazi-Duitse troepen die Griekenland aanvielen op 6 april 1941. Tijdens de daaropvolgende bezetting van Griekenland door nazi-Duitsland , ItaliŽ en Bulgarije, werkte hij in het "Patras Food Supply Office" van de Griekse overheid onder het bevel van kolonel Kourkoulakos, die verantwoordelijk was voor de vorming van de " Veiligheidsbataljons " in Patras, die Griekse verzetsstrijders "achtervolgden". [4] [5] Dit waren collaboratieve militaire eenheden gemaakt door de Griekse marionettenregering vanIoannis Rallis in 1943 om de Duitse bezettingstroepen te ondersteunen. Ze werden gesteund door extreemrechtse en pro-nazi-elementen, maar ook door enkele centristische politici die bezorgd waren over de dominantie van ELAS (de militaire tak van de door communisten gedomineerde nationale bevrijding Front EAM) als de leidende groep in het Griekse verzet. Onder de leden van de Veiligheidsbataljons kon men ex-officieren van het leger, gewelddadig ingelijfde soldaten, extreem-rechtse fanatici en sociale outcasts vinden, evenals algemene opportunisten die geloofden dat de As de oorlog zou winnen.
Begin 1944 verliet Papadopoulos Griekenland met de hulp van Britse inlichtingenagenten en ging naar Egypte, waar de Griekse regering in ballingschap gevestigd was, en werd gepromoveerd tot luitenant. Samen met andere rechtse militaire officieren nam hij deel aan de oprichting van de nationalistische rechtse geheime IDEA-organisatie in de herfst van 1944, kort na de bevrijding van het land. Die 1940B officieren die onmiddellijk na de Duitse invasie met de koning naar Egypte vluchtten, waren generaals geworden toen hun nog steeds kolonel klasgenoten de coup van 1967 ondernamen.
Echtscheiding bij decreet
Papadopoulos trouwde in 1941 met zijn eerste vrouw, Niki Vasileiadi. Ze kregen twee kinderen, een zoon en een dochter. Het huwelijk raakte later echter in de problemen en uiteindelijk gingen ze uit elkaar. De scheiding, hoe lang ook, kon in het begin niet tot echtscheiding leiden, omdat volgens de Griekse restrictieve echtscheidingswetten van dat tijdperk de toestemming van de echtgenote vereist was. Om dit te verhelpen, in 1970, als minister-president van de dictatuur hij besloten een op maat gemaakte echtscheidingsrecht met een strikte tijdslimiet en een (ingebouwde sunset-clausule ), die hem in staat stelde om de scheiding te krijgen. Na zijn doel te hebben gediend, verliep de wet uiteindelijk automatisch. Na de scheiding trouwde Papadopoulos met zijn oude minnaresDespina Gaspari in 1970, met wie hij een dochter had. 
Naoorlogse carriŤre 
Hij werd gepromoveerd tot kapitein in 1946; en in 1949, tijdens de Griekse Burgeroorlog , tot majoor. (Zie ook Griekse militaire rangen .) Hij diende in de KYP Intelligence Service van 1959 tot 1964 als het belangrijkste contact tussen de KYP en de hoogste CIA- agent in Griekenland, John Fatseas, na een opleiding bij de CIA in 1953. 
Trials and tribulations: The Beloyannis affair 
Deze sectie is niet citeren geen bronnen . Help ons dit gedeelte te verbeteren door citaten toe te voegen aan betrouwbare bronnen . Onbestemd materiaal kan worden uitgedaagd en verwijderd . (Maart 2009) ( Ontdek hoe en wanneer dit sjabloonbericht moet worden verwijderd )
Papadopoulos was ook lid van de krijgsraad in de eerste rechtszaak tegen de bekende Griekse communistische leider Nikos Beloyannis in 1951. Bij die rechtszaak werd Beloyannis ter dood veroordeeld voor de misdaad van lid te zijn van de Communistische Partij, die was toen verboden in Griekenland na de Griekse Burgeroorlog . Het doodvonnis uitgesproken na deze rechtszaak (Papadopoulos had ertegen gestemd ) werd niet uitgevoerd, maar Beloyannis werd begin 1952 opnieuw berecht, dit keer wegens vermeende spionage, na de ontdekking van radiozenders die door undercover Grieks werden gebruikt communisten om te communiceren met de verbannen leiders van de Partij in de Sovjet-Unie. Aan het einde van deze rechtszaak werd hij ter dood veroordeeld en onmiddellijk uit de gevangenis gehaald en neergeschoten. Papadopoulos was niet betrokken bij deze tweede proef. De Beloyannis-processen waren zeer controversieel in Griekenland en veel Grieken zijn van mening dat Beloyannis, zoals veel Griekse communisten in die tijd, werd neergeschoten vanwege zijn politieke overtuigingen, in plaats van echte misdaden. Het proces was door krijgsraad volgens de Griekse anti-oproerwetgeving die werd uitgevaardigd ten tijde van de Griekse Burgeroorlog en die van kracht bleef hoewel de oorlog was beŽindigd.
Sta op tot kolonel in de jaren 1960 
In 1956 nam Papadopoulos deel aan een mislukte couppoging tegen koning Paulus van Griekenland . In 1958 hielp hij mee aan de oprichting van het Office of Military Studies, een toezichthoudende autoriteit onder generaal Gogousis. Het was vanuit hetzelfde kantoor dat de daaropvolgende succesvolle coup van 21 april 1967 voortkwam.
In 1964 werd Papadopoulos per decreet van Centre Union Minister van Defensie Garoufalias overgebracht naar een artillerie-afdeling in ThraciŽ . In juni 1965, dagen voor het begin van de grote politieke beroering die bekend staat als Apostasia , maakte hij nationale krantenkoppen na arrestatie van twee soldaten onder zijn bevel en acht linkse burgers uit nederzettingen in de buurt van zijn militaire kamp, ​​op beschuldiging dat ze samenzweerden om te saboteren legervoertuigen door suiker in de gastanks van het voertuig te gieten. De tien werden gevangen gezet en gemarteld, maar uiteindelijk werd bewezen dat Papadopoulos zelf de voertuigen had gesaboteerd. Andreas Papandreouschreef in zijn memoires dat Papadopoulos wilde bewijzen dat onder de regering van de centrumunie de communisten de vrijheid hadden om de nationale veiligheid te ondermijnen.Zelfs na dit schandaal werd Papadopoulos niet uit het leger ontslagen, omdat premier Georgios Papandreou hem vergaf als landgenoot van zijn vader. In 1967 werd Papadopoulos bevorderd tot kolonel . 
21 april 1967: Coup d'ťtat
In datzelfde jaar, op 21 april, een maand voor de algemene verkiezingen, leidde Papadopoulos, samen met collega-middenkaderofficieren, een succesvolle staatsgreep en profiteerde van de onstabiele politieke situatie die was ontstaan ​​door een conflict tussen koning Constantijn II en de ouder wordende eerste minister, Georgios Papandreou . Papadopoulos gebruikte zijn uit de staatsgreep gewonnen macht om het Griekse politieke landschap opnieuw te construeren. Papadopoulos, evenals de andere leden van de junta, zijn in Griekenland bekend onder de term "Aprilianoi" (aprilians), die de maand van de staatsgreep aanduidt.De term 'Aprilianoi' is synoniem geworden met de term 'dictators van 1967 - 1974'. 
Regime of the Colonels
Constantijn benoemde een nieuwe regering onder de leiding van Konstantinos Kollias . Vanaf het prille begin was Papadopoulos de sterke man van het nieuwe regime. Hij werd benoemd tot minister van Nationale Defensie en Minister van het Presidentschap in de regering Kollias en zijn positie werd verder versterkt na de mislukte tegencoup van de koning op 13 december, toen hij Kollias als premier verving. Niet tevreden daarmee, op 21 maart 1972, nomineerde hij zichzelf Regent of Greece , Georgios Zoitakis als opvolger .
Het regime van Papadopoulos legde de krijgswet op. De pers werd onderworpen aan strenge censuur. Duizenden politieke tegenstanders van het regime werden in de gevangenis gegooid of verbannen ("gedwongen in vakantie", zoals de vrienden van de junta het cynisch beweren) op kleine eilanden in de EgeÔsche Zee. Amnesty International heeft een rapport uitgegeven waarin talloze gevallen van foltering onder het regime worden beschreven. Papadopoulos excuseerde deze acties als noodzakelijk om de natie te redden van een "communistische overname". Het regime werd gesteund door de Verenigde Staten vanwege zijn standvastige anticommunistische houding.
De militaire regering loste politieke partijen op, klampte zich vast aan linkse organisaties en vakbonden en promootte de traditionalistische Grieks-christelijke cultuur. Tegelijkertijd verbeterde de economie echter aanzienlijk, voornamelijk als gevolg van de politieke stabiliteit van het regime. Uitgebreide openbare projecten, zoals wegenbouw, landbouwhervorming en elektrificatie, werden in heel Griekenland uitgevoerd, vooral in de meest achtergebleven plattelandsgebieden.
Marteling van politieke gevangenen in het algemeen, en communisten in het bijzonder, was niet uitgesloten. Voorbeelden hiervan waren zware slagen, isolatie en, volgens sommige bronnen, het verwijderen van vingernagels. 
"PatiŽnt in een cast" en andere metaforen 
Gedurende zijn hele ambtstermijn als de junta-sterke man, gebruikte Papadopoulos vaak wat door de BBC werd beschreven als bloederige medische metaforen waar hij of de junta de rol van de ' medische arts ' op zich nam. De ' patiŽnt ' was Griekenland . Typisch portretteerden Papadopoulos of de junta zichzelf als de "arts" die de "patiŽnt" bediende door de "voet" van de patiŽnt in een orthopedische cast te plaatsen en beperkingen op te leggen aan de "patiŽnt",om de "operatie" uit te voeren zodat de levensduur van de "patiŽnt" tijdens de operatie niet "in gevaar zou komen". In een van zijn beroemde toespraken zei Papadopoulos: 
ďΕυρισκόμεθα προ ενός ασθενούς, τον οποίον έχομεν επί χειρουργικής κλίνης, και τον οποίον εάν ο χειρουργός δεν προσδέση κατά την διάρκειαν της εγχειρήσεως και της ναρκώσεως επί της χειρουργικής κλίνης, υπαρχει πιθανότης αντί δια της εγχειρήσεως να του χαρίσει την αποκατάστασιν της υγείας, να τον οδηγήσει εις θάνατον. Οι περιορισμοί είναι η πρόσδεσις του ασθενούς επί κλίνης δια να υποστή ακινδύνως την εγχείρισιν
Vertaald als:
"... We staan ​​voor een patiŽnt, die we op een chirurgisch bed hebben en die, als de chirurg tijdens de operatie en de anesthesie het chirurgisch bed niet opsluit, er een kans is in plaats van de operatie. hem de gezondheid teruggeven, hem tot zijn dood leiden De beperkingen zijn de riemen, waardoor de patiŽnt aan het operatiegebied wordt vastgebonden zodat hij de operatie zonder gevaar kan ondergaan.
In dezelfde speech vervolgde Papadopoulos: 
"Ασθενή έχομεν. Εις τον γύψον τον εβάλαμεν. Τον δοκιμάζομεν εάν ημπορεί να περπατάει χωρίς τον γύψον. Σπάζομεν τον αρχικόν γύψον και ξαναβάζομεν ενδεχομένως τον καινούργιο εκεί όπου χρειάζεται Το Δημοψήφισμα θα είναι μία γενική θεώρησις των ικανοτήτων του ασθενούς. Ας προσευχηθώμεν να μη χρειάζεται ξανά γύψον. Εάν χρειάζεται, θα του τον βάλομεν. Και το μόνον που ημπορώ να σας υποσχεθώ, είναι να σας καλέσω να ειδήτε και σεις το πόδι χωρίς γύψον!
wat zich als volgt vertaalt:
"We hebben een patiŽnt, we testen hem als hij kan lopen zonder gipsverband, we breken de initiŽle cast en, indien gerechtvaardigd, plaatsen we een nieuwe cast waar het nodig is .Het referendum is een algemeen overzicht van de mogelijkheden van de patiŽnt. Laten we bidden dat hij misschien niet opnieuw een worp nodig heeft. Als hij er een nodig heeft, zullen we er een op hem leggen. En het enige dat ik je kan beloven, is je uit te nodigen om de voet te zien zonder een gif!
Andere metaforen bevatten religieuze beelden met betrekking tot de opstanding van Christus met Pasen : "Χριστός Ανέστη - Ελλάς Ανέστη" vertaald als " Christus is opgestaan - Griekenland is opgestaan", zinspeelt op dat de junta Griekenland zou "redden" en haar zou doen herleven tot een grotere, nieuwe Land. Het thema van de wedergeboorte werd vele malen gebruikt als standaardantwoord om te voorkomen dat vragen werden beantwoord over hoe lang de dictatuur zou duren: 
Διότι αυτό το τελευταίον είναι υπόθεσις άλλων. Είναι υποθέσεις εκείνων, οι οποίοι έθεσαν την θρυαλλίδα εις την δυναμίτιδα δια την έκρηξιν προς αναγέννησιν της Πολιτείας την νύκτα της 21 Απριλίου.
Vertaald als:
Omdat de laatste de bezorgdheid van iemand anders is. Zij zijn de zorgen van degenen die de lont van het dynamiet hebben aangestoken voor de ontploffing die leidde tot de wedergeboorte van de staat in de nacht van 21 april 1967.
De religieuze thema's en wedergeboorte metaforen zijn ook te zien in het volgende: 
Αι υποχρεώσεις μας περιγράφονται και από την θρησκείαν και από την ιστορίαν μας. Ομόνοιαν και αγάπην διδάσκει ο Χριστός. Πίστιν εις την Πατρίδα επιτάσσει η Ιστορία μας. η Ελλάς αναγεννάται, η Ελλάς θα μεγαλουργήσει, η Ελλάς πάντα θα ζει.
Vertaald als:
Onze verplichtingen worden beschreven door zowel onze geschiedenis als onze religie. Christus onderwijst harmonie en liefde. Onze geschiedenis vereist geloof in ons land. Griekenland wordt herboren, Griekenland zal grote dingen bereiken, Griekenland zal voor eeuwig leven.
Moordpoging
Alexandros Panagoulis op proef door het justitie-systeem van de junta.

Een mislukte moordaanslag op Papadopoulos werd gepleegd door Alexandros Panagoulis in de ochtend van 13 augustus 1968, toen Papadopoulos van zijn zomerresidentie in Lagonisi naar Athene werd verdreven , geŽscorteerd door zijn persoonlijke veiligheidsmotorfietsen en auto's. Panagoulis stookte een bom aan op een punt van de kustweg waar de limousine met Papadopoulos zou moeten vertragen, maar de bom kon Papadopoulos niet schaden. Panagoulis werd een paar uur later gevangen in een nabijgelegen zeegrot, omdat de boot die werd gestuurd om hem te helpen ontsnapte, de opdracht kreeg om op een bepaald tijdstip te vertrekken en hij niet op tijd kon zwemmen vanwege sterke zeestromingen. Na zijn arrestatie werd hij overgebracht naar de Griekse militaire politie(EAT-ESA) kantoren waar hij werd ondervraagd, geslagen en gemarteld. Op 17 november 1968 werd Panagoulis ter dood veroordeeld, maar persoonlijk vergeven door Papadopoulos, diende slechts vijf jaar cel en nadat de democratie was hersteld, werd hij tot lid van het Parlement gekozen. Hij werd beschouwd als een emblematische figuur van de strijd om de democratie te herstellen, en is als zodanig vaak gepaard gegaan met Harmodius en Aristogeiton , twee oude Atheners die bekend staan ​​om hun moord op tirannicide van Hipparchus .
Normalisatie en pogingen tot liberalisering 
"Our Credo" door Georgios Papadopoulos. Het was een verzameling verzamelingen van toespraken, verklaringen, berichten en ander gepubliceerd materiaal door de dictator.
Papadopoulos had al in 1968 aangegeven dat hij gretig was naar een hervormingsproces, en probeerde zelfs toen contact op te nemen met Spiros Markezinis . Hij had destijds verklaard dat hij niet wilde dat de revolutie van 21 april een 'regime' werd. Verschillende pogingen om het regime te liberaliseren in 1969 en 1970 werden verijdeld door de hardliners op de junta, waaronder Ioannides. [31] In feite, na zijn mislukte poging om te hervormen in 1970, dreigde hij af te treden en werd pas ontmoedigd nadat de hardliners hun persoonlijke loyaliteit aan hem hernieuwden. 
Een deel van de politiek en verkiezingen en politiek-serie op
Neo-fascisme
Naarmate de internationale ontevredenheid in het begin van de jaren zeventig groeide, en vooral na een mislukte staatsgreep door de marine begin 1973, probeerde Papadopoulos het regime te legitimeren door een geleidelijke "democratisering" te beginnen (zie ook het artikel over Metapolitefsi ). Op 1 juni 1973 schafte hij de monarchie af en verklaarde Griekenland een republiek met zichzelf als president. Hij werd bevestigd in functie via een controversieel referendum . Hij zocht ook de steun van het oude politieke establishment, maar beveiligde alleen de medewerking van Spiros Markezinis, die premier werd. Tegelijkertijd zijn veel beperkingen opgeheven en de rol van het leger aanzienlijk verminderd. Een interim-grondwet creŽerde een presidentiŽle republiek, die overweldigende overweldigende - bijna dictatoriale - bevoegdheden in de handen van de president legde. Het besluit om terug te keren naar (tenminste nominaal) burgerbestuur en de beperking van de rol van het leger werd door veel supporters van het regime geŽrgerd, wiens ontevredenheid met Papadopoulos enkele maanden later duidelijk werd.
Val van het regime van Papadopoulos 
Na de gebeurtenissen van de studentenopstand op 17 november aan de Nationale Technische Universiteit van Athene (zie de Polytechnische Opstand in Athene ), werd de dictatuur op 25 november 1973 omvergeworpen door hardlinegeluiden in het leger. De verontwaardiging over de uitgebreide afhankelijkheid van Papadopoulos van het leger om de studentenopstand te onderdrukken, gaf Brigadier Dimitrios Ioannidis een voorwendsel om hem te verdrijven en hem te vervangen als de nieuwe sterke man van het regime. Papadopoulos werd onder huisarrest gesteld in zijn villa, terwijl Griekenland terugkeerde naar een "orthodoxe" militaire dictatuur.
Nadat de democratie in 1974 werd hersteld, tijdens de periode van metapolitefsi ("regimeverandering"), werden Papadopoulos en zijn cohorten berecht voor hoogverraad , muiterij , marteling en andere misdaden en misdrijven. Op 23 augustus 1975 werden hij en verscheidene anderen schuldig bevonden en ter dood veroordeeld , wat later werd omgezet in levenslange gevangenisstraf. Papadopoulos bleef in de gevangenis en verwerpt een amnestieaanbieding waarin hij zijn verleden en zijn spijt betuigde tot zijn dood op 27 juni 1999 op 80-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Athene, waar hij sinds 1996 voor kanker werd behandeld. 
Legacy 
Tegenwoordig is Papadopoulos een symbool van autoritarisme en xenofobie .Extreem-rechts prijst hem voor het promoten van de Griekse cultuur , het opleggen van een sterke hand en het bestrijden van het communisme. Na het herstel van de democratie bleef er enige steun voor zijn soort politiek bestaan, die voor enige tijd werd gesteund door de Nationale Politieke Unie (EPEN), een kleine politieke partij die hem tot ereader verklaarde. EPEN loste uiteindelijk op en supporters verspreidden zich naar verschillende andere politieke partijen, zoals de Popular Orthodox Rally (LAOS)

Georgios Papadopoulos crop.png


President van Griekenland
In functie
1 juni 1973 - 25 november 1973
Onderdirecteur Odysseas Angelis
Voorafgegaan door Constantijn II 
(als koning van de Hellenen)
Opgevolgd door Phaedon Gizikis
Premier van Griekenland
In functie
13 december 1967 - 8 oktober 1973
Monarch Constantijn II (tot 1973)
President Himself (vanaf 1973)
plaatsvervanger Stylianos Pattakos
Voorafgegaan door Konstantinos Kollias
Opgevolgd door Spyros Markezinis
Regent van Griekenland
In functie
21 maart 1972 - 31 mei 1973
Voorafgegaan door Georgios Zoitakis
Opgevolgd door Geen (monarchie afgeschaft)
Persoonlijke gegevens
Geboren 5 mei 1919 
Elaiohori , Griekenland
Ging dood 27 juni 1999 (80 jaar) Athene , Griekenland
Rustplaats Eerste begraafplaats van Athene
Nationaliteit Grieks
Politieke partij Nationale Politieke Unie 
(1984-1996)
Partner (s) Niki Vasileiadi 
Despina Gaspari
Kinderen 3
Alma mater Hellenic Military Academy
Militaire dienst
Trouw 
Griekenland (1940-1941, 1944-1973)
Griekenland Collaborationist Griekenland (1941-1944)
Service / tak 
Hellenic Army (1940-1941, 1944-1973)
Veiligheidbataljons (1941-1944)
Dienstjaren 1940-1973
Rang Kolonel (in het Helleense leger)
Gevechten / oorlogen Slag om Griekenland 
Griekse burgeroorlog 
1967 Griekse staatsgreep

 

 

 

 

 

 

Alexandros Panagoulis op proef door het justitie-systeem van de junta.

 

 

 

 

"Our Credo" door Georgios Papadopoulos. Het was een verzameling verzamelingen van toespraken, verklaringen, berichten en ander gepubliceerd materiaal door de dictator

 

 


Georgios Tsolakoglou

Georgios Tsolakoglou ( Grieks : Γεώργιος Τσολάκογλου ; april 1886 - 22 mei 1948) was een Griekse militaire officier die de eerste premier werd van de Griekse collaborerende regering tijdens de bezetting van Axis in 1941-1942.

Militaire carriŤre 
Als officier in het Helleense leger nam Tsolakoglou deel aan de Balkanoorlogen , de Eerste Wereldoorlog , de geallieerde expeditie van 1919 naar de OekraÔne en de Klein-AziŽ-campagne . Met de rang van luitenant-generaal leidde hij de sectie van het West-MacedoniŽ Leger in de Grieks-Italiaanse oorlog . Na de Duitse invasie en verovering van Thessaloniki op 9 april 1941, werd de terugtrekking van WMAS uit Noord-Epirus laat op 12 april bevolen. De Duitse gemotoriseerde eenheden slaagden er echter in de vitale Metsovon te bereikenPasseer op 18 april, overwon het lokale Griekse verzet en veroverde Ioannina de volgende dag, waardoor het Helleense leger effectief werd afgesloten.

Toen de hopeloosheid van het verzet duidelijk werd, begon Tsolakoglou samen met een aantal andere hoge generaals over te gaan tot overgave aan de Duitsers. Zo, op 20 april, met de medewerking van de commandanten van I Corps , Lt. Gen. Panagiotis Demestichas en II Corps , Lt. Gen. Georgios Bakos , en de metropoliet van Ioannina , Spyridon, nam hij afscheid van Lt. Gen. Ioannis. Pitsikas , de commandant van de sectie Epirus Army . Hij stuurde onmiddellijk boodschappers naar de Duitsers die zich overgaven, en ondertekende op dezelfde dag een overleveringsprotocol met de commandant van de Leibstandarte SS Adolf Hitler- brigade,SS-ObergruppenfŁhrer Sepp Dietrich .

Ondanks dringende bevelen van de Griekse opperbevelhebber Alexandros Papagos , dat hij werd afgelost en het verzet tot de laatste dag, de volgende dag, bij Larissa werd voortgezet , werd de overgave geformaliseerd, waarbij Tsolakolglou de onvoorwaardelijke overlevering van het Helleense leger aan de Duitsers ondertekende. Het protocol maakte - bewust - geen verwijzing naar de andere binnenvallende Axis-partner, ItaliŽ , waarvan de Grieken dachten dat ze verslagen en gewenst hadden, in de woorden van John Keegan, "... ontkennen de Italianen de voldoening van een overwinning die ze niet hadden behaald. verdiend ... ".Op aandringen van Benito Mussolini werd de overleveringsceremonie echter voor de derde keer herhaald met Italiaanse vertegenwoordigers op 23 april.

Tsolakoglou zelf schreef in zijn memoires: "Ik bevond me voor een historisch dilemma: om de strijd voort te zetten en een holocaust te hebben of, gehoorzaam aan de smeekbeden van de legeraanvoerders, om het initiatief van overgave op te nemen .... Mijn beslissing te hebben genomen om te durven, heb ik geen verantwoordelijkheden overwogen ... Tot vandaag heb ik geen spijt gehad van mijn daden, integendeel, ik ben trots. " 

Premier in de collaborerende regering 
Op 30 april 1941 werd Tsolakoglou door de bezetter van Axis benoemd tot premier van een collaborerende regering . Verschillende andere generaals die hadden gediend in de Grieks-Italiaanse oorlog werden leden van de regering Tsolakoglou, zoals de generaals Panagiotis Demestichas en Georgios Bakos. Tsolakoglou bleef als hoofd van de regering tot 2 december 1942, toen hij werd ontslagen en vervangen door Konstantinos Logothetopoulos .

Nadat Griekenland was bevrijd, werd Tsolakoglou gearresteerd, berecht door een Special Collaborators Court in 1945 en ter dood veroordeeld . Zijn doodstraf werd uiteindelijk omgezet in levenslange gevangenisstraf en hij stierf in 1948 in de gevangenis aan leukemie .

Tsolakoglou.jpg

Premier van de Helleense staat
In functie
30 april 1941 - 2 december 1942
plaatsvervanger Konstantinos Logothetopoulos
Voorafgegaan door Kantoor gevestigd
Opgevolgd door Konstantinos Logothetopoulos
Persoonlijke gegevens
Geboren April 1886 
Rentina, Karditsa
Ging dood 22 mei 1948 (62 jaar) Athene , Griekenland
Nationaliteit Grieks
Bezetting Politicus
Beroep Soldaat
Militaire dienst
Trouw Koninkrijk Griekenland
(tot 1924)
Griekenland Tweede Helleense Republiek
(1924-1935)
Koninkrijk Griekenland
(1935-1941)
Service / tak Helleense leger
Rang luitenant Generaal
Gevechten / oorlogen Eerste Balkanoorlog
Tweede Balkanoorlog
Eerste Wereldoorlog
Kleinere campagne in AziŽ
Grieks-Italiaanse oorlog
Slag om Griekenland

 


Georgios Zoitakis

Georgios Zoitakis ( Grieks : Γεώργιος Ζωιτάκης januari 1910-21 oktober 1996) was een Griekse leger algemene en regent van Griekenland ingang van 13 december 1967-21 maart 1972 tijdens de periode van het militaire regime van de kolonels .

Leven
Georgios Zoitakis werd geboren in Nafpaktos . Hij studeerde in 1932 af aan de Helleense legeracademie en vocht in de Grieks-Italiaanse oorlog en de slag om Griekenland in een Evzone- bataljon met de rang van luitenant. Tijdens de Axis-bezetting van Griekenland trad hij toe tot de EDES- guerrillastrijders in zijn geboorteland Aetolia-Acarnania . Tijdens het burgerlijk conflict tussen EDES en de linkse EAM-ELAS eind 1943 werd zijn vader Konstantinos gedood door ELAS-jagers. In de herfst van 1944 werd hij ook door ELAS gevangengenomen en gevangen gehouden tot de Varkiza-overeenkomstin het voorjaar van 1945. Hij sloot zich vervolgens opnieuw aan bij het leger en vocht in de Griekse burgeroorlog , oplopend tot de rang van majoor. Voor zijn militaire dienst ontving hij driemaal, onder andere prijzen, de hoogste medaille van Griekenland voor dapperheid, het Gouden Kruis van Valor , een uiterst zeldzame eer.

In de jaren vijftig volgde hij stafofficiercursussen in de Superior School of War en de School of National Defense in Griekenland parallel aan NAVO-militaire seminars in West-Duitsland en de Verenigde Staten. Gedurende deze periode diende hij als adjudant bij koning Paul , vervolgens stafchef bij het eerste leger als brigadier, CO van het I-legerkorps als majoor-generaal en bij het III legerkorps in Thessaloniki , vervolgens de belangrijkste Griekse militaire formatie, als luitenant Algemeen. Op 21 april 1967, de dag van de coup van de kolonels, hij was in Athene. Net als de meeste hogere militaire leiders, werd hij verrast door de gebeurtenissen, maar hij bewoog zich snel om de staatsgreep te ondersteunen. Op dezelfde dag werd hij geplaatst als vice-minister van Nationale Defensie in de nieuwe regering.

Na het mislukken van de tegengreep van koning Constantijn II op 13 december 1967 en de daaropvolgende vlucht van de koninklijke familie naar ItaliŽ , werd Zoitakis beŽdigd als regent voor de afwezige koning. Hij bekleedde deze functie tot 21 maart 1972, toen hij werd vervangen door de voornaamste leider van de junta, premier Georgios Papadopoulos . Tegelijkertijd was hij met pensioen van het leger met de rang van volledige generaal. Op 1 juni 1973 zou Papadopoulos de monarchie afschaffen en zichzelf tot president van een nieuwe republiek verklaren .

Na de terugkeer van Griekenland in de democratie , werd Zoitakis in 1975, samen met de andere leiders van de junta, berecht en veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf wegens hoogverraad. Hij verbleef 13 jaar in de gevangenis tot 1988, toen hij werd vrijgelaten vanwege de verslechterende gezondheid. Een gratiepleidooi werd in 1991 afgewezen en hij bleef tot zijn dood in 1996 beperkt tot zijn verblijf in Athene.

Hij was getrouwd met Sofia Vouranzeri en had een dochter, Vicky. Hij is begraven op de Eerste begraafplaats van Athene .

Afbeeldingsresultaat voor Georgios Zoitakis

1970, mil
Zoitakis, Georgios, 1910 - 21.10.1996, Greek general and politician, Regent 13.12.1967 - 21.3.1972, half length, Stock Photo

Zoitakis, Georgios, 1910 - 21.10.1996, Grieks generaal en politicus, Regent 13.12.1967 - 21.3.1972, half length, circa 1970, mil

1-Grieks Persoon in de II Wereldoorlog