Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

1-Diuts militair in de Tweede Wereldoorlog

Wilhelm Adam

Wilhelm Adam (Eichen (bij Hanau), 28 maart 1893 — Dresden, 24 november 1978) was een Duits militair en Oost-Duits politicus.
De vader van Wilhelm Adam was een landbouwer. Van 1903 tot 1913 bezocht hij de lerarenopleiding te Schlüchtern. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij militair. In 1923 sloot Adam zich aan bij de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij van Adolf Hitler. Adam nam deel aan de zogenaamde Bierhalle-putsch in München in 1923, waarbij Hitler tevergeefs trachtte de macht te grijpen in Beieren.
Van 1926 tot 1929 was hij lid van de Deutsche Volkspartei (DVP). In 1933 werd Adam lid van de extreem-nationalistische oudstrijdersbond Stahlhelm. Na Hitlers machtsovername werd hij lid van de SA en daarna SA-Hauptmann. In 1937 werd hij bevorderd tot majoor en directeur van de infanterieschool van Döberitz. In 1939 werd hij adjudant bij het XXIII Legerkorps. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in 1941 werd hij adjudant van generaal-veldmaarschalk Friedrich Paulus en tot kolonel bevorderd. In 1943 werd hij door de Russen krijgsgevangengenomen.
Van 1944 tot 1945 was hij lid van de Bond van Officieren (anti-fascistisch) en bezocht hij in de Sovjet-Unie de Centrale Anti-fascistische School in Krasnogorsk. Inmiddels werd hij door een nationaalsocialistische rechtbank in Duitsland ter dood veroordeeld. Na de Duitse capitulatie (mei 1945), keerde Wilhelm Adam naar Duitsland terug en vestigde zich in de Sovjet-bezettingszone (later de DDR genaamd).
In 1948 was hij medeoprichter van de Nationaal-Democratische Partij van Duitsland (NDPD), een satellietpartij van de communistische SED. Van 1948 tot 1949 was hij ambtenaar in de deelstaat Saksen. Van 1949 tot 1978 was hij lid van de hoofdcommissie van de NDPD en tot 1952 voorzitter van de Saksische afdeling van de NDPD. Vanaf 1949 was hij lid van de Presidentiële Raad van de Kulturbund en van 1949 tot 1963 afgevaardigde in de Volkskammer (parlement).
Van 1950 tot 1952 was Adam minister van Financiën van Saksen. In 1953 sloot hij zich aan bij de Kasernierte Volkspolizei, de voorloper van de Nationale Volksarmee (NVA). Van 1953 tot 1958 was hij docent aan de Hogeschool voor Officieren van de DDR.

In 1968 werd hij onderscheiden met de Banier van de Arbeid en in 1977 werd hij bevorderd tot generaal-majoor van de NVA.

Militaire loopbaan
Einjährig-Freiwilliger: 1 oktober 1913
Gefreiter: 24 juni 1914
Unteroffizier: 25 juli 1914
Feldwebel: 1 april 1915
Leutnant: 2 mei 1915
Rittmeister: 16 juni 1934
Oberstleutnant: 14 februari 1941
Oberst: 17 december 1942
Generalmajor: 7 oktober 1977
Decoraties
Ridderkruis op 17 december 1942
IJzeren Kruis, 2e klasse (6 september 1914) en 1e klasse (30 september 1917)
Bloedorde in 1933
Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939 1e klasse (10 oktober 1941) en 2e klasse (26 mei 1940)
Vaderlandse Orde van Verdienste in zilver in 1956
Banier van de Arbeid in 1968

Wilhelm Adam (rechts in beeld) gaat in krijgsgevangenschap (1943)

Wilhelm Adam (rechts in beeld) gaat in krijgsgevangenschap (1943)
Geboren 28 maart 1893
Eichen (bij Hanau)
Overleden 24 november 1978
Dresden, Saksen, Duitse Democratische Republiek
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Deutsche Volkspartei
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Flag of the Soviet Union.svg Sovjet-bezettingszone in Duitsland
Flag of East Germany.svg Duitse Democratische Republiek
Onderdeel War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Coat of arms of NVA (East Germany).svg Nationale Volksarmee
Dienstjaren 1914–1918 (Reichswehr)
1934–1945 (Wehrmacht)
1952–1956 (KVP)
1956–1958 (NVA)
Rang Leutnant
Collar tabs of Offiziere of the Heer.svg Wehrmacht Heer Colonel insignia horizontal.png Oberst
GDR Border Troops OF6 Generalmajor.gif Generalmajor
Eenheid 2. Nassau-Infanterie-Regiment 88.
XXIII Armee Korps
6. Armee OKW

 


Albert Forster

Albert Maria Forster (Fürth, 26 juli 1902 - Warschau, 28 februari 1952) was een Duitse SS-Obergruppenführer. Hij was generaal bij de Waffen-SS en parlementslid voor de NSDAP in de Rijksdag. Hij was vanaf 1939 Rijksstadhouder (Reichsstatthalter) van Danzig. En is na de oorlog als oorlogsmisdadiger tot de dood veroordeeld.
Leven
Albert Forster was het jongste kind van zes. Zijn vader kwam uit Ingolstadt en was gevangenisbewaarder in Fürth. Vanaf 1908 tot 1912 zat hij op de basisschool en vervolgde zijn opleiding op de Heinrich-Schliemann-Gymnasium Fürth die hij in 1920 op middelbare leeftijd weer verliet. Tot 1922 volgde hij een commerciële opleiding. Aansluitend werkte hij als bankemployé bij de bank Brückner.
Politiek
Op 7 november 1923 werd Forster lid van de NSDAP en de SA. Wegens zijn politieke werkzaamheden werd hij op 30 juni 1924 ontslagen als bankemployé. Aansluitend was hij werkzaam als tijdschriftverkoper voor het antisemitische weekblad Der Stürmer. Hij raakte bevriend met Julius Streicher. Vanaf 1 augustus 1924 tot 16 februari 1945 was hij de Fürther ortsgruppenleiter van de Großdeutsche Volksgemeinschaft, een vervangende organisatie voor de verboden NSDAP. Na de herinstelling van de NSDAP, was hij vanaf 26 februari 1925 de ortsgruppenleiter voor Fürth. In dezelfde maand leerde Forster Hitler in München kennen. Op 5 april 1925 trad hij opnieuw en met behoudt van zijn oude lidmaatschapsnummer weer toe tot de NSDAP. Op 12 juni 1926 werk hij ook lid van de SS. Tot 1927 was hij leider van de door hem opgerichte SS-Gruppe Nürnberg-Fürth. Forster werd retorisch begaafd beschouwd, maar hij trad in 1925 hoofdzakelijk als redenaar voor de NSDAP op. Vanaf 1928 was hij rayonleider van het rayon Mittelfranken voor de NSDAP.
Vanaf 22 februari 1928 werkte Forster bij de betalingsinstantie Deutschnationaler Handlungsgehilfen-Verband in Neurenberg. In december 1929 werd hij naar Hamburg overgeplaatst, en werd in april 1930 Kreisgeschäftsführer van de DHV in het rayon Unterelbe.
Gouwleider van Danzig en parlementslid
Op 14 september 1930 werd Albert Forster voor de kieskring Franken in de Rijksdag gekozen. Van 1930 tot 1933 was hij inleider voor de arbeidsdienst- en werknemersvragen van de NSDAP-fractie en behoorde tot de niet-ingezetene van de Rijksdag. Forster was tot het einde van de oorlog lid van de Rijksdag, die in de tijd van het nationaalsocialisme onbetekenend was.
Op 15 oktober 1930 werd Forster tot gouwleider van Danzig benoemd. Danzig was toen een vrije stad buiten het Duitse Rijk. In Danzig werd op 1 november 1930 het partijkrant de Danziger Beobachter opgericht, Forster was hier ook uitgever van. Die krant werd later de Der Vorposten en vanaf 1 juni 1933 werd het hernoemd in de Der Danziger Vorposten.
Na de machtsovername van Hitler werd Forster op 10 mei 1933 tot Leiter der Fachschaft der Handlungsgehilfen und zum Führer des Gesamtverbandes der Deutschen Angestellten in het Deutsche Arbeitsfront (DAF) benoemd. Hij was ook een lid van de grote en kleine convenant van DAF. Op 11 juli 1933 werd hij in het Pruisische Staatsraad benoemd. Op 1 september 1935 werd Forster lid van de Reichsarbeitskammer.
In Danzig voerde Forster een internepartijoorlog tegen zijn concurrent Arthur Greiser, die senaatspresident en regeringschef van de vrije stad was. Op 23 augustus 1939 werd Forster tot staatsleider (Staatsführer) van de vrije stad Danzig gekozen en was daarmee voor enige dagen formeel staatshoofd. Op 1 september 1939 begon de Duitse aanval op Polen. Forster verordende de "Wet van de hereniging van Danzig met het Groot-Duitse Rijk", waarmee de positie van Danziger staatshoofd afgeschaft werd. De aansluiting van Danzig bij het Groot-Duitse Rijk werd door de Rijksdag in Berlijn op dezelfde dag nog voltrokken. Deze annexatie was een directe breuk van het Verdrag van Versailles en zou expliciet in 1946 als een van de tenlasteleggingen in de Processen van Neurenberg gebruikt worden.
Tweede Wereldoorlog
Op 19 september 1939 begroette gouwleider Forster Hitler in de Artushof, van het 'bevrijd' Danzig. Al reeds maanden was hij Chef der Zivilverwaltung voor het gebied Danzig. Vanaf 8 september ook voor het militair district van Danzig-West-Pruisen. Op 26 oktober 1939 nam hij over het nieuw gecreëerde rijksgouw Danzig-West-Pruisen als NSDAP-gouwleider en rijksstadhouder (Reichsstatthalter) en rijksdefensiecommissaris (Reichsverteidigungskommissar) van Wehrkreis XX (Danzig). Tijdens de verdere verloop van de oorlog werd Forster meerdere functies hem gedelegeerd. Op 15 november 1940 werd hij Gauwohnungskommissar als regionaal plaatsvervanger van de Reichswohnungskommissar Robert Ley. Forster werd op 16 mei 1941 gevolmachtigde voor het stedenbouwkundige plan maatregelen in Danzig en op 6 april 1942 gevolmachtigde van de Generalbevollmächtigten für den Arbeitseinsatz, Fritz Sauckel.
Als SS-Ehrenführer werd Forster gestaag bevorderd. Op 15 maart 1933 tot SS-Oberführer, op 15 september 1933 tot SS-Brigadeführer en op 27 januari 1934 tot SS-Gruppenführer en aansluitend op 31 december 1941 tot SS-Obergruppenführer. Forsters relatie met Himmler bleef toch gespannen, "Als ik eruit zou zien als Himmler, zou ik niet spreken van een ras". Forster bracht deze uitdrukking in de 'kring van vertrouwelingen' tot uitdrukking. Himmler zou dit later tegen hem gebruiken door niet Forster maar Höherer SS- und Polizeiführer (HSSPF) Richard Hildebrandt als gevolmachtigde voor de Reichskommissariat für die Festigung des deutschen Volkstums (RKFDV) te benoemen. Tussen Forster en Hildebrandt kwam het tot een machtsstrijd waar Hildebrandt in april 1943 voor gerappelleerd werd.
Hoofdstrijdpunt tussen Forster en de SS was de zogenaamde Volkstumspolitik jegens de Poolse en Kasjoeben bevolkingen, in het bijzonder in de voormalige Poolse Corridor. Forster die eerzuchtig was, om als eerste gouwleider tegen Hitler te kunnen zeggen dat zijn gouw Joden- en Pools vrij was. Daarbij gebruikmaken van de verschillende methoden zoals:
Door het Zentrale Stelle der Landesjustizverwaltungen zur Aufklärung nationalsozialistischer Verbrechen in Ludwigsburg is vastgesteld dat in Forsters gouw tijdens de Tweede Wereldoorlog tussen de 52.794 en de 60.750 personen door nationaalsocialistische geweldsmisdrijven (Bloedbad van Wielka Piaśnica) om het leven zijn gekomen. Bijna alle Poolse intelligentsia werden vermoord bij acties tijdens de eerste maanden van de Duitse invasie. Gezaghebbend in de massamoorden was de SS-Heimwehr Danzig, in het bijzonder de SS-Wachsturmbann Eimann.
Andere mensen werden in het Generaal-gouvernement verdreven of naar het concentratiekamp Stutthof gedeporteerd.
In tegenstelling tot de richtlijnen van Himmler als RKFDV probeerde hij de "germaniseren" van 700.000 mensen van Poolse afkomst toe te laten.
In juni 1942 werd Forster door Joseph Goebbels als de opvolger van de zieke Adolf Wagner voorgedragen. Maar hij kon niet tegen Paul Giesler opboksen.
Op 25 september 1944 tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Forster tot organisator en leider van de Volkssturm in zijn gouw benoemd. Na de verovering door het Rode Leger van West-Pruisen, zocht Foster Hitler op in de Führerbunker in de Rijkskanselarij in Berlijn. Hij gaf aan dat stad niet meer tegen de Sovjet overmacht te verdedigen was. Forster werd overtuigd door Hitler van het tegendeel: 'Hij vertelde me dat hij Gdansk zal redden, en dat er is niets meer te twijfelen is'. Forster keerde naar Danzig terug, vluchtte toch enige dagen later met de rest van staf naar Mierzeja Helska. Op 4 mei 1945 ging hij op de stoomboot de Zoppot naar Grömitz in de baai van Lübeck.
Proces en terechtstelling in Polen
Op 24 mei 1945 werd Albert Forster door de Britse bezettingsmacht in Hamburg gevangengenomen. Hij zat eerst in het kamp Fallingbostel en daarna in Neuengamme. Op 12 augustus 1946 werd hij door de Britse militaire regering uitgeleverd aan het Poolse gezag. Op 25 augustus 1946 werd er een arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd, wegens massamoord. Eerst zat hij gevangen in Warschau, waar op 14 september 1946 overgeplaatst werd naar de gevangenis van Danzig. Tijdens het proces dat vanaf 5 tot 29 april 1948 in Danzig liep, werd Forster van het volgende beschuldigd:
massamoord op mensen uit de gelederen van de Poolse intelligentsia en Joodse afkomst.
vervolging en mishandeling van de Poolse bevolking.
de toe-eigening van het Poolse openbare en privé-vermogen.
Op 29 april 1948 werd Forster door het Hoogste Internationaal Tribunaal van Polen tot de dood veroordeeld door middel van ophanging. Na de clementie verzoeken van Forster aan het gerecht en de Poolse staatspresident en persoonlijkheden in West-Europa, werd de terechtstelling eerst uitgesteld. Op 28 februari 1952 werd Forster van Danzig naar Warschau overgebracht en nog dezelfde dag terechtgesteld. Forsters vrouw die in 1949 voor het laatst van hem gehoord had, werd in 1954 over zijn terechtstelling geïnformeerd.
Familie
Forster trouwde op 9 mei 1934 in de Rijkskanselarij met Gertrud Deetz (ereburger van Fürth en Danzig) met trouwgetuige en gasten Hitler en Hess. Hoewel in het rapport "A Psychological Analysis of Adolph Hitler: His Life and Legend" van de psychoanalyticus Walter C. Langer over Hitler, Hitler zegt: Forster "is bekend om zijn homoseksualiteit" en werd vaak aangesproken als "Bubi," dat was een gewone term van genegenheid tussen Duitse homoseksuelen in die periode.
Militaire loopbaan
SS-Standartenführer: 1 oktober 1932
SS-Oberführer: 15 augustus 1933
SS-Brigadeführer: 15 september 1933
SS-Gruppenführer: 27 januari 1934
SS-Obergruppenführer: 31 december 1941
Lidmaatschapsnummers
NSDAP-nr.: 1924[12](lid geworden 7 november 1923)
SS-nr.: 158[12][13](lid geworden 6 april 1926)
Onderscheidingen
Ehrenwinkel der Alten Kämpfer
Danziger Kreuz, 1e Klasse
Kruis voor Oorlogsverdienste, 1e klasse (5 oktober 1940) en 2e klasse met Zwaarden
Gouden Ereteken van de NSDAP
Dienstonderscheiding van de NSDAP, zilver en brons
SS-Ehrenring
Ehrendegen des Reichsführers-SS
Dienstonderscheiding van de SS, tweede, derde en vierde graad
Gouwinsigne

Albert Forster.jpg

Bijnaam König Albert von Polen[1]
Geboren 26 juli 1902
Fürth, Beieren, Koninkrijk Beieren, Duitse Keizerrijk
Overleden 28 februari 1952
Mokotow gevangenis, Warschau, Volksrepubliek Polen
Religie Katholiek[2]
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Flag of the Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Dienstjaren 1923 - 1945
Rang HH-SS-Obergruppenfuhrer-Collar.pngSS Obergruppenführer.jpg
SS-Obergruppenführer
Eenheid Persönlicher Stab Reichsführer-SS[3]
Leiding over Gouwleider van Danzig
(15 oktober 1930 -
7 oktober 1939)[4]
Gouwleider van Danzig - West-Pruisen
(26 oktober 1939 -
8 mei 1945)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog

 

 

 

 

 

 

 

 

Greiser, von dem Bach, Forster, Hacker, Koppe, 1938/1939.

 


Erich von dem Bach-Zelewski

Erich Julius Eberhard von dem Bach-Zelewski (Lauenburg, 1 maart 1899 – München, 8 maart 1972) was een Duitse SS-Obergruppenführer en General der Waffen-SS en General der Polizei. Zijn werkterrein was vooral 'Rusland-Midden', waar hij de strijd tegen de partizanen coördineerde, en Polen, waar hij leiding gaf aan de onderdrukking van de opstand van Warschau. Ondanks het gebruik van wrede tactieken die op massamoord van burgers (mannen, vrouwen en kinderen) neerkwamen en talloze wandaden door zijn troepen begaan, heeft Von dem Bach niet in Neurenberg terecht hoeven staan.
Voor de oorlog
De latere SS-generaal werd geboren met alleen de achternaam von Zelewski, vanaf 1925 von dem Bach-Zelewski en vanaf 1940 von dem Bach.[3] Von dem Bach-Zelewski was afkomstig uit de Kasjoebische landadel. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 gaf hij zich als vrijwilliger op bij het Pruisisch-Duitse leger. Met zijn vijftien jaar was hij een van de jongste rekruten. Vanwege zijn inzet ontving hij onder meer het IJzeren Kruis en had hij tegen het eind van de oorlog de rang van luitenant bereikt. Na de wapenstilstand van 1918 vocht hij in diverse vrijkorpsen in Silezië tegen Poolse milities. Vanwege zijn extreemrechtse activiteiten moest hij in 1924 de Reichswehr verlaten. Hij werd vervolgens leider van een bataljon van de grensverdediging en vond emplooi als dagloner totdat hij in 1928 de boerderij van zijn ouders erfde.
In 1930 werd hij lid van de NSDAP, het jaar daarop ook van de SS. In 1932 kwam hij voor de NSDAP in de Rijksdag, ook in 1933 was dit het geval. Formeel bleef hij tot het einde van de Tweede Wereldoorlog hierin vertegenwoordigd. In 1934 werd hij bevorderd tot SS-Führer in Oost-Pruisen, gevolgd door een promotie in 1937 tot kapitein in de Wehrmacht (het Duitse leger) en tot Höherer SS- und Polizeiführer van Silezië in 1938.
Tijdens de oorlog
Aan het begin van de oorlog had Von dem Bach-Zelewski de rang van SS-Gruppenführer en luitenant-generaal in de Wehrmacht bereikt.
Eind 1939 stelde hij SS-leider Heinrich Himmler voor een concentratiekamp voor niet-Duitse inwoners bij de Poolse plaats Oświęcim op te zetten. Na enige aarzeling besloot Himmler op zijn verzoek in te gaan en werd in mei 1940 het concentratiekamp Auschwitz geopend.
Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in juni 1941 kreeg hij de leiding over de SS in het gebied 'Rusland-Midden', met als zetel Mogilev (Mahiljow). De massamoorden op Joden in de Wit-Russische steden Mogilev en Minsk door Einsatztruppen vonden dus met zijn instemming en medewerking plaats.
Na deze episode werd Von dem Bach belast met de bestrijding van de Russische partizanen in Wit-Rusland, noordelijk Oekraïne en oostelijk Polen. In november van dat jaar volgde zijn bevordering tot SS-Obergruppenführer en generaal van de Waffen-SS. Medio 1943 werd hij verantwoordelijk voor de bestrijding van de partizanen in Rusland. Onder zijn bevel werden veel Joden omgebracht alsook een groot aantal Russische burgers die van verzetswerk werden verdacht. Diverse andere Russische burgers werden ingezet als dwangarbeiders. Een gebruikelijke werkwijze was om verdachte of in gebreke zijnde dorpen overeenkomstig een opgestelde lijst systematisch aan te pakken. Door de SS-Einsatzgruppen en daaraan verbonden groepen werden deze dorpen helemaal doorzocht, de huizen werden daarbij vernietigd en de meeste inwoners vermoord en de rest als dwangarbeider afgevoerd.
Nadat op 1 augustus 1944 de Opstand van Warschau was begonnen, werd Von dem Bach-Zelewski op 5 augustus door Hitler met het neerslaan ervan belast, wat hem uiteindelijk - met veel bloedvergieten - ook gelukte. Op 2 oktober van dat jaar gaf de Poolse verzetsgeneraal Tadeusz Komorowski zich aan hem over. Voor het neerslaan werd hij onderscheiden met het Bandenkampfabzeichen.
Diezelfde maand nog werd hij door Hitler naar de Hongaarse hoofdstad Boedapest gestuurd, waar hij deelnam aan de val van regent Miklós Horthy en diens regering, en de vervanging daarvan door de fascistische en zeer antisemitische Pijlkruisers met hun leider Ferenc Szálasi. Met name was hij er betrokken bij de vervolging van de aldaar woonachtige Joden.
Na de oorlog
Op 1 augustus 1945 werd Von dem Bach-Zelewski door de Amerikaanse militaire politie opgepakt. In ruil voor zijn getuigenis in de Processen van Neurenberg werd hij gevrijwaard van vervolging voor oorlogsmisdaden. Ook werd hij niet uitgeleverd aan Polen of de Sovjet-Unie. In 1949 kwam hij vrij.
In 1951 beweerde hij dat hij nazileider Hermann Göring had geholpen zelfmoord te plegen. De autoriteiten konden er geen bewijzen voor vinden en hij werd daarom hier niet voor vervolgd. In het kader van de denazificatie werd hij dat jaar in München wel veroordeeld, namelijk tot tien jaar werkkamp en ontzetting uit zijn vermogen. Hij bracht deze straf niet gevangen door maar had daarentegen huisarrest. Eind jaren 50 en begin jaren 60 werd hij in Neurenberg opnieuw berecht, ditmaal vanwege de moord in 1934 op SS-officier Anton von Hohberg und Buchwald tijdens de zogenoemde Nacht van de Lange Messen en de moord op een aantal Duitse communisten begin jaren dertig. De langdurige gevangenisstraf die hieruit voortvloeide ontliep Erich von dem Bach-Zelewski niet; tot aan zijn overlijden op 73-jarige leeftijd in een gevangenisziekenhuis zat hij vast. Voor zijn optreden in Oost-Europa, zoals zijn rol in de uitroeiing van de daar woonachtige Joden, is hij nooit vervolgd.
Opmerkelijk
Drie van zijn zussen waren getrouwd met Joodse mannen, iets waar hij zich zeer aan stoorde. Na de oorlog verklaarde hij tijdens zijn ondervraging in 1946 dat deze 'onzuivere' huwelijken zijn reputatie dusdanig hadden beschadigd dat hij zich genoodzaakt had gezien de Reichswehr te verlaten.
Militaire loopbaan
Leutnant: 1918
Hauptmann:
SS-Sturmführer: 20 juli 1931[4]
SS-Sturmbannführer: 6 december 1931[4]- 4 juli 1931
SS-Standartenführer: 10 september 1932[4]-8 oktober 1931
SS-Oberführer: 6 oktober 1932[4]-6 december 1932
SS-Brigadeführer: 15 december 1933
SS-Gruppenführer: 11 juli 1934
Generalleutnant der Polizei: 10 oktober 1941
SS-Obergruppenführer und General der Polizei: 9 november 1941
General der Waffen-SS: 1 juli 1944
Registratienummers
NSDAP-nr.: 489 101
SS-nr.: 9 831
Decoraties
Ridderkruis op 30 september 1944 als SS-Obergruppenführer en General der Polizei en General der Waffen-SS en Commandant van het Korpsgruppe "von dem bach
IJzeren Kruis 1914, 1e klasse[6] (5 augustus 1915) en (25 september 1918)
Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (20 mei 1942) en 2e klasse (31 augustus 1941)
Gewondeninsigne in zilver en zwart
Erekruis voor de Wereldoorlog
Danziger Kruis
Rijksinsigne voor Sport in goud
Sportinsigne van de SA in brons
Gouden Ereteken van de NSDAP
SS-Ehrenring
Kruis voor Oorlogsverdienste, 1e en 2e klasse met Zwaarden
Medaille Winterschlacht im Osten 1941/42
Bandenkampfabzeichen (Duitsland) in het zilver in november 1944
Duitse Kruis in goud op 23 februari 1942 als SS-Obergruppenführer en General der Polizei en Höchste SS- und Polizeiführer "Rußland-Mitte en Weißruthenien"
Silezische Adelaar, 1e klasse
Ehrendegen des Reichsführers-SS
Hij werd eenmaal genoemd in het Wehrmachtbericht. Dat gebeurde op 1 oktober 1944

Erich von dem Bach-Zelewski in 1944
Geboren 1 maart 1899
Lauenburg, Pommeren, Duitse Keizerrijk
Overleden 8 maart 1972
München, Bondsrepubliek Duitsland
Begraven Roth (nabij Neurenberg), Duitsland[1]/München, Duitsland[2]
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Flag of Prussia (1892-1918).svg Pruisisch-Duitse leger War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Vrijkorps
Balkenkreuz.svg Heer (Wehrmacht)
Dienstjaren 1931 - 1945
Rang HH-SS-Obergruppenfuhrer-Collar.png SS Obergruppenführer.jpg
SS-Obergruppenführer und General der Waffen-SS und General der Polizei
Eenheid Flag of the Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Leiding over SS-Abschnittsleiter SS-Oberabschnitt Südost
Höchste SS- und Polizeiführer Silezië
Führer Bandenkämpfverbände
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog

 

 

 

 

Von dem Bach-Zelewski (midden) voor een tafel met landkaarten in gesprek met twee andere SS-officieren (1943)

 


Hermann Balck

Hermann Balck (Danzig, 7 december 1897 – Asperg, 29 november 1982) was een Duits generaal. Hij bracht het tot General der Panzertruppe (generaal met vier sterren) en werd onder andere onderscheiden met het Ridderkruis van het IJzeren Kruis met Eikenloof, Zwaarden en Briljanten.
Deze onderscheiding werd slechts 27 keer verleend. In deze uitvoering werden 250 kleine diamanten op het eikenloof geplaatst. Ook de gevesten van de zwaarden werden met diamanten versierd. Van de ruim tien miljoen militairen die Duitsland tijdens de oorlog onder de wapenen had, kregen slechts 27 deze onderscheiding. Tien van hen waren piloten, twee tankbestuurders, twee onderzeebootkapiteins en veertien generaals, maarschalken of andere legeraanvoerders.
Balck diende in de Eerste Wereldoorlog als infanterie-officier, en zijn eenheid speelde een belangrijke rol in de uitvoering van het Schlieffenplan. Hij was betrokken bij de oversteek van de Maas bij Sedan. Hij vocht op de westelijke, oostelijke, Italiaanse en Balkanfronten. In de loop van de oorlog werd hij zeven keer gewond en gedecoreerd met het IJzeren Kruis 1e Klasse. Balck werd in oktober 1918 voorgedragen voor de Orde Pour le Mérite maar de oorlog eindigde voordat de voordracht was behandeld. Anders zou hij net als zijn vader luitenant-generaal William Balck de felbegeerde "Blauer Max" hebben gedragen. Hij ontving eerder, op 13 december 1917, de gebruikelijke "opstap" naar het Pour le Mérite, het ridderkruis van de Huisorde van Hohenzollern met de Zwaarden.
In mei 1945 vocht Hermann Balck in Hongarije tegen het Rode Leger. Hij ontging Sovjet-krijgsgevangenschap door zich in Oostenrijk aan de Amerikanen over te geven. Hij werd na de oorlog vervolgd voor een oorlogsmisdrijf; de justitiële moord op luitenant-kolonel der Artillerie Johann Schottke. Deze officier had nagelaten de gevraagde vuursteun te geven. Bij nader onderzoek bleek Johann Schottke dronken. Generaal Balck liet de falende officier standrechtelijk fusilleren zonder de voorgeschreven krijgsraad bijeen te roepen. Hermann Balck zat de helft van de hem opgelegde drie jaar gevangen. Toen kreeg hij gratie.
In de Tweede Wereldoorlog vocht Hermann Balck in Frankrijk, in Griekenland en aan het Oostfront.
Balck leverde vele jaren na de Tweede Wereldoorlog, in het kader van een NAVO-evaluatie in 1979 en 1980, een belangrijke bijdrage aan een beter begrip van de twintigste-eeuwse duitse militaire tradities en tactiek.
Militaire loopbaan
Oberjäger: 27 maart 1913
Fähnrich: 18 december 1913
Leutnant: 10 augustus 1914
Oberleutnant: 1 mei 1924
Rittmeister: 1 februari 1929
Major: 1 juni 1935
Oberstleutnant: 1 februari 1938
Oberst: 1 augustus 1940
Generalmajor: 1 augustus 1942
Generalleutnant: 21 januari 1943
General der Panzertruppe: 12 november 1943
Decoraties
Ridderkruis (nr. 53) op 3 juni 1940 als Oberstleutnant en Commandant van het Schützen-Regiment 1
Ridderkruis met Eikenloof (nr.155) op 20 december 1942 als Generalmajor en Commandant van het 11. Panzer-Division
Ridderkruis met Eikenloof en Zwaarden (nr.25) op 4 maart 1943 als Generalleutnant en Commandant van het 11. Panzer-Division
Ridderkruis met Eikenloof, Zwaarden en Briljanten (nr.19) op 31 augustus 1944 als General der Panzertruppe en Waarnemend-commandant van het 4. Panzerarmee
IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (26 november 1914) en 2e klasse (15 oktober 1941)
Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (13 mei 1940) en 2e klasse (12 mei 1940)
Panzerkampfabzeichen in brons op 14/15 oktober 1940
Dienstonderscheiding van Leger en Marine (Duitsland) voor (4, 12, 18 en 25 dienstjaren)
Orde van Militaire Verdienste (Beieren), 4e klasse met Zwaarden op 15 november 1914
Kruis voor Militaire Verdienste (Oostenrijk-Hongarije), 3e klasse met Oorlogsdecoratie op 28 februari 1916
Gewondeninsigne in goud op 10 mei 1918[9]
Militaire Orde voor Dapperheid in de Oorlog, 3e klasse met Zwaarden op 2 december 1941
Ridderkruis in de Huisorde van Hohenzollern met Zwaarden op 3 december 1917
Erekruis voor de Wereldoorlog
Hij werd drie maal genoemd in het Wehrmachtbericht. Dat gebeurde op:
17 mei 1942
20 december 1942
9 september 1944

Generaal Hermann Balck

Generaal Hermann Balck
Geboren 7 december 1897
Danzig, Koninkrijk Pruisen, Duitse Keizerrijk
Overleden 29 november 1982
Asperg, Baden-Württemberg, Bondsrepubliek Duitsland
Begraven Hasefriedhof, Osnabrück, Osnabrücker Stadtkreis, Nedersaksen, Duitsland
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1913 - 1945
Rang Collar tabs for the Generals of the Heer.svg General (Wehrmacht).svg
General der Panzertruppe
Eenheid Hannoversches Jäger-Bataillon Nr. 10
Reserve-Jäger-Bataillon Nr. 22.
Leiding over 6e Leger (Duitsland)
(23 december 1944 –
8 mei 1945)
XXXXVIII. Armeekorps
(15 november 1943 –
19 augustus1944)
11. Panzer-Division (Wehrmacht)
(16 mei 1942 – 4 maart 1943)
2. Panzer-Division (Wehrmacht)
3. Panzer-Division (Wehrmacht)

 


Gerard Barkhorn


Gerhard Barkhorn is geboren op 20 mei 1919 in Königsberg in Oost-Pruisen. Hij is in 1937 bij de Luftwaffe aangesloten als Fahnenjunker. Hij begon zijn vliegende opleiding in maart 1938 in de vooroorlogse Luftwaffe. Na afloop van zijn opleiding werd hij geplaatst op 3/JG 2. Op 1 augustus 1940 werd Leutnant Barkhorn overgebracht naar 6/JG 52 op basis van het Channel Front . Hij vloog zijn eerste missies met zijn nieuwe eenheid tijdens de Battle of Britainmaar heeft tijdens deze tijd geen overwinningen bevestigd. Hij werd echter op een keer naar het kanaal neergeschoten, maar werd onhurt gered. Barkhorn behaalde zijn eerste succes tijdens zijn 120e missie op 2 juli 1941 over het oostfront. Daarna zou hij op 30 november 1941 stevig scoren, indien relatief onvoorzienlijk in vergelijking met andere oostelijke fronten van de Luftwaffe, zijn 10e overwinning behalen. Op 21 mei werd Barkhorn aangesteld als Staffelkapitän van 4/JG 52. Barkhorn was geen productieve scorer; Zijn beste single mission leverde hem vier overwinningen, zijn beste dag zeven overwinningen. In mei nam hij 7 overwinningen, 16 overwinningen in juni en 31 in juli, waaronder zes op 19 juli voor zijn 46ste tot 51ste overwinningen en vijf op 20 juli (52-56). Op 25 juli werd hij gewond in een gevechtsvliegtuig Bf 109 F-4 (W. 13 388) "White 5". Oberleutnant Barkhorn kreeg op 23 augustus 1942 de Ritterkreuz voor 64 overwinningen. Na een twee maanden pauze van vooraf keerde hij terug in begin oktober. Hij nam 14 overwinningen in oktober, 7 in november en 17 in december, waaronder zijn 100ste overwinning op 19 december. Op 11 januari 1943 kreeg hij de Eichenlaub (Nr 175) toen hij zijn 105e overwinning behaalde.
Hauptmann Barkhorn werd Gruppenkommandeur van II./JG 52 op 1 september 1943, en leidde het tot 15 januari 1945. Hij beweerde in augustus augustus 24 overwinningen, waaronder zijn 150ste op 8 augustus. Hij beweerde 15 overwinningen in september 23 november, waaronder zijn 200e overwinning op 30 november 1943 en 28 in december, waaronder zeven op 28 december (216-222). Op 23 januari 1944 werd Barkhorn de eerste vechtspeler om 1.000 combat missies te voltooien. Hij behaalde zijn 250ste overwinning op 12 februari, de tweede om dit te doen. Op 2 maart 1944 kreeg hij de Schwertern voor 251 overwinningen. Het succes van Barkhorn was niet zonder kost gekomen. Hij werd negen keer neergeschoten in zijn gevechtsloopbaan. Hij bleek een keer uit en werd twee keer gewond. Op 31 mei 1944 liep Barkhorn zijn zesde missie van de dag en was vermoeid, concentreerde zich niet op het behouden van een goede uitstraling toen hij door een Russische Airacobra-vechter werd gestuit en in Bf 109 G-6 (W. 163 195) werd neergeschoten "<< Black 5". Hij kreeg ernstige wonden aan zijn rechterarm en zijn been, die hem vier maanden lang niet meer aan de hand had genomen. Hij keerde eind oktober eindelijk in dienst om te vechten. Hij beweerde zijn 275e slachtoffer op 14 november. Hij nam zijn 301ste, en laatste, de overwinning op 5 januari 1945.
Op 16 januari 1945 werd Major Barkhorn overgebracht om commando te nemen van JG 6, die op Positie van Reichsverteidigung werkzaam was. Hij leid de eenheid tot 10 april 1945 maar leed nog steeds de gevolgen van zijn wonden en gaf uiteindelijk bevel voor een ander spel in het ziekenhuis. Bij het herstel kwam Barkhorn bij JV 44 in opdracht van Generalleutnant Adolf Galland(104 overwinningen, RK-Br) en exploiteren van de Me 262 jet fighter. Op 21 april 1945, op de laatste van slechts twee operationele missies die de Me 262 vliegen, mislukt Barkhorn's stuurboordmotor. Hij was verplicht om een ​​aanval op een Amerikaanse bommenwerperformatie af te breken en terug te keren naar zijn basis in Riem. Hij werd achtervolgd door de USAAF P-51-vechtsportbegeleider, zodat hij zijn krabbenauto in een bosje in de wagen sloot. In de daaruit voortvloeiende crash-landing stond de cockpit-luifel, die hij had geopend om een ​​snelle vlucht te kunnen maken, dicht op zijn nek. Het incident legde hem terug in het ziekenhuis en buiten de oorlog. Naoorlogse Barkhorn was een van de weinige Lugwaffe Experten die ontsnapt werden door de Russen gevangen te nemen. Hij werd echter een oorlogsgevangene van de Geallieerden, die uiteindelijk in september 1945 door hen vrijgegeven werd. Hij trad in 1956 tot de Bundesluftwaffe, commandeerde JaboG 31 "Boelcke" en steeg naar de rang van Generalleutnant. Op 6 januari 1983, tijdens een winterstorm op een autobahn in de buurt van Köln, waren Barkhorn en zijn vrouw, Christl, betrokken bij een ernstig automobiel ongeluk. Christl is op het toneel gestorven, maar Gerhard liet twee dagen in een ziekenhuis liggen voor het overlijden op 8 januari. 
Gerhard Barkhorn werd gecrediteerd met 301 overwinningen behaald in 1104 missies. Al zijn overwinningen werden opgenomen tijdens het vliegen over het oostfront . 
Militaire loopbaan
Fahnenjunker: 1937
Leutnant: 1940[3]- 1938
Oberleutnant: 1942- 1941
Hauptmann: 1943[3]
Major: 1945[3]- 1944
Oberstleutnant: 1956
Oberst: 1964
Brigadegeneral: 1969
Generalmajor: 1973
Generalleutnant: 1976
Decoraties
Ridderkruis op 23 augustus 1942 als Oberleutnant en Staffelkapitän van de 4./JG 52[5][6][7]
Ridderkruis met Eikenloof (nr.175) op 11 januari 1943 als Oberleutnant en Staffelkapitän van de 4./JG 52
Ridderkruis met Eikenloof en Zwaarden (nr.52) op 2 maart 1944 als Hauptmann en Gruppenkommandeur van de II./JG 52
IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (3 december 1940) en 2e klasse (23 oktober 1940)
Gewondeninsigne in zwart
Duits Kruis in goud op 21 augustus 1942 als Oberleutnant in de 4./JG 52
Gesp voor Gevechtsvluchten aan het Front voor jachtvliegers in goud met getal "1100"
Flugzeugführer- und Beobachterabzeichen
Ehrenpokal für besondere Leistung im Luftkrieg
Medaille Winterschlacht im Osten 1941/42
Krimschild
Hij werd tweemaal genoemd in het Wehrmachtbericht, op 2 december 1943 en 14 februari 1944

5-Luftwaffe-pilot-Major-Gerhard-Barkhorn-01.jpg

Bijnaam Gerd
Geboren 20 maart 1919
Königsberg
Overleden 8 januari 1983
Frechen
Begraven Friedhof Tegernsee, Tegernsee
Land/partij Vlag van Duitsland nazi-Duitsland
Vlag van de Bondsrepubliek Duitsland West-Duitsland
Onderdeel Luftwaffe eagle.svg Luftwaffe
Bundeswehr Kreuz.svg Luftwaffe
Dienstjaren 1937 - 1945
1956 - 1975
Rang Luftwaffe collar tabs Major 3D.svg Luftwaffe epaulette Major.svg Majoor (Luftwaffe)
LD B 63 Generalleutnant.svg Generalleutnant (Bundeswehr)
Eenheid Jagdgeschwader 2 „Richthofen“
Jagdgeschwader 52
Jagdgeschwader 6
Jagdverband 44
Leiding over Jagdgeschwader 52
Jagdgeschwader 6
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Slag om Frankrijk
Slag om Engeland
Oostfront
Operatie Barbarossa
Fall Blau
Slag om Koersk
Schlacht um die Krim
Operatie Bagration

 


Ernst Bauer

Ernst Bauer (Fürth, Beieren, 3 februari 1914 - Westerland / Sylt, 12 maart 1988), was een Korvettenkapitän bij de Kriegsmarine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met de U-126 ondernam hij mede succesvolle operaties in Operatie Paukenschlag en in de Caraïbische- en Afrikaanse wateren.
Persoonlijke informatie
Ernst Bauer werd geboren in Fürth, Beieren, op 3 februari 1914. Hij begon zijn carrière bij de Reichsmarine in april 1933. Na meer dan een jaar op de lichte kruiser Königsberg doorgebracht te hebben, ging hij over naar de U-Bootstrijdmacht in januari 1938. Hij werd wachtofficier op de U-10 en de U-37 alvorens hij op de opleidingsboot U-120 kwam in april 1940. Hij verliet de U-120 in november 1940 en men droeg hem toen het commando over op een Type IXC-boot, de U-126 in maart 1941.
Op zijn 5 succesvolle patrouilles met de U-126 opreerde hij meestal in de Caraïbische- en Afrikaanse wateren. Daar kreeg hij te maken met een uitzonderlijk avontuur. Na een bijzondere geslaagde patrouillevaart op de Atlantische Oceaan, op de Stille Oceaan en Indische Oceaan, waarbij 22 schepen tot zinken werden gebracht, arriveerde de Duitse hulpkruiser HSK Atlantis op 22 november 1941 op een rendez-vous, om de U-126 van brandstof te voorzien. Toen Ernst Bauer op de hulpkruiser HSK Atlantis was om het overtanken van brandstof te regelen, werden ze eerst verkend door een Brits verkenningsvliegtuig van HMS Devonshire en even daarna aangevallen door de Britse kruiser HMS Devonshire.
Overbemand
De Duitse hulpkruiser HSK Atlantis ontplofte bij de aanval toen ze werden bestookt door de Britse kruiser. Kptlt. Bauer was al ondertussen veilig ondergedoken met zijn U-126. Wegens de afwezigheid van de U-boot gunde HMS Devonshire zich geen tijd om overlevenden op te pikken. Dus moest de U-126 voor de kapitein en de bemanning van de HSK Atlantis zorgen, in totaal zo'n 100 man. Met een totaal van zo'n 155 man zaten ze allen benepen aan boord van de U-126...
De Python, een Duits bevoorradingschip, kreeg bevel zich naar de U-126 te begeven en de overlevenden van de HSK Atlantis aan boord te nemen. Op 25 november waren ze veilig en wel aan boord, maar op 1 december ontmoette HMS Devonshire de Python en bracht het Duitse bevoorradingsschip ook tot zinken. Vier U-boten die in de buurt waren namen gezamenlijk niet minder dan 414 overlevenden van de Python en HSK Atlantis aan boord, en met ieder hoekje van hun beperkte ruimte vol schipbreukelingen, zetten ze koers naar huis. In de buurt van de archipel Kaapverdië gingen enkele Italiaanse onderzeeërs aan het reddingswerk deelnemen, en tegen eind januari 1942 waren alle overlevenden, na een reis van ong. 5.000 mijl, veilig en wel gearriveerd in havens aan de Golf van Biskaje.
Ernst Bauer verliet de U-boot in maart 1943 en diende als opleidingsofficier bij het 27ste Flottielje. In oktober 1944 werd hij korvettenkapitän en bevelhebber van het 27ste Flottielje en tijdens de laatste dagen van de oorlog werd hij overgeplaatst naar het 26ste Flottielje. Ernst Bauer overleefde de oorlog en ging in Britse krijgsgevangenschap in de Marineschule in Mürwik, Flensburg, waar hij ook in het ziekenhuis lag tot oktober 1945. Zijn krijgsgevangenschap duurde tot 31 december 1945.
In 1955 sloot hij zich aan bij de Duitse Bundesmarine en nam verscheidene Stafposities in, vooraleer hij zich terugtrok in 1972 als kapitein-ter-zee. Ernst Bauer overleed op 12 maart 1988 op het Noord-Friese eiland Sylt - Westerland, Noord-Friesland, op 74-jarige leeftijd.
Successen

24 schepen tot zinken gebracht voor een totaal van 111.564 brt
1 oorlogsschip tot zinken gebracht voor een totaal van 450 ton (die aan boord van vervoerschepen wordt verloren) is
4 schepen beschadigd voor een totaal van 31.304 brt
1 schip totaal verloren van 6.996 brt
Militaire loopbaan
Offiziersanwärter: 1 april 1933
Seekadett: 23 september 1933
Gefreiter: 1 april 1934
Fähnrich zur See: 1 juli 1934
Obermaat: 1 oktober 1934
Oberfähnrich zur See: 1 april 1936
Leutnant zur See: 1 oktober 1936
Oberleutnant Zur See: 1 juni 1938
Kapitänleutnant: 1 maart 1941
Korvettenkapitän: 5 april 1945 (ingang vanaf 1 april 1945, rangdienstalter van 20 april 1945)
Fregattenkapitän: 1 april 1956
Kapitän zur See: 11 november 1965
Decoraties
Ridderkruis op 16 maart 1942 als Kapitänleutnant en Commandant van de U-126
IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (1 augustus 1940) en 2e klasse (8 november 1939)
Onderzeebootoorlogsinsigne 1939 op 8 november 1939
Zerstörer-Kriegsabzeichen op 19 oktober 1940
Kruis voor Oorlogsverdienste, 1e klasse en 2e klasse met Zwaarden, 1e klasse (1 april 1945) en 2e klasse (20 april 1944)[4] op 
Hij werd twee maal genoemd in het Wehrmachtbericht. Dat gebeurde op:
30 juli 1941
15 maart 1942
Kruis van verdienste I. Klasse op 10 november 1971

Afbeeldingsresultaat voor Ernst Bauer

Bijnaam "Dwerg"
Geboren 3 februari 1914
Fürth, Beieren, Duitse Keizerrijk
Overleden 12 maart 1988
Westerland, Sylt, West-Duitsland
Land/partij Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek
Vlag van Duitsland nazi-Duitsland
Vlag van de Bondsrepubliek Duitsland West-Duitsland
Onderdeel Flag of Weimar Republic (jack).svg Reichsmarine
War Ensign of Germany (1938-1945).svg Kriegsmarine
Naval Ensign of Germany.svg Deutsche Marine
Dienstjaren 1933 – 1945
1955 – 1972
Rang Kriegsmarine-Korvettenkapitän.png Kriegsmarine epaulette Korvettenkapitän.svg
Korvettenkapitän
Kriegsmarine-Kapitän zur See.png Kriegsmarine KptzS.svg
Kapitän zur See
Leiding over U 120 (Kriegsmarine)
(20 april 1940 -
25 november 1940)
U 126 (Kriegsmarine)
(22 maart 1941 -
28 februari 1943)
27. Unterseebootsflottille
(oktober 1944 -
maart 1945)
26. Unterseebootsflottille
(april-mei 1945)
Marinestützpunktkommando Kiel
(april 1965 - oktober 1967)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Slag om de Atlantische Oceaan

 


Hans Baur

Hans Baur (Ampfing, 19 juni 1897 – Herrsching, 17 februari 1993) was Adolf Hitlers persoonlijke piloot van 1933 tot 1945.
Jeugd
Baur volgde een opleiding aan de Ludwigs-Realschule en studeerde af als handelaar. In 1915 nam Baur als vrijwilliger bij de veldartillerie deel aan de Eerste Wereldoorlog. Al snel volgde hij een opleiding tot piloot nabij Augsburg. Na het behalen van de opleiding werd hij aan het westfront ingezet als artillerievlieger.
Weimarrepubliek
In 1919 trad Baur toe tot het Freikorps Epp.Nog datzelfde jaar werd hij vlieger bij de militaire luchtpost in Fürth. Tussen 1921 en 1923 was hij piloot bij Bayerischen Luftlloyd en daarna vloog hij voor Junkers.
In 1926 werd Baur piloot bij Lufthansa, waar hij tot 1933 in dienst bleef. Datzelfde jaar trad Baur toe tot de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP; lidmaatschapsnummer 48.113) Baur was bij de verkiezingen in 1932 piloot van Adolf Hitler. Ondertussen trad hij toe tot de Schutzstaffel (SS; lidmaatschapsnummer 171 865).
Nazi-Duitsland
Hitlers vertrouwen in hem was groot, want in 1933 werd Baur belast met de opbouw van een regeringseskader, genaamd “Reichsregierung”.Tevens werd hij door Hitler benoemd als zijn vaste piloot. Georg Betz werd aangesteld als zijn plaatsvervanger. In oktober van dat jaar werd hij bevorderd tot SS-Standartenführer. Nog geen jaar later trad hij als SS-Oberführer in dienst bij de Reichssicherheitsdienst. In 1944 werd hij vanwege zijn diensten beloond met de rangen van SS-Brigadeführer en Generalmajor van de politie.
Op 24 februari 1945 werd Baur bevorderd tot SS-Gruppenführer en Generalleutnant van de Waffen-SS. Tijdens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog bevond Baur zich in de nabijheid van Adolf Hitler. Baur had een ontsnappingsplan gemaakt, waarbij Hitler met een Fieseler Fi 156 Storch vanaf een geïmproviseerd vliegveld bij de Tiergarten kon ontsnappen. Hitler weigerde echter deze ontsnappingsroute te gebruiken en meldde, nadat anderen zoals Hanna Reitsch en Robert Ritter von Greim hem al met succes hadden gebruikt, dat Baur samen met Martin Bormann deze route moest gebruiken.
Op 1 mei 1945, na Hitlers zelfmoord, probeerde Baur via deze route te ontsnappen, maar dat bleek niet meer mogelijk, vanwege de vergevorderde Russische opmars. Baur vluchtte samen met Bormann en enkele anderen richting de frontlinie van de westelijke geallieerden. Tijdens deze vlucht, waarin Baur het contact met Bormann verloor, werd hij in het been geschoten en door de Sovjets krijgsgevangen gemaakt. De verwonding aan het been was dusdanig, dat het moest worden geamputeerd.
Naoorlogse periode
Baur werd veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf en was voor velen een van de meest interessante gevangenen, daar men dacht dat hij, voor de val van Berlijn, Hitler naar een veilige bestemming had gevlogen. Baur heeft dit altijd ontkend. In 1955 kwam Baur vrij en keerde terug naar West-Duitsland. Daar schreef hij in 1957 zijn autobiografie “Ich flog mit den Mächtigen der Erde”. Hans Baur stierf in 1993 op 95-jarige leeftijd.
Militaire loopbaan
SS-Oberführer: 14 oktober 1933
SS-Standartenführer: 9 september 1934
SS-Brigadeführer en Generalmajor der Waffen-SS: 30 januari 1944
SS-Gruppenführer en Generalleutnant der Waffen-SS: 24 februari 1945
Decoraties
IJzeren Kruis 1914, 1e en 2e klasse
Dapperheidsmedaille (Beieren) in zilver in juli 1918
Orde van Militaire Verdienste (Beieren), 3e klasse met Zwaarden en Kroon
Piloten Badge (Koninkrijk Beieren)
Ehrenbecher für den Sieger im Luftkampf
Anschlussmedaille
Medaille ter Herinnering aan de 13e Maart 1938
Sportinsigne van de SA in brons
Julleuchter op 16 december 1935
Commandeur in de Orde van Verdienste (Hongarije) in 1941
Sint-Alexanderorde (Bulgarije) in 1941
Ere-degen der Kommandostab Reichsführer-SS
Ehrenwinkel der Alten Kämpfer met Ster
Ridderkruis in de Orde van de Italiaanse Kroon
Dienstonderscheiding van de NSDAP in zilver en brons
Danziger Kruis, 2e klasse
Ridder in de Orde van de Kroon van Roemenië in april 1942
Ridder in de Orde van de Witte Roos (Finland)
Orde van het Vrijheidskruis (Finland), 2e klasse met Zwaarden op 4 juni 1942
SS-Ehrenring
Gouden Ereteken van de NSDAP in 1943
Orde van de Kroon van Koning Zvonimir, 1e klasse in 1943
SS-Zivilabzeichen
Dienstonderscheiding van de SS, 3e en 4e graad
Erekruis voor de Wereldoorlog
Sportinsigne van de SA in brons

Hans Baur 1950s.jpg

Geboren 19 juni 1897
Ampfing, Beieren, Duitse Keizerrijk
Overleden 17 februari 1993
Herrsching, Beieren, Duitsland
Begraven Westfriedhof München, Munich (München), Münchener Stadtkreis, Beieren, Duitsland[1]
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Cross-Pattee-Heraldry.svg Luftstreitkräfte
Flag of the Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Dienstjaren 1915 – 1918
1933 – 1945
Rang HH-SS-Gruppenfuhrer-Collar.png SS Gruppenführer.jpg
SS-Gruppenführer und Generalleutnant der Waffen-SS
Eenheid Flieger-Abteilung 295
Die Fliegerstaffel des Führers
Leiding over Regierungsstaffel

 

Adolf Hitler's persoonlijke Fw 200 Condor, met het insigne van de Fliegerstaffel des Führers op zijn neus

 


Ludwig August Theodor Beck

Ludwig August Theodor Beck (Biebrich, 29 juni 1880 – Berlijn, 20 juli 1944) was een Duitse generaal. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij betrokken bij de aanslag op Hitler.
Levensloop
Beck nam in 1898 dienst bij het 15e artillerieregiment van het Pruisische leger. Van 1908 tot 1911 bezocht hij de Militaire academie in Berlijn, waarna hij in 1912 een functie kreeg bij de Generale Staf. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht hij aan het westfront. In 1919 ging hij deel uitmaken van de Reichswehr. Op 1 oktober 1933 werd hij benoemd tot chef van het Truppenamt (een "schaduw" Generale Staf). In 1935 werd de Reichswehr gereorganiseerd tot Wehrmacht, Beck werd chefstaf van de Generale Staf van het Heer (de Duitse landmacht).
Verzet tegen Hitler
In 1938 sprak hij zich uit tegen de annexatie van Sudetenland in Tsjechoslowakije. Ervan overtuigd dat de Deutsche Wehrmacht niet sterk genoeg zou zijn om tegen Frankrijk en Engeland een eventueel komende oorlog te winnen, probeerde hij veel officieren in zijn omgeving ervan te overtuigen om massaal ontslag te nemen om zo Hitler op andere gedachten te brengen. Dat lukte niet, onder meer door tegenstand van generaal Walther von Brauchitsch. In augustus 1938 nam hij als enige ontslag.
Inmiddels had hij de nodige mensen om zich heen verzameld die ook tegenstanders van het bewind van Adolf Hitler waren. Een aanslag op het leven van Hitler werd voorbereid, na het slagen hiervan zou Beck staatshoofd worden en proberen vrede te sluiten met het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.
Aanslag op Hitler
Verschillende plannen voor een aanslag op Hitler werden op het laatste moment stopgezet, maar uiteindelijk werd op 20 juli 1944 door kolonel Claus Schenk von Stauffenberg een bomaanslag gepleegd. Deze mislukte echter, Hitler overleefde de aanslag. Beck was de enige officier in burgerkledij onder de militairen die de aanslag beraamden op die dag. Hiermee wilde hij de humanitaire kant van de zaak benadrukken, en niet zozeer zijn militaire overtuigingen. De samenzweerders werden door generaal Friedrich Fromm op het hoofdkwartier van het leger aan de Bendlerstrasse in Berlijn opgepakt en meteen ter dood veroordeeld. Aan Beck werd de "gunst" verleend om zelfmoord te mogen plegen. Twee pogingen om zichzelf dood te schieten mislukten echter, hij raakte alleen zwaargewond. Daarop schoot een Feldwebel van de Wehrmacht hem dood.
In 1956 werd een Duitse kazerne in Sonthofen ter nagedachtenis naar hem vernoemd: de Generaloberst-Beck-Kaserne.
Militaire loopbaan
Fähnrich: 8 oktober 1898
Leutnant: 18 augustus 1899
Oberleutnant: 17 september 1909
Hauptmann: 1 oktober 1913
Major: 18 april 1918
Oberstleutnant: 15 april 1923
Oberst:1 november 1927
Generalmajor: 1 februari 1931
Generalleutnant: 1 december 1932
General der Artillerie: 1 oktober 1935
Generaloberst: 1 november 1938
Decoraties
IJzeren Kruis 1914, 1e en 2e klasse
Ridderkruis in de Huisorde van Hohenzollern met Zwaarden
Kroonorde (Pruisen), 4e klasse
Onderscheiding voor Trouwe Dienst (Pruisen)
Ridderkruis der 1e klasse in de Albrechtsorde met Zwaarden
Ridderkruis der 1e klasse in de Frederiks-Orde met Zwaarden
Hanseatenkruis van Hamburg
Friedrich August-Kruis, 1e en 2e klasse
Hanseatenkruis van Bremen
Kruis voor Trouwe Dienst (Schaumburg Lippe)
IJzeren Halve Maan
Dienstonderscheiding van Leger en Marine (Duitsland) voor (4, 12, 18 en 25 dienstjaren)

Ludwig Beck (1937)

Ludwig Beck (1937)
Geboren 29 juni 1880
Biebrich, Hessen-Nassau
Overleden 20 juli 1944
Berlijn, Duitsland
Begraven Alter St. Matthäus-Kirchhof in Berlin-Schöneberg, kort daarna opgegraven en gecremeerd; as verstrooid in de Berlijnse riolering.
Land/partij Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Rijk
Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek
Vlag van Duitsland nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Prussia (1816).svg Preußische Armee
War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer (Wehrmacht)
Dienstjaren 1898 - 1938
Rang Collar tabs for the Generals of the Heer.svg Generaloberst (Wehrmacht) 7.gif
Generaloberst
Eenheid Feldartillerie-Regiment Nr. 15
5. Artillerie-Regiment (Reichswehr)
Leiding over Oberkommando des Heeres
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Westfront
Tweede Wereldoorlog
Operatie Walküre
Complot van 20 juli 1944

 


Hermann Becker-Freyseng

Hermann Becker-Freyseng (18 juli 1910 in Ludwigshafen - 27 augustus 1961 in Heidelberg ) was een Duitse arts en consultant voor luchtvaartmedicijnen bij de Luftwaffe tijdens het nazi- tijdperk. Hij werd erkend als een toonaangevende specialist in luchtvaartgeneeskunde.Becker-Freyseng was een van die veroordeelden in het Doctors-trial .

Vroeg onderzoek 
Becker-Freyseng studeerde in 1935 als arts aan de Universiteit van Berlijn , hoewel zijn eerste opmerkelijke onderzoeksbetrokkenheid pas drie jaar later samen met Hans-Georg Clamman over experimenten over de effecten van zuivere zuurstof was .

Werk met de nazi's 
Becker-Freyseng werd aanvankelijk gewerkt door Hubertus Strughold om deel te nemen aan het Nazi-menselijke experimenteringsprogramma dat hij zette. Becker-Freyseng's specifieke experimenteringsgebied was onderzoek met lage drukkamer, waarin hij samenwerkt met Ulrich Luft , Otto Gauer en Erich Opitz .Het departement Luchtvaartgeneeskunde is in 1936 opgericht, waarbij Becker-Freyseng aanvankelijk pas bijgevoegd was voordat hij tot coördinator werd bevorderd.In tegenstelling tot sommige van zijn collega's in het militaire medisch onderzoek was hij lid van de nazi-partij . Hij hield ook de rang van kapitein in de medische dienst.

De verschillende experimenten die Becker-Freyseng of onder zijn toezicht in de loop van zijn werkzaamheden onderneemde, leidde tot een aantal dodelijke doden. In het bijzonder beweerden de hoogwaardige experimenten die uitgevoerd werden door inwoners van het concentratiekamp Dachau van Becker-Freyseng, Ruff en Hans-Wolfgang Romberg een aantal levens.Een van de meest bekende was dat gedetailleerd in een door hem gepubliceerde krant en Konrad Schäfer getiteld "Dorst en dorstverlissing in noodsituaties op zee". Voor de experimenten hadden de academici persoonlijk Heinrich Himmler gevraagd voor 40 gezonde kampgevangenen die vervolgens zoutwater moesten drinkenof in sommige gevallen had het in hun aderen ingespoten. De helft van de proefpersonen kregen vervolgens een geneesmiddel genaamd berkatit, terwijl iedereen onderworpen was aan een invasieve leverbiopsie zonder verdoving . Alle onderwerpen stierven, waaronder die die de berkatit hebben gegeven, die toxisch bleken. 

Proef en werk met de VS
Hij werd beschuldigd bij de Doctors 'Trial, en werd beschuldigd van aanklag 2 en 3 ( oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid ).Hij werd gevangen genomen tot twintig jaar gevangenisstraf. In 1946 nam Becker-Freyseng echter een lijst van twintig opgesteld door Harry George Armstrong, die naar de Verenigde Staten zouden worden gebracht om te helpen bij de ontwikkeling van de Amerikaanse ruimtegeneeskunde . Samen met Kurt Blome , Siegfried Ruff en Konrad Schäfer, werd hij naar de VS gebracht en aan het werk gewerkt aan projecten in verband met het ruimteschema .Gezien de verantwoordelijkheid voor het verzamelen en publiceren van het onderzoek dat hij en zijn collega's hebben ondernomen , verscheen het resulterende boek, German Aviation Medicine: Tweede Wereldoorlog , net nadat Becker-Freyseng zijn gevangenisstraf begon. 

Becker-Freyseng werd in 1960 gediagnosticeerd met multiple sclerose en is overleden aan de voorwaarde van het volgende jaar.

Hermann Becker-Freyseng.jpg

Geboren 18 juli 1910
Ludwigshafen am Rhein, Duitse Keizerrijk
Overleden 27 augustus 1961
Heidelberg, Duitsland
Land/partij Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Luftwaffe eagle.svg Luftwaffe
Rang Luftwaffe collar tabs Hauptmann 3D.svg Luftwaffe epaulette Hauptmann.svg Hauptmann
Leiding over Menschenversuche in nationalsozialistischen Konzentrationslagern
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Operatie Paperclip
Ander werk Arts

 


Gottlob Berger

Gottlob Christian Berger (Gerstetten, 16 juli 1896 – Stuttgart, 5 januari 1975) was een Duitse SS-militair met de rang van SS-Obergruppenführer und General der Waffen-SS die vanaf 1939 hoofd was van het SS-Hauptamt. Berger kan in veel opzichten als geestelijk vader van de Waffen-SS worden gezien, omdat hij verantwoordelijk was voor de rekrutering. Hij stelde zijn protegé Oskar Dirlewanger aan als leider van het Sonderkommando Dirlewanger, een bataljon veroordeelde criminelen, dat vele oorlogsmisdaden zou plegen. In de eindfase van de Tweede Wereldoorlog kwam het plan om 50.000 Oost-Europese kinderen te ontvoeren en tot slaaf te maken, de zogenaamde Heuaktion, uit zijn koker. Berger werd in augustus 1944 benoemd tot bevelhebber in Slowakije om de daar ontstane opstand neer te slaan. Een maand later werd hij chef-staf van de Volkssturm en generaal-inspecteur van de krijgsgevangenkampen.
Na de oorlog werd Berger tijdens het Wilhelmstraßenproces wegens onder andere oorlogsmisdaden en lidmaatschap van een misdadige organisatie tot een gevangenisstraf van 25 jaar veroordeeld. In 1951 werd hij voortijdig vrijgelaten.
Militaire loopbaan
Vrijwilliger: 1914
Leutnant:
SA-Sturmführer: 1 januari 1931
SA-Standartenführer: 1931
SA-Oberführer: 15 oktober 1932
SS-Oberführer: 30 januari 1936[4]
SS-Brigadeführer: 20 april 1940
SS-Gruppenführer: 20 april 1942
SS-Obergruppenführer: 1943[5]
Lidmaatschapsnummers[bewerken]
NSDAP-nr.: 426 875 (lid geworden 1922)
SS-nr.: 275 991[4] (lid geworden 30 januari 1936)
Onderscheidingen
Ehrendegen des Reichsführers-SS
Sportinsigne van de SA in goud (15 december 1934)en zilver
Gouden Ereteken van de NSDAP op 30 januari 1943
Ridderkruis van het Kruis voor Oorlogsverdienste op 26 september 1944
Kruis voor Oorlogsverdienste, 1e klasse (1 juli 1941) en 2e klasse (11 januari 1939) met Zwaarden
Duitse Kruis in zilver op 1 juli 1943
Dienstonderscheiding van de NSDAP in zilver (voor 15 dienstjaren)
Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (18 september 1944) en 2e klasse (15 september 1944)
Duits Olympisch Ereteken, 1e klasse op 16 augustus 1936
Anschlussmedaille met gesp „Prager Burg
Medaille ter herinnering aan de Thuiskomst van het Memelland
Erekruis voor de Wereldoorlog
Orde van het Vrijheidskruis, 1e klasse met Zwaarden op 10 september 1941
Commandeur der Eerste Klasse in de Orde van de Witte Roos met juwelen en Zwaarden op 26 augustus 1942
Grootkruis in de Orde van de Kroon van Koning Zvonimir met Zwaarden op 7 december 1943
IJzeren Kruis 1914, 1e klasse (11 augustus 1918)en 2e klasse (26 november 1914)
Militair Kruis voor Moed op 5 juni 1942
Hitlerjeugd Ereteken op 30 januari 1944
Gewondeninsigne in zilver op 18 juni 1918
Ridderkruis der Eerste klasse in de Frederiks-Orde op 11 augustus 1918
Ereteken voor het Welzijn van het Duitse Volk, 2e klasse
Ridder in de Militaire Orde van Verdienste op 5 april 1918
Kruis voor Militaire Orde van Verdienste in goud op 21 mei 1915

Berger als SS-Obergruppenführer en General der Waffen-SS (1944)

Berger als SS-Obergruppenführer en General der Waffen-SS (1944)
Bijnaam der Allmaechtige Gottlob
Geboren 16 juli 1896
Gerstetten
Overleden 5 januari 1975
Stuttgart
Begraven Gerstetten, Waldfriedhof; veld XIII graf 64
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
Flag of the Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Dienstjaren 1914 - 1918
1936 - 1945
Rang HH-SS-Obergruppenfuhrer-Collar.
SS-Obergruppenführer en Generaal bij de Waffen-SS
Leiding over SS-Hauptamt
(1 april 1940 - 8 mei 1945)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Westfront
Eerste Slag om Ieper
Tweede Wereldoorlog

 


Theodor Berkelmann


Theodor Friedrich Wilhelm Hermann Berkelmann (Le Ban-Saint-Martin, 17 april 1894 - Poznań, 28 december 1943) was een Duitse SS-Obergruppenführer. En een parlementslid voor de NSDAP in de Rijksdag.
Leven en werken
Berkelmann was de zoon van een douanebeambte. Hij voltooide zijn school en behaalde zijn einddiploma van het voortgezet onderwijs in 1913 in Colmar. In oktober 1913 trad hij als eenjarige vrijwilliger (Einjährig-Freiwilliger) in dienst van het Jägerbataillon Nr. 11. Hij eindigde de Eerste Wereldoorlog als Oberleutnant. In maart 1919, na de oorlog sloot hij zich aan bij het vrijkorps Hülsen, dat in 1920 werd opgeheven. Na een korte periode van werkeloosheid, werkte hij tot 1922 als mijnwerker. Van 1922 tot 1926 werkte hij als commercieel handelaar in verzekeringen. Vanaf 1926 tot 1930 was hij als sportleraar in Opper-Silezië bij een Landesschützenverband werkzaam. Aanvang februari 1930 tot maart 1931 werkte hij als agrariër in Canada.
NSDAP
In het voorjaar van 1929 werd Berkelmann lid van de NSDAP en in maart van de SS. Hij werd meteen belast met de oprichting van de SS-Standarte 23 "Oberschlesien". Op 15 maart 1929 werd hij als SA-Standartenführer geplaatst in de Oberste SA-Führung en als docent en plaatsvervangend leider van de Reichsführerschule van de SA in München.
Schutzstaffel
Op 6 maart 1932 keerde hij terug naar de SS en werd de adjudant van de Reichsführer-SS Heinrich Himmler. Van 1 oktober 1932 tot 1 april 1933 was Berkelmann Stabsführer van de SS-Gruppe "Nord" in Altona. Aansluitend nam hij de leiding over van SS-Standarte 24 "Ostfriesland“. Op 9 december 1933 werd hij tot leider van de SS-Abschnitte "Südost" in Breslau en op 1 april 1936 leider van de SS-Oberabschnitte "Elbe" in Dresden benoemd. Evenwijdig met zijn benoemingen werd Berkelmann meervoudig bevorderd op 30 januari 1934 tot SS-Oberführer en op 9 september 1934 tot SS-Brigadeführer en op 13 september 1936 tot SS-Gruppenführer en als laatste op 30 januari 1942 tot SS-Obergruppenführer.
Van juni 1938 tot april 1940 was Berkelmann Höherer SS und Polizeiführer van Elbe met zijn werkplaats in Dresden en deed vervolgens vertegenwoordigingstaken. Vanaf 1940 werd hij als Höherer SS und Polizeiführer bij de Reichskommissar voor Saarpfalz en de Chef der Zivilverwaltung in Lotharingen ingezet. In november 1943 wisselde hij voor een gelijke functie naar de Rijksgouw Wartheland.
Laatste jaren
Vanaf 1936 tot zijn dood was hij parlementslid in de Rijksdag. Berkelmann overleed op 28 december 1943 aan de gevolgen van een hersentumor
Familie
Op 29 september 1923 trouwde Berkelmann met Gertrude Josephine Paul. Het echtpaar kreeg in 1933, een dochter genaamd Renate. Ze scheidden in 1942, en Berkelmann hertrouwde kort daarna met Gabriele von Finck-Wolffersdorff.
Militaire loopbaan
Eenjarige vrijwilliger: oktober 1913
Soldat: 1914
Leutnant der Reserve: 1914
Oberleutnant: 1920
SA-Standartenführer: 15 juni 1931
SS-Standartenführer: 1 maart 1932
SS-Oberführer: 30 januari 1934
SS-Brigadeführer: 9 september 1934
SS-Gruppenführer: 13 september 1936
Generalleutnant bij de politie: 15 april 1941
SS-Obergruppenführer en Generaal bij de politie: 30 januari 1942
Lidmaatschapsnummers
NSDAP-nr.: 128 245[7] (lid geworden in 1 mei 1929)
SS-nr.: 6019[7] (lid geworden in maart 1931)
Onderscheidingen
IJzeren Kruis 1914, 1e klasse[9] en 2e klasse
Gouden Ereteken van de NSDAP op 30 januari 1939
Ehrendegen des Reichsführers-SS
SS-Ehrenring
Kruis voor Oorlogsverdienste, 1e klasse en 2e klasse met Zwaarden
Ehrenwinkel der Alten Kämpfer
Erekruis voor de Wereldoorlog met Zwaarden
Gewondeninsigne (1918) in zwart
Medaille ter Herinnering aan de 13e Maart 1938
Anschlussmedaille
Dienstonderscheiding van de NSDAP in zilver
Dienstonderscheiding van de SS, tweede graad (12 dienstjaren)
Sportinsigne van de SA in brons

BerkelmannTheo.jpg

Geboren 17 april 1894
Le Ban-Saint-Martin, Duitse Keizerrijk
Overleden 28 december 1943
Poznań, (hedendaags Polen)
Religie Evangelisch[1]vanaf 1938: Gottgläublig
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
Flag of the Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Dienstjaren 1913 - 1920
1931 - 1943
Rang HH-SS-Obergruppenfuhrer-Collar.pngSS Obergruppenführer.jpg
SS-Obergruppenführer en Generaal bij de politie
Eenheid Jägerbataillon Nr. 11
SS-Standarte 23
Oberste SA-Führung
(15 juni 1931 - 1 maart 1932)
Leiding over Höherer SS und Polizeiführer van Saarland en Mosel
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Westfront
Tweede Wereldoorlog

 


Wilhelm Bittrich

Wilhelm Bittrich (Wernigerode, 26 februari 1894 – Wolfratshausen, 19 april 1979) was een Duits militair. In de Tweede Wereldoorlog was hij commandant van een SS pantserkorps tijdens de Slag om Arnhem.
Militaire achtergrond
Bittrich meldde zich in 1914 als oorlogsvrijwilliger en begon zijn militaire carrière tijdens de Eerste Wereldoorlog bij het Jägerbataillon Nr 7. Op 15 september 1915 werd hij gepromoveerd tot reserve tweede luitenant. In 1916 liet hij zich overplaatsen naar de kersverse luchtmacht. Hij kreeg het IJzeren Kruis tweede klasse en eerste klasse als piloot bij de Jagdstaffel 37 en de Fliegerabteilung der Artillerie 226.
Direct na de oorlog werd hij lid van het Freikorps Hülsen. Vervolgens werkte hij enige tijd op een effectenkantoor. Op 29 december 1922 trouwde hij met Käte Blume en in het jaar daarop ging hij bij de Reichswehr. Vanaf 1925 werkte hij in het Russische Lipetzk als vlieginstructeur bij de geheime opbouw van de Luftwaffe. Nadat het luchtvaartcentrum in Rusland in 1933 door het ministerie voor Bewapening was opgeheven, trad Bittrich in 1934 toe tot de SS in de rang van SS-Untersturmführer (luitenant). Hij hielp bij de opbouw van de SS-Standarte "Germania", en maakte snel carrière. Op 1 oktober 1936 werd hij gepromoveerd tot SS-Sturmbannführer (majoor) en op 30 januari 1938 tot SS-Obersturmbannführer (luitenant-kolonel). In datzelfde jaar werd hij commandant van de SS-divisie Deutschland. Op 1 juni 1939 volgde zijn benoeming tot SS-Standartenführer (kolonel).
Bittrich maakte de Poolse campagne mee in de staf van de Leibstandarte-SS Adolf Hitler, waar hij commandant Sepp Dietrich bijstond in diens leidinggevende functie. Vervolgens werkte hij vanaf 1 februari 1940 op het SS-hoofdkwartier, om uniforme voorschriften voor de opleiding van de nu Waffen-SS genoemde SS-Verfügungstruppe op te stellen.
Op 1 september 1940 werd hij bevorderd tot SS-Gruppenführer en vanaf 1 december was hij als commandant van SS-regiment Deutschland weer actief aan het front. Hij leidde het regiment tijdens de Duitse inval in de Sovjet-Unie (Operatie Barbarossa), tot hij in oktober 1941 de gewond geraakte Paul Hausser verving als commandant van de SS pantserdivisie "Das Reich".
Voor zijn zelfstandig genomen besluit de verdedigingslinie bij Moskou te doorbreken, kreeg hij op 14 december 1941 het ridderkruis van het IJzeren Kruis.
Op 1 mei 1942 werd hem opgedragen uit de SS-cavalleriebrigade de SS-divisie Florian Geyer te formeren. Van augustus 1942 tot 15 februari 1943 was Bittrich commandant van deze divisie waarmee hij tot begin 1943 aan het centrale deel van het Oostfront vocht. Vanaf februari 1943 bouwde hij als leidinggevend officier de 9. SS-Panzer-Division Hohenstaufen op en per 1 mei 1943 werd Bittrich tot SS-Gruppenführer en luitenant-generaal van de Waffen-SS bevorderd. Zijn divisie verbleef vervolgens in België en Frankrijk, en werd daar in oktober 1943 omgevormd tot pantserdivisie. Vanaf maart 1944 vocht deze divisie als onderdeel van het II. SS-Panzerkorps in de oorlog tegen de Sovjet-Unie in de buurt van Tarnopol, waar het Bittrich lukte om het ingesloten 1. Pantserleger te ontzetten.
Na de Landing in Normandië op 6 juni 1944 werd het 2. SS-Panzerkorps met de Hohenstaufen-divisie en de Frundsberg-divisie naar Frankrijk overgebracht, waar Bittrich op 29 juni tot commanderend generaal van het legerkorps werd benoemd. Onder zijn leiding streed het pantserkorps allereerst aan het invasiefront, onder andere in de omgeving van Caen. Later doorbrak het op 20-21 augustus de omsingeling van de Zak van Falaise, waarbij zware verliezen werden geleden. Het 7e leger en het 5e pantserleger die daar waren ingesloten werden bevrijd. Voor zijn bij deze operatie betoonde leiderschap kreeg Bittrich op 28 augustus 1944 het eikenloof bij zijn ridderkruis, nadat hij per 1 augustus 1944 al tot SS-Obergruppenführer en generaal van de Waffen-SS was bevorderd.
Slag om Arnhem
Wilhelm Bittrich bespreekt de toestand van de Slag om Arnhem met Walter Model en Kurt Student, Heinz Harmel, Hans-Peter Knaust (september 1944)
Begin september werd het II. SS-Panzerkorps naar Nederland verplaatst, waar het in de buurt van Arnhem werd gelegerd om op verhaal te komen en opnieuw te worden uitgerust. Op 17 september begon in het gebied echter een geallieerde luchtlandingsoperatie, als onderdeel van operatie Market Garden. De aanwezigheid van Duitse pantsereenheden was door de Britse inlichtingenofficier majoor Brian Urquhart vastgesteld aan de hand van luchtfoto's, maar zijn waarschuwing werd door het geallieerde opperbevel genegeerd. Ook telefonische waarschuwingen door een verzetsgroep van Pieter Kruijff en Henri Knap werden door de Britten genegeerd.
Bittrich veronderstelde dat de geallieerden van plan waren het Ruhrgebied binnen te vallen. Hij meende dat de verkeersbruggen bij Nijmegen en Arnhem onontbeerlijk waren voor deze geallieerde plannen en stelde herhaaldelijk voor beide bruggen op te blazen, maar Walter Model wilde daar niets van weten.
Het lukte Bittrichs troepen de Britse 1st Airborne Division in te sluiten en ze zware verliezen toe te brengen. Op verzoek van de Britse divisiearts stelde hij op 24 september een wapenstilstand van twee uur in zodat tweeduizend gewonde Britten uit hun ingesloten positie konden worden vervoerd om in zijn ziekenzalen te worden verzorgd. Market Garden mislukte ten slotte totaal en de overlevende Britten trokken zich over de Rijn terug naar de Betuwe.
Ardennenoffensief
Op 16 december 1944 nam het 2. SS-pantserkorps als onderdeel van het 6. SS-pantserleger onder Sepp Dietrich deel aan het Ardennenoffensief. Bittrich had voor deze operatie de beschikking over de 9. SS-Panzerdivision Hohenstaufen de 2. SS-Panzerdivision Das Reich en de Führer Begleitbrigade. Aanvankelijk boekten ze enkele geringe successen, maar vervolgens liepen de aanvalspitsen van het korps zich meer en meer vast en leden ze zware verliezen door geallieerde luchtaanvallen.
Wegens het mislukken van het Ardennenoffensief en de aanstaande Russische offensieven in de zuidelijke sector van het Oostfront werd het 6. SS-pantserleger met Bittrichs korps in februari 1945 naar Hongarije overgebracht, maar het wist een doorbraak van het Rode Leger niet te verhinderen. Het 2. SS-pantserkorps werd vervolgens met de verdediging van Wenen belast. Nadat op 2 april 1945 de Slag om Wenen was begonnen, kreeg Bittrich op 9 april van het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) het bevel Wenen "tot de laatste ademtocht" te verdedigen. In plaats daarvan trok Bittrich zijn troepen nog diezelfde dag uit de stad terug tot achter het Donaukanaal, om een zinloze vernietiging van de Weense binnenstad en het leegbloeden van zijn divisies te voorkomen. Aan een bevel van het OKW om Wenen te heroveren gaf hij geen gevolg. Achterhoedegevechten voerend trok Bittrich met zijn legerkorps naar het westen terug, tot hij op 8 mei door de Amerikanen werd gearresteerd.
Na zijn arrestatie werd hij in januari 1948 overgedragen aan de Franse militaire autoriteiten en uitgewezen naar Frankrijk. Nadat Bittrich de status van krijgsgevangene was toegekend, moest hij op 16 juni 1953 terechtstaan voor een militaire rechtbank in Marseille die hem vervolgde wegens oorlogsmisdaden op grond van de beschuldiging dat hij 17 leden van de Résistance had laten executeren in Nîmes. Tijdens het proces bleek echter dat Bittrich zo'n opdracht niet had gegeven en dat hij zelfs procedures tegen de verantwoordelijke officieren was begonnen. Als officier die het bevel voerde over de schuldigen werd hij verantwoordelijk gehouden voor het wangedrag van de onder hem vallende troepen en tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Omdat Bittrich lang in voorarrest had gezeten werd de straf beschouwd als uitgezeten. In 1953 moest hij voor de tweede keer terechtstaan, maar het Franse hof in Bordeaux sprak hem opnieuw vrij en in 1954 werd hij vrijgelaten.
Bittrich was een van de bronnen voor Cornelius Ryan toen die onderzoek deed voor zijn boek A Bridge Too Far. Volgens Ryan waren Bittrich en zijn officieren zeer behulpzaam bij het ophelderen van tot dan toe onbekende feiten uit de slag. Daarnaast wilde Bittrich graag een detail uit zijn privéleven rechtzetten: hij werd in Britse bronnen ten onrechte omschreven als een musicus die dirigent wilde worden. Volgens Bittrich werd hij verward met zijn broer Gerhard Bittrich, een zeer getalenteerd pianist en dirigent.
Militaire loopbaan
Soldat: 1914
Leutnant der Reserve: oktober 1915
Burger: 1 april 1932
SS-Anwärter: 1 juli 1932
SS-Mann: 1 juli 1932
SS-Oberscharführer: 10 september 1932
SS-Sturmführer: 31 oktober 1932
SS-Obersturmführer: 12 april 1934
SS-Hauptsturmführer: 17 juni 1934
SS-Sturmbannführer: 1 oktober 1936
SS-Obersturmbannführer: 30 januari 1938
SS-Standartenführer: 6 juni 1939
SS-Oberführer: 1 september 1940
SS-Brigadeführer en Generalmajor der Waffen-SS: 19 oktober 1941
SS-Gruppenführer en Generalleutnant der Waffen-SS: 1 mei 1943
SS-Obergruppenführer en General der Waffen-SS: 1 augustus 1944

Wilhelm Bittrich

Wilhelm Bittrich
Geboren 26 februari 1894
Wernigerode, Saksen, Duitse Keizerrijk
Overleden 19 april 1979
Wolfratshausen, Beieren, Bondsrepubliek Duitsland
Begraven Münsing, Beieren, Duitsland
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Flag of the German Reich (1935–1945).svg Flensburgregering
Onderdeel Cross-Pattee-Heraldry.svg Luftstreitkräfte
Flag of the German Empire.svg Vrijkorps
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer (Wehrmacht)
Dienstjaren 1914 - 1945
Rang HH-SS-Obergruppenfuhrer-Collar.
SS-Obergruppenführer en General der Waffen-SS
Eenheid Jagdstaffel 37
Flieger-Abteilung A 226
Infanterie-Regiment 77
Reserve-Jäger-Bataillon 19
7. Jäger Bataillon
1. SS-Panzer-Division Leibstandarte-SS Adolf Hitler
Schutzstaffel SS.svg SS-Verfügungstruppe
Vlag van de Schutzstaffel Waffen-SS
Leiding over 2. SS-Panzer-Division Das Reich
II. SS-Panzerkorps
8. SS-Kavallerie-Division Florian Geyer
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Slag om Frankrijk
Slag om Wenen
Grote Vaderlandse Oorlog
Oostfront
D-Day
Zak van Falaise
Operatie Market Garden

 

Wilhelm Bittrich bespreekt de toestand van de Slag om Arnhem met Walter Model en Kurt Student, Heinz Harmel, Hans-Peter Knaust (september 1944)

 


Johannes Blaskowitz

Johannes Albrecht Blaskowitz (Paterswalde, Oost-Pruisen, 10 juli 1883 – Neurenberg, 5 februari 1948) was een Duits generaal die op 6 mei 1945 een uitwerkingsovereenkomst van de capitulatie van Duitse troepen in Nederland tekende. Hiermee kwam in Nederland een einde aan de Tweede Wereldoorlog.[bron?]
Blaskowitz werd geboren in Paterswalde, Oost-Pruisen, als zoon van dominee Hermann Blaskowitz en Marie Kühn. In 1894 ging hij naar de cadettenschool in Köslin en vervolgens in Groß-Lichterfelde (bij Berlijn). In 1899 werd hij vaandrig in het 18e infanterieregiment van Pruisen. In 1909 ging hij naar de militaire academie van Berlijn, waar hij in 1911 afstudeerde.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht Blaskowitz aanvankelijk aan het oostfront, en later aan het westfront. Als officier ontving hij diverse onderscheidingen. In 1916 werd hij naar de generale staf overgeplaatst. Na afloop van de oorlog werd Blaskowitz opgenomen in de Reichswehr van de nieuwe republiek. Hij werd op 1 juni 1921 tot majoor bevorderd.
Tweede Wereldoorlog
Op 1 oktober 1932 werd Blaskowitz bevorderd tot generaal-majoor, en op 1 december 1933 tot luitenant-generaal. Inmiddels was hij inspecteur van de krijgsscholen geworden, en in 1936 werd hij generaal van de infanterie. Als legerleider was hij in 1938 bij de intocht van het Duitse leger in Sudetenland betrokken, en in 1939 bij de verovering van Polen.
Op 27 september 1939 nam Blaskowitz de capitulatie van Warschau in ontvangst, en op 20 oktober werd hij opperbevelhebber van het Duitse bezettingsleger in Polen. Hij protesteerde bij opperbevelhebber Walther von Brauchitsch tegen het mishandelen en vermoorden van Joden en niet-Joden door de zogeheten Einsatzgruppen. Op grond hiervan werd hij op 14 mei 1940 door Hitler ontslagen als opperbevelhebber in Polen. In juni werd hij militair gouverneur van Noord-Frankrijk. Op 25 oktober kreeg hij het bevel over het Duitse 1e Leger in Frankrijk, dat de kust tussen Bretagne en de Pyreneeën verdedigde. Tijdens Operatie Anton (november 1942) had hij het bevel over zowel het 1e Leger als het 7e Leger.
Op 8 mei 1944 werd hij opperbevelhebber van legergroep-G, die hij na de landing in Normandië in een reeks achterhoedegevechten naar de Elzas leidde. Op 28 januari 1945 volgde hij generaal Kurt Student op als bevelhebber van legergroep-H, met als opdracht een offensief in Elzas-Lotharingen te beginnen. Nadat dit was mislukt werd hij overgeplaatst naar Nederland. Op 10 april 1945 werd hij benoemd tot bevelhebber van de Festung Holland en nam in Hilversum het commando over van generaal Christiansen.
Capitulatie
Op 4 mei 1945 capituleerde de Duitse admiraal Von Friedeburg te Lüneburg namens de Duitse troepen in Noordwest-Duitsland, Nederland, Sleeswijk-Holstein en Denemarken voor de Britse veldmaarschalk Montgomery. De volgende dag werd Blaskowitz door de Canadese generaal Charles Foulkes naar Hotel De Wereld in Wageningen ontboden om de uitwerking in Nederland van de Duitse capitulatie in Noordwest-Europa te bespreken. Prins Bernhard was hierbij aanwezig als commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten. Blaskowitz tekende een overgave-order en kreeg 24 uur om inlichtingen over Duitse posities te verzamelen die de geallieerden nodig hadden voor hun opmars in West-Nederland.[3]
De volgende dag werd de technische uitwerking van de overgave getekend in een boerderij in de Nude, even buiten Wageningen.Later zou, mede dankzij Foulkes, de mythe ontstaan dat Blaskowitz namens de Duitse troepen in Nederland op 5 mei 1945 had gecapituleerd in Hotel De Wereld, en dat de ondertekening in de naastgelegen aula plaatsvond.
Blaskowitz werd gevangengezet in Dachau, daarna in Stadtallendorf, en ten slotte in Neurenberg, waar hij voor het oorlogstribunaal terecht zou moeten staan. Nog voor het proces tegen hem was begonnen, pleegde hij begin 1948 op 64-jarige leeftijd zelfmoord door in de gevangenis van Neurenberg van een galerij te springen. Sommige medegevangenen beweerden dat hij was vermoord door SS'ers, maar dit is niet bewezen. Blaskowitz is begraven in Bommelsen, een klein dorpje in Heidekreis.
Militaire loopbaan
Kadett: 1899
Fähnrich: 2 maart 1901
Leutnant: 27 januari 1902
Oberleutnant: 27 januari 1910
Hauptmann: 17 februari 1914
Major: 1 januari 1922
Oberstleutnant: 6 april 1926
Oberst: 1 oktober 1929
Generalmajor: 1 oktober 1932
Generalleutnant: 1 december 1933
General der Infanterie: 1 augustus 1936
Generaloberst: 1 oktober 1939
Decoraties
Ridderkruis op 30 september 1939 en General der Infanterie en Opperbevelhebber van het 8. Armee
Ridderkruis met Eikenloof (nr.640) op 29 oktober 1944 als Generaloberst en Commandant van de Heeresgruppe G
Ridderkruis met Eikenloof en Zwaarden op (nr.146) op 25 april 1945 als Generaloberst en Opperbevelhebber in Nederland
IJzeren Kruis 1914, 1e klasse (2 maart 1915) en 2e klasse (27 september 1914)
Gesp bij het IJzeren Kruis 1939, 1e klasse (21 september 1939) en 2e klasse (11 september 1939)
Duitse Kruis in zilver op 30 oktober 1943 als Generaloberst en Opperbevelhebber van het 1e Leger
Gewondeninsigne in zwart
Erekruis voor de Wereldoorlog op 10 november 1934
Medaille ter Herinnering aan de 13e Maart 1938 in 1938
Anschlussmedaille met Gesp „Prager Burg“ op 1 oktober 1938
Orde van Militaire Verdienste (Beieren), 4e klasse met Zwaarden op 15 mei 1916
Ridderkruis in de Huisorde van Hohenzollern met Zwaarden op 1 september 1917
Ridderkruis der 2e klasse in de Orde van de Leeuw van Zähringen met Zwaarden in 1915
Ridderkruis der 1e en 2e klasse van het Friedrich August-Kruis met Zwaarden op 26 mei 1916
Kruis voor Oorlogsverdienste, 1e klasse en 2e klasse
Grootkruis in de Orde van de Italiaanse Kroon in 28 januari 1941
Dienstonderscheiding van Leger en Marine (Duitsland) voor (4, 12, 18 en 25 dienstjaren)
Hij werd eenmaal genoemd in het Wehrmachtbericht. Dat gebeurde op 27 september 1939.

Geboren 10 juli 1883
Paterswalde, Wehlau, Koninkrijk Pruisen, Duitse Keizerrijk
Overleden 5 februari 1948
Neurenberg, Geallieerde bezettingszones in Duitsland
Begraven Friedhof Bommelsen, Landkreis Heidekreis, Nedersaksen, Duitsland
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svgWeimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Prussia (1816).svg Preußische Armee
War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer (Wehrmacht)
Dienstjaren 1901 - 1945
Rang Arabesque generas Germany.png Generaloberst (Wehrmacht) 7.gif Generaloberst
Eenheid Infanterie-Regiment „von Grolmann“ (1. Posensches) Nr. 18
9. Badischen Infanterie-Regiments Nr. 170
Leiding over 8. Armee (Wehrmacht)
(1 september 1939 -
20 oktober 1939)
9. Armee (Wehrmacht)
(15 mei 1940 - 29 mei 1940)
1e Leger (Duitsland)
(24 oktober 1940 -
2 mei 1944)
Heeresgruppe G
(8 mei 1944 -
20 september 1944)
Heeresgruppe H
(30 januari 1945 -
15 april 1945)
Heeresgruppe G
(24 december 1944 - ?)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Oostfront
Westfront
Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Slag om Frankrijk
Operatie Dragoon

 


Günther Blumentritt

Günther Blumentritt (10 februari 1892 - 12 oktober 1967) was een officier in de Eerste Wereldoorlog , die werd Stafofficier onder de Weimarrepubliek en ging op om te dienen als een algemeen voor nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog . Hij diende tijdens de oorlog, meestal op het Westelijk Front , en meestal als ambtenaar, hoewel hij uiteindelijk zijn eigen korps kreeg en een generaal der infanterie maakte . Blumentritt was instrumenteel in de planning van de Duitse invasie van Polen in 1939 en de invasie van Frankrijk in 1940 , hij heeft deelgenomen aan de operatieBarbarossa , en daarna dragen een groot deel van de verantwoordelijkheid voor het plannen van de verdediging van de Atlantische Muur en Normandië . Na de oorlog gaf Blumentritt een verklaring bij de Neurenbergproeven , hoewel hij nooit persoonlijk heeft getuigen en later geholpen bij de herwapening van Duitsland tijdens de Koude Oorlog en de ontwikkeling van het moderne Duitse leger.
Persoonlijk leven en vroege carrière 
Familie en karakter 

Geboren in München was Günther Alois Friedrich Blumentritt de zoon van Günther Blumentritt (geboren 23 juni 1859), stadsplanner en een prive-raadslid in München en Lina Rückart (geboren 24 maart 1868). In 1920 trouwde hij met Mathilde Schollmeyer, en had daarna twee kinderen bij haar; ze bleven getrouwd 47 jaar, tot haar dood in 1967. Blumentritt werd beschreven als het tegenovergestelde in veel opzichten van zijn lange tijd commandant Gerd von Rundstedt : Beierse en katholiek , waar von Rundstedt was Pruisische en protestantse, zwarthartig en kort terwijl Rundstedt lang en bleek was. Blumentritt was aangenaam, vriendelijk en spraakzaam, in staat tot grote diplomatie, en in militaire termen, gedetailleerd georiënteerd, waardoor hij een uitstekende stafofficier was, en een goede aanvulling op Rundstedt. 
Vroege militaire carrière 
Hij is in 1911 bij het Pruisische Leger aangesloten , in de tijd om actie te zien in de Eerste Wereldoorlog , in het derde Thüringen Infanterie Regiment nr. 71 in te gaan als Fahnenjunker . In 1912 ging hij naar de Danzig Kriegsakademie (War Academy) en werd kort daarna bevorderd tot leutnant (luitenant). In de oorlog diende hij meestal op het Oostfront in Pruisen , na een kort contact met de Fransen en Belgen in Namen in augustus 1914. In augustus 1918 werd hij gewond in actie en kreeg hij het Wond Badge in het zwart. Aan het einde van de oorlog was hij een oberleutant .Hij werd op 20 februari 1919 de opdracht gegeven van zijn eerste regiment.
Blumentritt's ervaringen op het oostfront in de Eerste Wereldoorlog gaf hem veel respect voor de Russische soldaten. Hij heeft dit respect door zijn loopbaan gehandhaafd, en betreurde dat veel van zijn medeburgers, met minder ervaring in het Oosten, het niet hebben gedeeld. Hij zei tegen de Russen: "... in defensie was het keizerlijke Russische leger koppig en hardnekkig en waren zij meesters bij het opbouwen van defensieve posities met grote snelheid. De Russische soldaat liet een grote vaardigheid zien in nachtwerk en in bosvechten en hij gaf de voorkeur aan hand Zijn fysieke behoeften waren lichte en zijn vermogen om op te staan ​​voor de straf, ontwaakte echt verbazingwekkend. 
Later, tijdens het interbellum Blumentritt diende als een leider in de 3e Thüringer Infantry Regiment No. 71 ingang van 20 februari 1919. Na de militaire beperkingen opgelegd door het Verdrag van Versailles in werking trad, was hij kort lid van de Freikorps ( paramilitaire organisatie) gevormd door de veteranen van de 3e Thüringen, voordat hij op 1 oktober 1919 teruggekeerd naar het reguliere leger met het 22e Reichswehr Rifle Regiment. Daarna was hij op 1 april 1926 werkzaam als stafbeambte in verschillende posities. in het personeel van de 6de divisie. Hij werd bevorderd tot majorin september 1933, werkte toen als docent en tactiek-instructeur aan de Kriegsakademie in 1935 en werd uiteindelijk in oktober 1938 tot oberst bevorderd . Hij was uiteindelijk dienstbeambte onder Wilhelm Ritter von Leeb , samen met zijn vriend Erich von Manstein . 
Tweede Wereldoorlog 
Duitse invasies 

Op 7 mei 1939 gaf Blumentritt aan zijn oversten een werkplan voor de Duitse invasie van Polen . Op dit moment werd hij toegewezen aan de Oberkommando des Heeres (Army High Command, OKH) en samen met Manstein en Generalfeldmarshall Gerd von Rundstedt een "Working Staff" ontwikkeld voor de ontwikkeling van een invasieplan. Het plan dat hij heeft ingediend, heette Fall Weiss (Case White) en werd vervolgens in gebruik genomen met kleine verandering.Op 2 september 1939 werd Blumentritt overgebracht naar het algemene personeel van Army Group South (één van de twee Duitse legergroepen om de invasie uit te voeren) in Sileziëonder Rundstedt. Deze samenwerking begon zijn lange en intieme vriendschap met Rundstedt, die jarenlang zou duren. Blumentritt was Rundstedt's Chief of Operations, terwijl Manstein stafchef was. De invasie werd na 1 vertraging op 1 september 1939 in gebruik genomen, en tegen 6 oktober was het hele land van Polen onderdompeld. 
In 1940 nam Blumentritt als Operations Officer of Army Group A (opnieuw onder von Rundstedt) deel aan de planning (met von Manstein en Henning von Tresckow ) en de uitvoering van de invasie van Frankrijk . Het plan dat hij geholpen heeft, werd Sichelschnitt of "Sickle Cut" genoemd, en werd later aangeduid als het Mansteinplan . Het daaropvolgende onvermogen succes van de Duitse Blitzkrieg in Frankrijk en de volledige ineenstorting van de Franse verdediging schokde zelfs de Duitsers. Nadat het Duitse leger de volledige overwinning had afgesloten, negeerde Blumentritt en Rundstedt tegenstrijdige bevelen van de OKH om op de Britse en Franse positie in Dunkerque, en in plaats daarvan volgde de order van Adolf Hitler om drie dagen te stoppen, waardoor de evacuatie van de Britse krachten mogelijk was. 
Onmiddellijk na de Duitse bezetting van Frankrijk, Rundstedt, Blumentritt en anderen waren de taak om zich voor te bereiden op de invasie van Groot-Brittannië . Dit plan, zoals afgegeven van een hoge opdracht, werd aangeduid als Operation Sea Lion . Blumentritt heeft geholpen met de details van het plan, en er werden verschillende oefeningen ter voorbereiding voor het gedaan, maar hij geloofde nooit dat het een serieuze optie was, of dat Hitler de bedoeling had het uit te voeren. Hij zei dat eind juli of augustus "... Veldmaarschalk von Rundstedt was in Berlijn , en Hitler zei duidelijk tegen hem dat hij niet de bedoeling had om de Zeeleeuw uit te voeren ," en verder: "Aan het einde van September was het duidelijk dat de invasie van Engeland af was. '
In 1941 werd Blumentritt, onder generaal Günther von Kluge , de stafhoofd van het 4e leger aangesteld en in het algemeen bevorderd  en ondanks de tegenstand die hij later aan het plan heeft toegeschreven, was betrokken bij de Duitse invasie van de Sovjetunie . Op 18 april 1941 schreef Blumentritt:
Misschien zijn de Russen echt van plan om de Duitsers te staan ​​en vechten tussen de westelijke grens en de Dnieper , een verhuizing die wenselijk zou zijn. Zelfs het Keizerlijk Leger was geen match voor het Duitse bevel en de Russische commandanten zijn vandaag nog even groter nadeel. De tekortkomingen van de middelste gelederen zijn nog groter ... De gevolgen van Duitse wapens, waarvan het prestige is toegenomen met de campagne tegen Joegoslavië, zal binnenkort worden gevoeld! Er zullen veertien dagen zware vechten zijn. Hopelijk zullen we het hebben gedaan. 
In een ander memo schreef Blumentritt:
Bij oorlogvoering en de innerlijke waarde van de Russische tegenstander had de saaie massa twee soorten "ideeën": de tsaar en God. Vandaag is er ook niet. Bolsjewisme heeft hun plaats ingenomen. Ik vind dat een zwakheid omdat ik nooit geloofde dat dit idee iets voor het grootste deel van het Russische volk betekent. Daarom geloof ik niet dat de mensen door het bolsjewisme worden gedragen. Zij zullen binnenkort onverschillig en fatalistisch zijn. 
Het bevel van Blumentritt was onderdeel van het legergroep centrum, dat massale slachtoffers ondervond en het 4e leger zelf ontsnapte alleen envelop en vernietiging door de Russen buiten Moskou . Na het uiteindelijke falen van Operation Barbarossa in januari 1942 keerde Blumentritt terug naar Duitsland als Chief Quartermaster of the OKH. Eind van het jaar heeft hij persoonlijk aan zijn superieuren aanbevolen dat de Duitsers zich van Stalingrad zouden moeten onttrekken , met steun van de stafchef OKH-generaal Franz Halder - in deze aanbeveling, maar het idee van een terugtrekking werd door Hitler afgewezen. 
Normandië en de juliplot 
Gerd von Rundstedt

In september 1942 werd Blumentritt tot stafchef van Rundstedt, algemeen bevelhebber van Duitse troepen in het westen ( OB West ). In deze hoedanigheid was hij verantwoordelijk voor veel van de plannen om Frankrijk tegen de Allied invasie te verdedigen en in 1943 stuurde hij een memo aan de OKH, die zijn bezorgdheid uitsprak over de uitputting van de Duitse troepen langs de Atlantische Muur als de Eastern Front bleef bronnen uit het Westen blijven bloeien. Tijdens de invasie van Normandië in 1944 werden hij en zijn commandant verbaasd over de locatie van de landingen op de Cherbourgschiereiland, die later zei: "Het doel zou meer echt worden omschreven als 'kustbescherming' in plaats van 'verdediging'! Omdat we niet hadden verwacht dat er aan de westkant van het schiereiland Cherbourg een landing zou plaatsvinden, werd deze sector zeer licht gehouden We zetten er zelfs Russische eenheden in. 
Rundstedt werd op 2 juli 1944 door Hitler ontheven van zijn bevel, nadat hij suggereerde dat Duitsland zou moeten overgeven en vervangen door OB West door Kluge. Blumentritt diende als stafchef onder Kluge tijdens het Anglo-Canadese offensief op Caen en de gevechten in de Falaise Pocket .In juli 1944 werd Blumentritt echter, samen met Kluge, betrokken bij de samenzwering van juli 1944 om Hitler te doden; het plot mislukt, wat resulteerde in de arrestatie van veel legerofficieren. Blumentritt zelf was uit zijn positie verwijderd (en Kluge begon zelfmoord op 17 augustus), maar hij overleefde de zuivering omdat Hitler hem niet schuldig geloofde en hem later deKnight's Cross of the Iron Cross ( Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes ) voor zijn diensten. 
Daarnaast speelde Blumentritt als een soort ambassadeur tussen de SS en het leger in Frankrijk na de staatsgreep. Meer dan 1.000 SS officieren - waaronder het hoofd van de SS in Frankrijk, Carl Oberg , en het hoofd van de SS Security Service in Parijs , Helmut Knochen - werden gearresteerd door de Duitse militaire commandant in Frankrijk, Carl-Heinrich von Stülpnagel , die was medeplichtig in het plot. Dit leidde tot een probleem voor het leger toen bleek dat Hitler nog in leven was en in beheer was. Na een ontmoeting in Parijs was Blumentritt in staat om een ​​overeenkomst met Oberg en Knochen op te stellen waarbij de relaties tussen het leger en de SS werden opgehangen en de betrokkenheid van veel van de conspirators in Parijs werd nooit ontdekt.
Combat commando en Duitse overgave 
Kort na de omwenteling die in verband met de moordpoging was geassocieerd, keerde Blumentritt terug naar zijn functie als stafchef van OB West, eerst onder Generalfeldmarshall Walter Model , [26] toen nog onder Rundstedt toen hij werd hersteld om te bevelen. [27] Hij diende echter als veldbevelvoerder in plaats van een stafofficier, omdat hij van zijn ambtstap als stafhoofd verwijderd was en een commando van commando kreeg [28] en nadat hij rondgeschoven was naar de LXXXVI Armeekorps en de LVII Panzerkorps , werd hij aangesteld als leider van "Corps Group Blumentritt" bestaande uit de XII SS Armeekorps (samengesteld uit de 176. Infantrie onderOberst Landau en de 183. Volksgrenadier onder General Lange). 
Onder het model en dan de gerestaureerde Rundstedt viel het Duitse leger terug en verdedigde de Siegfried Line . Blumentritt en zijn bevel dragen de verantwoordelijkheid voor bijna 35 km noordwesten van Loverich (nu deel van Baesweiler ) door Geilenkirchen tot aan de Maas . Na de Allied-overwinning net in het zuiden in de Slag van de Bulge , wenden ze hun aandacht naar het noorden naar Blumentritt's positie. Vervolgens heeft hij en de XII SS Korps mislukt in hun poging om de voornaamste van de Roer Triangle tijdens de Britse Operation Blackcock vast te houden . 
Op 29 januari 1945 (niet lang na de ineenstorting van de Roer Triangle), Blumentritt werd benoemd tot commandant van de 25e Armee in Nederland , en alle gevechten op de grond eenheden in het land, niet alleen van het leger, maar ook van de Marine en Luchtmacht werden onder dit leger samengebracht. Het leger had de taak om onder alle omstandigheden Holland als een "vesting" te houden. Blumentritt presenteerde zijn beoordeling aan Rundstedt dat de geallieerde troepen, in de nasleep van de mislukte poging om noord door Arnhem te zwaaien, zou Holland omzeilen en de Rijn verder zuidoverrijden (een nauwkeurige voorspelling), waardoor de krachten in Holland worden afgesneden. Hitler weigerde echter het land te evacueren en derhalve vielen de Duitse troepen in Holland later in geallieerde handen zonder een grote strijd.  Ook tijdens deze tijd kreeg Blumentritt de Eikenbladeren ( Eichenlaub ) aan het Knights Cross van het Iron Cross. Hij was de 741ste persoon om deze prijs te ontvangen. 
Later werden de Duitsers teruggedreven naar het Ruhr en na de oorlog was Blumentritt het niet eens met de strategie van de bondgenoten in het westen, waarin hij de precarieuze aard van de Duitse positie bespreekt met zijn scheve ene pantserdivisie tegen de twaalf van de geallieerden en hij verklaarde die de officiële Marshall Bernard Montgomery 's Anglo-Canadese 21ste Legergroep had eerder ontketend voor een geconcentreerde gepantserde aanval (zoals hij had gewenst) in plaats van op een brede front te vechten, zou zo'n doorbraak ... de zwakke Duitse front hebben gescheurd in stukken en eindigde de oorlog in de winter van 1944. 
Op 27 maart 1945 nam Blumentritt kort op de leiding van het toenemend gedemoraliseerd 1e Parachute Leger [14] en beval vanaf 8 april 'Army Group Blumentritt' een ad-hoc collectie van uitgeputte eenheden op de Weser- rivier van Hameln tot de Oostzee tot aan het einde van de oorlog. Hij moest de Anglo-Canadese voorschot vertragen in Noord-Duitsland en probeerde de Oostzeehavens zo lang mogelijk te houden, zodat Duitse vluchtelingen uit het Russische voorschot in het oosten zouden kunnen ontsnappen. Op 2 mei, na de dood van Hitler op 30 april, bestelde Blumentritt zijn mannen om geen verdere weerstand te geven tegen de bondgenoten en om geleidelijk terug te vallen.Begin mei begon Blumentritt als eerste afgevaardigde aan generaal Montgomery voor de overgave van de Duitse troepen in het noordwesten. 
Na de oorlog 
Na capitulatie op 5 mei heeft Blumentritt en zijn opdracht samengewerkt in demobilisatie, op bevel van het Britse 2e Leger, en het nemen van gevangenen vond plaats tot 1 juni. Hij werd in Sleeswijk-Holstein gevangen en werd per 1 december in een Britse gevangenschampkamp geplaatst .werd in 1946 door het Internationaal Militaire Tribunaal voor de Neurenbergproeven ondervraagd en werd vervolgens naar een VS verhuisd POW kamp waar hij bleef van 6 november 1947 tot 1 januari 1948. Tijdens deze tijd als POW, hielp hij de US Historical Division in Duitsland. 
In het begin van de jaren vijftig was hij actief in de ontwikkeling van het nieuwe Bundeswehr- leger, al was deze herbevestiging een controversiële beweging onder de burgerbevolking van Duitsland, die voelde dat ze door de Tweede Wereldoorlog waren gedood. [35] Hij werd gebruikt als militaire adviseur voor de 1962 film The Longest Day , waarin hij ook werd uitgebeeld door acteur Curd Jürgens . [36] Hij is overleden op 12 oktober 1967 in München. Hij publiceerde verschillende boeken:
Von Rundstedt, de soldaat en de man , 1952
Deutsches Soldatentum im europäischen Rahmen ('Duitse soldaat in een Europese context'), 1952
Strategie en Tactiek: een Beitrag van Geschichte van Wehrwesens van Altertum bis zur Gegenwart ("Strategie en Tactiek: Een Bijdrage aan de Geschiedenis van Defensie van Oudheid tot Heden"), 1960
Schlacht um Moskau. Erinnerungen über die Heeresgruppe Mitte ("Slag van Moskou, Herinneringen van het Leger Groep Centrum"). (In: Seymour Freiden & William Richardson (redactie): De fatale beslissingen . New York, 1958.)
Prijzen en promoties 
Promoties 

20 september 1911 Fahnenjunker-Unteroffizier (Cadet)
27 januari 1912 Fähnrich (Ambtenaar Kandidaat)
19 november 1912 Leutnant (luitenant)
22 maart 1918 Oberleutnant (eerste luitenant)
1 april 1926 Hauptmann (kapitein)
1 september 1933 Major
1 april 1936 Oberstleutnant (luitenant-kolonel)
1 oktober 1938 Oberst (Kolonel)
16 januari 1942 generalmajor (brigadier-generaal)
1 december 1942 Generalleutnant (Algemeen-Generaal)
1 april 1944 generaal der infanterie (generaal van de infanterie

 

 

 

Blumentritt-Guenther.jpg

Günther Blumentritt
Geboren 10 februari 1892
München, Duitse Keizerrijk
Overleden 12 oktober 1967
München, Bondsrepubliek Duitsland
Begraven Waldfriedhof (München), Duitsland (graf bestaat niet meer)
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
Vrijkorps
War Ensign of Germany (1921-1933).svg Reichswehr
Balkenkreuz.svg Heer (Wehrmacht)
Dienstjaren 1911 - 1945
Rang Collar tabs for the Generals of the Heer.svg General (Wehrmacht).svg
General der Infanterie
Eenheid 3. Thüringische Infanterieregiment Nr. 71
Infanterieregiment 19.
Leiding over Stafchef 4. Armee
(25 oktober 1940 -
10 januari 1942)
Oberquartiermeister OKH
(10 januari 1942 -
24 september 1942)
Stafchef Oberbefehlshaber West
(24 september 1942 -
9 september 1944)
XII SS Korps
(20 oktober 1944 -
20 januari 1945)
25e Leger
(29 januari 1945 -
28 maart 1945)
1e Parachutistenleger
(28 maart 1945 -
10 april 1945)
Heeresgruppe Blumentritt
(10 april 1945 - 8 mei 1945)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Oostfront
Tweede Wereldoorlog
Poolse veldtocht
Slag om Frankrijk
Operatie Seelöwe
Operatie Barbarossa
Oostfront
Operatie Overlord
Zak van Falaise

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

map showing German plan Fall Weiss

Herfst Weiss

 

 

 

 

 

 

Gerd von Rundstedt

Gerd von Rundstedt, commandant van Blumentritt voor veel van de oorlog.

1-Diuts militair in de Tweede Wereldoorlog

1---2---3---4---5---6---7