Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

1-Brits militair in de Tweede Wereldoorlog

Afbeeldingsresultaat voor britse vlag

Winston Leonard Spencer-Churchill

Winston Leonard Spencer-Churchill (Blenheim Palace, Woodstock, 30 november 1874 Ė Londen, 24 januari 1965) was de Britse staatsman die als premier van 1940 tot 1945 Hitler weerstond en daarmee een beslissende rol in diens ondergang en de geallieerde overwinning heeft gespeeld. Het lukte hem de Britse oorlogsinspanning op peil te krijgen en de Verenigde Staten daarbij tot steun te bewegen.
Churchill is een van de bekendste staatslieden van de 20e eeuw. Voor zijn aantreden als premier op zijn 64e had hij al een lange en wisselvallige carriŤre achter de rug, waarin hij twee maal van politieke partij wisselde. In 1901 werd hij voor het eerst verkozen in het Lagerhuis en in 1910 benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken. Als minister van Marine en als minister van Munitie was hij betrokken bij de Eerste Wereldoorlog en hij was later ook minister van FinanciŽn. Daarnaast was hij een productief en succesvol schrijver en ontving hij in 1953 de Nobelprijs voor de Literatuur voor zijn geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Als een van de weinige Europeanen was hij Amerikaans ere-staatsburger.
Biografie
Churchill werd geboren in Blenheim Palace te Oxfordshire. Hij was een nakomeling van de Engelse veldheer John Churchill, de 1e hertog van Marlborough, die Blenheim Palace cadeau had gekregen als beloning voor de overwinning in de Slag bij Blenheim in 1704. Churchills vader was Lord Randolph Henry Spencer-Churchill, de derde zoon van de zevende hertog van Marlborough, die in 1886 minister van FinanciŽn was. Net als zijn vader gebruikte Churchill alleen 'Churchill' als achternaam, hoewel hij officieel geregistreerd stond als ĎSpencer-Churchillí. Zijn moeder was Jennie Jerome, de dochter van de Amerikaanse miljonair Leonard Jerome.
Churchill bezocht de Britse jongenskostschool Harrow. De jonge Churchill beleefde op de kostschool een harde jeugd. Hij werd door zijn klasgenoten 'copperknob' en 'ginger' genoemd omwille van zijn rode haar. Hij was er eenzaam en had nauwelijks contact met zijn ouders. Gezag werd door Churchill steeds in twijfel getrokken, daarom was studeren voor hem een zeldzaamheid. Als gevolg haalde hij slechte cijfers, zeker voor Latijn en wiskunde. Hierdoor werd hij door zijn onderwijzers veelvuldig gestraft. Toch had Churchill ook lievelingsvakken, zoals geschiedenis en literatuur, vakken waarin hij uitblonk en waarvan hij op latere leeftijd de vruchten zou plukken.
Churchill wordt meestal als een agnost beschouwd, maar officieel behoorde hij tot de Anglicaanse Kerk.
Militair
Na Harrow vervolgde hij in 1893 zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie te Sandhurst. In 1895 ging Churchill als militair waarnemer naar Cuba, waar hij met de Spaanse troepen meeging, die een antikoloniale guerrilla de kop probeerden in te drukken. Hij was indertijd niet slechts militair waarnemer; hij schreef ook een artikel over de vuurdoop op zijn 21e verjaardag in de Graphic Review.
In de rang van tweede luitenant, gestationeerd in Bombay, vroeg en kreeg hij uiteindelijk een aanstelling bij de strijdmacht in het noordwesten van Brits-IndiŽ, het huidige Afghaans-Pakistaanse grensgebied. Mede dankzij de invloed van vrienden van zijn moeder waren enkele kranten bereid zijn verslagen te publiceren over het neerslaan van een Pathaanse opstand in 1897 in dit gebied. Hij schreef reportages voor The Pioneer en The Daily Telegraph. Zijn boek over deze campagne, The Story of the Malakand Field Force, verscheen op 14 maart 1898.
Op 2 september 1898 was Churchill te Omdurman, nabij Khartoem in Soedan, deelnemer aan de laatste echte cavaleriecharge van het Britse leger. In een brief aan zijn moeder meldde Churchill, dat hij zelf ten minste vijf en mogelijk zeven tegenstanders had gedood. Die cavaleriecharge was overigens maar een bijzaak in de Slag bij Omdurman: het leger van kalief Abdallahi ibn Muhammad, de opvolger van de Mahdi (1844-1885), werd hoofdzakelijk met mitrailleurs vanaf schepen op de Nijl uitgeschakeld. In oktober was Churchill terug in Groot-BrittanniŽ, waar hij begon aan zijn tweedelige werk The River War, dat het jaar daarop werd gepubliceerd. In dit werk beschreef Churchill zijn visie op de gevaren van de invloed van de islam: "Individuele moslims kunnen geweldige kwaliteiten hebben, maar de invloed van de religie verlamt de sociale ontwikkeling van haar volgelingen. Er bestaat geen sterkere regressieve kracht in de wereld. Verre van stervende, is de islam een militant geloof dat mensen wil bekeren. Het is al verspreid over geheel Centraal-Afrika, bij elke stap onverschrokken strijders voortbrengend, en ware het niet dat het christendom wordt beschut door de sterke armen van de wetenschap, de wetenschap waartegen het (de islam) tevergeefs heeft geworsteld, dan zou de beschaving van het moderne Europa kunnen vallen, zoals de beschaving van het oude Rome is gevallen.Op 5 mei 1899 nam hij ontslag uit het Britse Leger.
In de Tweede Boerenoorlog werkte Churchill als oorlogsverslaggever. Hij werd gevangengenomen door de Afrikaners, ook wel Boeren genoemd, die een hinderlaag hadden gelegd voor een Brits treinkonvooi. Hij slaagde er in te ontsnappen naar LourenÁo Marques, het huidige Maputo, in de toenmalige Portugese kolonie Mozambique.

Winston Leonard Spencer-Churchill

Winston Leonard Spencer-Churchill 
Geboren 30 november 1874
Woodstock (Engeland)
Vlag van Verenigd Koninkrijk Groot-BrittanniŽ 
Overleden 24 januari 1965
Londen (Engeland)
Vlag van Verenigd Koninkrijk Groot-BrittanniŽ 
Politieke partij Conservatieve Partij
(1900Ė1904, 1924Ė1964)
Liberale Partij
(1904Ė1924) 
Partner Clementine Churchill (1908Ė1965) 
Beroep politicus
journalist
auteur
historicus
kunstschilder
militair (luitenant-kolonel) 
Religie anglicanisme

Politicus
Eenmaal terug in het Verenigd Koninkrijk begon hij aan zijn loopbaan in de politiek. Van 1901 tot 1922 en van 1924 tot 1964 was hij lid van het Lagerhuis. In het begin was hij lid van de Conservative Party, maar omdat deze partij zich kantte tegen het principe van internationale vrijhandel, ging hij in 1904 over naar de Liberal Party. In de jaren 1906 tot 1910 legde hij als lid van de regering de basis voor onder meer de werkloosheidsverzekeringen, arbeidsbureaus, de onafhankelijkheid van Ierland en een forse beperking van de macht van het Hogerhuis (waarin geen gekozen vertegenwoordigers zitting hadden en hebben). Door onenigheid met de liberale premiers Asquith en Lloyd George keerde Churchill tijdens het interbellum terug naar de Conservatieven.
In 1910 werd Churchill benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken en diende hij een verzoek in om ongeveer 100.000 "geestelijk gedegenereerde" mensen te steriliseren en een paar duizend anderen te laten werken in op te richten staatskampen. Dit was "om het Engelse ras te redden van deze zich voortplantende inferieuren." In de in 1913 aangenomen wet werd de mogelijkheid tot sterilisatie geschrapt. Als minister van Binnenlandse Zaken was Churchill tegenstander van het vrouwenkiesrecht, wat er zelfs toe leidde dat een suffragette hem fysiek aanviel.
In 1911 werd hij benoemd tot minister van Marine (First Lord of the Admiralty). Hij zou in deze functie actief blijven tot in de Eerste Wereldoorlog. Gedurende deze tijd was hij als lid van het 'Committee of Imperial Defense', samen met onder anderen de minister van Buitenlandse Zaken Edward Grey, betrokken bij de voorbereiding van de Britse strijdkrachten op de dreigende oorlog in Europa. Churchill en de First Sea Lord (chef-staf van de Marine) prins Lodewijk van Battenberg zorgden ervoor dat de reusachtige Britse vloot in de zomer van 1914 na oefeningen niet uiteenviel en zo bij het uitbreken van de oorlog direct inzetbaar was. Hij speelde in die tijd een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de eerste Britse tank, de Mark I.
In de Eerste Wereldoorlog was Churchill als minister van Marine erg ambitieus om de Centrale mogendheden aan te vallen. Zo was hij in 1915 medeverantwoordelijk voor de rampzalige Gallipoli-landingen bij de Dardanellen, die bedoeld waren om de hoofdstad van de Ottomaanse bondgenoot van Duitsland te veroveren en een bevoorradingsroute naar bondgenoot Rusland open te leggen. Aan Britse en Franse zijde waren hierbij niet minder dan 220.000 doden, gewonden en vermisten te betreuren (voor het Ottomaanse Rijk was dit getal ongeveer 250.000). Dit bezorgde hem bij zijn critici de bijnaam "slager van Gallipoli". Hij nam een groot deel van de verantwoordelijkheid op zich door af te treden als minister van Marine, hoewel de hoofdschuldigen voor de mislukking de plaatselijke bevelhebbers waren.Toen er spoedig daarna een regering gevormd werd, die uit alle partijen bestond, werd Churchill kanselier van het Hertogdom Lancaster (Chancellor of the Duchy of Lancaster), een minder belangrijke post. Churchill voelde zich daar niet op zijn plaats, nam al snel weer ontslag uit de regering en voegde zich bij het leger. Hij diende aan het westelijk front als bevelhebber van een Schots bataljon te Ploegsteert, maar bleef lid van het Lagerhuis.
In 1917 werd hij benoemd tot minister van Munitie. Toen de Eerste Wereldoorlog afgelopen was, werd hij tevens aangesteld als minister van Oorlog en minister van Luchtvaart. Hij stelde in 1919 voor om gifgas te gebruiken "als experiment tegen weerspannige Arabieren." In zijn ogen was het gebruik van chemische wapens slechts "de toepassing van de westerse wetenschap op moderne oorlogsvoering." Het was dan ook een betrekkelijk nieuw wapen, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog met wisselend succes was gebruikt door de Duitsers, de Fransen en de Britten. Ook was hij er voorstander van om in te grijpen in de Russische Revolutie. Hij zag het als zijn persoonlijke queeste om het bolsjewisme "te wurgen bij de geboorte". Hij werd hierna benoemd tot minister van KoloniŽn en was de ondertekenaar van het Anglo-Iers Verdrag van 1921, waarmee de Ierse Republiek onafhankelijkheid werd verleend.
In oktober 1922 werd bij Churchill de blindedarm verwijderd. Toen hij na de operatie bijkwam, was de regering inmiddels gevallen en waren er verkiezingen uitgeschreven. Bij deze verkiezingen verloor hij zijn zetel voor het kiesdistrict het Schotse Dundee. In 1924 kwam hij, met conservatieve steun, uit voor Epping gelegen ten noorden van Londen en werd verkozen. Churchill werd nu benoemd tot Chancellor of the Exchequer (minister van FinanciŽn). In 1925 werd hij weer lid van de Conservatieve Partij.
Bij de verkiezingen van 1929 werden de Conservatieven verslagen. Door interne meningsverschillen werd Churchill geen leider van de partij. Toen de eerste Labour-premier Ramsay MacDonald een coalitieregering vormde, was er geen plaats voor Churchill, die toen zijn tijd verder besteedde aan schrijven. Na 1933 was hij een van de weinigen in zijn land die konden en wilden inzien dat de opkomst van nazi-Duitsland tot een nieuwe oorlog zou leiden en die pleitte voor een sterker leger. De slachtpartijen van de 'Great War' lagen echter nog zo vers in het geheugen, dat velen de realiteit niet onder ogen wensten te zien. Churchill was een fel tegenstander van premier Neville Chamberlains Appeasementpolitiek. Zijn positie als roepende in de woestijn werd nog erger toen hij partij koos voor Eduard VIII bij diens dramatische keuze voor een huwelijk met de gescheiden vrouw Wallis Simpson, wat Eduard uiteindelijk de troon kostte.
In 1937 schreef Churchill het pas 70 jaar later opgedoken controversiŽle artikel How The Jews Can Combat Persecution, dat verboden werd voor publicatie. Hierin nam hij het de joden onder meer kwalijk dat ze niet wilden integreren, dat ze te veel rente rekenden voor leningen (met gebruik van de term "Hebreeuwse bloedzuiger") en dat ze daardoor hun vervolging zelf min of meer in de hand hadden gewerkt. Zijn gedachten hieromtrent stemden in dit opzicht overeen met die van de Britse fascistische partij BUF, Oswald Mosleys British Union of Fascists; deze partij was een jaar eerder opgericht en leidde indertijd anti-semitische rellen in de Londense Cable Street. Desalniettemin was Churchill geen extreem antisemiet en correspondeerde hij veel met joodse en zionistische prominenten. In de periode dat de Duitse ambassadeur Joachim von Ribbentrop in Londen was kwam het bij een diner tot een incident, toen Churchill opmerkte dat "het stompzinnig was om mensen te beoordelen op basis van toevalligheden zoals geboorte".
Het schijnbare succes en de grote populariteit van Chamberlains appeasementpolitiek drukte Churchill in de politieke marge. Waarschijnlijk mede hierdoor maakte hij een periode van depressies door. Op 1 oktober 1938, de dag na de triomfantelijke terugkeer van Chamberlain uit Berlijn, zwaaiend met het inmiddels beruchte papiertje en de belofte van "peace with honour, peace for our time", kreeg Churchill bezoek van Guy Burgess - naar later zou blijken toen al mol voor de Sovjet-Unie en lid van de Cambridge Five. Burgess - zelf ook een groot tegenstander van Hitler en van fascisme in het algemeen - scheen in de uren bij Churchill te hebben bereikt dat deze zijn wil herwon om terug te keren in de politiek om Hitler te weerstaan. Churchill gaf Burgess als dank hiervoor een gesigneerd exemplaar van een boek met zijn toespraken en de belofte dat Burgess altijd bij Churchill zou mogen aankloppen voor hulp.
Tweede Wereldoorlog
Toen op 1 september 1939 de oorlog uitbrak, die Chamberlain had willen voorkomen, werd hij benoemd tot minister van Marine (First Lord of the Admiralty). Toen Chamberlain na rampzalige nederlagen in Noorwegen op 10 mei 1940, toen de Duitsers aan het Westelijk Front hun opmars begonnen, als premier aftrad, werd hij opgevolgd door Churchill. Zijn vriend, vertrouweling en krantenmagnaat Max Aitken, werd benoemd tot toezichthouder over de vliegtuigproductie.
Churchills toespraken waren een inspiratie voor het Britse volk. Zijn beroemde toespraak "I have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat" ("Ik heb niets anders te bieden dan bloed, hard werk, tranen en zweet") (13 mei 1940) was zijn eerste toespraak als premier.
Op 30 oktober 1939 voer Winston Churchill met twee admiraals op het slagschip HMS Nelson in de buurt van de Orkney-eilanden, begeleid door HMS Rodney en HMS Hood en tien torpedojagers. Kapitein Wilhelm Zahn van de Duitse duikboot U-56 lanceerde onder water drie torpedo's die tegen de scheepsromp van HMS Nelson insloegen, maar ze explodeerden niet door defecte magnetische ontstekers.Kapitein Zahn dook weg en trok zich neerslachtig terug in zijn hut en stuurde pas later een bericht naar admiraal Karl DŲnitz, die bij een snel bericht een andere duikboot had kunnen sturen.
Kort voor de Slag om Engeland sprak hij deze legendarische woorden tot het Britse volk:
"We shall defend our island, whatever the cost may be, we shall fight on the beaches, we shall fight on the landing grounds, we shall fight in the fields and in the streets, we shall fight in the hills; we shall never surrender. (We zullen ons eiland verdedigen, wat het ook zal kosten, we zullen vechten op de stranden, We zullen vechten op de landingsplaatsen, we zullen vechten in de velden en op de straten, we zullen vechten in de heuvels. We zullen ons nooit overgeven.)" 
Door zijn persoonlijke vriendschap met de president van de Verenigde Staten Franklin Delano Roosevelt was het Verenigd Koninkrijk verzekerd van de aanvoer van goederen via de Atlantische Oceaan. Het Verenigd Koninkrijk moest zich voor deze goederen wel diep in de schulden steken. Om de financiŽle situatie niet al te zeer aan te tasten, werd tussen het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten de Lend Lease-constructie bedacht: het Amerikaanse leger kreeg vrij toegang tot het Verenigd Koninkrijk en de koloniŽn hiervan om aldaar legerbases op te zetten.
Churchill richtte de Special Operations Executive (SOE) op, die operaties in vijandelijk gebied uitvoerde. Deze SOE viel onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Oorlog, dat geleid werd door Hugh Dalton. Ook de commando's werden opgericht. De meeste Special Forces in de wereld zijn georganiseerd naar het voorbeeld van deze commando's.
Sommige van Churchills militaire acties werden later controversieel genoemd. Tijdens de Grote Bengaalse Hongersnood van 1943 kon Churchill op zijn best onverschillig genoemd worden en er werd later gezegd dat hij er misschien (doordat hij niets deed) medeplichtig aan was. In Brits-IndiŽ werd echter de dreiging van de Japanse troepen, nadat die Brits Birma ingenomen hadden, steeds groter. In 1943 besloot Churchill Hamburg te laten bombarderen met brandbommen, waarbij ten minste 48.000 burgers om het leven kwamen. Vervolgens huurde hij Britse wetenschappers in om voor een grotere Duitse stad "een andere weersvoorspelling te doen", daarmee verwijzend naar de vuurstorm die door het bombardement op Hamburg was veroorzaakt. Ook het bombardement op Dresden in februari 1945 was later omstreden. Dresden was geen militair doelwit en tienduizenden burgers kwamen om. Churchill schreef later in zijn mťmoires dat hij de illusie had dat Dresden "een communicatiecentrum voor het oostfront" vormde.
Churchill was ook een van de drijvende krachten achter de verdragen die de grenzen van de Europese en Aziatische landen van voor de Tweede Wereldoorlog veranderden. De grens tussen Noord-Korea en Zuid-Korea werd voorgesteld op de conferentie van Jalta, zoals ook de verwijdering van Japanse troepen uit dat gebied. Voorstellen voor de Europese grenzen werden pas gedaan in 1943 door Roosevelt en Churchill. De uiteindelijke schikking werd te Potsdam gedaan door Churchill, Stalin en Truman.
Een onderdeel van de uiteindelijke schikking was het overbrengen van Duitsers uit het betreffende gebied. De exacte getallen van de verplaatsingen van bevolkingsgroepen over de Duits-Poolse en Pools-Russische grenzen waren later moeilijk te bepalen, maar het waren vooral miljoenen Duitsers, die met geweld uit hun voormalige Ostgebiete werden verdreven. Churchill en zijn minister van Buitenlandse Zaken Anthony Eden waren hier fel tegen, want zij voorzagen dat het onttrekken van de oostelijke graangebieden aan Duitsland in dat land binnen de kortste keren tot hongersnood zou leiden. De kwestie bleef echter liggen tot na de Britse verkiezingen van 25 juli, die Churchill nog tijdens de Conferentie van Potsdam van het toneel deden verdwijnen. De Russen gingen later gewoon door met het verdrijven van de Duitse bevolking tot over de Oder en de Oostelijke Neisse, en plaatsten de Britten en de Amerikanen aldus steeds meer voor een voldongen feit.
Naoorlogse periode
Verkiezingsnederlaag

Hoewel Churchill een (zeer) belangrijke rol in de Tweede Wereldoorlog heeft gespeeld maakte hij veel vijanden in eigen land. Onder andere zijn kritiek op de onafhankelijkheid voor Brits-IndiŽ - hij noemde Mahatma Gandhi een "opruiend advocaatje, verkleed als fakir" - en zijn kritiek op sociaal vooruitstrevende ideeŽn, zoals openbare gezondheidszorg en beter onderwijs voor het volk, veroorzaakte veel onvrede, met name onder de veteranen uit de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de verkiezingen, die gehouden werden toen de oorlog in Europa was afgelopen, werden Churchill en zijn Conservatieve Partij met een groot verschil aan stemmen verslagen door Clement Attlee en diens Labour Party.
De nederlaag van Churchill kwam onverwacht, maar was wel verklaarbaar. Churchill was een grote oorlogsheld voor de Britten, maar zij wilden na de zware oorlog met een schone lei beginnen. Daarom kozen ze een volledig nieuwe regering met een nieuwe premier aan het hoofd.
Churchills reactie op zijn verlies was opmerkelijk: "That's democracy" sprak hij, daarmee aanduidend hoe de wisseling van de staatsmacht in een land behoorde te verlopen. Zijn bitterheid bleek later wel uit zijn weigering om in 1945 de zeer prestigieuze en voor ex-premiers gebruikelijke Orde van de Kousenband aan te nemen; "wanneer het Britse volk me de hiel heeft laten zien kan ik de kousenband niet aannemen". Churchill werd in plaats van met eerder genoemde ridderorde vervolgens gedecoreerd met de "Order of Merit". Hoewel hij de zeventig al was gepasseerd, werd hij oppositieleider, want hij wilde de leiding van de Conservatieve Partij nog niet overgeven aan de ex-minister van Buitenlandse Zaken Anthony Eden, die hij daarvoor niet goed genoeg vond. Dat zou pas tien jaar later gebeuren. Tijdens een rondreis in Amerika in 1946 hield hij zijn 'Fulton Speech' in Fulton, Missouri, waarin hij constateerde dat Oost-Europa bezig was in de Sovjet-invloedssfeer te geraken en daarmee achter een IJzeren Gordijn te verdwijnen. Hij verzette zich tegen Britse deelname aan de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en pleitte voor gepaste afstand van het Verenigd Koninkrijk ten opzichte van Europa, handhaving van het Britse Rijk en nauwere banden met Amerika. Desalniettemin werden India en Pakistan in 1947 onafhankelijk.
Tweede termijn
Nobelprijs voor de Literatuur

Nadat de Labour Party in 1951 verslagen was werd Churchill opnieuw premier. Een aantal maatregelen van Labour werd teruggedraaid, zoals de nationalisatie van de staalindustrie en de transportsector. Belangrijke ministers in deze periode waren Harold MacMillan en Anthony Eden.
In 1953 werd Churchill alsnog benoemd tot ridder in de Orde van de Kousenband (en kon daarna sir Winston genoemd worden). Ook kreeg hij de Nobelprijs voor de Literatuur voor zijn vele boeken over de Britse- en de wereldgeschiedenis. Een beroerte in juni 1953 had tot gevolg dat hij aan zijn linkerkant tijdelijk verlamd raakte. De bevolking kreeg echter niet te horen dat de gezondheid van de premier sterk verminderd was. In 1955 legde Churchill zijn premierschap neer wegens gezondheidsredenen. Hij bleef nog wel hoofd van de Universiteit van Bristol. In 1956 kreeg hij van de stad Aken de Internationale Karelsprijs, voor zijn ideeŽn over een Verenigde Staten van Europa. In 1959 erfde hij de titel Father of the House als langstzittend parlementslid sinds 1924. Hij zou dit blijven tot zijn afscheid van het Lagerhuis in 1964. Hierna ging de titel naar Richard Austen Butler.
Laatste dagen
Op 15 januari 1965 kreeg Churchill een tweede beroerte en zijn gezondheid verslechterde als gevolg hiervan snel. Negen dagen later stierf hij, op 90-jarige leeftijd. Hij werd drie dagen lang opgebaard in de Westminster Hall en kreeg vervolgens een staatsbegrafenis. De rouwdienst werd gehouden in de St Paul's Cathedral. Toen zijn kist langzaam de Theems afvoer, bogen de kranen en groetten hem op die manier voor de laatste keer.
Churchill werd begraven in het familiegraf op Saint Martin's Churchyard, Bladon, vlak bij Woodstock, Oxfordshire, Engeland.
Familie
Churchill trouwde op 2 september 1908 met Clementine Hozier (1885-1977). Zij was van adellijke komaf, maar had geen fortuin of erfenis te verwachten.
Het echtpaar kreeg vijf kinderen:
Diana Churchill (1909-1963)
Randolph Frederick Edward Churchill (1911-1968)
Sarah Millicent Hermione Churchill (1914-1982)
Marigold Frances Churchill (1918-1921)
Mary Churchill (1922-2014)
Vanwege Churchills levensstijl op grote voet en door enorme verbouwingen aan hun Kentse buitenverblijf Chartwell kende het gezin Churchill een chronisch geldtekort. Churchill probeerde dit te verhelpen door aan de lopende band artikelen en boeken te schrijven, die in de Verenigde Staten en Groot-BrittanniŽ werden gepubliceerd.
Hoziers moeder was Lady (Henrietta) Blanche Ogilvy (1852-1925), de tweede vrouw van Henry Montague Hozier. De identiteit van haar vader is niet helemaal zeker. Haar moeder had kennelijk nogal losse opvattingen over seksualiteit en zou daarom later ook gescheiden zijn. Ze heeft altijd volgehouden dat kapitein William George "Bay" Middleton Clementines vader zou zijn, maar volgens de biografe van Churchill zou de zwager van Clementines moeder, (Algernon Freeman-Mitford) haar echte vader zijn.
Churchills zoon en kleinzoon traden beiden in zijn voetspoor en werden later lid van het parlement. Zijn jongste dochter, Mary Soames, ontving ook de Orde van de Kousenband en daarmee werd een uniek moment geschapen in de geschiedenis van deze Orde: nog nooit eerder kregen een niet-koninklijke vader en diens niet-koninklijke zoon/dochter allebei deze Orde.
Churchill en de VS
Door zijn Amerikaanse moeder was Churchill al vroeg in zijn loopbaan zeer gezien in de Verenigde Staten. Al bij het uitbreken van de oorlog in Europa op 1 september 1939 zag hij de noodzaak tot het sluiten van een bondgenootschap met Amerika. Vanaf zijn aantreden als premier op 12 mei 1940 ijverde hij onafgebroken voor dit idee, waarbij hij op een gewillig oor kon rekenen bij president Roosevelt. Groot-BrittanniŽ werd echter in de VS niet gewaardeerd zoals Churchill dat werd: zijn land gold daar, vooral in politieke kringen, als aanmatigend, reactionair, bedilzuchtig en arrogant. Ook bestond er een sterke stroming die pleitte voor een neutrale positie van de Verenigde Staten, vooral in republikeinse kringen.
Churchill deed er alles aan om dat te veranderen en wendde zijn invloed aan voor het in maart 1941 tot stand komen van Roosevelts Lend-Lease Act, een leen- en pachtwet die de Britten levering op krediet garandeerde van vrijwel alles waaraan zij uit de Verenigde Staten voor de duur van de oorlog behoefte konden hebben. Daarbij werd in de eerste plaats aan militaire middelen gedacht, zoals torpedobootjagers als wapen tegen het gevaar van de Duitse onderzeeŽrs.
Op 7 december 1941 werd de neutrale positie van de Verenigde Staten doorbroken door de Japanners: de aanval op Pearl Harbor betrok de Verenigde Staten direct bij de Tweede Wereldoorlog, omdat Japan al in oorlog was met het Verenigd Koninkrijk. Bovendien verklaarde Nazi-Duitsland op 11 december de oorlog aan de Verenigde Staten als gevolg van het bondgenootschap tussen Tokio en Berlijn, waardoor Duitsland tevens de Amerikaanse bevoorradingsschepen op de Atlantische Oceaan kon aanvallen.
Na de oorlog was de omslag in de Amerikaanse waardering voor de Britten totaal: het land werd als moedig, vasthoudend en respectabel gezien. De ontwikkeling van de NAVO was daar een logisch uitvloeisel van. Churchill werd benoemd tot Amerikaanse ereburger. Hij ontving ook de Amerikaanse Army Distinguished Service Medal.
Churchill in Nederland
Vanaf 8 mei 1946, precies een jaar nadat Britse en Canadese soldaten West-Nederland bevrijd hadden, bracht Churchill een bezoek van een week aan Nederland. Langs de route stonden bij zijn aankomst honderdduizenden belangstellenden. Tijdens zijn verblijf in Amsterdam werd hij op de Dam toegejuicht door circa 30.000 personen. In Den Haag hield hij in de Staten-Generaal een pleidooi voor een verenigd Europa. Hij ontving daarbij het Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij bezocht ook Rotterdam en Leiden, waar hem in de Pieterskerk het eredoctoraat van de Rijksuniversiteit Leiden werd uitgereikt op voordracht van professor R.P. Cleveringa.
Churchill als schrijver
Churchill was een productief schrijver; hij had uiteindelijk 38 titels, verdeeld over 59 boeken (enkele titels beslaan meerdere delen), op zijn naam staan. Hij was een broodschrijver, niet alleen omdat hij niet over een eigen vermogen beschikte, maar ook omdat aan het begin van de 20e eeuw leden van het Lagerhuis geen bezoldiging kregen. Daarnaast wilde hij, na de dood van zijn vader (1895), zijn naam vestigen, alvorens de politieke arena te betreden. In zijn latere leven stelden de inkomsten uit zijn geschriften hem ertoe in staat een aristocratische levensstijl erop na te houden.
Zijn eerste boeken waren gebaseerd op zijn ingezonden verslagen als oorlogscorrespondent: The Story of the Malakand Field Force, The River War, London to Ladysmith via Pretoria en Ian Hamiltonís March. Churchills boeken vonden veel aftrek omdat zij voldeden aan de behoefte aan heldendaden van het Britse Rijk en hij kreeg menig compliment, onder meer van de toenmalige kroonprins, de latere koning Eduard VII. In zijn Indiase periode schreef Churchill zijn enige roman, Savrola, maar dit boek was geen succes.
Na zijn verkiezing in 1900 als lid van het Lagerhuis was de eerste schrijversambitie van Churchill om de eer van zijn vader, een groot politicus die roemloos aan zijn einde was gekomen, te herstellen met een tweedelige biografie, getiteld Lord Randolph Churchill, die hem veel lof opleverde. Daarnaast schreef Churchill in die periode enkele politieke pamfletten, waaronder Mr. Brodrickís Army, For Free Trade, Liberalism and the Social Problem en The Peopleís Rights, waarin hij zijn politieke standpunten kon verwoorden, zowel voor als na zijn verandering van politieke partij.
The World Crisis
Toen Churchill in de regering werd opgenomen betekende dat een tijdelijk einde van zijn productiviteit als schrijver; dat was uiteraard vanwege het totale beslag dat de verantwoordelijkheid van regeringsgezag op hem legde, maar ook omdat deze functies beter betaald werden. Als minister van Binnenlandse Zaken in 1910 en minister van Marine in de Eerste Wereldoorlog, als Lagerhuislid in de loopgraven en als minister van Materieel, minister van Oorlog en minister van KoloniŽn verzamelde hij het materiaal voor zijn eerste monumentale werk: The World Crisis. Dit werk werd in vier titels (vijf boeken) tussen 1923 en 1929 gepubliceerd en werd beschouwd als een van de standaardwerken over de 'Great War', zoals de Eerste Wereldoorlog indertijd genoemd werd.
Deze titels verkochten goed en leverden Churchill veel geld op. Hij betaalde in 1922 zijn buitenhuis Chartwell in Kent met het voorschot op The World Crisis. In 1929 leidden twee zaken tot een hernieuwde verhoogde schrijfproductie. Ten eerste verloor Churchill zijn kabinetszetel als minister van FinanciŽn en had hij dus geen vast inkomen meer. Daarnaast had hij via zijn goede Amerikaanse vriend Bernard Baruch veel geld belegd op de beurs in Amerika. Na de Beurskrach van 1929 was een groot deel van zijn vermogen verdwenen en was hij genoodzaakt om zijn toen reeds kostbare levensstijl te bekostigen met de opbrengsten uit zijn schrijfarbeid.
"Schrijffabriekje"
In die tijd had Churchill zijn schrijfwijze inmiddels aangepast en gebruikte hij stenografen om zijn gedicteerde monologen vast te leggen, die hij vervolgens corrigeerde. Dit, samen met zijn victoriaanse, aristocratische opvoeding, zou zijn gedragen stijl en archaÔsche woordkeus hebben verklaard. In de jaren 30 ontstond een klein schrijffabriekje in Chartwell met secretaresses en onderzoeksassistenten, allen ingeschakeld om de schrijfproductie op peil te houden, niet alleen van boeken, maar ook van talloze (betaalde) artikelen in kranten en tijdschriften.
Zo verscheen het vierde deel The Aftermath van zijn geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog in 1929. De volgende titel was in 1930 My Early Life, dat geschreven was als een soort jongensboek. In 1930 verscheen ook een verkorte en gereviseerde versie van de eerste drie titels: The World Crisis 1911-1918 Abridged and Revised en in 1931 een addendum aan The World Crisis, getiteld The Eastern Front, over de oorlog aan het oostfront tussen Rusland en Duitsland en de Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Het politieke pamlet India uit 1931 zou hem in later jaren worden nagedragen, omdat hij zich hierin zou laten kennen als een aartsimperialist. Thoughts and Adventures, een bundel van essays die eerder in verschillende kranten en tijdschriften waren verschenen, werd gepubliceerd in 1932.
Churchill stak veel tijd en moeite in zijn derde grote vierdelige werk dat tussen 1933 en 1938 verscheen: Marlborough: His Life and Times,over zijn voorvader John Churchill, de eerste hertog van Marlborough, die zijn titel en zijn kasteel Blenheim als beloning voor zijn overwinningen in de Spaanse Successieoorlog verkreeg.
In 1937 verscheen Great Contemporaries,[9] een serie biografische schetsen van uiteenlopende figuren als Joseph Chamberlain, Paul von Hindenburg, Lawrence of Arabia, Maarschalk Foch, Leon Trotski, Hitler en Franklin D. Roosevelt. In de edities die tijdens de Tweede Wereldoorlog verschenen werden de essays over Savinkov, Trotski (nu Stalin een bondgenoot was) en Roosevelt (idem) geschrapt. Andere titels waren Arms and the Covenant en Step by Step 1936-1939. De laatste was een bundeling van ruim tachtig reeds eerder in kranten verschenen artikelen over de toestand in de wereld, die een goed tijdsbeeld gaven van de dramatische internationale ontwikkelingen en Churchills mening hierover, toen hij in een politiek isolement verkeerde. In dit werk werden in de herdrukken, die tijdens de Tweede Wereldoorlog verschenen, enkele artikelen weggelaten die kritisch waren ten opzichte van de Sovjet-Unie.
Tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog verschenen bundelingen van zijn redevoeringen Into Battle, The Unrelenting Struggle, The End of the Beginning, Onwards to Victory, The Dawn of Liberation, Victory en Secret Session Speeches. Daarnaast verscheen in 1945 een samenvatting hiervan: War Speeches 1940-1945.
The Second World War
Vanaf 1948 verscheen Churchills vierde grote werk The Second World War, waarvoor hij, naast al zijn andere literaire prestaties, in 1953 de Nobelprijs voor de Literatuur ontving.Dit was volgens critici zeker niet zijn beste werk; de reden voor kritiek was dat Churchill zijn eigen rol in de wereldpolitiek en in de oorlogsstrategie groter zou hebben voorgesteld dan zij in werkelijkheid zou zijn geweest en omdat hij selectief zou zijn geweest in zijn weergave van de feiten. Onder andere over het feit dat men de Duitse Enigma-code had gebroken wilde Churchill de Sovjet-Unie niet wijzer maken dan zij al was.
Tussen 1947 en 1961 verschenen nog de bundelingen van zijn redevoeringen van na de Tweede Wereldoorlog, met daarin zijn beroemde Fultonspeech, waarin hij de term IJzeren Gordijn lanceerde en zich profileerde als voorvechter van Europese eenwording, in The Sinews of Peace, Europe Unite, In the Balance, Stemming the Tide en The Unwritten Alliance. In de periode tussen zijn twee premierschappen vond hij tijd om een klein boekje over zijn favoriete schilderhobby te schrijven, onder de titel Painting as a Pastime.
Na zijn aftreden als eerste minister in 1955 ten gunste van Anthony Eden schreef Churchill niet veel meer. Zijn laatste literaire inspanning was het afronden en redigeren van zijn vijfde en laatste grote vierdelige werk History of the English Speaking Peoples,waaraan hij al in de jaren dertig was begonnen en dat hij bijna voltooid had toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en hij door Neville Chamberlain in de regering als minister van Marine werd opgenomen.
Niet alleen zal Winston Spencer Churchill blijven voortleven als een groot staatsman, die met zijn inspirerende redevoeringen in staat was zijn land samen te brengen om zich desnoods alleen te weer te stellen tegen nazi-Duitsland, maar ook als een groot schrijver, wiens boeken tot op de dag van vandaag worden herdrukt.

 

 

 

In de Tweede Wereldoorlog met de generaals Brooke en Montgomery

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Joseph Berry-squadroncommandant

Joseph Berry, DFC & 2 bars, (Tursdale, 28 februari 1920 - Kibbelgaarn, 2 oktober 1944) was squadroncommandant van het 501e squadron, gestationeerd op de vliegbasis Bradwell Bay in Engeland. Met het neerhalen van 61 V1's (vliegende bommen) heeft hij een onuitwisbare indruk achtergelaten in de geschiedenis van de Royal Air Force en behoorde tot de vliegende azen. Hij overleed op 2 oktober 1944 ten gevolge van een crash bij Kibbelgaarn in Oost-Groningen en ligt begraven op de algemene begraafplaats te Scheemda
CarriŤre
Joe Berry werd geboren op 28 februari 1920 in 55 Ramsey Str., Cassop-cum-Quarrington,Tursdale. Toen hij drie jaar was verhuisde het gezin naar 3 Elmfield Terrace, Hampeth bij Alnwick in Northumberland. Op zijn twaalfde jaar kreeg hij een studiebeurs voor de Duke Grammar school te Alnwick. Hierna ging hij werken voor de overheid. Bij het uitbreken van de oorlog was hij werkzaam bij de inkomstenbelasting. In 1940 meldde hij zich bij de RAF en werd toegelaten tot de vliegeropleiding. Op dat moment was de Battle of Britain op zijn hoogtepunt. In 1940, na de eerste solovluchten, werd hij piloot op een Miles Master en in mei 1941 vloog hij de Hawker Hurricane.Hierna volgde zijn bevordering tot Sergeant en werd hij ingedeeld bij het 256e squadron te Squires Gate bij Blackpool. Eind 1942 was Joe een volleerd nachtjagerpiloot en in maart 1943 werd hij overgeplaatst naar het Middellandse Zeegebied. Samen met zijn navigator, Ian Watson uit NewCastle werd hij ingedeeld bij het 153e squadron te Maison Blanche in Algiers.
In mei 1943 werd Joe overgeplaatst naar het 255e squadron dat in Frans Marokko gestationeerd was. In september werd het squadron overgeplaatst naar de vliegbasis Bo Rizzo op Sicilie en op de avond van de 13e september schoten Joe en zijn navigator in de omgeving van Salerno een Junckers JU-88 neer. Op 30 september volgde de tweede overwinning, een Messerschmidt ME-210 en een maand daarna weer een JU-88.
Hierna werden zij weer in Engeland gestationeerd op de basis Wittering. In maart 1944 kreeg hij zijn DFC voor het neerschieten van drie vijandelijke vliegtuigen. Na zijn bevordering tot Flight Lieutenant kwam hij bij de 'F' flight van het 150e Wing in Folkestone, Kent. Deze eenheid, die bestond uit het 3e, het 56e en het 486e squadron, was uitgerust met de nieuwe Hawker Tempest.
In juni 1944 werd deze FIU, Fighter Interception Unit, ingezet tegen de vliegende bommen die dagelijks overkwamen. Eerst vloog de FIU overdag maar later werd ontdekt dat de raketten beter 's nachts aangevallen konden worden.
V-1
Op 13 juni 1944, om 04.18 uur, precies een week na D-Day, spatte de eerste vliegende bom op Engelse bodem uiteen. Het Duitse volk had zijn vergeldingswapen, dat de geallieerden de honderdduizenden bommen op Duitse steden betaald zou zetten. Hoewel de traag vliegende V-1's, door de Engelsen 'doodlebugs' genoemd, veel onrust onder de Engelse burgerbevolking zaaiden en door hun relatief grote aantal, omvangrijke materiŽle schade veroorzaakten, konden ze geen invloed meer uitoefenen op het verdere verloop van de oorlog. De eerste 'Diver' kwam met een daverende klap neer in Swanscombe, ten oosten van Londen. Het was de eerste van de 2300 doodlebugs die tussen 16 juni en 5 september 1944 neer zouden komen en veel slachtoffers zouden gaan maken. In die 80 dagen hadden de Duitsers ongeveer 8000 vliegende bommen gelanceerd, waarvan er 2300 de Engelse verdediging zouden passeren.
Met grote haast werd een verdedigingssysteem opgericht, bestaande uit luchtdoelgeschut, kabelballons en jachtvliegtuigen. Alleen de laatsten zouden effectief kunnen zijn, omdat de V-1's op een hoogte van ongeveer 800 meter en met een snelheid van 660 km per uur vlogen. Van alle jachtvliegtuigen was de Hawker Tempest het meest geschikt door de snelheid en de mogelijkheid de V-1 horizontaal in te halen.
In juli 1944 werden in totaal door verschillende vliegers 146 V-1's uit de lucht geschoten. De eerste twee ontmoetingen van Joe Berry met de V-1 liepen op niets uit maar de derde keer was het raak. In drie vluchten in een nacht schoot Joe twee bommen neer. In de nacht van 23 juli schiet Joe Berry zeven V-1's neer en ontwikkelt hij zich tot de grootste V-1 specialist van de oorlog. Op 4 augustus krijgt hij zijn eerste balk bij het DFC.
Op 10 augustus 1944 wordt hij gepromoveerd tot 'squadron-leader' en geplaatst bij het 501e squadron op de vliegbasis Manston. Deze eenheid werd ook geplaatst onder de FIU en had slechts drie doodlebugs kunnen neerhalen in 200 vluchten in de eerste 10 dagen van augustus 1944. Na de overname van het squadron door Joe Berry was aan het eind van de maand de score tien keer zo hoog. Bij zijn dood in oktober 1944 heeft Joe 61 V-1's geclaimd.
DFC

Flight Officer Joseph Berry ontving in februari 1944 het Distinguished Flying Cross.Op dat moment had hij in het Middellandse Zeegebied twee Junkers JU-88 en een Messerschmidt 210 neergeschoten. Op 4 augustus 1944, na 43 V-1's te hebben neergehaald, ontving hij de eerste balk bij het DFC. In januari 1946, bijna anderhalf jaar na zijn crash in Groningen, ontving hij postuum de tweede balk. Zijn ouders, vrouw en zuster namen de onderscheidingen in ontvangst op Buckingham Palace.
2 oktober 1944

In de vroege morgen van de tweede oktober 1944 stegen om 05.35 uur (UK standard time) drie Tempests op van de vliegbasis Bradwell Bay. Joe Berry, F/lt. Williams en F/Lt. Hansen vlogen een zogenaamde 'Ranger' naar Bad Zwischenahn, ongeveer een 40 kilometer over de Duitse grens bij Nieuweschans. Bekend was dat dit gebied zwaar verdedigd werd en daarom had Joe bij deze missie twee zeer ervaren piloten mee genomen.
Op een hoogte van 15 meter vlogen ze over de kust Nederland binnen, via het IJsselmeer en de Noordoostpolder richting Meppel. Een lichte bocht naar het noordoosten bracht de drie Tempests in de richting van het radarstation bij Veendam. Daar, rond 06.50 uur, opende het lichte luchtdoelgeschut, een enkele mitrailleur, het vuur op de drie laagvliegende vliegtuigen.
Het middelste toestel, SD-F EJ 600, van Joe Berry werd geraakt en dook omlaag. Over de radio klonk nog een keer zijn bekende stem:"Carry on, chaps, I've had it." Joe Berry trok het toestel, volgens ooggetuigen, tot een hoogte van ongeveer 150 meter op. Men zag achter het toestel een spoor, waarschijnlijk glycol. Te laag vliegend had Joe geen kans om uit het toestel te springen. Het sloeg met de zwaargewonde piloot tegen de grond in Kibbelgaarn en brandde uit. De overige twee Tempests cirkelden nog een aantal malen rond de plaats van de crash en vertrokken daarna.
Na de oorlog
Tot 1948 bleef het onbekend wie de piloot was, die in Scheemda begraven lag. Dat kwam, doordat de beide piloten, die met Joe hadden gevlogen, in het "operationsbook" lieten aantekenen, dat de crash plaats vond op 52į 55' Noord en 6į15' Oost. Dit is een coŲrdinaat dat ongeveer 15 mijl ten noorden van Meppel lag.
De familie van Joe wist niet waar hij begraven lag. In september 1946 reisde Mevr. Ivy Berry, Joe's zuster, naar Nederland om naspeuringen te verrichten. Zij kwam in contact met het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Deze verwees haar naar de schrijver Anne de Vries in Hooghalen. Anne de Vries plaatste een oproep in een aantal lokale dagbladen, waarin vermeld werd dat het vliegtuig vermoedelijk in de buurt van Meppel moest zijn neergekomen. Verschillende reacties volgden hierop en een aantal verwees naar de crash bij Kibbelgaarn. Zo kwam men tenslotte in contact met dhr. A. Jager. Via de initialen op de gevonden sigarettenkoker en de beschrijving van de omgekomen piloot, was men overtuigd dat de piloot die in Scheemda begraven lag, Joe Berry moest zijn. Pas toen werd de familie ingelicht omtrent de laatste rustplaats van Joe. In 1953 is de steen geplaatst van de Commonwealth of Wargraves.In 1983 zijn de resten van het vliegtuig opgegraven. Het wrak lag niet diep, ongeveeer een halve meter. Veel van het vliegtuig was vergaan, alleen de massieve delen waren overgebleven. Deze bevinden zich in het oorlogsmuseum te Uithuizen.


S / l.Joseph Berry, Voor dag en dauw op 05:35 uur op 2 oktober 1944 vliegen zijn Tempest ( SD - F ) , leidde hij een ander ' Ranger ' sortie met F / Lt EL ' Willy ' Williams (SD -L ) en F / Lt CA. ' Horry ' Hansen ( SD - H ) ,
 
 



Op 15 november werd het vliegtuig overgevlogen naar Maison Blanche in Algerije. Detachementen vloog van Bone, Setif, Souk el Arba, Souk el Khemis en Tingley. Augustus bracht een verhuizing naar West-SiciliŽ, waar sorties over de Salerno invasie vloot en bruggenhoofd in september werden gevlogen. Dit is waar Joseph opende zijn rekening; neerschieten van drie vijandelijke vliegtuigen, op 9 september een Messerschmitt Me 210, de 10 september een andere Me 210 over het Salerno gebied, en op 24 oktober een Junkers Ju 88 over de buurt van Napels, en de tweede keer waar hij moest bail out van zijn vliegtuigen (lettercode YD). 

Op de 3 oktober 1943, terwijl het dienen met 255 Squadron in de Middellandse Zee, Joe was betrokken bij de "Grote E-Boat Raid" bij Cos (Griekenland). 60 vliegtuigen waren betrokken; verschillende Beaufighter en 1 Beafort Squadron vielen de Duitse invasie Force Ten noorden van de geallieerde bezette eiland. De Duitse invasiemacht bestond uit verschillende grote schepen gebruikt als Troop Schepen, Destroyers, E-Boats and Landing Barges. De aanval had gemengde resultaten, als gevolg van zware vijandelijk vuur en slecht weer met tegenwind op de terugreis; de Squadrons nam de totale verliezen van 27%. De Beaufighter had een bereik van 370 mijl, en als gevolg van zware brandstofverbruik 25 terug, de meeste anderen gedumpt of werden neergeschoten. 
 

     

1-Begraafplaats Hoflaan Scheemda   2-Grafsteen Joe Berry


Flight Lieutenant Dominic Bruce

Dominic Bruce OBE MC AFM KSG MA RAF (7 juni 1915-12 februari 2000) was een Britse Royal Air Force officer (Flight Lieutenant), bekend als de "Medium Sized Officer"die van Colditz Castle ontsnapt. 
Early Years 
Dominic werd geboren op 7 juni 1915 in Hebburn , County Durham , Engeland . Hij was de tweede van de vier kinderen van William en Mary Bruce BEM. Mary (nťe McClurry) Bruce werd bekroond met de Medaille van het Britse Rijk in 1956 voor haar diensten aan de zorg voor zieken en gehandicapten. Zijn oudere broer was broeder Thomas (William) Bruce FSC, een lid van de De La Salle religieuze congregatie of Broeders van de Christelijke Scholen . Zijn twee jongere broers en zussen waren Anne Bruce-Kimber en John Bruce. Dominic's avonturen begon vroeg in zijn leven, toen hij liep weg van huis door middel van een collier zeilen van de Tyne naar de Thames. Opmerkelijk bij aankomst in Londen werd hij herkend door een politieman getrouwd met zijn vader zusje Anne. Hij werd snel terug naar Shakespeare Avenue in Hebburn. Dominic werd opgeleid bij en matriculated van St. Cuthbert's Grammar School, Newcastle 1927-1935. Hij was van een avontuurlijke instelling en als een alternatief voor zijn formele opleiding bracht hij enige tijd als een onbevoegde bezoeker van de Newcastle rechtbanken tijdens schooltijd en zou ongetwijfeld een geduchte juridische tegenstander in het latere leven hebben gemaakt zou moeten zijn familie had de middelen voor hem om een ​​juridische carriŤre na het toelatingsexamen na te streven. 
Dominic trouwde Mary Brigid Lagan in 1938 op 25 juni in Corpus Christi-Katholieke Kerk, Maiden Lane, The Strand, Londen WC2. 
Vroege RAF CarriŤre 

Na de toetreding tot de Royal Air Force in 1935 werd hij geplaatst op No. 9 Squadron en werd een navigator. In 1937 was hij betrokken bij een vliegtuig crash, die het gevolg is van een slecht beoordeeld afdaling die verwijderde het dak van een trein die op spoorlijnen grenst aan de Handley Pagina werkt vliegveld. Op 6 oktober 1938, terwijl met No. 214 Squadron hij de crash van Handley Pagina Harrow bommenwerper K6991 bij Pontefract, Yorkshire overleefde en werd bekroond met de Air Force Medal (AFM), die was (tot 1993) een militaire onderscheiding uitgereikt aan het personeel van Royal Air Force van hieronder kommissierang, voor "een handeling of handelingen van moed, moed en plichtsbetrachting tijdens het vliegen, maar niet in actieve operaties tegen de vijand". En werkt als een draadloze operator voor zijn vliegtuig werd hij gevloerd door een blikseminslag. Eenmaal hersteld hij gewaarschuwd zijn basis aan het feit dat de bemanning werden bail out. Die willen om eruit te komen van een noodluik vond hij zijn weg geblokkeerd door andere piloten die waren aarzelend over zichzelf te gooien uit het vliegtuig in de huilende duisternis. Hij haastte zich naar de andere kant van het luik en sprong. Zijn parachute harnas betrapt op het projecteren van klemmen en trok het luik boven hem dicht. Dominic is nu opgeschort onder de bommenwerper en niet in staat om verder te ontsnappen. Het realiseren van wat zijn collega-bemanningsleden was gebeurd waren nu verzinkt in actie verhoogde het valluik en waren geschokt om te hebben Dominic schieten terug in het vliegtuig als de pantomime Demon koning. Niet te geschokt om hem echter opnieuw uit te werpen. Dominic deze decoratie in zijn onnavolgbare wijze aangeduid als de "Weg van mama" medaille. 
" RAF No. 9 Squadron vochten met RAF Bomber Command in Europa helemaal door de Tweede Wereldoorlog, nam deel aan alle belangrijke invallen en grote veldslagen, pionier en bewees nieuwe tactiek en apparatuur, produceerde een aantal van de leidende figuren in de Grote Escape, evenals Colditz gevangenen - waaronder de legendarische 'Middelgrote Man' Flight Lieutenant Dominic Bruce OBE MC AFM initiatiefnemer van de beroemde 'theekist' ontsnappen, ze werd een van de twee gespecialiseerde eskaders aanvallen precisie doelen met de Tallboy bom, en leidde de finale mainforce inval, op Berchtesgaden, 25 april 1945. " 
Tweede Wereldoorlog 
Tijdens het navigeren van een Wellington bommenwerper over de Noordzee zijn vliegtuig werd in 1941 neergeschoten op 9 juni. Ondanks het feit dat hij niet kon zwemmen hij balen buiten en werd gered door de Duitse marine in de buurt van Zeebrugge. Hij verdiende het lidmaatschap van de " Caterpillar Club "als gevolg van de afrit van een" gehandicapte vliegtuigen ". Hij werd vaak gezien in het latere leven draagt ​​donkerblauwe stropdas van de Club die gouden rupsen geborduurd op het had. Na de oorlog Dominic werd bekroond met de Military Cross (MC) voor zijn ontsnappingspogingen 1946. 
Spangenberg Kasteel 
Dominic werd voor het eerst gehouden in Oflag IX-A / H , die een Duitse krijgsgevangenen kamp in Spangenberg kasteel in Duitsland. was Spangenberg werd gebruikt als een POW Camp van 1939 tot 1945. Het bevatte voornamelijk Britse krijgsgevangenen en enkele personeelsleden Franse luchtmacht vroeg in de oorlog. 
De Gevangene van Colditz 
Dominic aangekomen in Colditz Castle, die een kamp gevangene-of-War gehuisvest voor officieren gelabeld Oflag IV-C in 1942 op 16 maart. Colditz Castle was in de buurt van Leipzig in de deelstaat Saksen in Duitsland. Oflag IV-C was bedoeld om geallieerde officieren die vele malen uit andere kampen voor krijgsgevangenen waren ontsnapt en werden geacht "onverbeterlijke" bevatten. Dominic is gecrediteerd met de beroemde "Tea Chest Escape". op 8 september 1942. "Vanwege zijn zeer kleine gestalte Dominic Bruce (Flight Lieutenant Dominic Bruce OBE MC AFM KSG MA RAF) werd ironisch genoeg bekend als de" middelgrote man ". Hij kwam bij Colditz in 1942 (na een poging om te ontsnappen aan Spangenberg Kasteel vermomd als een Rode Kruis dokter). Wanneer een nieuwe Commandant aangekomen bij Colditz in de zomer van hetzelfde jaar werd hij gedwongen regels die persoonlijke bezittingen gevangenen '. Op 8 september werden krijgsgevangenen verteld om in te pakken alle overtollige spullen en een assortiment van dozen werden geleverd om ze uit te voeren in de winkel. Dominic Bruce greep meteen zijn kans en was verpakt in een Rode Kruis inpakken geval, drie voet vierkant, met slechts een bestand en een 40 voet (12 m) lengte touw gemaakt van lakens. Bruce was genomen om een ​​berging op de derde verdieping van de Duitse Kommandantur en die avond maakte zijn ontsnapping. Toen de Duitse bewakers ontdekten het bed touw bungelde uit het raam de volgende ochtend en ging de berging vonden ze de lege doos waarop Bruce had ingeschreven "Die Luft in Colditz gefšllt mir nicht mehr. Auf Wiedersehen! "De lucht in Colditz niet meer met me eens. Zie je later! "De volgende ochtend werd het kasteel bezocht door Generaal Wolff, de officier belast met POW leger district 4. Hij inspecteerde het kamp en vond alles naar zijn tevredenheid. Gelukkig voor het kamp Kommandantur, zoals Wolff werd verdreven, zijn rug werd omgezet naar de zuidelijke zijde van het kasteel. Als hij zijn hoofd had gedraaid zou hij een zestig meter lengte van de blauwe en witte gecontroleerd (bedsack) touw bungelen vanaf een externe raam hebben gezien. Het werd echter opgemerkt door een hausfrau in de stad, die al snel meldde het aan de officier van dienst.Dominic werd heroverd een week later proberen op te bergen aan boord van een Zweedse schip in Danzig. " 
19 april 1944 Flt. Lt. D. Bruce Britse Cut bars aan noordzijde van het kasteel, bereikte afrastering. Geconstateerd. 
16 juni 1944 Maj. R. Lorraine Flt. Lt. D. Bruce "bootsman" J. Chrisp Britse Tunnel door riolen in Duitse werf gedetecteerd 
"Flt Lt Bruce's gesprek met de commando-leider Capt Black wordt verteld in" Operation Musketoon "door Stephen Schofield.Operatie Musketoon was de codenaam voor een Brits-Noorse raid tegen de Duitse-held waterkrachtcentrale in Glomfjord Noorwegen tussen 11- 21 september 1942. 
BBC TV-serie
In 1972 flighted BBC TV een serie getiteld "COLDITZ" die het leven van de geallieerde krijgsgevangenen gehouden in het kasteel te boek. Een van de personages geportretteerd was "Flight Lieutenant Simon Carter (gespeeld door David McCallum) -. Flight Lieutenant Carter is een jonge, parvenu, heethoofdige RAF-officier die geniet goon-hondengevechten en is zeer ongeduldig om te ontsnappen [5] Hij mist zijn jonge vrouw Cathy, heel veel, en wil terugkeren naar haar. Hij vindt zichzelf vaak in eenzame opsluiting. In het tweede seizoen, mellows hij een beetje als hij aanvaardt de post van ontsnapping officier, en wordt getemperd door die verantwoordelijkheid. De fictieve Carter sterk lijkt op de echte Colditz gevangene Flight Lieutenant Dominic Bruce OBE MC AFM KSG MA RAF, de legendarische 'Middelgrote Man'van IX Squadron, die werd gestuurd naar Colditz na ontsnappen uit het kasteel Spangenberg. Bruce was de auteur van een van de beroemdste van alle ontsnapt uit Colditz, de zogenaamde 'Tea Chest' ontsnappen, een replica van die werd gekenmerkt in 'Great Escapes' tentoonstelling het Imperial War Museum. " 
Latere leven 

Zijn oorlogstijd dienst eindigde Dominic werd een student aan Corpus Christi College, Oxford in 1946 en studeerde af met de Batchelor of Arts graad in 1949 lezen Moderne Geschiedenis. Hij voltooide wat bekend stond als de Tweede Graad (7 termen) en bekroond met een Master of Arts graad in 1953 (MA). Dominic diende als: Volwassenenonderwijs Tutor, Bristol University 1949-1950. Adjunct-secretaris van de Universitaire Commissie, Volwassenenonderwijs HM Forces, 1950-1953. Further Education Officer Surrey County Council, 1953-9. Principal, Richmond Technisch Instituut 1959-1962. Dominic werd de Founding Principal van Kingston College of Further Education 1962-1980. [6] In de loop van het interview voor de functie van Hoofd ťťn van de paneel geleerd over Dominic's negen kinderen, "All jouwe?" vroeg de geschrokken raadslid. "Dus mijn vrouw mij verzekert" kwam terug impish antwoord Dominic's. Dominic was: Een Lid Associatieraad van Opdrachtgevers van Hogescholen, Regionale Adviesraad en de subcomitťs. Voorzitter Algemene Commissioners of Income Tax, Spelthorne Division. Voorzitter voortgezet en hoger onderwijs Comitť, Aartsbisdom van Westminster. Rooms Katholieke Scholen Officer, Aartsbisdom van Westminster, 1978-1980. Onderwijs adviseur van de RAF Maatschappij van Weldadigheid.

Dominic Bruce-1925-2000

Onderscheidingen en Prijzen 

De Pauselijke Equestrian Orde van St. Gregorius de Grote (Latijn: Ordo Sancti Gregorii Magni,) (KSG), werd toegekend aan Dominic door paus Johannes Paulus II. De orde werd opgericht door paus Gregorius XVI op 1 september 1831. Het is ťťn van de vijf Orden van de Heilige Stoel. De bestelling wordt "geschonken katholieke mannen en vrouwen in de erkenning van hun persoonlijke service aan en ondersteuning van de Heilige Stoel en de katholieke kerk, ongewone arbeid, en het goede voorbeeld te geven in hun gemeenschappen en het land." Leden van de orde hebben geen privileges, met uitzondering van het recht van het rijden op een paard binnen de Sint Peter's in het Vaticaan, een recht dat niet onlangs is uitgeoefend. 

Dominic werd bekroond met de OBE, Officier in de Orde van het Britse Rijk (OBE) door Koningin Elizabeth II in ---- voor zijn diensten aan onderwijs. De Most Excellent Orde van het Britse Rijk is een orde van ridderlijkheid en een Orde van Verdienste in 1917 opgericht door Koning George V. 

Dominic Bruce overleed op 12 februari 2000 in Richmond, Surrey , Engeland. Hij werd overleefd door Mary Brigid Bruce (gestorven 15 juni 2000) en zes zonen (Timothy Patrick Bruce overleed 26 september 2008) en drie dochters.

Kruis van een Commandeur in de Gregoriusorde

 


Sir John Henry Dacres Cunningham

Admiraal van de Vloot Sir John Henry Dacres Cunningham GCB , MVO , DL (13 april 1885 - 13 december 1962) was een Koninklijke Marine officier. Een gekwalificeerde senior navigator, werd hij directeur van de plannen bij de Admiraliteit in 1930. Hij zag actie als Commander-in-Chief van de Middellandse Zee Vloot tijdens de Tweede Wereldoorlog met de verantwoordelijkheid voor de geallieerde landingen bij Anzio en in het zuiden van Frankrijk . Hij diende als First Sea Lord in de late jaren 1940: zijn focus lag op uitvoering van het beleid van de sloop van een groot aantal bruikbare schepen van de regering. 
Het vroege leven 
Geboren, de zoon van Henry Hutt Cunningham , QC, en Elizabeth Mary Cunningham (nťe Park), werd Cunningham opgeleid bij Stubbington House School .Hij werd lid van de Koninklijke Marine als cadet bij de opleiding schip HMS Britannia in januari 1900 en was geplaatst als adelborst naar de kruiser HMS Gibraltar aan de Kaap de Goede Hoop Station in juni 1901. 
Cunningham werd gepromoveerd tot sub-luitenant op 30 juli 1904;hij naar huis terugkeerde naar de kwalificerende examens voor promotie te nemen, behaalde een eerste klas top-certificaat in alle vijf vakken en werd daarom bevorderd tot luitenant op 30 oktober 1905.Hij kwalificeerde zich als navigator bij de Koninklijke Marine Navigation School en hij werd aangesteld als assistent-navigator voor het slagschip HMS Illustrious mei 1906.Hij studeerde af aan de rol van senior navigator van de kanonneerboot HMS Hebe in september 1906 van de kruiser HMS Onvermoeibaar in het West-IndiŽ Station in januari 1908 en vervolgens van de mijnenlegger HMS Iphigenia in de Home Vloot in april 1909.Hij ondernam natuurlijk een instructeur en werd docent aan de Koninklijke Marine Navigation School in 1910.Hij werd navigator op de kruiser HMS Berwick op de West Indies Station mei 1911 en werd gepromoveerd tot luitenant commandant op 30 oktober 1913. 
Eerste Wereldoorlog
Cunningham geserveerd in de Eerste Wereldoorlog aanvankelijk in HMS Berwick voordat hij werd overgebracht naar het slagschip HMS Russell in de Middellandse Zee in juli 1915.Met name haar zinken overleefde hij door een mijn, in Maltese wateren in april 1916. [1] Na een korte rust, Cunningham werd aangesteld als senior navigator in de kruiser HMS Renown in de Grand Fleet .terwijl die in de Middellandse Zee werd hij gepromoveerd tot commandant , op 30 juni 1917.Hij werd navigator van HMS Lion in de Grand vloot in juli 1918. 
Interbellum 
Na de oorlog Cunningham diende weer als instructeur, maar werd aangesteld als navigator in de pas in gebruik genomen kruiser HMS Hood in december 1919. Tijdens zijn tijd op de Hood, werd hij de squadron navigator voor de hele battle-cruiser eskader, gebood de tijd door Sir Roger Keyes .
Hij aan de wal keerde in april 1921 om te dienen als commandant van de navigatie-school en volgde dit in augustus 1923 door de benoeming tot meester van de vloot in HMS Queen Elizabeth , het vlaggenschip van admiraal Sir John de Robeck . [6] Hij werd bevorderd kapitein op 30 juni 1924 en, die is benoemd tot lid van de Koninklijke Orde van Victoria op 26 juli 1924,trad hij toe tot de staf van de Royal Naval College, Greenwich , in februari 1925.Hij keerde terug naar de zee in januari 1928 als commandant van de mijnenlegger HMS Adventure .Daarna werd hij adjunct-directeur van de plannen bij de Admiraliteit in december 1929. 
Cunningham werd geplaatst op de Admiraliteit als directeur van de plannen in december 1930.Hij nam het commando van het slagschip HMS Resolution als vlag kapitein om admiraal Sir William Fisher , de bevelhebber-in-chief van de Middellandse Zee Vloot in september 1933.Na zijn benoeming Naval Aide-de-Camp aan de Koning op 1 september 1935 werd hij bevorderd tot vice-admiraal op 1 januari 1936. [10] Hij werd assistent-chef van de Marinestaf in oktober 1936 en benoemd tot Companion van de Orde van het Bad in de 1937 Coronation Honours.zijn verantwoordelijkheden aanzienlijk verhoogd wanneer de Fleet Air Arm overgedragen van het Air Ministry aan de Admiraliteit en hij werd opnieuw aangewezen Assistant Chief van de Naval Staff (Air) in augustus 1937 .Hij kreeg het bevel over de gegeven 1ste Cruiser Squadron in de Middellandse Zee Vloot vliegen zijn vlag in HMS Devonshire van 19 augustus 1938 en gepromoot vice-admiraal op 30 juni 1939.
Tweede wereldoorlog
Cunningham's cruiser eskader werd gevraagd om het versterken Home Vloot onder admiraal Sir Charles Forbes en toegewezen aan de Noorse campagne .Hij nam deel aan de evacuatie van geallieerde troepen uit Namsos mei 1940 en de volgende maand begonnen koning Haakon VII en zijn regering ministers in Devonshire onder orden om ze over te brengen naar het Verenigd Koninkrijk.Kort na zijn vertrek uit TromsÝ op deze reis, het vliegdekschip HMS Glorious en haar twee screening destroyers HMS Acasta en HMS Ardent werden aangevallen en tot zinken gebracht op 8 juni door Scharnhorst en Gneisenau ; de negenendertig zeilers die na twee dagen overleefd op vlotten in de koude zee werden gered door Noorse schepen die voor de FaerŲer3e analyse van de actie, ondersteund door ooggetuigen van Devonshire, concludeert dat Glorious stuurde een waarneming signaal dat was alleen ontvangen door Devonshire. Cunningham heeft maatregelen genomen om het signaal te onderdrukken en vervolgde zijn weg.Volgens een Noorse geschiedenis waren er 461 passagiers aan boord en Cunningham toonde het signaal naar koning Haakon die vroeg wat zijn orders waren: Cunningham antwoordde, 'om veilig mee te nemen naar Engeland '. De koning merkte later: 'Ik besefte dat dit niet tot admiraal Cunningham's wens'.Cunningham werd genoemd in despatches op 11 juli 194
Cunningham werd benoemd gezamenlijke commandant van Operatie Menace , een mislukte poging in september 1940 over te nemen Dakar in Senegal (voorheen Frans West-Afrika ) als een toekomstige basis voor Vrije Franse troepen daar.Hij werd vierde Sea Lord en Chief van Supplies en Transport in het begin van 1941 en werd gevorderd tot Ridder Commandeur in de Orde van het Bad in de 1941 Verjaardag Honours . Hij ging op zijn Commander-in-Chief, Levant in juni 1943, en te zijn gepromoveerd tot volledige admiraal die op 4 augustus 1943 werd hij Franse Mediterrane Vloot Vloot in december 1943.Hij was verantwoordelijk voor de geallieerde landingen bij Anzio en in het zuiden van Frankrijk .
Cunningham werd benoemd tot Chief Commander van de American Legion of Merit op 17 juli 1945.Hij werd benoemd tot een van Grand Officier van het Franse Legioen van Eer en ook bekroond met de Franse Croix de Guerre avec Palmes in 1945.Hij was ook benoemd tot Ridder Grootkruis in de Griekse Orde van George I op 22 mei 1945 en vervolgens bekroond met de Griekse Oorlog Dwars 1st Class op 19 maart 1946.Daarnaast werd hij benoemd tot Commandeur in de Noorse Orde van St. Olav op 13 oktober 1942 en benoemd tot Ridder Grootkruis van die Orde op 22 juli 1941.
First Sea Lord en het laatste jaar 
Cunningham werd gevorderd tot Ridder Grootkruis in de Orde van het Bad in de 1946 New Year Honours en slaagde Andrew Cunningham als First Sea Lord mei 1946. [6] Zoals First Sea Lord zijn focus lag op implemementing beleid van de regering sloop van een groot aantal bruikbare schepen.Hij werd een Freeman van de gemaakte Stad van Londen in 1946 en gepromoveerd tot admiraal van de vloot op 21 januari 1948 voor het slapen gaan in september 1948.Na het verlaten van de marine Cunningham werd voorzitter van de Iraq Petroleum Company en de adjunct-luitenant van Bedfordshire . 
Cunningham aanwezig bij de kroning van de Koningin in juni 1953.Hij trok zich terug uit de Irak Petroleum Company in 1958 en als adjunct-luitenant van Bedfordshire in 1959 en overleed in het MiddlesexHospital op 13 december 1962.
Familie
 
Op 8 maart 1910 Cunningham trouwde met zijn nicht, Dorothy mei.Hij had een aantal van zijn vroege jaren in doorgebracht Ulverston met Dorothy, nadat zijn ouders had zowel op zee zijn omgekomen. Zij hadden twee zoons, John en Richard; John werd een brandweer chief en Richard een Royal Navy Lieutenant in de Onderzeese Dienst. Richard werd gedood tijdens de Tweede Wereldoorlog , in actie aan boord van de HMS P33 in augustus 1941.

 


Luitenant-generaal John Bagot Glubb

Luitenant-generaal Sir John Bagot Glubb, KCB , CMG , DSO , OBE , MC (16 april 1897, Preston , Lancashire - 17 maart 1986), beter bekend als Glubb Pasha, was een Britse soldaat, wetenschapper en schrijver, die geleid en getraind TransjordaniŽ 's Arabische Legioen tussen 1939 en 1956 als commandant algemeen . Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij in Frankrijk . 
Leven 
Geboren in Preston, Lancashire , en opgeleid bij Cheltenham College , Glubb kreeg een commissie in de Royal Engineers in 1915. Op het westelijk front kreeg hij een ernstige wond: een verbrijzelde kaak. In latere jaren zou dit leiden tot zijn Arabische bijnaam van abu Hunaik, wat betekent "de ene met de kleine kaak". Hij werd vervolgens overgebracht naar Irak in 1920, waarin Groot-BrittanniŽ was begonnen met betrekking tot onder een mandaat van de Volkenbond . Hij werd een officier van het Arabische Legioen in 1930. Het volgende jaar vormde hij de Desert Patrol - een kracht die uitsluitend bestaan ​​uit bedoeÔenen - aan de overvallen probleem dat het zuidelijke deel van het land geplaagd beteugelen. Binnen een paar jaar was hij de bedoeÔen had overgehaald om hun gewoonte van het overvallen van naburige stammen te verlaten. 
In 1939 slaagde Glubb Frederick G. Peake als de commandant van het Arabische Legioen (later bekend als de Jordaan Koninklijke Landmacht ). Tijdens deze periode, transformeerde hij het Legioen in de best opgeleide kracht in de Arabische wereld. 
Glubb gediend zijn thuisland al door zijn jaren in het Midden-Oosten , waardoor hij immens impopulair in het einde. Arabische nationalisten geloofden dat hij de kracht achter druk die gemaakt was geweest Koning Hussein I van JordaniŽ toetreden tot de Pact van Bagdad . Glubb geserveerd verschillende hoge posities in de Arabische Legioen, het leger van TransjordaniŽ. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leidde hij de aanvallen op Arabische leiders in Irak , evenals de Vichy -regime, die aanwezig was Libanon en SyriŽ . 
Tijdens de Arabisch-IsraŽlische Oorlog van 1948 werd het Arabische Legioen beschouwd de sterkste Arabische leger bij de oorlog betrokken. Glubb leidde het Arabische Legioen over de rivier de Jordaan in het bezetten Westelijke Jordaanoever (ei 1948). Ondanks enkele onderhandeling en begrip tussen de Jewish Agency en koning Abdullah , ernstige gevechten vonden plaats in Kfar Etzion (mei 1948), Jeruzalem en Latrun (mei-juli 1948). Volgens Avi Shlaim , 
Geruchten dat Abdullah was opnieuw in contact met de Joodse leiders beschadigd verder zijn positie in de Arabische wereld. Zijn vele critici gesuggereerd dat hij bereid is om de Arabische aanspraak op het geheel van Palestina compromitteren zo lang was als hij voor zichzelf een deel van Palestina zou kunnen verwerven. 'De moorddadige strijd van de Arabieren,' meldde Glubb, 'zijn meer in de hoofden van de Arabische politici dan de strijd tegen de Joden. Azzam Pasha , de mufti en de Syrische regering zou eerder zien de joden krijgen het heel Palestina dan dat koning Abdullah ten goede moet komen. 
Glubb bleef verantwoordelijk voor de verdediging van de West Bank na de wapenstilstand maart 1949. Hij behield het commando van het Arabische Legioen tot 1 maart 1956, toen koning Hoessein hem af. Hussein wilde zich te distantiŽren van de Britten en de stelling van de Arabische nationalisten dat Glubb was de feitelijke heerser van JordaniŽ te weerleggen. Verschillen tussen Glubb en Hussein had duidelijk al sinds 1952, vooral in de verdediging regelingen, het bevorderen van de Arabische officieren en de financiering van het Arabische Legioen. Ondanks zijn ontmanteling, die op hem werd gedwongen door de publieke opinie, Glubb bleef een goede vriend van de koning. Hij bracht de rest van zijn leven het schrijven van boeken en artikelen, meestal op het Midden-Oosten en over zijn ervaringen met de Arabieren. 
Honours 
Glubb was appointed OBE in 1925; CMG in 1946; Glubb werd benoemd tot OBE in 1925; CMG in 1946; and KCB in 1956. en KCB in 1956. 
Family   
In 1938, Glubb married Muriel Rosemary Forbes, the daughter of physician James Graham Forbes. In 1938, Glubb getrouwd Muriel Rosemary Forbes, de dochter van de arts James Graham Forbes. The couple had a son, Godfrey (named after the Crusader King Godfrey of Bouillon ) born in Jerusalem in 1939, and another son was born in May 1940 but lived only a few days. Het echtpaar had een zoon, Godfrey (vernoemd naar de Crusader Koning Godfried van Bouillon ), geboren in Jeruzalem in 1939, en een andere zoon werd geboren mei 1940, maar woonde slechts een paar dagen. In 1944, they adopted Naomi, a Bedouin girl who was then three months old, and in 1948 they adopted two Palestinian refugee children called Atalla, renamed John, and Mary. In 1944, Naomi, een zij aangenomen Bedouin meisje die toen drie maanden oud was, en in 1948 namen zij twee Palestijnse vluchtelingenkamp kinderen genaamd Atalla, omgedoopt tot John en Mary. John became an English solicitor, while Godfrey converted to Islam and was renamed Faris.John werd een Engels advocaat, terwijl Godfrey bekeerd tot de islam en werd omgedoopt Faris. 
Glubb's father was Major-General Sir Frederic Manley Glubb , of Lancashire , who had been chief engineer in the British Second Army during the First World War ; Glubb's vader was generaal-majoor Sir Frederic Manley Glubb , van Lancashire , die hoofdingenieur was geweest in het Britse Tweede Leger tijdens de Eerste Wereldoorlog ; his mother was Letitia Bagot from County Roscommon .He was a brother of the racing driver Gwenda Hawkes . zijn moeder was Letitia Bagot van County Roscommon .Hij was een broer van de coureur Gwenda Hawkes . 
Glubb died in 1986 at his home in Mayfield, East Sussex , and is buried in the graveyard at St Dunstan's Church in the village. Glubb overleed in 1986 in zijn huis in Mayfield, East Sussex , en wordt begraven op het kerkhof bij St Dunstan's Church in het dorp. King Hussein gave the eulogy at the service of thanksgiving for Glubb's life, held in Westminster Abbey on 17 April 1986.Lady Glubb died in September 2005 and is interred with her husband. Koning Hoessein gaf de lofrede in dienst van dankzegging voor het leven Glubb's, gehouden in Westminster Abbey , op 17 april 1986.Lady Glubb overleed in september 2005 en wordt begraven met haar man. Their son, Godfrey, converted to Islam as a young man and took the name of Faris , becoming a prominent journalist and researcher into the Palestinian cause. Hun zoon, Godfrey, bekeerd tot de islam als een jonge man en nam de naam van Faris , steeds een prominente journalist en onderzoeker in de Palestijnse zaak. He was killed in an accident in Kuwait in April 2004. His daughter Naomi died in 2010.Another son, John, is a solicitor. Hij werd gedood bij een ongeluk in Koeweit in april 2004. Zijn dochter Naomi overleed in 2010.Een andere zoon, John, is een advocaat.

Glubb Pasha (1953)

Glubb Pasha (1953) 
Bijnaam Glubb Pasha
Abu Hunaik[2] 
Geboren 16 april 1897
Preston, Lancashire, Engeland 
Overleden 17 maart 1986
Mayfield, Sussex, Engeland 
Begraven St. Dunstan's Church 
Land/partij Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Flag of Jordan.svg JordaniŽ 
Dienstjaren 1915 Ė 1956 
Rang UK Army OF8-2.png Lieutenant General 
Leiding over Royal Engineers badge.png Royal Engineers
ArabLegn.gif Arabisch Legioen 
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog Westfront
Tweede Wereldoorlog
Arabisch-IsraŽlische Oorlog van 1948
Slag om Latrun (1948)
SyriŽ-Libanon Campagne
Onderscheidingen Ridder Commandeur in de Orde van het Bad 
Ander werk Auteur

 


Veldmaarschalk William Edmund Ironside

Veldmaarschalk William Edmund Ironside, 1st Baron Ironside GCB , CMG , DSO (6 mei 1880 - 22 september 1959) was een Britse militaire commandant , die als geserveerd Chief van de keizerlijke generale staf tijdens het eerste jaar van de Tweede Wereldoorlog . 
Ironside toegetreden tot de Royal Artillery in 1899, en diende gedurende de Tweede Boerenoorlog , gevolgd door een korte periode spioneren op de Duitse koloniale troepen in Zuid-West-Afrika . Terugkomend op regelmatige plicht, diende hij op het personeel van een regelmatige verdeling van het leger tijdens de eerste twee jaren van de Eerste Wereldoorlog , alvorens te worden benoemd op het personeel van de onlangs verhoogde 4e Canadese divisie in 1916. In 1918 werd hij bevel van een gegeven brigade aan het westelijk front, maar werd al snel gepromoveerd tot de commando geallieerde interventiemacht in het noorden van Rusland in 1919, toen een geallieerde kracht bezetten Turkije en kwam een Britse kracht in PerziŽ in 1921. Hij was de post van de commandant van de Britse troepen aangeboden in Irak, maar was niet in staat tot het nemen van de rol als gevolg van blessures in een vliegende ongeval. 
Hij keerde terug naar het leger als Commandant van de Staff College, Camberley , waar hij de ideeŽn van bepleit JFC Fuller , een voorstander van mechanisatie. Hij beval later een divisie, en militaire districten in zowel Groot-BrittanniŽ en India, maar zijn jeugd en zijn botte aanpak beperkt zijn carriŤre vooruitzichten, en nadat hij gepasseerd voor de rol van Chief van de Keizerlijke Generale Staf (CIGS) in 1937 werd hij gouverneur van Gibraltar , een traditionele halteplaats aan de pensionering. Hij werd teruggeroepen uit "ballingschap" medio 1939, wordt benoemd tot inspecteur-generaal van Overseas Forces, een rol die de meeste waarnemers geleid te verwachten dat hij zou worden gegeven bevel van de British Expeditionary Force op het uitbreken van de oorlog. 
Echter, na een aantal politieke manoeuvres, Algemeen De Viscount Gort kreeg deze opdracht, en Ironside werd aangesteld als de nieuwe CIGS . Ironside zelf geloofde dat hij was temperament ongeschikt voor de baan, maar ik voelde me verplicht om het te accepteren. In het begin van 1940 betoogde hij zwaar voor geallieerde interventie in ScandinaviŽ , maar dit plan werd opgeschort op het laatste moment bij de Fins-Russische Winter oorlog eindigde. Tijdens de invasie van Noorwegen en de Slag om Frankrijk speelde hij weinig deel; zijn betrokkenheid bij de laatste werd beperkt door een breuk in de relatie tussen hem en Gort. Hij werd vervangen als CIGS aan het einde van mei, en krijgt een rol die hij was meer geschikt: Commander-in-Chief Thuis Forces, die verantwoordelijk is voor anti-invasie verdediging en voor commandant van het leger in het geval van de Duitse landingen. Echter, was hij minder dan twee maanden in deze rol, voordat ze vervangen. Hierna werd Ironside gepromoveerd tot veldmaarschalk en verheven tot de adelstand verheven als Baron Ironside. 
Lord Ironside trok zich terug in Morley Old Hall in Norfolk te schrijven, en nooit meer zag actieve dienst of gehouden enige officiŽle standpunt. 
Het vroege leven
Ironside werd geboren in Edinburgh , Schotland, op 6 mei 1880. Zijn vader, Chirurg-majoor William Ironside van de Royal Horse Artillery , stierf kort daarna, waardoor zijn weduwe vrouw hun zoon op een beperkt op te roepen militaire pensioen . Aangezien de kosten van levensonderhoud in de late negentiende eeuw was aanzienlijk lager in Europa dan in Groot-BrittanniŽ, reisde ze uitgebreid over de hele continent, waar de jonge Edmund begon leren verschillende vreemde talen.zou dit begrip van de taal een van de bepalende geworden kenmerken van zijn karakter; van middelbare leeftijd, was hij vloeiend genoeg om officieel te interpreteren in zeven, en was bedreven in misschien wel tien meer. 
Hij werd opgeleid op scholen in St Andrews alvorens te worden verzonden Tonbridge School in Kent voor zijn secundair onderwijs; op de leeftijd van zestien jaar verliet hij Tonbridge een te wonen crammer , hebben niet getoond veel academische belofte en werd toegelaten tot de Royal Military Academy , in januari 1898 op de leeftijd van zeventien. Te Woolwich bloeide hij, hard werken op zijn studies en zijn sport; nam hij het boksen, en aanvoerder van de rugby 2e XV evenals het spelen voor Schotland. Hij werd gebouwd voor zowel van deze sporten, zes meter vier centimeter lang en een gewicht van zeventien stenen, waarvoor hij werd "Tiny" bijnaam door zijn medestudenten. De naam is gebleven, en werd hij bekend door het voor de rest van zijn leven
Boerenoorlog 
Na het bijwonen van de Royal Military Academy hij kreeg de opdracht in het leger met de Royal Artillery op 25 juni 1899.Later dat jaar zijn eenheid, 44e Batterij Royal Field Artillery , werd verzonden naar Zuid-Afrika .Hij vocht in de hele Tweede Boerenoorlog drie keer gewond,werd ingericht en in despatches vermeld in 1901;Hij werd ook bevorderd luitenant . Later dat jaar 
Aan het einde van de oorlog werd hij lid van de kleine kracht die begeleid Jan Smuts aan de vredesonderhandelingen . Hij vermomde zich vervolgens als een Afrikaans -speaking Boer , het nemen van een baan als een wagen chauffeur werkzaam voor de Duitse koloniale troepen in Zuid-West-Afrika . Deze intelligentie werk eindigde zonder succes toen hij werd geÔdentificeerd, maar wist te ontsnappen.Dit escapade later leidde tot beweert dat hij werd het model voor Richard Hannay , een personage in de romans van John Buchan ; is het interessant om op te merken dat Ironside altijd werd geamuseerd door deze romans bij het ​​lezen over de heer Standfast in de implausibly romantische setting van de passagiersstoel van een open-cockpit tweedekker vliegt uit Irak naar PerziŽ.
Ironside werd vervolgens geplaatst op India, waar hij met gediend Ik Batterij RHA , en Zuid-Afrika, met Y Batterij RHA .Hij werd gepromoveerd tot kapitein in februari 1908 benoemd tot lid van het personeel in september van hetzelfde jaar, en vervolgens als een Brigade-majoor in juni 1909.Hij keerde terug in september 1912 om het bij te wonen Staff College, Camberley .
Eerste Wereldoorlog 
Tweejarige cursus Ironside's bij de Staff College, dat vond hij niet stimulerend, werd kort door de uitbraak van de gesneden Eerste Wereldoorlog in augustus 1914;Op 5 augustus werd hij bevestigd in zijn benoeming als Staff Captain,en toegewezen aan Boulogne-sur-Mer en daarna St. Nazaire , zowel grote legerbases ondersteunen van de British Expeditionary Force .Volgens sommige rekeningen, een van de eerste Britse officieren aan te komen in Frankrijk was hij.Hij werd bevorderd tot majoor en gehecht aan de nieuw aangekomen 6e divisie bij de Eind oktober 1914, gerangschikt als een General Staff Officer , Grade 3 (GSO3). Hij bleef met de afdeling, en werd gepromoveerd tot GSO2 in februari 1915. 
Hij werd gepromoveerd tot tijdelijke luitenant-kolonel en benoemd GSO1 maart 1916.Hij had verwacht te worden gemaakt GSO1 - Divisional stafchef - naar de 6e divisie , maar tot zijn verbazing werd hij toegewezen aan de nieuw gevormde 4e Canadese divisie . Ironside geduwd voor een harde training regime, met de bedoeling om de verdeling zo snel mogelijk aan de voorzijde en voorkomen dat deze wordt opengebroken om versterkingen te voeden met de andere drie divisies van het Canadese Corps. Vanwege de onervarenheid van de divisie commandant, generaal David Watson - een vrijwilliger soldaat met weinig werkervaring -. Hij bevond zich bijna commandant van de divisie bij gelegenheden, en merkt in zijn memoires dat Watson regelmatig authroised Ironside's orders in zijn naam Op haar aankomst in Frankrijk in de late 1916, de divisie deelgenomen aan het einde van de Slag van de Somme , voordat ze het noorden verplaatst voor te bereiden op de aanval op de heuvelrug van Vimy . Tijdens de laatste fase van de gevechten bij Vimy , Ironside opnieuw moest onofficiŽle bevel te voeren over de divisie, overrulen een dubbelzinnige opdracht van Watson - die geen contact was in het hoofdkwartier - om de aanval te stoppen, en persoonlijk bestellen van de leidende bataljons in actie . 
Hij bleef met de divisie via 1917, toen het vocht bij de Slag van Passendale en in januari 1918 werd benoemd tot een administratieve posten, als commandant van het Small Arms School , met de rang van adjunct-kolonel.Hij snel terug naar het Westelijk Front, echter, toen hij werd benoemd tot commando 99e Brigade als tijdelijke Brigadier-generaal aan het eind van maart.

Edmund Ironside.jpg

Bijnaam Tiny 
Geboren 6 mei 1880
Edinburgh 
Overleden 22 september 1959
Londen 
Land/partij Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk 
Onderdeel BritishArmyFlag2.svg British Army 
Dienstjaren 1899 Ė 1940 
Rang UK Army OF10-2.png Field Marshal 
Eenheid Royal Artillery
Royal Field Artillery 
Leiding over Commander-in-Chief, Home Forces
Chief of the Imperial General Staff
Inspector general
Oostelijk Commando
2e Infanteriedivisie (Verenigd Koninkrijk)
Staff College, Camberley
Persian Campaign
99th Brigade (United Kingdom)
Slagen/oorlogen Tweede Boerenoorlog 
Eerste Wereldoorlog
Derde Slag om Ieper
Westfront
North Russia Intervention
Tweede Wereldoorlog

Rusland en PerziŽ 
Ironside bleef met 99e Brigade voor slechts zes maanden; In september 1918 werd hij naar het bijgevoegde geallieerde strijdkrachten de strijd tegen de bolsjewieken in het noorden van Rusland, en in november bevel van de kracht gegeven, en promoveerde naar de inhoudelijke rang van brigade-generaal.Dit was zijn eerste zelfstandige opdracht en Hij wierp zich volledig in het; meer dan een jaar, reisde hij voortdurend langs de Noordelijke Dvina om de controle over zijn verspreid internationale troepen te houden, op een gegeven moment ternauwernood ontsnapt moord. Echter, het Rode Leger wist uiteindelijk tot een superieure positie in het winnen van de Burgeroorlog en in eind 1919 werd hij gedwongen om het te verlaten Witte Leger aan hun lot over. In november gaf hij het ​​bevel over aan generaal Henry Rawlinson , die de uiteindelijke terugtrekking zou begeleiden, en keerde terug naar Groot-BrittanniŽ.Ironside werd benoemd tot Commandeur in de Orde van het Bad ,en promoveerde naar inhoudelijke generaal-majoor voor zijn inspanningen; Dit maakte hem tot een van de jongste Major Generaals in het Britse leger. 
In het begin van 1920 beval hij een militaire missie, die onder toezicht van de terugtrekking van de Roemeense Forces achtergelaten in Hongarije na de Hongaars-Roemeense Oorlog van 1919 , en in de zomer is om de kracht bezetten bevestigd İzmit , Turkije, als zij bereid zich terug te trekken. Zijn derde overzeese detachering van het jaar was naar PerziŽ in eind augustus, waar - onder andere - hij benoemd Reza Khan (na het hebben van zijn aangeboden positie daalde met Sardar Homayoun ) tot de elite Kozakken Brigade bediend;Reza Khan zou later grijpen controle over het land, en de regel als Shah van 1925 tot 1941. De exacte hoogte van de Britse betrokkenheid bij Reza Khan's staatsgreep blijft een kwestie van historisch debat, maar het is vrijwel zeker dat Ironside zelf tenminste voorzien van advies aan de plotters.Bij zijn vertrek uit PerziŽ in 1921, de Shah kende hem de Orde van de Leeuw en de Zon .
Na PerziŽ, volgde hij de Conferentie van CaÔro , waar Winston Churchill hem overgehaald om het bevel van de onlangs gereorganiseerde Britse geweld in Irak te nemen; Maar terug naar PerziŽ in april, het vliegtuig vloog hij in neergestort en hij werd naar huis invalide na een aantal maanden in het ziekenhuis. 
Interbellum 
Na het herstellen van zijn verwondingen op wachtgeld, Ironside terug naar actieve dienst als commandant van de Staff College mei 1922.Hij bracht een volledige termijn van vier jaar is er, het uitvoeren van het college efficiŽnt evenals de uitgave van verschillende artikelen en een boeken over de Slag bij Tannenberg . Belangrijker voor zijn toekomstige carriŤre, werd hij de mentor van JFC Fuller , die werd benoemd tot docent aan het College op hetzelfde moment, en werd een goede bekende van Basil Liddell Hart . Uitzichten Fuller's waren diep invloedrijk op Ironside, die een aanhanger van de hervorming van het leger als een elite gepantserde kracht met luchtsteun werd, en het vormen van een enkele centrale ministerie van Defensie om de diensten te controleren.Hij betoogde vaak over de noodzaak van een snellere modernisering en herbewapening, en het probleem van de 'oude mannen' nog steeds het vullen van de bovenste gelederen van het leger; op het einde, werd hij berispt door het hoofd van de Keizerlijke Generale Staf , Sir George Milne .
Na Camberley werd hij benoemd om te bevelen 2e divisie ,een functie die hij gedurende twee jaar met weinig effect of rente - hij werd gefrustreerd door de taak van de opleiding van een infanterie kracht zonder moderne apparatuur - en vervolgens verstuurd naar de commando Meerut wijk ., in India, in 1928 [28] Hij genoot van het leven in India, maar vond de militaire situatie net zo oninteressant te zijn; de apparatuur was ouderwets, zo waren de regimenten officieren en de algemene strategische plannen. Hij werd bevorderd tot luitenant-generaal van maart 1931 en vertrok naar Engeland in mei, waar hij terug naar wachtgeld met de notionele sinecure van luitenant van de Tower of London .Hij werd ontheven van deze somberheid door Een advertentie naar India als kwartiermeester-generaal in 1933,waar hij reisde veel, die het land doorkruisen om regimenten bezoeken en toezicht houden op het Indianisation proces. Voor dit alles, echter, het was de beste van een slechte baan; Hij was nog steeds ver van de War Office , en niet in staat tot een aanzienlijke impact hebben op de voorbereiding van het leger voor een toekomstige oorlog te maken. 
Voorbereiding op oorlog 
Hij keerde terug in 1936,onlangs gepromoveerd tot volledige algemeen, om te leiden Eastern Command , een van de corps-niveau regionale commando's in het Verenigd Koninkrijk, die verantwoordelijk is voor een enkele Regelmatige divisie en drie territoriale afdelingen.Hier, hij besefte dat een Europese oorlog zou komen eerder vroeger dan later, en dat het leger was in een moeilijke situatie om het land te verdedigen. Echter, vond hij dat net als bij zijn eerdere berichten, kon hij weinig in Eastern Command bereiken - de belangrijkste beslissingen die worden genomen in Whitehall . Hij zich leek te zijn kans te verliezen voor het hoger ambt in 1937, toen hij werd berispt over zijn mishandeling van een mobiele kracht in de jaarlijkse oefeningen; tot dit punt, had hij beschouwd als een mogelijke kandidaat als Chef van de Keizerlijke Generale Staf, maar was gedaald van overweging in het voordeel van Lord Gort , wie Ironside beschouwd als ongeschikt voor de baan. Heer Hore-Belisha gaf hem officieel bericht dat hij werd geacht te oud voor de post, 57. leeftijd Zo werd hij benoemd tot Aide-de-Camp aan HM de Koning in oktober, een puur ceremoniŽle positie, en in het begin van 1938 nam het aanbod van de gouverneur van Gibraltar ,over het algemeen gezien als een rustige rol waar met pensioen te gaan.
Hij werd geholpen om Gibraltar te aanvaarden door de suggestie dat, in geval van oorlog, kon hij worden overgebracht naar de krachten in het Midden-Oosten bediend; omdat hij geloofde er geen grote kracht zou nuttig naar Frankrijk gestuurd, leek dit hem waarschijnlijk de belangrijkste focus van de Britse aandacht in de oorlog.Hij nam het gouverneurschap in november 1938, en wierp zich in de voorbereiding van de kolonie voor oorlog; hier, ten slotte, had hij de vrije loop. Onder zijn leiding werden de afweer versterkt en het garnizoen voorbereid op een lange belegering. 
In december 1938, slechts een maand nadat hij had gemaakt van de post, Hore-Belisha was begonnen om de mogelijkheid van herinnerend Ironside te worden overwegen inspecteur-generaal van Overseas Forces. De positie gaf hem de algehele verantwoordelijkheid voor de bereidheid van de krachten van buiten het Verenigd Koninkrijk, en veel aan het War Office bang dat hij dit zou kunnen interpreteren als een voorloper wordt gegeven formele opdracht van de Expeditionary Force op het uitbreken van de oorlog. Echter, na enige discussie, Hore-Belisha ging door en bood Ironside de positie mei, de benoeming van een corresponderende inspecteur-generaal van Binnenlandse Strijdkrachten op hetzelfde moment, zowel onder het bevel van Lord Gort's.De beslissing om te herinneren Ironside kan zijn geweest geholpen door het feit dat Hore-Belisha was vooral afhankelijk van het advies van Sir Basil Liddell-Hart , een oude bekende van Ironside's, die al begonnen was uit te vallen met Gort. 
Zoals verwacht, Ironside ervoor gekozen om de terbeschikkingstelling te interpreteren als een indicatie dat hij de vermoedelijke Commander-in-Chief was, en al snel begon te botsen met Lord Gort over hun respectieve bevoegdheden. Terwijl Gort was nominaal in de meer senior positie, Ironside had anciŽnniteit van rang en een veel meer dominante persoonlijkheid, en had enkele maanden eerder geconcludeerd dat Gort was "uit zijn diepte", zoals CIGS ; Hij is waarschijnlijk bleken erg respect. Hij bekleedde de functie van Inspecteur voor een paar maanden, een bezoek aan Polen in juli 1939 voor een ontmoeting met de Poolse opperbevel. Terwijl zijn sympathieke manier gerustgesteld de Polen, kan het bezoek onbedoeld hebben de indruk dat Groot-BrittanniŽ is van plan om directe militaire bijstand te verlenen. Hij keerde terug kunnen melden dat de Poolse regering was het onwaarschijnlijk dat Duitsland te lokken in een oorlog, maar waarschuwde dat het land snel zou worden overschreden en dat er geen Oostfront was waarschijnlijk al lang bestaan. Zijn waarschuwingen werden echter grotendeels genegeerd.
Poolse journalist, Piotr Zychowicz, in zijn 2012-book Pact Ribbentrop - Beck , schreef dat Ironside's bezoek aan Polen (17-21 juli 1939), gerustgesteld de Britten dat Polen, met zijn verzwakte strijdkrachten, moet niet worden beschouwd als een ernstig beschouwd partner in de oorlog met Duitsland. Zychowicz citeert Władysław Studnicki : "na de kennismaking met de technologische conditie van het Poolse leger , Ironside besefte dat Polen was te zwak om tegen de Duitsers, en tijdens een conferentie met Marshall Edward Smigly-Rydz , eiste hij dat Polen tekent een verdrag met de Sovjet- Unie . In reactie, Smigly-Rydz verklaarde: "te overhandigen Polen over aan de Sovjets? Ik had liever in het reine komen met Hitler ". Dan Ironside, bang voor dit alternatief, veranderde zijn standpunt. Hij benadrukte dat Polen niet zou worden verlaten, en dat de geallieerden haar zou bieden met concrete hulp. 
Professor Zychowicz schrijft ook dat tijdens de juli 1939 bezoek, Ironside gebruikt alle mogelijke middelen om de Polen tegen Duitsland: "Tijdens bijeenkomsten met Poolse officieren en politici, vertelde hij fantastisch, absurde verhalen onder andere fabel hij dat eskaders van de. Royal Air Force zou worden gestuurd naar Polen, en dat een Brits vliegdekschip zou verankeren in Gdynia Bovendien Ironside beloofde dat de helft van het Britse leger eenheden geconcentreerd in Egypte zou worden overgedragen aan Polen, via de Zwarte Zee ".Zychowicz voegt daaraan toe dat de Poolse gastheren zou moeten hebben "pakte de Britse leugenaar door de nek, en zette hem op de volgende trein naar Parijs. In plaats daarvan, de Poolse generaals waren trots om te feesten met de Britse Commander-in-Chief".
Tweede Wereldoorlog 
Zijn benoeming op 3 september 1939 als hoofd van de Keizerlijke Generale Staf (CIGS) kwam als een verrassing voor Ironside; hij had geleid om te geloven zou hij worden benoemd als de Commander-in-Chief van de British Expeditionary Force, en inderdaad al zijn assistent had verzonden naar Aldershot om te beginnen met de voorbereiding van zijn hoofdkwartier. De reorganisatie werd politiek gedreven; Hore-Belisha was zwaar uitgevallen met Viscount Gort in 1939, en het uitbreken van de oorlog een uitstekend voorwendsel voor Gort naar Whitehall vertrekken. Dit liet de post van CIGS vacant, en na zware lobby van Churchill, werd Ironside verkozen boven Sir John Dill , de commandant van Binnenlandse Strijdkrachten in Aldershot.
Zoals CIGS , Ironside heeft een beleid van snel opbouwen van een sterke kracht in Frankrijk, met als doel om een twintigtal afdelingen in het veld gezet. Toch zou deze kracht in grote lijnen defensief, die optreedt ter ondersteuning van het Franse leger, en hij gericht op het verloop van de oorlog te beÔnvloeden door het vormen van een tweede sterke kracht in het Midden-Oosten, die in staat zijn om te werken in de perifere operaties in de Balkan zou zijn.Hij groot voorstander van de ontwikkeling van een close-ondersteuning luchtmacht, bij voorkeur onder bevel van het leger, maar tegelijkertijd stelde dat wanneer een Duitse offensief begon in het Westen, de RAF moet haar grootste kracht te gooien in de strategische bombardementen van de Ruhr in plaats van het aanvallen van de forward-eenheden.
Noorwegen 
Zijn enthousiasme voor perifere operaties leidde hem naar de plannen voor de geallieerde interventie in ScandinaviŽ; in plaats van de beperkte benadering van gewoon mijnbouw Noorse wateren in het Zweeds ijzererts zendingen naar Duitsland te stoppen, zo betoogde hij voor de landing een sterke kracht in het noorden van Noorwegen en fysiek bezetten de orefields. Als dat lukt, zou dit mogelijk maken de herbevoorrading van Finland - dan is de strijd tegen de Sovjet-Unie , en in lijn losjes met de geallieerde troepen - evenals interdicting het erts aanbod, en kan mogelijk dwingen Duitsland om troepen te plegen op een nieuwe en geografisch ongunstig voorzijde. Het plan werd enthousiast ondersteund door zowel Ironside en Churchill, maar tegengewerkt door vele andere officieren, waaronder Gort - die zag zijn troepen in Frankrijk uitgeput van middelen -. En Newall, de Chief of the Air Staff 
Planning voortgezet door de winter, en in maart 1940 van kracht, van rond de drie divisies, was bereid te varen. Op 12 maart, echter, Finland aangeklaagd voor de vrede en de kracht moest worden verlaten.
Noorwegen was de eerste keer belangrijke Britse troepen werden tijdens de oorlog inzetten voor actie, en gebreken in de opdracht systeem snel begon te tonen. War Cabinet vergaderingen werden gesleept bij grote lengte te weinig effect, net als de vergaderingen van de chefs van staven, zowel voor Ironside's grote frustratie. Hij vond het ook moeilijk om te gaan met Churchill's stemmingswisselingen en aandringen op het micromanagement van de campagne, en een golf begon te groeien tussen hen.De voornaamste bijdrage Ironside's aan het oplossen van de campagne was om aan te dringen op een terugtrekking als de situatie verslechterd, en hij geduwd door de evacuatie van Midden-Noorwegen op het einde van april, ondanks ministeriŽle ambivalentie. 
Slag om Frankrijk 
Ironside zelf werd mei 1940 naar Frankrijk gestuurd om contacten te onderhouden met de BEF en de Fransen in een poging om de Duitse opmars te stuiten. Hij was niet goed gekwalificeerd voor deze taak, met een diepe afkeer en wantrouwen voor de Fransen, die hij beschouwde als "volstrekt gewetenloze in alles". [50] Op een conferentie in Lens hij botste met de Franse generaals Billotte en Blanchard , die hij weloverwogen defaitisten. Hij schreef: ".. Ik verloor mijn geduld en schudde Billotte door op de knop van zijn tuniek De man is volledig verslagen"Hoewel Billotte werd verondersteld te zijn het coŲrdineren van de Britse, Franse en operaties Belgische legers 'in BelgiŽ, Ironside nam de baan zelf, het bestellen van Gort en Blanchard een tegenaanval tegen de Duitsers op te starten Arras .Deze aanval bereikt sommige lokale succes, maar de Duitse aanval bleek niet te stoppen. De Franse Commander-in-Chief, Generaal Weygand , zo kwalijk acties Ironside dat hij zei dat hij zou "willen Ironside oren vak.Ironside, wanhopig van de bereidheid van het Franse leger om te vechten, aanvaarde opvatting Gort dat evacuatie van de BEF was het enige antwoord.
Thuis Defensie 
In zijn dagboek op de middag van 25 mei, Ironside schreef dat: "Ik ben nu concentreren op de Home-Defensie .... [Het kabinet] wilt een wijziging van een man in Engeland bekend. Ze worden gezien mijn afspraak .Die nacht, sprak hij tot Churchill, het aanbieden tot het nemen van de nieuwe post, en - weer uit zijn dagboek - 
Ik kreeg te horen dat ik moest overnemen van de opdracht in Engeland en organiseren dat. Ik ben een Veldmaarschalk later worden gemaakt. Niet in een keer, omdat het publiek zou kunnen denken dat ik het krijgen van een zoethoudertje en bleek. Voor mij een eer en een nieuwe en belangrijkste taak, een veel meer naar mijn smaak dan CIGS in elk opzicht.
Zijn benoeming als Commander in Chief, Thuis Forces werd aangekondigd aan het publiek op 27 mei, als opvolger van Sir Walter Kirke . Ironside werd opgevolgd als CIGS door zijn plaatsvervanger, Sir John Dill .In zijn nieuwe opdracht, Ironside beval een kracht die bedroeg - op papier - om Vijftien Territoriale Infanterie Divisies, ťťn pantserdivisie, zevenenvijftig huis-defensie bataljons, en de Local Defence Volunteers (later de Home Guard). Echter, al deze zijn deficiŽnt in opleiding en organisatie zoals de bedrijfsonderdelen reeds naar Frankrijk gestuurd. Zij werden ook weinig apparatuur; de gehele strijdmacht had bijna geen moderne artillerie of anti-tank kanonnen, en de pantserdivisie had net een klein aantal lichte tanks.
De tekortkomingen met apparatuur heeft geleid tot een algemeen gebrek aan mobiliteit, die in combinatie met de beperkte training van de eenheden betekende dat zeer weinig in staat waren georganiseerd offensief tegenaanvallen tegen een invasiemacht. Als gevolg hiervan, de enige manier waarop ze kunnen praktisch worden gebruikt zou zijn om hen te verplichten tot statische defensie; Ironside gepland om gestaag te trekken eenheden uit de buurt van de kust en in een centrale mobiele reserve, maar dit was niet mogelijk, totdat ze werden opgeleid en uitgerust voor de rol. [58] Hij wierp zich in de details van de strategie, het opmaken van plannen voor de statische verdediging van het dorp sterke punten van de Home Guard,patrouilles van "Ironsides" pantserwagens aan de divisies te versterken,en lichte artillerie gemonteerd op vrachtwagens als geÔmproviseerde tankdestroyers .
Hij stemde ermee in om twee divisies vrij te maken voor de "Tweede BEF" in begin juni, maar was dubieus over het besluit van Churchill's naar Home Forces uit het Midden-Oosten en India te brengen; zelfs na de val van Frankrijk en de mogelijke ineenstorting van de verdedigingswerken in Groot-BrittanniŽ, dat hij nog in het bezit te zijn vooroorlogse positie dat "is het essentieel om het Oosten stevig vast te houden, wat hier gebeurt".Door medio juni , was hij begonnen met een karig mobiele reserve verzamelen - de 8e RTR , met infanterie tanks, en zes regimenten van gepantserde auto's begint te vormen [63] - en de bunkers en de kustverdediging werden voorbereid, hoewel hij benadrukte aan de lokale commandanten deze "zijn slechts bedoeld als uitstellen lijnen, en zijn bedoeld om de mobiele kolommen kans komen tot de bedreigde punten geven". 
De val van Frankrijk leidde tot een kort intermezzo waar het kabinet besproken verzenden Ironside op een diplomatieke missie te ontmoeten Charles NoguŤs , de Franse bevelhebber in Noord-Afrika en is een persoonlijke kennis van Ironside's, maar besloten om hem vast te houden in Groot-BrittanniŽ en stuur Lord Gort plaats. Op 25 juni werd hij geroepen om het War Cabinet om ze te informeren over de plannen voor huis Defensie; zijn systeem van de verdediging in de diepte voorzien voor: 
1. Een defensieve "korst" langs de kust, in staat om te vechten uit kleine raids, geef onmiddellijke waarschuwing van de aanval, en vertragen eventuele landingen. 
2. Home Guard wegversperringen op kruispunten, valleien, en andere knelpunten, de Duitse pantsercolonnes stoppen indringende landinwaarts. 
3. Statische versterkte stop lijnen afdichten van de Midlands en Londen af van de kust, en het kustgebied te verdelen in verdedigbaar sectoren 
4. Een centrale corps-sized reserve om te gaan met een grote doorbraak 
5. Lokale mobiele kolommen om te gaan met lokale aanvallen en parachute landingen 
Het plan was "over het geheel" door het kabinet goedgekeurd,en door de chefs van staven later in de week.Hij was duidelijk in zijn dagboeken die hij zag de statische focus als een ongewenste optie - "[de ] eeuwige prediking van het defensieve en dekking zoeken achter anti-tank artikelen heeft de vloek van onze tactiek "geweest. maar dat was de enige praktische manier om het gebruik van ongetrainde en slecht uitgeruste troepen te maken In het begin van juli, was hij optimistisch dat meer troepen snel uit statische posities kon worden getrokken en gebruikt in een mobiele rol, met de Home Guard het overnemen van de lokale verdediging, maar sterk verzet orders van Churchill tot verdeeldheid te trekken uit de kustgebieden voordat ze konden effectief worden vervangen.
Op 19 juli, werd hij opgeroepen om de War Office en geÔnformeerd dat hij moest worden vervangen door Alan Brooke als C-in-C huis Forces, met onmiddellijke ingang. De formele reden was dat het kabinet wilde iemand hebben met recente gevechtservaring in opdracht en Ironside aanvaard het ontslag sierlijk -. "Ik was heel bereid om te worden vrijgegeven Ik had mijn best gedaan ... ik kan niet klagen kabinetten hebben. om beslissingen te nemen in tijden van stress. Ik denk niet dat dat Winston vond het leuk te doen, want hij is altijd trouw aan zijn vrienden ". 
Pensionering en het schrijven van 
Een maand en een half na zijn ontslag als Commander-in-Chief van Binnenlandse Strijdkrachten, Ironside werd benoemd tot veldmaarschalk aan het einde van augustus. Hij werd verheven tot de adelstand in de New Year Honours , op 29 januari 1941 als Baron Ironside van Aartsengel en van Ironside in de Provincie van Aberdeen,en trok zich terug in Morley Old Hall in Norfolk met zijn familie. Hij heeft nooit een andere militaire posten ontvangen, en verstoten door het leger vestiging,zelden bezocht Londen, en nooit in de sprak House of Lords . 
Hij draaide zich om lezingen en het schrijven van boeken, waaronder een studie van de Aartsengel expeditie, en de landbouw zijn landgoederen in Norfolk.Na bijna twee decennia met pensioen, na een verkeersongeval, werd hij gewond bij een val in zijn huis overleefd; Hij werd meegenomen naar Queen Alexandra Militair Hospitaal in Londen, waar hij overleed op 22 september 1959 ,79. jaar Zijn kist werd naar begeleid Westminster Abbey met volledige militaire eer, en hij werd begraven in de buurt van zijn huis in Norfolk.Zijn enige zoon, Edmund , volgde hem op in de titel als de 2de Baron Ironside.
Ironside hield een dagboek bij gedurende zijn leven, te beginnen als een ondergeschikte bij het ​​begin van de eeuw, met het doel van het houden van een duidelijke herinnering aan wat er in de loop van de dag was gebeurd en waardoor hij na te denken over gebeurtenissen van de dag. Deze werden direct in gebonden foolscap volumes, een pagina of meer per dag, elke nacht geschreven; zijn hele leven, bedroeg hij ongeveer twaalf volumes en het beste deel van een miljoen woorden. Hij vroeg niet om deze te vernietigen op zijn dood, hoewel hun inhoud was soms nogal omstreden, maar had een testament te schrijven - in 1930 - te vragen dat ze niet worden gepubliceerd. In de late jaren 1950, echter, een oud-collega hem overgehaald om extracten als onderdeel van een rekening van de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog moet worden gepubliceerd, hoewel hij stierf kort voordat het afdrukken zag. Dit werd gepubliceerd als The Ironside Diaries: 1937-1940 , onder redactie van Kolonel Roderick Macleod en Denis Kelly, in 1962; het materiaal werd gekozen van mei 1937 tot zijn pensioen in juni 1940 en gepubliceerd als genummerde dagelijkse inzendingen met redactionele notities.
Een tweede volume, High Road to Command: de dagboeken van majoor-generaal Sir Edmund Ironside, 1920-1922 , werd gepubliceerd in 1972, bewerkt door zijn zoon ; Dit had betrekking op de periode 1920-1922, tijdens zijn dienst in het Midden-Oosten. Het boek is samengesteld door Ironside kort voor zijn dood en, hoewel het leunde zwaar op de dagboeken, het werd in een meer conventionele verhalende vorm geschreven in plaats van als een strenge dag-per-dag gehouden, met redactionele opmerkingen tot een minimum beperkt

Orde van Sint-Vladimir 
Орден Святого Владимира 
Vladimir-star.jpg 
Ster van de Orde 
Uitgereikt door het Russische Rijk 
Type 
Orde 
Motto 
Benefit, Eer en Glorie 
Voorrang 
Volgende (hogere) 
Orde van St George

Grootkruis insigne 's 
Toegekend door 
Koninklijk Wapenschild van het Verenigd Kingdom.svg 
Soeverein van het Verenigd Koninkrijk

 


Arthur Travers Harris,bijgenaamd Bomber-Harris

Arthur Travers Harris, bijgenaamd "Bomber-Harris", Brits luchtmaarschalk, * Cheltenham, 13 apr. 1892, Ü Henley-on-Thames, 5 apr. 1984, was opperbevelhebber van het RAF-Bomber Command in de Tweede Wereldoorlog en vanwege zijn massale terreurbombardementen op open Duitse steden waarbij honderdduizenden slachtoffers vielen omstreden. 
In de Eerste Wereldoorlog kwam H. bij het pas opgerichte Royal Flying Corps, de voorloper van de Royal Air Force (RAF). Hij behaalde als vlieger boven Frankrijk met zijn "Sopwith 1Ĺ Strutter" en "Sopwith Camel" 5 overwinningen bij luchtgevechten. Hij besloot de oorlog als majoor. 
Na de oorlog diende hij bij de RAF in het Midden-Oosten, waar hij vanaf 1930 bij de luchtstaf actief was om verschillende opstanden tegen het Britse koloniale bewind op bloedige wijze neer te slaan. Daarbij gebruikte hij ook strooibommen, landmijnen en gifgas tegen de burgerbevolking. Dit rechtvaardigde hij door te verklaren, dat Arabieren en Koerden alleen naar de "politiek van de harde hand" luisterden. 
Om 14 febr. 1942 werd bij het Britse ministerie van luchtvaart het zgn. "Area Bombing Directive" van kracht, de opdracht voor het systematisch platbombarderen van Duitse steden om Duitsland tot capitulatie te dwingen. In dit kader werd H. in febr. 1942 tot opperbevelhebber van het "Bomber Command" van de RAF benoemd, een functie, die hem op het lijf geschreven was. 
H. was intensief betrokken bij de ontwikkeling van de "vuurstorm". Bij de eerste aanvalsgolf werden grote luchtmijnen ("blockbusters") afgeworpen, die de daken van de huizen lichtten en de ruiten deden springen om zo het schoorsteeneffect (de trek) te versterken. Bij de tweede golf werden brandbommen gegooid, die in korte tijd een heel huizenblok in een vlammenzee veranderden. 
Om de Duitse luchtafweer en de radar langs de zgn. "Kammerhuberlinie" te overrompelen, ontwikkelde H. een tactiek waarbij zoveel mogelijk bommenwerpers dezelfde koers volgden en in korte tijd ťťn doel aanvielen, in plaats van elk afzonderlijk over een breed front aan te vallen. Om dit te demonstreren viel hij eind mei 1942 met 1047 bommenwerpers ("Operation Millennium") Keulen aan. Deze aanval overtuigde de sceptici van het effect van de luchtaanvallen en voorkwamen de dreigende opheffing van het "Bomber Command". 
De technische mogelijkheden voor precisiebombardementen tegen strategische doelen zoals de wapenindustrie en vliegtuigfabrieken waren halverwege de oorlog nog volop in ontwikkeling. De zware verliezen van de 8ste Amerikaanse luchtvloot bij aanvallen in 1943 en begin 1944 deden H. aanvankelijk vasthouden aan nachtvluchten, tot de nieuwe Amerikaanse langeafstandsjagers als bescherming konden worden ingezet. Nu konden de bombardementen 24 uur doorgaan: de Amerikaanse aanvallen op strategische doelen ook overdag, terwijl de bombardementen van de RAF ook 's nachts belangrijk bleven. 
Onder de bezielende leiding van H. bracht de RAF in talrijke Duitse steden zware verwoestingen teweeg, zoals bij "Operatie Gomorrha" tegen Hamburg in juli/aug. 1943, voorts in Kassel (22 okt. 1943), Brunswijk (15 okt. 1943), Maagdenburg (16 jan. 1945), Dresden (13/14 febr. 1945), Pforzheim (23 febr. 1945), Mainz (27 febr. 1945), WŁrzburg (16 mrt. 1945) en Hildesheim (22 mrt. 1945). 
Bij de systematische verwoesting van stadswijken ("carpet bombing") werden naast de in het stadsgebied aanwezige fabrieken, de burgerbevolking en de infrastructuur het voornaamste doel van de aanvallen. Volgens H. moesten heel bewust burgerdoelen worden aangevallen, om het moreel en het verzet van de Duitse bevolking te breken ("moral bombing"). In zijn memoires noemde hij bombarderen een "relatief humane methode". 
Op 15 sept. 1945 nam H. na een conflict met de nieuwe minister-president Attlee ontslag uit de RAF en droop verbitterd af naar Zuid-Afrika. Zijn onderscheidingen zoals zijn benoeming tot baronet in 1953 en de onthulling van een door veteranen bekostigd standbeeld in Londen door koningin-moeder Elizabeth in 1992 zijn, zelfs onder de Britten, omstreden. Binnen 24 uur werd het standbeeld met rode verf besmeurd en later nog meermaals beschadigd, waarna het maandenlang dag en nacht bewaakt werd. Deze aversie tegen H. houdt echter niet zozeer verband met compassie met de Duitse slachtoffers van de luchtoorlog, maar veeleer met de door H. gevoerde strategie. Van de vliegtuigbemanningen keerde de helft niet terug: 55.000 vliegers kwamen bij de aanvallen om. Vandaar dat H. ook nog de bijnaam van "slager" heeft verworven. 
Militaire carriŤre 
Eerste Wereldoorlog 

Een militaire Eenheid Staat Op parade, geweren Schouders, In het midden van Een stad. Grote menigten Worden Verzameld rond. 
Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak in augustus 1914, heeft Harris niet leren van het voor bijna een maand, het zijn uit in de bush op het moment. Ondanks zijn eerdere terughoudendheid om het pad van zijn vader had in gedachten in het leger had voor hem, en zijn wens om het opzetten van zijn eigen ranch in RhodesiŽ te volgen, Harris voelde patriotically gedwongen om de join oorlogsinspanningen . Hij probeerde snel te treden tot de 1ste RhodesiŽ Regiment , dat door de orde had gesteld British South Africa Company administratie te helpen zette de Maritz Opstand in Zuid-Afrika, maar hij vond dat slechts twee plaatsen beschikbaar waren; die van een machine-gunner of die van een hoornblazer . Hebben geleerd om bugel bij Allhallows, hij met succes toegepast voor de hoornblazer slot en werd beŽdigd op 20 oktober 1914.
De 1e RhodesiŽ Regiment kort garnizoen Bloemfontein , dan diende naast de Zuid-Afrikaanse troepen in Zuid-West-Afrika in de eerste helft van 1915. De campagne maakte een sterke indruk op Harris, met name de lange woestijn marsen-zo'n drie decennia later, dat hij schreef "tot op de dag ik loop nooit een stap als ik een soort van voertuig om mij kunnen krijgen".Zuid-West-Afrika heeft ook Harris met zijn eerste ervaring met luchtbombardementen: de enige Duitse vliegtuigen in Zuid-West-Afrika geprobeerd om artilleriegranaten laten vallen op zijn eenheid, maar slaagde er niet om schade te doen.
Toen de Zuid-West-Afrikaanse campagne eindigde in juli 1915, werd de 1e RhodesiŽ Regiment teruggetrokken om Kaapstad , waar het werd ontbonden; Harris werd formeel ontslagen op 31 Juli. Hij voelde zich in eerste instantie dat hij zijn deel van het Rijk had gedaan, en ging terug naar RhodesiŽ aan het werk te hervatten op Lowdale, maar hij en veel van zijn vroegere kameraden heroverwogen snel toen duidelijk werd dat de oorlog in Europa zou gaan veel langer dan duren geworden ze hadden verwacht. Ze waren terughoudend om toetreden tot de 2e RhodesiŽ Regiment, die werd opgevoed om te dienen in Oost-Afrika , het waarnemen van de 'bush afranseling "van de Afrikaanse theater van de oorlog als inferieur aan de' echte oorlog 'in Europa. Harris zeilde voor Engeland uit Beira op kosten van de administratie van de onderneming in augustus, een lid van een 300-man partij van witte Zuid Rhodesian oorlog vrijwilligers. Hij kwam in oktober 1915, trok in bij zijn ouders in Londen en, na tevergeefs een poging om ruimtes in de eerste de cavalerie te vinden, dan is de Royal Artillery , toegetreden tot de Royal Flying Corps als tweede luitenant op proef op 6 november 1915. 
Harris geleerd op te vliegen Brooklands in eind 1915, en zijn bevestigd in zijn rang en vervolgens bevorderd tot officier-vlieger op 29 januari 1916hij vervolgens geserveerd met onderscheiding op het thuisfront en in Frankrijk gedurende 1917 als een flight commander en uiteindelijk CO van No. 45 Squadron , vliegen de Sopwith 1Ĺ Strutter en Sopwith Camel . Voordat hij terug naar Groot-BrittanniŽ commando om No. 44 Squadron over Home Defensie plichten, Harris beweerde vijf vijandelijke vliegtuigen vernietigd en werd bekroond met de Air Force Kruis op 2 november 1918 (AFC).Voornemens om terug te keren naar RhodesiŽ een dag, Harris droeg een "RhodesiŽ" schouder flash op zijn uniform.Hij eindigde de oorlog een belangrijke 
Tweede Wereldoorlog
Harris terug naar Groot-BrittanniŽ in september 1939 om het bevel over te nemen No. 5 Groep .Benoemd tot Ridder in de Orde van het Bad op 11 juli 1940 werd hij adjunct-chef van de luchtmacht in november 1940 en gepromoveerd aan de waarnemend rang van air marshal op 1 juni 1941. 
De Butt Report , verspreid in augustus 1941 bleek dat in 1940 en 1941 slechts ťťn op de drie aanvallende vliegtuigen kreeg binnen vijf mijl (acht kilometer) van hun doel.In het kader van de respons Harris werd benoemd tot Commander-in-Chief ( C-in-C) van Bomber Command in februari 1942.Hij werd gevorderd tot Ridder Commandeur in de Orde van het Bad op 11 juni 1942. 
Professor Frederick Lindemann (later in de adelstand verheven als Heer Cherwell), benoemd tot de Britse regering de leidende wetenschappelijke adviseur met een zetel in het kabinet van zijn vriend premier Winston Churchill , in 1942 presenteerde een rudimentaire papier aan het kabinet pleiten voor het gebied bombarderen van Duitse steden in een strategische bombardementen campagne. Het werd door het kabinet overgenomen en Harris was gericht om de taak (uitvoeren omgeving bombardementen richtlijn ). Het werd een belangrijk deel van de totale oorlog gevoerd tegen Duitsland.
Harris zei aan het begin van de bombardementen die hij ontketenen een wervelwind op Duitsland. 
De nazi's meededen aan deze oorlog onder de nogal kinderachtig waan dat ze zouden gaan om iedereen te bombarderen, en niemand is van plan om ze te bombarderen. In Rotterdam, Londen, Warschau en een half honderd andere plaatsen, zetten ze hun nogal naÔeve theorie in werking. Ze zaaiden de wind, en nu gaan ze de storm oogsten. 
In eerste instantie werden de effecten beperkt zijn vanwege de kleine aantallen gebruikte vliegtuig en het ontbreken van navigatiehulpmiddelen, wat resulteert in verspreide, onnauwkeurige bombardementen. Aangezien de productie van betere toestellen en elektronische hulpmiddelen toe, Harris ingedrukt invallen op een veel grotere schaal, elk 1000 vliegtuigen gebruiken. In Operation Millennium lanceerde Harris de eerste RAF "duizend bommenwerper raid" tegen Keulen (KŲln) in de nacht van 30 mei / 31 mei 1942. Deze operatie opgenomen het eerste gebruik van een bommenwerper beek , die een tactische innovatie ontworpen om de Duitse overweldigen was nacht-strijders van de Kammhuberlinie .
Harris werd gepromoveerd tot tijdelijke lucht marshal op 1 december 1942 en handelen lucht chief marshal op 18 maart 1943. 
Harris was slechts een van een invloedrijke groep van hooggeplaatste geallieerde bevelhebbers die bleven geloven dat massale en aanhoudende gebied bombardementen alleen Duitsland zou dwingen zich over te geven. Op een aantal gelegenheden die hij schreef aan zijn superieuren beweren de oorlog voorbij zou zijn in een kwestie van maanden, voor het eerst in augustus 1943 na het enorme succes van de Slag van Hamburg (codenaam Operation Gomorra ), en dan weer in januari 1944. Winston Churchill bleef het gebied bombardementen strategie met afkeer beschouwen, en de officiŽle publieke verklaringen nog steeds volgehouden dat Bomber Command aanviel alleen specifieke industriŽle en economische doelstellingen, met eventuele burgerslachtoffers of materiŽle schade zijn onbedoelde, maar onvermijdelijk. In oktober 1943, aangemoedigd door zijn succes in Hamburg en in toenemende mate geÔrriteerd met Churchill's terughoudendheid om zijn tactiek van harte onderschrijven, Harris drong er bij de regering om eerlijk te zijn met het publiek over het doel van de bombardementen zijn:

Sir Arthur Harris

De Chief Air Marshal (Air Chief Marshal) Sir Arthur Harris gefotografeerd in 1944 
13 april 1892 - 5 april 1984 
Bijnaam 
Bomber Harris of Butcher Harris 
Geboren in 
Cheltenham ( Gloucestershire , Engeland ) 
Gestorven in 
Henley-on-Thames ( Oxfordshire , Engeland) 
Doodsoorzaken 
Natuurlijk 
Religie 
Anglicaanse 
Militaire gegevens 
Land geserveerd 
Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk 
Gewapende macht 
Britse luchtmacht Britse luchtmacht 
Lichaam 
Bomber Command 
Jaar dienst 
1914 - 1946 
Graad 
Maarschalk van de luchtmacht 
Oorlogen 
Eerste Wereldoorlog - Tweede Wereldoorlog 
 

Echter op dit moment veel hogere geallieerde lucht bevelhebbers dachten nog steeds gebied bombardementen was minder effectief.
In november begon 1943 Bomber Command wat bekend werd als de Slag om Berlijn : een reeks massale invallen in Berlijn die duurde tot maart 1944. Harris getracht de overwinning bij Hamburg dupliceren, maar Berlijn bleek een veel moeilijker noot om te kraken zijn. Hoewel ernstige algemene schade werd toegebracht, was de stad veel beter voorbereid dan Hamburg, en geen storm ooit werd ontstoken. Luchtafweerdefensie waren ook zeer effectief en bommenwerper verliezen waren hoog; gedurende deze tijd de Britten verloren 1.047 bommenwerpers, met een verdere 1682 beschadigd, culminerend in de rampzalige aanval op Neurenberg op 30 maart 1944, toen 94 bommenwerpers werden neergeschoten en 71 beschadigd, uit 795 vliegtuigen. 
Harris werd gepromoveerd tot de inhoudelijke rang van lucht marshal op 1 januari 1944 en bekroond met de Russische Orde van Suvorov , First Class op 29 februari 1944. 
Na de Zuidelijke Rhodesian premier Sir Godfrey Huggins , bezocht Harris mei 1944, vroeg Zuid-RhodesiŽ de Britse regering om Harris te benoemen tot gouverneur aan het eind van het jaar, Huggins zijn scherp om het installeren van een zelf-identificatie van Rhodesian in dat kantoor in plaats van een hooggeplaatste Britse figuur. Hoewel scherp om de positie in te nemen, Harris voelde hij kon de oorlog niet bij deze belangrijke fase, een mening gedeeld door Churchill, die beneden de Zuidelijke Rhodesian verzoek gedraaid.
Met de leadup naar de D-Day invasie in 1944, werd Harris bevolen om targets te schakelen voor het Franse spoorwegnet, een switch hij protesteerde omdat hij vond het gedrang met de voortdurende druk op de Duitse industrie en het werd met behulp van Bomber Command voor een doel was het niet ontworpen of geschikt voor. Tegen september de geallieerde troepen waren goed in het binnenland; op de conferentie van Quebec is afgesproken dat de Chief of the Air Staff, Royal Air Force ( Portal ), en de bevelvoerende generaal, US Army Air Forces ( Arnold ), moet de controle over alle strategische bommenwerper krachten in Europa uit te oefenen. Harris kreeg een nieuwe richtlijn voor de voortzetting van een brede strategische bombardementen programma, evenals een adequate bommenwerper ondersteuning van operaties op de grond generaal Eisenhower's te verzekeren. De over-all missie van de strategische luchtmacht bleef "de progressieve vernietiging en dislocatie van de Duitse militaire, industriŽle en economische systemen en de directe ondersteuning van Land en Naval krachten".
Na D-Day (6 juni 1944), met de hervatting van de strategische bommenwerper campagne boven Duitsland, Harris bleef vasthouden aan gebied bombardement. Historicus Frederick Taylor stelt dat, omdat Harris niet over de noodzakelijke veiligheidsmachtiging te weten over Ultra , hij had gekregen wat informatie verzameld uit Enigma , maar niet op de hoogte waar het vandaan kwam. Volgens Taylor, deze direct getroffen houding Harris over de effectiviteit van de post-D-Day 1944 richtlijnen (orders) aan olie-installaties te richten, zoals Harris wist niet dat het geallieerde opperbevel werd met behulp van high-level Duitse bronnen om precies te bepalen hoeveel geallieerde operaties werden afbreuk gedaan aan het Duitse oorlogsinspanning. Als gevolg Harris neiging om de richtlijnen te zien op specifieke olie en munitie targets als een hoog niveau commando "wondermiddel" (zijn woorden), en een afleiding van de echte taak van het maken van het puin bounce in elke grote Duitse stad bombarderen.Harris werd gepromoveerd tot de inhoudelijke rang van lucht chief marshal op 16 augustus 1944.
Historicus Alfred C. Mierzejewski stelt dat zowel gebied bombardementen en aanvallen tegen brandstof planten waren niet effectief tegen de Duitse steenkool- en rail gebaseerde economie en dat de bombardementen duurde slechts een beslissende wending in eind 1944 toen de geallieerden overgeschakeld naar targeting spoorweg-rangeerterreinen voor de kolen-gateways van het Ruhrgebied.Zijn sommatie wordt afgewezen door Sebastian Cox hoofd van de Air Historical Branch (AHB). Cox merkt op dat de helft van de olie is geproduceerd door benzo fabrieken in het Ruhrgebied. Deze gebieden waren de primaire doelgroep van Bomber Command in 1943 en het najaar van 1944. Cox concludeert de doelen waren zeer kwetsbaar gebied aanvallen en dienovereenkomstig te lijden.De Amerikaanse officiŽle geschiedenis merkt op dat Harris werd bevolen om aanslagen op olie in november staken 1944, zoals het bombardement was geweest zo effectief geen van de synthetische planten werden effectief werken. De Amerikaanse geschiedenis bevat ook informatie van Albert Speer , waarin hij wijst op nachtaanvallen Bomber Command waren het meest effectief is. 
Harris werd bekroond met de American Legion of Merit op 30 januari 1945. 
In februari 1945, Harris schreef: "Ik heb geen persoonlijk beschouw het geheel van de overige steden van Duitsland als de moeite waard de beenderen van een Britse Grenadier".In zijn memoires schrijft hij: "Ondanks alles wat er gebeurd bij Hamburg, bombardementen bleek een relatief humane methode ". 
De meest controversiŽle inval van de oorlog vond plaats in de late avond van 13 februari 1945. Het bombardement van Dresden door de RAF en USAAF resulteert in een dodelijke vuurstorm die een groot aantal burgers gedood. Schattingen lopen uiteen, maar het stadsbestuur op het moment niet meer dan 25.000 slachtoffers geschat, een cijfer dat latere onderzoeken, waaronder een in opdracht van de gemeenteraad in 2010, te ondersteunen.Raids zoals dat over Pforzheim laat in de oorlog als Duitsland was vallen zijn bekritiseerd voor het veroorzaken van hoge burgerslachtoffers te weinig duidelijk militaire waarde. Het hoogtepunt van offensieve Bomber Command's voorgedaan maart 1945 toen de RAF liet de hoogste maandelijkse gewicht van munitie in de hele oorlog. De laatste aanval op Berlijn vond plaats in de nacht van 21/22 april, net voor de Sovjets ging het centrum van de stad.Na dat het grootste deel van de rest van de aanvallen van de RAF waren tactische missies. De laatste grote strategische inval was de vernietiging van de olieraffinaderij in TÝnsberg in het zuiden van Noorwegen door een grote groep van Lancasters in de nacht van 25/26 april.
Telkens wanneer de bombardementen van de Tweede Wereldoorlog wordt beschouwd als het moet duidelijk zijn dat de oorlog was een "geÔntegreerde proces". Als voorbeeld citeren Albert Speer uit zijn boek Inside The Third Reich, "tienduizend [88mm] luchtafweergeschut ... zou heel goed zijn werkzaam in Rusland tegen tanks en andere gronddoelen".De Sovjet-commandanten duidelijk erkende inspanningen Harris ', zoals blijkt uit de 29 februari 1944 toekenning van de Russische Orde van Suvarov First Class aan de lucht marshal.
Na oorlogse
Na de oorlog, werd Harris bekroond met de Poolse Orde Polonia Restituta First Class op 12 juni 1945 [65] gevorderd tot Ridder Grootkruis in de Orde van het Bad op 14 juni 1945 en een benoemde Ridder Grootkruis in de Orde van het Zuiderkruis van BraziliŽ op 13 november 1945.Hij werd ook bekroond met de Distinguished Service Medal door de Verenigde Staten op 14 juni 1946 [68] en bevorderd tot maarschalk van de Royal Air Force op 1 januari 1946. 
Binnen de naoorlogse Britse regering was er enige onrust over het niveau van vernietiging die was ontstaan ​​door het gebied-bombardementen op Duitse steden tegen het einde van de oorlog. Harris met pensioen op 15 september 1946 en schreef zijn verhaal van de prestaties Bomber Command in Bomber Offensief. In dit boek schreef hij, met betrekking tot Dresden, "Ik weet dat de vernietiging van zo groot en prachtige stad in dit late stadium van de oorlog onnodig wordt geacht, zelfs door een groot aantal mensen die toegeven dat onze eerdere aanslagen waren zo volledig gerechtvaardigd als elke andere bewerking van de oorlog. Hier zal ik alleen maar zeggen dat de aanval op Dresden was in de tijd beschouwd als een militaire noodzaak door veel belangrijker mensen dan ikzelf. bemanningen Bomber Command werden een aparte campagne medaille geweigerd (ondanks het feit dat in aanmerking komt voor de Air Crew Europe Star en Frankrijk en Duitsland Star ) en, uit protest tegen dit etablissement afsnauwen om zijn mannen, Harris weigerde een peerage in 1946; Hij was de enige commander-in-chief niet om nadien een peer te worden. 
Teleurgesteld om de mogelijkheid om terug te keren naar Zuid-RhodesiŽ als gouverneur vanwege de oorlog, Harris schreef Huggins in juni 1945 dat hij zou willen worden overwogen als het kantoor ooit weer werden geopend hebben gemist, en dat hij geÔnteresseerd is in andere Zuid Rhodesian zou zijn overheid afspraken met betrekking tot de luchtvaart of er misschien invoeren van de politiek. "Als ik iets van mijn verdiend land-RhodesiŽ-het zou me verheugen op kans om haar verder te dienen," schreef hij.Huggins antwoordde dat hij sympathiek was, maar dat geen van deze ideeŽn was praktisch: Harris zou zijn te oud tegen de tijd dat een nieuwe gouverneur nodig was; het kan jaren duren voor Harris naar Zuid Rhodesian politiek in te gaan als hij eerst zou moeten residency eisen te voldoen, dan cultiveren ondersteuning in een kiesdistrict; en Huggins voelde hij kon geen beloftes over de luchtvaart berichten met een algemene verkiezingen komen het volgende jaar te maken.Harris eindelijk liet zijn droom van een terugkeer naar RhodesiŽ, zij vonden het onwerkbaar, en in 1948 verhuisde in plaats daarvan naar Zuid-Afrika, waar hij wist de Zuid-Afrikaanse Marine Corporation ( Safmarine ) 1946-1953.
In februari 1953 Winston Churchill, nu premier weer, stond erop dat Harris accepteren een baron en werd hij Baronet.In hetzelfde jaar keerde hij terug naar het Verenigd Koninkrijk, en leefde zijn resterende jaren in de Ferry House in Goring- on-Thames , direct grenzend aan de rivier de Theems . 
In 1974 verscheen Harris in de veelgeprezen documentaire serie The World At War geproduceerd door Thames Television en getoond op ITV . In de 12e aflevering getiteld "Whirlwind: Bombing Duitsland (september 1939 - april 1944)", verteld door Laurence Olivier , Harris bespreekt uitvoerig de oppervlakte-bombardementen strategie die hij had ontwikkeld, terwijl AOC-in-C van Bomber Command. 
Family 
Harris trouwde Barbara Money, dochter van luitenant EWK Geld, in augustus 1916. Het huwelijk werden drie kinderen: Anthony, Goudsbloem en Rosemary. Harris scheidde van zijn eerste vrouw in 1935 en vervolgens met Therese ('Jillie') Hearne, daarna twintig, door middel van een wederzijdse vriend, en ze trouwden in 1938. Hun dochter Jacqueline Jill werd geboren in 1939, en 'aanbeden' door Harris .Ze trouwde later de Hon. Nicholas Assheton. 
Legacy 
Harris overleed op 5 april 1984, acht dagen voor zijn 92e verjaardag, in zijn huis in Goring .Zijn enige zoon stierf zonder een erfgenaam in 1996, op welke datum de Baronetcy van Harris, van Chipping Wycombe uitstierven.
In 1989, vijf jaar na de dood van Harris, een one-off feature-length drama over Harris's ambtstermijn als AOC-in-C van Bomber Command werd uitgezonden onder de titel Bomber Harris op BBC Television , met John Thaw in de titelrol.
Ondanks protesten van Duitsland evenals enkele in Groot-BrittanniŽ,de Bomber Harris Trust (organisatie een RAF-veteranen 'gevormd om de goede naam van hun commandant verdedigen) richtte een standbeeld van hem buiten de RAF kerk van St. Clement Danes , Londen in 1992. Het werd onthuld door Koningin Elizabeth de Koningin-moeder , die keek verbaasd toen ze werd uitgejouwd door demonstranten, van wie ťťn schreeuwde "Harris was een oorlogsmisdadiger". De lijn op het standbeeld leest "The Nation dankt hen allen een enorme schuld." Het standbeeld had onder de 24-uurs bewaking te worden bewaard gedurende een periode van maanden zoals het was vaak beschadigd door demonstranten en beeldenstormers . 
Zinnen zoals "Bomber-Harris, het opnieuw doen!" en "Bomber-Harris Superstar - Dank van de rode Antifa "zijn populaire slogans onder de zogenaamde " anti-Duitsers "dat is een kleine radicaal linkse politieke beweging in Duitsland en Oostenrijk.

 


Luitenant-Generaal Archibald Edward Nye

Luitenant-Generaal Sir Archibald Edward Nye, GCSI , GCMG , GCIE , KCB , KBE , MC (23 april 1895 - 13 november 1967) was een Britse leger algemene officier die in beide geserveerd Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog . In het laatste diende hij als vice-chef van de Imperial General Staff . 
Na de Tweede Wereldoorlog diende hij als gouverneur van Madras - waarna afspraak Nehru gevraagd om hem aan te blijven als Hoge Commissaris in India.Hij diende later als Hoge Commissaris naar Canada. 
Het vroege leven 
Arhibald Edward Nye werd geboren op 23 april 1895 bij Shipstreet Barracks, Dublin, met Charles Edward Nye en Mary Sexton. Hij was de tweede van drie zonen geboren om de paar die ook had drie dochters. Charles Edward Nye was een regiment sergeant-majoor in het Oxfordshire en Buckinghamshire Light Infantry. 
Nye werd opgeleid aan de hertog van Koninklijke Militaire School York na de dood van zijn vader en het gewenst is om een te worden schoolmeester . Maar de Eerste Wereldoorlog uitbrak op dit moment en Nye bij het ​​leger. 
Legerdienst
Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog , Nye ging naar Frankrijk met de British Expeditionary Force in 1914 dienst doet als een NCO . In 1915, als sergeant , werd hij geselecteerd voor een permanente commissie in de Prince of Wales 'Leinster Regiment , en werd opdracht gegeven voor een tweede luitenant op 5 december 1915.
Hij werd verder bevorderd tot luitenant op 5 september 1916 en aan de waarnemend rang van kapitein in augustus 1917.Gewonden tweemaal in actie, werd hij onderscheiden met de Militaire Kruis voor moed.De officiŽle dagvaarding voor deze ward luidt: 
Voor opvallende dapperheid en plichtsbetrachting op 20 oktober 1918 in de buurt van Esscher. Hij maakte een verkenning, onder zware shell en mitrailleurvuur, van de voorste posities langs de gehele bataljon voor het aanpassen van een deel op eigen initiatief aan de lijn te voltooien. Hij was een grote steun aan zijn commandant gedurende de week van gevechten. 
Toen de Leinster Regiment werd ontbonden, Nye werd overgebracht naar het Royal Warwickshire Regiment . Tussen de wereldoorlogen had hij een aantal regimenten afspraken. Gepromoveerd tot kapitein op 20 juni 1923 woonde hij natuurlijk de stafofficier bij Staff College, Camberley in 1924-1925 waarin hij met succes afgerond.brevetted tot grote op 1 juli 1930 voltooide hij zijn studie in de rechten en gekwalificeerd als advocaat bij de Inner Temple in 1932.Hij werd toen geplaatst als instructeur aan de Staff College met de lokale rang van luitenant-kolonel , en schoof op naar luitenant-kolonel document dat titulaire rang op 1 juli 1934.Nye was bevorderd om de materiŽle rang van majoor op 8 september 1935 en de materiŽle rang van luitenant-kolonel in september 1937.Van eind 1937 tot begin 1939 beval hij het ​​2de bataljon van zijn regiment. 
Op 20 mei 1939 Nye werd bevorderd tot kolonel , met de tijdelijke rang van brigadier , en naar India om een te verhogen brigade , commandant van het Nowshera Brigade van mei 1939 tot januari 1940.In februari 1940 keerde hij terug naar Londen tot het nemen van de functie van adjunct-directeur van Personeel Taken, War Office en werd directeur van Personeel Taken met de waarnemend rang van majoor-generaal van 1 november.Bevorderd tot inhoudelijke majoor-generaal op 18 november 1941 in december hij werd vice-chef van de Imperial General Staff met de waarnemend rang van luitenant-generaal van 5 december.Zijn belangrijkste functie in deze rol was om het te vertegenwoordigen CIGS , Alan Brooke , als hij niet in staat om een van wonen was de vele comitťs waarin hij zat, zoals de Chiefs of Staff Committee, het Defence Committee (Operations), de oorlog kabinet en de Raad van het Leger. De enorme lasten gelegd op Brooke betekende dat hij nodig had om veel van zijn taken te delegeren en om deze hij leunde zwaar op Nye. Het partnerschap was zeer succesvol en Nye bleef in de baan voor de rest van de oorlog.Men zou kunnen zeggen dat terwijl Brooke liep de oorlog, Nye liep het leger. gevorderd tot de tijdelijke rang van luitenant-generaal op 5 december 1942, in de lijst van 1944 Verjaardag Honours, Nye werd geridderd als Ridder Commandeur in de Orde van het Britse Rijk , Military Division (KBE), de eerste van vijf ridderorden zou hij uiteindelijk met zijn verleend.Hij werd gepromoveerd tot de inhoudelijke rang van luitenant-generaal op 14 september 1944.Nye met pensioen op 29 maart 1946. 
Latere leven 
Na zijn pensionering werd Nye benoemd tot gouverneur van Madras op 26 februari 1946 en nam de leiding op 5 mei 1946 en diende als gouverneur tot 7 september 1948.De dag voorafgaand aan zijn benoeming als gouverneur was er een grote staking in Madras.De rest van zijn termijn werd geplaagd door Boerenopstanden over de hele provincie.Deze opstanden werden geholpen en bijgestaan ​​door de communisten, die miniatuur overheden opgericht langs de noordelijke grenzen van het voorzitterschap daarbij veeleisende militaire actie. [28] Nye toegeschreven hun succes aan de "ijver en energie van jonge mannen die hun eigen kranten uitgevoerd en wie het credo van het onteigenen van grootgrondbezitters en de distributie van hun land aan behoeftige en hongerige arbeiders predikte". [28] Nye was ook de kolonel -in-chief van de Madras Regiment van 10 augustus 1946 to 31 maart 1949.De rekruten Training Centre werd verplaatst van Madukkarai buurt van Coimbatore naar Wellington in februari 1947.Nye ingehuldigd de Madras kantoren van de British Council in juli -augustus 1948.In november 1947, toen Sir Frederick Gentle , de opperrechter van het Madras High Court ontslag genomen over de regering van India gelasten dat de Chief Minister van het bepaalde staat moet worden geraadpleegd, samen met de Unie minister van Binnenlandse Zaken met betrekking om de selectie van de High Court rechters, Nye spraken hun steun uit voor Gentle tegen politieke inmenging in de benoeming van rechters. 
Nye voorgezeten onafhankelijkheidsdag vieringen in Madras stad. Op 15 augustus 1947 Nye werd beŽdigd door opperrechter Gentle als de eerste gouverneur van Madras in het Dominion van India, terwijl OP Ramaswami Reddiar werd beŽdigd als premier.Nye ontvouwde de Indische Tricolor op het eiland Grounds . 
Nye was zeer kritisch tegenover de inspanningen van de Britse toegeven India in het Britse Gemenebest .Hij was van mening dat uit de verdediging oogpunt, zou India "een noodlijdende kind die letterlijk heeft, niets, wat dan ook aan te bieden, maar die aan de andere de hand, vormt een ernstige aansprakelijkheid ". 
Naar aanleiding van zijn termijn in Madras, werd Nye benoemd de Britse Hoge Commissaris naar India , waar afspraak hij diende van 1948 tot 1952. Hij diende toen als de Britse Hoge Commissaris naar Canada 1952-1956. 
Familie 
In 1939, Nye getrouwd gescheiden vrouw Una Sheila Colleen, dochter van Sir Harry Hugh Sidney Knox . Het echtpaar had een dochter. 
Karakter 
Nye was een fervent biljarter en geheelonthouder.

Luitenant-generaal Sir Archibald Nye 
Geboren 
23 april 1895 
Schip St Barracks, Dublin 
Gestorven 
13 november 1967 (72 jaar) 
Londen 
Trouw 
Verenigd Koninkrijk 
Dienst / tak 
Britse leger 
Jaar dienst 
1914 - 1946 
Rang 
Luitenant-Generaal 
Commando gehouden 
Nowshera Brigade (1939 - 1940) 
Vice Chief van de Keizerlijke Generale Staf (1941 - 1945) 
Veldslagen / oorlogen 
Wereldoorlog I 
World War II 
Awards 
GCSI (1947) 
GCMG (1951) 
GCIE (1946) 
KCB (1946; CB: 1942) 
KBE (1944) 
MC (1919) 
Ander werk 
Gouverneur van Madras 1946 - 1947 
Britse Hoge Commissaris voor India 1948 - 1952 
Britse Hoge Commissaris voor Canada 1952 - 1956

 


General Frederick Pile-Bernard Montgomery

Frederick Alfred Pile, 2nd Baronet (Dublin, 14 september 1884 Ė 14 november 1976) was een Britse legerofficier die in beide wereldoorlogen diende. In de Tweede Wereldoorlog was hij General Officer Commanding van de Anti-Aircraft Command.
Biografie
Pile werd geboren in Ierland als tweede van vier kinderen. Zijn vader Thomas Devereux Pile, 1st Baronet, was in 1900 lord mayor van Dublin, zijn moeder was Caroline Maude. Pile zelf trouwde respectievelijk drie keer namelijk in 1915, 1932 en 1951. Hij studeerde in 1902 af aan de Royal Military Academy in Woolwich. In 1904 werd hij gestationeerd bij de Royal Artillery en diende daarna enige tijd in India.
Als een batterijcommandant van de Royal Horse Artillery nam hij deel aan terugtrekking uit Bergen (BelgiŽ) in augustus en september 1914. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bekleedde Pile diverse posten: stafkapitein bij de 1st Division (1915-1916), brigademajoor bij de 40th Division (1916-1918), General Staff officer, 2nd Grade, Royal Artillery in Frankrijk (1918-1919). Hij was als brigademajoor van 1919 tot 1920 gelegerd in het Brighton and Shoreham District. Van 1922 tot 1923 was hij een student aan het Staff College in Camberley en ging in 1923 op suggestie van kolonel J.F.C. Fuller naar de Royal Tank Corps. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Pile onderscheiden met het Military Cross en de Distinguished Service Order.
Hij zat daarna twee jaar bij de RAF/Army Co-operation School en was daarna korte tijd bij de 501 Bataljon van de Royal Tank Corps gestationeerd. In 1927 nam hij als luitenant-kolonel het bevel over het 3de Bataljon over. Van 1928 tot 1932 was hij assistent-directeur van Mechanisatie bij de War Office waar hij verantwoordelijk was voor de ontwerp en productie de oorlogsmachines van de toekomst.
Pile volgde in 1931 zijn vader op in de baronet. Toen hij in 1932 werd bevorderd tot brigadier was het de bedoeling dat hij de post van commandant Royal Artillery bij Aldershot Command zou bekleden, maar de post zou uiteindelijk naar iemand anders gaan. In plaats daarvan kreeg hij het bevel over de Canal Mechanized Brigade die gestationeerd was in Egypte. Twee van zijn bataljonscommandanten waren Harold Franklyn en Bernard Montgomery, beide hadden een sterk karakter waren weinig met elkaar eens, maar hadden wel respect voor elkaar. Na vier jaar Egypte keerde Pile in 1936 terug naar Groot-BrittanniŽ.
Pile werd in 1937 bevorderd tot generaal-majoor en door de minister van Oorlog Leslie Hore-Belisha benoemd tot General Officer Commanding van de 1st Anti-Aircraft Division die Londen moest beschermen. Het was in die tijd een onpopulaire post vanwege dat de soldaten parttime in dienst waren, de eenheid zelf was onderbezet en had een tekort aan materieel. De prioriteit van Pile lag bij de training van soldaten en vervanging van het verouderd materieel door nieuwe.
Op 28 juli 1939 werd Pile benoemd tot General Officer Commander in Chief van de Anti-Aircraft Command wat hij tot 15 april 1945 bleef. Hij bouwde tijdens deze periode een goede vriendschap op met Air Officer Commanding-in-Chief Air Chief Marshal Hugh Dowding. Hij met zijn Anti-Aircraft Command betrokken bij de Slag om Engeland. De Slag om Engeland is onder andere gewonnen door de strikte samenwerking tussen Pile en Dowding. Tijdens de Blitz op Londen verdubbelde Pile het aantal luchtafweergeschut in Londen en zijn omgeving door het ergens anders weg te halen. Pile was ook verantwoordelijk voor de verdediging van Londen tegen en de uitschakeling van de V-wapens (V-1 en V-2). In 1941 werd hij bevorderd tot generaal.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Pile benoemd tot directeur-generaal van huisvesting bij het Ministry of Works, maar werd later voorzitter van Cementation Ltd. Hij was van 1945 tot 1952 kolonel-commandant van de Royal Artillery.
Militaire loopbaan
Second Lieutenant: 29 juli 1904
Lieutenant: 29 juli 1907
Captain: 30 oktober 1914
Major: 26 augustus 1916
Titulair Lieutenant-Colonel: 3 juni 1919
Lieutenant-Colonel: 6 juni 1927
Colonel: 21 augustus 1928[2] AnciŽnniteit: 3 juni 1923
Major-General: 11 februari 1937
Lieutenant-General: 28 juli 1939 AnciŽnniteit: 8 juli 1938
General: 25 december 1941 (uitdiensttreding 26 november 1945)

 


Field Marshal Bernard Law Montgomery

Bernard Law Montgomery, sinds 1946 burggraaf Montgomery of Alamein, (Kennington (Groot-Londen), 17 november 1887 Ė Alton (Hampshire), 24 maart 1976) was een Britse generaal en veldmaarschalk.
Jeugdjaren
Montgomery werd geboren in een gezin van negen kinderen. Zijn vader, geboren in Donegal, was een Iers dominee. In 1889 werd zijn vader bisschop van TasmaniŽ, waardoor het gezin moest verhuizen.
In 1901 kreeg zijn vader werk aangeboden in Londen, waardoor het gezin terugkeerde naar Montgomery's geboorteplaats. Hij volgde een opleiding op de Koninklijke Militaire Academie Sandhurst. In 1908 trad hij toe tot het eerste bataljon van de "Royal Warwickshire Fusiliers". Hier was hij in dienst tot 1913 in Brits-IndiŽ.
Eerste Wereldoorlog
De Eerste Wereldoorlog begon in augustus 1914. In deze maand werd Monty (zoals iedereen hem noemde) met zijn regiment naar Frankrijk gestuurd waar hij deelnam aan de Slag om Bergen in het Belgische Henegouwen. Tijdens deze gevechten stierf de helft van zijn bataljon. Op 13 oktober 1914 werd Monty tijdens een tegenaanval in Meteren ernstig verwond door een kogel van een Duitse scherpschutter. Iedereen verwachtte dat hij zou sterven, maar Monty overleefde. Hij werd onderscheiden met het Distinguished Service Order voor zijn uitstekend leiderschap.
Begin 1916 keerde hij terug naar het westelijk front en werd hij stafofficier tijdens de Slag om de Somme in 1916, de Slag om Arras en de Slag om Passendale in 1917. Tijdens deze periode kwam hij onder het gezag van generaal Herbert Plumer, waar hij de training van het Negende Korps op zich nam. Hij bereidde de soldaten zodanig voor dat zij uitmuntend hun taak uitvoerden en de doelstellingen bereikten met een minimum aan slachtoffers.
Op het einde van de oorlog was Monty opgeklommen tot generale stafofficier en kreeg hij tijdelijk de rang van luitenant-kolonel in de Britse 47e Divisie.
De tussenjaren
Na de oorlog diende Monty in het Britse Rijnleger en schreef hij zijn ervaringen op in een serie van trainingshandleidingen en pamfletten.
Eind 1920 werd hij brigademajoor bij de 17e infanteriedivisie. Deze divisie was gelegerd in County Cork tijdens de Ierse onafhankelijkheidsoorlog. Hier viel hij op door de grote correctheid die hij in de strijd gebruikte, dit in tegenstelling tot zijn voorgangers die er niet voor terugdeinsden minder conventionele middelen te gebruiken. Naarmate het conflict vorderde, werd het Monty duidelijk dat het conflict niet gewonnen kon worden en dat alleen een Engelse terugtrekking voor vrede kon zorgen.
In mei 1923 werd Montgomery bij de Territoriale 49e Divisie gestationeerd. Hij keerde terug naar het 1e Royal Warwickshire Regiment in 1925 als compagniescommandant. In januari 1926 werd hij, nadat hij promoveerde tot majoor in 1925, benoemd tot plaatsvervangend adjunct-adjudant-generaal bij het Staff College, Camberley in de tijdelijke rang van luitenant-kolonel, een positie die hij tot januari 1929 bekleedde waarna hij zelf de rang van luitenant-kolonel behaalde.
In 1927 ontmoette hij Elizabeth Carver, een weduwe met wie hij ook trouwde. Hun eerste zoon werd geboren in augustus 1928.
In 1931 werd hij luitenant-kolonel bij het eerste bataljon van het Royal Warwickshire Regiment en werd hij achtereenvolgens naar Palestina, Egypte en Brits-IndiŽ gestuurd. Hij werd gepromoveerd tot kolonel en diende vervolgens in het Brits-Indische leger in Quetta, dicht tegen de Afghaanse grens.
Door zijn arrogantie en stijfkoppige vorm van leiding geven kwam Monty vaak in botsing met zijn superieuren. Deze eigenschappen bleven hem later parten spelen.
Zijn vader stierf in 1932 en in de herfst van 1937 stierf ook zijn grote liefde, Elizabeth. Zijn vrouw had namelijk een infectie opgelopen door een insectenbeet tijdens een vakantie in Burnham-on-Sea. Dit verlies schokte Monty diep en na de begrafenis stortte hij zich volop op zijn werk.
In 1938 maakte hij met een groots opgezette oefening van een amfibische operatie indruk op zijn chef, generaal Archibald Wavell, waarna hij werd gepromoveerd tot generaal-majoor en hij het commando kreeg over de Britse achtste divisie in Palestina. Hier drukte hij een Arabische opstand de kop in, waarna hij in juli 1939 terugkeerde naar Groot-BrittanniŽ om er de derde Britse infanterie divisie te leiden.
Toen Duitsland op 1 september 1939 Polen binnenviel en hiermee de neutraliteit van dit land schond, verklaarde Groot-BrittanniŽ de oorlog aan Duitsland. Monty werd als aanvoerder van de derde divisie van het Britse Expeditieleger naar Frankrijk gestuurd. Tijdens de maanden waarin er tussen Duitsland en Groot-BrittanniŽ niets gebeurde, een periode die bekendstaat als de 'phoney war', legde Monty zich verder toe op het trainen van zijn troepen. Op 10 mei 1940 viel Duitsland de Lage Landen binnen en stond Monty oog in oog met de vijand, onder andere tijdens de Slag om Leuven. Helaas voor hem beschikte het Duitse leger over een nieuwe aanvalstactiek, de Blitzkrieg, waardoor het expeditieleger verrast werd en het zich genoodzaakt zag terug te trekken in de richting van de Noordzee en het Europese vasteland te verlaten om totale vernietiging door de vijand te voorkomen. Dit resulteerde in Operatie Dynamo, de evacuatie van 330.000 Britse en Franse militairen van Duinkerke naar Groot-BrittanniŽ. Monty was woedend over de gang van zaken en zwoer dat hij ooit nog terug zou keren om de Duitse vijand te verslaan.
In 1942 kreeg hij opnieuw de kans de Duitsers te bestrijden, ditmaal in Noord-Afrika waar hij veldcommandant werd van het Britse Achtste Leger. Hij vormde dit binnen de kortste keren om van een lusteloze strijdmacht, die tegen het Duitse Afrikakorps tot dan toe weinig anders dan nederlagen had geleden, tot een leger dat vol trots en moed de strijd aanbond. Het vooruitzicht dat de Amerikanen in Marokko en Algerije zouden landen, wat in november 1942 ook gebeurde (Operatie Toorts), evenals aanzienlijke Amerikaanse materiŽle steun voor de Britten, hielpen natuurlijk ook. Op 31 augustus 1942 begon de strijd om Alam Halfa waarbij de Duitse veldmaarschalk Erwin Rommel, samen met zijn Afrikakorps, probeerde om Monty's achtste leger te omsingelen. Dit mislukte en resulteerde uiteindelijk in een Duitse terugtocht. Op 23 oktober begon de Tweede slag om El Alamein. De slag eindigde na twaalf dagen. Ondanks 13.500 Britse doden en gewonden was het de eerste grote offensieve overwinning van de Britten op de Duitsers. Montgomery werd gepromoveerd tot generaal en kreeg de 'Order of the Bath'. Vanaf dit moment werd het Duitse leger steeds verder teruggedreven en dit leidde in mei 1943 tot de vernietiging van het Duitse Afrikakorps. Zo kwam er een einde aan de Duitse en Italiaanse aanwezigheid in Noord-Afrika.
Na de successen in Noord-Afrika werd door de geallieerden een nieuwe grote operatie voorbereid: de invasie van SiciliŽ. Deze kreeg de codenaam Husky en werd grotendeels door Monty voorbereid. Gedurende de invasie kreeg Monty het steeds vaker aan de stok met de Amerikaanse commandanten en dan vooral met generaal George Patton. Dit resulteerde uiteindelijk in een race naar Messina, de laatste te veroveren stad op SiciliŽ, die door generaal Patton gewonnen werd.
Hierop volgden de landingen op het Italiaanse vasteland. Deze verliepen moeizaam, maar leidden op 24 juli 1943 tot de val van de Italiaanse dictator Benito Mussolini.

In 1944 zette de Britse Security Service, bekend onder de naam MI5, M. E. Clifton James (1898/1963) in als dubbelganger van de grote generaal. Clifton James was tijdens gevechten in de Eerste Wereldoorlog aan de Somme gewond geraakt waardoor hij ongeschikt werd voor gevechtshandelingen in de strijd die nog zou volgen. De intentie van de opmerkelijke operatie was, om met de zogenaamde aanwezigheid van ĎMontgomeryí in Zuid-Europa en Afrika, Duitse waarnemers te laten geloven dat een ophanden zijnde invasie vanuit het zuiden plaats zou vinden en dat de geallieerden wilden penetreren in de Ďzachte onderbuikí van het Duitse Rijk. In het bijzonder betrof het hier ĎPlan 303í, een plan voor de geallieerde landing in Zuid-Frankrijk. Clifton James - van huis uit acteur - bereidde zich, in het diepste geheim, goed voor op zijn dubbelgangerrol, en moest het gebruik van alcohol en tabak tot zijn spijt achterwege laten omdat Montgomery geheelonthouder was. Om zijn rol te vervolmaken oefende hij langdurig op de perfecte imitatie van het stemgeluid van de generaal. Om echt succesvol te zijn was er echter meer nodig dan het nadoen van de uitdrukkingen van Montgomery met een baret op, en wat schmink. Clifton James schrijft daarover in zijn boek I was Montyís double (1954):
I had followed Monty and I felt confident that I could imitate his voice, gestures and mannerisms, but his personality was quite a different matter. It was so unique and overpowering that I despaired of ever being him. It was one thing to ape the outside of a man, but quite another to acquire something of his fire and forcefulness. When he stopped and spoke to people they felt something which came from inside him. What would they feel if I stopped and spoke to them? Nothing at all.What I needed was a transfusion of morale 
Over zijn avonturen werd in 1958 een film gemaakt onder dezelfde naam als het boek, later werd de film ook uitgebracht op dvd. In de film is Clifton James te bewonderen in zijn dubbelrol; hij speelt zichzelf en moet voor de Duitsers doorgaan als Montgomery. De Zwolse auteur At Voorhorst beweert in zijn boek Dubbelgangers Ontmaskerd[2] dat er zonder gebruik van DNA en vingerafdrukken toch uitspraken kunnen gedaan worden over de identiteit van personen. In het geval van Clifton James zou dat achteraf gemakkelijk blijken omdat Clifton James een vinger miste van zijn rechterhand, een gegeven dat zelfs voor mensen die Clifton James van nabij kenden niet altijd bekend was.
NormandiŽ
Op 23 december 1943 werd Monty teruggeroepen naar Groot-BrittanniŽ om er mee te helpen aan het opstellen van de plannen rond Operatie Overlord, de invasie van NormandiŽ. Hij kreeg het bevel over de 21e legergroep waarmee hij op 6 juni 1944 de strijd begon.
De strijd in NormandiŽ liep niet zoals verwacht, waardoor Monty zich genoodzaakt zag om van zijn originele planning af te stappen en de Duitsers in verschillende los van elkaar staande offensieven te verslaan. De aanval was gestagneerd en de kritiek op Montgomery groeide. De Amerikaanse generaals noemden hem "a bad general" en drongen bij Eisenhower aan op zijn degradatie. Eisenhower deed dit niet omdat Monty een volksheld was in zijn geboorteland en Churchills oogappel. Na zware luchtbombardementen, waarbij onder andere 85 procent van de historische stad Caen werd vernietigd, kwam de doorbraak met de slag rond Falaise, waarin een groot deel van de Duitse troepen gevangen werd genomen via een tangbeweging (De zak van Falaise). Gedurende deze periode werd hij bevorderd tot veldmaarschalk.
In september 1944 waren de geallieerde legers reeds gevorderd tot aan de grenzen van het Duitse rijk en iedereen verwachtte dat de oorlog voor het einde van het jaar voorbij zou zijn. Monty kwam met het plan via Nederland door te stoten naar het industriŽle hart van Duitsland, het Ruhrgebied. Konden ze dit veroveren dan zou Duitsland zonder middelen komen te zitten en zou het binnen de kortste keren in elkaar storten.
Het plan kreeg de codenaam Operatie Market Garden en bestond erin met behulp van luchtlandingstroepen van de Belgische grens tot en met de Rijn bij Arnhem alle bruggen te veroveren om zo de weg vrij te maken voor de aanstormende grondtroepen. In tegenstelling tot de andere plannen van Monty die minutieus voorbereid werden, werd dit plan in enkele dagen opgesteld en voorbereid. Dit resulteerde uiteindelijk in een zeer risicovol plan waarbij de kleinste tegenslag kon ontaarden in een ramp. Aangezien de Duitsers na de Zak van Falaise voortdurend op de terugtocht waren geweest, was bijna iedereen in het geallieerde hoofdkwartier er zeker van dat het Duitse leger bijna verslagen was en enkel nog een genadeslag diende te krijgen.
Tegen alle waarschuwingen van het Nederlands verzet in zette Monty zijn plan door. De tegenstand van de Duitsers in Nederland bleek echter veel sterker dan verwacht. Dit kwam vooral door de niet opgemerkte SS pantserdivisie die in de buurt van Arnhem gelegerd was. Hierdoor liepen de grondtroepen sterke vertraging op. De lichtbewapende parachutisten waren niet voorbereid op gevechten met tanks. Vanwege de vrees voor sterk luchtafweergeschut waren de troepen ver buiten Arnhem gedropt, voornamelijk op de Ginkelse heide bij Ede. Eťn en ander resulteerde uiteindelijk in het feit dat de hoofdmacht van de geallieerden niet op tijd in Arnhem kon komen om daar de Eerste Britse luchtlandingsdivisie te ontzetten. Deze para's werden bijna volledig in de pan gehakt. Operatie Market Garden werd een volledige flop die in plaats van de oorlog te verkorten eigenlijk de oorlog verlengde, omdat Monty ook al zijn pijlen op de Scheldemonding had kunnen richten na de bevrijding van de Antwerpse haven. Als gevolg hiervan zouden de geallieerden over een veel kortere bevoorradingslijn beschikt hebben, waardoor ze het offensief met meer middelen had kunnen voortzetten. Nu hadden de Duitsers zich stevig ingegraven in moeilijk te veroveren stellingen waardoor de zuivering van de Scheldemonding nog een zeer moeilijke taak werd. Na de slag om Arnhem gaf Montgomery ten onrechte de schuld aan de Poolse troepen wat hem zeer kwalijk werd genomen. Sommigen wijten Montgomery's haast aan zijn rivaliteit met de Amerikaanse generaal Patton.
Toen de Duitsers op 16 december 1944 aan het Ardennenoffensief begonnen met als einddoel Antwerpen om zo de geallieerde legers in tweeŽn te splijten, werd de Amerikaanse Twaalfde Legergroep in de Ardennen al vlug overrompeld waardoor het Eerste Amerikaanse Leger aan de noordkant van de Duitse 'uitstulping' geÔsoleerd raakte van de rest. Generaal Omar Bradley, die de Twaalfde Legergroep leidde, zat aan de zuidkant van de uitstulping waardoor het moeilijk werd om leiding te geven aan de Eerste Leger. Daarom besloot Eisenhower op 20 december 1944 dat het Amerikaanse Eerste en Negende leger onder commando van Montgomery dienden te worden gesteld omdat hij de dichtstbijzijnde commandant op het veld was. Dit zorgde voor heel wat gekibbel tussen Eisenhower en Bradley die er niets voor voelde dat een Amerikaans leger geleid zou worden door een Brit. Eisenhower gaf echter niet toe. Montgomery kon hierbij niet helemaal de indruk vermijden dat deze regeling hem een goed gevoel gaf.
Montgomery herstelde de situatie en zorgde ervoor dat het Amerikaanse leger weer als een geheel vocht volgens een weldoordacht plan en het zich niet liet verleiden tot geÔsoleerde aanvallen.
Op 19 december begon de Amerikaanse generaal Patton vanuit het zuiden op te trekken om zo de uitstulping te omsingelen. Toen Patton tegen 1 januari 1945 bijna aansluiting met Montgomery's troepen in het noorden had gemaakt, wilde Eisenhower dat Monty een aanval lanceerde om zo contact te maken met Pattons troepen en de Duitsers te omsingelen. Monty lanceerde het offensief pas op 3 januari omdat hij vond dat zijn troepen op 1 januari nog niet klaar waren. Hierdoor kon het merendeel van de Duitsers vluchten, waardoor Monty zich de woede van de Amerikanen op de nek haalde.
Na het Ardennenoffensief werd het eerste Amerikaanse leger weer onderdeel van de twaalfde Amerikaanse legergroep. Het negende leger bleef wel nog onder bevel van Monty tot aan de oversteek van de Rijn.
Met de operaties Veritable en Grenade wist Monty zich een weg te banen tot aan de Rijn, het laatste natuurlijke obstakel tussen de geallieerden en het hart van het Duitse rijk. Op 24 maart 1945 lukte het Monty om bij Wesel de Rijn over te steken in de minutieus voorbereide Operatie Plunder, waarbij Wesel platgebombardeerd werd. Een gevolg hiervan was dat Monty's 21e Legergroep de Duitse Legergroep B in het Ruhrgebied kon omsingelen. Het plan was dat Monty de flank van het Amerikaanse leger zou beschermen bij de daaropvolgende doorstoot naar Berlijn, maar Eisenhower zag het gevaar van het communistische Rode Leger en besloot zo veel mogelijk terreinwinst te boeken en liet Berlijn aan de Sovjets. Monty kreeg opdracht door te stoten naar Hamburg en Rostock om er zo voor te zorgen dat de Sovjets niet tot in Denemarken zouden oprukken.
Op 4 mei 1945, aan het einde van de Europese oorlog, accepteerde Montgomery op de LŁneburger Heide de capitulatie van alle Duitse strijdkrachten in het westen. Drie dagen later capituleerde het volledige Duitse leger. Dit maakte een einde aan de Tweede Wereldoorlog in Europa.
Stijl van oorlogvoeren
Montgomery had een unieke stijl van oorlogvoeren ontwikkeld waarmee hij de eigen verliezen probeerde te beperken en die bij de vijand te maximaliseren. Hij deed dit in Afrika, in NormandiŽ en later ook in de Ardennen. De meeste andere topgeneraals in het geallieerde leger onderschatten zijn capaciteiten en hadden veel kritiek op zijn strategie. Hij zou te langzaam werken, hij zou "de oorlog willen winnen door terug te trekken",... Hij kon dat sentiment zelf niet begrijpen. Montgomery probeerde steeds de vijand uit balans te brengen voor hij zelf tot de aanval zou overgaan, de zogezegde "zachte methode". Hij deed dit door de vijand te laten bewegen om zijn linies: versterken op een bepaalde plaats ten koste van een andere plaats (bijvoorbeeld de Zak van Falaise), om dan als de tijd gekomen was door te breken en de vijand te omsingelen.
Een voorbeeld daarvan vinden we in de Ardennen, waar hij Harmons korps aan het uiterste punt van de "zak" wilde klaarhouden om dan aan te vallen. Harmon mocht tot dat tijdstip niet in defensieve acties verwikkeld raken. Het heeft toen echter niet gewerkt omdat Harmon de volledige Duitse 2de pantserdivisie kon vernietigen en dat ook heeft gedaan.
Al bij al kan men stellen dat Montgomery uniek was in zijn denken. Waar de wereld in de ban was van de Blitzkrieg propageerde hij vooral balans. Waar de Amerikanen en Duitsers snel wilden handelen om de vijand te overdonderen, probeerde hij listig te zijn, ze in de val te lokken en dan pas te vernietigen.
Latere leven
Na de Duitse capitulatie was Montgomery bevelhebber van de Britse bezettingstroepen in Duitsland. In die hoedanigheid weigerde hij in 1946 alle gratieverzoeken voor de ter dood veroordeelde nazileiders in het proces van Neurenberg. Nadien werd hij benoemd tot chef van de Imperial General Staff (CIGS), de hoogst bereikbare militaire positie in Groot-BrittanniŽ. Hij was CIGS tot 1948 waarna hij werd benoemd tot voorzitter van de permanente verdedigingsorganisatie van de West-Europese Unie, in 1951 gevolgd door het voorzitterschap van de NAVO.
Montgomery ging in 1958 met pensioen en publiceerde zijn memoires: The Memoirs Of Field marshal Montgomery. In de memoires uitte hij felle kritiek op generaal Eisenhower over de wijze waarop deze de landingen in NormandiŽ in 1944 had geleid. In 1961 werd zijn "The Path to Leadership" gepubliceerd.
Trivia
Op heel wat plaatsen werden pleinen en straten naar Montgomery genoemd. In BelgiŽ onder meer het Montgomeryplein in Brussel, maar ook in Knokke, Kuurne en Diest. In Nederland onder meer in Eindhoven, Soesterberg en Middelburg.
De Montgomery cocktail is naar hem vernoemd en is een cocktail op basis van Martini
De Franse gemeente Colleville-Montgomery is naar hem vernoemd. Deze heette voor de Tweede Wereldoorlog nog Colleville-sur-Orne.
Na de Duitse capitulatie was Montgomery bevelhebber van de Britse bezettingstroepen in Duitsland. In die hoedanigheid weigerde hij in 1946 alle gratieverzoeken voor de ter dood veroordeelde nazileiders in het proces van Neurenberg. Nadien werd hij benoemd tot chef van de Imperial General Staff (CIGS), de hoogst bereikbare militaire positie in Groot-BrittanniŽ. Hij was CIGS tot 1948 waarna hij werd benoemd tot voorzitter van de permanente verdedigingsorganisatie van de West-Europese Unie, in 1951 gevolgd door het voorzitterschap van de NAVO.
Montgomery ging in 1958 met pensioen en publiceerde zijn memoires: The Memoirs Of Field marshal Montgomery. In de memoires uitte hij felle kritiek op generaal Eisenhower over de wijze waarop deze de landingen in NormandiŽ in 1944 had geleid. In 1961 werd zijn "The Path to Leadership" gepubliceerd.
Op 24 maart 1976 overleed Monty in zijn huis te Alton, Hampshire. Hij kreeg een staatsbegrafenis waarna hij ten ruste werd gelegd op de nabijgelegen Holy Cross begraafplaats. Hij werd 88 jaar oud.
Trivia
Op heel wat plaatsen werden pleinen en straten naar Montgomery genoemd. In BelgiŽ onder meer het Montgomeryplein in Brussel, maar ook in Knokke, Kuurne en Diest. In Nederland onder meer in Eindhoven, Soesterberg en Middelburg.
De Montgomery cocktail is naar hem vernoemd en is een cocktail op basis van Martini
De Franse gemeente Colleville-Montgomery is naar hem vernoemd. Deze heette voor de Tweede Wereldoorlog nog Colleville-sur-Orne.

 


Maarschalk Royal Air Force John Cotesworth

Luchtmacht van 1950 tot 1952. Als een piloot in de Royal Flying Corps tijdens de Eerste Wereldoorlog , actie met zag hij No. 17 Squadron in het Midden-Oosten, het verdienen van het Militaire Kruis , en met No. 5 Squadron op het westelijk front , waar hij werd bekroond met de Belgische Croix de Guerre . Tussen de oorlogen beval hij No. 4 Squadron in Engeland, en nr 3 (Indische) Wing, het verdienen van de Distinguished Service Order voor operaties met het stuurwiel in Waziristan . In 1936 publiceerde hij Air Power en Legers, het onderzoeken van het gebruik van het luchtwapen tegen doelen op en achter het slagveld. 
Slessor bekleedde diverse operationele commando's in de Tweede Wereldoorlog . Zoals Air politiecommandant Coastal Command in 1943 en 1944, werd hij gecrediteerd met het doen van "veel te beginnen met het winnen van de Slag om de Atlantische Oceaan "door zijn gebruik van lange-afstands bommenwerpers tegen de Duitse U-boten . Hij werd geridderd in juni 1943. In de slotfase van de oorlog werd hij Commander-in-Chief RAF Middellandse Zee en het Midden-Oosten en de plaatsvervanger van luitenant-generaal Ira Eaker als Commander-in-Chief Middellandse Allied Air Forces , het uitvoeren van operaties in de Italiaanse Campagne en JoegoslaviŽ . Slessor ging op om te dienen in de meeste hoge functie van de RAF, Chief of the Air Staff, in de vroege jaren 1950, en werd beschouwd als een sterke voorstander van strategische bombardementen en de nucleaire afschrikking . In pensionering publiceerde hij twee boeken, met inbegrip van een autobiografie, en hield afspraken met Somerset County Council .
Het vroege leven en de Eerste Wereldoorlog 
De zoon van Major Arthur Kerr Slessor en Adelaide Slessor (nťe Cotesworth), Slessor werd opgeleid bij Haileybury .Lame in beide benen als gevolg van polio , werd hij voor het leger dienst afgewezen in 1914 en alleen ontvangen een commissie als een tweede luitenant in het Royal Flying Corps op 6 juli 1915 met de hulp van familie-verbindingen.Hij werd benoemd tot lid van de bijzondere reserve als een vliegende officier op 9 september 1915.Hij zag actie met No. 17 Squadron in Egypte en de Soedan , waar hij werd gecrediteerd met het arresteren van de ontsnapping van Sultan Ali Dinar met 2.000 mannen op 23 mei 1916, na de nederlaag van de sultan op Beringia.Hij werd genoemd in despatches op 25 oktober 1916 voordat ze gewond in de dij en invalide terug naar Engeland.
Slessor werd gepromoveerd tot de tijdelijke rang van kapitein op 1 december 1916.Bekroond met de Militaire Kruis op 1 januari 1917 keerde hij terug naar de bestrijding in april 1917 als een vlucht commandant met No. 5 Squadron op het Westelijk Front .Bevorderd om de materiŽle rang van luitenant op 1 juli 1917werd hij benoemd tot Ridder in de Belgische Commandeur in de Orde van Leopold op 24 september 1917 en bekroond met de Belgische Croix de Guerre op 11 maart 1918.Slessor lid geworden van de nieuw gevormde Royal Air Force in april 1918 en, na gepromoveerd tot de tijdelijke rang van grote op 3 juli 1918 Hij werd naar het Centraal vliegschool als een instructeur op 14 juli 1918.
Interbellum 
Hebben verlaten de RAF in 1919, Slessor toegepast om het lidmaatschap van het volgende jaar en werd een korte dienst van de Commissie aangeboden als een vlucht luitenant op 24 februari 1920.Hij werd een vlucht commandant met No. 20 Squadron vliegen Bristol tweedekkers over de North West Frontier van India mei 1921 en vervolgens bij de medewerkers van de Directie van de Opleiding en Taken in het Air Ministry in februari 1923.In 1923 trouwde hij met Hermelien Grace Guinness; ze hadden een zoon en een dochter.Hij woonde de RAF Staff College in 1924 en werd vervolgens gepromoveerd tot leider squadron op 1 januari 1925.
Slessor diende als politiecommandant No. 4 Squadron vliegen Bristol tweedekkers van RAF Farnborough van april 1925 tot oktober 1928, toen hij toetrad tot de lucht planning personeel van de Directie Operaties en Intelligentie in het Air Ministry.Na het bijwonen van de Staff College, Camberley in 1931, werd hij benoemd RAF Regisseren stafofficier er in januari 1932.Hij werd gepromoveerd tot het acteren rang van luitenant-kolonel op 1 januari 1932 (inhoudelijk op 1 juli 1932).Hij werd politiecommandant No. 3 (Indische) Wing maart 1935, en werd bekroond met de Distinguished Service Order voor operaties in Waziristan .
Slessor auteur van Air Power en Legers, een onderzoek naar het gebruik van het luchtwapen tegen doelen op en achter het slagveld, in 1936. In dit werk pleitte hij voor het leger samenwerking, verbod om vijandelijke versterkingen en het aanbod af te snijden, en het gebruik van luchtfoto . bombardement als wapen tegen vijandelijke moreelHij deed echter erkent de beperkingen van zijn theorie, onder vermelding van:
De hele beoogde omstandigheden zijn die van een campagne op het land waarin het primaire probleem op het moment is de nederlaag van een vijandelijk leger in het veld. In een oorlog tegen een grote zeemacht op zee, of wanneer het principe bedreiging van het Rijk op het moment is de actie van vijandige luchtmacht tegen dit land of zijn bezittingen, het doel en de doelstellingen van de luchtmachten van het Rijk zal niet hetzelfde zijn, zoals beschreven in dit boek. 
Op 17 mei 1937, na zijn uitzending naar India, Slessor werd de waarnemend rang van toegekende groep kapitein ,en benoemd tot adjunct-directeur van de plannen op het Air Ministry.Hij werd gepromoveerd tot substantiŽle groep kapitein op 1 juli 1937.Vermeld in despatches op 18 februari 1938 Hij nam als directeur van de plannen op 22 december 1938.Hij werd benoemd Air Aide-de-Camp aan de Koning op 1 januari 1939.
Tweede Wereldoorlog 
Slessor werd bevorderd lucht commodore op de eerste dag van de Tweede Wereldoorlog , 1 september 1939.Op 10 januari 1941 werd hij verheven tot tijdelijke lucht vice-maarschalk(die permanent in april 1942)en werd Air politiecommandant No.5 (Bomber) Groep mei 1941.Benoemd tot Ridder in de Orde van het Bad en in despatches genoemd in januari 1942 werd hij benoemd tot adjunct-chef van de luchtmacht in april 1942.Slessor was nauw betrokken bij de planning van de gecombineerde geallieerde luchtoffensief in Europa . Op de Conferentie van Casablanca in januari 1943 kunnen beÔnvloeden Britain's was hij secretaris van de Lucht , Sir Archibald Sinclair , en Chief of the Air Staff , Air Chief Marshal Sir Charles Portal , in te stemmen met USAAF voorstellen die hebben geleid tot een 'rond-de klok 'bombarderen beleid tegen Duitsland, met de VS montage daglicht precisie-aanvallen en de RAF uitvoeren gebied bombardementen in de nacht. 
Benoemd AOC Coastal Command met de waarnemend rang van lucht marshal op 5 februari 1943 Slessor werd gecrediteerd met het doen van "veel te beginnen met het winnen van de Slag om de Atlantische Oceaan ", in dienst zijn dun uitgerekt lange-afstands bommenwerper kracht tegen de U-boot dreiging, in nauwe samenwerking met de zeestrijdkrachten. Bevorderd tijdelijke lucht marshal op 1 juni 1943 Hij werd gevorderd tot Ridder Commandeur in de Orde van het Bad in de 1943 Verjaardag Honours .Hij ging op geworden Commander-in-Chief RAF Middellandse Zee en het Midden-Oosten in januari 1944, en de plaatsvervanger van luitenant-generaal Ira Eaker als Commander-in-Chief Middellandse geallieerde luchtmachten . In deze functie verricht hij werkzaamheden in de Italiaanse Campagne en JoegoslaviŽ ,tot oprichting van de Balkan Air Force in het laatste theater. Slessor werd gemaakt Air Lid Personeel op 5 april 1945 zijn rang van lucht marshal steeds inhoudelijk op 6 juni 1945. 
Hij werd bekroond met het Grootkruis van de Griekse Orde van de Feniks op 6 september 1946 en benoemd tot commandant van de Belgische Orde van Leopold op 27 augustus 1948. 
Naoorlogse carriŤre 
Slessor werd gepromoveerd lucht chief marshal op 1 januari 1946.Hij bleef in de post van de Lucht Lid Personeel tot het einde van 1947, toen hij erin slaagde Generaal Sir William Slim als Commandant van het College Imperial Defence ,in het aandringen van de toenmalige chef van de luchtmacht, maarschalk van de Royal Air Force Sir Arthur Tedder . Slessor was dubieus geweest over het accepteren van de positie, en getracht de verzekering van Tedder dat hij volgende in de rij voor de Chief of the Air Staff post, zou in het bijzonder in het licht van Tedder's voorkeur voor Air Chief Marshal Sir Ralph Cochrane om hem op te volgen.Ondertussen werd Slessor ook Principal Air Aide-de-Camp op 1 juli 1948.In het geval, Slessor overnam van Tedder als Chief of the Air Staff op 1 januari 1950 en koos Cochrane als zijn vice-chef van de Air Staff. Na zijn benoemd tot Ridder Grootkruis in de Orde van het Bad juni 1948 op 10,werd hij bevorderd maarschalk van de Koninklijke Luchtmacht op 8 juni 1950.In het najaar van 1951, Slessor tegenzin raakte betrokken bij de zoektocht van de Australische regering voor een geschikte RAF officier te dienen als Chief of the Air Staff van de Royal Australian Air Force . Hij uiteindelijk gekozen Air Marshal Sir Donald Hardman als de "uitstekende kandidaat" voor de Australische post, proberen te vermijden wat hij noemde 'de dwaasheden van enkele jaren geleden ", verwijzend naar Air Chief Marshal Sir Charles Burnett 's controversiŽle ambtstermijn als hoofd van de Air Personeel in AustraliŽ gedetacheerd vanuit Groot-BrittanniŽ in de vroege jaren van de Tweede Wereldoorlog. 
Als leider van de RAF, Slessor bedacht de term ' V-Force 'om het haar geplande trio van strategische bommenwerpers te duiden: de Vickers Valiant , Handley Page Victor , en Avro Vulcan ,en heeft bijgedragen aan de beslissing om te bouwen alle drie ontwerpen. Hij speelde een belangrijke rol bij het ​​bevorderen van kernwapens als een effectief instrument van afschrikking in het begin van de Koude Oorlog Britse strategie. In 1952, de RAF voerde aan dat bommenwerpers waren zo'n belangrijk afschrikmiddel, conventionele strijdkrachten konden worden drastisch op een moment dat de regering op zoek was naar belangrijke overheidsuitgaven besparingen verlaagd.Slessor geloofde dat het onwaarschijnlijk is dat het Verenigd Koninkrijk in staat zou zijn voldoen aan een communistisch offensief zonder toevlucht te nemen tot het gebruik van tactische kernwapens .Hij werd een van de belangrijkste propagandisten van de 'Grote Deterrent' (die hij gebruikt als de titel van een boek dat hij schreef nadat hij met pensioen) aan beide zijden van de Atlantische Oceaan.Slessor's tour als Chief of the Air Staff werd gedomineerd door de Koreaanse Oorlog . 
Latere leven 
Slessor voltooide zijn termijn als hoofd van de Air Staff op 31 december 1952 en trok zich van de RAF in het nieuwe jaar.Hij woonde de kroning van koningin Elizabeth II in juni 1953.Hij publiceerde twee boeken in pensioen: zijn autobiografie, The Central Blue (1956), en De Grote Deterrent (1957). Hij diende ook als Honorary Air Commodore van No. 3 (graafschap Devon) Maritiem Hoofdkwartier Unit Koninklijke Auxiliary Air Force van 23 mei 1963.
Een lid van Somerset County Council 1963-1974, Slessor diende als High Sheriff van Somerset 1962-1966.Hij werd benoemd tot adjunct-luitenant van Somerset in 1969.Na de dood van zijn eerste vrouw, Hermelien Grace Guinness, trouwde hij met Marcella Florence Priest (nťe Spurgeon) in 1971. Slessor overleden op de Prinses Alexandra Hospital, Wroughton in Wiltshire op 12 juli 1979.Zijn zoon John ook toegetreden tot de RAF, oplopend tot de rang van kapitein groep .


Air Marshal Sir John Slessor, 1943 
Geboren 
3 juni 1897 
Ranikhet , Brits-IndiŽ 
Gestorven 
12 juli 1979 (82 jaar) 
RAF Ziekenhuis, Wroughton 
Trouw 
Verenigd Koninkrijk 
Dienst / tak 
Britse leger (1915-1918) 
Royal Air Force (1918-1952) 
Jaar dienst 
1915-1952 
Rang 
Maarschalk van de Royal Air Force 
Eenheid 
No. 17 Squadron (1915-1916) 
No. 5 Squadron (1917-1918) 
Commando gehouden 
Chief of the Air Staff (1950-1952) 
Commandant van het College Imperial Defence (1948-1949) 
Air Lid Personeel (1945-1947) 
Coastal Command (1943-1944) 
No. 5 Group (1941-1942) 
No. 3 (Indische) Wing (1935-1937) 
No. 4 Squadron (1925-1928) 
No. 201 Squadron (1919) 
Veldslagen / oorlogen 
Eerste Wereldoorlog 
Waziristan campagne 
Tweede Wereldoorlog 
Awards 
Ridder Grootkruis in de Orde van het Bad 
Distinguished Service Order 
Militaire Kruis 
Genoemd in zendingen 

 

Bristol F.2 Fighter , een type gevlogen door Slessor in de jaren 1920

 


Captain Frederic John Walker

Captain Frederic John Walker CB , DSO & Three Bars (3 juni 1896-9 July 1944) (zijn voornaam wordt gegeven als Frederick in de Oxford Dictionary of National Biography [1] en een aantal London Gazette inzendingen) was een Koninklijke Marine officier bekend om zijn heldendaden tijdens de Tweede Wereldoorlog . Walker was de meest succesvolle anti-submarine warfare commandant tijdens de Slag om de Atlantische Oceaan en het was meer de volksmond bekend als Johnnie Walker (na de whisky ). 
Het vroege leven en carriŤre 
Walker werd geboren in Plymouth , de zoon van Frederic Murray en Lucy Selina (nťe Scriven) Walker. Hij werd lid van de Koninklijke Marine als cadet in 1909 en werd opgeleid aan de Royal Naval Colleges bij Osborne en Dartmouth , waar hij uitblonk. Eerst dienst doen op het slagschip Ajax als adelborst , Walker als een sub-luitenant ging over tot de vernietigers treden Mermaid en Sarpedon respectievelijk in 1916 en 1917. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog , Walker toegetreden tot de Queen Elizabeth-klasse slagschip Valiant . Hij trouwde met Jessica Eileen Ryder Stobart, met wie drie zonen en een dochter had.
Interbellum, 1920s-1930 

Tijdens het interbellum nam deel Walker in het bijzonder unglamourous uit de mode gebied van anti-submarine warfare . Hij nam een cursus bij de nieuw opgerichte anti-submarine opleidingsschool van HMS Osprey , Portland die werd opgericht in 1924. Walker zou dus een expert in dit specifieke type van oorlogvoering geworden, en zou worden aangesteld om een post die gespecialiseerd zijn in dit gebied, waar een aantal hoofdschepen. In mei 1933 werd hij bevorderd tot commandant en nam de leiding van de Eerste Wereldoorlog vernietiger Shikari . In december 1933 nam Walker bevel van de Shoreham -klasse sloep Falmouth gebaseerd op de China Station . In april 1937 werd Walker de Experimentele Commander bij HMS Osprey. 
World War II 
Toen de Tweede Wereldoorlog begon, in 1939, carriŤre Walker leek ten einde. Nog steeds een commandant, hij had genegeerd voor promotie naar de kapitein en inderdaad was gepland voor vervroegde uittreding. Hij kreeg een uitstel, echter, als gevolg van de aanvang van de oorlog en in 1940 werd aangesteld als Operations Staff Officer aan vice-admiraal Sir Bertram Ramsay . Zelfs zo, Walker was nog niet gegeven een opdracht, ondanks zijn deskundigheid in duikbootbestrijding dat ongetwijfeld onmisbaar in de Slag om de Atlantische Oceaan zou zijn. Tijdens Walker's tijd in die rol de legendarische Duinkerke evacuaties plaatsvond, waarbij de British Expeditionary Force (BEF) werd geŽvacueerd uit Frankrijk . De evacuatie was een enorm succes, met meer dan 330.000 Britse en Franse troepen die worden genomen om het Verenigd Koninkrijk . Hij werd Vermeld in Despatches voor zijn werk tijdens de evacuatie. 
Walker eindelijk een opdracht gekregen in oktober 1941 de controle over de 36ste Escort Group , de commandant van de roerdomp -klasse sloep Stork . De escort groep bestond uit twee sloepen (waaronder Stork) en zes korvetten en was gevestigd in Liverpool , de thuisbasis van Western Approaches Command . Aanvankelijk zijn fractie werd voornamelijk gebruikt om konvooien van en naar escort Gibraltar . 
Zijn eerste kans om zijn innovatieve methoden tegen de U-boot dreiging testen kwam in december, toen zijn groep begeleid Convoy HG 76 (32 schepen). Tijdens de reis werden vijf U-boten tot zinken gebracht, vier per groep Walker's, met inbegrip van de U-574 , die diepgaande opgeladen en geramd door eigen schip Walker's op 19 december was. Verlies van de RN's tijdens de Slag om HG76 was een escort drager ( Audacity ), een torpedobootjager ( Stanley ) en twee koopvaardijschepen . Dit wordt soms omschreven als de eerste echte geallieerde konvooi overwinning in de Slag om de Atlantische Oceaan. Hij kreeg de Distinguished Service Order (DSO) op 6 januari 1942 voor, "Voor gedurfde, vaardigheid en vastberadenheid terwijl escorteren naar dit land een waardevol Convoy in het gezicht van de niet aflatende aanvallen van de vijand, waarin drie van hun onderzeeŽrs tot zinken werden gebracht en twee vliegtuigen vernietigd door onze krachten ". groep Walker's er in geslaagd zinken ten minste drie meer U-boten tijdens zijn ambtstermijn als commandant van de 36ste Groep. Hij werd bekroond met de eerste Bar aan zijn DSO in juli 1942.
HMS Starling 
In 1942 Walker verliet de 36ste Groep en werd Kapitein (D) Liverpool, het verlenen van hem wat tijd om te herstellen. Hij uiteindelijk terug naar een schip bevel toen hij commandant van het 2e Support Group in 1943, bestaande uit zes sloepen . Walker leidde van Starling , een onlangs in opdracht Black Swan-klasse sloep. De groep was bedoeld om te fungeren als versterking om konvooien aangevallen, met de capaciteit om actief te jagen en te vernietigen U-boten, in plaats van te worden beperkt tot het escorteren van konvooien. Walker had het innovatieve idee om Commander-in-Chief westerse benaderingen voorgesteld Command Sir Max Horton . De combinatie van een actieve jacht groep en een charismatische, vastberaden en innovatieve anti-submarine specialist zoals Walker zou blijken te zijn een sterke kracht zijn. Een excentrieke aspect van zijn charismatische karakter was het spelen van de melodie A Hunting We Will Go op het schip Tannoy bij terugkeer naar hun basis. 
In juni 1943 was Walker's eigen schip Starling verantwoordelijk voor het zinken van twee U-boten. De eerste, U-202 , werd vernietigd op 2 juni door dieptebommen en geweervuur, en de andere, U-119 , die op 24 juni door dieptebommen en rammen. Een ander U-boot, de U-449 , tot zinken werd gebracht door zijn groep op dezelfde dag. Een zeer succesvolle tactiek in dienst van Walker was de sluipende aanval , waar twee schepen zouden samenwerken om het contact met een U -Boot terwijl aanvallen te houden; Een verfijning hiervan was de versperring aanslag , die drie of meer sloepen in lijn dieptebommen starten om de met dieptebommen op een wijze vergelijkbaar met een rollende versperring door verzadigen had artillerie vooraf een infanterieaanval. Op groep juli 30 Walker's geconfronteerd met een groep van drie U-boten op het oppervlak (twee waren vitale soort XIV replenishment boten bekend als "melkkoeien"), terwijl in de Golf van Biskaje . Hij signaleerde de " algemene chase "om zijn groep en schoot op hen, waardoor schade die hen belet te duiken. Twee van de onderzeeŽrs, U-462 , een Type XIV, en U-504 , een Type IX / C40, werden vervolgens tot zinken gebracht door Walker's groep, en het tweede type XIV, U-461 , door de Australische Short Sunderland vliegboot. 
Bij zijn terugkeer naar Liverpool, werd Walker meegedeeld dat zijn zoon, Timothy, werd gedood toen de onderzeeŽr HMS Parthen verloren was gegaan in het begin van augustus 1943 in de Middellandse Zee . Op 14 september 1943 werd hij benoemd tot Ridder in de Bath (CB), "voor leiderschap en durf in bevel van HMS Starling in succesvolle acties tegen vijandelijke onderzeeŽrs in de Atlantische Oceaan.
Op 6 november 1943 groep Walker's zonk de U-226 en U-842 . In het begin van 1944 weergegeven groep Walker's hun efficiŽntie tegen U-boten door zinken zes in ťťn patrouille. Op 31 januari 1944 groep Walker's opgedaan hun eerste moord van het jaar waarin zij zonk de U-592 . Op 9 februari zijn groep zonk de U-762 , U-238 en U-734 in ťťn actie, dan zonk de U-424 op 11 februari, en U-264 op 19 februari. Op 20 februari 1944 een van Walker's groep, HMS Specht , werd getorpedeerd en zonk zeven dagen later, terwijl gesleept thuis; al haar bemanningsleden werden gered. Ze keerden terug naar hun basis bij Liverpool aan de opgewonden gejuich van de inwoners van de stad en de Admiraliteit . De Eerste Lord van de Admiraliteit was aanwezig om te begroeten Walker en zijn schepen. Walker werd gepromoveerd tot kapitein en bekroond met een tweede bar aan zijn DSO.
In groep maart Walker's op voorwaarde dat de escorte voor de Amerikaanse kruiser USS Milwaukee , die op weg was naar Rusland als onderdeel van de Lend-Lease programma. Groep Walker's zonk twee U-boten op de heenreis en een derde op de terugreis. Laatste plicht Walker's werd de vloot van U-boten te beschermen tijdens D-Day , de immense geallieerde invasie in Frankrijk. Dit deed hij met succes voor twee weken; geen U-boten beheerd verleden Walker en zijn schepen te krijgen, en velen werden tot zinken gebracht of beschadigd in het proces. Tijdens deze gezamenlijke inspanning Walker's toewijding aan zijn taken was enorm; Hij nam geen respijt van zijn taken, die uiteindelijk zou bijdragen tot zijn dood. Hij werd op 13 bekroond met de derde balk aan zijn DSO juni 1944,en werd opnieuw genoemd in zendingen op 20 juni 1944.

Captain Frederic John Walker 
Bijnaam " Johnnie" 
Geboren 3 juni 1896
Plymouth, Devon, Engeland 
Overleden 9 juli 1944
Seaforth, Merseyside, Liverpool 
Land/partij Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk 
Onderdeel Naval Ensign of the United Kingdom.svg Royal Navy 
Dienstjaren 1914 - 1944 
Rang Generic-Navy-O7.svg Captain (naval) 
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog Operatie Dynamo
Slag om de Atlantische Oceaan
Onderscheidingen Orde van het Bad
Orde van Voorname Dienst

 

Dood 
Walker leed aan een cerebrale trombose op 7 juli 1944 en overleed twee dagen later aan de Naval Hospital in Seaforth, Merseyside 48 jaar; zijn dood werd toegeschreven aan overwerk en uitputting. 

Zijn uitvaart vond plaats in de Anglicaanse kathedraal met volledige marine eer en bijgewoond door ongeveer 1.000 mensen. De scŤne was emotioneel als de marine stoet gevolgd, reizend door de straten van Liverpool naar de haven, waar hij begon aan boord vernietiger Hesperus voor zijn laatste reis te worden begraven op zee.Een verdere eer was een vermelding in Despatches op 1 augustus 1944 .Zoals Walker's Group al had gevaren, de zeilers die de processie en de uitvaart en begrafenis ondernam op zee waren meestal Canadees. 
Legacy 
Walker zonk meer U-boten tijdens de Slag om de Atlantische Oceaan dan welke andere Britse of geallieerde commandant en was instrumenteel in de geallieerde overwinning van de Slag om de Atlantische Oceaan, een van de belangrijkste campagnes van de oorlog. In 1998 een standbeeld van Liverpool beeldhouwer Tom Murphy van Captain Johnnie Walker in een typische pose werd onthuld op de Head Pier in Liverpool door ZKH de Hertog van Edinburgh . De campagne voor het standbeeld werd gelanceerd door de Captain Walker's Old Boys Association . Leden van de vereniging bijeen in Liverpool tijdens de 60e verjaardag van de overwinning van de Slag om de Atlantische Oceaan in 2003 om hun kameraden te herdenken. 
Johnnie Walker's kleinzoon, Patrick Walker, vervolgt de Walker samenwerking met de Koninklijke Marine (nu gepensioneerd). Hij is ook een submariner en heeft de rang van kapitein van de behaalde Eerste Submarine Squadron . Hij is ook voorzitter van de Captain Walker's Old Boys Association gewijd aan Captain Walker en de mannen die met hem gediend. De vereniging ontbonden in 2004 als veel van de leden waren nu te oud om te wonen. De Standard is nu te zien in Bootle stadhuis samen met vele memorabilia van Walkers schepen. Spreeuwen aanbellen aan elke vergadering van de Raad beginnen. Walker was om te worden bevorderd tot admiraal, gezien een Vloot en verzonden naar de Stille Oceaan.

Decoraties
Order of the Bath op 14 september 1943
Orde van Voorname Dienst (Verenigd Koninkrijk) (DSO) 6 januari 1942
30 juli 1942
22 februari 1944
13 juni 1944
Hij werd drie maal genoemd in de Dagorder (krijgsmacht). Dat gebeurde op: 16 augustus 1940
20 juni 1944
14 augustus 1944

 


Gerard Corfield Bucknall

 

Luitenant-generaal Gerard Corfield Bucknall CB , MC , DL (14 september 1894-7 december 1980) was een hoge officier van het Britse leger , die in diende Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog , waar hij werd bevolen XXX Corps tijdens de Slag om NormandiŽ in mid-1944. 

Militaire carriŤre 

Opgeleid aan West Downs School ,Bucknall werd opgedragen een tweede luitenant in het Middlesex Regiment in 1914.Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij met zijn bataljon in Frankrijk en BelgiŽ met enkele onderscheiding, in het bijzonder tijdens de Slag om de Somme in 1916, waar hij nam het commando van zijn bataljon. 

Tussen de oorlogen diende hij met de Egyptische leger( Egypte was toen de facto een deel van het Britse Rijk ) en studeerde aan de Staff College, Camberley . Hij was commandant van het 2de Bataljon, Middlesex Regiment door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog , in september 1939 worden opgevolgd door Brian Horrocks (die later zou een ander van het berichten Bucknall's), tegen de tijd dat de Britse expeditieleger Force (BEF) naar Frankrijk. Hij beval 138 Infanterie Brigade , de 46ste Infanterie Divisie , was en later benoemd tot Algemeen politiecommandant 53 (Welsh) Infantry Division in juli 1941 en GOC XI Corps in East Anglia in september 1942, alvorens eventueel het zien van actie in april 1943 als commandant van I Corps [5] en vervolgens van augustus 1943 als General Officer commandant van de 5de Infanterie Divisie , in de laatste fase van de geallieerde invasie van SiciliŽ . Later leidde de verdeling in de Verenigde invasie van ItaliŽ en in de vroege stadia van de Italiaanse Campagne . 

Bucknall indruk generaal Bernard L. Montgomery , 21 Army Group commandant, en toen hij werd benoemd om te bevelen Operatie Overlord , de geallieerde invasie van NormandiŽ , stelde hij Bucknall om te bevelen XXX Corps - bucknall nam het commando in januari 1944.Echter, de chef van de Imperial General Staff Alan Brooke geloofde Bucknall ongeschikt voor commando op dat niveau te zijn. Door augustus 1944 Bucknall werd verwijderd uit zijn bevel,als gevolg van de relatief slechte prestaties van XXX Corps (zie Operation Perch ), wordt vervangen door Brian Horrocks. Montgomery toegegeven dat het was een vergissing om hem te benoemen en in november 1944 werd Bucknall gegeven bevel van Noord-Ierland , een functie die hij tot aan zijn pensionering. 


 

Lt General Bucknall 1944

Bucknall, hier afgebeeld aan de linkerkant als Algemeen politiecommandant XXX Corps , met Brigadier Harold Pyman 1944.

Militaire loopbaan                                                                                                                                                               
Titulair Lieutenant-Colonel: 1 januari 1936
Colonel: 1 augustus 1939 (gedateerd 1 januari 1939)
Waarnemend Brigadier: 10 augustus 1940
Tijdelijk Brigadier: 10 februari 1941
Waarnemend Major-General: 29 juli 1941
Tijdelijk Major-General: 29 juli 1942
Waarnemend Lieutenant-General: 12 september 1942
Reverted to Temporary Major-General: 29 juli 1943
Major-General: 21 december 1943
Waarnemend Lieutenant-General: 27 januari 1944
Tijdelijk Lieutenant-General: 11 maart 1944
Teruggezet naar Major-General: 3 augustus 1944
Verleend de ere-rang van Lieutenant-General: 4 maart 1948                                                                                                                                                Knight Grand Cross of the Order of the Bath op 8 juni

 

Harold Rupert Leofric George Alexander

Veldmaarschalk Harold Rupert Leofric George Alexander, 1st Graaf Alexander van Tunis KG GCB OM GCMG CSI DSO MC CD PC PC (Can) (10 december 1891 - 16 juni 1969) was een Britse militair commandant en veldmaarschalk die met onderscheiding in beide wereld geserveerd oorlogen en, daarna, als gouverneur-generaal van Canada , de 17e sinds Canadese Confederatie . 
Alexander werd geboren in Londen , Engeland, om aristocratische ouders en werd opgeleid bij Eg voordat u naar de Koninklijke Militaire Universiteit, Sandhurst , voor de opleiding als een legerofficier. Hij nam tot bekendheid door zijn dienst in de Eerste Wereldoorlog , het ontvangen van talloze onderscheidingen en decoraties, en vervolgde zijn militaire carriŤre door middel van verschillende Britse campagnes in Europa en AziŽ. In de Tweede Wereldoorlog , Alexander overzag de laatste stadia van de geallieerde evacuatie van Duinkerken en vervolgens hield hooggeplaatste veld commando's in Birma, Noord-Afrika en ItaliŽ, waaronder die als Commander-in-Chief Midden-Oosten en de commandant van de 18e Legergroep in TunesiŽ. Hij beval dan de 15e Legergroep voor de vangst van SiciliŽ en weer in ItaliŽ vůůr de ontvangst stokje van zijn veldmaarschalk en wordt gemaakt Supreme Allied Commander Middellandse Zee. 
Hij was in 1946 door als gouverneur-generaal benoemd tot Koning George VI , op voordracht van de minister-president van Canada William Lyon Mackenzie King , ter vervanging van de graaf van Athlone als onderkoning , en bekleedde hij de post tot opgevolgd door Vincent Massey in 1952. Alexander bewezen enthousiast over de Canadese wildernis te zijn en was een populaire gouverneur-generaal met de Canadezen. Hij was de laatste niet-Canada geboren gouverneur-generaal vůůr de benoeming van Adrienne Clarkson in 1999, evenals de laatste gouverneur-generaal om een peer te zijn. 
Na het einde van zijn ambtstermijn viceregal, werd Alexander beŽdigd in de Queen's Privy Council voor Canada en daarna,om te dienen als de Britse minister van Defensie in het kabinet van Winston Churchill , in de keizerlijke Privy Council . Alexander trok zich in 1954 en stierf in 1969. 
Het vroege leven 
Alexander werd geboren in Londen, de derde zoon van de graaf en gravin van Caledon, de laatste is een dochter van de graaf van Norbury . Alexander werd opgeleid bij Hawtreys en Harrow School , er deelnemen in de 11de batsman in de sensationele Fowler's Wedstrijd tegen Eton College in 1910.Hoewel Alexander speelde met het idee van het worden een kunstenaar,Hij ging in plaats daarvan naar de Royal Militaire Universiteit, Sandhurst . 
Militaire carriŤre 
In september 1911 werd Alexander opdracht als tweede luitenant in de Irish Guards , Britse leger .Hij werd bevorderd tot luitenant in december 1912. 
Eerste Wereldoorlog 
Alexander bracht de oorlog op het Westelijk Front . Als een 22-jarige peloton commandant in het 1ste Bataljon Irish Guards, diende hij in de British Expeditionary Force (BEF) in 1914. Hij nam deel aan de terugtocht uit Bergen en werd gewond bij Eerste Slag om Ieper en thuis invalide.Hij werd bevorderd tijdelijke kapitein op 15 november 1914 en permanente kapitein in de onlangs verhoogde 2de Bataljon op 7 februari van het volgende jaar.
Alexander keerde terug naar het Westelijk Front in augustus 1915 uitgevochten bij Loos en was, voor tien dagen in oktober 1915, handelend grote en waarnemend commandant van het 1ste Bataljon Irish Guards als een "Battle Casualty Replacement". Daarna keerde hij terug naar de 2de Bataljon als bedrijf officier en,in januari 1916 ontving de Militaire Kruis voor zijn moed bij Loos .Voor service aan de Somme op 15 september 1916 , in oktober werd hij benoemd tot lid van de Distinguished Dienst Orde ,van de dagvaarding voor die luidde:.. "Voor opvallende dapperheid in actie Hij was het leven en de ziel van de aanval, en de hele dag leidde naar voren niet alleen zijn eigen mannen, maar mannen van alle regimenten Hij hield de loopgraven opgedaan in weerwil van zware mitrailleurvuur. In dezelfde maand werd Alexander verder geŽerd met inductie in het Franse Lťgion d'honneur .
Op 10 december 1916 Alexander nam de tweede-in-bevel van 1st Battalion Irish Guards als waarnemend belangrijkste.In mei werd Alexander kort waarnemend commandant van het 1ste Bataljon,als een waarnemend luitenant-kolonel , terwijl nog slechts een inhoudelijke kapitein.Hij werd een permanente grote op 1 augustus 1917 en werd opnieuw bevorderd waarnemend luitenant-kolonel,deze keer bevestigd als commandant van het 2de bataljon Irish Guards, op 15 oktober.Alexander beval zijn bataljon ten Derde Slag om Ieper, waar hij licht gewond was, dan bij Bourlon Wood (een deel van de slag bij Cambrai), waar zijn bataljon leed 320 slachtoffers uit 400 man.Alexander, tussen de 23 en 30 maart 1918 moest het commando van de 4e Guards Brigade nemen, tijdens de Britse terugtocht.Hij beval nogmaals 2de Bataljon bij Hazebrouck in april 1918, waar het duurde zulke zware verliezen dat het zag er geen verdere actie.Nog steeds een waarnemend luitenant-kolonel, dan beval hij een korps infanterie school in oktober 1918.
dyard Kipling , die een geschiedenis van de Irish Guards, waarin hij schreef eigen zoon gevochten en gedood werd, merkte op dat, "het is niet te ontkennen dat kolonel Alexander had de gave van het hanteren van de mannen op de lijnen waarop zij het ​​gemakkelijkst gereageerd .. . Zijn ondergeschikten van hem hield, zelfs toen hij viel op hen blisteringly voor hun tekortkomingen, en zijn mannen waren al zijn eigen ".
interbellum 
Alexander in 1919 geserveerd met de geallieerde Control Commission in Polen. Als tijdelijke luitenant-kolonel,hij leidde de Baltische Duitse Landeswehr in de Letse Onafhankelijkheidsoorlog , de commandant eenheden loyaal aan Letland in de succesvolle rit naar het uitwerpen bolsjewieken uit Latgalia . Tijdens de dienst is er, werd hij per ongeluk verwond door een van zijn eigen schildwachten op 9 oktober 1919. 
Alexander keerde terug naar Groot-BrittanniŽ mei 1920 als een belangrijke, tweede in bevel van het 1ste Bataljon Irish Guards;. mei 1922, werd hij bevorderd inhoudelijke luitenant-kolonel en benoemd tot commandant Hij beval het bataljon in Constantinopel (een gevoelige posten in de aanloop naar de Chanak Crisis ), vervolgens Gibraltar van oktober 1922, toen in Londen van april 1923 tot januari 1926, toen hij werd vrijgelaten uit die rol te wonen Staff College, Camberley .Alexander was toen in februari 1928 bevorderd tot kolonel (met terugwerkende kracht tot 14 mei 1926 en was de volgende maand benoemd tot commandant van de Irish Guards Regimental District en 140 (4e Londen) Infanterie Brigade in de Territoriale Leger een functie die hij tot januari 1930, toen hij weer terug om te studeren, het bijwonen van het College keizerlijke Defensie voor een jaar.Er zijn twee van Alexander's instructeurs-de toekomst veldmaarschalken Alan Brooke en Bernard Montgomery -Waren onder de indruk van hem.
Na de voltooiing van zijn cursussen, Alexander, op 14 oktober 1931 huwde Lady Margaret Bingham , de dochter van de graaf van Lucan en met wie Alexander had twee schoonzonen Shane , geboren in 1935, en Brian, geboren in 1939, en een dochter, als Naast het aannemen van een andere dochter tijdens zijn tijd als gouverneur van Canada het algemeen. [11] Alexander en hield personeel afspraken zoals (vanaf januari 1931) GSO2 bij de directie van de Militaire Opleiding bij het ​​ministerie van Oorlog en (1932-1934) GSO1 bij HQ Northern Command in York ,alvorens te worden gemaakt in oktober 1934 een tijdelijke brigadegeneraal en het commando over de Nowshera Brigade,op de Northwest Frontier in India .Voor zijn dienst is er, en in het bijzonder voor zijn acties in de Loe-Agra operaties tegen de Pathanen in Malakand tussen februari en april 1935, Alexander was dat jaar maakte in de Orde van de Ster van India en werd in dťpÍches genoemd .Hij werd ooit genoemd meer voor zijn dienst tijdens de Tweede Mohmand Campagne in Noordwest grensprovincie van augustus tot oktober van hetzelfde jaar, waar onder Brigadier Claude Auchinleck . Alexander had een reputatie voor het leiden van het front en voor het bereiken van bergkammen met of zelfs voor zijn troepen. 
In maart 1937 werd Alexander benoemd als ťťn van de assistent-DE-kamp aan de onlangs toegetreden Koning George VI en mei terug naar het Verenigd Koninkrijk om deel te nemen in deze hoedanigheid in de staat processie door Londen tijdens de King's kroning .Alexander zou zijn in dit geval gezien hebben door twee van zijn Canadese viceregal opvolgers: Vincent Massey , die toen het was Canadese Hoge Commissaris naar het Verenigd Koninkrijk , en Massey's secretaresse, Georges Vanier , die de stoet keek uit het dak van Canada House op Trafalgar Square .Naar aanleiding van de kroning viering, Alexander terug naar India, waar hij werd gemaakt van de ere-kolonel van het 3de Bataljon 2de Punjab Regiment ,en vervolgens in oktober 1937 werd bevorderd tot de rang van meerder- algemeen ,het maken van Alexander de jongste generaal in het Britse leger .Hij afgestaan ​​bevel van zijn brigade in januari 1938 en in februari terug naar het Verenigd Koninkrijk om het bevel over de te nemen 1st Infantry Division .In juni 1938 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van het Bad .

Harold Alexander

Harold Alexander E010750678-v8.jpg 
17e gouverneur-generaal van Canada 
In het kantoor 
12 april 1946 - 28 februari 1952 
Monarch 
George VI 
Elizabeth II 
Premier 
William Lyon Mackenzie King 
Louis St. Laurent 
Voorafgegaan door 
De Graaf van Athlone 
Opgevolgd door 
Vincent Massey 
Persoonlijke gegevens 
Geboren 
Harold Rupert Leofric George Alexander 
10 december 1891 
Londen , Verenigd Koninkrijk 
Gestorven 
16 juni 1969 (77 jaar) 
Slough , Verenigd Koninkrijk 
Echtgenoot (s) 
Margaret Alexander, Gravin Alexander van Tunis 
Kinderen 
Rose Maureen Alexander 
Shane William Desmond Alexander 
Brian James Alexander 
Alma mater 
Harrow School 
Koninklijke Militaire Universiteit, Sandhurst 
Beroep 
Soldaat 
Religie 
Anglicanism

Tweede Wereldoorlog 
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939, Alexander bracht de 1st Infantry Division naar Frankrijk , waar, in eind mei 1940 met succes hij de leiding terugtrekking divisie naar Duinkerken . Kort nadat Bernard Montgomery was aangesteld om te bevelen II Corps , Alexander was, terwijl nog steeds op de bruggenhoofd, geplaatst in opdracht van I Corps , en verliet het strand op de laatste destroyer op 3 juni na ervoor te zorgen dat alle Britse troepen geŽvacueerd.In erkenning van zijn diensten op het gebied van maart tot juni 1940, Alexander werd opnieuw genoemd in dťpÍches.
Na Duinkerken, Alexander keerde terug naar het Verenigd Koninkrijk en bleef gebiede ik Corps, nu het bewaken van de kusten van Yorkshire en Lincolnshire.Hij werd bevorderd waarnemend luitenant-generaal in juli 1940 [49] en benoemde de Algemene politiecommandant-in- Chief (GOC-in-C) van de Southern Command , die verantwoordelijk was voor de verdediging van Zuidwest- Engeland .Zijn rang van luitenant-generaal werd permanent gemaakt in december 1940. 
Op 1 januari 1942 werd hij geridderd en benoemd tot Ridder Commandeur in de Orde van het Bad ,en in februari, na de Japanse invasie van Birma , werd verzonden naar India om GOC-in-C van de Britse strijdkrachten geworden in Birma als een volledig algemeen .Alexander was niet in staat om zijn opdrachten te vervullen om vast te houden Rangoon , die werd achtergelaten op 6-7 maart.Hij nam persoonlijk verantwoordelijk voor een aantal kleine lokale engagementen, en werd bijna gevangen genomen door de Japanners .Alexander steeds liet veel van de tactische verloop van de campagne om zijn korpscommandant, Bill Slim , terwijl hij zich bezig met de meer politieke aspecten van de betrekkingen met Joe Stillwell , de nominale commandant van de Chinese strijdkrachten. [56] Alexander was gepromoveerd tot Commander-in-Chief van de geallieerde landstrijdkrachten in Birma, maart 1942, en beval Slim naar Mandalay te verlaten en zich terugtrekken in India.
In juli 1942 had de Britse en Indiase troepen in Birma hun gevechten retraite terug in India, en Alexander afgerond, hebben nog maar eens in de verzendingen voor zijn Birma dienst genoemd,werd teruggeroepen naar het Verenigd Koninkrijk. Hij werd in eerste instantie geselecteerd om het bevel van de Eerste Leger , dat was om deel te nemen aan Operation Torch , de invasie van Noord-Afrika. Echter, na een bezoek in begin augustus naar Egypte door de Britse premier Winston Churchill en de chef van de keizerlijke generale staf , generaal Alan Brooke , Alexander vloog naar Cairo op 8 augustus te vervangen Claude Auchinleck als de Commander-in-Chief van het Midden-Oosten commando , de post die verantwoordelijk is voor de algehele uitvoering van de campagne in de woestijn van Noord-Afrika. Op hetzelfde moment, luitenant-generaal Bernard Montgomery vervangen Auchinleck als de algemene commandant van het Achtste Leger . [56] Alexander voorgezeten overwinning Montgomery's bij de Tweede Slag bij El Alamein en de opmars van de Achtste Leger naar Tripoli , waarvoor Alexander was verheven tot een Ridder Grootkruis in de Orde van het Bad ,en, na de Anglo-Amerikaanse troepen uit Operation Torch en de Achtste Leger geconvergeerde in TunesiŽ in februari 1943, werden ze onder het verenigd commando van een nieuw gevormde gebracht 18e Army Group hoofdkantoor, onder bevel van Alexander en de rapportering aan Dwight D. Eisenhower , de Supreme Allied Commander in de Middellandse Zee aan de Geallieerden Headquarters .Omar Bradley , een Amerikaanse generaal van de Tunesische Campagne , gecrediteerd Alexander's geduld en ervaring met het helpen van een onervaren Verenigde Staten "veld commando volwassen en uiteindelijk komen van de leeftijd."
De Axis krachten in TunesiŽ overgegeven in mei 1943 en de opdracht van Alexander werd de 15e Legergroep , die was, onder Eisenhower, die verantwoordelijk is voor montage in juli de geallieerde invasie van SiciliŽ , weer te zien Alexander beheersen van twee legers: Montgomery's Achtste Leger en George S. Patton 's Zevende United States Army . Na SiciliŽ, en ter voorbereiding van de geallieerde invasie van ItaliŽ, het hoofdkwartier Zevende Leger werden vervangen door die van de Vijfde Leger van Verenigde Staten , onder leiding van Mark Clark . 
Als geallieerd opperbevelhebber van de Middellandse Zee Forces, op zijn hoofdkantoor in het Paleis van Caserta , ItaliŽ 
Toen Eisenhower werd benoemd Supreme Allied Commander voor de geplande landing in NormandiŽ stelde hij voor dat Alexander geworden grondtroepen commandant, zoals hij populair bij zowel de Britse en Amerikaanse officieren was. Bradley, nu de Amerikaanse commandant van de 12e Legergroep , merkte op dat hij zou de voorkeur hebben om te werken met Alexander, in plaats van Montgomery, zoals hij beschouwde de voormalige als "een ingetogen, self-effacive en punctilious soldaat". Van de problemen die later opgedoken met het commando van de Britse Montgomery's 21ste Army Group , Bradley vermoed dat ze niet zou hebben plaatsgevonden met Alexander in opdracht.Brooke echter toegepaste druk aan Alexander in ItaliŽ te houden, overweegt hem ongeschikt voor de opdracht in Frankrijk.Zo Alexander bleef in opdracht van de 15e Legergroep, en, met de steun van een groot aantal geallieerde bevelhebbers, controversieel toestemming gegeven voor de bomaanslag op de historische abdij van Cassino , wat resulteerde in weinig voorschot op de Duitse Winter Line verdedigingen. Het was pas de vierde poging, dat de Winter Line werd geschonden door de geallieerden, en Alexander's troepen verplaatst op te vangen Rome in juni 1944, waardoor het bereiken van een van de strategische doelen van de Italiaanse campagne . Echter, de Amerikaanse Vijfde Leger krachten aan Anzio , in opdracht Clark's, niet aan hun oorspronkelijke break-out plan dat zou hebben gevangen de Duitse troepen te ontsnappen naar het noorden in de nasleep van de te volgen Slag om Monte Cassino , in plaats waarbij een vroege en zeer publiciteit inwerkingtreding Rome twee dagen voor de geallieerde landingen in NormandiŽ. 
Alexander bleef in opdracht van de 15e Legergroep, evenals zijn opvolger, de geallieerde legers in ItaliŽ , voor het grootste deel van de Italiaanse Campagne, tot december 1944, toen hij afstand gedaan van zijn opdracht om Clark en nam als de opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten hoofdkantoor, verantwoordelijk voor alle militaire operaties in de Middellandse Zee Theater. Alexander tegelijkertijd werd gepromoveerd tot de rang van veldmaarschalk,hoewel dit werd met terugwerkende kracht tot de val van Rome op 4 juni 1944, zodat Alexander nogmaals senior naar Montgomery, die zelf al had gemaakt een veldmaarschalk zou zijn op 1 september 1944, na het einde van de Slag om NormandiŽ. Alexander ontving toen de Duitse capitulatie in ItaliŽ, op 29 april 1945. Verder, als beloning voor zijn leiderschap in Noord-Afrika en ItaliŽ, Alexander, samen met een aantal andere prominente Britse Tweede Wereldoorlog militaire leiders, werd verheven tot de adelstand op 1 maart 1946 door Koning George VI; hij werd geschapen burggraaf Alexander van Tunis en Errigal in het graafschap Donegal . 
Alan Brooke vond dat Alexander moest een staat stafchef "om na te denken voor hem",terwijl Montgomery (Alexander's ondergeschikte in Afrika en ItaliŽ) beweerde te denken van Alexander als "incompetent" en succes werd behaald in TunesiŽ alleen omdat Montgomery uitgeleend Brian Horrocks aan de genadeslag te organiseren.Echter, Harold Macmillan was onder de indruk van Alexander's rust en stijl, het uitvoeren van diners in zijn rotzooi zoals die in een Oxbridge hoge tafel, het bespreken van de architectuur en de campagnes van Belisarius , in plaats van de huidige oorlog .Macmillan dacht urbane wijze en bereidheid Alexander's te bespreken en compromissen waren een verstandige manier om inter-geallieerde samenwerking te behouden, maar Alexander's reserve was zodanig dat sommigen dachten dat hij leeg is van strategische ideeŽn en niet in staat om beslissingen te nemen. Graham en Bidwell schreef dat Alexander's ondoordringbare reserve maakte het moeilijk om te beoordelen of hij een militaire ideeŽn had, maar dat hij "niet in staat of niet bereid" om zijn wil over zijn legerleiders beweren, en dat Mark Clark benut deze zwakte.
gouverneur-generaal van Canada
Met de beŽindiging van de vijandelijkheden, Alexander was onder serieuze aandacht voor benoeming in de functie van hoofd van de Keizerlijke Generale Staf , hoogste functie het Britse leger onder de soeverein, maar hij werd uitgenodigd door de Canadese premier William Lyon Mackenzie King aan zijn aanbeveling aan de Koning voor de post van gouverneur-generaal van Canada . Alexander dus koos met pensioen te gaan uit het leger en het nemen van de nieuwe positie, en, in afwachting van zijn viceregal posting, was op 26 januari 1946 benoemd tot Ridder Grootkruis in de Orde van Sint-Michiel en Sint-Joris .Het werd toen aangekondigd van het kabinet van de minister-president van Canada op 21 maart 1946 dat George VI had, door de commissie onder de koninklijke sign-handleiding en zegelring , ingestemd met de aanbeveling van zijn eerste minister, Mackenzie King, om Alexander te benoemen als zijn vertegenwoordiger. Alexander werd vervolgens beŽdigd tijdens een ceremonie in de Senaat kamer op 12 april van dat jaar. 
Alexander nam zijn taken als de onderkoning heel serieus, het gevoel dat, als gouverneur-generaal, trad hij op als een verbinding tussen Canadezen en hun koning, en bracht veel tijd reist Canada tijdens zijn termijn; hij uiteindelijk ingelogd zijn niet minder dan 294.500 km (184.000 km) tijdens zijn vijf jaar als gouverneur-generaal. Op deze reizen, zocht hij om te gaan met de Canadezen door middel van verschillende ceremonies en evenementen; Hij was zeer geÔnteresseerd in zijn rol als Chief Scout van Canada , en, ter voorbereiding van zijn schoppen van de opening bal in het 1946 Grey Cup finale, beoefend vaak op grond van de koninklijke en Viceroyal woonplaats, Rideau Hall . Ook, ter herdenking van Alexander wordt genoemd de eerste niet-inheemse leider van de Kwakiutl stam, kreeg hij een totempaal op 13 juli 1946; gemaakt door Mungo Martin , het blijft op grond van Rideau Hall vandaag.Aan het eind van het jaar, Alexander was ook onderscheiden met zijn inductie als Ridder in de Orde van de Kousenband .
In 1947, de Koning uitgegeven brieven octrooi verlenen van zijn Canadese gouverneur-generaal toestemming om al die bevoegdheden die behoren tot de vorst ten aanzien van Canada en, in het uitoefenen Commonwealth premiers Conferentie van 1949, werd de beslissing aan het lid van het Gemenebest term te gebruiken in plaats van Dominion om te verwijzen naar de niet-Britse lidstaten van het Gemenebest van Naties . Dat zelfde jaar, Alexander hield toezicht op de toelating van de Britse kroonkolonie van Newfoundland in de Canadese Confederatie en toerde de nieuwe provincie die zomer. Dan, tijdens een later bezoek aan Alberta , werd de gouverneur-generaal toegelaten tot de Blackfoot stam als Chief Eagle Head. Echter, hoewel de naoorlogse periode zag een boom in welvaart voor Canada, het land was weer in oorlog tegen 1950, met Alexander, in zijn rol als waarnemend bevelhebber-in-chief , de inzet van de Koreaanse Oorlog soldaten, matrozen en vliegeniers , wie hij zou bezoeken voorafgaand aan hun vertrek naar Noord-Oost-AziŽ.
In de studie van de gouverneur-generaal bij Rideau Hall , Alexander (midden) ontvangt voor zijn handtekening het wetsvoorstel het finaliseren van de vereniging van Newfoundland en Canada , 31 maart 1949.
De Viscount reisde in het buitenland op de officiŽle reizen in 1947 een bezoek aan de Amerikaanse president Harry S. Truman en in juni 1948 de Braziliaanse president Eurico Gaspar Dutra -als evenals het hosten van een aantal hoogwaardigheidsbekleders. Het bezoek van de Ierse premier , John A. Costello , in 1948, veroorzaakt Alexander sommige verlegenheid toen Costello koos de gelegenheid om aan te kondigen dat Ierland werd het verlaten van het Gemenebest. Hoewel het besluit was genomen in principe enige tijd voor, de plotselinge aankondiging veroorzaakte een diplomatieke storm en Costello, om kritiek te buigen, beweerde dat hij was uitgelokt in het maken van de aankondiging door een reeks diplomatieke snubs door Alexander. In zijn memoires was Costello toegeven dat Alexanders gedrag daadwerkelijk was perfect burgerlijke en geen invloed heeft op een beslissing die reeds gemaakt had kunnen hebben. 
Het Alexanders 'relatief informele levensstijl op Rideau Hall werd aangetoond wanneer, tijdens de Canadese tour van prinses Elizabeth en haar echtgenoot, de hertog van Edinburgh , de burggraaf en burggravin gastheer van een square dance in balzaal van het paleis. Alexander geschilderd-creŽren van een persoonlijke studio in de voormalige zuivelfabriek op Rideau Hall en montage lessen in kunst aan de National Gallery of Canada partook in een aantal sporten, zoals golf , ijshockey en rugby , en genoten van de outdoors- vooral tijdens Ontario en Quebec 's ahornsiroop oogst, zelf toezicht op het proces op grond Rideau Hall's.De burggraaf werd bekend te ontsnappen uit officiŽle taken om deel te nemen in zijn meest favoriete tijdverdrijf van de visserij , eens te wijken van de 1951 Koninklijke Reis van Prinses Elizabeth te nemen in een dag vissen op Griffin Island, in Georgian Bay , en het verlenen van een vrije dag voor de leerlingen in de stad Drayton, Ontario , waar zijn trein kort gestopt.
Onder Canadezen, Alexander bleek een populaire onderkoning te zijn, ondanks de oproepen voor een in Canada geboren gouverneur-generaal, dat zijn benoeming was voorafgegaan.Niet alleen heeft hij een veel geprezen militaire reputatie, hij werd beschouwd als de beste militaire strateeg omdat de hertog van Wellington maar hij was ook een charismatische figuur met een gemakkelijke mogelijkheid om te communiceren met mensen.Anderen, echter niet volledig goedkeuren van Alexander; editor Hugh Templin, van Fergus, Ontario , een ontmoeting met Alexander tijdens Templin's tijd als een speciale correspondent met de Canadese pers tijdens de Tweede Wereldoorlog, en hij zei van de ontmoeting:. "Heer Alexander indruk op ons aanzienlijk, zo niet al te gunstig Hij was een aristocratische soort, die niet van de krant mannen. 
Britse minister van Defensie
Alexander vertrok het kantoor van de gouverneur-generaal van Canada in het begin van 1952, na Churchill vroeg hem om terug te keren naar Londen om de post van te nemen minister van Defensie in de Britse regering.De vergrijzing van Churchill had gevonden het steeds moeilijker om te gaan met oordelen dat portfolio gelijktijdig met die van de minister-president, hoewel hij nog steeds veel belangrijke beslissingen zelf, waardoor Alexander met weinig echte macht.Kort na, George VI overleed in de nacht van 05-06 februari en Alexander, ten aanzien van de King's rouw , vertrok stilletjes voor het Verenigd Koninkrijk, het verlaten van opperrechter van Canada Thibaudeau Rinfret als beheerder van de regering in zijn plaats. Na zijn terugkeer naar het Verenigd Koninkrijk, Alexander was op 14 maart 1952 verheven in de adelstand door de nieuwe koningin, steeds Graaf Alexander van Tunis , Baron Rideau van Ottawa en Kasteel Derg.Hij werd ook benoemd tot lid van het organisatiecomitť voor de Queen's kroning en werd belast met de uitvoering van de Sovereign's Orb in de staat optocht bij die gelegenheid in 1953.
Pensioen 
De Graaf diende als de Britse minister van defensie tot 1954, toen hij met pensioen uit de politiek en, in 1959, de Koningin benoemd Alexander aan de Orde van Verdienste .Van 1960 tot 1965 diende hij als Constable van de Tower of London .
Canada bleef een favoriet tweede thuis voor de Alexanders en ze regelmatig terug om familie en vrienden te bezoeken totdat Alexander stierf op 16 juni 1969 van een geperforeerde aorta.Zijn begrafenis werd gehouden op 24 juni 1969, bij St. George's Chapel in Windsor Castle , en zijn stoffelijke resten zijn begraven op het kerkhof van Ridge , in de buurt van Tyttenhanger, zijn familie Hertfordshire huis.

 

 

 


Air Marshal Owen Tudor Boyd

Air Marshal Owen Tudor Boyd (30 augustus 1889 Ė 5 augustus 1944) was een Britse officier van de British Royal Flying Corps (RFC) gedurende de Eerste Wereldoorlog. Boyd was officier in de Royal Air Force (RAF) aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, gedurende het interbellum en de Tweede Wereldoorlog.

Eerste jaren en Eerste Wereldoorlog

Boyd studeerde aan de Royal Military Academy Sandhurst. Op 20 januari 1909 werd hij benoemd tot een positie op de unattached list voordat hij toetrad tot het Brits-Indische leger. Boyd was officier in de 5e Cavalerie van het Brits-Indische leger.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, vanaf 25 april 1916, diende Boyd als officier bij de RFC. Later in 1916 diende hij als piloot aan het Westfront bij RFC-squadron nr. 27 en op 9 juli 1916 werd Boyd bevorderd tot Flight Commander.

Boyd bleef aan het Westfront en ontving diverse promoties. Op 26 oktober 1916 werd hij bevorderd tot Officer Commanding van een squadron en op 19 januari 1917 werd hij bevorderd tot Officer Commanding van RFC-squadron nr. 66.

In juni 1917 werd Boyd bevorderd tot Staff Officer en op 2 december was hij een Staff Officer, 2e klasse, RFC. In 7 juli 1918 werd Boyd benoemd tot Officer Commanding van de RAF-squadron nr. 72 in MesopotamiŽ.

Interbellum

Vanaf 18 januari 1919 was Boyd een Officer Commanding en een Staff Officer (luitenant-kolonel). Op 1 augustus 1919 werd hij bevorderd tot majoor. Op 21 januari 1920 was Boyd een Staff Officer binnen de Mesopotamian Wing Headquarters. Hij was ook als een Staff Officer belast met het directeurschap van Operaties en Intelligentie.

Op 23 oktober 1922 werd Boyd benoemd tot een Officer Commanding van de RAF-squadron nr. 24. Op 26 februari 1923 werd hij benoemd tot Commandant van de Militaire Samenwerking wat hij bleef tot januari 1936 toen hij werd toegevoegd aan de Staff College in Camberley. Op 21 januari 1928 werd hij toegevoegd aan de staf van de Army Staff College, Camberley.

Op 4 januari 1930 werd Boyd plaatsvervangend directeur voor Stafaangelegenheden. Op 7 augustus 1931 werd hij Officer Commanding van de RAF Aden. Op 14 april 1934 werd hij benoemd tot Secretary of State for Air voor het Hoofdkwartiers Gevechtsgebied en op 24 oktober 1935 was Boyd een Air Officer Commanding, Central Area.

Op 1 mei 1936 werd Boyd bevorderd tot Air Commodore van de RAF-groep nr. 1. In december 1936 werd hij benoemd tot directeur van Personeelsdiensten bij het ministerie van Luchtvaart.

Tweede Wereldoorlog


In 1938 werd Boyd bevorderd tot Air Vice-Marshal en werd benoemd tot opperbevelhebber RAF Balloon Command. Op 1 december 1940 werd hij vervangen door Air Marshal Sir Leslie Gossage. Boyd werd toen bevorderd tot Air Marshal en benoemd tot plaatsvervanger van de Air Officer Commanding-in-Chief in het Midden-Oosten.

Op weg naar Egypte moest Boyd stoppen op Malta. Het vliegtuig waar hij en zijn staf in zaten werd door Italiaanse gevechtsvliegtuigen gedwongen te landen op SiciliŽ. Na vernietiging van de geheime papieren door zijn eigen vliegtuig in brand te steken werd Boyd krijgsgevangene. Hij bracht het grootste gedeelte van de oorlog door als krijgsgevangene in Castello di Vincigliata vlakbij Florence in ItaliŽ.

Toen ItaliŽ in september 1943 capituleerde, maakten Boyd en twee Britse generaals (Philip Neame en Richard O'Connor, beide in 1941 gevangengenomen in Noord-Afrika) van de verwarring gebruik en ontsnapten aan de Italiaanse bewakers. Na een tijd op het Italiaanse platteland door te hebben gebracht bereikten de drie mannen de geallieerde linies.

Boyds leven nam een wending na zijn gevangenschap in ItaliŽ en terugkeer in Groot-BrittanniŽ. Aan het einde van juli 1944 scheidde hij van zijn vrouw en een kleine week later, op 5 augustus 1944, stierf Boyd aan een hartaanval.


Owen Tudor Boyd
Geboren 
30 augustus 1889 
Gestorven 
5 augustus 1944 (54 jaar) 
Trouw 
Verenigd Koninkrijk 
Dienst / tak 
Britse leger 
Britse luchtmacht 
Jaar dienst 
1916 - 1944 
Rang 
Air Marshal 
Commando gehouden 
RAF Balloon Command 
No. 1 Group RAF 
RAF Khormaksar 
No. 24 Squadron RAF 
No. 72 Squadron RAF 
No. 66 Squadron RAF 
Veldslagen / oorlogen 
Eerste Wereldoorlog 
Tweede Wereldoorlog 
Awards 
Ridder in de Orde van het Bad 
Officier in de Orde van het Britse Rijk 
Militaire Kruis 
Air Force Cross 
Vermeld in Despatches

 


Kapitein Clive Robertson Caldwell

Groep Kapitein Clive Robertson Caldwell DSO , DFC & Bar (28 juli 1910-5 August 1994) was de toonaangevende Australische lucht ace van de Tweede Wereldoorlog . Hij is officieel gecrediteerd met het  neerschieten van 28,5 vijandelijke vliegtuigen in meer dan 300 operationele sorties. Naast zijn officiŽle score, is hij toegeschreven zes probables en 15 beschadigd.Caldwell vloog Curtiss P-40 Tomahawken en Kittyhawks in het Noord-Afrikaanse campagne en Supermarine Spitfires in de Zuid-West Pacific Theatre . Hij was de hoogst scorende P-40 piloot van een luchtmacht en de hoogste scorende geallieerde piloot in Noord-Afrika.Caldwell beval ook een Royal Air Force (RAF) squadron en twee verschillende Royal Australian Air Force (RAAF) vleugels . Zijn militaire dienst eindigde in controverse, echter, wanneer hij ontslag uit protest tegen het misbruik van de Australische Eerste Tactical Air Force vechter eenheden en was later de krijgsraad en veroordeeld voor de handel in sterke drank. 
Het vroege leven 
Caldwell werd geboren in Lewisham, Sydney en opgeleid bij Albion Park School , Sydney Grammar School en Trinity Grammar School . Hij was in Sydney Grammar School van juni 1924 tot mei 1927, maar niet compleet zijn einddiploma er (hij roeide in de 4e IV en was lid van het Comitť Games). Hij leerde in 1938 te vliegen met de Aero Club van New South Wales. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werd hij lid van de Royal Australian Air Force (RAAF), met de bedoeling om een vechter piloot. Terwijl hij over de leeftijdsgrens voor vechter training was, Caldwell overgehaald een apotheker vriend om de details van zijn geboorteakte te veranderen.Hij door de RAAF werd aanvaard en werd lid van het Rijk Air Training Scheme (EET; ook bekend als het Britse Gemenebest Air Training Plan en soortgelijke namen). 
Tweede Wereldoorlog 
Midden-Oosten en Noord-Afrika 

Caldwell's eerste, korte gevecht posting was een Britse Hurricane eenheid, No. 73 Squadron , Royal Air Force , in de vroege stadia van de Noord-Afrikaanse campagne . Hij had slechts een paar operationele uren opgedaan toen hij werd overgeplaatst naar No. 250 Squadron RAF als het omgezet naar het nieuwe P-40 Tomahawk , ťťn van de eerste eenheden in de wereld P-40 bedienen. Volgens sommige rekeningen,op 6 juni 1941 Caldwell als Flying Officer Jack Hamlyn's wingman, was betrokken bij de P-40's eerste doden, van een Italiaanse CANT Z.1007 bommenwerper, over Egypte . Echter, werd de vordering niet officieel erkend. (Hamlyn en sergeant Tom Paxton scoorde de eerste officiŽle doden twee dagen later, een andere CANT.) Spoedig daarna, Caldwell geserveerd met het squadron op SyriŽ en Libanon . 
Na het worstelen om de vaardigheid van het verwerven van schietoefeningen doorbuiging , Caldwell ontwikkelde een training techniek, die bekend staat als "schaduw schieten", waarin hij afgevuurd op de schaduw van zijn eigen vliegtuigen op de woestijn oppervlak.Dit was later op grote schaal door de woestijn Air Force . 
Het eskader keerde terug naar Noord-Afrika. Op 26 juni 1941 tijdens het escorteren van bommenwerpers aanvallen Gazala , LibiŽ , Caldwell vernietigd een vliegtuig in de lucht-lucht gevecht voor de eerste keer, tijdens zijn 30e sortie .Hij dronk een Duitse Messerschmitt Bf 109 E, bestuurd door Leutnant Heinz Schmidt van I Gruppe, Jagdgeschwader 27 (JG 27-Fighter Wing 27), over Capuzzo , volgde hij deze bewering met een 'halve aandeel' van een Bf 110 op III. / ZG 26 en 2 Ju-87s van II. / Sturzkampfgeschwader 2 (StG 2-Dive Bomber Wing 2) op 30 juni.
Op 4 juli 1941 Caldwell zag een Duitse piloot schieten en doden van een goede vriend, Pilot Officer Donald Munro, die afdaalt naar de grond in een parachute.Dit was een omstreden praktijk, maar was toch vaak voor bij een aantal Duitse en geallieerde piloten. Een biograaf, Kristin Alexander, suggereert dat het kan hebben veroorzaakt Caldwell's houding aanzienlijk harden. Maanden later, persvoorlichters en journalisten gepopulariseerd Caldwell's bijnaam van "Killer", waarin hij een hekel. Een reden voor de bijnaam was dat ook hij schoot vijandelijke piloten nadat ze gedropt uit vliegtuigen.Caldwell becommentarieerde vele jaren later:. "... er was geen bloed lust of iets over het zo dat Het was gewoon een kwestie van ze niet terug willen naar een ander gaan bij ons. Ik heb nog nooit geschoten enige die landde waar ze gevangen genomen kunnen worden.(in het latere leven, Caldwell zei dat zijn gedachten vaak wendde zich tot een van de Japanse piloot of passagier, die overleefden Caldwell's laatste luchtfoto overwinning, maar kon niet worden gered.)Een vaker genoemde reden voor de bijnaam was zijn gewoonte van het gebruik van munitie overblijft aan het eind van de sorties, om te schieten op vijandelijke troepen konvooien en voertuigen.Tijdens zijn oorlog dienst, Caldwell schreef in een notitieboekje: ". het is jouw leven of het hunne Dit is oorlog."
Terwijl naar zijn basis alleen boven Noordwest Egypte op 29 augustus 1941 werd Caldwell aangevallen door twee Bf 109 S, in een simultane benadering loodrecht. Zijn aanvallers onder een van Duitslands beroemdste Experte ("expert", of aas), luitenant Werner SchrŲer , ook van JG 27, in een Bf 109E-7. Caldwell aanhoudende drie afzonderlijke wonden van munitie fragmenten en of granaatscherven. Zijn Tomahawk werd geraakt door meer dan 100 7,9 mm kogels en vijf 20 mm granaten, maar hij neergeschoten SchrŲer's wingman, en zwaar beschadigd SchrŲer's "Black 8", waardoor SchrŲer zich los te maken.Op 23 november, Caldwell neergeschoten een Experte, Hauptmann Wolfgang Lippert , groepscommandant (Group Commander) van II. / JG 27, die geen steun ontvangen. Lippert had de stabilisator geslagen en na de vangst had zijn benen geamputeerd, maar 10 dagen later, een gangreen infectie in en hij stierf op 3 december.Voor deze actie, Caldwell werd bekroond met de Distinguished Flying Cross .Caldwell beweerde vijf Junkers Ju 87 (Stuka) duik bommenwerpers in een kwestie van minuten op 5 december. Hiervoor kreeg hij een bar aan zijn DFC.Zijn verslag van die actie luidt: 
Ik ontving radio waarschuwing dat een grote vijand formatie naderde vanuit het Noord-Westen. No. 250 Squadron ging in lijn achteruit achter me en als No. 112 Squadron bezig het escorteren van vijandelijke strijders we vielen de GO van achteren kwartaal. Op 300 meter opende ik vuur met al mijn geweren op de leider van een van de achterste delen van de drie, waardoor te weinig doorbuiging, en sloeg No. 2 en nr 3, waarvan ťťn in vlammen onmiddellijk, de andere naar beneden roken en ging in vlammen na het verliezen van ongeveer 1000 meter. Ik heb toen vielen de leider van het achterste gedeelte ... van onder en achter, het vuur te openen met alle geweren op zeer korte afstand. De vijandelijke vliegtuigen omgedraaid en dook steil ... opende het vuur [bij een ander Ju 87] nogmaals op korte afstand, de vijand in brand vloog ... en stortte neer in vlammen op. Ik was in staat om omhoog te trekken onder de buik van een van de achterzijde, die de uitbarsting tot zeer korte afstand. De vijand ... vloog in brand en dook in de grond. 
De bronvermeldingen voor zowel de oorspronkelijke DFC en de Bar werden gepubliceerd in hetzelfde nummer van de London Gazette , een aanvulling op die van 23 december 1944 gedateerd 26 december 1944. [15] De eerste aanhaling beschreven Caldwell zo blijven "neemt zijn tol van vijandelijke vliegtuigen "en dat" hij persoonlijk neergeschoten 5 van vliegtuigen van de vijand brengen van zijn totale overwinningen tot en met 12. " Het tweede dat hij "heeft uitstekend werk verricht in het Midden-Oosten operaties", "getoond vastberadenheid en hoge plichtsbetrachting die een inspiratie voor zijn collega-piloten hebben bewezen", en dat na het ontvangen van "wonden op zijn gezicht, armen en benen. ..he moedig terug naar de aanval en neergeschoten ťťn van de vijandige vliegtuigen. " 
Op 24 december, Caldwell was betrokken bij een verloving, die dodelijk gewond andere Luftwaffe ace, Hpt. Erbo Graf von Kageneck (gecrediteerd met 69 lucht overwinningen) van III. / JG 27. Caldwell alleen beweerde een "beschadigd" op het moment, maar na de oorlog bronnen hebben hem toegeschreven met de doden. 
In januari 1942 werd Caldwell bevorderd tot Squadron Leader en kreeg het bevel over gegeven No. 112 Squadron RAF ., en werd de eerste EET afgestudeerde aan een Brits eskader commando 112 Sqn op dat moment omvatte een aantal Poolse vliegeniers, en dit was de reden waarom Caldwell later werd bekroond met de Poolse Krzyż Walecznych (KW; "Dapperheidskruis" ).
Caldwell scoorde nog een opvallende overwinning in februari 1942, terwijl het leiden van een formatie van 11 Kittyhawks van 112 Sqn en 3 Sqn. Meer dan Gazala , slechtzienden hij een schwarm van Bf 109Fs vliegen zo'n 2.000 ft hoger. Caldwell onmiddellijk nosed in een ondiepe duik, toegepaste maximale kracht en boost , daarna trok zijn Kittyhawk omhoog in een verticale klim. Met zijn P-40 "opknoping van de propeller," vuurde hij een uitbarsting op een Bf 109 gevlogen door Leutnant Hans-Arnold Stahlschmidt van I. / JG 27, die achter op de anderen. Stahlschmidt's vechter "huiverde als een tapijt wordt gemept met een klopper" voor uit de hand. Hoewel de Kittyhawk piloten dachten dat de Bf 109 in geallieerde linies was neergestort, Stahlschmidt kon noodlanding in bevriend gebied. 
Toen Caldwell verliet het theater later dat jaar, de commandant van de lucht operaties in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, Air Vice Marshal Arthur Tedder beschreef hem als: "n uitstekende leider en een eerste klas shot".Caldwell beweerde 22 overwinningen, terwijl in Noord-Afrika vliegen P-40s, waaronder tien Bf 109's en twee Macchi C.202s . Hij had ongeveer 550 vlieguren in meer dan 300 operationele sorties.

Clive Caldwell c. 1942 
Nickname (s) 
"Killer" 
Geboren 
28 juli 1910 
Lewisham, New South Wales 
Gestorven 
5 augustus 1994 (84 jaar) 
Sydney, AustraliŽ 
Trouw 
AustraliŽ AustraliŽ 
Dienst / tak 
Ensign van de Royal Air Force.svg Royal Australian Air Force 
Jaar dienst 
1940-1946 
Rang 
Kapitein groep 
Commando gehouden 
No. 112 Squadron RAF (1942) 
No. 1 Wing RAAF (1942-1943) 
No. 80 Wing RAAF (1944-1945) 
Veldslagen / oorlogen 
World War II 
Noord-Afrikaanse campagne 
SyriŽ-Libanon-campagne 
Zuid-West Pacific theater 
Nieuw-Guinea campagne 
Awards 
Distinguished Service Order 
Distinguished Flying Cross & Bar 
Krzyż Walecznych (Polen)

Terwijl op een tour door de Verenigde Staten, Caldwell bezocht Curtiss-Wright in Buffalo, New York . Op 6 augustus 1942 werd hij uitgenodigd op een aanvaarding re-vlucht van een te komen Curtiss C-46 Commando , de nieuwste transportvliegtuigen die bestemd zijn voor gebruik in het buitenland. Het vliegtuig werd ook belast met Curtiss executives, en gevlogen door Chief Production Test Pilot Herbert O. Fisher . Het landingsgestel raakte vast in een driekwart omlaag, en na een uitgebreide acht uur durende poging om de versnelling los, Fisher rustig buik-landde de C-46. Met het gewicht van het vliegtuig zachtjes duwen de spullen terug in de wielkasten, een minimum aan schade het gevolg is. Caldwell had overgenomen als de co-piloot op de acht uur cirkelen boven Buffalo, het ontvangen van de verklaring dat hij werd gecontroleerd op de C-46, onder de voogdij van Fisher. Het afronden van zijn tour in Curtiss-Wright, Caldwell ging over tot het bezoeken North American Aviation fabriek en was in staat om persoonlijk te evalueren hun nieuwe P-51 gevechtsvliegtuigen, toen in ontwikkeling.
Zuid-West Pacific
Tijdens 1942, AustraliŽ kwam onder toenemende druk van de Japanse troepen, en Caldwell werd teruggeroepen door de RAAF, om te dienen als de vleugel leider van No. 1 (Fighter) Vleugel , bestaande uit No. 54 Squadron RAF , No. 452 Squadron RAAF en No. 457 Squadron RAAF . De vleugel werd uitgerust met de Supermarine Spitfire en in het begin van 1943 werd geplaatst op Darwin , om het te verdedigen tegen de Japanse luchtaanvallen . 
Caldwell beweerde twee kills in zijn eerste onderschepping sortie dan Darwin, een Mitsubishi A6M Zero (ook bekend onder de geallieerde codenaam "Zeke") vechter en een Nakajima B5N "Kate" lichte bommenwerper.De Spitfire piloten gevonden Japanse vechter piloten terughoudend om geallieerde strijders over AustraliŽ te gaan, vanwege de afstand van hun bases in het Nederlands-IndiŽ . De vleugel aanvankelijk leed grote verliezen, te wijten aan de onervarenheid van veel van zijn piloten en kinderziektes mechanische problemen met hun nieuw " getropicaliseerd 'Mark VC Spitfires. Dit werd bekeken met bezorgdheid door de hoge bevelhebbers, in die mate dat de geallieerde bevelhebber in de Zuid-West Pacific, generaal-majoor George Kenney , beschouwd als het verzenden van de vleugel aan de Nieuw-Guinea-campagne , en terugkerende Amerikaanse Vijfde Air Force vechter eenheden naar Darwin. 
Caldwell scoorde wat was zijn laatste luchtfoto overwinning, een zijn Mitsubishi Ki-46 "Dinah" van de 202e Sentai, over de Arafurazee op 17 augustus 1943.Hij beweerde een totaal van 6,5 Japanse vliegtuigen neergeschoten. 
Later in 1943, Caldwell werd geplaatst op Mildura , commando om No. 2 Operational Training Unit (2OTU). Hij werd onderscheiden met de Distinguished Service Order (DSO) in november 1943.In 1944, met de Japanse troepen terugtrekt noorden, werd Caldwell weer geplaatst op Darwin, dit keer commandant van No. 80 (Fighter) Vleugel , uitgerust met de Spitfire Mark VIII. 
In april 1945, terwijl het dienen op Morotai in Nederlands-IndiŽ met de Australische Eerste Tactical Air Force , als Commandant van No. 80 Wing, Caldwell speelde een hoofdrol in de " Morotaimuiterij ", waarin verschillende senior flyers afgetreden uit protest tegen wat zij zagen als de degradatie van RAAF vechterseskaders om gevaarlijke en strategisch waardeloze grondaanval missies. Een onderzoek resulteerde in drie hoge officieren wordt ontheven van hun opdrachten, met Caldwell en de andere 'muiters' gewist. 
Voorafgaand aan de 'muiterij', Caldwell had aangeklaagd over zijn betrokkenheid bij een alcohol racket op Morotai, waar drank in werd gevlogen door de RAAF vliegtuigen en vervolgens verkocht aan de omvangrijke Amerikaanse troepen contingent in de plaats.Hij was krijgsraad in januari 1946 en gereduceerd tot de rang van Flight Lieutenant . Caldwell verliet de dienst in februari. 
Latere jaren 
Na de oorlog werd Caldwell betrokken als een inkoper verkrijgen overschot vliegtuigen en andere militaire uitrusting van de Amerikaanse Foreign Liquidatie van de Commissie in de Filippijnen . De vliegtuigen en apparatuur werden geŽxporteerd naar AustraliŽ in 1946. Na de succesvolle afronding van deze onderneming, Caldwell trad een doek import / export bedrijf in Sydney en kort nadat hij gedelegeerd bestuurder werd. Hij werd partner in 1953 en diende later als voorzitter van de raad van bestuur. Het bedrijf, Clive Caldwell (Sales) Pty Ltd, veel succes geboekt onder Caldwell's leiding en uitgebreid via dochterondernemingen wereldwijd. 
Hoewel in het latere leven Caldwell "sprak bescheiden" over zijn oorlogstijd dienst, na zijn dood in Sydney op 5 augustus 1994,AustraliŽrs "rouwde om het overlijden van een echte nationale held".

Caldwell met zijn Spitfire op Morotai in december 1944 
Keerzijde van de medaille. Lint: 30mm, diagonale afwisselende strepen van witte en diep paars. 
Uitgereikt door het Verenigd Koninkrijk en de Commonwealth 
Type 
Militaire onderscheiding 
Verkiesbaarheid 
Britse Commonwealth, en de geallieerden 
Toegekend voor 
... Voorbeeldige dapperheid tijdens actieve operaties tegen de vijand in de lucht.
Toestand 
Momenteel in de prijzen 
Statistiek 
Gevestigd 
3 juni 1918 
Totale toegekende 
George V : 11.227 
George VI : 21.657 
Totaal: 32884 
Orde van Wear 
Volgende (hogere) 
Militaire Kruis 
Volgende (lagere) 
Air Force Cross 
Verwant 
Distinguished Flying Medal

 


Hugh Caswall Tremenheere Dowding

Air Chief Marshal Hugh Caswall Tremenheere Dowding, 1st Baron Dowding GCB , GCVO , CMG (24 april 1882-15 February 1970) was een Britse officier bij de Koninklijke Luchtmacht . Hij diende als gevechtspiloot en vervolgens als commandant van No. 16 Squadron tijdens de Eerste Wereldoorlog . Tijdens het interbellum werd hij Air Officer Commandant Vechten Ruimte, Air Defence van Groot-BrittanniŽ en trad vervolgens de Air Raad als Air Lid for Supply en Onderzoek . Hij was Air politiecommandant RAF Fighter Command tijdens de Battle of Britain , en wordt over het algemeen gecrediteerd met het spelen een cruciale rol in de verdediging van Groot-BrittanniŽ, en dus de nederlaag van Adolf Hitler plan van 's naar Groot-BrittanniŽ binnen te vallen. Hij ongewild afstand gedaan commando in november 1940 en werd vervangen door Big Wing pleitbezorger, Sholto Douglas . 
Het vroege leven 
Geboren, de zoon van Arthur John Caswall Dowding, die op had geleerd Fettes College in Edinburgh voordat hij naar de zuidelijke Schotse stad Moffat ,en Maud Caroline Dowding (nťe Tremenheere), Dowding werd opgeleid bij St. Ninian Boys 'Preparatory School in Moffat , die zijn vader instrumenteel in oprichting was geweest, en de Universiteit van Winchester .Hij studeerde aan de Royal Military Academy voordat ze in opdracht als tweede luitenant in het Royal Garrison Artillery op 18 augustus 1900. 
Militaire carriŤre 
Bevorderd tot luitenant op 8 mei 1902 Dowding geserveerd met de Koninklijke Garrison Artillery in Gibraltar , in Ceylon en in Hong Kong alvorens geplaatst te No. 7 Mountain Artillery Battery in India in 1904.Na zijn terugkeer naar het Verenigd Koninkrijk, hij woonden de Army Staff College 1912 voordat ze gepromoveerd tot kapitein op 18 augustus 1913 en wordt geplaatst met de Royal Garrison Artillery op het Isle of Wight later dat jaar.Nadat hij geÔnteresseerd in de luchtvaart, Dowding opgedaan Aviator's Certificate niet. 711 op 19 december 1913 in een Vickers tweedekker bij de Vickers School of Flying, Brooklands .Hij woonde toen de Centrale Flying School , waar hij kreeg zijn vleugels . Hoewel toegevoegd aan de reservelijst van de Royal Flying Corps (RFC), Dowding teruggekeerd naar het Isle of Wight op zijn Royal Garrison Artillery werkzaamheden te hervatten. Echter, deze regeling was van korte duur en in augustus 1914 werd hij lid van de RFC als piloot op No. 7 Squadron . 
Eerste Wereldoorlog 
Dowding overgebracht naar No. 6 Squadron in oktober 1914 en vervolgens, na twee weken als een officier personeel in Frankrijk , werd een Flight Commander, eerst met No. 9 Squadron en dan met nr 6 Squadron. Hij werd commandant van de Wireless Experimental Establishment op Brooklands maart 1915 en ging over tot zijn commandant van No. 16 Squadron in juli 1915.Na de Slag van de Somme , Dowding botste met General Hugh Trenchard , de commandant van de RFC, over de noodzaak om piloten uitgeput door non-stop plicht rusten. In september 1915 de auteur Duncan Grinnell-Milne trad No 16 squadron als junior piloot. Jaren later publiceerde hij een rekening van zijn tijd in het squadron, waarin hij kritiek Dowding als zijnde "te terughoudend en afzijdig van zijn juniors", hoewel efficiŽnt.Gepromoveerd tot grote op 30 december 1915 werd hij teruggeroepen naar Engeland in januari 1916, en, te zijn bevorderd tot tijdelijk luitenant-kolonel op 1 februari 1916 werd gegeven bevel van 7 Wing op Farnborough later die maand. Hij overgebracht naar het bevel van 9 vleugel aan Fienvillers in juni 1916. Het terugkeren naar Engeland, werd hij gepromoveerd tot tijdelijke kolonel op 1 januari 1917 benoemd tot commandant van de Zuidelijke Groep Command en promoveerde naar tijdelijke brigade-generaal op 23 juni 1917 voordat ze het bevel over de zuidelijke training brigade in augustus 1917. Hij werd gestuurd naar York in april 1918 als chief stafofficier tot senior administratieve ambtenaar van de RAF in het gebied.Hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van Sint-Michiel en St George op 1 januari 1919.
Interbellum 
Dowding kreeg een permanente commissie in de RAF op 1 augustus 1919 met de rang van kapitein groep .Hij beval No. 16 Group van oktober 1919 en vervolgens No. 1 Groep uit februari 1920, waar hij verantwoordelijk is voor het organiseren van twee van de jaarlijkse lucht displays bij was Hendon . Hij werd bevorderd tot commodore lucht op 1 januari 1922 en diende als chief stafofficier bij Omstreken hoofdkwartier in Uxbridge vanaf februari 1922 alvorens te worden benoemd tot Chief Staff Officer voor RAF Irak Command in augustus 1924. 
Dowding was een volleerd skiŽr , winnaar van de eerste ooit Nationaal Kampioenschap Slalom , en voorzitter van de Ski Club van Groot-BrittanniŽ 1924-1925. 
In mei 1926 werd Dowding benoemd tot directeur van een opleiding op het Air Ministry . Hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van het Bad op 2 januari 1928en promoveerde naar de lucht vice-marshal op 1 januari 1929.Trenchard stuurde hem naar Palestina en TransjordaniŽ om de veiligheid problemen veroorzaakt door Arabisch-Joodse onrust studeren Zijn rapporten, welke goedkeuring Trenchard's kreeg, waren de oorzaak van verdere loopbaanontwikkeling. Dowding werd Air Officer Commandant Vechten Ruimte, Air Defence van Groot-BrittanniŽ in december 1929 en trad vervolgens de Air Raad als Air Lid for Supply en Onderzoek in september 1930. Een van zijn eerste taken in deze post was de goedkeuring van de verlening van een certificaat van luchtwaardigheid naar de R101 luchtschip kort voordat het af op haar noodlottige reis naar India; Hij zei later: "Ik denk dat ik verkeerd niet aan te dringen op veel uitgebreidere proeven en tests was" en dat zijn beslissing was gebaseerd op optimistische technisch advies.tijd Dowding's in dit kantoor viel samen met een periode van snelle ontwikkeling in het ontwerpen van vliegtuigen en een groeiende angst dat een grote oorlog was op de horizon. Hoewel zonder wetenschappelijke of technische opleiding, toonde hij een grote capaciteit voor het begrijpen van technische zaken. Hij werd gepromoveerd tot Air Marshal op 1 januari 1933 en geavanceerde tot Ridder Commandeur in de Orde van het Bad op 3 juni 1933. 
In juli 1936 werd Dowding benoemd tot commandant van de nieuw gecreŽerde RAF Fighter Command , en was misschien wel het ťťn belangrijk persoon in Groot-BrittanniŽ, en misschien de wereld, die het niet eens met de Britse premier Stanley Baldwin 's 1932-verklaring dat " De bommenwerper zal altijd door ". Hij bedacht en hield toezicht op de ontwikkeling van de "Dowding System".Deze bestond uit een geÔntegreerd luchtverdedigingssysteem die opgenomen radar (waarvan het potentieel Dowding was een van de eersten te waarderen), (ii) menselijke waarnemers (inclusief Royal Observer Corps ), die belangrijke leemten in welke radar kunnen detecteren op het tijdstip (het begin radarsystemen, bijvoorbeeld, heeft geen goede informatie over de hoogte van binnenkomende Duitse vliegtuigen) gevuld,raid plotten, en (iv) de radio controle van vliegtuigen. Het hele netwerk is verbonden in veel gevallen door toegewijde telefoonkabels begraven voldoende diep om bescherming te bieden tegen bombardementen te bieden. Het netwerk had zijn centrum op RAF Bentley Priory , een omgebouwd landhuis aan de rand van Londen.Het systeem als geheel later bekend werd als Ground-gecontroleerde onderschepping (GCI). 
Dowding introduceerde ook moderne vliegtuigen in dienst tijdens de vooroorlogse periode, met inbegrip van de acht-gun Spitfire en Hurricane .Hij is ook gecrediteerd met te hebben gevochten het Air Ministry, zodat gevechtsvliegtuigen waren uitgerust met kogelvrije windschermen.Hij werd gepromoveerd tot Air Chief Marshal op 1 januari 1937 en een benoemde Ridder Grootkruis van de Koninklijke Orde van Victoria januari 1937 op 23. 
Tweede Wereldoorlog 
Battle of Britain 

Aftredend in juni 1939, Dowding werd gevraagd aan te blijven tot maart 1940 als gevolg van de gespannen internationale situatie. Hij werd weer toegestaan ​​om verder door de Battle of Britain , eerste tot juli en tenslotte tot november 1940.
In 1940, Dowding, bijgenaamd "Benauwd" door zijn mannen, bleek niet bereid om vliegtuigen en piloten te offeren in de poging om de geallieerde troepen te helpen tijdens de Slag om Frankrijk . Hij, samen met zijn directe chef Sir Cyril Newall , dan is Chief of the Air Staff , verzette herhaalde verzoeken van Winston Churchill aan de woning verdediging te verzwakken door het sturen van kostbare eskaders naar Frankrijk.Toen de geallieerde verzet in Frankrijk stortte, werkte hij nauw met Air Vice-Marshal Keith Park , de commandant van 11 Fighter Group , in het organiseren van dekking voor de evacuatie van het Britse expeditieleger bij Duinkerken . 
Door middel van de zomer en het najaar van 1940 in de Slag om Engeland , Dowding's Fighter Command weerstond de aanvallen van de Luftwaffe .Voorbij het ​​cruciale belang van het totale systeem van geÔntegreerde luchtverdediging die hij had ontwikkeld voor Fighter Command, zijn grote bijdrage was om middelen achter de schermen (inclusief vervanging van vliegtuigen en vliegend personeel) bundelen en tot een aanzienlijke reserve vechter te behouden, terwijl handen zijn ondergeschikte commandanten 'grotendeels vrij om de strijd in detail uit te voeren. 
Dowding stond bekend om zijn nederigheid en grote oprechtheid.Fighter Command piloten kwamen om Dowding karakteriseren als iemand die verzorgd zijn mannen en hadden hun beste belangen op het hart. Dowding verwezen vaak naar zijn 'lieve vechter jongens "als zijn" kuikens ":. Inderdaad zijn zoon Derek was een van hen Door zijn briljante gedetailleerde voorbereiding van de Britse luchtverdediging voor de Duitse aanval, en zijn voorzichtig beheer van zijn middelen tijdens de slag, Dowding wordt vandaag over het algemeen gegeven het krediet voor de overwinning van Groot-BrittanniŽ in de Slag om Engeland .
Daaropvolgende val Dowding's is toegeschreven door sommigen aan zijn singlemindedness en vermeende gebrek aan diplomatie en politieke savoir faire in het omgaan met intra-RAF uitdagingen en intriges, het duidelijkst het nog steeds zelfs nu fel bediscussieerd Big Wing controverse waarin een aantal senior en actieve dienst officieren waren in het voordeel van grote set-stuk lucht gevechten met de Luftwaffe als alternatief voor succesvolle Dowding's betoogd Fabian strategie .Een andere reden vaak aangehaald van zijn ontslag, maar gekenmerkt door een aantal hedendaagse commentatoren meer als een voorwendsel, was de moeilijkheid tegengaan van Duitse nachtelijke bombardementen op Britse steden.Het verslag van radar pionier, EG Bowen in Radar Days (1987) weerlegt de bewering dat Dowding's perceptie van de problemen van de Britse nachtjagers ontoereikend was. Hij suggereert dat als Dowding waren gelaten om zijn eigen pad te volgen, het uiteindelijk effectief Britse antwoord op de nacht bombardementen (die volledig over de ontwikkelingen in de lucht overgedragen radar afhing) zou hebben wat vroeger te komen.Dowding zichzelf liet zien dat hij een goed begrip van nachtjager verdediging en was van plan een afweersysteem tegen de nachtelijke bombardementen in een brief die hij schreef enige tijd na de Battle of Britain. Echter, was er grote politieke en publieke druk tijdens de Blitz voor iets gedaan moet worden, en bestaande Fighter Command's middelen, zonder dat er, radar in de lucht, bleek jammerlijk ontoereikend. Een onderzoekscommissie onder leiding van Sir John Salmond produceerde een lange lijst van aanbevelingen aan de nacht luchtverdediging te verbeteren; wanneer Dowding goedgekeurd slechts enkele van hen, zijn vroegere supporters, Lord Beaverbrook en Churchill, besloten dat het tijd was voor hem om af te treden.

 

 

 

Dowding werd gevorderd tot Ridder Grootkruis in de Orde van het Bad op 8 oktober 1940.Hij ongewild afgestaan ​​commando op 24 november 1940 en werd vervangen door Big Wing pleitbezorger, Sholto Douglas . Churchill geprobeerd om de klap te verzachten door er hem de leiding van de Britse Air missie naar de Verenigde Staten, die verantwoordelijk is voor de aanschaf van een nieuw type luchtvaartuig. 
Publicatie van zijn boek, twaalf legioenen engelen, werd onderdrukt in 1942. De Britse regering van mening dat zij informatie die van nut zijn voor de Duitsers zouden zijn vervat. Het boek werd uiteindelijk gepubliceerd in 1946, kort na de oorlog eindigde.
Ministerie van Aircraft Production 
Na het verlaten van Fighter Command, werd Dowding verzonden op bijzondere taak naar de Verenigde Staten voor het ministerie van Aircraft Production, maar daar maakte hij zich niet populair bij zijn uitgesproken gedrag. Bij zijn terugkeer was hij hoofd van een onderzoek naar de economieŽn van de RAF mankracht voor het slapen gaan van de Royal Air Force in juli 1942. Hij werd verheven tot de adelstand , zoals Baron Dowding van Bentley Priory op 2 juni 1943. 
Latere leven 
Later in het leven, vanwege zijn overtuiging dat hij onrechtvaardig behandeld werd door de RAF, Dowding werd steeds bitter. Hij erkende Robert Wright 's boek Dowding en de Battle of Britain, die betoogde dat een samenzwering van Big Wing voorstanders, waaronder Trafford Leigh-Mallory en Douglas Bader , zijn het ontslaan van Fighter Command had ontwikkeld.In het kielzog van het debat dat gevolgd, de RAF gepasseerd hem over voor promotie naar maarschalk van de Royal Air Force . 
In zijn pensionering, werd Dowding actief geÔnteresseerd in spiritisme , zowel als schrijver en spreker. Zijn eerste boek over het onderwerp, vele woningen, werd in 1943 geschreven, gevolgd door Lychgate (1945), The Dark Star en Gods Magic. Verwerpen conventionele Christendom , trad hij in de Theosofische Vereniging , die het geloof in bepleitte reÔncarnatie . Hij schreef om aan dood "RAF jongens" in zijn slaap -. Geesten die strijders uit bergtop startbanen gemaakt van licht vloog 
Dowding en zijn tweede vrouw barones Dowding waren beiden anti vivisectionists en in 1973 de Britse Nationale Anti-vivisectie Maatschappij richtte de Heer Dowding Fund for Humane Research in zijn eer.
Dowding vegetariŽr geworden, op basis van zijn geloof als een theosoof en spiritualistische . Hoewel hij persoonlijk was een vegetariŽr, geloofde hij dat "dieren worden gedood om de menselijke behoeften te bevredigen voor velen een lange dag te komen", en hij maakte verschillende beroepen in het Hogerhuis voor het op humane wijze doden van dieren die bestemd zijn voor voedsel. Hij was ook lid van de Fairy Investigation Society .Hoewel hij wist dat mensen hem een slinger voor zijn geloof in feeŽn beschouwd, Dowding geloofde dat feeŽn "zijn essentieel voor de groei van planten en het welzijn van het plantenrijk" . 
Dowding stierf in zijn huis in Royal Tunbridge Wells , Kent, op 15 februari 1970. Na zijn crematie , zijn as werd gelegd om te rusten onder de Battle of Britain Memorial Venster in de Royal Air Force kapel bij Westminster Abbey . Dowding's zoon Derek (1919-1992) erfde de titel van Baron Dowding.
Familie 
Dowding trouwde Clarice Maud Vancourt, de dochter van een officier in het Indiase leger, op 16 februari 1918; ze hadden een zoon, Derek. Na de dood van zijn eerste vrouw, trouwde hij met Muriel Whiting op 25 september 1951; zij hadden geen kinderen.
Battle of Britain film
In de 1969 film Battle of Britain , werd Dowding gespeeld door Laurence Olivier . Olivier had zelf diende als piloot in de Royal Navy 's Fleet Air Arm tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens het filmen, Dowding (toen 86 jaar en in een rolstoel ) ontmoet Olivier. Olivier vertelde Dowding hij achter diens bureau gezeten had de hele dag "doen alsof ze jou" en werd "het maken van een vreselijke puinhoop van het ook", waaraan Dowding antwoordde: "Oh, ik weet zeker dat je bent". Dit brak de bemanning en Olivier in lachen uit. Footage van dit kan worden gezien in de sectie bijzondere kenmerken van de Special Edition DVD van de film.
Honours en hommages 
Air Chief Marshal Lord Dowding was commander-in-chief van Fighter Command, Royal Air Force, vanaf haar oprichting in 1936 tot november 1940. Hij was dus verantwoordelijk voor de voorbereiding en het verloop van de Battle of Britain. Met opmerkelijke vooruitziende blik, zorgde ervoor dat hij de uitrusting van zijn bevel met eendekker strijders, de orkaan en de Spitfire. Hij was een van de eerste die het vitale belang van RDF (radar) en een effectieve commando- en controlesysteem voor zijn squadrons waarderen. Ze waren klaar toen de oorlog kwam. In het voortraject van die oorlog, hij grondig opgeleid zijn minimale krachten en geconserveerd hen tegen sterke politieke druk om zich te verspreiden en misbruiken hen. Zijn verstandig en wijs oordeel en leiderschap geholpen om de overwinning tegen een overweldigende overmacht te garanderen en zo voorkomen dat het verlies van de Slag om Engeland en waarschijnlijk de hele oorlog. Voor hem is het volk van Groot-BrittanniŽ en van de Vrije Wereld danken grotendeels de manier van leven en de vrijheden ze nu genieten.
Andere monumenten Dowding kan worden gevonden in het station Park in Moffat , de stad van zijn geboorte,en in Calverley Tuinen in Tunbridge Wells, waar hij stierf.
De Dowding Centrum aan de School of Aerospace Battle Management (voorheen de School van Fighter Control) bij RAF Boulmer is vernoemd naar Dowding. 
Een groene keramische gedenkplaat werd onthuld op zijn voormalige residentie (1951-1967) in Darnley Drive, Southborough op 6 mei 2012. 
De 1946-gebouwde Southern Railway Battle of Britain pacific (4-6-2) locomotief 21C152 werd genoemd Heer Dowding in zijn eer.

1-Brits militair in de Tweede Wereldoorlog

1---2---3---4