Home      De start Van de Tweede Wereldoorlog      Het Derde Rijk van Adolf Hitler      Duitsland in de Tweede Wereldoorlog      Engeland in de Tweede Wereldoorlog      Amerika in de Tweede Wereldoorlog      Belgie in de Tweede Wereldoorlog      Nederland in de Tweede Wereldoorlog       Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog      Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog      Japan in de Tweede Wereldoorlog      Canada in de Tweede Wereldoorlog      Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog       Griekenland in de Tweede Wereldoorlog      Afrika in de Tweede Wereldoorlog      Polen in de Tweede Wereldoorlog      Sovjet Unie in de Tweede Wereldoorlog      Italie in de Tweede Wereldoorlog      Joegoslavie in de Tweede Wereldoorlog       Roemenie in de Tweede Wereldoorlog      Hongarije in de Tweede Wereldoorlog      Het SS Bloedbad van Oradour Sur Clan      Annelies Marie(Anne) Frank 12 Juni 1929      1-Veldslagen tijdens de tweede Wereldoorlog       1-Operaties tijdens de tweede Wereldoorlog       Werkkampen Concentratie Kampen Van Nazi Duitsland       Bombardement Tijdens de Tweede Wereldoorlog      1-Zeeslag tijdens de Tweede Wereldoorlog       1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog      Categorie militair in de Tweede Wereldoorlog      Operatie Overlord 1944       Het einde Van de Tweede Wereldoorlog  

1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog

Adegem Canadian War Cemetery

Adegem Canadian War Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog, gelegen in het Belgische dorp Adegem. De begraafplaats ligt in het oosten van het dorpscentrum, langs de weg van Adegem naar Eeklo (N9) en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Er worden 1155 doden herdacht, waarvan slechts enkele niet ge´dentificeerde. Het terrein is ongeveer 18145 m▓ groot en is symmetrisch aangelegd in twaalf perken. Centraal staat het Cross of Sacrifice en achteraan bevindt zich een gedenkruimte. Jaarlijks vindt, op de tweede zondag van september, een Canadees-Poolse herinneringsplechtigheid plaats.

Geschiedenis
Eind september 1944 hadden de geallieerden al Antwerpen in handen, maar de Duitsers hadden nog de oevers van de Scheldemonding in handen. Van oktober tot begin november werd gevochten om ook deze Scheldedelta te bevrijden, vooral door de 3rd Canadian Division samen met de 4th Canadian Armoured Division en de 52nd Division. Daarbij werd twee weken hard gestreden voor de oversteek van het Leopoldkanaal.

De begraafplaats ontstond al tijdens de oorlog en werd opgericht op verzoek van Canada. Het doel was om alle inderhaast gedolven soldatengraven samen te brengen op ÚÚn plaats. In mei 1945 waren er al meer dan 800 soldaten die een laatste rustplaats gekregen hadden in Adegem. De meeste graven zijn van soldaten die sneuvelden ten zuiden van de Schelde, maar enkele werden ook van elders in het land overgebracht.

Van de 1155 doden zijn er 848 Canadezen. Dan zijn er nog 285 Britse graven en enkele Australische en Nieuw-Zeelandse. Een onbekende Brit die sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hier eveneens bijgezet. Daarnaast telt de begraafplaats 33 Poolse en twee Franse graven.

Opmerkelijk is hoe sommige Poolse graven twee namen dragen. Dat is te verklaren omdat Poolse soldaten vaak dienst namen onder een valse naam. Zij wilden zo vermijden dat hun familie in Polen zou geviseerd worden door de Duitsers als zij zelf gevangengenomen werden. Op het graf moest uiteindelijk ook hun schuilnaam komen, omdat het anders onmogelijk was voor de strijdmakkers om hun kameraad terug te vinden, terwijl de Poolse familie enkel hun echte naam kende.

In 1952-1953 werd de begraafplaats definitief ingericht. De begraafplaats werd in 2009 als monument beschermd

Toegang tot de begraafplaats

Toegang tot de begraafplaats
Bouwjaar 1944
Locatie Adegem, Vlag van BelgiŰ BelgiŰ
Totaal aantal slachtoffers 1155
Onge´dentificeerde slachtoffers 45
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission

Erehof Bakhuizen Friesland

Erehof Bakhuizen is een onderdeel van de rooms-katholieke begraafplaats van Bakhuizen in de provincie Friesland. De graven liggen bij de ingang van de begraafplaats, naast de rooms-katholieke kerk Oldulphus, aan de Sint Odulpusstraat. Er staan 9 stenen met daarop de volgende namen:

Naam Functie Onderdeel Sq Overleden Leeftijd
Charles Ablett Boordschutter Royal Air Force Volunteer Reserve 61e Squadron 03-01-1944 19
John Stanley Baldwin Bommenrichter Royal Canadian Air Force 61e (RAF) Squadron 03-01-1944 20
John Vincent Conlon sergeant Royal Australian Air Force 460e Squadron 23-01-1943 23
Charles Gordon Crosby Boordschutter Royal Air Force Volunteer Reserve 61e squadron 03-01-1944 35
Gordon Edward Heasman Boordwerktuigkundige Royal Air Force Volunteer Reserve 61e Squadron 03-01-1944 33
Joseph Gerald Holden Navigator Royal Air Force Volunteer Reserve 61e Squadron 03-01-1944 20
Stuartson Charles Methven Piloot Royal Australian Air Force 460e Squadron 23-01-1943 30
James Stock Radio-operator Royal Air Force Volunteer Reserve 61e Squadron 03-01-1944 22
George Arthur Tull Piloot Royal Air Force Volunteer Reserve 61e Squadron 03-01-1944 22
Geschiedenis
Op 23 januari 1943 was een Lancasterbommenwerper, de W4308 van het 460e Squadron, onderweg voor een missie naar DŘsseldorf. Toen het de Nederlandse kust naderde, werd de bommenwerper aangevallen door een nachtjager. Om 20.54 uur stortte het vliegtuig in een open stuk land neer bij Warns langs de Friese kust. Twee bemanningsleden raakten dodelijk gewond en werden begraven op de rooms-katholieke begraafplaats van Bakhuizen. De overige bemanningsleden werden krijgsgevangen gemaakt. Sergeant R.A. Brown werd gewond afgevoerd naar het ziekenhuis in Leeuwarden.

Op 3 januari 1944 was een Lancasterbommenwerper, de DV401 van het 61e Squadron, onderweg voor een missie naar Berlijn toen deze boven het IJsselmeer werd aangevallen door een Duitse nachtjager. Zwaar beschadigd en brandend stortte het toestel neer bij Mirns in Friesland. Alle zeven bemanningsleden kwamen daarbij om het leven. Zij werden begraven op de rooms-katholieke begraafplaats van Bakhuizen.

Bakhuizen cemetery overview-4.JPG

Voor 9 gesneuvelden
Locatie Bakhuizen, Nederland
Totaal aantal herdachte slachtoffers 9
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission


Ardennes American Cemetery and Memorial

In het plaatsje NeuprÚ ligt de Ardennes American Cemetery and Memorial. Het gebied werd op 7 september 1944 bevrijd door de Amerikaanse 3e Pantserdivisie. Enkele maanden later, p 8 februari 1945, werd de begraafplaats in gebruik genomen. In eerste instantie was de bedoeling om de slachtoffers van het Ardennenoffensief hier te begraven, maar de meeste van hen werden op de Henri-Chapelle American Cemetery and Memorial in Hombourg begraven.

Op de begraafplaats zijn 5.329 Amerikaanse soldaten begraven, die sneuvelden tijdens of door de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. 60% van de gesneuvelden die hier begraven liggen, dienden in de USAAF (United States Army Air Force) Daarnaast staan de namen vermeld van 462 vermiste soldaten, waarvan hun lichaam niet is teruggevonden of is ge´ndentificieerd, op 12 granieten platen die naast de Memorial liggen.


Ontwerp begraafplaats
De ontwerpers van de begraafplaats en het monument waren: Reinhard, Hofmeister, Walquist, allen uit New York City. De tuin- en landschapsarchitect was Richard K. Webel uit Roslyn, Long Island. De aanleg van de begraafplaats was gereed in 1960. Op 11 juli 1960 werd de begraafplaats officieel geopend in aanwezigheid van Prins Albert van BelgiŰ.

De begraafplaats is verdeeld in 4 vakken. Deze vakken zijn aangelegd in de vorm van een Grieks kruis en worden gescheiden door twee elkaar kruisende paden. Aan de oostkant van de begraafplaats bevindt zich een bronzen beeld dat de Amerikaanse jeugd symboliseert.

De Ardennes Memorial heeft een vierkante vorm en is te bereiken via zeven treden die de Memorial omringen. Op de zuidkant van de Memorial is een vijf meter hoge Amerikaanse Arend aangebracht die geflankeerd wordt door drie vrouwenfiguren, die Recht, Vrijheid en de Waarheid voorstellen. Aan de binnenkant van de Memorial bevinden zich drie kaarten, waarop het strijdverloop van de Tweede Wereldoorlog te zien is. Achterin de Memorial bevindt zich een kapel.


Adopteren van graven

Op de Ardennes Cemetery is het mogelijk om een graf te adopteren van een Amerikaanse soldaat. De begraafplaats heeft hiervoor zijn eigen adoptieprogramma. Op dit moment zijn er al meer dan 2000 graven van Amerikaanse soldaten geadopteerd op deze begraafplaats. Aanmelden voor de adoptie van een graf kan door contact op te nemen met de begraafplaats.

Memorial gebouw Ardennes Cemetery

Amerikaanse vlag op de begraafplaats

Beuvry Communal Cemetery Extension(Frankrijk)

Beuvry Communal Cemetery Extension is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog, gelegen in de Franse gemeente Beuvry in het departement Pas-de-Calais. De begraafplaats is een militaire uitbreiding op de gemeentelijke begraafplaats van Beuvry in het dorpscentrum en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Het terrein heeft een rechthoekige oppervlakte van 846 m▓ en bevindt zich in de zuidelijke hoek van de gemeentelijke begraafplaats. Centraal staat het Cross of Sacrifice.

Er liggen 225 doden begraven.

Geschiedenis
Het dorp Beuvry was tijdens de hele Eerste Wereldoorlog in Britse handen, ook tijdens het Duitse lenteoffensief van 1918. Van 1914 tot 1916 werd de gemeentelijke begraafplaats van Beuvry gebruikt door Britse eenheden en veldhospitalen voor het begraven van hun gesneuvelden. In maart 1916 begon men met de militaire extensie (uitbreiding), die men tot oktober 1918 bleef gebruiken. Na de oorlog werden nog graven bijgezet die afkomstig waren van de slagvelden ten noorden en ten oosten van BÚthune.

Er liggen nu 204 Britse (waaronder 32 niet ge´dentificeerde), 2 Zuid-Afrikaanse en 1 Franse gesneuvelde uit de Eerste Wereldoorlog en 18 Britten uit de Tweede Wereldoorlog begraven.

Graven
Edward Smith, korporaal bij het 2nd Bn. Lancashire Fusiliers verkreeg het Victoria Cross voor zijn heldhaftige en koelbloedige leiding van zijn peloton bij het veroveren van een vijandige sectie op 21 en 23 augustus 1918 en het consolideren van hun positie. Eerder ontving hij reeds de Distinguished Conduct Medal (DCM). Bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog werd hij tot luitenant bevorderd en sneuvelde in die rang op 12 januari 1940. Hij was 41 jaar.
James Archibald, soldaat bij het 17th Bn. Royal Scots, werd wegens desertie geŰxecuteerd op 4 juni 1916. Hij was 20 jaar.
 

Beuvry Communal Cemetery Extension 1.JPG

Locatie Beuvry, Vlag van Frankrijk Frankrijk
Totaal aantal slachtoffers 225
Onge´dentificeerde slachtoffers 32
Type Gemeentelijke begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War

Cambes-en-Plaine War Cemetery

Cambes-en-Plaine War Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog gelegen in de Franse gemeente Cambes-en-Plaine (departement Calvados). De begraafplaats ligt 400 m ten noorden van het centrum van de gemeente. Ze werd ontworpen door architect Philip Hepworth en heeft een rechthoekig grondplan maar met een ôknikö in het voorste gedeelte waar zich de toegang bevindt. Deze toegang bestaat uit een gebogen muur met in het midden vier zuilen die een luifel ondersteunen en drie metalen hekkens. Iets verderop staat op de aslijn het Cross of Sacrifice. De begraafplaats wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Er worden 224 doden herdacht.

Geschiedenis
Het geallieerde eindoffensief startte met de landing in NormandiŰ op 6 juni 1944. Bij de gevechten die geleverd werden tijdens de Slag om Caen werd een eenheid van de East Riding Yeomanry ter ondersteuning van de 3rd Infantry Division op 9 juni 1944 ten noorden van Caen tot staan gebracht door de Duitse 21 Pantzerdivision. Wegens de hevige Duitse tegenstand duurde het nog een maand vooraleer na verschillende mislukte aanvalspogingen de 3rd Canadian Division de stad definitief kon veroveren.

De oorspronkelijke graven zijn van soldaten die sneuvelden tussen 7 en 10 juni 1944, voornamelijk leden van The Royal Ulster Rifles die toen Cambes-en-Plaine hebben veroverd. De meeste andere slachtoffers vielen tussen 8 en 12 juli 1944 toen de Duitsers uit het noordelijke deel van Caen werden verdreven. Meer dan de helft van de graven behoren tot de South en North Staffordshire regimenten.

Er rusten nu 224 Britten waarvan 1 niet meer ge´dentificeerd kon worden.

Toegang tot de begraafplaats

Toegang tot de begraafplaats
Bouwjaar 1944
Locatie Cambes-en-Plaine, Vlag van Frankrijk Frankrijk
Totaal aantal slachtoffers 224
Onge´dentificeerde slachtoffers 1
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission

De Airborne War Cemetery

De Airborne War Cemetery is een militaire begraafplaats, gelegen aan de Van Limburg Stirumweg in de Nederlandse plaats Oosterbeek. Officieel heet deze begraafplaats Arnhem Oosterbeek War Cemetery.[1], volgens de beheerder, de Commonwealth War Graves Commission (CWGC). Eigenaar is de Staat der Nederlanden.
Op dit ereveld liggen 1754 militairen an de landmacht, luchtmacht en zeemacht begraven die in de periode september 1944 tot april 1945 sneuvelden (plus enkele burgers van de CWGC). De meeste van deze mensen zijn omgekomen in de omgeving van Arnhem, tijdens de Slag om Arnhem, een onderdeel van Operatie Market Garden in september 1944. Van de graven zijn er 1678 van Britse, 8 van Nederlandse en 73 van Poolse militairen. Drie graven zijn van medewerkers van de Commonwealth War Graves Commission. Drie militairen die hier liggen dragen de hoogste Britse militaire onderscheiding, het Victoria Cross.
De aanleg
Op 5 juni 1945 werd begonnen met de aanleg van het ereveld. In tegenstelling tot de Amerikanen, die hun militairen centraal wilden begraven, besloot de Britse legerleiding om hun gesneuvelden te begraven op een plek dicht bij de plek waar ze gesneuveld waren. Door de hulp van Graves Registration Unit 37 ging het verplaatsen en identificeren van de veldgraven vlot. De lokale bevolking ondersteunde de operatie eveneens. Deze burgers kwamen na de oorlog en hun evacuatie thuis in een gebied vol met veldgraven - soms in hun tuinen. Het snel verplaatsen van de graven was daarom ook voor hen van belang. Nadat alle militairen naar het ereveld verplaatst waren telde het veld naar schatting ongeveer 1730 graven, die allemaal waren voorzien van een wit kruis. Pas in 1952 zijn deze kruizen vervangen door de huidige zerken van natuursteen.
Monumenten
Op het ereveld staat een uit Portland-natuursteen vervaardigd centraal kruis, 'Cross of Sacrifice', zoals gebruikelijk op Britse erevelden, waarop een bronzen zwaard is bevestigd. Dit kruis is bedoeld om alle Gemenebest-militairen te gedenken die gesneuveld zijn in Nederland maar nog steeds vermist worden. Vlak achter de poort van het ereveld staat een gedenksteen. De tekst op de steen luidt: Their name liveth for evermore. Aan beide zijden van de poort staat een kleine kapel. In deze kapellen hangt een marmeren plakkaat met de afbeelding van een adelaar en de tekst 1939 - 1945. In beide kapellen is ook een boek aanwezig met alle namen, rangen en graflocaties van de gesneuvelden. Een kleine 50 meter naast het ereveld staat het Air Dispatchers monument.

Airborne begraafplaats in Oosterbeek

Een rij Poolse graven

Ingang Airborne War Cemetery aan de Van Limburg Stirumweg

Ingang Airborne War Cemetery aan de Van Limburg Stirumweg
Plaats Oosterbeek
Gesticht in 1945

Oorlogsbegraafplaats van het Gemenebest Arnhem Oosterbeek.JPG

Franse stad Bayeux War Cemetery

Bayeux War Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog gelegen in de Franse stad Bayeux (departement Calvados). De begraafplaats ligt 800 m ten zuidwesten van het stadscentrum (Kathedraal van Bayeux) en is met 4642 doden (waarvan 431 niet ge´dentificeerde) de grootste Commonwealth begraafplaats uit de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk. Ze werd ontworpen door architect Philip D. Hepworth. De graven liggen in perken evenwijdig naast elkaar gerangschikt en aan het zuidwestelijke uiteinde van het terrein in concentrische halve cirkelbogen met als middelpunt het Cross of Sacrifice. De Stone of Remembrance met aan weerszijden een schuilhuisje staat op de aslijn dichter naar de toegang. De begraafplaats is omgeven door een haag en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission.

Er liggen nu 3931 Britten (waaronder 329 niet ge´dentificeerde), 181 Canadezen (waaronder 3 niet ge´dentificeerde), 17 AustraliŰrs, 8 Nieuw-Zeelanders, 1 Zuid-Afrikaan, 7 Russen, 24 Polen (waaronder 1 niet ge´dentificeerde), 3 Fransen, 2 Tsjecho-Slowaken, 2 Italianen en 466 Duitsers (waaronder 98 niet ge´dentificeerde).

Tegenover de begraafplaats staat het Bayeux Memorial, waarop de namen van 1801 gesneuvelde soldaten staan die geen gekend graf hebben.

Geschiedenis
Het geallieerde offensief dat startte met de landing in NormandiŰ op 6 juni 1944 was het begin van hardnekkige gevechten met als doel bruggenhoofden te realiseren om van daaruit verder het Franse binnenland te veroveren. Bayeux had echter niet zo erg onder het strijdgewoel te lijden niettegenstaande zij een belangrijk steunpunt was voor de geallieerde troepen. Rond de stad werden veldhospitalen ingericht. Hierdoor komt het dat de oorspronkelijke graven afkomstig zijn van soldaten die in deze veldhospitalen overleden waren als gevolg van de opgelopen verwondingen. Na de oorlog werd de begraafplaats nog uitgebreid met graven uit de slagvelden in Normand´e. In 1952 was de begraafplaats volledig afgewerkt.

Merkwaardige graven
Sidney Bates, korporaal bij het Royal Norfolk Regiment, ontving postuum het Victoria Cross voor zijn heldhaftige leiding van zijn sectie bij een aanval van de 10e S.S. Pantzer Division in de omgeving van Sourdeval-les-Bois. Hierbij werd hij driemaal gewond waarna hij na overbrenging naar het veldhospitaal overleed op 8 augustus 1944 in de leeftijd van 23 jaar.
Arturo Fanconi, verpleger bij de Royal Navy op de "H.M.S. Odyssey". Hij ontving de Albert Medal voor zijn voorbeeldige inzet bij het verplegen van soldaten die gewond werden door anti-persoonsmijnen. Hierbij werd hijzelf tot tweemaal toe het slachtoffer wat hem niet belette zijn taak voort te zetten. Bij een derde explosie kon geen hulp meer baten en verloor hij het leven op 28 juni 1944. Hij was 38 jaar.
Ernest John Belcher, sergeant-majoor bij de Royal Marines is drager van de British Empire Medal.
Er liggen 3 zeventienjarigen op deze begraafplaats en het oudste slachtoffer was 58.

Overzicht

Overzicht
Bouwjaar 1944
Locatie Bayeux, Vlag van Frankrijk Frankrijk
Totaal aantal slachtoffers 4.642
Onge´dentificeerde slachtoffers 431
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission

Bois-Carre British Cemetery

Bois-Carre British Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog en gelegen in de Franse gemeente ThÚlus in het departement Pas-de-Calais. De begraafplaats ligt 720 m ten zuidoosten van het centrum (╔glise Saint-Ranulphe) langs de weg naar Bailleul-Sir-Berthoult. Het terrein heeft een rechthoekig grondplan met een oppervlakte van 1898 m▓ en wordt omsloten door een bakstenen muur. Het Cross of Sacrifice staat op een verhoogde sokkel tegen de westelijke muur. De begraafplaats wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Er liggen 508 doden begraven.
Geschiedenis
Eerste Wereldoorlog

De heuvelrug van Vimy was reeds van oktober 1914 in Duitse handen. Tijdens de grootschalige aanval van het Canadian Corps, met als doel de "Vimy Ridge" op de Duitsers te veroveren, kon Vimy op 9 april 1917 veroverd worden en bleef tot het einde van de oorlog in hun handen. De begraafplaats werd in april 1917 door de 1st Canadian Division aangelegd en tot juni van hetzelfde jaar gebruikt. Tot dan lagen er 61 doden begraven. Na de wapenstilstand werd de begraafplaats gevoelig uitgebreid met graven die afkomstig waren van de omliggende slagvelden en enkele kleinere begraafplaatsen. Deze waren Bumble Trench Cemetery en Vimy Station Cemetery in Vimy, en Canadian Grave (CD 27)in Neuville-Saint-Vaast.
Er liggen 120 Britten (waaronder 10 niet ge´dentificeerde) en 382 Canadezen (waaronder 44 niet ge´dentificeerde) uit de Eerste Wereldoorlog begraven. Voor 1 Brit en 1 Canadees werden Special Memorials[2] opgericht omdat hun graven niet meer gelokaliseerd konden worden en men aanneemt dat ze zich onder de naamloze grafzerken bevinden. Tien Canadezen en 3 Britten die oorspronkelijk op andere begraafplaatsen begraven waren, maar waar hun graven door granaatinslagen verloren gingen, worden met 2 Duhallow Blocks[3] herdacht.
Een drietal kilometer ten noordwesten van ThÚlus werd het monument Canadian National Vimy Memorial opgericht ter ere van de vele Canadese slachtoffers die sneuvelden tijdens de gevechten rond de Vimy heuvelrug.
Tweede Wereldoorlog
In deze oorlog werden hier nog 6 gesneuvelde Britten begraven. Zij waren leden van de British Expeditionary Force en kwamen om tijdens de Duitse opmars in maart en april 1940.

Overzicht

Overzicht
Bouwjaar 1917
Locatie ThÚlus, Vlag van Frankrijk Frankrijk
Totaal aantal slachtoffers 508
Onge´dentificeerde slachtoffers 54
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth

Cambridge American Cemetery and Memorial

De Cambridge American Cemetery and Memorial is een Amerikaanse militaire begraafplaats en een Kapel dicht bij het dorp Madingley in Cambridgeshire. Het werd geopend in 1956 en herdenkt de militairen die de Tweede Wereldoorlog niet hebben overleefd. De Cambridge American Cemetery and Memorial wordt beheerd door de American Battle Monuments Commission.

De begraafplaats
De begraafplaats werd in 1943 aangelegd. Er liggen in totaal 3.812 militairen begraven. De meeste militairen zijn omgekomen tijdens de Slag om de Atlantische Oceaan of gedurende strategische bombardementen in Noordwest-Europa. In totaal liggen er 24 onbekende mannen begraven.

Algemene opzet
Als men bij de hoofdingang richting het oosten loopt op het wandelpad, passeert men een lange uitgestrekte vijver. Over het wandelpad heeft men het beste zicht op de groene gazons met daarop de graven van de gesneuvelde soldaten. Aan de zuidelijke zijde van de begraafplaats vindt men de muur waarop de namen van de vermisten staan. Een eindje verderop is het gedenkteken met de kapel.

De Kapel
De imponerende kapel is gemaakt van steen afkomstig uit Portland. De deuren worden opgefrist met spullen uit de Tweede Wereldoorlog. Een grote kaart op de muur laat schematisch de luchtaanvallen en luchtdroppingen zien die op Europa werden uitgevoerd. De muur en dak van het kapel hebben een moza´ek van engelen en vliegtuigen.

Bezoekers
De begraafplaats is dagelijks geopend tussen 9:00 - 17:00 uur. Op slechts twee dagen in het jaar, 25 december en 1 januari, is de begraafplaats gesloten voor het publiek. Wanneer de begraafplaats voor het publiek is geopend is er een personeelslid aanwezig in het bezoekersgebouw. Dit personeelslid kan vragen beantwoorden en uitleg geven bij graven of het gedenkteken.

Grafstenen op de begraafplaats, met op de achtergrond het gedenkteken.

Grafstenen op de begraafplaats, met op de achtergrond het gedenkteken.
Voor gesneuvelde Amerikaanse soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog
Bouwjaar 1943
Inhuldiging 1956
Locatie Cambridge, Verenigd Koninkrijk
Totaal aantal slachtoffers 3.812
Onge´dentificeerde slachtoffers 24

Verantwoordelijke American Battle

Bedford House Cemetery

Bedford House Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste- en Tweede Wereldoorlog, gelegen in de Belgische plaats Zillebeke bij Ieper. De begraafplaats werd ontworpen door Wilfred Von Berg en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Ze heeft een oppervlakte van 25.765 m▓ en is daarmee ÚÚn van de grotere Britse begraafplaatsen rond Ieper. Er liggen 5144 gesneuvelden, waarvan 3011 niet ge´dentificeerde.
Geschiedenis
De begraafplaats is genoemd naar Bedford House of Woodcote House, de naam die de Engelsen gaven aan het voormalige Kasteel Rosendael. Het omwalde kasteel, voorheen Kasteel Kerkskenshove, lag twee kilometer ten zuiden van de Ieperse Rijselpoort. Tijdens de hele duur van de Eerste Wereldoorlog bleef het domein achter het front en kwam dus niet in Duitse handen, maar toch raakte het uiteindelijk vernield door artillerie. De geallieerden gebruikten het landhuis als veldhospitaal en als hoofdkwartier.
In de loop van de oorlog werden op het domein begraafplaatsen aangelegd. Op het einde van de oorlog telde het terrein vijf zogenaamde "enclosures".
Na de wapenstilstand werden de graven van "Enclosure No. 1" overgebracht naar White House Cemetery in Sint-Jan.
"Enclosure No. 2" werd gebruikt van december 1915 tot oktober 1918. Hier kwamen na de wapenstilstand nog eens 437 graven bij. Op vier na, waren deze overgebracht van de in Ieper gelegen Ecole de Bienfaisance Cemetery en Asylum Britsh Cemetery.
De kleine "Enclosure No. 3" was van februari 1915 tot december 1916 in gebruik.
Het grootste deel is "Enclosure No. 4", dat men van juni 1916 tot februari 1918 gebruikte. Na de oorlog werden hier 3324 graven bijgezet voor gesneuvelden die waren overgebracht van andere begraafplaatsen of gevonden op het slagveld. Een groot deel hiervan was niet ge´dentificeerd. Er staan ook speciale gedenktekens voor een aantal gesneuvelden waarvan men vermoed dat ze hier begraven liggen, maar geen grafsteen bestaat, en voor een aantal gesneuvelden van andere begraafplaatsen waarvan het graf vernield is in de oorlog.
De graven van "Enclosure No. 5" werden na de oorlog naar het Aeroplane Cemetery in Ieper overgebracht.
"Enclosure No. 6" werd na de oorlog aangelegd met stoffelijke resten uit het voormalige slagveld. Later werden hier ook nog 69 Britten (waarvan 3 niet ge´dentificeerde) begraven die omkwamen in mei 1940. Het ging om leden van de British Expeditionary Force, die omkwamen bij de verdediging van de spoorweg en het Kanaal Ieper-Komen.
Er liggen nu 4425 Britten, 390 Canadezen, 249 AustraliŰrs, 36 Nieuw-Zeelanders, 21 Zuid-Afrikanen, 21 IndiŰrs en 2 Duitsers. Voor 20 militairen werden Special Memorials opgericht omdat hun graven niet meer gevonden werden en men aanneemt dat ze zich onder de naamloze graven bevinden. Vijfentwintig anderen worden herdacht met een Duhallow Block[2] omdat zij eerder in andere begraafplaatsen lagen maar niet meer teruggevonden werden omdat hun graven door artillerievuur vernietigd waren. Voor nog twee andere militairen werden ook Special Memorials opgericht met de vermelding van hun oorspronkelijke begraafplaats.
Graven
Rupert Price Hallowes, onderluitenant bij het Middlesex Regiment 4th Bn, ontving het Victoria Cross wegens moedig optreden tijdens hevige gevechten bij Hooge (Zillebeke). Hij werd ook onderscheiden met het Military Cross (MC). Op 30 september 1915 overleed hij aan zijn verwondingen in de leeftijd van 34 jaar.
Soldaat Frederick Turner werd wegens desertie gefusilleerd op 23 oktober 1917. Hij was 31 jaar.
De begraafplaats werd in 2002 als monument beschermd.

Overzicht op het westelijk deel

Overzicht op het westelijk deel
Bouwjaar 1915
Locatie Zillebeke, Vlag van BelgiŰ BelgiŰ
Totaal aantal slachtoffers 5144
Onge´dentificeerde slachtoffers 3011
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission

Brugge General Cemetery

Brugge General Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog. Ze is gelegen op het terrein van de Centrale Begraafplaats (Brugge) in Assebroek op ongeveer 1,8 km ten zuiden van de Grote Markt van Brugge .

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de British Expeditionary Force betrokken bij de latere stadia van de verdediging van BelgiŰ na de Duitse inval in mei 1940. Daarbij vielen veel slachtoffers bij het dekken van de terugtrekking van de eigen troepen naar Duinkerke. In de volgende jaren kwamen veel bemanningsleden van bommenwerpers om het leven doordat zij werden neergeschoten terwijl zij op weg waren of terugkwamen van opdrachten boven BelgiŰ of Duitsland. Brugge werd op 12 september 1944 door Canadese troepen bevrijd.

Er worden 81 Britten, 1 Nederlander en 1 Tsjech uit de Tweede Wereldoorlog herdacht. In het Belgische Erepark ligt nog 1 Brit uit de Eerste Wereldoorlog begraven.

Brugge General Cemetery-8.JPG

Locatie Brugge, Vlag van BelgiŰ BelgiŰ
Totaal aantal slachtoffers 83
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves

Coxyde Military Britse militaire Cemetery

Coxyde Military Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog, gelegen in de Belgische gemeente Koksijde. De begraafplaats ligt een kleine kilometer ten noordwesten van het Koksijde-Dorp aan de rand van de duinen. Net ten westen is een militaire basis gevestigd. De begraafplaats werd ontworpen door Edwin Lutyens en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Het terrein heeft een vierhoekig grondplan met een oppervlakte van 7750 m▓. Het bevindt zich op 100 m van de straat en is bereikbaar via een lang graspad. Aan de ingang staan twee natuurstenen pijlers, met links en rechts een schuilhuisje. Vlak achter de ingang staat de Stone of Remembrance. Achteraan bevindt zich het Cross of Sacrifice.
Er worden 1672 doden herdacht, waarvan 1517 sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog en 155 in de Tweede Wereldoorlog.
Geschiedenis
Het dorp Koksijde lag tijdens de Eerste Wereldoorlog op een relatief veilige afstand van zo'n 10 km achter het front en werd gebruikt als rustplaats voor de troepen. De begraafplaats werd aanvankelijk aangelegd door de Fransen. In juni 1917 losten de Britten de Fransen hier af en zij gebruikten de begraafplaats verder. Het werd de belangrijkste Britse begraafplaats in de omgeving. In december keerden de Fransen terug in de sector en ook zij namen de begraafplaats weer in gebruik. In 1918 werden ook Britse gesneuvelden van de zeemachtbasissen bij Duinkerke hier begraven. Na de oorlog werden hier nog 44 gesneuvelden bijgezet die afkomstig waren uit verspreide graven en uit kleinere ontruimde begraafplaatsen in de omgeving. 25 graven waren afkomstig uit Oosthoek Military Cemetery in Adinkerke en 19 graven uit Furnes Road British Cemetery in Koksijde. De Franse graven werden weggehaald.
Onder de 1517 slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog zijn er 1453 Britten (waaronder 9 niet ge´dentificeerde), 15 Canadezen, 18 AustraliŰrs, 19 Nieuw-Zeelanders, 2 Zuid-Afrikanen en 10 Duitsers (waaronder 6 niet ge´dentificeerde).
Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier gesneuvelden begraven. De meeste vielen in de lente van 1940 tijdens Operatie Dynamo. Een aantal militairen van de luchtmacht kwamen om toen ze door de Duitsers werden neergehaald, vooral in 1944. Bij de 155 slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog zijn er 22 niet ge´dentificeerde doden. Onder de ge´dentificeerde zijn er 115 Britten, 16 Canadezen, 1 Nieuw-Zeelander en 1 AustraliŰr. Voor 1 slachtoffer werd een Special Memorial[1] opgericht omdat zijn graf niet meer gelokaliseerd kon worden.
De begraafplaats werd in 2009 als monument beschermd.
Graven
Luitenant Thomas Ernest Hulme was een van de bekende Engelse oorlogsdichters. Hij sneuvelde op 28 september 1917.
William Wycherley, soldaat bij het 2nd Manchester Regiment werd wegens desertie geŰxecuteerd op 12 september 1917. Hij was 24 jaar.
Frank William Cheeseman, schutter bij het 18th Kings Royal Rifle Corps werd wegens desertie geŰxecuteerd op 20 oktober 1917. Hij was 29 jaar.
Arthur Philip Oyns, soldaat bij het 50th Search Light Company Royal Engineers werd wegens moord geŰxecuteerd op 20 oktober 1917. Hij was 31 jaar.

Toegang tot de begraafplaats

Toegang tot de begraafplaats
Locatie Koksijde, Vlag van BelgiŰ BelgiŰ
Totaal aantal slachtoffers 1672
Onge´dentificeerde slachtoffers 37
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission

Arlington National Cemetery

Arlington National Cemetery is ÚÚn van de 139 nationale begraafplaatsen van de Verenigde Staten. Hoewel het een militaire begraafplaats is, liggen er naast militairen ook bekende Amerikanen als presidenten, astronauten, politici en verdienstelijke burgers, waaronder 367 ontvangers van de Medal of Honor. Het ligt op een groene heuvel boven de rivier Potomac in Arlington County, Virginia, met zicht op Washington D.C.
De begraafplaats werd voor het eerst in gebruik genomen in 1864. Dagelijks zijn er ongeveer vijftien begrafenissen. De begraafplaats telt zo'n 400.000 graven.

Een bijzonder monument is het graf van de Onbekende Soldaat. In 1921 werden vier kisten met de resten van vier Amerikaanse soldaten, gesneuveld tijdens de Eerste Wereldoorlog, samengebracht in het stadhuis van ChÔlons-sur-Marne in Frankrijk. Op een van deze kisten werd de Amerikaanse vlag gelegd. Een gewonde veteraan, sergeant Edward Younger, plaatste een boeket witte rozen op deze kist. Na het eerbetoon door de Franse regering werd de kist, gedrapeerd met de vlag naar de Verenigde Staten overgebracht en op 11 november 1921 begraven op Arlington National Cemetery. Op de sarcofaag van wit marmer werd in 1932 de beroemde tekst vermeld:
Here Rests in Honored Glory, An American Soldier, Known but to God (Nederlands: Hier rust in verdiende glorie, een Amerikaanse soldaat, wiens naam alleen God kent)
Later werden monumenten voor onbekende soldaten uit de Tweede Wereldoorlog, de oorlog in Korea en Vietnam toegevoegd. Het monument van de Onbekende Soldaat wordt bewaakt door de 3rd U.S. Infantry, Old Guard. De bewaking vindt vierentwintig uur per dag, alle dagen van het jaar, plaats.

Het Netherlands Carillon, een gift van het Nederlandse volk, bevindt zich ook op de begraafplaats.

Geschiedenis
George Washington Parke Custis, een geadopteerde kleinzoon van president George Washington, erfde een stuk land bij het overlijden van zijn vader. Hij liet hierop een woning bouwen door de Engelse architect George Hadfield. De noordelijke vleugel was gereed in 1802. Custis huwde in 1804 en ging met zijn vrouw, Mary Lee Fitzhugh, in deze noordelijke vleugel wonen. Na hun dood werden ze op het domein begraven.
Op 30 juni 1831 huwde hun enig kind, Mary Anna, met een naaste neef en jeugdvriend, Robert E. Lee. Lee was de zoon van (Light Horse Harry) Henry Lee, Gouverneur van Virginia. Tussen 1841 en 1857 verliet Lee het landgoed voor enkele lange perioden. In 1846 vocht hij mee in de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog. Hij werd benoemd tot hoofd van de militaire academie van West Point. Na de dood van zijn vader keerde hij naar het landgoed terug.
Robert E. Lee en Mary Anna woonden in Arlington House tot 1861. In april 1861 werd Lee benoemd tot generaal-majoor van de Virginia Military Forces. Bij het uitbreken van de Burgeroorlog weigerde Lee het commando over de Union Army. Hij meldde zich aan als vrijwilliger voor de staat Virginia. Lee bleef zich steeds verantwoordelijk voelen voor het domein. Ook voor de achtergebleven slaven zorgde hij dat ze voldoende voedsel en onderwijs kregen.
Het landgoed werd opgeŰist door de federale overheid toen bleek dat geen belastingen meer werden betaald in naam van mevrouw Lee. Op 11 januari 1864 werden het domein en de woning te koop gezet. Generaal-brigadier Montgomery C. Meigs, die van Arlington House zijn hoofdkwartier had gemaakt, verklaarde de gronden geschikt voor een militaire begraafplaats. Het was zijn bedoeling het huis onleefbaar te maken, mocht de familie Lee ooit de intentie hebben hier terug te keren. In de tuin liet hij een groot stenen monument metselen. Hierin werden 18.000 gesneuvelde soldaten begraven.
Noch Robert E. Lee, noch zijn vrouw kon Arlington House terug in bezit krijgen. Ze keerden ook nooit meer terug naar het huis. Na hun dood werden ze begraven op het terrein van Washington University (later hernoemd tot Washington and Lee University), waar Lee president geweest was.
Na de dood van generaal Lee in 1870 begon George Washington Custis Lee een rechtszaak in verband met het domein. Hij verklaarde dat het land en het huis illegaal werden opgeŰist en dat hij, volgens de wil van zijn grootvader, de enige wettelijke erfgenaam en eigenaar was. In december 1882 kreeg hij van het Hooggerechtshof gelijk en moesten de reeds aanwezige graven verwijderd worden. Dit zou een gigantisch werk zijn geweest. Op 3 maart 1883 verkocht George Washington Custis Lee het hele domein.
Recent

Op 10 juni 2010 verscheen een rapport naar aanleiding van onthullingen dat veel stoffelijke resten onder de verkeerde grafstenen zouden liggen. Het rapport is het eindresultaat van een onderzoek dat aantoont dat het minstens 200 doden betreft. Een en ander blijkt vooral het gevolg van een slechte administratie, waardoor grafdelvers onjuiste informatie verkregen.

ArlingtonCemetery.jpg

Plaats Arlington (Virginia)
Ligging 38░ 53′ NB, 77░ 4′ WL
Gesticht in 1864
Architectuur en landschap
Oppervlakte 253 ha
Aantal graven 400.000

Wreaths at Arlington National Cemetery.jpg

 

Een bijzonder monument is het graf van de Onbekende Soldaat

Bekende personen die er begraven liggen
Presidenten en hun familie:
John F. Kennedy (1917-1963), 35e president van de Verenigde Staten
Jacqueline Bouvier Kennedy Onassis (1929-1994), first lady van de Verenigde Staten
Robert F. Kennedy (1925-1968), senator en presidentskandidaat
William Howard Taft (1857-1930), 27e president van de Verenigde Staten
Edward Kennedy (1932-2009) senator
Militairen
Creighton Abrams (1914-1974), generaal tijdens de Vietnamoorlog
Henry "Hap" Arnold (1886-1950), eerste (en enige) vijfsterrengeneraal van de US Air Force
John Basilone (1916-1945), marinier onderscheiden met onder andere Medal of Honor en Navy Cross, geportretteerd in The Pacific
Omar Bradley (1893-1981), bevelhebber in de Tweede Wereldoorlog en 1e Chairman of the Joint Chiefs of Staff
Frank Buckles (1901-2011), laatst levende Amerikaanse veteraan uit de Eerste Wereldoorlog
Scott Crossfield (1921-2006), marineofficier en testpiloot, vloog als eerste mens tweemaal zo snel als het geluid
John Dill (1881-1944), Engelse generaal, Chief of the Imperial General Staff
Abner Doubleday (1819-1893), generaal uit de Amerikaanse Burgeroorlog, vaak foutief als uitvinder van honkbal bestempeld
Charles Durning (1923-2012), soldaat in de Tweede Wereldoorlog, daarna acteur
Frank Jack Fletcher (1885-1973), admiraal in de Tweede Wereldoorlog, gedecoreerd met de Medal of Honor
William Halsey (1882-1959), vijfsterrenadmiraal in de Tweede Wereldoorlog
Ira Hayes (1923-1955), een van de zes soldaten bekend van de foto Raising the Flag on Iwo Jima
Grace Hopper (1906-1992), schout-bij-nacht en computerpionier
Henry Pinckney McCain (1861-1941), landmachtofficier, oom van McCain sr., oudoom van McCain jr.
John S. McCain jr. (1911-1981), admiraal en vader van senator en presidentskandiaat John McCain
John S. McCain sr. (1884-1945), admiraal en vader van McCain jr. en grootvader van John McCain
Glenn Miller (1904-1944), majoor en bandleider. (Vermist, betreft herdenkingssteen)
Audie Murphy (1925-1971), meest onderscheiden militair uit de Tweede Wereldoorlog, later acteur
John Pershing (1860-1948), General of the Armies en bevelhebber van Amerikaanse troepen in de Eerste Wereldoorlog
Gary Powers (1929-1977), U2-piloot, neergeschoten boven de Sovjet-Unie in 1960
Hyman Rickover (1900-1986), viersterrenadmiraal, vader van de nucleaire marine
Matthew Ridgway (1895-1993), generaal in de Koreaoorlog
William Rosecrans (1819-1898), generaal in de Amerikaanse burgeroorlog, uitvinder, diplomaat en politicus
Thomas Selfridge (1882-1908), eerste luitenant, eerste persoon die overleden is in een motorisch aangedreven vliegtuig
Philip Sheridan (1831-1888), generaal in de Amerikaanse burgeroorlog
Robert Sink (1905-1966), luitenant-generaal en vriend van Richard Winters
Walter Bedell Smith (1895-1961), chef-staf van Dwight D. Eisenhower, directeur van de CIA en ambassadeur
Leonard Wood (1860-1927), Chief of Staff van het Amerikaanse leger en gouverneur-generaal van de Filipijnen
Astronauten:
Roger Chaffee (1935-1967) en Virgil Grissom (1926-1967), overleden bij het ongeluk met Apollo 1
Richard Scobee (1939-1986) en Michael Smith (1945-1986), overleden bij het ongeluk van de Spaceshuttle Challenger
Theodore Cordy Freeman (1930-1964), overleden tijdens een oefenvlucht met een T-38
David M. Brown (1956-2003), Laurel Clark (1961-2003) en Michael P. Anderson (1959-2003), overleden bij het ongeluk van de Spaceshuttle Columbia
Henry Hartsfield (1933-2014)
Andere verdienstelijke burgers:
George Adamski (1891-1965), omstreden UFO-onderzoeker
Fay Bainter (1893-1968), filmactrice
Denis Beatty (1919-2002), architect
Constance Bennett (1904-1965), filmactrice
Hiram Bingham (1875-1956), senator en ontdekkingsreiziger
John Foster Dulles (1888-1959), minister van Buitenlandse Zaken onder Dwight Eisenhower
Arthur Goldberg (1908-1990), onder meer minister onder Kennedy, rechter in het Hooggerechtshof en diplomaat.
Vinnie Ream Hoxie (1846-1914), beeldhouwster
Pierre Charles L'Enfant (1754-1825), ontwerper van Washington, D.C.
Joe Louis Barrow (1914-1981), zwaargewicht-bokskampioen
Mike Mansfield (1903-2001), senaatsleider en diplomaat
Lee Marvin (1924-1987), filmacteur
Maureen O'Hara (1920-2015), Iers-Amerikaans filmactrice
William Rehnquist (1924-2005), opperrechter
Lowell H. Smith (1892-1945), luchtvaartpionier
Frank Julian Sprague (1857-1934), uitvinder, werkte met Thomas Edison

Grafstenen op Arlington National Cemetery

 

 

 

 

 

Het graf van Robert F. Kennedy

Beny-sur-Mer Canadian War Cemetery

Beny-sur-Mer Canadian War Cemetery is een Commonwealth begraafplaats, gelegen in de Franse gemeente Reviers (departement Calvados). De begraafplaats werd ontworpen door architect Philip Hepworth en heeft een vierkant grondplan met een oppervlakte van ongeveer 2,5 ha. Ze ligt 1700 m ten oosten van het centrum van Reviers (╔glise Saint-Vigor) langs de weg naar Douvres-la-DÚlivrande. Aan de straatzijde staat de naamsteen met aan elke kant een toegang met zuiltjes. Na een 60 m lang toegangsperk bevindt zich de Stone of Remembrance met links en rechts een schuilhuisje waarin zich in ÚÚn ervan het register bevindt. Aan het rechter schuilhuisje is een trap waarlangs men een terras kan betreden van waar men een mooi overzicht op de begraafplaats heeft. Daarachter ligt een rechthoekig grasperk omgeven door een haag en met een open doorgang geflankeerd door twee zuilen. Er staan vier rustbanken in. Het Cross of Sacrifice staat centraal op de begraafplaats. Achteraan staat een diensthuisje. De graven zijn verdeeld over 16 regelmatige perken met 8 rijen graven. De begraafplaats wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission.
Op de begraafplaats liggen 2052 doden waaronder 19 niet ge´dentificeerde.
Geschiedenis
Het geallieerde eindoffensief in West-Europa begon met de landing van Britse, Canadese en Amerikaanse troepen op de Normandische stranden op 6 juni 1944. De grote meerderheid van de graven op deze begraafplaats zijn van manschappen van de 3th Canadian Division die op D-day of tijdens de eerste dagen van de opmars naar Caen sneuvelden.
Onder de 2033 ge´dentificeerd graven liggen nu 2025 Canadezen, 7 Britten en 1 Fransman begraven. Een Canadees wordt herdacht met een Special Memorial[1] omdat zijn graf niet meer gelokaliseerd kon worden.
Merkwaardige graven
Harry Knight Eaton, kapitein bij het Royal Canadian Army Service Corps, werd onderscheiden met de Orde van het Britse Rijk (MBE).
Ernest Reginald Baker, Wing Commander bij de Royal Air Force ontving het "Distinguished Service Order" (DSO) en het "Distinguished Flying Cross (DFC) and Bar" (dit betekent dat hij deze onderscheiding tweemaal heeft ontvangen). Zijn Hawker Typhoon werd op 16 juni 1944 boven Saint-Manvieu-Norrey neergeschoten.
George Westlake, Albert Norman Westlake en Thomas Lee Westlake zijn drie broers die in de eerste week na de landing sneuvelden en hier begraven liggen.
R. Guenard was een Franse weerstander die aan de zijde van de Canadese troepen vocht.

Beny-sur-Mer Canadian War Cemetery

Beny-sur-Mer Canadian War Cemetery
Locatie Reviers, Vlag van Frankrijk Frankrijk
Totaal aantal slachtoffers 2052
Onge´dentificeerde slachtoffers 19
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission

Bus House Cemetery militaire begraafplaats

Bus House Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste- en Tweede Wereldoorlog, gelegen in het Belgische dorp Voormezele. De begraafplaats bevindt zich ruim een halve kilometer ten zuidoosten van het dorpscentrum van Voormezele, langs de weg naar Sint-Elooi. Ze werd ontworpen door William Cowlishaw. Het terrein heeft een oppervlakte van 1558 m▓ en is omgeven door een bakstenen muur. Het Cross of Sacrifice staat centraal aan de noordoostelijke muur. De begraafplaats wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission.

Er worden 208 doden uit de Eerste Wereldoorlog herdacht, waarvan 12 niet ge´dentificeerde. Er liggen ook 79 slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog, waarvan 9 niet ge´dentificeerde.

Geschiedenis
De begraafplaats is genoemd naar een hoeve die de Britten Bus House noemden. Deze naam verwees naar een typische Londense bus, die troepen naar het front bracht en met een defect aan deze hoeve stilviel. De begraafplaats werd achter de hoeve aangelegd tijdens de Mijnenslag van juni 1917 en men bleef ze tot november 1917 gebruiken. Een graf daterend van januari 1915 (schutter Frank Williams) werd er tijdens de oorlog herbegraven en in april 1918 werden nog vier andere graven bijgezet.

De Britse slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog sneuvelden tijdens de gevechten bij het kanaal Ieper-Komen en werden vanuit verspreide graven in 1941 naar hier overgebracht. Er bevinden zich ook twee Franse graven uit de Tweede Wereldoorlog.

Er liggen nu 272 Britten, 10 AustraliŰrs, 2 Canadezen, 1 Nieuw-Zeelander en 2 Fransen begraven.

De begraafplaats werd beschermd als monument in 2009.

Naamsteen en Cross of Sacrifice.JPG

Bouwjaar 1917
Locatie Voormezele, Vlag van BelgiŰ BelgiŰ
Totaal aantal slachtoffers 287
Onge´dentificeerde slachtoffers 21
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission

De Algemene Begraafplaats Crooswijk

De Algemene Begraafplaats Crooswijk is een Rotterdamse begraafplaats in de wijk Crooswijk, gelegen aan de rechteroever van de Rotte. De begraafplaats is in juli 1832 in gebruik genomen. De begraafplaats is dan nog niet klaar, maar door een cholera-epidemie heeft Rotterdam een groot aantal doden te begraven.

Tot de negentiende eeuw was het de gewoonte dat de doden in en rond kerken begraven werden. In 1827 werd het begraven binnen de bebouwde kom verboden. De Rotterdamse stadsarchitect Pieter Adams ontwierp daarom een nieuwe begraafplaats op het terrein van de buitenplaats het Huis te Krooswijck. Aan de Rotte werd een neoclassicistische toegangspoort ontworpen. Sinds 1915 is een nieuwe entree in gebruik aan de Kerkhoflaan.
Bij de sloop van de Waalse kerk te Rotterdam in 1922 werden de stoffelijke resten van degenen die daar begraven lagen overgebracht naar deze begraafplaats in Crooswijk. Hiervoor is een grafmonument op de begraafplaats aanwezig.
Nadat in 1940 de Laurenskerk was gebombardeerd zijn ook van daaruit stoffelijke resten en zerken overgebracht naar Begraafplaats Crooswijk.
Begraafplaats Crooswijk heeft een apart gedeelte ingericht voor begrafenissen van de sterk gegroeide islamitische bevolking. Hier kunnen doden binnen 36 uur begraven worden.
De treurbomen in het park symboliseren het verdriet. Ze zijn herkenbaar aan de hangende takken. Zo is daar de treuriep, de treurbeuk, de treurwilg en de treurberk.
De Algemene Begraafplaats Crooswijk is een Rijksmonument.
Monument
Vak D wordt gesierd door een treurende vrouwenfiguur in Frans kalksteen ontworpen door Kees Schrikker. Hier worden 52 mensen uit het verzet herdacht, onder anderen:
Hantje de Jong, predikant te Rotterdam
Frits Ruys, verzetsstrijder
Marinus van der Stoep, verzetsstrijder
Koos van der Weijden, medewerker Hortus Leiden, verzetsstrijder
Alle namen staan vermeld in het slachtofferregister van de Oorlogsgravenstichting.
600 City of London Squadron
In de meidagen van 1940 hebben Engelse piloten vliegveld Waalhaven gebombardeerd dat toen reeds in handen van de Duitsers was. Hierbij kwamen zeven vliegeniers om het leven. Vier van hen zijn begraven op Crooswijk : Kidd, Isaacs, Moore en Wells. De graven van Anderson en Hawkins liggen in Spijkenisse en het graf van Echlin in Piershil.
Militair ereveld Crooswijk
Vak P is het militaire ereveld ook wel erehof genoemd, ingewijd op 30 mei 1940. Hier liggen 115 Nederlandse militairen begraven. 110 van hen vielen in de omgeving van Rotterdam in de meidagen van 1940. 4 kwamen om in Duitse krijgsgevangenschap, het 115e slachtoffer is een militair gesneuveld in Nederlands Nieuw-Guinea in 1962 hier herbegraven. Op dit ereveld bevindt zich het Monument vallende man, een creatie van Cor van Kralingen.
Alle namen staan vermeld in het slachtofferregister van de Oorlogsgravenstichting.
Militair ereveld van het Gemenebest
In mei 1941 werd een deel van de begraafplaats, nabij het Nederlandse ereveld, bestemd voor gesneuvelden van de geallieerde strijdkrachten. Britse vliegeniers die in de omgeving en elders op de begraafplaats lagen, alsmede latere gesneuvelden werden daar begraven. De bevolking van Rotterdam verzorgde deze graven en legde bloemen. De graven van Duitsers werden genegeerd, tot woede van de Duitse bezetters. In mei 1943 werden de geallieerde graven verplaatst naar de verste uithoek van de begraafplaats, en afgezet met houten hekken; een tijdlang stond er een schildwacht om bezoekers te weren.
Uit het Gemenebest liggen er ÚÚn dode uit de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en 124 uit de Tweede Wereldoorlog. Van vijf is de identiteit onbekend. Verder liggen er vijf Polen.
Er staat een herdenkingskruis (Cross of Sacrifice) naar ontwerp van Sir Reginald Blomfield. Het is uitgevoerd in natuursteen, en er is een bronzen zwaard op aangebracht.
De Commonwealth War Graves Commission is verantwoordelijk voor dit deel van de begraafplaats.

Voormalige ingang, 1832

"Het illegale graf"

Cross of Sacrifice bij de oorlogsgraven van het Gemenebest


Bailleul Communal Cemetery Extension

Bailleul Communal Cemetery Extension is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste- en Tweede Wereldoorlog, gelegen in de Franse stad Belle in het Noorderdepartement. De begraafplaats ligt aan de oostkant van de gemeentelijke begraafplaats van Belle, waarop ook Britse oorlogsgraven liggen. Er rusten 4575 doden, waarvan de meeste ge´dentificeerd zijn. De begraafplaats werd ontworpen door Herbert Baker en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Aan de zuidoostelijke rand staat de Stone of Remembrance, aan de noordkant het Cross of Sacrifice.

Geschiedenis
De stad Belle lag tijdens de Eerste Wereldoorlog dicht bij het front, maar bleef het grootste deel van de oorlog in geallieerde handen. De stad werd een belangrijke legerplaats en er werden verschillende veldhospitalen ingericht. Vanaf april 1915 begroeven de Britten gesneuvelden op de civiele begraafplaats van Belle, maar toen daar geen plaats meer was, werd aan de oostzijde daarvan een uitbreiding aangelegd die men verder gebruikte als militaire begraafplaats. Deze extensie bleef men tot april 1918 gebruiken, toen de stad bij het Duitse lenteoffensief in Duitse handen viel. Na de Duitse terugtrekking op het eind van de zomer werd de begraafplaats verder gebruikt door de Britten. Na de oorlog werd de begraafplaats verder uitgebreid met graven die werden overgebracht uit de omliggende slagvelden en uit kleinere ontruimde begraafplaatsen. Er werden onder meer graven overgebracht uit Pont-de-Nieppe German Cemetery in Pont-de-Nieppe en Reninghelst Chinese Cemetery in Reningelst in BelgiŰ. Er liggen ook 144 Duitse gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog. Ook in de Tweede Wereldoorlog werd de begraafplaats gebruikt en werden hier 10 Duitsers en 17 Britten begraven.

Er rusten nu 3474 Britten, 291 Canadezen, 398 AustraliŰrs, 252 Nieuw-Zeelanders, 1 Zuid-Afrikaan, 5 IndiŰrs en 154 Duitsers (deze laatste uit beide Wereldoorlogen). Er liggen ook 31 Chinezen die onder Brits bevel bij het Chinese Labour Corps dienden. Voor 11 slachtoffers werden Special Memorials[1] opgericht omdat hun graven werden vernietigd en niet meer gelokaliseerd konden worden.

Graven
Sergeant Thomas Mottershead ontving het Victoria Cross voor zijn koelbloedige houding tijdens een luchtgevecht waarbij zijn vliegtuig vuur vatte maar er toch in slaagde een noodlanding te maken achter de geallieerde linie. Hierdoor redde hij het leven van zijn waarnemer. Hijzelf overleed aan zijn verwondingen op 12 januari 1917. Hij was 27 jaar.
Soldaat John Rogers van het 2nd Bn. South Lancashire Regiment werd wegens desertie geŰxecuteerd 9 maart 1917.
Soldaat William Roberts van het 4th Bn. Royal Fusiliers werd wegens desertie geŰxecuteerd 29 mei 1916.
Korporaal William Moon van het 11th Bn. Cheshire Regiment werd wegens desertie geŰxecuteerd op 21 november 1916. Hij was 20 jaar.

Rijen graven

Rijen graven
Locatie Belle, Vlag van Frankrijk Frankrijk
Totaal aantal slachtoffers 4.574
Type militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission


Bertenacre Military Cemetery(Frankrijk)

Bertenacre Military Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit beide wereldoorlogen, gelegen in de Franse gemeente Vleteren (Frankrijk) in het Noorderdepartement. De begraafplaats ligt bijna drie kilometer ten noorden van het dorpscentrum, een paar honderd meter ten zuiden van de weg van Eke naar Godewaarsvelde in het gehucht Bertenaere. Het terrein heeft een oppervlakte van 716 m▓. Vooraan staat het Cross of Sacrifice. De begraafplaats wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Er worden 143 gesneuvelden herdacht, waarvan 111 uit de Eerste Wereldoorlog en 32 uit de Tweede Wereldoorlog.

Geschiedenis
De begraafplaats werd door Franse eenheden gestart en cimetiŔre du Calvaire de Bertenaere genoemd, naar een nabijgelegen calvariekruis. In de zomermaanden van 1918 werden door de 36th (Ulster) Division ook gesneuvelden begraven. Na de oorlog werden 115 Franse en 2 Duitse graven ontruimd en naar elders overgebracht. De begraafplaats werd ook nog uitgebreid met Britse graven die werden overgebracht uit Royal West Surrey Cemetery in Vleteren.

Er rusten nu 109 Britten en 2 Canadezen uit de Eerste Wereldoorlog. EÚn Brit (Charles James Threadgold) wordt herdacht met een Special Memorial .omdat zijn graf door artillerievuur werd vernietigd en niet meer werd teruggevonden.

In de Tweede Wereldoorlog werden hier nog 32 gesneuvelde Britten begraven. De meesten behoorden bij het Royal Sussex Regiment.

Bertenacre Military Cemetery 3.jpg

Locatie Vleteren, Vlag van Frankrijk Frankrijk
Totaal aantal slachtoffers 147
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission

Calais Canadian War Cemetery

Calais Canadian War Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog gelegen in het Franse dorp Leubringhen (Pas-de-Calais). De begraafplaats ligt vlak naast de E402 (Route des Estuaires) zo'n 1,2 km ten oosten van het dorpsplein en 5,750 km ten zuidoosten van Wissant. Het Cross of Sacrifice staat centraal achteraan, recht tegenover de toegang. De begraafplaats wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission.

Calais werd in september 1944 door de Canadian First Army bevrijd. De grote meerderheid van de doden vielen in de gevechten tijdens de geallieerde opmars langs de kust richting BelgiŰ.

Onder de ge´dentificeerde graven zijn er 580 Canadezen, 89 Britten en 5 AustraliŰrs. Er liggen ook 6 Tsjechslowaken en 19 Polen die in Britse dienst vochten. Dertig slachtoffers konden niet meer ge´dentificeerd worden.

Overzicht

Overzicht
Bouwjaar 1944
Locatie Leubringhen, Vlag van Frankrijk Frankrijk
Totaal aantal slachtoffers 729
Onge´dentificeerde slachtoffers 30
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War

1-Begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog